Angst,
als om duizelig te worden
en van een toren te springen
naar een grond die onder het vallen
verder neerweek,
omving mij,
ik deinsde terug….
J. Slauerhoff, bezorgd door Hein Aalders en Menno Voskuil,
Het verboden rijk, pagina 117.
Angst,
als om duizelig te worden
en van een toren te springen
naar een grond die onder het vallen
verder neerweek,
omving mij,
ik deinsde terug….
J. Slauerhoff, bezorgd door Hein Aalders en Menno Voskuil,
Het verboden rijk, pagina 117.
De afgelopen dagen werk ik niet in mijn reguliere blogritme.
Dat geeft me de gelegenheid om te lezen in een boek
waar ik al een tijd geleden in begonnen ben.
Nu kom ik op een pagina met een paar geweldige zinnen.
De komende dagen deel ik er een paar van.
Ik waarschuw vast: de zinnen zijn niet altijd even optimistisch.
Ik had nog maar een stap te doen,
de tijd zou splijten,
ikzelf zou een ander zijn,
met ander gelaat,
andere handen,
ogen,
bloed,
toch ik,
maar zelfvergeten.
J. Slauerhoff, bezorgd door Hein Aalders en Menno Voskuil,
Het verboden rijk, pagina 117.
Hieronder zie je een citaat van Richard Serra waarvan ik vind
dat het veel zegt over zijn latere werk.
Dat latere werk is wat we meestal zien: grote, gebogen, metalen platen.
Vaak reageren die platen op elkaar door elkaars kromming over te nemen
of juist een tegenovergestelde vorm.
Ik had mijn bericht eerst ‘Gebogen ruimte’ willen noemen.
Maar heb het veranderd naar aanleiding van het citaat hieronder.
Daarin zegt Serra ‘Repetition is the ritual of obsession.’
‘Repetition’ heb ik vertaald naar ‘Herhalen’.
‘Obsession’ vertaalde ik naar ‘Motivatie’.
De woorden Repetition en Obsession
kunnen onterecht negatieve associaties oproepen.
Bovendien denk ik dat de Amerikaanse termen
harder overkomen in het Nederlands dan Serra waarschijnlijk bedoelde.
Serra richtte zich in het latere deel van zijn loopbaan bijna exclusief op metaal.
Je kunt dat zijn obsessie noemen, maar het lijkt me logisch
dat een kunstenaar sterk geïnteresseerd is in het materiaal waarmee hij werkt.
Dat materiaal is een van zijn drijfveren.
Het citaat waar ik naar verwijs:
Obsession is what it comes down to. It is difficult to think without obsession, and it is impossible to create something without a foundation that is rigorous, incontrovertible, and, in fact, to some degree repetitive. Repetition is the ritual of obsession. Repetition is a way to jumpstart the indecision of beginning. To persevere and to begin over and over again is to continue the obsession with work. Work comes out of work. In order to work you must already be working.
—Richard Serra
– over drie werken die samen een stille, maar indringende lijn vormen door het oeuvre van Käthe Kollwitz –
Käthe Kollwitz (1867–1945) was een van de meest indringende stemmen
van het sociaal‑realistische kunstidioom in Duitsland.
Haar werk richt zich op het gewone leven van arbeiders, moeders en kinderen,
maar met een intensiteit die het alledaagse verheft
tot universeel menselijk drama.
Ze werkte vooral in grafiek en tekeningen,
waarin ze met sobere lijnen en donkere tonen
een bijna sculpturale expressie bereikte.
In haar realisme gaat het niet om uiterlijke gelijkenis, maar om innerlijke waarheid.
De figuren zijn zwaar, tastbaar, soms gebogen onder verdriet
— maar altijd menselijk, nooit anekdotisch.
Kollwitz observeerde niet van buitenaf; ze leefde mee met haar onderwerpen.
Haar realisme is daardoor een vorm van empathie:
een kunst die getuigt van solidariteit en mededogen in tijden van armoede en oorlog.
Realisme en mededogen
In het Kunstmuseum Basel waren drie werken van Käthe Kollwitz te zien:
Schwangere Mutter mit zwei Kindern, Tod und Kinder en Mutter.
Samen vormen ze een compacte maar indringende blik op haar oeuvre.
Kollwitz’ realisme is nooit afstandelijk; het is een kunst van nabijheid.
