De laatste kunstvaria voor 2009


Andy Harper, Towards a new psychology, 2006.

Ik zou van deze stijl geen kamer vol moeten hebben.
Maar soms zijn ze erg geslaagd.
Hier betreft het een olieverf-werk maar je ziet deze stijl
ook veel in de videokunst.


Attributed to Giacomo Cozzarelli, Pieta with St. Giovanni and Maria Magdalena, the artist lived from 1453 – 1515.

We zwieren door de tijd vandaag
met een extra lange kunstvaria.
22 werken!
Waarvan slechts 2 van een en dezelfde kunstenaar zijn.
Dit werk is waarschijnlijk van Giacomo Cozzarelli.


Attributed to the Persephone Painter, Helen and Menelaos at the sack of Troye / Youth departing, 440 – 420 BCE.

Ook Wikipedia biedt niet veel als het er om gaat te achterhalen wie of wat
nu precies de Persephone Painter is:

The Persephone Painter, working from about 475 to the 425 BCE, is the pseudonym of an ancient Attic Greek vase-painter, named by Sir John Beazley after investigating a red-figure bell-krater vase of the artist’s work. This namepiece of the Persephone Painter currently resides at the Metropolitan Museum of Art in New York City. The subject matter includes a mythological scene of the return of Persephone from Hades.The Persephone Painter is known for his close relationship to the Achilles Painter, through whose workshop the Persephone Painter passed.There are currently 26 works attributed to the Persephone Painter and these include both large and small vases.

Het is duidelijk dat men in de oudheid zijn werk niet ondertekende.
Soms herkennen wetenschappers in een aantal anonieme werken
dezelfde maker.
Dan krijgt die maker vaak de naam van zijn ‘belangrijkste’ werk.
Hier gaat het om een Griekse vazenschilder.
Sir John Beazley heeft hem deze naam gegevennaar aanleiding van een scene op een van zijn werken:
de terugkeer van Persephone van de Hades (onderwereld).
Volgens de kenners is zijn werk verwant aan dat van de Achilles Painter.
Er wordt aangenomen dat de Persephone Painter les kreeg
in het atelier van de Achilles Painter.
Er schijnen 26 vazen, groot en klein, met beschilderingen van zijn hand
bekend te zijn.
De ‘sack of Troye’ staat in het Nederlands voor het verlies van de stad Troye.


Edward Hopper, Cap Cod morning, 1950.


Emil Nolde, Blumgarten, 1917.

Prachtig!
Maar met een heel triest verhaal van gestolen Nazi-kunst
dat pas dit jaar tot een oplossing is gekomen.


George Segal, Dumpster, 1994.

Deze moderne kunstenaar maakt in een museum vaak
driedimensionale replica’s van situaties uit het hedendaagse leven.
Hier een huisvuil verzamelpunt.
Mooie omschrijving voor vuildumpplaats.


Giovanni Francesco Barbieri (ook wel Guercino genoemd), David with Goliath’s Head, 1617.


Gustave Courbet, The gust of wind, 1865.

Een zucht van de wind.


Joao Castilho, naam van het werk bij mij niet bekend.

Ik ben niet zo’n liefhebber van mensen die foto’s
gaan bewerken met kleur of er een collage van maken.
In dit geval echter vind ik het heel geslaagd.


Joaquin Sorolla, Cosiendo la vela, 1896.

‘Cosiendo la vela’ betekent denk ik ‘het naaien van het zeil’.


Joe Feddersen, Stealth, 2006.


Lucian Freud, Double portrait, 1980 – 1990.


Lucio Fontana, Concetta spaziale, Sole in Piazza San Marco, 1961.


Maurice de Vlaminck, Tugboat on the Seine, Chatou, 1906.

Een duw- of trekboot op de Seine.


Mick Rock, Queen, 1974.


Pablo Picasso, Woman in a peplos, 1923.


Patrick Wilson, Pepper jelly (Slow food), 2009.

Op een tentoonstelling met de naam Slow Food,
dat verwijst naar een beweging in de kookkunst
die terug gaat op oorspronkelijke smaken en bereidingswijzes van eten.
Op die tentoonstelling hangt ook dit werk
waarmee men probeert de waardering voor abstracte kunst
een nieuwe impuls te geven.


The Nuremberg Mahzor, 1331.

