Nag Hammadi

Een paar weken geleden raadde Jan Bosch ons op de
open dag van de Stichting Handboekbinden een reeks boeken aan.
Een van die boeken heb ik gekocht en hoofdstuk 1 heb ik gelezen.
Het gaat om J.A. Szirmai, The archaeology of medieval bookbinding.
Dit eerste hoofdstuk gaat vooral over de codexen (boeken) die
gevonden zijn bij Nag Hammadi.
Boeken die samen met vondsten op andere plaatsen, bekend staan
als de oudste, overlevende codexen.
13 Boeken gevonden in 1945 in Egypte.
Er zijn oudere bladen of fragmenten bekend.
Soms wel uit de 2e eeuw na Christus.
Maar deze ‘complete’ boeken zijn uit 3de of 4de eeuw.
Eigenlijk is alles wat je er verder over zegt onderwerp
van discussie: hoe ze gevonden zijn, het scheiden van de
bindingen van de tekstblokken, de vinders, de originele vindplaats,
en dan de inhoud.
Het meeste is op zijn minst verstoord en er gaan wilde verhalen
de ronde over de inhoud. Met titels als ‘Gebed van de apostel Paulus’,
‘Geheime boek van Jacobus’ en ‘Evangelie der Waarheid’ (om er
maar een paar te noemen), hebben allerlei speculanten
alle ruimte om er de grootste onzin over te roepen.

NagHammadiCodicesInTheirOriginalStateSgortlyAfterDiscoveryIn1945

Dit is een foto van de Nag Hammadi boeken kort na hun ontdekking. De publicatie van de foto vond 4 jaar na de vondst plaats door Doresse en Mina. De eerstvolgende die iets van de codexen kan onderzoeken (5 boeken) is Van Regemorter in 1955 en 1960. In 1961 wordt voor het eerst een schets van de binding gepubliceerd door Doresse. Tussen 1972 en 1977 verschijnt dan een facsimile editie.


Szirmai richt zich gelukkig op de binding emn doet dat
als een archeoloog. Dus alleen feiten tellen.
In het eerste hoofdstuk wordt de volgende tekening opgenomen.

JASzirmaiArchaeologyOfMedievalBookbindingNagHammadiCodicesConstructionDiagramPage8

Let wel. Dat wil niet zeggen dat alle boeken zo zijn gemaakt.


In de set van 13 boeken worden 3 groepen herkend:

Groep 1:

Deze groep bestaat uit 3 boeken.

– alle drie de boeken hebben als materiaal voor de platten en de rug papyrus
en wel de twee platten en de rug uit 1 stuk;
– ze hebben geen inkeping bij de rug zoals op de tekening staat (notch);
– de leren katernstrengels zijn aan de binnenkant geknoopt;
– de sluitingsbandjes aan de kop en de staart, hebben een breed einde
dat tussen de bekleding en de papyrus zijn geplakt;
– ze hebben geen flap;
– ze zijn klein (23,5 – 24,5 cm hoog).

Groep 2 bestaat uit 4 codexen:

– ze hebben een rechthoekige flap (dus geen driehoek zoals op de tekening);
– geen achterplat van papyrus;
– ze hebben twee leren stroken, tussen de boekbekleding en de rugstrip
ter hoogte van de katernbevestiging;
– de bekleding van de omslag is vastgezet met kleine bandjes,
geknoopt aan de binnenkant;
– de katernstrengels zijn geknoopt op de rug;
– er is geen decoratie aanwezig op de bekleding.

Groep 3 is eigenlijk geen groep.
Het zijn de overige boeken die uiteenlopend van binding zijn.

In deze typering van de groepen heb ik sommige details weggelaten.
Dit overzicht dient vooral om gevoel te krijgen voor de verschillen
tussen de 13 boeken.
De beschrijving van Szirmai is fascinerend.

Van den vos Reynaerde

Omdat ik bij de Stichting Handboekbinden moest zijn om
de blokpers op te halen, kon ik gelijk mijn kopie van
‘Van den vos Reynaerde’ meenemen.

IMG_0911VanDenVosReynaerde

De Stichting Handboekbinden heeft als thema dit jaar
het middeleeuwse boek. Een uitgave van ‘Van den vos Reynaerde’
is dan helemaal op zijn plaats.

Even de geschiedenis van deze tekst van Wikipedia:

Van den vos Reynaerde, is een episch dierdicht dat geldt als een hoogtepunt in de Nederlandse middeleeuwse literatuur,
hoewel het gebaseerd is op het Latijnse dierenepos Ysengrimus.
Het telt in totaal 3469 versregels en is geschreven in het Middelnederlands.
Waarschijnlijk werd het geschreven tussen 1257 en 1271.

 

In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, is het verhaal geen fabel,
maar een epos (heldendicht) in de vorm van een dierenverhaal.
Wel is het verhaal duidelijk geïnspireerd op veel bekende fabels uit de Oudheid.

 

Het verhaal zou in de 13e eeuw zijn geschreven door een zekere Willem,
over wie in de eerste regels gezegd wordt dat hij nog iets anders gemaakt heeft,
namelijk Madocke (tegenwoordig: Madoc) (Willem die Madocke maecte; in moderne versies vaak: Willem die ook Madoc schreef).
Nog een aanwijzing is dat men bij de laatste verzen van het verhaal een acrostichon opmerkt: BI WILLEME.
Deze vermeldingen worden echter ook wel gezien als een parodie op middeleeuwse auteursprologen en slotwoorden.
Volgens Jacob van Maerlant schreef rond 1200 de Vlaamse dichter Willem van Hulst een verhaal “De reis van Madoc”,
gebaseerd op het leven van de 12e-eeuwse, Welshe troonpretendent Madoc ap Owain.
Een andere mogelijke kandidaat is Willem van Boudelo, alias Willem Corthals.

 

De wortels van het Reynaertverhaal reiken diep in het verleden, tot Aesopus en Phaedrus, de grootste fabeldichters uit de klassieke oudheid.
Een van de directe voorlopers is het omstreeks 1100 in het Latijn geschreven Ysengrimus,
een eerste grote verzameling met fabels en verhalen over dieren met daarin een wolf centraal.
De dieren hebben daar voor het eerst eigennamen.
De dichter van dat werk is vermoedelijk “Magister Nivardus”.
Waarschijnlijk was hij een clericus die zeer goed de situatie van de Sint-Pietersabdij én het religieuze leven in Gent en de wijde omgeving kende.

 

Het Middelnederlandse Reynaertverhaal is echter in hoofdzaak gebaseerd op een Frans verhaal: Le Plaid, letterlijk vertaald ‘het pleidooi’.
Dit verhaal verscheen rond 1160 en was het eerste deel van een grotere verzameling vossenverhalen:
Le Roman de Renart, geschreven door Perrout de Saint Cloude.
De Vlaamse Reynaert volgt tot halverwege de plot van Le Plaid vrij getrouw om dan met Reynaerts tweede biecht een eigen weg in te slaan.

 

Van dit dierenepos is een manuscript integraal bewaard gebleven in het Comburgse handschrift,
een codex die dateert van tussen 1380 en 1425 en afkomstig is uit het Gentse, vermoedelijk uit een kopiistenatelier.
‘Van de vos Reynaerde’ bevindt zich op de folio’s 192 t/m 232.

 

De vijf overgeleverde manuscripten zijn (in volgorde van geraamde ouderdom):

Rotterdams handschrift, perkament, Geldern-Kleef, ca. 1260-1280 (63 deels verminkte verzen, ontdekt in 1933)
Darmstadts handschrift, perkament, Nederlands Limburg, ca. 1275-1300 (287 verzen, ontdekt in 1889)
Dycks handschrift, perkament, Nedersticht/Oost-Holland, ca. 1330-1360 (3393 verzen, ontdekt in 1907)
Comburgs handschrift, perkament, Oost-Vlaanderen, begin 15e eeuw (3469 verzen, ontdekt eind 18e eeuw)
Brussels handschrift, papier, Oost-Vlaanderen, ca. 1400-1415 (369 verzen, ontdekt in 1971)

IMG_0912VanDenVosReynaerdeOorspronkelijkeTekstVolgensHetComburgseHandschriftVertalingWalterVerniers

De versie die door de Stichting Handboekbinden wordt uitgeleverd in samenwerking met Atelier De Ganzenweide bevat een hele serie prachtige illustraties. De illustraties zijn van Gustave van de Woestyne, Wim de Cock en Henri van Straten. De vormgeving was in handen van Jannie de Groot. Dat alles gesteund door het Reynaertgenootschap.


Dat heeft tot gevolg dat er voor mij een extra reden is om een
middeleeuwse boekbinding te gaan maken.
Daar moet ik nog wel even over nadenken.

IMG_0913VanDenVosReynaerdeOorspronkelijkeTekstVolgensHetComburgseHandschriftVertalingWalterVerniers

Maar als ik deze prachtige bladen zie, gaan mijn handen al weer jeuken.


IMG_E0910VanDenVosReynaerdeOorspronkelijkeTekstVolgensHetComburgseHandschriftVertalingWalterVerniers

Deze stapel wordt mijn kopie van ‘Van den vos Reynaerde’.


Wordt vervolg.

Mijn blokpers

Dit is een stuk gereedschap dat ik al heel lang
wilde hebben. Het ontbrak gewoon in mijn werkplaats.
Via de Stichting Handboekbinden kon ik deze blokpers kopen.
Daar ben ik heel blij mee.
Gisteren is hij ook direct aan het werk gezet.

IMG_0914Blokpers

Zoals je kunt zien heb ik in mijn werkplaats ook een kleine metalen boekenpers. Met deze grote houten pers heb ik dus meer mogelijkheden (formaat en dikte) en kan ik twee zaken tegelijk in de pers hebben.


IMG_0915Blokpers

Hier is de lichtval beter. Intussen zitten er de eerste twee katernen in voor de ‘Omslagband met directe strengels’.


Open Dag van de Stichting Handboekbinden

Afgelopen zaterdag was het Open Dag
bij de Stichting Handboekbinden.
We waren deze keer te gast bij de VU in Amsterdam.
Omdat ik nogal wat mensen steeds in de kramp zag
en hoorde gaan bij het nemen van foto’s heb ik
maar een paar, niet zo heel sprekende foto’s bij mijn bericht.

IMG_0719HerreDeVriesJanBoschOpkomstEnOntwikkelingVanDeCodexInDeLateOudheidEnMiddeleeuwen

Er was een lezing die precies in mijn straatje was: Jan Bosch vertelde over een lezing die eerder door Herre de Vries was samengesteld en waarvan we een afdronk kregen. ‘Opkomst en ontwikkeling van de codex in de late oudheid en middeleeuwen’. Ik zou er aan toevoegen ‘…in de westerse wereld’. Een erg interessant verhaal.


IMG_0720Literatuurlijst

Aan het eind van de lezing toonde Jan Bosch een literatuurlijst. Daar zitten een paar titels tussen die ik nog niet kende maar die ik graag wil lezen.


IMG_0726JASzirmaiTheArchaeologyOfMedievalBookbinding

Ik heb meteen de daad bij het woord gevoegd en heb het boek van J.A. Szirmai gekocht: ‘The Archaeology of Medieval Bookbinding’. Ik heb er ook al wat in gelezen en gebladerd.

 

De boekrol en mijn interesse daarvoor was al eerder op mijn blog te zien.
Het was dan ook fantastisch dat er een aantal Joodse boekrollen
te zien waren.
Bij de Estherrol werd speciaal stilgestaan.

IMG_0723DrLieveTeugensEstherrolOfMegilla

We noemen onze cultuur wel de Joods/Christelijke cultuur maar eerlijk gezegd weet ik van die Joodse cultuur niet veel. Daarom was het verhaal van dr. Lieve Teugens over de Estherrol of Megilla zo bijzonder. Zeker haar voorbeeld van de gezongen voordracht met audience participation (we mochten joelen bij het noemen van de naam van de slechterik in het verhaal) was leuk om eens mee te maken.


Er was nog veel meer op de Open Dag.
Te veel om op te noemen.

Een ding dan:
ik heb me ingeschreven voor een exemplaar van
‘Van den vos Reynaerde’ in losse katernen.
Dat wordt een van mijn volgende middeleeuwse projecten.
De uitgave wordt uitgegeven door de Stichting Handboekbinden
en is verzorgd door onder andere Rob Koch.

Tweede poging met Omslagband met lias

Vrijdagavond had ik een eerste poging gedaan
om de katernen te verbinden met de perkamenten band
zoals beschreven in het boek van Peter Goddijn:
‘Westerse boekbindtechnieken van de Middeleeuwen tot heden’.
Ik was niet blij met het resultaat.

Zaterdag kon ik een resultaat zien van een geslaagde poging
van een meer ervaren boekbindster op de Open Dag van de
Stichting Handboekbinden in Amsterdam.
Sommige dingen waren hetzelfde aan haar en mijn boekmodel maar
de binding bij haar was een stuk strakker.

Dus zondagmiddag een nieuwe poging. Minder voorzichtig als bij
de eerste poging lukte het nu veel beter. ik ben tevreden.

IMG_0729OmslagbandMetLiasTevredenMetResultaatTweedeNaaiPoging


IMG_0730OmslagbandMetLiasBoekblokPastNaTweedePogingOokGoed

Het boekblok past weer prima. Ik heb van ieder katern twee vellen weggehaald. Het aantal vellen (12) was vooral gekozen om een goede spreiding te krijgen van de gaten die gebruikt worden bij het naaien. Dat heb ik nu al bereikt. Maar minder dikke katernen past misschien beter bij deze afmetingen. Voorlopig denk ik dat dit een goede keuze is maar de tijd zal het leren.


Nu ik deze hindernis met succes genomen heb volgt de volgende.
Natuurlijk.
Het is volgens Goddijn de bedoeling het eerste blad van
het eerste katern en het laatste blad van het laatste katern
te gaan benutten als schutbladen.
Probleem daarbij is dat vocht en perkament niet goed samen gaan.
Dus moet je daar voorzieningen voor treffen.
Vandaar dat ik eerst goed ben gaan passen en meten en
de stappen me voorstel die ik moet nemen om het eerste schutblad
en de band onder de pers te krijgen.

IMG_0731OmslagbandMetLiasGelijmdeVerstevigingsstrokenNetVoorLijmenSchutblad1

Zo ga ik het lijmen. Het katern beschermen met een lijmvel.


IMG_0732OmslagbandMetLiasVoorbereidenLijmenEnPersenSchutblad1

Zo ga ik het ingelijmde schutblad en de plat tussen twee vlakke planken bekleed met bakpapier leggen. Dat kan dan in zijn geheel in de pers. Ik kan niet zoals De Haas in Goddijn beschrijft de twee platten en twee schutbladen in één keer in een pers brengen. Ik moet het een voor een doen. Als de plat met schutblad in de pers zit, waar is dan de rest van het boek?


IMG_0733OmslagbandMetLiasGeenRommeltjeMaarVoorzichtigPersenEenPlatMetEersteBladEersteKatern

Dit is niet zomaar een rommelige stapel. Hier ondersteun ik de omslagband met een boek terwijl de plat en het schutblad in de pers zitten. En nu maar drogen en hopen dat het er allemaal mooi recht uitkomt.


Klein boekje over strengels

IMG_0721KleinBoekjeOverStrengelsAstridBeckersAtelierLibri

Dit is het ‘Klein boekje over strengels’ dat Astrid Beckers van Atelier Libri maakte voor de workshop over strengels op de Open Dag van de Stichting Handboekbinden.


Wat is een strengel?
Een strengel is een smal reepje perkament dat je net
zo lang draait totdat het op een touwtje lijkt.
Het binden met strengels is een oude methode, vooral gebruikt
in archieven, om papier in te binden.
In de Nederlandse archieven (maar ook buiten Nederland) zie
je deze methode heel vaak.
In het Engels worden dit ‘tackets’ genoemd en je ziet er
voorbeelden van in bijvoorbeeld het boek ‘Limp bindings
from the Vatican Library’ van Monica Langwe.
Peter Goddijn noemt ze ‘nestels’. Het in elkaar draaien
van twee nestels noemt hij dan weer strengelen.
What’s in a name?

IMG_0722KleinBoekjeOverStrengelsAstridBeckersAtelierLibriStrengelInDeMaak01

Stuk karton met twee klemmen. Daartussen zie je het vochtig gemaakt perkament dat is opgedraaid. Door het vocht is het perkament zacht en flexibel geworden. Geklemd op het karton krijgt de strengel de kans om te drogen en daardoor weer opnieuw harder te worden.


Perkament is een redelijk hard en stug materiaal.
Daar een smalle strook van draaien is eenvoudiger als je
het perkament eerst nat maakt (Astrid Beckers) of je maakt
het vochtig met stijfsel (Peter Goddijn).

IMG_0722KleinBoekjeOverStrengelsAstridBeckersAtelierLibriStrengelInDeMaak02

Hier zie je het iets meer in detail. De bedoeling is dat het er uitziet als een koordje.


IMG_0727DeTweeUiteindenVanDeStrengelWordenAanDeBuitenkantVerstrengeldEnDanWeerNaarBinnenGevoerd

Als de strengel gedroogd is kun je het uit de klem halen en dan de eindjes zo knippen dat aan het uiteinde een soort van scherpe punt ontstaat. Prik je katern en de perkamenten omslag voor. Vervolgens steek je de strengel door een voorgeprikt gat. Dat doe je ook met het tweede uiteinde. Aan de buitenkant van je boekje kun je dan je twee uiteindes weer verstrengelen en daarna voer je de twee uiteindes weer terug je boek in.


