– over wat je ziet wanneer je vóór het ritueel even de tijd neemt om rond te kijken –
De nachttrein had me naar Varanasi gebracht.
En mooi op tijd.
Het station ligt een eind van de ghats af,
maar mijn hotel was daar juist dichtbij.
Op het station waren voldoende mogelijkheden om verder te reizen.
Ik koos een rickshaw.
Zelfs een rickshaw kan niet tot heel dicht bij de ghats komen.
Vanaf een kruispunt, een paar honderd meter van de rivier af,
mogen ze passagiers meenemen of afzetten.
Op die plaats is het een pandemonium van mensen, voertuigen en koeien.
Het is een fantastisch kleurrijk gezicht met veel kruidige geuren.
Al die verschillende sari’s, al die verschillende mensen,
al die verschillende activiteiten op dat ene kruispunt.
Met een man van de militaire politie die dat allemaal regelt.
In de vijf dagen dat ik er was heb ik dat niet anders meegemaakt.
Hooguit iets minder druk en met maanlicht in plaats van zon.
Het laatste gedeelte moet je dus te voet afleggen.
Google Maps was voorlopig voldoende om me op koers te houden.
Er loopt een brede weg direct naar de ghat,
de trappen naar beneden richting het Gangeswater.
Maar eerst moet je zover zien te komen.
De brede weg is een soort levende markt,
weinig echte kraampjes
maar vooral mensen die op de grond zijn gaan zitten
om er groente, fruit en kruiden te verkopen,
winkels die tegen de pui en aan de rand van de weg
nog wat extra koopwaar hebben staan.
Daartussen allerlei groepen mensen, bedevaartgangers.
De groepen kunnen groot zijn maar het kunnen ook gezinnen zijn.
Of een eenling zoals ik.
De meeste mensen komen natuurlijk uit India.
Sommige westerlingen waren gisteren nog in de flower power sixties.
Overal mannen die je koffer willen dragen, voortduwen, vasthouden.
Het vergt wat doorzettingsvermogen om ze van me af te houden.
Bij de ghat aangekomen volgt het moeilijkste deel
van mijn voettocht.
Dichter bij het hotel wordt Google Maps moeilijker te volgen.
Uiteindelijk moest ik de weg vragen en gelukkig waren er bordjes
met de naam van het hotel.
Ik liep een tijd door een smal straatje dat ‘parallel’ aan de Ganges loopt.
Winkels aan beide kanten, vooral veel stoffen in alle kleuren en souvenirs.
En natuurlijk restaurants en backpackerhotels en hostels.
Het wegdek is ongelijk met hier en daar een plas water
moet je opletten voor bijvoorbeeld de motoren
die gebruik maken van dezelfde straat.
Zoals bijna overal in India zijn er overal mensen om je heen.
De meeste zijn kleiner dan ik ben,
wat prettig is voor het overzicht.
Het duurt niet lang voor je gewend bent
aan wat op het eerste gezicht een chaos lijkt
maar wat een zichzelf sturende drukte zal blijken te zijn
waar iedereen zijn weg vindt.
Het hotel was nog een paar trappen omhoog.
Het was er rustig. Heel vriendelijke mensen.
Zo begon mijn derde bezoek aan Varanasi.
De eerste keer was in 1995, de tweede keer in 2016.
Maar niet eerder zo lang of alleen.
Wie even de tijd neemt om rond te kijken bij de Dashashwamedh Ghat,
zelfs al is het alleen tijdens de voorbereiding van de Aarti,
ontdekt beelden die meer vertellen dan hun eenvoud doet vermoeden.
De godin en haar waterwezens
Bij de Dashashwamedh Ghat, waar iedere avond de Ganga Aarti plaatsvindt,
staat een beeld dat misschien niet uitblinkt door verfijning,
maar zeker door haar directe kracht.
Ganga Devi zit centraal in de afbeelding.
De golvende achtergrond verbeeldt het Gangeswater, de rivier zelf
— waardoor Ganga Devi verschijnt als levende stroom.
In haar rechterhand houdt ze de kamandalu,
de waterkruik die verwijst naar reiniging en spirituele zuiverheid;
in haar andere hand de trishul, de drietand die haar band met Shiva markeert.
Onder haar verschijnt waarschijnlijk een gestileerde makara,
het mythische waterdier dat in volkskunst
vaak tot een visachtige vorm is vereenvoudigd.
Hier niet zo eenvoudig te herkennen door de verse bloemguirlandes,
Boven haar flankeren twee olifantenkoppen het geheel:
geen verwijzing naar Ganesh,
maar symbolen van waterkracht en overvloed.
Zo vormt dit beeld een compacte samenvatting van de rivier als godin
— niet als verheven kunstwerk,
maar als visuele bron van devotie, gemaakt om de massa te raken
en het ritueel te dragen.
Zo’n beeld laat zien hoe volksdevotie haar eigen beeldtaal vormt,
direct, herkenbaar en volledig ingebed in het ritueel van de rivier.













































































































































