Tijdens het lezen van Het leven op aarde (1)

Eerst las ik ‘Het verboden rijk’ en nu lees ik de
tweede roman van Slauerhoff over China:
Het leven op aarde (1934).

Tijdens het lezen kom ik soms passages tegen die mij opvallen.
Die wil ik graag delen met de bezoekers van mijn blog.

Vandaag een eerste aantekening.


Bij de eerste zin, de eerste alinea
zet Slauerhoff meteen de toon,
zijn toon:

Een oude zomerdag aan de Chinese kust die al zoveel eeuwen zijn grauwe gesteenten en klippen en bruine oevers door de golven van de stille Zuidzee heeft laten bespoelen en uithollen. Maar de kustlijn is bijna niet teruggeweken. Er is behalve de trage deining weinig beweging, om vooruitspringende rotsen kolkt het water, de vissersvloten bewegen zich in stille zwermen langs de kust, eenzame vrachtjonken gaan traag als in zichzelve gekeerd van haven tot haven. De stoomschepen der Europeanen gaan gehaast in en uit, maar worden bijna niet opgemerkt. Evengoed blijft alles hetzelfde.

J. Slauerhoff, bezorgd door Hein Aalders en Menno Voskuil,
Het leven op aarde, pagina 155.


Zijn taal is zichtbaar in elkaar gezet,
niet gekunsteld, wel af en toe gedateerd,
vooral goed bedacht.

‘een oude zomerdag’
waarom oud?

de gedeeltelijke herhaling: grauwe gesteenten, klippen en bruine oevers

‘stille Zuidzee’
kleine letter ‘s’ en hoofdletter ‘Z’ zijn geen toeval

Het gebruik van schijnbare tegenstellingen die toch samen een zin of gedachte vormen:

  • ‘teruggeweken’ en ‘vooruitspringende’
  • ‘bespoelen’ (een goed maar opvallend woord) en ‘uithollen’
  • ‘trage deining’ en ‘kolkt het water’
  • ‘vooruitspringende rotsen’, mooie actieve vondst in een situatie van ‘weinig beweging’
  • ’vissersvloten’ en ‘eenzame jonken’; ’in stille zwermen’ en ‘in zichzelve gekeerd’
  • ‘traag van haven tot haven’ en ‘gehaast in en uit’

Om dan af te sluiten met ‘Evengoed blijft alles hetzelfde.’

Wat ik daarnaast opvallend vind, als ik er nog eens over nadenk,
is hoe zorgvuldig de alinea als geheel is opgebouwd.

De openingszin is niet eens een volledige zin,
maar eerder een beeld dat voor de lezer wordt neergezet:
een oude zomerdag aan een kust
die al eeuwenlang door de zee wordt bespoeld en uitgehold.

Daarbij krijgt die kust bijna iets menselijks;
zij ondergaat niet alleen de werking van het water,
maar heeft die als het ware eeuwenlang laten gebeuren.

Vervolgens verschuift Slauerhoff voortdurend van schaal.
Hij begint bij eeuwen en een kustlandschap,
kijkt daarna naar de beweging van water, vissersvloten, jonken en stoomschepen,
om aan het slot weer uit te zoomen naar een algemene conclusie.
Die beweging is echter merkwaardig cirkelvormig.
Overal is activiteit zichtbaar:
het water kolkt, schepen varen langs de kust,
stoomschepen gaan gehaast in en uit.
Toch leidt geen van die bewegingen tot werkelijke verandering.
Zelfs de moderne Europese stoomschepen
blijken uiteindelijk van ondergeschikt belang, want zij worden „bijna niet opgemerkt”.
Daardoor krijgt het slotwoord „Evengoed” extra gewicht:
het erkent alle voorafgaande beweging en bedrijvigheid,
maar verklaart die tegelijk onbelangrijk
tegenover de grote continuïteit van landschap en tijd.
De alinea eindigt daardoor precies waar zij begon:
in een wereld die lijkt te bewegen, maar die in wezen altijd dezelfde blijft.


In een moment van bevrijding

Langzaam schoof de boot van de wrakke steiger, de machine knarste, de stoomfluit gilde, de mensenmassa’s aan boord en op de wal krijsten tegen elkaar.
Langzaam voelde ik ook iets van mij afglijden, die dromen zou ik niet meer hebben, misschien had die nachtelijke vechtpartij mij goedgedaan.
(…)
Ik dacht over mijn angst van vroeger, ik verbaasde mij, ik vroeg mij af: hoe is het mogelijk? Maar opeens werd ik treurig, ik was zelf bevrijd, maar een ander die toevlucht bij mij had gezocht, had die niet gevonden. Was ik te laat gekomen? Misschien hadden wij elkaar afgelost, was ik hem geworden en hij mij?
(…)
Het was voorbij, ik ging terug op een schip in het oude bestaan, maar meer gehard tegen de ontberingen, de hitte, de plagerijen, vast voornemens de verdere ontmoetingen met die andere af te slaan, mijzelf te blijven.
(…)
Ik ging terug. Maar ik zou niet lang op een schip blijven en dit land intrekken, waarvan ik nog niets had gehad dan een tocht door een dorre steppe, een paar suffe, half dronken dagen in een verlaten stad, dan kustlijnen, lange en rotsige, brokkelige en effene, maar altijd wijkende, dan havensteden, waar de afscheidingsproducten van Europa en Azië plaatsheeft en de mensen niets zijn dan fermenten, die het proces bespoedigen.
(…)
Als het geluk op aarde nog ergens te vinden was, dan moest het daar zijn, bij de oudste wijsheid, de verhevenste natuur en het zuiverste genot. In het heden gelukzalig, door de vele littekens uit het verleden gepantserd, zou ik zonder vrees alle schimmen en demonen kunnen ontmoeten, zonder in hen op te gaan, hun gastvrijheid bieden zonder een haar, een cel te veranderen.
(…)
Een der nimmer bewusten van de miljoenen te zijn – welk een geluk; of als dat onbereikbaar is, een die alles weet, alles achter zich heeft en toch voortleeft.

J. Slauerhoff, bezorgd door Hein Aalders en Menno Voskuil,
Het verboden rijk, pagina 147-149.


In een moment van geworden zijn

Er is nog een andere in dit zelfde leven,
die mij redden kan.
(…)
Laat ik in de boot springen,
wegroeien en leven zoals ik geworden ben,
nooit meer zoals ik was.
En alleen denken,
dat zij daar in de verte leeft,
onvergankelijk en ongenaakbaar!

J. Slauerhoff, bezorgd door Hein Aalders en Menno Voskuil,
Het verboden rijk, pagina 117.


In een moment van omvloeien

… liet mij aan boord roeien en kwam eerst in mijn hut weer bij.
Vreemd, dat ik van de aarde af moest zijn,
om mij weer zeker van mijzelf te voelen.

Mijzelf.
Ik ben nog niet oud, en heb al verleerd te leven.
Ik wilde mij eenzaam bewaren
en ben in aanraking gekomen met al het vuil dat de wereld opbrengt.

Ik voel mij grauw en klam,
ik kan die neerslag nooit meer van mij afspoelen.
Zal ik ooit weer van het leven kunnen drinken zonder weerzijn,
en een wind
– niet verpest door de walmen van rottend schip of mensenbarende stad –
uit zee, uit het zuivere,
als een streling langs mijn huid voelen gaan?
En lopen door een pijnboomwoud, alleen mijn schaduw bij mij.
Mij laten omvloeien door een koude beek,
mij laten voorlichten door de bloemen…

J. Slauerhoff, bezorgd door Hein Aalders en Menno Voskuil,
Het verboden rijk, pagina 117.


In een moment van zelfvergeten

De afgelopen dagen werk ik niet in mijn reguliere blogritme.
Dat geeft me de gelegenheid om te lezen in een boek
waar ik al een tijd geleden in begonnen ben.
Nu kom ik op een pagina met een paar geweldige zinnen.
De komende dagen deel ik er een paar van.
Ik waarschuw vast: de zinnen zijn niet altijd even optimistisch.

