Kijken, vergelijken en opnieuw kijken

– over Nayarit‑beelden, vroege vormen en een latere stijl uit Veracruz  –

Als je recent berichten op mijn blog gelezen hebt,
dan weet je dat ik probeer werken met elkaar in verband te brengen.
Daarbij begin ik altijd bij de werken zelf:
hoe zien ze eruit, wat valt meteen op, welke informatie is voorhanden,
zien de werken er dan nog steeds hetzelfde uit?

Vandaag is dat moeilijk:
één serie beeldjes gebruikt het museum om een specifieke beeldtaal te tonen.
Een beeldtaal die gebonden aan een benoemd gebied in Mexico.
De andere reeks beelden heeft het museum samengebracht
om de stijlontwikkeling in de Mexicaanse kunst in beeld te brengen.
Met een reeks voorbeelden uit de uit de vroege fase van die ontwikkeling
en één sprekend voorbeeld uit Veracruz,
dat bekend staat om een doorontwikkelde stijl.

Niet gemakkelijk om onder één noemer te brengen
maar ieder beeld op zich is bijzonder en prachtig.
Hopelijk vind je dat ook.

DSC06031MexicoOaxacaMuseumMexicanPrehispanicArtMujerSentadaDeNayarit PreclásicoTardío1250aC–200dCZittendeVrouwNayaritLaat‑Preklassiek1250vC–200nC
Mexico, Oaxaca, Museum Mexican Prehispanic Art, Mujer sentada de Nayarit, preclásico tardío, 1250 a.C. – 200 d.C. Zittende vrouw, Nayarit, laat‑preklassiek, 1250 v. Chr. – 200 n. Chr.
DSC06032MexicoOaxacaMuseumMexicanPrehispanicArtMujeresSentadasDeNayarit PreclásicoTardío1250aC–200dCZittendeVrouwenNayaritLaat‑Preklassiek1250vC-
Mujeres sentadas de Nayarit.

De zittende vrouwen uit Nayarit vallen op
door hun karakteristieke hoofdvorm:
breed, hoog en licht naar voren geplaatst,
met ogen en mond als smalle horizontale inkepingen
die het gezicht een gestileerde, bijna maskerachtige expressie geven.
De opvallend grote oren versterken die stilistische abstractie.

Net zoals geloken ogen in boeddhistische beeldtradities
niet bedoeld zijn als realistische weergave van de historische Boeddha
maar als een iconografisch kenmerk dat hem onmiddellijk herkenbaar maakt,
functioneren deze gelaatstrekken als een regionale signatuur:
ze markeren de figuren als
behorend tot de West‑Mexicaanse Preklassieke tradities
van Nayarit, Jalisco en Colima,
en onderscheiden hen duidelijk van andere Meso‑Amerikaanse stijlen.

Ook het ontbreken van de onderbenen is een bewuste keuze
binnen deze vormtaal:
de figuren zijn vanaf het begin als compacte, zittende gestalten gemodelleerd,
waarbij anatomische volledigheid
ondergeschikt is aan stilistische herkenbaarheid.


DSC06034MexicoOaxacaMuseumMexicanPrehispanicArtComparativeFigurinesEarlyStylisedFormPreclassicToEarlyProtoclassicTransitionC1200BC–AD200
Comparative figurines showing early stylised form, preclassic to early protoclassic transition, circa 1200 BC – AD 200. Het eerste voorbeeld in een reeks van vier.
DSC06035MexicoOaxacaMuseumMexicanPrehispanicArtComparativeFigurinesEarlyStylisedFormPreclassicToEarlyProtoclassicTransitionC1200BC–AD200
DSC06038MexicoOaxacaMuseumMexicanPrehispanicArtComparativeFigurinesEarlyStylisedFormPreclassicToEarlyProtoclassicTransitionC1200BC–AD200
DSC06039MexicoOaxacaMuseumMexicanPrehispanicArtComparativeFigurinesEarlyStylisedFormPreclassicToEarlyProtoclassicTransitionC1200BC–AD200
De voorafgaande vier foto’s tonen de vroege beelden met de compacte, gestileerde vormtaal waarmee deze traditie begint; het Veracruz‑beeld dat na onderstaande tekst volgt behoort tot een latere fase en laat zien hoe die vorm zich verder ontwikkelt.

Beelden in de vergelijking

De beelden in de vergelijking worden in het museum
hoog en sterk uitgelicht gepresenteerd, alsof het autonome sculpturen zijn.
Die presentatie is prachtig
— het roze fond, de schaduwen en de hoogte
geven de figuren een bijna moderne monumentaliteit
— maar maakt het vergelijken juist lastiger.
Door de afstand en het theatrale licht
verdwijnen de kleine stilistische aanwijzingen
die normaal helpen om vroege, compacte vormen te onderscheiden
van latere, meer uitgewerkte types.
Toch laten de vroege beelden,
wanneer je ze aandachtig naast elkaar bekijkt,
duidelijke verschillen zien in vorm, expressie en ornamentiek.
Die verschillen illustreren hoe de beeldtraditie
zich in de loop van tijd heeft ontwikkeld.

De complexe hoofdtooi van het Veracruz‑beeld

Het Veracruz‑beeld dat later in de blog volgt,
heeft een hoofdtooi die meteen de latere stijl verraadt:
opgebouwd uit meerdere lagen,
met een diermotief dat als ceremoniële of beschermende figuur fungeert.
De hoofdtooi is niet alleen decoratief maar ook narratief
— hij draagt betekenis, status en ritueel.
Dit soort rijke, gelaagde ornamentiek is kenmerkend
voor het Late Protoclassicum van het Centrum van Veracruz,
waar de beeldtaal steeds verfijnder werd.
In de museale presentatie valt dat extra op:
het licht vangt de scherpe randen
en geeft het beeld een bijna theatrale monumentaliteit.

