Schutbladen voor omslagband

De glazen kralen die ik besteld heb zijn er nog niet
en ik was er nog niet helemaal uit hoe ik in het perkament
en het leer de gaten ga prikken om de katernen
met strengels te gaan inbinden.
Bovendien was het gisteren in de werkplaats erg warm.
Tijd voor wat afleiding en dus heb ik twee vellen
zwaarder papier omgewerkt naar schutbladen.
Het papier is 235 gram, met de computer en printer
heb ik de pagina’s voorzien (aan beide kanten)
van een bedrukking. Daarbij heb ik geput uit de
illustraties die straks ook in het boek te zien zijn.
(Afkomstig uit ‘Kriezels, aubergines en takkenbossen’)

IMG_1106SchutbladZwartWit

Omdat tekst en afbeeldingen in het boek straks allemaal zwart/wit zijn, wil ik de gebruiker van het boek oproepen toch vooral veel kleur te gebruiken.


IMG_1107SchutbladIngekleurd

Maar dat doe je denk ik toch het beste met kleur. Dus met kwast en ecoline nog meer kleur toegevoegd.


IMG_1108Schutblad

Een vel wit papier zijn 4 bladzijdes. Eén bladzijde zal volledig tegen de perkamenten omslagband worden geplakt. Die heb ik dus niet bedrukt of van kleur voorzien maar de andere bladzijdes dus wel. Een kant door te spatten met ecoline.


IMG_1109Schutblad


Omslagband met directe strengeling

De foto bij dit verhaal gaat niet veel tongen losmaken.
Ik weet het.
Toch ben ik druk bezig geweest.
Ik wil mallen maken voor de verstevigingsstukken
die de buitenkant van de rug gaan versieren
van de Omslagband met directe strengeling.
Ik heb besloten deze stukken te laten doorlopen van het achterplat,
over de rug tot op het voorplat.
Eerst wilde ik er leer voor gebruiken uit een tas.
Maar de echt stevige (hoek-) stukken waren te klein en de reststukken
die groot genoeg zijn van die tas, zijn van een dunnere leersoort.
Daar een stuk uitsnijden betekent dat ik me beperk voor het geval
ik dat materiaal nog een keer wil gebruiken om er een boek
mee in te binden.
Daarom besloten het uit een rood stuk afvalleer (geit skiver) te snijden.
Toen ik mallen maakte om die uit te proberen, om de maat en de
verhouding van de stukken leer tot de ruimte die nodig is om
het boek te binden met perkamenten strengels, liep ik
tegen allerlei problemen aan.
Daarom moet je vaak passen en meten in plaats van alleen opmeten
met een liniaal. Zet de band of de katernen of het boek even los in elkaar
om te zien of je nog goed zit. Ik zat fout en moest corrigeren.
Overigens heb ik in 1 mal al de gaten geprikt waar straks
de strengels door komen. Intussen is het rode leer gesneden en kan
het bij een volgende gelegenheid al op de rug gelijmd worden.

IMG_1105OmslagbandMetDirecteStrengelingPassenMallenVoorLerenVerstevigingsstukken

Hier pas ik de twee mallen nog een keer op de stapel katernen. Ik gebruik twee kleuren katernen: 4 bruine en 3 blauwe. Die bruine worden gestrengeld op de plaats die Goddijn in zijn boek aangeeft (op twee plaatsen per katern). De blauwe strengel ik tussen de verstevigingsstukken (met maar één strengel per katern). In de hoogte van de rug benut ik dan de volle hoogte terwijl ik de katernen meer ruimte geef dan wanneer ik alle katernen op dezelfde manier zou binden. Confused? You won’t be after the next episode of de Argusvlinder (vrij naar de aftiteling van de komedie Soap)


Omslagband met directe strengeling

Mijn huidige project is de “Omslagband met directe strengeling”
zoals beschreven in hoofdstuk 3.2 van het boek van Peter Goddijn.
Het betreft een 18e eeuwse binding, de zogenaamde langsteekband.

