De Mark op het punt waar deze rivier Breda/Het Ginneken binnenstroomt.
Categorie archief: Breda
Is het al Koningsdag?
De Faam
Ik heb bij De Faam twee jaren een vakantiebaan gehad.
De fabriek was toen eigendom van Cadbury Scheppes.
Breda, De Faam. Alles wordt er in gereedheid gebracht om er woningen te realiseren.
Eerst werkte ik in het magazijn dat op een industrieterrein
bij de Emerput in Breda lag.
Dat magazijn zouden we vandaag een logistiek Centrum noemen.
Het was niet te druk (vakantietijd) en ik herinner me
lunchen op een krat in de zon.
Daarna werkte ik in de fabriek.
Er werden winegums gemaakt.
Op de eerste dag werd ik uitgetest door mijn tijdelijke collega’s.
Om de winegums te maken werden lage ‘dienbladen’ van ruim 1 meter breed,
gevuld met een poeder. Geen idee wat dat poeder was.
In de machine waar de dienbladen in werden verwerkt
werden er eerst de vormpjes in het poeder gedrukt.
Er passen veel winegums op één dienblad.
Dan werden de vormen automatisch gevuld met het materiaal
waarvan winegums worden gemaakt.
Na een tijdje uitharden in droogkasten (heel warm) konden
de winegums uit het poeder gehaald worden en verder verwerkt en verpakt.
Op die eerste ochtend moest ik de met poeder gevulde dienbladen
in de machine zetten.
Een zwaar werk dat nog extra moeilijk was omdat
de machine niet stil mocht komen te staan.
Na een tijdje achter die machine te hebben gestaan,
bleek ik geslaagd.
Veel van het werk dat ik er vervolgens gedaan heb
was aan de verpakkingslijnen.
In een van de hallen werd ook pepermunt gemaakt.
Niet aan één stuk door gelukkig:
de pepermuntolie (?) die daar bij werd gebruikt
had een sterke geur en veroorzaakte ook tranende ogen.
Ik werkte er best graag maar het was te onregelmatig.
Wel zat bij mijn salaris ook altijd een schoenedoos met snoep.
Toch ben ik al snel vakkenvuller geworden bij AH.
Pepermunt eet ik nog steeds maar winegums hoef ik niet meer.
Ik vertrouw dat goedje niet waarvan ze gemaakt worden.
Niet parkeren i.v.m. nooduitgang.
Ganzen als levende ornamenten van de Stadhouderspoort
Blake en Mortimer, tussen Avalon en de woonboulevard
Gisteren wilde ik een nieuw blogbericht schrijven toen mijn toetsenbord
van mijn Surface laptop ermee ophield.
Ik heb een paar keer geprobeerd om het toetsenbord opnieuw aan
de laptop te koppelen, maar niets hielp.
Ook het schoonmaken van de contacten hielp niet.
Dus heb ik gisteren meteen een nieuw toetsenbord besteld..
Het vorige bericht heb ik nog gemaakt met het softwarematige toetsenbord
van de Surface.
Technisch werkt dat prima, maar het kost me wel veel snelheid.
Daarom ben ik vanochtend naar de woonboulevard gewandeld.
Daar zit de winkel waar ik het toetsenbord kon ophalen.
Dat was de snelste optie.
Het gaf me meteen de kans nog wat foto’s te maken
van plaatsen waar ik al even niet meer was geweest.
Breda, Ahornstraat. Deze mensen hebben wel erg hoge verwachtingen van het WK in Mexico.
Breda, Argusvlinder. Mochten er nog mensen zijn die zich afvragen waar de naam ‘De avonturen van de Argusvlinder’ vandaan komt...
Op het moment dat het toetsenbord stuk ging, was ik bezig met een artikel en
had ik de foto’s al gereed staan voor het volgende bericht.
Die draad ga ik dan nu meteen weer oppakken.
Op dit moment heb ik drie boeken van Blake en Mortimer onderhanden.
Het boek dat ik als eerste helemaal gelezen heb, is ‘Getekend Olrik’.
James Huth, Sonja Shillito, Laurent Durieux, De avonturen van Blake en Mortimer, De Dubbele Expo, naar de personages van Edgar P. Jacobs.
De andere twee titels zijn: ‘De Dubbele Expo’ en ‘De Atlantische Dreiging’
(erg actueel met Trump in de VS).
Maar di liggen nog op to-do stapels.
Yves Sente, Peter van Dongen, De avonturen van Blake en Mortimer, De Atlantische Dreiging. Naar de personages van Edgar P. Jacobs.
Van De Dubbele Expo kan ik alvast wel zeggen dat de tekeningen erg mooi zijn.
En van ‘De Atlantische Dreiging’ dat de tekenaar
de Nederlander Peter van Dongen is.