Ik had nog maar een stap te doen,
de tijd zou splijten,
ikzelf zou een ander zijn,
met ander gelaat,
andere handen,
ogen,
bloed,
toch ik,
maar zelfvergeten.

J. Slauerhoff, bezorgd door Hein Aalders en Menno Voskuil,
Het verboden rijk, pagina 117.


Mijn kleine reis met kozo, vóór de grote expeditie

— over oefenen met restauratie voordat ik Serindia aanraak —

De kozo (restauratiepapier) heb ik al gekocht.
Maar ik wil niet meteen gaan knutselen aan Serindia.
Eerst wil ik ervaring opdoen met het herstellen en behouden
van stofomslagen en met het werken met kozo.
Pas als de eerste poging genoeg zelfvertrouwen geeft
ga ik de stofomslagen van Serindia herstellen.

Het heeft een paar dagen geduurd,
maar ik heb een set van drie boeken gevonden
die qua onderwerp en uitvoering heel bruikbaar voor me zijn.

Het gaat om:

Reginald Heber, Narrative of a Journey through the Upper Provinces of India from Calcutta to Bombay 1824–1825 with Notes upon Ceylon;
An Account of a Journey to Madras and the Southern Provinces 1826 and Letters written in India,

IMG_9530ReginaldHeberNarrativeOfAJourneyThroughTheUpperProvincesOfIndia BoekZonderStofomslagOpStofomslagIMG_9531ReginaldHeberNarrativeOfAJourneyThroughTheUpperProvincesOfIndia Titelblad

De boeken heb ik jaren geleden gekocht omdat Heber,
als bisschop van Calcutta
een aantal plaatsen in India bezocht heeft,
die ik ook wilde gaan bezoeken.
Korte stukken tekst van Heber heb ik toen,
samen met stukken uit de Lonely Planet,
verwerkt in het aantekenboek dat ik voor mezelf maakte.

Even voor wat context:

Reginald Heber (21 April 1783 – 3 April 1826) was an English Anglican bishop, a man of letters, and hymn-writer. After 16 years as a country parson, he served as Bishop of Calcutta (Kolkata) until his death at the age of 42. The son of a rich landowner and cleric, Heber gained fame at the University of Oxford as a poet. After graduation he made an extended tour of Scandinavia, Russia and Central Europe. Ordained in 1807, he took over his father’s old parish, Hodnet, Shropshire. He also wrote hymns and general literature, including a study of the works of the 17th-century cleric Jeremy Taylor.
He was consecrated Bishop of Calcutta in October 1823.

The see of Calcutta had been established in 1814. It covered much of the Indian subcontinent and Ceylon (Sri Lanka), together with Australia and parts of southern Africa.

IMG_9532ReginaldHeberNarrativeOfAJourneyThroughTheUpperProvincesOfIndia StofomslageninDrieKleurenMetAbstracteRoute

Stofomslagen in drie kleuren. Op iedere omslag stond het nummer van het boek in de serie. Op de omslag staat op een abstracte manier het noorden van India en met voetstapjes de route die Heber aflegde.

Mijn exemplaar bestaat uit 3 boeken, een reprint uit 1985.
Elk van de boeken heeft een stofomslag met eigen kleur.
De stofomslag vermeldt ook welk deel het boek is van de drie.
Eén van de omslagen is beschadigd en met plakband hersteld.

IMG_9534RechtsSteektEenFolieUit

De stofomslagen bestaan uit een laagje papier en daarop
tekst en afbeelding en een soort folie ter bescherming.
Die folie wordt aan de randen zichtbaar
wanneer het afsnijden niet nauwkeurig is gebeurd.

IMG_9535ReginaldHeberNarrativeOfAJourneyThroughTheUpperProvincesOfIndia RandjeFolie

Gelukkig zit het plakband aan de achterkant.
Het plakband heb ik voorzichtig weggehaald.
Ik heb de scheuren terug aan elkaar gelijmd met
kleine beetjes PVA (boekbinderslijm).
Dat is geen definitieve oplossing.
Het zorgt er hopelijk voor dat het papier niet verder inscheurt
terwijl ik met de stofomslag bezig ben.
Ik wil de stofomslag verstevigen met kozo
door die tegen de achterkant aan te brengen.
De scheuren moeten dan zoveel mogelijk
terug op hun oude plaats komen.
Druk op het papier van de stofomslag moet dan worden opgevangen
door de kozo.

IMG_9533ReginaldHeberNarrativeOfAJourneyThroughTheUpperProvincesOfIndia StofomslagMetReparatiePlakbandIMG_9536ReginaldHeberNarrativeOfAJourneyThroughTheUpperProvincesOfIndia Bij2StofomslgenAlleenSlijtage

De stofomslagen van delen 1 en 3 zijn niet gescheurd. Je ziet wel gebruikssporen. De boekbanden zijn niet echt stevig dus daar zit beweging in. Die beweging vertaalt zich naar stofomslag.Hopelijk zit daar voldoende ruimte zodat de versteviging die ik wil aanbrengen er niet voor zorgt dat de stofomslag niet meer past.

IMG_9537ReginaldHeberNarrativeOfAJourneyThroughTheUpperProvincesOfIndia StukjeVoorStukje

De plakband haal ik voorzichtig weg, stukje voor stukje. Dit is de kleine scheur in de stofomslag.

IMG_9538ReginaldHeberNarrativeOfAJourneyThroughTheUpperProvincesOfIndia PlakbandVerwijdersKleineScheurIMG_9539ReginaldHeberNarrativeOfAJourneyThroughTheUpperProvincesOfIndia GroteScheurMetPlakband

Dit is de grote scheur waar vouwen om ontstaan zijn. Vermoedelijk zijn de scheuren het gevolg van het verplaatsen en vervoeren van boeken.

IMG_9540ReginaldHeberNarrativeOfAJourneyThroughTheUpperProvincesOfIndia GroteScheur

Als je goed naar de randen van de scheur kijkt zie je wel waar die betreffende kant onder of boven de andere kant hoort te zitten.

IMG_9542ReginaldHeberNarrativeOfAJourneyThroughTheUpperProvincesOfIndia LosPuntjeGrijs

Er is een stukje papier met kleur dat helemaal los is geraakt. Misschien kan ik dat nog gebruiken.

IMG_9544ReginaldHeberNarrativeOfAJourneyThroughTheUpperProvincesOfIndia WitteRandIsOnderkant

Randen met witte uiteindes horen aan de onderkant terecht te komen. Als een soort tussenoplossing lijm ik de randen, daar waar dat mogelijk is, weer aan elkaar.

IMG_9545ReginaldHeberNarrativeOfAJourneyThroughTheUpperProvincesOfIndia ScheurVerteltWieBovensteHelftIsIMG_9546ReginaldHeberNarrativeOfAJourneyThroughTheUpperProvincesOfIndia 3DelenZonderStofomslag

De boeken zonder stofomslag. Je ziet ook dat de ruggen van de boeken niet heel sterk zijn.

IMG_9548ReginaldHeberNarrativeOfAJourneyThroughTheUpperProvincesOfIndia RandenGelijmd

Na de lijmpoging.

IMG_9549ReginaldHeberNarrativeOfAJourneyThroughTheUpperProvincesOfIndia Cataloging

De kozo die ik kocht weegt 6 gram/m2, dat is heel licht.
De beschrijving van de website van Papier Royaal is:

Zeer dun papier voor restauratie.
Speciaal getint om te matchen met oude papieren.

De reden waarom ik dit papier gekozen heb,
is ook omdat het dun is,
en dus weinig ruimte vraagt in de stofomslag. Hopelijk.


