Schetsen met verf

– over werken van Alberto Giacometti uit de collectie van Kunstmuseum Basel –

Vandaag zag ik twee delen van een Engelse kunstserie, Stories of Art
waarin twee heren de levensloop van Giacometti schetsten
en de drijfveren van Alberto analyseerden.
Zij beschouwen de sculpturen als zijn belangrijkste werk:
de werken van na 1945.
De werken die nu meer dan 100 miljoen opbrengen op veilingen.

Probleem is dat ze nauwelijks iets zeggen over het schilderwerk.
En het zijn de schilderijen van Giacometti die ik nu juist zo fascinerend vind.
Na de video’s heb ik wel meer anekdotes maar ik heb niet het gevoel
dichter bij de diepere beweegredenen te zijn gekomen.

Het museum heeft een hele uitgebreide collectie waarin ik een keuze maakte.
Die keuze is het onderwerp van dit bericht.

DSC05840 01 BazelKunstmuseumBaselAlbertoGiacomettiAnnetteStandingNude1957ÖlAufLainwandInvG2001-9
Bazel, Kunstmuseum Basel, Alberto Giacometti, Annette standing nude, 1957, öl auf leinwand. Inv G 2001.9.
DSC05840 02 BazelKunstmuseumBaselAlbertoGiacomettiAnnetteStandingNude1957ÖlAufLainwandInvG2001-9

Annette

In Kunstmuseum Basel bleef ik lang staan
bij Giacometti’s Annette, standing nude.
Annette, zijn vrouw, was een van zijn meest voorkomende modellen.
Hier is ze een staande figuur, opgebouwd uit dunne, aarzelende verfstreken,
alsof hij steeds opnieuw heeft geprobeerd haar vorm te vinden.

De achtergrond lijkt meerdere keren overgeschilderd.
Het fysieke doek lijkt voor Giacometti
niet het vanzelfsprekende kader waarop hij werkt:
binnen het linnen heeft hij nieuwe kaders geschilderd,
rechthoeken die aangeven waar hij op dat moment dacht
dat het beeld moest beginnen of eindigen.
Soms schuift dat kader naar binnen,
waardoor er meerdere randen over elkaar ontstaan
en de achtergrond telkens opnieuw wordt geverfd.
Op een meestal kleiner oppervlak, donkerder van kleur.
Zo ontstaat het grijze, onzekere vlak rond de figuur,
bijna alsof de figuur in een dikke mist staat.

Annette staat stram als een beeld,
waarbij de mist voorzichtig wordt weggeblazen.
In de ruimte staan meubelstukken of andere voorwerpen.
Ze zijn niet belangrijk want de details ontbreken,
ze lijken niet compleet en soms overgeschilderd.

Het is geen dramatisch schilderij, er is geen verhaal verteld.
Misschien kijken we niet zozeer naar Annette zelf
maar eerder naar dé mens zoals Giacometti hem zag en schilderde:
zonder opsmuk, zonder zekerheid.


DSC05842BazelKunstmuseumBaselAlbertoGiacomettiCarolineII1962ÖlAufLeinwandInvG2019-2
Caroline II, 1962, öl auf leinwand. Inv G 2019.2.

Caroline

In Caroline II is het portret nog soberder opgebouwd dan bij Annette.
De achtergrond is leeg; sommige delen van het linnen zijn onbeschilderd.
Het schilderij hoeft niet volledig afgewerkt te zijn om te tonen wat hij zocht.

De figuur lijkt een opeenstapeling van zwarte en witte lijnen
die over elkaar heen buitelen.
Zwart wordt daardoor grijs, en bij wit herhaalt zich dat proces.

Caroline kijkt frontaal,
een houding die in de portrettraditie
sinds de zeventiende eeuw zelden meer werd gekozen.
Het lijkt erop dat niet alleen Giacometti kijkt: Caroline kijkt terug.
Dat terugkijken is een bewuste keuze van Giacometti.
Misschien niet meer dan een onderdeel van zijn manier van werken.
Of zou er meer achter kunnen zitten?

Verder is de kleding slechts globaal aangeduid
— alles lijkt ondergeschikt aan het zoeken naar een gezicht
dat nooit helemaal vast lijkt te liggen.


DSC05844 01 BazelKunstmuseumBaselAlbertoGiacomettiCaroline1962ÖlAufLeinwandInvG1963-27
Caroline, 1962, öl auf leinwand. Inv G 1963.27.
DSC05844 02 BazelKunstmuseumBaselAlbertoGiacomettiCaroline1962ÖlAufLeinwandInvG1963-27
DSC05844 03 BazelKunstmuseumBaselAlbertoGiacomettiCaroline1962ÖlAufLeinwandInvG1963-27
DSC05844 04 BazelKunstmuseumBaselAlbertoGiacomettiCaroline1962ÖlAufLeinwandInvG1963-27

Caroline en het proces

In dit portret van Caroline laat Giacometti delen van zijn schilderproces zichtbaar.
Het linnen blijft op verschillende plaatsen onbeschilderd of slechts dun bedekt,
waardoor de structuur van het doek deel wordt van het beeld.
Soms loopt verf uit, maar Giacometti lijkt geen moeite te doen
dat tegen te gaan of onzichtbaar te maken.
Over bestaande donkere contouren heeft hij later witte hulplijnen gezet:
geen onder‑tekening,
maar dunne, nauwelijks zichtbare rasterlijnen in verf,
aangebracht na een eerdere fase.
Ze vormen een gedeeltelijk raster, niet systematisch of compleet,
en worden soms onderbroken door nieuwe verfstreken.

Je verwacht zulke dunne rasterlijnen vóór het schilderen,
maar hier liggen ze over eerdere verflagen heen
en suggereren dat het werk niet in één doorlopende sessie is ontstaan.
Het lijkt erop dat Giacometti het schilderij later opnieuw heeft opgepakt
en toen hulplijnen aanbracht om opnieuw te bepalen
waar vormen en verhoudingen zich op het doek bevinden
en mogelijk waar nieuwe vlakken en lijnen moeten komen.

Op het lichaam en op de kleding zie je een fel blauw;
dat kun je nog lezen als een vorm van schaduw.
Maar het rood volgt geen anatomische of stoffelijke logica.
Je ziet het bijvoorbeeld langs de randen van de korte mouwen,
waar het zichtbaar door de contour heen loopt.
Daardoor lijkt het rood niet ingezet om stof of anatomie weer te geven.
Waarom het rood wel voorkomt op delen buiten het hoofd,
maakt het schilderij niet duidelijk.
Het gezicht lijkt me het centrum van de voorstelling te blijven.

Aan de randen van het doek zet Giacometti een dun kader
binnen de bestaande begrenzing.
Het is geen omlijsting van de ruimte,
maar een aanwijzing van waar zijn blik zich op het doek concentreert.
Het portret toont zo niet alleen Caroline,
maar ook de zichtbare sporen van een proces
waarin het onafgewerkte niet wordt verborgen,
maar onderdeel wordt van het uiteindelijke beeld.


DSC05846BazelKunstmuseumBaselAlbertoGiacomettiDiegoInAJacket1953BronzeInvGS50
Diego in a jacket, 1953, bronze. Inv G S50.
DSC05847BazelKunstmuseumBaselAlbertoGiacomettiDiegoInAJacket1953BronzeInvGS50

Diego, rots in de branding

Rodin maakt nog glad afgewerkte beelden,
vol kreukels in de kleding, maar gepolijst en romantisch.
Hier zie je in het gegoten brons juist het onaffe gipsmodel:
de huid van het materiaal blijft zichtbaar,
met putjes, ribbels en afdrukken van het opbouwen van het beeld met gips.
Net als bij de schilderijen telt de mate van ‘af’ zijn niet.
De voorstelling onder het onaffe is blijkbaar belangrijker.

Diego — Giacometti’s broer en jarenlang zijn vaste model —
staat hier in een houding die tegelijk eenvoudig en onverzettelijk is.
De figuur lijkt uit het materiaal te groeien,
niet als een geïdealiseerde held,
maar als een aanwezigheid die blijft staan, hoe ruw het oppervlak ook is.

Ook hier is de verhouding opvallend:
een te dunne, in verhouding te kleine hals en een langgerekt hoofd.
Is dat dun en verticaal zoals bij de ‘Lopende man’,
of uit verhouding zoals bij de beelden uit de oorlogsjaren?
De vorm lijkt te balanceren tussen beide.

Het brons toont een figuur die uit zijn eigen massa lijkt te ontstaan
— alsof het lichaam nog half in het materiaal vastzit.
De textuur is ruw, bijna geologisch, en de overgang van romp naar hoofd is abrupt.
Daardoor lijkt het beeld als geheel niet gericht op anatomische juistheid.
Het resultaat is een onwerkelijk perspectief.
Wanneer je naar het beeld kijkt, zeggen je hersenen dat er iets niet klopt:
de verhoudingen corrigeren zichzelf niet,
de ruimte rond de figuur lijkt te schuiven,
en het lichaam lijkt tegelijk te staan én uit het materiaal te groeien.
Dat geeft het beeld een optische spanning die niet verdwijnt.
Het gezicht is relatief verder uitgewerkt dan de rest,
maar ook daar blijft de indruk schetsmatig:
contouren die niet helemaal sluiten en volumes die niet volledig zijn gemodelleerd.

Het gezicht blijft het centrum van de voorstelling.

Over onaf‑heid: Mexico versus Giacometti

Bij het Mexicaanse beeld van de man met een huidaandoening
– waarover ik eerder deze week schreef –
zagen we een glad basisoppervlak waarin bewust markeringen waren aangebracht:
patronen, krassen of noppen die de huid betekenis gaven.
De onaf‑heid was daar een keuze binnen een gecontroleerd oppervlak.

Bij Giacometti is dat anders.
De huid van het brons toont de sporen van het opbouwen van het beeld met gips:
ribbels, putjes en afdrukken van materiaal dat is toegevoegd en weer weggehaald.
Niet aangebracht om iets te betekenen,
maar zichtbaar overgebleven uit het werkproces.
De onaf‑heid is hier geen stijl of symboliek,
maar het resultaat van het modelleren zelf.


DSC05849 01 BazelKunstmuseumBaselAlbertoGiacomettiTheTable1950ÖlAufLeinwandInvH1950-2
The table, 1950, öl auf leinwand. Inv H 1950.2.
DSC05849 02 BazelKunstmuseumBaselAlbertoGiacomettiTheTable1950ÖlAufLeinwandInvH1950-2

De tafel

Bij een goede acteur zie je, ongeacht de rol, altijd dezelfde persoon terug:
Jack Nicholson met zijn ondeugende zelfvertrouwen,
Chaplin met zijn lichte melancholie,
Meryl Streep met haar precieze, bijna doorzichtige controle.

Bij een goede kunstenaar gebeurt iets vergelijkbaars.
De vorm, het medium, het gereedschap kan veranderen,
maar de kern blijft dezelfde. Dat zie je ook bij deze tafel.

De tafel heeft nauwelijks poten;
links is er bijna geen verschil tussen de tafelpoot en de hoek van de ruimte.
De contouren lossen op in de achtergrond,
alsof Giacometti niet de dingen schildert maar het zien zelf.
Er is over de lijst heen geschilderd,
de achtergrond bestaat uit lagen die elkaar gedeeltelijk bedekken,
en sommige vlakken lijken slechts tijdelijk aanwezig.
Het is alsof de ruimte voortdurend wordt herzien.

De vraag dringt zich op of hij zelf achter de tafel zat
— en of hij zichzelf heeft overschilderd.
Niet als een symbolisch gebaar,
maar als onderdeel van dat voortdurende zoeken naar vorm:
wat blijft zichtbaar, wat verdwijnt, wat wordt opnieuw geprobeerd.

De tafel wordt zo geen meubelstuk,
maar een plek waar de blik tastend rondgaat, net als bij al zijn werken.


