Bazel, Kunstmuseum Basel, Verso, Flämischer Meister, 16.Jahrhundert, Adoration of the shepherds, Flight into Egypt; Annunciation, öl auf holz.
Dat het centrale paneel ontbreekt is natuurlijk het eerste wat je opvalt bij dit werk. Zou het in de collectie-opstelling ook altijd worden opgesteld zoals dat in de tentoonstelling gebeurde?
De hoed op de rug van Maria (vooral het koord) en de rode doek rond de hals van Jozef (vooral de plooien) vond ik opvallende details.
Maar los van het ontbrekende deel — en de poging om op basis van de vleugels, hun voorstellingen en de eerder getoonde drieluiken het programma van het centrale paneel te reconstrueren — vielen me nog wat dingen op:
De plooien in de kleding lijken door techniek en minder door waarneming tot stand gekomen te zijn. Op sommige plaatsen leidt dat tot vreemde kronkels in de stof. Terwijl op andere plaatsen, zoals de rode doek om de hals van Jozef bij de Flight into Egypt, het effect best het idee van een windvlaag oproept.
Op de Adoration of the shepherds was ik op zoek naar Jozef. De verdwaald aandoende, kabouterachtige figuur op de achtergrond lijkt nog het meest op de Jozef op de Flight into Egypt.
Adoration of the shepherds.
Zou dit Jozef zijn?
Het detail van de hoed en de rode doek zijn hier beter te zien.
Op vlucht naar Egypte lopen Jozef en Maria op dit drieluik het drieluik uit (naar rechts). Op het eerste drieluik in deze serie liepen ze juist de andere kant op, het schilderij in.
Maria staat drie keer afgebeeld op deze vleugels: als de verbaasde (?) aanstaande moeder als trotse moeder die haar kind toont aan de herders als vluchtende moeder onderweg naar Egypte (de scene is schrijnend actueel). Maar de aanstaande moeder lijkt me een heel andere vrouw.
Ik heb een fotografische reconstructie gemaakt van de gesloten vleugels om zo de Annunciation volledig te zien. Maria en de engel Gabriel lijken elkaar wel aan te kijken. Maar het interieur van de twee panelen lijkt niet op elkaar afgestemd, hoewel de tegelvloer wel kan aansluiten.
De fotografische reconstructie gemaakt door de Argusvlinder.
Kijk zelf ook eens naar deze twee vleugels. Ooit waren ze één drieluik met het nu verdwenen of onbekende centrale deel. Je kunt ze gemakkelijk voorbij lopen maar Verso scheen, in ieder geval voor mij, een heel nieuw licht op de begeleiders van de centrale voorstelling.
De eerste volledige dag in Varanasi. Het plan was om rond te kijken en om het museum van de universiteit van Varanasi (Banaras Hindu University) te bezoeken, het Bharat Kala Bhavan Museum. Het museum heeft sinds 1990 een Alice Boner gallery. De naam van deze Zwitserse kunstenares kwam ik ook tegen in verband met het Museum Rietberg in Zürich. In de avond kon ik dan naar de Ganga Aarti. De foto’s die ik die avond maakte neem ik op in het volgende bericht. Vandaag de foto’s die in het volle daglicht werden gemaakt.
Vanaf het dak van het guest house Marigold zag ik de Ganges al voordat mijn wandeling begon. De lucht was nog heiing. Dat zou veranderen.
Waar mensen zijn zie je ook deze apen. Hier rustig. Maar de omgang met mensen heeft ze bandieten gemaakt. De meeste guest houses hebben dan ook grote kooien op hun platte daken. Niet voor de apen maar voor de mensen. Dan zijn we beschermd.
Apenkooien krijgt in Varanasi een heel nieuwe betekenis. Niet alleen om de apen buiten te houden maar ook omdat de apen op en aan de kooien ravotten, slingeren en krijsen.
Ik neem me voor om iedere dag te beginnen met een kort bezoek aan de ghats. Het is vlakbij. even door een paar van deze straatjes. Je leert snel de weg.
In november 2001 overleed George Harrison. Daarom was er een programma in Varanasi. In de ochtend was me de poster opgevallen. Later werd het belang nog eens onderstreept en bezocht ik een avond op 27 november.
Het is altijd een drukte op de ghats.
Aan de ghats staan grote oude paleizen en tempels. Sommige staan er al honderden jaren.
Ik ben geen boeddhist, geen hindoe, geen moslim. Maar ik ben geïnteresseerd in die grote godsdiensten, hun verhaal en hun impact op de cultuurgeschiedenis. Tijdens deze reis bezoek ik verschillende centra van al deze religies. Steeds opnieuw probeer ik de dingen te zien die ik al eerder zag, probeer ik nieuwe zaken te bekijken en alles te begrijpen. Wetende dat het steeds veel is wat op me afkomt. Wie mijn blog vaker leest, zal dat herkennen.
Boven op een groot gebouw, aan de ghats in Varanasi, zag ik deze voorstelling. Heel dominant voor het gebied. Wat is de boodschap die dit beeld de bezoekers van de ghats wil meegeven?
We zien een strijdwagen.
Bhagavad Gita
De Bhagavad Gita (“Het Lied van de Heer”) is een filosofische dialoog van 700 verzen binnen het grote Indiase epos Mahābhārata. Het is geen losstaand boek, maar een scène midden in het verhaal, precies op het moment dat de grote oorlog tussen twee familietakken — de Pandava’s en de Kaurava’s — gaat beginnen. De plaats van handeling: de veldslag van Kurukshetra. Die plaats bestaat vandaag de dag nog steeds als bedevaartsplaats, maar door de Bhagavad Gita is het belangrijker geworden dan je op grond van de plek zelf zou verwachten.
Een strijd die niet te ontwijken is
Arjuna, een van de vijf Pandava‑broers, staat klaar om te strijden. Maar wanneer hij ziet wie er tegenover hem staan — familieleden, leraren, vrienden — raakt hij in een diepe morele crisis. Hij legt zijn boog neer en zegt dat hij niet kan vechten. Krishna, die zijn wagen bestuurt, grijpt dat moment aan om hem te onderrichten. Dat is het moment dat we zien in de strijdwagen: Arjuna zit achter Krishna Krishna is de blauwe wagenmenner De kleine figuur bovenop is Hanuman. Hij beschermt en geeft kracht.