Waar de Maan schijnt, maar de Waarheid in de schaduw staat

— over het boek Moord op het Maanfeest van Robert van Gulik —

Opnieuw reiken de implicaties tot in de hoofdstad zelf.
Tijdens een bezoek aan zijn collega helpt Rechter Tie mee
een reeks duistere kwesties op te helderen.
Een deel van de motieven ligt in gebeurtenissen
achttien jaar eerder.

IMG_9527AansluitendOpDeTraditie

Aansluiten op een traditie.


Spitten in archieven.
Trotseren van volkswijsheden.
Laveren tussen notabelen.
Niets wordt Rechter Tie bespaard.
En dan toch nog geen overtuigend, sluitend bewijs.
Het komt uiteindelijk aan op psychologie
en op de samenloop — of juist de botsing — van karakters.

Het venijn zit hem deze keer in de vossenstaart.

IMG_9529RobertVanGulikMoordOpHetMaanfeestDiRenjieRechterTieJanwillemVanDeWetering

De vertaling is deze keer niet van Robert van Gulik zelf maar van Ton Vervoort. De detective natuurlijk wel. Moord op het Maanfeest (Engels: Poets and Murder) met een inleiding van Janwillem van de Wetering.


Een Spiegel in de Mist van Rivierstad

— over wat zichtbaar wordt als je anders kijkt —

Verrast Rechter Tie bijna altijd?
Nou, in ieder geval vaak genoeg dat het me ook nu weer opviel.
Op mijn blog was al te zien dat ik Klokken van Kao-Yang las.
Intussen is dat verhaal uitgelezen.
Een goed verhaal, maar niet het sterkste.
Ook Robert van Gulik trapt in de val waar veel schrijvers inlopen.
Laat in het verhaal worden er feiten aangevoerd
die voor de lezer tot dan toe onbekend waren.
In Klokken van Kao-Yang gaat het niet om beslissende informatie
maar in een van de zijplots wordt halverwege het verhaal ineens informatie verstrekt over staatseigendom van landerijen.
Die informatie was eerder onbekend en ontbreekt ook
op de meegeleverde plattegrond.
Maar in De Klokken van Kao‑Yang toont Tie zich ook
een moderne profiler:
hij vindt de dader niet door harde feiten alleen,
maar door een psychologisch profiel op te stellen
— en legt zijn methode rustig uit aan zijn volgers.

IMG_9525RobertVanGulikZesHalssnoerEnKalebasInleidingJanWillemVanDeWeteringElsevier

Robert van Gulik, Halssnoer en Kalebas met een inleiding van Janwillem van de Wetering. Een uitgave van Elsevier.


Volgens Janwillem van de Wetering is Halssnoer en Kalebas
een bijzonder verhaal. Dat blijkt te kloppen.
Rechter Tie is alleen op pad;
zijn helpers zijn druk met andere zaken.
Van Gulik grijpt de kans aan om de lezer meer
te informeren over de superspeurder dan hij doorgaans doet.
Er kan zo een hechtere band tussen Tie en de lezers groeien.
Terwijl Tie voor zijn omstanders in Rivierstad anoniem moet blijven.
De rivier komt steeds terug in het verhaal maar
het geeft zijn geheimen moeilijk prijs.
Terwijl men op de rivier meer dan alleen vis aan de haak
probeert te slaan.
Tegelijk zien we dat Rechter Tie steeds hogerop
in de staatshiërarchie zichtbaar wordt.
Er zijn loopbaankansen.
Als Rechter Tie na het oplossen van de misdrijven
naar huis gaat, blijkt er nog een geheim te zijn
dat hij kan ontrafelen.
En die ontrafeling is essentieel om de plot
rond het keizerlijk gezin volledig te begrijpen.
Surprise!

Toen een woordentolk nog van papier was

Gisteren kreeg ik twee boeken van de buren.
Ze gaan verhuizen
en kunnen niet alles meenemen naar het nieuwe huis.

IMG_9433KramersWoordentolk191916eDrukDrFPHPrickVanWely

Het ene boek is ‘Kramers Woordentolk’.
Dat vind ik dus meteen al prachtig: woordentolk.
Wij denken dan waarschijnlijk meteen aan een app als
Google Translate.
Maar in 1919 was dit een woordentolk.
Let wel, het was al de zestiende druk, dus een succesvolle uitgave

‘bevattende de vertaling en verklaring van 30000
vreemde woorden en uitdrukkingen’.

Het formaat van de woordentolk komt deels overeen
met mijn iPhone:
even breed, drie en een halve centimeter minder hoog
maar ruim vijf keer zo dik.
Een handzaam formaat zou ik het niet noemen.
Overigens kende ook deze woordentolk al emoticons:
bij een historisch woord plaatste men een tekeningetje van een boek
en bij een handelsterm een $-teken.
Een overzicht van de emoticons staat voorin het boek.

IMG_9434KramersWoordentolk191916eDrukDrFPHPrickVanWely

‘Het spreekt van zelf’, schreef meneer Prick van Wely in 1919
in het voorbericht,

‘dat een werkje als het onderhavige zich niet kan binden aan puriteinsche overwegingen of beperkingen, maar vrijuit moet kunnen spreken, juist omdat het vreemde woord zoo dikwijls gebruikt wordt om de bedekte wijze aan te duiden, wat in goed rond Hollandsch gezegd plat of grof zou klinken.’

Een overtuiging die onze dagelijkse talkshows lijken te volgen.
Om daaraan mee te kunnen doen kan het misschien handig zijn
een woordentolk aan te schaffen.


De brandstichtende rechter!

Van de boeken die ik nu gelezen heb,
is dit het meest complexe Rechter Tie-verhaal.
De rechter tracht een moord en een verdwijning op te lossen
en ontdekt dan een complot met heel wijde vertakkingen in China.
Tot aan de keizerlijke troon.

Het is ook het deel waarin we kennismaken met Tao Gan
die al snel een van de drie helpers van de rechter zal zijn.

IMG_9400RobertVanGulikMeerVanMien-YuanRechterTieInleidingJanWillemVanDeWetering

Naast de oude Hoeng Liang, zijn wachtmeester en raadgever,
zijn Ma Joeng en Tsjiao Tai de vertrouwelingen
waarbij Tao Gan zich aansluit.
Een geducht viertal met ervaring, kennis, handigheid en sluw vernuft.

Met twee listen,
waaronder het meesterlijk uitlokken van een brandalarm,
weet Rechter Tie diep in het complot door te dringen
en ternauwernood zijn reputatie aan het hof te redden.

IMG_9401RobertVanGulikMeerVanMien-YuanRechterTieInleidingJanWillemVanDeWetering

Een van de vorige lezers van het boek had blijkbaar de gewoonte de aankoopdatum of leesdatum in het boek te schrijven. Daar heb ik me bij aangesloten. Robert van Gulik, Meer van Mien-Yuan, Rechter Tie if Di Renjie. Inleiding door Janwillem van de Wetering. Elsevier.


Aan wie men bijna niet schrijven kan

— over nabijheid, verbeelding en een dichter die niet terugschrijft —

IMG_9389PatriziaFiliaBriefAanJSlauerhoffElettra2026 Omslag

Patrizia Filia, Brief aan J. Slauerhoff, uitgave van Elettra, 2026.


Beste mevrouw Filia,

we kennen elkaar niet maar ik las uw gepubliceerde brief
aan de schrijver J. Slauerhoff.
Toen ik las dat de brief verschenen was, intrigeerde het me onmiddellijk.
Hoe schrijf je een brief aan iemand die al 90 jaar geleden overleed?
Waarom een brief aan een schrijver en waarover dan?
Wordt het een fictieve uitwisseling van literaire ideeën?
Bent u zelf ook reislustig?
Heeft u een voorkeur voor Portugese literatuur?
Houdt u ook zo van Azië?

