Kunst, AI en de waarde van twijfel

– over een eerste verkenning voorafgaand aan TURF Breda –

Op verkenning

De uitnodiging voor TURF Breda bereikte mij via KOP,
het Kunstenaars Ontwikkel Platform uit Breda.
Hun introductie is even enthousiast als beknopt:

KOP zit niet stil, dat zitten we eigenlijk nooit.

Dat blijkt ook uit het programma.
Tussen activiteiten op de Dutch Design Week, bijeenkomsten bij Bloos
en plannen voor nieuwe kunstprojecten in december
kondigt KOP een middag aan over AI en het makersperspectief.

Mijn eerste reactie was vooral nieuwsgierigheid.
Niet zozeer naar AI zelf,
maar naar de manier waarop er binnen de culturele sector
over AI wordt gesproken.
De uitnodiging gebruikt woorden als verbinding, verbeelding, regie
en toekomst.
Dat is begrijpelijk voor een wervende tekst,
maar het maakte mij ook benieuwd naar de mensen,
organisaties en ideeën achter het programma.

Daarom besloot ik niet alleen de uitnodiging te lezen,
maar ook de aangekondigde sessies, de deelnemende organisaties
en enkele van hun projecten nader te bekijken.
Wat voor beeld van AI komt daaruit naar voren?
Welke vragen worden gesteld?
En welke aannames lijken daarbij vanzelfsprekend te worden gevonden?

De notities die volgen zijn nog geen verslag van het festival,
maar een eerste verkenning vooraf.

De informatie op de programmapagina van TURF:
AI en het makersperspectief
vormde daarbij het uitgangspunt voor de notities die volgen.

AI en het makersperspectief

Een uitnodiging voor een cultureel evenement heeft een lastige taak.
In enkele alinea’s moet belangstelling worden gewekt
voor een programma.
Grote woorden, een zekere urgentie en een positieve toon
horen daar bijna onvermijdelijk bij.

Toch viel mij op hoe snel de tekst verschuift van het onderwerp
naar de gemeenschap.
De eerste alinea gaat nog over Artificial Intelligence.
De tweede alinea draait vooral om een collectief “wij”:

“de tussenruimte”, “elkaar vinden”, “elkaar verrijken”,
“elkaar oproepen tot actie”, “welke toekomst willen wij vormgeven”
en “hoe pakken wij de regie terug?”

Dat roept voor mij een eenvoudige vraag op: wie zijn dat “wij” eigenlijk?

De tekst spreekt over “makers” en “de culturele sector”,
alsof die vanzelfsprekend één gemeenschap vormen
met gedeelde belangen en zorgen.
Maar is dat zo?
En hoor ik daar zelf eigenlijk bij?

Wat verder opvalt, is dat begrippen als verbinding, verbeelding,
kracht, toekomst en regie allemaal positief geladen woorden zijn.
Ze roepen instemming op, maar laten veel ruimte voor interpretatie.
Wie zou tegen verbinding of verbeelding zijn?

Daardoor ontstaat een merkwaardige spanning.
De bijeenkomst presenteert zich als een plaats voor verkenning
en gesprek, maar de uitnodiging legt weinig nadruk op verschil van inzicht,
twijfel of kritiek.
Woorden als discussie, debat, tegenspraak of meningsverschil
ontbreken vrijwel geheel.

Dat hoeft geen probleem te zijn.
Een uitnodiging is geen wetenschappelijk artikel.
Toch bleef na het lezen bij mij de vraag hangen
waar precies de ruimte ligt voor het fundamentele gesprek.
Gaat het erom samen een positie te ontwikkelen tegenover AI,
of juist om uiteenlopende opvattingen naast elkaar zichtbaar te maken?

Misschien blijkt dat pas tijdens de bijeenkomst zelf.
Maar de uitnodiging lijkt vooral gericht
op het creëren van een gevoel van gezamenlijkheid.
En dat is iets anders dan het organiseren van een debat.

Eerste blik op het programma

Na mijn aanvankelijke scepsis over de uitnodiging
besloot ik naar het programma zelf te kijken.
Dat levert een genuanceerder beeld op.