Ze tekent niet om te beschrijven, maar om te getuigen
— van zorg, angst, verlies en de stille kracht van vrouwen
in tijden van oorlog en armoede.
In Schwangere Mutter mit zwei Kindern ligt de nadruk
op de kwetsbaarheid van het lichaam en de bescherming die het biedt.
In Tod und Kinder wordt de greep van de dood voelbaar
— of kijken we naar de tederheid van een moederfiguur
die haar kinderen nog probeert te omvatten?
De titel suggereert dat we met de dood te maken hebben,
maar het beeld zelf laat die grens open.
En in Mutter wordt die omhelzing tot symbool van overleven:
een compacte groep lichamen, samengeperst door angst en liefde tegelijk.
Kollwitz’ lijnen zijn zwaar en tastbaar, haar schaduwpartijen diep en menselijk.
Ze maakt van het realisme geen observatie, maar een gewetensdaad
— een vorm van kunst die niet wegkijkt, maar meeleeft.
Tentoonstelling
De werken werden er getoond in het kader van een kleine restitutie-tentoonstelling.
Op de website van Kunstmuseum Basel is hierover
de volgende tekst te lezen (voor de blog vertaald):
Het Kunstmuseum Basel compenseert de erfgenamen van Julius Freund
voor zeven tekeningen en een lithografie uit de 19e en vroege 20e eeuw.
De beslissing tot deze compensatiebetaling is een bevestiging
van de Washington Principles
en van de eigen strategie voor provenance‑onderzoek.
Het Kunstmuseum is verheugd de werken voor de collectie te kunnen behouden.
De gevonden oplossing is ook in het belang van de erfgenamen.Julius Freund (1869–1941), een Duits‑Joodse textielfabrikant uit Berlijn,
verzamelde gedurende meer dan 25 jaar meer dan 700 schilderijen
en werken op papier uit de Duitse romantiek en het realisme,
aangevuld met geselecteerde werken uit de vroege 20e eeuw.
Werken van kunstenaars zoals
Carl Blechen, Adolph von Menzel, Caspar David Friedrich,
Käthe Kollwitz en Hans Baluschek
maakten daar deel van uit.
De hoge kwaliteit van de collectie was in heel Duitsland bekend.
Tot op vandaag geldt de op veel van zijn werken
aangebrachte verzamelstempel “JF” als een keurmerk.Na het opgeven van zijn bedrijf verhuisde Freund in 1931
met zijn vrouw Clara (1878–1946) voor drie jaar naar Italië.
Zijn kunstcollectie wilde hij in die periode aan een museum toevertrouwen
— een voornemen dat echter pas in 1933 slaagde,
toen hij 385 werken kon onderbrengen in het Kunstmuseum Winterthur,
waar ze negen jaar bleven.
In 1934 en 1936 kwamen daar nog 106 werken bij.
In Zwitserland genoot de collectie Freund grote populariteit.
Niet alleen in Winterthur, maar ook in de kunstmusea
van Luzern, Bern en Basel werden tentoonstellingen met deze werken georganiseerd.De situatie van de familie in Duitsland veranderde drastisch
na de machtsovername door de nationaalsocialisten in 1933.
Zoon Hans moest de Universiteit Leipzig verlaten;
na zijn promotie in 1934 in Basel emigreerde hij naar Londen.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hij als vijandelijke buitenlander
geïnterneerd op het Isle of Man.
Dochter Gisela, die later als fotografe Gisèle Freund beroemd zou worden,
vluchtte in 1933 naar Parijs.
Julius en Clara Freund keerden in 1934 naar Berlijn terug
en werden gedwongen hoge discriminerende belastingen te betalen.
In 1939 emigreerden zij naar Engeland,
waar Julius Freund in 1941 in een armenziekenhuis in Wigton overleed.Op 21 maart 1942 liet Gisèle Freund de in Zwitserland aanwezige kunstwerken
uit de collectie van haar vader veilen via het veilinghuis Theodor Fischer in Luzern.
De ouders hadden de werken in december 1933
formeel aan hun dochter overgedragen,
die zich toen al in Parijs bevond, om ze vooruitziend te beschermen
tegen directe confiscatie door de nationaalsocialisten.
Het besluit tot verkoop nam zij samen met haar familie.
Volgens haar eigen verklaring lag de armoede van haar moeder
aan deze beslissing ten grondslag.