DSC_6589DenHaagGemeentemuseumCharlesAveryHeadOfAleph2009StaalBetonGipsIjzerdraadPolystyreen
Den Haag, 2015, Gemeentemuseum, Charles Avery, Head of Aleph, 2009, staal, beton, gips, ijzerdraad, polystyreen.
DSC_6590DenHaagGemeentemuseumCharlesAveryHeadOfAleph2009StaalBetonGipsIjzerdraadPolystyreen
DSC05851BazelKunstmuseumBaselAlbertoGiacomettiTheNose1947GipsBemaltMitSchnurAnEisengestängeAufHolzplatteInvGS32
Bazel, Kunstmuseum Basel, Alberto Giacometti, The nose, 1947, gips bemalt mit schnur an eisengestänge auf holzplatte. Inv GS 32.
DSC05853BazelKunstmuseumBaselAlbertoGiacomettiTheNose1947GipsBemaltMitSchnurAnEisengestängeAufHolzplatteInvGS32

De neus

In 2015 zag ik in het Gemeentemuseum Den Haag Head of Aleph van Charles Avery:
een gigantisch hoofd waarvan één vorm zich losmaakt van de rest.
Een horizontale uitstulping, een enorme neus die de hele sculptuur uit balans trekt.
De huid eindigde onaf, opgebouwd uit betonijzer en afbrokkelend,
en mijn blik bleef steeds naar dat ene deel getrokken.
Het was alsof de rest van het hoofd zich terugtrok
en alleen die uitsteeksel nog overeind bleef.

Die ervaring kwam terug bij Giacometti’s De Neus.
Ook daar is er één onderdeel dat “te veel” is:
een neus die de ruimte doorboort, die zich losmaakt van het hoofd,
die het perspectief ontregelt.

Wanneer ik Head of Aleph en De Neus naast elkaar zie,
ontstaat een vermoeden van verwantschap.
Niet omdat de kunstenaars elkaar kennen,
maar omdat beide werken één element zo nadrukkelijk naar voren brengen
dat het de aandacht volledig naar zich toe trekt: de neus (om het een naam te geven).
De rest van het hoofd valt hierdoor bijna weg
— precies die beweging die in veel verhalen van Borges optreedt,
waar één detail de hele wereld overneemt.

Dat is geen historische link,
maar een verwantschap die pas zichtbaar wordt wanneer je beide werken hebt gezien. En die verwantschap roept een bredere vraag op:
waarom kunstenaars uit verschillende tijden en met verschillende achtergronden
toch lijken aan te sluiten op datzelfde Borges‑motief.

Voor zover bekend gaat De Neus niet terug op Borges;
in de literatuur wordt geen verband gelegd
tussen Giacometti en het verhaal van Borges: El Aleph.
De verwantschap ontstaat pas
wanneer je De Neus naast Avery’s Head of Aleph ziet
— een werk dat wél expliciet naar Borges verwijst —
en merkt hoe beide sculpturen één element zo nadrukkelijk naar voren brengen.

Voor dit bericht heb ik een paar van de verhalen van Borges speciaal gelezen
– in de vertaling van Barber van de Pol en Mariolein Sabarte Belacortu
uit 2016 voor De Bezige Bij.

Het eerste verhaal is ‘De Zahir’.
De zahir is een muntje dat niet echt bestaat maar dat staat
voor ieder voorwerp, belangrijk of niet.
In dit verhaal worden bijvoorbeeld de tijger en een bloem genoemd
als voorwerpen zoals de zahir.

De openingszin:

In Buenos Aires is de zahir een gangbare munt met een waarde van twintig centavos;

Vandaag is het 13 november; de zahir kwam 7 juni, in alle vroegte. in mijn bezit;

Ik bestelde een sinaasappelbrandewijn; bij het wisselgeld dat ik terugkreeg zat de zahir;

Vervolgens ontrolt zich het verhaal en las ik de volgende drie vergelijkingen
die iets kunnen zeggen over de werken van Giacometti en Avery:

…waar hij in een paleis de figuur van een tijger had geschilderd…..op de vloer, de muren en het gewelf (in barbaarse kleuren die door de tijd eerder werden verfijnd dan vervaagd) een soort oneindige tijger had afgebeeld. Die tijger was gemaakt van vele tijgers, op een duizelingwekkende manier: hij was doorkruist met tijgers, hij was gestreept met tijgers, hij bevatte zeeën en Himalaya’s en legers die weer andere tijgers leken.

De tijd die de herinneringen verzacht, verergert die aan de zahir. Eerst stelde ik me de voorkant voor en daarna de achterkant; nu zie ik ze allebei tegelijk. Dat komt niet doordat de zahir van glas zou zijn; want de ene kant ligt niet op de andere; het is eerder alsof wat ik zie bolvormig is en de zahir in het midden prijkt.

…als wij één enkele bloem konden begrijpen, wij zouden weten wie wij zijn en wat de wereld is. Misschien bedoelde hij dat er geen gebeurtenis is, hoe bescheiden ook, die niet de algemene geschiedenis bevat en haar oneindige aaneenrijging van gevolgen en oorzaken.

Mij viel bijvoorbeeld op

  • dat bij Avery op het uiteinde van de neus van het Hoofd van de Aleph
    een volgende Aleph zichtbaar is die zijn opgekrulde neus kan gaan uitrollen,
    zoals de tijger een soort oneindige tijger was.
  • dat bij Giacometti de doorboring van het vlak versterkt wordt
    door de spiraalvormige bruine beweging op de neus
    die kan samenvallen met haar oneindige aaneenrijging van gevolgen en oorzaken.

Ook in het verhaal ‘De Aleph’ verschijnt datzelfde motief:
één ding dat alles bevat.
De bol is een wereld‑in‑miniatuur,
zoals de neus bij Avery en Giacometti een vorm‑in‑miniatuur wordt
die de rest van het hoofd opslokt:

Onder aan de trap, naar rechts, zag ik een kleine van kleur verwisselende bol met een bijna ondraaglijke gloed. Aanvankelijk dacht ik dat hij draaide; later begreep ik dat die beweging een illusie was die werd veroorzaakt door de duizelingwekkende spektakels die hij bevatte. De doorsnede van de Aleph zal twee, drie centimeter zijn geweest, maar de kosmische ruimte zat erin, zonder vermindering van omvang. Elk ding (het spiegelglas bijvoorbeeld) was oneindig veel dingen, want ik zag het duidelijk vanuit alle punten van het heelal.

Dan volgt een opsomming van al die dingen die de ik-figuur ziet.
In die opsomming staat er een die ik je niet wol onthouden:

…..ik zag tegelijkertijd iedere letter van iedere pagina (als kind placht ik me erover te verbazen dat de letters van een gesloten boek niet door elkaar raakten en kwijtraakten in de loop van de nacht).


DSC05854 01 BazelKunstmuseumBaselAlbertoGiacomettiPortraitOfAnnetteWithYellowBlouse1964ÖlAufLeinwandInvGS74
Portrait of Annette with yellow blouse, 1964, öl auf leinwand. Inv GS 74.
DSC05854 02 BazelKunstmuseumBaselAlbertoGiacomettiPortraitOfAnnetteWithYellowBlouse1964ÖlAufLeinwandInvGS74
DSC05854 03 BazelKunstmuseumBaselAlbertoGiacomettiPortraitOfAnnetteWithYellowBlouse1964ÖlAufLeinwandInvGS74

Een vrouwelijke R2D2

In Portrait of Annette with Yellow Blouse ontstaat een merkwaardige spanning
tussen het levende en het geconstrueerde:
het gezicht wordt opgebouwd uit nerveuze, organische lijnen,
maar tegelijk doorkruist door strakke, witte driehoeken en vierkanten
die het bijna mechanisch ordenen.
Daardoor krijgt Annette een robotische uitstraling,
alsof haar gelaat tot stand komt doordat Giacometti kijkt, registreert en zoekt
— een vrouwelijke R2D2, half mens, half zoekinstrument.


DSC05856 01 BazelKunstmuseumBaselAlbertoGiacomettiPortraitOfAnnette1950ÖlAufLeinwandInvH1950-3
Portrait of Annette, 1950, öl auf leinwand. Inv H 1950.3,
DSC05856 02 BazelKunstmuseumBaselAlbertoGiacomettiPortraitOfAnnette1950ÖlAufLeinwandInvH1950-3

Opvallend onopvallend

In Giacometti’s portretten — geschilderd, getekend én gebeeldhouwd —
lijkt de nadruk zich te verplaatsen
van een zoeken naar de verhouding tussen mens en ruimte
naar een zoeken naar de verhouding tussen mens en blik.
Een verschuiving, geen breuk, want beide vragen blijven in al zijn werk aanwezig.

In het portret van Annette uit 1950 is die vroegere nadruk nog duidelijk zichtbaar:
haar figuur staat niet los van de kamer maar lijkt eruit voort te komen,
opgebouwd uit dezelfde lijnen die de ruimte definiëren.
Het gezicht is hier geen brandpunt van intensiteit, maar opvallend onopvallend
— een aanwezigheid die nog volledig in verhouding tot de ruimte wordt gedacht,
voordat Giacometti zijn aandacht steeds sterker op de blik zou richten.


DSC05858 01 BazelKunstmuseumBaselAlbertoGiacomettiTheGardenInStampa1954ÖlAufLeinwandInvG1994-7
The garden in Stampa, 1954, öl auf leinwand. Inv G 1994.7.
DSC05858 02 BazelKunstmuseumBaselAlbertoGiacomettiTheGardenInStampa1954ÖlAufLeinwandInvG1994-7

De huiselijke Alberto

Even geen mensen, even geen gezicht.
Kijk naar buiten, registreer wat je ziet.


DSC05860BazelKunstmuseumBaselTheGiacomettiFamilyTxt

Afronding

Samen vormen deze werken een kleine geschiedenis
van Giacometti’s manier van kijken:
telkens dezelfde zoekende lijnen,
telkens dezelfde poging om aanwezigheid te vangen,
maar steeds met een andere intensiteit.

Soms is de mens nog ingebed in de ruimte,
soms wordt het gezicht het brandpunt,
soms lijkt de wereld zelf het portret.

In deze reeks zie je hoe mens, ruimte en blik voortdurend van plaats wisselen
— geen ontwikkeling in rechte lijn, maar een voortdurende verschuiving
binnen één en dezelfde obsessie.
Een stille rondgang door Giacometti’s wereld, vooral geschetst in verf.


Soep van de week

IMG_9935SoepVanDeWeekRodeLinzensoepMetRodePaprika
Rode linzensoep.
IMG_9938SoepVanDeWeekRodeLinzensoepMetRodePaprika
Eigen ingrediënten: nog meer rode linzen, 2 rode paprika’s, één ui, extra gember, garam masala, en kipgehakt. En een stukje kaas.

India 24/25: Varanasi, dag 4 – Alamgir Mosque

Ghats zijn de grote trappartijen die van straatniveau
naar het Gangeswater lopen,
Via de trappen lopen bedevaartgangers het water in
om zich onder te dompelen of ceremonies uit te voeren.
Anderen gaan er heen om zich te wassen, zwemmen er,
of doen er hun wasgoed.
Bovenaan de ghats vind je tempels en bedevaartverblijven.
Tegenwoordig ook hotels.
Alle ghats liggen aan de rechteroever van de Ganges.

De namen van de ghats in Varanasi zijn voor een toerist vooral relevant
als je een bepaalde ghat zoekt of voor je oriëntatie.
Er zijn een aantal ‘officiële’ ghats
maar lokaal kent men nog een veel fijnmazigere indeling.

In de ochtend liep ik over de ghats van Dashashwamedh Ghat
naar Assi Ghat in het zuiden.
Vanmiddag loop ik weer van Dashashwamedh Ghat
maar nu vooral naar het noorden, naar de Panchaganga Ghat.
De reden waarom ik steeds van Dashashwamedh Ghat vertrek is simpel:
mijn guest house ligt daar in de buurt.
Het is de centrale ghat waar het eigenlijk altijd druk is.

Soms wijk ik even van de ghats af om in de drukke straten te wandelen,
achter de ghats, maar daarna keer ik weer terug naar het water.
Bovenaan de Panchaganga Ghat ligt de Alamgir Mosque (1669)
die ook wel Aurangzeb’s Mosque of Dharahara Mosque genoemd wordt.
Zo in de late middag is het er erg rustig
maar de moskee ligt op een prachtig, strategisch punt aan de Ganges.
In het bericht van vandaag toon ik de foto’s van deze wandeling.