De uitnodiging zette sterk in op woorden als verbinding, verbeelding,
regie en gezamenlijkheid.
Daardoor kreeg ik de indruk dat de bijeenkomst vooral gericht was
op het vormen van een collectief “wij” rond AI.
In het programma zelf blijken echter ook enkele sprekers te staan
die juist bestaande opvattingen ter discussie lijken te willen stellen.

Met name de keynote van Alan Warburton trok mijn aandacht.
In de toelichting staat dat hij gangbare ideeën
over begrippen als “worldbuilding” en “storytelling” problematiseert.
Dat is interessant.
Veel gesprekken over AI blijven steken in optimisme of pessimisme.
De vraag welke aannames schuilgaan achter populaire begrippen
lijkt mij vruchtbaarder.

Ook de bijdrage van Danielle Arets wekt nieuwsgierigheid,
AI vanuit een andere invalshoek.
Zij vertrekt vanuit het advies Kunstzinnig boven Kunstmatig
van de Raad voor Cultuur.
Daarmee lijkt de aandacht te verschuiven
van de technische mogelijkheden van AI
naar de waarden die de culturele sector belangrijk vindt.
Dat kan interessante vragen oproepen:
over auteurschap, creativiteit, eigenaarschap
en publieke verantwoordelijkheid.

Tegelijkertijd blijft een vraag hangen.
Het programma draait vrijwel volledig om makers, beleidsmakers
en culturele instellingen.
Dat is begrijpelijk gezien de doelgroep,
maar het maakt minder duidelijk
waar de fundamentele tegenspraak zich bevindt.
Wie vertegenwoordigt het afwijkende standpunt?
Wie bevraagt de aannames achter het gesprek zelf?

Misschien is dat ook niet de opzet van de bijeenkomst.
Steeds sterker krijg ik de indruk dat deze middag niet bedoeld is
als debat over AI,
maar als een collectieve verkenning van de positie van makers
tegenover AI.
Dat is iets anders.
Het gaat minder over de vraag wie gelijk heeft
en meer over hoe een culturele gemeenschap
zich wil verhouden tot een technologische ontwikkeling.

Of daarbij voldoende ruimte ontstaat voor twijfel, kritiek
en meningsverschil, zal uiteindelijk niet uit de uitnodiging
of het programma blijken, maar uit de gesprekken zelf.

Voorlopig blijft daarom voor mij niet de vraag hangen
of deze bijeenkomst vóór of tegen AI is.
Interessanter is de vraag hoeveel intellectuele wrijving
men bereid is toe te laten.
Juist daar zal blijken of de middag meer wordt
dan een verzameling gelijkgestemde stemmen.

Eerste indruk verdiepende sessies

Van de aangekondigde verdiepende sessies spreken vooral
AIxDESIGN en MU Hybrid Art House mij aan.

AIxDESIGN

AIxDESIGN roept vragen op die verder gaan
dan de gebruikelijke discussie over de mogelijkheden en gevaren van AI.

Centraal staat de vraag hoe de taalmodellen die wij gebruiken
ons denken beïnvloeden.
Dat lijkt mij een relevante vraag.
Wie regelmatig met een AI-systeem werkt,
merkt al snel dat zo’n systeem niet alleen antwoorden geeft,
maar ook een bepaalde manier van formuleren, argumenteren
en kijken naar problemen suggereert.

Toch roept de beschrijving meteen nieuwe vragen op.
AIxDESIGN wil deelnemers helpen hun eigen waarden
en filosofie te operationaliseren, zodat een AI-systeem
beter aansluit bij hun werkwijze.
Maar wat betekent dat precies?
Hoe voorkom je dat je niet simpelweg een systeem bouwt
dat je bestaande overtuigingen bevestigt?
Leren begint immers vaak juist bij frictie, twijfel en confrontatie
met andere perspectieven.

Bij het bekijken van hun website werd mijn belangstelling groter.
Achter de slogans blijken projecten schuil te gaan
rond archieven, erfgoed, bibliotheken
en de manier waarop kennis wordt georganiseerd.
Dat spreekt mij meer aan dan de zoveelste discussie
over de vraag of AI goed of slecht is.
In een project rond muziek uit de Kashmiri diaspora
stond bijvoorbeeld niet het model zelf centraal,
maar de vraag hoe je culturele betekenis vastlegt in een dataset.
Dat zijn wezenlijke vragen over geheugen, classificatie en representatie.