Daarvoor ben ik bezig om 4 katernen te maken de gedeeltelijk
bestaan uit geprinte bladen.
De afbeeldingen die ik print op die bladen komen uit de catalogus
‘Kriezels, aubergines en takkenbossen’ die bij een tentoonstelling
in Museum Meermanno is verschenen.
In de catalogus probeert Anne S. Korteweg randversieringen in Noordnederlandse
handschriften van de 15e eeuw te verdelen in categorieën en
het op die manier mogelijk te maken te bepalen
wanneer en waar een boek is gemaakt.
De bladen die niet met afbeeldingen zijn voorzien zijn de
pagina’s die je kunt gebruiken om de modellen van de
randversieringen na te tekenen.
Om het boek voldoende dikte te geven heb ik nog drie blanco katernen
toegevoegd. Dat brengt het totaal op 7 katernen (oneven is
mooier dan een even aantal). De bladen hebben nu alles bij elkaar
drie kleuren.
Nu de katernen gereed zijn begin ik aan de strengels.

IMG_0942RandeversieringenDeVierCentraleKaterneneVoorMijnOmslagbandMetDirecteStrengelingGoddijn

Dit zijn de vier centrale katernen. Ze bestaan uit bedrukte (donkerder bruin papier) en onbedrukte vellen (geel papier). Hun gewicht is vergelijkbaar. De formaten komen nog niet overeen en daarom ga ik het boekblok snijden.


IMG_0966EenVanDeBoekjes

Voor ik de vellen bedruk maak ik een proefdruk. Die bind ik apart in als vier deeltjes. Hier een voorbeeld van een bedrukt blad.


IMG_0967KaternenInDeBlokpers

Hier zitten de katernen voor een nachtje in de blokpers.


IMG_0976BijproductVierBoekjes

Dit zijn de vier boekjes die ik van de proefdrukken gemaakt heb. Genummerd (snijden en spatten).


IMG_0977DrieSoortenPapier

Dit zijn de katernen uit de blokpers. Je ziet de verschillende kleuren papier.


IMG_0978MisschienNietMiddeleeuwsMaarHetBoekblokIsGesneden

Hier is het boekblok gesneden. Dat is misschien bij een oud boek niet de manier. Als je de indruk van handgeschept papier wilt hebben dan is dit niet de manier om dat te doen.


IMG_0979AfwisselendeKaternenKleurBindingPlaats

De katernen zijn geprikt. Zie dat ik de blauwe katernen op een andere plaats en maat op 2 plaatsen geprikt heb. Dat doe ik om de strengels dadelijk zoveel mogelijk ruimte te geven in de rug.


IMG_0982StrokenPerkamentInWaterMetPVA

Een strengel is in dit verband een smalle strook perkament die na bevochtiging opgerold wordt zodat er een soort garen ontstaat. Omdat Goddijn spreekt over het bevochtigen met stijfsel heb ik het deze keer gelegd in een mengsel van water en PVA (boekbinderslijm). De vorige keer heb ik alleen water gebruikt. Eens zien hoe dit werkt.


IMG_0985StrengelsOpspannen

Je zet het vochtige perkament aan een kant vast op een stuk karton of iets dergelijks en dan draai je het perkament (dat heel soepel is geworden door het vocht) rond zodat er een soort koordje ontstaat. Naast stengel wordt dit ook een nestel genoemd. Als de strengels straks droog zijn worden ze weer hard maar blijven ze wel gedraaid. Zo gaan ze straks dienen als garen om de katernen aan de rug te binden.


IMG_0987NietAlleenVanEenRechtStukPerkament

Eigenlijk heb ik geen restperkament om strengels van te maken. Bovendien is perkament duur. Nu heb ik stukken die korter zijn dan ik nodig heb. Daaruit heb ik een stuk gesneden van 6mm breed. Dat snij ik in de lengte bijna helemaal doormidden. In plaats van een kang stuk van 40 centimeter heb ik nu twee stukken van 20 cm die aan een kant nog aan elkaar zitten. Als je die vochtig maakt behandel ik het net zo als een lange strook. Ergens in het midden blijft er dan een stukje uitsteken. Ik denk dat ik dat er straks afknip.


IMG_0988PasOpHierWordenStrengelsGemaakt

Ik heb de andere huurders van de FutureDome op de hoogte gebracht: Pas op! Hier worden strengels gemaakt.


Vandaag eens zien of de strengels goed gedroogd zijn.

Om niet alleen te pronken met andermans veren

of in dit geval: vossenharen,
ook nog even stilstaan bij het feit dat ik het tweede
katern voor de “Omslagband met directe strengeling” af heb.
Ik heb een hele reeks voorbeelden uit het boek “Kriezels,
aubergines en takkenbossen” overgenomen.
Het boek gaat over het penwerk of de randversieringen
in Noordnederlandse, vijftiende-eeuwse handschriften.
De samenstelling van het boek was in handen van Anne S. Korteweg.

