Picture of the day

20260928IMG_0600FVDD
Twee foto’s samengevoegd tot één. De fietsen zag ik aan een pand aan het begin van de straat. De zwaaiers zag ik aan het eind van de straat. Of en zo ja welk verband er tussen de panden is, weet ik niet.

Tijdens het lezen van Het leven op aarde (1)

Eerst las ik ‘Het verboden rijk’ en nu lees ik de
tweede roman van Slauerhoff over China:
Het leven op aarde (1934).

Tijdens het lezen kom ik soms passages tegen die mij opvallen.
Die wil ik graag delen met de bezoekers van mijn blog.

Vandaag een eerste aantekening.


Bij de eerste zin, de eerste alinea
zet Slauerhoff meteen de toon,
zijn toon:

Een oude zomerdag aan de Chinese kust die al zoveel eeuwen zijn grauwe gesteenten en klippen en bruine oevers door de golven van de stille Zuidzee heeft laten bespoelen en uithollen. Maar de kustlijn is bijna niet teruggeweken. Er is behalve de trage deining weinig beweging, om vooruitspringende rotsen kolkt het water, de vissersvloten bewegen zich in stille zwermen langs de kust, eenzame vrachtjonken gaan traag als in zichzelve gekeerd van haven tot haven. De stoomschepen der Europeanen gaan gehaast in en uit, maar worden bijna niet opgemerkt. Evengoed blijft alles hetzelfde.

J. Slauerhoff, bezorgd door Hein Aalders en Menno Voskuil,
Het leven op aarde, pagina 155.


Zijn taal is zichtbaar in elkaar gezet,
niet gekunsteld, wel af en toe gedateerd,
vooral goed bedacht.

‘een oude zomerdag’
waarom oud?

de gedeeltelijke herhaling: grauwe gesteenten, klippen en bruine oevers

‘stille Zuidzee’
kleine letter ‘s’ en hoofdletter ‘Z’ zijn geen toeval

Het gebruik van schijnbare tegenstellingen die toch samen een zin of gedachte vormen:

  • ‘teruggeweken’ en ‘vooruitspringende’
  • ‘bespoelen’ (een goed maar opvallend woord) en ‘uithollen’
  • ‘trage deining’ en ‘kolkt het water’
  • ‘vooruitspringende rotsen’, mooie actieve vondst in een situatie van ‘weinig beweging’
  • ’vissersvloten’ en ‘eenzame jonken’; ’in stille zwermen’ en ‘in zichzelve gekeerd’
  • ‘traag van haven tot haven’ en ‘gehaast in en uit’

Om dan af te sluiten met ‘Evengoed blijft alles hetzelfde.’

Wat ik daarnaast opvallend vind, als ik er nog eens over nadenk,
is hoe zorgvuldig de alinea als geheel is opgebouwd.

De openingszin is niet eens een volledige zin,
maar eerder een beeld dat voor de lezer wordt neergezet:
een oude zomerdag aan een kust
die al eeuwenlang door de zee wordt bespoeld en uitgehold.

Daarbij krijgt die kust bijna iets menselijks;
zij ondergaat niet alleen de werking van het water,
maar heeft die als het ware eeuwenlang laten gebeuren.

Vervolgens verschuift Slauerhoff voortdurend van schaal.
Hij begint bij eeuwen en een kustlandschap,
kijkt daarna naar de beweging van water, vissersvloten, jonken en stoomschepen,
om aan het slot weer uit te zoomen naar een algemene conclusie.
Die beweging is echter merkwaardig cirkelvormig.
Overal is activiteit zichtbaar:
het water kolkt, schepen varen langs de kust,
stoomschepen gaan gehaast in en uit.
Toch leidt geen van die bewegingen tot werkelijke verandering.
Zelfs de moderne Europese stoomschepen
blijken uiteindelijk van ondergeschikt belang, want zij worden „bijna niet opgemerkt”.
Daardoor krijgt het slotwoord „Evengoed” extra gewicht:
het erkent alle voorafgaande beweging en bedrijvigheid,
maar verklaart die tegelijk onbelangrijk
tegenover de grote continuïteit van landschap en tijd.
De alinea eindigt daardoor precies waar zij begon:
in een wereld die lijkt te bewegen, maar die in wezen altijd dezelfde blijft.