DSC01811IndiaVaranasiDeStilleKantVanVaranasi
Soms steken bedevaartgangers met de boot de Ganges over en gaan naar ‘de stille kant’ van Varanasi.
IMG_3559IndiaVaranasiBijPanchagangaGhat
DSC01812IndiaVaranasiDeStilleKantVanVaranasi
IMG_3603IndiaVaranasiBootOpDeGanges
DSC01813IndiaVaranasiBijDashashwamedhGhat
IMG_3605IndiaVaranasiBijDashashwamedhGhat
DSC01814IndiaVaranasiBijDashashwamedhGhat
IMG_3606IndiaVaranasiBijDashashwamedhGhat
DSC01815IndiaVaranasiBootOpDeGanges
Er is veel sprake van bekijken en bekeken worden.
IMG_3607IndiaVaranasiBijDashashwamedhGhat
DSC01816IndiaVaranasiBijDashashwamedhGhat
IMG_3608IndiaVaranasiBijDashashwamedhGhatKoffie
Even een korte pauze.
IMG_3610IndiaVaranasiBijDashashwamedhGhat
IMG_3611IndiaVaranasiBijDashashwamedhGhat
DSC01818IndiaVaranasiNandiTheBullGodowliaIntersectionGodowliaChoraha
Nandi op de Godowlia Intersection.
DSC01819IndiaVaranasiBijDashashwamedhGhat
IMG_3613IndiaVaranasiBijDashashwamedhGhatFastFood
IMG_3614IndiaVaranasiBijDashashwamedhGhat
Zo druk als het er is, er is altijd wel ergens rust.
IMG_3615IndiaVaranasiBijDashashwamedhGhat
IMG_3616IndiaVaranasi
“Om Ganapataye Namah” staat bij de afbeelding geschreven — letterlijk: Eer aan Heer Ganesha.
IMG_3617IndiaVaranasi
IMG_3618IndiaVaranasi
IMG_3619IndiaVaranasiDeGanges
IMG_3622IndiaVaranasiBijPanchagangaGhatenAlamgirMosque
Boven Panchaganga Ghat zie je hier de Alamgir Mashid.
DSC01820IndiaVaranasiBijPanchagangaGhat
DSC01821IndiaVaranasiBijPanchagangaGhat
DSC01822IndiaVaranasiBijPanchagangaGhat
DSC01823IndiaVaranasiAlamgirMosqueDharaharaMosque
Dit bord spreekt van de Dharahara Mosque.
DSC01824IndiaVaranasiAlamgirMosque
DSC01825IndiaVaranasiBijAlamgirMosqueZichtOpDeGanges
DSC01826IndiaVaranasiAlamgirMosque
DSC01827IndiaVaranasiAlamgirMosque
IMG_3623IndiaVaranasiBijDashashwamedhGhat
IMG_3624IndiaVaranasiBijDashashwamedhGhatChitralaya‑schoolReligieuzeMuurschilderingen
IMG_3625IndiaVaranasiBijDashashwamedhGhatChitralaya‑schoolReligieuzeMuurschilderingen
IMG_3626IndiaVaranasiBijDashashwamedhGhat
Lekker in het warme zand.
IMG_3628IndiaVaranasiBijDashashwamedhGhat
In de buurt bij Manikarnika Ghat, de belangrijkste crematieplaats in Varanasi aan de Ganges.
IMG_3630IndiaVaranasiBijDashashwamedhGhat
IMG_3631IndiaVaranasiManikarnikaGhat
IMG_3632IndiaVaranasiBijDashashwamedhGhatGangaAartiInVoorbereiding
Terugkomend bij Dashaahwamedh Ghat zijn de voorbereidingen voor de Ganga Aarti in volle gang.
IMG_3633IndiaVaranasiBijDashashwamedhGhatVoorbereidingGangaAartiInGang
IMG_3634IndiaVaranasiBijDashashwamedhGhatBruiloftsgasten
Ik ga naar het guest house voor een rustige avond.

De laatste beelden uit de roze ruimte

De beelden in dit bericht zijn de voorlopig laatste beelden uit de roze ruimte.
Het eerste bezoek aan het museum was intensief en kort na de vluchten;
ik kon niet alles zien zoals ik wilde.
Later in de week ben ik teruggegaan, opnieuw door de kleurkamers heen,
maar de beelden die hier volgen zijn de laatste uit de roze ruimte
van dat eerste, geconcentreerde moment van kijken.

Het museum is verdeeld in kleurkamers
— roze, blauw, violet, groen en oranje —
geen themaruimtes, maar sfeerzones
waarin licht en achtergrond bepalen hoe een beeld zich toont.
De vitrines zijn in de muren verzonken, met een ruwe stenen achtergrond
die het licht opvangt en teruggeeft.
Daardoor staat elk object in zijn eigen kleine wereld:
je ziet één beeld, of een groep beelden in hun samenhang,
zonder reflecties of visuele ruis.
De ruime opzet maakt het kijken ongehinderd;
je wordt niet afgeleid door andere vitrines of door bezoekers
die in je blikveld verschijnen.

Ik heb zelf ervaren dat de kleuren werken.
Het was verrassend, omdat ik dat niet gewend ben in andere musea.
Het Rijksmuseum in Amsterdam kiest bijvoorbeeld één kleur
voor de muren van een tentoonstelling
en verandert de kleur bij een nieuwe tentoonstelling.
Maar belicht de voorwerpen met neutraal, gedempt wit licht.
De keuze van het Museo de Arte Mexicano Prehispánico is heel anders:
iedere kamer heeft een eigen kleur die het kijken subtiel beïnvloedt.
Maar die kleur verklaart niets.
Ze maakt een sfeer voelbaar, niet een indeling.

Waarom juist de objecten in dit bericht
— twee fluiten uit West‑Mexico
en een zwaarlijvige, gemarkeerde man uit Veracruz —
in de roze ruimte liggen en niet in de blauwe of groene kamer,
blijft voor mij onduidelijk.
De kleuren lijken geen regio’s of perioden te ordenen,
maar eerder visuele resonanties:
objecten die in dit licht en tegen deze achtergrond beter spreken.
De roze ruimte versterkt bepaalde aspecten
— open monden, pigmentresten, huidnoppen, lange hoofden,
complexe hoofddeksels —
maar dat geldt evenzeer voor de andere kleurkamers.
Juist dat maakt de indeling intrigerend:
een curatoriale logica die voelbaar is, maar niet expliciet wordt gemaakt.

DSC06065 01 MexicoOaxacaMuseumOfMexicanPrehispanicArtSilbatosEnFormaDeAnimalesFluitjesInDeVormVanDierenColimaPeriodoPreclasico1250AC-200DC
Mexico, Oaxaca, Museum of Mexican Prehispanic Art, Silbato en forma de animales (fluitje in de vorm van een dier), Colima, periodo preclasico, 1250 a.C. – 200 d.C.
DSC06065 02 MexicoOaxacaMuseumOfMexicanPrehispanicArtSilbatosEnFormaDeAnimalesFluitjesInDeVormVanDierenColimaPeriodoPreclasico1250AC-200DC

Dieren als fluitje

Twee kleine keramische fluitjes uit het Preklassieke Mexico
tonen dieren in miniatuur:
het ene met de ronde ogen en korte snavel van een vogel,
het andere met de compacte, opgerolde vorm van een klein zoogdier.

Ondanks hun bescheiden formaat zijn het volledig functionele aerophones
— eenvoudige blaasinstrumenten waarbij een luchtstroom
door een klein mondstuk een toon produceert.
De klank die ze voortbrachten was waarschijnlijk kort, scherp
en symbolisch geladen:
geen natuurgetrouwe imitatie,
maar een geluid dat voor de mensen toen het idee opriep
van de aanwezigheid of de kracht van het betreffende dier of diersoort.
Zulke fluitjes werden gebruikt in huiselijke rituelen,
persoonlijke beschermingspraktijken of kleine sociale handelingen
waarin geluid betekenis droeg.

Ze verschillen daarmee duidelijk van de latere,
technisch complexe whistling vessels uit de Classic‑periode,
die met dubbele kamers, waterverplaatsing
en mechanische luchtstromen werken;
deze twee Preklassieke exemplaren bewaren juist
de eenvoud en directheid van een echte fluit.

Mondstukjes?

Hoewel de twee fluitjes niet in de hand te onderzoeken zijn,
lijkt op de foto’s te zien waar de mondstukken zich bevinden.
Bij het vogelachtige exemplaar is aan de rechterzijde van de snavel
een klein rond gaatje zichtbaar, waarschijnlijk het blaasgat
waardoor de lucht in de interne kamer werd geleid.
Bij het zoogdierachtige figuurtje lijkt een vergelijkbare opening te zitten
aan de onderzijde van de opgerolde staart,
een logische plaats om het instrument horizontaal te bespelen.

Deze observaties blijven voorlopig,
want zonder het object te kunnen draaien of doorlichten
blijft onduidelijk of er nog een tweede opening aanwezig is voor de toonuitlaat.
Toch wijzen de zichtbare gaatjes erop
dat beide figuren complete, mond‑bespeelde fluitjes zijn
en niet slechts decoratieve fragmenten van grotere vaten.

Klein aantal dieren

Binnen de collectie van Rufino Tamayo vallen deze twee dierfluitjes extra op
door hun zeldzaamheid.
Tamayo verzamelde vooral menselijke figuren,
maskers en gestileerde personages,
terwijl dieren in zijn Preklassieke materiaal nauwelijks vertegenwoordigd zijn.
Dat kan te maken hebben met de kwetsbaarheid van zulke kleine objecten,
maar ook met de manier waarop ze in de twintigste eeuw
werden gewaardeerd:
niet als kunstvoorwerpen, maar als etnografische curiosa
die minder snel in een kunstverzameling terechtkwamen.
Juist daardoor bieden deze twee fluitjes een zeldzame blik
op een andere laag van de Preklassieke beeldcultuur,
waarin dieren niet alleen werden afgebeeld
maar ook hoorbaar gemaakt
— klein, eenvoudig, en toch betekenisvol
binnen de wereld waarin ze ooit circuleerden.


DSC06066 01 FiguraMasculinaMostrandoProbablementeUnaEnfermedadCutaneaManMetHuidaandoeningVeracruzPeriodoPreclasico1250AC-200DC
Figura masculina mostrando probablemente una enfermedad cutanea (man met huidaandoening), Veracruz, periodo preclasico, 1250 a.C. – 200 d.C.
DSC06066 02 FiguraMasculinaMostrandoProbablementeUnaEnfermedadCutaneaManMetHuidaandoeningVeracruzPeriodoPreclasico1250AC-200DC
DSC06066 03 FiguraMasculinaMostrandoProbablementeUnaEnfermedadCutaneaManMetHuidaandoeningVeracruzPeriodoPreclasico1250AC-200DC
DSC06066 04 FiguraMasculinaMostrandoProbablementeUnaEnfermedadCutaneaManMetHuidaandoeningVeracruzPeriodoPreclasico1250AC-200DC
DSC06066 05 FiguraMasculinaMostrandoProbablementeUnaEnfermedadCutaneaManMetHuidaandoeningVeracruzPeriodoPreclasico1250AC-200DC
DSC06066 06 FiguraMasculinaMostrandoProbablementeUnaEnfermedadCutaneaManMetHuidaandoeningVeracruzPeriodoPreclasico1250AC-200DC

Ziektebeeld?

Deze preklassieke figuur uit Veracruz toont een compact,
zwaarlijvig lichaam met een opvallend gemarkeerde huid.
Op de bovenbenen zijn donkere pigmentresten zichtbaar, mogelijk blauw,
die ooit een groter oppervlak bedekten
en wellicht een beschilderd kledingdeel vormden.
Aan weerszijden van het hoofd bevinden zich ronde perforaties,
de openingen van cirkelvormige oorringen,
terwijl in het midden van de borst een groter gat is aangebracht
dat niet louter decoratief lijkt
— het markeert een open plek in het lichaam,
mogelijk met symbolische of akoestische betekenis.

De zaaltekst noemt de figuur een man,
maar dat is niet vanzelfsprekend:
de aanduiding van borsten met de buik
kan wijzen op een vrouw of een zwaarlijvige man,
waarbij de zwaarlijvigheid deel kan uitmaken van het voorgestelde ziektebeeld.

De korte, schematische armen en handen versterken het idee
dat de maker niet anatomische precisie nastreefde,
maar een expressieve weergave van lichamelijkheid
— een lichaam dat tegelijk versierd, aangetast en bezield lijkt.

Afronding

Dit zijn de voorlopig laatste beelden uit de roze ruimte.
Ze vormen geen thematische groep, maar een visuele samenhang
die alleen in deze kamer zichtbaar werd.
Het museum ordent niet om te verklaren, maar om het kijken te vertragen.
De kleur maakt iets voelbaar zonder iets te benoemen
— een manier van presenteren die objecten laat spreken in hun eigen ritme.


Kunst als een vrijwillige strop om je hals

– over Auguste Rodin, Les bourgeois de Calais –

Sommige beelden lijken zich om je heen te sluiten,
als een strop die je vrijwillig draagt.
Vandaar dat ik, bij iedere kans die ik heb, naar ze ga kijken.

