Verso – Achterzijden die verbanden tonen

– over hoe men ook zonder religieuze voorstellingen
toch een versterkend verband realiseert –

In de voorgaande berichten over de tentoonstelling ‘Verso’
kwamen achterkanten, verso’s, aan bod
waarop een volledige voorstelling was geschilderd.
Het waren vooral drieluiken,
maar we hebben ook andere samenstellingen kunnen zien.
Die voorstellingen maakten deel uit van het totale programma:
alle voorstellingen van het drieluik hadden hun eigen betekenis
en versterkten elkaar in de boodschap die de schilders
samen met de opdrachtgevers wilden vertellen.

In een volgend deel van de tentoonstelling
komen ook andere achterkanten aan bod.
Ook deze achterkanten zijn beschilderd,
maar bijvoorbeeld voorzien van een floraal motief,
met een kleurige grondlaag en letters,
verschillende vormen imitatie-steen of uitbundig marmer.

Ook die achterkanten waren niet zonder betekenis.
Een wijnrank kon worden gebruikt om de stamboom van de opdrachtgever
te tonen tot aan Christus.
De letters waren bijvoorbeeld het monogram voor Christus of Maria.
De Tien Geboden waren op stenen tafelen aan Mozes gegeven,
dus dan is een imitatie-steen logisch.
Marmer was duur: niets te veel voor de glorie van God.

In dit bericht komen twee voorbeelden langs:
een eerste met imitatie-steen;
de tweede met een monogram.
Maar saai is het geen moment, want de schilderijen vertellen nog veel meer.

Dyptych uit Wenen

DSC05750BazelKunstmuseumBaselVersoMeisterVonHeiligenkreuzUmkreisDyptychManOfSorrowsVirginAndChildUm1400-1410MischtechnikAufHolzInv1617
Bazel, Kunstmuseum Basel, Verso, Meister von Heiligenkreuz, Umkreis, dyptych, Man of sorrows, Virgin and Child, um 1400 – 1410, mischtechnik auf holz. Inv. 1617.
DSC05751BazelKunstmuseumBaselVersoMeisterVonHeiligenkreuzUmkreisDyptychManOfSorrowsVirginAndChildUm1400-1410MischtechnikAufHolzInv1617
DSC05752BazelKunstmuseumBaselVersoMeisterVonHeiligenkreuzUmkreisDyptychManOfSorrowsVirginAndChildUm1400-1410MischtechnikAufHolzInv1617 Reliefwerk
DSC05749 01 BazelKunstmuseumBaselVersoMeisterVonHeiligenkreuzUmkreisDyptychManOfSorrowsVirginAndChildUm1400-1410MischtechnikAufHolzInv1617
DSC05749 02 BazelKunstmuseumBaselVersoMeisterVonHeiligenkreuzUmkreisDyptychManOfSorrowsVirginAndChildUm1400-1410MischtechnikAufHolzInv1617
DSC05749 03 BazelKunstmuseumBaselVersoMeisterVonHeiligenkreuzUmkreisDyptychManOfSorrowsVirginAndChildUm1400-1410MischtechnikAufHolzInv1617 StoneImitation
Steenimitatie.

Het tweeluik gold lang als Boheems (Praag en omgeving).
Recent onderzoek wijst het echter toe aan de “Missaal‑meester”,
een anonieme Weense schilder uit het begin van de 15e eeuw.

Rond beide panelen treffen we een ongewone lijst aan.
Duidelijk is dat hier eerst een timmerman aan het werk is geweest:
direct rond het schilderij ligt een traditionele omlijsting,
en daar omheen is een tweede, veel complexere lijst aangebracht.
Die buitenste lijst bestaat uit kleine vakjes
met groene tussenschotjes,
terwijl de vlakken zelf rood of blauw zijn geverfd.
In die vakjes zien we nu nog af en toe tekststroken en lijmresten.
Ooit waren alle vakjes gevuld met relieken.
De papieren strookjes — de zogeheten cedulae —
beschreven de inhoud van elk vakje.
De meeste relieken zijn verdwenen,
maar de achtergebleven cedulae vertellen ons soms nog iets
over de aard van wat daar oorspronkelijk bewaard werd.
De reliekruimtes rond de Man van Smarten
bevatten relieken die direct met Jezus verbonden waren;
de vakjes rond Maria met het Kind bevatten relieken
die met haar in verband stonden.

Op de gouden achtergrond is fijn reliëfwerk aangebracht:
kleine stippen, cirkels en korte lijntjes
die het oppervlak laten glinsteren en structuur geven.
Dit reliëf is niet geschilderd,
maar met metalen stempeltjes in het bladgoud gedrukt.
Voor dit werk was een gespecialiseerde vergulder nodig.

Hij werkte in een later stadium:
nadat een timmerman het paneel had voorbereid
en de dubbele lijstconstructie had gemaakt,
maar vóór de schilder zijn figuren aanbracht.

Het tweeluik is daarmee het resultaat
van verschillende ambachtslieden,
ieder met een eigen taak en expertise.

De achterzijde van het tweeluik laat twee zaken zien.

Allereerst een etiket van het Kunstmuseum Basel,
met het oude inventarisnummer 1617
en de vermelding van een ruil (Tausch 1984).
Het label draagt nog de vroegere toeschrijving:
“Böhmische Schule um 1360 
– Christus als Schmerzensmann und Maria mit dem Kinde.”
Het is een tastbare herinnering aan de periode
waarin het werk nog als Boheems werd beschouwd,
voordat het onderzoek het naar Wenen verplaatste.

Daarnaast toont de achterzijde een geschilderde steenimitatie:
een fijn gespikkeld grijs oppervlak dat het hout afdekt.
De lichte vegen zijn vermoedelijk beschadigingen in de verflaag.
Anders dan bij sommige andere panelen,
waar de achterkant een liturgische betekenis draagt,
heeft deze achterzijde vooral een praktische functie:
een eenvoudige verflaag die het paneel beschermt.

Het tweeluik is daarmee geen werk van één hand,
maar het resultaat van een samenwerking
tussen verschillende ambachtslieden
— timmerman, vergulder en schilder —
én een opdrachtgever die de vorm, functie
en devotionele invulling bepaalde.
Zijn keuzes lagen aan de basis van het geheel
en gaven richting aan het werk dat de ambachtslieden uitvoerden.


DSC05747BazelKunstmuseumBaselVersoForThegloryOfTheLord Txt

Twee panelen uit de Nederlanden?

DSC05755 01 BazelKunstmuseumBaselVersoNiederländischerMeisterTheGatheringOfTheMannaPassoverUm1450-1460MischtechnikAufEichenholzInv655-656
Niederländischer Meister, The gathering of the manna+ Passover, um 1450 – 1460, mischtechnik auf eichenholz. Inv. 655 and 656.
DSC05755 02 BazelKunstmuseumBaselVersoNiederländischerMeisterTheGatheringOfTheMannaPassoverUm1450-1460MischtechnikAufEichenholzInv655-656 MutsSchootHandenKleedBakje
Van rechtsboven naar linksonder± in een muts, in de schoor, in de handen, in het kleed en in een Gebse.
DSC05754BazelKunstmuseumBaselVersoNiederländischerMeisterTheGatheringOfTheMannaPassoverUm1450-1460MischtechnikAufEichenholzInv655-656
DSC05757 01 BazelKunstmuseumBaselVersoNiederländischerMeisterTheGatheringOfTheMannaPassoverUm1450-1460MischtechnikAufEichenholzInv655-656 Verso DeMannalese
DSC05757 02 BazelKunstmuseumBaselVersoNiederländischerMeisterTheGatheringOfTheMannaPassoverUm1450-1460MischtechnikAufEichenholzInv655-656 Verso DeMannalese
DSC05756 01 BazelKunstmuseumBaselVersoNiederländischerMeisterTheGatheringOfTheMannaPassoverUm1450-1460MischtechnikAufEichenholzInv655-656 VersoDasPassahmahl
DSC05756 02 BazelKunstmuseumBaselVersoNiederländischerMeisterTheGatheringOfTheMannaPassoverUm1450-1460MischtechnikAufEichenholzInv655-656 VersoDasPassahmahl

In het Kunstmuseum Basel bevinden zich twee panelen
die qua stijl en uitvoering
waarschijnlijk in de Nederlanden zijn ontstaan.
Ze tonen twee momenten uit het Oude Testament:
het verzamelen van het manna en het paasmaal.
Beide scènes behoren tot de vaste typologische voorstellingen
die in de 15e eeuw opnieuw werden opgepakt,
vooral in de kringen van Vlaamse paneelschilders.
De verfbehandeling, de aandacht voor detail
en de combinatie van goudgrond en kleur
wijzen in die richting.

Tegelijkertijd zijn het taferelen die in de christelijke traditie
vaak vooruitwijzen naar de eucharistie
— het manna als voorafbeelding van het brood uit de hemel,
het paasmaal als voorafbeelding van het Laatste Avondmaal.

Deze dubbele gerichtheid maakt
de panelen interessant om naast elkaar te bekijken.

De auteur van de tekst op de collectiepagina
schrijft over de voorstelling van het verzamelen van het manna.
Als opvallend detail noemt hij het mandje
dat door de schilder is gebruikt op de voorgrond.
Het mandje verwijst naar een vormmotief
in de Nederlandse en Duitse blokboeken van de Biblia Pauperum.
Maar een dergelijke kuipersbak kan ik daarin niet terugvinden.
Een toelichting op deze verwijzing zou wenselijk zijn.
Indien er in de blokboeken inderdaad een bakje voorkomt
dat qua vorm overeenkomt met de Zwitserse Gebse,
zou dat kunnen helpen bij het vinden
van een Nederlands of Vlaams equivalent voor het woord ‘Gebse’
en mogelijk zelfs dienen ter ondersteuning
van een Nederlandse, Vlaamse
of andere toeschrijving van het schilderij.

Op het schilderij wordt het manna
overigens op uiteenlopende manieren opgevangen
— in een muts, in de schoot, in de handen, in een kleed en
in een door een kuiper gemaakte Gebse met hengsel.
Sommigen beginnen zelfs onmiddellijk te eten.
Die variatie in gebaren en reacties onderstreept het spontane karakter
van het wonder:
ieder handelt naar zijn eigen impuls, van verwondering tot onmiddellijke behoefte.

De buitenzijde van beide panelen
is beschilderd met een herhalend patroon
van gouden sterren en het monogram IM (Iesus / Maria)
op een rode ondergrond.
Ook in gesloten toestand bleef het tweeluik zo
een devotioneel object, met een verflaag die niet alleen beschermde,
maar ook eer betoonde aan de namen van Jezus en Maria.

Hoewel de twee panelen
niet als een fysiek tweeluik zijn geconstrueerd,
presenteren ze zich door hun thematiek, schilderwijze
en beschilderde achterzijden wél als een samenhangende set.
De scènes sluiten inhoudelijk op elkaar aan,
de verfbehandeling en kleurstelling bewegen zich
binnen hetzelfde stilistische register,
en de buitenzijden delen het patroon
van sterren en het monogram IM.

Het zijn afzonderlijke schilderijen die,
door hun vorm en functie, toch als een paar gelezen kunnen worden.


De groen-gele kracht

De plant heb ik al vele jaren.
In de koudere maanden staat hij binnen.
Als de kou weg is, gaat hij naar buiten op het balkon.
Daar heeft hij na 13:00 uur zon zowat tot aan zonsondergang.
Ieder jaar komen er knoppen in die prachtig open gaan.
De plant bloeit per knop niet heel lang
maar al vanaf het moment dat er knoppen dreigen te komen
totdat de bloem zich volledig opent,
is het spannend.

IMG_9826ParodiaMagnifica
Aan het puntje van de eerste knop verschijnt het geel van de bloem.
IMG_9827ParodiaMagnifica
IMG_9828ParodiaMagnifica
Vanochtend was de knop van de Parodia Magnifica al veel meer op de bloem gericht. Vanaf nu gaat het snel.
IMG_9829ParodiaMagnifica

India 24/25: Varanasi, dag 3 – Archaeological Museum Sarnath 04

– over het licht dat sterren doet ontstaan –

Inleiding

Twee beelden uit Sarnath.
Gescheiden door minstens 5 eeuwen in de tijd.
Elk op hun eigen manier een concentratiepunt van boeddhistische kunst.

Het eerste, een laat‑Pāla‑fragment van Tara,
toont een dynamische bodhisattva die optreedt, beschermt en begeleidt:
een figuur vol beweging, attributen
en subtiele details die uitnodigen tot reconstructie.

Het tweede, een Gupta‑beeld van de Boeddha.
Dit is juist opvallend sereen.
Geen verhalende ornamenten, geen begeleidende figuren,
maar een gestalte die volledig gericht is op het verlichte bewustzijn.

Samen, toevallig door mij gefotografeerd tussen al die andere beelden,
vormen ze een tweeluik van handelen en inzicht.

