Wanneer vorm, stemming en ritme samenkomen

In dit bericht passeren drie Indiase miniaturen die ik zag
in Museum Rietberg.
Ze zijn schitterend en ik heb er heel veel van geleerd.

DSC05636 01 ZürichMuseumRietbergWerkstattInKotaShrinathjiImWinterkleidIndiaRajasthanUm1850RVI2246

Zürich, Museum Rietberg, Werkstatt in Kota, Shrinathji im winterkleid, India, Rajasthan, um 1850, RVI 2246.


Shrinathji in het winterkleed

Shrinathji
— de kind‑Krishna die in Nathdwara als levende godheid wordt verzorgd —
verschijnt hier in zijn winterkleed.
In deze traditie wordt de godheid niet als een stilstaand beeld benaderd,
maar als een aanwezig lichaam:
zijn fysieke vorm, of die nu van marmer, brons of een ander materiaal is,
wordt dagelijks gewassen, aangekleed, gevoed
en volgens het seizoen van nieuwe gewaden voorzien.
Dat ritueel van zorg en nabijheid vormt de sleutel tot dit schilderij.

In de miniatuur uit de werkplaats van Kota (ca. 1850) staat Shrinathji
als een stil, donker middelpunt in een zon van geel.
Zijn gezicht, zwaar van sieraden, lijkt uit het gewaad zelf te ontstaan:
niet als portret, maar als aanwezigheid.

Rechtsonder ligt een kleine rode tulband, zorgvuldig neergelegd.
Dat detail, haast terloops, maakt het beeld intiem.
De godheid heeft zijn koninklijke teken afgelegd,
alsof hij zich terugtrekt in warmte en rust.
Het rood verankert de compositie, maar ook het ritueel
— een moment waarin het goddelijke lichaam
niet wordt verheerlijkt, maar verzorgd.
Het winterkleed wordt zo meer dan een kledingstuk:
het is een gebaar van nabijheid.
De schilder omhult Shrinathji met pigment zoals de priesters hem met stof omhullen
— een zorgzame handeling die de godheid tastbaar maakt, zelfs in verf.

Het perspectief

Het perspectief in deze miniatuur is geen venster op een ruimte,
maar een vlak dat zich naar voren duwt.
De schilder uit Kota kiest bewust voor een frontale,
bijna architectonische opstelling waarin elke diepte wordt afgevlakt.
De vloer helt licht omhoog, de achtergrond is een gesloten wand van kleur,
en Shrinathji staat niet in een kamer maar tegen het beeldvlak aan.
Het is een perspectief dat niet uitnodigt om binnen te treden, maar om te confronteren:
de godheid kijkt terug, niet vanuit afstand, maar vanuit nabijheid.
Deze ruimtelijke compressie is geen gebrek aan realisme,
maar een rituele keuze.
In de Pushtimarg‑traditie is het zien van de godheid — darshan —
een directe ontmoeting, geen optische illusie.
De schilder elimineert daarom elke afleiding van die blik.
De ruimte wordt een podium zonder diepte, een kleurveld dat de figuur draagt.
Het perspectief is zo niet optisch, maar devotioneel:
alles is gericht op het moment van aanschouwen.

De Kota‑stijl

Dat dit werk uit Kota komt, is op het eerste gezicht onverwacht.
Kota‑schilders zijn vooral bekend om hun levendige jachtpartijen,
paarden in volle galop, tijgers die uit het struikgewas springen,
en hofscènes vol beweging en energie.
Maar juist binnen die traditie ontwikkelden zij een vormtaal
die ook hier herkenbaar is:
een strakke frontale compositie, grote heldere kleurvlakken,
minimale dieptewerking en scherpe contourlijnen die elke vorm tegen het vlak plaatsen.

In deze miniatuur wordt die visuele grammatica ingezet
voor een onderwerp dat normaal niet tot het Kota‑repertoire behoort.
Het resultaat is een devotioneel beeld dat niet in een ruimte staat,
maar tegen het beeldvlak aan wordt geschoven
— helder, direct, en zonder afleiding.

Abstractie is geen moderne Westerse uitvinding

Ik liep nog wat na te denken over de miniatuur en kwam op het onderwerp abstractie.
De miniatuur gebruikt methodes die doen denken aan abstractie:
perspectief ontbreekt grotendeels
het onderwerp en de achtergrond zijn één
er is geen poging een ‘foto’ te maken maar een idee over te brengen.

Hoe is dat als je het vergelijkt met een kubistisch schilderij?
Mensen als Picasso realiseren zich dat er meerdere perspectieven zijn op één object.
Ze kiezen er bewust voor die tegelijk te laten zien.
Tegelijk ontbreekt het traditioneel perspectief bijna volledig.

DSC05636 02 ZürichMuseumRietbergWerkstattInKotaShrinathjiImWinterkleidIndiaRajasthanUm1850RVI2246

Daar waar in Kota in 1850 er wordt gekozen de techniek perspectief
niet te gebruiken omdat het niet nodig is voor het doel wat men wil bereiken:
niet nodig om de boodschap duidelijk te maken,
niet nodig om de god in het beeld te ervaren.
Daar kiest de kubist ervoor de methode perspectief verder te onderzoeken
door bijvoorbeeld meerdere perspectieven tegelijk te tonen.

Dat is niet bedacht in Europa en niet pas in 1910 voor het eerst.

DSC05638 01 ZürichMuseumRietbergUrheberUnbekanntNilambariRaginiFolioAusRagamalaSerieIndiaSouthernDeccanWanparthyUm1750RVI2064GeschenkHorstMetzger

Zürich, Museum Rietberg, Urheber (=maker) unbekannt, Nilambari ragini, folio aus Ragamala-serie, India, Southern Deccan, Wanparthy, um 1750, RVI 2064. Geschenk Horst Metzger.


Ragamala

Een Ragamala is voor westerlingen vaak lastig te begrijpen,
omdat het geen illustratie is van muziek.
Wat op zich een logische aanname kan zijn.
Maar dat is het niet.

Een Ragamala begint bij één schilderij dat een muzikale stemming verbeeldt:
in de Indiase traditie heeft elke rāga
— een melodisch patroon met een eigen emotie, seizoen en tijd van de dag —
een bijbehorend gedicht én een visuele personificatie,
vaak een geliefde, een eenzame figuur, een landschap of een nachtelijke scène.

Omdat een rāga nooit op zichzelf staat maar deel uitmaakt van een netwerk
van verwante stemmingen, ontstaat er vanzelf een krans van beelden:
ochtendrāga’s, middagrāga’s, avondrāga’s, seizoensrāga’s,
varianten en vrouwelijke tegenhangers.
De schilder volgt daarmee de logica van de muziek, die zelf cyclisch is.
Zo vloeien muziek, poëzie en schilderkunst samen tot één systeem
waarin dezelfde emotie drie vormen krijgt
— hoorbaar, denkbaar en zichtbaar —
en waarin een Ragamala niet één beeld is, maar een emotionele dag
en een emotioneel jaar in miniaturen.

DSC05638 02 ZürichMuseumRietbergUrheberUnbekanntNilambariRaginiFolioAusRagamalaSerieIndiaSouthernDeccanWanparthyUm1750RVI2064GeschenkHorstMetzger

Nilambari Ragini — nacht, rust en het wiegen van de wereld

Nilambari is een nacht‑rāginī: een vrouwelijke stemming
die traditioneel wordt geassocieerd met rust, verzachting
en het langzaam neerdalen van de nacht.
Haar naam betekent letterlijk “zij die in blauw is gehuld”
— een verwijzing naar de kleur van de nachtelijke hemel.

In de Ragamala‑traditie wordt Nilambari vaak voorgesteld als een vrouw
die alleen zit in een paviljoen, soms luisterend naar muziek, soms wachtend,
soms in een staat van zachte melancholie.
Het gedicht dat bij haar hoort beschrijft meestal een sfeer van nachtelijke stilte,
een geliefde die niet komt, of een moment van innerlijke rust waarin de wereld vertraagt.

De schilder uit Wanaparthy (ca. 1750) vertaalt die stemming niet
als een nacht van eenzaamheid,
maar als een ontmoeting waarin stilte en verleiding elkaar raken.
De vrouw in haar diepblauwe kleed
— de kleur van de nacht en van Nilambari zelf —
belichaamt de kalmte van de rāga,
terwijl de man met de bloem een gebaar van toenadering maakt.
Het blauw om haar heen is niet alleen decoratief, maar symbolisch:
het is de kleur van rust, van afstand, en tegelijk van het verlangen
dat de muziek oproept.

Zo wordt de miniatuur een beeld van de emotionele temperatuur van de nacht:
niet donker of leeg, maar gevuld met zachte spanning,
een moment waarin muziek, poëzie en schilderkunst samenvallen in één gebaar
— het aanbieden van een bloem, het wachten op een antwoord,
het wiegen van de wereld in blauw.

DSC05638 03 ZürichMuseumRietbergUrheberUnbekanntNilambariRaginiFolioAusRagamalaSerieIndiaSouthernDeccanWanparthyUm1750RVI2064GeschenkHorstMetzger

De muziek — waar kun je Nilambari horen?

Nilambari is een rāga die nog steeds wordt uitgevoerd,
vooral in Zuid‑Indiase (Carnatische) muziek.
Wie haar wil horen, kan dat op drie toegankelijke manieren:

  • YouTube

Zoek op: “Carnatic Nilambari raga”
Je vindt uitvoeringen op vina, fluit, viool en zang.
Nilambari wordt vaak gebruikt voor wiegeliederen (lullabies),
omdat de rāga een kalmerende, wiegende beweging heeft.

  • Spotify / Apple Music

Zoek op: “Raga Nilambari”
Er zijn meerdere klassieke opnames, o.a. door M.S. Subbulakshmi en T.M. Krishna.

  • Sangeethapriya (gratis archief, login verplicht)

Een groot archief van Carnatische muziek met veel Nilambari‑opnames.
Zoek op: Nilambari in de rāga‑lijst.

DSC05640 01 ZürichMuseumRietbergUrheberUnbekanntTanzDerHirtenFolioFromTularam-Bhagavata-PuranaSerieIndiaGujaratSuratUm1640RVI829

Zürich, Museum Rietberg, Urheber unbekannt, Tanz der hirten, folio from Tularam-Bhagavata-Purana serie, India, Gujarat, Surat, um 1640, RVI 829.


Bhagavata‑Purana‑series

De Bhagavata‑Purana vertelt de jeugdverhalen van Krishna in losse,
levendige episodes: dansen, spel, wonderen, ontmoetingen met herders en herderinnen.

DSC05640 02 ZürichMuseumRietbergUrheberUnbekanntTanzDerHirtenFolioFromTularam-Bhagavata-PuranaSerieIndiaGujaratSuratUm1640RVI829

In de 16e en 17e eeuw werden deze scènes in Gujarat en Noord‑India
omgezet in uitgebreide reeksen miniaturen,
niet als volksboeken maar als kostbare objecten voor hoven,
rijke handelaren en tempels.
De verhalen zelf waren wél breed bekend via mondelinge traditie, rituelen,
liederen en theater, maar de beeldreeksen waren bedoeld voor een kleine elite
die de tekst kende of liet voorlezen.
Zo ontstonden cycli van soms honderden bladen,
waarin elke miniatuur een helder venster vormt op Krishna’s wereld:
een manier om de verhalen te ordenen, te herinneren en te beleven in beeld.

DSC05640 03 ZürichMuseumRietbergUrheberUnbekanntTanzDerHirtenFolioFromTularam-Bhagavata-PuranaSerieIndiaGujaratSuratUm1640RVI829

De schilders kozen meestal de meest levendige momenten:
Krishna die danst, speelt, steelt boter, de slang Kaliya bedwingt,
of — zoals in deze miniatuur —
de herders laat dansen in een ritme dat zowel speels als kosmisch is.

DSC05640 04 ZürichMuseumRietbergUrheberUnbekanntTanzDerHirtenFolioFromTularam-Bhagavata-PuranaSerieIndiaGujaratSuratUm1640RVI829

Tanz der Hirten (Dans van de herders)

In deze miniatuur uit Surat rond 1640 danst Krishna (in een blauw kleed)
tussen zijn herdersvrienden, omringd door een werveling van bladeren en bloemen.
De schilder kiest niet voor een realistische scène maar voor een compositie
waarin kleur en ritme samenvallen:
elke arm, elke bloem beweegt in dezelfde cadans.
De herders spelen fluit, trommel en hoorn, hun lichamen vormen een kring
die de natuur weerspiegelt
— alsof de wereld zelf meedanst.
Zo wordt de dans van de herders een beeld van kosmische vreugde:
het moment waarop spel, devotie en natuur één worden,
en Krishna’s aanwezigheid de hele omgeving in beweging zet.

DSC05640 05 ZürichMuseumRietbergUrheberUnbekanntTanzDerHirtenFolioFromTularam-Bhagavata-PuranaSerieIndiaGujaratSuratUm1640RVI829

Ik heb er nu even niets meer aan toe te voegen.
Misschien dat ik maar eens naar een “Carnatic Nilambari raga”
ga beluisteren op YouTube.


Drie ontmoetingen in verf

— over drie scènes uit de miniaturencollectie van Museum Rietberg —

Het Museum Rietberg heeft een collectie miniaturen uit India.
Toen ik er was werd een deel ervan getoond in een apart vrijstaand gebouw
in het park waarin het museum gevestigd is.
Vandaag drie miniaturen uit die verzameling.

DSC05628 01 ZürichMuseumRietbergUrheberUnbekanntTraurigePrinzessinMitFreundinUndDienerinImAlkovenBeidseitigBemaltesAlbumblattIndiaAwadhLucknow1725-1750RVI2205a

De eerste ontmoeting is tussen een treurende prinses en haar vriendin. Zürich, Museum Rietberg, Urheber unbekannt, Traurige prinzessin mit freundin und dienerin im Alkoven, beidseitig bemaltes albumblatt, India, Awadh, Lucknow, 1725 – 1750. RVI 2205a.

DSC05628 02 ZürichMuseumRietbergUrheberUnbekanntTraurigePrinzessinMitFreundinUndDienerinImAlkovenBeidseitigBemaltesAlbumblattIndiaAwadhLucknow1725-1750RVI2205a

Prachtig geschilderde omlijsting van een tafereel in een architectonische opzet.


DSC05632 01 ZürichMuseumRietbergUrheberUnbekanntFürstMahmudKhanDawudiMetGefolgeBeiAudienzIndiaDeccanKurnoolUm1750RVI838

De tweede ontmoeting in een tuin heeft een politieke kant: Urheber unbekannt, Fürst Mahmud Khan Dawudi mit gefolge bei audienz, India, Deccan, Kurnool, um 1750. RVI 838.


Deze tweede ontmoeting lijkt een beetje op een stripverhaal:
de namen van de personen staan er in de schilderij gekaligrafeerd.
Ik vroeg Copilot de tekst te vertalen uit het Perzisch.

DSC05632 02 ZürichMuseumRietbergUrheberUnbekanntFürstMahmudKhanDawudiMetGefolgeBeiAudienzIndiaDeccanKurnoolUm1750RVI838

Ik kan niet beoordelen of de vertalingen correct zijn dus
als iemand dat wel kan dan hoor ik de reactie(s) graag.

De tekst benoemt de grootste en zittende figuur rechts als Mahmud Khan Dawudi, de Nawab van Kurnool, afgebeeld in audiëntie met zijn entourage.

De tweede man in wit met oranje tulband is de schoonzoon van Abd al‑Razzāq Khan, een verwant en hofbeambte van Mahmud Khan Dawudi.

De inscriptie identificeert de derde figuur van rechts (volledig is oranje) als Banda Khan Dawudi, een ondergeschikte of verwant van Mahmud Khan Dawudi, afgebeeld in een eerbiedige houding tijdens de audiëntie.

De tekst identificeert boven de twee kleinste, zittende mannen links — in rood en lichtpaars als Aziz Khan Abd al‑Razzāq, waarschijnlijk leden van dezelfde familie als de schoonzoon van Abd al‑Razzāq Khan, en dus verwanten binnen de entourage van Mahmud Khan Dawudi.

De staande man links is Hamid Khan, zoon van Abd al‑Razzāq, een familielid van de Dawudi‑dynastie en lid van de hofhouding van Mahmud Khan Dawudi.

De Abd‑al‑Razzāq‑familie was een lokale eliteclan in Kurnool rond 1750, nauw verbonden met Mahmud Khan Dawudi, en de miniatuur is waarschijnlijk de belangrijkste (misschien enige) bron die hun namen en onderlinge relaties documenteert.

Als je die gegevens weet dan zou de huidige titel van het werk
anders kunnen zijn. De zaaltekst natuurlijk ook.

DSC05632 03 ZürichMuseumRietbergUrheberUnbekanntFürstMahmudKhanDawudiMetGefolgeBeiAudienzIndiaDeccanKurnoolUm1750RVI838

Voorstel voor museumvriendelijke titel nu:

Mahmud Khan Dawudi in audiëntie met leden van de Abd‑al‑Razzāq‑familie, India, Deccan (Kurnool), ca. 1750

Deze titel is veilig, feitelijk, en volledig gebaseerd op de inscripties.
Musea geven daar de voorkeur aan.