De opbrengst van de veiling kwam volledig ten goede aan Gisèle,
die inmiddels in Buenos Aires woonde.
Zij kocht er een huis van, waarvan de huurinkomsten
voortaan het levensonderhoud van haar moeder verzekerden.
Het Kunstmuseum Basel verwierf uit deze veiling vijf tekeningen
en een lithografie voor het Kupferstichkabinett.
Twee andere werken met dezelfde herkomst kwamen als schenking binnen.In 2005 restitueerde de Bondsrepubliek Duitsland
vier werken die Adolf Hitlers “Sonderbeauftragter für das Führermuseum”,
Hans Posse, op dezelfde veiling had gekocht,
aan de erfgenamen van Julius Freund.
De teruggave werd gemotiveerd met het argument
dat de economische nood van Clara Freund in ballingschap moest worden gezien
als gevolg van haar vervolging door het nazi‑regime.
Verder kan voor de restitutie een rol hebben gespeeld
dat de kunst door een vertegenwoordiger van het Duitse Rijk was verworven.
Daarna volgden andere teruggaven door Duitse musea
en overeenkomsten met particulieren.Het Kunstmuseum Basel heeft uit eigen beweging
contact opgenomen met de juridische vertegenwoordiger van de erfgenamen
van Julius Freund en het bezit van de acht werken gemeld.
Na uitwisseling van de verschillende standpunten
vonden beide partijen een minnelijke oplossing:
de erfgenamen van Julius Freund ontvangen een compensatiebetaling
en de kunstwerken blijven in het Kunstmuseum Basel.
Over de hoogte van het bedrag is stilzwijgen overeengekomen.
SIRE bedenkt al die campagnes over onverschilligheid onder de bevolking.
Maar de overheid die kan er ook wat van.
Als je in een stad in Nederland woont ben je getuigen van allerlei rituelen.
Zonder dat iemand je ook maar iets vertelt over het doel van het ritueel.
Misschien hoef ik niet te weten wat er gebeurt,
maar waarom moet ik er dan wel de overlast van ondervinden?
De rituelen komen soms in kleine omvang
maar zijn soms van lange duur met heel veel overlast.
De afgelopen dagen maakte ik bijvoorbeeld de volgende foto’s.
Gewoon recht voor de deur.
– over de moderne aanpak van het museum –
In de ochtend ben ik direct van hotel gewisseld.
Daarna ben ik op zoek gegaan naar een van de twee grote musea in Patna:
het Patna Museum.
Het was niet ingewikkeld om dat te vinden, maar het museum gesloten.
Er was een verbouwing bezig
en het museum zou meer dan één jaar gesloten blijven.
Helaas stond daarover niets op internet.
In de straat van het Patna Museum zat een bakkerij
waar ze een gesuikerde lekkernij maakten.
Die heb ik gekocht en dat werd het begin van mijn patisserie-avontuur.
Patna staat daarom bekend.
Toen besloot ik naar het andere museum te gaan: het Bihar Museum.
Het Patna Museum is gevestigd in een koloniaal gebouw.
Het Bihar Museum is een modern ontwerp
en opende vanaf 2015 in verschillende fasen.
Buiten bij het museum hangt een aankondiging
over het ontstaan en over het karakter van het museum..
De belangrijkste zin daarin voor mij is:
The Bihar Museum is not a store-house of artefacts, but is an experience museum.
Dat betekent dat je in grote stappen door de geschiedenis gaat
maar ook dat men er moderne Indiase kunst laat zien.
En dat is dan weer bijzonder.
Van de objecten die ik in dit bericht laat zien weet ik soms niet
Persoonlijk vind ik dat een nadeel van de aanpak
waarbij men in een museum de nadruk legt op presentatie,
uitleg en verbanden.
Gelukkig doet men dat in het Bihar Museum vooral in de Oriëntatiegalerie.
Daarna volgen de galerieën A, B en C
en daar is meer informatie beschikbaar.
Het figuurtje draagt een hoofddeksel dat lijkt op een muts die in een punt uitloopt,
met langs de rand een patroon van kleine verdikkingen
alsof een geweven zoom of kralenrij is weergegeven.
Over de schouders ligt een brede, licht golvende rand
die als onderdeel van zijn kleding is gemodelleerd
en duidelijk is afgezet tegen de romp.