DSC01735 01 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathTara11thCenturyCESandStoneAccNo24
India, Varanasi, Archaeological Museum Sarnath, Tara, 11th century CE, sandstone. Acc. No. 24.
DSC01735 02 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathTara11thCenturyCESandStoneAccNo24
DSC01735 03 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathTara11thCenturyCESandStoneAccNo24 Begeleidster

Het verhaal achter Tara

Binnen de laat‑Indiase Vajrayāna‑traditie verschijnt Tara
als een krachtige vrouwelijke bodhisattva
die staat voor bescherming, compassie en snelle hulp.
In teksten uit de Pāla‑periode wordt zij
niet als een afzonderlijke godin
met een eigen mythologische oorsprong beschreven,
maar eerder als een vrouwelijke manifestatie van mededogen,
nauw verbonden met Avalokiteśvara.
Haar aanwezigheid in Noord‑India vanaf de 8e eeuw
weerspiegelt een bredere ontwikkeling binnen het boeddhisme,
waarin vrouwelijke figuren een steeds prominentere rol krijgen
in rituelen, meditatie en iconografie.
In Sarnath, een belangrijk centrum van boeddhistische kunst en leer,
werd Tara vaak uitgebeeld als een sierlijke, staande bodhisattva
met rijke juwelen, een lotus als attribuut
en een entourage van kleinere begeleidsters
die haar beschermende en actieve aard onderstrepen.

Duidelijkheden en onduidelijkheden van dit specifieke beeld

Het fragment uit Sarnath toont Tara
in een elegante, licht contrapposto‑houding,
met een rijk uitgewerkte kroon
en sieraden die kenmerkend zijn voor de 11e‑eeuwse stijl.
Ze staat op een dubbele lotus, een voetstuk dat in de Pāla‑kunst standaard is
voor bodhisattva’s en vrouwelijke godheden:
een brede onderste lotus die de basis vormt,
en een tweede lotus waarop de godin daadwerkelijk staat.
Deze dubbele lotus benadrukt haar verheven maar toch handelende aard
— zij staat boven de wereld, maar is er niet van afgescheiden.

Maar het beeld is zwaar beschadigd,
waardoor veel iconografische elementen slechts in sporen aanwezig zijn.
De armen ontbreken, maar de schouderstand en bevestigingsgaten
suggereren dat het oorspronkelijk een complexe,
mogelijk vierarmige compositie was
— een variant die in de latere Vajrayāna‑kunst voorkomt.
Aan de linkerzijde zijn twee schouderzones zichtbaar,
wat wijst op een achterste arm;
aan de rechterzijde is die volledig verdwenen.

De bloem‑ of sterrozetten boven haar oren lijken niet
op de kroonband te rusten, maar op een achterplaat of halo‑basis
die nu verloren is gegaan.
Die ster is geen toeval: Tārā betekent ‘ster’ in het Sanskriet,
een baken in de duisternis, een figuur die richting geeft.
In dit fragment verschijnt dat motief niet als deel van een sterrenhemel,
maar als onderdeel van haar juwelen
— een subtiele echo van haar naam
en haar rol als begeleidende bodhisattva.

Rechts naast haar been loopt een verticale stengel met
helemaal bovenaan het beeld een klein restant van een krul
en onderaan een mogelijk diermotief,
heel waarschijnlijk een makara‑lotusstengel.
Deze decoratiedie vaker de lotus ondersteunt die Tara in haar hand draagt.

Aan haar voeten staan twee kleine vrouwelijke begeleidsters,
miniatuur‑bodhisattva’s of yakṣiṇī‑figuren
die haar rol als beschermende en handelende bodhisattva versterken.

Zo blijft het beeld herkenbaar in houding en uitstraling,
maar omgeven door fragmenten
die uitnodigen tot een zorgvuldige reconstructie
van wat ooit een rijk uitgewerkte, devotionele compositie moet zijn geweest.


DSC01737IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathBuddhaInProtectionGivingPosture5thCentCESandstoneAccNo342
Buddha in protection giving posture, 5th century CE, sandstone. Acc. No. 342.
DSC01738 01 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathBuddhaInProtectionGivingPosture5thCentCESandstoneAccNo342
DSC01738 02 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathBuddhaInProtectionGivingPosture5thCentCESandstoneAccNo342
DSC01738 03 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathBuddhaInProtectionGivingPosture5thCentCESandstoneAccNo342
DSC01738 04 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathBuddhaInProtectionGivingPosture5thCentCESandstoneAccNo342

Boeddha

Het Boeddha‑beeld uit Sarnath,
gehouwen in zandsteen in de Gupta‑periode (5e eeuw),
toont een serene, bijna gewichtloze gestalte.

Het hoofd is bedekt met kleine, regelmatige krullen
die zich tot een gladde topknot verheffen
— het teken van zijn verlichting.
De gelaatstrekken zijn volmaakt symmetrisch:
gesloten ogen, een zachte glimlach,
een neus die vloeiend overgaat in het voorhoofd.
De lange oorlellen herinneren aan zijn vroegere wereldse status,
maar de uitdrukking is volledig verstild.
De gladde huid van het gezicht en de hals
contrasteert met de fijn bewerkte halo achter het hoofd,
waarin bloemranken en parelbanden het licht als het ware laten uitwaaieren.

De Boeddha staat in een houding van bescherming en geruststelling,
met de rechterhand opgeheven in abhaya‑mudrā
en de linkerhand die de rand van het gewaad vasthoudt
— een dunne, bijna onzichtbare sluier
die pas onderaan in plooien zichtbaar wordt.

Zo wordt zijn gestalte niet alleen door licht omgeven,
maar lijkt zij zelf een bron van licht te zijn
— een lichaam dat niet meer volledig aan de aarde toebehoort,
maar haar nog zacht aanraakt.

Opvallend aan dit Boeddha‑beeld is de bijna volledige afwezigheid
van verhalende details.
Geen begeleidende figuren, geen symbolische attributen,
geen decoratieve overdaad
— alleen de gestalte zelf, omgeven door een fijn bewerkte halo
die het innerlijke licht laat uitwaaieren.
Waar veel Indiase beelden uit dezelfde periode rijk zijn aan ornamenten
en iconografische verwijzingen, kiest dit werk voor een radicale eenvoud.
Het is geen beeld dat een verhaal wil vertellen of een wonder wil tonen,
maar een beeld dat volledig gericht is op het verlichte bewustzijn.
De gladde huid, de gesloten ogen, de perfecte symmetrie:
alles is geconcentreerd op de staat van inzicht die de Boeddha belichaamt.
Daardoor krijgt het iets bijna theologisch
— een vorm die niet bedoeld lijkt voor een grote devotionele menigte,
maar voor de stille blik van iemand die wil begrijpen
wat verlichting betekent.
Het is een beeld dat niet spreekt, maar stilte onderwijst.

Afsluiting

Wanneer deze twee beelden naast elkaar worden bekeken,
ontstaat een onverwachte samenhang.

Tara, wier naam in het Sanskriet “ster” betekent,
verschijnt als een baken in de duisternis: een figuur die richting geeft,
die optreedt en begeleidt.
De Boeddha daarentegen straalt het licht zelf uit
— een stille bron die al het handelen ondersteunt.

In het ene beeld is de wereld nog aanwezig, met attributen, stengels, begeleidsters
en fragmenten die uitnodigen tot reconstrueren;
in het andere is de wereld bijna verdwenen, opgelost in een gestalte
die uit licht lijkt gehouwen.

Zo vormen deze twee beelden, toevallig na elkaar gefotografeerd,
een tweeluik waarin Boeddha en Tara, licht en ster,
elkaar ontmoeten:
het inzicht dat alles mogelijk maakt, het handelen dat wijst.


Two voices in one tradition

– over de stilte in hun gebaren –

Twee beelden uit Veracruz,
door het museum aangeduid als ‘Funerary Figurine’,
tonen een houding die zowel ritueel als intiem is.
Hun functie is niet met zekerheid te bepalen,
maar de vormtaal
— de hoofdtooi, de ketting, de voorwerpen in de handen —
sluit aan bij wat we kennen van grafgiften uit dezelfde regio en periode.
Ze lijken op elkaar, maar spreken elk met een eigen toon:
de ene open en bezield,
de andere ingetogen en naar binnen gericht.
Samen vormen ze een tweeluik dat niet om uitleg vraagt,
maar om aandacht: om langzaam kijken, om aanwezig zijn.

Eerste beeld

DSC06020 01 MexicoOaxacaMuseumOfMexicanPrehispanicArtFuneraryFigurineCentreOfVeracruzLatePreclassic1250Bc-AD200
Mexico, Oaxaca, Museum of Mexican Prehispanic Art, Funerary figurine, centre of Veracruz, late preclassic, 1250 BC – AD 200.
DSC06020 02 MexicoOaxacaMuseumOfMexicanPrehispanicArtFuneraryFigurineCentreOfVeracruzLatePreclassic1250Bc-AD200 Detail

Dit beeld, dat als grafgift fungeerde,
toont een priester of offerbrenger met opgeheven armen en een open mond,
alsof hij een rituele oproep uitspreekt
— een rituele figuur waarvan het geslacht niet expliciet is weergegeven.
Zijn rijk gemodelleerde haardracht
— een krans van opgerolde lokken bekroond door een bloemvorm —
vormt een visuele tegenhanger van de open mond
en versterkt de bezielde expressie.
De verhoogde, nog licht gepigmenteerde pupillen
— in dezelfde donkere tint als de mond —
geven de blik een opvallende intensiteit.
De kralenketting en oorringen onderstrepen zijn ceremoniële status.
De gladde, omwikkelde rok heeft voor ons links aan de heupband
een kleine uit stekende verdikking om de gestileerde kleding te benadrukken.
De natuurlijk gemodelleerde voeten met zichtbare tenen
voltooien de statige houding.
De sporen van breuk herinneren aan de begrafeniscontext
waarin zulke beelden werden geplaatst.

Tweede beeld

DSC06021 01 MexicoOaxacaMuseumOfMexicanPrehispanicArtFuneraryFigurineCentreOfVeracruzLatePreclassic1250Bc-AD200
Funerary figurine, centre of Veracruz, late preclassic, 1250 BC – AD 200.
DSC06021 02 MexicoOaxacaMuseumOfMexicanPrehispanicArtFuneraryFigurineCentreOfVeracruzLatePreclassic1250Bc-AD200 Detail
DSC06021 03 MexicoOaxacaMuseumOfMexicanPrehispanicArtFuneraryFigurineCentreOfVeracruzLatePreclassic1250Bc-AD200 Kleding

Dit tweede beeld uit Veracruz, uit dezelfde periode,
vertoont een verwantschap met het eerste maar de expressie
lijkt te verschuiven naar een andere toon.
De hoofdtooi is geometrisch opgebouwd,
met scherpe lijnen en een compacte, opwaartse vorm
die de rituele functie van het beeld benadrukt.
De houding is vergelijkbaar
— de armen licht gebogen, de benen stevig geplant —
maar de mond is dieper geopend,
met zowel boven‑ als onderlip boogvormig omhoog,
waardoor het gezicht een huilende of zingende intensiteit krijgt.
In de mond lijkt een donker element te zitten,
vermoedelijk een steun die door het museum is aangebracht.
De ogen zijn smalle insnijdingen zonder opgelegde pupillen,
wat de figuur een ingetogen, verinnerlijkte blik geeft.
Rond de hals draagt hij een koord met aan beide zijden
één hartvormig ornamentje
— mogelijk opgebouwd uit twee taps toelopende kralen —
en middenvoor een cluster van ronde vormen
dat het sieraad completeert en tegelijk de hals en schouders zichtbaar laat,
in tegenstelling tot bij het eerste beeld waar de brede band
de hals vrijwel geheel bedekt.
De borstpartij is vlak en gespierd, wat de indruk wekt
van een mannelijke figuur, al blijft het geslacht niet expliciet weergegeven.
In zijn rechterhand houdt hij een eenvoudig cilindrisch voorwerp
met vlakke bovenkant en nauwelijks decoratie,
terwijl het vergelijkbare object in zijn linkerhand een ingedeukte top
en fijne horizontale lijnen vertoont
— details die suggereren dat het geen gewoon stuk hout is,
maar een ritueel voorwerp met symbolische betekenis.
De lendendoek is hoger gebonden dan bij het andere beeld,
met een ceintuur met centrale knoop en twee neerhangende uiteinden.

Afsluiting

Samen vormen deze beelden een variatie op hetzelfde ceremoniële thema:
twee stemmen binnen één traditie,
de ene bezield en open, de andere ingetogen en naar binnen gericht.


Verso – twee panelen en hun dubbele gezichten

In de tentoonstelling Verso verschuift de aandacht gaandeweg
van complete drieluiken naar losse panelen.
Dat is een interessante overgang, want een dubbelzijdig beschilderd paneel
roept al snel de vraag op of het ooit deel uitmaakte van een groter ensemble,
zoals een retabelvleugel die geopend en gesloten kon worden.
De beschikbare tentoonstellingsinformatie zegt daar niets over,
en het paneel van de Meister der Aarhuser Passion
biedt zelf ook geen eenduidige aanwijzingen.

De achterkant is niet afgewerkt zoals je bij een retabelvleugel zou verwachten:
de lijst is wel beschilderd, maar niet decoratief uitgewerkt,
en vertoont beschadigingen, gaten en plakplaatjes.
Ook zijn de klampen grof aangebracht
en heeft iemand later zijn naam in de rand gekerfd.
Dat toont in ieder geval dat de functie van het paneel
in de loop van de tijd is veranderd.
Wanneer deze ingrepen precies zijn gedaan, weten we niet;
ze kunnen uit een periode stammen
waarin het paneel al los van een groter geheel circuleerde,
of waarin de achterkant simpelweg geen zichtbare rol meer speelde.
De constructiesporen zeggen dus minder over de oorspronkelijke configuratie
dan over de latere omgang met het object.
Juist die onduidelijkheid maakt het paneel interessant binnen Verso:
het staat op de grens tussen liturgisch gebruik
en latere zelfstandigheid, tussen functie en fragment.

