Grote of Onze Lieve Vrouwe Kerk Breda

Dat we bijna werden tegengehouden door de bobo’s was lastig.
Het is vreemd dat je een dergelijke bijeenkomst niet eerder aankondigd.
Op zaterdagmiddag nog wel.
Maar goed, we hebben ons niet laten storen.
Voor mij was het de kerk zelf die vanmiddag
wederom de show stal.

Stemmige kerk.


Epithaaf.


Detail.


van Renesse.


Frederik van Renesse.


Jan van Dendermonde.

Detail.


Praalgraf Engelbert II van Nassau.

Praalgraf Engelbert II van Nassau: Julius Ceasar.


Grafmonument Engelbert I van Nassau.


 

Albert Servaes in Breda: weg van passie

Albert Servaes: Jezus valt een eerste maal, 1919.

In de Grote Kerk is vanaf Aswoensdag tot aan Pasen
een kruisweg te zien.
De werken zijn gemaakt door een Belgische kunstenaar in 1919.
Albert Servaes.
De verschikkingen van de eerste Wereldoorlog
nog vers in het geheugen.
De Roomskathlieke Kerk vond de werken te realistisch.
Het werk is ruw, somber, zwart.
Dat Servaes moest vluchten aan het eind van de Tweede
Wereldoorlog vanwege zijn bijdrage aan de Duitse cultuurpolitiek
wordt bij de werken niet vermeld.
De werken zijn afkomstig uit de abdij
Onze Lieve Vrouw van Koningshoeven in Berkel-Enschot.


Jezus geholpen door Simon.


Jezus sterft aan het kruis.

Jezus sterft aan het kruis (detail).

Ik vermoed dat dergelijke details de kerkelijke leiding te ver gingen.


Jezus van het kruis genomen.


Volgens Wikipedia:

Albert Servaes (Gent, 4 april 1883 – Luzern, 19 april 1966)
was een kunstschilder en tekenaar
en wordt beschouwd als Belgies eerste expressionist.

In 1905 trok hij naar Sint-Martens-Latem
waar hij zich in een houten keet vestigde.
Hij was een diep religieus mens die in zijn kunst graag
de reeds verkende paden verliet.
Een van zijn geliefkoosde thema’s was het lijden van Jezus Christus.
Hij behoorde tot de eerste groep van de Latemse Scholen.

De dramatiek en de wrangheid die uit zijn werken spreekt
worden ondersteund door zijn donker coloriet
en de dikke lijnen waarmee hij zijn figuren gestalte gaf.
De Rooms-Katholieke Kerk en veel van zijn tijdgenoten
ergerden zich aan de rauwe werkelijkheid die hij schilderde.
De kruisweg die hij schilderde
(nu bewaard in de Abdij Koningshoeven van Berkel-Enschot)
is hiervan een voorbeeld.
Opmerkelijk in zijn werk zijn ook zijn landschappen en portretten.

Vanwege sympathieen die hij koesterde voor de Duitse cultuurpolitiek
tijdens het nazisme moest hij na de Tweede Wereldoorlog
de wijk naar Zwitserland nemen.

Kunstvaria



Een bruidspaar, Zuid Duitsland, circa 1400.






Bust of a king, Kish East, Sasanian period, AD 224-637.


Borstbeeld van een koning.
Kish East is de naam voor een streek (en eiland) in Irak.
De Sassaanse dynasty is de naam voor het laatste rijk
voor de introductie van de Islam.





Damien Hirst, Papilio Ulysses, 2008.


Je kunt van Hirst zeggen wat je wil,
hij heeft een neus voor het creeeren van relletjes
en het behalen van de voorpagina’s.

Als je dit werk ziet denk je:
mooi mozaiek. Mooie kleuren.
Bij beter bekijken blijkt dit geen mozaiek te zijn van bijvoorbeeld
stenen of porcelein.
Nee deze afbeelding is gemaakt met de vleugels van vlinders.
Ik ben geen aanhanger van Marriane Thieme
en als een vlieg me hindert zal ook ik er naar slaan.
Maar om zo doelloos dieren te verbruiken, daar heb ik het moeilijk mee.
Het doel van veel kunst is om de natuur te evenaren of verbeteren.
In dat kader is dit zeker een interessant werk.
Maar heiligt het doel de middelen, hier?
De natuur is meestal schitterend en de details van dit werk
tonen dat ook:






Francisco de Zurbarxc3xa1n, Still life with lemons, oranges and a rose, 1633.