De Gita is dus geen verhaal, maar een gesprek: een mens die twijfelt, en een god die uitlegt hoe te handelen zonder innerlijke verwarring.
Een stil beeld van een innerlijke dialoog over plicht, twijfel en inzicht. In Varanasi, waar de Ganges zelf als symbool van zuivering stroomt, krijgt dit tafereel een extra laag: het herinnert eraan dat ware strijd niet buiten, maar in het bewustzijn wordt uitgevochten. Een aanmoediging voor de bedevaartgangers.
Wat is de kern van de leer die Krishna bespreekt?
Krishna’s onderricht gaat over drie grote thema’s:
De aard van de ziel (ātman) De ziel sterft niet; alleen het lichaam verandert. Daarom is Arjuna’s angst voor de dood van zijn verwanten niet het hele verhaal.
Handelen zonder gehechtheid Je moet handelen volgens je plicht, maar zonder jezelf te verliezen in de uitkomst. Het is de intentie die zuiver moet zijn, niet het resultaat.
De vele wegen naar inzicht Krishna bespreekt een breed scala aan zaken waardoor de Gita een soort samenvatting is van de Indiase spirituele traditie.
Zoals Arjuna zegt in de Bhagavad Gita:
“Mijn lichaam beeft, mijn mond is droog. Mijn boog glijdt uit mijn hand.”
Bron: Nitya, hoofdstuk 1, verzen 28–30.
Het is precies dat moment van twijfel dat hier boven de ghats is uitgebeeld.
Voor iedere bedevaartganger, zijn er offers of souvenirs te koop.
Er zijn voldoende priesters om iedereen te helpen.
Dan wandel ik opnieuw de grote toegangsstraat in.
Onder de blik van Ganesha
Boven de deur danst voorspoed. De olifantsgod, met zijn zachte glimlach, houdt de chaos buiten — zelfs de draden lijken zich te buigen voor zijn zegen. Twee dienaressen wuiven hem toe, terwijl naast hen twee vissen glanzen, als waterwezens die geluk bewaken. En onderaan, haast onopvallend, zit zijn muis — klein, oplettend, trouw — alsof ook nieuwsgierigheid hier een plaats van vrede heeft gevonden.
Onder Shiva
Onder de blik van Shiva lijkt de muur zelf te ademen. Op een gouden schaal danst hij het ritme van de wereld bijeen, een beweging die tegelijk schept en oplost. Achter hem ontvouwen zich andere verhalen: de stille meditatie van de asceten, de zachte aanwezigheid van Rama en Sita, kleurvlakken die als echo’s van devotie tegen de wand liggen. Alles beweegt hier — zelfs wat geschilderd is — alsof de tempelwand een eigen adem heeft, een plek waar dans en stilte elkaar moeiteloos vinden.
Zoals vaak in India overal tempels en tempeltjes.
Terug naar de Ganges om over de ghats naar het Bharat Kala Bhavan Museum te gaan.
Hier het Jain‑monument voor de 23e Tīrthankara, Bhagwan Pārśvanāth, met bovenaan zijn beeld in meditatie en onderaan het reliëf van koe en leeuw die samen drinken: een beeld van volmaakte vrede tussen wezens die normaal elkaars tegenpolen zijn.
Jain ghat.
Moderne street art.
Ook tussen de traptreden ingeklemd.
Trappen
Op de trappen van de ghats bereiden priesters hun rituelen voor. In witte dhoti’s, met strepen heilige as op borst en schouders, mengen ze offers en gebeden terwijl het ochtendlicht over de stenen glijdt. Ze doen dat niet alleen voor zichzelf, maar vooral voor de pelgrims die hen betalen om namens hen te bidden. Plastic zakken en bronzen kommen liggen naast elkaar — een vanzelfsprekende mengeling van oud en nieuw, van heilig en alledaags.
Moderne street art
Langs de ghats verschijnen soms beelden die niet uit steen of ritueel zijn, maar uit verf en licht. Deze drie muurschilderingen — Shiva, een sadhu en Kali — lijken uit de muur zelf te ademen. De kunstenaar heeft hun gezichten niet verheerlijkt, maar tot stilte gebracht: Shiva met gesloten ogen, haar als stromend water, de sadhu in rood en as, en dwingende blik, Kali met vurige drievoudige blik, haar tong rood en scherp. Samen vormen ze een hedendaagse echo van de stad — Varanasi als levend altaar, waar goden en mensen elkaar in verf ontmoeten.
Dit is het Bharat Kala Bhavan Museum. Het museum verbood het maken van foto’s. Men vond het erg spannend om een westerse toerist een kaartje te verkopen en binnen te laten. Ik moest een locker gebruiken voor mijn rugzak, camera en telefoon. Bij de toegangscontrole zaten drie medewerkers. Ieder met zijn of haar eigen functie en bij alle drie ging ik langs.
Alice Boner
Het museum heeft sinds 1990 een Alice Boner‑galerij, genoemd naar de Zwitserse kunstenares die jarenlang in Varanasi woonde en er haar onderzoek naar Indiase miniaturen ontwikkelde. Haar naam kende ik al van het Museum Rietberg in Zürich, waar delen van haar nalatenschap worden bewaard, maar toen had ik nog niet deze context helder. Pas hier in Varanasi viel alles op zijn plaats: de stad waar ze werkte, schreef en verzamelde, en waar haar aanwezigheid nog steeds voelbaar is.
De collectie is de moeite waard maar ik kan er hier niets van laten zien. U zult naar Varanasi moeten gaan. Iets dat ik zo-wie-zo kan aanraden.
Via de ghats ga ik weer terug naar mijn guest house.
