Omslagband met lias

Zo heet het boek(model) dat ik ga maken in het boek van
Peter Goddijn: Westerse boekbindtechnieken van
de Middeleeuwen tot heden.
Het is een relatief eenvoudige vorm van het inbinden van een
aantal katernen in een perkamenten omslagband.
Het is relatief eenvoudig in de zin dat de band direct
met de katernen wordt ingebonden. Veel minder stappen voor de
handboekbinder dus veel minder kans op fouten.
Daar staat tegenover dat de tekst van Goddijn niet
altijd even vanzelfsprekend is.
De hele beschrijving zijn 4 kantjes en daar staan heel wat
afbeeldingen op. Toch heb ik die vier kantjes al vele malen gelezen
de afgelopen dagen, daarbij heb ik andere hoofdstukken van het boek
en een voorbeeld op internet geraadpleegd, om tot de volgens
mij juiste interpretatie van de tekst te komen.

Op internet staat een beschrijving en een foto van Boekmodel 14.
De naam lias komt van het latijnse ‘ligare’, dat ‘binden’ betekent.
Ik ken geen latijn maar rijgen lijkt me ook een goede vertaling.

IMG_0654OmslagbandMetLias

Omslagband met lias. De foto’s heb ik gemaakt terwijl het boek op mijn schoot lag, dus die zijn soms vertekend. Wil je er meer van weten, koop dan het hele mooie boek.


Dit hierboven is de schets van een Omslagband met lias.
Bij het maken van een boek is er eigenlijk sprake van een hele
constructie die door de boekbinder wordt gemaakt.
Daarbij worden allerlei materialen gebruikt.
Hier wordt het perkament (in die tijd, 18e eeuw, een goedkoop materiaal)
er als het ware om heen geslagen en met de katernen, het papier,
aan elkaar geregen.
De sterkte van het boek komt vooral van de materialen zelf,
niet zozeer van de kunstige constructie.

IMG_0656AchtKaternenVan!2Dubbelbladen

De met rood onderstreepte zinnen laten zien dat de tekst niet altijd even helder is.


‘Vouw acht katernen van twaalf dubbelbladen elk.’

Een katern gevouwen met 12 bladen papier is veel, heel veel.
Normaal zie je 4 bladen in een katern, of 6.
Dan vond ik ook verwarrend dat bij het volgende boekmodel (Omslagband
met directe strengeling) een uitroepteken staat bij de opdracht
katernen te vouwen uit 10 bladen.

Dan de term ‘dubbelblad’.
Het boekbinden is een ambacht met enorm veel woorden die we alleen
bij het boekbinden gebruiken. Zeker als je dan ook nog kennis wilt nemen
van boekbinden in een andere taal, is de spraakverwarring compleet.
Een dubbelblad is een stuk papier dat je om te gebruiken in een katern
in twee gelijke stukken vouwt. Tekening 277 (rechtsonder) laat dat zien.

‘Maak de band niet te groot, bijvoorbeeld 16 x 12 (hxb) cm.’
Wat ik verwarrend vond is de term ‘band’. De band is getekend op
tekening 277. Je ziet daar duidelijk dat de band veel breder is dan hoog.
De schrijver bedoelt dat de voorkant van het te maken boek 16 centimeter hoog
wordt en de breedte van de voorkant van het boek 12 centimeter.
De band wordt dan 16 bij 24 centimeter + de ruimte nodig voor de rug.

De tekeningen zijn dan weer wel erg goed.

IMG_0655Naaien

Hier zie je precies hoe het binden in zijn werk gaat en hoe je er voor zorgt dat je met één draad al de katernen aan het perkament kunt rijgen.


IMG_0659VierKaternenVanTwaalfDubbelbladen

Dit zijn de eerste vier katernen. Ieder katern bestaat uit 12 bladen. Ze zijn groter dan de afmetingen die Goddijn opgegeven heeft. Het gaat in dit geval om papier dat overgebleven is van een eerder project. Om daar reepjes van af te halen vind ik zonde. Mijn papier lijkt niet op handgeschept. Het boek geeft aanwijzingen hoe je dat kunt imiteren. Ik twijfel nog om 8 katernen te gebruiken. Ik heb daar voldoende papier voor maar met 8 katernen maak je een boek met zo’n 384 pagina’s. Daar gaan er 2 af om als schutblad te worden gebruikt. Da’s veel. Als ik 4 katernen gebruik zijn het nog steeds 192 bladzijdes. Maar dan wordt het boek natuurlijk dunner. Ik denk er nog over. Intussen liggen de 4 katernen in de boekenpers (die stap staat niet in het boek.


Pallieter

Vandaag heb ik nog even gewerkt aan mijn exemplaar van Pallieter.
Nadat ik het boek uit de boekenpers heb gehaald heb ik een stuk
gaas op de rug gelijmd. Dit gaas is straks het echte verband
tussen de band en het boekblok.
Daarnaast heb ik papier uitgezocht voor het schutblad en
dat vast op maat gemaakt.
Als het gaas goed gedroogd is kan ik het boekblok later
deze week op maat snijden en het schutblad bevestigen.
Het schutblad is een Italiaanse schutblad. Heel klassiek.
Ik heb er voor gezorgd dar de afbeelding op het papier
zowel vooraan als achterin het boek met hetzelfde detail
begint: links en bovenaan.

IMG_0658ItaliaanseSchutbladenVoorPallieter

De twee schutbladen.


Don

Er is maar 1 Don.
Don Quichot, de man van La Mancha.
Ik ga aan de vertaling van Barber van de Pol beginnen
maar het laat me maar niet los dat er in de vertaling
geen gebruik is gemaakt van noten om de lezer bewust te maken
van de keuzes en onderliggende kennis die bij het vertalen
van dit boek kwam kijken.

IMG_0657Miguel de Cervantes Saavedra De vernuftige edelman Don Quichot van La Mancha vertaald door Barber van de Pol 15e druk 2018

Miguel de Cervantes Saavedra, De vernuftige edelman Don Quichot van La Mancha, vertaald door Barber van de Pol. 15e Druk, 2018.


Dus nog een keer:

Barber van de Pol heeft als compensatie het boek “Cervantes & Co” uitgebracht.
De ondertitel van het boek is: “In plaats van voetnoten”.

Het boek is zogezegd uitgegeven in plaats van voetnoten.
Die voetnoten ontbreken volledig in de vertaling die Van de Pol maakte van Don Quichot.
Persoonlijk vind ik dat erg onhandig en haar argumentatie rammelt,
naar mijn gevoel, aan alle kanten.

Een paar voorbeelden uit “Cervantes & Co”:

Pagina 50:

“Er mochten geen noten of toelichtingen in mijn vertaling komen, want die stonden er bij Cervantes ook niet bij en al stonden ze er in nieuwe Spaanse edities meestal wel bij en in vertalingen ook bijna altijd, ik voegde me willens en wetens bij de kleine schare die het boek voor zichzelf wilde laten spreken, omdat het als een boek van alle tijden en eeuwig modern die weelde kan dragen.”