Foto van de dag

20260927IMG_0579FVDD VeniceFilmFestivalGoldenLionRedDesert
Gouden Leeuw (Venice Film Festival) voor Red Desert, film van Michelangelo Antonioni.

In een moment van bevrijding

Langzaam schoof de boot van de wrakke steiger, de machine knarste, de stoomfluit gilde, de mensenmassa’s aan boord en op de wal krijsten tegen elkaar.
Langzaam voelde ik ook iets van mij afglijden, die dromen zou ik niet meer hebben, misschien had die nachtelijke vechtpartij mij goedgedaan.
(…)
Ik dacht over mijn angst van vroeger, ik verbaasde mij, ik vroeg mij af: hoe is het mogelijk? Maar opeens werd ik treurig, ik was zelf bevrijd, maar een ander die toevlucht bij mij had gezocht, had die niet gevonden. Was ik te laat gekomen? Misschien hadden wij elkaar afgelost, was ik hem geworden en hij mij?
(…)
Het was voorbij, ik ging terug op een schip in het oude bestaan, maar meer gehard tegen de ontberingen, de hitte, de plagerijen, vast voornemens de verdere ontmoetingen met die andere af te slaan, mijzelf te blijven.
(…)
Ik ging terug. Maar ik zou niet lang op een schip blijven en dit land intrekken, waarvan ik nog niets had gehad dan een tocht door een dorre steppe, een paar suffe, half dronken dagen in een verlaten stad, dan kustlijnen, lange en rotsige, brokkelige en effene, maar altijd wijkende, dan havensteden, waar de afscheidingsproducten van Europa en Azië plaatsheeft en de mensen niets zijn dan fermenten, die het proces bespoedigen.
(…)
Als het geluk op aarde nog ergens te vinden was, dan moest het daar zijn, bij de oudste wijsheid, de verhevenste natuur en het zuiverste genot. In het heden gelukzalig, door de vele littekens uit het verleden gepantserd, zou ik zonder vrees alle schimmen en demonen kunnen ontmoeten, zonder in hen op te gaan, hun gastvrijheid bieden zonder een haar, een cel te veranderen.
(…)
Een der nimmer bewusten van de miljoenen te zijn – welk een geluk; of als dat onbereikbaar is, een die alles weet, alles achter zich heeft en toch voortleeft.

J. Slauerhoff, bezorgd door Hein Aalders en Menno Voskuil,
Het verboden rijk, pagina 147-149.


Foto van de dag

20260923IMG_0359FVDD Spar
Toegegeven, deze foto, die ik vandaag in Bologna maakte, is voor de kenners. Mensen die de naam iets zagt, weten hoe de naam geschreven moet worden en waar die naam voor stond. En misschien vandaag nog staat?

In een moment van geworden zijn

Er is nog een andere in dit zelfde leven,
die mij redden kan.
(…)
Laat ik in de boot springen,
wegroeien en leven zoals ik geworden ben,
nooit meer zoals ik was.
En alleen denken,
dat zij daar in de verte leeft,
onvergankelijk en ongenaakbaar!

J. Slauerhoff, bezorgd door Hein Aalders en Menno Voskuil,
Het verboden rijk, pagina 117.


In een moment van omvloeien

… liet mij aan boord roeien en kwam eerst in mijn hut weer bij.
Vreemd, dat ik van de aarde af moest zijn,
om mij weer zeker van mijzelf te voelen.

Mijzelf.
Ik ben nog niet oud, en heb al verleerd te leven.
Ik wilde mij eenzaam bewaren
en ben in aanraking gekomen met al het vuil dat de wereld opbrengt.