Onder de linkerarm houdt de figuur een compact, afgerond object vast,
een vorm die doet denken aan een opgerolde bundel of een symbolisch attribuut.
Deze vrouwelijke terracotta‑figuur
draagt een rijk versierde compositie die typerend is voor de Maurya‑periode.
De figuur draagt zware ornamenten op hoofd en schouders,
opgebouwd uit ronde en langgerekte vormen die,
in combinatie met het hoofddeksel,
doen denken aan bundels of schoven.
De gelaagde structuur van het kapsel en de sierlijke halslijn
geven het beeld een ceremoniële uitstraling.
Zulke configuraties komen in deze periode vaak voor
en worden in de literatuur doorgaans in verband gebracht
met een ceremoniële of symbolische functie.
Corrected English description
It is a terracotta female figurine.
The eyes are carved as irregular elongated circles.
The body parts, including the breasts,
were modeled separately and joined together.
This is a unique example of pre‑Mauryan terracotta art. (Arch.‑6650)
Het nummer bijvoorbeeld Arch. 6650 schijnt te verwijzen
naar een inventarislijst met voorwerpen van de Archaeological Survey of India.
Die is helaas online niet te raadplegen.
Het beeldje is zo mooi.
De beeldhouwer speelt met vlak en volume:
de ogen zijn grafisch geaccentueerd,
terwijl wangen en lippen zacht gemodelleerd blijven.
Die spanning tussen lijn en vorm geeft het beeld
een expressieve directheid die doet denken
aan Picasso’s vroege portretten,
waar de anatomie ondergeschikt is aan de kracht van de contour.
– over twee grafbeelden uit de Nayarit‑traditie –
Krijger uit Nayarit
In de vitrine staat een gestileerde krijger uit Nayarit,
een compacte figuur die tegelijk mens en symbool is.
Zijn langgerekte gezicht wordt gedomineerd door een zware neusring
die de mond bijna wegdrukt,
alsof hij een rituele persona is wat hem tot zwijgen verplicht.
De helm, met zijn twee kleine uitsteeksels en fijn gemarkeerde oppervlak,
geeft hem een dierlijke of bovennatuurlijke uitstraling;
niet de helm van een soldaat, maar van iemand
die een andere staat van zijn heeft aangenomen.
De grote oorversieringen
— schijfvormig, geperforeerd, nadrukkelijk aanwezig —
markeren hem als een figuur van rang,
een krijger die meer vertegenwoordigt dan alleen fysieke kracht.
In zijn handen houdt hij een knots, geen ceremoniële staf
maar een massief slagwapen met ritmische verdikkingen,
een voorwerp dat duidelijk bedoeld is om impact te suggereren.
Het harnas dat zijn romp omsluit versterkt dat beeld:
geen losse borstplaat, maar een volledige omhulling
die het lichaam tot een kubisch, bijna architectonisch volume maakt.
De kunstenaar heeft hem bovendien vier steunpunten gegeven
— twee benen naar voren, twee steunen naar achter —
waardoor hij staat als een viervoetige wachter,
stevig verankerd en onmogelijk omver te duwen.
Alles aan deze figuur wijst op zijn functie: dit is een grafbeeld,
een beschermer die de overledene begeleidt in het hiernamaals.
Waar de eerste Chinese keizer een volledig terracottaleger kreeg,
vol naturalistische soldaten,
koos de West‑Mexicaanse traditie voor een andere benadering:
één geconcentreerde gestalte van macht.
Deze krijger is geen deelnemer aan een strijd,
maar een archetype van bescherming
— een stille, onverzettelijke aanwezigheid
die waakt over de dode en de doorgang naar de wereld daarachter.
Correctie van catalogusvermelding
Het beeld dat in het boek op pagina 50 wordt omschreven als
“Ceramic figurine of a seated woman, Nayarit, clásico, A.D. 200–750”
correspondeert in werkelijkheid met nummer 6 uit de vitrine‑tekst
Cerámica de la Época Clásica, 200–750 D.C., Nayarit, Occidente de México,
waar het wordt aangeduid als:
“Espléndida estilización de un guerrero. Trae casco y coraza.”
De foto toont inderdaad een krijger met helm en borstharnas,
niet een zittende vrouw.
De boekvermelding lijkt dus een verwisseling
van onderschrift of inventarisnummer te bevatten.