Miguel de Cervantes Saavedra leefde van 29 september 1547 – 22 april 1616.
Ik wil de Don Quichot 400 jaar later lezen.
Ik spreek of lees geen Spaans, anders had ik het boek wel in de originele taal gelezen.
Maar daarnaast heb ik geen kennis van de Spaanse cultuur van 400 jaar geleden.
Ik weet niet welke ridderromans er in Spanje verschenen, hoe de schelmenstroming
in de Spaanse literatuur er uit zag.
Wat mensen aten, wat de Spaanse omgangsvormen waren, enz.
Dat is de reden dat er in nieuwe Spaanse uitgaves en in vertalingen
voetnoten worden opgenomen om de lezer te helpen het boek te begrijpen.
Door de lezer niet te helpen maak je het boek ontoegankelijk en stom (niet sprekend).

Van de Pol trekt volgens mij dezelfde conclusies als ik:

Pagina 58:

“Je kunt met het begrip kwaliteit erg sollen, vooral als het om iets nagenoeg onzichtbaars als vertalen gaat.
Een vertaler heeft minder inbreng dan sommigen het willen doen voorkomen, maar als ik dit vaststel impliceert dat geen pleidooi voor onverschilligheid.
Voor een gemeenschap is het belang van adequaat overgebracht vreemd cultuurgoed onmiskenbaar en voor een individu is nauwkeurig lezen dat.”

Pagina 67:

“Ik besefte die ochtend van het gesprek bij Havekate (Argusvlinder: taalkundige Henk Havekate) eens temeer wat een unieke bevindingen je als vertaler doet door gestage closereading.”

Even verder op pagina 67:

“Er komt aan het doen van vertaalkeuzes bij een klassiek boek vaak secundaire literatuur te pas, die deels handig is voorgesorteerd in het notenapparaat bij allerhande al bestaande uitgaven.
Pas als ik op basis van specialistische literatuur of noten, en na gesprekken met deskundigen, meen te weten wat bijvoorbeeld het al genoemde ‘Vuestra Mereed’ (Van Dam en Werumeus Bunning hebben steeds ‘UEd.’) destijds waard was naast het ‘tú’ of ‘vos’ van toen, kan ik in het Nederlands naar eigen inzicht per geval, en met alle andere gevallen in mijn achterhoofd een knoop doorhakken.
‘Gij’ is voor Noord-Nederlanders gauw een beetje raar, ‘jij’ is wel eens te vlotjes, ‘u’ is niet zelden tuttig en heeft eveneens een tijdsgebonden smaak, en zo wik en weeg ik.”

Daarom zou een toelichting op het werk (meer dan een verantwoording en nawoord)
op zijn plaats zijn geweest.

Perkament

Deze week een nieuw avontuur gestart.
Ik ben perkament gaan kopen.

Al een paar jaar geleden kocht ik een veel geprezen boek
van Peter Goddijn: ‘Westerse boekbindtechnieken van de Middeleeuwen
tot heden: een handleiding voor het maken van boekmodellen.
Een mooi gemaakt boek maar heel erg gemaakt voor mensen die
de materie al machtig zijn.

Maar omdat ik binnenkort de kans heb een groot aantal van de boekmodellen
te zien, heb ik het boek nog eens ingekeken.
Achterin het boek staan drie eenvoudigere modellen: boeken die
op eenvoudige manier ingebonden zijn. Voor die tijd goedkoop.
Vooral bedoeld om de boeken in een archief te bewaren.
Boeken waarvan de band uit perkament bestaat.

Maar waar koop je dat?
Op Facebook bestaat een groep ‘Boekbinders onder elkaar’.
Laat ik daar de vraag eens stellen.
De reactie was geweldig. binnen een dag was ik al in contact
met iemand die perkament maakt en verkoopt in Nederland.

Het perkament dat ik gekocht heb is van een geit.
De persoon waar ik het van koop heeft ook perkament van kalf.
De eerste boeken die ik ga maken met dit materiaal zijn niet erg
zwaar daarom heb ik gekozen voor een stuk dan niet zo dik is.
Hopelijk is dat ook eenvoudiger te verwerken.
Het stuk dat ik gekocht heb is naturel.
Er schijnt ook gebleekt en gebeitst perkament te bestaan.
Ik moet nog veel leren!

Nu is het even wachten op de post.

Kapittelstokje – tijd om me te schamen

Nog niet zo lang geleden bezocht ik de tentoonstelling
‘Strengels en Letters’ in Kasteel Wijchen. Daar zag ik voor het eerst
een kapittelstokje.
Het idee is zo eenvoudig en tegelijk zo briljant dat ik me
schaam dat ik zelf niet eerder op het idee gekomen ben.
We kennen allemaal het leeslint.
Een boek heeft vaak één en soms twee leeslinten.
Zijn die niet aanwezig dan gebruik ik meestal een boekenlegger.
Maar er bestaat ook zoiets als een ‘mobiel leeslint’,
dat noemt men een kapittelstokje.

In het blad van de Stichting Handboekbinden schreef Astrid Beckers
van Atelier Libri een artikel over de tentoonstelling en daarbij
werden een hele reeks foto’s geplaatst. Ook een van een kapittelstokje.
Zoiets zou ik graag willen hebben.

IMG_0645KapittelstokjeInBladStichtingHandboekbinden

Links de foto met een kapittelstokje met drie leeslinten in twee kleuren. Rechts mijn probeersel. Een stukje bamboe, ingezaagd om er een leeslint en een koordje aan vast te kunnen maken. Dat wil ik bekleden met leer en verder vullen met iets.


Op internet wat gezocht maar je komt meestal uit bij een siersluiting
voor halssieraden waarbij met ook iets kent (dat er op lijkt)
en dan met een kapittelstokje noemt.
Kan ik het niet zelf maken?

IMG_0646EenKoordjeEenLeeslintBamboeLeerDeMakeupKapittelstokje

Een stukje groen leer, geit skiver wordt het genoemd. Een dun stuk, gekleurd leer van geit. Niet heel erg sterk maar voldoende denk ik voor dit doel. Voordeel is dat ik de zijkanten binnenstebuiten kan dichtnaaien en het dan omkeren. Handwerken heb ik nooit gehad, dus met een naald ben ik niet sterk, maar moet kunnen.


IMG_0648KapittelstokjeeerstBinnensteBuitenDraaienDanOpMaatSnijden

Eerst de zijkanten genaaid. Het moet natuurlijk breed genoeg zijn om er zo dadelijk het stokje bamboe in te krijgen.


IMG_0649KapittelstokjeNaaiwerk

Zo ziet het er omgekeerd uit. Pas op niet te dicht aan de rand naaien want dan trek je het garen door het leer heen.


