Verso – wat het beeld verzwijgt

– over twee sprekende achterkanten –

Wat de twee panelen in dit bericht onmiddellijk onderscheidt
van de meeste laatmiddeleeuwse schilderijen,
is niet wat er op de voorkant staat,
maar wat er op de achterkant te lezen is.

Je ziet er geen wijnranken, geen wapenschilden,
geen ornamenten die de drager verlevendigen, maar tekst.
In beide gevallen met een heel eigen functie.

Op het ene paneel staat een juridisch‑administratieve notitie,
een registratie die ooit deel uitmaakte van een formele handeling
en die de achterkant tot een document maakt.
Op het andere paneel staat een devotionele memorietekst,
een gebed voor een overledene dat de verso tot een plaats van herinnering maakt.

Daardoor vormen deze schilderijen samen een spaarzaam getoond duo.
Dat is jammer, want juist de verso‑kant draagt instrumentele informatie
om het werk te kunnen begrijpen.

DSC05791 01 BazelKunstmuseumBaselVersoNiederländischerMeisterPortraitOfTheAnabaptist(Wederdoper)DavidJorisUm1540-1544ÖlAufEichenholzInv561
Bazel, Kunstmuseum Basel, Verso, Niederländischer meister, Portrait of the anabaptist (wederdoper) David Joris, um 1540 – 1544, öl auf eichenholz. Inv. 561.

Nieuwe ideeën en religieuze druk in de zestiende eeuw

In het midden van de zestiende eeuw stond Europa op scherp.
De Reformatie had de vanzelfsprekende autoriteit van de gevestigde kerk doorbroken,
en overal ontstonden nieuwe vormen van geloofsbeleving.
Sommige daarvan bleven dicht bij de leer van Luther of Zwingli,
andere gingen veel verder.
Tot die laatste groep behoorden de wederdopers:
gelovigen die meenden
dat alleen een bewuste, volwassen keuze tot de doop werkelijk telde.
Zij verwierpen de kinderdoop, benadrukten innerlijke bekering
en leefden vaak in hechte, zelfstandige gemeenschappen.

Voor veel overheden en kerkelijke autoriteiten waren deze groepen
ronduit bedreigend.
Niet alleen omdat hun geloofsopvattingen afweken,
maar ook omdat zij sociale en politieke structuren onder druk zetten.
De vervolging was hevig; leiders werden gezocht,
verbannen of ter dood gebracht.
In deze gespannen wereld bewoog zich David Joris,
een van de meest besproken figuren uit de dopers beweging
— niet vanwege geweld, maar vanwege de reikwijdte van zijn netwerk
en de profetische pretenties van zijn leer.

Waarom David Joris in de Nederlanden zo omstreden was

David Joris begon als glas‑schilder en sympathisant van de Reformatie,
maar sloot zich al vroeg aan bij de wederdopers.
Binnen die beweging ontwikkelde hij een eigen, mystiek‑getinte leer
waarin hij zichzelf presenteerde als een door God geïnspireerde vernieuwer.
Zijn autoriteit berustte op visioenen, openbaringen
en een sterk persoonlijke interpretatie van het geloof.

Zijn volgelingen vormden een groeiende, moeilijk te controleren gemeenschap
die zich grotendeels buiten de officiële kerkelijke structuren bewoog.
Zijn traktaten circuleerden clandestien,
zijn netwerk strekte zich uit over verschillende steden,
en zijn leer was niet te vangen binnen de bekende reformatorische kaders.

Voor de Nederlandse overheden — zowel katholiek als vroeg‑protestants —
was dat een gevaarlijke combinatie:
een charismatische leider, een autonome beweging
en een religieuze boodschap die zich aan elke vorm van toezicht onttrok.

Joris en Münster — een belangrijk onderscheid

Hoewel de herinnering aan het dopers bewind in Münster (1534–1535)
als een schrikbeeld door Europa ging,
stond David Joris daar volledig buiten.
Hij had geen rol in de gebeurtenissen
en verwierp het gewelddadige, apocalyptische optreden van de Münsteritische leiders.
Joris vertegenwoordigde een andere richting binnen het dopers denken:
geen revolutionaire omwenteling,
maar een innerlijke, spirituele vernieuwing.
Juist dat maakte hem voor de autoriteiten lastig te plaatsen.
Hij was geen oproerkraaier, maar wel een leider met een eigen leer,
een groeiend netwerk en profetische aanspraken
— en daarmee, in de ogen van de overheid,
alsnog een dissident die de religieuze orde ondermijnde.

David Joris in Bazel

David Joris was in 1544 als geloofsvluchteling, met een grote familie
en een omvangrijke gevolg, naar Bazel gekomen.
Hij gaf zich uit voor een Nederlandse edelman met de naam Johann von Bruck
en leidde, algemeen gerespecteerd, een comfortabel leven in welstand.
Pas twee jaar na zijn dood werd bekend
wie de vreemde jongeling werkelijk was geweest:
namelijk een in de Nederlanden al lange tijd gezochte “aarts‑ketter”.
Zijn vlucht en vestiging in Bazel waren door zijn volgelingen gefinancierd.
Ook vanuit Bazel leidde hij zijn beweging
en voorzag haar voortdurend van nieuwe traktaten over het dopersgeloof.

Het portret toont Joris als een rijke man van stand, voor een wijds landschap.
De opvallende aanwijzende handbeweging van zijn linkerhand
houdt vermoedelijk verband met de leer van de wederdopers,
evenals de kleine scènes met de barmhartige Samaritaan op de achtergrond.
Na de ontstellende postume onthullingen over het dubbelleven van de geportretteerde
werd het schilderij in 1559 door de raad van de stad Bazel in beslag genomen.

Destijds liet de regering, als hoogtepunt van een ketterproces,
zelfs het lichaam van David Joris opgraven en verbrandde het op de brandstapel,
samen met zijn boeken en een ander portret.
Over de gebeurtenissen van toen geeft een uitvoerige inscriptie in het Latijn
en het Duits op de achterkant van het paneel nadere informatie.

DSC05791 02 BazelKunstmuseumBaselVersoNiederländischerMeisterPortraitOfTheAnabaptist(Wederdoper)DavidJorisUm1540-1544ÖlAufEichenholzInv561

De lijst

De lijst rond het portret vormt een merkwaardige echo
van de status die Joris tijdens zijn leven wist te behouden.
De donkere rand met gouden sterren en ornamenten
verleent het werk een bijna verheven waardigheid,
alsof de geportretteerde deel uitmaakt van een hogere orde van kennis en inzicht.
Dat past bij de manier waarop Joris zichzelf zag:
niet als oproerkraaier,
maar als profeet en hervormer van het innerlijk geloof.

Tegelijk wringt die decoratieve pracht met zijn latere reputatie als “aartsketter”
— een man wiens lichaam na zijn dood werd opgegraven en verbrand.
De lijst lijkt zo het beeld te bewaren van de gerespecteerde heer die hij ooit was,
terwijl de geschiedenis hem tot symbool van religieuze vervolging maakte.

DSC05792BazelKunstmuseumBaselVersoNiederländischerMeisterPortraitOfTheAnabaptist(Wederdoper)DavidJorisUm1540-1544ÖlAufEichenholzInv561 Verso LatijnEnDuits

De teksten

Het Latijn:

Vera effigies Davidis Georgii, ketterleider uit Holland, uit Delft afkomstig, die in het jaar 1544 van de menswording des Heren onder het voorwendsel van het Evangelie met zijn gezin naar deze stad kwam. In het jaar 1556 stierf hij, en terwijl hij leefde liet hij dit portret van zichzelf maken. Maar in het jaar 1559 werd hier te Bazel zijn zaak door openbaar vonnis veroordeeld, en zijn lichaam, na de dood opgegraven, werd samen met zijn geschriften door vuur vernietigd.

Het Duits:

David Joris, de sekteleider uit Delft in Holland, was hierheen gevlucht en had zich onder het schijn van het heilige Evangelie in deze stad Bazel gevestigd. In het jaar 1556 stierf hij. In het jaar 1559 werd hij hier te Bazel in een openbaar rechtsproces veroordeeld; zijn lichaam werd uit het graf gehaald en samen met zijn boeken op de gewone executieplaats verbrand.

Opmerkelijk is dat in beide teksten
het verbranden van een portret met het dode lichaam en zijn boeken,
niet vermeld wordt.

De postume veroordeling van David Joris heeft iets huiveringwekkends
dat we vandaag alleen nog kennen
uit de omgang met de lichamen van grote oorlogsmisdadigers:
het ritueel uitwissen van een persoon door zijn lichaam te vernietigen.

Ook Joris werd, jaren na zijn dood, opgegraven, veroordeeld
en op de brandstapel gelegd, samen met zijn boeken en zelfs een tweede portret.
Het is een daad die niet alleen het individu straft,
maar zijn herinnering, zijn leer en zijn aanwezigheid in de wereld.

Juist daardoor krijgt het bewaard gebleven portret een bijna spookachtige intensiteit:
het is het enige beeld dat aan de vlammen ontsnapte,
een gezicht dat had moeten verdwijnen maar toch is blijven bestaan
— een stille getuige van een poging tot totale uitwissing.