U begint de brief heel persoonlijk: “Mijn lieve Jan”.
Dat klinkt meteen intiem.
Het ‘mijn’ drukt een vertrouwdheid uit die moeilijk is bij iemand
die U niet fysiek gekend heeft.
Sommige zullen beweren dat er niet veel liefs is aan Slauerhoff.
In 1936 spreek je iemand niet zomaar aan bij zijn voornaam.
Als ik een brief aan Slauerhoff zou schrijven zou ik formeler beginnen,
bijvoorbeeld met: ‘Beste meneer Slauerhoff’.
Maar U hebt 121 gedichten van hem vertaald
en veel van en over hem gelezen.
Daarom maakte de aanhef me zo nieuwsgierig.

De mooiste delen van uw brief zijn die waarin de fantasie
— is dat het juiste woord — misschien de droom,
het voortouw neemt:

“Misschien zou het beter zijn als ik je ’s nachts schrijf,
niet zozeer onder het toezicht van de sterren,…
maar in de stilte die het donker gratis schenkt.
Maar het beste zou zijn om je te schrijven vanaf de zee
of vanaf het eiland…”

of

“Net als jij zag ik de Lanterna de Zena, haar vuurtoren;
net als jij zag ik de stad zich ontvouwen op de heuvels,
al haar beklimmingen en afdalingen,
die soms in mijn dromen terugkomen.”

In de brief stelt u zich voor als de geliefde van Slauerhoff:
“Soms betrap ik mezelf erop dat ik aan jou en mij samen denk,”.
Ik zag dat ‘Filia’ dochter betekent in het Latijn.
Misschien zou die rol, als literaire dochter,
nog beter passen bij de toon van uw brief

Met vriendelijke groet,
de Argusvlinder.


IMG_9390PatriziaFiliaBriefAanJSlauerhoffElettra2026 ColofonIMG_9391PatriziaFiliaBriefAanJSlauerhoffElettra2026 Titel


Gelukbrengende wolken

Wat een mooi beeld: Vijf gelukbrengende wolken.
Dat voelt meteen Chinees aan.
Normaal gesproken brengt een boek met Rechter Tie ook
een klein beetje geluk, leesgeluk.
Bij dit boekje is dat, voor wat mij betreft, wat minder.
Een ‘echte’ Rechter Tie bevat één verhaal waarin
een drietal zaken worden opgelost.
In dit boek zijn drie korte, losse verhalen opgenomen.
Het laatste verhaal, ‘Vier vingers’, verscheen eerder
als boekenweekgeschenk.
Dat kreeg je toen gratis.
Het lettertype is groter dan in de andere Rechter Tie-boeken.
Blijkbaar was het de uitgever alles aan gelegen
om zoveel mogelijk volume te creëren.
Genoeg om boven de honderd pagina’s uit te komen.
Kans is groot dat de wolken van dit boek Elzevier
meer geluk brachten dan de lezer.

IMG_9355RobertVanGulikVijfGelukbrengendeWolkenRechterTieInleidingJanWillemVanDeWetering

Robert van Gulik, Vijf gelukbrengende wolken, Rechter Tie, inleiding door Janwillem van de Wetering.


Een detective die veel groter is dan hij lijkt

– over de vertaling van Dee Goong An, 18e eeuwse verhalen uit China –

In 1947 werkte Robert van Gulik
als Nederlands diplomaat in Washington.
In zijn vrije uren vertaalde hij een Chinese detectiveroman
uit de 18e eeuw: Dee Goong An
(ook geschreven als Tie goong an, De zaken van Rechter Tie).

IMG_9335RobertVanGulikJanwillemVanDeWeteringDeVergiftigdeBruidDeeGoongAn

Robert van Gulik, De vergiftigde bruid. Door Van Gulik bewerkt en uit het Chinees vertaald in het Engels en vervolgens door Janwillem van de Wetering in het Nederlands. De vertaling van Van Gulik is uit 1947 en de vertaling van Van de Wetering uit 1982.

Van Gulik was toen hij pas 23 jaar oud was
cum laude afgestudeerd als sinoloog in Leiden,
had in Japan en China gewoond
en beheerste een indrukwekkend aantal talen
— waaronder het Chinees.
Zijn vertaling is niet alleen een literaire prestatie,
maar ook een inkijkje in zijn fascinatie
voor Chinese rechtspraak, cultuur en verteltradities.

Ik vond het boek om twee redenen bijzonder om te lezen:

  • de drie verhalen zijn sterk opgebouwd en verrassend complex
  • de inleiding en het naschrift van Van Gulik zijn bijna
    even boeiend als de verhalen zelf

In De vergiftigde bruid lost Rechter Tie
— tegelijk districtshoofd, rechter, openbaar aanklager,
rechercheur én belastinginner —
drie zaken op:

  • Dubbele moord bij dageraad
  • Het merkwaardige lijk
  • en De vergiftigde bruid.

Alle drie vragen ze om scherp denkwerk
en een bijna bovenmenselijke combinatie
van logica, intuïtie en kennis van menselijke zwakheden.

Van Gulik legt in zijn inleiding uit hoe
Chinese detectiveromans verschillen van westerse:

  1. De dader wordt vaak al in het eerste hoofdstuk onthuld (al niet in dit boek).
  2. Het bovennatuurlijke speelt een rol.
  3. De verhalen gaan tot in de kleinste details.
  4. Er komen veel personages voorbij.
  5. Chinese lezers hechten waarde aan de volledige afwikkeling, inclusief de bestraffing — niet alleen aan de ontmaskering.

Van Gulik weet die Chinese sfeer en verteltraditie
overtuigend te bewaren,
terwijl zijn verhalen voor westerse lezers soepel leesbaar blijven.
De Nederlandse vertaling is van Janwillem van de Wetering,
die de toon van Van Gulik mooi weet te behouden.

Een detective die groter is dan hij lijkt:
Rechter Tie is niet alleen een speurder,
maar een venster op een wereld die
tegelijk vreemd en vertrouwd aanvoelt.
Dat maakt dit boek nog steeds verrassend fris.

Op de vingers van een hand

Afgelopen week las ik ‘Vier vingers’, het boekenweekgeschenk van 1964.
Het werd geschreven door Robert van Gulik.
Een Rechter Tie verhaal waarin twee zaken worden opgelost
door deze meester-detective uit het China van de Tang Dynasty.
Genieten!

IMG_9308RobertVanGulikVierVingersBoekenweekgeschenk1964

Robert van Gulik, Vier vingers.


Waarin Rechter Tie ons leert dat we zelfstandig moeten kunnen denken.
Dat we snel zaken aannemen omdat ze logisch lijken maar
dat we altijd moeten blijven onderzoeken wat de feiten zijn.
Om pas dan een definitief oordeel te vellen.


Ik vertrek opgewekt, maar de eindstreep is van Hendrik Groen

Dat was precies het gevoel waarmee ik Piaggio dichtsloeg
– het Boekenweekgeschenk van 2026.
Nu ik het uit heb probeer ik nog even op een rijtje te zetten wat ik gelezen heb.

IMG_9228HendrikGroenPiaggio

Mensen zeggen: ‘De wereld wordt steeds kleiner.’
De aarde is natuurlijk niet kleiner geworden maar de technologie
helpt ons om goedkoop en veilig, snel naar andere landen en culturen te gaan.
Daar doen we allemaal aan mee.
Ging ik als kind achter op de brommer
naar een camping 10 kilometer van Breda,
nu ga ik regelmatig op vakantie naar verre oorden.
Je kunt er over lezen op mijn blog.

Dat heeft als gevolg dat veel Nederlanders zonder kennis van de taal
en soms nauwelijks voorbereid, op pad gaan.
Daar is een televisieprogramma over gemaakt: ‘Ik vertrek’.
Zonder de Franse taal machtig te zijn, zonder bekend te zijn met de cultuur,
een Frans restaurant willen beginnen in Zuid-Frankrijk.
Een bouwval kopen zonder zelf over kluskennis of vaardigheden te beschikken
en met een bedrag op de bank waarvoor je niet eens
een huis in Nederland kunt kopen.