De gestileerde, compacte vormen van de vroege beelden

De vier vroege beelden die voorafgaan aan het Veracruz‑beeld
zijn veel compacter en strakker.
De gelaatstrekken zijn gereduceerd tot heldere lijnen:
horizontale ogen, een eenvoudige mond, ronde oorornamenten
en sobere haarbanden of kronen.
Deze reductie is geen gebrek aan detail,
maar een bewuste stilistische keuze:
een vormtaal die rust, eenvoud en een zekere tijdloosheid uitstraalt.
Door de hoge, kunstzinnige presentatie in het museum
krijgen deze vroege figuren een sculpturale kracht
— ze lijken bijna moderne beelden, ondanks hun grote ouderdom.

Het ontbreken van ceremoniële detaillering

Waar het Veracruz‑beeld een verhaal lijkt te dragen in zijn hoofdtooi en gelaat,
blijven de vroege beelden stilistisch gesloten.
Ze missen de dynamische details die latere stijlen kenmerken:
geen diermotieven, geen complexe attributen, geen uitgewerkte kleding.
Juist daardoor functioneren ze perfect als vergelijkingsmateriaal:
ze laten zien hoe een beeldtraditie begint
met eenvoudige, schematische vormen
en zich langzaam ontwikkelt naar rijkere, ceremoniële expressie.
Het museum gebruikt deze vroege beelden
om die overgang zichtbaar te maken
— zelfs al staat de presentatie op het eerste gezicht
vooral in dienst van schoonheid en niet van uitleg.

DSC06037FigurineIncludedToCompareLateProtoclassicCentreVeracruz100bc-ad200
Figurine included to compare late protoclassic, centre of Veracruz, 100 b.C – aD. 200.

Two voices in one tradition

– over de stilte in hun gebaren –

Twee beelden uit Veracruz,
door het museum aangeduid als ‘Funerary Figurine’,
tonen een houding die zowel ritueel als intiem is.
Hun functie is niet met zekerheid te bepalen,
maar de vormtaal
— de hoofdtooi, de ketting, de voorwerpen in de handen —
sluit aan bij wat we kennen van grafgiften uit dezelfde regio en periode.
Ze lijken op elkaar, maar spreken elk met een eigen toon:
de ene open en bezield,
de andere ingetogen en naar binnen gericht.
Samen vormen ze een tweeluik dat niet om uitleg vraagt,
maar om aandacht: om langzaam kijken, om aanwezig zijn.

Eerste beeld

DSC06020 01 MexicoOaxacaMuseumOfMexicanPrehispanicArtFuneraryFigurineCentreOfVeracruzLatePreclassic1250Bc-AD200
Mexico, Oaxaca, Museum of Mexican Prehispanic Art, Funerary figurine, centre of Veracruz, late preclassic, 1250 BC – AD 200.
DSC06020 02 MexicoOaxacaMuseumOfMexicanPrehispanicArtFuneraryFigurineCentreOfVeracruzLatePreclassic1250Bc-AD200 Detail

Dit beeld, dat als grafgift fungeerde,
toont een priester of offerbrenger met opgeheven armen en een open mond,
alsof hij een rituele oproep uitspreekt
— een rituele figuur waarvan het geslacht niet expliciet is weergegeven.
Zijn rijk gemodelleerde haardracht
— een krans van opgerolde lokken bekroond door een bloemvorm —
vormt een visuele tegenhanger van de open mond
en versterkt de bezielde expressie.
De verhoogde, nog licht gepigmenteerde pupillen
— in dezelfde donkere tint als de mond —
geven de blik een opvallende intensiteit.
De kralenketting en oorringen onderstrepen zijn ceremoniële status.
De gladde, omwikkelde rok heeft voor ons links aan de heupband
een kleine uit stekende verdikking om de gestileerde kleding te benadrukken.
De natuurlijk gemodelleerde voeten met zichtbare tenen
voltooien de statige houding.
De sporen van breuk herinneren aan de begrafeniscontext
waarin zulke beelden werden geplaatst.

Tweede beeld

DSC06021 01 MexicoOaxacaMuseumOfMexicanPrehispanicArtFuneraryFigurineCentreOfVeracruzLatePreclassic1250Bc-AD200
Funerary figurine, centre of Veracruz, late preclassic, 1250 BC – AD 200.
DSC06021 02 MexicoOaxacaMuseumOfMexicanPrehispanicArtFuneraryFigurineCentreOfVeracruzLatePreclassic1250Bc-AD200 Detail
DSC06021 03 MexicoOaxacaMuseumOfMexicanPrehispanicArtFuneraryFigurineCentreOfVeracruzLatePreclassic1250Bc-AD200 Kleding

Dit tweede beeld uit Veracruz, uit dezelfde periode,
vertoont een verwantschap met het eerste maar de expressie
lijkt te verschuiven naar een andere toon.
De hoofdtooi is geometrisch opgebouwd,
met scherpe lijnen en een compacte, opwaartse vorm
die de rituele functie van het beeld benadrukt.
De houding is vergelijkbaar
— de armen licht gebogen, de benen stevig geplant —
maar de mond is dieper geopend,
met zowel boven‑ als onderlip boogvormig omhoog,
waardoor het gezicht een huilende of zingende intensiteit krijgt.
In de mond lijkt een donker element te zitten,
vermoedelijk een steun die door het museum is aangebracht.
De ogen zijn smalle insnijdingen zonder opgelegde pupillen,
wat de figuur een ingetogen, verinnerlijkte blik geeft.
Rond de hals draagt hij een koord met aan beide zijden
één hartvormig ornamentje
— mogelijk opgebouwd uit twee taps toelopende kralen —
en middenvoor een cluster van ronde vormen
dat het sieraad completeert en tegelijk de hals en schouders zichtbaar laat,
in tegenstelling tot bij het eerste beeld waar de brede band
de hals vrijwel geheel bedekt.
De borstpartij is vlak en gespierd, wat de indruk wekt
van een mannelijke figuur, al blijft het geslacht niet expliciet weergegeven.
In zijn rechterhand houdt hij een eenvoudig cilindrisch voorwerp
met vlakke bovenkant en nauwelijks decoratie,
terwijl het vergelijkbare object in zijn linkerhand een ingedeukte top
en fijne horizontale lijnen vertoont
— details die suggereren dat het geen gewoon stuk hout is,
maar een ritueel voorwerp met symbolische betekenis.
De lendendoek is hoger gebonden dan bij het andere beeld,
met een ceintuur met centrale knoop en twee neerhangende uiteinden.