Ook hier biedt Internet weer uitkomst (Reformatorisch Dagblad):

De Neurenberg Mahzor
Dit is een uit de middeleeuwen daterende codex (boek)
met de hand geschreven gedichten en gebeden
voor het hele Joodse jaar en de levenscyclus.
In het laboratorium is een halfjaar lang aan de restauratie gewerkt.
De Neurenberg Mahzor dateert uit augustus 1331.
De beschermheer, Jozua, de zoon van Isaak,
bestemde het boek oorspronkelijk voor particuliere studie
en gebruik in de synagoge.
Het 26 kilo wegende manuscript heeft zijn naam te danken
aan de stadsbibliotheek van Neurenberg,
waar het tot het begin van de negentiende eeuw bewaard werd.
Het boek is niet helemaal compleet.
Elf van de 528 bladen werden uit het boek getrokken
door waarschijnlijk soldaten van het napoleontische leger.
Van de missende bladen doken er honderd jaar later weer vijf op in Frankfurt.
Vier ervan werden in de jaren dertig van de vorige eeuw
gekocht door de Duits-Joodse zakenman,
uitgever en boekverzamelaar Salman Schocken.
In 1951 wist Schocken het hele boek in bezit te krijgen
in het kader van de naoorlogse restitutie van eigendommen
die in de Tweede Wereldoorlog verloren gingen.
Gedurende meer dan vijftig jaar verbleef het gebedenboek
in het Schocken Instituut in Jeruzalem.
Daar was het niet toegankelijk voor het publiek.
Nu wordt het getoond op een tentoonstelling.


Tullio Crali, Le forze della curva, 1930.


Vasily Kandinski, Dominant curve (Courbe dominante), april 1936.


Xavier Veilhan, The architects’ model, 2009.


Xavier Veilhan, The large carriage, 2009.


 

Tafelberg, Kaapstad, Zuid Afrika

Heel af en toe krijg ik werk toegezonden en die laat ik dan
op mijn weblog zien.
Al eerder ontving ik werk van Jack Gravemaker.
Hij is een soort gastcorrespondent voor deze web log.
Al een tijd geleden (eind september) stuurde hij me de volgende afbeelding.
Door drukke omstandigheden is er toen niets van gekomen
maar nu op de valreep van het nieuwe jaar, dan toch nog.





Jack Gravemakers, zie zijn toelichting hieronder.





Hier heeft U een tekening van mijn hand.
Dit was het strandje in Table Vieuw
MET ZICHT OP DE TAFELBERG
te Kaapstad, Zuid-Afrika.
Ongeveer 5 minuten van het huis van mijn ouders
(waar ik met mijn ouders in 1963 woonde).
En zoals U ziet komt hier de naam vandaan.
Het is eerst met potlood gemaakt
en toen met inkt en daarna met waterverf.
– Table Mountain South-Africa –


The big picture

Er is een web site met de naam The Big Picture.
Onregelmatig, maar steeds meerdere malen per maand,
zijn daar series foto’s te zien van een hele hoge kwaliteit.
Uit de series van afgelopen maanden koos ik een paar foto’s
uit een serie van National Geographic.
Deze zijn van verschillende fotografen.
Daarnaast enkele uit een serie gemaakt in India.
In Pushkar om precies te zijn.
Daar wordt jaarlijks een grote kamelenmarkt gehouden.
De zogenaamde Pushkar Fair of Pushkar Mela.
Daar maakte in oktober 2009 Kevin Frayer een serie foto’s.
Enkele zie je hieronder.





Cesare Naldi, Nazroo (de verzorger) and elephant Rajan.






Michael Johnson.






Mike Matas.






Peter Allinson.






Kevin Frayer, A camel herder, Pushkar Mela 2009.


Een kamelenherder.





Kevin Frayer, Contestant J.S. Chounan, Pushkar Mela 2009.


Deelnemer J.S. Chounan.
Op de markt wordt een wedstrijd gehouden voor de man
met de langste snor. Dit is een van de deelnemers.
Hij won met zijn snor van 3.25 meter.





Kevin Frayer, een dans.





Kunstvaria

Misschien de laatste kunstvaria van 2009,
hoewel dat nog niet helemaal zeker is.
Petroglieven uit Utah zijn sterk vertegenwoordigd.
Geniet!





Caspar David Friedrich, Evening landscape with two man, 1830 – 1835.






Johan Bartold Jongkind, Scene in maanlicht, 1866.






John Singer Sargent, The daughters of Edward Darley Boit, 1882.






Joseph Aderson, Point of view (detail).






Kim Chavez, The outlook.






Paul Cezanne, Mont Sainte Victoire seen from the Bibemus Quarry, circa 1897.






Unknown Anthropomorph petroglyph, Nine Mile Canyon, Utah.



Unknown, Long neck sheep, petroglyph, Nine Mile Canyon, Utah.






Unknown, Nine Mile Canyon, Utah, 12 december 2008.