Tegelijkertijd bleef ik nadenken over de duurzaamheid
van dergelijke projecten.
Veel AI-initiatieven zijn sterk verbonden
met de technologie van het moment.
Over enkele jaren zullen de gebruikte modellen
waarschijnlijk verouderd zijn.
Wat blijft er dan over?
Misschien niet de technologie, maar wel de archieven,
de verzamelde verhalen en de inzichten
over hoe mensen betekenis geven aan cultuur.

Dat lijkt ook zichtbaar in een lopend project van AIxDESIGN
met de Koninklijke Bibliotheek.
Daar verschuift de aandacht van AI als spectaculaire innovatie
naar een oudere vraag:
hoe organiseren samenlevingen hun kennis?
In dat perspectief wordt AI minder een wondermachine
en meer een nieuwe episode in een veel langere geschiedenis
van archieven, catalogi en zoeksystemen.

Mijn eerste indruk is daarom positief kritisch.
Achter termen als “praktische radicalen”
en “een derde plek tussen techno-utopie en techno-dystopie”
schuilt soms de gebruikelijke taal van projectbeschrijvingen.
Maar achter die taal lijken ook concrete experimenten
met gebruikers schuil te gaan, waarin wordt onderzocht
hoe technologie, cultuur en kennis elkaar beïnvloeden.
Voorlopig maakt dat deze sessie voor mij interessanter
dan veel algemene gesprekken over AI.

Tegelijkertijd blijft voor mij de vraag in hoeverre
zulke projecten hun betekenis behouden
wanneer de onderliggende technologie veroudert.
Misschien ligt hun werkelijke waarde uiteindelijk
niet in de gebruikte modellen, maar in de manier
waarop zij ons laten nadenken over kennis, herinnering,
classificatie en cultuur.
Juist die vragen lijken mij duurzamer dan de technologieën
waarmee zij op een bepaald moment worden onderzocht.

MU Hybrid Art House

Bij MU Hybrid Art House liep ik tegen een ander probleem aan.
Waar AIxDESIGN zich relatief gemakkelijk laat plaatsen
als een organisatie die werkt op het snijvlak van ontwerp,
technologie en onderzoek,
bleef voor mij aanvankelijk onduidelijk wat MU precies is.

De website bood daar niet direct helderheid over.
Er wordt gesproken over tentoonstellingen, artistiek onderzoek,
essays, films en maatschappelijke ontwikkelingen,
maar de rol van de organisatie blijft enigszins diffuus.
Produceert MU zelf werk?
Schrijven zij zelf essays?
Maken zij films?
Of bieden zij vooral een platform aan kunstenaars die dat doen?
Ook bleef voor mij aanvankelijk onduidelijk
wie er precies achter de organisatie schuilgaan.

Pas na enig verder zoeken werd duidelijk dat MU
in de eerste plaats een presentatie-instelling voor hedendaagse kunst
in Eindhoven is.
Daarmee ontstaat meer houvast.
Tegelijkertijd roept dat nieuwe vragen op over de verhouding
tussen de instelling, de kunstenaars
en de ideeën die in de projecten worden ontwikkeld.

De introductietekst voor de sessie doet daar nog een schep bovenop:

Het besef dat machines intelligent gedrag kunnen vertonen, heeft ons mensen doen beseffen dat intelligentie zich ook in dieren, schimmels of wortelnetwerken kan manifesteren.

Dat is misschien wel de opvallendste zin uit de gehele beschrijving.
Niet omdat de gedachte op zichzelf vreemd is.
Integendeel.
Dat dieren, schimmels en zelfs wortelnetwerken
gedrag kunnen vertonen dat wij als intelligent zouden kunnen omschrijven,
lijkt mij een legitiem onderwerp van onderzoek.

Mijn scepsis betreft vooral de manier
waarop deze gedachte wordt gekoppeld aan AI.
De tekst suggereert dat de opkomst van kunstmatige intelligentie
ons tot dat inzicht heeft gebracht.
Dat is geen verband dat ik onmiddellijk herken.
Ik vermoed dat veel bezoekers zich daar
evenmin direct in zullen herkennen.
Onderzoek naar dierlijke intelligentie, collectief gedrag,
schimmelnetwerken en ecologische systemen
bestaat immers al veel langer dan de huidige golf van AI-toepassingen.

