Op de band van het boek met materiaal van de boekbinder Elias P. van Bommel wil ik een soort monogram. Dat ben ik dus aan het ontwerpen. Ik ben er nog niet uit.
Intussen zit het al ingenaaide boek in de blokpers.
Leer voor mijn volgende project. Daar zitten zoveel nieuwe dingen in dat ik eerst een boek ga maken bij wijze van test. De inhoud zal wel degelijk uit echte katernen bestaan. Maar pas het tweede boek zal Van den Vos Reynaerde zijn. Dit boek dat waarschijnlijk geschreven is tussen 1200 en 1300 verdient een middeleeuwse binding. die ga ik proberen te maken.
Het rode leer is geit. De leverancier noemt de kleur oxblood
(ossenbloed). De natuurlijke huid is een halve kalfshuid.
Als het goed is kan ik daar nog een aantal boeken uit maken.
Door de levertijd op een aantal dingen die ik binnen moet krijgen
voordat ik met het volgende boek uit Peter Goddijns
‘Westerse boekbindtechnieken van de Middeleeuwen tot heden’
kan beginnen, probeer ik een boek in te binden met
afdrukken van de nalatenschap van de boekbinder
Elias P. van Bommel.
Ik schreef er al eerder over. Het boek is deze keer uitgegeven
door de Stichting Handboekbinden.
De katernen zijn al genaaid.
Voor de band heb ik een afdruk van één van de clichés die
Van Bommel in zijn verzameling had gekozen.
Het is een tulp.
Die afdruk heb ik geprint en uitgesneden uit karton.
Het idee is dat deze tulp op de band komt te liggen en
dat de band bedekt wordt met boekbinderslinnen.
Dan moet die vorm mooi uitsteken op de band.
Eerder heb ik zoiets al eens geprobeerd maar door
een vraag te stellen op het boekbindersforum, heb
ik tips gekregen hoe je dit eigenlijk behoord te doen.
Het resultaat moet daarmee beter worden.
Het probleem is dat je op alle plaatsen langs de tulp
het linnen mooi tot op de voorplat vast wil hebben zitten.
De kwaliteit van het bedekkingsmateriaal speelt daarbij
een grote rol vermoed ik.
Binnenkort lees je hier welke twee methodes ik aangereikt kreeg
en welke ik toepas en wat het resultaat is.
Ik ben zelf héééél benieuwd.
De laatste loodjes wegen het zwaarst.
Het lijmen van het schutblad, achter en voor, en het
bekleden van de voorflap kost wat tijd.
Niet omdat dit zo arbeidsintensief is maar omdat
ik ook andere dingen soms moet doen.
Vrijdagavond heb ik het achterplat en de voorflap
onder bezwaar uit gehaald.
Vervolgens heb ik een kleine stellage gemaakt.
Op het voorplat zit met een strookje leer een glazen kraal vast.
Dat is een onderdeel van de sluiting van het boek.
Die kan ik niet zomaar onder bezwaar leggen.
Dus ik heb wat stukken wit (stukken aluminium van gelijke hoogte)
zo opgesteld dat ze straks het voorplat overal steun geven behalve
daar waar de kraal zit.
Hier zie je op de bovenste helft van de foto het bedje van aluminium stukken met in het midden een uitsparing (de uitsparing zit rechts van het cijfer ‘2’). Daar komt straks het voorplat op te liggen. Daar kan ik dan een plaatje hout met een stapel boeken en papier op leggen voor het gewicht. Dat kan het schutblad goed drogen. Drogen zal geen probleem zijn want in de FutureDome is het behoorlijk warm.
Ik heb het voorplat afgedekt met aluminiumfolie om het perkament van de voorplat te beschermen. Er is een gat gemaakt voor de glazen kraal.
Hier ligt en staat dan de ‘Omslagband met directe strengeling’ onder bezwaar. Later vandaag ga ik het resultaat bekijken.
Annemarieke Willemsen schreef de catalogus voor de RMO-tentoonstelling (Rijksmuseum van Oudheden): Middeleeuwse Tuinen – Aardse paradijzen in Oost en West, 1200 – 1600.
Over de tentoonstelling zlef was hier al te lezen.