De Denker
Van opzij lijkt deze figuur een Mexicaanse variant van De Denker:
het hoofd rust op de hand, de rug buigt in concentratie.
Maar zodra je hem van achteren bekijkt, verandert de indruk.
De rug zwelt op tot een ronde, bijna organische massa,
bezet met kleine uitstulpingen die doen denken aan wervels of knobbels.
Wat eerst een houding van nadenken leek,
krijgt nu iets van een lichamelijke transformatie.
De figuur lijkt in zichzelf gekeerd, opgesloten in zijn eigen vorm.
De holte tussen arm en romp versterkt dat gevoel van inkeer:
het lichaam omsluit zichzelf,
alsof het zijn energie bewaart
of zijn pijn verbergt.
De vergroeiing op de rug kan gelezen worden als een pantser
— een bescherming tegen de buitenwereld —
maar ook als een teken van lijden dat zichtbaar wordt gemaakt.
In de context van de West‑Mexicaanse grafkunst
kan dit beeld een zieke of bezwaarde persoon voorstellen,
niet als realistisch portret maar als symbool van overgang:
tussen leven en dood, tussen mens en geest.
Waar de krijger de overledene bewaakt,
lijkt deze figuur de innerlijke reis te verbeelden
— de mens die zich terugtrekt in zijn eigen lichaam
om de grens van het bestaan te overschrijden.
– over een bonte verzameling moderne kunst uit Basel –
Na dit bericht volgen nog twee berichten naar aanleiding van mijn bezoek
aan Zürich (Museum Rietberg) en Bazel (Kunstmuseum Basel) in 2025.
Die twee berichten gaan over twee heel verschillende kunstenaars.
Allereerst Käthe Kollwitz (1867-1945), werken op papier,
en Richard Serra (1938-2024), buiten in de openlucht.
Maar ik zag in die laatste middag van die vakantie nog een hele reeks kunstwerken.
Met allerlei sterren, grote sterke sterren die je iedere nacht ziet,
maar ook kleinere sterren die je alleen onder speciale condities ziet.
Sommige typisch voor Bazel en Zwitserland (Ueli Brunnen en Ferdinand Hodler),
typisch voor Duitstalige landen (Max Ernst, Joseph Beuys en Gerhard Richter)
en typisch voor het internationaal karakter van de schenkers (Picasso, Dalí en Calder).
Eigenlijk te veel voor één bericht maar ik nodig de bezoekers van mijn blog uit
mee te kijken naar de sterrenhemel boven Bazel.
Ik heb er een aantal sterren uitgekozen, misschien had jij andere gekozen.
Bij een paar sterren deel ik mijn gedachten.
Vertaling: Opgedragen aan de bevolking van Kleinbasel als dank dat ik gedurende 12 jaar het kleine stadsdistrict in de Grote Raad van Basel mocht vertegenwoordigen en 15 jaar als meester van de Ehrengesellschaft zum Rebhaus mocht voorzitten.
Untitled
Een donkere schil,
als een schild dat zich opent
maar niets prijsgeeft van zijn oorsprong.
Daarbinnen een mond,
licht van kleur, niet stralend,
een opening die zich ontvouwt
zonder taal,
maar met een mechanische wil.
En nog dieper:
kleppen, knoppen, switches —
geen tong, geen huig,
maar een binnenwereld
die beweegt als een apparaat
dat ademt.
Schoonheid is hier de spanning
tussen schil, mond en mechaniek:
drie lagen die elkaar niet verklaren,
maar samen een ruimte vormen
die kijkt
en blijft kijken.
Wat een prachtige titel.
Ik zie de sneeuw al vallen en zich neervleien op drie boomstammen.
Voorafgaande benoeming
Vertaling van de titel:
Perspectieven
(Voorafgaande benoeming van de paranoïde perspectieven
door middel van zachte structuren)
Ik durfde het niet aan om een uitleg te geven bij deze titel.
Prenomination (voorafgaande benoeming) suggereert
dat Dalí een idee aankondigt nog vóór het volledig vorm heeft gekregen,
en paranoic perspectives verwijst naar zijn “paranoïsch‑kritische methode”
— het zien van meerdere, vaak tegenstrijdige beelden in één vorm.
De vraag die over blijft is: ‘wat zijn hier de zachte structuren’?