Juist daarom voelt de formulering enigszins gekunsteld.
Niet omdat de achterliggende gedachte oninteressant zou zijn,
maar omdat de redenering voor mijn gevoel onvoldoende wordt uitgewerkt.
De zin klinkt diepzinnig, maar overtuigt niet direct.

Toch maakt juist dat mijn nieuwsgierigheid naar de sessie groter.
Anders dan AIxDESIGN lijkt MU minder geïnteresseerd
in de praktische toepassingen van AI
en meer in de vraag wat intelligentie eigenlijk is.
Daarmee verschuift het gesprek van technologie naar filosofie,
biologie en de manier waarop mensen hun plaats
in een groter geheel begrijpen.

Of dat leidt tot nieuwe inzichten of vooral tot nieuwe metaforen,
zal waarschijnlijk pas tijdens de sessie zelf blijken.
Voorlopig blijft vooral de vraag hangen wat MU precies bedoelt
met die “andere intelligenties”
en hoe zij die gedachte artistiek en inhoudelijk handen en voeten geeft.

Ticket of niet?

Hoe meer ik mij in het programma verdiepte,
hoe minder mijn belangstelling nog uitsluitend over AI ging.
Interessanter werd de vraag hoe kunstenaars, ontwerpers,
instellingen en onderzoekers proberen betekenis te geven
aan een technologie die volop in ontwikkeling is.
Daar zitten aannames tussen die ik niet altijd deel,
maar ook vragen die de moeite waard lijken om verder te onderzoeken.

Inmiddels heb ik een kaartje gekocht.
Niet uit overtuiging, maar uit nieuwsgierigheid.
De uitnodiging heeft in elk geval bereikt
wat een goede uitnodiging moet doen:
mij ertoe verleiden zelf te gaan kijken.

Wordt vervolgd

Inmiddels heb ik ontdekt dat een van de sprekers, Danielle Arets,
lid was van de adviescommissie achter
Kunstzinnig boven Kunstmatig.
Naar een waardengedreven toepassing van AI
in de culturele en creatieve sector.
Dat rapport van de Raad voor Cultuur
lijkt een belangrijke intellectuele achtergrond
van deze bijeenkomst te vormen.

Het ligt daarom voor de hand om daar de komende tijd eens in te duiken.
Misschien leveren de sessies straks antwoorden op.
Maar misschien is het minstens zo interessant
om eerst te onderzoeken welke vragen,
waarden en aannames al in het rapport besloten liggen.


Leer op maat gesneden

IMG_2893VanDenVosReynaerdeLeerOpMaatMaken

Zo te zien is er vandaag niet veel gebeurd. Maar het leer aan de kop en staart zijn op maat gemaakt zodat ik aan het kapitaalband kan beginnen. Daarnaast ben ik nog aan het meten gegaan voor een volgend project en ben ik op zoek gegaan naar een pianoscharnier van 25 mm. Dat valt niet mee, de meeste winkels schrijven wel over scharnieren van 25 mm maar verkopen vervolgens alleen 35 mm.


Omslagband met lias

In mijn laatste reguliere post over deze band heb ik zowel
de activiteiten aan de katernen als die aan de
perkamenten band besproken.
Maar daarna heb ik nog een middag aan het boekmodel kunnen werken.
Daarbij heb ik vooral gewerkt aan de omslag van de band.
In het boek van Peter Goddijn wordt daar een werkwijze
besproken van De Haas.
Ik heb besloten het anders te voen omdat ik niet beschik
over twee boekpersen en omdat ik nog weinig ervaring met
perkament heb en dat nu direct kan opdoen.

IMG_0705OmslagbandMetLiasInslagBijDeRug

Ik heb er voor gekozen de omslag aan de rug als een apart strookje perkament te behandelen. Daarnaast heb ik twee klemmen gebruikt die niet speciaal voor boekbinden in de winkel te koop zijn. En de hulp van die twee klemmen was geen overbodige luxe. Je ziet dat het cacheren de volgende keer beter moet. Niet op het gele oppervlak maar hier en daar zitten golfjes in het papier. Uiteindelijk zie je daar waarschijnlijk niet veel van. Als laatste handeling gaat straks de buitenste pagina van de katernen (pagina 1 en allerlaatst van het boek) als schutblad tegen de band gelijmd worden.