Bij het boek hink ik op twee gedachten:
het boek had best wat meer diepgang mogen hebben
aan de andere kant is het een introductie voor een breed publiek
van het idee dat de manier waarop in de middeleeuwen naar
de tuin werd gekeken niet zo anders was in Europa
vergeleken met het oosten.
Veel literaire teksten kom je tegen in het boek en
onderstaande past prima bij wat de tentoonstelling laat zien.
Gij die deze tuin binnen gaat, overdenk wat u zegt en zeg mij daarna of al deze wonderen toevallig of uit de kunst zijn ontstaan.
Opschrift van Giovanni Orsini in de tuinen van Bomarzo, 1547.
Zoals te zien is, het schutblad is mooi bevestigd op de achterplat. De voorsnede en de voorflap verdienen nog een schutblad. Niet te zien is dat het schutblad dat tegen de voorplat moet komen ook nog gelijmd moet worden. Maar gezien het materiaal (perkament kan gaan golven) en de glazen kraal op de voorkant, is voorzichtigheid geboden bij het lijmen van het schutblad.
Nu ik weet hoe dit boek bedoeld is (zie laatste uitgave van
Handboekbinden: jaargang 12, nummer 4), kan ik het boek afmaken.
Volgens mij is het een erg bruikbaar ontwerp maar
zijn de katernen die ik snel gemaakt had, te dun om
de volle functie van de constructie duidelijk te maken.
Ik heb een stevige kaft gemaakt van grijsbord, beplakt met papier
en zonder opgezette randen.
Die hebben in mijn geval geen functie maar ik snap wel dat
bij mijn volgende uitvoering die gebruikt gaan worden.
Zo gaat mijn eerste uitvoering er ongeveer uitzien (zonder mes :))
De laatste stappen zijn misschien niet voor iedereen even interessant.
Volgens Peter Goddijn is het boek gereed.
Maar ik wil, na de sluiting bevestigd te hebben, de schutbladen aan het
perkament vastlijmen. Extra stevigheid voor de band.
Maar ook wat moeilijker dan anders.
Ik moet immers de voorplat op een of andere manier onder bezwaar
zetten maar de glazen kraal niet beschadigen.
Eerst maar eens de achterplat met het schutblad verlijmen.
Eerst even ‘droog’ oefenen.
Dit is het zelfgemaakte schutblad waar ik het over had.
Hier ligt dan het achterplat en -schutblad onder bezwaar.
Leonard Rutgers vindt mijn titel van dit stukje vast niet correct. Het gaat niet zo maar over geschiedenis, het gaat over de klassieke wereld. Maar verder geeft mijn titel precies weer wat je kunt lezen in ‘De klassieke wereld in 52 ontdekkingen’.
De stukken zijn vlot, begrijpelijk, met humor en veel kennis geschreven.
Je wordt niet met die kennis doodgegooid, het zijn logische verhalen.
Ze zijn niet langer dan 5 pagina’s met eigenlijk wel altijd één
paginagrootte illustratie daarbij.
Met ieder verhaal ontdoet Rutgers weer een geschiedenis van de vaak
misleidende sterke verhalen die er over de ronde doen.
Die sterke verhalen zijn niet nodig, je zult zien:
de werkelijkheid is al sterk en interessant genoeg.
Een van de beste voorbeelden (maar het was erg moeilijk kiezen)
gaat over de Drie Koningen. Het verhaal kent bijna iedereen.
Toch komt het maar op 1 plaats in de evangeliën voor.
Zo romantisch als de meeste mensen het zich herinneren is het
oorspronkelijke verhaal niet. Maar er zit wel een lange geschiedenis
aan het verhaal vast dat Rutgers uit de doeken doet.
Als je dat leest zie je dat de bijbel een verzameling schitterende verhalen is
die veel (goddelijke) wijsheid bevat maar ook geschreven is in een
bepaalde tijd met hun eigen specifieke achtergrond.
Dat is overigens waar voor veel van de grote verhalen van
de verschillende godsdiensten en culturen die onze wereld kent en kende.
Het verhaal is misschien anders dan wat mensen zich herinneren maar
tegelijk ook rijker, logischer en het zal nog meer tot ons spreken.
De Drie koningen bespreekt Rutgers aan de hand van een mozaïek
dat je vandaag nog steeds in de buurt van Ravenna kunt zien.
In 2014 maakte ik er deze foto van.