Stilleven met citroenen, sinaasappels en een roos.





Funerary stela of C. Julius Valerius, Egypt, 3rd century CE.


Een grafzerk (stela) voor een driejarig kind,
gevonden in Egypte.
Het kind heeft een Romeinse vader en Egyptische moeder.
Een en ander is op te maken uit de details van de afbeelding:
Romeins tuniek, Horus, Anubis, Egyptische kindlok enz.
Derde eeuw na Christus.





Hendrick ter Brugghen, Bagpipe player in profile, 1624.






Jan Lievens, Pilate washing his hands, ca 1625xe2x80x931626.


Pilatus wast zijn handen (in onschuld).
Het bijzondere aan dit werk is,
dat onderzoekers beweren dat Jan Lievens, tijdgenot en kennis van Rembrandt,
in dit schilderij Rembrandt als model heeft gebruikt.
Het vlezige gezicht met de volle bos donker haar, is van Rembrandt,
zo menen zij. Ze claimen op drie andere schilderijen
nog meer portretten van de jonge Rembrandt te hebben ontdekt.






Josxc3xa9 Manuel Broto, Atlas, 2005.






Pieter de Hooch, The courtyard of a house in Delft, 1658.


Nee, geen Vermeer. Er zijn meer straatjes in de kunst.





Richard Serra, Equal parallel: Guernica-Bengasi, 1986.


Over controversieel gesproken.
Vorig jaar bleek een gerennomeerd Spaans museum dit werk ‘kwijt’ te zijn.
Waarschijnlijk verwerkt tot schroot.
Serra heeft nu, zonder betaling, meegewerkt aan het opnieuw
maken (gieten ed) van dit werk.





Salvador Dali, Metamorphose de Narcisse, 1937.






Tarsila do Amaral, Pescador, 1925.






Vincent van Gogh, The starry night over the Rhxc3xb4ne, 1888.


Sterrenhemel boven de Rhxc3xb4ne.




Foto's van beroemdheden

Het probleem met foto’s waarop beroemdheden centraal staan
is altijd: waarom is die foto nu interessant.
Is het vanwege de persoon die is afgebeeld?
Is het omdat het een opmerkelijk gemaakte foto is?
Is het omdat de foto een boodschap heeft?

Heel vaak is het vanwege de persoon op de foto.
Bij de volgende foto is dat gelukkig niet het geval.



Veel mensen zullen zich afvragen, wie is dan wel die man op de foto.
Hopelijk zeggen nog meer mensen wat een prachtige foto.

Op de foto zit Sean Penn.
Naar mijn gevoel een van de beste Amerikaanse filmacteurs van dit moment.
Speelt de hoofdrol in ‘Milk’.
Door de jaren heen speelt hij sterke rollen in films die niet altijd,
of misschien beter, meestal niet, bij het grote publiek terecht komen.
De foto is gemaakt door Paolo Pellegrin.

Laatste dag Rhodos 2008

De laatste blog over onze trip naar Rhodos.
Deze keer geen lang verhaal want op de dag zelf
heb ik geen aantekeningen gemaakt in mijn dagboek.
Het was een erg hete dag.
Een dag aan het strand.
In de avond gegeten bij een Italiaans restaurant
waar je ook Grieks kon eten.





Zeer matig restaurant (ik ben netjes).





Als je 1 tip van mij wilt aannemen: nooit doen.





De vertaling is niet perfect.





De reden waarom we het toch deden was dat dit restaurant
vlak bij was en we al op tijd moesten eten om terug naar
het hotel te gaan.
Daar werden we al vroeg in de avond opgehaald voor de terugvlucht.


Het strand.






Strandstoelen en paraplu.






Vervolgens ben ik nog een korte broek gaan kopen.






Het hotel langs de weg van het vliegveld naar Rhodos stad.






Hotel Hippocampus.






Hier komen blijkbaar Engelse toeristen voor: sport, Coronation Street, EastEnders en Emmerdale.







Tijd om naar huis te gaan: boarding pass.






Bagageticket.






Parkeren op Schiphol.




Turkish Airlines TK 1951

Via mijn werk ken ik iemand die in het vliegtuig van Turkish Airlines zat
dat gisteren is neergestort in Amsterdam (TK1951).
Haar ervaringen zijn gepubliceerd in het Reformatorisch Dagblad.
Dat verhaal herhaal ik hier.



