Fantoom in Foe-lai

Vanochtend heb ik eerst deze detective van Robert van Gulik uitgelezen.
Zonder iets van het plot te verklappen kan ik zeggen
dat het verhaal tot en met de laatste pagina
blijft verrassen.

IMG_9353RobertVanGulikRechterTieFantoomInFoe-la

In een vertaling van Janwillem van de Wetering. Zoals steeds, met tekeningen van Robert van Gulik zelf.


Een detective die veel groter is dan hij lijkt

– over de vertaling van Dee Goong An, 18e eeuwse verhalen uit China –

In 1947 werkte Robert van Gulik
als Nederlands diplomaat in Washington.
In zijn vrije uren vertaalde hij een Chinese detectiveroman
uit de 18e eeuw: Dee Goong An
(ook geschreven als Tie goong an, De zaken van Rechter Tie).

IMG_9335RobertVanGulikJanwillemVanDeWeteringDeVergiftigdeBruidDeeGoongAn

Robert van Gulik, De vergiftigde bruid. Door Van Gulik bewerkt en uit het Chinees vertaald in het Engels en vervolgens door Janwillem van de Wetering in het Nederlands. De vertaling van Van Gulik is uit 1947 en de vertaling van Van de Wetering uit 1982.

Van Gulik was toen hij pas 23 jaar oud was
cum laude afgestudeerd als sinoloog in Leiden,
had in Japan en China gewoond
en beheerste een indrukwekkend aantal talen
— waaronder het Chinees.
Zijn vertaling is niet alleen een literaire prestatie,
maar ook een inkijkje in zijn fascinatie
voor Chinese rechtspraak, cultuur en verteltradities.

Ik vond het boek om twee redenen bijzonder om te lezen:

  • de drie verhalen zijn sterk opgebouwd en verrassend complex
  • de inleiding en het naschrift van Van Gulik zijn bijna
    even boeiend als de verhalen zelf

In De vergiftigde bruid lost Rechter Tie
— tegelijk districtshoofd, rechter, openbaar aanklager,
rechercheur én belastinginner —
drie zaken op:

  • Dubbele moord bij dageraad
  • Het merkwaardige lijk
  • en De vergiftigde bruid.

Alle drie vragen ze om scherp denkwerk
en een bijna bovenmenselijke combinatie
van logica, intuïtie en kennis van menselijke zwakheden.

Van Gulik legt in zijn inleiding uit hoe
Chinese detectiveromans verschillen van westerse:

  1. De dader wordt vaak al in het eerste hoofdstuk onthuld (al niet in dit boek).
  2. Het bovennatuurlijke speelt een rol.
  3. De verhalen gaan tot in de kleinste details.
  4. Er komen veel personages voorbij.
  5. Chinese lezers hechten waarde aan de volledige afwikkeling, inclusief de bestraffing — niet alleen aan de ontmaskering.

Van Gulik weet die Chinese sfeer en verteltraditie
overtuigend te bewaren,
terwijl zijn verhalen voor westerse lezers soepel leesbaar blijven.
De Nederlandse vertaling is van Janwillem van de Wetering,
die de toon van Van Gulik mooi weet te behouden.

Een detective die groter is dan hij lijkt:
Rechter Tie is niet alleen een speurder,
maar een venster op een wereld die
tegelijk vreemd en vertrouwd aanvoelt.
Dat maakt dit boek nog steeds verrassend fris.

Op de vingers van een hand

Afgelopen week las ik ‘Vier vingers’, het boekenweekgeschenk van 1964.
Het werd geschreven door Robert van Gulik.
Een Rechter Tie verhaal waarin twee zaken worden opgelost
door deze meester-detective uit het China van de Tang Dynasty.
Genieten!

IMG_9308RobertVanGulikVierVingersBoekenweekgeschenk1964

Robert van Gulik, Vier vingers.


Waarin Rechter Tie ons leert dat we zelfstandig moeten kunnen denken.
Dat we snel zaken aannemen omdat ze logisch lijken maar
dat we altijd moeten blijven onderzoeken wat de feiten zijn.
Om pas dan een definitief oordeel te vellen.


Een Leven aan de Rand van de Wereld

– over Janwillem van de Wetering en het ideaal van Rechter Tie –

IMG_9303JanwillemVanDeWeteringRobertVanGulikZijnLevenZijnWerk

Uitgeverij Loeb, Janwillem van de Wetering, Robert van Gulik, zijn leven, zijn werk, 1989.


Janwillem van de Wetering wil eigenlijk ook een Rechter Tie zijn
zoals Robert van Gulik daar naar streefde:
slim, rustig, met tijd voor zijn vier vrouwen, tijd voor studie,
kennis van het alledaagse leven zonder er zelf deel van uit te maken,
kennis van het Taoïsme, kennis van het Boeddhisme.
kennis van de lokale cultuur en literatuur.

Ik snap dat wel en ik zie het in het boek:
Robert van Gulik, zijn leven, zijn werk.

Mooi vond ik bijvoorbeeld de haiku (vrij naar Yu Xuanji, 9e eeuw):

Van jou gescheiden,
wat kan ik je nog bieden?
Alleen dit gedicht,
bevlekt met heldere tranen.


Blake en Mortimer, tussen Avalon en de woonboulevard

Gisteren wilde ik een nieuw blogbericht schrijven toen mijn toetsenbord
van mijn Surface laptop ermee ophield.
Ik heb een paar keer geprobeerd om het toetsenbord opnieuw aan
de laptop te koppelen, maar niets hielp.
Ook het schoonmaken van de contacten hielp niet.
Dus heb ik gisteren meteen een nieuw toetsenbord besteld..
Het vorige bericht heb ik nog gemaakt met het softwarematige toetsenbord
van de Surface.
Technisch werkt dat prima, maar het kost me wel veel snelheid.

Daarom ben ik vanochtend naar de woonboulevard gewandeld.
Daar zit de winkel waar ik het toetsenbord kon ophalen.
Dat was de snelste optie.

Het gaf me meteen de kans nog wat foto’s te maken
van plaatsen waar ik al even niet meer was geweest.

IMG_9261BredaAhornstraat

Breda, Ahornstraat. Deze mensen hebben wel erg hoge verwachtingen van het WK in Mexico.


IMG_9262Argusvlinder

Breda, Argusvlinder. Mochten er nog mensen zijn die zich afvragen waar de naam ‘De avonturen van de Argusvlinder’ vandaan komt...


Op het moment dat het toetsenbord stuk ging, was ik bezig met een artikel en
had ik de foto’s al gereed staan voor het volgende bericht.
Die draad ga ik dan nu meteen weer oppakken.

Op dit moment heb ik drie boeken van Blake en Mortimer onderhanden.
Het boek dat ik als eerste helemaal gelezen heb, is ‘Getekend Olrik’.

IMG_9255JamesHuthSonjaShillitoLaurentDurieuxDeAvonturenVanBlakeEnMortimerDeDubbeleExpoEdgarPJacobs

James Huth, Sonja Shillito, Laurent Durieux, De avonturen van Blake en Mortimer, De Dubbele Expo, naar de personages van Edgar P. Jacobs.


De andere twee titels zijn: ‘De Dubbele Expo’ en ‘De Atlantische Dreiging’
(erg actueel met Trump in de VS).
Maar di liggen nog op to-do stapels.

IMG_9256YvesSentePeterVanDongenDeAvonturenVanBlakeEnMortimerDeAtlantischeDreigingEdgarPJacobs

Yves Sente, Peter van Dongen, De avonturen van Blake en Mortimer, De Atlantische Dreiging. Naar de personages van Edgar P. Jacobs.


Van De Dubbele Expo kan ik alvast wel zeggen dat de tekeningen erg mooi zijn.
En van ‘De Atlantische Dreiging’ dat de tekenaar
de Nederlander Peter van Dongen is.

‘Getekend Olrik’ is een verhaal dat de kneuterige Britse sfeer ademt
die we uit meer albums kennen:
vaste telefoons zijn naast treinverbindingen en ouderwetse
televisietoestellen, wel het meest moderne dat we zien.
De cover, de tekening op de omslag, is saai.
Eerdere omslagen bevatten altijd een beeld met actie,
dat is nu niet het geval.

IMG_9232YvesSenteAndréJuillardDeAvonturenVanBlakeEnMortimerGetekendOlrikEdgarPJacobs

Yves Sente, André Juillard, De avonturen van Blake en Mortimer, Getekend Olrik, naar personages van Edgar P. Jacobs.


De ontknoping loopt natuurlijk voor alle helden goed af.
Hoe Olrik dat voor elkaar krijgt, daar besteedt het verhaal geen aandacht aan.
In die verhaallijn zit een hiaat die het verhaal niet sterk maakt.

Ook in de verhaallijn van Mortimer zit een zwakker punt.
Het verhaal draait onder andere om een steen, een meteoriet.
Die steen is in twee delen uiteengevallen en aan de binnenkant
staat een tekst die je pas compleet kunt lezen
als je beide delen van de steen hebt.

IMG_9226YvesSenteAndréJuillardDeAvonturenVanBlakeEnMortimerGetekendOlrikEdgarPJacobs

Pagina 42.

In deze tekening staat dan vervolgens:

De exacte locatie van Avalon zou beschreven staan op de breukvlakken van een steen waaruit Arthur, en hij alleen, Excalibur zou hebben getrokken. Het is die steen die Saint Ives op deze tekening in zijn armen houdt.

Het woord ‘deze’ is verwarrend.
Deze tekening is namelijk niet de tekening waarin de tekst staat.
In die tekening ligt de steen open op de grond.
Een pagina eerder zien we in een van de tekeningen, een tekening in een boek..
Op die tekening in dat boek staat Saint Ives met in iedere hand
een bootvormige steen.
Is het een fout? Nee, maar het is wel onnodig ingewikkeld.

IMG_9257YvesSenteAndréJuillardDeAvonturenVanBlakeEnMortimerGetekendOlrikEdgarPJacobs

Pagina 41.


Stripverhalen zijn voor uitgeverijen een goede boterham.
Daarbij is het vooral belangrijk nieuwe titels te kunnen uitbrengen.
De vertalingen spelen daarin een grote rol.
Series als Blake en Mortimer worden daar volledig voor benut
met verschillende schrijvers, tekenaars en vertalers.
In die internationale activiteiten loopt er wel eens iets niet helemaal 100%.
Dan worden er bochten afgesneden, saaie covers gemaakt en
loopt de tekst niet altijd even lekker.

‘Getekend Olrik’ lijkt me in de reeks een middenmoter.


Ik vertrek opgewekt, maar de eindstreep is van Hendrik Groen

Dat was precies het gevoel waarmee ik Piaggio dichtsloeg
– het Boekenweekgeschenk van 2026.
Nu ik het uit heb probeer ik nog even op een rijtje te zetten wat ik gelezen heb.