Volgens mij een ideaal boek voor op vakantie (korte verhalen)
voor alle leeftijden (want erg interessant en afwisselend).
Ik heb er en minste 1 bestemming uitgehaald, die als het uitkomt,
we later dit jaar gaan bezoeken.
De omslagband krijgt een sluiting met een grote kraal.
De kraal die ik gebruik is 2 cm in doorsnede.
Hiervoor kocht ik een zakje kralen in een hobbywinkel,
houten kralen.
Het hout vond ik te blank dus dacht ik na over beitsen of verven.
Iemand in de besloten Facebook groep ‘Boekbinders onder elkaar’
deed me het idee aan de hand een glazen kraal te gebruiken.
Dat vond ik een leuk plan.
Dus ging ik op internet op zoek en kwam uit bij Sayila.
normaal gesproken zou ik de naam van de webwinkel niet noemen
maar op die site kocht ik drie kralen (voor het geval
er iets mis gaat).
De levering bleef maar uit.
Toen ik na een lange periode een mail kreeg met de vraag
of ik tevreden was met de zending heb ik hen gebeld.
Direct kreeg ik nogmaals drie glazen kralen, zonder extra betaling.
Natuurlijk ontving ik een paar dagen later drie kralen, en nog eens
een paar dagen weer een levering met drie kralen.
Hier liggen de intussen 6 kralen, ieder individueel verpakt.
De houten kralen zijn massief. De glazen kralen zijn dat niet. Dat maakt het iets moeilijker om de leren strook door de kraal te halen. Dat heb ik opgelost door een draad door een uiteinde te halen en die te knopen. Zo kon ik toch eenvoudig het leer door de kraal krijgen.
Zo ziet dat er dan uit.
Het model dat ik eerder maakte kon ik nu gebruiken om op de juiste plaats drie insnijdingen te maken. Deze keer heb ik de strookjes leer bewust niet 10 maar 12 centimeter gemaakt. Dan kan ik straks het leer ook beter bevestigen aan de binnenkant van de band.
Van het boek van Dick Timmerman heb ik vandaag geleerd dat de tekening op het perkament (verkleuring rechtsboven) de streng heet. Maak de insnijdingen voorzichtig groot genoeg dat het leer er goed door kan. Dan hoef je ook niet te veel kracht te zetten.
De ‘streng’ (het midden van de rug bij een geit) is hier goed te zien. Die heb ik bewust zo laten lopen dat de flap er overheen valt. Ik ben hier blij mee. Het leer moet ik nog vastzetten aan de binnenkant. Dan moet ik nog een manier verzinnen om de band te kunnen persen of onder bezwaar te leggen terwijl de schutbladen gelijmd worden tegen de band.
Dit in eigen beheer uitgebrachte boek is volgens het voorwoord uit 2014. Het beschrijft waarom Dick Timmerman perkament maakt en hoe dit proces van schoonmaken, bewerken en drogen van een dierenhuid in zijn werk gaat.
Vooral de huiden van geiten en kalveren worden gebruikt
om perkament te maken.
Een eeuwen oud ambacht heeft Dick Timmerman tot een kunst verheven.
Het waarom en hoe is in het boek te lezen.
Het perkament dat je de laatste tijd op mijn weblog zit, komt
uit zijn werkplaats.
In het huidige nummer van het tijdschrift ‘Handboekbinden’,
de uitgave van de Stichting Handboekbinden, staat een
artikel met een beschrijving van een verlengde leporello.
Omdat ik niet helemaal begreep wat er met het boek bereikt
kan worden, ben ik het boek aan het maken met nog wat resten papier.
Ik had nog wat stukken Zaansch Bord liggen en de katernen
zijn gewoon wit papier (120 gram). Het gaat me in deze eerste
versie van het boek niet om de decoratie. Get gaat om de vorm,
de aanpak en wat je er mee gaat bereiken.
De leporello, in de vorm van de instructie, is bedoeld voor drie katernen van 14 bij 14 centimeter die van verschillende dikte kunnen zijn. Een leporello is een boek waarbij een harmonicavorm centraal staat. Op de foto zie je op de achtergrond die harmonicavorm. Daarvoor liggen drie verlengstukken (blauw Zaansch Bord) en in wit de drie katernen.