Zoiets doen de twee hoofdpersonen in Piaggio ook.
Een droom van vroeger realiseren.
De hoofdpersonen kennen elkaar eigenlijk niet en
voldoen aan alle kenmerken van ‘Ik vertrek’-deelnemers.

Het levert een beeld op van de knusse, soms pijnlijke,
Nederlandse samenleving:
mensen alleen, scheidingen, vastgelopen in vroeger.
Eenzaam en al tevreden met een glas rosé of een compliment.

Met een eenvoudig begin en een eenvoudig eind,
gebeurt ertussen niet veel bijzonders in Piaggio.
Het werd mij al snel te saai.
Het is een verhaal dat me doet denken aan streekromans:
kneuterig, gemaakt, oppervlakkig.
Piaggio is een soort Help de dokter verzuipt!
Hendrik Groen/Peter de Smet is een soort Toon Kortooms.

Er is voor dit boek goed marktonderzoek gedaan naar
wat veel Nederlanders willen zien en lezen.
Maar natuurlijk is het beeld in Piaggio Nederland niet,
dit is het zelfmedelijden van veel Nederlanders
waar extreem rechts zo goed op gaat.

Dat een uitgever zijn goed verkopende schrijver
graag het boekenweekgeschenk laat schrijven, snap ik.
Het CPNB zal ook blij zijn met de aandacht.
Maar wat blijft er over voor de lezer?
Want literatuur is dit niet.


Winnetou deel II: nieuwe vertaling, vertrouwd leesplezier

Zie het als een ‘guilty pleasure’ of als jeugdsentiment:
de afgelopen paar weken las ik met veel plezier
deel twee van de Winnetou-trilogie.

IMG_9222KarlMayWinnetou

Uitgerij IJzer, Karl May, Winnetou, deel II.


Een paar jaar geleden verscheen deel één in een nieuwe Nederlandse vertaling
en dit jaar is deel twee aan de beurt.
Jet Quadekker’s vertaling leest uitstekend en is gebaseerd op
de historisch-kritische Duitse uitgave uit 2014 (Karl May Verlag).
De oorspronkelijke editie dateert uit 1893.
In Nederland verschijnt dit ruim 400 pagina’s tellende boek bij Uitgeverij IJzer.
Hopelijk is die al druk bezig met deel drie en kijken ze al uit
naar het vertalen van de avonturen van Kara Ben Nemsi.

Als kind las ik al pocketuitgaven over Winnetou en Old Shatterhand.
In mijn herinnering had ik een hele reeks, maar toen deel één verscheen
ben ik mijn boekenkast nog eens langsgegaan
— het bleken er verrassend weinig.

Karl May was ooit bijzonder populair in Nederland.
Dat blijkt ook uit de collectie Nederlandstalige uitgaven
in de Koninklijke Bibliotheek:
zij beheren een verzameling Karl May van meer dan 600 boeken.

De Oosterbaancollectie omvat 648 Nederlandse Karl May-boeken uit de periode 1886-2006. Deze komen uit de nalatenschap van de heer Oosterbaan. Het is de meest complete verzameling Nederlandstalige Karl May-uitgaven die ooit bijeen is gebracht.

 

De Duitse schrijver Karl May (1842-1912) is vooral bekend van verhalen over Old Shatterhand en Winnetou in het ‘wilde westen’. En van zijn verhalen over Kara Ben Nemsi en Hadji Halef Omar in het Midden-Oosten. De 1e Nederlandse vertaling verscheen in 1882. Het werk van Karl May wordt nu nog steeds herdrukt, 140 jaar later.
In juli 2008 ontving de KB een zeer omvangrijke collectie Nederlandstalige uitgaven van Karl May. Dit was een legaat (erfenis) van verzamelaar Joan C. Oosterbaan, die op 21 juni 2008 overleed. De heer Oosterbaan las in zijn jeugd De schat in het Zilvermeer van Karl May. Het boek maakte een onuitwisbare indruk op hem. Vanaf die tijd verzamelde hij alles van Karl May en bouwde hij een indrukwekkende verzameling op. Ook ging Oosterbaan op zoek naar aanvullende informatie over de verschillende series en uitgeversreeksen. Daarnaast zocht hij naar de oorspronkelijke Duitse teksten. Hij legde zijn bevindingen vast in een aantal naslagwerken. En hij zocht contact met andere belangstellenden en verzamelaars. Dit legde de basis voor de in 2006 opgerichte Karl May Vereniging.

Voor mij blijven het vooral spannende avonturen.
Winnetou en Old Shatterhand zijn ‘weldenkende’ helden:
slim, moreel, en uiteindelijk lukt hun plan altijd.
Ze staan voor het Goede, en de verhalen zijn niet ingewikkeld.

Er valt ongetwijfeld veel te zeggen over Karl Mays bronnen
en over hoe hij verschillende volken neerzet,
maar voor mij is het vooral aangenaam lezen.

Toen ik in 2021 over deel één schreef, wist ik niet
dat ik vijf jaar zou moeten wachten op deel twee.
Waarschijnlijk begint dat ritme nu opnieuw
— dus zie ik deel drie ergens rond 2029 verschijnen.
Intussen is deel twee al uitgelezen en zoek ik iets anders.


Boekbespreking van een graphic novel

DossierRestitutieDocumenterend

Een graphic novel over een schilderij dat getuige wordt

Inleiding

Ik koos Twee Naakte Meisjes niet omdat ik de geschiedenis kende.
Integendeel: ik wist niets van de Littmann‑collectie,
niets van de herkomst van het schilderij,
niets van de rol die Otto Mueller of Museum Ludwig in dit verhaal speelden.
Ik kocht het boek zoals ik wel vaker stripverhalen koop:
eens in de zoveel tijd, meestal rond een langer weekend,
loop ik een vaste winkel binnen, kijk waar de nieuwe titels liggen
en kies op basis van een paar vluchtige indrukken vijf of zes boeken uit.
Deze keer was dat tijdens carnaval.
Twee naakte meisjes zat ertussen.
De tekenstijl viel op, maar was niet doorslaggevend.
De tekenaar kende ik niet.
Wat me trok was iets anders: een verhaal over kunst en nazi’s
— een combinatie die altijd beladen is, maar waarvan je nooit weet
welke kant het opgaat.
Pas tijdens het lezen, via de getuigenis van het schilderij zelf,
begon de geschiedenis zich te ontvouwen.
Luz zorgde ervoor dat ik het verhaal niet koos,
maar dat het verhaal míj koos.

IMG_9052Luz(RénaldLuzier)DeuxFillesNuesTweeNaakteMeisjes

Luz (Rénald Luzier), Deux Filles Nues / Twee Naakte Meisjes.


Een graphic novel over een schilderij dat getuige wordt

Wat Luz doet in Twee Naakte Meisjes is opmerkelijk:
hij laat een schilderij spreken.
Niet als trucje, maar als een manier om een eeuw geschiedenis te tonen
door de ogen van een object dat nooit heeft kunnen wegkijken.
Dat perspectief krijgt extra gewicht wanneer je weet wie Luz is.
Als overlevende van de aanslag op Charlie Hebdo
tekent hij sindsdien met een scherp bewustzijn
van geweld, vernedering en de kwetsbaarheid van beelden.
In dit boek voel je die onderstroom voortdurend:
het schilderij is geen personage, maar een getuige — net als Luz zelf.