SCHIPHOL xe2x80x93 Een snelle duik naar beneden,
gevolgd door een klap en het gekraak van een in stukken brekend vliegtuig.
Een van de inzittenden van Turkish Airlines vlucht 1951
vertelt wat ze meemaakte bij de crash van het toestel,
vanmorgen bij Schiphol.
xe2x80x9eIk dacht: hoe komen we hier uit?
Links was rook te zien, dus ben ik met de collega naast me
snel aan de rechterkant van het vliegtuig naar buiten gestapt.
We konden uit het toestel komen via een scheur in de romp.
Direct zijn we op zoek gegaan naar mijn derde collega.
Die bleek met stoel en al uit het vliegtuig te zijn geslingerd.
Met zxe2x80x99n tweexc3xabn probeerden we hem uit de modder te trekken,
waarin zijn stoel vastzat.
We kregen zijn arm los, verder lukte niet.
De brandweer heeft uiteindelijk de stoel met hem er nog in losgekregen.”



Anderhalf uur na het ongeluk met de Boeing 737
staat ze nog te trillen op haar benen.
xe2x80x9eHet ging zo snel, we kregen van tevoren geen waarschuwing.
Het vliegtuig maakte tijdens de nadering van Schiphol
ineens een steile duikvlucht. Toen was er een enorme klap.”

De jonge vrouw, die met een aantal collegaxe2x80x99s terugkwam
van een zakenreis naar Istanbul,
is zelf lichtgewond aan haar hoofd en arm.

xe2x80x9eWe zijn ongeveer een uur na het ongeluk opgevangen
in de schuur van een boerderij.”

Rond het middaguur werden alle lichtgewonden daar samengebracht.

xe2x80x9eOm me heen zie ik enkele tientallen mensen.
Sommigen liggen en zijn gewond.
We worden straks allemaal nagekeken door een arts.”

Alle slachtoffers in de schuur zijn door hulpverleners
voorzien van gele dekens.
De ooggetuige maakt zich grote zorgen over de collega
die met zijn stoel uit het vliegtuig werd geslingerd.

xe2x80x9eHij is ernstig gewond en raakte buiten kennis
toen we bij hem stonden.
Ik kon zien dat hij op veel plekken gewond was.
Ambulancepersoneel heeft hem afgevoerd,
maar ook zij maakten zich zorgen.
Hoe het nu met hem is weet ik niet.”

De vrouw heeft inmiddels contact gehad met haar familie.
xe2x80x9eZe zijn enorm geschrokken, net als ik.
Maar het is een groot wonder dat ik gespaard ben gebleven.
Als het vliegtuig iets later was neergekomen
waren we midden op de A9 geland.
Ik moet er niet aan denken wat er dan was gebeurd.”

Onvoorwaardelijke overgave

“Unconditional Surrender”
a 25-foot, 6,000 pound statue
by world-renowned artist J. Seward Johnson
commemorating a famous World War II photo
was unveiled Feb. 10 at Mole Park in San Diego.

“Onvoorwaardelijke overgave”

Een heel bekende foto gemaakt op 14 augustus 1945
door de beroemde fotograaf Alfred Eisenstaedt
is door een eigentijdse kunstenaar
verwerkt tot een beeld:

Alfred Eisenstaedt, de foto.


J. Seward Johnson, het beeld.


25 feet hoog = 7,62 meter
6 000 pound aan gewicht= 2.721,55422 kilogram

Deze informatie heb ik ontvangen van Jack Gravemaker
die me regelmatig foto’s aanreikt voor op mijn weblog.
Bedankt!

Kijk dat vind ik nou een beetje vreemd

Ik heb een e-mail verstuurd naar de DBNL,
de digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren.
Die mensen houden zich bezig met het digitaliseren van documenten.
In het geval van De Gids neem ik aan dat ze dat of uittypen
of inscannen met behulp van letterherkeningssoftware.
In beide gevallen zul je de tekst daarna nog een keer moeten nalopen.
Soms staan er in de brontekst al fouten.
Maar wat zijn fouten als je een oud-hollandsche tekst digitaliseert?
Zeker als de tekst een handschrift is.
Hoe dan ook voor onderzoek lijkt het me van belang
dat mensen ook weten of de tekst nu verkeerd is gedigitaliseerd
of dat er al een ‘fout’ in het origineel zat.
Dus ik dacht laat ik DBNL eens wijzen op een paar mogelijke
problemen in hun teksten:



Ik krijg dan de volgende reactie.



En die vind ik dan toch een beetje vreemd.
Deze mensen claimen zich zovveel zorgen te maken
over de Nederlandse letteren (sic!).
Maar als je dan een vraag stelt over de details
dan mag je het zelf uitzoeken.