Afsluiting

Samen vormen deze beelden een variatie op hetzelfde ceremoniële thema:
twee stemmen binnen één traditie,
de ene bezield en open, de andere ingetogen en naar binnen gericht.


M’ebbe un bâând meej snert!

IMG_8895M'ebbeUnBâândMeejSnert!
IMG_8896M'ebbeUnBâândMeejSnert!
IMG_8897M'ebbeUnBâândMeejSnert!
IMG_8898CaféDeBommelM'ebbeUnBâândMeejSnert!

Café de Bommel nu Bommestein.


IMG_8899KasteelpleinM'ebbeUnBâândMeejSnert!

Kasteelplein, zaterdag rond 14:00 uur.


IMG_8900M'ebbeUnBâândMeejSnert!
IMG_8901M'ebbeUnBâândMeejSnert!
IMG_8902M'ebbeUnBâândMeejSnert!
IMG_8903M'ebbeUnBâândMeejSnert!
IMG_8904M'ebbeUnBâândMeejSnert!
IMG_8905M'ebbeUnBâândMeejSnert!
IMG_8906M'ebbeUnBâândMeejSnert!

Catharinastraat.


IMG_8907M'ebbeUnBâândMeejSnert!
IMG_8908M'ebbeUnBâândMeejSnert!

Spanjaardsgat.


Over taal, mensbeeld en de wereld die we maken

– Het woord en de wereld –

“Maar in plaats van de mens vast te pinnen op één kenmerk, laat staan hem te zien als kroon op de schepping, is een ecologisch mensbeeld in opkomst. Dat is ook broodnodig, gezien de problemen waar we middenin zitten.”

Gistermorgen las ik een boekrecensie in de NRC:
“Wat als de mens toch geen machine is?”
De recensie besprak twee boeken die elk op hun eigen manier
het mensbeeld bevragen.:

Piet Gerbrandy, Het woord en de wereld – Duidingen van een dichter.

Een essaybundel waarin de schrijver te rade gaat bij wat hij,
in zijn eigen woorden, ‘de literatuur en de dichtkunst’ noemt.

Walter Breukers en Jaap Godrie, Wij zijn geen machines – Op zoek naar een nieuw mensbeeld.

“Het is een wonderlijke non-fictieroman of misschien een speculatief dialoogessay, omlijst door schilderijen en tekeningen.”

De essaybundel van Gerbrandy sprak me wel aan:
op zoek gaan naar een nieuw idee over hoe we als mensen
in de wereld kunnen staan aan de hand van teksten.

De huidige opkomst van rechts is feitelijk een stap terug in de geschiedenis.
Een stap waarvan gebleken is dat hij niet werkt:
niet voor grote groepen mensen en niet voor de aarde.
Daarom kunnen we beter niet terugvallen op oude concepten.
We zouden beter kunnen nadenken over nieuwe oplossingen.
Daarom spreekt me een zoektocht op dat gebied aan.

In de boekhandel zocht ik gistermorgen naar het boek van Gerbrandy.
Helaas staan de teksten waarlangs, waartegen, waarnaast of
waarop hij de essays baseert, niet in het boek.

Hij gaat in de reeks essays terug op de klassieken om
met Lucebert en Gorter als sparringpartner te eindigen.

Ik ben wel benieuwd naar hoe zijn gedachten zich ontwikkelen
aan de hand van literaire teksten: proza en poëzie.
Maar ik heb onvoldoende gelezen van de referentieteksten
om de essaybundel op waarde te kunnen schatten.

Teleurgesteld heb ik hem teruggelegd op de stapel en
ben zonder boek naar huis gegaan.
De helft van de essays met elk een referentietekst,
dat had waarschijnlijk wel gewerkt voor mij.

Toch blijft de zoektocht spelen in mijn hoofd.

Die gedachte bracht me terug naar iets wat ik onlangs las:
een boek van Yan Wang Preston.
Deze Chinees-Britse fotograaf publiceerde een boek:
With love, from an invader – Rhododendrons, Empire China and Me.
In het werk van Yan Wang Preston zag ik echo’s van het zoeken
naar een nieuw mensbeeld
— een denken dat niet teruggrijpt op het verleden,
maar nieuwe verbanden verkent tussen mens, natuur en tijd.

Het essay van Bergit Arends opende een nieuwe denkwijze:
een gelijkheid tussen alle betrokkenen,
ook daar waar het niet om mensen gaat.

Het intrigeert me dat op verschillende plekken
— in essays, romans, kunst —
mensen zoeken naar een mensbeeld dat niet nostalgisch is,
maar open, ecologisch en toekomstgericht.

Daarom sprak de recensie over het boek van Gerbrandy mij aan
en zou ik verder willen onderzoeken…
…maar ik vrees dat het boek van Gerbrandy voor mij een brug te ver is.

Als afsluiting nog een citaat uit de recensie:

“Net als Gerbrandy springen Breukers en Godrie op de bres voor kunst, mysterie en metafoor. Ze willen uiteindelijk voorbij de taal komen, de pagina’s vullen zich met steeds meer beeld. Maar wellicht is de poëzielezer het beste toegerust om de macht en kracht van theoretische taal en haar metaforen te begrijpen. Alleen al daarom zou iedere kantoorwerker en iedere jongeling, iedere ziel, gevoed moeten worden met gedichten en romans, en met inzichten uit de filosofie, biologie en antropologie, aldus Gerbrandy. „Eruditie is niet ouderwets. Eruditie zou de 21st century skill bij uitstek moeten zijn.”

Dit citaat raakt me omdat het een opdracht verwoordt:
het verlangen dat ieder mens zelf leert denken,
voorbij de clichés en de vertrouwde paden.