DSC05741BazelKunstmuseumBaselVersoMeisterDerAarhuserPassionTheCrowningWithThornsSaintNicolasOfMyraWithTheThreePupilsUm1480MischtechnikAufEichenholzInvG1978-98
Bazel, Kunstmuseum Basel, Verso, Meister der Aarhuser Passion, The crowning with thorns; Saint Nicolas of Myra with the three pupils, um 1480, mischtechnik auf eichenholz. Inv. G 1978-98.
DSC05742 01 BazelKunstmuseumBaselVersoMeisterDerAarhuserPassionTheCrowningWithThornsSaintNicolasOfMyraWithTheThreePupilsUm1480MischtechnikAufEichenholzInvG1978-98
DSC05742 02 BazelKunstmuseumBaselVersoMeisterDerAarhuserPassionTheCrowningWithThornsSaintNicolasOfMyraWithTheThreePupilsUm1480MischtechnikAufEichenholzInvG1978-98
DSC05742 03 BazelKunstmuseumBaselVersoMeisterDerAarhuserPassionTheCrowningWithThornsSaintNicolasOfMyraWithTheThreePupilsUm1480MischtechnikAufEichenholzInvG1978-98
DSC05742 04 BazelKunstmuseumBaselVersoMeisterDerAarhuserPassionTheCrowningWithThornsSaintNicolasOfMyraWithTheThreePupilsUm1480MischtechnikAufEichenholzInvG1978-98

Op de achterzijde verschijnt een heel ander verhaal:
Sint Nicolaas van Myra met de drie leerlingen.
De drie figuren in de ton verwijzen naar het middeleeuwse verhaal
over het mirakel waarin Nicolaas drie kinderen tot leven wekt.
Zij waren door een herbergier gedood en in een pekelvat gelegd,
met de bedoeling hun vlees te verkopen
— een wreed detail dat in de Legenda aurea en latere volksverhalen
expliciet wordt genoemd.
In Duitstalige gebieden werden deze kinderen
later opnieuw geïnterpreteerd als scholieren.
Dat sluit aan bij de manier waarop Nicolaas in de late middeleeuwen
steeds vaker werd gezien als patroon van leerlingen en studenten,
en daarom bij devotionele kunst werd aangepast aan de leefwereld van de kijker.
Zo pasten kunstenaars en opdrachtgevers het mirakel in een context
waarin onderwijs, jeugd en moraliteit een grotere rol kregen.

De voorstelling is eenvoudiger gehouden dan de voorzijde,
en de fysieke achterkant toont sporen van praktisch gebruik:
ruwe klampen, een onbeschilderde lijst,
en de naam FERD. WORTMANN BASEL die later werd aangebracht.
Waar de voorzijde een zorgvuldig afgewerkte, beschilderde omlijsting heeft,
toont de achterzijde de materiële geschiedenis van het object
— precies het soort contrast dat de tentoonstelling Verso zichtbaar wil maken.

Zo vormt dit paneel een dubbel verhaal:
een frontale meditatie op lijden en wreedheid,
en een verso dat zowel een wonder
als een tastbare levensloop van het schilderij zelf bewaart.

Wat in dit paneel opvalt
— de grimassende beulen, de overdreven wreedheid, de gebonden handen,
de felle kleurcontrasten en zelfs het gruwelijke Nicolaas‑mirakel —
sluit aan bij een bredere laatmiddeleeuwse beeldtaal
waarin dramatisering een betekenisvolle functie heeft.
Het is dezelfde logica die we kennen uit oorspronkelijke volksverhalen en sprookjes:
deze verhalen waren niet voor kinderen bedoeld, maar voor volwassenen,
en gebruikten expliciete gruwel
om gevaar, moraal en rechtvaardigheid zichtbaar te maken.
De intensiteit van het lijden, hoe theatraal ook verbeeld,
was een manier om het verhaal te laten werken
— affectief, didactisch en sociaal.
In dat opzicht staat dit paneel niet op zichzelf,
maar binnen een grotere traditie waarin wreedheid geen ornament is,
maar een vorm van helderheid.


De twee zijden van het paneel van Lucas Cranach de Oudere
laten zien hoe tijd, functie en atelierpraktijk zich in één object kunnen ophopen.

Aan de voorzijde staat een vrouw in gebed,
ingetogen en precies geobserveerd,
geschilderd met de aandacht die Cranach voor zijn devotieportretten reserveerde.
Het is geen “pasfoto” in wereldlijke zin,
maar een portret dat een vrome houding verbeeldt:
een wereldse vrouw die zich in een religieuze context laat afbeelden.
Zulke devotieportretten konden heel goed onderdeel zijn van een klein ensemble
— een diptiek, een huisaltaartje
of een paneel dat omgedraaid kon worden om een heilige te tonen.

DSC05744BazelKunstmuseumBaselVersoLucasCranachDerÄltePortraitOfAWomanSaintCatherineVraagUm1508MischtechnikAufEichenholzInDep24
Lucas Cranach Der Älte, PortraitO\ of a woman; Saint Catherine (?), um 1508, mischtechnik auf eichenholz. Inv Dep 24.
DSC05745BazelKunstmuseumBaselVersoLucasCranachDerÄltePortraitOfAWomanSaintCatherineVraagUm1508MischtechnikAufEichenholzInDep24

Die heilige zien we op de achterkant, in een grisaille‑achtige voorstelling
die ooit sculpturaal bedoeld was maar door de tijd is teruggekeerd tot hout.
De verf is vergaan, de modellering vervaagd,
en juist dat onbedoelde effect van de tijd maakt de tegenstelling
tussen voor- en achterkant zo sterk:
waar de vrouw nog helder en levend aanwezig is,
is de heilige bijna verdwenen.

De figuur draagt een zwaard, een sterk maar niet exclusief attribuut
van Catharina van Alexandrië; haar kenmerkende wiel ontbreekt,
en het boek in haar hand is niet onderscheidend.
De identificatie blijft daardoor waarschijnlijk maar niet zeker
— precies het soort onzekerheid dat bij grisaille‑buitenzijden vaker voorkomt.

De eenvoud van de voorstelling, deels oorspronkelijk en deels door verval,
past bij Cranachs atelierpraktijk rond 1508,
waarin zulke monochrome achterzijden vaak door leerlingen werden uitgevoerd.
De meester schilderde de voorzijde,
de werkplaats verzorgde de sobere sculpturale achterkant.

Samen tonen de twee zijden hoe een devotieobject
niet alleen een religieuze functie heeft,
maar ook een onbedoelde geschiedenis:
een traject van gebruik, slijtage en verlies
dat het paneel zelf nooit “bedoeld” heeft,
maar dat nu wel de betekenis ervan mede bepaalt.
Het contrast tussen de persoonlijke vroomheid op de voorzijde
en de verbleekte heilige op de achterkant
maakt dit werk tot een stille meditatie
over atelier, devotie en vergankelijkheid
— precies het soort spanningsveld dat Verso zichtbaar wil maken.


India 24/25: Varanasi, dag 3 – Archaeological Museum Sarnath 03

– over het leeuwenkapiteel van Ashoka –

De rit naar Sarnath was met een rickshaw.
De chauffeur wilde zo snel mogelijk terug.
Een nieuwe klant betekent meer inkomen. Begrijpelijk.
maar voor mij is het Archaeological Museum Sarnath net zo belangrijk
als de Dharmarajika- en Dhamekh stupa.

Het Archaeological Museum Sarnath begon voor mij bij de galerij 5.
Gewoon omdat deze het dichtst bij de ingang van het complex ligt.
Maar nu kom ik bij galerij 3.
Daar worden de vondsten met betrekking tot
de beroemde Ashoka Pillar van Sarnath bewaard.
Met het leeuwenkapiteel dat ook op munt- en papiergeld in India staat.

IMG_3528IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnath MuseumTicketOnPhone
Museumkaartje op mijn telefoon.
IndianMoney
Het leeuwenkapiteel op Indiaas munt- en papiergeld.
DSC01722IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathTextOnMuseumAndFloorPlan
IMG_3529IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnath
Het museumgebouw vanaf de kaartverkoop.

Het beroemde leeuwenkapiteel uit Sarnath,
is vervaardigd rond 250 v.Chr. in de tijd van keizer Aśoka.
Het kwam niet in één keer aan het licht.

De plek werd al in de jaren 1830–1860 bezocht
door Britse reizigers en vroege onderzoekers,
onder wie Alexander Cunningham,
de eerste directeur van de Archaeological Survey of India.
Cunningham identificeerde de ruïnes van het oude kloostercomplex
en de Dhamekh‑stupa,
en hij noteerde de aanwezigheid van grote zuilfragmenten die hij — terecht —
aan de tijd van keizer Aśoka toeschreef.
Maar systematische opgravingen waren toen nog niet mogelijk:
hij kon slechts registreren wat zichtbaar was aan de oppervlakte.

De daadwerkelijke ontdekking van het kapiteel zelf gebeurde later,
tijdens de eerste moderne, methodische opgravingen in 1904–1905,
uitgevoerd door F.O. Oertel.
Zijn team legde de gebroken schacht van de Aśoka‑zuil bloot
en vond daarbij de zwaar beschadigde
maar herkenbare delen van het kapiteel:
de vier rug‑aan‑rug staande leeuwen,
de lotusbasis
en fragmenten van het Dharmachakra‑wiel.
Oertels documentatie maakte het mogelijk om het geheel te reconstrueren
en te begrijpen als een hoogtepunt van Maurya‑kunst.

Het kapiteel toont vier rug‑aan‑rug staande leeuwen,
symbool van koninklijke kracht
en de verspreiding van de dharma in alle richtingen.
Oorspronkelijk droeg het de wielvormige Dharmachakra,
waarvan resten eveneens in Sarnath zijn gevonden.
Uitgevoerd in gepolijst zandsteen uit Chunar,
getuigt het werk van uitzonderlijke technische beheersing
en stilistische verfijning
— de glans van het oppervlak en de ritmische krullen van de manen
zijn kenmerkend voor de Maurya‑periode.

DSC01724IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathAshokaPillarLionCapital
Ashoka pillar ith lion capital.
DSC01723IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathTextLionCapital
DSC01725IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathAshokaPillarFragmentaryUmbrellaAccNo109 Ma junadeva
Ashoka pillar, gragmentary umbrella. Acc. No. 109.
DSC01726IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathAshokaPillarFragmentaryUmbrellaAccNo109 Ma junadeva Txt
DSC01728IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathAshokaPillarUmbrellaRemainsPaliInscriptionChunarSandstoneAccNo401 Fragment
Pali-inscription, chunar sandstone. Acc. No. 401.
DSC01729IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathAshokaPillarUmbrellaRemainsPaliInscriptionChunarSandstoneAccNo401 FragmentDetail
DSC01727IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathAshokaPillarUmbrellaRemainsPaliInscriptionChunarSandstoneAccNo401 Txt
DSC01790IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathTextLionCapital Detail
Nog even terug naar het leeuwenkapiteel.
DSC01743IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathSchematischOverzichtAshokanPillarWithLionCapital
Schematische reconstructie van de Ashoka-pillar van Sarnath.
DSC01744IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathAshokaPillarLionCapital Abacus Paard Chakra
Op de abacus het paard en de chakra.
DSC01745IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathAshokaPillarLionCapital Abacus Bull
De stier.
DSC01746IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathAshokaPillarLionCapital Abacus Olifant
De olifant.
DSC01747IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathPiecesOfChakraOfLionCapital3rdCentBCESandStoneAccNo6639to6644
Pieces of the chakra of lion capital, 3rd century BCE, sandstone. Acc. No. 6639 to 6644.
DSC01749IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathDetailsOfWheelOfLionCapital Txt

Afdeksteen en zuilfragmenten uit de Śuṅga‑periode

Naast de Aśoka‑zuil werd in Sarnath
ook een afdeksteen met bijbehorende zuilfragmenten
uit de Śuṅga‑periode (ca. 185–73 v.Chr.) gevonden.
Deze elementen maakten deel uit van een stenen omheining
die het heilige gebied rond de stupa en de zuil afbakende.
De Śuṅga‑tijd ligt ongeveer een eeuw na Aśoka,
maar de plek bleef al die tijd een actief pelgrimsoord;
lokale gemeenschappen breidden het heiligdom uit
met nieuwe architectonische onderdelen.
De afdeksteen vormde de bovenrand van de balustrade,
terwijl de zuiltjes eronder waren versierd met typische Śuṅga‑motieven:
lotussen, geometrische patronen en symbolen van de dharma.

De fragmenten met inventarisnummers 418–420–423
werden tijdens de opgravingen van F.O. Oertel (1904–1905) blootgelegd,
in de directe nabijheid van de Aśoka‑zuil.
Ze tonen hoe het heiligdom zich in de eeuwen na Aśoka
verder ontwikkelde: van keizerlijke monumentaliteit
naar een rijk gedecoreerde, door de gemeenschap onderhouden cultusplaats.