Daar leid ik twee dingen uit af:

= men publiceert wel al die teksten maar heeft blijkbaar
van het digitaliseringsproces zelf geen kennis (meer) beschikbaar.
Vreemd want daarmee is de waarde van de tekst gelijk veel minder.

= dit is een organisatie die zich zou moeten opstellen
als een service gerichte organisatie, naar professionals zowel als
naar prive personen, maar doen daar niet veel.

Dat het een uitgave van De Gids uit 1881 betreft en niet 1981
laat ik dan nog even buiten beschouwing.
Jammer.

De Bas en Oranje

Ik heb beweerd dat F. De Bas bevooroordeeld was
als het ging om de familie Van Oranje.
Uit een paar stukken teksr wordt dat wel heel duidelijk:

Zoo wuft is soms de volksgunst!
In plaats van te denken aan menschelijke dwalingen
ook bij vorsten, of aan misleiding,
waaraan zij, meer dan alle andere kinderen Gods,
inzonderheid in tijden van beroering zijn blootgesteld,
deed de verontwaardiging over hetgeen voorviel in het Zuiden,
aan Noord Nederland vergeten,
dat Oranje’s helder inzicht in krijgszaken,
door zijn persoonlijken moed geschraagd,
te Quatre Bras de overwinning van Waterloo had voorbereid,
tot redding niet alleen van Nederland,
maar van gansch Europa.
Men vergat de aandoening, welke den gewonden Oranje-telg
in 1815 had gemaakt tot het troetelkind der geheele natie,
de lof betuigingen en het eerbetoon der vertegenwoordigers
van het gezag in kerk en staat.


Of wat te denken van het volgende citaat:

Met het terugzien naast Willem I van den vederbos,
welke het schoonste tijdvak van zestien vervlogen jaren
voor den geest riep, steeg de geestdrift ten top.
De oude liefde voor Oranje doortintelde
met onweerstaanbare macht de jonge krijgers;
bij hetgeen de toekomst beloofde, bleef er geen plaats
voor gedachten aan het verleden;
zelfs het hart van de meest overleggenden smolt,
zonder dat zij ontstelden.


Breda in de Gids

De Gids is een Nederlands maandblad.
Het bestaat al erg lang en op het web
zijn ook de oudere jaargangen te vinden.
Zo vond ik er een artikel dat interessant is in relatie tot Constant Huijsmans.

Allereerst, wat is de Gids:

De Gids is het oudste literaire en algemeen culturele tijdschrift van Nederland
en een van de langstbestaande tijdschriften van deze soort ter wereld.

De Gids besteedt aandacht aan literatuur, filosofie, sociologie, beeldende kunst,
politiek, wetenschap, geschiedenis; kortom aan alles wat interessant is,
mits er goed over geschreven wordt.
Het tijdschrift verschijnt maandelijks…

De Gids werd in 1837 opgericht door E.J. Potgieter en C.P.E. Robid├ę van der Aa.
In de loop van meer dan anderhalve eeuw hebben verscheidene uitgevers
zich over de uitgave van het tijdschrift ontfermd.
Van 1837 tot 1840 werd het uitgegeven door de Amsterdamse uitgever
en boekverkoper G.J.A. Beijerinck.
Vanaf 1840 werd De Gids vier generaties lang uitgegeven
door de eveneens Amsterdamse uitgever Van Kampen.
In 1962 nam uitgeverij J. M. Meulenhoff de zorg voor De Gids over.
Na driexc3xabnveertig jaar is de uitgave van De Gids door de redactie overgedragen
aan uitgeverij Balans.

Deze informatie is afkomstig van de website van de hedendaagse uitvoering
van de gids: De Gids Online

Er is ook een site waar Nederlanse literatuur digitaal wordt ontsloten.
De Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse letteren.
Een enorme schat aan oude literatuur.
Ook oude jaargangen van de Gids.

De site is hier te vinden: Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren

Ik kwam hier op uit omdat ik op zoek was naar de tem ‘Hoofdwacht’.
Constant Huijsmans heeft in een van zijn schetsboeken een schets gemaakt
met als omschrijving ‘Hoofdwacht, 20 maart 1831’.
1831 is ook het jaartal waarin de 10-daagse veldtocht plaatsvond.
Belgie wordt dan zelfstandig.
Als grote legerplaats in het zuiden van het huidige Nederland
was dit een plaats waar veel activiteiten plaatsvonden.
Breda had immers een groot aantal kazernes.
Het verhaal wat ik las, en waarvan ik hier stukjes zal tonen,
is geschreven in 1881.
50 jaar na dato.