DSC05794BazelKunstmuseumBaselVersoNiederländischerMeisterPortraitOfTheAnabaptist(Wederdoper)DavidJorisUm1540-1544ÖlAufEichenholzInv561 Verso
DSC05795BazelKunstmuseumBaselVersoNiederländischerMeisterPortraitOfTheAnabaptist(Wederdoper)DavidJorisUm1540-1544ÖlAufEichenholzInv561 Verso
DSC05796BazelKunstmuseumBaselVersoNiederländischerMeisterPortraitOfTheAnabaptist(Wederdoper)DavidJorisUm1540-1544ÖlAufEichenholzInv561 Verso
DSC05797BazelKunstmuseumBaselVersoNiederländischerMeisterPortraitOfTheAnabaptist(Wederdoper)DavidJorisUm1540-1544ÖlAufEichenholzInv561 Verso
DSC05798BazelKunstmuseumBaselVersoNiederländischerMeisterPortraitOfTheAnabaptist(Wederdoper)DavidJorisUm1540-1544ÖlAufEichenholzInv561 Verso

Opmerkelijk is bovendien het spanningsveld tussen de oude toeschrijving
en de huidige presentatie:
op de etiketten wordt Jan van Scorel nog genoemd als maker,
terwijl de tentoonstelling het werk voorzichtig classificeert als Niederländischer Meister.
Dat verschil laat zien hoe onzeker de herkomst van het portret is,
en hoe terughoudend men tegenwoordig omgaat met toeschrijvingen.

Even opvallend is het idee dat een Nederlandse schilder
een vluchteling in Zwitserland zou hebben geportretteerd
— op het eerste gezicht onwaarschijnlijk, maar in het internationale,
door migratie en geloofsconflicten gevormde Bazel van de zestiende eeuw
zeker niet onmogelijk.

Juist zulke details maken duidelijk hoezeer de achterkant van het schilderij
het verhaal van de voorkant nuanceert en verdiept.


DSC05800 01 BazelKunstmuseumBaselVersoBaslerMeisterSaintBarbara16thCentMischtechnikAufHolzInv39
Basler meister, Saint Barbara, 16th century, mischtechnik auf holz. Inv. 39.
DSC05800 02 BazelKunstmuseumBaselVersoBaslerMeisterSaintBarbara16thCentMischtechnikAufHolzInv39 KelkHostieBoek

Heilige Barbara

Volgens haar middeleeuwse legende werd Barbara
door haar vader opgesloten in een toren om haar van de buitenwereld af te sluiten
en haar geloof te breken
— precies de toren die we hier achter haar zien,
met de drie vensters die zij tegen zijn wil liet aanbrengen
als teken van haar geloof in de Drie‑eenheid.

In die afzondering bleef zij standvastig,
en toen zij uiteindelijk ter dood werd veroordeeld, gebeurde het wonder
dat haar tot patrones van de goede dood maakte:
omdat er geen priester aanwezig was om haar de sacramenten toe te dienen,
ontving zij op miraculeuze wijze de heilige communie uit de hemel.
Een engel bracht haar de kelk en de hostie
— dezelfde kelk met de zwevende hostie die in dit paneel naast haar staat.
Het boek dat Barbara leest verwijst naar haar innerlijke devotie, haar geleerdheid
en haar bewuste keuze voor het christelijk geloof.

Zo worden haar geloofsdaad (de toren met drie vensters),
haar hemelse beloning (de wonderbaarlijke communie)
en haar geestelijke voeding (het lezen als metafoor voor studie en contemplatie)
in één beeld verenigd.
Het schilderij vormt zo een stille meditatie over geloof, sacrament en verlossing.

DSC05801BazelKunstmuseumBaselVersoBaslerMeisterSaintBarbara16thCentMischtechnikAufHolzInv39 Verso
Verso.
DSC05802BazelKunstmuseumBaselVersoBaslerMeisterSaintBarbara16thCentMischtechnikAufHolzInv39 Verso

Verso

Op de achterkant van het paneel staat in goudkleurige gotische letters
een eenvoudige memorietekst:

Anno 1509 uff den vier tag des Meigen do ist verschieden Barbel Jungermann, der Gott genedig und baermherzig sig.

De tekst lijkt op het eerste gezicht authentiek zestiende‑eeuws,
maar is waarschijnlijk later overgeschreven om een verloren inscriptie te bewaren.
Dat blijkt uit de manier waarop de letters zijn nageschilderd:
de basislijn loopt licht golvend, de lettervormen kantelen soms naar links of rechts,
en de gotische krullen zijn met zichtbaar moeite geïmiteerd.

Toch behoudt de inscriptie haar functie:
een naam en een gebed verbinden zich met het beeld van Barbara op de voorzijde.
Daar belichaamt de heilige de hoop op een goede dood
en op verlossing door het sacrament;
hier, op de achterkant, klinkt het persoonlijke gebed dat die hoop verwoordt.

Samen vormen beeld en tekst één devotioneel geheel
— een schilderij dat zowel de leer van het geloof
als de herinnering aan een mens bewaart.

Afsluitend

Wanneer je beide schilderijen naast elkaar bekijkt,
wordt duidelijk hoe de teksten op de achterkant het zicht op de voorkant verdiepen.

De juridische registratie achter het portret van David Joris
onthult de wereld van toezicht, vervolging
en postume rechtspraak waarin zijn leven eindigde.

De memorietekst achter Barbara bewaart het gebed voor Barbel Jungermann,
wier hoop op een goede dood aan de heilige werd toevertrouwd.

Zo spiegelen de twee panelen elkaar:

hier een man wiens herinnering door de autoriteiten werd uitgewist,
daar een vrouw wier nagedachtenis juist werd vastgelegd en bewaard.

Samen laten ze zien hoe een schilderij pas volledig spreekt
wanneer ook de achterkant wordt gelezen.


Verso – achterkanten met een tweede leven

Aansluitend op het vorige bericht over Verso,
gaat dit bericht ook over achterkanten met wapenschilden.
In het vorige bericht ging het om een wapenschild dat de hele achterkant vulde
en om twee veel kleinere wapenschilden op de achterkant
van de mannelijke helft van een huwelijkstweeluik.
Vandaag panelen die in de geschiedenis
aanzienlijke wijzigingen en aanvullingen ondergingen.

DSC05775 01 BazelKunstmuseumBaselVersoHansPleydenwurffWerkstattManOfSorrowsUm1456MischtechnikAufLindenholzInv1651
Bazel, Kunstmuseum Basel, Verso, Hans Pleydenwurff, werkstatt, Man of sorrows, um 1456, mischtechnik auf lindenholz. Inv. 1651.
DSC05775 02 BazelKunstmuseumBaselVersoHansPleydenwurffWerkstattManOfSorrowsUm1456MischtechnikAufLindenholzInv1651
De vier hoeken van de lijst, de wapenschilden van de families van de man.
DSC05776 01 BazelKunstmuseumBaselVersoHansPleydenwurffWerkstattManOfSorrowsUm1456MischtechnikAufLindenholzInv1651VollwappenDesGeorgVonLöwensteinAufBlauemGrund
De tekst die je gespiegeld ziet kwam van een vn de tekstborden op de tentoonstelling.
DSC05776 02 BazelKunstmuseumBaselVersoHansPleydenwurffWerkstattIdemVollwappenDesGeorgVonLöwensteinAufBlauemGrund#Notalion
#notalion

Het Baselse paneel met de Schmerzensmann / Man of Sorrows
vormde ooit de linkerhelft van een tweeluik.
De rechterhelft bevindt zich in Neurenberg
en toont het portret van de Bamberger domheer Georg Graf von Löwenstein.
Zijn wapen staat op de achterzijde van het Baselse paneel,
terwijl in de vier hoeken van de lijst de wapens
van aan hem verwante families zijn aangebracht.
De verfijnde portretstijl contrasteert met de meer grafische uitvoering
van de Man of Sorrows, die vermoedelijk door een medewerker
naar Pleydenwurffs ontwerp werd geschilderd.

De tekst is spiegelschrift die over de verso-kant loopt
was het gevolg van een spiegeling in het beschermend glas.


DSC05779 01 BazelKunstmuseumBaselVersoCopyAfterHansHolbeinTheYoungerportraitDyptichMayorJacobMeyerZumHasenAndHisWifeDorotheaKannengiesser1516-1520
Copy after Hans Holbein the Younger, portrait-dyptich of Mayor Jacob Meyer zum Hasen and his wife Dorothea Kannengiesser, original: recto 1516 – verso 1520.
DSC05779 02 BazelKunstmuseumBaselVersoCopyAfterHansHolbeinTheYoungerportraitDyptichMayorJacobMeyerZumHasenAndHisWifeDorotheaKannengiesser1516-1520
DSC05779 03 BazelKunstmuseumBaselVersoCopyAfterHansHolbeinTheYoungerportraitDyptichMayorJacobMeyerZumHasenAndHisWifeDorotheaKannengiesser1516-1520
DSC05780BazelKunstmuseumBaselVersoCopyAfterHansHolbeinTheYoungerportraitDyptichMayorJacobMeyerZumHasenAndHisWifeDorotheaKannengiesser1516-1520

In deze copy after Holbein‑dyptich
vallen vooral de subtiele spanningen tussen beide portretten op.
De architectuur loopt naadloos van het ene paneel naar het andere,
alsof man en vrouw zich in dezelfde ruimte bevinden,
maar hun blikken vertellen bijna een ander verhaal:
zij kijkt aandachtig naar hem, terwijl hij net langs haar heen lijkt te kijken.
Ook hun hoofddeksels versterken dat contrast.
Jacob Meyer zum Hasen draagt een brede, rode baret
die zijn stedelijke status onderstreept,
terwijl Dorothea Kannengiesser een gestreepte muts draagt
— ingetogen, huiselijk, zorgvuldig geplooid.

De merkwaardige, verkort weergegeven hand van de burgemeester,
met ringen aan duim en vinger en een muntstuk tussen de vingers,
lijkt half naar haar te wijzen maar blijft uiteindelijk ambivalent.