Als je al die onderdelen even rechtop zet, en je zet ze in de juiste volgorde, dan krijg je een idee van hoe die delen in elkaar passen. Dit is de kern van het boekblok, de plaats van de band is me nog niet helemaal duidelijk als ik hier mee bezig ben. Intussen zijn deze foto’s al weer van een paar dagen terug.
Hier zijn twee van de drie katernen al genaaid op de verlenging. Voor de precieze beschrijving verwijs ik naar het tijdschrift.
Hier zijn de harmonicavorm en de verlengstukken in en aan elkaar gezet. Bovenaanzicht. Het idee is dat door in de vouwen in het harmonicadeel de dikte aan te passen, je dikkere en dunnere katernen bij elkaar in één leporello kunt samenbrengen met toch een goed te hanteren boek als resultaat.
Ik weet niet wanneer ik verder kan werken aan het boek want
de glazen kralen voor de sluiting van de Omslagband met
directe strengeling, zijn gearriveerd.
Het boek ‘Elias P. van Bommel: Persverguldletters en Sierstukken’ is origineel samengesteld door Geert van Daal en uitgegeven in een beperkte oplage. Nu is het door de Stichting Handboekbinden opnieuw uitgebracht. Deze keer in een versie die door de drukker al is ingebonden. Afgelopen vrijdag ontving ik mijn exemplaar. Dus als boekbandontwerpen kun je direct aan de gang!
Het boek dat uit twee delen bestaat, toont per lade alle letters die gebruikt werden voor het persvergulden en alle lijnen en andere sierstukken die je kunt gebruiken bij het persvergulden.
Wie is dan precies Elias P. van Bommel?
Nazoeken op het internet leert ons:
Er bestaat een boek met de naam “Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld”. Je kunt het raadplegen via de website van ‘Resources Huygens ING’: dit is de link. De tekst die ik hier toon (met foto) komt uit dat boek.
Het boek komt in een mooi, ruim formaat en er volgt nog een digitale versie van de sierstukken. Dat lijkt me geweldig. Ik ga kijken of ik een van die stukken kan gebruiken om de boekband te maken.
Om verder te komen met mijn Omslagband met directe strengeling
moest ik nog een paar strengels bijmaken,
In tegenstelling tot vorige keer heb ik nu eens geen lijm aan het water toegevoegd. Ik wil het verschil ervaren. Hier zie je de smalle stroken perkament liggen in een bakje met schoon water. Het duurt maar even. Het perkament begint spontaan te krullen. Even daarna heb ik ze verwerkt en ‘opgedraaid’ waarna ze na droging nog het meest weghebben van een hard touwtje.
Als je een paar bindingen met de perkamenten strengels gedaan hebt, ontwikkel je vanzelf een eigen stijl. Na een eerste doorgang ga ik met de els nogmaals door het gat om het breed genoeg te maken voor een tweede doorgang. Daarbij steek ik de els altijd aan de ‘buitenkant’ van de perkamenten strengel die al door het gat zit. Op die manier is de kans kleiner (denk ik) het perkament te beschadigen dat al het eerste deel van de binding vormt. Het vouwbeen ligt er alleen maar bij op de foto om de strengels niet te laten terugschieten terwijl ik zelf de foto maak.
Als je dan het perkament bij de tweede doorgang door het eerste gat hebt gehaald, ziet de boekband er zo uit aan de buitenkant. Dan ga je weer strengelen. Dit keer met het perkament dat je net door de band hebt gehaald en als basis het perkament van de eerste doorgang. Hoe vaak je die twee om elkaar heen draait weet ik niet. Ik heb hier op een lengte van 3,5 centimeter gekozen voor 4 keer en steeds in dezelfde richting draaiend. Maar je kunt dit ook veel vaker doen. Peter Goddijn geeft daarover, in de stukken die ik gelezen heb, geen hints. Zal ook voor een deel worden bepaald door wat je zelf mooi vindt.
Alle katernen zitten vast. Ik ben best tevreden. Ik zie nog wel wat verbetermogelijkheden maar dit is het voor nu. Graag wil ik nu beginnen aan de sluiting maar de glazen kralen die ik besteld heb zijn nog steeds niet aangekomen. Ik ga morgen eens bellen.Na de kralen kan ik de schutbladen vastzetten tegen de voor- en achterplat. Dan ga ik nog een schutblad bedenken voor de sectie die de frontsnede en de flap vormen. Dan kan ik naar het volgende boek.