In het stof
In India duiken overal kleine beelden op, vaak op plekken waar je ze niet direct verwacht. Ze lijken achteloos neergezet, maar zijn sporen van rituelen die nog maar net zijn afgerond. Na een feest of huiselijke verering worden zulke figuren niet weggegooid, maar eerbiedig achtergelaten — tussen aarde, potten en verdorde bloemen. Zelfs in het stof blijft iets van devotie hangen: een stille echo van het gebed dat hier klonk.
Ook in mijn tweede bericht over Verso staat een vroegmodern drieluik centraal. De curator, Bodo Brinkmann, kiest bewust voor een ‘herhaling’.
Bazel, Kunstmuseum Basel, Verso, Bartholomäus Bruyn der ältere and Geldorp Gortzius, Adoration of the Magi, Annunciation with donor, Flight into Egypt with female donors, Saint George, Saint Christopher, circa 1525 – 1530 and 1600, öl auf eichenholz.
Maar het is geen echte herhaling:
de makers zijn andere kunstenaars dan die van het vorige drieluik
de schilders van dit werk hebben elk aan hun eigen panelen gewerkt, niet samen aan één paneel
het centrale paneel heeft hetzelfde thema: de aanbidding door de drie koningen de heilige familie krijgt daarop meer nadruk, waarop het Christuskind centraal staat Dat bereikt de schilder door de koningen naar achter te plaatsen
de zijpanelen zijn aan de binnenzijde inhoudelijk vergelijkbaar met het vorige drieluik
Saint George, de draak ligt al uitgeschakeld naast zijn rechterbeen.
Saint Christopher die het kind Jezus op zijn schouder neemt om hem over te zetten naar de andere kant van de rivier.
Door de twee drieluiken met elkaar te vergelijken ontstaat wel een patroon:
de belangrijkste voorstelling staat centraal
verhalen uit het leven van Christus aan de binnenzijde van de vleugels
heiligen – beschermers en verdedigers van het christelijke geloof – aan de buitenzijde van de vleugels.
Zo ontstaat er een herhaalbaar patroon, een ritme in de drieluiken. Interessant om dat bij andere drieluiken te toetsen.
Ook bij dit drieluik zijn de achterkanten belangrijk. Ze zijn niet allemaal leeg. Ze zijn beschilderd met voorstellingen. Voorstellingen die in de kerk vaker zichtbaar waren dan het centrale paneel of de binnenzijden van de vleugels. Er zat niet alleen een ritme in de opzet van het drieluik. Ook het gebruik was deel van een ritueel ritme: het drieluik was meestal gesloten met de buitenzijden van de vleugels in het zicht alleen op speciale feestdagen opende het drieluik zich. Alleen dan waren het centrale paneel, de donoren en de aanvullende voorstellingen te zien. Daarna sloot het drieluik zich weer voor enige tijd. Als je eenmaal weet dat het drieluik meestal gesloten was, vallen de buitenzijden anders op.
Dan blijft er nog één lege achterkant over: die van het centrale paneel. Blijkbaar bestaat dat paneel uit tenminste twee delen.
Een label van een veiling en twee labels van Kunstmuseum Basel. De drie uitgesneden letters vertellen misschien ook nog een verhaal. Maar wat dat verhaal is weet ik niet…
De foto’s zijn gemaakt over meerdere dagen. De laatsten vanochtend.
De overlast voor omwonenden wordt zoveel mogelijk beperkt/
Er vreet iets aan het dak…
Smakelijk.
Vandaag mijn laatste bericht over de tentoonstelling Apocalys, vrees en hoop in het Huis van het Boek.
Huis van het Boek, Apocalyps, Müge Yilmaz, The adventures of Umay Ixa Kayakizi (with Elibelinde, Apkallu, Hecate and Pitrak), 2021 – 2026, verschillende materialen.
Les Epistres de St Paul, Mons, 1697.
Hartmann Schedel, Liber Chronicarum, Neurenberg, Anton Koberger voor Sebald Schreyer en Sebastiaan Kammermeister, 23 december 1493.
De hoop: de hemelpoort met Petrus die daarvan de sleutel vasthoudt.
Interessant bladnummer boven aan de pagina.
Een bijzonder beeld…
Christus met zwaard en lelie
In de Liber Chronicarum van 1493 verschijnt een opmerkelijk en zeldzaam beeld: het hoofd van Christus met een zwaard aan de ene kant en een lelietak aan de andere. Deze combinatie komt nauwelijks voor in de christelijke iconografie. Het zwaard staat voor gerechtigheid en oordeel, de lelie voor zuiverheid en genade. Samen vormen ze een visuele spanning die de dubbele aard van Christus samenvat: rechter én verlosser.
De Neurenbergse werkplaats van Wolgemut en Pleydenwurff lijkt hier een eigen, theologisch geladen vondst te hebben gedaan —een beeld dat binnen de apocalyptische context van Schedels kroniek een uitzonderlijke, bijna emblematische kracht krijgt.
Afbeeldinge en beschrijvinge van de drie aenmerckens-waerdige wonderen in den jare 1664 ’t Amsterdam en daer ontrent voorgevallen, Amsterdam, Marcus Doornick, 1664.
Het wonder van de ‘vuurighe staert-ster’.
Simon de Vries, Algemeene historische gedenk-boeken der voornaemste uytgeleesenste weereldlycke en kercklycke geschiedenissen, Leiden, Pieter vander Aa, 1698.
De aardbeving in Ragusa (huidige Dubrovnik, Kroatië).
Augustinus, La Cité de Dieu, handschrift, Parijs, circa 1410 – 1412.
Johannes Mashego Segogela, Transformation of the Devil, 1990 – 1994, hout, verf, glas, draad en metaal.
Een paar dagen geleden maakte ik een blogbericht over de structuren die ik tegenkwam tijdens een wandeling door Breda. Boomschors met schaduw, wolkenpatronen, een gebouw. Terwijl ik aan het bericht werkte, zat ik op mijn balkon. Het was tegen tien uur in de avond. Dat is het moment dat de spreeuwen hun slaapplaatsen gaan zoeken in de binnenstad. De bomen aan de singels, het Valkenberg, de bomen op het KMA-terrein. Dat zijn de typische plaatsen waar je ze kunt waarnemen. Maar die avond kozen ze een andere route. Gisteravond zochten ze weer wel een plaats boven de Cingelstraat.