DSC05691AugusteRodinLesBourgeoisDeCalais1884-1889BronzeGegotenIn1943Geplaatst1948
DSC05692AugusteRodinLesBourgeoisDeCalais1884-1889BronzeGegotenIn1943Geplaatst1948

Daarom ging ik vorige week opnieuw naar de Pindakaasvloer,
afgelopen september weer naar de Burgers van Calais en de Tinguely-vijver in Basel,
en twee of drie keer per jaar naar Het Joodse bruidje en Shiva Nataraja in Amsterdam.

Op de een of andere manier word ik door die werken nog meer aangetrokken
dan door andere kunstwerken die ik graag bekijk.
Het zijn een soort gesprekspartners, vrienden misschien.

Vaak zie ik dan nieuwe dingen, zaken die ik me niet kan herinneren,
die ik eerder niet zó zag.
Je ziet dan bijvoorbeeld de touwen om hun hals, het gewicht van hun besluit.

DSC05694AugusteRodinLesBourgeoisDeCalais1884-1889BronzeGegotenIn1943Geplaatst1948
DSC05695AugusteRodinLesBourgeoisDeCalais1884-1889BronzeGegotenIn1943Geplaatst1948

Soms zijn er veranderingen in de opstelling of omgeving.
Is de zaaltekst aangepast, heeft de zaal een andere kleur, is het verplaatst,
valt het licht anders of is het juist donkerder.

Ze laten je niet los, dwingen aandacht af.
Sommige van die objecten zijn complex en daarom wil ik ze vaker zien.
Daarom wil ik ze beter begrijpen, doorgronden.
Uiteindelijk lukt dat nooit. Ze blijven vragen oproepen.
Zich schijnbaar vernieuwen.

Het is even zo vreemd dat andere kunstwerken die intense aandacht niet opeisen.
Ook al kan ik die ook niet natekenen.

DSC05861AugusteRodinLesBourgeoisDeCalais1884-1889BronzeGegotenIn1943Geplaatst1948
Bazel, Kunstmuseum Basel, Auguste Rodin, Les bourgeois de Calais, 1884 – 1889, bronze, gegoten in 1943 en geplaatst in 1948.
DSC05862AugusteRodinLesBourgeoisDeCalais1884-1889BronzeGegotenIn1943Geplaatst1948

Beste Wim….pindakaas in een zilveren kom?

DSC00048RotterdamDepotWimTSchippersPindakaasvloer
Rotterdam, Deport van het Museum Boijmans Van Beuningen, Wim T. Schippers, Pindakaasvloer, 1962 bedacht; uitvoering van 2026, pindakaas in een zeshoek op de vloer.
IMG_9900RotterdamDepotWimTSchippersPindakaasvloer
DSC00049RotterdamDepotWimTSchippersPindakaasvloer

Deze week kun je de Pindakaasvloer van Wim T. Schippers nog bezoeken.
Van een ander kunstwerk zeg je dan dat het werk weer in depot gaat.
Maar dat is bij de pindakaasvloer niet zo.
Ten eerste is de Pindakaasvloer juist, in het Depot te zien
en het is een conceptueel kunstwerk dus precies in deze vorm,
op deze grootte, in deze uitvoering, zal het nooit meer te zien zijn
en kan het niet bewaard worden.
Niet in een museum en niet in een depot.
Alle reden om nog snel even te gaan kijken.
Je kunt ook gaan kijken omdat het zo lekker ruikt.

IMG_9901RotterdamDepotWimTSchippersPindakaasvloer
IMG_9902RotterdamDepotWimTSchippersPindakaasvloer
DSC00050RotterdamDepotWimTSchippersPindakaasvloer
DSC00051RotterdamDepotWimTSchippersPindakaasvloer
DSC00052RotterdamDepotWimTSchippersPindakaasvloer
DSC00053RotterdamDepotWimTSchippersPindakaasvloer
DSC00054RotterdamDepotWimTSchippersPindakaasvloer
DSC00055RotterdamDepotWimTSchippersPindakaasvloer
DSC00062RotterdamDepotWimTSchippersPindakaasvloer
DSC00056RotterdamDepotWimTSchippersPindakaasvloer
DSC00059RotterdamDepotWimTSchippersPindakaaspost2026
DSC00060RotterdamDepotWimTSchippersPindakaaspost2026
DSC00057RotterdamDepotWimTSchippersPindakaaspost2026
DSC00061RotterdamDepotWimTSchippersPindakaaspost2026
DSC00058RotterdamDepotWimTSchippersPindakaaspost2026
Beste Wim…heb je zelf wel eens geprobeerd een deel van je huiskamervloer in te smeren?
IMG_9905RotterdamDepotWimTSchippersPindakaasvloer

De Parodia Magnifica bloeit voor de tweede keer!

IMG_9920ParodiaMagnifica
IMG_9921ParodiaMagnifica
IMG_9922ParodiaMagnifica
De cactus, de parodia magnifica, staat in de zomer altijd op het balkon. Maar met de onzekere weersverwachtingen heb ik hem maar voor een paar dagen naar binnen gehaald. Dan kan de bloem helemaal open komen.

India 24/25: Varanasi, dag 4 – Ramnagar Fort

– over een paleis met eigen ghat aan de Ganges –

De ondertitel is geen reclameslogan voor een hotel in Varanasi.
De privé-ghat van de Maharadja van Benares is een van de bijzondere locaties
in het fort annex paleis.
In een eerder bericht deed ik verslag van mijn wandeltocht naar Assi Ghat
om dan een riksja te nemen naar de ingang van het fort.
Daar ben ik nu aangekomen.

DSC01792IndiaVaranasiRamnagarFortToegangspoort
Dit is de toegangspoort van het Ramnagar Fort vanaf de weg.
IMG_9917IndiaDagboek
Mijn India-dagboek voor 27 november 2024.

Vandaag ben ik in de ochtend naar Assi Ghat gelopen. Langs de kleine crematie ghat die men op dat moment aan het opruimen was. In Assi Ghat heb ik een riksja genomen naar Ramnagar Fort. Daar was ik om 09:30 en het museum gaat om 10:00 uur open. Dus tijd voor een korte wandeling langs marktkramen.

Het museum staat het nemen van foto’s helaas niet toe.

Je gaat eerst door ruimtes met rijtuigen en howdha’s
(olifantenzadels). Vooral de zadels met decoraties van ivoor maken indruk.
Je ziet er ook palanquins (draagstoelen), zelfs een voor in de regen!
Ook drie oude auto’s.
Dan volgt de afdeling wapens: zwaarden, geweren, speren, dolken, pistolen, en ik zag er ook Sikh werpcirkels (chakrams) hangen. Ook de schilden, helmen en borstplaten zag ik pas geleden, perfect gerestaureerd in Londen. Dat was op de Ranjit Singh-tentoonstelling. Maar hier is de collectie net zo bijzonder maar minder gerestaureerd.

De maharadja woont nog in een deel van het fort.

Na de wapens een collectie toegepaste kunst en diplomatieke geschenken.

De maharadja had een privé-toegang naar de Ganges (het fort ligt eraan).

Het fort heeft betere tijden gekend maar het geeft een goed idee van hoe het geweest is.

DSC01793IndiaVaranasiRamnagarFortMarkt
Eerst even kort op de markt rondneuzen.
IMG_3582IndiaVaranasiRamnagarFortMarkt
IMG_3583IndiaVaranasiRamnagarFortMarkt
IMG_3584IndiaVaranasiRamnagarFortMarkt
De straat waarlangs de kooplieden hun producten verkopen is druk. Niet alleen omdat de kramen er staan maar het is ook een doorgaande weg. Dus naast bezoekers van de kramen zijn er kooplieden, toeristen, vrachtverkeer, personenvervoer, bussen en heel veel riksja’s.
IMG_3585IndiaVaranasiRamnagarFortMarktKalebas
Kalebas.
IMG_3586IndiaVaranasiRamnagarFortMarkt
Suikergoed.
IMG_3587IndiaVaranasiRamnagarFortMarkt
IMG_3589IndiaVaranasiRamnagarFortMarktNietRijpeJackfruit
Schijf onrijpe jackfruit of nangka.
IMG_3590IndiaVaranasiRamnagarFortMarkt
IMG_3591IndiaVaranasiRamnagarFortMarkt
IMG_3592IndiaVaranasiRamnagarFortMarkt
IMG_3581IndiaVaranasiRamnagarFortToegangspoort
Terug bij de poort gekomen kan het bezoek aan het fort beginnen.
DSC01794IndiaVaranasiRamnagarFortBeeldVanuitToegangspoort
Het zicht vanuit de poort naar de weg waarlangs de markt is.
DSC01795IndiaVaranasiRamnagarFortToegangspoort
De poort.
DSC01796IndiaVaranasiRamnagarFort
Door de poort gelopen kom je op een grote open plaats, een excersitieterrein. Met daaromheen verschillende gebouwen.
IMG_3593IndiaVaranasiRamnagarFort
De toegangspoort is hier aan de rechterkant.
DSC01797IndiaVaranasiRamnagarFortBinnenzijdeToegangspoort
De indrukwekkende toegangspoort vanaf de binnenkant gezien.
DSC01798IndiaVaranasiRamnagarFortBinnenzijdeToegangspoort
DSC01799IndiaVaranasiRamnagarFortBinnenzijdeToegangspoort
DSC01800IndiaVaranasiRamnagarFort
DSC01801IndiaVaranasiRamnagarFortPrivéGhat
De gangen naar de toegang tot de privé-ghat zijn indrukwekkend. Donker, steil en dan de mooie ballustrades erboven.
IMG_3597IndiaVaranasiRamnagarFortPrivéGhat
De trappen zijn nog handwerk uit de tweede helft van de achttiende eeuw.
DSC01802IndiaVaranasiRamnagarFortPrivéGhat
De steile trappen zetten zich door.
DSC01803IndiaVaranasiRamnagarFortPrivéGhat
Op weg naar het water.
DSC01805IndiaVaranasiRamnagarFortPrivéGhat
Om te bidden, de was te doen of jezelf te wassen. Zwemmen kan ook.
DSC01804IndiaVaranasiRamnagarFortPrivéGhat
DSC01806IndiaVaranasiRamnagarFortToegangTotPrivéGhat
Het fort aan de kant van de Ganges is misschien wel het mooiste deel.
DSC01807IndiaVaranasiRamnagarFortPubliekeGhatEnBrug
Een ghat dat voor iedereen toegankelijk is en daarachter de brug over de Ganges.
DSC01808IndiaVaranasiRamnagarFortAanDeGanges
Het fort is een combinatie van een militair complex en een paleis. Dit is de kant aan de Ganges.
DSC01809IndiaVaranasiRamnagarFortTempelOpDePrivéGhat
Op de trappen van de privé-ghat is een platform met een tempel.
DSC01810IndiaVaranasiRamnagarFortTempelOpDePrivéGhat
IMG_3598IndiaVaranasiRamnagarFortPrivéGhat
IMG_3599IndiaVaranasiRamnagarFortTempelOpDePrivéGhat
IMG_3600IndiaVaranasiRamnagarFortTegangNaarDePrivéGhat
IMG_3602IndiaVaranasiRamnagarFortTempelOpDePrivéGhat
IMG_3594IndiaVaranasiRamnagarFort
Onderweg naar de uitgang.
IMG_3595IndiaVaranasiRamnagarFort
IMG_3596IndiaVaranasiRamnagarFort

India 24/25: Varanasi, dag 4 – een ochtendwandeling langs de ghats

Natuurlijk kun je vanaf Dashashwamedh Ghat
met een boot naar het Ramnagar‑fort.
Je kunt ook lopen en het laatste stuk met een riksja gaan.
Dan ga je via de ghats van Varanasi.
In de ochtend is dat een heel boeiende wandeling, een avontuur,
zoals mijn foto’s je gaan tonen:
mist, boten, de Ganges, bedevaartgangers, offers, crematie, rust,
stilte, een ongeluk, en criquet.
Aan het einde van de ghats loop je vanzelf een straat in waar riksja’s staan.
Ze brengen je overal naartoe,
ook via de brug over de Ganges naar het fort.
Het fort ligt gelijk aan het eind van de brug, rechts,
aan de overkant van de Ganges.
Als je wil, wacht de chauffeur met riksja op je voor de terugweg.