Het geheel voelt daardoor als een zorgvuldig gecomponeerde dialoog
tussen nabijheid en afstand,
tussen burgerlijke representatie en innerlijke terughoudendheid.

Dit tweeluik is een kopie naar het verloren origineel van Hans Holbein de Jongere,
die beide portretten in 1516 schilderde.
De huidige versie wordt door het museum gedateerd tussen 1550 en 1770.
Op de achterzijde van het rechterpaneel bevindt zich een wapen
met het jaartal 1520 — een latere toevoeging dus.


DSC05785BazelKunstmuseumBaselVersoFranzösischerMeisterTheVirginAndChristAsSalvatorMundiUm1478-1483ÖlAufLindenholzInv458
Französischer Meister, The Virgin and Christ as Salvator Mundi, um 1478 – 1483, öl auf lindenholz. Inv. 458.
DSC05786BazelKunstmuseumBaselVersoFranzösischerMeisterTheVirginAndChristAsSalvatorMundiUm1478-1483ÖlAufLindenholzInv458
DSC05789BazelKunstmuseumBaselVersoFranzösischerMeisterTheVirginAndChristAsSalvatorMundiUm1478-1483ÖlAufLindenholzInv458 Verso Links
DSC05787BazelKunstmuseumBaselVersoFranzösischerMeisterTheVirginAndChristAsSalvatorMundiUm1478-1483ÖlAufLindenholzInv458 Verso Rechts

Het paneel wordt in Bazel toegeschreven aan een Franse meester
en gedateerd rond 1478–1483.
Op de achterzijde bevindt zich een ongeverniste wapenschildering
met het jaartal 1511,
waarvan de uitvoering duidelijk afwijkt van de fijnschilderende werkwijze
van het oorspronkelijke paneel.
Deze wapenschildering is daarom als een latere toevoeging te beschouwen,
aangebracht enige tijd na de voltooiing van de voorzijde.


Verso – Een ridder in Vaud, een vorst in Saksen

– over twee achterkanten en twee politieke werelden –

De tentoonstelling Verso – Tales from the Other Side
was opgedeeld in secties. In de teksten wordt soms gesproken over ‘rooms’.
Met dit bericht zijn we aangekomen bij de vijfde sectie
waarin schilderijen aan bod kwamen waarop op de achterkant wapenschilden zijn te zien.
In dit bericht de eerste twee schilderijen.
Later volgen er nog een paar.

DSC05767 01 BazelKunstmuseumBaselVersoNiederländischerMeisterPortaitOfJacobOfSavoyCountOfRomontUm1475MischtechnikAufEichenholz
Bazel, Kunstmuseum Basel, Verso, Niederländischer Meister, Portait of Jacob of Savoy, Count of Romont, um 1475, mischtechnik auf eichenholz. Inv. 457.
DSC05767 02 BazelKunstmuseumBaselVersoNiederländischerMeisterPortaitOfJacobOfSavoyCountOfRomontUm1475MischtechnikAufEichenholz
DSC05766 01 BazelKunstmuseumBaselVersoNiederländischerMeisterPortaitOfJacobOfSavoyCountOfRomontUm1475MischtechnikAufEichenholz Verso
Verso, de andere kant van de afbeelding.
DSC05766 02 BazelKunstmuseumBaselVersoNiederländischerMeisterPortaitOfJacobOfSavoyCountOfRomontUm1475MischtechnikAufEichenholz Verso
DSC05766 03 BazelKunstmuseumBaselVersoNiederländischerMeisterPortaitOfJacobOfSavoyCountOfRomontUm1475MischtechnikAufEichenholz Verso

Niederländischer Meister

In de 15e eeuw vormden de Bourgondische hertogen een uitgestrekt rijk
dat zich uitstrekte van Dijon tot aan de Noordzee.
Het bestond uit twee delen:
het zuidelijke hertogdom Bourgondië in het huidige Frankrijk,
en de noordelijke Bourgondische Nederlanden
— Vlaanderen, Brabant, Holland, Zeeland en de omliggende gewesten.
Aan het hof van Karel de Stoute groeide deze noordelijke regio uit
tot een centrum van verfijnde schilderkunst,
met meesters als Rogier van der Weyden en Hans Memling.
Wanneer een museum in het Duits spreekt van een Niederländischer Meister,
bedoelt het daarom de schildertraditie van deze Bourgondische Nederlanden.
Het is een stilistische aanduiding:
een manier om een anonieme schilder te plaatsen
binnen de Vlaamse/Nederlandse hofkunst van de 15e eeuw,
zonder een specifieke naam of atelier te claimen.

Binnen dat Bourgondische netwerk bewoog Jacob II van Savoye zich
als bondgenoot van Karel de Stoute tussen Dijon, Brussel en de Vlaamse steden.
Zijn portret past precies in die wereld:
het is geschilderd in de verfijnde stijl die aan het Bourgondische hof tot bloei kwam,
met aandacht voor stofuitdrukking, sieraden en een beheerste,
bijna sculpturale weergave van het gezicht.
Omdat de maker onbekend is,
maar duidelijk tot deze Vlaamse‑Nederlandse hoftraditie behoort,
gebruikt het museum de brede term Niederländischer Meister.
Zo wordt het werk geplaatst in de schilderkunst van de Bourgondische Nederlanden,
zonder een specifieke meester of atelier te hoeven noemen.

Een korte biografische schets

Jacob II van Savoye (geboren 1450) was een jongere zoon
uit het machtige huis Savoye, een dynastie die haar invloed uitstrekte
over de Alpen en het gebied rond het Meer van Genève.
Als tiener kreeg hij het Pays de Vaud als apanage:
een samenhangende regio van steden, kastelen en landerijen
in het westen van het huidige Zwitserland,
met Romont als een van de centrale plaatsen.
Het was geen strak afgebakend territorium zoals moderne staten,
maar een herkenbare machtszone
waar de Savoyaardse hertog daadwerkelijk gezag uitoefende.
Voor Jacob betekende dit dat hij niet alleen een titel droeg,
maar een reëel gebied bestuurde
— met inkomsten, soldaten en een eigen regionale identiteit.

In de jaren 1470 sloot hij zich aan bij Karel de Stoute,
de Bourgondische hertog, en bewoog zich in de hoogste kringen van een hof
dat bekendstond om zijn ceremonie, pracht en verfijnde kunst.
Na Karels dood in 1477 bleef Jacob trouw aan diens erfgename
Maria van Bourgondië, wat hem in 1478 een plaats opleverde
in de Orde van het Gulden Vlies, het exclusieve riddergenootschap
van de Bourgondische elite.
Hij stierf enkele jaren later, vermoedelijk rond 1485/86,
waardoor zijn portret een zeldzaam venster vormt op een edelman
die zijn politieke en militaire rol binnen het Bourgondische netwerk
maar gedeeltelijk heeft kunnen vervullen.

Portret

Het portret dat Jacob rond 1475 toont, past precies in de Bourgondische hofcultuur.
Zijn blik is licht asymmetrisch, maar daar is geen historische aanwijzing voor:
geen enkele bron vermeldt een oogafwijking,
en Vlaamse meesters gebruikten subtiele variatie om een gezicht levendiger te maken.
Hij draagt een meerlagige ketting met kralen en een zware hanger
— geen officieel insigne zoals het Gulden Vlies,
maar een persoonlijk sieraad dat binnen hofportretten
minder gebruikelijk is dan formele orde‑tekens.
Daarnaast draagt hij een pinkring met een steen,
een subtiel teken van persoonlijke status.
Zijn handen liggen ongewoon laag in beeld, met de vingers over elkaar
— een ingetogen, bijna zuinige houding
die het portret een opvallende terughoudendheid geeft.

Wapenschild

Het familiewapen van Jacob II van Savoye
is een uitgesproken voorbeeld van laatmiddeleeuwse heraldiek
waarin macht en afkomst visueel samenvallen.
In het midden staat het Savoyaardse kruis — wit op rood —
omgeven door een blauwe rand met gouden versiering.
Daarbuiten, op rood en tussen gouden stiksels,
staat een reeks goudkleurige tekens; ze lijken op letters,
maar zijn te gestileerd en te fragmentarisch
om als leesbare tekst te worden geïdentificeerd.
Daaromheen staan stralende punten die het geheel als een zon omringen.
Aan weerszijden houden beren het schild vast,
een verwijzing naar kracht en standvastigheid,
terwijl bovenop een gouden helm prijkt met een gevleugelde leeuwenkop
als helmteken: een symbool van moed en waakzaamheid.
De rode en witte bladkrullen verwijzen naar de kleuren van Savoye,
en onderaan verschijnt een kleine gevleugelde hengst,
een teken van snelheid en adel.

Op het eerste gezicht lijkt het wapen goed te lezen,
maar gaandeweg worden details zichtbaar die zich moeilijk laten duiden,
zoals de sporen van een tekst onder de gevleugelde hengst
waarvan geen letter meer te onderscheiden is.

Waarom hij zo’n typische “heraldieke persoonlijkheid” is

Jacob is precies het soort edelman dat trots was op afkomst en territorium,
en dat niet alleen kon maar ook moest zijn.
Als jongere zoon moest hij zich via titels, functies en symbolen profileren;
hij beschikte over een eigen machtsbasis in het Pays de Vaud;
hij leefde in een hofcultuur waarin identiteit zichtbaar werd gedragen
in kleding, sieraden en wapenschilden;
en hij vervulde militaire functies waarin banieren, kleuren en heraldiek
een centrale rol speelden.