Boven mijn hoofd.
De bomen hangen vol spreeuwen. Als groot, donker fruit. Zo vol dat je denkt: ‘Waar begint de boom en waar eindigt de spreeuw’.
Deze drie titels lieten even op zich wachten. Niet dat ik ze niet al een paar dagen geleden had uitgelezen. Maar de warmte gaf me onvoldoende energie om ze te beschrijven. Ik las liever nog even door in het volgende boekje.
Het zijn drie titels:
Het wilgenpatroon (The willow pattern)
Moord in Canton (Murder in Canton)
Nacht van de tijger (The night of the tiger)
Maar eigenlijk zijn het vier boeken: Het wilgenpatroon en Moord in Canton zijn volledige Rechter Tie-romans. Elk met drie verhalen die kunstig in elkaar verweven zijn. Dat zijn twee boeken. Nacht van de tijger is slechts één kort Rechter Tie-verhaal. Daar is de tekst Robert van Gulik, zijn leven, zijn werk aan toegevoegd. Deze tekst van Janwillem van de Wetering is ook als zelfstandige titel verkrijgbaar. Nacht van de tijger bestaat dus uit nog eens 2 boekjes.
Het Wilgenpatroon
Van Gulik gaat in zijn nawoord nog even in op het wilgenpatroon. Hij kiest bewust voor dit patroon als een thema in zijn roman. Hij geeft aan dat te doen vanwege de hoge herkenbaarheid ervan in het westen als “Chinees”. Dit porseleinmotief werd pas in de 18e eeuw ontworpen in Engeland. Een Engels bedacht motief in ouder en modern Europees porselein dat voor het westen het idee van China oproept. Terwijl het in China het verhaal vertelt, van motieven afkomstig uit het westen die een plaats krijgen in Chinese porseleinproductie voor de westerse markt.
Rechter Tie is in dit boek president van het hooggerechtshof. In de hoofdstad heerst een dodelijke epidemie. Alle mensen die kunnen hebben de stad verlaten en zijn de bergen ingegaan. De keizer en het hof ook. Rechter Tie is tijdelijk aangesteld tot gouverneur van de stad. Hij moet het opruimen van de doden organiseren en de rust handhaven. Met Ma Joeng en Tsjao Tai lost hij ook nog drie zaken op.
Moord in Canton
Dit is de roman die het dichtst bij keizerlijke paleisintriges komt. Daar had ik wel naar uitgezien. Maar in deze roman verplaatst het plot zich naar Canton (Guangzhou). Het geeft Van Gulik de kans om de lezers bekend te maken met de handel tussen het Midden Oosten en China. Een soort parallel met de handel tussen het westen en China die voor een groot deel ook via Canton verliep.
Van Gulik begrijpt mijn interesse in de paleisintriges wel want hij verwijst in zijn nawoord naar de historische roman van Lin Yutang: Lady Wu, keizerin zonder geweten. Tot nu toe heb ik van deze titel nog geen leverbaar exemplaar kunnen vinden. Overigens lijkt Lin Yutang nog meer interessante titels te hebben geschreven: The wisdom of India (net gekocht).
In het begin leest de detectiveroman haast als een reisgids met de kaart, de waterklok en de bloemenpagode. Maar al snel neemt Rechter Tie je mee aan de hand. Nou ja, aan de hand, het is voor het eerst in de serie Rechter Tie-verhalen dat de rechter bijna radeloos is. Ook de scherpe tegenstellingen tussen de Arabische handelaren, de originele lokale bevolking en de Chinese overheersers uit het noorden van China, nemen bij vlagen veel aandacht weg van het plot. Voeg daar aan toe dat Tsjao Tai een van de slachtoffers is in dit boek. Dat alles maakt dat het vervlechten van de verhalen minder slaagt. Het boek voelt onevenwichtiger dan veel van de andere titels.
Nacht van de tijger
De titel lijkt me ongelukkig gekozen. Er komt geen levende tijger voor in het verhaal. Ik vraag me ook af of het beeldje op de omslag (ontwerp Nico Dresmé) wel een tijger is. Het lijkt me meer een leeuw. Met regelmaat wordt het kunstvoorwerp dat als illustratie wordt gebruikt op de omslag ook benoemd in het colofon. Vaak lees je dan ook tot welke collectie het behoort. Maar dat ontbreekt in dit deeltje.
Het verhaal speelt zich af in één nacht, tegen een onheilspellend decor van een aanval op een fort waarin Rechter Tie zich bevindt. Tie lost alles op, zelfs de belegering, maar niet met de scherpte die we zo gewend zijn.
Het verhaal lijkt me te snel geschreven, er zijn teveel thema’s die wel worden genoemd maar niet tot volledige ontplooiing komen. Van de Wetering en de uitgeverij plaatsen de titel als laatste in de reeks terwijl in het nawoord Van Gulik expliciet aangeeft dat deze titel direct volgt op Nagels in Ning-tsjo. Alles om een extra titel te kunnen slijten. Jammer.
Met deze drie boeken komt een einde aan een hele periode van leesplezier. Half april begon ik met Robert van Gulik, zijn leven, zijn werk. Vandaag rond ik het af door kort stil te staan bij de laatste drie deeltjes. Ik heb de deeltjes met veel plezier gelezen. De komende tijd zal ik proberen Lady Wu te bemachtigen maar in de tussentijd zullen er wel andere titels zijn waar ik me mee vermaak.
Maak je niet ongerust Geen wolkendoktor of wolkendokter ik wil niets van dat alles
Ik zag alleen het avondrood gisteravond langzaam van kleur veranderen Tegelijk met de vormen van de wolken
Eigenlijk wachtte ik op de zwermen spreeuwen die normaal boven het centrum te zien zijn Maar gisteravond bleven ze weg; de lucht hield hun plaats open.