IMG_8781NRC20260201Gerbrandy


Ook op de Rietberg kom je boomnimfen tegen

– Over yakshi, Mathura‑stijl en de kunst van het kijken –

Twee beelden van steen,
elk met een natuurgeest als enige onderwerp.
Yakshi verschijnen vaker op reliëfs
— pas nog in een blogbericht als helpers van de Boeddha,
die hem en zijn paard zachtjes van de grond tilden.
Maar hier staan ze alleen.

Het mooie van deze beelden is het materiaal
waarin ze gemaakt zijn.
Zandsteen geeft vaak een warme en zachte uitstraling.
Het Mathura‑zandsteen heeft een warme gloed
— soms roze, soms honingkleurig —
die de figuur een zachte aanwezigheid geeft.
Haast liefkozend.

Omdat beide reliëfs Yakshi als onderwerp hebben,
komen er vragen naar boven die ik anders
niet zo snel zou stellen:

De vorm van het hoofddeksel — is dat standaard?
Is er een iconografie voor Yakshi?
En die zwierige sjerp om haar middel — leeft de maker zich daar uit?”

En hoe zit het met de haardracht of het hoofddeksel van het tweede reliëf?
Zijn Yakshi altijd vrouwen?
Wat een prachtig uitbundige bundel lotusbloemen boven haar hoofd. Waarom?
Zie je die lotus in haar hand?

Het zijn deze en nog meer vragen waarop ik hieronder
ga proberen antwoord te geven.
Maar eerst de twee beelden.

DSC05425ZürichMuseumRietbergYakshiIndienUttarPradeshMathura1st2ndCCESandstein

Zürich, Museum Rietberg, Yakshi, Indien, Uttar Pradesh, Mathura, 1st – 2nd century CE, sandstein.

DSC05427ZürichMuseumRietbergYakshiIndienUttarPradeshMathura1st2ndCCESandstein


DSC05428ZürichMuseumRietbergYakshiIndienUttarPradeshMathura2ndCCESandstein2005-14

Zürich, Museum Rietberg, Yakshi, Indien, Uttar Pradesh, Mathura, 2nd century CE, sandstein, 2005.14.


De volgende tabel plaatst de yakshi‑voorstellingen
uit de boeddhistische, hindoeïstische en jaïntraditie
in hun historische context, in Zuid‑Azië en daarbuiten
Tussen de regels door zie je hoe motieven
uit oorspronkelijke lokale tradities
langzaam in de drie godsdiensten doorwerken.

Periode Religieuze ontwikkeling Kunsthistorische ontwikkeling
ca. 2000–1500 v.Chr. Pre-Vedische, lokale culten. Verering van natuurgeesten, bomen, bronnen, rotsen; vroege lagen van yaksha/yakshi. Geen schriftelijke bronnen; reconstructie via latere teksten en antropologie.
ca. 1500–500 v.Chr. Vedische periode (Veda’s). Integratie en herinterpretatie van lokale natuurculten binnen een priesterlijke rituele religie. Vroege rituele kunst en symboliek, maar nog geen uitgewerkte yaksha/yakshi-iconografie.
ca. 6e–5e eeuw v.Chr. Leven van de Boeddha (ca. 480–400 v.Chr.). Ontstaan van het boeddhisme. Parallel: jaïnisme met Mahavira (ca. 599–527 v.Chr.). Begin van boeddhistische en jaïnistische beeldtradities; lokale natuurgeesten worden beschermers van de dharma.
ca. 4e–2e eeuw v.Chr. Vormgeving van epen en teksten: Ramayana krijgt zijn vorm in mondelinge traditie; verdere ontwikkeling van het vroege hindoeïsme. Eerste monumentale architectuurprojecten die later met yaksha/yakshi geassocieerd worden.
ca. 2e–1e eeuw v.Chr. Boeddhisme, jaïnisme en vroege hindoeïstische tradities bestaan naast en door elkaar. Bharhut en Sanchi: stupa’s met yakshi als boomnimfen en yaksha als wachters.
1e–2e eeuw n.Chr. Lokale culten en grote religies blijven verweven; yaksha/yakshi functioneren als beschermgeesten. Periode van de beelden uit Museum Rietberg: vroege Mathura‑stijl; verfijnde yakshi‑iconografie en robuuste yaksha‑figuren.
1e–3e eeuw n.Chr. Verdere institutionalisering van de drie religies; lokale geesten worden vaste beschermfiguren. Mathura- en Amaravati-scholen: canonieke vormgeving van yakshi (śālabhañjikā) en yaksha-figuren.
4e–5e eeuw n.Chr. Gupta-periode: klassieke formulering van hindoeïstische, boeddhistische en jaïnistische tradities. Gupta-stijl: ideaalbeeld van het menselijk lichaam; yakshi-motieven blijven belangrijk als beeld van overvloed en vruchtbaarheid.
na 5e eeuw n.Chr. Verspreiding van hindoeïsme en boeddhisme naar Zuidoost-Azië; lokale varianten van natuurgeesten blijven bestaan. Ontwikkeling van verwante figuren (zoals apsara-achtige vormen); voortleven van yaksha/yakshi in volksreligies en lokale culten.

Korte toelichting

Pre‑Vedisch
Periode vóór de opkomst van de Vedische gezangen en rituelen,
die lange tijd uitsluitend mondeling werden doorgegeven (vóór ca. 1500 v.Chr.).
In deze tijd bestonden plaatsgebonden, oorspronkelijke lokale tradities
waarin natuurgeesten, bomen, bronnen en rotsen werden vereerd.
Yaksha (man) en yakshi (vrouw) komen uit deze vroege lagen van natuurverering.

Mathura‑traditie
Stijlcentrum in Noord‑India (1e eeuw v.Chr. – 3e eeuw n.Chr.),
bekend om beelden in roze‑rode of warmgele zandsteen.
Yaksha en yakshi worden hier als zelfstandige,
monumentale figuren uitgebeeld, met volle vormen,
frontale houding en verfijnde details.

Terug naar mijn vragen.