DSC01730IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathCopingStoneWithRailingPillarSungaPeriod185–73BCESandStoneAccNo418-420-423 Detail

Ruiters op leeuwen

Langs de rechterzijde van de afdeksteen is een herhaald motief te zien:
een menselijke figuur die een leeuw berijdt, vier keer achter elkaar.
Aan de linkerzijde komt dezelfde combinatie drie keer voor.
De leeuw staat voor kracht en bescherming,
terwijl de ruiter waarschijnlijk een yakṣa, een beschermgeest, verbeeldt.
Door het motief ritmisch te herhalen langs de bovenrand van de balustrade
ontstaat een levendige omlijsting van het heiligdom,
waarin menselijke en beschermende figuren
als een processie lijken op te trekken richting de stupa.

DSC01732IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathCopingStoneWithRailingPillarSungaPeriod185–73BCESandStoneAccNo418-420-423 Detail

Stupa en Dharmachakra

In het midden van de afdeksteen is een stupa afgebeeld,
het vroegste symbool van Boeddha’s aanwezigheid.
De halfronde koepel rust op een vierkante basis
en wordt bekroond door een kleine harmika
– het platform waarop het Dharmachakra‑wiel rust.
Dat wiel is hier nog schematisch weergegeven:
een eenvoudige ovale ring met een verticale as,
eerder een idee dan een natuurgetrouwe voorstelling.

Aan weerszijden staan twee figuren in aanbidding,
elk met een offerkrans of bloemenbundel.
Hun gebaren drukken eerbied uit voor de stupa,
die in deze periode het centrale object van devotie was.
De voorstelling behoort tot de Śuṅga‑stijl:
eenvoudig, frontaal en met nadruk op symbool en ritueel.
De ruwe korrel van de zandsteen versterkt het archaïsche karakter
van het reliëf, dat de overgang markeert van keizerlijke monumentaliteit
naar een meer gemeenschapsgerichte verering.

DSC01731IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathCopingStoneWithRailingPillarSungaPeriod185–73BCESandStoneAccNo418-420-423 Detail

Gevleugelde figuur met pauwstaart

Aan weerszijden van de stupa met vereerders staat
op de afdeksteen een composiet wezen
met vleugels, een prachtige pauwstaart, duidelijk zichtbare poten
en een menselijk hoofd met een statige, aardse houding.
De combinatie van menselijke en dierlijke elementen maakt het
een passende figuur binnen de ornamentiek van de Śuṅga‑periode,
waar grenswezens vaak de overgang tussen het aardse ritueel
en het heilige domein markeren.
Ze lijken de processie te begeleiden in een stille,
ceremoniële wachtershouding
die de devotie op de steen omlijst met mythische waardigheid.

DSC01734IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathCopingStoneWithRailingPillarSungaPeriod185–73BCESandStoneAccNo418-420-423
Als afsluiting de hele railing: Coping stone with railing pillars, Sunga period, 185 – 73 BCE, sandstone. Acc. No. 418, 420 and 423.

Niet om te imponeren, maar om er te zijn

Begrafenispraktijken: nabijheid in meerdere vormen

In veel culturen in Meso‑Amerika — waaronder de Olmeekse —
werd niet iedereen met pracht en praal begraven.
Dat is geen uniek Midden‑Amerikaans verschijnsel.
Ook elders in de wereld kennen we die verdeling:
farao’s en Chinese keizers die al tijdens hun leven aan hun graf begonnen,
maar daarnaast talloze gewone mensen die met eenvoudige,
kleine begeleidende objecten werden begraven.
Bij de Vikingen zien we hetzelfde contrast tussen rijke scheepsgraven
en sobere grafvelden;
bij de hunebedbouwers bestond de grafuitrusting vaak uit een paar potten,
een werktuig, een kleine figuur
— tekens van nabijheid, geen monumentale pracht.

Die brede vergelijking helpt om de Meso‑Amerikaanse vondsten
beter te begrijpen.
De grote ceremoniële centra tonen wel elitegraven met jade, maskers
of figuren en/of beeldengroepen,
maar de meeste vondsten uit dorpen en nederzettingen
bestaan uit kleine, eenvoudig gemaakte beeldjes
die een houding, een gebaar of een aanwezigheid vastleggen.
Ze zijn niet bedoeld om te imponeren, maar om er te zijn.
Dat maakt ze zo menselijk: ze lijken haast terloops gemaakt,
met een directe hand,
alsof de maker precies wist wat de overledene nodig had
— een rustende figuur, een staande gestalte, een teken van gezelschap.

De man met waaier en helm: een rituele rolfiguur

In dat licht krijgt het eerste beeld van vandaag
— de man met waaier en helm — een duidelijke plaats.
Hij is geen begeleider in de zachte, huiselijke zin zoals de groep vrouwen
later in dit bericht.
Hij is een rituele rolfiguur: een gestalte die een functie, autoriteit
of beschermende aanwezigheid vertegenwoordigt.
De waaier met afbeelding is geen ornament maar een attribuut;
de helm is geen hoofdtooi maar een ceremoniële kap,
zoals we die in veel Preklassieke culturen zien bij sjamanen,
rituele assistenten of beschermende figuren.
Zijn houding is alert, zijn attributen doelgericht,
en toch is ook hij snel en direct gemodelleerd
— precies zoals niet‑elitegrafobjecten vaak zijn.
Hij vertegenwoordigt geen pracht, maar aanwezigheid:
een rol, een functie, een symbolische gestalte
die de overledene moest vergezellen.

DSC06015MexicoOaxacaMuseumMexicanPrehispanicArt 01 FiguraOlmecasPreclasicoMedio1250AC-200DCProcedentesDeVeracruz
Mexico, Oaxaca, Museum Mexican Prehispanic Art, Figura Olmecas, Preclasico Medio, 1250 AC – 200 DC, procedentes de Veracruz. Olmeeks figuur, uit de Preklassieke periode (ca. 1250 v.Chr.–200 n.Chr.), afkomstig uit Veracruz.
DSC06015MexicoOaxacaMuseumMexicanPrehispanicArt 02 FiguraOlmecasPreclasicoMedio1250AC-200DCProcedentesDeVeracruz Detail
DSC06015MexicoOaxacaMuseumMexicanPrehispanicArt 03 FiguraOlmecasPreclasicoMedio1250AC-200DCProcedentesDeVeracruz Detail

Is het een helm?

De Olmeekse figuur uit Veracruz toont sporen van zorgvuldige restauratie:
de breuklijnen zijn zichtbaar gelaten,
waardoor het aardewerk zijn ouderdom en kwetsbaarheid behoudt.
In zijn hand houdt hij een kleine ‘waaier’ met een ingekerfde afbeelding,
mogelijk een gestileerd gezicht of ritueel symbool dat de status of identiteit
van de afgebeelde persoon markeert.
Het hoofd is bedekt met een strak aansluitend hoofddeksel
dat als een helm oogt, voorzien van knobbels bovenop
— een detail dat in Olmeekse kunst vaak wordt geassocieerd
met ceremoniële kracht of transformatie.
Voor ons blijft dit alles een vraagteken, maar een prachtig beeld is het zeker!

DSC06016MexicoOaxacaMuseumMexicanPrehispanicArtFigurasFunerariasDelCentroDeVeracruzPreclasicoTardio1250AC-200DC
Figuras funerarias del centro de Veracruz, Preclasico tardio, 1250 AC – 200 DC. Grafbeeldjes.
DSC06017MexicoOaxacaMuseumMexicanPrehispanicArtFigurasFunerariasDelCentroDeVeracruzPreclasicoTardio1250AC-200DC
DSC06018MexicoOaxacaMuseumMexicanPrehispanicArtFigurasFunerariasDelCentroDeVeracruzPreclasicoTardio1250AC-200DC
Figura funerarias del centro de Veracruz, Preclasico tardio, 1250 AC – 200 DC. Grafbeeldje.

Grafbeeldjes

In de beschrijving van het museum duikt het etiket “Laat‑Preklassiek” op,
maar de jaartallen blijven exact dezelfde
als bij het algemene Preklassiek: 1250 v.Chr.–200 n.Chr.
Voor veel mensen voelt dat als een vorm van archeologische geheimtaal:
alsof er een subtiel onderscheid wordt gemaakt
dat je alleen kunt begrijpen als je ingewijd bent.
In werkelijkheid zijn deze subperioden — Vroeg, Midden, Laat —
geen harde tijdvakken
maar zachte, interpretatieve labels die per regio anders worden toegepast.

Musea schuiven daarom soms een object van “Midden” naar “Laat”
zonder de datering te veranderen,
omdat het qua stijl of functie beter lijkt te passen.
Erg wetenschappelijk oogt dat niet:
een classificatie die nauwelijks controleerbaar is
en voor buitenstaanders eerder verwarring schept dan helderheid.
Zo ontstaat een paradox: de termen veranderen, maar de tijd blijft dezelfde.

Tussen die terminologische mist staat een kleine groep van vier vrouwen
die onder één beschrijving zijn samengebracht.

Drie van hen liggen op hun buik,
met de armen onder het hoofd en het lichaam ontspannen,
bijna alsof ze slapen of zich veilig hebben neergevlijd.
Het zijn grafbeeldjes, maar hun houding is opvallend alledaags en zacht
— een moment van rust dat de overledene moest vergezellen.
De zachte rondingen van heupen en rug versterken het idee
dat het om vrouwen gaat, rustende gezellen in een grafcontext.

De vierde vrouw daarentegen staat rechtop,
met brede heupen en krachtige benen,
een gestalte die eerder vitaliteit dan overgave uitstraalt.
Met grove maar doelgerichte lijnen die haar aanwezigheid benadrukken.

Waar de liggende vrouwen stilte en kalmte belichamen,
vertegenwoordigt de staande figuur kracht en alertheid.
Samen vormen ze een intrigerend ensemble
waarin rust en energie naast elkaar bestaan, ondanks
— of misschien juist dankzij —
de museale etiketten die hun datering verhullen achter terminologie.

In veel culturen waren dit soort figuren begeleiders, geen cultusbeelden.
Ze moesten aanwezig zijn, niet imponeren.
Hun waarde lag in de nabijheid die ze boden, niet in virtuositeit.
Dat verklaart waarom ze zo direct en snel lijken te zijn gemaakt:
met een paar trefzekere handelingen werd een houding,
een gebaar, een aanwezigheid vastgelegd.
Het zijn geen monumenten, maar kleine, menselijke tekens van gezelschap
in een graf
— precies genoeg om de overledene te vergezellen op zijn reis.

Afsluiting

De realiteit is dat ik in deze reeks
veel minder objecten per bericht kan behandelen
dan in de berichten over bijvoorbeeld de Collectie Anders
(tentoonstelling Groninger Museum met 250 objecten, 3 berichten).
Dat is niet erg, maar het heeft alles te maken met de manier waarop
informatie hier wordt gedeeld:
fragmentarisch, summier, soms verhuld achter terminologie,
en zelden uitgewerkt in essays of context.
De catalogus is prachtig vormgegeven, met paginagrote foto’s
in de gekleurde belichting van het museum,
maar biedt nauwelijks houvast
voor wie de objecten wil plaatsen in hun cultuur of tijd.
Daardoor moet ik meer controleren, meer vergelijken,
meer terugvallen op Copilot en op de schaarse gegevens
die wel beschikbaar zijn.

Voor mensen die net beginnen met deze wereld
maakt dat de kennismaking minder vanzelfsprekend:
je moet eerst door de laag van termen, stiltes en ontbrekende context heen
voordat je de objecten echt kunt zien.

Maar misschien is dat ook precies wat deze beeldjes vragen
— dat je langzaam, aandachtig,
en met enige vasthoudendheid naar ze toe groeit.


Verso – wat de vleugels tonen, en wat niet

DSC05736BazelKunstmuseumBaselVersoHansFriesTheBeheadingOfStJohnTheBaptistIdem-Idem1514ÖlAufNadelholzInv224-225
Bazel, Kunstmuseum Basel, Verso. De eerste vleugel van een set van twee: Hans Fries, The beheading of St John the Baptist. 1514, öl auf nadelholz. Inv. 224, paneel 2 is inv. 225. De overige voorstellingen zijn St John the Baptist condemnation of Herod, St John the Evangelist in the cauldron, St John on Patmos.

Wat we zien

Kunstmuseum Basel toont twee zijvleugels met voorstellingen
rond Johannes de Doper en Johannes de Evangelist.
De moeite waard om naar te kijken. Typisch laatgotische kunst uit Zwitserland.
Maar ik vond dat wat we er niet konden zien wel helemaal bijhoren.