Vincent van Gogh, Le Cafxc3xa9 de Nuit (The night cafxc3xa9), 1888.





Liu Xiaobo

Voor mij is het moeilijk te bepalen hoe onafhankelijk berichtgeving is
over een dissident als Liu Xiaobo.
Ik heb dit jaar een heel goed en prettig verblijf in China
mee mogen maken (zoals uit mijn web logs daarover
zal gaan blijken), maar kan toch moeilijk bepalen
hoe de vork nu precies in de steel zit.
Dit artikel van het Belgische tijdschrift Knack
lijkt me in ieder geval heel geinformeerd.


Chinese dissidente schrijver Liu Xiaobo
tot 11 jaar veroordeeld


Knack.be, 25/12/2009 11:00

‘De kip doden om de aap aan het schrikken te brengen.’
Volgens dat Chinese gezegde werd
de Chinese dissidente auteur Liu Xiaobo
vandaag in Peking tot een draconische straf van 11 jaar veroordeeld.

‘Het is beslist niet geruststellend dat de rechtbank
van plan is om het vonnis op Kerstmis bekend te maken.
Ze hopen dat de aandacht van de wereld
niet op hen gericht zal zijn,’
aldus het Amerikaanse PEN-centrum
over de Chinese autoriteiten die de aandacht willen afleiden
van de veroordeling van Liu Xiaobo,
China’s bekendste politieke dissident
en gewezen voorzitter van de Chinese PEN-club.

Liu Xiaobo, die op 28 december 54 jaar wordt,
is een schrijver en essayist die in de jaren negentig
als literatuurprofessor werd ontslagen
omdat hij opkwam voor de burgerrechten
en de vrijlating van de politieke gevangenen in China.
Hij bracht 15 jaar in de gevangenis en drie jaar in een werkkamp door.

Afgelopen woensdag verscheen Liu Xiaobo
na een jaar voorarrest weer voor een Chinese rechtbank.
Zijn proces achter gesloten deuren duurde minder dan drie uur.
Vandaag werd hij tot 11 jaar opsluiting veroordeeld
omdat hij bijgedragen zou hebben
tot de ondermijning van de Chinese staat.
Die beschuldiging steunt op de inhoud van zes essays
die hij op het internet heeft geplaatst.
Hij schreef er bijna 500 sinds 2005.

In feite neemt de Chinese dictatuur
vooral Liu Xiaobo’s rol in de oprichting van Charta 08 kwalijk,
een document waarin politieke vrijheden voor de Chinezen
en een democratische hervorming
van de politieke dictatuur in China wordt gexc3xabist.
Charta 08 is tijdens zijn korte bestaan op het Chinese internet
door meer dan 10.000 mensen ondertekend.

Charta 08, waarin ondermeer wordt aangedrongen
op het afschaffen van het monopolie
van de Communistische Partij
en ook van de strafwet krachtens welke Liu Xiaobo
nu werd vervolgd en veroordeeld,
werd meteen door de autoriteiten gecensureerd
toen het document eind vorig jaar
op het internet werd gepubliceerd.
Driehonderd ondertekenaars werden door de politie lastiggevallen.

Woensdag demonstreerden enkele aanhangers van Charta 08
voor de rechtbank waar het proces tegen Liu Xiaobo
zijn beslag kreeg.
Andrew Jacobs, correspondent van de ‘New York Times’
(24 december) in Peking, ontmoette een van hen:
Lei Ji, een 48-jarige werkloze arbeider,
spoorde 18 uur met de trein naar Peking
om zijn solidariteit met Liu Xiaobo te betuigen.

De verdedigers van Liu Xiaobo klagen
dat ze hun clixc3xabnt gedurende maanden niet konden zien
en dat ze pas twee weken voor het begin proces
op de hoogte werden gebracht dat het zou plaatsvinden.
Een team van diplomaten uit de EU, de VS en Canada
kreeg geen toegang tot de rechtszaal.
‘Ze zegden ons dat er geen plaatsen meer vrij waren,’
aldus werd Nicholas Weeks,
de eerste secretaris van de Zweedse ambassade,
door de New York Times geciteerd.

China-watchers menen dat de Chinese regering
minder dan ooit geneigd is om dissidenten speelruimte te geven.
Volgens de krant komt dit omdat China
een nieuw zelfbewustzijn ontleent aan zijn recordreserves
aan buitenlandse valuta en aan de toedracht dat het op dit moment
over de mondiaal veerkrachtigste economie beschikt.
Dat zou het regime nog harder en onbuigzamer
tegen politieke dissidenten doen optreden.