Die spiraalvormige massa aan één zijde van het hoofd
bij het eerste reliëf
-is zeer waarschijnlijk een zorgvuldig gestileerde haardracht,
passend binnen de Mathura‑traditie,
waar complexe en asymmetrische kapsels vaak voorkomen.

Yakshi‑figuren uit deze periode dragen geen hoofddoek,
maar tonen hun haar als sculpturaal ornament:
asymmetrisch, gedraaid, en monumentaal.
Het maakt haar geen helperfiguur,
maar geeft haar een autonome, sensuele aanwezigheid
als zelfstandige natuurgeest.

De slanke heupgordel is een Mathura‑motief;
de uitbundige zwier ervan in dit reliëf toont
hoe de maker binnen dat motief zijn eigen ritme en flair toevoegt.
De beweging van de sjerp is niet alleen decoratief,
maar laat zien hoe de beeldhouwer de statige houding van de yakshi
doorbreekt met een speels, bijna dansend element.

Iconografie van Yakshi

Algemeen
Yakshi behoren tot de oorspronkelijke lokale tradities
van natuurverering in Zuid‑Azië.
Daardoor hebben ze geen strakke, religieuze iconografie
zoals latere godinnen, maar wel een herkenbare beeldtaal
die draait om vruchtbaarheid, overvloed en vrouwelijke aanwezigheid.

Typische elementen zijn:
De vrouwelijke vorm:
volle heupen, ronde borsten, een lichte contrapost of sensuele houding.
Rijke haardracht:
hoge knopen, gedraaide lokken, asymmetrische of volumineuze kapsels.
Sieraden en gordels:
dunne heupgordels met sierlijke uiteinden die beweging suggereren.
Vegetatie:
lotusbloemen, ranken of bomen die reageren op haar aanwezigheid.
Autonomie:
yakshi verschijnen vaak als zelfstandige figuren,
niet als helpers in een verhalende scène.

Het is een flexibele beeldtaal:
herkenbaar, maar nooit volledig vastgelegd.

Specifiek voor reliëf 1
In het eerste reliëf is de iconografie opvallend sober,
maar juist daardoor helder.
De figuur toont de essentie van de yakshi‑beeldtaal
zonder uitgebreide attributen.

Kenmerkend zijn:
De zorgvuldig gestileerde haardracht:
een asymmetrische, spiraalvormige massa aan één zijde van het hoofd,
passend binnen de Mathura‑traditie waarin complexe kapsels vaak voorkomen.
De heupgordel:
in de basis een Mathura‑motief; de uitbundige zwier ervan
laat zien hoe de maker binnen dat motief zijn eigen ritme en flair toevoegt.
De houding:
één hand op de heup, de andere met een staf of tak
— een eenvoudige maar zelfbewuste pose die haar autonomie benadrukt.
De sierraden:
Aan haar enkels draagt ze sierlijke banden,
en rond haar hals een breed, massief ornament dat haar borstpartij omlijst.
Deze sieraden zijn geen religieuze attributen,
maar wereldse accenten die haar sensualiteit versterken.
Ze passen binnen de Mathura‑traditie,
waar sieraden het lichaam niet verhullen maar juist ritmisch begeleiden
— als glanzende markeringen van haar autonome aanwezigheid.

Het ontbreken van uitgebreide attributen:
geen lotusbloemen, geen boom, geen dieren.
Dit maakt haar geen figurant, maar een solitaire natuurgeest,
volledig aanwezig in haar eigen lichaam en houding.

Zo laat reliëf 1 zien hoe een yakshi ook zonder rijke symboliek
herkenbaar blijft:
door vorm, houding, haar en ritme — de kern van haar iconografie.

Het tweede setje vragen, nu bij reliëf 2:

En hoe zit het met de haardracht of het hoofddeksel van het tweede reliëf?
In reliëf 2 zie je een veel rijkere, meer uitgewerkte hoofdpartij dan in reliëf 1.

Wat opvalt:

De hoge haarpartij:
met duidelijke segmenten of rollen.
Het geheel lijkt bijna op een diadeemachtige structuur,
maar blijft sculpturaal haar.

Haarlokken of oorbellen:
Aan weerszijden van het gelaat hangen grote, volumineuze haarlokken
die als ornament functioneren
— geen oorhangers, maar onderdeel van de haardracht.

De vorm:
deze is symmetrischer en verticaler dan bij reliëf 1.

De bovenrand van het haar:
Het haar sluit visueel aan op de lotusbundel,
waardoor hoofd en bloemen één compositie vormen.

Dit is typisch voor Mathura‑kunst in haar meer decoratieve fase:
haar wordt geen realistisch kapsel, maar een architectonisch element
dat de figuur optilt en verbindt met de vegetatie boven haar.

Kort gezegd:
Het is geen hoofddeksel, maar een rijk gestileerde haardracht
die als sculpturaal ornament functioneert en de figuur
letterlijk laat “opbloeien” onder de lotusbundel.

Zijn yakshi altijd vrouwen?

Ja — in de kunsthistorische traditie zijn yakshi altijd vrouwelijk.
Hun mannelijke tegenhangers bestaan wel, maar heten yaksha.

Het verschil is niet alleen biologisch, maar iconografisch:

Yakshi:

  • vrouwelijk
  • sensueel, sierlijk
  • verbonden met vruchtbaarheid, groei, overvloed
  • vaak in relatie tot bomen, bloemen, water
  • lichamen met zachte rondingen en sieraden

Yaksha:

  • mannelijk
  • forser, krachtiger
  • soms bewakers of beschermers
  • minder sensueel, meer monumentaal

In de praktijk zijn yakshi veel vaker afgebeeld dan yaksha,
vooral in Mathura en Bharhut.
Hun aantrekkingskracht ligt in hun levenskracht, sensualiteit
en natuurlijke overvloed
— precies wat de kunst van die periode wilde vieren.

Wat een prachtig uitbundige bundel lotusbloemen boven haar hoofd. Waarom?
De lotusbundel is het meest expressieve element van reliëf 2
— en hij is iconografisch rijk.