Constant Huijsmans, Afd IV-22, blad 15, Hoofdwacht, 20 Maart 1831.

De schetsboeken van Constant Huijsmans worden in deze tijd gemaakt.
Namelijk in 1831, 1852 en van het derde boekje is de datum onbekend.
Tussen 1837 en 1865 werkte hij aan de KMA
en zat dus midden in de militaire sfeer.
Dat blijkt uit vele tekeningen, onder andere aan al zijn schetsen
voor versieringen ter gelegenheid van 25-jarig jubileum
van Generaal Van Overstraten, de gouverneur van de KMA.

Constant Huijsmans, Afd. IV-23, blad 10, Militaire versierselen.

Maar wat is nu de ‘Hoofdwacht’?

Dhr. H.M.F. Landolt schreef een boekwerk getiteld: ‘Militair woordenboek’.
Landolt, geboren te Breda in 1828, werd in 1844 cadet
aan de Koninklijke Militaire Academie,
in 1848 tweede luitenant bij het 2de Regiment Infanterie,
in 1854 eerste luitenant en in 1861 kapitein het 7de Regiment Infanterie.
Hij overleed in 1871 te Bad Wildungen.
Zijn Militair woordenboek verscheen in 1861
en zegt het volgende over de ‘Hoofdwacht’:

Hoofdwacht.
1e. De voornaamste wacht van een garnizoen,
gewoonlijk door een officier gekommandeerd.
Aan de Hoofdwacht komen alle rapporten van de overige wachten in,
daarheen worden de arrestanten gebragt, enz.,
van daar ook worden meestal de overige wachten gevisiteerd.
2e. Het gebouw waarin zich de wacht bevindt.

Mijn indruk is dat een dergelijke organisatie (1) ook werd toegepast op steden.
De stad was ommuurd en had een aantal toegangspoorten.
’s Nachts gingen die min of meer dicht.
Dat wil niet zeggen dat je ’s nachts de stad niet meer in kon
maar een bezoek diende wel aangekondigd te zijn
of je werd wat diepgaander onderzocht.
In het geval van het verhaal uit de Gids ging het er om
dat er nog exctra postwagens werden verwacht,
in de nacht van 31 juli op 1 augustus 1831.
Op 2 augustus zou de 10-daagse veldtocht beginnen.

Hier volgt het stukje tekst uit ‘Twee wapenschouwingen in 1831′,
geschreven door F. de Bas, ’s Gravenhage, 23 Juli 1881.

‘Het middernachtelijk uur van Zondag 31 Juli (Maandag 1 Augustus)
was reeds lang verstreken; de wachter op den x91langen Janx92
had al dikwerf zijn lang gerekt hoorngeschal herhaald,
en Breda verkeerde in diepe rust.
De inrijpoort vxf3xf3r het groote hoofdkwartier
was echter nog niet gesloten; en in den x91Prins Kardinaalx92,
het logement op den hoek van de markt
en het Kasteelplein, werden blijkbaar nog gasten verwacht,
hoewel de diligence van Oosterhout
reeds een uur geleden aan,
de hoofdwacht was gevisiteerd.
Inderdaad had de wachtcommandant aan de Boschpoort
mededeeling ontvangen, dat er gedurende den nacht
extra postwagens zouden aankomen.’

Uit deze tekst maak ik op dat de Hoofdwacht bij de Boschpoort was.

Breda, Boschpoort, Maker en datum van foto onbekend. OF-01158.

Wie was nu De Bas?
Ik weet het niet zeker maar ik denk dat de volgende beschrijving
bij de hiervoor aangehaalde auteur past:

Franxe7ois de Bas, krijgshistoricus
(‘s-Graven-hage 10-9-1840 – ‘s-Gravenhage 22-2-1931).
Nog geen zestien jaar oud deed De Bas
op 4 september 1856 zijn intrede
als cadet der cavalerie op de Koninklijke Akademie
voor de Zee- en Landmagt te Breda.
De benoeming tot 2e luitenant op 1 juli 1860
bij het 3e Regiment Dragonders
sloot zijn opleiding
bij de Koninklijke Militaire Academie af.
In het voorjaar van 1868 was hij
xe9xe9n van de vier leerlingen
die werden toegelaten tot de toen in het leven geroepen
‘school tot voorlopige opleiding van stafofficieren’,
de voorloper van de sedert 1 november 1875 geheten
‘krijgsschool voor officieren’ te Breda.
De Bas volgde tot 1872 gedurende de wintermaanden
en het voorjaar
de lessen aan de school, terwijl hij in de zomermaanden
werd gedetacheerd bij verschillende legeronderdelen,
Twee van de vier officieren
die in 1868 de cursus waren begonnen
slaagden in 1872 voor het eindexamen, onder wie De Bas, …

Bovenstaande tekst is afkomstig van de website van
Het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis.