IMG_0651LerenKapittelstokjeMetBamboeKern

Het bamboe past en de laatste kant heb ik recht afgesneden. Dat recht afsnijden doe ik volgende keer meteen aan het begin maar deze eerste keer had ik geen patroon om van te vertrekken.


IMG_0652LerenKapittelstokjeMetTweeLeeslinten

Dit is mijn kapittelstokje. Zoals je hem hier ziet is hij 7,5 centimeter breed. Dat maak ik de volgende keer veel smaller. Naast het bamboe zit er nog wat materiaal in van een demakup pad, watten kunnen ook, textiel ook, enz. Misschien dat ik de volgende keer ook probeer een andere vorm te maken. Nu lijkt het een beetje op de vorm van een trapezium. Met de breedste kant onder.


IMG_0653KapittelstokjeOpBoek

Zo ziet de kapittelstok er uit in actie op een boek (Borges).


Pallieter

IMG_0642FelixRimmermansPallieterPagina48Ster

Pagina 48 en 48* van Pallieter door Felix Timmermans. Deze uitgave in van Atelier de Ganzenweide in losse katernen. Een (deel van een) katern met een inbindinstructie en één deel van een katern met pagina 48*. Deze worden allemaal meegebonden.


IMG_0643FelixTimmermansPallieterGenaaid
Het boekblok is genaaid. Je kunt zien dat de eerste pagina van het boek de inbindinstructie (aanwijzingen worden ze genoemd door Rob Koch)  is.


IMG_0644felixTimmermansPallieterInDeBoekenpers

Het boek zit in de boekenpers en de rug is ingelijmd. Morgen ga ik dan het gaas op de rug aanbrengen en kan ik aan de band beginnen. Dan moet ik ook nog eens nadenken over het schutblad. De boekband wordt groen leer.


De kunst van het reizen

JanEngelmanDeKunstVanHetReizen-NietVeelZaaksInRomeDeTijd19530829VanWeekTotWeek02ArtikelBovensteHelft

De Tijd van Zaterdag 29 augustus 1953. Uit de serie ‘Van week tot week’ door Jan Engelman: De kunst van het reizen – Niet veel zaaks in Rome. Een recensie van het boek van Hella S. Haasse: Klein reismozaïek. Italiaanse impressies. Het Wereldvenster, 1953.


Ik heb geprobeerd het artikel in te scannen en het dan
zo leesbaar mogelijk te maken.

JanEngelmanDeKunstVanHetReizen-NietVeelZaaksInRomeDeTijd19530829VanWeekTotWeek01Kop01
JanEngelmanDeKunstVanHetReizen-NietVeelZaaksInRomeDeTijd19530829VanWeekTotWeek01Kop02

JanEngelmanDeKunstVanHetReizen-NietVeelZaaksInRomeDeTijd19530829VanWeekTotWeek01Kolom01

Zoals eerder neem ik nu ook weer de hele tekst van het artikel op
zodat het goed doorzoekbaar wordt.

De postkoets
Reizen naar het buitenland worden tegenwoordig met groot gemak ondernomen, snel volbracht en met vlotheid ingelijfd bij de herinneringen.
voor de reispenningen maakt men een potje en de reisgenoot is meestal door en door bekend, dus aan die kant zijn er geen moeilijkheden.
Struikrovers komen alleen nog in romantische opera’s voor, al schijnt er enige neiging te zijn tot wederinvoering van het instituut, het paspoort verleent legitimatie en beveiliging in “all the countries of the world”, men heeft zelf alleen te letten op zakkenrollers, lieden die het op uw auto of valies voorzien hebben en de gewone pogingen tot afzetterij, die in Nederland even frequent zijn als in Napels.

Wat let u dus verfrissing , ontwikkeling en verruiming van de blik te zoeken, door de foldertjes der reisbureaux zo ruimschoots beloofd?
Ieder jaar een ander land!
Zó zit men in de Goudsbloemdwarsstraat op het duivenplat in de motregen en twee dagen later bakt men bruin op een strandje van Mallorca.
Honkvast is alleen nog Godfried Bomans, die is van het Spaarne en Brinkmann niet weg te slaan.

Een speciale categorie van reizigers wordt gevormd door de “culturelen”, dat zijn de mensen die in de gaten hebben, dat een cocktail, volgens internationaal recept bereid, in het Victoriahotel in Amsterdam precies eender smaakt als bij Danieli te Venetië of het Waldorf-Astoriahotel te New York.
Zij willen niet, als de Amerikanen, het Prado “doen” in drie kwartier en zij laten zich niet “cooken”.
Zij zoeken zelf, zo goed en zo kwaad als het gaat, en zij hebben het land aan de Baedeker met zijn onaantastbaarheden.
De primus bij deze improviserenden is voor lange tijd Bertus Aafjes, die zijn reis te voet heeft volbracht, nog een weinig

JanEngelmanDeKunstVanHetReizen-NietVeelZaaksInRomeDeTijd19530829VanWeekTotWeek01Kolom02

in de stijl van de middeleeuwers, die naar Sint Jacob van Compostella togen, n’en déplaise (geen aanstoot) de kwaadsprekerij van enig zijner geloofsgenoten, toen hij eenmaal terug was en van zijn ervaringen in dichtmaat verslag had gedaan.

Tot die z.g. culturele reizigers mag men ook grif rekenen Hella S. Haasse, die het vorig jaar met haar man en zijn Renault naar Italië is geweest en daarover causerietjes voor de radio heeft gehouden, die zij thans verenigd heeft in een door “Het Wereldvenster” uitgegeven boekje 1).
Zij is echter niet zo maar een cultureel reizigster, die voor haar genot reist, uit nieuwsgierigheid of “uit verlangen een lang in gedachten gekoesterd beeld te toetsen aan de onberekenbare en daarom altijd boeiende werkelijkheid”, zoals zij het uitdrukt.
Tot deze genotzieken behoorde, als ik me goed herinner, Louis Couperus.
Hoe bestaat het, dat wij zijn stukjes over futiliteiten, in het buitenland gezien en beleefd, nooit meer vergeten.

Hella S. Haasse heeft diepere bedoelingen gehad, voor haar is reizen het “ik”, het “wij” verplaatsen “in vreemde werelden, om tegen een altijd wisselende achtergrond, in onvoorziene omstandigheden, temidden van mensen, dingen en landschappen, die hun eigen-aardigheid niet op de eerste blik prijsgeven, dat “ik”, dat “wij” te zien in nieuwe scherper reliëf…”
Door middel van het a n d e r e wil zij bereiken een reek van confrontaties met het e i g e n e, dat steeds ervaren wordt als de zwaarste, meest omvangrijke, nooit en nergens achter te laten bagage….
Dat is dus niet gering, het doet haast denken aan hetgeen Thomas á Kempis heeft gezegd over het feit, dat men, waar men ook heen tijgt, altijd zichzelf meeneemt.
De schrijfster meent niet volledig te zijn, als zij die “instelling”, zo drukt zij zich uit, niet bekent.
Verwacht wacht echter niet, dat men over die bagage verder wordt ingelicht.
Zij waarschuwt ons: van dat “grottenonderzoek” zal verder geen sprake zijn.