DSC05738BazelKunstmuseumBaselVersoHansFriesIdemStJohnTheBaptistCondemnationOfHerod-Idem1514ÖlAufNadelholzInv224-225
DSC05739BazelKunstmuseumBaselVersoHansFriesIdem-StJohnTheEvangelistInTheCauldronIdem1514ÖlAufNadelholzInv224-225
DSC05740BazelKunstmuseumBaselVersoHansFriesIdemStJohnOnPatmos1514ÖlAufNadelholzInv224-225

Wat we niet zien

De centrale voorstelling die bij de twee vleugels hoort is niet aanwezig
maar was ook geen eenvoudig paneel.
Op de collectiesite van Kunstmuseum Basel wordt het als volgt toegelicht:

Beide Flügel flankierten einen Mittelschrein mit Skulpturen, der Maria mit dem Kind zwischen den beiden Johannes zeigte. Darunter befand sich eine Predella mit Heiligenbüsten (u. a. Petrus und Paulus), darüber eine Noli-me-tangere-Gruppe zwischen den hll. Stephanus und Laurentius. Das Retabel wurde 1514 von dem Komtur Peter von Englisberg in Auftrag gegeben. Die Flügel sind auf der linken Innen- sowie auf der rechten Aussenseite signiert und datiert. Um 1712 wurde der spätgotische Altar auseinandergenommen und durch einen barocken ersetzt. Die Skulpturen befinden sich zum Teil noch heute vor Ort.

In het Nederlands:

Beide vleugels flankeerden een middenschrijn met sculpturen, waarop Maria met het kind tussen de twee Johannesfiguren was afgebeeld. Daaronder bevond zich een predella met heiligenbustes (onder andere Petrus en Paulus), daarboven een Noli-me-tangere-groep tussen de heiligen Stefanus en Laurentius. Het retabel werd in 1514 in opdracht gegeven door de commandeur Peter von Englisberg. De vleugels zijn gesigneerd en gedateerd op de linker binnenzijde en de rechter buitenzijde. Rond 1712 werd het laatgotische altaar uit elkaar genomen en vervangen door een barok exemplaar. Een deel van de sculpturen bevindt zich nog altijd ter plaatse.

Het woord ‘middenschrijn’ verdient extra aandacht.
In het midden, dus tussen beide vleugels, bevond zich geen centraal schilderij.
Tussen de vleugels was een diepe, kastvormige ruimte
met onder andere een beeldengroep:
Maria met kind tussen Johannes de Doper en Johannes de Evangelist.

Heel precies:
in het midden zag je, van boven naar beneden:

Boven:
Een Noli‑me‑tangere‑schilderij, met de verrezen Christus als tuinman,
geflankeerd door de heiligen Stefanus en Laurentius.
Stefanus en Laurentius staan er niet als deel van het verhaal,
maar als diaken‑martelaren die de verrijzenis van Christus
liturgisch omlijsten en het heiligenprogramma van het retabel verbreden.

Daar onder:
Maria met het kind, tussen Johannes de Doper en Johannes de Evangelist
— de beeldengroep in de middenschrijn.

Helemaal onderaan:
Een predella, een strook met kleinere schilderijen onder aan een altaar,
hier met een rij kleine heiligenvoorstellingen, waaronder Petrus en Paulus.

Een vraag over wat we niet zien

De museumtekst zegt nog iets interessants:

Die bemalten Flügel wurden beschnitten, so dass von dem links oben erscheinenden Apokalyptischen Weib im Bild des Johannes auf Patmos nur noch die untere Hälfte erhalten ist.

In het Nederlands:

De beschilderde vleugels zijn bijgesneden, waardoor van het Apocalyptische Vrouw‑beeld dat links boven in de voorstelling van Johannes op Patmos verschijnt, alleen nog de onderste helft bewaard is gebleven.

Het museum vermeldt dat de Patmos‑voorstelling aan de bovenkant is ingekort,
waardoor van de Apocalyptische Vrouw alleen het onderste deel resteert.
Op mijn foto zie je linksboven een rode gloed met daarin vormen die
plooien rond benen/voeten lijken.

Opmerkelijk is dat de keerzijde van hetzelfde paneel
— de scène met Johannes in de olieketel —
geen zichtbare inkorting vertoont en volledig intact lijkt.
Hoe deze twee constateringen zich precies tot elkaar verhouden, blijft een open vraag.

Het programma

De verschillende onderdelen, de vleugels, de Noli‑me‑tangere‑schildering,
de beeldengroep en de predella, zijn zorgvuldig tot één geheel samengesteld.

In het retabel vormt Christus de verticale as van het geheel:
bovenin verschijnt hij als de verrezen Heer in de Noli‑me‑tangere‑groep,
in het midden als kind op Maria’s arm tussen Johannes de Doper
en Johannes de Evangelist,
en onderaan wordt het geheel gedragen door de predella met apostelenbustes
zoals Petrus en Paulus.

De twee Johannes‑figuren op de vleugels omlijsten dit Christocentrische programma:
de Doper als degene die zijn komst voorbereidt (links),
de Evangelist als degene die zijn leven doorgeeft (rechts).

Hun bekende legendes
— de onthoofding van de Doper, de olie‑proef en Patmos bij de Evangelist —
kleuren hun persoonlijkheid wel, maar spelen in dit altaar slechts als achtergrond mee;
hier staan zij vooral in hun rol als voorloper en getuige rond het leven van Christus.


Wat ik bij het afronden van dit bericht me realiseerde
is dat door een tentoonstelling over ‘achterkanten’ we ook voorstellingen
te zien hebben gekregen die we normaal niet zien
en die misschien helemaal niet meer zo mooi zijn zoals
het zwaar beschadigde ‘St John the Evangelist on Patmos’
en eerder al twee panelen van de Meister von Sierentz.


India 24/25: Varanasi, dag 3 – Archaeological Museum Sarnath 02

– over nissen, bekroningen, deurstijlen en reliëfs: Gupta‑decoratie uit het Sarnath‑complex –

Veel van de sculpturen in het museum van Sarnath behoren tot de Gupta‑stijl,
de verfijnde vormentaal die in de 4e–6e eeuw
zowel hindoeïstische, boeddhistische als jaïnistische kunst vorm gaf.
In dit bericht over het site‑museum, zie je vooral architectonische fragmenten:
deurstijlen, nissen, bekroningen en reliëfs die ooit deel uitmaakten
van grotere gebouwen.
Sommige tonen duidelijk boeddhistische iconen,
andere zijn moeilijker te plaatsen en zouden in theorie
ook uit hindoeïstische contexten kunnen komen.

Veel van de fragmenten zijn dus geen zelfstandige beelden,
In een site‑museum zie je precies dit soort stukken
— de stille restanten van gebouwen die allang verdwenen zijn,
maar waarvan de sculptuur nog getuigt van de oorspronkelijke rijkdom.
Het zijn fragmenten die je in een nationaal museum zelden aantreft,
omdat ze zo sterk verbonden zijn met hun oorspronkelijke plaats:
ze markeerden drempels, omlijstten heilige zones,
begeleidden de bezoeker van het aardse naar het sacralere domein.
Juist in Sarnath, waar de Boeddha zijn eerste onderricht gaf,
vormen deze brokstukken een bijna archeologische poëzie:
losse stenen die samen een verdwenen architectuur oproepen.

DSC01694IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathGargoyle7thCenturyCEAccNo686
India, Varanasi, Archaeological Museum Sarnath, Gargoyle, 7th century CE. Acc. No. 686.

Regenwaterafvoer

Dit fragment is een regenwaterafvoer uit de stupa‑architectuur:
een blok waarvan de voorzijde is vormgegeven als een fabeldier
dat het water van het dak liet stromen.
De kop is expressief en licht dreigend,
precies het soort beschermend wezen dat in boeddhistische bouwkunst
vaak de overgang tussen dak en muur markeert.
Het dier wordt ook wel een makara genoemd, een mythisch waterwezen
dat in deze context de stupa symbolisch beschermt.

De tweede foto toont de praktische constructie:
het kanaal bovenaan waar het water doorheen liep,
en de stempels die het museum gebruikt om het fragment te registreren.
Samen maken ze duidelijk dat dit niet alleen een decoratief element was, maar een functioneel onderdeel van een groter architectonisch geheel.

DSC01695IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathGargoyle7thCenturyCEAccNo686

DSC01697IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathFaceStone9th-10thCenturyCEAccNo683
Face stone, 9th – 10th century CE. Acc. No. 683.

Wandbekleding ?

Dit fragment toont een zorgvuldig bewerkte steen met een ritmisch patroon
van vierkanten en bloemmotieven.
De vijf uitsparingen in elk vierkant — als de vijf van een dobbelsteen —
zijn niet doorboord maar slechts uitgehold,
wat erop wijst dat het motief decoratief bedoeld was.

In Indiase kunst kan dit schema verwijzen
naar de vijf richtingen of vijf elementen,
maar het functioneert hier vooral als ornament dat orde en symmetrie uitdrukt.

Onderaan zijn drie kleine nissen zichtbaar, afwisselend gevuld en leeg.
De middelste bevat een reliëf dat nog net herkenbaar is,
mogelijk een gestileerde figuur.
Die afwisseling tussen leegte en aanwezigheid lijkt bewust gekozen
en versterkt het ritme van de compositie.

De bovenrand is ruw en onregelmatig, zonder sporen van bevestiging
of afwerking.
Dat wijst erop dat de steen geen sokkel was waarop een beeld rustte,
maar eerder een deel van een wandbekleding of architectonisch paneel
dat ooit in een groter geheel was opgenomen.

Het fragment combineert geometrie, symboliek en ambacht
— een stille echo van de verfijnde Sarnath‑stijl uit de 9e–10e eeuw.


DSC01699IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathArchitecturalFragment6thCenturyCEAccNo679
Fragment, 6th century CE. Acc. No. 679.

Gestileerde leeuwenkop

Dit architectonische fragment uit de 6e eeuw toont
een fijn bewerkte omlijsting met bloem‑ en vlechtmotieven,
waarschijnlijk afkomstig van een deur‑ of raamzone.
Tussen de geometrische patronen verschijnt een klein gezichtje
— een vroege leeuwenkop of kīrtimukha,
het beschermende wezen dat in Indiase architectuur
vaak boven openingen of op randen voorkomt.
Hier heeft het nog een zachte, bijna menselijke expressie,
passend bij de serene stijl van Sarnath.

De combinatie van ornament en figuur maakt duidelijk
dat dit geen sokkel was, maar een decoratief paneel
dat de overgang markeerde tussen binnen en buiten, materieel en spiritueel.
Zelfs in dit kleine detail leeft het idee van bescherming en glorie voort
— een glimlach in steen die de stilte van het heiligdom bewaakte.


DSC01701IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathPediment7thCenturyCEAccNo674
Pediment, 7th century CE. Acc. No. 674.

Kijk eens naar deze bloem!

Dit pedimentfragment uit de 7e eeuw toont een vrouwelijke figuur
in een rustige, symmetrische zithouding.
Haar linkerhand rust ontspannen op het been,
een gebaar dat stabiliteit en kalmte uitdrukt.
In de rechterhand houdt zij een bloem, als een presenterend gebaar
— alsof zij het attribuut toont, een stille uitnodiging om te zien wat zij draagt.

De hoge haardracht en de sierlijke omlijsting boven haar
geven de figuur een verheven, bijna hemelse uitstraling.
Samen met de decoratieve band boven haar
— als een licht golvende bekroning —
suggereert dit dat het fragment ooit deel uitmaakte van een pilaar-
of nisbekroning waarin de figuur fungeerde
als een gracieus, beschermend aanwezigheidsmotief.

Het is een mooi voorbeeld van de Sarnath‑stijl
waarin goddelijke figuren niet nadrukkelijk autoritair worden weergegeven,
maar eerder open, mild en uitnodigend,
met een attribuut dat hun betekenis zacht maar duidelijk markeert.


DSC01703IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathArchitecturalFragmentWithSwastik7thCenturyCEAccNo673
Fragment with swastik, 7th century CE. Acc. No. 673.

Swastika of niet?

Waar de haakse lijnen elkaar kruisen,
is telkens een klein bloemmotief ingevoegd.
Dat detail verzacht niet alleen de geometrie,
maar geeft het patroon ook een subtiele draaiing:
de bloem lijkt als het ware het knooppunt te laten “ademen”,
waardoor de omliggende lijnen visueel gaan roteren.
Zo ontstaat vanzelf een swastika‑achtige dynamiek
— niet als een expliciet symbool, maar als een optisch effect
dat voortkomt uit de wisselwerking
tussen strakke geometrie en organische accenten.

Die draaiing herinnert aan een oud, cyclisch principe
dat in de Indiase beeldtaal veel voorkomt:
het idee dat energie zich niet lineair beweegt, maar in herhalende cirkels,
spiralen en terugkerende patronen.
De swastika is in dat opzicht geen teken van richting, maar van continuïteit
— een visuele metafoor voor het ritme van ontstaan, bestaan en vergaan.
In dit fragment is dat principe niet letterlijk uitgebeeld,
maar opgeroepen door de manier
waarop lijnen en bloemen elkaar in beweging zetten.


DSC01705IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathArchitecturalFragment6thCenturyCEAccNo672
Architectural fragment, 6th century CE. Acc. No. 672.

Kīrtimukha‑achtige of bhūtafiguur?

Het gezicht is krachtig en geladen met spanning:
de open mond, de opgetrokken wenkbrauwen
en de korte, gekrulde baard geven het een levendige,
bijna bezwerende expressie.
Aan weerszijden van de mond lijken kleine slagtanden te zien
— een detail dat het gelaat een afschrikwekkende,
beschermende kracht verleent.
Zulke tanden komen vaker voor bij kīrtimukha‑achtige figuren
of bhūta’s, wezens die de ingang van een heilig domein bewaken.