DSC05632 04 ZürichMuseumRietbergUrheberUnbekanntFürstMahmudKhanDawudiMetGefolgeBeiAudienzIndiaDeccanKurnoolUm1750RVI838

Een inhoudelijk sterkere titel zou kunnen zijn:

Familie‑audiëntie van Mahmud Khan Dawudi met de Abd‑al‑Razzāq‑clan, India, Kurnool (zuidelijk India of Deccan), ca. 1750

DSC05632 05 ZürichMuseumRietbergUrheberUnbekanntFürstMahmudKhanDawudiMetGefolgeBeiAudienzIndiaDeccanKurnoolUm1750RVI838

Publiek‑vriendelijke en historisch correcte zaaltekst:

Deze miniatuur toont Mahmud Khan Dawudi, heerser van het kleine vorstendom Kurnool in het zuiden van India, ingeklemd tussen grotere regionale machten. De vorst is omringd door leden van één specifieke familie: de Abd‑al‑Razzāq‑clan. De Perzische inscripties identificeren zijn schoonzoon, de zonen van Abd al‑Razzāq Khan en andere verwanten.

De aanwezigheid van deze familieleden laat zien hoe lokale macht in Kurnool rond 1750 functioneerde: via verwantschap, loyaliteit en clanstructuren, in een politiek landschap dat werd gedomineerd door het hof van Hyderabad, de Maratha‑expansie en de opkomst van Europese invloed.

Deze miniatuur maakte waarschijnlijk deel uit van een hofalbum: een intern familie‑document waarin de heerser en zijn belangrijkste bondgenoten werden vastgelegd. Het is een kunstwerk dat je kunt bewonderen om de kleuren, de bloemen, de architectuur en de compositie, maar documenteert tegelijk de sociale en politieke verhoudingen binnen een kleine staat die haar autonomie probeerde te bewaren.


DSC05634 01 ZürichMuseumRietbergUrheberUnbekanntPrithamSinghVonKulu(mitPfeife)MitGamanchandVonKangraIndiaPahari-gebietUm1800RVI2005-119

De derde ontmoeting gaat ook om politiek: Urheber unbekannt, Pritham Singh von Kulu (mit pfeife) mit Gamanchand von Kangra, India, Pahari-gebiet, um 1800. RVI 2005.119.

Wat zijn de Pahari‑staten?

De Pahari‑staten waren kleine vorstendommen in de uitlopers van de Himalaya,
in het huidige Himachal Pradesh,
grofweg ingeklemd tussen Pakistan, China en Nepal.
Ze bestonden uit regio’s als Kangra, Kulu, Guler, Chamba en Basohli,
elk met een eigen hof, eigen heersers en een bloeiende schildertraditie.
Door hun ligging in de bergen bleven deze staten relatief autonoom,
maar ze stonden onder wisselende invloed van grotere machten
zoals de Mughal‑keizers en later de Sikh‑rijken.

De schilderkunst uit deze regio’s — de Pahari‑stijl — staat bekend om:

  • heldere kleuren
  • verfijnde lijnen
  • intieme portretten
  • aandacht voor kleding, sieraden en gelaatsuitdrukking
  • een poëtische, vaak rustige sfeer

Hoe zie je de Pahari-stijl in dit werk?

  • Heldere kleuren

De compositie gebruikt een zuivere, bijna doorschijnende pigmentatie:
het roze van de vorst, het wit van de bezoeker, het blauw van de kussens en de vloer.
Die kleuren zijn niet overladen, maar licht en ademend,
typisch voor de Pahari‑traditie waarin verfijning boven pracht gaat.
De contrasterende tinten — roze tegenover wit en blauw —
brengen rust en hiërarchie in de scène.

DSC05634 03 ZürichMuseumRietbergUrheberUnbekanntPrithamSinghVonKulu(mitPfeife)MitGamanchandVonKangraIndiaPahari-gebietUm1800RVI2005-119

  • Verfijnde lijnen

Kijk naar de contouren van de gezichten, handen en kledingplooien:
dun, ritmisch, bijna kalligrafisch.
De lijnvoering is niet schematisch maar levend,
met subtiele variaties in dikte die beweging suggereren.
Zelfs de inscriptie bovenaan sluit aan bij die lijngevoeligheid
— tekst en beeld ademen dezelfde precisie.

DSC05634 02 ZürichMuseumRietbergUrheberUnbekanntPrithamSinghVonKulu(mitPfeife)MitGamanchandVonKangraIndiaPahari-gebietUm1800RVI2005-119

  • Intieme portretten

Hoewel het een audiëntie is, voelt het persoonlijk:
de twee mannen kijken elkaar aan, de gebaren zijn klein en beheerst.
Er is geen druk hofgedruis, maar een gesprek in stilte.
Die intimiteit is kenmerkend voor Pahari‑portretten,
waarin macht wordt getoond via nabijheid, niet afstand.

  • Aandacht voor kleding, sieraden en gelaatsuitdrukking

De schilder heeft elk detail van de stoffen uitgewerkt
— de turban met patroon, de sjaal met groene strepen,
de fijne borduursels op het roze gewaad.
De gezichten zijn individueel, niet gestandaardiseerd:
de vorst met een lichte glimlach, de bezoeker met een ingetogen blik.
Het is een studie van karakter, niet van type.

  • Een poëtische, vaak rustige sfeer

De achtergrond is leeg, de ruimte stil.
Er is geen perspectiefdruk, geen decoratieve overdaad
— alleen licht, kleur en gebaar.
Die stilte maakt het beeld poëtisch:
het lijkt een moment dat blijft hangen, een gesprek dat niet hoeft te worden gehoord.

Wie zijn de twee belangrijke mannen?

Links zit Pritham Singh van Kulu, in wit gewaad en met een ingetogen houding.
Rechts zit Gamanchand van Kangra, op een tapijt en vergezeld door bedienden.
Hoewel geen van beiden als regerend vorst wordt aangeduid,
behoren zij duidelijk tot de hogere hofadel
die de politieke en militaire structuren van Kulu en Kangra droeg.
De miniatuur documenteert een ontmoeting binnen dit netwerk van regionale macht,
in een periode waarin Kangra onder Raja Sansar Chand II (regeert 1775–1823)
de dominante positie innam.

Wat zegt de inscriptie hier?

Bovenaan het blad staat een korte Perzische inscriptie,
deels beschadigd maar nog leesbaar als
“Rāhī ze taʿlīm‑e Sar‑Sākam”
— letterlijk: “Rāhī, leerling van Sar‑Sākam.”
De tekst fungeert als signatuur en verwijst naar de maker van de miniatuur.
In de Pahari‑traditie vermeldden schilders hun naam vaak bescheiden
in de marge of boven de voorstelling, soms met de toevoeging van hun leermeester.
De inscriptie maakt duidelijk dat het werk afkomstig is uit een lokaal atelier
waarin kennis en stijl via persoonlijke overdracht werden doorgegeven.
Daarmee vormt de tekst niet alleen een identificatie van de kunstenaar,
maar ook een getuigenis van de levendige schildergemeenschap
in de westelijke Himalaya rond 1800.

Wie of wat zijn de overige twee figuren?

Achter beide hoofdpersonen staat telkens één begeleider,
elk met een eigen functie binnen de audiëntie.

Achter Pritham Singh staat een man in wit die een staf
met een knop aan de bovenzijde vasthoudt, met beide handen.
Zo’n staf kan zowel een teken van rang als een praktisch attribuut zijn,
maar in deze context fungeert hij waarschijnlijk als hofdienaar
die de staf van zijn heer draagt tijdens het gesprek.

Achter Gamanchand staat een hofdienaar van hogere rang,
herkenbaar aan de flywhisk (waaier) in zijn rechterhand
en een gevouwen doek in zijn linkerhand, terwijl een korte dolk
aan zijn gordel zijn status binnen de hofhouding markeert.

Samen tonen deze begeleiders
dat beide mannen met hun eigen entourage verschijnen,
wat de formele en diplomatieke aard van de ontmoeting onderstreept.


Benin: de Teruggave en mijn stem (deel 9)

Een poging tot helderheid

Vanaf het begin van Back to Benin worstel ik met de opzet,
de keuzes en de kwaliteit van wat er te zien is.
Niet omdat het onderwerp me niet raakt,
maar omdat de tentoonstelling me geen helder verhaal geeft.
Ik heb gekeken, gelezen, genoteerd.
Ik heb de catalogus doorgewerkt, aantekeningen gemaakt, verbanden gezocht.
Maar de puzzel blijft niet kloppen.
Er is iets in de manier waarop deze tentoonstelling is samengesteld
dat zich niet laat vangen.
Alsof er twee tentoonstellingen door elkaar lopen:
een ingekochte, kant‑en‑klare presentatie,
en een Nederlands deel dat er later tegenaan is geplakt.
Alsof de teksten alleen vertaald hoefden te worden
— wat dan ook matig is gedaan.
Alsof de eerste zalen vooral bedoeld zijn
om het enige Benin‑object van De Fundatie, de visplaquette,
een plek te geven.
Met kopieën van documenten eromheen, als decor.
Het geheel voelt niet als één verhaal,
maar als een verzameling onderdelen die elkaar niet versterken.

Wat voor tentoonstelling is dit eigenlijk?

Die vraag blijft terugkomen.
De zalen beneden lijken een Fundatie‑specifieke inleiding.
De eerste verdieping voelt als de eigenlijke tentoonstelling
— waarschijnlijk ingekocht.
Maar nergens wordt duidelijk hoe deze twee delen
zich tot elkaar verhouden.
Er is geen route, geen volgorde, geen logica
die je als bezoeker begeleidt.
De zaalteksten zijn wisselend van kwaliteit.
Soms feitelijk, soms onduidelijk, soms ronduit slecht vertaald.
De catalogus bevestigt dat beeld:
een boek dat er prachtig uitziet,
maar inhoudelijk meer vragen oproept dan beantwoordt.

De catalogus als spiegel

IMG_9438DeFundatieBackToBeninCatalogus

De catalogus is tweetalig uitgevoerd.
Dat is op zichzelf geen probleem, maar de keuze
om Nederlands en Engels op dezelfde pagina te zetten
— met dezelfde typografische waarde —
maakt het lezen onrustig.
De Nederlandse tekst bovenaan, de Engelse onder een streep.
Steeds opnieuw. Het hele ontwerp is erop ingericht.
Maar waarom?
Worden er veel buitenlandse lezers verwacht?
Is dit een keuze van De Fundatie?
Of een keuze van de makers van de ingekochte tentoonstelling?

IMG_9439DeFundatieBackToBeninCatalogus

Een andere opzet had meer betekenis kunnen dragen.
Bijvoorbeeld:
– bij officiële teksten het Nederlands bovenaan,
– bij kunstinhoudelijke teksten het Engels.
Restitutie gaat immers óók over machtsverhoudingen.
De manier waarop talen worden gepositioneerd,
kan dat zichtbaar maken.
Nu blijft het een vormkeuze zonder uitleg.
De omslag is mooi.
De dunne balk die als een evenaar over het boek loopt,
keert terug op de tekstpagina’s.
Een ontwerpidee dat eerder is gebruikt voor het Amsterdam Museum.
De folie met het schaalmodel van de plaquette is een sterk detail:
je kunt het voorwerp met je vingertoppen voelen.
Het ontwerp van Hamid Sallali is overtuigend.
Maar het ontwerp is sterker dan de inhoud.
En dat is precies het probleem.

IMG_9263DeFundatieBackToBeninFolieOpOmslag

De bijdragen: overtuigend, onduidelijk, of overbodig

De teksten in de catalogus verschillen sterk in helderheid en functie.
Beatrice von Bormann schetst een inleiding die oppervlakkig blijft,
maar misschien als opening werkt.
Garssen, Koers en Mgba leveren een overtuigend herkomstonderzoek,
al blijft de vraag naar definitieve provenance open.
Ekhator‑Obogie schrijft over politieke organisatie, religie
en de rol van vissen,
maar door inkorten en vertalen is het verband soms zoek.
Mgba’s bijdrage probeert te overtuigen
dat de Benin Bronzen terug moeten
— terwijl die beslissing al genomen is.
De tekst wordt daardoor onnodig zwaar, met termen als epigrafie,
singulariteit, koloniaal archief herpositioneren.
Maar zonder uitleg over de criteria waarmee kunstenaars
en werken zijn gekozen.
Ehikhamenor doet hetzelfde: een verdediging van restitutie,
terwijl hij als exposerend kunstenaar misschien
beter een andere rol had kunnen nemen.
Agbontaen‑Eghafona voegt weinig toe aan eerdere bijdragen.
Minne Atairu is de uitzondering:
haar tekst is helder, toekomstgericht, en geeft een visie op
Ama O Ghe Ehen die niet vastzit in historische herhaling.

IMG_9264DeFundatieBackToBeninFolieOpOmslag

Het contrast tussen deze bijdragen maakt de catalogus onrustig.
Niet door diversiteit, maar door gebrek aan redactionele regie.

De drie restitutievragen als meetlat

Restitutie draait niet alleen om het fysiek teruggeven van werk.
Er zijn drie andere vragen die minstens zo belangrijk zijn:

  1. Regie
  2. Wat was de rol van Benin in dit proces?
    Is de tentoonstelling op hun verzoek?
    Wie heeft de kunstenaars gekozen?
    Was dit een package deal met Ekhator‑Obogie?
    Of een keuze van De Fundatie?
    Niets daarvan wordt uitgelegd.

  3. Transparantie
  4. Waarom is de catalogus tweetalig? Waarom deze vormgeving?
    Waarom deze tien kunstenaars? Wat waren de criteria?
    Waarom twee reizen naar Benin met twee mensen?
    Waarom volgt De Fundatie een eigen route,
    los van de restitutie van 100+ werken door OCW?
    Ook hier blijft het stil.

  5. Bescheidenheid
  6. De Fundatie presenteert zich als koploper in teruggave.
    Maar anderen gingen het museum al voor.
    Waarom dan deze nadruk?
    Waarom deze omvangrijke presentatie rond één object?
    De tentoonstelling geeft geen antwoord.

Wat blijft er over?

Na het lezen van de catalogus en het zien van de tentoonstelling
blijft vooral dit over:
dat een tentoonstelling over restitutie zelf zo weinig openheid biedt
over haar eigen keuzes. Opnieuw.
Dat de vorm sterker is dan de inhoud.
Dat de teksten elkaar tegenspreken of overlappen.
Dat de route onduidelijk is.
Dat de vragen blijven liggen.
En dat de kunstwerken soms sterker zijn dan de context
waarin ze zijn geplaatst.
Misschien is dat wel de kern van mijn worsteling:
dat ik graag had willen begrijpen hoe deze tentoonstelling
tot stand is gekomen.
Wie welke keuzes heeft gemaakt.
Waarom bepaalde stemmen zijn gekozen en andere niet.
Hoe de samenwerking met Benin is verlopen.
Wat de rol van De Fundatie precies was.
Maar dat verhaal wordt niet verteld.

En dus blijft het zoeken naar helderheid
in een tentoonstelling die zelf vooral verhult.

India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XLIX

– over donorfiguren en donoren:
lezen wat Stein en zijn team zagen, en wat ik zie –

DSC01401 01 IndiaNewDelhiNationalMuseumSeatedBuddhaDunhuang9th-10thCenturyCESilkPainting52x31,2CmAccNOCh-xlvi-008

India, New Delhi, National Museum, Seated Buddha, Dunhuang, 9th – 10th century CE, silk painting, 52 x 31,2 cm. Acc.No. Ch.xlvi.008.


Twee donoren, prachtig gekleed.
De man links, de vrouw rechts.
Beide worden vergezeld door een bediende:
de man door een mannelijke bediende met een waaier.
De vrouw door een vrouwelijke bediende, die lijkt iets aan te dragen.
In beide gevallen staan de bedienden achter de donoren
en zijn kleiner afgebeeld.
De man heeft een klein draagbaar wierrookvat in zijn handen.
De rook kringelt omhoog.
Heeft hij daarom iemand nodig die frisse lucht toewuift?

De man draagt een zwarte kap.
Een bovenkleed met wijde mouwen waar een wit onderkleed zichtbaar wordt.
Hij draagt een ceintuur.
Er lijken voorwerpen voor hem te liggen, zelf zit hij in kleermakerszit.

De vrouw heeft haar haar opgestoken.
Ik tel tenminste 6 haarspelden in het haar.
Op haar voorhoofd draagt ze een decoratie
met daarin bloemen of zijn het veren?
Indrukwekkend.
Haar zichtbare kleding bestaat uit een onderkleed in lichte kleur
en een donkerder bovenkleed.
Is het een omslagdoek waarmee op haar rechterschouder
een mooie knoop wordt gemaakt?
Nee ze houdt een bloem omhoog in haar hand.
Op haar linkerschouder begint iets dat lijkt op een elegante,
met florale motieven gedecoreerde sjerp?
Om haar arm heen en tot aan de grond.

De man en vrouw lijken op een bedekte vloer te staan.

Ik ben benieuwd wat Stein daar allemaal ziet.

AurélSteinSerindiaVol2Page1047PDFPage548Kolom1AurélSteinSerindiaVol2Page1047PDFPage548Kolom2

Aurél Stein, Serindia, deel 2, pagina 1047.

Detailbeschrijving van Stein (Nederlandse vertaling)

Ch. xlvi. 008 — Gedateerde zijden schildering
Zijden schildering met Chinese inscriptie, voorstellend het Paradijs van Amitābha (?), in vereenvoudigde vorm, met de donorfiguren.
De datum die in de inscriptie wordt vermeld is 952 n.Chr.
De schildering is compleet met een rand van ongeveer tien centimeter en ophanglussen van roze‑paarse zijde; het werk is vrijwel intact, maar het oppervlak is enigszins versleten.

DSC01401 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumSeatedBuddhaDunhuang9th-10thCenturyCESilkPainting52x31,2CmAccNOCh-xlvi-008 CentraleBoeddha

Amitābha zit op een lotustroon op een met balustrade omgeven terras dat oprijst uit een meer, te midden van een gezelschap van zes Bodhisattva’s en vier gewapende Koningen die zich aan weerszijden dicht om hem heen bevinden.

DSC01401 03 IndiaNewDelhiNationalMuseumSeatedBuddhaDunhuang9th-10thCenturyCESilkPainting52x31,2CmAccNOCh-xlvi-008 Bodhisattvas

Een klein deel van het meer is op de voorgrond zichtbaar, maar er verschijnen geen zielen in; er zijn geen altaren, dansers of musici, geen vogels of hemelse paleizen.

DSC01401 05 IndiaNewDelhiNationalMuseumSeatedBuddhaDunhuang9th-10thCenturyCESilkPainting52x31,2CmAccNOCh-xlvi-008 Lake

In plaats daarvan is het bovenste deel van de afbeelding gevuld met tien kleine zittende Boeddha’s, die waarschijnlijk de Boeddha’s van de Tien Windstreken voorstellen.

DSC01401 04 IndiaNewDelhiNationalMuseumSeatedBuddhaDunhuang9th-10thCenturyCESilkPainting52x31,2CmAccNOCh-xlvi-008 BuddhasInTop

Drie van de 10 Boeddha’s aan de bovenrand van de banier..

De inscripties in de smalle cartouches van het universum zijn grotendeels uitgewist; voor zover leesbaar bevatten ze slechts groeten aan de Boeddha.
De houding, kleding en kleur van de centrale Boeddha zijn gelijk aan die in schildering Ch. xx. 003; ook de bomen, het baldakijn en de begeleidende Bodhisattva’s zijn van hetzelfde type en vrij ruw getekend.
Alle Bodhisattva’s hebben hun handen in aanbidding en dragen geen onderscheidende attributen; de Koningen dragen dezelfde uitrusting als in de Lokapāla‑banieren.

Indien de centrale Boeddha Amitābha is, vormt dit de enige voorstelling waarin de Koningen in zijn gevolg verschijnen.
Zij hebben een half‑groteske menselijke verschijning; hun huid is helder oranje geschilderd, die van de Bodhisattva’s wit of roze met een oranje schaduw.
Deze lichte kleuring en de decoratieve kleuren van de stralenkransen zijn echter bijna geheel verloren gegaan.
Het zwart dat voor het haar van alle figuren is gebruikt, heeft het merkwaardig dichte en korrelige karakter dat ook in schildering Ch. 00104 wordt waargenomen.

DSC01402IndiaNewDelhiNationalMuseumSeatedBuddhaDunhuang9th-10thCenturyCESilkPainting52x31,2CmAccNOCh-xlvi-008

De donorfiguren — een man knielend links en een vrouw rechts van het paneel met de dedicatie‑inscriptie aan de onderzijde — zijn op grote schaal weergegeven en vormen goede voorbeelden van kleding en kapsel uit de tiende eeuw, zoals ook te zien in andere schilderingen.
De man draagt een wierrookvat, de vrouw een rode lotusbloem; achter ieder staat een jonge dienaar of een jong familielid van hetzelfde geslacht.
Deze zijn gekleed als de grotere figuren, behalve dat de jas van de jongen lichtgroen is en hij onbedekt hoofd heeft, met het haar aan weerszijden in een knoop gebonden en een vrije lok (zoals in andere schilderingen).
Hij houdt een lang‑gesteelde waaier van vlak elliptische vorm; het meisje draagt een kistje.

Voor de inscriptie zie Petrucci, Appendix E, II.
Afmetingen van de schildering: ongeveer 125 × 76 cm.

Bodhisattva’s en Heavenly Kings

Voor de Heavenly Kings verwijst Stein ons naar de Lokapala banners.
Die staan beschreven bij CH.0010. Het is een tekst van enkele kolommen waarin hij allerlei aspecten van deze figuren beschrijft.
Van de gehurkte figuur waarop ze staan tot aan de sandalen.

De Boeddha’s van de Tien Windstreken

Langs de bovenrand van het doek zit een reeks
van tien kleine Boeddha‑figuren, elk zittend in meditatiehouding.
Ze verbeelden het kosmologische idee dat in alle richtingen
van het universum Boeddha’s aanwezig zijn
— niet alleen in de vier hoofdwindstreken, maar ook in de tussenrichtingen,
boven en beneden.
Samen vormen zij een kring van verlichting
die de ruimte rondom Amitābha’s paradijs vult.
Hun gelijke houding en herhaling drukken niet individualiteit uit,
maar alomtegenwoordigheid:
de Boeddha is overal, in elke richting, in elke wereld.
Deze bovenste zone fungeert zo als een visuele horizon van het paradijs,
een stille echo van de oneindige verspreiding van het boeddhistische licht.

De datering van de banier

SerindiaAppendixERaphaelPetrucciLaurenceBinyon

Serindia, titelblad van Appendix E.

In de detailbeschrijving van het object verwijst Stein naar Appendix E
in Serindia voor de vertaling van de inscripties.
Appendix E is het werk van Raphaël Petrucci en Laurence Binyon.
Maar Appendix E kent een bijzondere ontstaansgeschiedenis.
Aurél Stein wijdt daar een deel van de tekst aan:

[Noot]
Dit hoofdstuk (appendix E), dat oorspronkelijk bedoeld was om opgenomen te worden in het eerste deel van de publicatie zoals geschetst in het bovenstaande voorlopige plan (plan in een brief uit 1911 van Petrucci aan Stein), werd in 1913 ontvangen van Raphaël Petrucci in de vorm van een ruwe concepttekst.
De grondige herziening die het nodig had, met bijzondere aandacht voor de lezing van de inscripties en hun interpretatie, kon — vanwege de omstandigheden die samenhingen met de Eerste Wereldoorlog — niet worden uitgevoerd vóór Petrucci’s overlijden.

Arthur D. Waley, van de afdeling Prints and Drawings van het British Museum, nam in 1917 deze moeilijke taak op zich en wijdde veel zorgvuldige arbeid aan de verificatie van de originele dedicatie‑inscripties en verwante documenten.
De talrijke correcties die hij voorstelde, en die de instemming kregen van Édouard Chavannes, zijn verwerkt in de tekst zoals die nu wordt gepresenteerd.

— Aurel Stein

Dit wil zeggen dat er uiteindelijk bij de tekst van Appendix E
4 mensen betrokken zijn geweest:
Petrucci als de schrijver van de basistekst
afgestemd met Binyon en later
gecontroleerd en eventueel verbeterd door Waley
met Chavannes op de achtergrond.
Een internationaal vlechtwerk.

Petrucci en Binyon: bruggenbouwers tussen Oost en West

In Serindia vormt Appendix E een bijzonder hoofdstuk:
de essays van Raphaël Petrucci en Laurence Binyon
over de boeddhistische schilderingen uit de grotten
van de Duizend Boeddha’s in Dunhuang.
Beide auteurs waren pioniers in de Europese studie
van Aziatische kunst, maar hun invalshoeken verschilden subtiel.

De Fransman Raphaël Petrucci (1872–1917) was sinoloog,
diplomaat en kunsthistoricus.
Hij introduceerde de esthetische principes van de Chinese schilderkunst
in het Westen en stond bekend om zijn precieze,
filologisch onderbouwde analyses.
In zijn bijdragen aan Serindia beschreef hij de schilderingen
met een scherp oog voor stijl, iconografie en inscripties,
waarbij hij de Chinese traditie als uitgangspunt nam.

De Brit Laurence Binyon (1869–1943), dichter en conservator
aan het British Museum, benaderde dezelfde werken
vanuit een meer esthetisch en museaal perspectief.
Zijn poëtische gevoeligheid en zijn ervaring met Aziatische prenten
gaven zijn analyses een bredere culturele resonantie.

Samen vormden Petrucci en Binyon een intellectuele brug
tussen veldonderzoek en kunsthistorische interpretatie.
Waar Stein de archeologische context leverde,
boden zij het kader waarin de schilderingen konden worden gelezen
als getuigen van een verfijnde visuele en spirituele traditie.

Waley en Chavannes: filologische fundamentbouwers van Appendix E

Waar Petrucci en Binyon de kunsthistorische en esthetische dimensies van de Dunhuang‑schilderingen vormgaven, rust de wetenschappelijke betrouwbaarheid van Appendix E op het werk van twee andere grootheden: Arthur Waley en Édouard Chavannes. Hun bijdrage ligt minder in interpretatie dan in de filologische en epigrafische onderbouw — het nauwkeurig lezen, controleren en corrigeren van de Chinese inscripties waarop de datering en context van de schilderingen berusten.

De Brit Arthur David Waley (1889–1966), verbonden aan
de afdeling Prints and Drawings van het British Museum,
was een uitzonderlijk begaafd sinoloog en vertaler.
Zijn naam is vooral verbonden met de introductie
van Chinese en Japanse literatuur in de Engelstalige wereld,
maar zijn werk aan Serindia toont een andere kant van zijn talent:
zijn vermogen om met uiterste precisie inscripties te ontcijferen
en tekstvarianten te beoordelen.
Toen Petrucci’s manuscript — nog ruw en onvolledig —
na diens overlijden moest worden herzien,
nam Waley deze taak op zich.
Hij controleerde de dedicatie‑inscripties op de originele schilderingen,
vergeleek lezingen, corrigeerde fouten
en bracht een filologische helderheid aan
die Appendix E zijn definitieve vorm gaf.

De Fransman Édouard Chavannes (1865–1918), hoogleraar
aan het Collège de France, was een
van de meest gezaghebbende sinologen van zijn tijd.
Zijn monumentale vertalingen van Chinese historische teksten
en zijn baanbrekende werk op het gebied van epigrafie
maakten hem tot een internationaal referentiepunt.
Dat juist Chavannes Waley’s correcties beoordeelde
en goedkeurde, verleende Appendix E een bijzondere autoriteit.
Zijn instemming fungeert als een keurmerk
van wetenschappelijke betrouwbaarheid:
een bevestiging dat de tekst niet alleen kunsthistorisch,
maar ook filologisch op het hoogste niveau is.

Samen zorgden Waley en Chavannes voor de nauwkeurige lezing
van de inscripties waarop het hele betoog rust.
Hun werk maakt duidelijk dat Serindia niet het product is van één auteur,
maar van een internationale samenwerking waarin archeologisch veldwerk, Britse oriëntalistiek en Franse sinologie elkaar aanvullen en versterken.

De specifieke tekst over CH.xlvi.008

De tekst van de bijlage E is in het Frans.
Hieronder volgt de Nederlandse vertaling door Copilot.

Een andere schildering (Ch. xlvi. 008) behoort tot de categorie van geloften die voor de doden worden gedaan. Ze stelt Amitābha voor. In het gedeelte dat voor de schenkers is gereserveerd, ziet men enerzijds een ambtenaar, de overleden vader Leang Tsin‑t’ong 梁進通, die een wierookvat vasthoudt en wordt bijgestaan door een kind met een waaier; anderzijds een vrouw, de overleden schoonmoeder, met de familienaam Ling‑hou 令狐. Zij houdt een bloem vast; ook zij wordt vergezeld door een kind dat een offer draagt. Uit de opschriften blijkt dat de schenking is gedaan door de zoon en de vrouw van de zoon van de afgebeelde personen. Het is een schenking ten bate van de overleden ouders.
De inscriptie in het middelste cartouche is vrijwel geheel verdwenen. Men kan er meer raden dan lezen, maar er zijn nog tekens zichtbaar die toelaten haar te dateren op de zevende maan van het tweede jaar K’ien‑te, dat wil zeggen augustus 964.

Stein vermeldt in eerder in Serindia in zijn overzicht van gedateerde banieren
Ch. xlvi.008 als gedateerd in AD 952.
In Appendix E geeft Petrucci, op basis
van de resterende tekens van de inscriptie, een alternatieve datering:
de zevende maan van het tweede jaar K’ien‑te (augustus 964).
De discrepantie lijkt voort te komen uit verschillende lezingen
van een zwaar beschadigde dateringstekst.

Over de zogenaamde ‘donorfiguren’

De figuren die in de literatuur vaak gemakshalve “donoren” worden genoemd,
zijn in werkelijkheid niet de personen zijn die de schildering
hebben geschonken, maar de overleden familieleden
voor wie de schenking is gedaan.
De dedicatie‑inscripties maken dit telkens opnieuw duidelijk: het zijn de zoon, schoondochter of andere nabestaanden die de opdracht geven, terwijl de afgebeelde mannen en vrouwen de overledenen zijn wier zielen men wil eren en ondersteunen.
Deze schilderingen functioneren dus niet als portretten van levende opdrachtgevers, maar als postume representaties.
De overledenen verschijnen in een rituele houding,
knielend met offergaven, begeleid door kinderen of dienaren,
en geplaatst in een paradijselijke context
— vaak het rijk van Amitābha.
De werkelijke donoren blijven buiten beeld
en zijn uitsluitend in de tekst aanwezig.
Dit inzicht verandert de manier waarop we de zogenaamde donorzone lezen:
het is geen familieportret, maar een visuele handeling
van verdienstentransfer, waarin de overledenen worden voorgesteld
op de plaats waar men hoopt dat zij zullen wedergeboren worden.
Wat wij “donorfiguren” noemen, zijn in feite voorstellingen
van de overledenen, en wat wij “donoren” noemen,
zijn de levende opdrachtgevers die hen via de schildering ritueel begeleiden.

DSC01403IndiaNewDelhiNationalMuseumSeatedBuddhaDunhuang9th-10thCenturyCESilkPainting52x31,2CmAccNOCh-xlvi-008

Afsluiting

Met de kennis van nu denk ik met ongerustheid terug
aan eerdere berichten over de Dunhuangbanieren op mijn blog.
Er bleek nu ook weer zoveel informatie te zijn over
een banier die op het eerste gezicht misschien niet
de meest interessante in de reeks lijkt.
Maar hij was wel erg interessant en er is, denk ik,
nog veel meer informatie.
Alleen heb ik die nog niet gevonden.
Gelukkig heb ik wel een beter beeld gekregen bij de
afgebeelde donorfiguren en de werkelijke schenkers van het object.


Bewaren? Zeker!

Bewaren, ik betrap me er regelmatig op.
Vooral op teveel bewaren.
Zeker als het over boeken gaat.

Gelukkig is er de troost van Umberto Eco:

“It is foolish to think that you have to read all the books you buy, as it is foolish to criticize those who buy more books than they will ever be able to read.
It would be like saying that you should use all the cutlery or glasses or screwdrivers or drill bits you bought before buying new ones.

There are things in life that we need to always have plenty of supplies, even if we will only use a small portion.”

In Zürich, in Museum Rietberg is een ondergronds depot.
En dat is erg leuk om eens doorheen te lopen.
Loop maar even mee…

DSC05624ZürichMuseumRietbergOndergrondsDepotDSC05625ZürichMuseumRietbergOndergrondsDepotDSC05626ZürichMuseumRietbergOndergrondsDepotDSC05627ZürichMuseumRietbergOndergrondsDepotIMG_7685ZürichMuseumRietbergOndergrondsDepotIMG_7686ZürichMuseumRietbergOndergrondsDepotIMG_7687ZürichMuseumRietbergOndergrondsDepot


Benin: de Teruggave en de Tien Stemmen 8

DSC09607 02 BackTo Benin

Een beetje verborgen.
In een achterafzaaltje op de eerste verdieping.
Daar wordt een video getoond.
De video is misschien wel het beste werk op de tentoonstelling.
De meeste werken op de tentoonstelling
blijven dicht bij het eeuwenoud erfgoed van de tentoonstellingstitel.
Nieuwe kunst, ontstaat er maar weinig.
De video is gemaakt met de text‑to‑video‑platforms
Sora 1 en 2 en Veo 3.
De platforms zijn niet onomstreden.
Je kunt er meer mee dan deze onschuldige
science fiction film maken.
De video sluit mooi aan bij het ruimteschipkunstwerk
dat ook op de tentoonstelling te zien is.
Nieuwe technologie en een nieuw perspectief.

IMG_9240DeFundatieBackToBeninMinneAtairuTheSkyKingsActs!-II2025-2Channel5minutesSora1Sora2Veo3TextToVideo

Still uit de video van Minne Atairu, The Sky Kings, Acts I – II, 2025, 2 channel, 5 minutes, Sora-1, Sora-2 en Veo-3, text-to-video.

IMG_9241DeFundatieBackToBeninMinneAtairuTheSkyKingsActs!-II2025-2Channel5minutesSora1Sora2Veo3TextToVideoIMG_9242DeFundatieBackToBeninMinneAtairuTheSkyKingsActs!-II2025-2Channel5minutesSora1Sora2Veo3TextToVideoIMG_9243DeFundatieBackToBeninMinneAtairuTheSkyKingsActs!-II2025-2Channel5minutesSora1Sora2Veo3TextToVideo
IMG_9244DeFundatieBackToBeninMinneAtairuTheSkyKingsActs!-II2025-2Channel5minutesSora1Sora2Veo3TextToVideoIMG_9245DeFundatieBackToBeninMinneAtairuTheSkyKingsActs!-II2025-2Channel5minutesSora1Sora2Veo3TextToVideoIMG_9246DeFundatieBackToBeninMinneAtairuTheSkyKingsActs!-II2025-2Channel5minutesSora1Sora2Veo3TextToVideoIMG_9247DeFundatieBackToBeninMinneAtairuTheSkyKingsActs!-II2025-2Channel5minutesSora1Sora2Veo3TextToVideoIMG_9248DeFundatieBackToBeninMinneAtairuTheSkyKingsActs!-II2025-2Channel5minutesSora1Sora2Veo3TextToVideoIMG_9249DeFundatieBackToBeninMinneAtairuTheSkyKingsActs!-II2025-2Channel5minutesSora1Sora2Veo3TextToVideoIMG_9250DeFundatieBackToBeninMinneAtairuTheSkyKingsActs!-II2025-2Channel5minutesSora1Sora2Veo3TextToVideoIMG_9251DeFundatieBackToBeninMinneAtairuTheSkyKingsActs!-II2025-2Channel5minutesSora1Sora2Veo3TextToVideo Txt


Van strenge transcendentie naar ontspannen nabijheid

– over een wandeling in Museum Rietberg van de Noordelijke Dynastieën naar de Jin‑tijd –

DSC05607ZürichMuseumRietbergGuanyinInRoyalEasePoseNorthernChinaJinDynasty12th-13thCenturyCEHolzTeilweiseBemaltGeschenkEduardVonDerHeydtRCh301

Zürich, Museum Rietberg, Guanyin in Royal ease-pose, Northern China, Jin Dynasty, 12th – 13th century CE, holz, teilweise bemalt, geschenk Eduard von der Heydt, RCh 301.

DSC05608ZürichMuseumRietbergGuanyinInRoyalEasePoseNorthernChinaJinDynasty12th-13thCenturyCEHolzTeilweiseBemaltGeschenkEduardVonDerHeydtRCh301

Ik zet weer wat stappen in de museumzaal.
De tijd maakt een sprong van minstens 700 jaar.
De figuur die ik voor me zie is van hout.
Hij kijkt me uit de hoogte en schijnbaar ongeïnteresseerd aan.
Grote oogkassen en neus
Een kleine, smalle mond.
Nadrukkelijke kin.
Lange oorlellen.

De kleding komt bekend voor.
Een kroon in het haar.
Sierraad op de arm.
Decoratie op de borst.
Zwierende sjerpen.
Geplooid.

De houding veel losser dan op de steles
of Dunhuangschilderingen op zijde.
Is dat een mudra?

Door de tijd zijn veel stukken van de verf verdwenen.
De ondergrond komt tevoorschijn.
Alles bij elkaar: intrigerend.

Noordelijke Dynastieën – canon en legitimatie

In de kunst van de Noordelijke Dynastieën (5e–6e eeuw)
vormt het boeddhisme een politiek en visueel bindmiddel
in een gefragmenteerd Noord‑China.
De heersende Xianbei‑elites gebruiken de religie om hun gezag te verankeren,
en de beeldtaal volgt die functie.
Bodhisattva’s verschijnen frontaal en symmetrisch, met langgerekte lichamen,
geometrische plooival en gestileerde gezichten.
De sculptuur is niet bedoeld om nabijheid te suggereren,
maar om een idee van verheven orde te bevestigen.

De monumentaliteit van de grotcomplexen van Yungang en Longmen
weerspiegelt die ideologische strengheid:
het goddelijke is ongenaakbaar, architectonisch,
een principe van stabiliteit te midden van politieke wisseling.

Jin‑dynastie – aristocratische elegantie en naturalisme

Zeven eeuwen later, in de Jin‑dynastie (12e–13e eeuw),
verschijnt een totaal andere beeldtaal.
De houten Guanyin uit Noord‑China, deels gepolychromeerd,
belichaamt een wereldse verfijning die de vroegere strengheid heeft losgelaten.
De figuur zit in royal ease pose (lalitāsana):
één been opgetrokken, één ontspannen hangend.
De plooien vloeien, de sjerpen bewegen vrij,
en de gelaatsuitdrukking is kalm maar niet afstandelijk.

Politiek gezien is ook dit een niet‑Han dynastie — de Jurchen —
maar artistiek staat zij onder invloed van de Song‑cultuur in het zuiden.
De voorkeur voor houtsculptuur, zachte modellering en subtiele polychromie
weerspiegelt een esthetiek waarin het heilige niet langer boven de wereld staat,
maar er deel van uitmaakt.
De bodhisattva is niet meer een abstract symbool,
maar een figuur met aristocratische rust en menselijke aanwezigheid.

De overgang – de rol van de Song en de verinnerlijking van het beeld

Tussen de strenge monumentaliteit van de Noordelijke Dynastieën
en de verfijnde elegantie van de Jin‑tijd ligt
de lange ontwikkeling van het Chinese boeddhistische beeld.
De Song‑dynastie vormt daarin het scharnierpunt.
Haar schilderkunst en hofesthetiek introduceren een nieuw naturalisme:
aandacht voor innerlijke rust, zachte contouren en een bijna poëtische menselijkheid.
De Jin‑kunst neemt deze gevoeligheid over en vertaalt haar in hout.
Waar de vroegere bodhisattva’s transcendent waren,
wordt de latere Guanyin een figuur van nabijheid
— niet langer een principe, maar een aanwezigheid.
De verf die nu grotendeels verdwenen is, getuigt van die oorspronkelijke levendigheid:
een beeld dat ooit glansde in kleur,
maar nu juist door zijn verweerde oppervlak de tijd voelbaar maakt.

DSC05611ZürichMuseumRietbergGuanyinInRoyalEasePoseNorthernChinaJinDynasty12th-13thCenturyCEHolzTeilweiseBemaltGeschenkEduardVonDerHeydtRCh301DSC05609ZürichMuseumRietbergGuanyinInRoyalEasePoseNorthernChinaJinDynasty12th-13thCenturyCEHolzTeilweiseBemaltGeschenkEduardVonDerHeydtRCh301

Is dit een mudrā ?

In de klassieke boeddhistische iconografie verwijst een mudrā
naar een gecodificeerd handgebaar met een vaste betekenis:
abhaya, vitarka, dhyāna, varada, dharmacakra, enzovoort.
Deze gebaren zijn herkenbaar door:

  • een specifieke positie van vingers en handpalm
  • een vaste hoogte ten opzichte van het lichaam
  • een canonieke symmetrie of richting

Bij het Jin‑dynastie Guanyin‑beeld, ontbreekt die canonieke precisie.
De handen:
rusten losjes op of nabij het opgetrokken been;
volgen de natuurlijke ontspanning van de royal ease pose (lalitāsana);
tonen geen specifieke vingerconfiguratie;
zijn niet op borsthoogte of voor het lichaam geplaatst, zoals bij formele mudrā’s.

Dit is dus geen formele mudrā, maar een houding
die past bij de aristocratische, ontspannen Guanyin‑typen uit de 12e–13e eeuw.


India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XLVIII

– over een versleten banier van buiten de bibliotheekgrot –

DSC01398 01 IndiaNewDelhiNationalMuseumVotiveBodhisattvaBannerDunhuang8th-9thCenturyCESilkPainting79x25,3CmAccNoCh-lv-0036

India, New Delhi, National Museum, Votive bodhisattva banner, Dunhuang, 8th – 9th century CE, silk painting, 79 x 25,3 cm. Acc.No. Ch.lv.0036.


Je kunt zeggen dat de banier niet heel mooi is,
Kijk zelf maar mee, hij oogt erg versleten.
Zijde heeft gevoelsmatig een zachte uitstraling
terwijl het materiaal hier grof en ruw overkomt.
Natuurlijk is het maar een foto en zegt die indruk niet zo veel.
Maar Stein en het National Museum zeggen hier ook verschillende dingen:

Dit zegt de zaaltekst:

This silk banner with a triangular headpiece depicts bodhisattva Avalokiteshvara standing in threequarter profile on a lotus. A scarf can be seen fluttering around his body.

En in Serindia zegt Stein dat het om linnen gaat:

AurelSteinSerindiaVol2Page1069PagePDF573 Ch lv 0036

Er zijn een aantal bijzondere zaken:

  1. de driehoek aan de bovenkant die onderdeel van het ophangmechanisme
  2. DSC01398 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumVotiveBodhisattvaBannerDunhuang8th-9thCenturyCESilkPainting79x25,3CmAccNoCh-lv-0036

  3. het hoofd is erg aansprekend
  4. DSC01399IndiaNewDelhiNationalMuseumVotiveBodhisattvaBannerDunhuang8th-9thCenturyCESilkPainting79x25,3CmAccNoCh-lv-0036

  5. de inscriptie ‘Kuan-yin of long life’
  6. De woorden “Kuan‑yin of long life” vormen een korte aanroep
    tot Guanyin (Kuan‑yin), de Chinese naam voor Avalokiteśvara,
    de bodhisattva van mededogen.
    In de Chinese traditie wordt Guanyin vaak verbonden
    met bescherming, genezing en levensverlenging.
    Zo’n korte formule functioneerde als een votieve wens:
    een klein gebed om een lang leven voor de schenker of diens familie.

  7. de banier is groot
  8. wat is Ch’ien-fo-tung of waar ligt dat?

Dat is de Chinese naam voor de “Grotten van de Duizend Boeddha’s
— de Mogao‑grotten bij Dunhuang, in de provincie Gansu.
Letterlijk: Qiānfódòng (千佛洞).
Daar vond Aurel Stein in 1900–1908 de beroemde manuscripten
en banieren in de verzegelde bibliotheekgrot (Grot 17).
Maar in totaal zijn er meer dan 400 grotten.
Om die allemaal in kaart te brengen ging Stein niet lukken.
En dat wist hij getuige het volgende vertaalde citaat:

De algemene beschrijving die ik in hoofdstuk XXI heb gegeven van de vindplaats en haar grote reeks grot‑tempels is op zichzelf al voldoende om te verklaren waarom het voor mij onmogelijk was een gedetailleerde studie te maken van deze honderden uit de rots gehouwen heiligdommen. Los van de zeer beperkte tijd die het zomerprogramma van geografische verkenningen in de Nan‑shan‑ketens mij liet, besefte ik ten volle dat voor een taak van deze omvang bijzondere deskundigheid nodig zou zijn, evenals technische ondersteuning waarover ik niet beschikte. Zonder kennis van het Chinees en zonder voldoende vertrouwdheid met de in China ontwikkelde boeddhistische iconografie kon ik onmogelijk hopen op een juiste interpretatie van deze immense hoeveelheid muurschilderingen, laat staan aanwijzingen vinden om hun chronologische volgorde — en die van de grotten die zij sierden — te bepalen. Tegelijkertijd ontbrak het mij pijnlijk aan de technische ervaring en getrainde hulp die nodig waren om binnen redelijke tijdslimieten fotografische reproducties te maken van de belangrijkste schilderingen en beelden, en om toegang te krijgen tot die grot‑tempels die hoog op de rotswand lagen en zonder speciale voorzieningen niet veilig te bereiken waren.

Serindia, deel 2, pagina 926.

Afsluiting

Op het eerste oog leek de banier niet zo heel bijzonder.
Maar als we even verder kijken dan is ook dit object
weer een heel uitgebreid verhaal.
En dan heb ik nog niets over de voeten en de lotus daaronder geschreven.


Echo van een Gitaarspeler

– over wat kijken kan oproepen wanneer je begint te luisteren –

IMG_9377IsaacIsraëlsGitaarspelerLithografie1890-1934

Associaties zijn vreemde dingen.
Je ziet iets, leest iets, ruikt iets,
voelt iets op de tast –
en je gedachten brengen je naar onverwachte plaatsen.
Je heb er weinig controle over,
gelukkig maar, want het kan je veel plezier doen beleven.

Afgelopen woensdag was ik in Amsterdam.
Ik maakte er een reeks foto’s.
Een deel van die foto’s maakte ik met een doel:
ik ging iets bekijken om te kopen.
Ik wilde daarom als geheugensteun een paar dingen vastleggen.
Daar kom ik later op terug.

IMG_9360Amsterdam4MeiKransenIMG_9361AmsterdamDeDamKoninklijkPaleisIMG_9364AmsterdamBlowverbodIMG_9373 01 AmsterdamOudeHoogstraatOudeDoelenstraatBakstenenFiguurOpBrugIMG_9373 02 AmsterdamOudeHoogstraatOudeDoelenstraatBakstenenFiguurOpBrug

Maar de andere foto’s maakte ik omdat ze me opvielen:
een verkeersbord met blowverbod, een bakstenen figuur bij een brug.
Mijn tweede doel van die dag was de tentoonstelling Metamorfosen
in het Rijksmuseum.
Die had ik een paar weken geleden al gezien
– blogberichten volgen nog.
Maar thuisgekomen dacht ik dat ik een zaal overgeslagen had.
Dat wilde ik even gaan zien.

IMG_9374ShivaNatarajIMG_9375IsaacIsraëls 01 TweeSchetsboekjes

Twee schetsboeken van Isaac Israëls.

IMG_9375IsaacIsraëls 02 TweeSchetsboekjesIMG_9376 01 IsaacIsraëlsTweePortrettenVanEenVrouwZwartKrijtEnPenseelInRoodEnZwartKrijt1865-1934

Isaac Israëls, Twee portretten van een vrouw, zwart krijt en penseel in rood en zwart krijt, 1865 – 1934.

IMG_9376 02 IsaacIsraëlsTweePortrettenVanEenVrouwZwartKrijtEnPenseelInRoodEnZwartKrijt1865-1934IMG_9377IsaacIsraëlsGitaarspelerLithografie1890-1934

Isaac Israëls, Gitaarspeler, lithografie, 1890 – 1934.

IMG_9378IsaacIsraëlsGitaarspelerLithografie1890-1934TxtIMG_9379JozefIsraëlsPortretVanMathildeIsraëls1887Aquarel

Jozef Israëls, Portret van Mathilde Israëls, 1887, aquarel.

IMG_9380JozefIsraëlsPortretVanMathildeIsraëls1887AquarelTxtIMG_9381RijksmuseumJoodsKunstbezitEnDeTweedeWereldoorlogTekst

Maar ik zag er ook ander werk, onderdeel van een tentoonstelling
van het Rijksprentenkabinet.
Die tentoonstelling vindt dan plaats
in ruimtes tussen de vaste collectie.
Een beetje onduidelijk. Ik vond slechts op één plaats werken.
Daar maakte ik foto’s en zag onder meer dit:
Isaac Israëls, Gitaarspeler.

Een aantal van de associaties staan in onderstaande Word Cloud.

Gitaarspeler


Benin: de Teruggave en de Tien Stemmen 7

Soms voelt dit zevende bericht als het lastigste:
niet omdat de tentoonstelling in Zwolle geen indruk maakt,
maar omdat het werk dat ik hier bespreek op momenten wankelt.
Waar begint kunst die uit een opdracht groeit,
en waar begint het object dat vooral een duur souvenir wil zijn?

We dragen de schaamte van 1897 mee — terecht.
Het staat niet op zichzelf;
het is slechts één episode in een lange reeks koloniale vernederingen.

Maar die schaamte ontslaat ons niet van het stellen
van kritische vragen aan hedendaagse makers.
Integendeel:
als we uit schuldgevoel elk nieuw werk heilig verklaren,
doen we zowel de geschiedenis als de kunst tekort.

De schande blijft, maar ze mag ons zicht niet vertroebelen.

Daarom nodig ik iedereen uit nu onbevangen te kijken,
zonder defensie en zonder eerherstel als reflex.
Open ogen voor het nieuwe

DSC09607 01 BackTo BeninDSC09727DeFundatieBackToBeninEnotieOgbeborWhispersOfMoralGuidanceAndEhi2025BrassBronzeNicholasOmoruyiAigbeFoundry

De Fundatie, Back to Benin, Enotie Ogbebor, Whispers of moral guidance and Ehi, 2025, brass (bronze). Productie-assistent: Nicholas Omoruyi, Aigbe Foundry.

DSC09728DeFundatieBackToBeninEnotieOgbeborWhispersOfMoralGuidanceAndEhi2025BrassBronzeNicholasOmoruyiAigbeFoundry Detail


DSC09729DeFundatieBackToBeninOsazeAmadasunObaOzoluaTheConqueror2020AcrylicOnCharcoalBoard

Osaze Amadasun, Oba Ozolua the conqueror, 2020, acrylic on charcoal board.

DSC09732DeFundatieBackToBeninOsazeAmadasunLyaseAndAttendant2021AcrylicOnAcidFreePaper

Osaze Amadasun, Lyase and attendant, 2021, acrylic on acid free paper.

DSC09734DeFundatieBackToBeninWanneerDePlaquettesTerugblikkenText


DSC09735DeFundatieBackToBeninVictorEhikhamenorHolyHallow2025Installation7PerforationsOnHandmadePaper

Victor Ehikhamenor, Holy – Hallow, 2025, installation of 7 perforations on handmade paper.

DSC09736DeFundatieBackToBeninVictorEhikhamenorHolyHallow2025Installation7PerforationsOnHandmadePaperDSC09737DeFundatieBackToBeninVictorEhikhamenorHolyHallow2025Installation7PerforationsOnHandmadePaperDSC09738DeFundatieBackToBeninVictorEhikhamenorHolyHallow2025Installation7PerforationsOnHandmadePaperTxtDSC09739DeFundatieBackToBeninVictorEhikhamenorHolyHallow2025Installation7PerforationsOnHandmadePaperDSC09740DeFundatieBackToBeninVictorEhikhamenorHolyHallow2025Installation7PerforationsOnHandmadePaperDSC09741DeFundatieBackToBeninVictorEhikhamenorHolyHallow2025Installation7PerforationsOnHandmadePaperIMG_9252DeFundatieBackToBeninVictorEhikhamenorHolyHallow2025Installation7PerforationsOnHandmadePaper


Wat incompleet is, blijft toch een bijzondere plaats van rust

In de vorige berichten bewoog ik me vooral langs banieren en steles
— niet omdat dat het enige was wat er te zien viel,
maar omdat de route door de zaal me daar telkens naartoe leidde.
Nu ik langzaam richting het einde van die zaal liep,
begon het meanderen vanzelf:
van de ene vitrine naar de volgende,
zonder het houvast van steeds weer
een Boeddhistische banier of een Northern‑Wei stele.

Daar, in die laatste meters, stond een object dat niet in dat patroon past.
Een onderstel, incompleet maar opvallend aanwezig,
dat zich niet meteen laat plaatsen en juist daardoor uitnodigt om even stil te staan.

DSC05600ZürichMuseumRietbergPedestalOfASarcophagusChinaNorthernDynastiesFirstHalf6thCenturyCEKalksteinGeschenkEduardVonDerHeydtRCh115DSC05601ZürichMuseumRietbergPedestalOfASarcophagusChinaNorthernDynastiesFirstHalf6thCenturyCEKalksteinGeschenkEduardVonDerHeydtRCh115

Zürich, Museum Rietberg, Pedestal of a sarcophagus, China, Northern Dynasties, first half of the 6th century CE, kalkstein. Geschenk Eduard von der Heydt, RCh 115.


In de zaal van het Museum Rietberg staat het object
als een zelfstandige steenmassa:
lang, laag, en met als eerste horizontale strook een decoratie
die als een soort stenen kleed over de bovenrand hangt.
Vervolgens loopt er een reeks banden met kabel‑, wolk‑ en ruitmotieven,
als sierlijke dragers van het dode mensenlichaam dat er op zal rusten.
Eén band bevat ruitvormige kaders waarvan enkele dieren of mensfiguren bevatten,
andere florale patronen;
de variatie is groot, maar door de fragmentarische staat
door mij niet volledig te inventariseren.

DSC05604ZürichMuseumRietbergPedestalOfASarcophagusChinaNorthernDynastiesFirstHalf6thCenturyCEKalksteinGeschenkEduardVonDerHeydtRCh115DSC05605ZürichMuseumRietbergPedestalOfASarcophagusChinaNorthernDynastiesFirstHalf6thCenturyCEKalksteinGeschenkEduardVonDerHeydtRCh115DSC05606ZürichMuseumRietbergPedestalOfASarcophagusChinaNorthernDynastiesFirstHalf6thCenturyCEKalksteinGeschenkEduardVonDerHeydtRCh115

Samen met de grote reliëfs op de poten van dit onderstel
vormt het de solide basis voor een laatste rustplaats.

Aan beide uiteinden van het onderstel verschijnen op de poten
geestwezens met tijgers
— hybride figuren met maskerachtige gezichten en verbrede,
vleugelachtige schouderpartijen.
De armen zijn gespreid in een houding die eerder zwevend dan anatomisch is,
terwijl de benen — menselijk van vorm maar gestileerd —
een beweging suggereren die tussen rennen en zweven in ligt.
Onder de figuren bewegen de tijgers, rank en gespierd, met de kop naar voren gericht.
De lijnen zijn diep en helder, alsof ze niet alleen contouren
maar ook energie vastleggen:
momenten van beweging die in steen tot rust komen.

DSC05602ZürichMuseumRietbergPedestalOfASarcophagusChinaNorthernDynastiesFirstHalf6thCenturyCEKalksteinGeschenkEduardVonDerHeydtRCh115 GeistwesenDSC05602ZürichMuseumRietbergPedestalOfASarcophagusChinaNorthernDynastiesFirstHalf6thCenturyCEKalksteinGeschenkEduardVonDerHeydtRCh115 Geistwesen CentralImage

Aan het midden van het onderstel verschijnt een groot monstermasker
— symmetrisch, frontaal, en bijna architectonisch van opbouw.
De ogen zijn rond en wijd, de mond geopend
in een boog van tanden, slagtanden en een krullende snor.

DSC05603ZürichMuseumRietbergPedestalOfASarcophagusChinaNorthernDynastiesFirstHalf6thCenturyCEKalksteinGeschenkEduardVonDerHeydtRCh115 Monstermaske

Uit de bovenrand groeien hoornachtige vormen die zich vertakken tot ornament,
als een uitbundig Venetiaans masker.
Daarboven komen haast gewei‑achtige vormen tevoorschijn,
met daartussen gestileerd haar dat als een tweede laag uit het gezicht lijkt op te rijzen.
Aan de onderkant hangen links en rechts sieraad‑ en lint‑elementen.

Alles samen een masker dat niet alleen kijkt maar ook decoratie wil zijn.
Het lijkt niet te dreigen, maar te waken:
een gestileerde beschermer die de overledene omhult met aandacht en zorg.

De decoratie rondom — bloemen, spiralen, geometrische patronen —
vloeit samen met het masker, alsof het niet uit steen gehouwen is
maar uit de ornamenten zelf tevoorschijn komt.

In de zesde eeuw lag op dit onderstel een bedplaat — hout of steen —
direct op de bovenrand.
Rondom die bedplaat stonden panelen, die zijn nu verdwenen.
De panelen vormden een lage omheining, een soort miniatuurarchitectuur
waarin de overledene lag.
Niet in een kist, niet in een urn, maar op het bed zelf, gewikkeld in textiel.

De iconografie op het onderstel
— tijger, geestwezens, monstermasker,
maar ook de wolken‑ en bloemmotieven in de banden —
functioneerde als een beschermende en ondersteunende onderlaag.

Het geheel was een meubel én het begin van een kosmische structuur:
een rustplaats die eerbied en ontzag voor de overledene uitdrukt.

Wat nu in Zürich overblijft, is de onderste laag van dat geheel.
Een stille, massieve basis die nog altijd de contouren draagt
van wat er ooit boven stond.
Wie de tijd neemt, leest in de steen de afdruk van een verdwenen constructie
— en van een lichaam dat hier ooit, heel precies, zijn plaats had.

Noordelijke dynastieën

Museum Rietberg spreekt in de beschrijving van RCh 115 van
“China, Northern dynasties, first half of the 6th century CE”.
Dat men geen keuze maakt voor een specifieke dynastie wijst erop
dat de stijl aansluit bij bredere tradities uit de Noordelijke dynastieën
— Noordelijke Wei, Oostelijke Wei, Westelijke Wei, Noordelijke Qi
en Noordelijke Zhou —
maar dat de fragmentarische staat van het object
en de beperkte iconografie geen definitieve toewijzing toelaten.

Het blijft een vorm die zich tussen meerdere stijllijnen beweegt,
zonder zich volledig aan één daarvan te hechten.


India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XLVII

– Over een houten Boeddha uit een site die alleen Stein nog zag –

We denken vaak dat we alles weten.
Dat we alles gezien hebben.
Dat we overal kunnen komen.
Dat de wereld klein is.
We stonden al op de maan!

Maar dan sta je in New Delhi voor een klein houten beeldje,
uit een plek aan de Zijderoute.
Een plaats die Stein als laatste gezien heeft.
Als laatste?
Ook in 1906/1908 waren er nog karavanen
die gebruik maakten van deze handelsroutes.
Stein maakte er nog foto’s van.

SteinAurélMTACamelCaravanXinjiang1904 01

Foto van Aurél Stein, uit het digitale MTA archief (de Hongaarse Academie van Wetenschappen) met als omschrijving: Camel caravan, Xinjiang, 1904.

SteinAurélMTACamelCaravanXinjiang1904 02 Detail

Detail van bovenstaande foto.

Maar hij is wel de laatste die de plaats documenteerde.
En dat maakt dit houten beeldje wel heel bijzonder.

DSC01392 01 IndiaNewDelhiNationalMuseumBuddhaInDhyanaMudraKichik-Hassar7th-8thCenturyCEWood27x15,5CmAccNoH-B-III-001

India, New Delhi, National Museum, Buddha in Dhyana Mudra, Kichik-Hassar, 7th – 8th century CE, wood, 27 x 15,5 cm. Acc.No. H.B. III.001.

DSC01392 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumBuddhaInDhyanaMudraKichik-Hassar7th-8thCenturyCEWood27x15,5CmAccNoH-B-III-001Txt


Om te achterhalen wat het voorwerp precies is, heb ik de online bronnen
bekeken:

AurelSteinSerindiaVol3Page1173PagePDF110Column1AurelSteinSerindiaVol3Page1173PagePDF110Column2

In het Nederlands staat er in Serindia, deel 3, pagina 1173:

H. B. iii. 001.
Houten beeldje van Boeddha, gezeten in meditatie op een drielaagse troon. Grof gesneden, waarbij alleen de voorzijde en zijkanten zijn afgewerkt; de achterkant is vlak, bedoeld om met houten pennen aan een muur of ander oppervlak te worden bevestigd, waarvan er enkele nog aanwezig zijn. Een extra, tongvormig stuk hout — vermoedelijk oorspronkelijk oprijzend uit een nu verdwenen basis — is vastgezet in een overeenkomstige uitsparing aan de onderzijde van de rug. De Boeddha heeft langgerekte, doorboorde oren en een uṣṇīṣa (schedeluitstulping). De plooien van het gewaad zijn zeer conventioneel weergegeven door een reeks halfronde groeven. Het geheel was oorspronkelijk beschilderd met een dikke witte sliblaag, met resten van rode verf in de groeven en sporen van zwarte verf op het haar. Sterk gebarsten en aan het oppervlak versleten. Afmetingen: 28 × 16,5 × 10 cm. (Pl. CXXXVIII.)

Er staat een verwijzing naar een plaat. Die vind je in deel 3 van Serindia:

AurelSteinSerindiaVol4Plate138 CXXXVIIIPagePDF292 01

Onder plaat 128 staat: Stucco relief base of image (MI.xviii.001) and reliefs in stucco and wood from MING.01 and other sites. Het Boeddha-beeldje van dit bericht valt onder ‘the other sites’. Volgens mij is het de Boeddha rechtsboven.

AurelSteinSerindiaVol4Plate138 CXXXVIIIPagePDF292 02

In Stein’s foto in Serindia is het beeld nog ongerestaureerd, met een zichtbaar gat in de troon waar misschien een houten pen of steun heeft gezeten. In de huidige museumversie is die opening gedicht, wat de overgang markeert van veldvondst naar geconserveerd tentoonstellingsobject.


Dhyāna mudrā?

Stein registreerde in het veld uitsluitend wat hij feitelijk kon waarnemen,
zonder iconografische termen.
Zijn beschrijvingen moesten later onderzoek mogelijk maken.
Het museum neemt die volgende stap door de houding
als Dhyāna mudrā te interpreteren
— een duiding die past binnen de boeddhistische beeldtraditie,
maar die Stein zelf bewust niet maakte.

Kichik‑Hassār op de foto

AurelSteinSerindiaVol3Fig270 PagePDF94

In de digitale versie van Serindia die ik ter beschikking heb (vrij online te raadplegen) staat deze foto. Ik ben toen verder gaan zoeken en vond een digitaal archief met meer dan 6000 foto’s van Stein. Deze foto zat er tussen.

SteinAurélRuinedShrinesKichik-hassarSeenFromSouth1908 01 Foto 01

Stein, Aurél, Ruined shrines I-III, Kichik-hassar, seen from south, 1908. Je ziet de foto op een vel met instructies voor de opmaak en de drukker en links in de hoek het nummer 270. Dat is het ‘Figure’-nummer in Serindia.

SteinAurélRuinedShrinesKichik-hassarSeenFromSouth1908 01 Foto 02

Dezelfde opname maar nu geconcentreerd op de foto zelf. Er staat nog iemand op de foto links en er ligt een hond rustig te slapen, links onder tegen de heuvel.

SteinAurélRuinedShrinesKichik-hassarSeenFromSouth1908 02 Instructies

Als je op de MTA-website gaat kijken dan zie je ook deze foto van een halfdoorzichting vel papier met getypte tekst met aanvullende opmaakopdrachten. Op de achtergrond zie je de foto doorschijnen.


Op de heuvel staat een figuur die duidelijk als schaalreferentie is opgenomen.
Wie het precies is, valt niet met zekerheid vast te stellen:
op Stein’s veldfoto’s verschijnen zowel hijzelf als assistenten
in vergelijkbare kleding, en bij deze opname ontbreekt
elke expliciete persoonsvermelding.

De foto maakt deel uit van het digitale archief van het
MTA Könyvtár és Információs Központ
(de Hongaarse Academie van Wetenschappen),
dat een deel van Stein’s originele glasnegatieven beheert.

Deze collectie kwam daar terecht via Stein’s Hongaarse afkomst
en de overdracht van delen van zijn persoonlijke
wetenschappelijke nalatenschap aan Hongaarse instellingen.

De bij deze opname bewaarde archiefvellen
bevatten geen identificatie van de afgebeelde persoon,
zodat alleen kan worden vastgesteld dat het om een schaalfiguur gaat,
niet om een gedocumenteerd portret van Stein zelf.

Waar ligt Kichik‑Hassār eigenlijk?

Kichik‑Hassār ligt in het huidige China,
in de Xinjiang Uyghur Autonomous Region.
Maar dat moderne kader vertelt maar een deel van het verhaal.
In de tijd waarin het houten Boeddhabeeldje werd gemaakt
— ruwweg 7e–8e eeuw — maakte dit gebied geen deel uit
van een Chinees kerngebied, maar van het boeddhistische koninkrijk Khotan,
een oasecultuur langs de zuidelijke rand van de Taklamakan-woestijn.

Het was een regio met sterke Indiase, Iraanse en Centraal‑Aziatische invloeden, waar Sanskriet, Prakrit en Khotanees werden gebruikt, en waar boeddhistische kunst zich in een eigen, herkenbare stijl ontwikkelde.

Dat betekent dat het beeldje geografisch in China is gevonden, maar cultureel en artistiek tot Khotan behoort. Die nuance is belangrijk: het bepaalt hoe we naar het object kijken, welke vergelijkingen zinvol zijn, en waarom de stijl zo anders is dan wat we uit de Chinese boeddhistische traditie kennen.

Een site die alleen dankzij Stein bestaat

Kichik‑Hassār is een van die kleine heiligdommen
die we uitsluitend kennen dankzij Stein.
Hij bezocht de plek kort tijdens zijn tweede expeditie (1906–1908),
maakte enkele foto’s, beschreef drie kleine schrijnen en een stūpa‑groep,
en nam een handvol objecten mee — waaronder het houten Boeddhabeeldje.

Daarna is niemand ooit teruggekeerd.
Geen Chinese archeologen, geen Westerse teams,
geen moderne surveys.
De exacte locatie is onzeker, de ruïnes zijn waarschijnlijk
opnieuw door het zand opgeslokt,
en de regio is tegenwoordig grotendeels ontoegankelijk
voor systematisch archeologisch onderzoek,
zowel door buitenlandse als door de meeste binnenlandse teams.
Je kunt er zelfs geen gewone vakantie boeken;
het gebied is voor bezoekers vrijwel volledig afgesloten

De zuidelijke rand van de Taklamakan

De zuidelijke rand van de Taklamakan‑woestijn vormde in de oudheid
een van de belangrijkste verkeersaders van de Zijderoute.
Het was de winterroute:
in de koude maanden trokken karavanen langs de oases van
Khotan, Keriya, Niya en Miran,
waar water, hout en beschutting te vinden waren.

In de zomer weken reizigers liever uit naar de noordelijke route,
langs Aksu, Kucha en Turfan,
omdat de zuidelijke rand dan extreem heet werd
en de afstand tussen de oases gevaarlijk groot kon zijn.

Die seizoensgebonden verschuiving is essentieel
om Kichik‑Hassār te begrijpen.
Het lag precies in die zuidelijke gordel van oases
die de winterroute mogelijk maakten.
Kleine heiligdommen zoals Kichik‑Hassār waren onderdeel van dit netwerk:
plekken waar reizigers konden bidden, waar monniken leefden,
en waar lokale gemeenschappen devotionele objecten produceerden
— zoals het eenvoudige houten Boeddhabeeldje dat Stein vond.


Benin: de Teruggave en de Tien Stemmen 6

DSC09607 03 BackTo Benin

Misschien wel het meest pregnante en tegelijk eenvoudigste werk
van de tentoonstelling in De Fundatie:
twee houten linealen met elkaar verbonden met metaal
en daarop een tekst uit een boek van een Nederlander
die in 1688 schreef over hoe Nederlandse handelaren omgingen
met de lokale Afrikaanse koning.
Uit de goede oude Gouden eeuw…

DSC09674DeFundatieBackToBeninLeoAsemotaRuler2025-2026GiltInscribedTextInDutchGoldLeafAndBrassOnSapeleWood

De Fundatie, Back to Benin, Leo Asemota, Ruler, 2025 – 2026, gilt inscribed text in Dutch, gold leaf and brass on sapele wood.

DSC09675DeFundatieBackToBeninLeoAsemotaRuler2025-2026GiltInscribedTextInDutchGoldLeafAndBrassOnSapeleWoodTxt

Dit instrument verbindt twee linealen met een citaat
uit het hoofdstuk over de Kaap in Dapper’s
Naukeurige Beschrijvingen der Afrikaensche Gewesten (1668):

“When a Ship with its Lading toweth along the Shore, a Messenger,
or Postalon, is sent to acquaint the King with it.”

Asemota haalt deze vroegmoderne observatie naar het heden
om te laten zien hoe handel, macht en informatie
al vroeg met elkaar verweven waren.
De postalon
— de boodschapper die de komst van een schip meldt —
staat hier voor de asymmetrische relaties
die de koloniale handel bepaalden:
wie ziet wat, wie meldt wat, en wie beslist.

De twee aan elkaar gekoppelde linealen
versterken dat spanningsveld.
Ze lijken hetzelfde te meten, maar lopen nooit volledig gelijk.
Asemota maakt zo zichtbaar hoe Europese kennis,
Afrikaanse autoriteit en koloniale interpretaties elkaar kruisten
— en hoe die verhoudingen doorwerken
in de objecten en verhalen die vandaag onderwerp zijn van restitutie.


DSC09713DeFundatieBackToBeninEnotieOgbeborVesselOfAse2025Brass(Bronze)CastUsingLostWaxProcessNicholasOmoruyiAigbeFoundryDSC09714DeFundatieBackToBeninEnotieOgbeborVesselOfAse2025Brass(Bronze)CastUsingLostWaxProcessNicholasOmoruyiAigbeFoundryDSC09715DeFundatieBackToBeninEnotieOgbeborVesselOfAse2025Brass(Bronze)CastUsingLostWaxProcessNicholasOmoruyiAigbeFoundry

Enotie Ogbebor, Vessel of Ase, 2025, brass (Bronze), cast using lost-wax process, assistent Nicholas Omoruyi, Aigbe Foundry.

DSC09716DeFundatieBackToBeninEnotieOgbeborVesselOfAse2025Brass(Bronze)CastUsingLostWaxProcessNicholasOmoruyiAigbeFoundryDSC09717DeFundatieBackToBeninEnotieOgbeborVesselOfAse2025Brass(Bronze)CastUsingLostWaxProcessNicholasOmoruyiAigbeFoundryDSC09718DeFundatieBackToBeninEnotieOgbeborVesselOfAse2025Brass(Bronze)CastUsingLostWaxProcessNicholasOmoruyiAigbeFoundryDSC09719DeFundatieBackToBeninEnotieOgbeborVesselOfAse2025Brass(Bronze)CastUsingLostWaxProcessNicholasOmoruyiAigbeFoundryDSC09720DeFundatieBackToBeninEnotieOgbeborVesselOfAse2025Brass(Bronze)CastUsingLostWaxProcessNicholasOmoruyiAigbeFoundryDSC09721DeFundatieBackToBeninEnotieOgbeborVesselOfAse2025Brass(Bronze)CastUsingLostWaxProcessNicholasOmoruyiAigbeFoundryDSC09723DeFundatieBackToBeninInHetRijkVanDeLatereScheppingTxtDSC09724DeFundatieBackToBeninEnotieOgbeborVesselOfAse2025Brass(Bronze)CastUsingLostWaxProcessNicholasOmoruyiAigbeFoundryDSC09725DeFundatieBackToBeninEnotieOgbeborVesselOfAse2025Brass(Bronze)CastUsingLostWaxProcessNicholasOmoruyiAigbeFoundry


Wachter, Reiziger, Ambtenaar

– over China in een eeuw van verschuivingen –

Meanderen,
ik verlaat het Rietberg Museum nog niet
maar de reeks berichten over vroeg Chinees aardewerk
en daarna over Chinese boeddhistische steles
laat ik achter me.
Voor mijn gevoel was dat als zeilen in een kanaal:
alsmaar rechtdoor.
Een beetje slingerend vervolg ik nu mijn weg.
In de berichten op mijn blog — maar ook
toen ik op dinsdag 9 september 2025 door het museum liep.
Kronkelend tussen de vitrines en opstellingen
in de kelder van het museum.
De geschiedenis van China strekt zich uit over millennia,
en de afstanden in dit uitgestrekte land—door alle tijden heen—zijn enorm..
Ik sla om de bocht en maak met een paar stappen
een ruimte- en tijdreis.
Zo vraag ik de lezer ook om steeds opnieuw
een draai te maken.

DSC05591 01 ZürichMuseumRietbergDvarapalaTemplewachterChinaNördlicheQiDynastie550-577KalksteinGeschenkEduardVonDerHeydtRCh143

Zürich, Museum Rietberg, Dvarapala, templewachter, China, Nördliche Qi-Dynastie, 550 – 577, kalkstein, geschenk Eduard von der Heydt, RCh 143.

DSC05591 02 ZürichMuseumRietbergDvarapalaTemplewachterChinaNördlicheQiDynastie550-577KalksteinGeschenkEduardVonDerHeydtRCh143

Wat mij bij deze Dvarapala uit de Noordelijke Qi‑periode treft,
is de uitgesproken spiermassa:
een lichaam dat niet alleen kracht uitstraalt,
maar bijna anatomisch bewust is gemodelleerd.
Het is een overdrijving die ik herken uit een heel andere traditie
— de manier waarop Hendrick Goltzius in de zestiende eeuw zijn helden opblies
tot gespannen spierbundels, vol torsie en theatrale spanning.

HendrickGoltziusHoratiusCoclesFromTheRomanHeroes1586Ets

Hendrick Goltzius, Horatius Cocles, from the Roman Heroes, 1586, ets.

HendrickGoltziusHoratiusCoclesFromTheRomanHeroes1586EtsDetail

Natuurlijk staan deze werelden los van elkaar,
maar de visuele strategie is verwant:
in beide gevallen wordt het lichaam opgevoerd tot een expressief instrument,
een middel om kracht, dreiging of heroïek te laten resoneren.
Bij Goltzius is het virtuositeit; bij de tempelwachter is het bescherming.
Maar in die gedeelde overdrijving, in dat lichaam dat meer is dan een lichaam,
raken de twee elkaar even.

DSC05593ZürichMuseumRietbergKamelPferdUndFremdländischeStallknechtChinaRegionShaanxiHenanTangDynastie7thCenturyTonwareMitDriefarbenGlazurMYT1200-MYT1198-1203

Dit is een ensemble dat is samengesteld uit drie beelden: Kamel, Pferd und fremdländische stallknecht, China, Region Shaanxi/Henan, Tang Dynastie, 7th century, tonware mit driefarben glazur, MYT 1200 (kameel), MYT 1198 (paard), MYT 1203 (knecht). Dauerleihgabe Meiyintang Stiftung.

DSC05594ZürichMuseumRietbergKamelPferdUndFremdländischeStallknechtChinaRegionShaanxiHenanTangDynastie7thCenturyTonwareMitDriefarbenGlazurMYT1200-MYT1198-1203

Bij dit ensemble van kameel, paard en de buitenlandse stalbedienden
valt me op hoe vanzelfsprekend het publiek ernaartoe wordt getrokken.
Je ziet dit soort groepen vaker samen opgesteld,
alsof musea intuïtief weten dat ze publiekslievelingen zijn.
Het komt door die directe expressie
— de gezichten die bijna karikaturaal lijken, maar toch raak zijn —
en door het glazuur dat in de Tang‑tijd zo’n levendige huid aan de figuren geeft.
De driekleuren glazuur maakt ze tegelijk speels en tastbaar,
en in combinatie met de herkenbare dieren ontstaat er een ensemble
dat onmiddellijk aanspreekt,
zelfs zonder dat je de context van de Zijderoute of de grafcultuur kent.
Het zijn beelden die je bijna vanzelf in hun wereld trekken.

DSC05597ZürichMuseumRietbergKamelPferdUndFremdländischeStallknechtChinaRegionShaanxiHenanTangDynastie7thCenturyTonwareMitDriefarbenGlazurMYT1200-MYT1198-1203


DSC05598ZürichMuseumRietbergBeamterChinaHebeiSuiDynastieLate6thCenturyCESteinzeugMetWeisserUndBraunerGlazurMYT1380b

Beamter, China, Hebei, Sui-Dynastie, late 6th century CE, Steinzeug mit weisser und brauner glazur, MYT 1380 b. Dauerleihgabe Meiyintang Stiftung.

Dit beeldje is vermoedelijk een grafambtenaar uit de Sui‑tijd,
een van die gestileerde figuren die in het hiernamaals
de orde en waardigheid van de bureaucratie moesten vertegenwoordigen.

Maar wat mij hier vooral treft, is het voorwerp waarop hij met beide handen rust:
een lange, donker geglazuurde staf die tot op de grond reikt,
met vlak onder zijn handen een opvallend dwarsblok met twee afgeronde knoppen.
Het is geen schrijftablet, geen zwaard, geen rol
— en juist omdat het zo afwijkt van de gestandaardiseerde Sui‑iconografie
ben ik gaan zoeken naar vergelijkbare voorbeelden.
Online vond ik er geen één.
Dat maakt dit attribuut des te intrigerender:
een zeldzame, misschien werkplaats‑specifieke staf
die de figuur een eigen, bijna raadselachtige autoriteit verleent.

Aan zijn voeten draagt hij twee gesloten, donker geglazuurde laarzen
met een brede, afgeronde neus
— compacte, bijna paddestoelvormige schoenen die typisch zijn voor Sui‑beeldjes
en zijn ceremoniële waardigheid onderstrepen.
Hij staat op een lotusvoet:
een bloemvormige sokkel die in de Sui‑tijd niet alleen heiligen,
maar ook wereldlijke figuren een verheven, bijna serene waardigheid verleent.

Wat mij bij dit beeldje steeds opnieuw treft, is hoe vriendelijk de ambtenaar kijkt.
Zijn gezicht is niet streng of autoritair, maar zacht, bijna glimlachend
— alsof hij eerder iemand is die je geruststelt dan iemand die je commandeert.
De donkere wenkbrauwen, de fijn aangezette snor en baard,
en vooral de lichte buiging van de mondhoeken geven hem
een onverwachte menselijkheid.
Daarboven draagt hij een prachtig, gelaagd hoofddeksel:
strak opgebouwd, met duidelijke randen en een bijna architectonische vorm, een guan.
Een ceremoniële hoofddeksel van burgerlijke ambtenaren.
Het is een teken van rang, maar het wordt gedragen met een soort rustige waardigheid.
Het hoofddeksel verheft hem, maar zijn gezicht haalt hem weer naar beneden,
terug naar een persoon van vlees en bloed.

Afsluiting

In dit bericht komen drie beelden samen die in het museum bijna naast elkaar staan,
maar historisch uit verschillende hoeken van de tijdlijn komen:
de ambtenaar uit de late zesde eeuw,
de gespierde tempelwachter uit de Noordelijke Qi‑periode (550–577),
en het Tang‑ensemble van kameel, paard en stalbediende uit de zevende eeuw.
Het is maar een korte periode, nauwelijks meer dan een eeuw,
maar de dynastieën wisselen elkaar snel af:
Sui, Noordelijke Qi, Tang.
In het museum zie je die overgang niet als een breuk, maar als een zachte verschuiving.
De stijlen verschillen
— de ingetogen ambtenaar, de krachtige wachtersfiguur, de levendige Tang‑dieren —
en toch vormen ze samen een doorlopende stroom van vormen, houdingen en blikken.
Alsof je in één wandeling ziet hoe China zich in die tijd hertekent:
politiek verandert er veel, maar in de kunst blijft een herkenbare gevoeligheid bestaan,
een continuïteit die je pas ziet wanneer je,
al meanderend,
van vitrine naar vitrine beweegt.

Benin: de Teruggave en de Tien Stemmen 5

DSC09607 02 BackTo BeninDSC09690DeFundatieBackToBeninVictorEhikhamenorCathedralOfTheMind2023RosaryBeadsThreadsLace-CanvasMaterialChalksEarthenPotClassicalAfricanArtPieceDSC09691DeFundatieBackToBeninVictorEhikhamenorCathedralOfTheMind2023RosaryBeadsThreadsLace-CanvasMaterialChalksEarthenPotClassicalAfricanArtPieceDSC09692DeFundatieBackToBeninVictorEhikhamenorCathedralOfTheMind2023RosaryBeadsThreadsLace-CanvasMaterialChalksEarthenPotClassicalAfricanArtPieceDSC09693DeFundatieBackToBeninVictorEhikhamenorCathedralOfTheMind2023RosaryBeadsThreadsLace-CanvasMaterialChalksEarthenPotClassicalAfricanArtPiece

Het silhouette.

DSC09694DeFundatieBackToBeninVictorEhikhamenorCathedralOfTheMind2023RosaryBeadsThreadsLace-CanvasMaterialChalksEarthenPotClassicalAfricanArtPieceDSC09695DeFundatieBackToBeninVictorEhikhamenorCathedralOfTheMind2023RosaryBeadsThreadsLace-CanvasMaterialChalksEarthenPotClassicalAfricanArtPieceDSC09696DeFundatieBackToBeninVictorEhikhamenorCathedralOfTheMind2023RosaryBeadsThreadsLace-CanvasMaterialChalksEarthenPotClassicalAfricanArtPieceDSC09697DeFundatieBackToBeninVictorEhikhamenorCathedralOfTheMind2023RosaryBeadsThreadsLace-CanvasMaterialChalksEarthenPotClassicalAfricanArtPieceDSC09698DeFundatieBackToBeninVictorEhikhamenorCathedralOfTheMind2023RosaryBeadsThreadsLace-CanvasMaterialChalksEarthenPotClassicalAfricanArtPieceDSC09701DeFundatieBackToBeninRainGodWoodUnknownMakerOriginalTitleDateDSC09699DeFundatieBackToBeninVictorEhikhamenorCathedralOfTheMind2023RosaryBeadsThreadsLace-CanvasMaterialChalksEarthenPotClassicalAfricanArtPieceTxt

De Fundatie, Back to Benin, Victor Ehikhamenor, Cathedral of the mind, 2023, rosary beads, threads, lace/canvas material, chalks, earthen pot, classical African art piece. 


en
het werkt
in deze zaal
werd alles ineens stil

omzichtig op je tenen
diep in gedachten
een monument
stil


DSC09702DeFundatieBackToBeninOsaruObasekiArmored2025SandPaintingRedEarthOnWovenAndDeWovenMaterialBronzeCastConnectingMudfishPlatesStringedBronzeIconographyPendantsDSC09703DeFundatieBackToBeninOsaruObasekiArmored2025SandPaintingRedEarthOnWovenAndDeWovenMaterialBronzeCastConnectingMudfishPlatesStringedBronzeIconographyPendantsDSC09704DeFundatieBackToBeninOsaruObasekiArmored2025SandPaintingRedEarthOnWovenAndDeWovenMaterialBronzeCastConnectingMudfishPlatesStringedBronzeIconographyPendantsDSC09706DeFundatieBackToBeninOsaruObasekiArmored2025SandPaintingRedEarthOnWovenAndDeWovenMaterialBronzeCastConnectingMudfishPlatesStringedBronzeIconographyPendantsDSC09705DeFundatieBackToBeninOsaruObasekiArmored2025SandPaintingRedEarthOnWovenAndDeWovenMaterialBronzeCastConnectingMudfishPlatesStringedBronzeIconographyPendantsTxt

Osaru Obaseki, Armored, 2025, sand painting (red earth on woven and de-woven material, bronze cast connecting mudfish plates, stringed bronze iconography pendants).


DSC09707DeFundatieBackToBeninPhilOmodamwenQueenIdia2025BrassBronzeCastDuringTheLostWaxProcessDSC09708DeFundatieBackToBeninPhilOmodamwenQueenIdia2025BrassBronzeCastDuringTheLostWaxProcessDSC09709DeFundatieBackToBeninPhilOmodamwenQueenIdia2025BrassBronzeCastDuringTheLostWaxProcessDSC09710DeFundatieBackToBeninPhilOmodamwenQueenIdia2025BrassBronzeCastDuringTheLostWaxProcessDSC09711DeFundatieBackToBeninPhilOmodamwenQueenIdia2025BrassBronzeCastDuringTheLostWaxProcessDSC09712DeFundatieBackToBeninPhilOmodamwenQueenIdia2025BrassBronzeCastDuringTheLostWaxProcess

Phil Omodamwen, Queen Idia, 2025, brass (bronze) cast during the lost-wax process.


India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XLIV

– over een papieren bloem als begin van een meander –

Vandaag is een schildering op papier het onderwerp.
De afgelopen weken kwamen heel wat schilderingen voorbij
die ik in New Delhi zag.

Allemaal boeddhistisch, allemaal uit Dunhuang,
allemaal naar India gebracht door Aurel Stein.

India, New Delhi, National Museum,
Buddha Amitabha,
Dunhuang, 7th – 10th century CE,
painting on paper, 48,5 x 29 cm.
Acc. No. Ch. 00402.

DSC01390 01 IndiaNewDelhiNationalMuseumBuddhaAmitabhaDunhuang7th-10thCenturyCEPaintingOnPaper48,5x29CmAccNoCh00402


Het nummer 00402 komt drie keer voor in Serindia, volume 2.
De eerste keer, op pagina 860, als Stein opmerkingen maakt
over kleine papieren schilderingen.
Dan behandelt hij een groep objecten die hij opsomt in de noten.

AurelSteinSerindiaVol2Page860Ch00402

Among the paper pictures of Buddhas, which are somewhat more numerous and apparently ofthe either taken from the beginning or end of manuscripts or intended for pasting up as votive deposits, ³ I may specially mention the series Ch. 00191-202, which shows seated Buddhas with different mudras of the hand and with short Chinese inscriptions evidently explaining the latter.

Note ³:

For paper paintings, mostly small size, see Ch. 00122, 00160, 00191-202, 00356, 00378, 00392, 00396. a-i, 00402, 00406-00408,…

Onder de papieren voorstellingen van Boeddha’s – die wat talrijker zijn en blijkbaar óf afkomstig zijn uit het begin of het einde van manuscripten, óf bedoeld waren om als votieve offers te worden bevestigd of opgehangen – wil ik in het bijzonder de reeks Ch.00191–202 noemen. Deze toont zittende Boeddha’s met verschillende handmudrā’s, vergezeld van korte Chinese opschriften die deze gebaren kennelijk toelichten.

Vervolgens in een allinea die gaat over de schildering:

AurelSteinSerindiaVol2Page997Ch00402

Ch. 00402. Paper painting showing Buddha seated on Padmasana; legs in adamantine pose, R. hand in vitarka mudra, L. in lap. Flesh painted yellow, hair black, mantle (covering L. arm and corner of R. shoulder) red lined with grey and white. Plain circular vesica and halo of green and grey, and conventional flower spray above. Smudged remains of Tb. chars. upside-down at side, pin-holes in corners. Rough work. 11 and a half” x 5 and three eights”.

Papieren schildering die een Boeddha toont, zittend in padmāsana; de benen in de adamantijne houding. De rechterhand is in de vitarka‑mudrā, de linkerhand rust in de schoot. De huid is geel geschilderd, het haar zwart. De mantel – die de linkerarm en de hoek van de rechterschouder bedekt – is rood, met een grijze en witte voering. Achter het figuur bevindt zich een eenvoudige ronde mandorla en een halo in groen en grijs, met daarboven een conventioneel weergegeven bloemenmotief. Aan de zijkant zijn vervaagde restanten van Tibetaanse tekens zichtbaar, ondersteboven. In de hoeken zitten gaatjes van het ophangen. Het werk is grof uitgevoerd. Afmetingen: 11½ bij 5⅜ inch.

Zoals steeds roept dit een paar vragen op waarvoor ik op zoek ging
naar een antwoord.

De toewijzing: Boeddha of Amitabha?

De toewijzing Amitābha in moderne musea zegt minder over dit ene blad
dan over een bredere verschuiving in interpretatie.
Aurel Stein beschreef Ch.00402 uitsluitend formeel
—houding, kleuren, mudrā—
en vermeed elke naamgeving wanneer
geen duidelijke inscriptie aanwezig was.
Zijn veldcatalogus was documentair, niet iconografisch.

Musea werken anders:
zij plaatsen zulke kleine papieren Boeddha‑voorstellingen
binnen het grotere Dunhuang‑corpus,
waarin frontaal zittende figuren met vitarka‑mudrā, gele huid
en rode mantel vaak tot Amitābha worden gerekend.
Dat gebeurt vooral wanneer verwante bladen
wél een (zelfs onzekere) cartouche met ‘Amituofo’ dragen,
zoals het British Museum‑blad Ch.00195.
De naamgeving is dus een moderne, contextuele identificatie,
gebaseerd op vergelijkingsmateriaal, niet op directe aanwijzingen
in het object zelf
—en verklaart waarom Stein zwijgt waar musea spreken.

DSC01390 03 IndiaNewDelhiNationalMuseumBuddhaAmitabhaDunhuang7th-10thCenturyCEPaintingOnPaper48,5x29CmAccNoCh00402

De houding van de Boeddha

Opvallend is dat het museum deze houding omschrijft
als vajraparyanka, terwijl Stein spreekt van padmāsana
en de “adamantine pose”.

In feite beschrijven beide hetzelfde: de volledige lotushouding,
waarbij beide voeten boven op de dijen rusten.
Stein werkte met vroege, Engelstalige archeologische terminologie
en noteerde vooral wat hij zag, zonder iconografische verfijning.

Moderne musea gebruiken daarentegen
de boeddhistische vakterm vajraparyanka,
die ondubbelzinnig naar de volledige lotus verwijst
en inmiddels de standaard is in de kunsthistorische literatuur.

Het verschil is dus niet inhoudelijk, maar terminologisch:
Stein beschrijft, het museum identificeert.

Maatvoering

Wat mij het meest verbaast, is het enorme verschil
tussen de afmetingen die Aurel Stein in het veld noteerde
en de maten die het museum vandaag voert.

Stein mat een klein papieren schilderingetje van
ongeveer 29 × 14 centimeter;
het museum spreekt van 48,5 × 29 centimeter.

Dat is geen afrondingsverschil,
maar een compleet ander objectformaat.
Natuurlijk begrijp ik dat een blad tijdens conservering
op een drager kan zijn gezet, kan zijn vlakgemaakt
of kan zijn voorzien van een montagevel.
Maar juist daarom zou je verwachten dat een museum
óók de oorspronkelijke papiermaat registreert en vermeldt.
Dat is geen detail, maar essentieel voor iedereen
die probeert te begrijpen wat Stein werkelijk in handen had,
hoe groot dit type votieve afbeelding oorspronkelijk was,
en hoe het object zich verhoudt tot verwante Dunhuang‑voorstellingen.
Nu blijft onduidelijk wat er precies gemeten wordt:
het historische object,
de conserveringsdrager,
of een combinatie daarvan.
En dat is vreemd, zeker bij een papieren schildering
waarvan je juist de maat van het papier zou willen kunnen lezen.

DSC01390 04 IndiaNewDelhiNationalMuseumBuddhaAmitabhaDunhuang7th-10thCenturyCEPaintingOnPaper48,5x29CmAccNoCh00402 PinholeID

Er is geen foto in Serindia van Ch 00402. Maar we spreken wel over hetzelfde object. Dat op het papier het Stein-nummer geschreven staat vergroot het vertrouwen. Tegelijk toont dit fragment een van de gaten in het papier die Stein ‘pinholes’ noemt.


Tibetaans?

Stein noteert terloops dat er “ondersteboven”
resten van Tibetaanse tekens aan de rand van het blad staan.
Pas wanneer je het fragment zelf bekijkt,
zie je hoe precies die opmerking eigenlijk is.

DSC01390 05 IndiaNewDelhiNationalMuseumBuddhaAmitabhaDunhuang7th-10thCenturyCEPaintingOnPaper48,5x29CmAccNoCh00402 Tibetaans

Tibetaans schrift heeft een horizontale basislijn
waar de letters aan hangen, met lange neergaande stokken eronder.
Draai je dat schrift om, dan ontstaat een omgekeerd silhouet:
een donkere horizontale veeg met meerdere lange, opwaartse stokken
die ver boven die lijn uitsteken.

DSC01390 06 IndiaNewDelhiNationalMuseumBuddhaAmitabhaDunhuang7th-10thCenturyCEPaintingOnPaper48,5x29CmAccNoCh00402 Tibetaans

In deze positie herkende Stein dat het om een stukje Tibetaanse tekst gaat.


En precies dat patroon verschijnt hier:
niet één kriebel, maar de rafelige restanten van minstens drie letterstokken,
die samen het omgekeerde ritme
van een kort stukje Tibetaanse tekst vormen.
In die paar omgekeerde inktlijnen wordt zichtbaar
dat het papier een eerder leven heeft gehad
— een fragment van een tekst die niets
met de Boeddha‑schildering te maken had,
maar die als materiaal opnieuw werd ingezet.
Het is een klein spoor, maar
het maakt de gelaagdheid van het object tastbaar:
een Boeddha aan de voorkant, een omgekeerde taal aan de zijkant,
en daartussen de geschiedenis van hergebruik die Dunhuang zo kenmerkt.

Een bloemenarrangement als afronding

Aurel Stein noemt het een ‘conventional flower spray’.
Maar ik vond het gewoon mooi.
Heel vaak zijn dergelijke boeketten van bloemen
beschadigd, verkleurd of vervaagd.

DSC01390 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumBuddhaAmitabhaDunhuang7th-10thCenturyCEPaintingOnPaper48,5x29CmAccNoCh00402 ConventionalFlowerSpray

Net als de lotus waarop Amitabha zit,
zo goed weergegeven op deze schildering op papier:
de binnenste bloembladeren die omhoog bewegen
terwijl de buitenste bladeren bijna horizontaal bewegen.
Als een zwevend boeket.

DSC01390 07 IndiaNewDelhiNationalMuseumBuddhaAmitabhaDunhuang7th-10thCenturyCEPaintingOnPaper48,5x29CmAccNoCh00402 Lotus

In dit fragment zitten origineel een paar vlakken waar kleur ontbreekt. Die heb ik ingekleurd om het oog niet te laten afleiden van de mooie voorstelling van de lotustroon. Op de eerste foto van dit bericht zie je de actuele status.


Deze schildering is niet de laatste die ik in New Delhi zag
maar de aaneengesloten stroom van schilderingen
op zijde of op papier zal vanaf dit bericht
steeds vaker onderbroken worden door andere opmerkelijke zaken.


Waar de draken zich verdubbelen

– over een Noordelijke‑Qi‑stele in vijf lagen –

Inleiding

De laatste stele die ik in het Rietberg Museum in Zürich fotografeerde
is meteen een heel andere dan de voorgaande.
Niet langer Noordelijke Wei maar Noordelijke Qi als stijl.

Een Noordelijke‑Qi‑stele is meestal opgebouwd als een verticale wereld
die van onder naar boven steeds minder aards en steeds meer hemels wordt.

Onderaan staat vaak een levendige, wereldlijke of narratieve zone,
met menselijke figuren, dieren, planten of kleine rituele objecten.

Daarboven volgt de Boeddha‑zone, het religieuze centrum van de stele,
waar de Boeddha in een nis is geplaatst,
meestal geflankeerd door begeleidende figuren.

Boven deze formele kern verschijnt vaak een informele bovenwereld:
een losse groep van mensen die niet in een ritueel of verhaal zijn geplaatst,
maar een menselijke aanwezigheid vormen rondom de Boeddha.

Nog hoger staat soms een enkele figuur in een volledig omkaderde nis,
een kleine tussen‑zone met een eigen iconografie.

Helemaal bovenaan wordt de stele bekroond door uitbundig uitgewerkte draken,
die de overgang naar het hemelse domein markeren.

Zo ontstaat een gelaagde compositie waarin het aardse, het menselijke
en het hemelse elkaar in verticale volgorde opvolgen.

Hieronder wil ik de stele RCh 116 toetsen aan deze opbouw;
wat zien we terug van die typische verdeling?

DSC05584 01 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotivsteleDerFamilieYanChinaNördlicheQiDynastyDatiert557KalksteinGeschenkEduardVonDerHeydtRCH116

Zürich, Museum Rietberg, Buddhistische votivstele der familie Yan, China, Nördliche Qi Dynasty, datiert 557, kalkstein, geschenk Eduard von der Heydt, RCh 116.


Ik wil beginnen met een algemene vaststelling:
de stele toont een opvallend spanningsveld:
terwijl de centrale voorstellingen nog veel van de vlakke, ritmische ordening
van de late Noordelijke Wei heeft behouden,
zijn de draken op de schouders technisch en plastisch al volledig Noordelijke Qi.
De decoratieve zones lopen zichtbaar vooruit op de iconografische kern,
waardoor de stele tegelijk traditioneel en verrassend modern oogt.

DSC05587ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotivsteleDerFamilieYanChinaNördlicheQiDynastyDatiert557KalksteinGeschenkEduardVonDerHeydtRCH116

Onderste, narratieve, zone

In de onderste zone zit een centrale figuur
die een stilistisch uitgewerkte wierookbrander boven het hoofd presenteert.
Links en rechts omlijsten grote blad‑ en bloemvormen de scène,
met daarnaast twee dieren:
links een dier dat de kop naar de wierrookbrander richt,
rechts een dier dat met opgeheven staart naar de grond snuffelt.
Aan weerszijden van de wierrookbrander staan ook twee menselijke figuren:
links een grotere figuur met gebogen arm en laarsachtige beenbekleding,
rechts een kleinere, blootvoetse figuur met een lange omslagdoek
en de hand voor de borst.
De figuren en dieren reageren niet op elkaar,
maar nemen elk een eigen positie in binnen dezelfde rituele ruimte.
Opvallend is dat de zone geen bovenrand heeft:
de vegetatieve vormen en de wierookbrander lopen visueel door,
zonder dat de voorstelling wordt afgesloten.
Tegelijk zakt de zittende figuur aan de onderkant deels uit het kader,
waardoor de zone niet als een strak register leest
maar als een open veld rond de offerhandeling,
passend bij de stichtergemeenschap
waarvan de namen op de achterzijde zijn ingehakt.

DSC05586ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotivsteleDerFamilieYanChinaNördlicheQiDynastyDatiert557KalksteinGeschenkEduardVonDerHeydtRCH116

Boeddha-zone

In de zone volgend op de onderste, zit een grote Boeddha in duidelijke kleermakerszit,
waarvan één voet zichtbaar is onder het gewaad.
Het kleed vormt een brede, afgeronde massa over de gekruiste benen
die bijna lotusachtig oogt, waarna langere plooien in zachte banen naar beneden vallen.
Op de borst ligt een in het midden samengebonden band die het gewaad bijeenhoudt;
de knoop vormt een compact, strik‑achtig detail dat de bovenste draperie structureert.

Achter de Boeddha ligt een meervoudige stralenkrans:
een ronde hoofdaureool met concentrische ringen,
omgeven door een bladvormige mandorla.

De Boeddha maakt een laag, naar voren gericht gebaar;
de linkerhand is open in een rustig ‘geef’-gebaar,
terwijl de rechterhand — deels beschadigd —
dezelfde positie lijkt te hebben ingenomen.

Hij wordt geflankeerd door drie paren begeleiders die alle op kleine lotusbases staan.
Hun mandorla’s zijn smal en bladvormig, zonder hoofdaureool,
en hun hoofddeksels markeren drie typen:
het binnenste paar is kaal, het middelste draagt een puntig hoofddeksel
en het buitenste een vierkant,
waardoor een symmetrische rangorde ontstaat binnen dezelfde heilige sfeer.

Rechtsboven bevindt zich een kleine zittende figuur in kleermakerszit,
zonder lotus, aureool of mandorla;
zijn handen zijn volledig in het gewaad verborgen.
Deze compacte, zwevende bovenfiguur behoort niet tot de rij begeleiders
maar vormt als zelfstandige aanwezigheid de visuele afsluiting van de Boeddha‑zone.

De handen en kleding van de begeleiders

Binnen de drie paren begeleiders ontstaat een opvallende variatie
in zowel de handen als de kleding.
Het binnenste paar heeft de handen volledig in het gewaad verborgen,
waardoor hun aanwezigheid ingetogen en bijna monastiek blijft.
In het middelste paar worden de handen juist groot en grof uitgesneden,
met lange, uitgesproken vingers.
Bij het buitenste paar lopen de gebaren uiteen:
rechts staan de handpalmen frontaal tegen elkaar in een devoot gebaar voor de borst,
terwijl links een grote hand zichtbaar is die oorspronkelijk
een voorwerp lijkt te hebben vastgehouden.

Ook de kleding draagt aan deze variatie bij:
sommige begeleiders hebben smallere plooipartijen of een ceintuur,
en bij de meest linkse begeleider valt een opvallend sierlijke,
dubbel gerolde halsafwerking op die nergens anders in de groep voorkomt.

Samen vormen handen en kleding een subtiel spel van verschillen
binnen een verder symmetrisch geordende groep,
waardoor de begeleiders niet uniform maar individueel aanwezig worden.

Van Noordelijke Wei naar Noordelijke Qi

De verschuiving van Noordelijke Wei naar Noordelijke Qi
is zowel stilistisch als staatkundig zichtbaar in deze stele.
Waar de Noordelijke Wei de figuren ordent in strakke, geometrische schema’s
met smalle lichamen en ritmische plooien,
valt het rijk in 534 uiteen door interne spanningen en machtsconflicten,
waarna de Oostelijke Wei — en later de Noordelijke Qi —
een nieuwe hofcultuur ontwikkelt in het noordoosten.
Deze politieke herschikking brengt nieuwe elites, ateliers
en smaakpatronen met zich mee, wat in de beeldhouwkunst leidt
tot vollere, naturalistischere vormen.
Draperie wordt zwaarder en ronder, met functionele details
zoals de geknoopte borstband van de Boeddha;
de stralenkransen worden complexer, met meervoudige aureolen
en brede mandorla’s.
De entourage wordt breder en minder doctrinair:
geen triade maar drie paren begeleiders op lotusbases,
herkenbaar aan hun hoofddeksels in plaats van iconografische attributen.

De begeleiders worden bovendien minder uniform:
hun handen, plooival en kledingdetails
— van smalle ceinturen tot een sierlijk dubbel gerolde halsafwerking —
tonen een individualisering die in de Noordelijke Wei zelden voorkomt.

Ook bovenfiguren worden vrijer ingezet, zoals de kleine zittende figuur
die zonder lotus of aureool boven de groep zweeft.

Het resultaat is een compositie die minder lineair en meer plastisch is,
een stijl die direct voortkomt uit de nieuwe politieke constellatie
waarin andere ateliers en andere vormen van hoflijke representatie dominant worden.

DSC05588 01 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotivsteleDerFamilieYanChinaNördlicheQiDynastyDatiert557KalksteinGeschenkEduardVonDerHeydtRCH116

Zone direct boven de Boeddha‑groep

Boven de Boeddha‑groep ligt een brede, informele zone
met twee figuren die ieder in een eigen nis zitten:

DSC05588 02 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotivsteleDerFamilieYanChinaNördlicheQiDynastyDatiert557KalksteinGeschenkEduardVonDerHeydtRCH116

links een figuur op een lotustroon onder een baldakijn,
met iets opvallends om de hals dat doet denken aan een soort doek;
en rechts een figuur in een klein paviljoentje met een waaier in de hand
en een duidelijke V‑vorm in de hals van zijn kleding, misschien een kraag.

DSC05588 05 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotivsteleDerFamilieYanChinaNördlicheQiDynastyDatiert557KalksteinGeschenkEduardVonDerHeydtRCH116

Daartussen staat een centrale groep van drie zittende en vijf staande figuren.
Alle drie de zittenden en vier van de vijf staanden hebben een kaal hoofd;
de enige met haar is de vrouw, die bovendien een kralenketting draagt
en een voorwerp in haar hand houdt.
Eén van de kaalhoofdigen heeft een opvallend grote hand,
en in totaal drie figuren hebben een aureool.

DSC05588 03 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotivsteleDerFamilieYanChinaNördlicheQiDynastyDatiert557KalksteinGeschenkEduardVonDerHeydtRCH116

Ondanks deze verschillen vormen ze samen een losse, niet‑rituele scène
met een informele uitstraling, vrij van strakke regels
en in een begin van perspectief uitgewerkt.

DSC05588 04 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotivsteleDerFamilieYanChinaNördlicheQiDynastyDatiert557KalksteinGeschenkEduardVonDerHeydtRCH116

Boven deze open zone staat, in een volledig omkaderde nis,
nog één afzonderlijke figuur onder een boom waarvan
de naar voren geschoven voet op een lotus rust.

DSC05588 06 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotivsteleDerFamilieYanChinaNördlicheQiDynastyDatiert557KalksteinGeschenkEduardVonDerHeydtRCH116 ZoneOpZich

Dit alles is binnen hetzelfde kader weergegeven.
Deze figuur vormt een kleine zone op zichzelf,
duidelijk gescheiden van de groep eronder.

Draken die bijna een Escher‑tekening lijken

DSC05584 02 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotivsteleDerFamilieYanChinaNördlicheQiDynastyDatiert557KalksteinGeschenkEduardVonDerHeydtRCH116

Als je de stele van voren bekijkt, lijkt het alsof er twee grote draken bovenaan staan:
één links en één rechts, elk met een kronkelend lichaam dat de bovenrand omlijst.
Maar zodra je de stele van opzij ziet, gebeurt er iets verrassends:
daar verschijnen drie drakenkoppen naast elkaar,
alsof de steenhouwer meerdere wezens in dezelfde ruimte heeft verstopt.

DSC05585ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotivsteleDerFamilieYanChinaNördlicheQiDynastyDatiert557KalksteinGeschenkEduardVonDerHeydtRCH116

Noordelijke‑Qi‑kunstenaars hielden ervan
om meerdere aanzichten tegelijk weer te geven. Ze combineerden:
het frontale gezicht (voor de symmetrie),
het zijaanzicht (voor de expressieve koppen),
en soms het drie‑kwart aanzicht (voor dynamiek en beweging).

Daardoor lijken de draken in elkaar te schuiven,
alsof hun lichamen en koppen door elkaar heen kronkelen.
Het resultaat is een soort visuele puzzel:
van voren zie je twee draken, maar van opzij zie je dat hun vormen overlappen,
verdubbelen en soms zelfs meer koppen tonen dan je verwacht.

Ook de ledematen dragen bij aan dat effect.
Wat op de ene plek een poot lijkt, ziet er elders uit als een vleugel of een vin.
Qi‑draken zijn geen natuurgetrouwe dieren, maar fantasie‑wezens
die bestaan uit klauwen, spiralen, schubben en vleugelachtige vormen
die vrij over elkaar heen bewegen.

Door al die overlappende lijnen, kronkelende lichamen en meervoudige koppen
ontstaat een beeld dat bijna Escher‑achtig is:
een draak die tegelijk van voren, van opzij en van boven lijkt te bestaan.
Het is een spel met perspectief, beweging en vorm
— en precies dat maakt de drakenzone
tot de meest uitbundige en virtuoze laag van de hele stele.

Afronding

Stele RCh 116 volgt de typische opbouw van een Noordelijke‑Qi‑stele
uitzonderlijk nauwkeurig.
Van onder naar boven ontvouwt zich een wereld die van het aardse
naar het hemelse beweegt:
een levendige narratieve onderzone met figuren, dieren en objecten;
daarboven de formele Boeddha‑zone;
vervolgens een informele bovenwereld met monniken, leken en een vrouw,
geflankeerd door twee figuren in eigen nissen;
nog hoger een afzonderlijke figuur in een volledig omkaderde nis,
met één voet op een lotus en een boom binnen hetzelfde kader;
en tenslotte de uitbundige draken die de stele bekronen.

Op de achterkant staan meer dan tachtig namen van een groep schenkers
die zich hadden verenigd om de stele te laten maken.
Door de combinatie van deze volledig uitgewerkte vijf‑lagen‑structuur aan de voorzijde
en de omvangrijke donorinscriptie aan de achterzijde
sluit RCh 116 niet alleen aan bij de standaardstructuur van een Qi‑stele,
maar belichaamt zij die structuur op een bijna ideaaltypische manier.


Benin: de Teruggave en de Tien Stemmen 4

DSC09607 01 BackTo Benin

Vandaag ruimte voor nog een paar hedendaagse stemmen.

DSC09663DeFundatieBackToBeninFavourJonathanUkhurhe2025StainlessSteelAndBronze

De Fundatie, Back to Benin, Favour Jonathan, Ukhurhe, 2025, stainless steel and bronze.

DSC09664DeFundatieBackToBeninFavourJonathanUkhurhe2025StainlessSteelAndBronzeDSC09665DeFundatieBackToBeninFavourJonathanUkhurhe2025StainlessSteelAndBronzeDSC09666DeFundatieBackToBeninFavourJonathanUkhurhe2025StainlessSteelAndBronzeTxt


DSC09667DeFundatieBackToBeninTaiyeIdahorAmenze(WadeInTheWaterSerie)2025PigmentImageTransferOnCottonFabric

Taiye Idahor, Amenze, (Wade in the water-serie), 2025, pigment and image transfer on cotton fabric.

DSC09668DeFundatieBackToBeninTaiyeIdahorAmenze(WadeInTheWaterSerie)2025PigmentImageTransferOnCottonFabricDSC09669DeFundatieBackToBeninTaiyeIdahorAmenze(WadeInTheWaterSerie)2025PigmentImageTransferOnCottonFabricDSC09670DeFundatieBackToBeninTaiyeIdahorAmenze(WadeInTheWaterSerie)2025PigmentImageTransferOnCottonFabricTxtBadTranslation

De vertaling van het Engels naar het Nederlands is op zijn zachts gezegd incompleet. Misschien iets voor de directeur van De Fundatie en de curator om nog eens over na te praten bij de evaluatie.


DSC09671DeFundatieBackToBeninAbrahamOnoriodeOghobaseOnceKnownAndLongForgotten ContoursOfPersistence2025InstallationWithWallpaperInkjetPrintsOnFibrePaperDSC09672DeFundatieBackToBeninAbrahamOnoriodeOghobaseOnceKnownAndLongForgotten ContoursOfPersistence2025InstallationWithWallpaperInkjetPrintsOnFibrePaperDSC09673DeFundatieBackToBeninAbrahamOnoriodeOghobaseOnceKnownAndLongForgotten ContoursOfPersistence2025InstallationWithWallpaperInkjetPrintsOnFibrePaperDSC09677DeFundatieBackToBeninAbrahamOnoriodeOghobaseOnceKnownAndLongForgotten ContoursOfPersistence2025InstallationWithWallpaperInkjetPrintsOnFibrePaperDSC09678DeFundatieBackToBeninAbrahamOnoriodeOghobaseOnceKnownAndLongForgotten ContoursOfPersistence2025InstallationWithWallpaperInkjetPrintsOnFibrePaperDSC09679DeFundatieBackToBeninAbrahamOnoriodeOghobaseOnceKnownAndLongForgotten ContoursOfPersistence2025InstallationWithWallpaperInkjetPrintsOnFibrePaperDSC09680DeFundatieBackToBeninAbrahamOnoriodeOghobaseOnceKnownAndLongForgotten ContoursOfPersistence2025InstallationWithWallpaperInkjetPrintsOnFibrePaperDSC09681DeFundatieBackToBeninAbrahamOnoriodeOghobaseOnceKnownAndLongForgotten ContoursOfPersistence2025InstallationWithWallpaperInkjetPrintsOnFibrePaperDSC09682DeFundatieBackToBeninAbrahamOnoriodeOghobaseOnceKnownAndLongForgotten ContoursOfPersistence2025InstallationWithWallpaperInkjetPrintsOnFibrePaperDSC09683DeFundatieBackToBeninAbrahamOnoriodeOghobaseOnceKnownAndLongForgotten ContoursOfPersistence2025InstallationWithWallpaperInkjetPrintsOnFibrePaperTxt

Abraham Onoriode Oghobase, Once known and long forgotten: Contours of persistence, 2025, installation with wallpaper, inkjet prints on fibre paper.


DSC09685DeFundatieBackToBeninMinneAtairuApollo18-0000000557 20253dPrintedBronzeAndCopperInfusedSculptureDSC09686DeFundatieBackToBeninMinneAtairuApollo18-0000000557 20253dPrintedBronzeAndCopperInfusedSculptureDSC09687DeFundatieBackToBeninMinneAtairuApollo18-0000000557 20253dPrintedBronzeAndCopperInfusedSculpture

Minne Atairu, Apollo 18-0000000557, 2025, 3d-printed, bronze and copper infused sculpture.

DSC09688DeFundatieBackToBeninMinneAtairuApollo18-0000000557 20253dPrintedBronzeAndCopperInfusedSculpture


Motel, Money, Murder and Madness in handwriting

IMG_9293StedelijkMuseumBredaAnnaLangeSidewayScenery

Als ik om me heen luister en in de media vooral kijk,
dan lijkt het alsof veel mensen terugverlangen
naar ‘de goede, oude tijd’, naar vroeger.
Voor veel mensen zijn dat de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw.

De wereld was toen nog eenvoudig.
Je wist wat goed was en wat slecht.
Nederland was hoofdzakelijk mannelijk en wit.
Wie dat niet was, kende haar of zijn plaats.

Zelf hoop ik iemand te zijn die zich goed kan vinden in het motto:

“I can’t understand why people are frightened of new ideas.
I’m frightened of the old ones.”

Zoals John Cage, de Amerikaanse componist, zei.

Maar misschien idealiseer ik mijn eigen openheid.
Want veranderingen zijn moeilijk; ze gaan snel, steeds sneller.
Dat roept vragen op die tijd nodig hebben.

Afgelopen week zag ik een kleine tentoonstelling in het Stedelijk Museum Breda
– een halve zaal en een inloopkast -.
Het werk is van de Brabantse kunstenaar Anna Lange.

Het zette me aan het denken:

Het dorp uit de jeugd van Lange bestaat niet meer.
Het huis, de tuin, de omgeving, waar ze goede herinneringen aan heeft,
is weg door een vuilnisbelt en een snelweg.

Zelf schrijft ze:

Toen ik nog een kind was veranderde door de aanleg van een snelweg de hele leefwereld radicaal. De familiegrond werd doormidden gesneden: boerderijen verdwenen voorgoed, er kwam een vuilnisbelt op het door voorouders ontgonnen land en het erf van de buren veranderde in een felverlicht bordeel.

In gedachten zie ik veel mensen nu instemmend knikken:
zo was het ook bij ons…

Ik vermoed dat er wel een klein beetje romantisering
in het verhaal van Lange zit:
‘op het door voorouders ontgonnen land’.
Die zin is wel erg bedacht.

De verrassing kwam voor mij toen ik naar haar werk keek.
In haar teksten klinkt soms nostalgie,
maar haar werk zelf verheerlijkt het verleden niet
— en het veroordeelt het nieuwe evenmin.
Ze onderzoekt vooral wat er schuurt in dat nieuwe.

Ze gebruikt de beeldtaal van de ‘nieuwe tijd’ uit haar verhaal:
de snelweg, neon, schillen en zand, hectometerpaal.
Ze schept geen dromerige Bob Ross-landschappen
maar wel dromerig filosofische decors.

Lange afficheert zich naar mijn smaak te opvallend met haar iconen:
Lou Reed, AFT van der Heyde of Kiefer.
Dat leidt af van de vragen die ze de toeschouwers wil stellen.
Daar had ik mijn handen al vol genoeg mee.

IMG_9285StedelijkMuseumBredaAnnaLangeSidewaySceneryTxtIMG_9275StedelijkMuseumBredaAnnaLangeSidewaySceneryAlledaagsInBrons2026MessingOlieverfIMG_9276StedelijkMuseumBredaAnnaLangeSidewaySceneryAlledaagsInBrons2026MessingOlieverfTxtIMG_9277StedelijkMuseumBredaAnnaLangeSidewaySceneryGroteWeegbreeWhiteMan'sFootstepMessingOlieverf


IMG_9278StedelijkMuseumBredaAnnaLangeSidewaySceneryGroteWeegbreeWhiteMan'sFootstep2026MessingOlieverf

Stedelijk Museum Breda, Anna Lange, Sideway Scenery, Grote weegbree – White man’s footstep, 2026, messing, olieverf.


IMG_9280StedelijkMuseumBredaAnnaLangeSidewaySceneryIIIFirstCameFireThenCameLightThenCameFeelingThenCameSight

Anna Lange, Sideway Scenery III, First came fire, then came light / Then came feeling, then came sight.

IMG_9287StedelijkMuseumBredaAnnaLangeSidewaySceneryIIIFirstCameFireThenCameLightThenCameFeelingThenCameSightIMG_9288StedelijkMuseumBredaAnnaLangeSidewaySceneryIIIFirstCameFireThenCameLightThenCameFeelingThenCameSight


IMG_9281StedelijkMuseumBredaAnnaLangeSidewayScenerySerieBlindspotBlindSpotN638OlieverfOpLinnenIMG_9288StedelijkMuseumBredaAnnaLangeSidewayScenerySerieBlindspotBlindSpotN638OlieverfOpLinnenTxt

Anna Lange, Sideway Scenery, serie ‘Blindspot’, Blindspot N638, olieverf op linnen.


IMG_9290StedelijkMuseumBredaAnnaLangeSidewaySceneryIInstallatieTweeHazenNeonChalonstok

Anna Lange, Sideway Scenery I, installatie met twee hazen, neon, chalonstok.

IMG_9292StedelijkMuseumBredaAnnaLangeSidewaySceneryIInstallatieTweeHazenNeonChalonstokMotelMoneyMurderMadnessIMG_9287StedelijkMuseumBredaAnnaLangeSidewaySceneryIInstallatieTweeHazenNeonChalonstokMotelMoneyMurderMadnessTxt


IMG_9283StedelijkMuseumBredaAnnaLangeSidewaySceneryRegisteredTrademark2016InstallatieNeonElandschedel

Anna Lange, Sideway Scenery, Registered Trademark, 2016, installatie met neon, elandschedel.

IMG_9287StedelijkMuseumBredaAnnaLangeSidewaySceneryRegisteredTrademarkInstallatieNeonElandschedelTxt


Benin: de Teruggave en de Tien Stemmen 3

DSC09607 03 BackTo Benin

De tentoonstelling is verdeeld over 2 verdiepingen.
Beneden bevindt zich vooral de introductie van de restitutie
en wordt de geschiedenis van de Britse plundering
van Benin City in 1897 uitgelegd.
De stemmen die in dit bericht aan het woord komen
tref je daar ook aan.

DSC09618DeFundatieBackToBeninPhilOmodamwenChainedForLoyalty2023Brass(Bronze)CastUsingLostWaxProcess

De Fundatie, Back to Benin, Phil Omodamwen, Chained for Loyalty, 2023, brass (bronze) cast using the lost-wax process.

DSC09619DeFundatieBackToBeninPhilOmodamwenChainedForLoyalty2023Brass(Bronze)CastUsingLostWaxProcess Detail

Phil Omodamwen (Benin City) werkt binnen een lange familietraditie
van bronsgieters.
Voor deze tentoonstelling maakte hij twee nieuwe bronzen sculpturen
die verwijzen naar de gebeurtenissen van 1897,
toen het koninklijk paleis van Benin werd geplunderd
en Oba Ovonramwen door de Britse troepen werd afgezet.

Het eerste werk verbeeldt het moment
van de gevangenneming van Oba Ovonramwen.
Het tweede toont zijn gedwongen reis naar Old Calabar,
waar hij in ballingschap werd gehouden.
Deze reis is een terugkerend onderwerp binnen de Benin‑kunst
en werd ook eerder door Omodamwens vader, chief Osaize Omodamwen,
in brons uitgewerkt.
Met zijn eigen interpretaties sluit Phil Omodamwen aan
bij deze familietraditie en bij de bredere visuele herinnering aan 1897.


DSC09622DeFundatieBackToBeninChiefOsaizeOmodamwenObaOvonramwen'sDeportationBoat1997Brass(Bronze)CastUsingLostWaxProcess

Chief Osaize Omodamwen, Oba Ovonramwen’s deportation boat, 1997, brass (bronze) cast using the lost-wax process.


DSC09625DeFundatieBackToBeninNasleepVanDeInvasieTxtDSC09626DeFundatieBackToBeninLeoAsemotaAgentsOfTheUnion20083DigitalChromogenicPrintsInArtists'CharredTimberFrames VideoFrame

Beeld van de video van Leo Asemota ‘Agents of the Union’ waarin te zien is hoe op de plaats van de viering van Victoria’s regeringsjubileum de plundering van Benin City wordt herdacht. Het kunstwerk omvat de performance, de video en een serie foto’s.

DSC09627DeFundatieBackToBeninLeoAsemotaAgentsOfTheUnion20083DigitalChromogenicPrintsInArtists'CharredTimberFrames

Leo Asemota, Agents of the Union, 2008, Three digital chromogenic prints in artists’ charred timber frames.

DSC09629DeFundatieBackToBeninLeoAsemotaAgentsOfTheUnion20083DigitalChromogenicPrintsInArtists'CharredTimberFrames Detail

Eén van de drie foto’s van Leo Asemota.