Het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis

Terug naar de tekst.
Er waren twee stukken die ik wilde laten lezen.
1. een beschrijving van Breda en zijn inwoners
en hun binding met Oranje;
2. een beschrijving van versieringen
van een kampement (de link naar Huijsmans).

Twee wapenschouwingen in 1831.

De oude stad van Noord Brabant,
die haar naam ontleent
aan de verbreeding van de Aa
door het stroompje den Bijloop
alvorens samen te vloeien met de Mark,
legde sinds kort het krijgshaftige keurslijf af,
hetwelk vijf eeuwen lang haar leest had omkneld.
Beletten de hooge borstweringen, door kalk en steen
en de wortels van breedgetakte olmen
tot een vaste massa te zamen gegroeid,
de uitbreiding van de stad,
tevens bedekten zij als een sluier
de rimpels op het voorhoofd der nog altijd behaagzieke
en strijdlustige matrone.
Maar toen de bolwerken vielen
en de bemuurde ravelijnen waren geslecht,
kwamen eensklaps
al de gebreken van den ouderdom te voorschijn.
Naarmate echter de vervallen buitenwijken worden herbouwd,
breede straten van lachende villa’s
en bekoorlijke wandelingen
verrijzen uit de weleer doodsche grachten,
gaat de knorrige bui over en toont de grijze vrijvrouwe,
nu zij wel een verjongingskuur schijnt te ondergaan,
weer een vriendelijk gelaat.
Alleen de exercitiebatterij
van de Koninklijke Militaire Akademie
en de dicht met beukenhagen
en meidoorns beplante omwalling
van den hof van Valkenberg herinneren nog
aan de vroegere beteekenis van Breda,
laatstelijk voor 50 jaar het hart en de polsslag
der militaire beweging in Noord Nederland.
Omtrent den ouderdom van de stad
en de baronie van Breda
verkeert men sinds den brand van het stadhuis in 1534
eenigszins in onzekerheid.
De ‘Lex Seala’ der Pranken in de 5de eeuw
spreekt het eerst van de landstreek, alwaar in 888 Breda
tot een stad werd verheven en met wallen omgraven
door Witger IV, den zevenden graaf van Strijen.
Hare bevolking was meerendeels samengesteld
uit eenvoudige visschers,
die in de rivieren langs deze vruchtbare landouwen
ruimschoots hun brood vonden.
Niet lang nadat het gedeelte van de stad,
hetwelk thans nog
door de oude vest wordt begrensd,
tot vesting was ingericht, bracht Johanna van Polanen,
Jonkvrouwe van de Leck en Breda,
in 1404 door haar huwelijk met graaf Engelbert,
stadhouder van Brabant, de heerlijkheden van haar vader
over in het doorluchtige huis van Nassau.
De Groote Zwijger was de eerste,
die dezen vorstentitel vereenigde
met den in Nederland zoo geliefden naam
der prinsen van Oranje,
wier lotwisselingen Breda
immer deelde met beproefde trouw
en onwrikbare aankleve.

Ik vermoed dat er een fout staat in bovenstaande tekst.
In plaats van ‘Lex Seala der Pranken’ wordt hier
waarschijnlijk de Salische Wet bedoeld
(in het Latijn Lex Salica).
Een typefout vermoed ik.