1. De lotus als symbool van vruchtbaarheid en zuiverheid
De lotus groeit uit modderig water maar blijft onbesmet.
In de context van yakshi staat hij voor:

  • levenskracht
  • bloei
  • voortdurende vernieuwing
  • natuurlijke overvloed

2. De lotus reageert op haar aanwezigheid
In veel vroege Indiase kunst “bloeit” de natuur
wanneer een yakshi verschijnt.
De bloemen zijn dus geen decor,
maar een visuele echo van haar energie.

3. De lotus in haar handen
In haar linkerhand houdt ze duidelijk de stengels vast
die doorlopen naar de grote bundel boven haar hoofd.
In haar rechterhand ligt mogelijk geen knop, maar het hart van de lotus
— de ronde zaadpod, herkenbaar aan het stukje stengel
dat achter haar hand uitsteekt.

Het is een subtiel maar krachtig symbool van vruchtbaarheid
en overvloed: de bloem boven haar hoofd toont de bloei,
de pod in haar hand de volheid en het potentieel van de plant.
Zo belichaamt zij de hele cyclus van groei — van stengel, tot bloem, tot zaad.

4. De bundel als compositie‑anker
De grote, waaierende lotusbladeren:

  • creëren een visuele halo
  • verbinden haar met de bovenrand van het reliëf
  • maken haar monumentaler
  • geven een bijna kosmische uitstraling

Het is een manier om te zeggen:
Deze figuur is geen gewone vrouw, maar een natuurkracht
die de wereld om haar heen laat openbloeien.

5. Mathura‑stijl: exuberantie als expressie
In Mathura‑kunst worden bloemen vaak groter dan het leven weergegeven.
Niet realistisch, maar symbolisch en ritmisch.
De bundel boven haar hoofd is een typisch voorbeeld van die sculpturale overdaad.


Nog een allerlaatste observatie:
bij reliëf 1 zie je een decoratieve band, helemaal onderaan.
Bij een boomnimf zou ik florale motieven verwachten:
ranken, bladeren, vruchten.
Maar dat zie je niet.

Wat zien ik?
De band is breed en horizontaal, direct onder de voeten van de figuur.

Hij bestaat uit herhalende geometrische motieven
— geen bladeren, bloemen of ranken.

De vormen lijken op gestileerde rozetten, vierpassen of rasterstructuren,
afhankelijk van de interpretatie.

Het geheel is strak gecomponeerd, met een ritmische herhaling
die eerder architecturaal dan organisch aanvoelt.

In Mathura‑kunst zie je dit vaker:
de onderrand is decoratief, maar niet verhalend
— hij draagt de figuur, zonder haar wereld te illustreren.

Afsluiting:

Geen bladeren of lotussen
Een geometrische band draagt haar voeten
Een vloer?
Eerder architectonisch dan organisch
haar natuurkracht ontvouwt zich pas boven deze drempel!


India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum VII

– Nog twee voorwerpen uit Nagarjunakonda, Andhra Pradesh –

DSC01247 01 IndiaNewDelhiNationalMuseumAdoratinOfStipaIkshvaku3rdCentADNagarjunakondaAndhraPradeshLimestone

Vergelijkbare stenen zag ik eerder in het Britisch Museum. Ik meldde dat eerder. India, New Delhi, National Museum, Adoration of the stupa, Ikshvaku, 3rd century AD, Nagarjunakonda, Andhra Pradesh, limestone. ‘Adoration of the stupa’ verbeeldt het vereren van een Boeddhistische stupa.


DSC01247 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumAdoratinOfStipaIkshvaku3rdCentADNagarjunakondaAndhraPradeshLimestone Detail

Er gebeurt heel veel op deze steen.
Centraal zie je een viertal leeuwen.
Twee met de koppen naar elkaar gericht.
Tussen hen in een voorstelling met Buddha (?)
De andere twee leeuwen kijken de toeschouwer aan.

DSC01247 03 IndiaNewDelhiNationalMuseumAdoratinOfStipaIkshvaku3rdCentADNagarjunakondaAndhraPradeshLimestone Detail

Boven de koepel, aan beide kanten, zie je menselijke figuren.
Gewone mensen zijn het niet.
Maar wat het wel zijn weet ik niet.
Het kunnen Yaksha of Yakshi zijn, natuurgeesten.
De lichamen zijn gevormd naar de beschikbare ruimte.
Als engelen.


DSC01249 01 IndiaNewDelhiNationalMuseumMandapaPollarShowigDwarfYakshaAndScythianFiguresIkshvaku3rdCentADNagarjunaKondaAndhraPradeshBrownishGreyLimestone

Mandapa pillar showing dwarf Yaksha and Scythian figures, Ikshvaku, 3rd century AD, NagarjunaKonda, Andhra Pradesh, brownish grey limestone.


DSC01250IndiaNewDelhiNationalMuseumMandapaPollarShowigDwarfYakshaAndScythianFiguresIkshvaku3rdCentADNagarjunaKondaAndhraPradeshBrownishGreyLimestone DetailDSC01249 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumMandapaPollarShowigDwarfYakshaAndScythianFiguresIkshvaku3rdCentADNagarjunaKondaAndhraPradeshBrownishGreyLimestone DetailDSC01249 03 IndiaNewDelhiNationalMuseumMandapaPollarShowigDwarfYakshaAndScythianFiguresIkshvaku3rdCentADNagarjunaKondaAndhraPradeshBrownishGreyLimestone Detail


Voormalig PTT-gebouw

Het gebouw ondergaat na lange tijd leeg gestaan te hebben
een ombouw naar woningen.
Het is een karakteristiek gebouw voor Breda, op de hoek
van de Houtmarkt/Keizerstraat.

IMG_7587BredaVoormaligPTTgebouwMetKraanKeizerstraatHoutmarkt

Tegen een flets opkomende zon. Met kraan.