DSC01791IndiaVaranasi
De Ganges in de ochtend bij Varanasi.
IMG_3559IndiaVaranasi
De wandeling gaat in zuidelijke richting.
IMG_3560IndiaVaranasi
De was van hotels ligt te drogen in de ochtendzon.
IMG_3561IndiaVaranasi
Alles rustig en netjes georganiseerd.
IMG_3562IndiaVaranasi>
IMG_3563IndiaVaranasi
IMG_3564IndiaVaranasi
IMG_3565IndiaVaranasiKedarGhat
Kedar Ghat.
IMG_3566IndiaVaranasiKedarGhat
IMG_3568IndiaVaranasi
IMG_3569IndiaVaranasi
Trappen op en trappen af.
IMG_3570IndiaVaranasiCrematieplaats
Er zijn meerdere plaatsen waar dagelijks crematies worden uitgevoerd maar nu is het nog vroeg.
IMG_3571IndiaVaranasiCrematiehout
Het hout ligt te wachten. De weegschaal wordt gebruikt om het hout af te wegen om te kunnen afrekenen.
IMG_3572IndiaVaranasi
Overal grotere en kleinere, vaak kleurige tempels, tempeltjes en herdenkingsplaatsen.
IMG_3573IndiaVaranasiCriquetKanOveral
Criquet kun je overal spelen en ook op de ghats.
IMG_3574IndiaVaranasiNiranjaniGhat
Bij Niranjan Ghat wordt geveegd. Schoonmaken is een activiteit die de hele dag doorgaat. Op alle ghats.
IMG_3575IndiaVaranasi
IMG_3576IndiaVaranasiBhadainiGhat
Bij Bhadain Ghat, vanouds een water-innamepunt, is een graafmachine in zijn eigen kuil gegleden.
IMG_3577IndiaVaranasiBhadainiGhat
De machine leek er niet op eigen kracht uit te kunnen.
IMG_3579IndiaVaranasiBhadainiGhat
IMG_3580IndiaVaranasi DeBrugInDeVerte
De brug waar de riksja me over zal brengen.

Figuren op de rand van het menselijke

Inleiding

De drie Nayarit‑beelden in dit bericht
lijken op het eerste gezicht varianten van hetzelfde type figuur.
Maar ze gaan verschillend om met vorm, oppervlak en betekenis.
Ze delen een aantal opvallende kenmerken
— het langgerekte hoofd, de nadrukkelijke schouderpartijen,
de gestileerde gelaatstrekken —
maar elk beeld accentueert iets anders:
het ene speelt met proportie en abstractie,
het andere met huid en krassen,
het derde met ornament en kleding.

Samen vormen ze een kleine reeks
waarin de sculpturale logica van de Nayarit‑traditie zichtbaar wordt:
niet als etnografische documentatie,
maar als een zoektocht naar gestileerde aanwezigheid,
naar figuren die meer idee zijn dan individu.

DSC06061 01 MexicoOaxacaMuseumOfMexicanPrehispanicArtFiguraDelPreclasicoTardioDeNayarit1250AC-200DC
Mexico, Oaxaca, Museum of Mexican Prehispanic Art, Figura del preclasico tardio de Nayarit, 1250 a.C. – 200 d.C.
DSC06061 02 MexicoOaxacaMuseumOfMexicanPrehispanicArtFiguraDelPreclasicoTardioDeNayarit1250AC-200DC
DSC06061 03 MexicoOaxacaMuseumOfMexicanPrehispanicArtFiguraDelPreclasicoTardioDeNayarit1250AC-200DC
DSC06061 04 MexicoOaxacaMuseumOfMexicanPrehispanicArtFiguraDelPreclasicoTardioDeNayarit1250AC-200DC
DSC06061 05 MexicoOaxacaMuseumOfMexicanPrehispanicArtFiguraDelPreclasicoTardioDeNayarit1250AC-200DC

Swedish chef?

Het hoofd van deze figuur is misschien wel het meest abstracte element:
langgerekt, maskerachtig, bijna losgezongen van de menselijke proporties.
Die abstractie zit niet alleen in de lengte,
maar ook in de manier waarop de gelaatstrekken zijn vormgegeven.

De ogen bestaan uit een strak gevormd boven‑ en onderooglid
met daartussen een eenvoudige ovale oogbal,
zonder verdere modellering of diepte
— precies genoeg om een oog te suggereren,
maar niet genoeg om het anatomisch te maken.

De neus is een scherp, geometrisch volume zonder zachte overgangen.

De mond is een smalle, uitgesneden lijn
die eerder een opening in een masker lijkt dan een anatomische mond.

De oren zijn volledig geïntegreerd in het sieraad dat erdoorheen loopt,
waardoor de oorschelp als zelfstandig lichaamsdeel bijna verdwijnt.

De kin steekt scherp naar voren, als een punt
die het hele hoofd nog verder verlengt.

De enige poging om nog naar anatomie te verwijzen
zijn misschien de tanden
— kleine, regelmatige markeringen
die als laatste restje van een menselijk gezicht
in een verder volledig gestileerde vorm blijven staan.

Je ziet dat vaker bij kunstenaars die maskers
of sterk gestileerde figuren maken:
zodra je gaat abstraheren, worden fysieke realiteiten minder belangrijk
en krijgt het materiaal de ruimte om een eigen logica te volgen.

Denk aan Giacometti, die zijn figuren tot smalle, verticale silhouetten uitrekte;
aan Afrikaanse maskers, waarin ogen, neuzen en kinnen
tot pure vormen worden teruggebracht;
of aan Cycladische idolen, waar het gezicht
tot een glad, bijna architectonisch vlak wordt gereduceerd.

Een menselijk hoofd is nu eenmaal maar een bepaald aantal centimeters lang,
maar een sculptuur hoeft zich daar niet aan te houden.
Door het hoofd nog verder te verlengen met een hoofddeksel
ontstaat een vorm die niet meer anatomisch is,
maar conceptueel:
een gestileerde, verticale aanwezigheid die eerder een idee belichaamt
dan een gezicht.

De noppen op de schouders

Wat bij deze drie Nayarit‑figuren blijft intrigeren
zijn de noppen op de schouders:
zo nadrukkelijk aanwezig dat ze om een verklaring vragen,
maar geen enkele hypothese overtuigt volledig.

Ornamenten lijken het meest aannemelijk
— een soort algemeen gedragen schouderstuk,
zoals Nederlanders ooit klompen droegen,
herkenbaar maar niet noodzakelijk voor iedereen en of altijd.

Littekens zijn onlogisch,
daarvoor zouden ze te specifiek en te herkenbaar moeten zijn.

Rituele markeringen kunnen altijd,
maar zonder aanwijzingen blijft dat een zwakke restcategorie.
Juist doordat de noppen steeds op dezelfde plek verschijnen,
lijken ze eerder een visuele conventie:
een beschermend of ceremonieel gewaad
dat zijn oorspronkelijke betekenis misschien allang verloren had,
maar als stijlkenmerk bleef voortleven.

Vijf, zes, zeven of acht?

De hand met zeven of acht vingers
is misschien wel het meest onthullende detail:
een beeldhouwer weet hoe een hand werkt, niet theoretisch maar lichamelijk,
omdat hij zijn eigen handen voortdurend ziet en gebruikt tijdens het boetseren.
Afwijken van vijf vingers is dus nooit een vergissing
maar een bewuste keuze,
en bovendien een keuze die méér werk en materiaal kost.
In plaats van te abstraheren door weg te laten,
heeft de maker hier juist toegevoegd
— een indringende aanwijzing dat deze hand niet menselijk bedoeld is,
maar een geladen, symbolische vorm.


DSC06062 01 MexicoOaxacaMuseumOfMexicanPrehispanicArtFiguraDelPreclasicoTardioDeNayarit1250AC-200DC
Figura del preclasico tardio de Nayarit.
DSC06062 02 MexicoOaxacaMuseumOfMexicanPrehispanicArtFiguraDelPreclasicoTardioDeNayarit1250AC-200DC
DSC06062 03 MexicoOaxacaMuseumOfMexicanPrehispanicArtFiguraDelPreclasicoTardioDeNayarit1250AC-200DC
DSC06062 04 MexicoOaxacaMuseumOfMexicanPrehispanicArtFiguraDelPreclasicoTardioDeNayarit1250AC-200DC

Krassen

Bij het tweede beeld zien we meteen
de krassen in de hals en op de schouderpartij.
Ze variëren in lengte, precies zoals de beschikbare ruimte het toelaat.
Ze lijken door hun plaats iets over de huid te zeggen:
een geactiveerde textuur die het bovenlichaam
een levendig, bijna vibrerend oppervlak geeft.

De sporen hebben die zachte, ingedrukte randen
die ontstaan wanneer ze in natte klei worden aangebracht,
alsof de maker het materiaal bewust liet reageren.

Samen met de elegante overgang van kleding naar voet
en het kapsel dat het hoofd opnieuw verlengt,
suggereren deze krassen een sculpturale huid
— geen anatomische weergave,
maar een betekenisdragend oppervlak
binnen de gestileerde logica van het beeld.


DSC06063 01 MexicoOaxacaMuseumOfMexicanPrehispanicArtFiguraDelPreclasicoTardioDeNayarit1250AC-200DC
DSC06063 02 MexicoOaxacaMuseumOfMexicanPrehispanicArtFiguraDelPreclasicoTardioDeNayarit1250AC-200DC
DSC06063 03 MexicoOaxacaMuseumOfMexicanPrehispanicArtFiguraDelPreclasicoTardioDeNayarit1250AC-200DC
DSC06063 04 MexicoOaxacaMuseumOfMexicanPrehispanicArtFiguraDelPreclasicoTardioDeNayarit1250AC-200DC
DSC06063 05 MexicoOaxacaMuseumOfMexicanPrehispanicArtFiguraDelPreclasicoTardioDeNayarit1250AC-200DC

Decoratie

Opvallend bij dit derde beeld zijn de zware, gelaagde oorbellen
en de fijn getekende kledij.

De oorbellen bestaan uit bundels van cilindrische segmenten
die ritmisch langs de wangen hangen,
alsof ze niet alleen versiering zijn
maar ook een teken van status of rituele functie.
Hun plastische massa versterkt de monumentaliteit van het hoofd
en maakt het gezicht tot een centrum van gewicht en betekenis.

De kledij is niet geboetseerd maar getekend:
diagonale lijnen en V‑vormige patronen
liggen als een ritmisch schema over het onderlichaam heen.
Ze suggereren een patroon dat het oppervlak ordent en zones aanbrengt,
waardoor het lichaam een duidelijkere structuur en richting krijgt.

Samen vormen oorbellen en kledij een subtiel samenspel
van zwaarte en ritme, ornament en oppervlak,
dat de figuur een ceremoniële intensiteit geeft.

Afsluiting

Uiteindelijk blijft de grote vraag wat het idee is dat deze figuren belichaamt.
Het langgerekte hoofd, de gestileerde gelaatstrekken,
de uitvergrote hand en de nadrukkelijke schouderpartijen
wijzen niet naar individuen, maar naar een aanwezigheid
die boven het gewone menselijke niveau uitstijgt.

Misschien gaat het om een verheven gestalte, een soort rituele identiteit;
misschien om een vorm van kracht
die in de extra vingers wordt gesymboliseerd;
misschien om een overgangsvorm die,
zoals bij Giacometti, Afrikaanse maskers of Cycladische idolen,
het lichaam uitrekt naar een andere staat;
of misschien om een rol
— een functie binnen een ritueel of gemeenschap —
die alleen in deze gestileerde vorm zichtbaar kon worden.

De beelden geven het antwoord niet prijs,
maar laten wel voelen dat het om meer gaat dan anatomie:
een idee dat zich aan de mens onttrekt
en in klei een eigen, stille logica heeft gekregen.


Nagekomen gedachten

De krassen in de hals en schouders bleven me bezighouden.
Ik zocht naar voorbeelden met ‘krassen’.
Twee kwamen er zo binnen:

‘Krassen in het tafelblad’, een in 1978 uitgegeven kinderboek,
geschreven door Guus Kuijer.
Het boek heb ik nooit gelezen, maar het beeld is blijven hangen.
Wikipedia vertelt dat in het boek de krassen zijn gemaakt door iemand
die de hoofdpersoon beter wilde leren kennen maar die er niet meer is.
De krassen ontstonden vanuit frustratie.
De hoofdpersoon ziet het spoor uit het verleden
en vergelijkt de diepe krassen met tralies.
Een mooi beeld.
De krassen in het tafelblad zijn niet ontstaan om gezien te worden.
Ze zijn niet gemaakt om een bericht uit te sturen.
Maar ze zijn er wel en zeggen later toch iets.

De krassen van Lucio Fontana.
Deze Italiaanse schilder maakte insnedes met een mes in een schilderdoek.
Daarmee slaat hij een brug tussen
het tweedimensionale vlak
en het driedimensionale
dat ontstaat door het doorsnijden van het doek.
Hij probeert een brug te slaan tussen schilderkunst en beeldhouwwerk.
De krassen zijn bewust aangebracht.
Een klein gebaar dat zorgt voor een grote verandering.