‘Getekend Olrik’ is een verhaal dat de kneuterige Britse sfeer ademt
die we uit meer albums kennen:
vaste telefoons zijn naast treinverbindingen en ouderwetse
televisietoestellen, wel het meest moderne dat we zien.
De cover, de tekening op de omslag, is saai.
Eerdere omslagen bevatten altijd een beeld met actie,
dat is nu niet het geval.
Yves Sente, André Juillard, De avonturen van Blake en Mortimer, Getekend Olrik, naar personages van Edgar P. Jacobs.
De ontknoping loopt natuurlijk voor alle helden goed af.
Hoe Olrik dat voor elkaar krijgt, daar besteedt het verhaal geen aandacht aan.
In die verhaallijn zit een hiaat die het verhaal niet sterk maakt.
Ook in de verhaallijn van Mortimer zit een zwakker punt.
Het verhaal draait onder andere om een steen, een meteoriet.
Die steen is in twee delen uiteengevallen en aan de binnenkant
staat een tekst die je pas compleet kunt lezen
als je beide delen van de steen hebt.
Pagina 42.
In deze tekening staat dan vervolgens:
De exacte locatie van Avalon zou beschreven staan op de breukvlakken van een steen waaruit Arthur, en hij alleen, Excalibur zou hebben getrokken. Het is die steen die Saint Ives op deze tekening in zijn armen houdt.
Het woord ‘deze’ is verwarrend.
Deze tekening is namelijk niet de tekening waarin de tekst staat.
In die tekening ligt de steen open op de grond.
Een pagina eerder zien we in een van de tekeningen, een tekening in een boek..
Op die tekening in dat boek staat Saint Ives met in iedere hand
een bootvormige steen.
Is het een fout? Nee, maar het is wel onnodig ingewikkeld.
Pagina 41.
Stripverhalen zijn voor uitgeverijen een goede boterham.
Daarbij is het vooral belangrijk nieuwe titels te kunnen uitbrengen.
De vertalingen spelen daarin een grote rol.
Series als Blake en Mortimer worden daar volledig voor benut
met verschillende schrijvers, tekenaars en vertalers.
In die internationale activiteiten loopt er wel eens iets niet helemaal 100%.
Dan worden er bochten afgesneden, saaie covers gemaakt en
loopt de tekst niet altijd even lekker.
‘Getekend Olrik’ lijkt me in de reeks een middenmoter.
Zullen ze er nog zijn op Koningsdag?
Even kort
Is dit Breda?
Onder het Golvende Dak van Hertzberger: Een Gebouw in Transformatie
Een tentoonstelling over architectuur maken is niet eenvoudig.
Het wordt makkelijk een feestje voor studenten, opdrachtgevers en architecten.
Ik zag onlangs nog een tentoonstelling met veel houten maquettes.
– nou ja zien, na een paar minuten ging ik al weer naar iets anders.
Het hout van de maquettes bestond uit bijzondere houtsoorten.
Verschillend van kleur. Glimmend gelakt.
Maar, te veel bomen, te weinig bos.
Goed dat het Chassé Theater toch de uitdaging aangaat
om voor een zo groot mogelijk publiek een tentoonstelling te maken
over het gebouw zelf en zijn architect.
De tentoonstelling is klein!
Heel slim. Je dwingt jezelf daarmee om snel tot de kern te komen.
Je materiaal is beperkt: wat foto’s, maquettes (meestal van hoe het
niet geworden is) en misschien een interview.
Daar slaagt de tentoonstelling in het Chassé dus ruim.
Een korte, krachtige tentoonstelling, die in korte tijd laat zien,
welk probleem opgelost moest worden
en hoe dat op een aantrekkelijke manier kon gebeuren.
Het golvend dak is daarbij een supervondst!
Een die vandaag nog steeds onze stad siert.
In het vervolg zal dus vooral de tentoonstelling spreken:
de foto’s, de maquette, de grote flyer met het interview met Hertzberger.
Samen tonen ze niet alleen hoe het Chassé Theater ooit is bedacht,
maar ook hoe er nu opnieuw naar het gebouw wordt gekeken.
De tentoonstelling begint al vóór je binnen bent.
De titel op de gevel vangt zowel het gebouw als de stad in één blik.
Een interview met opvallend open antwoorden in een eerlijke en begrijpelijke taal.
Als de eisen en wensen voor de verschillende ruimtes te veel uit elkaar lopen dan is het beter om meerdere los/vast gekoppelde ruimtes te bouwen en die onder één dak te brengen. Waarbij het dan relatief eenvoudig wordt om een historisch gebouw als de Kloosterkazerne er deels in te schuiven.
De folder bij de tentoonstelling met op de achterkant onder andere het idee van Herman Herzberger over toekomstige veranderingen.
Neem vooral een kijkje bij de tentoonstelling.
De moeite meer dan waard!
M’ebbe un bâând meej de Brakkensliert
Kielegat, Brakkensliert, Hier lèppe we oe wir op met bâând.