IMG_9228HendrikGroenPiaggio

Mensen zeggen: ‘De wereld wordt steeds kleiner.’
De aarde is natuurlijk niet kleiner geworden maar de technologie
helpt ons om goedkoop en veilig, snel naar andere landen en culturen te gaan.
Daar doen we allemaal aan mee.
Ging ik als kind achter op de brommer
naar een camping 10 kilometer van Breda,
nu ga ik regelmatig op vakantie naar verre oorden.
Je kunt er over lezen op mijn blog.

Dat heeft als gevolg dat veel Nederlanders zonder kennis van de taal
en soms nauwelijks voorbereid, op pad gaan.
Daar is een televisieprogramma over gemaakt: ‘Ik vertrek’.
Zonder de Franse taal machtig te zijn, zonder bekend te zijn met de cultuur,
een Frans restaurant willen beginnen in Zuid-Frankrijk.
Een bouwval kopen zonder zelf over kluskennis of vaardigheden te beschikken
en met een bedrag op de bank waarvoor je niet eens
een huis in Nederland kunt kopen.

Zoiets doen de twee hoofdpersonen in Piaggio ook.
Een droom van vroeger realiseren.
De hoofdpersonen kennen elkaar eigenlijk niet en
voldoen aan alle kenmerken van ‘Ik vertrek’-deelnemers.

Het levert een beeld op van de knusse, soms pijnlijke,
Nederlandse samenleving:
mensen alleen, scheidingen, vastgelopen in vroeger.
Eenzaam en al tevreden met een glas rosé of een compliment.

Met een eenvoudig begin en een eenvoudig eind,
gebeurt ertussen niet veel bijzonders in Piaggio.
Het werd mij al snel te saai.
Het is een verhaal dat me doet denken aan streekromans:
kneuterig, gemaakt, oppervlakkig.
Piaggio is een soort Help de dokter verzuipt!
Hendrik Groen/Peter de Smet is een soort Toon Kortooms.

Er is voor dit boek goed marktonderzoek gedaan naar
wat veel Nederlanders willen zien en lezen.
Maar natuurlijk is het beeld in Piaggio Nederland niet,
dit is het zelfmedelijden van veel Nederlanders
waar extreem rechts zo goed op gaat.

Dat een uitgever zijn goed verkopende schrijver
graag het boekenweekgeschenk laat schrijven, snap ik.
Het CPNB zal ook blij zijn met de aandacht.
Maar wat blijft er over voor de lezer?
Want literatuur is dit niet.


Winnetou deel II: nieuwe vertaling, vertrouwd leesplezier

Zie het als een ‘guilty pleasure’ of als jeugdsentiment:
de afgelopen paar weken las ik met veel plezier
deel twee van de Winnetou-trilogie.

IMG_9222KarlMayWinnetou

Uitgerij IJzer, Karl May, Winnetou, deel II.


Een paar jaar geleden verscheen deel één in een nieuwe Nederlandse vertaling
en dit jaar is deel twee aan de beurt.
Jet Quadekker’s vertaling leest uitstekend en is gebaseerd op
de historisch-kritische Duitse uitgave uit 2014 (Karl May Verlag).
De oorspronkelijke editie dateert uit 1893.
In Nederland verschijnt dit ruim 400 pagina’s tellende boek bij Uitgeverij IJzer.
Hopelijk is die al druk bezig met deel drie en kijken ze al uit
naar het vertalen van de avonturen van Kara Ben Nemsi.

Als kind las ik al pocketuitgaven over Winnetou en Old Shatterhand.
In mijn herinnering had ik een hele reeks, maar toen deel één verscheen
ben ik mijn boekenkast nog eens langsgegaan
— het bleken er verrassend weinig.

Karl May was ooit bijzonder populair in Nederland.
Dat blijkt ook uit de collectie Nederlandstalige uitgaven
in de Koninklijke Bibliotheek:
zij beheren een verzameling Karl May van meer dan 600 boeken.

De Oosterbaancollectie omvat 648 Nederlandse Karl May-boeken uit de periode 1886-2006. Deze komen uit de nalatenschap van de heer Oosterbaan. Het is de meest complete verzameling Nederlandstalige Karl May-uitgaven die ooit bijeen is gebracht.

 

De Duitse schrijver Karl May (1842-1912) is vooral bekend van verhalen over Old Shatterhand en Winnetou in het ‘wilde westen’. En van zijn verhalen over Kara Ben Nemsi en Hadji Halef Omar in het Midden-Oosten. De 1e Nederlandse vertaling verscheen in 1882. Het werk van Karl May wordt nu nog steeds herdrukt, 140 jaar later.
In juli 2008 ontving de KB een zeer omvangrijke collectie Nederlandstalige uitgaven van Karl May. Dit was een legaat (erfenis) van verzamelaar Joan C. Oosterbaan, die op 21 juni 2008 overleed. De heer Oosterbaan las in zijn jeugd De schat in het Zilvermeer van Karl May. Het boek maakte een onuitwisbare indruk op hem. Vanaf die tijd verzamelde hij alles van Karl May en bouwde hij een indrukwekkende verzameling op. Ook ging Oosterbaan op zoek naar aanvullende informatie over de verschillende series en uitgeversreeksen. Daarnaast zocht hij naar de oorspronkelijke Duitse teksten. Hij legde zijn bevindingen vast in een aantal naslagwerken. En hij zocht contact met andere belangstellenden en verzamelaars. Dit legde de basis voor de in 2006 opgerichte Karl May Vereniging.

Voor mij blijven het vooral spannende avonturen.
Winnetou en Old Shatterhand zijn ‘weldenkende’ helden:
slim, moreel, en uiteindelijk lukt hun plan altijd.
Ze staan voor het Goede, en de verhalen zijn niet ingewikkeld.

Er valt ongetwijfeld veel te zeggen over Karl Mays bronnen
en over hoe hij verschillende volken neerzet,
maar voor mij is het vooral aangenaam lezen.

Toen ik in 2021 over deel één schreef, wist ik niet
dat ik vijf jaar zou moeten wachten op deel twee.
Waarschijnlijk begint dat ritme nu opnieuw
— dus zie ik deel drie ergens rond 2029 verschijnen.
Intussen is deel twee al uitgelezen en zoek ik iets anders.


Een handvol manieren om een boek te zijn

IMG_9172RingelGoslingaAlukToDoloTheEriskayConnectionIMG_9173RingelGoslingaAlukToDoloTheEriskayConnectionIMG_9174RingelGoslingaAlukToDoloTheEriskayConnection

Dit is het boek dat ik gisteren kocht. Het zit nog in het cellofaan maar ik heb het al even kunnen inkijken en de omslag is prachtig. Fotograaf en onderzoeker Ringel Goslinga, Aluk to Dolo, The Eriskay Connection.


Ik liep eerder al eens binnen bij de Garage om de tentoonstelling
van de best verzorgde boeken van 2024 te zien,
maar toen was ik te vroeg:
de opening zou pas later die middag plaatsvinden.
Gisteren, op de allerlaatste dag, ben ik nog eens terug gegaan.

IMG_9175TentoonstellingscatalogusStedelijkMuseumAmsterdamCirculate-PhotographyBeyondFramesKunststofOmslagIMG_9176TentoonstellingscatalogusStedelijkMuseumAmsterdamCirculate-PhotographyBeyondFramesIMG_9177TentoonstellingscatalogusStedelijkMuseumAmsterdamCirculate-PhotographyBeyondFrames Compleet

Je kunt best van een trend spreken: doorzichtige materialen als stofomslag van een boek. Tentoonstellingscatalogus van het Stedelijk Museum Amsterdam, Circulate – Photography beyond frames.


Er lagen weer prachtige boeken. Andere hingen tegen de muur.
Bedrukte boeksnedes, uitvouwbare boekomslagen,
cahiersteek, boeken zonder rug – zoveel manieren
waarop een boek zich kan tonen.

IMG_9178MuseumPrinsenhofDelftEstherVanDerHoornEnEstherMuñozGrootveldPioniersInKeramiekPioneeringCeramicsWaandersUitgeversIMG_9179MuseumPrinsenhofDelftEstherVanDerHoornEnEstherMuñozGrootveldPioniersInKeramiekPioneeringCeramicsWaandersUitgeversIMG_9180MuseumPrinsenhofDelftEstherVanDerHoornEnEstherMuñozGrootveldPioniersInKeramiekPioneeringCeramicsWaandersUitgevers

Hier is de stofomslag niet doorzichtig maar maakt nieuwe keramische vormen bij het vouwen. Museum Prinsenhof, Delft, Esther van der Hoorn & Esther Muñoz Grootveld, Pioniers in keramiek / Pioneering ceramics, Waanders Uitgevers.


Het voelde als een klein avontuur.
Ik maakte een paar foto’s
en ging met een nieuw boek naar huis.

IMG_9181MoritzNeumüllerTalkingAboutPhotobooksIMG_9182MoritzNeumüllerTalkingAboutPhotobooks

Mooi, strak, zakelijk uiterlijk. Moritz Neumüller, Talking about photobooks.


IMG_9183MdWArtMdWAtlasPublicMediaInstituteChicagoWilcoArtBooksOpenRugIMG_9184MdWArtMdWAtlasPublicMediaInstituteChicagoWilcoArtBooksOpenRug

Zonder rug maar door het drukwerk op de katernen en de binding ontstaat een interessant zwart/wit patroon. MdW Art, MdW Atlas, Public Media Institute, Chicago. Drukwerk door Wilco Art Books.


IMG_9185JeKuntVertellenWatJeWiltIedereenZietTochIetsAndersWatHetIs(enWaaromHetBijzonderIs)MarjoleinDeGroenPeterJordaanWilcoArtBooksIMG_9186JeKuntVertellenWatJeWiltIedereenZietTochIetsAndersWatHetIs(enWaaromHetBijzonderIs)MarjoleinDeGroenPeterJordaanWilcoArtBooksIMG_9188JeKuntVertellenWatJeWiltIedereenZietTochIetsAndersWatHetIs(enWaaromHetBijzonderIs)MarjoleinDeGroenPeterJordaanWilcoArtBooksIMG_9190JeKuntVertellenWatJeWiltIedereenZietTochIetsAndersWatHetIs(enWaaromHetBijzonderIs)MarjoleinDeGroenPeterJordaanWilcoArtBooksIMG_9191JeKuntVertellenWatJeWiltIedereenZietTochIetsAndersWatHetIs(enWaaromHetBijzonderIs)MarjoleinDeGroenPeterJordaanWilcoArtBooks Colofon

De inhoudsopgave staat op de omslag. Zeker de langste titel van mijn selectie die voor een deel al op de boeksnede te lezen is. Met hele en halve bladzijdes. Je kunt vertellen wat je wilt, iedereen ziet toch iets anders – Wat het is (en waarom het bijzonder is), Marjolein de Groen en Peter Jordaan. Wilco Art Books.