Ik ben wat aan het treuzelen geweest met het maken
en toepassen van een mal met de gaten om voor te prikken
om er dan met de strengels de katernen aan vast te maken.
Maar uiteindelijk is het er dan toch van gekomen.
Ik zie ook al wat er fout gaat maar ik maak het toch af.
Je begint het inbinden bij het laatste katern. Je ziet de voorgeprikte gaten al zitten. Bij het inbinden zullen die af en toe nog wat groter gemaakt moeten worden maar dat lukt best.
De eerste strengeling.
Zo ziet er dat dan aan de binnenkant uit.
Zo ziet het er uit voordat je de eerste doorgang met perkament gaat omstrengelen met de tweede doorgang. Aan de buitenkant.
De eerste vier katernen zijn in de omslagband gestrengeld. Er moeten er nog drie volgen. Dat komt waarschijnlijk later deze week.
In het proces zijn er wel wat strengels gesneuveld. Die kan ik nog wel gebruiken bij kleinere boeken. De reden is dat ik een beetje te zuinig ben geweest. Ik heb uit te kleine stukken perkament toch geprobeerd strengels te maken. Dat leverde een verdikking op waardoor je extra kracht moet zetten om de strengel door de band te krijgen. Die brak daar dan op af. Heel leerzaam!
Hier liggen model en eindproduct bij elkaar.
De glazen kralen die ik besteld heb zijn er nog niet
en ik was er nog niet helemaal uit hoe ik in het perkament
en het leer de gaten ga prikken om de katernen
met strengels te gaan inbinden.
Bovendien was het gisteren in de werkplaats erg warm.
Tijd voor wat afleiding en dus heb ik twee vellen
zwaarder papier omgewerkt naar schutbladen.
Het papier is 235 gram, met de computer en printer
heb ik de pagina’s voorzien (aan beide kanten)
van een bedrukking. Daarbij heb ik geput uit de
illustraties die straks ook in het boek te zien zijn.
(Afkomstig uit ‘Kriezels, aubergines en takkenbossen’)
Omdat tekst en afbeeldingen in het boek straks allemaal zwart/wit zijn, wil ik de gebruiker van het boek oproepen toch vooral veel kleur te gebruiken.
Maar dat doe je denk ik toch het beste met kleur. Dus met kwast en ecoline nog meer kleur toegevoegd.
Een vel wit papier zijn 4 bladzijdes. Eén bladzijde zal volledig tegen de perkamenten omslagband worden geplakt. Die heb ik dus niet bedrukt of van kleur voorzien maar de andere bladzijdes dus wel. Een kant door te spatten met ecoline.
Vorige week ben ik een dagje gaan dwalen door tuinen,
Middeleeuwse tuinen, om precies te zijn.
Dat deed ik onder andere in Leiden maar het begon in Breda.
De dag begon met een wandeling naar het station. Dan kom ik langs het Kasteel van Breda en loop ik door het Valkenberg. In de ochtend was het er rustig maar al gelijk zonnig.
Even later zat ik in Leiden in een tuin. Een tuin met extra aandacht voor de verschillende planten. Een krijgt hier ook wat aandacht vanwege de mooie vorm.
In de tuin, die verder helemaal leeg was, zat ik naast deze plant: een vijg. Naast de prachtige grote bladeren vallen de vruchten meteen op.
De tuinen die afgebeeld worden in handschriften volgen vaak het patroon dat je ook ziet in de tuinen uit de Perzische of Moslim-wereld. Het bestaan (of juist het niet bestaan) van dat verband intrigeert me. In New Delhi bezochten we ooit Humayun’s grafmomument. Volgens de UNESCO het eerste tuin-grafmonument. Het was pas gerestaureerd door onder andere schenkingen van het Aga Khan Development Network. Het was prachtig om in deze tuin eens al de waterwerken in werking te zien. Overal fonteinen en waterwegen. Je ziet die vaker in India maar vaak is er geen water te zien. Nu werden die mooie groenen tuinen ineens echt. Het zijn dat soort tuinen die ik me voor de geest haal als ik een handschrift zie met een Maria of een sultan in een tuin.