Omdat ik aan dit artikel begon ben ik op internet gaan zoeken
naar genoemd boek en dat heb ik gevonden.

HellaSHaasseKleineReismozaiekItaliaanseImpressiesHetWereldvenster1953-01Band

Hella S. Haasse, Klein reismozaïek. Italiaanse impressies. Het Wereldvenster, 1953. niet de meest spannende boekomslag. Maar wacht even. Hoe zit het er aan de binnenkant uit?


HellaSHaasseKleineReismozaiekItaliaanseImpressiesHetWereldvenster1953-02SchutbladISpreekmeester

Dat is al veel beter. Het schutblad is misschien zelfs wel speciaal voor dit boek gemaakt door I. Spreekmeester. De tekenaar tekent een druk toeristisch en cultureel Italië.


HellaSHaasseKleineReismozaiekItaliaanseImpressiesHetWereldvenster1953-03Titelblad

Dit is het titelblad van mijn exemplaar van Klein reismozaïek.


Maar de rest van het artikel?
Dat volgt hier.

JanEngelmanDeKunstVanHetReizen-NietVeelZaaksInRomeDeTijd19530829VanWeekTotWeek01Kolom03TekstBoven

Wat er bij het reisje aan diepten is blootgelegd, het wordt ons onthouden.
In de plaats daarvan wil zij ons geven “enkele spiegelbeelden van een werkelijkheid, die ik kon zien, ruiken, betasten, zonder veel dieper door te dringen dan de oppervlakte”.
Inderdaad, dat heeft zij verricht.
Een zekere teleurstelling maakt zich meester van de lezer van haar voorwoordje, na die bekentenis.
Maar waarom eigenlijk?
Hij zou het met dat zien, ruiken en betasten best kunnen stellen, wanneer het maar met de nodige intensiteit was geschied.
De lezer denkt weer aan Couperus en zijn gekeuvel over de rijtuigjes in Rome.
Aan Aafjes op de rommelmarkt.
Maar niets daarvan!
Zij heeft vergeefs gezocht naar het grootste monument van cultuur, waarover de Baedeker de Eeuwige Stad pleegt te houden.

 

“De werkelijkheid is anders.
In die huizenzee op de zeven heuvels, in dat doolhof van straten, pleinen en stegen moet men vaal moeizaam zoeken naar de beroemde gebouwen, gedenktekens en ruïnes, die in onze verbeelding, gevoed door indrukken van lezen en platen kijken, al een eigen imposante gestalte gekregen hadden.
De levende, hedendaagse stad eist alle aandacht op.
Men komt tot de ontdekking, dat het Rome van de Baedeker en van kunstgeschiedenis niet bestaat.
Dat is een fata morgana, een schijnstad die alleen kunstmatig gehandhaafd wordt naast het Rome van 1952.
Nergens in Italië beseft men zo goed als in Rome, dat de antieke Latijnse wereld en ook de in Italië tot rijping gekomen renaissance-wereld even onherroepelijk verdwenen zijn als Atlantis”.

JanEngelmanDeKunstVanHetReizen-NietVeelZaaksInRomeDeTijd19530829VanWeekTotWeek01Kolom03Foto

JanEngelmanDeKunstVanHetReizen-NietVeelZaaksInRomeDeTijd19530829VanWeekTotWeek01Kolom03TekstOnder

Dat lijkt mij een ernstige visie.
Het was tevens vreselijk warm in Rome, overdag tussen 32 en 37 graden en de Renault had grote moeite om tussen al die Lambretta’s en Vespa’s door te komen.
De fonteinen spoten niet, de bekoringen van het lustoord Tivoli bleven verborgen, bij de Villa d’Este was de entreeprijs te hoog.
Neen, het was niet veel gedaan, daar in die wijd vermaarde stad.
En tijd om tot September of October te wachten had men niet.
San Gimigniano moest nog gedaan worden, en Siena en Florence en een stukje van de Italiaanse Riviera, zij het cultureel en met verborgen grottenonderzoek.
Geen wonder dar al die pracht en praal van de barok toen niet meer leven wilde en dat Hella S. Haasse de Sint-Pieter maar een basiliek van pompeuze lelijkheid vond en alles erg profaan.
Zij deed wat volksstammen uit het Noorden hebben gedaan, die gaarne koeien met paarden of noten met perziken vergelijken, zij concludeerde dat de majesteitelijke rust van de kathedraal van Reims toch maar heel wat anders is en liet de koepel van Michelangelo en de getordeerde (=gedraaide) zuilen van Bernini voor wat zij zijn, een soort van verdacht theater, waarvan de “vergulde en bont gekleurde vormen niet meer corresponderen met het bestaansbewustzijn buiten de Bronzen Deuren”.
Ja, wat zal men daaraan doen?
Men beziet, beruikt en betast de dingen met de gretigheid van Couperus en Aafjes of men doet het wat gematigder.
Een feit is echter, dat de reisimpressies van de schrijfster geen flauw idee geven van de ziel en van de schoonheid van Italië, dat zij niet bemerkt heeft dat ook de ruïnes er nog levend en bewoond zijn, dat naast de luxe-badplaats Ostia fantastische opgravingen liggen en dat het onzin is om op de Janiculus te klimmen zonder het goddelijke tempeltje van Bramante op te merken.
Wat zij geeft is een reisverslag zonder kraak of smaak, dat haar doot legers van journalisten zonder pretenties verbeterd zal worden.
Hier en daar onderbreekt zij het om een stukje geschiedkundige compilatie in te lassen, korte levensbeschrijvingen van Bernardo Occhino, Da Vinci of Macchiavelli.
Maar alles geschiedt met een gebrek aan geestdrift en scherpte van blik, dat in geen verhouding staat tot de grootse uitingen van de menselijke geest waaraan zij zich waagt.
Kenmerkend daarvoor is haar schets van “de” Renaissance-mens.

Hella S. Haasse heeft zichzelf een beetje te veel meegenomen, toen zij op reis ging.
Zij had haar “ik” en haar “wij” eens moeten vergeten.
Heus, de Baedeker is een voortreffelijk boek.
Wanneer men gezien heeft wat er in staat, heeft men ongelofelijke schatten genoten, als het tenminste met dat zien, ruiken en betasten in orde is.
En wil men de Baedeker niet, neem dan het oude, mijnentwege verouderde, maar nog altijd voorbeeldige Italiaanse reisboek van Goethe ter hand, waar men lezen kan: “Sinds de dag dat ik Rome betrad, beschouw ik mij als voor de tweede maal geboren: een ware wedergeboorte heeft met mij plaatsgehad!”
Goethe begreep, dat men in een land als Italië op reis zijnde, alvorens een oordeel te kunnen uitspreken, alles bijeen moet zamelen, “uit een onmetelijke, ofschoon buitengewoon rijke hoeveelheid overblijfselen.”
Het is weinig vreemdelingen werkelijk ernst, iets grondig in zich op te nemen en te bestuderen, zo vervolgt hij.
Zij volgen slechts hun grillen en hun eigenwaan.
Misschien was de postkoets toch een cultureler vervoermiddel dan de Renault.