IMG_0916KaternII

Om niet steeds een leeg boek te moeten inbinden bestaan straks de vier katernen uit twee delen: een deel van 4 bladen met afbeeldingen van randversieringen en een blanco deel van 5 bladen. Zo kom ik toch aan een katern van 8 bladen. Dikke katernen die er voor zorgen dat er straks voldoende ruimte is om de katernen in te binden met perkamentstrengels maar die ook voldoende ruime laten om inscheuren te voorkomen.


IMG_0917KaternIIKlad

Met mijn printer heb ik eerst een soort correctieversie geprint op gewoon papier. De versie die uiteindelijk in het boek gaat landen is gemaakt met een zwaardere papiersoort. Dat heb ik zo ook voor katern 1 gedaan.


IMG_0918ArgusvlinderDeelIEnII

Beide proefkaternen zijn ieder op zich ingebonden in een kaft die ik al had liggen.


Het boek “Kriezels, aubergines en takkenbossen” is zo interessant
omdat het categorieën van versieringen heeft proberen te identificeren
en die vervolgens te plaatsen in de tijd en in de plaatsen waar
deze boekdecoraties zijn ontstaan.
Zo kun je een handschrift uit Utrecht herkennen op basis van de
decoraties die in het boek zijn aangebracht.

Omslagband met directe strengeling

Het volgende boek dat ik wil gaan maken komt ook uit het boek
van Peter Goddijn: Westerse boekbindtechnieken van de Middeleeuwen tot heden.
Het is hoofdstuk 3.2 Langsteekband, 18e eeuw.

Omdat ik er niet zo van houd steeds maar
lege boekmodellen te maken heb ik voor dit boek iets bedacht.
Ik ga weer uit van 4 katernen, van hetzelfde papier als ik
gebruikt heb voor de Omslagband met lias.

Maar ieder katern krijgt 3 zacht gele bladen minder, dus 5.
Die vervang ik door drie A4 bladen (bruin of blauw)
van 160 gram. Het zacht gele papier is nog zwaarder.

Op die nieuwe bladen komen voorbeelden uit het boek
‘Kriesels, aubergines en takkenbossen’.
Die kan de lezer of gebruiker van het boek dan overtekenen
op de lege ruimtes en de lege pagina’s.

Zo is het een boekmodel maar heeft het ook een inhoud (al
wordt de inhoud op zijn beurt weer door modellen gevormd).

IMG_0758OmslagbandMetDirecteStrengelingKriezelsAuberginesEnTakkenbossen

De maat van het zacht gele papier is groter dan dat van het nieuwe bruine papier. Ik moet nog nadenken of ik dat gelijk ga snijden.


IMG_0763OmslagbandMetDirecteStrengelingKriezelsAuberginesEnTakkenbossen

Ik had twee exemplaren geprint. Bij dit exemplaar zie je ook de achterkant waar twee modellen te zien zijn van Utrechtse kronen. Alle voorbeelden zijn voorbeelden van randversieringen in middeleeuwse boeken. Okay, de boekbindtechniek is 18e eeuws en de modellen van randversieringen zijn 15e eeuws. Daar zit dus wel wat tijd tussen. Perfect past dat niet maar het past wel bij mijn doel.



Kriezels, aubergines en takkenbossen…of…Dikke bulten met sterretjes

KriezelsAuberginesEnTakkenbossenRandversieringInNoordnederlandseHandschriftenuitDeVijftiendeEeuw

Tentoonstellingscatalogus. De tentoonstelling ‘Kriezels, aubergines en takkenbossen – Randversiering in Noordnederlandse handschriften uit de vijftiende eeuw’ werd van oktober 1992 tot januari 1993 gehouden bij Museum Meermanno-Westreenianum. Het Museum van het boek zette zijn beste beentje voor samen met de Koninklijke Bibliotheek.


Deze keer legde men de nadruk niet op de prachtige miniaturen
maar op de randversieringen in de handschriften.
Onder leiding van dr Anne S. Korteweg was een studie gedaan naar
de regionale verschillen en de verschillen in de tijd
om niet alleen de versieringen in groepen te kunnen indelen
maar ook om nieuwe aanvullende hulpmiddelen te krijgen bij het dateren
van handschriften en om de oorsprong van handschriften beter
te kunnen bepalen.