Een werk dat ruimte laat voor verrassing en verbeelding

Opvallend is dat Luz niet kiest voor een beroemd werk
van Kirchner, Beckmann of Kandinsky
— kunstenaars die veel bekender zijn en die ook prominent aanwezig waren
in de tentoonstelling Entartete Kunst.
Hij kiest voor Twee naakte meisjes (1919) van Otto Mueller,
een schilderij dat buiten kunsthistorische kringen nauwelijks bekend is.
Dat is geen toeval.
Een iconisch werk draagt een hele geschiedenis van interpretaties met zich mee;
het is al “bezet” door kunsthistorische stemmen.
Maar er speelt nog iets anders: het verrassingseffect.

IMG_9053Luz(RénaldLuzier)DeuxFillesNuesTweeNaakteMeisjesSchilderijZietSchilder

Het schilderij ziet de schilder aan het werk.


Luz laat het schilderij namelijk ontstaan in de eerste pagina’s.
Je ziet de wereld door de contouren van wat, stukje bij beetje,
Twee naakte meisjes gaat worden.
Het schilderij wordt opgebouwd terwijl jij kijkt.
En in de rest van het boek zie je het schilderij nooit:
je kijkt steeds door het schilderij naar de wereld.
Pas helemaal aan het eind, als een soort bijlage,
tekent Luz het schilderij na.
Dat werkt alleen als het werk niet al vanaf bladzijde één in je geheugen zit.
Bij een beroemd schilderij zou dat effect volledig verdwijnen
— je zou het beeld al kennen, en de onthulling zou geen onthulling meer zijn.
Een minder bekend werk laat dus niet alleen ruimte voor verbeelding,
maar maakt Luz’ vertelstrategie überhaupt mogelijk.

LuzRénaldLuzierJeSuisCharlie

Rénald Luzier met de door hem getekende Je suis Charlie-voorpagina.


Een visuele dialoog tussen twee kunstenaars

Die stilistische resonantie is een van de sterkste elementen van het boek.
Mueller omtrekt zijn figuren vaak met een donkere, zachte contourlijn
— een kenmerk dat past bij zijn expressionistische stijl,
waarin vorm en emotie elkaar versterken.
In Twee naakte meisjes is die zwarte lijn heel duidelijk aanwezig:
ze houdt de lichamen bijeen, geeft ze gewicht,
en scheidt ze subtiel van de matte achtergrond.

Luz neemt precies dat element over.
Zijn figuren
— zowel in deze graphic novel als in zijn beroemde Je suis Charlie-voorpagina —
worden eveneens door een zwarte lijn gedragen.
Bij Luz is die lijn soms nerveus, soms stevig, soms trillend van energie.
Bij Mueller is hij rustiger, maar even onmisbaar.
Door die lijn over te nemen, ontstaat een visuele echo:
het is alsof Luz het schilderij niet alleen vertelt,
maar ook in zijn eigen handschrift binnenlaat.
Het is geen imitatie, maar een vorm van empathisch tekenen
— een manier om het schilderij als personage serieus te nemen.

De paginering‑paradox

De Nederlandse editie heeft een merkwaardige, bijna ironische eigenschap:
het boek heeft geen paginanummers, maar wél een index
van kunstenaars en kunstwerken mét paginanummers.
Dat voelt niet als een fout, maar als een vormkeuze die spanning oproept.
De index suggereert een overzichtelijke, navolgbare structuur
— precies wat je van een boek over kunstgeschiedenis zou verwachten.
Maar zodra je gaat lezen, merk je dat die orde ontbreekt:
je kunt niets terugvinden, je kunt niet verwijzen,
je kunt niet “terugbladeren naar pagina 42”.

Die spanning past opvallend goed bij de manier waarop Luz het verhaal vertelt.
Het schilderij ontstaat stukje bij beetje,
de geschiedenis ontvouwt zich in fragmenten,
en de lezer wordt voortdurend gedwongen om zich te oriënteren
zonder vaste ankerpunten.
De afwezigheid van paginanummers versterkt dat gevoel.
Het boek weigert de illusie van overzichtelijkheid
— precies zoals restitutiegeschiedenis dat ook doet.

Maar het kan natuurlijk ook gewoon een fout van de drukker zijn.

Kleine verschillen die veel zeggen

Wie het boek nauwkeurig leest, merkt dat sommige feiten schuiven.
Een ruil wordt op de ene pagina beschreven als 22 werken, elders als 25.
De aankoop van het schilderij door Museum Ludwig
wordt in het ene hoofdstuk voorafgegaan door een bod op 6 december 1999,
terwijl de museumgids in het verhaal 2000 als aankoopjaar noemt.
Dat zijn geen fouten, maar het gevolg van hoe kunsttransacties verlopen:
onderhandelingen beginnen vaak met een groter aantal werken
of andere voorwaarden, en pas later wordt een definitieve overeenkomst bereikt.
Zonder context voelt dat verwarrend,
maar het is precies hoe herkomstgeschiedenis eruitziet:
fragmentarisch, bureaucratisch, soms inconsistent.

IMG_9054Luz(RénaldLuzier)DeuxFillesNuesTweeNaakteMeisjesEntarteteKunst

Het schilderij ziet de tentoonstelling Entartete kunst (ontaarde kunst) in München en de andere steden.


De gids, de chronologie en de historische werkelijkheid

In het boek zien we een museumgids die het schilderij uitlegt aan bezoekers. Haar verhaal is helder, afgerond, institutioneel.
De chronologie die Luz tekent is rommeliger, subjectiever, voller gaten.
En de historische werkelijkheid zit daar weer tussenin.
Zo schrijft de directeur van Museum Ludwig in het nawoord dat het werk
in 1937 onderdeel was van de tentoonstelling Entartete Kunst in München.
Dat is goed mogelijk
— vier Mueller‑werken uit de Littmann‑collectie hingen daar zeker —
maar de archieven van die tentoonstelling zijn onvolledig.
Voor Twee naakte meisjes is geen sluitend bewijs bewaard.
Luz kiest er toch voor om het schilderij die ervaring te geven.
Niet als verzinsel, maar als een plausibele en moreel waarachtige reconstructie
van wat het werk heeft kunnen meemaken.

De kracht van het boek ligt precies in die spanning

Twee naakte meisjes beweegt tussen drie waarheden:

  • de historische waarheid, die fragmentarisch is
  • de museale waarheid, die afgerond wordt gepresenteerd
  • de artistieke waarheid, die lacunes opvult waar archieven zwijgen

Voor een lezer die gevoelig is voor nuance kan dat schuiven verwarrend zijn.
Maar juist die spanning maakt het boek waardevol
binnen een restitutiekader.
Het laat zien hoe een kunstwerk niet alleen een object is
dat verdween en terugkeerde, maar een getuige van vernietiging,
bureaucratie, ideologie en overleving.
En het laat zien hoe kunstenaars, musea en historici
elk op hun eigen manier proberen die geschiedenis te vertellen
— nooit volledig, maar altijd met overtuiging.