1) Hella S. Haasse: “Klein reismozaïek”, Italiaanse impressies.
Baarn, Het Wereldvenster, 1953.

Zelf heb ik het boek van Haasse nog niet gelezen.
Als we later dit jaar naar Italië op vakantie gaan,
met de nadruk op ‘Als’, dan zal ik het zeker meenemen en lezen.

Don Quichot, ik kan beginnen

De laatste druk van Don Quichot is al weer een tijdje binnen.
Ik wil dit boek gaan lezen.
Het is een van die boeken die iedereen kent maar hoeveel mensen het boek
ook echt hebben gelezen?
Om me een beetje voor te bereiden, en omdat ik geïnteresseerd ben
in hoe mensen een vertaling maken, heb ik het volgende boek gekocht.
En gelezen dus.

BarbarVanDePolCervantis&CoInPlaatsVanVoetnoten

Barbar van de Pol, Cervantes & Co. In plaats van voetnoten. Tweede hands gekocht voor een hoog bedrag.


Laat ik beginnen met het eindoordeel:

ik denk dat Van de Pol beter kan vertalen dan schrijven.

Nu zit ik daar niet zo over in want de recensies zijn enthousiast.
Ik lees op dit moment ook een verhaal van Borges
dat ook door haar vertaald is. Lijkt me prima.

De argumenten die ze gebruikt om in Don Quichot geen voetnoten
op te nemen schieten hun doel voorbij.
Als het boek iets aantoont dan is het wel dat de vertaler een enorme
kennis van het boek in kwestie moet hebben, de literatuur van het
betreffende taalgebied moet kennen, dat de vertaler het boek moet kunnen plaatsen
in de traditie van het genre en kennis moet hebben van eerdere vertalingen,
mogelijk naar meerdere talen. Dat al die kennis bruikbaar kan zijn
bij het beter begrijpen door de lezer van het boek en dat de lezer
zelf wel kan uitmaken of hij gebruik wil maken van die kennis.
Door de opstelling van Van de Pol is de lezer niet in die positie.

De negen essays zijn wisselend van kwaliteit.
Zelf vond ik ‘Groteske als camouflage’ heel waardevol.

Op pagina 96 lees je bijvoorbeeld:

In Don Quichot wordt gespeeld en gespot met de wetten van de roman die pas later zullen ontstaan en voorschreven dat alles in een boek moet meewerken om een autonome wereld te creëren waarbij de lezer kan wegdromen, precies wat Don Quichot deed bij zijn ridderromans, en precies wat tv-kijkers nu doen bij hun soaps. In Don Quichot is geen sprake van zo’n illusie. Steeds wanneer je op een spoor zit of bijna opgaat in een romantisch verhaal, herinnert Cervantes je eraan dat het maar verzonnen is, dat het maaksel is. Dan stelt hij een schijnbaar onbelangrijk detail ter discussie, wat je uit je vers gesponnen cocon van identificatie haalt. Hij doet dat subtiel, zodat je lacht en je niet gebruuskeerd voelt.

Door het boek heb ik nog meer zin in Don Quichot gekregen.
Laat ik maar snel beginnen.

Alles aan dit boekje is experimenteel

Al was het alleen de volgorde.
Ik ben dit boek begonnen met het bedrukken van boekbindlinnen
met een gelli-plate.
De inhoud, daar was nog niet over nagedacht.
Vervolgens bij ik afdrukken gaan maken van hout waar ik
van af moest. Het was beschikbaar gekomen omdat ik een paar
pallets klein had gezaagd.
De afdrukken zijn op papier gemaakt die heel wisselend
van karakter zijn: gekleurde kartonsoorten en bamboepapier.
De afmetingen van de afdrukken sluiten niet aan bij de grootte
van de het linnen.
Het leeslint is gemaakt van stukjes snijafval van de
houtafdrukken en deels met garen aan elkaar geknoopt.

IMG_0631AllesAanDitBoekjeIsExperimenteel

Dus alles aan dit boekje is experimenteel. De band is voorzien van spuitvernis. Maar zien wat op langere termijn daar mee gebeurt.


IMG_0632AllesAanDitBoekjeIsExperimenteel


Naaien Pallieter voorbereiden

IMG_0628Pallieter

Gisteren ben ik begonnen met het voorbereiden van het naaien van de losse katernen van Pallieter tot een boekblok. Daarbij kwam ik op pagina’s die ik nog niet eerder gezien had. Zoals deze.Netheland, interessante term (de landelijke omgeving met het wijde land langs de rivier De Nethe).


IMG_0629Pallieter

Ik ben begonnen de katernen voor te prikken zodat het naaien straks eenvoudiger verloopt. Daarbij gebruik ik deze naaimal of prikmal.


IMG_0630Pallieter

De volgende keer kan het naaien beginnen.


Pallieter van Felix Timmermans

Het boek heb ik nog nooit gelezen maar de naam
van het boek en de schrijver zijn bekend.
Atelier de Ganzenweide heeft het nu in losse katernen uitgebracht.
Gisteren heb ik de katernen eens rustig bekeken en de aanwijzingen
voor de boekbinder doorgenomen.

IMG_0622PallieterMetAanwijzingen

Bij de tekst zit eigenlijk altijd ook een katern met blanco papier. Mooi om aan het begin en/of einde van de tekst toe te voegen.


IMG_0623PallieterDoorFelixTimmermans

Maar met deze versie van Pallieter van Felix Timmermans is meer aan de hand. Ooit is dit boek verschenen met één pagina die ontbrak. Rob Koch heeft dit in deze versie meteen gerepareerd maar op zo’n manier dat dit wel zichtbaar blijft.


IMG_0624PallieterKaternMetPag48En48Ster

In deze versie zit zowel een pagina 48 als een pagina 48 met * en een pagina 49.


IMG_0625PallieterDeKaternenOpVolgorde

Dus ik heb de aanwijzingen bekeken en een enkel katern losgesneden en die in de volgorde geplaatst die mij aanspreekt.


Mijn versie van Pallieter zal deze indeling volgen:

1. Aanwijzingen voor de binder (met ingeplakt vel)
2. Half blanco katern
3. Intro
4. Katern 1
5. …
6. Katern dat eindigt met pagina 48
7. Minikatern met pagina 48*
8. …
9. Laatste katern met tekst
10 Half blanco katern

Dus ik neem de ‘Aanwijzingen voor de binder’ op in mijn exemplaar.
Op de lege pagina heb ik het bedrukte vel geplakt dat Rob Koch
ter identificatie van de stapel katernen heeft gemaakt.