IMG_0706OmslagbandMetLiasKleineRandenOmvouwenIsLastigBijPerkament

Ook de stalen driehoeken komen goed van pas.


IMG_0707OmslagbandMetLiasMetIngeslagenRanden

De kop en de staart (boven- en onderkant van de band) zijn al gereed. Alleen de voorzijde (de kant waar je het boek opent) moet ik nog doen.


IMG_0708OmslagbandMetLiasGereedVoorHetRijgen

De omslagband is gereed om met het rijgen van de katernen te beginnen. Overigens staat bij het volgende boekmodel van Peter Goddijn goed beschreven hoe je er voor kunt zorgen dat de gaten die je gebruikt bij het inbinden (rijgen) op de juiste, mooie plaats gaan komen. Dat ga ik vandaag nog uitproberen.


IMG_0709OmslagbandMetLiasGereedVoorHetRijgen

Zo ziet de band er dan uit van buiten. Je ziet dat het omvouwen en rillen behoorlijk wat spanning op het perkament zet. De band gaat nu nog voor bijna twee dagen onder bezwaar. Omdat ik de band mooi recht wil hebben maar ook omdat ik bijna twee dagen niet aan het boekmodel kan werken.


IMG_0710OmslagbandMetLiasZoGaatDeBandOnderBezwaar

Dit gaat zo onder bezwaar.

Meer nog niet gepubliceerde foto’s heb ik niet op Flickr staan.
Dus ik hoop dat deze hosting site snel weer volledig functioneel online zal zijn.

Hendrik de Haas is een boekbinder die als eerste in Nederland
een instructieboek over boekbinden heeft gemaakt.

Doe het zelf-pakket voor boeken

Pas geleden ontdekte ik Maak je eigen boek.nl.
Deze activiteit van de Grafische Cultuurstichting (verbonden aan
Bijzondere Collecties van de UvA) verkoopt onder andere kant-en-klare
bouwpakketten voor boeken via de website.
Er zijn een paar varianten.
Ik bestelde de variant voor thuis (er zijn ook versies voor scholen).

Geweldig idee en geweldig uitgevoerd!

WP_20180504_11_21_38_ProDoos

Het materiaal en gereedschap kwam in een mooie, stevige doos. Volledig compleet om je eigen boeken te maken. Vijf stuks.


WP_20180504_11_21_38_ProBoektermen

Op de verpakking gelijk een tekening waarop een aantal boektermen verklaard worden: kop, staart, kneep, boekband, rug, voorplat, achterplat, snede en boekblok.


WP_20180504_11_27_06_ProbijzonderOpvulmateriaal

Om de doos helemaal te vullen zodat er geen beschadigingen optreden tijdens het vervoer is er een bijzonder opvulmiddel gebruikt. Ik heb het berichtje met toelichting en het materiaal maar even op de foto gezet mochten mensen denken dat ik zomaar plastic weggooi.


WP_20180504_11_27_49_ProOpHetEersteGezichtHelderInstructieboekje

Op het eerste gezicht zit er een helder instructieboekje bij het gereedschap en de materialen.


WP_20180504_11_28_33_ProGaasGarenGereedschapKapitaalbandLijm

Compleet met lijmkwast, boekbinderslijm, gaas, kapitaalband, naald, garen en een vouwbeen.


WP_20180504_11_30_19_ProVijfBandenAlHelemaalInElkaarGezet

De boekbanden zijn al in elkaar gezet. Dat had ik niet gedaan. Het is natuurlijk wel makkelijk en een of twee om er zeker van te zijn dat mensen een goed resultaat behalen zou ik misschien ook gedaan hebben. Maar het maken van de band is een belangrijk onderdeel van het maken van een boek. Maar goed waarschijnlijk zitten er nog wat decoratietips bij.


WP_20180504_11_31_28_ProVoldoendePapierEnSchutbladen

Drie soorten papier: langlopend, breedlopend en schutbladen. Allemaal duidelijk aangegeven. De katernen voor het boekblok ga je dus wel zelf maken. De komende weken zal ik op zijn minst een exemplaar inbinden volgens de instructies.