Ik zou al die boeken zo willen hebben…

Een lentewandeling

‘Een lentewandeling’ is hoofdstuk 1 van het boek
Tom Poes in de middeleeuwen.
Een verhaal van Marten Toonder waarvan ik een boekje vond in mijn kast
dat een bewerking is voor het onderwijs door Heleen Kernkamp-Biegel.
Het verhaal begint zo:

Het was lente.
De vogels zongen om he hardsten de bomen kregen nieuwe groene blaadjes.
Tom Poes voelde het voorjaar in zijn benen kriebelen.
“Dit is geen dag om binnen te blijven,” dacht hij,
“wat zal k vandaag eens gaan doen?
Naar heer Bommel toegaan?
Maar daar ben ik gisteren pas geweest.
En ik heb eigenlijk geen zin in een gewoon bezoekje, ik wil eens wat anders
– iets waar een beetje avontuur in zit.”

ik wens iedereen een avontiirlijke dag.

IMG_9126MartenToonderTomPoesInDeMiddeleeuwenDeel1BewerktHeleenKernkampBiegel


Rechter Tie in Franse vermomming

Toen ik een paar weken geleden het Musée Guimet in Parijs bezocht
werd ik blij verrast door een rij titels van Robert van Gulik in de boekwinkel.
De boeken van Robert van Gulik lees ik graag.
Ze voelen als een film van David Lean of Sergio Leone:
het verhaal is niet extreem ingewikkeld, maar je weet
dat het goed in elkaar zit, mooi gemaakt is en je gegarandeerd gaat vermaken.
Alles klopt.
De scenes worden helder neergezet,
de karakters krijgen precies de juiste plaats, de aankleding is rijk
en je wordt meegenomen in een andere cultuur
met eigen spelregels en gewoontes.

De titels die er lagen waren:

  • Les aventures de juge Ti (een verzamelband)
  • L’énigme du clou chinois
  • Le mystère du labyrinthe
  • Le monasrère hanté
  • Le juge Ti à l’oeuvre

IMG_8968 01 LesAventuresDeJugeTiIMG_8968 02 L'EnigmeDuClouChinoisHetMysterieVanDeChineseNagelIMG_8968 03 LeMystereDuLabyrintheHetMysterieVanHetLabyrintIMG_8968 04 LeMonastereHanteHetSpookachtigeKloosterIMG_8969LeJugeTiAL'OeuvreRechterTieIsAanHetWerk

Natuurlijk wilde ik weten Nederlandse titels daar bijhoren.
Google Translate gaf een eerste indruk
– Le monasrère hanté / Het Spookkasteel is dan niet zo ingewikkeld.
Op http://www.rechtertie.nl vond ik bevestigingen.

Maar de leukste aanwijzing zit in de omslagen zelf.
De illustraties zijn namelijk moderne versies van tekeningen
die Van Gulik zelf maakte voor die verhalen.
De voorbeelden die ik hieronder laat zien komen uit de Elsevier-reeks die
eind jaren zeventig, begin jaren tachtig verscheen.

IMG_9128RobertVanGulikLabyrinthInLan-FangElsevierZesZakenVoorRechterTieHetSpookkasteelNagelsInNing-Tsjo

Dit zijn de vier boeken uit mijn boekenkast, een serie van Elsevier, met dezelfde verhalen als die in de boeken staan die ik zag in Parijs. Daarvoor geven de omslagen, behalve de titel, geen aanwijzingen. Maar de tekeningen in de boeken wel.


IMG_9130L'EnigmeDuClouChinoisDeGebroedersYehRapporterenEenWredeMoordInNagelsInNing-Tsjo

Dit is de tekening van Van Gulik die als basis diende voor de omslag van L’énigme du clou chinois. In het Nederlands heet het boek Nagels in Ning-Tsjo. Als commentaar bij de afbeelding staat: De gebroeders Yeh rapporteren een wrede moord. Verschillen: er staat 1 gerechtsmedewerker meer op de tekening dan op de Franse omslag. Het schrijfgerei op de tafel van Rechter Tie is hetzelfde alleen toont de tekening een ketting die aan het tafellaken hangt/opening in het tafellaken (?), die op de omslag niet te zien is.


IMG_9132LeMystereDuLabyrintheMaJoengEnTsjaoTaiArresterenEenMisdadigerInLabyrinthInLao-Fang

De achtergrond is anders en de man heeft geen waaier in de hand maar de Franse titel Le mystère du labyrinthe is in het Nederlands Labyrinth in Lan-Fang. Bij de tekening staat nog: MaJoeng en Tsjao Tai arresteren een misdadiger.


IMG_9131LeMonastereHanteRechterTieEnZijnDrieVrouwenInHetSpookkasteel

De spiegel is een vreemde zwarte vlek met witte strepen geworden en de positie van de vrouwen is in Frankrijk anders. Le monasrère hanté heet in Nederland Het Spookkasteel. Rechter Tie en zijn drie vrouwen.


IMG_9129LeJugeTiAL'OeuvreDeRechterZagHaarDaarInDeDeurStaanMetOntblootBovenlijfInZesZakenVoorRechterTie

De afbeelding staat in spiegelbeeld en de vrouw is geheel gekleed. In Frankrijk heet het boek: Le juge Ti à l’oeuvre en in Nederland Zes zaken van rechter Tie. De tekst bij de originele tekening: De rechter zag haar daar in de deur staan met ontbloot bovenlijf.


Hoe anders was de rechter in het oude China?

In de tijd van Rechter Tie — de Tang‑dynastie —
bestond de scheiding der machten nog niet.
Een rechter was geen specialist zoals in onze moderne rechtsstaat,
maar een bestuurder met een allesomvattende verantwoordelijkheid.
De districtsmagistraat was tegelijk rechter, politiechef, officier van justitie,
burgemeester, belastinginner en hoofd van openbare orde en rituelen.
Hij leidde onderzoeken persoonlijk, ondervroeg getuigen,
hield toezicht op de administratie
en was verantwoordelijk voor de harmonie in zijn district.

Rechtspraak was in die wereld niet alleen juridisch,
maar ook moreel en ritueel.
De magistraat moest niet alleen de waarheid vinden,
maar ook de kosmische orde herstellen.

Bekentenissen golden als het belangrijkste bewijs,
en de rechter werd beoordeeld op de rust en stabiliteit die hij wist te bewaren.
Dat maakt Rechter Tie tot een figuur die voor moderne lezers
tegelijk vertrouwd en vreemd is:
een rationele onderzoeker én een morele autoriteit,
iemand die de wet toepast maar ook de gemeenschap bestuurt.

Hoe historisch klopt de wereld van Van Gulik?

Van Gulik was niet alleen schrijver, maar ook sinoloog, diplomaat
en kenner van Chinese kunst en recht.
Zijn verhalen zijn daarom verrassend zorgvuldig opgebouwd.
De wereld die hij schetst
— de rechtbank, de administratie, de sociale hiërarchie, de rituelen —
is stevig geworteld in historische bronnen zoals de Tang Code,
juridische handboeken en klassieke casuïstiek.
Veel van de details die hij beschrijft, van kleding tot architectuur,
sluiten nauw aan bij wat we weten uit archeologie en archieven.

Wat was de Tang Code?

De Tang Code (Tanglü) was het belangrijkste wetboek
van de Tang‑dynastie (7e–10e eeuw)
en geldt als een van de meest invloedrijke juridische teksten
uit de Chinese geschiedenis.
Het was een uitgebreid en systematisch strafrecht,
waarin precies stond beschreven:

  • welke misdrijven bestonden
  • welke straffen daarbij hoorden
  • hoe een onderzoek moest verlopen
  • welke verantwoordelijkheden een magistraat had
  • hoe sociale status en familiebanden de strafmaat beïnvloedden

Het bijzondere aan de Tang Code is dat het niet alleen juridisch was,
maar ook moreel en confuciaans:
het recht moest de sociale harmonie herstellen, niet alleen schuld vaststellen.

Het wetboek werd eeuwenlang gebruikt als basis voor latere dynastieën
en zelfs voor juridische systemen in Korea, Japan en Vietnam.
Voor Van Gulik was dit wetboek een goudmijn.
Hij kende het in detail en gebruikte het om de wereld van Rechter Tie
geloofwaardig te maken:
de procedures, de straffen, de hiërarchie, de rol van familie en ritueel
— het komt allemaal rechtstreeks uit deze historische bron.

Tegelijkertijd neemt Van Gulik literaire vrijheid waar dat nodig is.
Zijn plots zijn sneller en spannender dan echte rechtszaken,
en Rechter Tie is moreler en consequenter dan veel historische magistraten.
De dialogen hebben een Westers ritme,
en de nadruk op logische deductie is een moderne toevoeging.
Je zou kunnen zeggen dat Van Gulik
historisch betrouwbaar is in sfeer, structuur en cultuur,
maar vrij in tempo, plot en karakterisering.
Daardoor voelt zijn wereld authentiek én toegankelijk
— een zorgvuldig gereconstrueerde setting
waarin de klassieke detectivevorm moeiteloos kan ademen.

De serie waaruit ik de illustraties van Van Gulik laat zien
is niet de enige serie die ik van zijn werk heb. Wel de enige complete.

IMG_9133RobertVanGulikHetSpookkasteelWVanHoeveMeerVanMien-yuanLabyrintInLan-FangHetSpookkasteelOveramstel

Als kind kreeg ik al afgeschreven exemplaren van de bibliotheek, zoals Het Spookkasteel van Uitgeverij W van Hoeve (linksboven) uit 1963, derde druk. Het Spookkasteel van linksonder is van uitgeverij Overamstel en uit 2015.


De verhalen moet ik zeker weer eens herlezen maar met het uitzoekwerk
rond de Franse titels heb ik me vanmiddag in ieder geval uitstekend vermaakt.


Boekbespreking van een graphic novel

DossierRestitutieDocumenterend

Een graphic novel over een schilderij dat getuige wordt

Inleiding

Ik koos Twee Naakte Meisjes niet omdat ik de geschiedenis kende.
Integendeel: ik wist niets van de Littmann‑collectie,
niets van de herkomst van het schilderij,
niets van de rol die Otto Mueller of Museum Ludwig in dit verhaal speelden.
Ik kocht het boek zoals ik wel vaker stripverhalen koop:
eens in de zoveel tijd, meestal rond een langer weekend,
loop ik een vaste winkel binnen, kijk waar de nieuwe titels liggen
en kies op basis van een paar vluchtige indrukken vijf of zes boeken uit.
Deze keer was dat tijdens carnaval.
Twee naakte meisjes zat ertussen.
De tekenstijl viel op, maar was niet doorslaggevend.
De tekenaar kende ik niet.
Wat me trok was iets anders: een verhaal over kunst en nazi’s
— een combinatie die altijd beladen is, maar waarvan je nooit weet
welke kant het opgaat.
Pas tijdens het lezen, via de getuigenis van het schilderij zelf,
begon de geschiedenis zich te ontvouwen.
Luz zorgde ervoor dat ik het verhaal niet koos,
maar dat het verhaal míj koos.