Dus bleef ik alleen achter met de wolken en hun veranderende vormen en kleuren
Ik ben het boek Anatomie van het atelier aan het lezen. Het is een weergave van een serie lezingen die de kunstenaar William Kentridge in het kader van de Slade Lectures, begin 2024 gaf aan de Universiteit van Oxford. William Kentridge is een witte Zuid-Afrikaan. Hij heeft zijn ateliers in Johannesburg.
Tip: Als je het boek wilt lezen helpt het als je werk van William Kentridge gezien hebt. Het boek is ruim voorzien van afbeeldingen, maar de relatie tekst - afbeelding is door de lezer zelf in te vullen. Dan helpt het een beetje vertrouwd te zijn met zijn werk.
Zijn schrijfstijl is erg prettig: voor een kunstenaar redelijk eenvoudige taal, redelijk praktisch, in een bij vlagen poëtisch jasje:
Als je een tekening hebt, een landschap, bijvoorbeeld een landschap van Constable, kijken we er misschien drie seconden naar, of tien seconden, of zelfs een minuut. Maar dat zijn onze drie of tien seconden; dat is onze minuut. Maar zodra de tekening in beweging komt – het bewegen van gebladerte, een vogel die door de lucht vliegt – vindt er een verschuiving plaats. De zes seconden waarin de vogel voorbijkomt, behoren toe aan het beeld.
Pagina 38-39.
De titel van dit bericht is uit het voorwoord door Alfred Schaffer. Het is nog een voorbeeld van de sfeer van het boek. De vertaling van het boek door Anna Helmers-Dieleman draagt ook zeker bij aan de leesbaarheid.
Ik heb nu het eerste hoofdstuk gelezen: Dat wat ik getekend heb. Daarbij heb ik wel hulp nodig gehad om alles te begrijpen wat Kentridge wil zeggen. Ik los dat op door met Copilot ‘in gesprek’ te gaan over het boek. Zo heb ik gisteravond nog lang vragen gesteld rond de laatste zin van het hoofdstuk:
Maar de tekeningen en films die ontstaan, zijn niet het tegendeel of het gevilde skelet, maar eerder een fragment ervan, dat wordt geprojecteerd door zijn verlichte schaduw.
Pagina 42.
Tip: Het boek lijkt me bij uitstek geschikt om als groep studenten of kunstgeïnteresseerden te lezen. Dan kun je elkaar ondersteunen bij het vinden van de kapstokken in de tekst die voor jouw verduidelijking nodig zijn. Soms zul je zo'n kapstok helemaal niet snappen en soms denk je dat je het snapt, maar dan blijkt het toch anders te kunnen. Bij uitstek geschikt voor dialoog.
Het is zeker niet alleen verhelderend voor mensen met een beroep in de beeldende kunsten. Het is interessant voor iedereen die zich soms vragen stelt over kunst in de meest brede zin van het woord.
Tijd om weer verder te gaan met lezen. Mocht je besluiten het boek ook op te pakken dan veel plezier ermee en misschien kun je laten weten hoe je het ervaart.
William Kentridge, Anatomie van het atelier. Uitgeverij Cossee.
Het warme weer van de afgelopen dagen levert allerlei interessante structuren op: de bliksem tegen de donkere wolken van de nacht, de regendruppels die spatten en verwaaien van het dak van de buren.
Maar ook de bloemen in de stiltetuin midden in het centrum van Breda. De harde schaduw op de boom of muur. Het groen, het water en de wind in het park. Een gebouw, en wat voor een! Opnieuw boven ons, de vormen van de wolken.
– een eerste verkenning van de achterkanten van schilderijen –
In Bazel werd een tentoonstelling gehouden over de achterkant van schilderijen: Kunstmuseum Basel, Verso, Tales from the Other Side. Heel interessant, dacht ik. Vooral als je geïnteresseerd bent in de herkomst (provenance) van kunstwerken:
Wanneer is het gemaakt?
Hoe is het gemaakt?
Wie heeft het gemaakt?
Bij wie is het in bezit geweest door de jaren (eeuwen) heen.
Daarvoor kunnen etiketten op de achterkant van een schilderij van belang zijn. Etiketten aangebracht door eventuele musea of veilinghuizen. Soms noteren die veilinghuizen ook wie de aanbieder van het werk was en wie de uiteindelijke koper. In een ideale situatie is er dan een complete administratie bijgehouden met datum van inbreng, van verkoop en van eventueel onderzoek.
Maar de insteek van Kunstmuseum Basel bleek veel breder. De ‘achterkant’ van een schilderij dat onderdeel is (geweest) van een triptiek hoeft helemaal niet minder belangrijk te zijn dan de ‘voorkant’. Sterker nog, op die ‘achterkant’ is dan helemaal geen plaats voor stickers of plakkers. De tentoonstelling Verso – Tales from the Other Side gaat veel dieper in op de betekenis en functie van de achterkant van een schilderij. ‘Verso’ is daarbij een goed gekozen titel. Het is een woord dat in de manuscriptstudie wordt gebruikt als tegenhanger van ‘Recto’. Verso is dan de kant die je als tweede leest. In de term zit geen waardeoordeel verborgen over het belang van het blad.
De tentoonstelling is niet meer te zien. Ik zag hem op 10 september 2025.
De nummers in de tekst zoals 1.1 en 1.2 verwijzen naar de werken die er te zien waren in de eerste groep werken. Op de website van Kunstmuseum Basel noemen ze dit de eerste zaal.
De tentoonstelling maakt gebruik van werken uit eigen collectie. Helaas heeft men bij de tentoonstelling geen catalogus uitgegeven maar er is een website met informatie over de tentoonstelling. Voor mij was de tentoonstelling spectaculair. Er waren zoveel goede voorbeelden, perfect in beeld gebracht.
Het eerste schilderij is een triptiek, een schilderij met twee vleugels. Die vleugels konden open gezet worden zodat de centrale afbeeling zichtbaar werd. In die stand worden de meeste drieluiken in musea getoond. Dit werk toont zeven voorstellingen:
De aanbidding door de Drie Koningen, de centrale voorstelling.