Waai zijn dun bâând nonnie kwijt meej dieje goeie ouwe tijd.
Kielywood.
De parels van de Brakkenberg ebbe un Bra-bant!
Irritante vlooien, ut schept un bâând.
Schuilen in de Brakkensliert.
Een bâând met dieren.
Omdat ik ook even op de rode loper mocht heb ik de kans aangegrepen om de cameraploeg op de foto te zetten.
De volgende ster.
De scheurende snaore.
Mijn aandenken van de rode loper.
2026 Embleem van Kielegat: M’ebbe un bâând.
M’ebbe un bâând meej dun optogt III
De lôpende bâând van Kielegat èèrport.
Me lôôpe nie meej hôr, me laote allenig ons ôndje uit.
Happy bird day?
Nu de correcte slogan: You made the fanfare bâând great again.
Vetbikers on tour.
De vette mayoretten.
Korps Harmo-nie-heus.
De doelpuntenmachine van NAC.
Deze Obelix bleef heel lang in zijn rol.
M’hebbe un Rembâând.
Beeldig.
Wei zèn vur aop gezet.
Er werd ook nog wat uitgedeeld zoals deze wens van Stedelijk Museum Breda – Parade.
Maar ik probeer geen reclame te maken op mijn blog.
M’ebbe un bâând meej dun optogt II
M’ebbe un bâând meej dun optogt I
Gistermiddag was het een stuk rustiger en kouder
dan de dag daarvoor.
Dat heeft alles te maken met de carnavalsoptochten
op zondag in de plaatsen in West-Brabant.
Was het op zaterdag om half drie in de middag al druk,
hier een korte indruk van zondag.
Kielegat, Kasteelplein.
Helaas zijn er nog maar weinig gelegenheden die met creativiteit en originaliteit hun befrijf versieren. Deze doen dat wel.
Later op de dag werd dit wel anders.
Grote Markt.
Vandaag ben ik kort voor negen uur gaan wandelen.
Er werd druk gewerkt om de optocht, die even na
12 uur begint te trekken, mogelijk te maken.
Voorbeeld van horeca efficiency: al dat oranje kun je bij voetbalwedstrijden, olympische spelen en koningsdag ook gebruiken. Voeg daar house-muziek bij en het is een festival als elk ander.
De gemeente reinigt nog even de Reigerstraat (en de rest van de binnenstad).
Kerkplein.
Markendaalseweg, nieuw in de route van dit jaar.
Halstraat.
Veel plezier strakt in de optocht!
M’ebbe un bâând meej snert!
Café de Bommel nu Bommestein.
Kasteelplein, zaterdag rond 14:00 uur.
Catharinastraat.
Spanjaardsgat.
M’ebbe un bâând meej proefdraaje
Verlichting testen in Breda?
Avonturen van een vis en visser in Breda
Wandelen in de mist
Het accent van de zon
Tobias en de engel, Mari Andriessen, Breda, Valkenberg, 1972.
Gistermiddag liep ik door het Valkenberg.
Op mijn blog was het beeld Tobias en de engel al eerder te zien.
Het is niet echt verstopt, want het bevindt zich direct
aan een van de grote doorgaande paden van het park.
Maar gisteren wierp de zon een accent op het beeld.
Tobias stond in het licht van de zon.
De engel staat bij dit beeld bescheidener naar achter.
Gisteren trad hij letterlijk uit de stralen van de zon.
Het is niet de engel die het middelpunt is van het verhaal:
het is Tobias die op reis gaat
het is Tobias die de vis vangt
Het is Tobias die met de vis zijn vader heelt.
Misschien is dat de stille boodschap van het verhaal.
Het oudtestamentisch bijbelverhaal begint bij vader Tobit en zijn zoon Tobias. Tobit, oud en blind geworden, heeft in het verleden een kleine schat achtergelaten bij iemand in Medië en stuurt zijn zoon Tobias op pad om die op te halen. Op zijn reis krijgt Tobias gezelschap van de aartsengel Rafaël. Tobias herkent hem echter niet. Rafaël is gestuurd na gebeden van Tobit én van diens vrouw. Met hulp van Rafaël brengt Tobias zijn vaders schat naar huis. Met de gal van een vis die hij samen met Rafaël heeft gevangen, geneest Tobias zijn vaders blindheid. Een deel van de schat wordt als aalmoezen weggegeven.









































































































































































