In een interview met ‘Human Rights in China’
(HRIC, 16 december) wordt die stelling genuanceerd
door Ding Zilin, een gepensioneerde 73-jarige professor
in de filosofie die aan het hoofd staat
van de beweging ‘Moeders van Tiananmen’.
Ding Zilin, wier 17-jarige zoon twintig jaar geleden
op het Plein van de Hemelse Vrede werd gedood,
is ervan overtuigd dat de autoriteiten Liu Xiaobo
eruit hebben gepikt om de andere ondertekenaars
van Charta 08 te intimideren.
Ze voegt eraan toe dat het regime zichzelf ondermijnt
door zo repressief op te treden: ‘Dit land is rot tot op het bot.’

De origineelste bijdrage in het debat kwam
van de bekende Chinese cyberdissidente Liu Di,
alias ‘Stainless Steele Mouse’,
die in een solidariteitsverklaring voor Liu Xiaobo
ook een proces voor zichzelf eist.
In naam van de gelijkberechtiging spreekt ze
de Chinese autoriteiten zo aan:
‘Volgens het principe van de gelijkheid voor de wet
moeten jullie mij als Liu Xiaobo’s medeplichtige
ook veroordelen, en geen selectieve rechtspraak toepassen
door een zo belangrijke criminele verdachte als ik er een ben
over het hoofd te zien.’
Ze voegt er dreigend aan toe dat Charta 08 zich spiegelt
aan het Praagse Charta 77 en aan Taiwans ‘Formosa Incident’ uit 1979:
‘De twee voorgaande campagnes zijn al gerechtvaardigd
door de geschiedenis, en dat zal ook voor Charta 08 gelden.’

Piet de Moor

Volgens Wikipedia zijn de fundamentele concepten van Charta08:

Vrijheid:
Die is de kern van alle universele rechten,
waaronder die op vrijheid van meninguiting, publicatie, geloof,
vereniging, vergadering en beweging.
Mensenrechten:
Die worden niet toegekend door de staat, maar zijn rechten
die iedereen geniet vanaf de geboorte.
De politieke rampen uit het verleden van China
zijn allemaal nauw verbonden met de veronachtzaming
van mensenrechten door de autoriteiten.
Gelijkheid:
Ieder is gelijk in economische, culturele en politieke rechten,
ongeacht sociale status, beroep, geslacht, economische situatie,
etnische herkomst, huidskleur, religie of politieke overtuiging.
Republicanisme:
xe2x80x98Samen regeren, samen in vrede levenxe2x80x99.
Het gaat om decentralisering van macht en het evenwicht van belangen,
gebaseerd op verscheidenheid en op basis van gelijkheid;
publieke zaken moeten vreedzaam worden afgehandeld.
Democratie:
De overheid wordt gekozen door het volk,
beslissingen van de meerderheid beschermen de basisrechten van minderheden.
Grondwettelijkheid:
De grondwet beschermt de vrijheden en rechten van burgers
en stelt grenzen aan de macht van de overheid.

Daar lijkt me niet zoveel tegen in te brengen.

Chinese kalligrafie

Ik heb nog nooit met een Chinees penseel me gewaagd
aan Chinese karakters.
Maar in China heb ik toch twee “mobi’s” gekocht (Chinees penseel)
met oefenpapier en inkt.
Omda ik tussen kerst en nieuwjaar vrij heb kan ik er eens mee experimenteren.
Ik volg de aanwijzingen in een boek : Chinese calligraphy made easy,
geschreven door Rebecca Yue.





De materialen opstellen.






Het openen van de kwast. De haren van de mobi zijn met gom aan elkaar geplakt. Vandaar dat ze die mooie vorm hebben als je zo’n perseel koopt. Om er mee aan het werk te gaan moet je de onderste helft van de haren even weken in koud water zodat de gom oplost.






Een nog nieuwe mobi.






De ‘geopende’ mobi.






De inkt.






Stand van zaken bij de eerste pauze.






Ik moet nog veel leren.






Daarbij helpt het als ik tot 10 kan tellen.




Cairo: Bab Zuweila

Bab Zuweila is een middeleeuwse poort in het hartje van Cairo.
Tijdens het Ottomaanse Rijk werd de poort Bawabbat al-Mitwali genoemd.
Soms wordt de naam als ‘Bab Zuwayla’ geschreven.
De poort is uit de 11e-12e eeuw.
De naam betekent: Bab= poort, Zuwayla is de naam van de Berbers
die deze poort bewaakten.