IMG_9052Luz(RénaldLuzier)DeuxFillesNuesTweeNaakteMeisjes

Luz (Rénald Luzier), Deux Filles Nues / Twee Naakte Meisjes.


Een graphic novel over een schilderij dat getuige wordt

Wat Luz doet in Twee Naakte Meisjes is opmerkelijk:
hij laat een schilderij spreken.
Niet als trucje, maar als een manier om een eeuw geschiedenis te tonen
door de ogen van een object dat nooit heeft kunnen wegkijken.
Dat perspectief krijgt extra gewicht wanneer je weet wie Luz is.
Als overlevende van de aanslag op Charlie Hebdo
tekent hij sindsdien met een scherp bewustzijn
van geweld, vernedering en de kwetsbaarheid van beelden.
In dit boek voel je die onderstroom voortdurend:
het schilderij is geen personage, maar een getuige — net als Luz zelf.

Een werk dat ruimte laat voor verrassing en verbeelding

Opvallend is dat Luz niet kiest voor een beroemd werk
van Kirchner, Beckmann of Kandinsky
— kunstenaars die veel bekender zijn en die ook prominent aanwezig waren
in de tentoonstelling Entartete Kunst.
Hij kiest voor Twee naakte meisjes (1919) van Otto Mueller,
een schilderij dat buiten kunsthistorische kringen nauwelijks bekend is.
Dat is geen toeval.
Een iconisch werk draagt een hele geschiedenis van interpretaties met zich mee;
het is al “bezet” door kunsthistorische stemmen.
Maar er speelt nog iets anders: het verrassingseffect.

IMG_9053Luz(RénaldLuzier)DeuxFillesNuesTweeNaakteMeisjesSchilderijZietSchilder

Het schilderij ziet de schilder aan het werk.


Luz laat het schilderij namelijk ontstaan in de eerste pagina’s.
Je ziet de wereld door de contouren van wat, stukje bij beetje,
Twee naakte meisjes gaat worden.
Het schilderij wordt opgebouwd terwijl jij kijkt.
En in de rest van het boek zie je het schilderij nooit:
je kijkt steeds door het schilderij naar de wereld.
Pas helemaal aan het eind, als een soort bijlage,
tekent Luz het schilderij na.
Dat werkt alleen als het werk niet al vanaf bladzijde één in je geheugen zit.
Bij een beroemd schilderij zou dat effect volledig verdwijnen
— je zou het beeld al kennen, en de onthulling zou geen onthulling meer zijn.
Een minder bekend werk laat dus niet alleen ruimte voor verbeelding,
maar maakt Luz’ vertelstrategie überhaupt mogelijk.

LuzRénaldLuzierJeSuisCharlie

Rénald Luzier met de door hem getekende Je suis Charlie-voorpagina.


Een visuele dialoog tussen twee kunstenaars

Die stilistische resonantie is een van de sterkste elementen van het boek.
Mueller omtrekt zijn figuren vaak met een donkere, zachte contourlijn
— een kenmerk dat past bij zijn expressionistische stijl,
waarin vorm en emotie elkaar versterken.
In Twee naakte meisjes is die zwarte lijn heel duidelijk aanwezig:
ze houdt de lichamen bijeen, geeft ze gewicht,
en scheidt ze subtiel van de matte achtergrond.

Luz neemt precies dat element over.
Zijn figuren
— zowel in deze graphic novel als in zijn beroemde Je suis Charlie-voorpagina —
worden eveneens door een zwarte lijn gedragen.
Bij Luz is die lijn soms nerveus, soms stevig, soms trillend van energie.
Bij Mueller is hij rustiger, maar even onmisbaar.
Door die lijn over te nemen, ontstaat een visuele echo:
het is alsof Luz het schilderij niet alleen vertelt,
maar ook in zijn eigen handschrift binnenlaat.
Het is geen imitatie, maar een vorm van empathisch tekenen
— een manier om het schilderij als personage serieus te nemen.

De paginering‑paradox

De Nederlandse editie heeft een merkwaardige, bijna ironische eigenschap:
het boek heeft geen paginanummers, maar wél een index
van kunstenaars en kunstwerken mét paginanummers.
Dat voelt niet als een fout, maar als een vormkeuze die spanning oproept.
De index suggereert een overzichtelijke, navolgbare structuur
— precies wat je van een boek over kunstgeschiedenis zou verwachten.
Maar zodra je gaat lezen, merk je dat die orde ontbreekt:
je kunt niets terugvinden, je kunt niet verwijzen,
je kunt niet “terugbladeren naar pagina 42”.

Die spanning past opvallend goed bij de manier waarop Luz het verhaal vertelt.
Het schilderij ontstaat stukje bij beetje,
de geschiedenis ontvouwt zich in fragmenten,
en de lezer wordt voortdurend gedwongen om zich te oriënteren
zonder vaste ankerpunten.
De afwezigheid van paginanummers versterkt dat gevoel.
Het boek weigert de illusie van overzichtelijkheid
— precies zoals restitutiegeschiedenis dat ook doet.

Maar het kan natuurlijk ook gewoon een fout van de drukker zijn.

Kleine verschillen die veel zeggen

Wie het boek nauwkeurig leest, merkt dat sommige feiten schuiven.
Een ruil wordt op de ene pagina beschreven als 22 werken, elders als 25.
De aankoop van het schilderij door Museum Ludwig
wordt in het ene hoofdstuk voorafgegaan door een bod op 6 december 1999,
terwijl de museumgids in het verhaal 2000 als aankoopjaar noemt.
Dat zijn geen fouten, maar het gevolg van hoe kunsttransacties verlopen:
onderhandelingen beginnen vaak met een groter aantal werken
of andere voorwaarden, en pas later wordt een definitieve overeenkomst bereikt.
Zonder context voelt dat verwarrend,
maar het is precies hoe herkomstgeschiedenis eruitziet:
fragmentarisch, bureaucratisch, soms inconsistent.

IMG_9054Luz(RénaldLuzier)DeuxFillesNuesTweeNaakteMeisjesEntarteteKunst

Het schilderij ziet de tentoonstelling Entartete kunst (ontaarde kunst) in München en de andere steden.


De gids, de chronologie en de historische werkelijkheid

In het boek zien we een museumgids die het schilderij uitlegt aan bezoekers. Haar verhaal is helder, afgerond, institutioneel.
De chronologie die Luz tekent is rommeliger, subjectiever, voller gaten.
En de historische werkelijkheid zit daar weer tussenin.
Zo schrijft de directeur van Museum Ludwig in het nawoord dat het werk
in 1937 onderdeel was van de tentoonstelling Entartete Kunst in München.
Dat is goed mogelijk
— vier Mueller‑werken uit de Littmann‑collectie hingen daar zeker —
maar de archieven van die tentoonstelling zijn onvolledig.
Voor Twee naakte meisjes is geen sluitend bewijs bewaard.
Luz kiest er toch voor om het schilderij die ervaring te geven.
Niet als verzinsel, maar als een plausibele en moreel waarachtige reconstructie
van wat het werk heeft kunnen meemaken.

De kracht van het boek ligt precies in die spanning

Twee naakte meisjes beweegt tussen drie waarheden:

  • de historische waarheid, die fragmentarisch is
  • de museale waarheid, die afgerond wordt gepresenteerd
  • de artistieke waarheid, die lacunes opvult waar archieven zwijgen

Voor een lezer die gevoelig is voor nuance kan dat schuiven verwarrend zijn.
Maar juist die spanning maakt het boek waardevol
binnen een restitutiekader.
Het laat zien hoe een kunstwerk niet alleen een object is
dat verdween en terugkeerde, maar een getuige van vernietiging,
bureaucratie, ideologie en overleving.
En het laat zien hoe kunstenaars, musea en historici
elk op hun eigen manier proberen die geschiedenis te vertellen
— nooit volledig, maar altijd met overtuiging.

Een overzicht van de geschiedenis waarvan Twee Naakte Meisjes
getuige was:
1919
Otto Mueller schildert het schilderij.
1923
Hyperinflatie in Duitsland.
1925
Twee naakte meisjes wordt aangekocht door de joodse advocaat Ismar Littman.
1929
Beurskrach New York.
1930
Otto Mueller overlijdt.
1933
Ismar Littman wordt uit de advocatuur geschrapt.
1934
Ismar Littman overlijdt als gevolg van een zelfmoordpoging.
Zijn vrouw Käthe besluit de collectie kunst te verkopen
om schulden af te lossen en de vlucht uit Duitsland te kunnen bekostigen.
1935
2 dagen voor een veiling van het werk van Mueller
worden 64 werken in beslag genomen door de Gestapo.
Uiteindelijk worden 11 werken gekozen voor de verkoop, de rest vernietigd.
1937
Twee naakte meisjes wordt opgenomen in de nazi propaganda-tentoonstelling
Entartete kunst in München,
samen met 730 andere werken van diverse kunstenaars.
De tentoonstelling gaat dan ook op tournee:
Berlijn, Leipzig, Düsseldorf, Salzburg enz
1939
Twee naakte meisjes wordt geselecteerd voor een internationale veiling in Luzern
(Zwitserland). 4000 werken worden niet geselecteerd en vernietigd.
1941
Hildebrand Gurlitt (kunsthistoricus en kunsthandelaar)
ruilt een werk uit zijn collectie voor 22 eigentijdse werken waaronder
Twee naakte meisjes van Otto Mueller.
1942
Twee naakte meisjes wordt aangekocht door advocaat Josef Haubrich.
1944
Alica Haubrich (vrouw van) pleegt zelfmoord na oproep van de Gestapo
1946
Haubrich krijgt collectie terug uit opslag en schenkt de collectie
aan de stad Keulen die het onderbrengt
bij wat in 1976 Museum Ludwig zal gaan heten
Voor 1999
Een van de kinderen van de familie Littman, mevr Ruth Haller,
begin de restitutiezaak
1999
Het werk wordt teruggegeven aan de familie Littman.
Eind 1999
Het werk wordt van de familie Littman gekocht
door Museum Ludwig.
2001
Het werk krijgt een vaste plaats in de collectie van het museum.

* Niet alle informatie in bovenstaand overzicht kon ik valideren.