Een heel compleet pakket dus.
In ben benieuwd hoe het maken van de boeken zal verlopen.
Zo op het eerste oog gaat dat wel lukken!

En de boekbinder hij spatte door II

Gisteren had ik het gevoel dat ik het wel aandurfde om
de boeksnede van Kaas van Willem Elsschot te spatten.
Het boek krijgt een gele band en de snede wordt geel gespat met
een wit leeslint en witte kapitaalbandjes.
Dan begin je dus met het boek goed af te plakken en af te dekken
zodat niet alles geel wordt.

WP_20180428_10_02_26_ProBoekGoedIngepakt


WP_20180428_10_03_00_ProBoekInDeKlemmen

Zoals de vorige keer bij het oefenen is het een hele stellage.


WP_20180428_10_14_11_ProKorteKantGeelGespat

De kop gespat. Je ziet dat ik de hoeken van het boek ook afgeplakt heb. Om er voor te zorgen dat elleen de snede geel wordt en niet de rug of het schutblad.


WP_20180428_10_18_13_ProKorteKantGeel

Zo zie je het verschil tussen onbespat en bespat heel goed.


WP_20180428_11_00_51_Pro

Dan de laatste lange kant. De ecoline droogt snel en de pagina’s plakken niet aan elkaar.


WP_20180428_11_03_27_ProGespat

Helemaal gespat.


Dan is het nu tijd voor het leeslint.
Ik heb daarvoor het midden van het boek gezocht: 6 katernen.

WP_20180428_11_13_53_ProGespatMetLeeslint

Het uiteinde van het leeslint heb ik een beetje ingelijmd en daarna schuin afgesneden. Hiermee hoop ik het rafelen van het leeslint tegen te gaan.


WP_20180428_11_14_38_ProGespatMetLeeslint

Dit is de kop. Nu kan het kapitaalband er op gelijmd worden.


WP_20180428_11_23_14_ProSpatwerkKapitaalbangLeelint

Kopse kant met kapitaalband.


De Vlucht, deel 2

Van kopje suiker naar monument voor de vluchteling.
Natuurlijk ben ik bij de ‘onthulling’ ook gaan kijken.

 photo DSC_6631.jpg

 photo DSC_6632.jpg

Kort voor 19:00 uur is het clubje toeschouwers nog klein.


 photo DSC_6633.jpg

 photo DSC_6644.jpg

De assistent (?) / fotograaf op de foto.


 photo DSC_6645.jpg

 photo DSC_6648.jpg

Al snel wordt het een stuk drukker.


 photo DSC_6649.jpg

 photo DSC_6650.jpg

 photo DSC_6651.jpg

De bedenker/uitvoerder: Wouter Osterholt.


 photo DSC_6652.jpg

 photo DSC_6653.jpg

 photo DSC_6655.jpg

Snel nog even passen of de dragers goed zijn.


 photo DSC_6660.jpg

De processie kan beginnen.


 photo DSC_6661.jpg

 photo DSC_6662.jpg

 photo DSC_6663.jpg

 photo DSC_6665.jpg

 photo DSC_6666.jpg

Het park uit en naar De Koepel om daar het beeld tijdelijk te plaatsen.


Josua Wechsler en Floris Visser

 photo DSC_3502JosuaWechsler.jpg

Josua Wechsler.


Er is een tentoonstelling georganiseerd door KOP in Gebouw-F,
het huis van de beeldcultuur in de Reigerstraat in Breda.
De tentoonstelling gaat over zelfportretten en selfies.
Daarnaast worden kunstenaars uitgenodigd een tijd te werken
in Gebouw-F.
Volgens mij is Josua Wechsler een van die kunstenaars.

Floris Visser is initiatief nemer van een wekelijks radioprogramma
van 2 minuten dat via de voicemail van een bepaald telefoonnummer
te beluisteren is.
Wat het programma en de steen met de ‘diskjockeys’ van doen heeft
met Floris Visser en de tentoonstelling in Gebouw-F weet ik niet.

 photo DSC_3503RadioVoicemailIsEenInitiatiefVanFlorisVisser.jpg


Het telefoonnummer is 06-1973 6-0 48.
Het is interessant de namen op dit paneel eens op te zoeken op het web!