Maar deze ideeën zijn te modern.
Dit kunnen niet de ideeën zijn van een ambachtsman
in het Mexico van rond de eeuwwisseling.

Vraag aan Copilot was: hoe denken hedendaagse archeologen
en kunsthistorici over de krassen in het Nayarit-beeld?

In de literatuur worden verschillende verklaringen genoemd
voor de zeldzame krassen die op sommige Nayarit‑beelden voorkomen.

De eerste ziet zulke krassen als een manier
om het oppervlak leesbaar te maken:
kleine ingrepen die een te glad lichaam een tastbare,
gearticuleerde huid geven,
zodat het niet als één effen massa wordt ervaren.

De tweede verklaring beschouwt de kras als een accent in het volume:
een lijn die aangeeft waar het lichaam draait, buigt
of van richting verandert.

Een derde mogelijkheid is dat de kras deel uitmaakt
van het ritme van het modelleren:
ambachtslieden werkten in herhaalde gebaren
— drukken, gladstrijken, krassen —
waarbij zo’n lijn simpelweg een stap in dat proces is.

Ten slotte wordt wel gedacht dat de kras hoort bij een ambachtelijke traditie:
een gedeelde manier van werken
waarin zulke ingrepen vaker voorkomen.

Maar al deze verklaringen hebben één probleem:
ze veronderstellen dat de kras een herkenbare conventie is,
terwijl er geen groot corpus bestaat waarin dezelfde ingreep
op dezelfde plek terugkeert.
Daardoor blijven deze interpretaties uiteindelijk te speculatief.

Wat we wél kunnen zeggen, is veel soberder:

de kras is een individuele handeling van een ambachtsman,
niet ingebed in een breed gedeelde traditie,
en zijn functie laat zich niet met zekerheid reconstrueren.
Juist die zeldzaamheid maakt het gebaar intrigerend
— zichtbaar, maar niet te herleiden tot een systeem.


Van opslag naar ontmoetingscentrum

Ik had gisteren voor Rotterdam twee doelen:

  • Het depot van Museum Boijmans Van Beuningen
  • De pindakaasvloer van Wim T. Schippers.

De pindakaas, daar kom ik vandaag nog niet aan toe.
Gewoon nog even doorsmeren.

Maar van het Depot, daar heb ik in het mooie weer van genoten,
en heb ik een serie foto’s van gemaakt die in dit bericht te zien zijn.
Ik zag ooit een documentaire over het architectenbureau MVRDV en dit gebouw
en was onder de indruk van de gedetailleerde aanpak van de architect.
De film maakte heel duidelijk wat een architect precies is.
Niet alleen de man of vrouw met het grote gebaar aan het begin van het project
maar ook de kenniseigenaar in de detailgesprekken met aannemers
over spiegelwanden, hun rondingen, hun plaats en positie.
Het gebouw is al sinds 2023 in gebruik maar tot gisteren was ik er nog niet geweest.

IMG_9886RotterdamDepot
De Depot van Museum Boijmans Van Beuningen en de prachtig spiegelende buitenkant.
IMG_9887RotterdamDepot
Een van de weinige gebouwen waarvan de vroege ‘artist’s impression’ ook in werkelijkheid gerealiseerd is.
IMG_9888RotterdamDepot
De spiegelende panelen staan allemaal net iets anders waardoor je een mooi vertekenend beeld krijgt.
IMG_9889RotterdamDepot
IMG_9890RotterdamDepotBvB
De toren van het Boijmans Van Beuningen wordt zo nog hoger.
IMG_9891RotterdamDepotSelfie
Selfie.
IMG_9892RotterdamDepot
IMG_9893RotterdamDepotDeur
Een van de deuren.
IMG_9894RotterdamDepot
IMG_9897RotterdamDepot
IMG_9899RotterdamDepot
Eenmaal binnen.
DSC00037RotterdamDepot
DSC00038RotterdamDepotBorisVanBerkumKabraBlauwVaasInOpslag
Rotterdam, Depot, Boris van Berkum, Kabra blauw, vaas in opslag.
DSC00039RotterdamDepotUitzicht
Zicht vanuit het Depot.
DSC00063RotterdamDepotBvB+RED
Het Museum Boijmans Van Beuningen.
IMG_9903RotterdamDepotNieuwInstituut
De buren: Het nieuw instituut vanaf het dakterras.
DSC00066RotterdamDepotSpiegelendOpDak
Op dak gaan de spiegelende panelen nog even door.
IMG_9904RotterdamDepotTuinNieuwInstituutMetKunstwerkVanAukeDeVries
De tuin van Het Nieuw Instituut met het kunstwerk op maat van Auke de Vries.
DSC00067RotterdamDepotSpiegelendOpDak
DSC00068RotterdamDepotSpiegelendOpDak
IMG_9907RotterdamDepotRestaurant
Het overdreven duur en niet al te goed restaurant.
DSC00069RotterdamDepotCollectie
De collectie met onder andere een Toorop en Ket.
IMG_9910RotterdamDepotBorisVanBerkumKabraBlauwVaasSouvenirshop
Kabra blauw als zoutvaatje in de souvenirshop.

Van de maan af gezien

– over een pak van sjaalman met architectuur –

Vandaag heb ik gewandeld van het Centraal Station van Rotterdam
naar Het Depot van Museum Boijmans Van Beuningen.
Een optocht van mooie en minder mooie
maar altijd heel bijzondere architectuur.
Het was soms een feest van herkenning
maar ook vaak een verrassing.
Het was jaren geleden dat ik voor het laatst in Rotterdam was.
Veel te lang geleden.
Natuurlijk ging dat niet zonder het maken van een serie foto’s.

IMG_9874RotterdamStation
IMG_9875RotterdamStation
IMG_9876RotterdamKruiskade
IMG_9877RotterdamKruiskade
IMG_9878RotterdamKruiskadePauluskerk
Pauluskerk.
IMG_9879RotterdamKruiskadeSnooker
Snooker.
IMG_9880RotterdamKruiskadeTaiWu
Tai Wu.
IMG_9881RotterdamKruiskadeCaféDeUnie
Café de Unie.
IMG_9882RotterdamVanOldenbarneveltstraatVanDeMaanAfGezienZijnWeAllenEvenGroot
Multatuli: Van de maan af gezien zijn we allen even groot.
IMG_9885RotterdamKruiskade
IMG_9895RotterdamRichMan'sWarPoorMan'sBlood
Rich man’s war – poor man’s blood.
IMG_9896RotterdamRED
IMG_9898RotterdamDepot
IMG_9911RotterdamKruiskade
IMG_9912RotterdamKruiskade
IMG_9913RotterdamKruiskade
IMG_9914RotterdamKruiskadeChineesRestaurant
Chinees restaurant.

Verso – Het begin en het einde

– over twee Tiroler panelen die samen een altaar droegen –

Terwijl ik terug liep naar de ingang,
fotografeerde ik nog een set van twee panelen.
Twee panelen die samen met andere werken ooit een altaar vormden.
Gemaakt door een groep ambachtsmannen waaronder een schilder:
Meister von St Sigmund im Pustertal.

Niet het laatste object uit Zwitserland maar wel het laatste van de tentoonstelling
Verso – Tales from the Other Side.

DSC05824 01 BazelKunstmuseumBaselVersoMeisterVonStSigmundImPustertalAdorationOfTheMagiDisputationOfSaintStephenUm1435-1440InvG1975-31
Bazel, Kunstmuseum Basel, Verso, Meister von St Sigmund im Pustertal, Adoration of the Magi; Disputation of Saint Stephen, um 1435 – 1440. Inv G 1975-31.
DSC05824 02 BazelKunstmuseumBaselVersoMeisterVonStSigmundImPustertalAdorationOfTheMagiDisputationOfSaintStephenUm1435-1440InvG1975-31 Bladgoud
DSC05824 03 BazelKunstmuseumBaselVersoMeisterVonStSigmundImPustertalAdorationOfTheMagiDisputationOfSaintStephenUm1435-1440InvG1975-31 Bladgoud

In de context van een altaar kreeg de verhouding
tussen bladgoud en verf
een diep symbolische betekenis.
Het bladgoud, vaak gestempeld met fijne patronen,
vertegenwoordigde het goddelijke licht
dat niet door pigment kon worden weergegeven:
een eeuwige, niet‑aardse glans die de heilige ruimte van het altaar omhulde.
De verf daarentegen
— beperkt tot de gezichten, handen en gewaden —
het aardse domein, het menselijke verhaal dat zich binnen dat licht afspeelt.

Door die verhouding bewust ongelijk te houden,
liet de schilder het goud overheersen als een hemelse sfeer
waarin de figuren slechts tijdelijk verschijnen.
Zo werd het altaar niet enkel een groep schilderijen,
maar een visuele overgang tussen aarde en hemel,
waarin de materie van verf en hout oplost in het licht van het goddelijke.

DSC05825BazelKunstmuseumBaselVersoMeisterVonStSigmundImPustertalIdemDisputationOfSaintStephenUm1435-1440InvG1975-31
Verso: Disputation of Saint Stephen.

Terwijl Stefanus met zijn onbedekte hoofd en opvallend duidelijke tonsuur
als jonge diaken herkenbaar is,
wordt hij omringd door schriftgeleerden die allemaal een hoofddeksel dragen,
waaronder één figuur met een bijna fantastiek gevormde kaproen
die zijn geleerdheid én zijn afstand tot Stefanus markeert.
De schilder speelt dit contrast verder uit in de boeken:
de schriftgeleerden buigen zich over banden met pseudo‑Hebreeuwse tekens,
visuele symbolen van de Wet,
terwijl Stefanus een boek met gotische letters voor zich heeft
— de taal van de christelijke Schrift.

Zo ontstaat een stille maar scherp getekende tegenstelling
tussen traditie en openbaring,
tussen gevestigde autoriteit en geïnspireerde prediking,
die de scène tot een echt geleerd debat maakt.

DSC05827BazelKunstmuseumBaselVersoMeisterVonStSigmundImPustertalDeathOfTheVirginIdemUm1435-1440InvG2013-3
Death of the Virgin; The stoning of Saint Stephen, um 1435 – 1440. Inv. G 2013-3.

De twee recto’s — De Aanbidding en De Dood van Maria —
vormen een prachtig visueel evenwicht
tussen begin en einde,
tussen geboorte en sterven.

In de Adoration of the Magi overheerst het bladgoud:
een glanzend, gestempeld veld dat de scène optilt uit de aardse werkelijkheid
en haar in een goddelijk licht plaatst.

In de Death of the Virgin daarentegen is het goud ingetogener,
ingebed in de aureolen en architectuur,
waardoor de verf en de menselijke gebaren meer ruimte krijgen.

De schilder laat zo zien hoe het hemelse licht zich terugtrekt
en plaatsmaakt voor de nabijheid van de mensen rond Maria.
Samen verbeelden de panelen de kringloop van het heilige leven
— van openbaring naar voltooiing —
waarin goud en verf niet alleen materialen zijn,
maar dragers van betekenis:
het ene straalt eeuwigheid, het andere menselijkheid.

DSC05826 01 BazelKunstmuseumBaselVersoMeisterVonStSigmundImPustertalDeathOfTheVirginTheStoningOfSaintStephenUm1435-1440InvG2013-3
The stoning of Saint Stephen.
DSC05826 02 BazelKunstmuseumBaselVersoMeisterVonStSigmundImPustertalDeathOfTheVirginTheStoningOfSaintStephenUm1435-1440InvG2013-3
De uitspraken van de heilige en de steen die hem aan het hoofd raakt.

De twee Stefanus‑verhalen vormen samen een krachtig tweeluik:
het begin van zijn getuigenis in het debat
en het einde ervan bij de steniging.

In het eerste paneel staat Stefanus als jonge diaken
midden tussen de schriftgeleerden;
het woord is daar nog mondeling, zichtbaar in de gebaren,
de boeken en de intensiteit van het gesprek.

In het tweede paneel, waar de eerste steen al geworpen is
en Stefanus aan het hoofd geraakt wordt,
krijgt zijn stem een andere vorm: een banderol die zijn laatste woorden draagt.

Zo laat de schilder zien hoe Stefanus’ getuigenis zich verplaatst
van menselijke discussie naar hemelse overgave
— van spreken tot toevertrouwen, van argument naar gebed.