Tijdens het lezen van een blog of iets dergelijks kwam ik de titel
van de catalogus tegen en ik vond het direct interessant.
Toen ik de catalogus ontving bleek er een soort schat in de schat te zitten.
Als illustratie van de tekst zijn voorbeelden opgenomen van
die verschillende versieringen.

Dat ga ik als idee gebruiken voor een volgend middeleeuws boek
dat ik ga maken van perkament. Ik heb een hekel aan lege boeken,
maar een boek waarin je randversieringen kunt oefenen lijkt me leuk.

Eerst maar eens wat voorbeelden van de tekeningen en hun namen.
Want die namen zijn soms ook bijzonder.

Randversieringen 003Diversen 01Leverbloemblaadjes

De leverbloem.


Randversieringen 004Diversen 01BonteStijl

De bonte stijl, meteen een ingewikkelde.


Randversieringen 003Diversen 03Driespits

De driespits.


Randversieringen 003Diversen 02Muskuskruid

Het muskuskruid.


Randversieringen 005DiversenMetUtrechtsDraakje 02NaarElkaarToebuihendeLijmemMetPuntjesEnStreepjes

Naar elkaar toebuigende lijnen met puntjes en streepjes. De namen zijn niet van mij.


Randversieringen 005DiversenMetUtrechtsDraakje 01UtrechtsDraakje

Deze kende ik van latere tentoonstellingen in Utrecht: het Utrechts draakje.


Randversieringen 004Diversen 02GoudenBlaadjesMetInkthaartjesl

Gouden blaadjes met inkthaartjes.


Randversieringen 005DiversenMetUtrechtsDraakje 03LijnenEindigendMetScherpeKnik

Lijnen eindigend met scherpe knik.


Randversieringen 001EenvoudigeStaafStaafMetKrullendeStengel

Eenvoudige staaf met krullende stengel.


Randversieringen 005DiversenMetUtrechtsDraakje 04EindVanDeLijn

Eind van de lijn.


Randversieringen 002Diversen 01Driespits

Nog een driespits.


Randversieringen 006DikkeBultenMetSterretjes

Dikke bulten met sterretjes.


Randversieringen 002Diversen 04Magrietje

Margrietje.


Randversieringen 002Diversen 03Nucleus

Nucleus.


Randversieringen 002Diversen 02Leeuwetand

Leeuwetand.


Dit is nog maar een klein begin.
De catalogus staat vol met over te tekenen voorbeelden.
Ik zie me deze voorbeelden al zo gebruiken in mijn boeken.
De voorbeelden worden ook getoond op afbeeldingen van de handschriften.

Helaas zijn, geheel in lijn met andere catalogi uit die tijd,
veel van de afbeeldingen van handschriften in zwart-wit.
Maar een aantal van hen is vast ook te vinden in meer recente
publicaties of in de betreffende musea. In full colour.

Jammer dat ik de tentoonstelling toen niet gezien heb.
Mooi dat er zo’n prachtige catalogus van is.

De tekeningen zijn een beetje digitaal ‘schoongemaakt’.

Het boek wordt in een meer recente publicatie (Masterscriptie Verdult 30-08-2017)
als volgt beschreven:

De penwerkdecoratie van de Noordelijke Nederlanden bestaat uit vele verschillende vormen, kleuren en motieven en heeft per regio specifieke kenmerken waaraan deze kan worden herkend.
Korteweg wijdde hier als eerste een specialistische studie aan, met als uitkomst een belangrijk overzichtswerk: Kriezels, aubergines en takkenbossen. Randversiering in Noordnederlandse handschriften uit de vijftiende eeuw.
Deze studie is een standaardwerk om penwerkdecoratie te traceren en een handschrift nader te lokaliseren en dateren.

De masterscriptie heeft als onderwerp:

HANDSCHRIFT BPH 170:
VERLUCHT IN HET OOSTEN?
ONDERZOEK NAAR DE INSPIRATIEBRONNEN VAN
DE VERLUCHTERS EN HET GEBRUIK VAN MODELLEN
IN DE NOORD-NEDERLANDSE MINIATUURKUNST
VAN DE VIJFTIENDE EEUW

en is van:

KATHLEEN VERDULT
MASTERSCRIPTIE
KUNSTGESCHIEDENIS OUDE KUNST
STUDENTNUMMER: 4021789
UNIVERSITEIT UTRECHT
30-06-2017
SCRIPTIEBEGELEIDER: MARTINE MEUWESE
TWEEDE LEZER: ED VAN DER VLIST