IMG_0728DeStrengelsVerstrengeldAanDeBinnenkantVanHetBoekje

Zo ziet dat er dan aan de binnenkant uit. Hierop kun je allerlei varianten toepassen.


IMG_0734BoekjeOverStrengelsAstridBeckersAtelierLibri

Omdat de instructrice vertelde dat je perkament ook kunt schilderen heb ik dat, thuis gekomen, meteen geprobeerd.


IMG_0735StrengelsJeKuntDusVervenOpPerkament

Ool de strengel zelf heb ik geverfd. Perkament blijft werken. Dus ik weet niet hoelang de verf op de strengels blijft zitten. Vooral omdat het boekje op dit moment onder bewaar ligt.Maar als de verf goed blijft zitten kun je de strengels natuurlijk ook na het drogen een kleur geven. Met alle mogelijkheden die dat weer oplevert.


Een heel geslaagde workshop op een verder prima
Open Dag waar ik weer veel geleerd heb.
De workshop komt op een geweldig moment omdat mijn
volgende Peter Goddijn project de
‘Omslagband met directe strengeling’ wordt.

Boekbinden op vrijdagavond

Het blijkt dat mijn hosting partner nog een andere methode heeft
om foto’s naar de site te brengen.
Het werkt nog niet vlekkeloos maar het werkt.
Daarom kan ik jullie laten zien hoe ik vrijdagavond de perkamenten
band vanonder bezwaar heb gehaald en het boekblok aan de boekband
heb kunnen rijgen.

IMG_0712OmslagbandMetLiasBandGoedOnderBezwaarUitgekomen

De band kwam prima onder bezwaar uit. Het papier was ook nog even in de boekenpers gegaan. Niet om het helemaal af te persen maar om het een beetje ‘te bedwingen’. Maar dat betekent dat het toch gelukt is om de omslagen aan de band te maken. Gisteren mijn ervaringen nog besproken op de Open Dag van de Stichting Handboekbinden. Daar hoor ik vergelijkbare ervaringen. Dus ik zit op de goede weg.


IMG_0713OmslagbandMetLiasVoorprikkenMetMal

Peter Goddijn beschrijft een methode waarbij het prikken van de gaten in de verstevigingsstroken en de perkamenten boekband plaatsvindt vanuit de voorgeprikte gaten in de katernen. Dat kan best werken maar voor een eerste uitvoering ga ik toch te werk met een mal. Met de mal prik ik de gaten voor, langs de binnen- en buitenkant, in de verstevigingsstroken en de band (die aan elkaar gelijmd zijn bij mij. Dat levert een goed beeld op aan de buitenzijde. Ik heb het zo precies mogelijk gedaan zodat de gaten in de katernen overeenkomen met die in de band.


IMG_0714OmslagbandMetLiasAlleGatenVoorgeprikt

Hier zie je dat. Je kunt zowel de gaten in de katernen als in de boekband zien. Overigens is dit de werkwijze die Goddijn zelf ook beschrijft bij het volgende model in zijn boek: 3.2 Omslagband met directe strengeling.


IMG_0715OmslagbandMetLiasNietOpNaaibankjeWelDraadVastgeplakt

Dan begint het rijgen of inbinden. Achteraf kan ik zeggen dat het niet meeviel. Ik heb maar vier katernen maar het perkament is veel minder soepel en werkt minder mee dan gehoopt.


IMG_0717OmslagbandMetLiasGarenNietStrakGenoeg

Dit is het resultaat. Misschien voor een eerste keer voldoende maar ik heb besloten het garen uit het boek te halen en het opnieuw in te binden. Dit moet beter kunnen. Misschien ben ik wat te voorzichtig geweest. Bang om het garen strakker te trekken en daarbij het perkament te beschadigen.


IMG_0718OmslagbandMetLiasFormaatKlopt

Maar het boekblok (dat ik toch nog even bijgesneden had aan de voorzijde voor het inbinden) past mooi in de band. Daar ben ik tevreden over. De perkamenten wordt misschien wat open gedrukt door de dikte van het papier. Nu ik de binding nog een keer opnieuw ga doen ga ik proberen of dit beter kan als ik de katernen in omvang terugbreng van 12 naar 11 of 10 bladen. Maar eigenlijk denk ik dat ook zonder deze afslanking de band prima gaat passen. Ik moet de ‘schutbladen’ nog gaan bevestigen aan het perkament. Bij het boekmodel dat ik op de Open Dag van de Stichting Handboekbinden heb gezien ontbrak die laatste stap. Ik ben de maakster vergeten te vragen waarom ze die stap niet heeft uitgevoerd.


Wordt vervolgd.