De persoon die het schilderij betaalde en zijn zonen, linkervleugel, binnenkant, onder
De echtgenoot van de donor en hun dochters, rechtervleugel, binnenkant, onder
De aanbidding door de herders, ook op eerder genoemde linkervleugel, binnenkant, boven
De vlucht naar Egypte, op de eerder genoemde rechtervleugel, binnenkant, boven
De aankondiging (anunciatie), de engel Gabriël, linkervleugel, achterkant
De aankondiging: Maria, linkervleugel, achterkant
De centrale voorstelling heeft natuurlijk ook een achterkant. Al de voorstellingen en achterkanten waren te zien.
Bazel, Kunstmuseum Basel, Verso, Antwerpener Meister, The adoration of the Magi; Adoration of the Shepherds with donor and sons; Flight into Egypt with Donatrix and daughters, Annunciation, 2. viertel 16. Jh (second quarter of the 16th century CE), öl auf holz.
Het is alles bij elkaar een heel complex werk. De vele figuren op de centrale afbeelding en het afbeelden van twee verhalen op één vleugel, maken het nog ingewikkelder.
Nogmaals de Aanbidding door de Drie Koningen maar nu zonder de engeltjes en overige toeschouwers.
Twee voorstellingen: De vlucht naar Egypte en de vrouw van de donor met 4 dochters en haar familiewapen.
Op de bovenste afbeelding zie je, bijna stiekum, twee herders om de hoek kijken naar Maria en Josef en het pasgeboren kind. Onderaan knielt de doner met naast zich de oudste zoon (?). Vervolgens zie je nog eens 11 jongetjes. Ook de donor toont zijn familiewapen.
De engel Gabriël brengt zijn boodschap. De eerste schildering op de achterkant.
Gabriël brengt zijn boodschap bij Maria die op de achterkant van de andere vleugel is geschilderd.
De achterkant van de centrale voorstelling toont minstens twee interessante zaken: Een onderbroken lijn van blokjes hout. Zou dat een spoor van een reparatie zijn?
Het tweede element zijn de lables die op de achterkant geplakt zijn. Ze zijn beide van Kunstmuseum Basel. Beide bevatten het inventarisnummer van het werk: 1233.
– over wat je ziet wanneer je vóór het ritueel even de tijd neemt om rond te kijken –
In de nachttrein kreeg alle passagiers een fles water met als etiket reclame om een maaltijd te bestellen. Compleet met QR-code voor je mobiele telefoon.
De nachttrein had me naar Varanasi gebracht. En mooi op tijd. Het station ligt een eind van de ghats af, maar mijn hotel was daar juist dichtbij. Op het station waren voldoende mogelijkheden om verder te reizen. Ik koos een rickshaw. Zelfs een rickshaw kan niet tot heel dicht bij de ghats komen. Vanaf een kruispunt, een paar honderd meter van de rivier af, mogen ze passagiers meenemen of afzetten. Op die plaats is het een pandemonium van mensen, voertuigen en koeien. Het is een fantastisch kleurrijk gezicht met veel kruidige geuren. Al die verschillende sari’s, al die verschillende mensen, al die verschillende activiteiten op dat ene kruispunt. Met een man van de militaire politie die dat allemaal regelt. In de vijf dagen dat ik er was heb ik dat niet anders meegemaakt. Hooguit iets minder druk en met maanlicht in plaats van zon.
Iedere keer als ik India bezoek overvalt me de diversiteit van het land. De kleuren, de mensen, hun gewoontes. Niet dat ik het niet eerder al eens gezien heb. Maar iedere keer valt het weer op. Ook hoe praktisch en vindingrijk de mensen zijn.
Het laatste gedeelte moet je dus te voet afleggen. Google Maps was voorlopig voldoende om me op koers te houden. Er loopt een brede weg direct naar de ghat, de trappen naar beneden richting het Gangeswater. Maar eerst moet je zover zien te komen. De brede weg is een soort levende markt, weinig echte kraampjes maar vooral mensen die op de grond zijn gaan zitten om er groente, fruit en kruiden te verkopen, winkels die tegen de pui en aan de rand van de weg nog wat extra koopwaar hebben staan. Daartussen allerlei groepen mensen, bedevaartgangers. De groepen kunnen groot zijn maar het kunnen ook gezinnen zijn. Of een eenling zoals ik. De meeste mensen komen natuurlijk uit India. Sommige westerlingen waren gisteren nog in de flower power sixties. Overal mannen die je koffer willen dragen, voortduwen, vasthouden. Het vergt wat doorzettingsvermogen om ze van me af te houden.
Het voetgangersdomein.
Even een filmpje maken voor op instagram?
De Ganga Aarti verbeeld op de plaquette. De boot is in een interessant perspectief.
Bij de ghat aangekomen volgt het moeilijkste deel van mijn voettocht. Dichter bij het hotel wordt Google Maps moeilijker te volgen. Uiteindelijk moest ik de weg vragen en gelukkig waren er bordjes met de naam van het hotel. Ik liep een tijd door een smal straatje dat ‘parallel’ aan de Ganges loopt. Winkels aan beide kanten, vooral veel stoffen in alle kleuren en souvenirs. En natuurlijk restaurants en backpackerhotels en hostels. Het wegdek is ongelijk met hier en daar een plas water moet je opletten voor bijvoorbeeld de motoren die gebruik maken van dezelfde straat. Zoals bijna overal in India zijn er overal mensen om je heen. De meeste zijn kleiner dan ik ben, wat prettig is voor het overzicht. Het duurt niet lang voor je gewend bent aan wat op het eerste gezicht een chaos lijkt maar wat een zichzelf sturende drukte zal blijken te zijn waar iedereen zijn weg vindt. Het hotel was nog een paar trappen omhoog. Het was er rustig. Heel vriendelijke mensen.
Een restaurant in de buurt van het hotel.
Deze gast wordt toch verzocht ergens anders te gaan eten.
Zo begon mijn derde bezoek aan Varanasi. De eerste keer was in 1995, de tweede keer in 2016. Maar niet eerder zo lang of alleen.
Als ik later op de dag over de ghat loop zie ik dat de voorbereidingen voor de Ganga Aarti in volle gang zijn.