Vader Rijn
Groen is de adem
die langs zijn schouders stroomt.
Blauw is het geheugen
dat onder de huid vloeit.
Kronkelend trekt hij door het land,
half mens, half dier,
een lichaam dat zich herinnert
hoe lucht en aarde elkaar aanraken
zonder ooit te blijven.
Vader, moeder, oevers —
altijd naast elkaar,
altijd in beweging,
altijd een relatie
die verder klinkt dan woorden kunnen.
Hommage à Blériot
Kleur als beweging.
Licht als ritme.
De stad als adem.
Een propeller draait,
de toren trilt,
de lucht zingt.
Alles beweegt tegelijk —
de vreugde van het moderne leven.
Gisteren ging ik naar Amsterdam om een voorstelling te zien.
Aan het begin van de middag nam ik de trein, de reis duurt bijna twee uur
en ik had uiteindelijk nog wat tijd over voordat ik er zou gaan eten.
Lopend naar het Rembrandtplein kwam ik
langs de tuin van het Museum Willet-Holthuysen.
Zeldzaam om zo’n tuin in het centrum van Amsterdam te zien.
Het huis is een grachtenpand dat de stad Amsterdam ooit erfde
van de familie Willet-Holthuysen.
Het prachtige huis is heel stemmig ingericht en bevat heel wat voorwerpen
die ik zelf nooit zou kopen, maar in dit huis passen ze perfect:
de levendige vogeltjes in hun kooien die de wanden van de keuken versieren
het servies met groenten en fruit in dezelfde ruimte
grote namaakedelstenen in het houten plafond van de antiquekamer.
Heb je ook zo’n ruimte thuis?
fantasievolle standbeelden om een marmeren trap
de Chinese schalen en beeldjes in de antieke kasten in de eet- en woonvertrekken
muurschilderingen in de gang waarbij het hert de jacht niet ontspringt
de Meissen-lamp in de koepelkamer.
Die Meissen-lamp
Een kroonluchter van keramiek in wit, roze en blauw
met bloemetjes, goud, bladeren en knoppen.
Waarschijnlijk speciaal ontworpen en gemaakt voor de tuinkamer.
De lamp gaat je voorstellingsvermogen te boven.
Allemaal te zoetjes voor mijn smaak, maar hij hangt hier op zijn plaats.
Omdat ik te weinig tijd had ga ik zeker nog eens terug.
Het vol in bloei staan van een bloem is vaak het mooist.
Maar al vanaf de eerste blaadjes die zich van een knop losmaken
tot het ineenduiken, verkleuren en verdorren van een bloem
is de moeite waard om naar te kijken.
Daarom ben ik nog een paar foto’s verschuldigd.
De afgelopen dagen heeft de bloem van de Parodia Magnifica zich doorontwikkeld.
Van volle bloem naar een nog geel restant, naast de eerste bloem dit jaar.
Want dit jaar heeft de cactus twee keer gebloeid.
De dag begon sereen.
Dat kan niet gezegd worden van het verloop van de dag:
uren vertraging, overvolle trein, een bevestigd hotel
dat bij aankomst niet bleek te bestaan en onderhandelingen
met twee andere hotels over één nacht en de volgende dagen slapen.
Het niet bestaande hotel was dan al mijn tweede van die reis,
dus ik was al ervaringsdeskundige.
Patna is niet zo bekend in het Westen
maar het is de hoofdstad van de staat Bihar.
De staat speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling van het Boeddhisme:
Bodh Gaya, de plaats waar Boeddha zijn verlichting bereikte, ligt hier.
Maar ook de universiteitsstad Nalanda.
Beide plaatsen zal ik na Patna nog bezoeken.
Daarnaast komen veel Hindoestaanse Surinamers oorspronkelijk
uit Bihar of Uttar Pradesh.
Het was een dag met slechts weinig foto’s.
De dag begon zoals waarschijnlijk altijd in Varanasi.
– over de blik die door kleur wordt geopend –
Na de warme tonen van augustus komt september koel en helder binnen.
In het Museum of Mexican Prehispanic Art opent de Blauwe Ruimte
als een adem van stilte:
vitrines die gloeien als water,
figuren die loskomen van hun aardse gewicht.
Hier begint een andere tijd
— een tijd van vorm, van afstand, van licht dat alles gelijk maakt.