IMG_0626PallieterIngelijmdVel

De aanwijzingen en dit inplakvel horen natuurlijk niet bij het verhaal van Felix Timmermans maar wel bij mijn versie.


IMG_0627PallieterDeKaternen

Tijd om dit eens te gaan inbinden. Over de band loop ik nog na te denken.


Boekenpost in het kader van 5 mei

Een tijdje geleden kocht ik een aantal jaargangen van
Boekenpost. Gisteren heb ik er een paar doorgenomen en
stuitte toen op onderstaand verhaal uit 1992 van Huub Nelis over
boeken die in de Tweede Wereldoorlog zijn gestolen in Nederland
en uiteindelijk terechtkwamen in Rusland en vandaar
weer terug naar ons land.
Een toepasselijk verhaal voor 5 mei.
De illustraties die in zijn geheel in één kolom stonden
heb ik overgenomen.

BoekenpostEersteJaargangNummer2NovDec1992 01Intro
BoekenpostEersteJaargangNummer2NovDec1992 02Titel
BoekenpostEersteJaargangNummer2NovDec1992 03Kolom1
BoekenpostEersteJaargangNummer2NovDec1992 04Kolom2
BoekenpostEersteJaargangNummer2NovDec1992 05Kolom3

BoekenpostEersteJaargangNummer2NovDec1992Omslag

1e jaargang, nummer 2, november/december 1992

BoekenpostEersteJaargangNummer2NovDec1992 06Kolom4
BoekenpostEersteJaargangNummer2NovDec1992 07Kolom5
BoekenpostEersteJaargangNummer2NovDec1992 08Kolom6
BoekenpostEersteJaargangNummer2NovDec1992 09Kolom7
BoekenpostEersteJaargangNummer2NovDec1992 10Kolom8
BoekenpostEersteJaargangNummer2NovDec1992 11Kolom9

Bibliofiele orchideeën en aardappelen

Kort geleden schreef ik een artikeltje over een prachtig boek
en gaf daarbij aan dat ik over 2 fantastische aankopen wilde schrijven.
Tot nu toe is het bij het eerste verhaaltje gebleven.
Dus vandaag los ik mijn schuld in.

Het tweede boek is geschreven door H. T. M. van Vliet:
Een orchidee tussen de aardappels – Louis Couperus bespot in woord en beeld.
De omdoos bevat twee boeken uitgegeven door Carbolineum Pers, Kalmthout, 2019.

IMG_0580HTMVanVlietEenOrchideeTussenDeAardappelsLouisCouperusBespotInWoordEnBeeldCarbolineumPersKalmthout2019

HTM van Vliet, Een orchidee tussen de aardappels – Louis Couperus bespot in woord en beeld, uitgegeven door Carbolineum Pers, Kalmthout, 2019.


IMG_0581HTMVanVlietEenOrchideeTussenDeAardappelsLouisCouperusBespotInWoordEnBeeldCarbolineumPersKalmthout2019

Ik vind vooral de manier waarop de omdozen zijn gemaakt heel mooi. De doos is van dun karton en past perfect om de boeken en vooral de rug. Bij eerdere aankopen bij Carbolineum Pers was dat ook het geval.


HTMVanVlietEenOrchideeTussenDeAardappelsLouisCouperusBespotInWoordEnBeeldCarbolineumPersKalmthout2019OmslagDeel1

Het is een grote uitgave. Meer dan 300 pagina’s in twee delen.


IMG_0616HTMVanVlietEenOrchideeTussenDeAardappelsLouisCouperusBespotInWoordEnBeeldCarbolineumPersKalmthout2019Colofon

Het colofon met portret op pagina 304.


Colofon

 

Dit boek is in 2017 – 2019 samengesteld en geschreven door H.T.M. van Vliet.
Het is in het voorjaar van 2019 uitgegeven door De Carbolineum Pers te Kalmthout, en verscheen op vrijdag 24 mei 2019 bij de opening van de tentoonstelling over hetzelfde onderwerp in het Louis Couperus Museum in Den Haag.
De karikatuur tegenover de titelbladzijde is door Gabriël Kousbroek speciaal gemaakt voor deze uitgave en voor de tentoonstelling.
het portret hieronder werd in 2002 door Bruno Vekemans getekend voor het boek “Le divin Louis. Een onbekende brief van Karel van den Oever over de Tachtigers”.
De titel van dit boek is ontleend aan een citaat van Johan C.P. Alberts (met dank aan Marcel van den Boogert), zie pagina 205.
De oplage bestaat uit 100 genummerde en door H.T.M. van Vliet gesigneerde exemplaren, waarvan de nummers I tot XX gebonden zijn in perkament en de nummers 1 tot 80 werden ingenaaid.

 

Dit is nummer 33

Helemaal los van deze publicatie las ik een tijd terug een nummer
van ‘Uitgelezen Boeken’.

UitgelezenBoekenCouperusInBeeld01Kaft

In dit nummer uit 1998 schrijft Hans van der Horst al een boekje vol over bekende en minder bekende afbeeldingen van Louis Couperus.


Het is ook opgenomen in de bibliografie die Van Vliet opnam
in ‘Een orchidee tussen de aardappels’.
We zien bepaalde prenten ook weer terug maar de uitgave van
Carbolineum Pers is veel omvattender.

UitgelezenBoekenCouperusInBeeld02VoorbeeldVanGetekendePortrettenJHSpeenhof 01 1915

Couperus door J.H. Speenhof.


UitgelezenBoekenCouperusInBeeld02VoorbeeldVanGetekendePortrettenJHSpeenhof 02

Couperus door J.H. Speenhof. Deze vind ik extra leuk door de ogen in de vazen die Couperus volgen op het podium.


Bij een eerdere uitgave, met een heel ander onderwerp,
viel me de omdoos gemaakt door Borris Rousseeuw al op.

IMG_0607JulesKarelVanWestDeOpvoedingVanBibliofielenKanttekeningenVanEenBoekbinderCarbolineumPersKalmthout2018HetBoek

Daarbij ging het om dit boek: Jules-Karel van West, De opvoeding van bibliofielen – Kanttekeningen van een boekbinder, Carbolineum Pers, Kalmthout, 2018.


Jules-Karel van West is geboren in 1889.
Hij overleed in 1969 en was heel zijn leven actief als boekbinder.
In 1953 verscheen in eigen beheer “Mémoires d’un relieur”.
In 1955 – 1957 verscheen een uitgebreidere versie hiervan in het Gentse vaktijdschrift “Grafiek”.
De titel was: “Kanttekeningen van een boekbinder”.
Het zijn deze 6 afleveringen die in dit boek verschijnen.
Borris Rousseeuw.

IMG_0608JulesKarelVanWestDeOpvoedingVanBibliofielenKanttekeningenVanEenBoekbinderCarbolineumPersKalmthout2018DeOmdoos

Dit is de heel fijne omdoos. Het boek is (lege pagina’s niet meegeteld) 48 pagina’s.