Wie even de tijd neemt om rond te kijken bij de Dashashwamedh Ghat, zelfs al is het alleen tijdens de voorbereiding van de Aarti, ontdekt beelden die meer vertellen dan hun eenvoud doet vermoeden.
De godin en haar waterwezens
Bij de Dashashwamedh Ghat, waar iedere avond de Ganga Aarti plaatsvindt, staat een beeld dat misschien niet uitblinkt door verfijning, maar zeker door haar directe kracht.
Ganga Devi zit centraal in de afbeelding. De golvende achtergrond verbeeldt het Gangeswater, de rivier zelf — waardoor Ganga Devi verschijnt als levende stroom.
In haar rechterhand houdt ze de kamandalu, de waterkruik die verwijst naar reiniging en spirituele zuiverheid; in haar andere hand de trishul, de drietand die haar band met Shiva markeert.
Onder haar verschijnt waarschijnlijk een gestileerde makara, het mythische waterdier dat in volkskunst vaak tot een visachtige vorm is vereenvoudigd. Hier niet zo eenvoudig te herkennen door de verse bloemguirlandes,
Boven haar flankeren twee olifantenkoppen het geheel: geen verwijzing naar Ganesh, maar symbolen van waterkracht en overvloed.
Zo vormt dit beeld een compacte samenvatting van de rivier als godin — niet als verheven kunstwerk, maar als visuele bron van devotie, gemaakt om de massa te raken en het ritueel te dragen. Zo’n beeld laat zien hoe volksdevotie haar eigen beeldtaal vormt, direct, herkenbaar en volledig ingebed in het ritueel van de rivier.
India, Varanasi, Dashashwamed Ghat, de voorbereiding voor de Ganga Aarti is in volle gang.
Op deze eerste avond in Varanasi van deze reis laat ik het feitelijk ritueel aan me voorbij gaan. In het volgende bericht over Varanasi ga ik het wel bijwonen.
Huis van het Boek, Apocalyps, Hal Lindsey, The late great planet earth, 1970.
Frans Masereel, Debout les Morts, Geneve, Albert Kundig, 1917.
Yubin Lee, Being of Saerang-i, 2023 – 2026, gouache en octopusinkt op hanjipapier.
– van een tijdreizende pilaar naar een tempel die werkelijk niets aan de verbeelding wil overlaten –
De acceptatie van electrisch aangedreven voertuigen heeft nog wel een weg te gaan.
Een schoolgebouw met een mooie muurschildering. Maker: Linas Kaziulionis uit Lithouwen.
Alles met een relatie naar Shiva Nataraja trekt meteen mijn aandacht. Ook dit bijzondere hotel.
De gevel heeft Japanse trekjes.
Toen ik het complex binnenging was ik nog steeds wat uit mijn doen. Archeologische ruïnes vragen om context, en die had ik deze keer niet. Als bezoeker van een complex dat zeven eeuwen oud is, loop je al snel verloren rond.
India, New Delhi, Kotla Feroz Shah.
Zonder te weten wat het ooit geweest is, blijft wat je ziet betekenisloos: muren zonder functie, ruimtes zonder verhaal. Het is hetzelfde gevoel dat je kunt hebben bij Romeinse of Griekse ruïnes — je ziet vormen, maar je mist het systeem waar ze ooit deel van uitmaakten. Misschien had ik Feroz Shah Kotla vooraf moeten bestuderen; nu liep ik er onvoorbereid in, en dan is het lastig om te begrijpen wat je ziet.
Feroz Shah, pyramidal structure met bovenop de Ashoka Pilaar.
Kotla Feroz Shah is de zogenaamde vijfde stad van Delhi, gebouwd rond 1354. Het is een uitgestrekt complex met verdedigingswerken, een paleis, een moskee, een baoli en zelfs een duivenverblijf. In het complex staat een speciaal opgetrokken, verhoogde structuur die Feroz Shah liet bouwen om de Ashokan Pillar uit de 3de eeuw v.Chr. daar te kunnen plaatsen — een object dat toen al bijna twee millennia oud was, en dat hier, op zijn nieuwe sokkel, nog sterker de indruk wekt dat het door de tijd heen is verschoven.
Detail van de Ashoka Pilaar en de inscriptie.
Veel van de stenen van het complex zijn later hergebruikt bij de bouw van Shahjahanabad, waardoor het geheel nog meer aanvoelt als een plek die door de tijd heen is losgeweekt.
De Moskee.
De bewaker die vond dat hij toch echt mijn gids moest zijn, hielp mijn stemming die dag niet bepaald. Maar zulke figuren horen er nu eenmaal bij; elke ruïne heeft zijn eigen menselijke bijvangst.
Het bovengronds deel van de Baoli lijkt op een cirkelvormige, lage muur met nissen.
Een kijkje door een van de nissen.
Restanten van het paleis.
Het complex is een groot terrein metveel ruimte voor de tuin.
Alles bij elkaar werd het een soort ‘kliekjesdag’. Na mijn ochtendwandeling, Feroz Shah Kotla en mijn eerste solo‑treinavontuur in India had de rickshawchauffeur nóg een idee: de Akshardham Temple. Een recent gebouwd tempelcomplex waar werkelijk alles tot in het uiterste is doorgevoerd: beelden die nooit alleen staan maar in groepen van tientallen, voorstellingen van niet één heilig verhaal maar van alle verhalen tegelijk, hoven en voorhoven die elkaar blijven opvolgen, vijvers, bibliotheken, restaurants, en een parkeerterrein van meerdere voetbalvelden. Het heilige der heilige is een gouden swami. Het geheel is zo perfect afgewerkt dat er geen enkel beeld een hoekje mist. Voor mij voelt het bijna als een religieuze megastructuur — overweldigend, totaal — maar voor de bezoekers blijft het onmiskenbaar een oprechte religieuze ervaring.
Onderweg naar de Akshardham tempel.
In het enorme tempelcomplex mag je geen foto´s maken maar men had een gids in het Nederlands !