Aldus Wikipedia:

Bab Zuweila is a medieval gate in Cairo, which is still standing in modern times. It was also known as Bawabbat al-Mitwali during the Ottoman period, and is sometimes spelled Bab Zuwayla. It is considered one of the major landmarks of the city, and is the last remaining southern gate from the walls of Fatimid Cairo in the 11th and 12th century.[1] Its name comes from Bab, meaning “Gate”, and Zuwayla, the name of a troop of fearsome Berber warriors from the western desert who were charged with guarding the gate.



Tijdens onze vakantie in 2005 hebben we deze poort
en de omgeving daarvan bezocht.
Vandaag een eerste filmpje daarover.



Kersttoespraak Koningin Beatrix in Wordle

Waar ging de kersttoespraak van de koningin nu eigenlijk over?
Met Wordke krijg je daar een idee van.
Alle veelvoorkomende woorden als ‘de’, ‘het’ en ‘een’ worden weggelaten.
Vervolgens wordt op basis van het aantal malen dat een woord voorkomt
een gewicht aan dat woord gegeven.
Dat wordt vervolgens vertaald in kleur en grootte.
Dit is het resultaat:





Wordle van de Kersttoespraak van 2009 van Koningin Beatrix.





Suikerfabriek / CSM in de sloop

Gistermiddag een paar foto’s gemaakt
van de sloop van de Suikerfabriek in Breda.
Je kunt helaas alleen maar van heel ver af foto’s maken.
Het terrein is helemaal afgezet met containers en staal.





Bijna vanaf de Lunetstraat.






Vanaf het Spinveld.












Vanaf het centrum gezien. Zie de bergen puin op de voorgrond





Duran-Madonna

Gisteren al werd ik gewezen op een fout in mijn log van gisteren.
De afbeelding van de Maria en het kind is niet van een Middelrijns Altaarstuk
maar is een deel van een schilderij van Rogier van der Weyden:
Madonna in rood, Duran Madonna.
Al speurend op het internet om een en ander te bevestigen
kwam ik het volgende artikel tegen over Rogier van der Weyden.

ROGIER VAN DER WEYDEN
door Lucette ter Borg

Hij was de beroemdste schilder van zijn tijd,
geloofd en geprezen omdat hij
‘zo lovenswaardig menselijke zieleroerselen als droefheid,
boosheid of vreugde’ kon weergeven.
Maar over het leven en de persoon van Rogier van der Weyden,
geboren als Rogelet de la Pasture,
tast de wetenschap in het duister.
Soms is hij opgesplitst in drie verschillende kunstenaars.
Een andere keer is hij zowel de zoon als schoonzoon
van zijn grote voorbeeld Jan van Eyck.

Als kletspraat zich stapelt op kletspraat,
als de fantasie van de een zich vermengt met die van de ander
en als spinsel na spinsel mag woekeren en tieren, eeuwenlang,
dan is er eigenlijk sprake van groot geluk.
Wat een onderzoeksterrein ontvouwt zich
voor de preciese historicus die wil ontwarren en verklaren
dit zou zijn definitieve meesterwerk kunnen worden.
Wat een groots labyrint voor de woelmuis die wil wroeten
in archieven en kronieken en die iedere bron,
hoe onbeduidend ook, duidt, besnuffelt en betast.

Zo’n labyrint is de vijftiende-eeuwse schilder Rogier van der Weyden.
Hij is een groots, maar ook een rampzalig labyrint.
Groots, omdat de kunstenaar na zijn dood in 1464
veel gedaanten en rollen krijgt aangemeten.
Rampzalig, omdat over Van der Weyden haast niets
met zekerheid bekend is, behalve dat hij een beroemd meester was
met een bloeiend atelier in Brussel.

Als je terugkijkt, systematisch de bronnen afspeurt en aftast
tot het onzekere jaar bijvoorbeeld waarin de schilder geboren werd,
dan valt voor wat betreft Rogier van der Weyden
de ene na de andere zekerheid in duigen.

Neem de schilderijen.
Meer dan veertig daarvan gingen verloren in de loop der eeuwen:
ze verdwenen in de golven, werden in stukken gebeukt
door beeldenstormers of door vuur verteerd.
Zesendertig panelen hebben de tand des tijds doorstaan:
zij worden door de meeste, maar niet alle, experts
aan Van der Weyden en zijn atelier toegeschreven.
Van der Weyden zelf liet geen geschreven merkteken op zijn panelen na:
anders dan zijn tijdgenoot Van Eyck signeerde hij niets.

Dan zijn er de geschreven bronnen; beter gezegd,
die zijn er haast niet.
Van Van der Weyden is geen geboorteakte bewaard,
hoewel men aanneemt dat hij ergens tussen 1398 en 1400
in Doornik is geboren als Rogelet de la Pasture.
Zijn sterfdatum is wel bekend: op 18 juni 1464
werd hij begraven in de kapel
van de heilige Catharina in Sint-Goedele,
onder een steen waarop: ‘een doye’ staat.
In die tijd noemde hij zichzelf ‘Rogier uit Doornik, schilder te Brussel’.