De overgang van de tuin buiten naar de tentoonstelling over tuinen binnen werd prima gemaakt door deze gieter van aardewerk, Utrecht, circa 1575.
Middeleeuwse Tuinen
Aardse paradijzen in oost en west
1200 – 1600
Een lustoord wordt door een heldere stroom bevloeid,
waar vogels harmonieus hun liedjes fluiten,
waar tulpen bloeien in een rijk palet,
waar vruchten zich tot dichte trossen sluiten.
Daar draagt onder de schaduw van de bomen
de lentewind een bont tapijt naar buiten.
Saadi, De rozentuin, 1258.
Een tuin is een omheind stuk grond, afgebakend van de wilde natuur, waar water en schaduw is, beplant met bloemen en bomen.
Er bestaan in de Middeleeuwen verschillende soorten tuinen.
Sommige zijn nuttig, zoals kruidentuinen, groentetuinen en wijngaarden.
Andere zijn vooral aangenaam, met bloemen, pergola’s bomenlanen en fonteinen.
In de praktijk bevatten de meeste tuinen zowel nuttige als aangename delen, zeker bij kastelen en paleizen, waar de tuin een statussymbool is.
In de periode van ongeveer 1200 – 1600 zijn er veel overeenkomsten tussen tuinen in het christelijke Europa en het islamitische oosten.
Europese kloostertuinen zijn gebaseerd op Perzische vierdelige tuinen (chahar-bagh).
In beide cultuurgebieden zijn tuinen symbolen van het goddelijke.
Er is Latijnse en Arabische poëzie over rozen en liefde in de tuin en zowel de sultan als Maria wordt afgebeeld in een besloten hof.
Bovendien stellen christenen én moslims zich het paradijs voor als een prachtige tuin.
De tentoonstelling volgt de aangekondigde thema’s. Ik ben op zoek naar bewijs dat Perzië Europa beïnvloed heeft. Bomen waaronder de plataan en wilg in een Perzisch herbarium, Kitab aga ib al-makluqat (Kitāb ‘ağā’ib al-maḫlūqāt), 1200 – 1400.
Vermoedelijk is dit de plataan.
Geweldig; diptamnus of adderkruid, solago (heliotroop) en peonya (pioenroos) in een herbaria handschrift, Pseudo-Apuleius (de schrijver), 1300 – 1400.
Mandragora (alruin), Marua (majoraan) En maurubium (malrove) in gedrukt boek met houtsnedes, Hortis Sanitatis, Mainz, 23 juni 1491.
De wortel van de alruin werd gezien als een mensvorming ding met heel bijzondere eigenschappen. Zoek het internet er maar eens op na. Hoe dan ook, het leverde mooie prenten op.
Gedrukt plantenboek met houtsnedes ‘Den Groten Herbarius met al sijn figueren, Antwerpen, 17 juni 1514.
Drs P. was een verrassing maar sluit heel goed aan:
Tussen eeuwenoude muren
Waar de schoonheid bloeit en geurt
Waar men ’t fluisteren der uren
Bijna lijfelijk bespeurd
In de laatste zonnestralen
Roept het klokje mij naar ’t lof
Doch ik wil nog even dralen
In mijn stille kloosterhof.
Daar u hier nu toch bent, nodig ik u gaarne uit
Om mijn bloemen en mijn vele plantjes te bekijken
Roomse kervel, Engelgras en Benedictus-kruid
Staan er prachtig bij zoals u ziet.
Bij die Paternoster-boom ziet u de Papenschoen
Kandelaartjes, Monnikskap en Rozenkransje prijken
Mijtertje en Slofje, die het ook uitstekend doen
En allicht ontbreekt het Kaarsje niet.
Jammerlijk genoeg schiet ook het onkruid welig op
Afgodskruid en Judaspenning zijn niet uit te roeien
Heksenkrans en Tovernoot, Alruin en Duivelskop
Wist ik maar vanwaar dat ontuig kwam.
Addertong, Menistenzusje, Galgenjong, Kalvijn
Zouden in een kloostertuin niet mogen kunnen groeien
Weet u dat hier Vrouwenharen voorgekomen zijn
Zelfs een Scharrel en een Tripmadam.
Maar ik moet u nu verlaten
Dadelijk begint het lof
Anders kon ik blijven praten
Want er is voldoende stof
Dat verklaart waarom ik lieden
Gaarne in mijn tuin ontvang
Mocht u nog wat willen wieden
Gaat u dan gerust uw gang.