Een overzicht van de geschiedenis waarvan Twee Naakte Meisjes
getuige was:
1919
Otto Mueller schildert het schilderij.
1923
Hyperinflatie in Duitsland.
1925
Twee naakte meisjes wordt aangekocht door de joodse advocaat Ismar Littman.
1929
Beurskrach New York.
1930
Otto Mueller overlijdt.
1933
Ismar Littman wordt uit de advocatuur geschrapt.
1934
Ismar Littman overlijdt als gevolg van een zelfmoordpoging.
Zijn vrouw Käthe besluit de collectie kunst te verkopen
om schulden af te lossen en de vlucht uit Duitsland te kunnen bekostigen.
1935
2 dagen voor een veiling van het werk van Mueller
worden 64 werken in beslag genomen door de Gestapo.
Uiteindelijk worden 11 werken gekozen voor de verkoop, de rest vernietigd.
1937
Twee naakte meisjes wordt opgenomen in de nazi propaganda-tentoonstelling
Entartete kunst in München,
samen met 730 andere werken van diverse kunstenaars.
De tentoonstelling gaat dan ook op tournee:
Berlijn, Leipzig, Düsseldorf, Salzburg enz
1939
Twee naakte meisjes wordt geselecteerd voor een internationale veiling in Luzern
(Zwitserland). 4000 werken worden niet geselecteerd en vernietigd.
1941
Hildebrand Gurlitt (kunsthistoricus en kunsthandelaar)
ruilt een werk uit zijn collectie voor 22 eigentijdse werken waaronder
Twee naakte meisjes van Otto Mueller.
1942
Twee naakte meisjes wordt aangekocht door advocaat Josef Haubrich.
1944
Alica Haubrich (vrouw van) pleegt zelfmoord na oproep van de Gestapo
1946
Haubrich krijgt collectie terug uit opslag en schenkt de collectie
aan de stad Keulen die het onderbrengt
bij wat in 1976 Museum Ludwig zal gaan heten
Voor 1999
Een van de kinderen van de familie Littman, mevr Ruth Haller,
begin de restitutiezaak
1999
Het werk wordt teruggegeven aan de familie Littman.
Eind 1999
Het werk wordt van de familie Littman gekocht
door Museum Ludwig.
2001
Het werk krijgt een vaste plaats in de collectie van het museum.

* Niet alle informatie in bovenstaand overzicht kon ik valideren.

IMG_9055Luz(RénaldLuzier)DeuxFillesNuesTweeNaakteMeisjesSchilderijBekijktLothar

Het schilderij ziet een hedendaakse toeschouwer in Museum Ludwig, indirect staat die toeschouwer voor ons allemaal.


Het leed achter het schilderij

Door mijn focus op het boek, de tekenstijl, de vertelkeuzes
en de historische details dreigt iets anders uit beeld te verdwijnen:
het menselijke leed dat aan dit verhaal voorafgaat.
Twee naakte meisjes is een schilderij dat door de geschiedenis is gesleept,
maar het werk zelf heeft niets geleden.
De mensen wel.
De Littmann‑familie verloor niet alleen kunst, maar ook waardigheid,
veiligheid, toekomst.
De betrokken handelaren, musea en functionarissen bewogen zich
in een grijs gebied van opportunisme, wegkijken en soms actieve medewerking.
Restitutie gaat — zeker in situaties rond de Tweede Wereldoorlog —
in eerste instantie niet over objecten, maar over erkenning.
Over het benoemen van onrecht, het erkennen van schuld,
het herstellen van waardigheid waar dat nog kan,
en het kijken naar de toekomst met de vraag:
hoe voorkomen we dat dit opnieuw gebeurt?
In die zin is Luz’ keuze om het schilderij te laten spreken
niet alleen een artistieke vondst, maar ook een morele uitnodiging.
Het werk kijkt terug op een eeuw geschiedenis,
maar wij moeten verder kijken dan het werk.
Het gaat uiteindelijk niet om het schilderij dat terugkeerde,
maar om de mensen die nooit meer terugkwamen.


In Frauenhand II — De Hand van Merian

– over Suriname, kennis, en de gedeelde blik op insecten en planten –

Het avontuur zat hem deze keer in mezelf.
Terwijl ik er van uitging twee exemplaren te zien
van hetzelfde boek, was dat niet het geval.

Een tentoonstelling die aandacht wil schenken
aan de vrouwenhand in de kunst
kan maar moeilijk om Maria Sibylla Merian heen.
Met twee boeken over haar werk krijgt de tentoonstelling
meteen een Surinaams/Nederlands aspect en
staat het ook stil bij koloniale onderwerpen.

Merian had in Nederland een boek laten verschijnen
dat ook internationaal een succes was.
Een boek waarin met platen werd verteld hoe eitjes
rupsen werden, zich in een cocon opsloten om
er als vlinder uit te komen.
Dat op de plant die als hun voeding diende.

In Zürich zag ik twee voorbeelden van dat succes:

  • een Franse uitgave van Metamorphosis Insectorum Surinamensium
  • een uitgave waarbij de studie over Suriname werd
    gecombineerd met ander werk van Merian in Europa.

DSC05473ZürichInFrauenhandFriedrichOttensFrontispizKupferstichUndRadierungInMariaSibyllaMerianHistoireGénéraleDesInsectesDeSurinamEtDeTouteLÉuropeParis1771

Zürich, In Frauenhand / In Her Hand, Friedrich Ottens, frontispiz, kupferstich und radierung (kopergravure en ets). In: Maria Sibylla Merian, Histoire Générale des Insectes de Surinam et de toute l’Europe, 3. auflage, korr. und ergänzt von Buch’oz (3e druk, gecorrigeerd en uitgebreid door Pierre-Joseph Buch’oz, waarschijnlijk voegde hij een deel toe over ‘plantes bulbeuses, liliacées, caryophillées’ — dus bolgewassen, lelieachtigen en anjerachtigen), Paris, 1771. De uitgever was Desnos.


Het frontispice dat je hierboven ziet was deel
van mijn verwarring.
Ik herkende het als ‘hetzelfde ontwerp’ als wat ik
in 2022 had gezien in de Artis-bibliotheek.
In een Amsterdamse druk.
Het was hetzelfde ontwerp, maar deze keer zat de ets
in een ander boek.

DSC05474ZürichInFrauenhandFriedrichOttensFrontispizKupferstichUndRadierungInMariaSibyllaMerianHistoireGénéraleDesInsectesDeSurinamEtDeTouteLÉuropeParis1771DSC05475ZürichInFrauenhandFriedrichOttensFrontispizKupferstichUndRadierungInMariaSibyllaMerianHistoireGénéraleDesInsectesDeSurinamEtDeTouteLÉuropeParis1771DSC05476ZürichInFrauenhandFriedrichOttensFrontispizKupferstichUndRadierungInMariaSibyllaMerianHistoireGénéraleDesInsectesDeSurinamEtDeTouteLÉuropeParis1771


Het frontispice is heel mooi opgebouwd.
Je ziet op de voorgrond een allegorische voorstelling.
De voorstelling vindt plaats voor
een architectonisch element met een groot raam.

Een openliggend boek links voor op de grond.
Je ziet vaag afbeeldingen van planten en dieren.

Een vrouw zit aan een tafel.
Denk: Maria Sibylla Merian.
Maar die zag er in werkelijkheid anders uit,
dit is dus geen portret.

Ze heeft een tak in haar hand en op de tafel
liggen nog meer planten.

Ze is omringd door blanke (!) putti.
Mollige kinderfiguurtje, bijna altijd mannelijk
en meestal naakt.
Ze zijn als helpertjes bezig planten en insekten
te ordenen.

DSC05477ZürichInFrauenhandFriedrichOttensFrontispizKupferstichUndRadierungInMariaSibyllaMerianHistoireGénéraleDesInsectesDeSurinamEtDeTouteLÉuropeParis1771

Als je dan door het raam kijkt, zie je een
geidealiseerd beel van Suriname:

  • in het midden, in een open veld, een blanke vrouw,
    ze verzamelt met een netje vlinders en andere insekten,
    of is het een schepje waarmee ze planten uitgraaft?
  • rechts, tussen de bomen, twee heren is westerse kledij,
  • links met vracht op het hoofd/schouder, twee figuren van kleur.
  • in de verte een stad of dorp.
  • helemaal links een huis met een brug.
  • het geheel geeft geen beeld van woeste natuur maar
    van een goed georganiseerd landschap.

In één beeld de maakster van het boek en de voorgeschiedenis.

DSC05478ZürichInFrauenhandFriedrichOttensFrontispizKupferstichUndRadierungInMariaSibyllaMerianHistoireGénéraleDesInsectesDeSurinamEtDeTouteLÉuropeParis1771


DSC05479ZürichInFrauenhandMariaSibyllaMerianVigneBlancheD'AmeriqueKupferstichUndRadierungKoloriertInMetamorphosisInsectorumSurinamensium

Maria Sibylla Merian, Vigne blanche d’Amerique (de vlinder), kupferstich und radierung, koloriert. In: Metamorphosis Insectorum Surinamensium.