Van alle jaren daartussen zijn nauwelijks documenten bewaard.
‘Maitre Rogier’ opent in augustus 1432 een eigen atelier in Doornik
– waarvan akte – en verhuist ergens in 1435 naar Brussel,
waar Filips de Goede zetelt in het hertogelijk paleis
op de Coudenberg in Brussel.
Hij trouwt en krijgt vier kinderen.
Maar alle verdere koopcontracten, inventarissen,
atelierinboedels, testamenten en reisbescheiden zijn verdwenen.

Die trieste speling van het lot heeft heel wat kunsthistorici
aan het werk gezet.
Wat nou, geen bronnen? Welgemoed ging men aan de slag.
Vlak na Van der Weydens dood al.
En waar de feiten stokten, kwam de fantasie te hulp.

Karel van Mander, de beroemde zestiende-eeuwse kunstenaarsbiograaf,
maakt het bont.
Op gezag van een iets oudere Italiaanse kunstenaarsbiograaf – Vasari;
splitst hij in zijn Schilderboeck (1604) Van der Weyden op in twee,
eigenlijk drie kunstenaars: de een woonde in Brugge,
de ander in Brussel (maar deze stierf weer als een ander).

Neem het Van Mander eens kwalijk,
die vermenging van Brugge met Brussel.
Hoe vrij ging men in de vijftiende eeuw met namen om:
Brussel kan ‘Prussel’ zijn, maar ook ‘Burselles’;
Brugge is ‘Brugia’, ‘Bruza’, ‘Brugies’ maar ook ‘Brugghe’.
Een druppel regenwater op het inkt van een contract,
en Brugge wordt Brussel, of omgekeerd.

Die in Brugge, zegt Van Mander, is een bekwaam tekenaar,
een leerling van Van Eyck.
Van Mander ‘meent’ enige werken van de schilder in Brugge te hebben gezien.
Maar zeker weet hij het niet.

Met meer zekerheid schrijft hij over
de ‘uitmuntende’ Rogier van der Weyden uit Brussel,
die zo ‘lovenswaardig’ ‘menselijke zieleroerselen als droefheid,
boosheid of vreugde’ kon weergeven.
Over zijn afkomst in Doornik weet Van Mander niets.
Hij laat de schilder geboren worden in Vlaanderen,
‘of van Vlaamse ouders in Brussel’.
Ook vertelt hij dat de kunstenaar rijk werd
hetgeen klopt, want Van der Weyden gaf tijdens zijn leven
veel aan charitatieve instellingen.
Een paar bewijzen daarvan zijn in kerk- en kloosterarchieven opgespoord.
Maar over de laatste uren van Van der Weyden
schrijft Van Mander weer lariekoek.
Volgens de biograaf sterft Van der Weyden in 1529
aan de ‘swetende sieckte’ – en verwart hem zo met Quinten Metsijs.
Ook over Van der Weydens leertijd is weinig bekend.
In de meest recente, kolossale, monografie
over de kunstenaar draagt de Vlaamse kunsthistoricus Dirk de Vos
vooral argumenten aan voor de gedachte dat Van der Weyden
een leerling is geweest van Robert Campin in Doornik,
die ook wel wordt vereenzelvigd met de Meester van Flemalle.

In de jaren vijftig echter denkt de kunsthistoricus Erwin Panofsky,
beroemd om zijn studie naar de verborgen symboliek
in het naturalisme van de Vlaamse primitieven,
dat Van der Weyden een leerling van Van Eyck is in Brugge.
En weer vijftig jaar daarvoor, in de negentiende eeuw,
is Van der Weyden schoonzoon en zoon van Van Eyck.

Een hechte familie dus volgens de overlevering.
En al is het onwaarschijnlijk dat Van der Weyden
werkelijk een leerling van Van Eyck is geweest,
verwantschap bestaat er ontegenzeggelijk tussen de twee.
Het is een verwantschap die natuurlijk is in de eerste helft
van de vijftiende eeuw.
Want Jan van Eyck zal met zijn perspectivisch correcte ars nova,
zijn meesterlijke scheppingen van tronende Madonna’s,
lijdende Christussen en van licht gloeiende portretten,
een voorbeeld zijn voor alle meesters die na hem komen.
Ook Van der Weyden leent zijn motieven
een handgebaar, een tafereel – en kopieert soms zodanig zijn stijl,
dat zelfs z’n grootste werk – het Laatste Oordeel
in het Hotel-Dieu in Beaune – heel lang aan Van Eyck zelf wordt toegeschreven.