KOP: Dream on!

In onze vorige expositie, IT AIN’T OVER YET,
lieten we zien hoe er door verschillende kunstenaars
wordt gekeken naar de voorspellingen
rondom het einde van de wereld.
Maar gelukkig,
we hebben de gevreesde datum 21-12-2012 overleefd; it ain’t over!

En dus wordt het tijd om ons te richten
op de dag van morgen.
Een dag vol oplossingen, nieuwe ontdekkingen,
luchtigheid en vrolijkheid.

We mogen weer dromen, dromen van morgen.
We moeten dromen!

 photo DSC_0449D.jpg

De tekst hierboven staat wel in de wij-vorm,
maar voor alle duidelijkheid,
ik maak geen onderdeel van KOP of van de groep kunstenaars
die samen de tentoonstelling in het Huis voor de beeldcultuur
in Breda hebben georganiseerd.
De tekst is het eerste deel van hun folder over de tentoonstelling.

 photo DSC_0462D.jpg

De kunstenaars zijn:
Aart Jan Venema
Tom L’Istelle
Stefan Gross
My Anh Hang

 photo DSC_0450D.jpg

Ik heb er gisteren een paar foto’s gemaakt.
Ik vond de roze scultptuur voor het raam
erg mooi maar het lukt niet daar een foto van te maken.


 photo DSC_0452D.jpg

In dit werk staat de Bredase Sint Annastraat centraal.

Er hoort dit volgende schrijven bij (deel):

 photo DSC_0453D.jpg


 photo DSC_0454D.jpg

Dit werk combineert een belangstelling voor fauna
met de straat/wijk-namen van Breda.

 photo DSC_0455D1.jpg

Wie de details goed bekijkt snapt waarom dit me zo aansprak.

 photo DSC_0455D2.jpg

 photo DSC_0456WingsOverBreda.jpg

De makers zijn: Simon Kentgens, Sally Pearce, Rodney Seijkens en Elise Hilenaar.

 photo DSC_0457.jpg


Belcrum Mercado – KOP: It's a wrap

Het is dit weekend Museumweekend.
In dat kader waren er in Breda veel activiteiten.
Twee heb ik er bezocht: Belcrum Mercado en de tentoonstelling
It’s A Wrap in KOP.

De Belcrum Mercade heb ik eerst bezocht.
Daar heb ik maar 1 foto gemaakt.
Het was er druk.
Erg leuke markkramen met leuke producten.

In KOP was de ruimte volledig ingericht naar de titel
van de tentoonstelling:
‘It’s A Wrap’.
Het werkwoord ‘to wrap’ staat voor inpakken.
De uitdrukking ‘It’s A Wrap’ staat voor
‘we zijn gereed’, ‘afsluiten de boel’

Kinderen wisten er wel raad mee.

De wedstrijd ‘It’s A Wrap’ had als doel
ontwerpers te motiveren producten te ontwerpen die zich richten op het slim gebruik
van de verpakking.
Als voorbeeld werd gegeven ‘Not a box’.
Een lamp waarbij de doos gebruikt moet worden als lampekap.

David Graas, Not a box.

De instructie op de achterzijde.

Deze kaasjes waren wel leuk.
Natuurlijk een nationaal Nederlands symbool.
De buitenkant van de kazen zijn heel mooi maar
vervolgens gaan ze in een plactic verpakking.

Suzanne Jongmans maakte foto’s, naar voorbeelden van oude meesters,
waarbij de modellen geen kant dragen maar elegant gedrapeerd en
geknipt verpakkingsmateriaal.
Erg mooi.

Deze schoenen zijn van I Have POP (Jurjen Semeijn).
De schoenen zijn gemaakt uit de dozen waarin meestal
dergelijke schoenen geleverd worden.

Foukje Fleur laat zich inspireren door plastig verpakkingen, flessen.
Maar let op deze mooie flessen zijn van keramiek.

De volgende serie kaarten zijn gemaakt van verpakkingen:

Simon Kentgens, Classic Fondue.

Simon Kentgens, Der General Bergfruhling.

Simon Kentgens, Pickwick Swiss Mountain.

Simon Kentgens, Ariel Mountain Spring.

Kortom mijn middag was: