India 24/25: Varanasi, dag 3 – Archaeological Museum Sarnath 02

– over nissen, bekroningen, deurstijlen en reliëfs: Gupta‑decoratie uit het Sarnath‑complex –

Veel van de sculpturen in het museum van Sarnath behoren tot de Gupta‑stijl,
de verfijnde vormentaal die in de 4e–6e eeuw
zowel hindoeïstische, boeddhistische als jaïnistische kunst vorm gaf.
In dit bericht over het site‑museum, zie je vooral architectonische fragmenten:
deurstijlen, nissen, bekroningen en reliëfs die ooit deel uitmaakten
van grotere gebouwen.
Sommige tonen duidelijk boeddhistische iconen,
andere zijn moeilijker te plaatsen en zouden in theorie
ook uit hindoeïstische contexten kunnen komen.

Veel van de fragmenten zijn dus geen zelfstandige beelden,
In een site‑museum zie je precies dit soort stukken
— de stille restanten van gebouwen die allang verdwenen zijn,
maar waarvan de sculptuur nog getuigt van de oorspronkelijke rijkdom.
Het zijn fragmenten die je in een nationaal museum zelden aantreft,
omdat ze zo sterk verbonden zijn met hun oorspronkelijke plaats:
ze markeerden drempels, omlijstten heilige zones,
begeleidden de bezoeker van het aardse naar het sacralere domein.
Juist in Sarnath, waar de Boeddha zijn eerste onderricht gaf,
vormen deze brokstukken een bijna archeologische poëzie:
losse stenen die samen een verdwenen architectuur oproepen.

DSC01694IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathGargoyle7thCenturyCEAccNo686
India, Varanasi, Archaeological Museum Sarnath, Gargoyle, 7th century CE. Acc. No. 686.

Regenwaterafvoer

Dit fragment is een regenwaterafvoer uit de stupa‑architectuur:
een blok waarvan de voorzijde is vormgegeven als een fabeldier
dat het water van het dak liet stromen.
De kop is expressief en licht dreigend,
precies het soort beschermend wezen dat in boeddhistische bouwkunst
vaak de overgang tussen dak en muur markeert.
Het dier wordt ook wel een makara genoemd, een mythisch waterwezen
dat in deze context de stupa symbolisch beschermt.

De tweede foto toont de praktische constructie:
het kanaal bovenaan waar het water doorheen liep,
en de stempels die het museum gebruikt om het fragment te registreren.
Samen maken ze duidelijk dat dit niet alleen een decoratief element was, maar een functioneel onderdeel van een groter architectonisch geheel.

DSC01695IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathGargoyle7thCenturyCEAccNo686

DSC01697IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathFaceStone9th-10thCenturyCEAccNo683
Face stone, 9th – 10th century CE. Acc. No. 683.

Wandbekleding ?

Dit fragment toont een zorgvuldig bewerkte steen met een ritmisch patroon
van vierkanten en bloemmotieven.
De vijf uitsparingen in elk vierkant — als de vijf van een dobbelsteen —
zijn niet doorboord maar slechts uitgehold,
wat erop wijst dat het motief decoratief bedoeld was.

In Indiase kunst kan dit schema verwijzen
naar de vijf richtingen of vijf elementen,
maar het functioneert hier vooral als ornament dat orde en symmetrie uitdrukt.

Onderaan zijn drie kleine nissen zichtbaar, afwisselend gevuld en leeg.
De middelste bevat een reliëf dat nog net herkenbaar is,
mogelijk een gestileerde figuur.
Die afwisseling tussen leegte en aanwezigheid lijkt bewust gekozen
en versterkt het ritme van de compositie.

De bovenrand is ruw en onregelmatig, zonder sporen van bevestiging
of afwerking.
Dat wijst erop dat de steen geen sokkel was waarop een beeld rustte,
maar eerder een deel van een wandbekleding of architectonisch paneel
dat ooit in een groter geheel was opgenomen.

Het fragment combineert geometrie, symboliek en ambacht
— een stille echo van de verfijnde Sarnath‑stijl uit de 9e–10e eeuw.


DSC01699IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathArchitecturalFragment6thCenturyCEAccNo679
Fragment, 6th century CE. Acc. No. 679.

Gestileerde leeuwenkop

Dit architectonische fragment uit de 6e eeuw toont
een fijn bewerkte omlijsting met bloem‑ en vlechtmotieven,
waarschijnlijk afkomstig van een deur‑ of raamzone.
Tussen de geometrische patronen verschijnt een klein gezichtje
— een vroege leeuwenkop of kīrtimukha,
het beschermende wezen dat in Indiase architectuur
vaak boven openingen of op randen voorkomt.
Hier heeft het nog een zachte, bijna menselijke expressie,
passend bij de serene stijl van Sarnath.

De combinatie van ornament en figuur maakt duidelijk
dat dit geen sokkel was, maar een decoratief paneel
dat de overgang markeerde tussen binnen en buiten, materieel en spiritueel.
Zelfs in dit kleine detail leeft het idee van bescherming en glorie voort
— een glimlach in steen die de stilte van het heiligdom bewaakte.


DSC01701IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathPediment7thCenturyCEAccNo674
Pediment, 7th century CE. Acc. No. 674.

Kijk eens naar deze bloem!

Dit pedimentfragment uit de 7e eeuw toont een vrouwelijke figuur
in een rustige, symmetrische zithouding.
Haar linkerhand rust ontspannen op het been,
een gebaar dat stabiliteit en kalmte uitdrukt.
In de rechterhand houdt zij een bloem, als een presenterend gebaar
— alsof zij het attribuut toont, een stille uitnodiging om te zien wat zij draagt.

De hoge haardracht en de sierlijke omlijsting boven haar
geven de figuur een verheven, bijna hemelse uitstraling.
Samen met de decoratieve band boven haar
— als een licht golvende bekroning —
suggereert dit dat het fragment ooit deel uitmaakte van een pilaar-
of nisbekroning waarin de figuur fungeerde
als een gracieus, beschermend aanwezigheidsmotief.

Het is een mooi voorbeeld van de Sarnath‑stijl
waarin goddelijke figuren niet nadrukkelijk autoritair worden weergegeven,
maar eerder open, mild en uitnodigend,
met een attribuut dat hun betekenis zacht maar duidelijk markeert.


DSC01703IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathArchitecturalFragmentWithSwastik7thCenturyCEAccNo673
Fragment with swastik, 7th century CE. Acc. No. 673.

Swastika of niet?

Waar de haakse lijnen elkaar kruisen,
is telkens een klein bloemmotief ingevoegd.
Dat detail verzacht niet alleen de geometrie,
maar geeft het patroon ook een subtiele draaiing:
de bloem lijkt als het ware het knooppunt te laten “ademen”,
waardoor de omliggende lijnen visueel gaan roteren.
Zo ontstaat vanzelf een swastika‑achtige dynamiek
— niet als een expliciet symbool, maar als een optisch effect
dat voortkomt uit de wisselwerking
tussen strakke geometrie en organische accenten.

Die draaiing herinnert aan een oud, cyclisch principe
dat in de Indiase beeldtaal veel voorkomt:
het idee dat energie zich niet lineair beweegt, maar in herhalende cirkels,
spiralen en terugkerende patronen.
De swastika is in dat opzicht geen teken van richting, maar van continuïteit
— een visuele metafoor voor het ritme van ontstaan, bestaan en vergaan.
In dit fragment is dat principe niet letterlijk uitgebeeld,
maar opgeroepen door de manier
waarop lijnen en bloemen elkaar in beweging zetten.


DSC01705IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathArchitecturalFragment6thCenturyCEAccNo672
Architectural fragment, 6th century CE. Acc. No. 672.

Kīrtimukha‑achtige of bhūtafiguur?

Het gezicht is krachtig en geladen met spanning:
de open mond, de opgetrokken wenkbrauwen
en de korte, gekrulde baard geven het een levendige,
bijna bezwerende expressie.
Aan weerszijden van de mond lijken kleine slagtanden te zien
— een detail dat het gelaat een afschrikwekkende,
beschermende kracht verleent.
Zulke tanden komen vaker voor bij kīrtimukha‑achtige figuren
of bhūta’s, wezens die de ingang van een heilig domein bewaken.

Samen met het kleine doodshoofd boven op het hoofd
vormt dit een beeld van transformatie en bescherming:
leven en dood, dreiging en sereniteit in één gezicht verenigd.
Het fragment belichaamt zo de Sarnath‑stijl van de 6e eeuw,
waarin zelfs ornamenten een rituele intensiteit dragen
— niet enkel decoratief, maar geladen met symbolische energie
die de ruimte moest zuiveren en beveiligen.

DSC01706IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathArchitecturalFragment6thCenturyCEAccNo672

DSC01708IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathDoorJam6thCenturyCEAccNo670 Detail
DSC01709IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathDoorJam6thCenturyCEAccNo670 Detail
DSC01710IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathDoorJam6thCenturyCEAccNo670 Detail
DSC01711IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathDoorJam6thCenturyCEAccNo670 Detail
DSC01713IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathDoorJam6thCenturyCEAccNo670
Door jam, 6th century CE. Acc. No. 670.

Kom binnen, je betreedt een heiligdom.

Deze deurstijl uit de 6e eeuw, rijk versierd met figuren en rankmotieven,
vormde ooit de ingang van een tempel.
De reliëfs tonen kleine, mollige wachters en dansende wezens
— yakṣa’s en hemelse figuren —
die de drempel bewaken en zegenen.
Hun aanwezigheid is niet louter decoratief:
zij verbeelden de levenskracht en bescherming
die de bezoeker begeleidt bij het betreden van het heiligdom.

De sierlijke krullen aan de rand symboliseren de energie van groei
en beweging, terwijl de verhalende scènes in de middenstrook
verwijzen naar rituele handelingen en menselijke gebaren van eerbied.
Zo wordt de deurstijl zelf een visuele poort
tussen wereld en sacrale ruimte,
een steen geworden overgang
waarin het aardse en het goddelijke elkaar raken.


DSC01715IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathFaceStone6thCenturyCEAccNo666 Detail
Face stone, 6th century CE. Acc. No. 666.

Verheffende zuivering

Het gelaat is compact en bijna kikkerachtig van vorm:
hoge, boogvormige wenkbrauwen drukken de ronde ogen naar beneden,
terwijl een kleine diamant tussen de ogen
de symmetrie van het voorhoofd markeert.
Onder de neus ligt een snorachtige band
die de spanning tussen neus en mond versterkt;
daaronder opent zich een brede mond met een ornament of tong
die naar buiten lijkt te komen
— een typisch kīrtimukha‑motief dat onzuivere krachten verslindt.
Rondom het hoofd waaieren golvende krullen uit als manen,
waardoor het wezen een dierlijke, bezwerende energie krijgt.

Aan de zijkant duikt een sierlijke zwaan op,
de hamsa, symbool van zuiverheid en spirituele onderscheidingskracht.
Samen vormen zij een hybride poortwachter:
het monster dat zuivert en de vogel die verheft.
Zulke motieven sierden architectonische drempels
binnen het tempelcomplex — deurstijlen, nissen en bekroningen —
en markeerden de overgang naar een heilige zone binnen het gebouw,
nog vóór men de eigenlijke cultusruimte bereikte.

DSC01716IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathFaceStone6thCenturyCEAccNo666

DSC01718IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathFaceStone6thCenturyCEAccNo657 Detail
Face stone, 6th century CE. Acc. No. 657.

Energie

De Boeddha zit in een rustige, compacte meditatiehouding:
één hand rust in de schoot, de andere ligt ontspannen op de knie.
Achter hem, binnen de ronde nis, verschijnen twee opvallende vormen
die als gestileerde vlammen of vleugelachtige contouren
kunnen worden gelezen.
Ze sluiten nauw aan tegen het lichaam
en lijken de Boeddha als het ware te omlijsten,
waardoor een subtiel energieveld ontstaat dat zijn aanwezigheid versterkt.
In de Gupta‑tijd functioneren zulke vormen vaak
als lotus‑ of aureoolmotieven,
ornamentale emanaties die de heilige status van de figuur markeren.
In deze kleine nis krijgen ze een bijna beschermende rol:
ze maken de Boeddha tot het stille centrum van de compositie
en benadrukken dat dit fragment ooit deel uitmaakte
van een architectonische drempel binnen het tempelcomplex
— een plek waar de overgang
naar een meer sacraal domein werd aangeduid.

DSC01719IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathFaceStone6thCenturyCEAccNo657

Afsluiting

Zo ontstaat uit losse stenen een contour van wat Sarnath ooit was:
een tempellandschap waarin ornamenten de drempels bewaakten
en kleine Boeddha‑nissen de muren tot leven brachten.
De reeks in dit bericht vormt de aanloop naar het monument
dat alles samenbindt
— het leeuwenkapiteel van Ashoka,
waar de geschiedenis van de plek zich in één sculptuur verdicht.


India 24/25: Varanasi, dag 3 – Archaeological Museum Sarnath 01

– over hoe steen zich opent: drie Sarnath‑fragmenten over vorm en betekenis –

Terwijl ik de archeologische site van Sarnath bezocht
ben ik ook gaan kijken in het museum dat er vlak bij ligt.
Dat vraagt om wat achtergrondinformatie over dat museum
omdat ik wat voorwerpen daarvan wil laten zien:

Het Archaeological Museum Sarnath is vrijwel volledig gewijd
aan vondsten uit Sarnath zelf.
De instelling werd in de Britse tijd opgericht door
de Archaeological Survey of India (ASI)
om de resultaten van opgravingen op die ene site te bewaren.

De collectie omvat:

  • Sculpturen, reliëfs en fragmenten uit de Dhamekh‑stupa, Dharmarajika‑stupa, en omliggende kloostercomplexen.
  • Objecten uit latere periodes (Gupta, post‑Gupta, Pāla) die in dezelfde zone zijn gevonden.
  • Enkele stukken uit de directe omgeving van Varanasi, maar altijd binnen het bredere Sarnath‑veld.

Kort gezegd:
het is geen regionaal museum van heel Varanasi, maar een site‑museum
— alles wat er staat komt uit of rond de archeologische zone van Sarnath.
Als een object in dat museum staat zonder verdere herkomstvermelding,
mag je er met redelijke zekerheid van uitgaan dat het uit Sarnath komt.
Alleen bij uitzonderingen (bijv. vergelijkingsstukken uit andere plaatsen)
wordt dat expliciet vermeld op het label.

Dat laatste woord, label, is de aanleiding voor deze inleiding op het museum.
De labels bij de objecten zijn heel summier.
Dat laat ik bij het eerste object even zien:

  • geen vermelding van de plaats waar het object gevonden is;
  • geen aanduiding van het materiaal waaruit het gemaakt is;
  • geen beschrijving van de voorstelling;
  • en geen beschrijving van de omstandigheden waaronder het gevonden is.

Misschien is al die informatie er wel maar is die (nog) niet online beschikbaar.

DSC01687IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathFaceStone7thCentCEAccNo654
India, Varanasi, Archaeological Museum Sarnath, Face stone, 7th century CE. Acc. No. 654.
DSC01688IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathFaceStone7thCentCEAccNo654

Face stone

Wat we hier zien is een mogelijke Boeddha,
zittend op een lotus‑basis binnen een architectonische nis.
De nis is omlijst met kralenranden en florale ornamenten,
en bovenaan bevindt zich een boogvorm met een centraal kopmotief.
Dat hoofd lijkt op een gestileerde slang of een ander mythisch wezen.
Het fragment is te beperkt om het motief met zekerheid te identificeren,
maar de combinatie van kralenranden, florale details en de boogvorm
plaatst de Boeddha duidelijk binnen een architectonisch kader
dat bedoeld was om hem te omlijsten en te markeren.
De houding is overwegend rustig en symmetrisch,
in lijn met de idealen van innerlijke kalmte die zo kenmerkend zijn
voor de Sarnath‑stijl.

De steen — waarschijnlijk Chunar‑zandsteen —
toont slijtage en kleine beschadigingen,
sporen van een lange geschiedenis van blootstelling en gebruik.
Alles samen geeft het fragment de indruk ooit deel te zijn geweest
van een grotere sculpturale structuur,
mogelijk een stupa‑bekleding of een tempelwand met meerdere nissen.

Wanneer je een Boeddha ziet die rustig en symmetrisch zit,
is de eerste reflex om te denken aan de dhyāna‑mudrā,
de klassieke meditatiehouding waarin beide handen in de schoot liggen,
palmen naar boven, duimen licht tegen elkaar.
Veel Sarnath‑beelden uit de 7e eeuw tonen precies deze mudrā,
en de serene compositie van het fragment
lijkt die interpretatie te ondersteunen.
De rechterarm is afgebroken, wat de gedachte voedt dat de rechterhand
ooit boven de linkerhand lag
en dat het gebaar door de breuk verloren is gegaan.
Maar zodra je naar de linkerhand kijkt, ontstaat frictie.
Die hand ligt laag, op de enkel van de linkervoet,
en toont geen spoor van een tweede hand die er ooit bovenop lag.
Een beeldhouwer werkt in één blok: als er iets bovenop had gelegen,
zou de linkerhand zelf beschadigd zijn of een afdruk tonen.
Dat is hier niet het geval.
De dhyāna‑mudrā blijft dus mogelijk, maar niet zonder spanning
— en die spanning is precies het punt waarop een fragment ons uitnodigt
om verder te kijken dan de canon.

Wanneer je de iconografische verwachting loslaat
en puur kijkt naar de plastische logica van het fragment,
ontstaat een tweede, minstens even plausibele interpretatie.
De rechterarm stopt abrupt, maar de breuklijn
en de positie van de schouders suggereren
dat de arm niet naar de schoot liep, maar eerder diagonaal naar voren,
met de elleboog rustend op het rechterbeen.
In dat scenario zou de rechterhand licht naar voren hebben gestoken
— een uitstekende vorm die bij breuk als eerste verdwijnt.
De linkerhand, laag op de enkel, vormt dan geen deel van een mudrā
maar van een natuurlijke rusthouding.
Zulke informele, ontspannen poses komen in Sarnath‑sculptuur vaker voor,
vooral in architectonische nissen waar de doctrinaire gebaren
minder strikt worden toegepast.

Door beide lezingen als mogelijkheden open te laten,
wordt het fragment zelf een dialoog tussen iconografie en steen:
tussen de canon die een meditatiehouding suggereert
en de materiële aanwijzingen
die op een meer ontspannen, natuurlijke pose wijzen.


DSC01689 01 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathCornerStone6thCentCEAccNo694
Corner stone, 6th century CE. Acc. No. 694.
DSC01689 02 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathCornerStone6thCentCEAccNo694
DSC01691IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathCornerStone6thCentCEAccNo694Detail

Hoeksteen

Deze hoeksteen maakt deel uit van een architectonische omlijsting
waarin decoratie en diermotief naadloos in elkaar overvloeien.
Het wezen dat hier verschijnt heeft duidelijke leeuwentrekken
— de krachtige houding, de manen die in ornament overgaan,
de kop die zich naar een verticale guirlande buigt —
maar het is geen natuurgetrouwe leeuw.
Het grijpt het decoratieve element met een klauw
en lijkt het bijna te “verslinden”,
een beweging die eerder symbolisch is dan realistisch:
een manier om levenskracht, bescherming
en spanning in het steenwerk te brengen.

Dat past binnen een bredere Indiase fascinatie voor de leeuw,
toen en nu nog.
In Sarnath is de leeuw zelfs een centraal symbool,
van de Ashoka‑kapiteel tot de vele bewaker‑wezens in nissen en friezen.
Tegen die achtergrond krijgt ook deze hoeksteen betekenis:
als een gestileerd, hybride leeuwwezen
dat de architectuur bezielt en het heiligdom visueel bewaakt.


DSC01692IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathBodhisattvaInPilaster8thCentCEAccNo690
Bodhisattva in pilaster, 8th century CE. Acc. No. 690.

Drie eeuwen Sarnath in drie fragmenten

Samen tonen deze drie fragmenten – de leeuw, de Boeddha, de Bodhisattva –
hoe de beeldhouwkunst van Sarnath
zich tussen de 6e, 7e en 8e eeuw ontwikkelt.

In de 6e eeuw overheerst het architectonische reliëf:
de hoeksteen met zijn gestileerde leeuwwezen
is nog volledig onderdeel van de bouwstructuur,
een decoratief motief dat kracht en bescherming uitdrukt
maar gebonden blijft aan het vlak.

In de 7e eeuw verschijnt een ander ideaal:
de verfijnde, serene Boeddha‑stijl van Sarnath,
waarin het gezicht zacht gemodelleerd is
en de figuur zich al iets losmaakt van de achtergrond
— een overgang van ornament naar icoon.

In de 8e eeuw krijgt de sculptuur een nieuwe ruimtelijkheid:
de Bodhisattva in de pilaster heeft volume, sieraden,
een duidelijke houding en een bijna driedimensionale aanwezigheid,
een voorbode van de expressieve Pāla‑stijl.

Zo vormen deze drie stenen samen een kleine tijdlijn:
van reliëf naar beeld,
van architectonische functie naar spirituele aanwezigheid,
van decoratieve kracht naar persoonlijke expressie.


India 24/25: Varanasi, dag 3 – Sarnath

– Deer Park by the Hill of the Fallen Sages, outside of Varanasi –

De historische Boeddha leefde en onderwees in de brede Gangesvlakte,
in het gebied dat nu Bihar en Uttar Pradesh heet:
een dichtbevolkte streek van kleine republieken,
handelsroutes en spirituele scholen waar nieuwe ideeën snel konden reizen.

In datzelfde landschap ligt Sarnath
— het Deer Park by the Hill of the Fallen Sages, just outside of Varanasi —
een plek die al in oudere tradities werd geassocieerd
met rondtrekkende asceten en wijze leraren.
De ondertitel van dit bericht is een citaat uit de Lalitavistara sutra,
een klassieke biografische tekst over het leven van de Boeddha.

Zoals in veel religies gebeurt, wordt de centrale figuur zo geplaatst
binnen een bestaande lijn van vroegere ‘wijzen’,
waardoor zijn aanwezigheid op die plek extra betekenis krijgt.
Het is daarom logisch dat juist hier een van de vroegste
en meest bepalende momenten van het boeddhisme plaatsvond.

Rond 528 v.Chr. gaf de Boeddha in Sarnath zijn Eerste Leerrede
en overtuigde hij zijn vijf vroegere asceten om zijn volgelingen te worden,
waarmee hij ‘het Dharma‑wiel in beweging zette’
— een traditionele metafoor voor het begin van zijn onderricht
en de verspreiding van de leer.

Ruim twee eeuwen later, omstreeks 250 v.Chr., liet keizer Ashoka
op dezelfde plek een monumentale zuil — de Ashoka‑pillar — oprichten
als eerste formele, keizerlijke erkenning van deze heilige plaats.

Tegenwoordig is er in Sarnath niet veel meer te zien
dan één groot stupa‑complex en lage muurresten,
maar juist die schijnbare eenvoud maakt duidelijk
waarom ik erheen ging:
het is een plek waar de spirituele oorsprong van het boeddhisme
en de politieke bevestiging ervan
— Boeddha en Ashoka —
letterlijk naast elkaar staan.

DSC01648IndiaVaranasiSarnathKloosterNr7
India, Varanasi, Sarnath, Klooster nr 7.
DSC01649IndiaVaranasiSarnathKloosterNr5
Sarnath, Klooster nr 5.
DSC01652IndiaVaranasiSarnathDharmarajikaStupa Txt
DSC01650IndiaVaranasiSarnathDharmarajikaStupa
Sarnath, Dharmarajika stupa.

Dharmarajika Stupa

Volgens de overlevering liet keizer Ashoka in de derde eeuw v.Chr.
de Dharmarajika‑stupa bouwen om relieken van de Boeddha te bewaren.
Archeologisch onderzoek bevestigt dat het inderdaad een reliekstupa was,
maar niet met zekerheid dat de relieken
van de Boeddha zelf afkomstig waren.
Veel latere stupa’s bevatten symbolische of gedeelde relieken,
en het is aannemelijk dat Ashoka met deze bouw
vooral de verspreiding van het boeddhisme wilde markeren.
Zo blijft de Dharmarajika‑stupa een plaats van herinnering
aan die vroege devotie,
meer dan een letterlijk graf.

DSC01651IndiaVaranasiSarnathGoldenFoil

Goudfolie

Het bordje verbaasde me eerst,
maar later zag ik waarom het er stond:
pelgrims brengen hier dunne goudfolie aan op de stenen
als teken van eerbied.
Dat gebaar hoort bij een levende traditie, maar in Sarnath
— waar de ruïnes archeologisch beschermd zijn —
probeert men die devotie te begrenzen om de monumenten te behouden.
Zo botsen hier geloof en behoud op een heel tastbare manier.

DSC01653IndiaVaranasiSarnathDharmarajikaStupa
Sarnath, Dharmarajika stupa.
DSC01654IndiaVaranasiSarnathDhamekhStupa
Sarnath, Dhamekh stupa.
DSC01659IndiaVaranasiSarnathDhamekhStupa Txt

Boeddha’s woorden

De Dhamekh‑stupa markeert de plek waar de Boeddha, rond 528 v.Chr.,
zijn Eerste Leerrede gaf
— het moment waarop hij ‘het Dharma‑wiel in beweging zette’.
De huidige stupa, een massieve cilindervorm van steen en baksteen,
werd in latere eeuwen vergroot en versierd.
Langs de onderste zone loopt een brede band
van fijn bewerkte reliëfs:
geometrische patronen, swastika‑motieven, bladeren en bloemen,
afgewisseld met vogels en menselijke figuren.
Deze ornamenten verbeelden de kringloop van leven en leer,
en herinneren eraan dat de Boeddha’s woorden
hier voor het eerst klonken in de wereld.

DSC01655IndiaVaranasiSarnathDhamekhStupaRelief
DSC01656IndiaVaranasiSarnathDhamekhStupaRelief
Reliëfs op de Dhamekh stupa.
DSC01657IndiaVaranasiSarnathDhamekhStupaRelief
DSC01660IndiaVaranasiSarnathDhamekhStupa
DSC01661IndiaVaranasiSarnathDhamekhStupa
DSC01662IndiaVaranasiSarnathDhamekhStupa
DSC01663IndiaVaranasiSarnathDhamekhStupa
DSC01664IndiaVaranasiSarnathDhamekhStupa
DSC01665IndiaVaranasiSarnathDhamekhStupa
DSC01666IndiaVaranasiSarnathDhamekhStupa
DSC01667IndiaVaranasiSarnathDhamekhStupa
DSC01668IndiaVaranasiSarnathDhamekhStupa
DSC01669IndiaVaranasiSarnathDhamekhStupa
DSC01670IndiaVaranasiSarnath
De plaats in Sarnath met de archeologische vondsten is uitgestrekt.
DSC01671IndiaVaranasiSarnathDhamekhStupa
Heel stil, heel meditatief.
DSC01673IndiaVaranasiSarnathPanchytanTempel
Sarnath, de overblijfselen van de Panchytan Tempel.

Panchytan tempel

De Panchayatana‑tempel in Sarnath stamt
uit de Gupta‑periode (4e–6e eeuw n.Chr.)
en vormt een stille getuige van de overgang
van vroege boeddhistische eenvoud
naar de verfijnde klassieke kunst van India.
Het tempelplan — één hoofdheiligdom omringd door vier kleinere —
is ontleend aan hindoeïstische architectuur,
maar hier toegepast in een boeddhistische context.
Dat maakt de tempel bijzonder:
hij laat zien hoe religieuze tradities in die tijd niet scherp gescheiden waren,
maar elkaar beïnvloedden en verrijkten.
De overgebleven sokkels en zuilen tonen nog fragmenten
van sierlijke reliëfs en vormen een echo van die gedeelde devotie.

Vandaag is de plek grotendeels een archeologische ruïne,
maar de verering leeft voort.
Op sommige stenen zie je dunne goudfolie
— aangebracht door pelgrims, vaak uit Japan, als teken van eerbied.
Die glanzende restjes verbinden het verleden met het heden:
oude steen en levende devotie raken elkaar,
precies zoals de tempel ooit verschillende geloofstradities samenbracht.

DSC01675IndiaVaranasiSarnathPanchytanTempelGoldFoil
Goudfolie.
DSC01677IndiaVaranasiSarnathMulagandhaKuti Txt
DSC01678IndiaVaranasiSarnathMulagandhaKuti
Sarnath, Mulagandha Kuti.

Boeddha’s Gupta aanwezigheid

Mulagandha Kuti wordt in de overlevering genoemd
als de plek waar de Boeddha in Sarnath in meditatie zat.
Van de oorspronkelijke tempel is nu vooral de structuur nog zichtbaar:
een zware, uit rots gehouwen basis,
daarboven lagen van baksteen die ooit een hoge bovenbouw droegen.
Die combinatie van massieve steen en verfijnder metselwerk
is kenmerkend voor de Gupta‑periode,
waarin boeddhistische architectuur zich ontwikkelde
van eenvoudige heiligdommen naar meer uitgewerkte tempels.
Volgens de Chinese pelgrim Hiuen‑Tsang was Mulagandha Kuti ooit
een indrukwekkend bouwwerk van grote hoogte,
maar vandaag blijft vooral de stilte van de stenen over.
Juist die soberheid maakt voelbaar hoe de plek ooit werd ervaren:
niet door monumentale vorm,
maar door de concentratie en rust
die men aan de Boeddha’s aanwezigheid verbond.

DSC01679IndiaVaranasiSarnathMulagandhaKuti
DSC01680IndiaVaranasiSarnathMulagandhaKuti
Onder, als fundament, gekapte rotsblokken. Boven gebakken steen.

Keizerlijke steun voor de Dharma

In Sarnath zijn de sporen van keizer Ashoka’s aanwezigheid nog tastbaar
— niet in paleizen of trofeeën, maar in ondersteunende stenen.
Tijdens de Maurya‑dynastie (4e–3e eeuw v.Chr.),
het eerste grote rijk van het Indiase subcontinent,
kreeg het boeddhisme voor het eerst koninklijke bescherming.
Dat zie je terug in de gladgepolijste Chunar‑zandsteen
van de Maurya‑balustrade en in de fragmenten van de Ashoka‑pilaar:
beide dragen de kenmerkende “Mauryan polish”,
een glans die zuiverheid en keizerlijke zorg voor de Dharma uitdrukte.
Ashoka liet zuilen oprichten op plaatsen waar hij
een morele of religieuze boodschap wilde verankeren
— soms langs wegen, soms bij administratieve centra,
en op enkele plekken die verbonden waren met het leven van de Boeddha.

De pilaar in Sarnath, ooit bekroond met de vier leeuwen
die nu het nationale symbool van India vormen,
stond naast de reliekstupa — geloof en macht in één gebaar van steen.

Samen tonen de zuil en de balustrade hoe het boeddhisme
in de derde eeuw v.Chr. niet alleen een spirituele leer was,
maar ook een keizerlijk project:
een boodschap van eenheid, gevat in gepolijste zandsteen.

DSC01681IndiaVaranasiSarnathAshokanPillar Txt
DSC01682IndiaVaranasiSarnathAshokanPillar
De resten van de Ashoka-pilaar. De leeuwen die de pilaar bekroonden zijn in het museum te zien van Sarnath. Maar alleen de resten van de pilaar staan al achter glas.
DSC01683IndiaVaranasiSarnath
DSC01685IndiaVaranasiSarnathMauryanMonolithicRailing Txt
Zware leuning uitgevoerd in dezelfde tijd als de Ashoka-pilaar.
DSC01684IndiaVaranasiSarnathMauryanMonolithicRailing
De grijze, stenen leuning.
DSC01686IndiaVaranasiSarnathDharmarajikaStupa
Nog een laatste blik op de Dharmarajika stupa.

India 24/25: Varanasi, dag 2 – Ganga Aarti

– over een ceremonie aan de Ganges en de toeschouwers –

Indrukwekkend.
Al die mensen, Hindoebedevaartgangers en westerse toeristen,
verkopers van offers, gidsen, priesters, verhuurders van boten en
verkopers van souvenirs.
Mensen op trappen, in boten en aan de kant; in een stoel of op de stenen.
Een bruidspaar.
Geluid, muziek, gepraat, geroezemoes, wierook, zingen, licht.
Allemaal door elkaar, maar ook allemaal geconcentreerd op het ritueel.
De Ganga Aarti in Varanasi.

DSC01603IndiaVaranasiGangaAarti VeelHandel
DSC01604IndiaVaranasiGangaAarti BedevaartsgangersAanLand
DSC01605IndiaVaranasiGangaAarti ToeschouwersOpDeGanges
Er zijn veel mensen op de trappen bij de Ganges in Varanasi. Van de straat die de stad in loopt tot op het water in de boten die speciaal voor het ritueel komen aanvaren.
IMG_3510IndiaVaranasiGangaAarti
Vanaf deze rij met podia zal het ritueel worden aangekondigd en worden uitgevoerd.
DSC01606IndiaVaranasiGangaAarti
Een groep priesters is bezig met de voorbereiding.
DSC01607IndiaVaranasiGangaAarti Sfeer
Bedevaartsgangers reageren enthousiast op de gebeurtenissen.
DSC01609IndiaVaranasiGangaAarti OveralMensen
Terwijl anderen rustig afwachten op wat er allemaal nog komen gaat.
DSC01610IndiaVaranasiGangaAarti Prep
IMG_3509IndiaVaranasiGangaAarti
IMG_3512IndiaVaranasiGangaAarti
DSC01611IndiaVaranasiGangaAarti DashashwamedGhat
DSC01614IndiaVaranasiGangaAarti Bruiloft
Een bruidspaar. Ze zijn geen vast onderdeel van de Aarti.
IMG_3513IndiaVaranasiGangaAarti
De voorganger begint met gezang.
DSC01615IndiaVaranasiGangaAarti
DSC01618IndiaVaranasiGangaAarti Prep
Er is veel enthousiasme aanwezig.
DSC01619IndiaVaranasiGangaAarti Prep
DSC01620IndiaVaranasiGangaAarti
DSC01621IndiaVaranasiGangaAarti
DSC01622IndiaVaranasiGangaAarti
DSC01623IndiaVaranasiGangaAarti
Mijn indruk was dat de jonge mannen in het geel nog in opleiding waren voor het ritueel.
DSC01624IndiaVaranasiGangaAarti
De jonge mannen in het geel stonden voor de podia maar wel een stukje lager zodat ze niet in beeld van de bedevaartgangers stonden.
DSC01625IndiaVaranasiGangaAarti
Klanken uit een grote schelp bereiken het hele publiek.
DSC01628IndiaVaranasiGangaAarti
Gerinkel van bellen.
DSC01629IndiaVaranasiGangaAarti
DSC01630IndiaVaranasiGangaAarti
Brede gebaren met wierook.
DSC01633IndiaVaranasiGangaAarti
DSC01634IndiaVaranasiGangaAarti
DSC01636IndiaVaranasiGangaAarti
DSC01637IndiaVaranasiGangaAarti
DSC01639IndiaVaranasiGangaAarti
DSC01640IndiaVaranasiGangaAarti
DSC01642IndiaVaranasiGangaAarti
IMG_3514IndiaVaranasiGangaAarti
IMG_3516IndiaVaranasiGangaAarti
IMG_3515IndiaVaranasiGangaAarti
IMG_3517IndiaVaranasiGangaAarti
IMG_3518IndiaVaranasiGangaAarti
DSC01647IndiaVaranasiGangaAarti
Even verderop een vergelijkbare ceremonie.
IMG_3520IndiaVaranasiRestaurantInSmalleStraatje
Terug in het smalle straatje, parallel aan de loop van de Ganges. Ik zit in een rustig restaurant en kijk naar de winkels aan de overkant van de straat die nog open zijn.

India 24/25: Varanasi, dag 2 – Verkenning

De eerste volledige dag in Varanasi.
Het plan was om rond te kijken en om het museum
van de universiteit van Varanasi (Banaras Hindu University) te bezoeken,
het Bharat Kala Bhavan Museum.
Het museum heeft sinds 1990 een Alice Boner gallery.
De naam van deze Zwitserse kunstenares kwam ik ook tegen
in verband met het Museum Rietberg in Zürich.
In de avond kon ik dan naar de Ganga Aarti.
De foto’s die ik die avond maakte neem ik op
in het volgende bericht.
Vandaag de foto’s die in het volle daglicht werden gemaakt.

DSC01573IndiaVaranasiMarigold
Vanaf het dak van het guest house Marigold zag ik de Ganges al voordat mijn wandeling begon. De lucht was nog heiing. Dat zou veranderen.
DSC01574IndiaVaranasi
Waar mensen zijn zie je ook deze apen. Hier rustig. Maar de omgang met mensen heeft ze bandieten gemaakt. De meeste guest houses hebben dan ook grote kooien op hun platte daken. Niet voor de apen maar voor de mensen. Dan zijn we beschermd.
DSC01576IndiaVaranasi
DSC01577IndiaVaranasiMarigold
Apenkooien krijgt in Varanasi een heel nieuwe betekenis. Niet alleen om de apen buiten te houden maar ook omdat de apen op en aan de kooien ravotten, slingeren en krijsen.
IMG_3490IndiaVaranasi
Ik neem me voor om iedere dag te beginnen met een kort bezoek aan de ghats. Het is vlakbij. even door een paar van deze straatjes. Je leert snel de weg.
IMG_3493IndiaVaranasiGeorgeHarrisonConcert
In november 2001 overleed George Harrison. Daarom was er een programma in Varanasi. In de ochtend was me de poster opgevallen. Later werd het belang nog eens onderstreept en bezocht ik een avond op 27 november.
DSC01579IndiaVaranasi
Het is altijd een drukte op de ghats.
DSC01580IndiaVaranasi
DSC01581IndiaVaranasi
DSC01582IndiaVaranasi
DSC01583IndiaVaranasi
DSC01584IndiaVaranasiGhats
Aan de ghats staan grote oude paleizen en tempels. Sommige staan er al honderden jaren.

Ik ben geen boeddhist, geen hindoe, geen moslim.
Maar ik ben geïnteresseerd in die grote godsdiensten, hun verhaal
en hun impact op de cultuurgeschiedenis.
Tijdens deze reis bezoek ik verschillende centra van al deze religies.
Steeds opnieuw probeer ik de dingen te zien die ik al eerder zag,
probeer ik nieuwe zaken te bekijken en alles te begrijpen.
Wetende dat het steeds veel is wat op me afkomt.
Wie mijn blog vaker leest, zal dat herkennen.

Boven op een groot gebouw, aan de ghats in Varanasi,
zag ik deze voorstelling.
Heel dominant voor het gebied.
Wat is de boodschap die dit beeld de bezoekers van de ghats wil meegeven?

DSC01585IndiaVaranasiBovenopGebouwAanGhats

We zien een strijdwagen.

Bhagavad Gita

De Bhagavad Gita (“Het Lied van de Heer”)
is een filosofische dialoog van 700 verzen
binnen het grote Indiase epos Mahābhārata.
Het is geen losstaand boek, maar een scène midden in het verhaal,
precies op het moment dat de grote oorlog tussen twee familietakken
— de Pandava’s en de Kaurava’s — gaat beginnen.
De plaats van handeling: de veldslag van Kurukshetra.
Die plaats bestaat vandaag de dag nog steeds als bedevaartsplaats,
maar door de Bhagavad Gita is het belangrijker geworden
dan je op grond van de plek zelf zou verwachten.

Een strijd die niet te ontwijken is

Arjuna, een van de vijf Pandava‑broers, staat klaar om te strijden.
Maar wanneer hij ziet wie er tegenover hem staan
— familieleden, leraren, vrienden —
raakt hij in een diepe morele crisis.
Hij legt zijn boog neer en zegt dat hij niet kan vechten.
Krishna, die zijn wagen bestuurt,
grijpt dat moment aan om hem te onderrichten.
Dat is het moment dat we zien in de strijdwagen:
Arjuna zit achter Krishna
Krishna is de blauwe wagenmenner
De kleine figuur bovenop is Hanuman. Hij beschermt en geeft kracht.

De Gita is dus geen verhaal, maar een gesprek:
een mens die twijfelt, en een god die uitlegt hoe te handelen
zonder innerlijke verwarring.

Een stil beeld van een innerlijke dialoog over plicht, twijfel en inzicht.
In Varanasi, waar de Ganges zelf als symbool van zuivering stroomt,
krijgt dit tafereel een extra laag:
het herinnert eraan dat ware strijd niet buiten,
maar in het bewustzijn wordt uitgevochten.
Een aanmoediging voor de bedevaartgangers.

Wat is de kern van de leer die Krishna bespreekt?

Krishna’s onderricht gaat over drie grote thema’s:

  • De aard van de ziel (ātman)
    De ziel sterft niet; alleen het lichaam verandert.
    Daarom is Arjuna’s angst voor de dood van zijn verwanten
    niet het hele verhaal.
  • Handelen zonder gehechtheid
    Je moet handelen volgens je plicht,
    maar zonder jezelf te verliezen in de uitkomst.
    Het is de intentie die zuiver moet zijn, niet het resultaat.
  • De vele wegen naar inzicht
    Krishna bespreekt een breed scala aan zaken waardoor
    de Gita een soort samenvatting is van de Indiase spirituele traditie.

Zoals Arjuna zegt in de Bhagavad Gita:

“Mijn lichaam beeft, mijn mond is droog. Mijn boog glijdt uit mijn hand.”

Bron: Nitya, hoofdstuk 1, verzen 28–30.

Het is precies dat moment van twijfel dat hier boven de ghats is uitgebeeld.

IMG_3491IndiaVaranasi
DSC01586IndiaVaranasiGhats
DSC01587IndiaVaranasiOplossingenVoorIederePortemannee
Voor iedere bedevaartganger, zijn er offers of souvenirs te koop.
DSC01588IndiaVaranasi
Er zijn voldoende priesters om iedereen te helpen.
DSC01589IndiaVaranasiStraatNaarDeGanges
Dan wandel ik opnieuw de grote toegangsstraat in.
DSC01594IndiaVaranasiBovenEenDeur

Onder de blik van Ganesha

Boven de deur danst voorspoed.
De olifantsgod, met zijn zachte glimlach,
houdt de chaos buiten — zelfs de draden
lijken zich te buigen voor zijn zegen.
Twee dienaressen wuiven hem toe,
terwijl naast hen twee vissen glanzen,
als waterwezens die geluk bewaken.
En onderaan, haast onopvallend,
zit zijn muis — klein, oplettend, trouw —
alsof ook nieuwsgierigheid
hier een plaats van vrede heeft gevonden.

DSC01590IndiaVaranasi
DSC01595IndiaVaranasi

Onder Shiva

Onder de blik van Shiva lijkt de muur zelf te ademen.
Op een gouden schaal danst hij het ritme van de wereld bijeen,
een beweging die tegelijk schept en oplost.
Achter hem ontvouwen zich andere verhalen:
de stille meditatie van de asceten, de zachte aanwezigheid van Rama en Sita,
kleurvlakken die als echo’s van devotie tegen de wand liggen.
Alles beweegt hier — zelfs wat geschilderd is —
alsof de tempelwand een eigen adem heeft,
een plek waar dans en stilte elkaar moeiteloos vinden.

DSC01596IndiaVaranasiShivaNataraja
DSC01591IndiaVaranasi
DSC01592IndiaVaranasiZoalsVaakInIndiaVeelTempeltjes
Zoals vaak in India overal tempels en tempeltjes.
DSC01593IndiaVaranasiToegangNaarGanges
Terug naar de Ganges om over de ghats naar het Bharat Kala Bhavan Museum te gaan.
DSC01597IndiaVaranasi
DSC01598IndiaVaranasiJainMonumentBhagwanPārśvanāthDe23eTīrthankara

Hier het Jain‑monument voor de 23e Tīrthankara, Bhagwan Pārśvanāth,
met bovenaan zijn beeld in meditatie
en onderaan het reliëf van koe en leeuw die samen drinken:
een beeld van volmaakte vrede
tussen wezens die normaal elkaars tegenpolen zijn.

DSC01599IndiaVaranasiJainGhat
Jain ghat.
DSC01600IndiaVaranasi
DSC01601IndiaVaranasiModerneMuurschildering
Moderne street art.
IMG_3492IndiaVaranasi
IMG_3494IndiaVaranasiTussenDeTraptredenIngeklemd
Ook tussen de traptreden ingeklemd.
IMG_3495IndiaVaranasi

Trappen

Op de trappen van de ghats
bereiden priesters hun rituelen voor.
In witte dhoti’s, met strepen heilige as op borst en schouders,
mengen ze offers en gebeden
terwijl het ochtendlicht over de stenen glijdt.
Ze doen dat niet alleen voor zichzelf,
maar vooral voor de pelgrims die hen betalen om namens hen te bidden.
Plastic zakken en bronzen kommen liggen naast elkaar
— een vanzelfsprekende mengeling van oud en nieuw,
van heilig en alledaags.

IMG_3496IndiaVaranasi
IMG_3497IndiaVaranasiModerneMuurschilderingSamarpanartstudio
IMG_3498IndiaVaranasiModerneMuurschilderingSamarpanartstudio
IMG_3499IndiaVaranasiModerneMuurschilderingSamarpanartstudio

Moderne street art

Langs de ghats verschijnen soms beelden die niet uit steen of ritueel zijn,
maar uit verf en licht.
Deze drie muurschilderingen — Shiva, een sadhu en Kali —
lijken uit de muur zelf te ademen.
De kunstenaar heeft hun gezichten niet verheerlijkt,
maar tot stilte gebracht:
Shiva met gesloten ogen, haar als stromend water,
de sadhu in rood en as, en dwingende blik,
Kali met vurige drievoudige blik, haar tong rood en scherp.
Samen vormen ze een hedendaagse echo van de stad
— Varanasi als levend altaar,
waar goden en mensen elkaar in verf ontmoeten.

IMG_3500IndiaVaranasiBharatKalaBhavanMuseum

Dit is het Bharat Kala Bhavan Museum.
Het museum verbood het maken van foto’s.
Men vond het erg spannend om een westerse toerist
een kaartje te verkopen en binnen te laten.
Ik moest een locker gebruiken voor mijn rugzak, camera en telefoon.
Bij de toegangscontrole zaten drie medewerkers.
Ieder met zijn of haar eigen functie en bij alle drie ging ik langs.

Alice Boner

Het museum heeft sinds 1990 een Alice Boner‑galerij,
genoemd naar de Zwitserse kunstenares
die jarenlang in Varanasi woonde en er haar onderzoek
naar Indiase miniaturen ontwikkelde.
Haar naam kende ik al van het Museum Rietberg in Zürich,
waar delen van haar nalatenschap worden bewaard,
maar toen had ik nog niet deze context helder.
Pas hier in Varanasi viel alles op zijn plaats:
de stad waar ze werkte, schreef en verzamelde,
en waar haar aanwezigheid nog steeds voelbaar is.

IMG_3501IndiaVaranasiBharatKalaBhavanMuseum
De collectie is de moeite waard maar ik kan er hier niets van laten zien. U zult naar Varanasi moeten gaan. Iets dat ik zo-wie-zo kan aanraden.
IMG_3502IndiaVaranasiBharatKalaBhavanMuseum
IMG_3503IndiaVaranasi
Via de ghats ga ik weer terug naar mijn guest house.
IMG_3504IndiaVaranasi

In het stof

In India duiken overal kleine beelden op,
vaak op plekken waar je ze niet direct verwacht.
Ze lijken achteloos neergezet, maar zijn sporen van rituelen
die nog maar net zijn afgerond.
Na een feest of huiselijke verering worden zulke figuren niet weggegooid,
maar eerbiedig achtergelaten
— tussen aarde, potten en verdorde bloemen.
Zelfs in het stof blijft iets van devotie hangen:
een stille echo van het gebed dat hier klonk.

IMG_3505IndiaVaranasi
IMG_3507IndiaVaranasi
IMG_3508IndiaVaranasiKrishnaRadha
Krishna en Radha.

India 24/25: Varanasi, dag 1 – Alles Ganges

– over wat je ziet wanneer je vóór het ritueel even de tijd neemt om rond te kijken –

IMG_3476NewDelhiVaranasiWilJeEten
In de nachttrein kreeg alle passagiers een fles water met als etiket reclame om een maaltijd te bestellen. Compleet met QR-code voor je mobiele telefoon.

De nachttrein had me naar Varanasi gebracht.
En mooi op tijd.
Het station ligt een eind van de ghats af,
maar mijn hotel was daar juist dichtbij.
Op het station waren voldoende mogelijkheden om verder te reizen.
Ik koos een rickshaw.
Zelfs een rickshaw kan niet tot heel dicht bij de ghats komen.
Vanaf een kruispunt, een paar honderd meter van de rivier af,
mogen ze passagiers meenemen of afzetten.
Op die plaats is het een pandemonium van mensen, voertuigen en koeien.
Het is een fantastisch kleurrijk gezicht met veel kruidige geuren.
Al die verschillende sari’s, al die verschillende mensen,
al die verschillende activiteiten op dat ene kruispunt.
Met een man van de militaire politie die dat allemaal regelt.
In de vijf dagen dat ik er was heb ik dat niet anders meegemaakt.
Hooguit iets minder druk en met maanlicht in plaats van zon.

DSC01558IndiaVaranasi
DSC01560IndiaVaranasi
Iedere keer als ik India bezoek overvalt me de diversiteit van het land. De kleuren, de mensen, hun gewoontes. Niet dat ik het niet eerder al eens gezien heb. Maar iedere keer valt het weer op. Ook hoe praktisch en vindingrijk de mensen zijn.

Het laatste gedeelte moet je dus te voet afleggen.
Google Maps was voorlopig voldoende om me op koers te houden.
Er loopt een brede weg direct naar de ghat,
de trappen naar beneden richting het Gangeswater.
Maar eerst moet je zover zien te komen.
De brede weg is een soort levende markt,
weinig echte kraampjes
maar vooral mensen die op de grond zijn gaan zitten
om er groente, fruit en kruiden te verkopen,
winkels die tegen de pui en aan de rand van de weg
nog wat extra koopwaar hebben staan.
Daartussen allerlei groepen mensen, bedevaartgangers.
De groepen kunnen groot zijn maar het kunnen ook gezinnen zijn.
Of een eenling zoals ik.
De meeste mensen komen natuurlijk uit India.
Sommige westerlingen waren gisteren nog in de flower power sixties.
Overal mannen die je koffer willen dragen, voortduwen, vasthouden.
Het vergt wat doorzettingsvermogen om ze van me af te houden.

DSC01561IndiaVaranasi
IMG_3477IndiaVaranasi
Het voetgangersdomein.
DSC01562IndiaVaranasi
DSC01563IndiaVaranasi VideoVoorInstagram
Even een filmpje maken voor op instagram?
DSC01564IndiaVaranasi
DSC01565IndiaVaranasi
De Ganga Aarti verbeeld op de plaquette. De boot is in een interessant perspectief.

Bij de ghat aangekomen volgt het moeilijkste deel
van mijn voettocht.
Dichter bij het hotel wordt Google Maps moeilijker te volgen.
Uiteindelijk moest ik de weg vragen en gelukkig waren er bordjes
met de naam van het hotel.
Ik liep een tijd door een smal straatje dat ‘parallel’ aan de Ganges loopt.
Winkels aan beide kanten, vooral veel stoffen in alle kleuren en souvenirs.
En natuurlijk restaurants en backpackerhotels en hostels.
Het wegdek is ongelijk met hier en daar een plas water
moet je opletten voor bijvoorbeeld de motoren
die gebruik maken van dezelfde straat.
Zoals bijna overal in India zijn er overal mensen om je heen.
De meeste zijn kleiner dan ik ben,
wat prettig is voor het overzicht.
Het duurt niet lang voor je gewend bent
aan wat op het eerste gezicht een chaos lijkt
maar wat een zichzelf sturende drukte zal blijken te zijn
waar iedereen zijn weg vindt.
Het hotel was nog een paar trappen omhoog.
Het was er rustig. Heel vriendelijke mensen.

IMG_3478IndiaVaranasiRestaurantBezoek
Een restaurant in de buurt van het hotel.
IMG_3479IndiaVaranasiRestaurantBezoek
Deze gast wordt toch verzocht ergens anders te gaan eten.

Zo begon mijn derde bezoek aan Varanasi.
De eerste keer was in 1995, de tweede keer in 2016.
Maar niet eerder zo lang of alleen.

DSC01566IndiaVaranasiDashashwamedGhatGangaAartiPrep
Als ik later op de dag over de ghat loop zie ik dat de voorbereidingen voor de Ganga Aarti in volle gang zijn.
DSC01567IndiaVaranasiDashashwamedGhatGangaAartiPrep

Wie even de tijd neemt om rond te kijken bij de Dashashwamedh Ghat,
zelfs al is het alleen tijdens de voorbereiding van de Aarti,
ontdekt beelden die meer vertellen dan hun eenvoud doet vermoeden.

De godin en haar waterwezens

Bij de Dashashwamedh Ghat, waar iedere avond de Ganga Aarti plaatsvindt,
staat een beeld dat misschien niet uitblinkt door verfijning,
maar zeker door haar directe kracht.

Ganga Devi zit centraal in de afbeelding.
De golvende achtergrond verbeeldt het Gangeswater, de rivier zelf
— waardoor Ganga Devi verschijnt als levende stroom.

In haar rechterhand houdt ze de kamandalu,
de waterkruik die verwijst naar reiniging en spirituele zuiverheid;
in haar andere hand de trishul, de drietand die haar band met Shiva markeert.

Onder haar verschijnt waarschijnlijk een gestileerde makara,
het mythische waterdier dat in volkskunst
vaak tot een visachtige vorm is vereenvoudigd.
Hier niet zo eenvoudig te herkennen door de verse bloemguirlandes,

Boven haar flankeren twee olifantenkoppen het geheel:
geen verwijzing naar Ganesh,
maar symbolen van waterkracht en overvloed.

Zo vormt dit beeld een compacte samenvatting van de rivier als godin
— niet als verheven kunstwerk,
maar als visuele bron van devotie, gemaakt om de massa te raken
en het ritueel te dragen.
Zo’n beeld laat zien hoe volksdevotie haar eigen beeldtaal vormt,
direct, herkenbaar en volledig ingebed in het ritueel van de rivier.

DSC01568IndiaVaranasiDashashwamedGhatGangaAartiPrep
India, Varanasi, Dashashwamed Ghat, de voorbereiding voor de Ganga Aarti is in volle gang.
DSC01569IndiaVaranasiDashashwamedGhatGangaAartiPrep
DSC01570IndiaVaranasiDashashwamedGhatGangaAartiPrep
DSC01571IndiaVaranasiDashashwamedGhatGangaAartiPrep
DSC01572IndiaVaranasiDashashwamedGhatGangaAartiPrep
IMG_3480IndiaVaranasiDashashwamedGhatGangaAartiPrep
IMG_3481IndiaVaranasiDashashwamedGhatGangaAartiPrep
Op deze eerste avond in Varanasi van deze reis laat ik het feitelijk ritueel aan me voorbij gaan. In het volgende bericht over Varanasi ga ik het wel bijwonen.

India 24/25: Delhi, dag 8 – Kotla Feroz Shah en trein station New Delhi

– van een tijdreizende pilaar naar een tempel die werkelijk niets
aan de verbeelding wil overlaten –

IMG_3460IndiaNewDelhiERickshawProhibited
De acceptatie van electrisch aangedreven voertuigen heeft nog wel een weg te gaan.
IMG_3461IndiaNewDelhiLinasKaziulionisLithouwen
Een schoolgebouw met een mooie muurschildering. Maker: Linas Kaziulionis uit Lithouwen.
IMG_3465IndiaNewDelhiHotelNatarajYesPlease
Alles met een relatie naar Shiva Nataraja trekt meteen mijn aandacht. Ook dit bijzondere hotel.
IMG_3466IndiaNewDelhiHotelNatarajYesPlease 01
De gevel heeft Japanse trekjes.
IMG_3466IndiaNewDelhiHotelNatarajYesPlease 02

Toen ik het complex binnenging was ik nog steeds wat uit mijn doen.
Archeologische ruïnes vragen om context, en die had ik deze keer niet.
Als bezoeker van een complex dat zeven eeuwen oud is,
loop je al snel verloren rond.

DSC01533IndiaNewDelhiKotlaFerozShahToegang
India, New Delhi, Kotla Feroz Shah.
DSC01534IndiaNewDelhiKotlaFerozShah Txt
DSC01535IndiaNewDelhiKotlaFerozShahRuïnesOfPalace
DSC01536IndiaNewDelhiKotlaFerozShahRuïnesOfPalace
DSC01537IndiaNewDelhiKotlaFerozShahRuïnesOfPalace
DSC01538IndiaNewDelhiKotlaFerozShahRuïnesOfPalace

Zonder te weten wat het ooit geweest is, blijft wat je ziet betekenisloos:
muren zonder functie, ruimtes zonder verhaal.
Het is hetzelfde gevoel dat je kunt hebben bij Romeinse of Griekse ruïnes
— je ziet vormen, maar je mist het systeem waar ze ooit deel van uitmaakten.
Misschien had ik Feroz Shah Kotla vooraf moeten bestuderen;
nu liep ik er onvoorbereid in,
en dan is het lastig om te begrijpen wat je ziet.

DSC01539IndiaNewDelhiKotlaFerozShahPyramidalStructure
Feroz Shah, pyramidal structure met bovenop de Ashoka Pilaar.
DSC01540IndiaNewDelhiKotlaFerozShahPyramidalStructure Txt

Kotla Feroz Shah is de zogenaamde vijfde stad van Delhi,
gebouwd rond 1354.
Het is een uitgestrekt complex met verdedigingswerken,
een paleis, een moskee, een baoli en zelfs een duivenverblijf.
In het complex staat een speciaal opgetrokken, verhoogde structuur
die Feroz Shah liet bouwen om de Ashokan Pillar uit de 3de eeuw v.Chr.
daar te kunnen plaatsen
— een object dat toen al bijna twee millennia oud was, en dat hier,
op zijn nieuwe sokkel, nog sterker de indruk wekt
dat het door de tijd heen is verschoven.

DSC01544IndiaNewDelhiKotlaFerozShahPyramidalStructure
DSC01545IndiaNewDelhiKotlaFerozShahPyramidalStructure
DSC01541IndiaNewDelhiKotlaFerozShahPyramidalStructure Txt
DSC01547IndiaNewDelhiKotlaFerozShahPyramidalStructure
DSC01549IndiaNewDelhiDetailAshokaPillar
Detail van de Ashoka Pilaar en de inscriptie.

Veel van de stenen van het complex zijn later hergebruikt
bij de bouw van Shahjahanabad,
waardoor het geheel nog meer aanvoelt als een plek
die door de tijd heen is losgeweekt.

DSC01542IndiaNewDelhiMosque
De Moskee.

De bewaker die vond dat hij toch echt mijn gids moest zijn,
hielp mijn stemming die dag niet bepaald.
Maar zulke figuren horen er nu eenmaal bij;
elke ruïne heeft zijn eigen menselijke bijvangst.

DSC01543IndiaNewDelhiMosque
DSC01546IndiaNewDelhiMosque Txt
DSC01550IndiaNewDelhiMosque
DSC01552IndiaNewDelhiBaoli
Het bovengronds deel van de Baoli lijkt op een cirkelvormige, lage muur met nissen.
DSC01551IndiaNewDelhiBaoli
Een kijkje door een van de nissen.
DSC01553IndiaNewDelhiKotlaFerozShah DikkeMuren
DSC01554IndiaNewDelhiKotlaFerozShah
DSC01555IndiaNewDelhiKotlaFerozShahRuïnesOfPalace
DSC01556IndiaNewDelhiKotlaFerozShahRuïnesOfPalace
Restanten van het paleis.
DSC01557IndiaNewDelhiKotlaFerozShah
Het complex is een groot terrein metveel ruimte voor de tuin.

Alles bij elkaar werd het een soort ‘kliekjesdag’.
Na mijn ochtendwandeling, Feroz Shah Kotla
en mijn eerste solo‑treinavontuur in India
had de rickshawchauffeur nóg een idee: de Akshardham Temple.
Een recent gebouwd tempelcomplex
waar werkelijk alles tot in het uiterste is doorgevoerd:
beelden die nooit alleen staan maar in groepen van tientallen,
voorstellingen van niet één heilig verhaal maar van alle verhalen tegelijk,
hoven en voorhoven die elkaar blijven opvolgen,
vijvers, bibliotheken, restaurants,
en een parkeerterrein van meerdere voetbalvelden.
Het heilige der heilige is een gouden swami.
Het geheel is zo perfect afgewerkt dat er geen enkel beeld een hoekje mist. Voor mij voelt het bijna als een religieuze megastructuur
— overweldigend, totaal —
maar voor de bezoekers blijft het onmiskenbaar
een oprechte religieuze ervaring.

IMG_3468IndiaNewDelhiAkshardhamTemple
Onderweg naar de Akshardham tempel.
IMG_9642 01 IndiaNewDelhiAkshardhamTempleGids
In het enorme tempelcomplex mag je geen foto´s maken maar men had een gids in het Nederlands !
IMG_9642 02 IndiaNewDelhiAkshardhamTempleGids
Het taalgebruik zegt veel over wat er te zien is. Men gebruikt in de tekst veel containerbegrippen als± uniek, Indiase cultuur, ongeèvenaarde, Fakkeldrager enz.
IMG_9643IndiaNewDelhiAkshardhamTempleGids
IMG_3471IndiaNewDelhiTreinStationLoungeTicker
Op het treinstation in New Delhi had ik nog voldoende tijd voor de trein zou vertrekken. Dit is de toegangsticket voor de lounge op het stationsperron. Een ruimte met stoelen waar het iets rustiger is dan op het perron.
IMG_3474IndiaNewDelhitreinstationDoelVaranasi
De trein ging naar Varanasi.

India 24/25: Delhi, dag 7 – Siri fort en Hauz Khas

– over een ochtend tussen stilte, omwegen en lokaal toerisme –

Op deze zaterdagmorgen ging ik op zoek naar Siri,
een van de historische stadscentra van Delhi.
Ik ging met de metro naar het station Hauz Khas.
Dat ligt ongeveer halverwege tussen Siri
en de Hauz Khas-bezienswaardigheden.
Die ochtend heb ik veel gelopen,
vooral over straten die eigenlijk niet bedoeld zijn voor voetgangers.
Net als de meeste straten in New Delhi.
Maar natuurlijk kun je overal langs de weg lopen
want er zijn miljoenen mensen die gebruik moeten maken
van bussen, metro en rickshaws.
Die moeten ook een deel van hun reis te voet afleggen.

Metrostation Hauz Khas ligt midden in een parklandschap.
Het was er opvallend rustig en stil.
Geen geuren van specerijen of vis, geen marktgeluiden.
Mooie woningen, brede straten, overal een auto voor de deur
die op zaterdagmorgen door personeel worden gewassen.

IMG_3445IndiaNewDelhiSiriHauzKhas
Een rustige woonwijk tegen Siri Fort met hier wel een stoep.

Restanten van Siri Fort heb ik die ochtend niet gevonden
en daarom ben ik rond de middag naar Hauz Khas gelopen.
Later werd me duidelijk dat er van Siri eigenlijk maar weinig over is:
alleen delen van de oude stadsmuren staan nog overeind.
Die zie je nu vooral als decor in de woonwijken,
tussen parken, sportvelden en moderne bebouwing.

Hauz Khas is een soort toeristische trekpleister binnen New Delhi.
Veel restaurants, modewinkels, souvenirwinkels,
een hertenkamp en een serie restanten van een madrasa (school),
een tombe en een tuin in de buurt van een groot waterreservoir.

In de middag ging ik weer terug naar Connaught Place.
Vandaar was het nog maximaal een half uur lopen naar het hotel.
Nog genoeg tijd voor andere indrukken van Delhi.

IMG_3449IndiaNewDelhiHauzKhasKaartje
DSC01512IndiaNewDelhiHauzKhas Txt
DSC01513IndiaNewDelhiHauzKhas
De archeologische vondsten liggen heel dicht tegen de huizen.
DSC01514IndiaNewDelhiHauzKhas
De luchtvervuiling blijft alle dagen in Delhi mijn medereiziger.
DSC01515IndiaNewDelhiHauzKhasFerozShahTomb
DSC01516IndiaNewDelhiHauzKhasFerozShahTomb Txt
DSC01517IndiaNewDelhiHauzKhasFerozShahTomb
DSC01518IndiaNewDelhiHauzKhasFerozShahTomb
DSC01519IndiaNewDelhiHauzKhasFerozShahTomb
DSC01520IndiaNewDelhiHauzKhasWesternWingOfTheMadrasa
DSC01521IndiaNewDelhiHauzKhasWesternWingOfTheMadrasa
IMG_3446IndiaNewDelhiHauzKhas
Hauz Khas is een naam die waarschijnlijk afgeleid is van het Perzisch waar het Koninklijk waterreservoir betekent.
DSC01522IndiaNewDelhiHauzKhasWesternWingOfTheMadrasa
DSC01523IndiaNewDelhiHauzKhasWesternWingOfTheMadrasa
IMG_3450IndiaNewDelhiHauzKhasWesternWingOfTheMadrasa
DSC01525IndiaNewDelhiHauzKhasWesternWingOfTheMadrasa
DSC01526IndiaNewDelhiHauzKhas
DSC01528IndiaNewDelhiHauzKhas
DSC01530IndiaNewDelhiHauzKhas
IMG_3451IndiaNewDelhiLevenOnderHetViaduct
Er wonen in Delhi ook mensen onder een viaduct.
IMG_3456IndiaNewDelhiKlantenlokkers
Ook in de buurt Paharganj worden klanten met spectakel de restaurants binnengelokt.
IMG_3457IndiaNewDelhiKlantenlokkers
IMG_3458IndiaNewDelhiErStaatEenPaardInDeStraat
Bij het hotel was het rustiger al stond er wel een paard in de straat.

India 24/25: Delhi, dag 6 – Hazrat Nizam-ud-din Dargah

Hazrat Nizam-ud-din Dargah is een dargah (soefischrijn) met
omliggende moskeecomplex voor de soefi-heilige
Nizamuddin Auliya (1238 – 3 april 1325).
Een van de belangrijkste moslim‑soefi‑heiligen van India.
Over dit complex had ik gelezen in het boek
City of Djinns: A Year in Delhi van William Dalrymple.

Nu ik er vlak bij was, besloot ik te gaan kijken.
Het is een plek die duidelijk intensief wordt bezocht door volgelingen.
Om er te komen was nog wel een klein avontuur.
Het is niet ver van de brede verkeersweg waar ik was
en waar ook de uitgang is van Humayun’s Tomb.
Op Google Maps lijkt het allemaal heel overzichtelijk.
Maar dan ben je er nog niet.

Het complex ligt ingebouwd tussen winkels, bedrijfjes en huizen.
Je gaat door een serie van gangen
met meerdere routes die allemaal naar het complex lijken te leiden.
Dus als je niet oppast, sta je er ook weer snel ver vandaan.
Ik liep maar met de andere mensen mee.

IMG_3434IndiaNewDelhiHazratNizamuddinDargah
De poort, rechts achterin, is een van de punten vanwaaraf je het complex kunt bereiken.

Fotograferen in of bij een gebedshuis van een religie die niet de jouwe is
voelt altijd een beetje ongemakkelijk.
Daarom heb ik het bij twee foto’s gehouden, beide gemaakt met mijn telefoon.

IMG_3433IndiaNewDelhiHazratNizamuddinDargah

Blauw vuur, gouden stilte

— over een Amitāyus‑beeld in goud en emaille —

DSC05658ZürichMuseumRietbergShivaNatarajaIndiaTamilNaduTanjavurCholaDynastie12thCenturyCEBronzeGeschenkEduardVonDerHeydtRVI501
Zürich, Museum Rietberg, Shiva Nataraja, India, Tamil Nadu, Tanjavur, Chola dynastie, 12th century CE, bronze, geschenk Eduard von der Heydt, RVI 501.
DSC05660ZürichMuseumRietbergShivaNatarajaIndiaTamilNaduTanjavurCholaDynastie12thCenturyCEBronzeGeschenkEduardVonDerHeydtRVI501

Een metalen beeld is iets anders dan een stenen stele,
of een schildering op zijde uit Dunhuang
of een miniatuur uit Lucknow.
Maar ik probeer op dezelfde manier, met dezelfde aandacht te kijken
en daarvan hier een kort verslag te doen.
Na de miniaturen die in een apart gebouw van Museum Rietberg worden getoond
ben ik nog even teruggegaan naar de Shiva Nataraja figuur.
Vandaag 9 september 2025 is mijn laatste dag in Zürich.
Morgen ga ik naar Basel om vandaar de nachttrein naar huis te nemen.

DSC05662ZürichMuseumRietbergShivaNatarajaIndiaTamilNaduTanjavurCholaDynastie12thCenturyCEBronzeGeschenkEduardVonDerHeydtRVI501
DSC05663ZürichMuseumRietbergShivaNatarajaIndiaTamilNaduTanjavurCholaDynastie12thCenturyCEBronzeGeschenkEduardVonDerHeydtRVI501

DSC05669 01 ZürichMuseumRietbergBuddhaAmitayusMongolia18thCenturyCEKupferlegierungVergoldetEmailCloisonnéSammlungBertiAschmannBA34
Buddha Amitayus, Mongolia, 18th century CE, kupferlegierung, vergoldet, email cloisonné. Sammlung Berti Aschmann, BA 34.

Deze Boeddha is niet zo heel oud, maar technisch prachtig.
De techniek met emaille (gesmolten fijn-gemalen en gekleurd glas)
zal niet iedereen meteen mooi vinden.
Hier is het beperkt toegepast en de kleuren zijn zo gekozen
waardoor de emaille slechts als accent dient.
De Boeddha is in goud weergegeven,
alleen details en de toebehoren zijn ge-emailleerd.

DSC05669 02 ZürichMuseumRietbergBuddhaAmitayusMongolia18thCenturyCEKupferlegierungVergoldetEmailCloisonnéSammlungBertiAschmannBA34

De stralenkrans om de Boeddha is prachtig.
Zowel in de gevlamde vormen langs de rand
als in de opgerolde vlammen
licht- en donkerblauw, met roodbruin en wit,
en tussen de kleuren dunne, gouden scheidingswandjes
en op het centrum een witte kraal.

DSC05669 03 ZürichMuseumRietbergBuddhaAmitayusMongolia18thCenturyCEKupferlegierungVergoldetEmailCloisonnéSammlungBertiAschmannBA34

Het gezicht van de Boeddha is heel stil, in meditatie.
De vorm komt tevoorschijn uit het metaal.
Er zijn geen extra markeringen of versieringen op het gezicht,
geen gekleurde lippen, geen arcering voor de wenkbrauwen,
geen edelsteen als stip op het voorhoofd.
Zo eenvoudig het gezicht is,
zo uitgebreid zijn de versieringen daar omheen.

Bovenop het haar zie je een rijk versierde kroon
met ingelegde halfedelstenen.
Metalen linten hangen vanaf de kroon tot op de schouders,
waar ze opfladderen en spits toelopen.
De verlengde oorlellen zijn versierd met een bloemvorm en
daaronder een epaulet.
Steeds met ingelegde stenen.

DSC05669 04 ZürichMuseumRietbergBuddhaAmitayusMongolia18thCenturyCEKupferlegierungVergoldetEmailCloisonnéSammlungBertiAschmannBA34

Ook om de armen zwieren de linten.
In zijn handen,
rustend in de schoot van de kleermakerszit,
houdt hij een vaas met deksel.
De vaas en deksel zijn met een wolkenmotief gedecoreerd,
in licht- en donkerblauw emaille.
Het is de Kalasha, de lang-leven-vaas.

DSC05669 05 ZürichMuseumRietbergBuddhaAmitayusMongolia18thCenturyCEKupferlegierungVergoldetEmailCloisonnéSammlungBertiAschmannBA34 Lotustroon

De Boeddha zit op een dubbele lotustroon.
Ook daar komt de emaillering sterk tot zijn recht.
De verschillende tinten blauw combineren goed met het goud
van de randen die de vormen benadrukken
en met het rozerood en wit.
Let op de sierlijke gouden lijnen.

DSC05669 06 ZürichMuseumRietbergBuddhaAmitayusMongolia18thCenturyCEKupferlegierungVergoldetEmailCloisonnéSammlungBertiAschmannBA34
Het smelten van glas en het krullen van koper verbinden techniek met spiritualiteit: goud, koper en glas worden één in het symbool van zuiverheid — de lotus.

India 24/25: Delhi, dag 6 – Moskee Khair-ul-Manazil en fort Purana Qila

India kan een heel ingewikkelde ervaring zijn.
Om heel veel verschillende redenen.
Maar ook omdat je in Delhi een straat kunt oversteken
en je je ineens in een heel andere tijd bevinden.
Soms lijkt het wel op tijdreizen.

DSC01489IndiaNewDelhi Token
Dit was een eerste keer voor mij. Ik kocht een ticket en kreeg ook een token die ik bij de uitgang van Humayun’s Tomb weer moet teruggeven.

Na het bezoek aan Humayun’s Tomb liep ik naar een oud fort: Purana Qila.
Delhi heeft in zijn geschiedenis vele opeenvolgende stadscentra gehad.
Tussen de 11e en 20ste eeuw lag bij elk fort ook een stad of stadskern.
De restanten van sommige van die oude steden
liggen niet op loopafstand bij elkaar.

DSC01490IndiaNewDelhi
Zomaar onderweg.

Ons idee van een stad in het Westen is vaak dat een centrum alleen maar groeit,
van binnen naar buiten.
Eerst was er een dorp, handig aan een rivier.
Men bouwde een houten kerk.
Er vormde zich een soort van kern met veel houten huizen.
Er kwam een kasteel en de houten kerk werd vervangen door een grotere stenen kerk.
Dan steeds nieuwe wijken aan de rand.
Soms ontstond er een stadsbrand. Dan herbouwde men vaak met steen.
Nog meer nieuwe wijken en omliggende gehuchten en dorpen
werden opgenomen in de groeiende stad.

DSC01491IndiaNewDelhiKhairUlManazil1561-1562CE
India, New Delhi, Khair-ul-Manazil, 1561 – 1562 CE. Tegenover het Purana Qila-complex ligt deze moskee. Plots rustig.
DSC01492IndiaNewDelhiKhairUlManazil1561-1562CE
DSC01493IndiaNewDelhiKhairUlManazil 02 1561-1562CE Txt
DSC01493IndiaNewDelhiKhairUlManazil 01 1561-1562CE Txt

Maar als je geschiedenis nog veel verder teruggaat
of er in de tijd heel verschillende machthebbers waren,
dan kan het beeld van het ontstaan van een stad radicaal anders zijn.
Zo kent Delhi in zijn geschiedenis meerdere stadscentra.
Een van de oudere lag bij het fort Purana Qila.
Zo is Old Delhi (Shahjahanabad, 1648) de woonkern bij het Red Fort
en werd New Delhi, een regeringscentrum, gebouwd door de Britten
in de eerste decennia van de 20ste eeuw.

Hieronder een overzicht van forten en steden van Delhi:

FortenDelhi2
DSC01494IndiaNewDelhiPuranaQila Txt
Forten zijn meestal behoorlijk groot. Met veel lege ruimte tussen de stenen ommuring. In die grote ruimte staan dan gebouwen die verschillend van leeftijd kunnen zijn. De poorten vallen vaak meteen op.
DSC01495IndiaNewDelhiPuranaQila
DSC01496IndiaNewDelhiPuranaQilaTalaqiDarwaza
DSC01497IndiaNewDelhiPuranaQilaTalaqiDarwaza Txt
DSC01498IndiaNewDelhiPuranaQilaTalaqiDarwaza
DSC01500IndiaNewDelhiPuranaQilaQila-E-KuhnaMasjid Zijkant
Dit is de zijkant van de Qila-E-Kuhna Masjid (moskee).
DSC01501IndiaNewDelhiPuranaQilaQila-E-KuhnaMasjid
DSC01502IndiaNewDelhiPuranaQilaQila-E-KuhnaMasjid Txt
DSC01503IndiaNewDelhiPuranaQilaQila-E-KuhnaMasjid
DSC01504IndiaNewDelhiPuranaQilaQila-E-KuhnaMasjid
DSC01505IndiaNewDelhiPuranaQilaQila-E-KuhnaMasjid
DSC01506IndiaNewDelhiPuranaQilaQila-E-KuhnaMasjid
DSC01507IndiaNewDelhiPuranaQilaQila-E-KuhnaMasjid KoepelDecoratie
Decoratie bij een van de koepels.
DSC01508IndiaNewDelhiPuranaQilaSherMandal
Sher Mandal.
DSC01509IndiaNewDelhiPuranaQilaSherMandal
DSC01510IndiaNewDelhiPuranaQilaBaoli
Toegang tot de Baoli of step well, de afgeschermde waterbron in het fort.
DSC01511IndiaNewDelhiPuranaQilaBaoli Txt

Tussen Aarde en Hemel: Figuren in Indiase Miniaturen

— over mijn laatste foto’s van miniaturen in Museum Rietberg —

Mijn vierde dag in Zürich.
De dag erop ga ik naar Basel om tegen het einde van de dag
met de nachttrein terug naar Nederland te gaan.
Na de vier miniaturen die ik in deze blog laat zien
zou ik nog even de bronzen, koperen en zilveren beelden
gaan bekijken.
Maar eerlijk gezegd, ik was al behoorlijk moe.
De vier miniaturen zijn pareltjes!

DSC05646ZürichMuseumRietbergUrheberUnbekanntReiterMitSpeerIndiaPahari-GebietKulu1775-1800RVO1240LegatAliceBoner

Zürich, Museum Rietberg, Urheber unbekannt, Reiter mit speer, India, Pahari-gebiet, Kulu, 1775 – 1800, RVO 1240, Legat Alice Boner.


Pahari-gebied

De Pahari‑schilderkunst uit de westelijke Himalaya staat bekend
om haar heldere kleuren, verfijnde lijnen en intieme scènes,
maar in Kulu krijgt die traditie een eigen, robuustere toon.
De afgelegen ligging van het vorstendom lijkt de kunstenaars
meer vrijheid te hebben gegeven:
figuren worden krachtiger neergezet, de penseelstreek is minder gepolijst
maar des te levendiger, en thema’s als ruiters, jagers en goden in beweging
komen nadrukkelijker naar voren.
In zo’n context krijgt een voorstelling van een ruiter met speer
een bijna vanzelfsprekende plaats
— niet als hofportret in miniatuur, maar als een energiek, lokaal geankerd beeld
waarin de Pahari‑sierlijkheid en de bergwereld van Kulu elkaar raken.

Ruiter en paard

In deze miniatuur uit Kulu lijkt het paard meer een ritmisch motief
dan een dier van vlees en bloed.
De lange hals en hoekige benen volgen geen biologische regels,
maar een sierlijke lijn die de beweging accentueert.
De ruiter blijft onverstoorbaar, bijna ceremonieel, terwijl het paard de energie draagt.
Zo ontstaat een beeld waarin waardigheid en dynamiek
elkaar in evenwicht houden
— een typisch Pahari‑moment waarin de werkelijkheid zich voegt
naar het ritme van verf en lijn.

DSC05650ZürichMuseumRietbergMogulwerkstattEinHöflingBringtEinAnliegenDarIndia1560-1600RCD10DauerleihgabeCatharinaDohrn

Mogulwerkstatt, Ein höfling bringt ein anliegen dar, India, 1560 – 1600, RCD 10, dauerleihgabe Catharina Dohrn.


Hier is Perzië niet ver weg

In deze Mogolminiatuur uit de late zestiende eeuw
is de Perzische invloed onmiskenbaar.
De verfijnde architectuur, de symmetrische compositie
en het sierlijke kleurgebruik verraden de hand van kunstenaars
die uit Herat en Tabriz naar de keizerlijke werkplaatsen in India waren gekomen.
Maar midden in die formele hofwereld schittert een uitgespreide pauw,
een motief dat zowel Perzische elegantie als Indiase symboliek draagt:
een teken van pracht, waakzaamheid en koninklijke waardigheid.
Het is dus geen zuiver Perzisch werk:
de levendige patronen, de verzadigde tinten (blauw, oranje, goud)
en de aandacht voor stoffering geven het een eigen, Indiase warmte.
De scène – een hoveling die een verzoek aanbiedt –
is niet alleen een hofmoment, maar ook een beeld van culturele uitwisseling,
waarin de Mogolstijl zich vormt uit de ontmoeting
tussen Perzische elegantie en Indiase verbeeldingskracht.

DSC05652ZürichMuseumRietbergMogulwerkstattEineFrauBindetSichEinenTurbanIndia1760-1780RIN2015-220GaneshaStiftung

Mogulwerkstatt, Eine frau bindet sich einen turban, India, 1760 – 1780, RIN 2015.220, Ganesha Stiftung.


Verfijning en rust

In deze miniatuur is alles gericht op verfijning en stilte.
De vrouwen zitten in een besloten ruimte, omgeven door zachte kleuren
en glanzende stoffen; hun gebaren zijn klein, bijna ceremonieel.
De schilder speelt met contrasten:
het donkere achtervlak laat de lichte huid en transparante sluiers oplichten,
terwijl de gouden omlijsting het tafereel tot een kostbaar juweel maakt.
Het is een beeld van rust en concentratie,
waarin de verfijning van lijn en kleur de intimiteit van het moment draagt.

DSC05652ZürichMuseumRietbergMogulwerkstattEineFrauBindetSichEinenTurbanIndia1760-1780RIN2015-220GaneshaStiftung Detail


DSC05654 01 ZürichMuseumRietbergUrheberUnbekanntDieProphetenDanielUndZachariasMitMozesUndJohannesDemTäuferIndiaAwadhLucknow1770-1780RCD21DauerleihgabeCatharinaDohrn

Urheber unbekannt, Die propheten Daniel und Zacharias mit Mozes und Johannes dem Täufer, India, Awadh, Lucknow, 1770 – 1780, RCD 21, dauerleihgabe Catharina Dohrn.


Vier figuren in drie religies

In deze Awadh‑miniatuur is geen sprake van een ordelijke rij profeten,
maar van een gelaagde, bijna visionaire scène.
Daniël en Zacharias lijken met elkaar in gesprek, stevig geworteld op de voorgrond,
terwijl Mozes en Johannes de Doper hoog boven hen zweven,
als verschijningen in een andere sfeer.
Die opstelling is theologisch gezien opmerkelijk
— de profeten leefden in totaal verschillende tijden —
maar in de Indiase schilderkunst van de achttiende eeuw
gaat het minder om historische chronologie dan om spirituele nabijheid.
De schilder brengt vier figuren uit drie religieuze tradities samen
in één beeldruimte, waarin aardse dialoog en hemelse aanwezigheid elkaar raken.

DSC05654 02 ZürichMuseumRietbergUrheberUnbekanntDieProphetenDanielUndZachariasMitMozesUndJohannesDemTäuferIndiaAwadhLucknow1770-1780RCD21DauerleihgabeCatharinaDohrn Daniel

Daniël.


Toen ik aangaf dat het om vier pareltjes ging
heb ik volgens mij niets te veel gezegd.
Het was een bijzondere ervaring om deze werken te kunnen zien.


India 24/25: Delhi, dag 6 – Humayun’s Tomb

Humayun’s Tomb is een uitgestrekt complex,
met talloze graven verspreid over het terrein.
Van de straat tot aan het grafmonument zelf
is een wandeling die je langs vele graven en door tuinen brengt.
Daardoor levert bijna iedere stap een nieuwe verrassing op.
Op 22 november 2024 was ik er voor de tweede keer.
De eerste keer was in 2016.
Toen kort na de renovatie in 2013/2014
door de Aga Khan Trust, de Duitse regering
en de Archaeological Survey of India.
Toen stroomde er op het hele terrein, door alle kanaaltjes, vijvers,
fonteinen en kunstmatige watervallen koel water.
Helaas was ik er nu in een ander seizoen
en overheerste de luchtvervuiling het beeld.
Maar het blijft een fantastische ervaring waarin
rust, architectonische schoonheid, de zon en de koelte van het water
elkaar afwisselen.
Natuurlijk maakte ik er foto’s:

DSC01438IndiaNewDelhiHumayun’sTombBuHalimaEnclosure TxtDSC01439IndiaNewDelhiHumayun’sTombBuHalimaEnclosure

Bu Halima enclosure.


DSC01440IndiaNewDelhiHumayun’sTombArabSeraiGateway1560-1561CE TxtDSC01441IndiaNewDelhiHumayun’sTombArabSaraiGateway1560-1561CE

Arab Sarai Gateway, 1560 – 1561 CE. Hier is serai niet gebruikt in de betekenis van een karavaanstop en handelspost maar in de betekenis van de poort naar de wijk waar de Arabische handwerklieden woonden terwijl ze werken aan de graftombe van Humayun.

DSC01442 01 IndiaNewDelhiHumayun’sTombArabSaraiGateway1560-1561CE TxtDSC01442 02 IndiaNewDelhiHumayun’sTombArabSaraiGateway1560-1561CE TxtDSC01443IndiaNewDelhiHumayun’sTombArabSaraiGateway1560-1561CE Luchtvervuiling

Tegenlicht en luchtvervuiling zijn geen goede combinatie voor een foto.


DSC01444IndiaNewDelhiHumayun’sTombDSC01445IndiaNewDelhiHumayun’sTomb1565-1572ADWestGate

West Gate. Nu de hoofdingang van Humayun’s Tumb complex.

DSC01446IndiaNewDelhiHumayun’sTomb1565-1572ADWestGate Txt


DSC01447IndiaNewDelhiHumayun’sTomb1565-1572ADWestGate

Humayun’s Tomb, 1565 – 1572 CE.

DSC01448IndiaNewDelhiHumayun’sTomb1565-1572AD TxtDSC01449IndiaNewDelhiHumayun’sTombWestGateDSC01450IndiaNewDelhiHumayun’sTomb WaterWay

Niet alle kanaaltjes bevatten die dag water. Het onderhoud van dez complexen vraagt veel mensen en veel geld.

DSC01451IndiaNewDelhiHumayun’sTomb1565-1572AD

Er was geen overstroming of regenbui. Er is veel water nodig om de bomen en het gras groen te houden.

DSC01452IndiaNewDelhiHumayun’sTomb1565-1572ADDSC01453IndiaNewDelhiHumayun’sTomb1565-1572ADDSC01454IndiaNewDelhiHumayun’sTomb1565-1572ADDSC01455IndiaNewDelhiHumayun’sTomb1565-1572ADDSC01456IndiaNewDelhiHumayun’sTomb1565-1572ADBarber'sTomb sign

Niet het graf van Barbur maar het graf van wellicht een hofbarbier.

DSC01457IndiaNewDelhiHumayun’sTomb1565-1572ADBarber'sTomb TxtDSC01458IndiaNewDelhiHumayun’sTomb1565-1572ADBarber'sTombDSC01459IndiaNewDelhiHumayun’sTomb1565-1572ADDSC01460IndiaNewDelhiHumayun’sTomb1565-1572AD

Het is goed te zien dat de kanaaltjes, de vijvers en de fonteinen een integraal onderdeel van het ontwerp van het grafcomplex waren.

DSC01461IndiaNewDelhiHumayun’sTomb1565-1572ADDSC01462IndiaNewDelhiHumayun’sTomb1565-1572ADDSC01463IndiaNewDelhiHumayun’sTomb1565-1572ADDSC01464IndiaNewDelhiHumayun’sTomb1565-1572AD platform

Tijd om het centrale gebouw van dichtbij te bekijken. Dit is de plint of het platform waarop het monument staat.

DSC01465IndiaNewDelhiHumayun’sTomb1565-1572AD PlatformPlinthDSC01466IndiaNewDelhiHumayun’sTomb1565-1572AD ToegangTotPlatform

Met dit soort trappen kun je dan op het platform komen.

DSC01467IndiaNewDelhiHumayun’sTomb1565-1572ADDSC01468IndiaNewDelhiHumayun’sTomb1565-1572AD

Ook vanaf het platform zie je de samenhang tussen het gebouw en de waterwegen.

DSC01469IndiaNewDelhiHumayun’sTomb1565-1572ADDSC01470IndiaNewDelhiHumayun’sTomb1565-1572AD

Symmetrie is een van de overheersende ontwerpprincipes.

DSC01471IndiaNewDelhiHumayun’sTomb1565-1572ADDSC01472IndiaNewDelhiHumayun’sTomb1565-1572ADDSC01473IndiaNewDelhiHumayun’sTomb1565-1572ADDSC01474IndiaNewDelhiHumayun’sTomb1565-1572ADDSC01475IndiaNewDelhiHumayun’sTomb1565-1572ADDSC01476IndiaNewDelhiHumayun’sTomb1565-1572ADDSC01477IndiaNewDelhiHumayun’sTomb1565-1572ADDSC01478IndiaNewDelhiHumayun’sTomb1565-1572ADDSC01479IndiaNewDelhiHumayun’sTomb1565-1572ADDSC01480IndiaNewDelhiHumayun’sTomb1565-1572ADDSC01481IndiaNewDelhiHumayun’sTomb1565-1572ADDSC01482IndiaNewDelhiHumayun’sTomb1565-1572ADDSC01483IndiaNewDelhiHumayun’sTomb1565-1572ADDSC01484IndiaNewDelhiHumayun’sTomb1565-1572ADDSC01485IndiaNewDelhiHumayun’sTomb1565-1572ADDSC01486IndiaNewDelhiHumayun’sTombArabSeraiGateway1560-1561CEDSC01488IndiaNewDelhiHumayun’sTombBuHalimaEnclosure

Voor de moderne route naar het complex is de oude ommuring van de Bu Halima enclosure op deze plaats afgebroken.


Van Expressie naar Verfijning

Op deze rustige zondagmorgen,
niet te warm, heerlijke koele bries.
Ik luister op internet naar
Pandit Ravi Shankar – Morning Raga.

DSC05642 01 ZürichMuseumRietbergUrheberUnbekanntMalashriRaginiRagamala-serieIndiaRajasthanSirohi1630-1650RVI1863

Zürich, Museum Rietberg, Urheber unbekannt, Malashri ragini (part of a ragamala-serie), India, Rajasthan, Sirohi, 1630 – 1650, RVI 1863.


Malashri Ragini en de vroege Sirohi‑stijl (Algemeen)

Binnen de Ragamala‑traditie verschijnt Malashri Ragini
steevast als een figuur die rust, devotie en ingetogen concentratie belichaamt.
Zij is een van de vrouwelijke personificaties van muzikale modi,
en haar aanwezigheid wordt doorgaans verbonden
met een sfeer van verstilling:
een vrouw die een lamp draagt, een offer brengt,
of in de beslotenheid van een paviljoen in gebed verzonken zit.

In de zeventiende eeuw ontwikkelden de verschillende Rajput‑hoven
elk hun eigen beeldtaal voor deze Ragini,
maar de kern bleef herkenbaar:
een nachtelijke of schemerende setting,
een vrouwelijk figuur in verfijnde kleding,
en een architectonische omlijsting die de intimiteit van het moment versterkt.
De nadruk ligt minder op narratieve actie en meer op de innerlijke toestand
van de afgebeelde vrouw
— een stemming die de muzikale kwaliteit van de raga moet oproepen.

Wanneer zo’n voorstelling in de vroege Sirohi‑stijl wordt uitgevoerd,
zoals in een werk uit circa 1630–1650,
krijgt deze iconografie een heel eigen karakter.
Sirohi is een van de minst gedocumenteerde Rajput‑scholen,
en juist daarom vallen de werken uit deze periode op door hun zeldzaamheid.
De schilders uit Sirohi stonden in die tijd nog dicht bij de Mewar‑traditie,
wat zichtbaar is in de krachtige contourlijnen,
de heldere kleurvlakken en de hoekige, bijna gebeeldhouwde gezichtsprofielen.
Architectuur wordt vaak weergegeven als een strak, geometrisch kader
dat de scène ordent, terwijl de figuren een opvallende monumentaliteit hebben
ondanks hun kleine formaat.
De kleuren zijn intens maar niet overdadig;
rood, oker en diepblauw domineren,
en worden gebruikt om de emotionele lading van de Ragini te versterken.

In zo’n vroeg‑Sirohi‑context krijgt Malashri Ragini
een bijna sculpturale aanwezigheid.
Haar devotionele handeling
— het dragen van een lamp, het brengen van een offer, het zitten in meditatie —
wordt niet alleen een muzikale metafoor, maar ook een stilistisch statement.
De schilder benadrukt de sereniteit van het moment
door de compositie te vereenvoudigen en de figuur centraal te plaatsen,
vaak tegen een effen of ritmisch gestructureerde achtergrond.
Het resultaat is een beeld dat tegelijk ingetogen en intens is:
een Ragini die niet alleen een muzikale stemming verbeeldt,
maar ook de vroege identiteit van de Sirohi‑school zichtbaar maakt.

Tijd om eens naar het werk in Zürich van dichtbij te bekijken.

Er zitten twee vrouwen op een platform.
Ze bekijken en bespreken de lotus, die ieder één in de hand heeft.
Links van de zittende vrouwen kijkt een derde vrouw staande toe.
Wellicht is ze in beweging
en ondersteunt ze met het knippen van haar vingers het ritme.

DSC05642 02 ZürichMuseumRietbergUrheberUnbekanntMalashriRaginiRagamala-serieIndiaRajasthanSirohi1630-1650RVI1863

De meest rechtse vrouw zit op een kussen, met haar rug tegen een lage balustrade.
Alle drie dragen armbanden, kettingen en sieraden op het hoofd.
Alle drie dragen een dunne, doorzichtige sluier.
De vrouw rechts draagt een sieraad aan haar neus.

DSC05642 03 ZürichMuseumRietbergUrheberUnbekanntMalashriRaginiRagamala-serieIndiaRajasthanSirohi1630-1650RVI1863

De vrouwen zitten voor een paviljoen waarin tegen de achterwand
een bloemmotief als decoratie is aangebracht.
De lucht is donkerblauw zodat we kunnen aannemen dat het avond is.
Helemaal bovenaan verloopt de lucht naar een lichtere blauwtint,
alsof de hemel net nog een restje licht vasthoudt.
De staande vrouw staat voor een boom met een rijk bladerdak.
Tussen de boom en het paviljoen is een doek gespannen,
als een soort luifel die de scène beschut.
Of is het een symbolische afbakening van deze intieme ruimte?

DSC05642 04 ZürichMuseumRietbergUrheberUnbekanntMalashriRaginiRagamala-serieIndiaRajasthanSirohi1630-1650RVI1863DSC05643ZürichMuseumRietbergUrheberUnbekanntMalashriRaginiRagamala-serieIndiaRajasthanSirohi1630-1650RVI1863

Resoneren

De voorstelling sluit naadloos aan bij de klassieke beeldtaal van de Ragamala‑traditie.
De drie vrouwen, gehuld in verfijnde gewaden en transparante sluiers,
bewegen in een stille harmonie die de muzikale stemming van de raga oproept.
De lotusbloemen die zij vasthouden vormen het zachte middelpunt van hun aandacht,
terwijl de architectuur achter hen de scène als een intieme nis omlijst.
De diepe, avondlijke hemel en de heldere kleuren — rood, geel en blauw —
versterken de sfeer van verstilling en concentratie.
Alles in het beeld lijkt in een rustige cadans te staan:
de gebaren van de handen, de ritmische houding van de staande vrouw,
de herhaling van vormen en kleuren.
Het is een compositie die niet alleen een moment toont,
maar een stemming laat resoneren.


DSC05644 01 ZürichMuseumRietbergRuknuddinCa1650-1697SignedVishnuMitLakshmiUmgebenVonDienerinnenIndiaRajasthanBikanerDatiert1678RVI1854

Ruknuddin (active between 1650 – 1697), signed, Vishnu mit Lakshmi umgeben von dienerinnen, India, Rajasthan, Bikaner, datiert 1678, RVI 1854.


Rajput‑schilders

Rajput‑schilders waren hofkunstenaars die tussen de 16e en 19e eeuw
werkten in de Noord‑Indiase vorstendommen van de Rajput‑heersers.
Zij ontwikkelden een herkenbare schildertraditie
met heldere kleuren, ritmische composities
en een sterke aandacht voor devotie, emotie en hofleven.
Hun werk ontstond in ateliers waar kennis van vader op zoon werd doorgegeven,
vaak in nauwe wisselwerking met de Mughal‑stijl
maar met behoud van een eigen esthetiek.
De meeste Rajput‑schilders bleven anoniem,
waardoor een gesigneerde meester als Ruknuddin uitzonderlijk waardevol is
voor het begrijpen van deze traditie.

Ruknuddin

Ruknuddin is een van de zeldzame Rajput‑schilders
van wie we niet alleen de naam kennen,
maar ook een reeks gesigneerde en gedateerde werken.
Hij werkte aan het hof van Bikaner in de tweede helft van de zeventiende eeuw,
in een omgeving waar Mughal‑invloeden en lokale tradities samensmolten
tot een uitzonderlijk verfijnde schilderstijl.
Zijn hand is onmiddellijk herkenbaar aan de precieze, bijna draadfijne lijnvoering,
de subtiele modellering van gezichten en de elegante, Mughal‑achtige behandeling
van textiel en ornament.
Opvallend is dat het Rietberg‑werk uit 1678 nét buiten de periode valt
die het museum zelf als zijn actieve jaren opgeeft
— een aanwijzing dat die datering eerder voorzichtig dan definitief is,
en dat zijn carrière waarschijnlijk iets ruimer moet worden gedacht.
Juist zulke gesigneerde en gedateerde miniaturen maken Ruknuddin
tot een sleutelpersoon in de reconstructie van de Bikaner‑school:
een kunstenaar met een duidelijk handschrift, een eigen verfijning
en een zeldzame mate van historische zichtbaarheid.

Vishnu

Vishnu is herkenbaar aan zijn vier attributen,
waarvan er in deze voorstelling drie duidelijk zichtbaar zijn.

In zijn onderste rechterhand houdt hij de schelp (śaṅkha),
symbool van de oerklank waaruit de wereld ontstaat.

DSC05644 02 ZürichMuseumRietbergRuknuddinCa1650-1697SignedVishnuMitLakshmiUmgebenVonDienerinnenIndiaRajasthanBikanerDatiert1678RVI1854

Boven de hand erboven zweeft de cakra, de gouden discus die in Bikaner‑miniaturen vaak als een bijna gewichtloze ring boven de vingers wordt weergegeven.

In zijn bovenste linkerhand draagt hij de gadā, de ceremoniële knots
die kracht en bescherming verbeeldt.

DSC05644 03 ZürichMuseumRietbergRuknuddinCa1650-1697SignedVishnuMitLakshmiUmgebenVonDienerinnenIndiaRajasthanBikanerDatiert1678RVI1854

Zijn onderste linkerarm rust om Lakshmi heen, waardoor het vierde attribuut
— de lotus —
hier niet zichtbaar is, maar wel impliciet aanwezig blijft in de iconografie.

Interactie en details

Persoonlijk vind ik twee details in dit werk erg mooi:

  • de details van het paviljoen waar Vishnu en Lakshmi voorzitten
    — de ingelegde bloemen en de ondiepe nissen in het marmer die zo passen bij India —

DSC05644 04 ZürichMuseumRietbergRuknuddinCa1650-1697SignedVishnuMitLakshmiUmgebenVonDienerinnenIndiaRajasthanBikanerDatiert1678RVI1854

  • de interactie tussen de bediendes, de verschillende voorwerpen die ze aandragen
    en de verschillende designs van hun sari’s.

DSC05644 05 ZürichMuseumRietbergRuknuddinCa1650-1697SignedVishnuMitLakshmiUmgebenVonDienerinnenIndiaRajasthanBikanerDatiert1678RVI1854

Deze schilder is hard op weg een fotograaf te worden.


India 24/25: Delhi, dag 6 – Isa Khan’s tuingraf

— over een ontwikkeling die gaat tot aan de Taj Mahal —

In het National Museum maakte ik nog een paar foto’s
die hun weg naar mijn blog nog niet gevonden hebben.
Sommige van de voorwerpen op die laatste foto’s
zijn toch onderdeel van de Stein collectie.
Alleen loop ik tegen problemen aan bij het juist duiden van de objecten.
Eigenlijk is dat al begonnen met de Pelgrimsfles
en het doet zich nu opnieuw voor bij een terracottabeeldje van
een aap die een kom op zijn hoofd draagt.

DSC01404IndiaNewDelhiNationalMuseumMonkeyCarryingABowlKhotan4th-5thCenturyCETerracotta16x10x4CmAcc.No.Har.016

India, New Delhi, National Museum, Monkey carrying a bowl, Khotan, 4th – 5th century CE, terracotta, 16 x 10 x 4 cm. Acc.No. Har.016. Dit is het beeldje waar ik naar verwijs hierboven. Tot nu toe heb ik Acc.No. Har.016 niet kunnen herleiden naar een nummer zoals dat door Stein is toegewezen. Maar ik kom hier nog op terug.

DSC01405IndiaNewDelhiNationalMuseumMonkeyCarryingABowlKhotan4th-5thCenturyCETerracotta16x10x4CmAcc.No.Har.016


Toen ik op zoek ging naar informatie over het aapje in Serindia
vond ik veel aapjes (of fragmenten ervan)
tussen de Yotkan-vondsten en aankopen.
Maar dit specifieke aapje niet.
Op internet vond ik een blogbericht uit 2011 over het voorwerp
met een tekst die een andere richting in ging dan mijn onderzoek.
Ik heb contact opgenomen met de maker van de blog
die meteen bereid was mij te helpen.
Maar zijn onderzoek dateert al van 15 jaar geleden.
Hij wees me naar een andere site met veel informatie
en die moet ik nog onderzoeken:
Tot ik mijn conclusies kan trekken vervolg ik hier mijn reisverslag.

Dag 6. Nog steeds in New Delhi. Het is 22 november 2024.
De luchtvervuiling is nog steeds enorm.
Als de zon feller straalt lijkt het minder te worden.
Op deze dag bezocht ik Humayun’s tomb en Purana Qila.

Wie was Humayun?

Humayun (1508–1556) was de tweede Mogolkeizer,
zoon en opvolger van Babur, de stichter van de Mogoldynastie.
Hij regeerde twee keer:
van 1530–1540 en opnieuw van 1555–1556, nadat hij
zijn rijk tijdelijk had verloren aan Sher Shah Suri.
Zijn regering was instabiel, maar zijn terugkeer uit Perzië
bracht een beslissende culturele verschuiving:
Perzische kunst, architectuur en hofcultuur
werden vanaf zijn tijd bepalend voor het Mogolrijk.

Humayun stierf in 1556 na een val van de trap van zijn bibliotheek
in Purana Qila — ironisch genoeg een plek die ik diezelfde dag ook bezoek.

Wat is zijn betekenis?

Hoewel Humayun zelf geen groot veroveraar was,
ligt zijn historische betekenis vooral in:

  • Het veiligstellen van de dynastie:
    zijn herovering van Delhi in 1555 maakte de weg vrij
    voor zijn zoon Akbar, de grootste Mogolkeizer.
  • De Perzische invloed:
    zijn jaren in ballingschap in Iran brachten
    Perzische architecten, kunstenaars en manuscripten naar India
    — een invloed die later culmineerde in de Taj Mahal.
  • De overgangsfiguur:
    hij verbindt de ruwe beginfase van het rijk onder Babur
    met de bloeiperiode onder Akbar.

Wat is de betekenis van Humayun’s Tomb?

Humayun’s Tomb (gebouwd 1565–1572) is het eerste grote tuingraf
op het Indiase subcontinent en het eerste monumentale Mogolgraf.
Het werd gebouwd in opdracht van zijn vrouw Bega Begum
door Perzische architecten.

De betekenis van het graf:

  • Architectonische mijlpaal:
    het introduceert de charbagh‑tuin (vierdelige paradijstuin) in India
    en het grootschalige gebruik van rood zandsteen.
  • Voorloper van de Taj Mahal:
    het graf vormde het prototype voor latere Mogol‑mausolea,
    met als hoogtepunt de Taj Mahal.
    UNESCO noemt het het eerste grote dynastieke mausoleum van de Mogols.
  • Dynastieke necropool:
    meer dan 150 leden van de Mogolfamilie liggen er begraven.
  • Spirituele ligging:
    het staat vlak bij de dargah (mausoleum) van de soefi‑heilige
    Nizamuddin Auliya,
    een plek die Mogolheersers als bijzonder gunstig beschouwden.

Wie was Isa Khan Niyazi?

Isa Khan was een Pashtun‑edelman (Pashtun is een etnische groep
uit Afghanistan en het noordwesten van Pakistan)
en een van de belangrijkste hovelingen onder Sher Shah Suri,
de heerser die Humayun tijdelijk van de troon verdreef.
Isa is de naam van de persoon, Khan is zijn titel (heer) en
Niyazi is de naam van de clan waartoe hij behoorde.

Zijn graf is dus ouder dan Humayun’s Tomb (ca. 1547 vs. 1565–1572).

Het is een prachtig voorbeeld van voor‑Mogol architectuur, met een achthoekige vorm, blauwe tegels en een ommuurde tuin.

Waarom is zijn graf belangrijk?

  • Het is een van de vroegste tuingraf‑complexen in Delhi.
  • Het laat zien hoe de charbagh‑traditie
    al vóór de Mogols in ontwikkeling was.
  • Het vormt een architectonische voorloper van Humayun’s Tomb,
    maar met een heel andere stijl:
    meer Afghaans‑Lodhi dan Perzisch‑Mogol.

DSC01416IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTomb

Isa Khan Niyazi’s garden tomb in de luchtvervuiling.


DSC01417IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTombDSC01418IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTombDSC01419IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTombDSC01420IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTombDSC01421IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTombDSC01422IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTombDSC01423IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTombDSC01424IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTombDSC01425IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTombDSC01426IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTombDSC01427IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTombDSC01428IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTombDSC01429IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTombDSC01431IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTombDSC01432IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTombDSC01433IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTombDSC01435IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTomb

De moskee bij het grafmonument.


DSC01436IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTombDSC01437IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTomb


Wanneer vorm, stemming en ritme samenkomen

In dit bericht passeren drie Indiase miniaturen die ik zag
in Museum Rietberg.
Ze zijn schitterend en ik heb er heel veel van geleerd.

DSC05636 01 ZürichMuseumRietbergWerkstattInKotaShrinathjiImWinterkleidIndiaRajasthanUm1850RVI2246

Zürich, Museum Rietberg, Werkstatt in Kota, Shrinathji im winterkleid, India, Rajasthan, um 1850, RVI 2246.


Shrinathji in het winterkleed

Shrinathji
— de kind‑Krishna die in Nathdwara als levende godheid wordt verzorgd —
verschijnt hier in zijn winterkleed.
In deze traditie wordt de godheid niet als een stilstaand beeld benaderd,
maar als een aanwezig lichaam:
zijn fysieke vorm, of die nu van marmer, brons of een ander materiaal is,
wordt dagelijks gewassen, aangekleed, gevoed
en volgens het seizoen van nieuwe gewaden voorzien.
Dat ritueel van zorg en nabijheid vormt de sleutel tot dit schilderij.

In de miniatuur uit de werkplaats van Kota (ca. 1850) staat Shrinathji
als een stil, donker middelpunt in een zon van geel.
Zijn gezicht, zwaar van sieraden, lijkt uit het gewaad zelf te ontstaan:
niet als portret, maar als aanwezigheid.

Rechtsonder ligt een kleine rode tulband, zorgvuldig neergelegd.
Dat detail, haast terloops, maakt het beeld intiem.
De godheid heeft zijn koninklijke teken afgelegd,
alsof hij zich terugtrekt in warmte en rust.
Het rood verankert de compositie, maar ook het ritueel
— een moment waarin het goddelijke lichaam
niet wordt verheerlijkt, maar verzorgd.
Het winterkleed wordt zo meer dan een kledingstuk:
het is een gebaar van nabijheid.
De schilder omhult Shrinathji met pigment zoals de priesters hem met stof omhullen
— een zorgzame handeling die de godheid tastbaar maakt, zelfs in verf.

Het perspectief

Het perspectief in deze miniatuur is geen venster op een ruimte,
maar een vlak dat zich naar voren duwt.
De schilder uit Kota kiest bewust voor een frontale,
bijna architectonische opstelling waarin elke diepte wordt afgevlakt.
De vloer helt licht omhoog, de achtergrond is een gesloten wand van kleur,
en Shrinathji staat niet in een kamer maar tegen het beeldvlak aan.
Het is een perspectief dat niet uitnodigt om binnen te treden, maar om te confronteren:
de godheid kijkt terug, niet vanuit afstand, maar vanuit nabijheid.
Deze ruimtelijke compressie is geen gebrek aan realisme,
maar een rituele keuze.
In de Pushtimarg‑traditie is het zien van de godheid — darshan —
een directe ontmoeting, geen optische illusie.
De schilder elimineert daarom elke afleiding van die blik.
De ruimte wordt een podium zonder diepte, een kleurveld dat de figuur draagt.
Het perspectief is zo niet optisch, maar devotioneel:
alles is gericht op het moment van aanschouwen.

De Kota‑stijl

Dat dit werk uit Kota komt, is op het eerste gezicht onverwacht.
Kota‑schilders zijn vooral bekend om hun levendige jachtpartijen,
paarden in volle galop, tijgers die uit het struikgewas springen,
en hofscènes vol beweging en energie.
Maar juist binnen die traditie ontwikkelden zij een vormtaal
die ook hier herkenbaar is:
een strakke frontale compositie, grote heldere kleurvlakken,
minimale dieptewerking en scherpe contourlijnen die elke vorm tegen het vlak plaatsen.

In deze miniatuur wordt die visuele grammatica ingezet
voor een onderwerp dat normaal niet tot het Kota‑repertoire behoort.
Het resultaat is een devotioneel beeld dat niet in een ruimte staat,
maar tegen het beeldvlak aan wordt geschoven
— helder, direct, en zonder afleiding.

Abstractie is geen moderne Westerse uitvinding

Ik liep nog wat na te denken over de miniatuur en kwam op het onderwerp abstractie.
De miniatuur gebruikt methodes die doen denken aan abstractie:
perspectief ontbreekt grotendeels
het onderwerp en de achtergrond zijn één
er is geen poging een ‘foto’ te maken maar een idee over te brengen.

Hoe is dat als je het vergelijkt met een kubistisch schilderij?
Mensen als Picasso realiseren zich dat er meerdere perspectieven zijn op één object.
Ze kiezen er bewust voor die tegelijk te laten zien.
Tegelijk ontbreekt het traditioneel perspectief bijna volledig.

DSC05636 02 ZürichMuseumRietbergWerkstattInKotaShrinathjiImWinterkleidIndiaRajasthanUm1850RVI2246

Daar waar in Kota in 1850 er wordt gekozen de techniek perspectief
niet te gebruiken omdat het niet nodig is voor het doel wat men wil bereiken:
niet nodig om de boodschap duidelijk te maken,
niet nodig om de god in het beeld te ervaren.
Daar kiest de kubist ervoor de methode perspectief verder te onderzoeken
door bijvoorbeeld meerdere perspectieven tegelijk te tonen.

Dat is niet bedacht in Europa en niet pas in 1910 voor het eerst.

DSC05638 01 ZürichMuseumRietbergUrheberUnbekanntNilambariRaginiFolioAusRagamalaSerieIndiaSouthernDeccanWanparthyUm1750RVI2064GeschenkHorstMetzger

Zürich, Museum Rietberg, Urheber (=maker) unbekannt, Nilambari ragini, folio aus Ragamala-serie, India, Southern Deccan, Wanparthy, um 1750, RVI 2064. Geschenk Horst Metzger.


Ragamala

Een Ragamala is voor westerlingen vaak lastig te begrijpen,
omdat het geen illustratie is van muziek.
Wat op zich een logische aanname kan zijn.
Maar dat is het niet.

Een Ragamala begint bij één schilderij dat een muzikale stemming verbeeldt:
in de Indiase traditie heeft elke rāga
— een melodisch patroon met een eigen emotie, seizoen en tijd van de dag —
een bijbehorend gedicht én een visuele personificatie,
vaak een geliefde, een eenzame figuur, een landschap of een nachtelijke scène.

Omdat een rāga nooit op zichzelf staat maar deel uitmaakt van een netwerk
van verwante stemmingen, ontstaat er vanzelf een krans van beelden:
ochtendrāga’s, middagrāga’s, avondrāga’s, seizoensrāga’s,
varianten en vrouwelijke tegenhangers.
De schilder volgt daarmee de logica van de muziek, die zelf cyclisch is.
Zo vloeien muziek, poëzie en schilderkunst samen tot één systeem
waarin dezelfde emotie drie vormen krijgt
— hoorbaar, denkbaar en zichtbaar —
en waarin een Ragamala niet één beeld is, maar een emotionele dag
en een emotioneel jaar in miniaturen.

DSC05638 02 ZürichMuseumRietbergUrheberUnbekanntNilambariRaginiFolioAusRagamalaSerieIndiaSouthernDeccanWanparthyUm1750RVI2064GeschenkHorstMetzger

Nilambari Ragini — nacht, rust en het wiegen van de wereld

Nilambari is een nacht‑rāginī: een vrouwelijke stemming
die traditioneel wordt geassocieerd met rust, verzachting
en het langzaam neerdalen van de nacht.
Haar naam betekent letterlijk “zij die in blauw is gehuld”
— een verwijzing naar de kleur van de nachtelijke hemel.

In de Ragamala‑traditie wordt Nilambari vaak voorgesteld als een vrouw
die alleen zit in een paviljoen, soms luisterend naar muziek, soms wachtend,
soms in een staat van zachte melancholie.
Het gedicht dat bij haar hoort beschrijft meestal een sfeer van nachtelijke stilte,
een geliefde die niet komt, of een moment van innerlijke rust waarin de wereld vertraagt.

De schilder uit Wanaparthy (ca. 1750) vertaalt die stemming niet
als een nacht van eenzaamheid,
maar als een ontmoeting waarin stilte en verleiding elkaar raken.
De vrouw in haar diepblauwe kleed
— de kleur van de nacht en van Nilambari zelf —
belichaamt de kalmte van de rāga,
terwijl de man met de bloem een gebaar van toenadering maakt.
Het blauw om haar heen is niet alleen decoratief, maar symbolisch:
het is de kleur van rust, van afstand, en tegelijk van het verlangen
dat de muziek oproept.

Zo wordt de miniatuur een beeld van de emotionele temperatuur van de nacht:
niet donker of leeg, maar gevuld met zachte spanning,
een moment waarin muziek, poëzie en schilderkunst samenvallen in één gebaar
— het aanbieden van een bloem, het wachten op een antwoord,
het wiegen van de wereld in blauw.

DSC05638 03 ZürichMuseumRietbergUrheberUnbekanntNilambariRaginiFolioAusRagamalaSerieIndiaSouthernDeccanWanparthyUm1750RVI2064GeschenkHorstMetzger

De muziek — waar kun je Nilambari horen?

Nilambari is een rāga die nog steeds wordt uitgevoerd,
vooral in Zuid‑Indiase (Carnatische) muziek.
Wie haar wil horen, kan dat op drie toegankelijke manieren:

  • YouTube

Zoek op: “Carnatic Nilambari raga”
Je vindt uitvoeringen op vina, fluit, viool en zang.
Nilambari wordt vaak gebruikt voor wiegeliederen (lullabies),
omdat de rāga een kalmerende, wiegende beweging heeft.

  • Spotify / Apple Music

Zoek op: “Raga Nilambari”
Er zijn meerdere klassieke opnames, o.a. door M.S. Subbulakshmi en T.M. Krishna.

  • Sangeethapriya (gratis archief, login verplicht)

Een groot archief van Carnatische muziek met veel Nilambari‑opnames.
Zoek op: Nilambari in de rāga‑lijst.

DSC05640 01 ZürichMuseumRietbergUrheberUnbekanntTanzDerHirtenFolioFromTularam-Bhagavata-PuranaSerieIndiaGujaratSuratUm1640RVI829

Zürich, Museum Rietberg, Urheber unbekannt, Tanz der hirten, folio from Tularam-Bhagavata-Purana serie, India, Gujarat, Surat, um 1640, RVI 829.


Bhagavata‑Purana‑series

De Bhagavata‑Purana vertelt de jeugdverhalen van Krishna in losse,
levendige episodes: dansen, spel, wonderen, ontmoetingen met herders en herderinnen.

DSC05640 02 ZürichMuseumRietbergUrheberUnbekanntTanzDerHirtenFolioFromTularam-Bhagavata-PuranaSerieIndiaGujaratSuratUm1640RVI829

In de 16e en 17e eeuw werden deze scènes in Gujarat en Noord‑India
omgezet in uitgebreide reeksen miniaturen,
niet als volksboeken maar als kostbare objecten voor hoven,
rijke handelaren en tempels.
De verhalen zelf waren wél breed bekend via mondelinge traditie, rituelen,
liederen en theater, maar de beeldreeksen waren bedoeld voor een kleine elite
die de tekst kende of liet voorlezen.
Zo ontstonden cycli van soms honderden bladen,
waarin elke miniatuur een helder venster vormt op Krishna’s wereld:
een manier om de verhalen te ordenen, te herinneren en te beleven in beeld.

DSC05640 03 ZürichMuseumRietbergUrheberUnbekanntTanzDerHirtenFolioFromTularam-Bhagavata-PuranaSerieIndiaGujaratSuratUm1640RVI829

De schilders kozen meestal de meest levendige momenten:
Krishna die danst, speelt, steelt boter, de slang Kaliya bedwingt,
of — zoals in deze miniatuur —
de herders laat dansen in een ritme dat zowel speels als kosmisch is.

DSC05640 04 ZürichMuseumRietbergUrheberUnbekanntTanzDerHirtenFolioFromTularam-Bhagavata-PuranaSerieIndiaGujaratSuratUm1640RVI829

Tanz der Hirten (Dans van de herders)

In deze miniatuur uit Surat rond 1640 danst Krishna (in een blauw kleed)
tussen zijn herdersvrienden, omringd door een werveling van bladeren en bloemen.
De schilder kiest niet voor een realistische scène maar voor een compositie
waarin kleur en ritme samenvallen:
elke arm, elke bloem beweegt in dezelfde cadans.
De herders spelen fluit, trommel en hoorn, hun lichamen vormen een kring
die de natuur weerspiegelt
— alsof de wereld zelf meedanst.
Zo wordt de dans van de herders een beeld van kosmische vreugde:
het moment waarop spel, devotie en natuur één worden,
en Krishna’s aanwezigheid de hele omgeving in beweging zet.

DSC05640 05 ZürichMuseumRietbergUrheberUnbekanntTanzDerHirtenFolioFromTularam-Bhagavata-PuranaSerieIndiaGujaratSuratUm1640RVI829

Ik heb er nu even niets meer aan toe te voegen.
Misschien dat ik maar eens naar een “Carnatic Nilambari raga”
ga beluisteren op YouTube.


Drie ontmoetingen in verf

— over drie scènes uit de miniaturencollectie van Museum Rietberg —

Het Museum Rietberg heeft een collectie miniaturen uit India.
Toen ik er was werd een deel ervan getoond in een apart vrijstaand gebouw
in het park waarin het museum gevestigd is.
Vandaag drie miniaturen uit die verzameling.

DSC05628 01 ZürichMuseumRietbergUrheberUnbekanntTraurigePrinzessinMitFreundinUndDienerinImAlkovenBeidseitigBemaltesAlbumblattIndiaAwadhLucknow1725-1750RVI2205a

De eerste ontmoeting is tussen een treurende prinses en haar vriendin. Zürich, Museum Rietberg, Urheber unbekannt, Traurige prinzessin mit freundin und dienerin im Alkoven, beidseitig bemaltes albumblatt, India, Awadh, Lucknow, 1725 – 1750. RVI 2205a.

DSC05628 02 ZürichMuseumRietbergUrheberUnbekanntTraurigePrinzessinMitFreundinUndDienerinImAlkovenBeidseitigBemaltesAlbumblattIndiaAwadhLucknow1725-1750RVI2205a

Prachtig geschilderde omlijsting van een tafereel in een architectonische opzet.


DSC05632 01 ZürichMuseumRietbergUrheberUnbekanntFürstMahmudKhanDawudiMetGefolgeBeiAudienzIndiaDeccanKurnoolUm1750RVI838

De tweede ontmoeting in een tuin heeft een politieke kant: Urheber unbekannt, Fürst Mahmud Khan Dawudi mit gefolge bei audienz, India, Deccan, Kurnool, um 1750. RVI 838.


Deze tweede ontmoeting lijkt een beetje op een stripverhaal:
de namen van de personen staan er in de schilderij gekaligrafeerd.
Ik vroeg Copilot de tekst te vertalen uit het Perzisch.

DSC05632 02 ZürichMuseumRietbergUrheberUnbekanntFürstMahmudKhanDawudiMetGefolgeBeiAudienzIndiaDeccanKurnoolUm1750RVI838

Ik kan niet beoordelen of de vertalingen correct zijn dus
als iemand dat wel kan dan hoor ik de reactie(s) graag.

De tekst benoemt de grootste en zittende figuur rechts als Mahmud Khan Dawudi, de Nawab van Kurnool, afgebeeld in audiëntie met zijn entourage.

De tweede man in wit met oranje tulband is de schoonzoon van Abd al‑Razzāq Khan, een verwant en hofbeambte van Mahmud Khan Dawudi.

De inscriptie identificeert de derde figuur van rechts (volledig is oranje) als Banda Khan Dawudi, een ondergeschikte of verwant van Mahmud Khan Dawudi, afgebeeld in een eerbiedige houding tijdens de audiëntie.

De tekst identificeert boven de twee kleinste, zittende mannen links — in rood en lichtpaars als Aziz Khan Abd al‑Razzāq, waarschijnlijk leden van dezelfde familie als de schoonzoon van Abd al‑Razzāq Khan, en dus verwanten binnen de entourage van Mahmud Khan Dawudi.

De staande man links is Hamid Khan, zoon van Abd al‑Razzāq, een familielid van de Dawudi‑dynastie en lid van de hofhouding van Mahmud Khan Dawudi.

De Abd‑al‑Razzāq‑familie was een lokale eliteclan in Kurnool rond 1750, nauw verbonden met Mahmud Khan Dawudi, en de miniatuur is waarschijnlijk de belangrijkste (misschien enige) bron die hun namen en onderlinge relaties documenteert.

Als je die gegevens weet dan zou de huidige titel van het werk
anders kunnen zijn. De zaaltekst natuurlijk ook.

DSC05632 03 ZürichMuseumRietbergUrheberUnbekanntFürstMahmudKhanDawudiMetGefolgeBeiAudienzIndiaDeccanKurnoolUm1750RVI838

Voorstel voor museumvriendelijke titel nu:

Mahmud Khan Dawudi in audiëntie met leden van de Abd‑al‑Razzāq‑familie, India, Deccan (Kurnool), ca. 1750

Deze titel is veilig, feitelijk, en volledig gebaseerd op de inscripties.
Musea geven daar de voorkeur aan.

DSC05632 04 ZürichMuseumRietbergUrheberUnbekanntFürstMahmudKhanDawudiMetGefolgeBeiAudienzIndiaDeccanKurnoolUm1750RVI838

Een inhoudelijk sterkere titel zou kunnen zijn:

Familie‑audiëntie van Mahmud Khan Dawudi met de Abd‑al‑Razzāq‑clan, India, Kurnool (zuidelijk India of Deccan), ca. 1750

DSC05632 05 ZürichMuseumRietbergUrheberUnbekanntFürstMahmudKhanDawudiMetGefolgeBeiAudienzIndiaDeccanKurnoolUm1750RVI838

Publiek‑vriendelijke en historisch correcte zaaltekst:

Deze miniatuur toont Mahmud Khan Dawudi, heerser van het kleine vorstendom Kurnool in het zuiden van India, ingeklemd tussen grotere regionale machten. De vorst is omringd door leden van één specifieke familie: de Abd‑al‑Razzāq‑clan. De Perzische inscripties identificeren zijn schoonzoon, de zonen van Abd al‑Razzāq Khan en andere verwanten.

De aanwezigheid van deze familieleden laat zien hoe lokale macht in Kurnool rond 1750 functioneerde: via verwantschap, loyaliteit en clanstructuren, in een politiek landschap dat werd gedomineerd door het hof van Hyderabad, de Maratha‑expansie en de opkomst van Europese invloed.

Deze miniatuur maakte waarschijnlijk deel uit van een hofalbum: een intern familie‑document waarin de heerser en zijn belangrijkste bondgenoten werden vastgelegd. Het is een kunstwerk dat je kunt bewonderen om de kleuren, de bloemen, de architectuur en de compositie, maar documenteert tegelijk de sociale en politieke verhoudingen binnen een kleine staat die haar autonomie probeerde te bewaren.


DSC05634 01 ZürichMuseumRietbergUrheberUnbekanntPrithamSinghVonKulu(mitPfeife)MitGamanchandVonKangraIndiaPahari-gebietUm1800RVI2005-119

De derde ontmoeting gaat ook om politiek: Urheber unbekannt, Pritham Singh von Kulu (mit pfeife) mit Gamanchand von Kangra, India, Pahari-gebiet, um 1800. RVI 2005.119.

Wat zijn de Pahari‑staten?

De Pahari‑staten waren kleine vorstendommen in de uitlopers van de Himalaya,
in het huidige Himachal Pradesh,
grofweg ingeklemd tussen Pakistan, China en Nepal.
Ze bestonden uit regio’s als Kangra, Kulu, Guler, Chamba en Basohli,
elk met een eigen hof, eigen heersers en een bloeiende schildertraditie.
Door hun ligging in de bergen bleven deze staten relatief autonoom,
maar ze stonden onder wisselende invloed van grotere machten
zoals de Mughal‑keizers en later de Sikh‑rijken.

De schilderkunst uit deze regio’s — de Pahari‑stijl — staat bekend om:

  • heldere kleuren
  • verfijnde lijnen
  • intieme portretten
  • aandacht voor kleding, sieraden en gelaatsuitdrukking
  • een poëtische, vaak rustige sfeer

Hoe zie je de Pahari-stijl in dit werk?

  • Heldere kleuren

De compositie gebruikt een zuivere, bijna doorschijnende pigmentatie:
het roze van de vorst, het wit van de bezoeker, het blauw van de kussens en de vloer.
Die kleuren zijn niet overladen, maar licht en ademend,
typisch voor de Pahari‑traditie waarin verfijning boven pracht gaat.
De contrasterende tinten — roze tegenover wit en blauw —
brengen rust en hiërarchie in de scène.

DSC05634 03 ZürichMuseumRietbergUrheberUnbekanntPrithamSinghVonKulu(mitPfeife)MitGamanchandVonKangraIndiaPahari-gebietUm1800RVI2005-119

  • Verfijnde lijnen

Kijk naar de contouren van de gezichten, handen en kledingplooien:
dun, ritmisch, bijna kalligrafisch.
De lijnvoering is niet schematisch maar levend,
met subtiele variaties in dikte die beweging suggereren.
Zelfs de inscriptie bovenaan sluit aan bij die lijngevoeligheid
— tekst en beeld ademen dezelfde precisie.

DSC05634 02 ZürichMuseumRietbergUrheberUnbekanntPrithamSinghVonKulu(mitPfeife)MitGamanchandVonKangraIndiaPahari-gebietUm1800RVI2005-119

  • Intieme portretten

Hoewel het een audiëntie is, voelt het persoonlijk:
de twee mannen kijken elkaar aan, de gebaren zijn klein en beheerst.
Er is geen druk hofgedruis, maar een gesprek in stilte.
Die intimiteit is kenmerkend voor Pahari‑portretten,
waarin macht wordt getoond via nabijheid, niet afstand.

  • Aandacht voor kleding, sieraden en gelaatsuitdrukking

De schilder heeft elk detail van de stoffen uitgewerkt
— de turban met patroon, de sjaal met groene strepen,
de fijne borduursels op het roze gewaad.
De gezichten zijn individueel, niet gestandaardiseerd:
de vorst met een lichte glimlach, de bezoeker met een ingetogen blik.
Het is een studie van karakter, niet van type.

  • Een poëtische, vaak rustige sfeer

De achtergrond is leeg, de ruimte stil.
Er is geen perspectiefdruk, geen decoratieve overdaad
— alleen licht, kleur en gebaar.
Die stilte maakt het beeld poëtisch:
het lijkt een moment dat blijft hangen, een gesprek dat niet hoeft te worden gehoord.

Wie zijn de twee belangrijke mannen?

Links zit Pritham Singh van Kulu, in wit gewaad en met een ingetogen houding.
Rechts zit Gamanchand van Kangra, op een tapijt en vergezeld door bedienden.
Hoewel geen van beiden als regerend vorst wordt aangeduid,
behoren zij duidelijk tot de hogere hofadel
die de politieke en militaire structuren van Kulu en Kangra droeg.
De miniatuur documenteert een ontmoeting binnen dit netwerk van regionale macht,
in een periode waarin Kangra onder Raja Sansar Chand II (regeert 1775–1823)
de dominante positie innam.

Wat zegt de inscriptie hier?

Bovenaan het blad staat een korte Perzische inscriptie,
deels beschadigd maar nog leesbaar als
“Rāhī ze taʿlīm‑e Sar‑Sākam”
— letterlijk: “Rāhī, leerling van Sar‑Sākam.”
De tekst fungeert als signatuur en verwijst naar de maker van de miniatuur.
In de Pahari‑traditie vermeldden schilders hun naam vaak bescheiden
in de marge of boven de voorstelling, soms met de toevoeging van hun leermeester.
De inscriptie maakt duidelijk dat het werk afkomstig is uit een lokaal atelier
waarin kennis en stijl via persoonlijke overdracht werden doorgegeven.
Daarmee vormt de tekst niet alleen een identificatie van de kunstenaar,
maar ook een getuigenis van de levendige schildergemeenschap
in de westelijke Himalaya rond 1800.

Wie of wat zijn de overige twee figuren?

Achter beide hoofdpersonen staat telkens één begeleider,
elk met een eigen functie binnen de audiëntie.

Achter Pritham Singh staat een man in wit die een staf
met een knop aan de bovenzijde vasthoudt, met beide handen.
Zo’n staf kan zowel een teken van rang als een praktisch attribuut zijn,
maar in deze context fungeert hij waarschijnlijk als hofdienaar
die de staf van zijn heer draagt tijdens het gesprek.

Achter Gamanchand staat een hofdienaar van hogere rang,
herkenbaar aan de flywhisk (waaier) in zijn rechterhand
en een gevouwen doek in zijn linkerhand, terwijl een korte dolk
aan zijn gordel zijn status binnen de hofhouding markeert.

Samen tonen deze begeleiders
dat beide mannen met hun eigen entourage verschijnen,
wat de formele en diplomatieke aard van de ontmoeting onderstreept.


India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XLIX

– over donorfiguren en donoren:
lezen wat Stein en zijn team zagen, en wat ik zie –

DSC01401 01 IndiaNewDelhiNationalMuseumSeatedBuddhaDunhuang9th-10thCenturyCESilkPainting52x31,2CmAccNOCh-xlvi-008

India, New Delhi, National Museum, Seated Buddha, Dunhuang, 9th – 10th century CE, silk painting, 52 x 31,2 cm. Acc.No. Ch.xlvi.008.


Twee donoren, prachtig gekleed.
De man links, de vrouw rechts.
Beide worden vergezeld door een bediende:
de man door een mannelijke bediende met een waaier.
De vrouw door een vrouwelijke bediende, die lijkt iets aan te dragen.
In beide gevallen staan de bedienden achter de donoren
en zijn kleiner afgebeeld.
De man heeft een klein draagbaar wierrookvat in zijn handen.
De rook kringelt omhoog.
Heeft hij daarom iemand nodig die frisse lucht toewuift?

De man draagt een zwarte kap.
Een bovenkleed met wijde mouwen waar een wit onderkleed zichtbaar wordt.
Hij draagt een ceintuur.
Er lijken voorwerpen voor hem te liggen, zelf zit hij in kleermakerszit.

De vrouw heeft haar haar opgestoken.
Ik tel tenminste 6 haarspelden in het haar.
Op haar voorhoofd draagt ze een decoratie
met daarin bloemen of zijn het veren?
Indrukwekkend.
Haar zichtbare kleding bestaat uit een onderkleed in lichte kleur
en een donkerder bovenkleed.
Is het een omslagdoek waarmee op haar rechterschouder
een mooie knoop wordt gemaakt?
Nee ze houdt een bloem omhoog in haar hand.
Op haar linkerschouder begint iets dat lijkt op een elegante,
met florale motieven gedecoreerde sjerp?
Om haar arm heen en tot aan de grond.

De man en vrouw lijken op een bedekte vloer te staan.

Ik ben benieuwd wat Stein daar allemaal ziet.

AurélSteinSerindiaVol2Page1047PDFPage548Kolom1AurélSteinSerindiaVol2Page1047PDFPage548Kolom2

Aurél Stein, Serindia, deel 2, pagina 1047.

Detailbeschrijving van Stein (Nederlandse vertaling)

Ch. xlvi. 008 — Gedateerde zijden schildering
Zijden schildering met Chinese inscriptie, voorstellend het Paradijs van Amitābha (?), in vereenvoudigde vorm, met de donorfiguren.
De datum die in de inscriptie wordt vermeld is 952 n.Chr.
De schildering is compleet met een rand van ongeveer tien centimeter en ophanglussen van roze‑paarse zijde; het werk is vrijwel intact, maar het oppervlak is enigszins versleten.

DSC01401 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumSeatedBuddhaDunhuang9th-10thCenturyCESilkPainting52x31,2CmAccNOCh-xlvi-008 CentraleBoeddha

Amitābha zit op een lotustroon op een met balustrade omgeven terras dat oprijst uit een meer, te midden van een gezelschap van zes Bodhisattva’s en vier gewapende Koningen die zich aan weerszijden dicht om hem heen bevinden.

DSC01401 03 IndiaNewDelhiNationalMuseumSeatedBuddhaDunhuang9th-10thCenturyCESilkPainting52x31,2CmAccNOCh-xlvi-008 Bodhisattvas

Een klein deel van het meer is op de voorgrond zichtbaar, maar er verschijnen geen zielen in; er zijn geen altaren, dansers of musici, geen vogels of hemelse paleizen.

DSC01401 05 IndiaNewDelhiNationalMuseumSeatedBuddhaDunhuang9th-10thCenturyCESilkPainting52x31,2CmAccNOCh-xlvi-008 Lake

In plaats daarvan is het bovenste deel van de afbeelding gevuld met tien kleine zittende Boeddha’s, die waarschijnlijk de Boeddha’s van de Tien Windstreken voorstellen.

DSC01401 04 IndiaNewDelhiNationalMuseumSeatedBuddhaDunhuang9th-10thCenturyCESilkPainting52x31,2CmAccNOCh-xlvi-008 BuddhasInTop

Drie van de 10 Boeddha’s aan de bovenrand van de banier..

De inscripties in de smalle cartouches van het universum zijn grotendeels uitgewist; voor zover leesbaar bevatten ze slechts groeten aan de Boeddha.
De houding, kleding en kleur van de centrale Boeddha zijn gelijk aan die in schildering Ch. xx. 003; ook de bomen, het baldakijn en de begeleidende Bodhisattva’s zijn van hetzelfde type en vrij ruw getekend.
Alle Bodhisattva’s hebben hun handen in aanbidding en dragen geen onderscheidende attributen; de Koningen dragen dezelfde uitrusting als in de Lokapāla‑banieren.

Indien de centrale Boeddha Amitābha is, vormt dit de enige voorstelling waarin de Koningen in zijn gevolg verschijnen.
Zij hebben een half‑groteske menselijke verschijning; hun huid is helder oranje geschilderd, die van de Bodhisattva’s wit of roze met een oranje schaduw.
Deze lichte kleuring en de decoratieve kleuren van de stralenkransen zijn echter bijna geheel verloren gegaan.
Het zwart dat voor het haar van alle figuren is gebruikt, heeft het merkwaardig dichte en korrelige karakter dat ook in schildering Ch. 00104 wordt waargenomen.

DSC01402IndiaNewDelhiNationalMuseumSeatedBuddhaDunhuang9th-10thCenturyCESilkPainting52x31,2CmAccNOCh-xlvi-008

De donorfiguren — een man knielend links en een vrouw rechts van het paneel met de dedicatie‑inscriptie aan de onderzijde — zijn op grote schaal weergegeven en vormen goede voorbeelden van kleding en kapsel uit de tiende eeuw, zoals ook te zien in andere schilderingen.
De man draagt een wierrookvat, de vrouw een rode lotusbloem; achter ieder staat een jonge dienaar of een jong familielid van hetzelfde geslacht.
Deze zijn gekleed als de grotere figuren, behalve dat de jas van de jongen lichtgroen is en hij onbedekt hoofd heeft, met het haar aan weerszijden in een knoop gebonden en een vrije lok (zoals in andere schilderingen).
Hij houdt een lang‑gesteelde waaier van vlak elliptische vorm; het meisje draagt een kistje.

Voor de inscriptie zie Petrucci, Appendix E, II.
Afmetingen van de schildering: ongeveer 125 × 76 cm.

Bodhisattva’s en Heavenly Kings

Voor de Heavenly Kings verwijst Stein ons naar de Lokapala banners.
Die staan beschreven bij CH.0010. Het is een tekst van enkele kolommen waarin hij allerlei aspecten van deze figuren beschrijft.
Van de gehurkte figuur waarop ze staan tot aan de sandalen.

De Boeddha’s van de Tien Windstreken

Langs de bovenrand van het doek zit een reeks
van tien kleine Boeddha‑figuren, elk zittend in meditatiehouding.
Ze verbeelden het kosmologische idee dat in alle richtingen
van het universum Boeddha’s aanwezig zijn
— niet alleen in de vier hoofdwindstreken, maar ook in de tussenrichtingen,
boven en beneden.
Samen vormen zij een kring van verlichting
die de ruimte rondom Amitābha’s paradijs vult.
Hun gelijke houding en herhaling drukken niet individualiteit uit,
maar alomtegenwoordigheid:
de Boeddha is overal, in elke richting, in elke wereld.
Deze bovenste zone fungeert zo als een visuele horizon van het paradijs,
een stille echo van de oneindige verspreiding van het boeddhistische licht.

De datering van de banier

SerindiaAppendixERaphaelPetrucciLaurenceBinyon

Serindia, titelblad van Appendix E.

In de detailbeschrijving van het object verwijst Stein naar Appendix E
in Serindia voor de vertaling van de inscripties.
Appendix E is het werk van Raphaël Petrucci en Laurence Binyon.
Maar Appendix E kent een bijzondere ontstaansgeschiedenis.
Aurél Stein wijdt daar een deel van de tekst aan:

[Noot]
Dit hoofdstuk (appendix E), dat oorspronkelijk bedoeld was om opgenomen te worden in het eerste deel van de publicatie zoals geschetst in het bovenstaande voorlopige plan (plan in een brief uit 1911 van Petrucci aan Stein), werd in 1913 ontvangen van Raphaël Petrucci in de vorm van een ruwe concepttekst.
De grondige herziening die het nodig had, met bijzondere aandacht voor de lezing van de inscripties en hun interpretatie, kon — vanwege de omstandigheden die samenhingen met de Eerste Wereldoorlog — niet worden uitgevoerd vóór Petrucci’s overlijden.

Arthur D. Waley, van de afdeling Prints and Drawings van het British Museum, nam in 1917 deze moeilijke taak op zich en wijdde veel zorgvuldige arbeid aan de verificatie van de originele dedicatie‑inscripties en verwante documenten.
De talrijke correcties die hij voorstelde, en die de instemming kregen van Édouard Chavannes, zijn verwerkt in de tekst zoals die nu wordt gepresenteerd.

— Aurel Stein

Dit wil zeggen dat er uiteindelijk bij de tekst van Appendix E
4 mensen betrokken zijn geweest:
Petrucci als de schrijver van de basistekst
afgestemd met Binyon en later
gecontroleerd en eventueel verbeterd door Waley
met Chavannes op de achtergrond.
Een internationaal vlechtwerk.

Petrucci en Binyon: bruggenbouwers tussen Oost en West

In Serindia vormt Appendix E een bijzonder hoofdstuk:
de essays van Raphaël Petrucci en Laurence Binyon
over de boeddhistische schilderingen uit de grotten
van de Duizend Boeddha’s in Dunhuang.
Beide auteurs waren pioniers in de Europese studie
van Aziatische kunst, maar hun invalshoeken verschilden subtiel.

De Fransman Raphaël Petrucci (1872–1917) was sinoloog,
diplomaat en kunsthistoricus.
Hij introduceerde de esthetische principes van de Chinese schilderkunst
in het Westen en stond bekend om zijn precieze,
filologisch onderbouwde analyses.
In zijn bijdragen aan Serindia beschreef hij de schilderingen
met een scherp oog voor stijl, iconografie en inscripties,
waarbij hij de Chinese traditie als uitgangspunt nam.

De Brit Laurence Binyon (1869–1943), dichter en conservator
aan het British Museum, benaderde dezelfde werken
vanuit een meer esthetisch en museaal perspectief.
Zijn poëtische gevoeligheid en zijn ervaring met Aziatische prenten
gaven zijn analyses een bredere culturele resonantie.

Samen vormden Petrucci en Binyon een intellectuele brug
tussen veldonderzoek en kunsthistorische interpretatie.
Waar Stein de archeologische context leverde,
boden zij het kader waarin de schilderingen konden worden gelezen
als getuigen van een verfijnde visuele en spirituele traditie.

Waley en Chavannes: filologische fundamentbouwers van Appendix E

Waar Petrucci en Binyon de kunsthistorische en esthetische dimensies van de Dunhuang‑schilderingen vormgaven, rust de wetenschappelijke betrouwbaarheid van Appendix E op het werk van twee andere grootheden: Arthur Waley en Édouard Chavannes. Hun bijdrage ligt minder in interpretatie dan in de filologische en epigrafische onderbouw — het nauwkeurig lezen, controleren en corrigeren van de Chinese inscripties waarop de datering en context van de schilderingen berusten.

De Brit Arthur David Waley (1889–1966), verbonden aan
de afdeling Prints and Drawings van het British Museum,
was een uitzonderlijk begaafd sinoloog en vertaler.
Zijn naam is vooral verbonden met de introductie
van Chinese en Japanse literatuur in de Engelstalige wereld,
maar zijn werk aan Serindia toont een andere kant van zijn talent:
zijn vermogen om met uiterste precisie inscripties te ontcijferen
en tekstvarianten te beoordelen.
Toen Petrucci’s manuscript — nog ruw en onvolledig —
na diens overlijden moest worden herzien,
nam Waley deze taak op zich.
Hij controleerde de dedicatie‑inscripties op de originele schilderingen,
vergeleek lezingen, corrigeerde fouten
en bracht een filologische helderheid aan
die Appendix E zijn definitieve vorm gaf.

De Fransman Édouard Chavannes (1865–1918), hoogleraar
aan het Collège de France, was een
van de meest gezaghebbende sinologen van zijn tijd.
Zijn monumentale vertalingen van Chinese historische teksten
en zijn baanbrekende werk op het gebied van epigrafie
maakten hem tot een internationaal referentiepunt.
Dat juist Chavannes Waley’s correcties beoordeelde
en goedkeurde, verleende Appendix E een bijzondere autoriteit.
Zijn instemming fungeert als een keurmerk
van wetenschappelijke betrouwbaarheid:
een bevestiging dat de tekst niet alleen kunsthistorisch,
maar ook filologisch op het hoogste niveau is.

Samen zorgden Waley en Chavannes voor de nauwkeurige lezing
van de inscripties waarop het hele betoog rust.
Hun werk maakt duidelijk dat Serindia niet het product is van één auteur,
maar van een internationale samenwerking waarin archeologisch veldwerk, Britse oriëntalistiek en Franse sinologie elkaar aanvullen en versterken.

De specifieke tekst over CH.xlvi.008

De tekst van de bijlage E is in het Frans.
Hieronder volgt de Nederlandse vertaling door Copilot.

Een andere schildering (Ch. xlvi. 008) behoort tot de categorie van geloften die voor de doden worden gedaan. Ze stelt Amitābha voor. In het gedeelte dat voor de schenkers is gereserveerd, ziet men enerzijds een ambtenaar, de overleden vader Leang Tsin‑t’ong 梁進通, die een wierookvat vasthoudt en wordt bijgestaan door een kind met een waaier; anderzijds een vrouw, de overleden schoonmoeder, met de familienaam Ling‑hou 令狐. Zij houdt een bloem vast; ook zij wordt vergezeld door een kind dat een offer draagt. Uit de opschriften blijkt dat de schenking is gedaan door de zoon en de vrouw van de zoon van de afgebeelde personen. Het is een schenking ten bate van de overleden ouders.
De inscriptie in het middelste cartouche is vrijwel geheel verdwenen. Men kan er meer raden dan lezen, maar er zijn nog tekens zichtbaar die toelaten haar te dateren op de zevende maan van het tweede jaar K’ien‑te, dat wil zeggen augustus 964.

Stein vermeldt in eerder in Serindia in zijn overzicht van gedateerde banieren
Ch. xlvi.008 als gedateerd in AD 952.
In Appendix E geeft Petrucci, op basis
van de resterende tekens van de inscriptie, een alternatieve datering:
de zevende maan van het tweede jaar K’ien‑te (augustus 964).
De discrepantie lijkt voort te komen uit verschillende lezingen
van een zwaar beschadigde dateringstekst.

Over de zogenaamde ‘donorfiguren’

De figuren die in de literatuur vaak gemakshalve “donoren” worden genoemd,
zijn in werkelijkheid niet de personen zijn die de schildering
hebben geschonken, maar de overleden familieleden
voor wie de schenking is gedaan.
De dedicatie‑inscripties maken dit telkens opnieuw duidelijk: het zijn de zoon, schoondochter of andere nabestaanden die de opdracht geven, terwijl de afgebeelde mannen en vrouwen de overledenen zijn wier zielen men wil eren en ondersteunen.
Deze schilderingen functioneren dus niet als portretten van levende opdrachtgevers, maar als postume representaties.
De overledenen verschijnen in een rituele houding,
knielend met offergaven, begeleid door kinderen of dienaren,
en geplaatst in een paradijselijke context
— vaak het rijk van Amitābha.
De werkelijke donoren blijven buiten beeld
en zijn uitsluitend in de tekst aanwezig.
Dit inzicht verandert de manier waarop we de zogenaamde donorzone lezen:
het is geen familieportret, maar een visuele handeling
van verdienstentransfer, waarin de overledenen worden voorgesteld
op de plaats waar men hoopt dat zij zullen wedergeboren worden.
Wat wij “donorfiguren” noemen, zijn in feite voorstellingen
van de overledenen, en wat wij “donoren” noemen,
zijn de levende opdrachtgevers die hen via de schildering ritueel begeleiden.

DSC01403IndiaNewDelhiNationalMuseumSeatedBuddhaDunhuang9th-10thCenturyCESilkPainting52x31,2CmAccNOCh-xlvi-008

Afsluiting

Met de kennis van nu denk ik met ongerustheid terug
aan eerdere berichten over de Dunhuangbanieren op mijn blog.
Er bleek nu ook weer zoveel informatie te zijn over
een banier die op het eerste gezicht misschien niet
de meest interessante in de reeks lijkt.
Maar hij was wel erg interessant en er is, denk ik,
nog veel meer informatie.
Alleen heb ik die nog niet gevonden.
Gelukkig heb ik wel een beter beeld gekregen bij de
afgebeelde donorfiguren en de werkelijke schenkers van het object.


India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XLVIII

– over een versleten banier van buiten de bibliotheekgrot –

DSC01398 01 IndiaNewDelhiNationalMuseumVotiveBodhisattvaBannerDunhuang8th-9thCenturyCESilkPainting79x25,3CmAccNoCh-lv-0036

India, New Delhi, National Museum, Votive bodhisattva banner, Dunhuang, 8th – 9th century CE, silk painting, 79 x 25,3 cm. Acc.No. Ch.lv.0036.


Je kunt zeggen dat de banier niet heel mooi is,
Kijk zelf maar mee, hij oogt erg versleten.
Zijde heeft gevoelsmatig een zachte uitstraling
terwijl het materiaal hier grof en ruw overkomt.
Natuurlijk is het maar een foto en zegt die indruk niet zo veel.
Maar Stein en het National Museum zeggen hier ook verschillende dingen:

Dit zegt de zaaltekst:

This silk banner with a triangular headpiece depicts bodhisattva Avalokiteshvara standing in threequarter profile on a lotus. A scarf can be seen fluttering around his body.

En in Serindia zegt Stein dat het om linnen gaat:

AurelSteinSerindiaVol2Page1069PagePDF573 Ch lv 0036

Er zijn een aantal bijzondere zaken:

  1. de driehoek aan de bovenkant die onderdeel van het ophangmechanisme
  2. DSC01398 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumVotiveBodhisattvaBannerDunhuang8th-9thCenturyCESilkPainting79x25,3CmAccNoCh-lv-0036

  3. het hoofd is erg aansprekend
  4. DSC01399IndiaNewDelhiNationalMuseumVotiveBodhisattvaBannerDunhuang8th-9thCenturyCESilkPainting79x25,3CmAccNoCh-lv-0036

  5. de inscriptie ‘Kuan-yin of long life’
  6. De woorden “Kuan‑yin of long life” vormen een korte aanroep
    tot Guanyin (Kuan‑yin), de Chinese naam voor Avalokiteśvara,
    de bodhisattva van mededogen.
    In de Chinese traditie wordt Guanyin vaak verbonden
    met bescherming, genezing en levensverlenging.
    Zo’n korte formule functioneerde als een votieve wens:
    een klein gebed om een lang leven voor de schenker of diens familie.

  7. de banier is groot
  8. wat is Ch’ien-fo-tung of waar ligt dat?

Dat is de Chinese naam voor de “Grotten van de Duizend Boeddha’s
— de Mogao‑grotten bij Dunhuang, in de provincie Gansu.
Letterlijk: Qiānfódòng (千佛洞).
Daar vond Aurel Stein in 1900–1908 de beroemde manuscripten
en banieren in de verzegelde bibliotheekgrot (Grot 17).
Maar in totaal zijn er meer dan 400 grotten.
Om die allemaal in kaart te brengen ging Stein niet lukken.
En dat wist hij getuige het volgende vertaalde citaat:

De algemene beschrijving die ik in hoofdstuk XXI heb gegeven van de vindplaats en haar grote reeks grot‑tempels is op zichzelf al voldoende om te verklaren waarom het voor mij onmogelijk was een gedetailleerde studie te maken van deze honderden uit de rots gehouwen heiligdommen. Los van de zeer beperkte tijd die het zomerprogramma van geografische verkenningen in de Nan‑shan‑ketens mij liet, besefte ik ten volle dat voor een taak van deze omvang bijzondere deskundigheid nodig zou zijn, evenals technische ondersteuning waarover ik niet beschikte. Zonder kennis van het Chinees en zonder voldoende vertrouwdheid met de in China ontwikkelde boeddhistische iconografie kon ik onmogelijk hopen op een juiste interpretatie van deze immense hoeveelheid muurschilderingen, laat staan aanwijzingen vinden om hun chronologische volgorde — en die van de grotten die zij sierden — te bepalen. Tegelijkertijd ontbrak het mij pijnlijk aan de technische ervaring en getrainde hulp die nodig waren om binnen redelijke tijdslimieten fotografische reproducties te maken van de belangrijkste schilderingen en beelden, en om toegang te krijgen tot die grot‑tempels die hoog op de rotswand lagen en zonder speciale voorzieningen niet veilig te bereiken waren.

Serindia, deel 2, pagina 926.

Afsluiting

Op het eerste oog leek de banier niet zo heel bijzonder.
Maar als we even verder kijken dan is ook dit object
weer een heel uitgebreid verhaal.
En dan heb ik nog niets over de voeten en de lotus daaronder geschreven.


India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XLVII

– Over een houten Boeddha uit een site die alleen Stein nog zag –

We denken vaak dat we alles weten.
Dat we alles gezien hebben.
Dat we overal kunnen komen.
Dat de wereld klein is.
We stonden al op de maan!

Maar dan sta je in New Delhi voor een klein houten beeldje,
uit een plek aan de Zijderoute.
Een plaats die Stein als laatste gezien heeft.
Als laatste?
Ook in 1906/1908 waren er nog karavanen
die gebruik maakten van deze handelsroutes.
Stein maakte er nog foto’s van.

SteinAurélMTACamelCaravanXinjiang1904 01

Foto van Aurél Stein, uit het digitale MTA archief (de Hongaarse Academie van Wetenschappen) met als omschrijving: Camel caravan, Xinjiang, 1904.

SteinAurélMTACamelCaravanXinjiang1904 02 Detail

Detail van bovenstaande foto.

Maar hij is wel de laatste die de plaats documenteerde.
En dat maakt dit houten beeldje wel heel bijzonder.

DSC01392 01 IndiaNewDelhiNationalMuseumBuddhaInDhyanaMudraKichik-Hassar7th-8thCenturyCEWood27x15,5CmAccNoH-B-III-001

India, New Delhi, National Museum, Buddha in Dhyana Mudra, Kichik-Hassar, 7th – 8th century CE, wood, 27 x 15,5 cm. Acc.No. H.B. III.001.

DSC01392 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumBuddhaInDhyanaMudraKichik-Hassar7th-8thCenturyCEWood27x15,5CmAccNoH-B-III-001Txt


Om te achterhalen wat het voorwerp precies is, heb ik de online bronnen
bekeken:

AurelSteinSerindiaVol3Page1173PagePDF110Column1AurelSteinSerindiaVol3Page1173PagePDF110Column2

In het Nederlands staat er in Serindia, deel 3, pagina 1173:

H. B. iii. 001.
Houten beeldje van Boeddha, gezeten in meditatie op een drielaagse troon. Grof gesneden, waarbij alleen de voorzijde en zijkanten zijn afgewerkt; de achterkant is vlak, bedoeld om met houten pennen aan een muur of ander oppervlak te worden bevestigd, waarvan er enkele nog aanwezig zijn. Een extra, tongvormig stuk hout — vermoedelijk oorspronkelijk oprijzend uit een nu verdwenen basis — is vastgezet in een overeenkomstige uitsparing aan de onderzijde van de rug. De Boeddha heeft langgerekte, doorboorde oren en een uṣṇīṣa (schedeluitstulping). De plooien van het gewaad zijn zeer conventioneel weergegeven door een reeks halfronde groeven. Het geheel was oorspronkelijk beschilderd met een dikke witte sliblaag, met resten van rode verf in de groeven en sporen van zwarte verf op het haar. Sterk gebarsten en aan het oppervlak versleten. Afmetingen: 28 × 16,5 × 10 cm. (Pl. CXXXVIII.)

Er staat een verwijzing naar een plaat. Die vind je in deel 3 van Serindia:

AurelSteinSerindiaVol4Plate138 CXXXVIIIPagePDF292 01

Onder plaat 128 staat: Stucco relief base of image (MI.xviii.001) and reliefs in stucco and wood from MING.01 and other sites. Het Boeddha-beeldje van dit bericht valt onder ‘the other sites’. Volgens mij is het de Boeddha rechtsboven.

AurelSteinSerindiaVol4Plate138 CXXXVIIIPagePDF292 02

In Stein’s foto in Serindia is het beeld nog ongerestaureerd, met een zichtbaar gat in de troon waar misschien een houten pen of steun heeft gezeten. In de huidige museumversie is die opening gedicht, wat de overgang markeert van veldvondst naar geconserveerd tentoonstellingsobject.


Dhyāna mudrā?

Stein registreerde in het veld uitsluitend wat hij feitelijk kon waarnemen,
zonder iconografische termen.
Zijn beschrijvingen moesten later onderzoek mogelijk maken.
Het museum neemt die volgende stap door de houding
als Dhyāna mudrā te interpreteren
— een duiding die past binnen de boeddhistische beeldtraditie,
maar die Stein zelf bewust niet maakte.

Kichik‑Hassār op de foto

AurelSteinSerindiaVol3Fig270 PagePDF94

In de digitale versie van Serindia die ik ter beschikking heb (vrij online te raadplegen) staat deze foto. Ik ben toen verder gaan zoeken en vond een digitaal archief met meer dan 6000 foto’s van Stein. Deze foto zat er tussen.

SteinAurélRuinedShrinesKichik-hassarSeenFromSouth1908 01 Foto 01

Stein, Aurél, Ruined shrines I-III, Kichik-hassar, seen from south, 1908. Je ziet de foto op een vel met instructies voor de opmaak en de drukker en links in de hoek het nummer 270. Dat is het ‘Figure’-nummer in Serindia.

SteinAurélRuinedShrinesKichik-hassarSeenFromSouth1908 01 Foto 02

Dezelfde opname maar nu geconcentreerd op de foto zelf. Er staat nog iemand op de foto links en er ligt een hond rustig te slapen, links onder tegen de heuvel.

SteinAurélRuinedShrinesKichik-hassarSeenFromSouth1908 02 Instructies

Als je op de MTA-website gaat kijken dan zie je ook deze foto van een halfdoorzichting vel papier met getypte tekst met aanvullende opmaakopdrachten. Op de achtergrond zie je de foto doorschijnen.


Op de heuvel staat een figuur die duidelijk als schaalreferentie is opgenomen.
Wie het precies is, valt niet met zekerheid vast te stellen:
op Stein’s veldfoto’s verschijnen zowel hijzelf als assistenten
in vergelijkbare kleding, en bij deze opname ontbreekt
elke expliciete persoonsvermelding.

De foto maakt deel uit van het digitale archief van het
MTA Könyvtár és Információs Központ
(de Hongaarse Academie van Wetenschappen),
dat een deel van Stein’s originele glasnegatieven beheert.

Deze collectie kwam daar terecht via Stein’s Hongaarse afkomst
en de overdracht van delen van zijn persoonlijke
wetenschappelijke nalatenschap aan Hongaarse instellingen.

De bij deze opname bewaarde archiefvellen
bevatten geen identificatie van de afgebeelde persoon,
zodat alleen kan worden vastgesteld dat het om een schaalfiguur gaat,
niet om een gedocumenteerd portret van Stein zelf.

Waar ligt Kichik‑Hassār eigenlijk?

Kichik‑Hassār ligt in het huidige China,
in de Xinjiang Uyghur Autonomous Region.
Maar dat moderne kader vertelt maar een deel van het verhaal.
In de tijd waarin het houten Boeddhabeeldje werd gemaakt
— ruwweg 7e–8e eeuw — maakte dit gebied geen deel uit
van een Chinees kerngebied, maar van het boeddhistische koninkrijk Khotan,
een oasecultuur langs de zuidelijke rand van de Taklamakan-woestijn.

Het was een regio met sterke Indiase, Iraanse en Centraal‑Aziatische invloeden, waar Sanskriet, Prakrit en Khotanees werden gebruikt, en waar boeddhistische kunst zich in een eigen, herkenbare stijl ontwikkelde.

Dat betekent dat het beeldje geografisch in China is gevonden, maar cultureel en artistiek tot Khotan behoort. Die nuance is belangrijk: het bepaalt hoe we naar het object kijken, welke vergelijkingen zinvol zijn, en waarom de stijl zo anders is dan wat we uit de Chinese boeddhistische traditie kennen.

Een site die alleen dankzij Stein bestaat

Kichik‑Hassār is een van die kleine heiligdommen
die we uitsluitend kennen dankzij Stein.
Hij bezocht de plek kort tijdens zijn tweede expeditie (1906–1908),
maakte enkele foto’s, beschreef drie kleine schrijnen en een stūpa‑groep,
en nam een handvol objecten mee — waaronder het houten Boeddhabeeldje.

Daarna is niemand ooit teruggekeerd.
Geen Chinese archeologen, geen Westerse teams,
geen moderne surveys.
De exacte locatie is onzeker, de ruïnes zijn waarschijnlijk
opnieuw door het zand opgeslokt,
en de regio is tegenwoordig grotendeels ontoegankelijk
voor systematisch archeologisch onderzoek,
zowel door buitenlandse als door de meeste binnenlandse teams.
Je kunt er zelfs geen gewone vakantie boeken;
het gebied is voor bezoekers vrijwel volledig afgesloten

De zuidelijke rand van de Taklamakan

De zuidelijke rand van de Taklamakan‑woestijn vormde in de oudheid
een van de belangrijkste verkeersaders van de Zijderoute.
Het was de winterroute:
in de koude maanden trokken karavanen langs de oases van
Khotan, Keriya, Niya en Miran,
waar water, hout en beschutting te vinden waren.

In de zomer weken reizigers liever uit naar de noordelijke route,
langs Aksu, Kucha en Turfan,
omdat de zuidelijke rand dan extreem heet werd
en de afstand tussen de oases gevaarlijk groot kon zijn.

Die seizoensgebonden verschuiving is essentieel
om Kichik‑Hassār te begrijpen.
Het lag precies in die zuidelijke gordel van oases
die de winterroute mogelijk maakten.
Kleine heiligdommen zoals Kichik‑Hassār waren onderdeel van dit netwerk:
plekken waar reizigers konden bidden, waar monniken leefden,
en waar lokale gemeenschappen devotionele objecten produceerden
— zoals het eenvoudige houten Boeddhabeeldje dat Stein vond.