Kortom:
Jacob II belichaamt het laatmiddeleeuwse idee dat macht en afkomst
niet alleen bezit waren, maar ook beeldtaal.
Hij is precies het type mens dat zijn achtergrond niet verbergt,
maar met overtuiging toont — in wapens, insignes en portretten.


DSC05769BazelKunstmuseumBaselVersoCoatOfArmsTxt
Zaaltekst bij de vijfde sectie van de tentoonstelling.

DSC05772 01 BazelKunstmuseumBaselVersoLucasCranachDerÄlterPortraitOfJohannFriedrichTheMagnanimousElectorOfSaxony1533ölAufBuchenholzInv1228
Lucas Cranach der Älter, Portrait of Johann Friedrich, The Magnanimous, Elector of Saxony, 1533, öl auf buchenholz. Inv. 1228.
DSC05772 02 BazelKunstmuseumBaselVersoLucasCranachDerÄlterPortraitOfJohannFriedrichTheMagnanimousElectorOfSaxony1533ölAufBuchenholzInv1228
DSC05772 03 BazelKunstmuseumBaselVersoLucasCranachDerÄlterPortraitOfJohannFriedrichTheMagnanimousElectorOfSaxony1533ölAufBuchenholzInv1228
DSC05773  01 BazelKunstmuseumBaselVersoLucasCranachDerÄlterPortraitOfJohannFriedrichTheMagnanimousElectorOfSaxony1533ölAufBuchenholzInv1228
DSC05773  02 BazelKunstmuseumBaselVersoLucasCranachDerÄlterPortraitOfJohannFriedrichTheMagnanimousElectorOfSaxony1533ölAufBuchenholzInv1228
Zo zijn de wapenschilden misschien nog iets duidelijker.

De Grootmoedige

Johann Friedrich (geboren 1503) was keurvorst van Saksen
— een van de zeer selecte vorsten binnen het Heilige Roomse Rijk
die het recht hadden om de keizer te kiezen.
Die positie gaf hem aanzienlijke politieke invloed
en maakte zijn dynastieke representatie extra belangrijk.
Hij stamde uit het Huis Wettin, een oude dynastie
die al sinds de middeleeuwen de Saksische gebieden bestuurde.
Binnen dat huis bestonden twee takken: de Albertijnse en de Ernestijnse linie.
Johann Friedrich behoorde tot die Ernestijnse tak,
die in zijn tijd de leiding had over Wittenberg en het Saksische keurvorstendom.

Als beschermheer van Luther en de universiteit van Wittenberg
speelde hij een sleutelrol in de verspreiding van het protestantse geloof.

Zijn bijnaam der Großmütige verwijst naar zijn reputatie
als loyale, principiële vorst.

In 1527 trouwde hij met Sibylle van Kleef,
waarmee hij de Saksische dynastie verbond aan het Rijnlandse huis Kleef‑Jülich‑Berg
— een alliantie die zowel politiek als symbolisch gewicht had
binnen het Heilige Roomse Rijk.

Hij overleed in 1554, 51 jaar oud, aan een plotselinge infectie die een lichaam trof
dat al verzwakt was door jaren van gevangenschap na de Schmalkaldische Oorlog.

Het portret en de achterkant

Lucas Cranach der Ältere schilderde Johann Friedrich in 1533,
in een sobere maar statige pose
— een stijl die zowel past bij de ingetogen Saksische hofcultuur
als bij de vroege protestantse voorkeur voor waardige eenvoud.
De keurvorst draagt een bontkraag en een rijk geborduurde halsband
met de inscriptie “ALS IN EREN”
— een morele uitspraak die Cranach niet als versiering
maar als karakterteken gebruikte.
De woorden, deels herhaald in het patroon van de stof,
presenteren de keurprins als iemand die leeft in overeenstemming met eer en waardigheid.
In de context van Wittenberg, waar geloof en gedrag nauw verbonden waren,
krijgt die korte tekst de kracht van een belofte:
een vorst die zijn positie niet door pracht maar door deugd bevestigt.
De meerlagige ketting en de ring met een steen onderstrepen zijn persoonlijke status,
terwijl de lage, verstrengelde handhouding een ingetogen waardigheid uitstraalt.

Op de achterkant van het paneel zijn, tussen twee later aangebrachte Franse briefjes,
twee kleine wapenschilden zichtbaar: het Saksische en het Kleefse wapen.
Die heraldische combinatie verwijst naar het huwelijk
tussen Johann Friedrich en Sibylle;
bij zulke vorstelijke verbintenissen was het gebruikelijk
dat er meerdere, vrijwel identieke portretten werden vervaardigd,
zodat ze konden functioneren als diplomatiek geschenk
én als publieke bevestiging van de huwelijksband tussen twee huizen.

De verso fungeert zo als heraldische pendant bij het portret,
en bevestigt dat het werk oorspronkelijk deel uitmaakte van een tweeluik.
Andere versies van dit portretpaar zijn bewaard gebleven,
onder meer in het Statens Museum for Kunst in Kopenhagen
— een teken dat het hof van Johann Friedrich
dit beeld bewust liet circuleren, en dat Cranach en zijn atelier
het portret daarom in serie vervaardigden als dynastiek en religieus statement.


Verso – Sterfelijkheid en Kruisweg

– over ranken en andere vormen als stille echo’s van oorsprong en functie –

Ook in dit berichte in de Verso-serie staan twee werken centraal.
Er valt heel wat te vertellen…

DSC05759 01 BazelKunstmuseumBaselVersoOberrheinischerMeisterDyptychHieronymusTscheckenbürlinAndThePersonificationOfDeath1487MischtechnikAufLindenholzInv33
Bazel, Kunstmuseum Basel, Verso, Oberrheinischer Meister, Dyptych: Hieronymus Tscheckenbürlin and the personification of death, 1487, mischtechnik auf lindenholz. Inv. 33. Meteen viel me natuurlijk de tekst op de lijst op. Dus die heb ik samengebracht in de volgende afbeelding.
DSC05759 02 BazelKunstmuseumBaselVersoOberrheinischerMeisterDyptychHieronymusTscheckenbürlinAndThePersonificationOfDeath1487MischtechnikAufLindenholzInv33
Toen Copilot gevraagd de tekst te reconstrueren: BILDNVS · IERONIMVS · TSCHECKENBVRLIN · RECHTEN · LICENTIAL · CARTHESVER · ORDENS · SEINES · ALTER · ANNO · 1487 · STARB · LETZ·ER · PRIOR · CARTHVS · ANNO · 1533
Tekstreconstructie
Dan is dit de betekenis.
DSC057~3
Het portret van Hieronymus Tscheckenbürlin.
DSC05759 04 BazelKunstmuseumBaselVersoOberrheinischerMeisterDyptychHieronymusTscheckenbürlinAndThePersonificationOfDeath1487MischtechnikAufLindenholzInv33 DeDoodMetHaarEnWormen
De bijna smachtende dood.
DSC05770BazelKunstmuseumBaselVersoOberrheinischerMeisterDyptychHieronymusTscheckenbürlinAndThePersonificationOfDeath1487MischtechnikAufLindenholzInv33 SchedelEnWormen
DSC05771BazelKunstmuseumBaselVersoOberrheinischerMeisterDyptychHieronymusTscheckenbürlinAndThePersonificationOfDeath1487MischtechnikAufLindenholzInv33 Haar
DSC05761BazelKunstmuseumBaselVersoOberrheinischerMeisterDyptychHieronymusTscheckenbürlinAndThePersonificationOfDeath1487MischtechnikAufLindenholzInv33 Verso
Om de achterkant was het op de tentoonstelling allemaal begonnen.

Waarneming en analyse

In het linkerpaneel verschijnt Tscheckenbürlin als een opvallend jeugdige figuur:
het gladde gezicht, de warme huidtinten en de rijke kleuren van zijn kleding
plaatsen hem duidelijk in de wereld van de stedelijke elite,
een jonge jurist of humanist die nog midden in het leven staat,
misschien zelfs aan het begin van een succesvolle loopbaan.
De bloem in zijn hand versterkt die indruk.
Als een subtiel, persoonlijk gebaar dat past bij iemand
die zich bewust is van zijn verschijning en van de fragiele schoonheid van het leven.

In het rechterpaneel verschijnt de Dood in een houding die opmerkelijk menselijk is.
Het skelet is niet dreigend of agressief, maar staat in een gespannen rust:
de handen vallen over elkaar, met de handpalmen tegen elkaar gedrukt.
De lange vingers van de rechterhand vlijen zich over
de gekromde vingers van de linkerhand,
alsof ze zich eraan vasthechten.
Het gebaar is gesloten en verstrengeld, niet biddend maar ook niet grijpend,
en in de armen ligt een subtiele spanning
die het ontbonden lichaam nog een laatste echo van intentie geeft.
De resten van haar op de schedel, de krullen die zich nog vasthouden aan het bot,
en de wormen die uit het lichaam kringelen,
maken de ontbinding tastbaar en onontkoombaar.
Toch is de figuur niet grotesk;
de schilder toont de Dood met een onverwachte zachtheid,
als een lichamelijke aanwezigheid die zich naar de kijker wendt zonder te dwingen.

Juist doordat het linkerpaneel een jonge, wereldlijke man toont
die nog volop in het leven staat,
krijgt de ontmoeting met de Dood een bijzondere intensiteit.
De smachtende, half geopende handen van het skelet,
de resten van haar en de kringelende wormen maken de ontbinding tastbaar,
maar niet agressief;
de Dood treedt naar voren als een stille, lichamelijke tegenwoordigheid
die het leven niet bedreigt, maar ontbloot.
Zo ontstaat tussen beide panelen een spanning die niet moraliserend is,
maar existentieel:
het bloeiende leven wordt geconfronteerd met zijn eigen kwetsbaarheid,
zonder dat het overwicht van de één de ander wegdrukt.