Een stèle uit Guerrero
Het eerste voorwerp staat niet achter glas maar vrij, tegen de muur.
Guerrero ligt aan de zuidwestkust van Mexico,
tussen de bergen en de Stille Oceaan.
In de Preklassieke periode was het een gebied van kleine gemeenschappen
die in steen werkten met een opvallend gevoel voor abstractie.
De stèles uit deze streek — vaak gevonden in de omgeving van Xochipala —
tonen figuren die niet meer als portretten bedoeld lijken,
maar als schema’s van energie en orde.
Ze zijn ruw, geometrisch, en tegelijk precies:
alsof de steen zelf de taal van het lichaam dicteert.
De figuur is zo sterk gestileerd dat hij bijna abstract wordt:
een hoekig gezicht,
een lichaam dat tot een doolhof is teruggebracht, met de navel als centrum.
In de handen houdt de figuur iets onduidelijks:
rechts een vorm die aan een werktuig doet denken,
links misschien een vrucht.
Tussen en naast de armen verschijnen florale motieven en cirkels,
tekens van groei of beweging?
De lijnen pulseren als energiebanen
— alsof het lichaam een schema van krachten is.
Zelfs in de hoekige strengheid van de stèle blijft iets van het lichaam voelbaar.
Kijk naar het been met die voet en de teentjes
— een onverwacht teder detail in een verder geometrische compositie.
Alsof de maker, na al die lijnen en spiralen,
nog één herinnering aan vlees en beweging wilde bewaren.
Het geheel is even raadselachtig als precies: een mens, een patroon, een zon.
Een reeks keramische figuren uit Colima
Na de stèle volgt een reeks keramische figuren uit Colima.
Colima ligt aan de westkust van Mexico
en heeft een heel andere beeldtaal dan Guerrero.
Waar Guerrero streng en geometrisch is,
ademt Colima warmte en beweging:
ronde vormen,
levendige figuren.
Honden, mensen, soms hybride wezens
— die vaak deel uitmaken van grafgiften.
In de Blauwe Ruimte volgen de figuren elkaar op als korte scènes.
Het hoofdje van het zoogdier dat misschien als schenktuit kan worden gebruikt
heeft prachtige bolle ogen en een open, bijna lachende mond.
De ronde vormen lijken te bewegen,
alsof het figuurtje elk moment kan opstaan.
De man in de acrobatische houding buigt zich achterover,
zijn buik naar boven gericht
— daar bevindt zich de opening van het vat.
Zijn gezicht is sterk en gedetailleerd beschilderd.
De spanning van het lichaam is voelbaar in de kromming van de rug.
Als je vlug kijkt, lijkt het alsof een man in het voorbijgaan
zijn hoed optilt om te groeten
— een vriendelijk, haast alledaags gebaar dat de klei tot leven wekt.
Maar het is een zittende figuur met een vaas als ruggengraat.
En dan, op de laatste vaas, dat gezicht dat uit de ronde wand opduikt:
glad, bleek, met een glimlach die niet van deze wereld lijkt.
Mannetje van de maan — een uitdrukking die hier vanzelf ontstaat.
Waar Guerrero de mens tot lijnen en energie reduceert,
geeft Colima hem weer vlees en gebaar.
Hier ademt de klei weer, glimlacht en buigt.
Zelfs in de stilte van de vitrine lijkt er iets te bewegen.
Afrondend — over kleur en verwachting
Dit bericht is een prachtig voorbeeld
van waar ik een andere verwachting had van de werking van de kleuren
dan die men heeft toegepast.
Hier zie je meteen achter elkaar de kille, geometrische wereld
waarbij bijvoorbeeld blauw licht goed past,
naast de warme, ronde, intuïtieve wereld
die heel goed in het roze licht had kunnen staan.
Dan waren kleuren stemmingen geweest:
koel naast warm, afstand naast nabijheid, lijn naast gebaar.
Men heeft voor een andere oplossing gekozen.
De kleuren gebruikt men nu als katalysator,
om bezoekers aan te sporen anders naar de werken te kijken.
Niet als archeologische vondsten van een heidense cultuur
maar als fantasievolle en visionaire kunstwerken.
Zonder aan de kleur van het licht betekenis te koppelen.
Ze zijn de kleuren van dromen en magie
die hun uiting in de werken vonden.