IMG_7588BredaVoormaligPTTgebouwBijzondereLateAanpassing

Een paar dagen geleden verschenen deze H-balken plotseling uit de muur. Bijzonder dat zo laat in het project zo’n aanpassing nog nodig is?


Status Tolbrug

IMG_3363BredaVerlengdeMarkTolbrugKantVanDeHaagdijk

Dit is de laatste foto van voor de vakantie….


Vandaag ben ik gaan kijken:

IMG_6259IMG_6260

Het restaurant in de Trapkes lijkt helemaal leeg.


IMG_6261

Het lijkt erop dat het bestraten rond deze boom de volgende activiteit is. Er gebeurt wel wat maar mijn inschatting is dat er niet met man en macht gewerkt wordt aan de Tolbrug.


Aziatisch brons

Het brons komt niet alleen uit India natuurlijk.
Wat te denken van de volgende foto’s:

DSC00742RijksmuseumAziatischBronsPaardEnKnechtChinaCa2de-3deEeuwBronsMetGeschilderdeDecoratie

De beschrijving van deze twee werken vind ik niet helemaal goed. Het Engelse woord ‘groom’ betekent ‘verzorger’. Dat zou een beter woord geweest zijn dan ‘knecht’. Rijksmuseum, Aziatisch Brons, Paard en knecht, China, circa 2de – 3de eeuw, brons met geschilderde decoratie. De ‘knecht’ is natuurlijk de knecht van de eigenaar van het paard, niet van het paard. Daarnaast zijn ‘knecht’ en ‘verzorger’ niet hetzelfde, maar kan een ‘knecht’ een ‘verzorger’ zijn. Niet iedere ‘verzorger’ is een ‘knecht’. Schitterende beelden in een fantastische opstelling.

DSC00743RijksmuseumAziatischBronsPaardEnKnechtChinaCa2de-3deEeuwBronsMetGeschilderdeDecoratieDSC00744RijksmuseumAziatischBronsPaardEnKnechtChinaCa2de-3deEeuwBronsMetGeschilderdeDecoratieDSC00745RijksmuseumAziatischBronsPaardEnKnechtChinaCa2de-3deEeuwBronsMetGeschilderdeDecoratieTxt


DSC00746RijksmuseumAziatischBronsJinaTirthankaraChausaBiharIndiaCa2de-6deEeuwBrons

Jina (Tirthankara), Chausa, Bihar, India, circa 2de – 6de eeuw, brons.

DSC00747RijksmuseumAziatischBronsJinaTirthankaraChausaBiharIndiaCa2de-6deEeuwBronsTxt


DSC00748RijksmuseumAziatischBronsVishnuVaikunthaSwatDistrictPakistan7deEeuwBrons

Vishnu, Vaikuntha, Swat-district, Pakistan, 7de eeuw, brons. Een nieuwe invulling van het begrip ‘dwergwerpen’.

DSC00749RijksmuseumAziatischBronsVishnuVaikunthaSwatDistrictPakistan7deEeuwBronsDSC00750RijksmuseumAziatischBronsVishnuVaikunthaSwatDistrictPakistan7deEeuwBronsDSC00751RijksmuseumAziatischBronsVishnuVaikunthaSwatDistrictPakistan7deEeuwBronsTxtDSC00752RijksmuseumAziatischBronsVishnuVaikunthaSwatDistrictPakistan7deEeuwBrons


Een foto van een photo voor een stadsgezichtfoto

IMG_2897BredaHavenReconstructieVanEenVlagBredaPhotoFestivalEenFotoVanEenPhotoVoorEenStadgezichtFoto

Vermoedelijk is de vlag stuk en was hij op de grond gevallen. Iemand heeft hem vervolgens aan het hek opgehangen. BredaPhoto Festival, Journeys. Breda, Haven. Een kleine reis.


Wandeling

IMG_2842MarkdalMeerselDreef#notalion

Startpunt, Meersel-Dreef, #notalion.


IMG_2843Markdal

Soms ziet het (verlengde) Markdal er idyllisch uit maar 100 meter verder bouwt een boer een megastal of megaschuur.


IMG_2844MarkdalTourDeVousSucces

Blijkbaar gaat het niet om schoonheid of eten maken maar om succes?


IMG_2845MarkdalIMG_2853MarkdalSchoonGepoetsteFietserstunnel

Schoongepoetste fietserstunnel.


IMG_2848MarkdalIMG_2854MarkdalIMG_2856Markdal


Gelezen

In de NRC las ok een recentie van het stripboek Molo Uku.
Vooral het gemelde vertelperspectief vanuit de lokale bevolking
en niet vanuit de koloniale bezetters, sprak me aan.
Daarom bestelde ik het boek en heb het gelezen.
Ook Adriaan van Dis heeft een paar zinnen geschreven om
het boek aan te bevelen.

ErnoPickeeHaritsFarhanMoloUkuErfenisVanDeGoudenEeuw

Ik vraag me af of Van Dis het boek ook daadwerkelijk heeft gelezen. Erno Pickee is een Nederlandse docent die de tekst schreef, Harits Farhan is een Indonesische tekenaar, Molo Uku, Erfenis van de Gouden Eeuw.


Ik stel me de vraag of Van Dis het boek zelf gelezen heeft
omdat ik niet overtuigd ben dat het Moluks perpectief wel
echt tot zijn recht komt.
Het boek schetst een idillisch beeld van vredelievende mensen
die in een soort van perfecte wereld leven tot er een VOC-schip
voor de kust verschijnt.
De tekst is naif optimistisch en als fantasie prima maar de
claim is dat het een Moluks perspectief gaat tonen.
Maar het lijkt een bedacht Moluks perspectief van een
wereld zonder kwaad.
Dat is jammer want het is zo belangrijk dat er boeken
verschijnen met een ander beeld dan de VOC-mentaliteit die
de Nederlandse minister-president Jan Peter Balkenende
in 2006 de wereld in stuurde.

Ongelukkig is ook dat het boek een deel 1 is waar wel de
zaadjes worden gelegd voor een vervolg maar dat het vervolg
er nog niet is. Denk niet dat het een dun boekje is.
Het is een dik boek maar op zich zelf omvat het nauwelijks
enige karakterontwikkeling en maar weinig voortgang.