Vandaag heb ik veel tijd besteed aan het ontcijferen van de tekst
op de banderol (de tekstballon) van het schilderij.
Het schrift is gotische paneelschrift:
gotisch van vorm, maar als geschilderd schoonschrift
net iets anders dan het geschreven gotisch uit handschriften.

Middeleeuws schrift was gebaseerd op het schrijven met een ganzeveer,
waardoor letters een blokkerige structuur hebben,
met duidelijke verschillen in lijndikte en scherpe hoeken.
Wanneer een schilder deze penlogica probeert na te bootsen met een penseel,
ontstaan er kleine verschillen:
de penseelstreek is breder, minder vloeiend,
en reageert anders op bochten en onderbrekingen.

Daarbij vervormen de letters
door de bochten en wisselende richtingen van de banderol,
waardoor letters of delen van letters
soms wel en soms niet optisch lijken te versmelten.
Daarom heb ik eerst de lettervormen afzonderlijk geanalyseerd.

Dat leidde tot mijn volgende interpretatie:
QUID – DRLCIUR – QUID – FARNIR.

Het eerste en het derde woord waren snel duidelijk.
Het tweede woord, DRLCIUR, is in onze moderne taal onmogelijk,
maar misschien wijst het op een geschilderde variant van dulcior (“zoeter”).
Het vierde lijkt een vorm van fateri (“belijden”).

Daaruit ontstaat de mogelijke zin
Quid dulcior quid fateri (“Wat is zoeter dan te belijden?”).
Deze zin sluit niet direct aan bij Stefanus’ bijbelse gebed
‘Heer, reken hun deze zonde niet aan’, dat eerder op de banderol staat.
Toch past de spreuk binnen de middeleeuwse preektraditie,
waarin Stefanus’ vergevingsgezindheid vaak wordt verbonden
met de zoetheid van het verkondigen van Gods woord (dulcedo confessionis).
Banderollen op 15e-eeuwse panelen geven immers niet altijd letterlijke citaten weer,
maar vaak devotionele commentaarzinnen
die de innerlijke betekenis van het martelaarschap verwoorden.
Zo kan de tekst, ondanks de vormproblemen en de niet‑letterlijke inhoud,
inhoudelijk passen binnen de laatmiddeleeuwse beeldtaal:
de schilder toont Stefanus’ lijden,
maar laat de banderol spreken over de zoetheid van zijn belijden.

Maar de tekst bleef aan me knagen; ik vond hem ingewikkeld.
Daarom besloot ik te kijken hoe het Kunstmuseum Basel de tekst leest.

Volgens hun collectie‑site luidt de interpretatie van de banderol:
“Domine, ne statuas illis hoc peccatam eum quia nesciunt quod faciunt.”
De schilder zou hierin het gebed van Stefanus:
“Heer, reken hun deze zonde niet aan” (Handelingen 7:60),
verbinden met de woorden van Christus aan het kruis,
“want zij weten niet wat zij doen” (Lucas 23:34),
om zo te benadrukken hoe Stefanus in zijn marteldood Christus volgt.

Wat het museum hiermee voor ons oplost, is de paleografische puzzel:
zij geven een diplomatische transcriptie van de inscriptie
— een zo nauwkeurig mogelijke weergave van wat er werkelijk op het paneel staat,
inclusief afkortingen en spellingvarianten.
Voor een moderne kijker is zo’n tekst vrijwel onmogelijk te ontcijferen,
maar door deze reconstructie wordt zichtbaar welke volledige zin
de schilder heeft bedoeld en hoe de banderol inhoudelijk moet worden begrepen:

‘Reken hen deze zonde niet aan want ze weten niet wat ze doen’.


India 24/25: Varanasi, dag 3 – George

– over een avond ter herinnering aan George Harrison –

Op de tweede ochtend in Varanasi ontbeet ik in een klein restaurant
aan een smalle straat die parallel liep aan de ghats.
Na een tijdje kwam er nog iemand eten.
Een jonge westerse man.
We raakten in gesprek.

Een Scandinaviër die in Varanasi verbleef om sitar te leren spelen.
Thuis studeerde hij compositieleer aan het conservatorium.
Sitar was zijn gekozen instrument
— niet iets waarmee je in Scandinavië een boterham verdient,
maar dat leek hem toen nog niet te deren.
Ik vroeg hem hoe hij er bij kwam om nou net dat instrument te leren bespelen.
Hij vertelde over de muziek die hij thuis had gehoord van zijn ouders.
De jaren zestig en zeventig, Ravi Shankar.
In Scandinavië zijn natuurlijk niet veel mensen die de sitar beheersen.
Daarom is een periode les in India de beste manier.
Hij woonde een tijd bij zijn docent in huis en volgde dagelijks les.

Ik ken de Indiase muziek eigenlijk niet.
Maar ken bijvoorbeeld The Concert for Bangladesh,
georganiseerd door George Harrison en Ravi Shankar.
De muziek waarbij westerse muzikanten Indiase invloeden verwerken,
ken ik beter: The Mahavishnu Orchestra
en bijvoorbeeld Remember Shakti van John McLaughlin.

Voor mijn werk ging ik ooit met collega’s naar Denver voor een conferentie.
Mijn collega’s gingen skiën.
Ik bezocht toen eerst Chicago en bekeek Denver.
Denver was ijskoud met sneeuw en ijs.
Op een wandeling zag ik een aankondiging van een concert van McLaughlin.
Het was niet uitverkocht, dus kocht ik een kaartje.
McLaughlin was op tournee voor zijn album Remember Shakti.
Het was een klein theater met typische rode pluche klapstoelen.
De zaal was halfvol.
De muzikanten in witte kleding namen in kleermakerszit plaats op het podium.
Een van de muzikanten naast McLaughlin was Zakir Hussain, de tabla-speler.
Genieten. Snel daarna kocht ik Remember Shakti.
Op vakantie is dat album er altijd bij op mijn iPod.

IMG_3493 1PosterMusicFestivalGeorgeHarrison
Aankondiging concertreeks rond de sterfdag van George Harrison.

Ik vertelde mijn mede-ontbijter dat ik een poster had gezien
over de concertreeks ter herinnering aan George Harrison.
Volgens hem waren de betrokken mensen goede muzikanten.
Dus ik besloot om het concert bij te wonen.

In de avond zijn de smalle straten achter de ghats goed verlicht,
maar wel een doolhof.
Het International Music Centre staat af en toe aangegeven
maar er hangen veel posters voor hostels, hotels, de dokter, enzovoort,
waardoor je gemakkelijk een bordje mist.
Ik vond het gebouw; voor de deur werden kaartjes verkocht.
Die avond waren binnen al veel van de plaatsen bezet:
plastic tuinstoelen vullen de rechthoekige ruimte tussen pilaren.
Het concert vond plaats in een soort hal die drie verdiepingen hoog was.
De oppervlakte was niet zo groot.
Op de etages waren omgangen. Daar zaten studenten van het centrum.
Er werd thee geschonken.
Dr. Shanish Kumar Gyawali (bansuri) en Dr. Sandip Rao Kewale (tabla)
waren de muzikanten.
Ik heb genoten, van de ervaring, de zaal, de muziek.

IMG_3543IndiaVaranasiInternationalMusicCentreConcertInMemoryOfGeorgeHarrison
IMG_3545IndiaVaranasiInternationalMusicCentreConcertInMemoryOfGeorgeHarrison
IMG_3547IndiaVaranasiInternationalMusicCentreConcertInMemoryOfGeorgeHarrison
IMG_3548IndiaVaranasiInternationalMusicCentreConcertInMemoryOfGeorgeHarrisonDrShanishKumarGyawaliBansuri
India, Varanasi, International Music Centre, Concert in memory of George Harrison, Dr. Shanish Kumar Gyawali (bansuri of bamboe dwarsfluit).
IMG_3549IndiaVaranasiInternationalMusicCentreConcertInMemoryOfGeorgeHarrisonDrShanishKumarGyawaliBansuri
IMG_3550IndiaVaranasiInternationalMusicCentreConcertInMemoryOfGeorgeHarrisonDrShanishKumarGyawaliBansuri
IMG_3555IndiaVaranasiInternationalMusicCentreConcertInMemoryOfGeorgeHarrisonDrSandipRaoKewaleTabla
Dr. Sandip Rao Kewale (tabla).
IMG_3558IndiaVaranasiInternationalMusicCentreConcertInMemoryOfGeorgeHarrisonDrSandipRaoKewaleTabla

IMG_9918InternationalMusicCentreConcertTicket

Kijken, vergelijken en opnieuw kijken

– ik zie verbaasd, doorboord, monumentaal. En jij? –

Inleiding

In het Museum of Mexican Prehispanic Art staan drie figuren
die uit één cultuur komen maar daardoor
nog niet vanzelfsprekend bij elkaar horen.
Ze zijn beschilderd, doorboord, verbaasd van blik
— en toch elk op een andere manier aanwezig.

Twee zitten, de derde is bijna een zuil.
Wat ze delen is een sculpturale logica
waarin ogen, neus, oren en mond door hun perforaties
sterker spreken dan anatomie.

Kijken naar deze beelden betekent telkens opnieuw kijken:
naar vorm, naar kleurresten,
naar wat de maker heeft benadrukt en wat hij heeft weggelaten.

DSC06057 01 MexicoOaxacaMuseumOfMexicanPrehispanicArtFiguraDeNayaritLatePreclassic1250bc-ad200
Mexico, Oaxaca, Museum of Mexican Prehispanic Art, Figura de Nayarit, late preclassic, 1250 BC – AD 200.
DSC06057 02 MexicoOaxacaMuseumOfMexicanPrehispanicArtFiguraDeNayaritLatePreclassic1250bc-ad200
DSC06057 03 MexicoOaxacaMuseumOfMexicanPrehispanicArtFiguraDeNayaritLatePreclassic1250bc-ad200
DSC06057 04 MexicoOaxacaMuseumOfMexicanPrehispanicArtFiguraDeNayaritLatePreclassic1250bc-ad200

Een zittende Nayarit‑figuur

Een zittende figuur waarvan vooral de uitbundige,
gelaagde beschildering de aandacht trekt.
De verf is niet gelijkmatig verdeeld, maar vormt een complex geheel
van patronen die per lichaamsdeel variëren en elkaar ritmisch aanvullen.
Daardoor maakt het beeld een uitzonderlijk levendige en veelstemmige indruk.

Het hoofddeksel vormt een horizontale band die het hoofd omsluit;
aanvankelijk oogt het sober, maar bij close‑up
zijn er resten van een patroon zichtbaar
— kleine cirkels en stippen, waarschijnlijk ooit een subtiele decoratie
die door slijtage grotendeels vervaagd is.

Het gezicht is het meest levendige deel:
de schildering slingert in vloeiende lijnen rond ogen en neus,
bijna als keramische ornamentiek.

De ogen zijn gelaagd opgebouwd: een donkere pupil in een lichtgele iris, omlijst door een donkere ovaal die aan de onderzijde
nog eens wordt benadrukt met een boogvormige schaduw.

Onder de mond ligt een donker aangezette zone die de expressie versterkt; midden daarin loopt een smalle, verticale, lichtgekleurde streep over de kin.
Die markering is opvallend en geeft de kin
een zware, nadrukkelijke aanwezigheid,
alsof het een rituele of symbolische aanduiding is.

Aan weerszijden van het hoofd bevinden zich kleine,
nauwelijks gemodelleerde oren, terwijl de sierraden juist groot en complex zijn:
halfronde ringen met openingen en kleidetails
die zorgvuldig zijn aangebracht.
Het hoofd fungeert zo als drager van rituele versiering,
niet als naturalistische vorm.

Op het bovenlijf zet de beschildering zich voort vanaf de hals.
Onder de kin volgt een halszone waarin lichte stippen
en enkele donkere accenten in een bewuste verdeling zijn aangebracht.
Daaronder bevindt zich een halfronde, verhoogde richel klei
die de vorm van de kin doorgeeft aan de beschilderde textielstroken
op het torso.
Deze richel is later met donkere verf afgewerkt
en fungeert als een halssieraad,
een gemodelleerde overgang tussen gezicht en bovenlijf.
De textielstroken op het torso zelf
bestaan uit banen die de vorm van jaspanden aannemen,
beschilderd met een herhalend motief van dubbele H‑vormen.
Dit patroon is vooral zichtbaar op de linker lichaamshelft;
op de rechterzijde wordt het deels overschaduwd door arm en kom.
De herhaling van het motief suggereert een ritmische weefstructuur,
alsof het om een textiel gaat dat het bovenlijf omsluit.