De tekst is erg leuk en tijdgebonden.
Om er even aan te ruiken de volgende regels:

Met gerechtvaardigde bezorgdheid verlangt de bibliofiel dan ook een kleurvaste bekleding van zijn fraaie boeken.
Dat is voor de boekbinder een der lastigste opgaven.
Toen een klant ons betreffende deze kleurvastheid ondervroeg, antwoordden wij een beetje binnensmonds:
“Laat ons eens kijken… groen wordt bruin… blauw wordt groen… rood krijgt, sinds het niet meer met vermiljoen wordt geverfd, een onbestemde kleur… bruin wordt geel…”
Toen barstte onze klant los: “Lap ze dan maar in ’t geel!”
We hadden het niet gewaagd hem te vertellen dat geel bruin wordt.

De opvoeding van bibliofielen – Kanttekeningen van een boekbinder
Pagina 38

IMG_0609JulesKarelVanWestDeOpvoedingVanBibliofielenKanttekeningenVanEenBoekbinderCarbolineumPersKalmthout2018BoekEnOmdoos

Het gaat hier niet om een heel dik boek maar het zit perfect in de witte omdoos met mooie belettering op de voorkant en rug (op de foto niet zichtbaar).


IMG_0610JulesKarelVanWestDeOpvoedingVanBibliofielenKanttekeningenVanEenBoekbinderCarbolineumPersKalmthout2018Colofon

Ook dit boek heeft een colofon:

Colofon

 

Deze tekst van boekbinder Jules-Karel van West is in juni 2018 digitaal gezet uit Times New Roman en in dezelfde maand eveneens digitaal gedrukt op gevergeerd Conqueror papier.
De eerste druk bestaat uit 60 genummerde exemplaren, waarvan de nummers 1 tot 10 gebonden zijn in kalfsperkament, 11 tot 40 in kartonnen band en 41 tot 60 in losse katernen, bestemd voor verwerking door nieuwe generaties boekbinders.
De exemplaren van de intekenaars zijn op naam gedrukt.

 

Dit is nummer 29,

Onze wederzijdse vriend

Met heel veel plezier heb ik het boek ‘Onze wederzijdse vriend’,
vertaald door Peter Charles, gelezen.
De originele titel is Our Mutual Friend en
de schrijver is Charles Dickens.
Het is de laatste roman die volledig door Charles Dickens is
geschreven. Er is nog niet afgemaakt werk na deze roman.
Bij het uitkomen van de roman werd aangegeven dat het toch wel
complex was.
Daarom ben ik een lijstje met de hoofdrolspelers gaan maken
op de achterkant van de boekenlegger.
Maar uiteindelijk bleek dat niet nodig.

CharlesDickensOnzeWederzijdseVriendOurMutualFriendVertalingPeterCharles

Charles Dickens, Onze wederzijdse vriend.


Vooral de passages aan het begin en het eind van het boek
zijn briljant: de scene op de Theems, de eerste kennismaking
met de Veneerings en eigenlijk sluit de roman met een scene
bij de Veneerings af.

Wikipedia:

Mr and Mrs Veneering – a nouveaux-riches husband and wife whose main preoccupation is to advance in the social world. They invite influential people to their dinner parties where their furniture gleams with a sheen that they also put on to make themselves seem more impressive. They “wear” their acquaintances, their possessions, and their wealth like jewellery, in an attempt to impress those around them. Veneering eventually goes bankrupt and they retire to France to live on the jewels he bought for his wife.

Er zitten meerdere verhaallijnen in wat het verhaal, dat natuurlijk een happy end heeft,
ook voor een moderne lezer interessant houdt.
Het loopt dan wel goed af maar het einde had melodramatisch kunnen zijn
en dat is het niet door de volgorde die Dickens kiest in het afwikkelen
van de verschillende verhalen.

Als bij een goed boek, wil je steeds de volgende pagina lezen.
Dat is natuurlijk ook een compliment voor de vertaler die het Engels
van Dickens uit 1864 – 1865 voor ons leesbaar houdt.

Pallieter

Pallieter is een roman uit 1916 van de Vlaamse auteur Felix Timmermans uit Lier. De gelijknamige hoofdpersoon is Timmersmans’ bekendste creatie. Hij is een levensgenieter.

IMG_0579FelixTimmermansPallieterInLosseKaternen

De stapel losse katernen van Pallieter door Felix Timmermans.


Vandaag ontving ik mijn exemplaar van het boek Pallieter
dat door Atelier De Ganzenweide dit jaar is uitgebracht
in losse katernen.
Om zelf in te binden.

Wikipedia schrijft er het volgende over:

Met de roman drukte Timmermans, na een zware geestelijke crisis, zijn vreugde om een vernieuwd levensinzicht uit. Deze lofzang op de natuur en de ongeremde levensvreugde is een meesterwerk voor alle tijden. Volgens Timmermans zit er in iedereen een zogenaamde “ongeschonden mens”, een blauwdruk, die tijdens de groei naar volwassenheid stilaan bedolven raakt onder opvoedkundige regeltjes, religieuze dreigingen en andere vervuiling. Pallieter maakt komaf met het teveel aan vervuilingen om zo de ongeschonden blauwdruk, de schone mens, weer terug te halen.

 

De in 1921 verschenen tiende druk van de roman was het eerste door Anton Pieck geïllustreerde boek.

 

Pallieter is een symbool geworden van het Vlaamse volk, hoewel Timmermans hem niet als symbool bedoeld had.

Ook de website van Atelier de Ganzenweide verteld nog wat feiten
over de totstandkoming van deze uitgave (gedeelte):

Al een aantal jaren krijg ik verzoeken van Belgische handboekbinders om de roman Pallieter, geschreven door Felix Timmemans (1886-1947) eens uit te geven in katernen.

 

Het is een heerlijk boek, door Frederik van Eeden omschreven als “Het lekkerste, smeuïgste, smakelijkste Vlaamsch-Nederlands dat ooit geschreven is”.

 

Wel, het komt er nu dan eindelijk van, het is een groot plezier geweest hieraan te werken.

 

In 1916 verscheen de eerste druk van Pallieter bij uitgeverij P.N. van Kampen & Zoon te Amsterdam; daarvoor waren al hoofdstukken gepubliceerd in het tijdschrift De Nieuwe Gids.

 

Nadien zijn vele herdrukken, heruitgaven en vertalingen verschenen, niet alleen in het Nederlandse taalgebied, maar ook ver daar buiten, tot in Japan toe.

 

In 2016, honderd jaar na de geboorte van Pallieter verscheen bij uitgeverij Polis een kritische editie (vijfenveertigste druk), bezorgd door Wendy Lemmens en Kevin Absillis, beiden verbonden aan de afdeling Nederlandse letterkunde van de Universiteit Antwerpen. In deze editie zijn 86 tekstcorrecties (ingrepen) aangebracht.

Die uitgave bevat voorts een boeiend nawoord van Kevin Absillis en een uitgebreide verantwoording van beide bezorgers. Graag raad ik lezing van deze toevoegingen aan.