Samen met het kleine doodshoofd boven op het hoofd
vormt dit een beeld van transformatie en bescherming:
leven en dood, dreiging en sereniteit in één gezicht verenigd.
Het fragment belichaamt zo de Sarnath‑stijl van de 6e eeuw,
waarin zelfs ornamenten een rituele intensiteit dragen
— niet enkel decoratief, maar geladen met symbolische energie
die de ruimte moest zuiveren en beveiligen.

DSC01706IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathArchitecturalFragment6thCenturyCEAccNo672

DSC01708IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathDoorJam6thCenturyCEAccNo670 Detail
DSC01709IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathDoorJam6thCenturyCEAccNo670 Detail
DSC01710IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathDoorJam6thCenturyCEAccNo670 Detail
DSC01711IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathDoorJam6thCenturyCEAccNo670 Detail
DSC01713IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathDoorJam6thCenturyCEAccNo670
Door jam, 6th century CE. Acc. No. 670.

Kom binnen, je betreedt een heiligdom.

Deze deurstijl uit de 6e eeuw, rijk versierd met figuren en rankmotieven,
vormde ooit de ingang van een tempel.
De reliëfs tonen kleine, mollige wachters en dansende wezens
— yakṣa’s en hemelse figuren —
die de drempel bewaken en zegenen.
Hun aanwezigheid is niet louter decoratief:
zij verbeelden de levenskracht en bescherming
die de bezoeker begeleidt bij het betreden van het heiligdom.

De sierlijke krullen aan de rand symboliseren de energie van groei
en beweging, terwijl de verhalende scènes in de middenstrook
verwijzen naar rituele handelingen en menselijke gebaren van eerbied.
Zo wordt de deurstijl zelf een visuele poort
tussen wereld en sacrale ruimte,
een steen geworden overgang
waarin het aardse en het goddelijke elkaar raken.


DSC01715IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathFaceStone6thCenturyCEAccNo666 Detail
Face stone, 6th century CE. Acc. No. 666.

Verheffende zuivering

Het gelaat is compact en bijna kikkerachtig van vorm:
hoge, boogvormige wenkbrauwen drukken de ronde ogen naar beneden,
terwijl een kleine diamant tussen de ogen
de symmetrie van het voorhoofd markeert.
Onder de neus ligt een snorachtige band
die de spanning tussen neus en mond versterkt;
daaronder opent zich een brede mond met een ornament of tong
die naar buiten lijkt te komen
— een typisch kīrtimukha‑motief dat onzuivere krachten verslindt.
Rondom het hoofd waaieren golvende krullen uit als manen,
waardoor het wezen een dierlijke, bezwerende energie krijgt.

Aan de zijkant duikt een sierlijke zwaan op,
de hamsa, symbool van zuiverheid en spirituele onderscheidingskracht.
Samen vormen zij een hybride poortwachter:
het monster dat zuivert en de vogel die verheft.
Zulke motieven sierden architectonische drempels
binnen het tempelcomplex — deurstijlen, nissen en bekroningen —
en markeerden de overgang naar een heilige zone binnen het gebouw,
nog vóór men de eigenlijke cultusruimte bereikte.

DSC01716IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathFaceStone6thCenturyCEAccNo666

DSC01718IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathFaceStone6thCenturyCEAccNo657 Detail
Face stone, 6th century CE. Acc. No. 657.

Energie

De Boeddha zit in een rustige, compacte meditatiehouding:
één hand rust in de schoot, de andere ligt ontspannen op de knie.
Achter hem, binnen de ronde nis, verschijnen twee opvallende vormen
die als gestileerde vlammen of vleugelachtige contouren
kunnen worden gelezen.
Ze sluiten nauw aan tegen het lichaam
en lijken de Boeddha als het ware te omlijsten,
waardoor een subtiel energieveld ontstaat dat zijn aanwezigheid versterkt.
In de Gupta‑tijd functioneren zulke vormen vaak
als lotus‑ of aureoolmotieven,
ornamentale emanaties die de heilige status van de figuur markeren.
In deze kleine nis krijgen ze een bijna beschermende rol:
ze maken de Boeddha tot het stille centrum van de compositie
en benadrukken dat dit fragment ooit deel uitmaakte
van een architectonische drempel binnen het tempelcomplex
— een plek waar de overgang
naar een meer sacraal domein werd aangeduid.

DSC01719IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathFaceStone6thCenturyCEAccNo657

Afsluiting

Zo ontstaat uit losse stenen een contour van wat Sarnath ooit was:
een tempellandschap waarin ornamenten de drempels bewaakten
en kleine Boeddha‑nissen de muren tot leven brachten.
De reeks in dit bericht vormt de aanloop naar het monument
dat alles samenbindt
— het leeuwenkapiteel van Ashoka,
waar de geschiedenis van de plek zich in één sculptuur verdicht.


Let their form and mysteries, their rhythm, their secret sense speak to you

– over kijken zonder houvast –

Toeval wil dat ik vandaag een begin maak met mijn serie
over het Museum of Mexican Prehispanic Art Rufino Tamayo.
Rufino Tamayo was een Mexicaanse moderne kunstenaar.
Hij werkte voor een deel van zijn loopbaan vanuit New York.

In 2008 maakte ik een bericht in de serie ‘Kunstvaria’
met daarin een afbeelding van een van zijn werken.
Dat deed ik nog een keer in 2012, in 2014 en eind vorig jaar.

Dat hij een verzamelaar was van Mexicaanse kunst was mij onbekend.
Nu ik in Oaxaca was had ik de kans zijn prachtige verzameling te zien.

Maar vanochtend las ik ook een bericht over de moord
op Francisco Leyva, een journalist in datzelfde Oaxaca.
Mexico is geen stabiel land.
Net als de meeste landen in Midden-Amerika.
Een agressieve en corrupte politicus als president in een machtig buurland
helpt dan natuurlijk niet.

NuNlOpnieuwJournalistGedoodInMexico
NU.nl vandaag.

IMG_9771MexicoOaxacaMuseumMexicanPrehispanicArtCatalogus
Catalogus van Museum of Mexican Prehispanic Art Rufino Tamayo.
IMG_9772MexicoOaxacaMuseumMexicanPrehispanicArtRafaelDonizPortraitOfRufinoTamayoAndOlgaFlores
Portret gemaakt door Rafael Doniz van Rufino Tamayo en zijn vrouw Olga Flores.

In de catalogus van het museum geeft Mariana Frenk-Westheim
– een van oorsprong Duitse schrijfster en onder andere museumcurator –
ons de volgende opdracht:

…open yourselves, open yourselves widely to the beauty and magic of the objects offered here to your eyes and spirit. Let their form and mysteries, their rhythm, their secret sense speak to you.

Do not try to measure or calculate nor to compare art with nature. This art is in no way a servile copy of nature, it has nothing to do with a flat realism devoted to reproduce faithfully the exterior aspect of the object. The exterior aspect is not enough for it. This is an imaginative and visionary art. What you can find here is a second nature, created by man’s phantasy, by his religious thought and his artistic intuition; it is the image of a universe which is nearer to dreams and magic than to daily reality.

Dit is een heel uitdagende opdracht, want het museum heeft gekozen
voor een opstelling waarin de beelden radicaal centraal staan:

  • niet als archeologische vondst (door beperkte zaalteksten)
  • los van het koloniale kader (ruimte om de beelden te laten spreken)
  • in een bijna rituele ruimte (felgekleurde belichting)
  • niet als etnografisch materiaal (de anonieme kunstenaars en hun wereldbeeld staan centraal)

Misschien kun je dat zelf ervaren door een serie van vier foto’s uit de Pink room te bekijken
en de zaaltekst die daar bij hoort.

DSC06009MexicoOaxacaMuseumMexicanPrehispanicArtXochipalaFiguurOlmekStaatGuerreroMiddenPreklassiek1250VChr–200NChr
DSC06010MexicoOaxacaMuseumMexicanPrehispanicArtXochipalaFiguurOlmekStaatGuerreroMiddenPreklassiek1250VChr–200NChr
DSC06011MexicoOaxacaMuseumMexicanPrehispanicArtXochipalaFiguurOlmekStaatGuerreroMiddenPreklassiek1250VChr–200NChr
DSC06012MexicoOaxacaMuseumMexicanPrehispanicArtXochipalaFiguurOlmekStaatGuerreroMiddenPreklassiek1250VChr–200NChr
DSC06013MexicoOaxacaMuseumMexicanPrehispanicArtXochipalaFiguurZaaltekst

De Nederlandse vertaling van de zaaltekst is:

Midden‑Preklassiek, 1250 v.Chr. – 200 n.Chr. Olmecoïde figuren uit de staat Guerrero, bekend als ‘Xochipala’: in het midden twee jonge figuren; aan de zijkanten drie vrouwelijke figuren, waarvan één een kind voedt; en een kleine, zeer fijn uitgevoerde mannelijke figuur.

In de Pink Room van het Tamayo‑museum staat een vitrine
die je niet zozeer iets vertelt, maar je in een bepaalde staat van kijken brengt.
De ruimte is zacht roze uitgelicht; de figuren staan dicht bij elkaar,
zonder individuele labels, alsof ze samen een ademhaling vormen.
Je leest één korte zaaltekst
— een datering, een herkomst, een naam van een stijl —
en daarna moet je het doen met wat er voor je staat.
Kleifiguren uit Xochipala, Midden‑Preklassiek,
maar verder geen aanwijzingen.

Je merkt hoe je blik langzaam verschuift:

  • van zoeken naar informatie naar kijken naar vorm.
  • de open monden bij alle figuren op één na,
  • zijn het hoofddeksels of wordt hun haar zo weergegeven,
  • ze lijken gaatjes in hun oorlel te dragen,
  • de gebogen armen voor de borst bij de meeste figuren,
  • de meesten lijken zonder kleding te zijn weergegeven,
  • sommige lijken mannelijk en andere vrouwelijk,
  • op de foto met twee figuren heeft de linker een opvallend ronde buik,
  • de rechtse figuur lijkt borstvoeding te geven,
  • de typische manier om knie en enkels weer te geven,
    alsof de kunstenaar weet dat er een gewricht is
    maar een standaard weergave ervoor hanteert, een ribbel,
  • de oorspronkelijk gladde huidoppervlakken,
  • de slijtage die iets van tijd laat zien.

Je weet dat er meer te weten valt, maar het museum houdt die kennis achter,
alsof het wil dat je eerst door deze stilte heen gaat.
En precies in die stilte begint hopelijk iets te werken:
je kijkt langer, aandachtiger, zonder houvast,
en de figuren beginnen een eigen aanwezigheid te krijgen
— als iets dat zich pas toont wanneer je de behoefte aan uitleg loslaat.

IMG_9774MexicoOaxacaMuseumMexicanPrehispanicArtCatalogusVoorbeeld

Verso – lijden en geloof in de logica van het drieluik

Er zijn twee panelen die vermoedelijk ooit één drieluik vormden in Sierentz.
Er wordt aangenomen dat ze gemaakt zijn door één maker.
Die wordt daarom de Meester van Sierentz genoemd.

Op het schilderij met de heilige Joris die de draak verslaat
staan verschillende taferelen:

  • op de voorgrond: Joris die de draak doorboort;
  • rechts erachter: nog eens twee draken en hun nest? met een eerdere prooi
    en de botten van eerdere maaltijden;
  • de laag daarachter, links: een prinses die een lam aan een lijn houdt
    — geen huisdier, maar een verwijzing naar Christus als het Lam Gods.
    Het kapelletje naast haar bevat vermoedelijk een Mariabeeld,
    waardoor de scène nog meer Christelijke diepte krijgt.
    De prinses was het geplande offer voor de draak totdat Joris kwam;
  • Bijna achteraan: een burcht
  • Achteraan: de zee

Tegelijk verloopt de hoofdkleur van verschillende tinten groen naar blauw.

We kijken weer niet naar een foto.
Het schilderij is een complexe compositie.
Zorgvuldig uitgedacht.
Net als St Joris van wie wordt aangenomen dat hij niet heeft bestaan.
Deze heilige is geen universele goeddoener.
Het is een ridder die een jonkvrouw redt.
Iemand die meer thuishoort in een ridderroman dan in een kerk.

St George (Sint Joris) is een tegenhanger van St. Martin (Sint Maarten).
Over St Maarten schreef een tijdgenoot een boek.
Maarten zat in het leger maar wilde geen soldaat worden.
Hij wilde mensen helpen, gaf een bedelaar de helft van zijn mantel.
Het kleurverloop van groen naar blauw zien we ook op dit paneel.
De compositie is minder complex, het delen van de mantel staat centraal.

Zouden de voorstellingen op de twee vleugels ook samenhang vertonen?

Op beide achterkanten staat Christus centraal:

  • men neemt aan dat de bijna verloren achterkant
    de hulp bij het dragen van het kruis weergeeft.
    Dat is de achterkant van het St Maarten-schilderij.
  • de tweede achterkant toont de kruisafname en het treuren bij het kruis.

Christus staat wel centraal op die panelen maar zijn rol is passief.
Het zijn de omstanders die acties ondernemen.
Ze nemen zijn lichaam van het kruis en bewenen hem
en Simon van Cyrene werd gedwongen het kruis te dragen.

De middeleeuwse heiligen vervullen eenzelfde rol
als de historische omstanders rond Christus.
Ze helpen Christus bij het uitdragen van het geloof en hebben aandacht voor lijden.