De armen zijn verdeeld in banden:
een okergele zone met donkere stippen,
daaronder een bruine band met regelmatige lichte stippen,
en bij de pols een donker‑rode strook
met verticale strepen die de vingers voortzetten.
De hand is gestileerd, bijna ornamentaal,
en houdt een kom met opstaande rand,
beschilderd met een diamantpatroon dat uit twee omtreklijnen
in verschillende kleuren bestaat.
In het hart van elke diamant liggen lichte stippen,
alsof het object een zelfstandige betekenis heeft binnen het geheel.

De rokzone toont een doorlopend verticaal zigzagpatroon
op vlakken met verschillende tinten.
Het motief herhaalt zich minstens een keer
en lijkt geschilderd als een ritmische randversiering.
De verf is dun en deels verweerd, maar het ritme blijft herkenbaar:
een opeenvolging van licht‑donkere segmenten
die de onderzijde visueel omzoomt.
Het patroon doet denken aan geweven randen of borduursel,
een ornament dat beweging suggereert
binnen de statische houding van de figuur.

Zo ontstaat een ritmisch geheel waarin elk deel van het beeld
een eigen visuele taal spreekt
— floraal en vloeiend boven, symbolisch in het midden,
geometrisch‑ritmisch onder.
Het resultaat is een figuur die niet alleen een persoon voorstelt,
maar een samensmelting van patronen, materialen en betekenissen is:
een miniatuur‑wereld waarin verf, vorm en ritme
samen een verhaal vertellen over identiteit en ritueel.

In deze vormentaal klinkt duidelijk de traditie van Nayarit door:
de gemodelleerde halssieraad‑richel,
het repeterende dubbele‑H‑motief dat als geweven textiel om het torso ligt,
en de fijn verdeelde verfmarkeringen op hals en gezicht
vormen samen een beeldtaal die typisch is voor West‑Mexico.

Tegelijk laat dit beeld zien hoe binnen die traditie variatie mogelijk was:
een eigen ritme, een eigen combinatie van vorm en schildering,
een eigen manier om lichaam en ornament tot één geheel te maken.
Zo staat deze figuur niet alleen in een regionale stijl,
maar ook als een individueel werk
waarin de maker een herkenbare, bijna intieme visuele logica
heeft vastgelegd.


DSC06058 01 MexicoOaxacaMuseumOfMexicanPrehispanicArtFiguraDeNayaritLatePreclassic1250bc-ad200
Figura de Nayarit, late preclassic, 1250 BC – AD 200.
DSC06058 02 MexicoOaxacaMuseumOfMexicanPrehispanicArtFiguraDeNayaritLatePreclassic1250bc-ad200
DSC06058 03 MexicoOaxacaMuseumOfMexicanPrehispanicArtFiguraDeNayaritLatePreclassic1250bc-ad200

Zittende figuur met groot hoofd

Het tweede beeld toont een zittende figuur
met een groot, bijna kubusvormig hoofd
dat qua volume gelijkstaat aan de rest van het lichaam.

Het hoofddeksel bestaat uit een smalle band
met een diagonaal gestreept patroon.

De ogen zijn wijd geopend en bol, waardoor het gezicht
een verbaasde, alerte expressie krijgt.
Rond het oog zijn nog sporen van donkere verf zichtbaar:
vooral onder het oog ligt pigment precies op de overgang
van holte naar bolling.
De schilder heeft daarmee de topografie van de oogkas benadrukt,
waardoor het oog optisch dieper lijkt te liggen
en de verbaasde expressie wordt versterkt.

De neus is een driehoekige kleivorm met diepe, uitgesneden neusgaten,
waardoor hij als echte neus wordt gelezen
in plaats van als een eenvoudige kleidriehoek.
Onder de neus ligt een smalle mond waarin kleine gaatjes
de suggestie van tanden wekken
— een detail dat het gezicht een mengeling
van menselijkheid en stilering verleent.

Aan de zijkant van het hoofd is een oor zichtbaar.
Het is schelpvormig, met een duidelijke verdieping,
wat wijst op een poging tot anatomische uitwerking.
De bovenkant van de oorschelp is niet los van het hoofd gemodelleerd:
het oor vloeit daar in de massa van het hoofd over,
waardoor het compacter en massiever oogt dan een natuurlijk oor.
Aan de onderrand van het oor zit een kleine uitstulping,
die zowel kan worden gelezen als een versterkte oorlel
als een mogelijk restant van een oorsieraad.
Door de manier waarop het oor in het hoofd is opgenomen,
krijgt het geheel een robuuste, enigszins gestileerde vorm.

Het lichaam is compact en symmetrisch.
De figuur zit met gebogen benen, de voeten als een verlengde daarvan
— bijna als hoeven,
wat het beeld een aardse ondertoon geeft.

Op de linkerschouderkap is een duidelijke zone met oker pigment zichtbaar.
De tint ligt als een dunne laag bovenop het oppervlak
en wijkt af van de natuurlijke kleikleur,
wat erop wijst dat deze kap oorspronkelijk beschilderd was.
De kap lijkt lichter en egaler dan de rest van het lichaam,
wat mogelijk op restauratie duidt,
maar de okerlaag zelf is authentiek pigment.

Onder het sleutelbeen loopt aan beide zijden een zigzagmotief,
zichtbaar als lichte, ritmische lijnen die zich onderscheiden van de klei.
Links is het motief helder zichtbaar; rechts verschijnt het
in de buurt van een scheur, maar de herhaling van de vorm suggereert
dat het deel uitmaakt van een oorspronkelijk decoratief patroon,
mogelijk een textielrand of rituele beschildering.

De rechterhand houdt een bolvormig object
— mogelijk een bal, maar ook te lezen als een vrucht,
een steen of een ritueel attribuut.
De linkerhand rust op de buik.
De vingers zijn individueel gemodelleerd,
wat binnen deze stilistische context opvallend zorgvuldig is.

De oppervlakte van het beeld toont zowel pigmentresten
als natuurlijke verkleuringen.
Over het lichaam lopen scheuren die door ouderdom
en het bakproces zijn ontstaan;
in enkele daarvan is pigment blijven zitten.
Het zigzagmotief onder het sleutelbeen is echter te regelmatig
om toevallig te zijn en wijst op een bewust aangebracht decoratief patroon.

Kleurgebruik bij Nayarit‑beelden

De kleurverdeling van dit beeld — een oker gezicht, een roder lichaam,
donkere accenten rond de ogen en lichte patronen op borst en schouders
— past binnen het bekende palet van Nayarit‑beeldjes.
Makers uit West‑Mexico combineerden de natuurlijke variatie van de klei
(van oker tot roodbruin) met pigmenten op basis van mineralen
zoals rood ijzeroxide, wit kalk, zwart mangaan en oker.
Oker en donkergeel komen regelmatig voor, vooral op gezichten,
hoofddeksels en textielranden.

Hoewel de eerste indruk van dit beeld
— zeker wanneer men het na een drukker exemplaar bekijkt —
is dat het nauwelijks beschilderd is en een vrijwel egale toon heeft,
laat nauwkeurige observatie iets anders zien.
De combinatie van klei‑kleur en subtiele pigmentresten
wijst in de richting dat dit beeld oorspronkelijk
een complex, meerkleurig schema had,
waarin vorm en beschildering elkaar versterkten.


DSC06059 01 MexicoOaxacaMuseumOfMexicanPrehispanicArtFiguraDeNayaritLatePreclassic1250bc-ad200
Figura de Nayarit, late preclassic, 1250 BC – AD 200.
DSC06059 02 MexicoOaxacaMuseumOfMexicanPrehispanicArtFiguraDeNayaritLatePreclassic1250bc-ad200

Als een monument

Figuur drie staat als een monument:
opgericht, massief, bijna architectonisch in zijn aanwezigheid.
De figuur is niet zittend of gebogen zoals bij de vorige beelden,
maar vormt een zuil waarin hoofd, romp, armen en benen
in één doorlopende massa zijn opgenomen.
De schouders zijn hoekig, met scherpe overgangen
die het beeld een blokvormige, bijna constructieve uitstraling geven.

De armen zijn opvallend iel en lang, veel dunner dan de massieve romp.
Ze hangen strak langs het lichaam en eindigen in klauwachtige handen:
de vingers zijn kort, grof en licht gebogen,
waardoor de hand geen anatomische articulatie heeft
maar eerder een gestileerde grijpvorm.
Deze disproportie tussen de slanke armen en de zware romp
versterkt het sculpturale, bijna monumentale karakter van het beeld.

Het hoofd is opvallend:
de bovenkant is ingedeukt, alsof de schedel licht is ingezakt
of bewust is afgeplat.
Rondom loopt een duidelijke haarlijn, een smalle rand die het gezicht
scherp afbakent van de bovenkant van het hoofd.
In vergelijking met de andere beelden in dit bericht
is de neus kleiner en minder dominant,
terwijl ogen, oren en mond juist groot en uitgesproken zijn.
Daardoor krijgt het gezicht een bijna maskerachtige intensiteit,
met sterke accenten op de openingen en perforaties.

De ogen zijn sculpturaal bijzonder:
in een ovale ruimte, gevormd door keramieke oogleden,
liggen kleine bolletjes klei die de pupillen voorstellen.
Deze verhoogde pupillen liggen zichtbaar op het oppervlak van het oog,
waardoor een gelaagd, plastisch effect ontstaat.
De combinatie van de ovale uitsparing, de duidelijke oogleden
en de opgelegde pupillen
geeft de ogen een sterk gestileerde, bijna emblematische vorm
— minder anatomisch, meer maskerachtig.

De oren zijn groot en hoekig, met forse openingen in de oorlel
(denk aan Boeddhabeelden),
waardoor het oor een element wordt dat duidelijk bedoeld is
om iets los doorheen te steken
— een koord met veren, een ring, een los sieraad.

Ook de neusgaten zijn duidelijk ingeboorde perforaties,
diep en rond, wat opnieuw wijst op een sculpturale logica
waarin het lichaam wordt geperforeerd, doorboord, opengewerkt.

De mond is uitzonderlijk.
De tanden zijn bijzonder scherp en regelmatig,
wat de mond een sterk gestileerde, bijna geometrische uitstraling geeft.
Alsof de maker de mond eerder als een maskeropening heeft gedacht
dan als een anatomische mond.

In beide schouders, bijna als oksels,
bevinden zich bewust aangebrachte perforaties.
De bovenkanten liggen min of meer op gelijke hoogte,
zodat ophangen, bevestigen of dragen mogelijk was
en het beeld recht en monumentaal kon worden gepresenteerd.
De plaatsing van de gaten is te doelgericht om toevallig te zijn:
ze maken deel uit van de sculpturale logica van het object.

De klei van het hele beeld is grotendeels egaal van kleur,
maar er zijn donkerblauwe pigmentresten zichtbaar
die sporadisch beginnen boven de armen
en onder de armen een meer aaneengesloten zone vormen.
Deze donkere partijen volgen de centrale verticale as van het beeld
en benadrukken de monumentale, opgerichte aanwezigheid van de figuur.

De benen zijn kort en stevig,
nauwelijks als afzonderlijke volumes gemodelleerd, maar duidelijk aanwezig.
Ze sluiten direct aan op de romp en vormen samen
een compacte, massieve basis waarop het beeld rust.
Hierdoor staat de figuur als een blok, stevig en onverzettelijk,
alsof het eerder een monoliet is dan een anatomisch lichaam.

In zijn geheel maakt het beeld de indruk van een opgericht monument:
hoekig, zwaar, doorboord, met een gezicht
dat eerder maskerachtig dan menselijk is.
De combinatie van perforaties, de gestileerde tanden, de opgelegde pupillen,
de donkerblauwe verkleuringen en de ingedeukte bovenkant
geeft het beeld een functie die verder gaat dan representatie
— het lijkt een object dat kon worden opgehangen of gedragen,
en dat in zijn presentatie een duidelijke monumentaliteit moest uitdragen.

Afronding

Samen laten de drie beelden zien hoe binnen één cultuur
vormen kunnen verschillen en toch verwant blijven.

Elk beeld heeft zijn eigen logica, zijn eigen manier van aanwezig zijn,
maar ze delen een sculpturale taal
waarin ogen, neus, oren en mond
door hun perforaties sterker spreken dan anatomie.

Beschilderd, verbaasd, doorboord, opgericht:
ze tonen hoe expressie kan verschuiven van vorm naar opening,
van lichaam naar doorboring.

Ze vormen geen novelle, roman of bijbelboek
— eerder een reeks ontmoetingen waarin kijken het verhaal maakt.
En zo laat kijken, vergelijken en opnieuw kijken telkens iets anders zien.