Bronnen

Na deze eigen visuele analyse ben ik op zoek gegaan naar geschreven bronnen
om te zien hoe Hieronymus Tscheckenbürlin in de literatuur wordt beschreven.
Drie online bronnen bleken bijzonder verhelderend.

Het Historisches Lexikon der Schweiz schetst hem als een jonge jurist
uit een voorname Baselse familie,
die na zijn rechtenstudie in Parijs en Orléans onverwacht
een veelbelovende wereldlijke loopbaan opgaf
om in 1487 toe te treden tot de Basler Kartause.

De Deutsche Biographie bevestigt dit beeld
en benadrukt zijn aanzienlijke vermogen, zijn snelle opkomst binnen de orde
en zijn rol als laatste prior, het hoofd van het Kartause‑klooster in Bazel,
vóór de Reformatie.

De derde bron, de collectiepagina van het Kunstmuseum Basel,
voegt daar een cruciaal detail aan toe:
de inscriptie op de oorspronkelijke lijst identificeert de elegant geklede jongeman
en plaatst het tweeluik expliciet in het moment van zijn intrede in de religieuze orde,
als een symbolisch afscheid van het leven dat hij tot dan toe leidde
— een bestaan met welvaart, sociale positie en de mogelijkheid van een gezin.

Samen leveren deze bronnen een consistent beeld op
dat nauw aansluit bij wat het schilderij zelf al suggereert:

Tscheckenbürlin was geen ascetische monnik die op latere leeftijd tot inkeer kwam,
maar een jonge, succesvolle, wereldlijke figuur
die een scherpe wending in zijn leven maakte.
De bloem in zijn hand, de rijke kleuren van zijn kleding
en de jeugdige uitstraling passen precies
bij het moment in zijn leven waarin hij zich bevond.

De Dood op het rechterpaneel krijgt daardoor een extra lading:
niet als moraliserende waarschuwing,
maar als een confronterend tegenbeeld op het moment van keuze.

Het meest intrigerende gegeven is echter
het bestaan van een tweede versie van het diptiek,
bewaard in het Historisch Museum Basel.
Deze kopie, waarschijnlijk kort na het origineel ontstaan,
toont Tscheckenbürlin niet langer als jonge jurist maar in de strenge monnikspij.
Het bestaan van deze tweede versie maakt het geheel des te betekenisvoller:
het lijkt alsof de twee diptieken samen
de overgang markeren van zijn wereldlijke identiteit naar zijn kloosterleven
— een biografische tweeluik in twee schilderijen.


DSC05763 01 BazelKunstmuseumBaselVersoWolfgangKatzheimerWerkstattChristCarryingTheCrossUm1480MischtechnikAufTannenholzInv1261
Wolfgang Katzheimer, Werkstatt, Christ carrying the cross, um 1480, mischtechnik auf tannenholz. Inv. 1261.
DSC05763 02 BazelKunstmuseumBaselVersoWolfgangKatzheimerWerkstattChristCarryingTheCrossUm1480MischtechnikAufTannenholzInv1261 Detail
DSC05763 03 BazelKunstmuseumBaselVersoWolfgangKatzheimerWerkstattChristCarryingTheCrossUm1480MischtechnikAufTannenholzInv1261 Detail
DSC05763 04 BazelKunstmuseumBaselVersoWolfgangKatzheimerWerkstattChristCarryingTheCrossUm1480MischtechnikAufTannenholzInv1261 Detail
DSC05763 05 BazelKunstmuseumBaselVersoWolfgangKatzheimerWerkstattChristCarryingTheCrossUm1480MischtechnikAufTannenholzInv1261 Detail
DSC05763 06 BazelKunstmuseumBaselVersoWolfgangKatzheimerWerkstattChristCarryingTheCrossUm1480MischtechnikAufTannenholzInv1261 Detail
DSC05763 07 BazelKunstmuseumBaselVersoWolfgangKatzheimerWerkstattChristCarryingTheCrossUm1480MischtechnikAufTannenholzInv1261 Detail
DSC05763 08 BazelKunstmuseumBaselVersoWolfgangKatzheimerWerkstattChristCarryingTheCrossUm1480MischtechnikAufTannenholzInv1261 Detail
DSC05762 01 BazelKunstmuseumBaselVersoWolfgangKatzheimerWerkstattChristCarryingTheCrossUm1480MischtechnikAufTannenholzInv1261 Verso
Verso: de achterkant met beschildering, versterking, extra klampen en etiketten.
DSC05762 02 BazelKunstmuseumBaselVersoWolfgangKatzheimerWerkstattChristCarryingTheCrossUm1480MischtechnikAufTannenholzInv1261 RankenMetVruchten
Detail van de ranken en vruchten.

Verslag van de kruisweg

Het tweede schilderij ontvouwt zich als een verslag van de kruisweg,
alsof een getuige in Jeruzalem stond en het tafereel stap voor stap heeft vastgelegd.
Christus wordt voortgeduwd en tegengehouden tegelijk:
zijn handen zijn gebonden,
een touw om zijn hals houdt hem in bedwang,
terwijl aan weerszijden mensen het kruishout vasthouden.
De menigte is dicht opeengepakt, ieder met een eigen rol.
Op de voorgrond knielt een man in middeleeuwse burgerkledij
— misschien een ambachtsman, te herkennen aan zijn gereedschapsriem
met een klein open kistje —
die Christus een stok aanbiedt, een detail dat niet uit de bijbel komt
maar de scène een menselijk, bijna alledaags accent geeft.
Achter Christus staat een andere figuur, met een hoge muts,
die het kruis op een zwaar punt draagt
en zo de fysieke last van het moment zichtbaar maakt.

Links, door een grote poort, gaat het leven gewoon door:
kinderen spelen, mensen praten, een hond rent voorbij.

En in de verte, onderaan Golgotha, zit Maria in blauw,
omringd door twee vrouwen en een man zonder hoofddeksel
— waarschijnlijk Johannes —
een kleine kring van rouwenden die het lijden van Christus van nabij meebeleven.

De schilder vertelt niet één moment,
maar een reeks gebeurtenissen die zich gelijktijdig afspelen.
Het is een wereld waarin het heilige en het alledaagse elkaar raken
— waar het lijden van Christus zich voltrekt te midden van de gewone stad,
naast het ritme van het dagelijks leven.

Verso

Op de achterkant van het paneel tekent zich, onbedoeld,
de vorm van een grote T af:
de brede verticale middenstrook met haar drie klampen
staat als een donkere balk tussen de groen geschilderde ornamenten links en rechts,
terwijl bovenaan een kortere horizontale balk dwars over het paneel loopt
en zo de dwarsarm van de letter vormt.

Het is slechts een constructieve versteviging, maar van een afstand
krijgt de vorm een onverwachte betekenis.
Die T — in de middeleeuwse traditie ook wel de tau genoemd —
is zowel het teken van de franciscanen als een vroege gestileerde vorm van het kruis.

Zo herneemt de achterkant, in haar stille structuur,
het motief dat aan de voorkant wordt verbeeld:
het kruis dat Christus draagt verschijnt nogmaals,
niet geschilderd maar in het hout zelf,
als een echo van het verhaal dat het paneel draagt.


Verso – twee panelen en hun dubbele gezichten

In de tentoonstelling Verso verschuift de aandacht gaandeweg
van complete drieluiken naar losse panelen.
Dat is een interessante overgang, want een dubbelzijdig beschilderd paneel
roept al snel de vraag op of het ooit deel uitmaakte van een groter ensemble,
zoals een retabelvleugel die geopend en gesloten kon worden.
De beschikbare tentoonstellingsinformatie zegt daar niets over,
en het paneel van de Meister der Aarhuser Passion
biedt zelf ook geen eenduidige aanwijzingen.

De achterkant is niet afgewerkt zoals je bij een retabelvleugel zou verwachten:
de lijst is wel beschilderd, maar niet decoratief uitgewerkt,
en vertoont beschadigingen, gaten en plakplaatjes.
Ook zijn de klampen grof aangebracht
en heeft iemand later zijn naam in de rand gekerfd.
Dat toont in ieder geval dat de functie van het paneel
in de loop van de tijd is veranderd.
Wanneer deze ingrepen precies zijn gedaan, weten we niet;
ze kunnen uit een periode stammen
waarin het paneel al los van een groter geheel circuleerde,
of waarin de achterkant simpelweg geen zichtbare rol meer speelde.
De constructiesporen zeggen dus minder over de oorspronkelijke configuratie
dan over de latere omgang met het object.
Juist die onduidelijkheid maakt het paneel interessant binnen Verso:
het staat op de grens tussen liturgisch gebruik
en latere zelfstandigheid, tussen functie en fragment.