Ik voel mij grauw en klam,
ik kan die neerslag nooit meer van mij afspoelen.
Zal ik ooit weer van het leven kunnen drinken zonder weerzijn,
en een wind
– niet verpest door de walmen van rottend schip of mensenbarende stad –
uit zee, uit het zuivere,
als een streling langs mijn huid voelen gaan?
En lopen door een pijnboomwoud, alleen mijn schaduw bij mij.
Mij laten omvloeien door een koude beek,
mij laten voorlichten door de bloemen…

J. Slauerhoff, bezorgd door Hein Aalders en Menno Voskuil,
Het verboden rijk, pagina 117.


Foto van de dag

Soms lukt het me niet om één foto aan te wijzen als Foto van de dag.
In dat geval kies ik er nogal eens voor om een compilatie te maken.
Dat heb ik ook voor vandaag gedaan.

20260921DSC00333FVDD

In een moment van omvingen

Angst,
als om duizelig te worden
en van een toren te springen
naar een grond die onder het vallen
verder neerweek,
omving mij,
ik deinsde terug….

J. Slauerhoff, bezorgd door Hein Aalders en Menno Voskuil,
Het verboden rijk, pagina 117.


In een moment van zelfvergeten

De afgelopen dagen werk ik niet in mijn reguliere blogritme.
Dat geeft me de gelegenheid om te lezen in een boek
waar ik al een tijd geleden in begonnen ben.
Nu kom ik op een pagina met een paar geweldige zinnen.
De komende dagen deel ik er een paar van.
Ik waarschuw vast: de zinnen zijn niet altijd even optimistisch.

Ik had nog maar een stap te doen,
de tijd zou splijten,
ikzelf zou een ander zijn,
met ander gelaat,
andere handen,
ogen,
bloed,
toch ik,
maar zelfvergeten.

J. Slauerhoff, bezorgd door Hein Aalders en Menno Voskuil,
Het verboden rijk, pagina 117.


Herhalen is het ritueel van motivatie

IMG_7747BaselTheaterplazRichardSerraIntersection1992
Basel, Theaterplaz, Richard Serra, Intersection, 1992.
IMG_7750BaselTheaterplazRichardSerraIntersection1992
IMG_7748BaselTheaterplazRichardSerraIntersection1992

Hieronder zie je een citaat van Richard Serra waarvan ik vind
dat het veel zegt over zijn latere werk.
Dat latere werk is wat we meestal zien: grote, gebogen, metalen platen.
Vaak reageren die platen op elkaar door elkaars kromming over te nemen
of juist een tegenovergestelde vorm.

Ik had mijn bericht eerst ‘Gebogen ruimte’ willen noemen.
Maar heb het veranderd naar aanleiding van het citaat hieronder.
Daarin zegt Serra ‘Repetition is the ritual of obsession.’
‘Repetition’ heb ik vertaald naar ‘Herhalen’.
‘Obsession’ vertaalde ik naar ‘Motivatie’.

De woorden Repetition en Obsession
kunnen onterecht negatieve associaties oproepen.
Bovendien denk ik dat de Amerikaanse termen
harder overkomen in het Nederlands dan Serra waarschijnlijk bedoelde.

Serra richtte zich in het latere deel van zijn loopbaan bijna exclusief op metaal.
Je kunt dat zijn obsessie noemen, maar het lijkt me logisch
dat een kunstenaar sterk geïnteresseerd is in het materiaal waarmee hij werkt.
Dat materiaal is een van zijn drijfveren.

Het citaat waar ik naar verwijs:

Obsession is what it comes down to. It is difficult to think without obsession, and it is impossible to create something without a foundation that is rigorous, incontrovertible, and, in fact, to some degree repetitive. Repetition is the ritual of obsession. Repetition is a way to jumpstart the indecision of beginning. To persevere and to begin over and over again is to continue the obsession with work. Work comes out of work. In order to work you must already be working.

—Richard Serra

IMG_7749BaselTheaterplazRichardSerraIntersection1992
IMG_7751BaselTheaterplazRichardSerraIntersection1992
IMG_7752BaselTheaterplazRichardSerraIntersection1992