 

Nu geeft ook Atelier De Ganzenweide een editie uit, vanzelfsprekend in losse katernen.

 

Wij hebben zoveel mogelijk de opmaak van de eerste druk gevolgd, qua zetspiegel/witmarges, woord- en regelafbreking, interpunctie en typografie; de gebruikte letter is de Hollandse Mediæval uit 1912 van Sjoerd de Roos. We hebben hierbij de oorspronkelijke spelling overgenomen met zijn non-conformistische idioom en inconsistente weergaven van namen, accenttekens en hoofdletters, en de weergave van het Lierse dialect.

Bovengenoemde 86 ingrepen van Wendy Lemmens en Kevin Abslillis hebben wij alle met hun beider toestemming overgenomen.

 

In 2015 verwierf het Stadsarchief van Lier (de stad van Felix Timmermans) een unieke verzameling publicaties van en over Felix Timmermans.

 

Een interessant artikel hierover verscheen in de Gazet van Antwerpen.

 

Belangrijk onderwerp in dit artikel is een omissie tijdens het drukproces, er werd een hele pagina (de beoogde pagina 49) overgeslagen. Het boek verscheen dus met een hiaat. Later is die pagina alsnog gedrukt als pagina 48* en konden de bezitters van die uitgave deze pagina inlijmen.

 

Op verzoek van Felix Timmermans-liefhebbers en handboekbinders hebben wij ook die bewuste pagina overgeslagen, maar wel los bijgeleverd bij de katernen als pagina 48*, die kan je dus mooi, net als in het origineel, invoegen.

Op WereldBoekenDag werd het volgende boek thuis bezorgd

IMG_E0565RembrandtXRijksmuseum

Rembrandt x Rijksmuseum. In ruim 800 pagina’s worden 300 afdrukken van etsen, 60 tekeningen en 22 schilderijen van Rembrandt besproken. Het boek is ontworpen door Irma Boom.


IMG_E0566RembrandtXRijksmuseum


IMG_E0567RembrandtXRijksmuseum


Houtdruk

De vorige keer liet ik zien dat ik weer een houtsnede
had gemaakt. Maar toen was er geen tijd om hem af
te drukken. Bovendien was het werken met acryl niet altijd
een succes. Tijds voor iets anders.

IMG_0467MetZwarteDrukinkt

Deze keer heb ik een zwarte drukinkt gebruikt. Die laat zich goed aanbrengen op het hout. Hopelijk krijg ik daar mooie afdrukken mee.


IMG_0468EerstePoging

De eerste poging. Volgens mij moet dat beter kunnen.


IMG_0469HaaksHout

Haaks hout. Zoals je kunt zien heb ik een houtsnede die ik al eerder een keer maakte ook nu weer ingezet. Dit is zoals ik de afdrukken graag zie.


IMG_0470Paalwoning

Paalwoning. Zoals altijd heb ik ook nog een paar afdrukken gemaakt van de glasplaat. Deze monoprints laat ik later nog wel zien.


Nog een nieuwe houtsnede

Ik ben aan een derde houtsnede begonnen.
Net als de vorige keer is het thema: nerven.

Ik heb een pallet klein gezaagd.
Daar komen korte stukken hout af. Zacht hout.
Waarschijnlijk dennenhout. Als ik het zaag ruikt het soms
alsof je in een dennenbos loopt.

IMG_0453BijDeEersteDrieNervenGingHetAlMis

Omdat het hout zo zacht is schiet je makkelijk uit. Aan de andere kant de zachte delen laten zich eenvoudig wegsnijden met een guts. Hier zijn de eerste drie kleine stukjes al weggesneden en er ging direct al iets ‘mis’.


IMG_0455BeginGemaakt


IMG_0456GesnedenEnGeschuurd

Op maat gezaagd, volledig uitgesneden en geschuurd. Gereed om morgen te testen.


IMG_0376Motorzaaagkunst

Over een houtsnede gesproken. Dit werk zag ik in een tuin in Assen. Er stond een bord bij over motorzaagkunst. Zoek maar eens op internet. Dat is even iets anders.


Experiment

Dat wordt de naam van het boek: Experiment.
Afgelopen zondag ben ik weer verder gegaan met het experimenteren
met verf en houtdruk. Deze keer in combinatie met een gelli plate.
Het idee is om eerst verf aan te brengen op de gelli plate
en dan de houtsnede te gebruiken om de structuur
op de gelli plate aan te brengen.
Het boekbindlinnen dat ik ga gebruiken voor de band van mijn boek
heb ik voorzien van een afbeelding door gebruik te maken van
een gelli plate en die niet helemaal vol verf te zetten.
Zou dat idee ook werken met de houtsnede?

IMG_0360ExperimentVerfOpDeGelliPlateDanStructuurvanHoutblokEropAanbrengen

Links de houtsnede die ik wil gebruiken, rechts de gelli plate met verf.


IMG_0362DeGelliPlateMaaktDeAfdruk

Nadat ik de houtsnede even op de gelli plate heb gedrukt, druk ik hier de gelli plate af op papier. Het formaat is geen toeval. Ook de positie van de afdruk op het papier is bewust. Het papier is veel groter dan ik kan gebruiken voor mijn boekje. Dus moet ik straks de mogelijkheid hebben het papier op een interessante manier te snijden. Interessant voor de afbeelding. Maar je ziet hier al dat niet veel van de structuur van de houtsnede door is gekomen op de gelli plate. Andere route dus.


IMG_0363MetMeerEnDunnereVerf

Meer verf en de houtsnede een beetje bevochtigd. Ik krijg de indruk dat de verf die al een aantal jaren oud is, te oud is, te droog.


IMG_0364DrieOpEenRij

De resultaten worden interessanter.


IMG_0365DitIsDeTechniekOnderopDeGelliplateMetVerfDaarbovenHetHoutblok

Voor het geval dat niet duidelijk is hoe ik probeer de structuur van de met guts bewerkte houtblok over te brengen op de gelli plate: hier zie je nog net de gelli plate onderop liggen. Daar is verf op aangebracht met een roller. Daar druk ik dan de houtsnede op. Vervolgens gebruik je de gelli plate om afdrukken te maken. Een of meerdere.


IMG_0366SomsHeelBlijMetHetResultaat

Soms ben ik blij met het resultaat. Je ziet hier ook dat ik de tweede houtsnede ben gaan gebruiken.


IMG_0367VerschillendePogingenOpEenRij


IMG_0368Touwtje

Even terug naar iets dat bijna altijd lukt: een touwtje op het papier en dan de afdruk daarover heen maken.


IMG_0369TouwtjeResultaat

Het resultaat.


IMG_0370HoutKomtVanBomen

Hout komt van een boom. In mijn geval een stukje karton dat als sjabloon dienst doet.


IMG_0371Experiment

Letters voor foliedruk even gebruikt voor afdrukken met acrylverf. Het is een experiment.