Niemand evenaart Van Eyck, ook niet Van der Weyden.
Toch groeit hij na Van Eycks dood in 1441 uit tot de beroemdste schilder
van zijn tijd, met opdrachten voor vorsten en prelaten in Italie,
Frankrijk en Bohemen. Waarom?

Zijn stijl is eerder hortend dan vloeiend zoals die van Van Eyck.
‘Geciselleerd’ noemt men dat, als men positief wil zijn,
alsof de schilder de bewegingen van zijn personages,
de plooien in hun kleding in steen heeft uitgehouwen
en niet in verf op hout heeft gezet.

Dirk de Vos vergelijkt de panelen van Van der Weyden
terecht met polyfone muziek.
Die afgebakende stemmen, ieder voor zich hun eigen melodielijn volgend,
zie je vertolkt in de contrasterende kleurvlakken,
het diepe rood van Maria’s jurk,
de roze bleekheid van haar langgerekte handen, en het witte kleed
van haar Kind (op de Duran-Madonna in het Prado).



De Maagd en het Kind (Madonna Duran), Rogier Van der Weyden, Museo Nacional del Prado, Madrid.


Ook de illusie van ruimtelijkheid is minder groot dan bij Van Eyck.
Vooral bij de Kruisafname in het Prado,
een van de beroemdste panelen van Van der Weyden,
is dat duidelijk.
Negen figuren klitten hier in wanhoop samen rond de gestorven Christus.
Tien figuren rond een kruis, dat moet dus heel wat diepte opleveren.
Maar niet bij Van der Weyden:
Maria Magdalena die radeloos haar handen vouwt,
lijkt zo van het hout de kijker tegemoet te vallen.
En ook de bezwijmende Maria en de dode Christus
tuimelen bijna van het paneel af.

Ons doet zo’n frontale, ondiepe compositie gekunsteld aan,
we prefereren de illusionaire ‘levensechtheid’ van Van Eyck.
Maar in de vijftiende eeuw zag men die levensechtheid anders.
Men bewonderde Van Eyck, maar ook Van der Weyden.
De laatste dichtte men het wonderbaarlijke talent toe
om de Maagd Maria, Jezus en andere heiligen
bijna lijfelijk aanwezig te laten zijn op aarde.
Vanwege die kwaliteit ongetwijfeld omschreef in 1551 een Spaanse diplomaat
het paneel als ‘het beste schilderij, geloof ik, in heel de wereld’.
Men prees ‘de ademende gezichten, in contrast met het lichaam
(van Christus – red) als van een dode’.

Heiligheid wordt dank zij Rogier van der Weyden
een bijna alledaagse zaak.
Zijn verkondiging aan Maria bijvoorbeeld,
een triptiek dat hij na 1434 schilderde,
vindt niet meer in een onbestemde, naar wierook wasemende ruimte plaats,
maar heel gewoon in de slaapkamer van de Maagd.
Het is een nieuw motief dat na zijn dood
honderden malen gekopieerd zou worden.

En als Van der Weyden een devotiepaneel maakt van Maria,
schildert hij er een pendant bij met een portret van een gewone sterveling
– altijd een jonge man.
Op die manier benadrukt Van der Weyden wat hij belangrijk vindt:
persoonlijk in gesprek komen met God.
Een gesprek waarin tranen kunnen vloeien
en lichamen mogen verkrampen van smart,
maar waarin nooit de ideale maat der dingen uit het oog wordt verloren.

Zelfs in de dramatische altaarstukken die Van der Weyden
tussen 1450 en zijn dood in 1464 maakt, zoekt hij dat ideaal.
De figuren zijn gestileerd, hun voorkomen is ascetisch,
met zeer lange slanke handen, en smalle gezichten.
Tranen rollen overvloedig en Maria’s kleed raakt meerdere malen
besmeurd door het bloed van haar dode zoon.
Er is verdriet, maar we gillen dat niet uit.
Het is zoals een Italiaans bewonderaar in 1456 over Van der Weyden opmerkt:
‘De waardigheid wordt behouden te midden van een stroom van tranen.’

Kerstmis 2009





Omslag misboekje Werkgroep voor Litergie Heeswijk, ‘De Maagd en het Kind’ (Madonna Duran), Rogier Van der Weyden, Museo Nacional del Prado, Madrid, circa 1440.