IMG_9055Luz(RénaldLuzier)DeuxFillesNuesTweeNaakteMeisjesSchilderijBekijktLothar

Het schilderij ziet een hedendaakse toeschouwer in Museum Ludwig, indirect staat die toeschouwer voor ons allemaal.


Het leed achter het schilderij

Door mijn focus op het boek, de tekenstijl, de vertelkeuzes
en de historische details dreigt iets anders uit beeld te verdwijnen:
het menselijke leed dat aan dit verhaal voorafgaat.
Twee naakte meisjes is een schilderij dat door de geschiedenis is gesleept,
maar het werk zelf heeft niets geleden.
De mensen wel.
De Littmann‑familie verloor niet alleen kunst, maar ook waardigheid,
veiligheid, toekomst.
De betrokken handelaren, musea en functionarissen bewogen zich
in een grijs gebied van opportunisme, wegkijken en soms actieve medewerking.
Restitutie gaat — zeker in situaties rond de Tweede Wereldoorlog —
in eerste instantie niet over objecten, maar over erkenning.
Over het benoemen van onrecht, het erkennen van schuld,
het herstellen van waardigheid waar dat nog kan,
en het kijken naar de toekomst met de vraag:
hoe voorkomen we dat dit opnieuw gebeurt?
In die zin is Luz’ keuze om het schilderij te laten spreken
niet alleen een artistieke vondst, maar ook een morele uitnodiging.
Het werk kijkt terug op een eeuw geschiedenis,
maar wij moeten verder kijken dan het werk.
Het gaat uiteindelijk niet om het schilderij dat terugkeerde,
maar om de mensen die nooit meer terugkwamen.


Neem mee wat u wilt!

IMG_8937BredaVonMeyenfeldtSlaatsEnZonenNeemMeeWatUWilt!

Er stond een klein kastje buiten bij de antiquair,
Von Meyenfeldt, Slaats & Zonen in Breda,
half in de zon, half in de schaduw.
Het soort kastje dat niet alleen boeken bewaart,
maar ook de sporen van de mensen die ze hebben achtergelaten.
Ik deed het deurtje open en zag een onverwachte verzameling:

Op de bovenste plank stonden ze in een rij die nergens op leek te wachten:
De ontembare vrouw van Clarissa Pinkola Estés,
het smalle Wim van Wim Hofman,
Mercator van Nicholas Crane en Springers Sterremeer,
een Boekenweekgeschenk dat al vele handen moet hebben gezien.
Daarnaast een blauw boekje zonder naam,
Gracqs Un balcon en forêt, en een roze rug die niets prijsgaf.
Helemaal rechts stond Marsmans De vijf vingers,
ingeklemd tussen twee onbekende boeken, alsof het zich schuilhield.
De achterkant van een kinderboek uit de Leopold‑reeks
vormde het einde van de rij.

Tussen de boeken lagen twee dobbelstenen: jij wast af? en jij mag zappen
— een klein grapje dat iemand had achtergelaten.

Op de onderste plank ging het verhaal verder.
Alles over de liefde van Lisa Appignanesi
naast Bolero in de nacht van Mayra Montero,
De Tao van de Liefde van Ivan Hoffman naast Baldacci’s Het motief.
Een kinderboekje van Sigrid Heuck dat al vele decembermaanden
moet hebben meegemaakt,
Imme Dros’ De reizen van de slimme man,
en een ANWB‑gids voor Parijs,
alsof iemand onderweg was geweest en halverwege besloot
dat de herinnering genoeg was.

Ik nam niets mee. Of misschien juist alles:
het idee dat boeken, wanneer ze worden losgelaten,
vanzelf weer nieuwe lezers vinden.
Dat een kastje op straat een kruispunt kan zijn van verhalen,
achtergelaten en opnieuw opgepakt.
Dat literatuur soms gewoon op je wacht,
in een houten kastje met een doorzichtig deurtje.

IMG_8936BredaVonMeyenfeldtSlaatsEnZonenNeemMeeWatUWilt!


Ik heb de volgende titels kunnen herkennen:

Bovenste plank, van links naar rechts:

Clarissa Pinkola Estés- De ontembare vrouw (Women Who Run With the Wolves)
Wim Hofman – Wim
Nicolas Crane – Mercator
F. Springer – Sterremeer (Boekenweekgeschenk 1990)
Titel en auteur onzichtbaar (blauw met crêmekleurige band)
Julien Gracq – un balcon en forêt
Titel en auteur onzichtbaar (roze)
H. Marsman – De vijf vingers
Helemaal rechts de achterkant van een boek.
Titel en auteur onzichtbaar. Herkenbare tekst: ‘Vriendjes van Leopold’
Twee dobbelstenen: ‘jij wast af?’ en ‘jij mag zappen’

Onderin:

Lisa Appignanesi – Alles over de liefde. Anatomie van een onbeheersbare emotie
Mayra Montero – Bolero in de nacht
Ivan Hoffman – De Tao van de Liefde
Dunne. grijze strook, onderdeel van de rug van het volgende boek:
David Baldacci – Het motief
Sigrid Heuck – Vrolijk kerstfeest, lief kerstkind!
Imme Dros – De reizen van de slimme man
Ontdek Parijs (ANWB)

Omdat ik het leuk vind

IMG_8873AnnieMGSchmidtFiepWestendorpPlukVanDePetteflet

Pluk van de Petteflet van schrijfster Annie MG Schmidt en tekenares Fiep Westendorp. Afgelopen week gevonden tussen zaken waar ik geen briefkaart verwachtte.


In Frauenhand II — De Hand van Merian

– over Suriname, kennis, en de gedeelde blik op insecten en planten –

Het avontuur zat hem deze keer in mezelf.
Terwijl ik er van uitging twee exemplaren te zien
van hetzelfde boek, was dat niet het geval.

Een tentoonstelling die aandacht wil schenken
aan de vrouwenhand in de kunst
kan maar moeilijk om Maria Sibylla Merian heen.
Met twee boeken over haar werk krijgt de tentoonstelling
meteen een Surinaams/Nederlands aspect en
staat het ook stil bij koloniale onderwerpen.

Merian had in Nederland een boek laten verschijnen
dat ook internationaal een succes was.
Een boek waarin met platen werd verteld hoe eitjes
rupsen werden, zich in een cocon opsloten om
er als vlinder uit te komen.
Dat op de plant die als hun voeding diende.

In Zürich zag ik twee voorbeelden van dat succes:

  • een Franse uitgave van Metamorphosis Insectorum Surinamensium
  • een uitgave waarbij de studie over Suriname werd
    gecombineerd met ander werk van Merian in Europa.

DSC05473ZürichInFrauenhandFriedrichOttensFrontispizKupferstichUndRadierungInMariaSibyllaMerianHistoireGénéraleDesInsectesDeSurinamEtDeTouteLÉuropeParis1771

Zürich, In Frauenhand / In Her Hand, Friedrich Ottens, frontispiz, kupferstich und radierung (kopergravure en ets). In: Maria Sibylla Merian, Histoire Générale des Insectes de Surinam et de toute l’Europe, 3. auflage, korr. und ergänzt von Buch’oz (3e druk, gecorrigeerd en uitgebreid door Pierre-Joseph Buch’oz, waarschijnlijk voegde hij een deel toe over ‘plantes bulbeuses, liliacées, caryophillées’ — dus bolgewassen, lelieachtigen en anjerachtigen), Paris, 1771. De uitgever was Desnos.


Het frontispice dat je hierboven ziet was deel
van mijn verwarring.
Ik herkende het als ‘hetzelfde ontwerp’ als wat ik
in 2022 had gezien in de Artis-bibliotheek.
In een Amsterdamse druk.
Het was hetzelfde ontwerp, maar deze keer zat de ets
in een ander boek.

DSC05474ZürichInFrauenhandFriedrichOttensFrontispizKupferstichUndRadierungInMariaSibyllaMerianHistoireGénéraleDesInsectesDeSurinamEtDeTouteLÉuropeParis1771DSC05475ZürichInFrauenhandFriedrichOttensFrontispizKupferstichUndRadierungInMariaSibyllaMerianHistoireGénéraleDesInsectesDeSurinamEtDeTouteLÉuropeParis1771DSC05476ZürichInFrauenhandFriedrichOttensFrontispizKupferstichUndRadierungInMariaSibyllaMerianHistoireGénéraleDesInsectesDeSurinamEtDeTouteLÉuropeParis1771


Het frontispice is heel mooi opgebouwd.
Je ziet op de voorgrond een allegorische voorstelling.
De voorstelling vindt plaats voor
een architectonisch element met een groot raam.

Een openliggend boek links voor op de grond.
Je ziet vaag afbeeldingen van planten en dieren.

Een vrouw zit aan een tafel.
Denk: Maria Sibylla Merian.
Maar die zag er in werkelijkheid anders uit,
dit is dus geen portret.

Ze heeft een tak in haar hand en op de tafel
liggen nog meer planten.

Ze is omringd door blanke (!) putti.
Mollige kinderfiguurtje, bijna altijd mannelijk
en meestal naakt.
Ze zijn als helpertjes bezig planten en insekten
te ordenen.

DSC05477ZürichInFrauenhandFriedrichOttensFrontispizKupferstichUndRadierungInMariaSibyllaMerianHistoireGénéraleDesInsectesDeSurinamEtDeTouteLÉuropeParis1771

Als je dan door het raam kijkt, zie je een
geidealiseerd beel van Suriname:

  • in het midden, in een open veld, een blanke vrouw,
    ze verzamelt met een netje vlinders en andere insekten,
    of is het een schepje waarmee ze planten uitgraaft?
  • rechts, tussen de bomen, twee heren is westerse kledij,
  • links met vracht op het hoofd/schouder, twee figuren van kleur.
  • in de verte een stad of dorp.
  • helemaal links een huis met een brug.
  • het geheel geeft geen beeld van woeste natuur maar
    van een goed georganiseerd landschap.

In één beeld de maakster van het boek en de voorgeschiedenis.

DSC05478ZürichInFrauenhandFriedrichOttensFrontispizKupferstichUndRadierungInMariaSibyllaMerianHistoireGénéraleDesInsectesDeSurinamEtDeTouteLÉuropeParis1771


DSC05479ZürichInFrauenhandMariaSibyllaMerianVigneBlancheD'AmeriqueKupferstichUndRadierungKoloriertInMetamorphosisInsectorumSurinamensium

Maria Sibylla Merian, Vigne blanche d’Amerique (de vlinder), kupferstich und radierung, koloriert. In: Metamorphosis Insectorum Surinamensium.

DSC05480ZürichInFrauenhandMariaSibyllaMerianVigneBlancheD'AmeriqueKupferstichUndRadierungKoloriertInMetamorphosisInsectorumSurinamensium


Specifiek aandacht voor Maria Sibilla Merian
is hier wel op zijn plaats.
Daarom een korte levensbeschrijving en haar activiteiten
rond Metamorphosis Insectorum Surinamensium.