DSC05741BazelKunstmuseumBaselVersoMeisterDerAarhuserPassionTheCrowningWithThornsSaintNicolasOfMyraWithTheThreePupilsUm1480MischtechnikAufEichenholzInvG1978-98
Bazel, Kunstmuseum Basel, Verso, Meister der Aarhuser Passion, The crowning with thorns; Saint Nicolas of Myra with the three pupils, um 1480, mischtechnik auf eichenholz. Inv. G 1978-98.
DSC05742 01 BazelKunstmuseumBaselVersoMeisterDerAarhuserPassionTheCrowningWithThornsSaintNicolasOfMyraWithTheThreePupilsUm1480MischtechnikAufEichenholzInvG1978-98
DSC05742 02 BazelKunstmuseumBaselVersoMeisterDerAarhuserPassionTheCrowningWithThornsSaintNicolasOfMyraWithTheThreePupilsUm1480MischtechnikAufEichenholzInvG1978-98
DSC05742 03 BazelKunstmuseumBaselVersoMeisterDerAarhuserPassionTheCrowningWithThornsSaintNicolasOfMyraWithTheThreePupilsUm1480MischtechnikAufEichenholzInvG1978-98
DSC05742 04 BazelKunstmuseumBaselVersoMeisterDerAarhuserPassionTheCrowningWithThornsSaintNicolasOfMyraWithTheThreePupilsUm1480MischtechnikAufEichenholzInvG1978-98

Op de achterzijde verschijnt een heel ander verhaal:
Sint Nicolaas van Myra met de drie leerlingen.
De drie figuren in de ton verwijzen naar het middeleeuwse verhaal
over het mirakel waarin Nicolaas drie kinderen tot leven wekt.
Zij waren door een herbergier gedood en in een pekelvat gelegd,
met de bedoeling hun vlees te verkopen
— een wreed detail dat in de Legenda aurea en latere volksverhalen
expliciet wordt genoemd.
In Duitstalige gebieden werden deze kinderen
later opnieuw geïnterpreteerd als scholieren.
Dat sluit aan bij de manier waarop Nicolaas in de late middeleeuwen
steeds vaker werd gezien als patroon van leerlingen en studenten,
en daarom bij devotionele kunst werd aangepast aan de leefwereld van de kijker.
Zo pasten kunstenaars en opdrachtgevers het mirakel in een context
waarin onderwijs, jeugd en moraliteit een grotere rol kregen.

De voorstelling is eenvoudiger gehouden dan de voorzijde,
en de fysieke achterkant toont sporen van praktisch gebruik:
ruwe klampen, een onbeschilderde lijst,
en de naam FERD. WORTMANN BASEL die later werd aangebracht.
Waar de voorzijde een zorgvuldig afgewerkte, beschilderde omlijsting heeft,
toont de achterzijde de materiële geschiedenis van het object
— precies het soort contrast dat de tentoonstelling Verso zichtbaar wil maken.

Zo vormt dit paneel een dubbel verhaal:
een frontale meditatie op lijden en wreedheid,
en een verso dat zowel een wonder
als een tastbare levensloop van het schilderij zelf bewaart.

Wat in dit paneel opvalt
— de grimassende beulen, de overdreven wreedheid, de gebonden handen,
de felle kleurcontrasten en zelfs het gruwelijke Nicolaas‑mirakel —
sluit aan bij een bredere laatmiddeleeuwse beeldtaal
waarin dramatisering een betekenisvolle functie heeft.
Het is dezelfde logica die we kennen uit oorspronkelijke volksverhalen en sprookjes:
deze verhalen waren niet voor kinderen bedoeld, maar voor volwassenen,
en gebruikten expliciete gruwel
om gevaar, moraal en rechtvaardigheid zichtbaar te maken.
De intensiteit van het lijden, hoe theatraal ook verbeeld,
was een manier om het verhaal te laten werken
— affectief, didactisch en sociaal.
In dat opzicht staat dit paneel niet op zichzelf,
maar binnen een grotere traditie waarin wreedheid geen ornament is,
maar een vorm van helderheid.


De twee zijden van het paneel van Lucas Cranach de Oudere
laten zien hoe tijd, functie en atelierpraktijk zich in één object kunnen ophopen.

Aan de voorzijde staat een vrouw in gebed,
ingetogen en precies geobserveerd,
geschilderd met de aandacht die Cranach voor zijn devotieportretten reserveerde.
Het is geen “pasfoto” in wereldlijke zin,
maar een portret dat een vrome houding verbeeldt:
een wereldse vrouw die zich in een religieuze context laat afbeelden.
Zulke devotieportretten konden heel goed onderdeel zijn van een klein ensemble
— een diptiek, een huisaltaartje
of een paneel dat omgedraaid kon worden om een heilige te tonen.

DSC05744BazelKunstmuseumBaselVersoLucasCranachDerÄltePortraitOfAWomanSaintCatherineVraagUm1508MischtechnikAufEichenholzInDep24
Lucas Cranach Der Älte, PortraitO\ of a woman; Saint Catherine (?), um 1508, mischtechnik auf eichenholz. Inv Dep 24.
DSC05745BazelKunstmuseumBaselVersoLucasCranachDerÄltePortraitOfAWomanSaintCatherineVraagUm1508MischtechnikAufEichenholzInDep24

Die heilige zien we op de achterkant, in een grisaille‑achtige voorstelling
die ooit sculpturaal bedoeld was maar door de tijd is teruggekeerd tot hout.
De verf is vergaan, de modellering vervaagd,
en juist dat onbedoelde effect van de tijd maakt de tegenstelling
tussen voor- en achterkant zo sterk:
waar de vrouw nog helder en levend aanwezig is,
is de heilige bijna verdwenen.

De figuur draagt een zwaard, een sterk maar niet exclusief attribuut
van Catharina van Alexandrië; haar kenmerkende wiel ontbreekt,
en het boek in haar hand is niet onderscheidend.
De identificatie blijft daardoor waarschijnlijk maar niet zeker
— precies het soort onzekerheid dat bij grisaille‑buitenzijden vaker voorkomt.

De eenvoud van de voorstelling, deels oorspronkelijk en deels door verval,
past bij Cranachs atelierpraktijk rond 1508,
waarin zulke monochrome achterzijden vaak door leerlingen werden uitgevoerd.
De meester schilderde de voorzijde,
de werkplaats verzorgde de sobere sculpturale achterkant.

Samen tonen de twee zijden hoe een devotieobject
niet alleen een religieuze functie heeft,
maar ook een onbedoelde geschiedenis:
een traject van gebruik, slijtage en verlies
dat het paneel zelf nooit “bedoeld” heeft,
maar dat nu wel de betekenis ervan mede bepaalt.
Het contrast tussen de persoonlijke vroomheid op de voorzijde
en de verbleekte heilige op de achterkant
maakt dit werk tot een stille meditatie
over atelier, devotie en vergankelijkheid
— precies het soort spanningsveld dat Verso zichtbaar wil maken.


Verso – wat de vleugels tonen, en wat niet

DSC05736BazelKunstmuseumBaselVersoHansFriesTheBeheadingOfStJohnTheBaptistIdem-Idem1514ÖlAufNadelholzInv224-225
Bazel, Kunstmuseum Basel, Verso. De eerste vleugel van een set van twee: Hans Fries, The beheading of St John the Baptist. 1514, öl auf nadelholz. Inv. 224, paneel 2 is inv. 225. De overige voorstellingen zijn St John the Baptist condemnation of Herod, St John the Evangelist in the cauldron, St John on Patmos.

Wat we zien

Kunstmuseum Basel toont twee zijvleugels met voorstellingen
rond Johannes de Doper en Johannes de Evangelist.
De moeite waard om naar te kijken. Typisch laatgotische kunst uit Zwitserland.
Maar ik vond dat wat we er niet konden zien wel helemaal bijhoren.

DSC05738BazelKunstmuseumBaselVersoHansFriesIdemStJohnTheBaptistCondemnationOfHerod-Idem1514ÖlAufNadelholzInv224-225
DSC05739BazelKunstmuseumBaselVersoHansFriesIdem-StJohnTheEvangelistInTheCauldronIdem1514ÖlAufNadelholzInv224-225
DSC05740BazelKunstmuseumBaselVersoHansFriesIdemStJohnOnPatmos1514ÖlAufNadelholzInv224-225

Wat we niet zien

De centrale voorstelling die bij de twee vleugels hoort is niet aanwezig
maar was ook geen eenvoudig paneel.
Op de collectiesite van Kunstmuseum Basel wordt het als volgt toegelicht:

Beide Flügel flankierten einen Mittelschrein mit Skulpturen, der Maria mit dem Kind zwischen den beiden Johannes zeigte. Darunter befand sich eine Predella mit Heiligenbüsten (u. a. Petrus und Paulus), darüber eine Noli-me-tangere-Gruppe zwischen den hll. Stephanus und Laurentius. Das Retabel wurde 1514 von dem Komtur Peter von Englisberg in Auftrag gegeben. Die Flügel sind auf der linken Innen- sowie auf der rechten Aussenseite signiert und datiert. Um 1712 wurde der spätgotische Altar auseinandergenommen und durch einen barocken ersetzt. Die Skulpturen befinden sich zum Teil noch heute vor Ort.

In het Nederlands:

Beide vleugels flankeerden een middenschrijn met sculpturen, waarop Maria met het kind tussen de twee Johannesfiguren was afgebeeld. Daaronder bevond zich een predella met heiligenbustes (onder andere Petrus en Paulus), daarboven een Noli-me-tangere-groep tussen de heiligen Stefanus en Laurentius. Het retabel werd in 1514 in opdracht gegeven door de commandeur Peter von Englisberg. De vleugels zijn gesigneerd en gedateerd op de linker binnenzijde en de rechter buitenzijde. Rond 1712 werd het laatgotische altaar uit elkaar genomen en vervangen door een barok exemplaar. Een deel van de sculpturen bevindt zich nog altijd ter plaatse.

Het woord ‘middenschrijn’ verdient extra aandacht.
In het midden, dus tussen beide vleugels, bevond zich geen centraal schilderij.
Tussen de vleugels was een diepe, kastvormige ruimte
met onder andere een beeldengroep:
Maria met kind tussen Johannes de Doper en Johannes de Evangelist.