DSC05480ZürichInFrauenhandMariaSibyllaMerianVigneBlancheD'AmeriqueKupferstichUndRadierungKoloriertInMetamorphosisInsectorumSurinamensium


Specifiek aandacht voor Maria Sibilla Merian
is hier wel op zijn plaats.
Daarom een korte levensbeschrijving en haar activiteiten
rond Metamorphosis Insectorum Surinamensium.

Maria Sibylla Merian (1647–1717)

Maria Sibylla Merian was een uitzonderlijke kunstenaar‑onderzoeker
in een tijd waarin vrouwen nauwelijks toegang hadden
tot formele wetenschappelijke netwerken.
Opgegroeid in Frankfurt in een milieu van graveurs en uitgevers,
ontwikkelde zij al vroeg een scherp oog
voor de metamorfose van insecten.
Waar haar mannelijke tijdgenoten insecten vaak
als geïsoleerde dieren bestudeerden,
observeerde Merian ze in hun volledige ecologische context:
eitjes, rupsen, poppen, vlinders,
en ook planten, parasieten en roofdieren,
vormden voor haar één samenhangend web van leven.

In 1699 reisde zij met haar dochter Dorothea naar Suriname.
Daar werkte zij onder zware omstandigheden,
maar ook in een omgeving waar kennis over planten en dieren
diep verweven was met het dagelijks leven van
inheemse en tot slaaf gemaakte mensen.
Zij leefden letterlijk tussen de insecten en planten
die Merian wilde bestuderen.
Via gesprekken, observaties en gedeelde praktijken
kreeg Merian toegang tot inzichten
die in Europa onbekend waren:
welke rupsen giftig waren, welke planten geneeskrachtig,
welke dieren elkaar opzochten of juist meden.
Deze kennis, vaak mondeling en kwetsbaar,
vormt een stille maar cruciale laag in haar werk.

Het resultaat, Metamorphosis Insectorum Surinamensium (1705),
is zowel kunst als wetenschap:
een monument van nauwkeurigheid, kleur en ecologische verbeelding.
Merian plaatste zichzelf
— een vrouw, een immigrant, een kunstenaar —
midden in een wereld die haar formeel buitensloot.
Maar haar werk is ook het product van gedeelde kennis,
waarin de stemmen van Suriname,
lang onzichtbaar gehouden, opnieuw hoorbaar worden.

Op pad voor een linopers

Vandaag ben ik naar Eindhoven gereisd om een linopers
op A4‑formaat op te halen.
Voor als ik ooit mee vrije tijd krijg.
Ideaal om straks twee linosnedes tegelijk te drukken
voor een A5-boekje.
Het was een korte maar fijne tocht:
trein, wandeling, aankoop, terugreis.

IMG_8735WoodzillaA4InDeTrein

Linopers, nog ingepakt, in de trein.


Thuis heb ik alles uitgepakt en vastgelegd op foto’s.
Binnenkort ga ik de pers uitproberen;
het papier en de snedes liggen al klaar.

IMG_8737WoodzillaA4IMG_8738WoodzillaA4IMG_8739WoodzillaA4IMG_8740WoodzillaA4IMG_8741WoodzillaA4


Goede kans dat dit in de toekomst meerdere blogberichten
tot gevolg gaat hebben en meerdere boekjes en boeken.

Grounding / STANDVAST

– Zoektocht naar ritme, klank en betekenis.
Van whispers naar sussend, van deed naar was, van Grounding naar STANDVAST –

Een paar weken geleden kocht ik van Helen Moss
een drukker uit Schotland een boekje.
De titel is Grounding.
Ze noemt het zelf een pamflet.

IMG_8097LauraMRHarrisonHelenMossGroundingPoemEngravingAwenPressCreetownScotland2025 Omslag

Laura M.R, Harrison (poem) and Helen Moss (engraving, printing) , Grounding, Awen Press, Creetown, Scotland, 2025.

Het boekje bevat een gedicht en een gravure en
het is gedrukt door de private press / margedrukker
Awen Press.
Na wat gedoe met invoerrechten had ik vandaag
tijd er nog eens goed naar te kijken.

IMG_8098LauraMRHarrisonHelenMossGroundingPoemEngravingAwenPressCreetownScotland2025 Bericht

Het boekje is een eenvoudige binding maar
met heel veel zorg gemaakt en gedrukt.
Al bladerend wilde ik zeker weten of ik
het gedicht begreep en besloot het te vertalen.

IMG_8099LauraMRHarrisonHelenMossGroundingPoemEngravingAwenPressCreetownScotland2025 Watermerk

Watermerk in het papier.

Door in dit bericht mijn proces te beschrijven
komen er misschien lezers op suggesties.
Ik hoor ze graag.
Ik las en werkte met Copilot.

Vandaag begon ik met het lezen
van het gedicht van Laura M.R. Harrison:

Grounding

I stand ground in place
And the earth whispers
As wisely as it ever did

De eerste stap was het analyseren van
de structuur en het ritme.
De eerste twee regels hebben een cadans
van 123, 12 / 123, 12.
(I stand ground= 123, in place= 12)
Waarbij de slotwoorden (in place, whispers)
kort afbreken.
De derde regel wijkt bewust af van dit patroon.

Dat ritme, dat is natuurlijk interpretatie
In de eerste twee regels van Harrison
staan daarvoor geen aanwijzingen.
Maar in de Nederlandse versie benadruk ik
het ritme met extra spaties.

Daarna onderzocht ik de klankkleur.
Het Engelse ‘whispers’ heeft zachte s‑klanken,
die de regel ademend en vloeiend afsluiten.
Terwijl het voor de hand liggende, Nederlandse ‘fluistert’
harder eindigt met een t en de regel abrupt afsluit.
Daarom koos ik voor ‘sussend’.
Daarmee blijft de adem open, de klank zachter,
en de cadans dichter bij het origineel.

De eerste vertaling van de slotzin was
“Zo wijs als ze altijd deed”.
Waarbij ‘deed’ terug voerde op het Engelse ‘did’.
Daarmee verwees de wijsheid van de slotzin,
naar het handelen van whispers zelf.
Toch klonk dit in het Nederlands stroef:
‘deed’ sluit hard af en legt de nadruk op een handeling
die niet goed past bij het zachte ‘sussend’.
Daarom koos ik uiteindelijk voor
“Zo wijs als ze altijd was”.
Daarmee verschuift de betekenis van een handeling
naar een toestand: de aarde ís wijs, en blijft dat.
Het resultaat klinkt natuurlijker in het Nederlands en
behoudt de kwaliteit van Harrison’s slotregel.

Ten slotte de titel.
Waar Harrison ‘Grounding’ gebruikt
— een proces van aarden —
kies ik voor STANDVAST.
Dit woord is ongebruikelijk, maar prikkelend:
het suggereert zowel standhouden als een verankering.
De hoofdletters ondersteunen dat.
Het past bij de eerste regel ‘Ik sta vast plaats rust’ en
geeft de vertaling een eigen kracht.

IMG_8101LauraMRHarrisonHelenMossGroundingPoemEngravingAwenPressCreetownScotland2025 PoemEngraving

Dan nog even over de gravure.
Helen Moss koos voor de meidoorn.
Een struik of boom met stevige doornen.
Daardoor is hij moeilijk te snoeien
of te verwijderen.
Dat fysieke “weerbarstige” karakter kan
heel goed aansluiten bij het gedicht:
een beeld van iets dat standhoudt.

Eindresultaat

STANDVAST

Ik sta vast   plaats rust
De aarde    sussend
Zo wijs als ze altijd was

IMG_8102LauraMRHarrisonHelenMossGroundingPoemEngravingAwenPressCreetownScotland2025 Colofon