Maria Sibylla Merian (1647–1717)

Maria Sibylla Merian was een uitzonderlijke kunstenaar‑onderzoeker
in een tijd waarin vrouwen nauwelijks toegang hadden
tot formele wetenschappelijke netwerken.
Opgegroeid in Frankfurt in een milieu van graveurs en uitgevers,
ontwikkelde zij al vroeg een scherp oog
voor de metamorfose van insecten.
Waar haar mannelijke tijdgenoten insecten vaak
als geïsoleerde dieren bestudeerden,
observeerde Merian ze in hun volledige ecologische context:
eitjes, rupsen, poppen, vlinders,
en ook planten, parasieten en roofdieren,
vormden voor haar één samenhangend web van leven.

In 1699 reisde zij met haar dochter Dorothea naar Suriname.
Daar werkte zij onder zware omstandigheden,
maar ook in een omgeving waar kennis over planten en dieren
diep verweven was met het dagelijks leven van
inheemse en tot slaaf gemaakte mensen.
Zij leefden letterlijk tussen de insecten en planten
die Merian wilde bestuderen.
Via gesprekken, observaties en gedeelde praktijken
kreeg Merian toegang tot inzichten
die in Europa onbekend waren:
welke rupsen giftig waren, welke planten geneeskrachtig,
welke dieren elkaar opzochten of juist meden.
Deze kennis, vaak mondeling en kwetsbaar,
vormt een stille maar cruciale laag in haar werk.

Het resultaat, Metamorphosis Insectorum Surinamensium (1705),
is zowel kunst als wetenschap:
een monument van nauwkeurigheid, kleur en ecologische verbeelding.
Merian plaatste zichzelf
— een vrouw, een immigrant, een kunstenaar —
midden in een wereld die haar formeel buitensloot.
Maar haar werk is ook het product van gedeelde kennis,
waarin de stemmen van Suriname,
lang onzichtbaar gehouden, opnieuw hoorbaar worden.

In Frauenhand / In Her Hand

– over vrouwelijke kunstenaars in de schatkamer van de geschiedenis –

Terwijl ik in Zürich was ben ik een tentoonstelling
gaan bekijken in de Schatzkammer van de Zentralbibliothek.
De tentoonstelling gaat in op het ‘achterblijven’ van
vrouwen in de kunsten en wil een begin maken
met het inhalen van de achterstand.

DSC05462ZürichSchatzkammerZentralbibliothekInFrauenhandInHerHand Txt

Those responsible for writing history have paid scant attention to women artists over the centuries. To this day, compared to their male counterparts, they are both vastly underrepresented in public collections and less prestigious financially.
What is the basis for this reluctance to recognise the creative drive of women and why have they been consistently omitted from the art history books? Were there certain favourable conditions which facilitated their succes despite societal restrictions?
The exhibits on display in the Schatzkammer look at art training and education, the choise of model and subject, self-depiction, how women artists carved out niches for themselves and strategies for self-promotion or concessions made to the art market. Female art photographers are brought under the spotlight in the Turicensia Lounge in the main library building.
And in the Reading Room, artistic interventions by three generations of women artists – Cornelia Hesse-Honegger, Elisabeth Eberle and Hanna Koepfle – open thought-provoking viewpoints on today’s world.

Een goede manier om een tentoonstelling in een bibliotheek
te beginnen is natuurlijk met een boek.

DSC05463ZürichInFrauenhand 01 GiorgioVasariTitelbladDerVitaVonProperziaDeRossiHoutsnedeInLeViteDePiuEccellentiPittiriScultoriEArchitettoriFlorenz1586

Zürich, In Frauenhand / In Her Hand, Giorgio Vasari, Titelblad Der Vita von Properzia de’ Rossi, houtsnede in Le vite de piu eccellenti pittiri, scultori e architettori, Florenz, 1586.


Properzia de’ Rossi is een vrouw die actief was
tijdens de Italiaanse Renaissance.
Ze is een van de zeer weinige vrouwen
die erkenning kreeg als beeldhouwer.

  • Geboren: ca. 1490 in Bologna
  • Overleden: 1530 in Bologna
  • Discipline: beeldhouwkunst, miniatuur‑snijwerk, later ook marmer en gravure

Ze geldt als een van de eerste professionele vrouwelijke beeldhouwers in West‑Europa.
Ze is de enige vrouw die een eigen hoofdstuk kreeg in Giorgio Vasari’s eerste editie van Le Vite (1550), tussen 142 mannelijke kunstenaars.

DSC05463ZürichInFrauenhand 02 GiorgioVasariTitelbladDerVitaVonProperziaDeRossiHoutsnedeInLeViteDePiuEccellentiPittiriScultoriEArchitettoriFlorenz1586

Dan vind ik het leuk dat Vasari haar ook aanduidt als ‘Scultrice’ – Beeldhouwster.


DSC05464ZürichInFrauenhandSuzannaMariaVonSandrartBrunnenAufPlatzDerHeiligenDreieinigkeit1675EtsInKoachimVonSandrartDieTeutscheAcademie

Suzanna Maria von Sandrart, Brunnen auf Platz der Heiligen Dreieinigkeit, 1675, ets in Joachim von Sandrart: Die Teutsche Academie der Edlen Bau-, Bild- und Mahlerey-Künste, Nürnberg.

DSC05465ZürichInFrauenhandSuzannaMariaVonSandrartBrunnenAufPlatzDerHeiligenDreieinigkeit1675EtsInKoachimVonSandrartDieTeutscheAcademie Txt


Suzanna (Susanna) Maria von Sandrart (1658–1716) was een Duitse tekenares en kopergraveerster uit Neurenberg, afkomstig uit een van de meest invloedrijke kunstenaarsfamilies van de 17e eeuw. Ze werkte binnen het familiebedrijf van uitgeverij en kunsthandel Sandrart en werd al vroeg erkend om haar talent.

Suzanna Maria von Sandrart geldt als een van de weinig goed gedocumenteerde vrouwelijke kunstenaars uit de Duitse barok. Haar eigen notities, haar rol in een prominente kunstenaarsdynastie en haar bijdrage aan de grafische productie van Neurenberg maken haar tot een belangrijke figuur in de kunstgeschiedenis.

Joachim von Sandrart was haar oom.

DSC05466ZürichInFrauenhandJohannRudolfSchellenbergPorträtVonAnnaWaserEtsInJohannCasparFüssliDÄGeschichteDerBestenKünstlerInDerSchweitzZürich1770DSC05467ZürichInFrauenhandJohannRudolfSchellenbergPorträtVonAnnaWaserEtsInJohannCasparFüssliDÄGeschichteDerBestenKünstlerInDerSchweitzZürich1770

Johann Rudolf Schellenberg, Porträt von Anna Waser, ets in Johann Caspar Füssli der Ältere, Geschichte der besten künstler in der Schweitz, Zürich, 1770.


Anna Waser (1678–1714) was een Zwitserse kunstenaar uit Zürich.
Ze is een van de eerste erkende vrouwelijke kunstenaars in Zwitserland.
Ze was actief als miniaturenschilderes, tekenares, etser
en kalligrafe in de periode van het hoogbarok.
Haar werk werd gewaardeerd aan vorstenhoven zoals die van
Stuttgart en Baden-Durlach,
en ze werd in 1700 benoemd tot hofschilderes op Schloss Braunfels
Ze werd daarnaast geprezen om haar brede humanistische opleiding en haar beheersing van talen zoals Latijn, Frans en Italiaans.

DSC05469ZürichInFrauenhandAntoinetteLisetteFäsiVraagtBombardementObDemLindenhofInZürichGeschehenDen13Herbstmonat1802Scherenschnitt

Antoinette Lisette Fäsi (?), Bombardement ob dem Lindenhof in Zürich, Geschehen den 13. Herbstmonat 1802, scherenschnitt (silhouetknipsel).


DSC05471ZürichInFrauenhandAntoinetteLisetteFäsiVraagtEinMögliches(Selbst)PorträtUm1800Scherenschnitt

Antoinette Lisette Fäsi (?), Ein mögliches (Selbst) Porträt, um 1800, scherenschnitt.


DSC05472ZürichInFrauenhandAntoinetteLisetteFäsiVraagtJohannCasperLavaterAmSchreibpultUm1790Scherenschnitt

Antoinette Lisette Fäsi (?), Johann Casper Lavater am schreibpult (schrijfmeubel), um 1790, scherenschnitt.


Een eerste introductie op een serieus onderwerp
maar met heel wat humor.

Een Omslag om te Strelen

Als het kwartaalblad op de spreekwoordelijke mat valt
kijk ik altijd blij verrast op.
Je weet zeker dat het blad een mooie omslag zal hebben.
Iedere keer gemaakt door een andere margedrukker.

Nieuwsbrief 195 was bijzonder geslaagd.
De omslag is heel aaibaar.
Zo kort na Driekoningen ontvang je ook de Koppermaandagprent.
Die zat er ook dit jaar weer bij.

De omslag was gemaakt in een atelier van het Nederlands Steendrukmuseum.
Door Ana Carolina de Março en Rolf Maas.
Nee, niet ouderwets of stoffig.
Het museum legt de grafische wortels van ASML bloot!

Het drukken met een lithosteen leverde een tactiel resultaat op.
Veel mensen smelten bij het zien van een kat of poes.
Mijn buurvrouw ook.
Toen ik haar de omslag liet zien,
zag ik hoe het beeld haar meteen meenam.

Kijk met me mee.

IMG_8801 01 AnaCarolinaDeMarçoDrukwerkInDeMargeNr195NederlandsSteendrukMuseumOpal250grPapier

Omslag van Nieuwsbrief 195 van DidM door Ana Carolina de Março en Rolf Maas.


IMG_8801 02 AnaCarolinaDeMarçoDrukwerkInDeMargeNr195NederlandsSteendrukMuseumOpal250grPapier

De letters zijn niet zo strak en vol gevuld, dat wekt de suggestie van zachtheid op. Ze versterken daardoor de zachtheid van de vacht van het dier.

IMG_8801 03 AnaCarolinaDeMarçoDrukwerkInDeMargeNr195NederlandsSteendrukMuseumOpal250grPapier

Met slechts drie kleuren is het resultaat heel geslaagd.

IMG_8800AnaCarolinaDeMarçoDrukwerkInDeMargeNr195NederlandsSteendrukMuseumOpal250grPapier

Om iedereen optimaal te laten genieten terwijl de breedte van mijn blog beperkt is, heb ik de lengte van kat ook nog een keer gekanteld opgenomen.

Het papier.
De omslag is gemaakt van Opal 250 grams papier.
Dat papier heeft een hele zachte uitstraling en
voelt zo ook aan.
Dat past perfect bij de vacht van het dier.

Koppermaandag.
Middeleeuws feest voor drukkers.
Melanie van der Linde toont haar vaardigheden.
Ze tovert een zomerse foto om van een botenkerkhof en
de daarbij horende geschiedenis,
naar een prent die ons tot nadenken verleidt over erfgoed.

In haar prent legt Melanie van der Linde een onverwachte lijn
tussen de wrakken van de vissersboten,
hun erfgoedfunctie voor het dorp in Bretagne
en het behoud van drukkerserfgoed.

IMG_8802Koppermaandagprent2026MelanieVanDerLindeLaMereRetientLeursOmbres

Koppermaandagprent 2026, Melanie van der Linde, La mere retient leurs ombres.


De klim naar binnen: Petrarca op Mont Ventoux

– hoe een bergtocht verandert in een zoektocht tussen klassieke en christelijke teksten –

Een klassieke opleiding heb ik niet.
Dus voor mij geen Latijn of Grieks.
Maar een uitgave van Factotum Pers
vind ik steeds opnieuw de moeite waard.

Deze keer een Latijnse brief van Francesco Petrarca:
Beklimming van de Mont Ventoux.
In een Nederlandse vertaling van Vincent Hunink.

IMG_8794FrancescoPetrarcaBeklimmingVanDeMontVentouxVertalingVincentHuninkFactotumPers

Francesco Petrarca, Beklimming van de Mont Ventoux, vertaling Vincent Hunink, Uitheverij Factotum Pers.


Met veel plezier las ik dit boek dat op het eerste gezicht
toeristische informatie gaat geven
over een wandeltocht naar de top van de berg.

Maar al snel blijkt het een boek met vele lagen:
een verslag van een wandeling
met dwalende gedachten van de wandelaar;
maar ook klassieke en christelijke teksten
die dienen zodat Petrarca zich kan herbronnen.

Het exemplaar dat ik kocht is hand gebonden,
heeft mooie blauwe schutbladen die heel goed passen
bij de illustratie op de titelpagina van Mont Ventoux.

IMG_8796FrancescoPetrarcaBeklimmingVanDeMontVentouxVertalingVincentHuninkFactotumPersIMG_8797FrancescoPetrarcaBeklimmingVanDeMontVentouxVertalingVincentHuninkFactotumPers

Het zijn dit soort op het eerste gezicht kleine elementen
die het boek interessant maken.
Die elementen zie je in de fysieke uitvoering van het boek
en in de tekstbehandeling.

De tekst is opgedeeld in 8 delenen nadat ik begon te lezen
kwam ik er al snel achter dat in ieder deel allerlei interessants zat.
Een aantal van die zaken loop ik hieronder door.

De tekst verdient ook een meer poëtische inleiding
in een tweede stem:

Inleiding

Francesco Petrarca’s brief over de beklimming van de Mont Ventoux
is veel meer dan een verslag van een bergtocht.
Het is een tekst waarin persoonlijke ervaring, klassieke eruditie
en christelijke reflectie samenkomen.

De brief, gericht aan Dionigi da Borgo San Sepolcro,
is doordrenkt van citaten en verwijzingen
die Petrarca’s intellectuele identiteit onthullen:
een humanist die zoekt naar het gelukzalige leven,
balancerend tussen aardse schoonheid en innerlijke plicht.

In deze bespreking verken ik hoe Petrarca
klassieke en christelijke referenties verweeft,
van Vergilius tot Paulus, van Hannibal tot Augustinus,
en hoe hij zijn fysieke klim gebruikt als metafoor
voor een veel grotere, innerlijke stijging.

Haemus in Thessalië
Eind december was ik al in gesprek over een geografische kwestie
waarover Vincent van Hunink mij al snel de juiste gegevens kon aanleveren.
Al in de Latijnse tekst staat de ligging van de berg Haemus verkeerd.

ScreenshotBrontekst

Paulus brief aan Korinthe
In de brief beschrijft Petrarca hoe hij zijn klimgenoten koos.
Kort samengevat voldeden de meeste van zijn vrienden niet
omdat hij vermoedde dat een uitdaging als het beklimmen van een berg
een te zware wissel op hun vriendschap zou trekken.
Hij besloot zijn broer mee te vragen.

In de noten verwijst Vincent Hunink naar de eerste brief van Paulus
aan de gemeente in Korinthe.
Toen ik die opzocht bleek dat een prachtige tekst te zijn over liefde.
Ook los van Petrarca absoluut de moeite waard om eens te lezen.

Vergilius en ‘gelijke pas’
In boek 2 van Vergilius’ Aeneis
zien we Aeneas niet als een triomfator,
maar als een vluchteling.

Troje brandt, de stad is verloren,
en toch kiest Aeneas niet voor roekeloze strijd.
Hij kiest voor pietas: zorg voor zijn vader Anchises,
zijn zoon Ascanius en de huisgoden.

Dit moment, waarin zij “met gelijke pas” vertrekken, lijkt klein,
maar draagt een enorme symbolische kracht.
Het is een beeld van orde te midden van chaos,
een rituele beweging die de kiem van Rome in zich draagt.

Vergilius transformeert nederlaag tot lotsbestemming.
Het lot bepaalt dat Troje moet vallen,
maar dat Aeneas een nieuwe stad zal stichten.
Zijn vlucht is geen teken van zwakte,
maar een noodzakelijke stap in een goddelijk plan.

Door Anchises te dragen en Ascanius te leiden,
belichaamt Aeneas niet alleen Romeinse waarden,
maar ook een tijdslijn: Anchises staat voor het verleden van Troje,
Aeneas voor het heden van plicht en strijd en
Ascanius voor de toekomst van Rome.

Hun gezamenlijke beweging is een levend symbool van continuïteit:
uit de as van Troje groeit een nieuwe beschaving.

Vergilius laat zien dat grootse beschaving
niet ontstaat uit brute kracht,
maar uit samenhang en plichtsbesef.
Zelfs in ondergang is er een kern van orde
die kan uitgroeien tot een rijk.

Voor Vergilius’ Romeinse lezers was dit herkenbaar en ideologisch geladen.
In een tijd waarin Keizer Augustus vrede en stabiliteit bracht na burgeroorlogen,
bevestigde de Aeneis dat Rome’s grootheid niet toevallig was,
maar geworteld in lotsbestemming en morele waarden.
Uit de as van Troje verrijst Rome – niet door chaos, maar door eenheid.
Saamhorigheid is een sleutel tot het succes van Rome.

IMG_8795FrancescoPetrarcaBeklimmingVanDeMontVentouxVertalingVincentHuninkFactotumPers

De bergtocht en religieuze groei
De tocht staat niet alleen voor religieuze groei,
maar voor een bredere humanistische ontwikkeling.
Petrarca’s beklimming van de Mont Ventoux is
een metafoor voor het streven naar een hoger leven.
Maar dat “gelukzalige leven” (vita beata) is niet uitsluitend christelijk.

Het begrip komt uit de klassieke filosofie van Cicero en Seneca,
waar het een leven in wijsheid en deugd betekent.
Petrarca speelt bewust met die dubbele traditie:
hij citeert Augustinus en verwijst naar Paulus,
maar gebruikt tegelijk Vergiliaanse frasen en stoïcijnse ideeën.

Zijn tocht is daarom niet enkel een spirituele klim,
maar een intellectuele en morele zoektocht.
Het uitzicht op de natuur, zijn reflectie op eigen zwakheid
en de spanning tussen aardse schoonheid en innerlijke plicht
tonen een humanistische synthese:
een poging om klassieke erfenis en christelijke moraal te verenigen
in één ideaal van persoonlijke groei.

Hannibal, vuur en azijn
De verwijzing naar Hannibal is geen losse anekdote,
maar een retorisch middel om Petrarca’s klim
te presenteren als een heroïsche, morele onderneming.
Door Hannibal te noemen, roept Petrarca het beeld op
van een legendarische tocht vol ontberingen en doorzettingsvermogen.
Hannibal overwon fysieke obstakels om een militair doel te bereiken;
Petrarca gebruikt die vergelijking om zijn eigen inspanning
te verheffen tot een strijd tegen innerlijke zwakheid en aardse verlangens.

De anekdote dat Hannibal rotsen splijt met vuur en azijn
past prima in dit retorische middel:
het benadrukt vindingrijkheid en volharding tegenover natuurkrachten.
Zo wordt de beklimming van de Mont Ventoux niet slechts een wandeling,
maar een symbolische klim naar inzicht en deugd

IMG_8798FrancescoPetrarcaBeklimmingVanDeMontVentouxVertalingVincentHuninkFactotumPers

“Haten en anders tegen mijn zin”
Het retorische contrast in
“Ik zal haten als ik kan. Zo niet, dan liefde voelen, tegen mijn zin”
versterkt Petrarca’s innerlijke strijd.
De eerste zin is actief:
Petrarca presenteert zichzelf als handelend,
vastbesloten om zich los te maken van liefde door haar te haten.
De tweede zin keert dit om:
hij wordt passief, Petrarca als een lijdend voorwerp
dat tegen zijn wil door liefde wordt overweldigd.

Dit contrast tussen wilskracht en onmacht
creëert een dramatische spanning die de psychologische diepte van de brief vergroot.
Het laat zien hoe Petrarca niet alleen worstelt met aardse verlangens,
maar ook erkent dat menselijke wil begrensd is.

Climax
Tegen het slot van de brief bereikt Petrarca zijn morele climax
met een gedachte die wortelt in zowel Seneca als Augustinus.
De zin “terwijl er toch niets bewondering verdient behalve de ziel:
wanneer die groot is, is voor haar niets groot”
echoot Seneca’s stoïcijnse overtuiging dat uiterlijke dingen
geen werkelijke grootheid bezitten;
alleen de ziel verdient bewondering.

Tegelijk sluit dit aan bij Augustinus’ Belijdenissen (10,15),
waar hij bekritiseert dat mensen zich verliezen in uiterlijke wonderen
– bergen, zeeën, sterren –
en zich afkeren van hun eigen ziel,
terwijl juist daar de ware grootheid ligt:
“En ze gaan weg bij zichzelf.”

Petrarca verbindt deze twee tradities tot één humanistische boodschap:
de beklimming van een berg is indrukwekkend,
maar de ware hoogte ligt in de innerlijke klim van de ziel.

IMG_8799FrancescoPetrarcaBeklimmingVanDeMontVentouxVertalingVincentHuninkFactotumPers

Dionigi da Borgo San Sepolcro
Het zal iedere lezer van dit bericht wel duidelijk zijn
dat de brief van Petrarca niet een soort ansichtkaart vanaf een vakantiebestemming is.
De geadresseerde is dan ook een bijzonder persoon:

Dionigi da Borgo San Sepolcro (ca. 1300–1342)
was een Augustijner monnik en geleerde uit Toscane.
Hij studeerde theologie aan de Sorbonne in Parijs
en werd later actief in Avignon, waar hij Petrarca leerde kennen.
Dionigi fungeerde daar als Petrarca’s biechtvader en adviseur,
en bracht hem in contact met werken van Augustinus,
waaronder de Belijdenissen.
Deze ontmoeting speelde een grote rol in Petrarca’s spirituele en intellectuele ontwikkeling,
maar hij bleef ook andere invloeden volgen.

Dionigi werd in 1340 benoemd tot bisschop van Monopoli (Zuid Italië)
en overleed in 1342 in Napels.

Conclusie

De Mont Ventoux-brief laat zien dat Petrarca niet simpelweg een berg beklimt,
maar een literair en filosofisch experiment uitvoert.
Hij gebruikt klassieke stemmen zoals Vergilius, Ovidius, Hannibal en Seneca,
naast christelijke bronnen als Paulus en Augustinus,
om zijn eigen zoektocht vorm te geven.

De tekst beweegt tussen actieve wil en passieve overgave,
tussen uiterlijke hoogte en innerlijke grootheid.
Uiteindelijk klinkt in het slot de humanistische synthese door:
“En ze gaan weg bij zichzelf”
– een waarschuwing van Augustinus die Petrarca tot zijn eigen motto maakt.

De beklimming van een berg is indrukwekkend,
maar de ware hoogte ligt in de klim van de ziel.

Ontwerp voor lino

Een tijdje terug kocht ik een linopers.
Dus alle reden om linosnedes te gaan maken.
Daarbij begin je bij inspiratie.

De laatste tijd ben ik intensief bezig geweest
met de verzameling van het National Museum
in New Delhi.
Het ligt dan voor de hand iets uit die collectie te nemen
dat als voorbeeld gaat dienen.

Een van de eerste vazen uit Harappa, heb ik gekozen.
Het is een lage, bolle vaas met twee motieven.
Door de manier waarop de vaas in de vitrine staat
zie je op mijn foto het motief maar half.
Dat is geen ramp. Het motief is heel geometrisch.

Ik ben begonnen het motief over te nemen
op een stuk karton, een oude envelop.
Het gaat me er om gevoel te krijgen bij het motief.
Dat pak ik als volgt aan:

IMG_8788Harappa

Op het scherm zie je de foto van de vaas met aan de rechterkant het motief. Voor het pc-scherm ligt het stuk karton waarop ik begonnen ben.

IMG_8789Harappa

Ik ben al weer wat verder. Dat ik niet bij de rechte lijnen moet beginnen maar met de ovalen, is me intussen al duidelijk geworden.


Misschien schiet de vraag bij je te binnen
waarom ik niet aan AI vraag het motief
te isoleren en glad te strijken.
Dat heb ik gedaan en dat leverde een bijzonder ontwerp op.
Misschien ga ik dat ook wel gebruiken.
Maar het is een heel ander motief
dan dat je op de vaas ziet.

CopilotHarappa

Dit is zoals Copilot het motief ziet.


‘En u weet,’ zei ze, ‘dáárheen is niks!’

– over een essay dat me in verwarring achterliet –

IMG_8791Je mot naar 't Oostfront gaan

Ellen Krol, Uitgeverij Fragment, Je mot naar ’t Oostfront gaan, dan ken je dik op je donder krijgen.


Uitgeverij Fragment publiceerde onlangs in boekvorm het essay
‘Je mot naar ’t Oostfront gaan, dan ken je dik op je donder krijgen’
van Ellen Krol.
Het essay gaat over het boek ‘De oorlog in stukjes’, een keuze
uit de Kronkels van Simon Carmiggelt die over de oorlog gaan.

Het Parool publiceerde de stukjes van Carmiggelt, de Kronkels,
van januari 1945 tot aan zijn dood in 1987.
Ellen Krol geeft aan dat twee zaken missen in dat boek:
– ze mist annotaties en tekstkritiek
– er is geen verantwoording afgelegd over waarom deze stukjes
het tot in het boek gehaald hebben en anderen niet.
Voor mij betekent dit dat het boek niet de ambitie heeft
een wetenschappelijk werk te zijn, maar wil het een boek
voor het grote publiek zijn.
Niks mis mee, zeker bij Carmiggelt.
Maar ik verwachtte een essay dat een interpretatie bood,
maar kreeg vooral een thematische inventarisatie.

Dat mevrouw Krol meer wil bij ‘De oorlog in stukjes’
kan ik me goed voorstellen.
Daarom was/ben ik benieuwd naar het doel van haar essay.
Ze zegt daarover:

Vooraf dus de vraag welk beeld van eigen verzetsbetrokkenheid de ‘ik’ gaf in deze gebundelde Kronkels. Vooral gaat het mij verder om de vraag welk beeld Carmiggelt geeft van de Nederlanders onder Duitse bezetting, en meer specifiek van de relatie tussen vervolgden en niet-vervolgden.

Een paar regels verder voegt ze daar nog aan toe:

Mijn conclusies gelden alleen voor deze bundel van eenenvijftig Kronkels, …

en

Daarnaast zijn er typeringen van Duitsers op straat, Duitsers na de oorlog, toevallige helden, uitgesproken profiteurs, sappelaars voor de goede zaak en overgebleven stille betrokkenen.

Ellen Krol beschrijft haar onderzoeksvragen helder,
maar werkt deze in het essay niet uit tot conclusies.

In 2024 verscheen van haar hand het boek ‘Onbevrijd gevoel’
waarin ‘Ellen Krol werk van schrijvers over de Jodenvervolging (herleest) uit de periode 1957 tot 2019, zoals van Marga Minco, Ida Vos, Gerhard Durlacher, Hanny Michaelis, Clarissa Jacobi en Armando. Aangevuld met besprekingen van bloemlezingen over de oorlog wordt van een grote groep schrijvers als Simon Carmiggelt, Gerrit Kouwenaar, Bob den Uyl, Andreas Burnier, M. Vasalis, Jacov Lind, Sal Santen, F.B. Hotz, Jan Wolkers e.a. duidelijk hoe gedacht werd over de verhouding tussen de wel- en niet-vervolgde bevolkingsgroepen.’

Dit essay lijkt een vervolgopdracht.

Maar het essay laat me in verwarring achter omdat
Ellen Krol haar onderzoeksvragen helder beschrijft,
maar het essay vooral een inventarisatie blijft van de Kronkels
en ik de beloofde conclusies mis.

Mevrouw Krol schrijft eerst over het verschil tussen
‘gewone’ Nederlanders en Simon Carmiggelt.
Voor mij wordt niet duidelijk wat dit precies toevoegt
aan haar verhaal.

Dan volgt het hart van haar essay:
een inleiding gevolgd door een indeling per periode met een reeks citaten.
Die citaten zijn charmant — je hoort Carmiggelt bijna spreken —
maar ze worden niet ingebed in een analytisch betoog

Echte conclusies ontbreken. Dat lijkt me ook erg moeilijk
omdat het essay reageert op een boek dat een keuze in de Kronkels bevat.
Om goed conclusies te kunnen trekken zou een gedegen analyse
van alle Kronkels nodig zijn op het aspect oorlog.

Daarom is voor mij de opmerking op pagina 16 over het moment
waarop Carmiggelt schrijft over de Jodenvervolging niet
een echte conclusie:

‘Dat er in 1947 en 1958 Kronkels over deportaties in de krant stonden, is vroeg als je in aanmerking neemt dat de Jodenvervolging in de jaren ’50 bijna uit het collectieve geheugen gewist leek….’

Het essay verschijnt op de vertrouwde manier.
Een heel verzorgd uiterlijk, met een mooie omslag
die prettig in de hand ligt.

De titel van dit bericht is de laatste zin van het essay.
Wat mij betreft erg goed gekozen.
Het citaat van de Kronkel ‘Niks’ is typisch Carmiggelt.
Hij loopt op straat in Amsterdam en wordt dan aangesproken.
Een vrouw vertelt hem een verhaal en besluit met dat ze
nog steeds Duitsers de verkeerde kant op stuurt
als haar naar de weg gevraagd wordt.

Natuurlijk moest ik meteen denken aan de uitzending uit 1985
‘Gedane zaken gaan niet meer tekeer / Do ist der Bahnhof!’.
Waarin Gé en Arie Temmes filosoferen over de dodenherdenking
en vertellen hoe ze nog steeds Duitse vakantiegangers
in de verkeerde richting sturen voor het station.
Is daar een relatie?

Misschien is het precies deze mengeling van observatie en
gemis aan duiding die me achterlaat met het gevoel dat er
minder is dan ik had gehoopt.

Museum of Mexican Prehispanic Art

In Oaxaca is een heel apart museum.
Er zijn wel meer musea in Mexico met voorwerpen
van de volkeren van vóór de Spaanse bezetting.
Maar die musea zijn bijna nooit opgericht en
ingericht door een kunstenaar,
zodat de nadruk niet op de archeologische kwaliteiten
van de voorwerpen liggen, maar op de kunstzinnige.

De kunstenaar die hiermee begonnen is, heet Rufino Tamayo.
Zelf actief als kunstenaar in Mexico maar ook internationaal.

Rufino Arellanes Tamayo (Oaxaca, 28 augustus 1899 – Mexico-Stad, 24 juni 1991) was een Mexicaans kunstschilder.

Tamayo was een Zapoteek uit de staat Oaxaca. Zijn werken zijn vooral geïnspireerd door het indiaanse Mexico en hij heeft zich altijd afgezet tegen de heersende ‘revolutionaire’ schilders in Mexico als David Alfaro Siqueiros en Diego Rivera. Deels daardoor verbleef hij samen met zijn echtgenote een groot deel van zijn leven buiten Mexico, voornamelijk in New York en in Parijs. Hoewel hij zich wel heeft laten inspireren door onder andere het kubisme, impressionisme en fauvisme heeft hij altijd geweigerd zichzelf tot een bepaalde stroming te rekenen.

De werken die Tamay heeft verzameld en samengebracht
zijn niet naar tijdvak of functie georganiseerd.
Ze zijn samengebracht in zalen die ieder voor zich
een eigen kleur hebben.
We kijken in de eerste plaats naar kunstwerken.
Werken die zo zijn geplaatst dat ze optimaal uitkomen.

IMG_8724MuseumOfMexicanPrehispanicArtRufinoTamayo CatalogusIMG_8725MuseumOfMexicanPrehispanicArtRufinoTamayoIMG_8726MuseumOfMexicanPrehispanicArtRufinoTamayoIMG_8727MuseumOfMexicanPrehispanicArtRufinoTamayo

In de toekomst ga je daar nog heel wat voorbeelden van zien.