Wat zou de centrale voorstelling van dit drieluik kunnen zijn geweest?

DSC05732BazelKunstmuseumBaselVersoMeisterVonSierentzSaintMartinCuttingHisCloakIdemUm1445-1450MischtechnikAufTannenholzInv32-31
Bazel, Kunstmuseum Basel, Verso, Meister von Sierentz, Saint Martin cutting his cloak; Remains of a bearing of the cross. Saint George fighting the dragon; The lamentation of Christ under the cross, um 1445 – 1450, mischtechnik auf tannenholz. Inv. 32 – 31.
DSC05733BazelKunstmuseumBaselVersoMeisterVonSierentzSaintMartinCuttingHisCloakIdemUm1445-1450MischtechnikAufTannenholzInv32-31 ArchitectuurDetail
Detail van stadsmuur.
DSC05734BazelKunstmuseumBaselVersoMeisterVonSierentzIdemRemainsOfABearingOfTheCrossIdemUm1445-1450MischtechnikAufTannenholzInv32-31
Verso – Remains of a bearing of the cross.

DSC05731BazelKunstmuseumBaselVersoMeisterVonSierentzIdemSaintGeorgeFightingTheDragonIdemUm1445-1450MischtechnikAufTannenholzInv32-31
Saint George fighting the dragon.
DSC05730BazelKunstmuseumBaselVersoMeisterVonSierentzIdemTheLamentationOfChristUnderTheCrossUm1445-1450MischtechnikAufTannenholzInv32-31
Verso – The lamentation of Christ under the cross. Het steeds terugkerend stadsgezicht op de achtergrond is vast ook een van de aanleidingen om deze panelen aan ëën schilder toe te wijzen.

India 24/25: Varanasi, dag 3 – Archaeological Museum Sarnath 01

– over hoe steen zich opent: drie Sarnath‑fragmenten over vorm en betekenis –

Terwijl ik de archeologische site van Sarnath bezocht
ben ik ook gaan kijken in het museum dat er vlak bij ligt.
Dat vraagt om wat achtergrondinformatie over dat museum
omdat ik wat voorwerpen daarvan wil laten zien:

Het Archaeological Museum Sarnath is vrijwel volledig gewijd
aan vondsten uit Sarnath zelf.
De instelling werd in de Britse tijd opgericht door
de Archaeological Survey of India (ASI)
om de resultaten van opgravingen op die ene site te bewaren.

De collectie omvat:

  • Sculpturen, reliëfs en fragmenten uit de Dhamekh‑stupa, Dharmarajika‑stupa, en omliggende kloostercomplexen.
  • Objecten uit latere periodes (Gupta, post‑Gupta, Pāla) die in dezelfde zone zijn gevonden.
  • Enkele stukken uit de directe omgeving van Varanasi, maar altijd binnen het bredere Sarnath‑veld.

Kort gezegd:
het is geen regionaal museum van heel Varanasi, maar een site‑museum
— alles wat er staat komt uit of rond de archeologische zone van Sarnath.
Als een object in dat museum staat zonder verdere herkomstvermelding,
mag je er met redelijke zekerheid van uitgaan dat het uit Sarnath komt.
Alleen bij uitzonderingen (bijv. vergelijkingsstukken uit andere plaatsen)
wordt dat expliciet vermeld op het label.

Dat laatste woord, label, is de aanleiding voor deze inleiding op het museum.
De labels bij de objecten zijn heel summier.
Dat laat ik bij het eerste object even zien:

  • geen vermelding van de plaats waar het object gevonden is;
  • geen aanduiding van het materiaal waaruit het gemaakt is;
  • geen beschrijving van de voorstelling;
  • en geen beschrijving van de omstandigheden waaronder het gevonden is.

Misschien is al die informatie er wel maar is die (nog) niet online beschikbaar.

DSC01687IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathFaceStone7thCentCEAccNo654
India, Varanasi, Archaeological Museum Sarnath, Face stone, 7th century CE. Acc. No. 654.
DSC01688IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathFaceStone7thCentCEAccNo654

Face stone

Wat we hier zien is een mogelijke Boeddha,
zittend op een lotus‑basis binnen een architectonische nis.
De nis is omlijst met kralenranden en florale ornamenten,
en bovenaan bevindt zich een boogvorm met een centraal kopmotief.
Dat hoofd lijkt op een gestileerde slang of een ander mythisch wezen.
Het fragment is te beperkt om het motief met zekerheid te identificeren,
maar de combinatie van kralenranden, florale details en de boogvorm
plaatst de Boeddha duidelijk binnen een architectonisch kader
dat bedoeld was om hem te omlijsten en te markeren.
De houding is overwegend rustig en symmetrisch,
in lijn met de idealen van innerlijke kalmte die zo kenmerkend zijn
voor de Sarnath‑stijl.

De steen — waarschijnlijk Chunar‑zandsteen —
toont slijtage en kleine beschadigingen,
sporen van een lange geschiedenis van blootstelling en gebruik.
Alles samen geeft het fragment de indruk ooit deel te zijn geweest
van een grotere sculpturale structuur,
mogelijk een stupa‑bekleding of een tempelwand met meerdere nissen.

Wanneer je een Boeddha ziet die rustig en symmetrisch zit,
is de eerste reflex om te denken aan de dhyāna‑mudrā,
de klassieke meditatiehouding waarin beide handen in de schoot liggen,
palmen naar boven, duimen licht tegen elkaar.
Veel Sarnath‑beelden uit de 7e eeuw tonen precies deze mudrā,
en de serene compositie van het fragment
lijkt die interpretatie te ondersteunen.
De rechterarm is afgebroken, wat de gedachte voedt dat de rechterhand
ooit boven de linkerhand lag
en dat het gebaar door de breuk verloren is gegaan.
Maar zodra je naar de linkerhand kijkt, ontstaat frictie.
Die hand ligt laag, op de enkel van de linkervoet,
en toont geen spoor van een tweede hand die er ooit bovenop lag.
Een beeldhouwer werkt in één blok: als er iets bovenop had gelegen,
zou de linkerhand zelf beschadigd zijn of een afdruk tonen.
Dat is hier niet het geval.
De dhyāna‑mudrā blijft dus mogelijk, maar niet zonder spanning
— en die spanning is precies het punt waarop een fragment ons uitnodigt
om verder te kijken dan de canon.

Wanneer je de iconografische verwachting loslaat
en puur kijkt naar de plastische logica van het fragment,
ontstaat een tweede, minstens even plausibele interpretatie.
De rechterarm stopt abrupt, maar de breuklijn
en de positie van de schouders suggereren
dat de arm niet naar de schoot liep, maar eerder diagonaal naar voren,
met de elleboog rustend op het rechterbeen.
In dat scenario zou de rechterhand licht naar voren hebben gestoken
— een uitstekende vorm die bij breuk als eerste verdwijnt.
De linkerhand, laag op de enkel, vormt dan geen deel van een mudrā
maar van een natuurlijke rusthouding.
Zulke informele, ontspannen poses komen in Sarnath‑sculptuur vaker voor,
vooral in architectonische nissen waar de doctrinaire gebaren
minder strikt worden toegepast.

Door beide lezingen als mogelijkheden open te laten,
wordt het fragment zelf een dialoog tussen iconografie en steen:
tussen de canon die een meditatiehouding suggereert
en de materiële aanwijzingen
die op een meer ontspannen, natuurlijke pose wijzen.


DSC01689 01 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathCornerStone6thCentCEAccNo694
Corner stone, 6th century CE. Acc. No. 694.
DSC01689 02 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathCornerStone6thCentCEAccNo694
DSC01691IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathCornerStone6thCentCEAccNo694Detail

Hoeksteen

Deze hoeksteen maakt deel uit van een architectonische omlijsting
waarin decoratie en diermotief naadloos in elkaar overvloeien.
Het wezen dat hier verschijnt heeft duidelijke leeuwentrekken
— de krachtige houding, de manen die in ornament overgaan,
de kop die zich naar een verticale guirlande buigt —
maar het is geen natuurgetrouwe leeuw.
Het grijpt het decoratieve element met een klauw
en lijkt het bijna te “verslinden”,
een beweging die eerder symbolisch is dan realistisch:
een manier om levenskracht, bescherming
en spanning in het steenwerk te brengen.

Dat past binnen een bredere Indiase fascinatie voor de leeuw,
toen en nu nog.
In Sarnath is de leeuw zelfs een centraal symbool,
van de Ashoka‑kapiteel tot de vele bewaker‑wezens in nissen en friezen.
Tegen die achtergrond krijgt ook deze hoeksteen betekenis:
als een gestileerd, hybride leeuwwezen
dat de architectuur bezielt en het heiligdom visueel bewaakt.


DSC01692IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathBodhisattvaInPilaster8thCentCEAccNo690
Bodhisattva in pilaster, 8th century CE. Acc. No. 690.

Drie eeuwen Sarnath in drie fragmenten

Samen tonen deze drie fragmenten – de leeuw, de Boeddha, de Bodhisattva –
hoe de beeldhouwkunst van Sarnath
zich tussen de 6e, 7e en 8e eeuw ontwikkelt.

In de 6e eeuw overheerst het architectonische reliëf:
de hoeksteen met zijn gestileerde leeuwwezen
is nog volledig onderdeel van de bouwstructuur,
een decoratief motief dat kracht en bescherming uitdrukt
maar gebonden blijft aan het vlak.

In de 7e eeuw verschijnt een ander ideaal:
de verfijnde, serene Boeddha‑stijl van Sarnath,
waarin het gezicht zacht gemodelleerd is
en de figuur zich al iets losmaakt van de achtergrond
— een overgang van ornament naar icoon.

In de 8e eeuw krijgt de sculptuur een nieuwe ruimtelijkheid:
de Bodhisattva in de pilaster heeft volume, sieraden,
een duidelijke houding en een bijna driedimensionale aanwezigheid,
een voorbode van de expressieve Pāla‑stijl.

Zo vormen deze drie stenen samen een kleine tijdlijn:
van reliëf naar beeld,
van architectonische functie naar spirituele aanwezigheid,
van decoratieve kracht naar persoonlijke expressie.


Deur van hoop?

Op de eerste niet-reisdag van deze vakantie,
liep ik de Basílica de Nuestra Señora de la Soledad binnen.
De grote basiliek is niet over het hoofd te zien.
Hij ligt aan de zócalo (centrale plein) en de kerken van de Spaanse koloniale bezetters
hebben een sfeer die je niet snel in Europa zult zien.
De kerk is eind 17e eeuw gebouwd en de barokke sfeer
van eindeloos lijden, smachten en onderwerping aan de Kerk
komt je tegemoet.
De zon zorgde voor extra dramatische beelden.

DSC05987Mexico2025OaxacaBasílicaDeNuestraSeñoraDeLaSoledad
De binnenkant van de koepel van de Basílica de Nuestra Señora de la Soledad in Oaxaca in Mexico.
DSC05988Mexico2025OaxacaBasílicaDeNuestraSeñoraDeLaSoledad
De basis heeft een strenge architectuur. Het is vooral de decoratie die de kerk het barokke gevoel geeft.
DSC05989Mexico2025OaxacaBasílicaDeNuestraSeñoraDeLaSoledad
DSC05990Mexico2025OaxacaBasílicaDeNuestraSeñoraDeLaSoledad
DSC05991Mexico2025OaxacaBasílicaDeNuestraSeñoraDeLaSoledad
DSC05992Mexico2025OaxacaBasílicaDeNuestraSeñoraDeLaSoledad
DSC05993Mexico2025OaxacaBasílicaDeNuestraSeñoraDeLaSoledad
DSC05994Mexico2025OaxacaBasílicaDeNuestraSeñoraDeLaSoledad
DSC05995Mexico2025OaxacaBasílicaDeNuestraSeñoraDeLaSoledad
DSC05996Mexico2025OaxacaBasílicaDeNuestraSeñoraDeLaSoledadDeurVanHoop
Puerta de la esperanza. Deur van de hoop.
DSC05997Mexico2025OaxacaBasílicaDeNuestraSeñoraDeLaSoledad
De Mariaverering is heel intens.
DSC05998Mexico2025OaxacaBasílicaDeNuestraSeñoraDeLaSoledad
Het plafond, direct na de hoofdingang, is intens barok. Het is een afbeelding van een stamboom. Centraal zie je God de Vader.
DSC05999Mexico2025OaxacaBasílicaDeNuestraSeñoraDeLaSoledad16900906
Op 6 september 1690 werd de basiliek geconsecreerd.
DSC06000Mexico2025OaxacaBasílicaDeNuestraSeñoraDeLaSoledad
Nuestra Señora de la Soledad.
DSC06001Mexico2025OaxacaBasílicaDeNuestraSeñoraDeLaSoledad
DSC06002Mexico2025OaxacaBasílicaDeNuestraSeñoraDeLaSoledad
DSC06003Mexico2025OaxacaBasílicaDeNuestraSeñoraDeLaSoledadJohannesPaulusII19790129
Paus Johannes Paulus II bezocht op 29 januari 1979 deze kerk. Ik zal een herinnering aan dat bezoek op meer plaatsen zien.
DSC06004Mexico2025OaxacaBasílicaDeNuestraSeñoraDeLaSoledadDeur
Houten binnendeur.
DSC06005Mexico2025OaxacaBasílicaDeNuestraSeñoraDeLaSoledad
DSC06006Mexico2025OaxacaBasílicaDeNuestraSeñoraDeLaSoledadBarokkeGevelDecoratie
Decoratie aan de barokke gevel.
DSC06007Mexico2025OaxacaBasílicaDeNuestraSeñoraDeLaSoledadEenZijIngang
Basílica de Nuestra Señora de la Soledad, zij-ingang.