Heel precies:
in het midden zag je, van boven naar beneden:

Boven:
Een Noli‑me‑tangere‑schilderij, met de verrezen Christus als tuinman,
geflankeerd door de heiligen Stefanus en Laurentius.
Stefanus en Laurentius staan er niet als deel van het verhaal,
maar als diaken‑martelaren die de verrijzenis van Christus
liturgisch omlijsten en het heiligenprogramma van het retabel verbreden.

Daar onder:
Maria met het kind, tussen Johannes de Doper en Johannes de Evangelist
— de beeldengroep in de middenschrijn.

Helemaal onderaan:
Een predella, een strook met kleinere schilderijen onder aan een altaar,
hier met een rij kleine heiligenvoorstellingen, waaronder Petrus en Paulus.

Een vraag over wat we niet zien

De museumtekst zegt nog iets interessants:

Die bemalten Flügel wurden beschnitten, so dass von dem links oben erscheinenden Apokalyptischen Weib im Bild des Johannes auf Patmos nur noch die untere Hälfte erhalten ist.

In het Nederlands:

De beschilderde vleugels zijn bijgesneden, waardoor van het Apocalyptische Vrouw‑beeld dat links boven in de voorstelling van Johannes op Patmos verschijnt, alleen nog de onderste helft bewaard is gebleven.

Het museum vermeldt dat de Patmos‑voorstelling aan de bovenkant is ingekort,
waardoor van de Apocalyptische Vrouw alleen het onderste deel resteert.
Op mijn foto zie je linksboven een rode gloed met daarin vormen die
plooien rond benen/voeten lijken.

Opmerkelijk is dat de keerzijde van hetzelfde paneel
— de scène met Johannes in de olieketel —
geen zichtbare inkorting vertoont en volledig intact lijkt.
Hoe deze twee constateringen zich precies tot elkaar verhouden, blijft een open vraag.

Het programma

De verschillende onderdelen, de vleugels, de Noli‑me‑tangere‑schildering,
de beeldengroep en de predella, zijn zorgvuldig tot één geheel samengesteld.

In het retabel vormt Christus de verticale as van het geheel:
bovenin verschijnt hij als de verrezen Heer in de Noli‑me‑tangere‑groep,
in het midden als kind op Maria’s arm tussen Johannes de Doper
en Johannes de Evangelist,
en onderaan wordt het geheel gedragen door de predella met apostelenbustes
zoals Petrus en Paulus.

De twee Johannes‑figuren op de vleugels omlijsten dit Christocentrische programma:
de Doper als degene die zijn komst voorbereidt (links),
de Evangelist als degene die zijn leven doorgeeft (rechts).

Hun bekende legendes
— de onthoofding van de Doper, de olie‑proef en Patmos bij de Evangelist —
kleuren hun persoonlijkheid wel, maar spelen in dit altaar slechts als achtergrond mee;
hier staan zij vooral in hun rol als voorloper en getuige rond het leven van Christus.


Wat ik bij het afronden van dit bericht me realiseerde
is dat door een tentoonstelling over ‘achterkanten’ we ook voorstellingen
te zien hebben gekregen die we normaal niet zien
en die misschien helemaal niet meer zo mooi zijn zoals
het zwaar beschadigde ‘St John the Evangelist on Patmos’
en eerder al twee panelen van de Meister von Sierentz.


Verso – lijden en geloof in de logica van het drieluik

Er zijn twee panelen die vermoedelijk ooit één drieluik vormden in Sierentz.
Er wordt aangenomen dat ze gemaakt zijn door één maker.
Die wordt daarom de Meester van Sierentz genoemd.

Op het schilderij met de heilige Joris die de draak verslaat
staan verschillende taferelen:

  • op de voorgrond: Joris die de draak doorboort;
  • rechts erachter: nog eens twee draken en hun nest? met een eerdere prooi
    en de botten van eerdere maaltijden;
  • de laag daarachter, links: een prinses die een lam aan een lijn houdt
    — geen huisdier, maar een verwijzing naar Christus als het Lam Gods.
    Het kapelletje naast haar bevat vermoedelijk een Mariabeeld,
    waardoor de scène nog meer Christelijke diepte krijgt.
    De prinses was het geplande offer voor de draak totdat Joris kwam;
  • Bijna achteraan: een burcht
  • Achteraan: de zee

Tegelijk verloopt de hoofdkleur van verschillende tinten groen naar blauw.

We kijken weer niet naar een foto.
Het schilderij is een complexe compositie.
Zorgvuldig uitgedacht.
Net als St Joris van wie wordt aangenomen dat hij niet heeft bestaan.
Deze heilige is geen universele goeddoener.
Het is een ridder die een jonkvrouw redt.
Iemand die meer thuishoort in een ridderroman dan in een kerk.

St George (Sint Joris) is een tegenhanger van St. Martin (Sint Maarten).
Over St Maarten schreef een tijdgenoot een boek.
Maarten zat in het leger maar wilde geen soldaat worden.
Hij wilde mensen helpen, gaf een bedelaar de helft van zijn mantel.
Het kleurverloop van groen naar blauw zien we ook op dit paneel.
De compositie is minder complex, het delen van de mantel staat centraal.

Zouden de voorstellingen op de twee vleugels ook samenhang vertonen?

Op beide achterkanten staat Christus centraal:

  • men neemt aan dat de bijna verloren achterkant
    de hulp bij het dragen van het kruis weergeeft.
    Dat is de achterkant van het St Maarten-schilderij.
  • de tweede achterkant toont de kruisafname en het treuren bij het kruis.

Christus staat wel centraal op die panelen maar zijn rol is passief.
Het zijn de omstanders die acties ondernemen.
Ze nemen zijn lichaam van het kruis en bewenen hem
en Simon van Cyrene werd gedwongen het kruis te dragen.

De middeleeuwse heiligen vervullen eenzelfde rol
als de historische omstanders rond Christus.
Ze helpen Christus bij het uitdragen van het geloof en hebben aandacht voor lijden.

Wat zou de centrale voorstelling van dit drieluik kunnen zijn geweest?

DSC05732BazelKunstmuseumBaselVersoMeisterVonSierentzSaintMartinCuttingHisCloakIdemUm1445-1450MischtechnikAufTannenholzInv32-31
Bazel, Kunstmuseum Basel, Verso, Meister von Sierentz, Saint Martin cutting his cloak; Remains of a bearing of the cross. Saint George fighting the dragon; The lamentation of Christ under the cross, um 1445 – 1450, mischtechnik auf tannenholz. Inv. 32 – 31.
DSC05733BazelKunstmuseumBaselVersoMeisterVonSierentzSaintMartinCuttingHisCloakIdemUm1445-1450MischtechnikAufTannenholzInv32-31 ArchitectuurDetail
Detail van stadsmuur.
DSC05734BazelKunstmuseumBaselVersoMeisterVonSierentzIdemRemainsOfABearingOfTheCrossIdemUm1445-1450MischtechnikAufTannenholzInv32-31
Verso – Remains of a bearing of the cross.

DSC05731BazelKunstmuseumBaselVersoMeisterVonSierentzIdemSaintGeorgeFightingTheDragonIdemUm1445-1450MischtechnikAufTannenholzInv32-31
Saint George fighting the dragon.
DSC05730BazelKunstmuseumBaselVersoMeisterVonSierentzIdemTheLamentationOfChristUnderTheCrossUm1445-1450MischtechnikAufTannenholzInv32-31
Verso – The lamentation of Christ under the cross. Het steeds terugkerend stadsgezicht op de achtergrond is vast ook een van de aanleidingen om deze panelen aan ëën schilder toe te wijzen.

Verso – tussen techniek en geloof

Het gebeurt niet vaak dat ik een blogbericht maak
over een kunstwerk dat ik niet zo mooi vind.
Nu is mooi een erg subjectief gegeven,
maar kijk eens naar de compositie van beide zijden van het werk:

DSC05727BazelKunstmuseumBaselVersoKonradWitzWerkstattIdemTheNativityIdem
Bazel, Kunstmuseum Basel, Verso, Konrad Witz Werkstatt, The Nativity, Um 1445 – 1450.

Aan de ene kant zie je de kerststal.
De verhouding tussen het gebouwtje
en het enorm grote blauwe gewaad van Maria, klopt niet;

DSC05729 01 BazelKunstmuseumBaselVersoKonradWitzWerkstattTheIncredulityOfSaintThomasAndChristAndTheVirginIntercedingWithGodTheFartherTheNativityUm1445-1450
Konrad Witz Werkstatt, The incredulity of Saint Thomas and Christ and the Virgin interceding with God the Father.

Aan de andere kant zie je een vreemde compositie.

Misschien is die theologisch nog wel te verklaren.
Christus als bemiddelaar tussen de ongelovige mens en God.
Een Christus die er veel aan wil doen om de mens te overtuigen
Terwijl Maria naast hem dezelfde bemiddelende rol vervult.
Maar dat maakt het voor mij nog geen mooi beeld.

Links, enigszins opzij geduwd, staan Christus en de ongelovige Thomas.
Rechts God met de geknielde Maria die lijkt te bemiddelen,
terwijl ze in haar linkerhand een kleine figuur de hand geeft.
Ze houdt ook haar borst vast (mogelijk als verwijzing naar moederschap)
terwijl Christus aan haar rechterzijde zit.
Er zit ook nog een geknield figuur op de voorgrond.

Alles bij elkaar wringt de compositie door gebrek aan evenwicht
en daarbij is de rechter helft heel complex.