Een tuin zonder tuinman (of vrouw) dat kan niet. Francesco Villamena, portret van tuinman, gravure, 1576 – 1624.
Dit was voor mij een grote ontdekking. Ik had nooit van een duimgieter gehoord. Gelukkig was er een filmpje met een demonstratie. eenvoudig maar heel effectief. Om secuur te kunnen gieten gebruik je een duimgieter, ook wel aangeduid met de Franse naam chantepleure, vanwege het zingende geluid dat hij maakt als hij ‘huilt’.
Maand maart in een gebedenboek, Luik, Maastricht, 1500 – 1525.
dit boek lag een beetje moeilijk open. Goed bedoeld maar je ziet nu alle pagina’s slecht. Dat mijn foto ook niet best is helpt dan niet. Paar te paard en Jager met honden, vogelkooi in de marge, getijdenboek, Middelnederlands, Vlaanderen, circa 1480.
Het maken van foto’s viel niet mee maar is een extra reden om dit zelf te gaan bekijken. Strooirand met vogels in een getijdenboek, Zuid Nederland, 1500 – 1525.
Dichter Hafiz en zijn ‘geliefde van middernacht’ in een tuin, Diwan (verzamelde gedichten) van Hafiz, 1489.
Tristan en Isolde schakend in de liefdestuin (Der minnen loep of verloop van liefdes), Dirc Potter, 1486. De afbeelding lijkt wel met waterverf gemaakt. Dat zegt meer van mij dan van de afbeelding maar de kleuren zijn zo mooi.
Vooral de gekleurde rand fascineerde me.
Hoe stoer staat de tekst hier niet rond de afbeelding? De Sassanidische koning Khosrow II en zijn geliefde Shirin in een tuin onder een baldakijn, Shahnama van Ferdowsi, Iran, 1500 – 1600.
Nog een voorwerp dat ik niet kende. Even iets heel anders. Vuurklok van slibaardewerk met duiven, hanen en een fantasie wapen, Alkmaar, Luttik, Ouddorp, 1560 – 1580.
We zijn aangekomen bij de tuin in de decoratieve kunst: groot tegelveld met arabesken en gestileerde lotusbloemen, Syrië, Damascus, 1500 – 1600.
Blauwe stervormige tegel in Ladjarvadina-waar, Iran, Kashan, 1250 – 1300.
Detail.
Maria met Christus in hortus conclusus in een getijdenboek, Zuid Holland, Leiden, 1480 – 1500.
Twee afbeeldingen naast elkaar met prachtige randen. Annunciatie en Maria met kind in bloemenranden, Getijdenboek in Middelnederlands, 1510 – 1530.
Let op de flap waarmee het boek afgesloten kan worden (links). Een koning houdt audiëntie in een tuin met bomen en dieren, Shahnama van Ferdowsi, Iran, 1437.
Deze was al eerder te zien maar ik kan het niet laten. Maria met kind, Falnameh (Waarzeggersboek), India 1550 – 1600.
Als een eerste toegift (zie het als een concert), een herhaling van drie pagina’s die hier boven al te zien waren.
‘Noli me tangere’ is een terugkerend thema in de kunst. De ontmoeting van Christus met Maria Magdalena in een tuin na zijn verrijzenis. Ook in boeken. Noli me tangere in de bloemenrand in een getijdenboek in het Middelnederlands. Meester met de zwarte ogen, Holland, circa 1490.
Even aandacht voor ‘gewoon’ penwerk in bovengenoemd boek.
Noli me tangere in Horae et preces, Meester van Gijsbrecht van Brederode, circa 1460.
Noli me tangere, ingekleurde houtsnede in een album van Jacob Cornelisz van Oostzanen, circa 1530.
Als afsluiting een afbeelding met tekst in het Hebreeuws. Dus de voorstellingen van tuinen beperkte zich niet tot de eerder genoemde culturen.
De foto bij dit verhaal gaat niet veel tongen losmaken.
Ik weet het.
Toch ben ik druk bezig geweest.
Ik wil mallen maken voor de verstevigingsstukken
die de buitenkant van de rug gaan versieren
van de Omslagband met directe strengeling.