In de omgeving bevonden zich herders
die in het open veld, gedurende de nacht hun kudde bewaakten.
Plotseling stond een engel des Heren voor hen
en zij werden omstraald door de glorie des Heren
zodat zij door grote vrees werden bevangen.
Maar de engel sprak tot hen: ‘Vreest niet, want zie,
ik verkondig u een vreugdevolle boodschap
die bestemd is voor heel het volk.
Heden is u een Redder geboren, Christus de Heer,
in de stad van David.
En dit zal voor u een teken zijn:
gij zult het pasgeboren kind vinden
in doeken gewikkeld en liggend in een kribbe.’

Kunstvaria





Calligraffiti.


Vor mij een nieuwe naam, een combinatie van Kalligrafie
en Graffiti. Leuk gevonden en mooi resultaat.
Hier Chinese karakters in combinatie met graffiti.
de maker is mij onbekend.





Emil Nolde, Verspottung, 1909.


Natuurlijk hoort deze bespotting van Christus bij het Paasfeest
en niet bij vandaag, de dag voor Kerstmis.
Maar het is een prachtig werk.





Fernand Fonssagrives, Contours, 1954 – 1958..






Georges Seurat, Horses in the water, circa 1883.






Giorgione, Le tre etxc3xa0 dell’uomo, 1500 – 1501.


De volledige naam van de kunstenaar is Giorgio o Zorzi da Castelfranco.
Hij was een schilder in de hoog renaissance.
De titel is vertaald: de drie leeftijden van de man.
Zeg maar: Portret van de jongeling, de volwassen man en de oude man.





Giotto di Bondone, detail of two angels, 1304 – 1306.


Het fresco heet Noli me tangere, raak mij niet aan.
Het fresco bevindt zich in de Arena-kapel in Padua.
De tekst is uit de bijbel en werd gesproken door Christus tot Maria Magdalena.
Magdalena komt bij het graf van Christus en herkent daar Christus.
Ze wil hem aanraken maar Jezus zegt: raak me niet aan want
ik ben nog niet naar mijn vader gegaan.
Dit moment is onderwerp van veel kunstwerken.
De engelen vermoeden dus op het eerste gezicht een verwijzing naar
de kersttijd maar in werkelijkheid gaat het ook hier om Pasen.
Als ik naar afbeeldingen kijk met de titel Noli me tangere
zie je steeds het moment van de herkenning van Magdalena.
De engelen zie je dan niet.
Dat is omdat dit werk uit meerdere fresco’s bestaat.





Karel Appel, Tete tragique, 1961.






Marc Chagall, Woman circus ryder, 1956.






Max Ernst, The Kiss (Le Baiser), 1927.






Michelangelo Merisi da Caravaggio, The supper at Emmaus, 1601.


Het spijt me maar ook dit prachtige werk van Caravaggio is uit de Paastijd.
Om precies te zijn de tijd kort na Pasen als Christus een aantal malen verschijnt
aan zijn volgelingen zoals hier in Emmaus.





Michelangelo Buonarroti, Study of a man’s face for The Flood, Sistine Chapel ceiling, 1509 – 1510.






Mourner no 52 from the tomb of Jean Sans Peur (John the Fearless), completed 1457.


Dit is een genre op zich.
Al eerder waren er pleurant te zien op mijn web log.
Deze beelden van treurende mensen waren onderdeel van grafmonumenten
van onder andere de Bourgondische vorsten zoals hier Jan zonder Vrees.





Rene Magritte, Le temps menecant (Threatening weather), 1929.


Ik kende dit werk natuurlijk maar had eigenlijk nog nooit
naar de titel gekeken: Dreigend weer.
Ten minste als ik de Engelse vertaling mag geloven.
De Franse titel laat zich eerder vertalen als “Dreigende tijd”
of “Dreigende lucht”.
Wat is er dreigend aan een vrouwenlichaam, een tuba en een stoel?





Yayoi Kusama, Pumpkin.





Chinese kalligrafie

Sinds kort verdiep ik me een beetje in Chinese kalligrafie.
Sommige mensen vinden dat misschien vreemd maar
kijk eens naar het volgende kunstwerk.
Het is een schilderij van de Amerikaanse kunstenaar
Jackson Pollock.
Er is niet veel fantasie voor nodig om in dit werk een Chinees karakter te zien.


Jackson Pollock, Silver and Black, 1950.


 

20 december 2009: een dag vol sneeuwgemak en -ongemak

Over het afgeven van een weeralarm op het moment
dat mensen al lang niet meer buiten kunnen….











Sneeuwduintjes op ons parkeerdek.

































































Mocht je denken ergens op de foto’s de Argusvlinder (mij) te herkennen
dan moet ik je teleur stellen.
De Argusvlinder is niet buiten geweest voor deze foto’s.

Morgenochtend wordt zeker interessant.