Laten we eerst maar vaststellen dat deze geschiedschrijving
niet helemaal objectief is.
Het hele verhaal (het stuk hierboven is er slechts een klein deel van)
is heel erg gericht op het steunen van de Koning en Prins
van Oranje.
Nederland is vervolgens goed en Belgie niet.
Nederland houdt zich aan de afspraken:
het zijn de andere grote mogendheden (Frankrijk en Engeland)
die zich niet houden aan de afspraak Belgie te zien als onderdeel
van het Nederlandse koninkrijk.
Door deze constructie zou de veiligheid en vrede
in Europa worden gerealiseerd.
De 10-daagse veldtocht is dan ook geen verloren oorlog maar
een eervol gewonnen conflict zonder gebiedsbehoud.
Tegenwoordig kijken we er iets anders tegen aan:

De site van het Legermuseum verwoordt het als volgt:

De Tiendaagse Veldtocht, Belgische troebelen 1830-1839
In 1815 waren het huidige Nederland en Belgie
verenigd in een staat.
Onder invloed van overal opkomend nationaal besef,
kwamen de Belgen hiertegen in 1830 in opstand.
Dat betekende dat het oude leger
in feite in tweeen werd gesplitst.
In het noorden leidde de opstand tot een opleving
van nationalistische en militaristische gevoelens.
Vrijwilligers eenheden schoten aan beide kanten
van de nieuwe grens als paddenstoelen uit de grond.
Deze bepaalden veelal hun eigen uniformering,
wat tot bonte en kleurrijke uitdossingen leidde.
In het begin werd er veel gevochten.
In 1830 waren er straatgevechten in Brussel;
in 1831 openlijke veldslagen tijdens
de Tiendaagse Veldtocht
in 1832 werd een Nederlands garnizoen belegerd
in de citadel van Antwerpen.
Franse interventie ten gunste van de Belgen
leidde echter tot een status quo.
Koning Wilem I hield tot 1839 zijn leger gemobiliseerd
om zijn onderhandelingspositie
kracht bij te kunnen zetten.

Legermuseum

Het tweeede stuk tekst is een klein deel van de beschrijving
van een groot kampement dat de koning bezoekt.

‘Op de uitgestrekte vlakte
ongeveer halverwege Breda en Tilburg,
tusschen Haansbergen en de Vijf Eiken
nabij het tegenwoordige station Gilze-Rijen,
verhief zich een stad van linnen tenten,
door fluweelachtig mos, paarsche heidebloemen
en wilde hraamstruiken bevloerd,
hier en daar aanleunende tegen ruischende zeeen
van rijpend graan en aan de zuidzijde begrensd
door den graszoom met statige beuken langs den straatweg.
De langwerpige ruimte, 1600 meter lang
en 300 meter diep, was verdeeld in twaalf wijken
voor evenveel bataljons,
elke met twee dubbele rijen van acht tenten,
evenwijdig aan de frontlijn van het kamp,
en door een breede compagnies-straat gescheiden.
Het voorfront werd gedekt
door de in rotten staande geweren,
als een heg van hout en staal aan weerszijden
van de keurig versierde vaandelstoelen,
met de oranje-kleur boven stapels
van koperen trommen en horens:
Om die stoelen waren van zand,
roode en witte kiezelsteenen perken gestrooid
met allerlei figuren, meestal koninklijke kronen,
W’s en F’s als mozaik ingelegd.

Constant Huijsmans, AfdIV-23, blad 34, Schets voor versiering. Rechts de letter ‘W’.

Voor de officiers- en de hoofdofflcierstenten,
aan de overzijde van de veldkeukens
met hare glinsterende randen pan blikken eetketeltjes,
vertolkte eigenaardig de omvang
der achter naaldhout verscholen zodenbanken
den hoogeren of lageren rang van de bewoners.
Boven de blauwe kappen der langwerpige tenten
van het hoofdkwartier,
hetwelk door groen en bloemen
tot een schoon park was ingericht,
en voor het paviljoen van den hertog van Saksen-Weimar
wapperde vroolijk en fier de driekleur hoog in de lucht.

Constant Huijsmans, Afd. IV-23, blad 24, Schets voor vlaggestok.

Een vijftig meter breede ruimte,
tot publieken weg bestemd,
scheidde het eigenlijke kamp van de lijn der cantines,
houten loodsen, winkels en opstallen
van allerlei grootte en soort.
De tot societeit en gemeenschappelijke tafel dienende
officiers-cantines waren smaakvol met vlaggedoek
en banieren gedrapeerd
en van een gezellige voorgalerij voorzien.

Constant Huijsmans, Afd. IV-23, blad 11, Ingekleurde schets.