Ik heb besloten deze stukken te laten doorlopen van het achterplat,
over de rug tot op het voorplat.
Eerst wilde ik er leer voor gebruiken uit een tas.
Maar de echt stevige (hoek-) stukken waren te klein en de reststukken
die groot genoeg zijn van die tas, zijn van een dunnere leersoort.
Daar een stuk uitsnijden betekent dat ik me beperk voor het geval
ik dat materiaal nog een keer wil gebruiken om er een boek
mee in te binden.
Daarom besloten het uit een rood stuk afvalleer (geit skiver) te snijden.
Toen ik mallen maakte om die uit te proberen, om de maat en de
verhouding van de stukken leer tot de ruimte die nodig is om
het boek te binden met perkamenten strengels, liep ik
tegen allerlei problemen aan.
Daarom moet je vaak passen en meten in plaats van alleen opmeten
met een liniaal. Zet de band of de katernen of het boek even los in elkaar
om te zien of je nog goed zit. Ik zat fout en moest corrigeren.
Overigens heb ik in 1 mal al de gaten geprikt waar straks
de strengels door komen. Intussen is het rode leer gesneden en kan
het bij een volgende gelegenheid al op de rug gelijmd worden.
Hier pas ik de twee mallen nog een keer op de stapel katernen. Ik gebruik twee kleuren katernen: 4 bruine en 3 blauwe. Die bruine worden gestrengeld op de plaats die Goddijn in zijn boek aangeeft (op twee plaatsen per katern). De blauwe strengel ik tussen de verstevigingsstukken (met maar één strengel per katern). In de hoogte van de rug benut ik dan de volle hoogte terwijl ik de katernen meer ruimte geef dan wanneer ik alle katernen op dezelfde manier zou binden. Confused? You won’t be after the next episode of de Argusvlinder (vrij naar de aftiteling van de komedie Soap)
Afgelopen week heb ik een paar vellen papyrus gekocht.
De reden ligt natuurlijk bij het boek van J.A. Szirmai:
The archaeology of medieval bookbindings.
In dat boek staat een tekening die redelijk duidelijk is en
voldoende om zelf eens een boekmodel te maken van een boek
met 1 katern zoals de boeken gevonden bij Nag Hammadi.
In een aantal gevallen werd daar papyrus gebruikt om de
boekband te maken.
Zo ziet er een vel papyrus uit. Deze vellen zijn zo’n 30 bij 40 centimeter.
De verkopende partij omschrijft het product als volgt:
Het Egyptische Papyrus is een product waarvan de maakwijze vrijwel hetzelfde is als in het 3e millennium voor Christus toen het werd uitgevonden. Deze voorloper van ons papier wordt gewonnen uit het merg van de stengel van de Cyperus Papyrus. De bast van de stengel wordt geschild en uit het merg worden lange, dunne repen gesneden die na te hebben geweekt in water, in 2 lagen haaks over elkaar gelegd worden. Dit ‘weefsel’ wordt vervolgens gehamerd en het sap dat daarbij vrijkomt, verbindt de repen als een soort lijm. Vervolgens wordt het vel geperst. Na het drogen wordt het oppervlak gepolijst om een mooi glad oppervlak te krijgen waarop de inkt niet uitloopt.
Je ziet de banen van de oorspronkelijke planten lopen. Ik kijk er naar uit om met dit materiaal iets te gaan doen.
Al een paar dagen ben ik bezig met het voorbereiden van een blogpost
op basis van mijn bezoek afgelopen zaterdag aan de tentoonstelling
‘Middeleeuwse tuinen’ in het Rijksmuseum voor Oudheden in Leiden.
Maar ook vandaag ging het niet lukken om het af te krijgen.
Ik schuif de warmte maar de schuld in de schoenen.
Daarom een eerste, heel korte versie.
Dit is de introductie van de tentoonstelling.
Er zijn vele mooie gebruiksvoorwerpen, boeken en er is kunst te zien. Maar voor mij was dit wel heel bijzonder. Omdat het India komt en omdat je het niet vaak ziet. Maria met kind, uit de Falnameh (Waarzeggersboek misschiens is ‘het boek met voortekenen” een betere naam?). India, 1550 – 1600.
Er volgt nog veel meer, als het weer morgen beter is,
gaat dat vast lukken.