De tekenstijl is mooi. Maar de meeste tekeningen zijn
zwart/wit en de stijl past wat minder bij een verhaal dat
het beeld op de geschiedenis wil veranderen.
Daarvoor zou ik voor een meer strakke stijl gekozen hebben.
De stijl van Harits Farhan zou het prima doen bij een
fantasyverhaal. Maar ik verwachtte meer een verhaal dat
in de geschiedenis een paar dingen gaat rechtzetten.

Het verhaal wordt ingeleid door paginavullende tekeningen
over Syrië, Egypte, China, de Romeinen en Arabië.
De tekening van Egypte toont een dodenmasker, laten we
zeggen van Toetanchamon, 14e eeuw voor Christus.
Daarnaast zien we piramides, ze zijn te herkennen als
de piramides van het plateau van Gizeh. De grootste
is uit de 26ste eeuw voor Christus.
Het is niet fout zo’n beeld te construeren maar heel
nauwkeurig vindt ik het ook niet. Het doet de vraag
stellen of de andere dingen die je in het boek ziet en
leest wel nauwkeurig zijn.

Het tweede deel ga ik ook zeker lezen. Wie weet…..

Gelezen

Dit leuke boekje heb ik net uit: geschreven door Garrelt Verhoeven.
‘De vreemde zaak van het quasi-onvindbare Elzeviertje – Een
bibliografische cold case’.
Een soort van detective die zich afspeelt in de wereld
van boekverzamelaars. Heel erge verzamelaars: bibliofielen.
Gelukkig voel ik me door die term ‘bibliofiel’ niet
aangesproken maar een inkijkje in hun wereld is vermakelijk en
interessant.

De Elzeviers waren een legendarisch uitgeversfirma. Ze waren
vooral bekend om hun zeer mooie drukwerk.
Een van hun zeer zeldzame uitgaves is een boek van
Thomas A Kempis: ‘Over de navolging van Christus’, in het
Latijn iets als ‘Imitatione Christi’.

Voor een bibliofiel is deze beschrijving veel te oppervlakkig.
Dan wil je weten in welk jaar het boek gedrukt is, hoe de
boekbinder het papier moest vouwen om de gedrukte tekst
op een goede manier leesbaar te maken, of het exemplaar dat
je in je handen hebt wel compleet is. Kortom wat de
‘vingerafdruk’ van het boek is.
Dit opstellen van de ‘vingerafdruk’ heet bibliogafie.
Welkom in de wereld van Garrelt Verhoeven.

IMG_2028GarreltVerhoevenDeVreemdeZaakVanHetQuasi-OnvindbareElzeviertjeEenBibliografischeColdCase

Garrelt Verhoeven, De vreemde zaak van het quasi-onvindbare Elzeviertje – Een bibliografische cold case.


Wikipedia:

Thomas a Kempis (eigenlijk Thomas van Kempen of Thomas Hemerken of Haemerken, letterlijk “hamertje”; Kempen in Keur-Keulen, ca. 1380 – Zwolle, 25 juli 1471) was een middeleeuws augustijner kanunnik, kopiist, schrijver en mysticus. Hij was lid van de spirituele beweging van de Moderne Devotie en een volgeling van Geert Grote en Florens Radewijns, de stichters van de congregatie der Broeders des Gemenen Levens.

Zijn bekendste en nog altijd beroemde werk is Over de navolging van Christus (De imitatione Christi), de verzamelnaam voor vier traktaten, waarvan het oudste dateert uit 1424.

Het werk van Thomas a Kempis was in de Middeleeuwen populair.
Er zijn veel edities van, in allerlei formaten en in vele talen.
Ook Elzevier drukte in Nederland (vestigingen in Leiden, Amsterdam,
Den haag en Utrecht) verchillende versies.

De cold case betreft zetwerk uit de tweede helft van de 17e eeuw.
Veel later wordt daar één exemplaar van (her)ontdekt door Charles Motteley.
Die schrijft over zijn exemplaar en het is dat exemplaar dat
onderwerp is van de cold case.

IMG_2029OnvindbareElzeviertjeEenBibliografischeColdCaseMuseeDuLouvreBibliografischMuseumMotteley

Via Parijs (hierboven: La Bibliotheque Du Louvre en de mahoniehouten vitrinekasten met daarin La Collection Bibliographique Motteley), Brussel, Stockholm en nog een aantal andere plaatsen komen we in Deventer. Met iedere stad komen nieuwe feiten, neuwe visues en nieuwe reconstructies boven water.


IMG_2030GarreltVerhoevenDeVreemdeZaakVanHetQuasi-OnvindbareElzeviertjeEenBibliografischeColdCaseGeorgHartong

Dhr Georg Hartong speelt een sleutelrol in de cold case die uiteindelijk wordt opgelost. Voor wie het fijne wil weten kan maar beter het boekje lezen en er van genieten. Ik heb er intussen ook nog veel mee geleerd.


Bijna 500.000 maal een foto bekeken

Mijn foto’s op Flickr hebben er voor gezorgd dat er al
bijna 500.000 keer een foto die ik heb gemaakt is bekeken
op Flickr.
Leuke mijlpaal.

ErZijnBijna500000FotosBekekenVanMijOpFlickr

Dat is dan sinds 2017. Ik schrijf al berichten sinds maart 2005 maar had eerst Photobucket als hosting site. Sinds enige tijd betaal hen beide.


St Franciscus

Vandaag is het de feestdag van Franciscus van Assisië.

DSC05562StFranciscusDetailOfLippoD'AndreaEnthronedMadonnaAndChildWithSaintsCatherineOfAlexandriaFrancisZanobiusAndMatMagdaleneTemperaOnWoodPanel1430-1440

St Franciscus, detail of Lippo D’Andrea, Enthroned Madonna and Child with Saints Catherine of Alexandria, Francis, Zanobius and Maria Magdalene, tempera on wood panel, 1430 – 1440.