Een eerste wandeling in Oaxaca: een andere wereld

Op 29 november 2025 ben ik naar Mexico gevlogen.
Op 30 november was ik op mijn eerste bestemming: Oaxaca.
Later ben ik met de bus naar Puebla gereisd en met de taxi naar Mexico-city.
Op 20 december ben ik weer terug naar Amsterdam gevlogen.
Natuurlijk een vakantie waar veel gezien en gefotografeerd is.
De foto’s ga ik hier delen.

IMG_8121Mexico2025OaxacaVanafSchiphol
Dit is nog Schiphol.
IMG_8122Mexico2025Oaxaca
Mexico.
IMG_8125Mexico2025OaxacaMeteenEenAndereWereld
Het centrum van Oaxaca is meteen een andere wereld.
IMG_8126Mexico2025Oaxaca
Toevallig liep ik langs de hoofdingang een Mercado, een marktgebouw binnen.
IMG_8127Mexico2025OaxacaCesarVillegasG.Marzo2024CesarViyegaxMarkthal20eNovember
Cacao, mais en de realiteit.
IMG_8128Mexico2025OaxacaCesarVillegasG.Marzo2024CesarViyegaxMarkthal20eNovember
Mexico, Oaxaca, muurschildering door Cesar Villegas.
IMG_8129Mexico2025OaxacaCesarVillegasG.Marzo2024CesarViyegaxMarkthal20eNovember
IMG_8130Mexico2025OaxacaZócalo
In december zouden allerlei activiteiten plaatsvinden op de Zócalo van Oaxaca in aanloop van Kerstmis. Met vaak muziek.
IMG_8131Mexico2025OaxacaBiertje
Ik nam er een biertje.
IMG_8132Mexico2025OaxacaMeteenSouvenirs
Daarnaast kocht ik er meteen souvenirs: vier kleurige boekenleggers. Ze werden er vaak aangeboden. De hele vakantie door.

Verso – tussen techniek en geloof

Het gebeurt niet vaak dat ik een blogbericht maak
over een kunstwerk dat ik niet zo mooi vind.
Nu is mooi een erg subjectief gegeven,
maar kijk eens naar de compositie van beide zijden van het werk:

DSC05727BazelKunstmuseumBaselVersoKonradWitzWerkstattIdemTheNativityIdem
Bazel, Kunstmuseum Basel, Verso, Konrad Witz Werkstatt, The Nativity, Um 1445 – 1450.

Aan de ene kant zie je de kerststal.
De verhouding tussen het gebouwtje
en het enorm grote blauwe gewaad van Maria, klopt niet;

DSC05729 01 BazelKunstmuseumBaselVersoKonradWitzWerkstattTheIncredulityOfSaintThomasAndChristAndTheVirginIntercedingWithGodTheFartherTheNativityUm1445-1450
Konrad Witz Werkstatt, The incredulity of Saint Thomas and Christ and the Virgin interceding with God the Father.

Aan de andere kant zie je een vreemde compositie.

Misschien is die theologisch nog wel te verklaren.
Christus als bemiddelaar tussen de ongelovige mens en God.
Een Christus die er veel aan wil doen om de mens te overtuigen
Terwijl Maria naast hem dezelfde bemiddelende rol vervult.
Maar dat maakt het voor mij nog geen mooi beeld.

Links, enigszins opzij geduwd, staan Christus en de ongelovige Thomas.
Rechts God met de geknielde Maria die lijkt te bemiddelen,
terwijl ze in haar linkerhand een kleine figuur de hand geeft.
Ze houdt ook haar borst vast (mogelijk als verwijzing naar moederschap)
terwijl Christus aan haar rechterzijde zit.
Er zit ook nog een geknield figuur op de voorgrond.

Alles bij elkaar wringt de compositie door gebrek aan evenwicht
en daarbij is de rechter helft heel complex.

Wat me wel aanspreekt zijn twee zaken:

  • Het gebouwtje aan de ene kant mag dan niet in verhouding zijn met de figuren,
    het is wel een mooi ontwerp en perspectief.
    Bovendien is er een interessante combinatie van schilderwerk met reliëf.
DSC05728 01 BazelKunstmuseumBaselVersoKonradWitzWerkstattIdemTheNativityIdem DetailMaria
Detail met Maria.
DSC05728 02 BazelKunstmuseumBaselVersoKonradWitzWerkstattIdemTheNativityIdem DetailMaria
Detail schilderwerk en reliëf bij het hoofd van Maria.
DSC05821 BazelKunstmuseumBaselVersoKonradWitzWerkstattIdemTheNativityIdem EngelMetLeporello
Detail met de engel die een leporello (?) in de handen lijkt te houden.
  • Dan de gotische rand aan de bovenkant van de Thomas-kant van het werk.
    Het is een poging om een ‘oud’ verhaal naar het nu van 1450 te halen.
    Het werkt als een decoratieve rand, bijna als de kanten strook van een glasgordijn.
DSC05822BazelKunstmuseumBaselVersoKanradWitz Txt
Zaaltekst over de gotische rand.
DSC05729 02 BazelKunstmuseumBaselVersoKonradWitzWerkstattTheIncredulityOfSaintThomasAndChristAndTheVirginIntercedingWithGodTheFartherTheNativityUm1445-1450 Detail
Detail van de gotische rand.

Voor een kijker van nu is het alles bij elkaar een erg ‘technisch’ werk.
Daar waar het natuurlijk probeert over te komen (the Nativity)
wringt het beeld.
Daar waar het theologisch probeert te zijn (Thomas)
is het complex en vormt het geen eenheid.

Juist dat spanningsveld tussen techniek en betekenis maakt het werk interessant,
al blijft het moeilijk om erdoor geraakt te worden.


Allerlei ogen

Soms lijken wandelingen niets meer dan een reeks toevallige indrukken,
maar op sommige dagen kijkt de wereld terug.

Een huis met vreemde kleur planten naast de deur,
een lantaarn met een gele boog die nergens thuishoort,
een huisnummer in een lettertype dat uit een andere tijd lijkt te zijn weggelopen.
Het zijn kleine afwijkingen, dingen die je normaal niet ziet,
maar die zich ineens melden alsof ze willen zeggen: let op, hier gebeurt iets.

IMG_9738BredaBelcrum
Breda, Belcrum.

Verderop valt de schaduw van een boom over een muur,
en die schaduw is meer boom dan de boom zelf.
Een hoofd dat als bloembak dient, met planten die als haar naar beneden vallen,
alsof gedachten zijn gaan groeien — of verdorren ze misschien tijdelijk?
Een stam waarin ogen zijn uitgesneden of ontstaan,
ogen die niet alleen kijken maar ook bewaren wat voorbijgaat.
En dan het meisje: zittend, stil, met bloemen op haar schoot.
Het is Hein Koremans Bloemenmeisje uit 1952, zandsteen,
ooit geplaatst in het Valkenberg en later
— na de tentoonstelling ter gelegenheid van 700 jaar Breda —
verplaatst naar de Irenestraat/Balfortstraat, waar het nog steeds staat.
Als kind, achterop de fiets, groette ik haar;
mijn ouders moedigde me altijd aan om Dag meisje te zeggen.

In deze reeks beelden lijkt alles een vorm van aandacht te dragen.
Niet alleen jij kijkt, maar de dingen kijken terug.
Ze overwegen, ze bewaren, ze fluisteren iets dat je niet meteen kunt horen.
Misschien is dat waarom je even blijft staan.
Waarom je denkt: ga ik verder, of blijf ik hier?
En dan valt de beslissing, zacht en zonder nadruk.
Ogen of zonder ogen — toch maar te gaan.

IMG_9740BredaKasteelpleinSchaduw
Breda, Kasteelplein.
IMG_9743TuinMetEenHoofd
Breda, Baronielaan.
IMG_9744AllerleiOgen
Breda, Willem van Oranjelaan.

Allerlei ogen

Beneden en boven
Ook in de bomen
Kijken me aan

Ik heb overwogen
Of ik ga lopen
Of ik blijf staan

En nu besloten
Ogen of zonder ogen
Toch maar te gaan

IMG_9745DagMeisje
Hein Koreman, Bloemenmeisje, 1952, zandsteen.

Voor een uitgebreidere beschrijving
van het bovenstaand beeld: zie website Kunst in Breda.


Wat ontstaat terwijl we kijken

Gisteren zat ik ergens waar ik een half uur moest wachten.
Ik wist dat het een half uur zou duren en dus had ik een boek meegenomen:
Anatomie van het atelier van William Kentridge.

Aanvankelijk leek de tekst heel toegankelijk.
Kentridge gebruikt weinig academische termen en soms juist poëtische taal.
De titel suggereert dat het boek een analyse geeft
van hoe Kentridge werkt in zijn atelier.
Maar de tekst is veel minder richtinggevend dan ik verwachtte.
De tekst is opvallend open en gelaagd.
Met ‘open’ bedoel ik dat er veel ruimte is voor interpretatie.
Sterker nog: je wordt als lezer uitgedaagd jouw interpretatie
naast die van Kentridge te leggen.
Daarbij heb je voor de visie van Kentridge wel wat kennis nodig
van (kunst)filosofie en van zijn werk.

Tussen het lezen door keek ik ook naar buiten.
Ik zat op de begane grond, met gedeeltelijk zicht op een grote binnentuin.
Daar is ook een kinderdagopvang gevestigd.

Er kwamen vier mensen langs het raam lopen,
een juf en drie kleuters van de opvang.
In hun rechterhand hadden ze een fel gekleurde ring vast.
De ringen waren aan elkaar verbonden met een lang blauw plastic lint.
Voorop liepen twee kinderen, gevolgd door de juf
en daarna nog een laatste peuter.
De kinderen liepen nog een beetje onzeker, druk pratend met de juf
– soms geconcentreerd maar ook af en toe afgeleid.

In hun linkerhand droegen de kinderen een open, leeg kartonnen eierrekje.
Voor het raam hielden ze even in,
ze stonden stil en de juf vertelde denk ik iets.
Ik zag de juf naar het dichtstbijzijnde perk wijzen
en daarna haalde ze iets tussen de planten uit – voor ieder kind twee voorwerpen.
Waarschijnlijk waren het houtsnippers
die in onderhoudsvriendelijke tuinen wel vaker gebruikt worden.
De snippers liggen op de bodem tussen de planten
om het onkruid moeilijk te maken te groeien.
Even later liepen ze weer door en verdwenen uit mijn zicht.
Later zag ik nog een groepje langskomen.

Terwijl ik daar naar keek, dacht ik na over het bewustzijn van jonge kinderen.
In hoeverre zijn wij als jonge kinderen bewust van onszelf en onze omgeving?
Ik vroeg me dat af omdat ik net de volgende passage gelezen had
van Kentridge (pagina 51):

Bewustzijn komt voort uit emotie, verlangen of afkeer. Eerst een tekening en dan pas de vraag: ‘Wat vertelt deze tekening?’ Een impuls om te maken, die voorafgaat aan het ‘wat’ dat wordt gemaakt, aan wat het onderwerp is. De aantrekkingskracht van het atelier staat centraal, het ‘wat’ veel minder.

Kentridge legt uit hoe zijn werkproces in elkaar zit.
Blijkbaar begint hij aan zijn werk niet altijd met een uitgedokterd plan.
Sterker nog, vaak begint hij zelfs zonder plan;
zijn proces is veel intuïtiever.
Hij creëert in zijn atelier een omgeving waarin nieuw werk kan ontstaan
— door eerst materiaal en indrukken te verzamelen.
Hij creëert die sfeer door woorden en zinnen op te schrijven die hem eerder troffen.
Nog zonder te weten of en hoe hij die teksten ooit zal gebruiken.
Tekeningen zijn niet alleen eindresultaat, ze zijn ook vastlegging.
Mogelijke bron voor toekomstig werk.
Ze vormen daarmee ook een onderdeel van het atelier.

Hoewel de vertaalster het woord bewustzijn gebruikt,
lees ik Kentridge’s beschrijving eerder als een vorm van bewustworden:
een proces dat niet uit één moment bestaat, maar uit vele stappen.
Soms lineair, soms herhalend, soms zoekend.
Een ontwikkeling die ontstaat
door te doen,
door materiaal te verzamelen,
door te tekenen zonder vooraf te weten wat het zal worden.
In dat opzicht is zijn bewustzijn minder een toestand dan een beweging.

Maar het citaat begint niet met
‘Het bewustzijn van Kentridge komt voort uit emotie,
verlangen of afkeer.’
Het begint veel opener – als een bewering over iedereen.
Daarom vroeg ik me af hoe dat bij die peuters werkt.
En natuurlijk ook bij mezelf.

IMG_9659WilliamKentridgeAnatomieVanHetAtelier
William Kentridge, Anatomie van het Atelier. Vertaald door Anna Helmers-Dieleman. Uitgeverij Cossee.