De loodsen voor onderofficieren en minderen
hadden nevens den groenen krans, bont beschilderde borden,
portretten van het koninklijke huis,
chassinetten en dergelijken uitgehangen.
Zelfs poffertjeskramen stalden in het kamp
hare pracht uit van koperen suiker- en meelvaten,
waarbij het knetterende houtvuur
en de gloeiende pan bewezen,
dat een soldatenmaag zich des noods ook
met kindergebak tevreden stelt.
Daarnaast stonden een goocheltent van Bamberg,
kijkkasten en beschilderde zeilen
met allerlei koddige toespelingen
op de Belgische staatslieden
van die dagen en op de pretendenten der kroon.
Bijzonder was het daarbij gemunt op De Potter,
de Celles, Mxc3xa9rode, Beauharnais, den graaf van Nemours,
bovenal op den Regent Surlet de Chokier,
een ‘gentilhomme campagnard;,
die thans te Brussel
tot een belangrijke politieke rol was geroepen.’

Overigens, een chassinet is een houten lijst
met daarin een (verwisselbare) afbeelding.
De afbeelding werd op papier geschilderd,
dat met lijnolie doorzichtig werd gemaakt.
Een of meer kaarsen erachter en de voorstelling kwam tot leven.

Regent Surlet de Chokier was regent van Belgie
en werd het eerste staatshoofd
tot het aantreden van Koning Leopold I van Saksen Coburg-Gotha.

Het laatste stuk tekst schetst, erg optimistisch,
de sfeer in het leger en rond het koningshuis.
Dat is de sfeer, vermoed ik, waarin Constant Huijsmans
zijn schetsen maakt.
De sfeer waarin het belang van tekenonderwijs,
als een militair strategisch instrument werd gewaardeerd.
Heel bepalend voor zijn carriere.

Constant Huijsmans: Diversen



Het lijkt wel een carnavalsoptocht,
maar het is een detail van een van de schetsen van
Constant Huijsmans.
Deze Bredasche kunstenaar/tekenleraar is van groot belang geweest
voor het tekenonderwijs in Nederland.
Ook het feit dat hij een tijd lang
de leraar van Vincent van Gogh is geweest,
mag niet onvermeld blijven.

De Gemeente breda heeft drie schetsboeken van hem in bezit.
Ze bevinden zich in het archief van Breda.
een van de drie boeken richt zich op:
. porttretstudies;
. schetsen voor feestversieringen;
. en nog een aantal losse onderwerpen.
Die laatste groep staan in het filmpje van vandaag centraal.
Veel plezier!



Topfotografen

Bij het maken van de reeks Kunstvaria web logs,
kom je op allerlei sites.
Van kunstenaars, musea, galleries of wat dan ook.
Zo kwam ik vandaag dit filmpje tegen.
Natuurlijk is het ook te zien op YouTube.
Het is origineel een Engelstalige clip.
Maar de foto’s zijn daar niet minder om.



Kunstvaria

Kort, maar krachtig.



Anselm Kiefer, Am anfang (In the beginning), 2008.






Elias Goldensky, Portrait of three women, ca 1915.


Onlangs kwam er een ander voorbeeld van pictorialisme voorbij
in mijn blog. Vandaag dus weer een.
Fotografie als kunst.
Leuk als je naam dan ook nog Goldensky (Gouden lucht) is.

Pictorialisme
Het pictorialisme was de eerste echte stroming uit de geschiedenis
van de fotografie.
Zij beoogde de erkenning van een artistiek statuut,
en de esthetische ontplooiing van het medium.
De bedoeling was de eenvoudige weergave van de realiteit
voorbij te streven door het gebruik
van bepaalde opname- en afdruk technieken
die een persoonlijke `touch` aan het beeld moesten geven,
rekening houdend met de esthetische regels van die tijd.
Een filosofie die eigenlijk niet zxc3xb3 verwijderd is
van hetgeen de aanhangers van digitale beeldverwerking
vandaag nog nastreven..
Gevonden op http://www.photoplaza.nl/joomla/index.ph





George Masa, Untitled, mountain landscape, ca 1920.






Giotto di Bondone, Dormitio Virginis (Marientod), ca 1310.


Zeg maar Werelderfgoed.





Henri Matisse, The reflection, 1935.


De weerspiegeling.





Jan Lievens, The lamentation of Christ, ca 1640.


De bewening van Christus.
Jan Lievens (Leiden, 24 oktober 1607 – Amsterdam, 4 juni 1674)
was een Nederlands kunstschilder en een uitmuntend tekenaar,
die vooral bekend is omdat hij in zijn jonge jaren
zeer nauw met Rembrandt samenwerkte.





Mark Rothko, Reds No.5, 1961.






Nancy Jurs, Undaunted, from the Armor series, 2003.


‘Onverschrokken’.
Onlangs was al een ander werk van haar op mijn web log te zien.





Paul Thek, Chrysler building, 1983.