Het taalgebruik zegt veel over wat er te zien is. Men gebruikt in de tekst veel containerbegrippen als± uniek, Indiase cultuur, ongeèvenaarde, Fakkeldrager enz.
Op het treinstation in New Delhi had ik nog voldoende tijd voor de trein zou vertrekken. Dit is de toegangsticket voor de lounge op het stationsperron. Een ruimte met stoelen waar het iets rustiger is dan op het perron.
De trein ging naar Varanasi.
De foto is van deze middag en het is vandaag te warm om de zon in de kamer te laten schijnen.
Er hangt een tentoonstellingsposter in mijn kamer. Bovenaan staat de naam van de kunstenaar. De rest is een feest van kleur en suggestie. Suggestie van beweging. De tekst die erbij staat lijkt aan te geven dat het om een tentoonstelling van Jean Tinguely gaat in . Ergens rond november 1986 was die tentoonstelling. Maar ik heb er nooit bewijs van kunnen vinden dat die tentoonstelling ook daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Maar dat maakt niet uit. Ergens in het begin van de jaren tachtig zag ik zijn fonteinen voor het eerst: The Stravinsky Fountain bij het Centre Pompidou in Parijs en de Tinguely Fountain in Bazel.
Bazel, Jean Tinguely, Tinguely Fountain.
Op de laatste dag van mijn korte vakantie in Zürich ging ik vroeg in de ochtend met de trein naar Bazel. Op dezelfde dag zou ik in de avond de nachttrein terug naar huis nemen. Maar zover was het nog niet. Er was nog veel kunst te zien, waaronder de Tinguely Fountain.
Een specifiek onderdeel van die vijver heeft me altijd aangesproken. Een zwart apparaat dat samen met nog een aantal machines in die vijver staat. Het doel van het apparaat is om mijn zijn beentjes, die aan het eind hoefvormige voetjes lijken te hebben, het water weg te trappelen. De motor fier in top. Alsof het apparaat een kuil aan het graven is. Moe wordt het apparaat niet (want het is een apparaat). Dat is maar goed ook, want kleine hoeveelheden water wegduwen heeft niet zo veel effect in een vijver. Eigenlijk is dat waar voor alle machines in de vijver: ze verplaatsen water en toch het wateroppervlak verandert er niet door. Natuurlijk, er zijn soms druppels te zien, bellen in het water, het regent er, het borrelt er, het schuimt, soms spat het water uiteen. Maar je kunt zeggen dat er eigenlijk ook niets gebeurt. Hoe dan ook, het is er een magische plaats.
Huis van het Boek, Apocalyps, Susanne Inglada, Way Out IV, 2025, houtskool, acrylverf en pastel op papier.
Hans Feibusch, The revelation of Saint John the Divine, Londen, Collins, 1946.
Kort beworp vande dry teghenwoordighe aenmerckens-weerdighe wonderheden des wereldts, Keulen, Jan van Souffenborgh, 1656.
Warachtighe beschrijvinghe ende levendighe afbeeldinghe van de meer dan onmenschelijcke ende barbarische tyrannije bedreven by de Spaengiaerden inde Nederlanden, 1621.
Tieleman Jansz. van Braght, Het bloedig tooneel of martelaers spiegel der Doops-gesinde of weereloose Christenen, Amsterdam, H. Sweerts, 1685.
Herinneringscentrum Kamp Westerbork, De 102.000 namen, Den Haag, Boom Uitgevers, 2018.
Lana Mesiĉ, Fainah and Camille uit de serie ‘Anatomy of Forgiveness, 2014, Hahnemühle Photorag Print.
Robert van Gulik, …, schreef Nagels in Ning-Tsjo in Beiroet, gedurende de zomer van 1958. De Libanon was weer eens in rep en roep en de burgeroorlog had zich tot de voorsteden van Beiroet verspreid maar Van Gulik was onze gevolmachtigde minister voor het Midden-Oosten en er werd van hem verwacht dat hij op zijn post zou blijven. Alleen, zijn familie was al enige tijd geëvacueerd, woonde hij in zijn met zandzakken gebarricadeerde huis en amuseerde zich met het op schrift stellen van de lotgevallen van zijn held, Rechter Tie.
Helaas is de inleiding van Nagels in Ning-Tsjo van een ongepaste luchtigheid die je vaker tegenkomt als er in het westen gesproken wordt over gewelddadige conflicten ergens in de wereld. Een soort van neokoloniale houding.
Robert van Gulik, Nagels in Ning-Tsjo. De omslag valt een beetje uit de toon omdat er deze keer geen mooi, oud, Chinees voorwerp te zien is.
Het is intussen 2026, achtenzestig jaar later, en er vallen nog iedere dag slachtoffers in Libanon. Dit jaar door Israël.
Iemand (LV?) tekende aan, het boek gelezen te hebben in 1981. Ik heb me aangesloten bij de gewoonte dit te vermelden.
Ook in deze Rechter Tie-roman lost Tie meerdere moorden op. Het boek in zijn geheel eindigt in een enorme climax waarbij de carrière van Rechter Tie zowel op het spel staat als nieuwe hoogtes bereikt.
In veel deeltjes heeft Van Gulik een stadsplattegrond opgenomen om het voor de lezer eenvoudiger te maken de verwikkelingen te volgen. Iedere keer moet ik naar het stadscentrum van Xi’an denken dat nog steeds een ommuurd, rechthoekig plan heeft.
Helaas is Het Onthoofde Lijk een complex verhaal dat tegelijk elementen bevat die wel erg onwaarschijnlijk zijn. We zien dat ook bij De Vermoorde Koopman maar daar zet Van Gulik deze zwakte om in een heel sterk slot. De nieuwe benoeming wordt dan de kers op de taart.
30/06/2026 Ik ben helemaal vergeten te vermelden dat in Nagels in Ning-Tsjo wachtmeester Hoeng Liang vermoord wordt. Deze oudste en trouwe raadgever van Rechter Tie. Hoeng werkte al voor de familie van Rechter Tie toen Tie nog een klein kind was. Zijn overlijden krijgt maar een mager plaatsje in deze detectiveroman.