Wat me wel aanspreekt zijn twee zaken:

  • Het gebouwtje aan de ene kant mag dan niet in verhouding zijn met de figuren,
    het is wel een mooi ontwerp en perspectief.
    Bovendien is er een interessante combinatie van schilderwerk met reliëf.
DSC05728 01 BazelKunstmuseumBaselVersoKonradWitzWerkstattIdemTheNativityIdem DetailMaria
Detail met Maria.
DSC05728 02 BazelKunstmuseumBaselVersoKonradWitzWerkstattIdemTheNativityIdem DetailMaria
Detail schilderwerk en reliëf bij het hoofd van Maria.
DSC05821 BazelKunstmuseumBaselVersoKonradWitzWerkstattIdemTheNativityIdem EngelMetLeporello
Detail met de engel die een leporello (?) in de handen lijkt te houden.
  • Dan de gotische rand aan de bovenkant van de Thomas-kant van het werk.
    Het is een poging om een ‘oud’ verhaal naar het nu van 1450 te halen.
    Het werkt als een decoratieve rand, bijna als de kanten strook van een glasgordijn.
DSC05822BazelKunstmuseumBaselVersoKanradWitz Txt
Zaaltekst over de gotische rand.
DSC05729 02 BazelKunstmuseumBaselVersoKonradWitzWerkstattTheIncredulityOfSaintThomasAndChristAndTheVirginIntercedingWithGodTheFartherTheNativityUm1445-1450 Detail
Detail van de gotische rand.

Voor een kijker van nu is het alles bij elkaar een erg ‘technisch’ werk.
Daar waar het natuurlijk probeert over te komen (the Nativity)
wringt het beeld.
Daar waar het theologisch probeert te zijn (Thomas)
is het complex en vormt het geen eenheid.

Juist dat spanningsveld tussen techniek en betekenis maakt het werk interessant,
al blijft het moeilijk om erdoor geraakt te worden.


Verso, Tales from the Other Side – Het ritme van een drieluik

Ook in mijn tweede bericht over Verso staat een vroegmodern drieluik centraal.
De curator, Bodo Brinkmann, kiest bewust voor een ‘herhaling’.

DSC05703BazelKunstmuseumBaselVersoBartholomäusBruynDÄGeldorpGortziusAdorationOfTheMagiAnnunciationWithDonorFlightIntoEgyptWithFemaleDonorsIdemCa1525-1530And1600
Bazel, Kunstmuseum Basel, Verso, Bartholomäus Bruyn der ältere and Geldorp Gortzius, Adoration of the Magi, Annunciation with donor, Flight into Egypt with female donors, Saint George, Saint Christopher, circa 1525 – 1530 and 1600, öl auf eichenholz.

Maar het is geen echte herhaling:

  • de makers zijn andere kunstenaars dan die van het vorige drieluik
  • de schilders van dit werk hebben elk aan hun eigen panelen gewerkt,
    niet samen aan één paneel
  • het centrale paneel heeft hetzelfde thema: de aanbidding door de drie koningen
    de heilige familie krijgt daarop meer nadruk, waarop het Christuskind centraal staat
    Dat bereikt de schilder door de koningen naar achter te plaatsen
  • de zijpanelen zijn aan de binnenzijde inhoudelijk vergelijkbaar met het vorige drieluik
DSC05704BazelKunstmuseumBaselVersoBartholomäusBruynDÄGeldorpGortziusIdemSaintGeorgeIdemCa1525-1530And1600ÖlAufEichenholz
Saint George, de draak ligt al uitgeschakeld naast zijn rechterbeen.
DSC05706BazelKunstmuseumBaselVersoBartholomäusBruynDÄGeldorpGortziusIdemGeorgeSaintChristopherCa1525-1530And1600ÖlAufEichenholz
Saint Christopher die het kind Jezus op zijn schouder neemt om hem over te zetten naar de andere kant van de rivier.

Door de twee drieluiken met elkaar te vergelijken ontstaat wel een patroon:

  • de belangrijkste voorstelling staat centraal
  • verhalen uit het leven van Christus aan de binnenzijde van de vleugels
  • heiligen – beschermers en verdedigers van het christelijke geloof –
    aan de buitenzijde van de vleugels.

Zo ontstaat er een herhaalbaar patroon, een ritme in de drieluiken.
Interessant om dat bij andere drieluiken te toetsen.

Ook bij dit drieluik zijn de achterkanten belangrijk.
Ze zijn niet allemaal leeg.
Ze zijn beschilderd met voorstellingen.
Voorstellingen die in de kerk vaker zichtbaar waren
dan het centrale paneel of de binnenzijden van de vleugels.
Er zat niet alleen een ritme in de opzet van het drieluik.
Ook het gebruik was deel van een ritueel ritme:
het drieluik was meestal gesloten
met de buitenzijden van de vleugels in het zicht
alleen op speciale feestdagen opende het drieluik zich.
Alleen dan waren het centrale paneel, de donoren
en de aanvullende voorstellingen te zien.
Daarna sloot het drieluik zich weer voor enige tijd.
Als je eenmaal weet dat het drieluik meestal gesloten was,
vallen de buitenzijden anders op.

DSC05705 01 BazelKunstmuseumBaselVersoBartholomäusBruynDÄGeldorpGortziusIdemCa1525-1530And1600ÖlAufEichenholzAchterkantCentralePaneel
Dan blijft er nog één lege achterkant over: die van het centrale paneel. Blijkbaar bestaat dat paneel uit tenminste twee delen.
DSC05705 02 BazelKunstmuseumBaselVersoBartholomäusBruynDÄGeldorpGortziusIdemCa1525-1530And1600ÖlAufEichenholzAchterkantCentralePaneel LabelVeilingLabelBaselMuseum
Een label van een veiling en twee labels van Kunstmuseum Basel. De drie uitgesneden letters vertellen misschien ook nog een verhaal. Maar wat dat verhaal is weet ik niet…

Op het label van de veiling lees ik:

J.M. Heberle (H. Lempertz Söhne), Köln
Auction 11/5-03
Nr 5
Ankaufer: …….. Basel


Verso, Tales from the Other Side

– een eerste verkenning van de achterkanten van schilderijen –

In Bazel werd een tentoonstelling gehouden over de achterkant van schilderijen:
Kunstmuseum Basel, Verso, Tales from the Other Side.
Heel interessant, dacht ik.
Vooral als je geïnteresseerd bent in de herkomst (provenance) van kunstwerken:

  • Wanneer is het gemaakt?
  • Hoe is het gemaakt?
  • Wie heeft het gemaakt?
  • Bij wie is het in bezit geweest door de jaren (eeuwen) heen.

Daarvoor kunnen etiketten op de achterkant van een schilderij van belang zijn.
Etiketten aangebracht door eventuele musea of veilinghuizen.
Soms noteren die veilinghuizen ook wie de aanbieder van het werk was
en wie de uiteindelijke koper.
In een ideale situatie is er dan een complete administratie bijgehouden
met datum van inbreng, van verkoop en van eventueel onderzoek.

Maar de insteek van Kunstmuseum Basel bleek veel breder.
De ‘achterkant’ van een schilderij dat onderdeel is (geweest) van een triptiek
hoeft helemaal niet minder belangrijk te zijn dan de ‘voorkant’.
Sterker nog, op die ‘achterkant’ is dan helemaal geen plaats voor stickers of plakkers.
De tentoonstelling Verso – Tales from the Other Side gaat veel dieper in
op de betekenis en functie van de achterkant van een schilderij.
‘Verso’ is daarbij een goed gekozen titel.
Het is een woord dat in de manuscriptstudie wordt gebruikt
als tegenhanger van ‘Recto’.
Verso is dan de kant die je als tweede leest.
In de term zit geen waardeoordeel verborgen over het belang van het blad.

DSC05697BaselKunstmuseumBaselVerso 01
De tentoonstelling is niet meer te zien. Ik zag hem op 10 september 2025.
DSC05697BaselKunstmuseumBaselVerso 02
DSC05697BaselKunstmuseumBaselVerso 03
DSC05698BaselKunstmuseumBaselVerso Txt01
DSC05698BaselKunstmuseumBaselVerso Txt02
De nummers in de tekst zoals 1.1 en 1.2 verwijzen naar de werken die er te zien waren in de eerste groep werken. Op de website van Kunstmuseum Basel noemen ze dit de eerste zaal.

De tentoonstelling maakt gebruik van werken uit eigen collectie.
Helaas heeft men bij de tentoonstelling geen catalogus uitgegeven
maar er is een website met informatie over de tentoonstelling.
Voor mij was de tentoonstelling spectaculair.
Er waren zoveel goede voorbeelden, perfect in beeld gebracht.

Het eerste schilderij is een triptiek, een schilderij met twee vleugels.
Die vleugels konden open gezet worden zodat de centrale afbeeling zichtbaar werd.
In die stand worden de meeste drieluiken in musea getoond.
Dit werk toont zeven voorstellingen:

  • De aanbidding door de Drie Koningen, de centrale voorstelling.
  • De persoon die het schilderij betaalde en zijn zonen, linkervleugel, binnenkant, onder
  • De echtgenoot van de donor en hun dochters, rechtervleugel, binnenkant, onder
  • De aanbidding door de herders, ook op eerder genoemde linkervleugel, binnenkant, boven
  • De vlucht naar Egypte, op de eerder genoemde rechtervleugel, binnenkant, boven
  • De aankondiging (anunciatie), de engel Gabriël, linkervleugel, achterkant
  • De aankondiging: Maria, linkervleugel, achterkant

De centrale voorstelling heeft natuurlijk ook een achterkant.
Al de voorstellingen en achterkanten waren te zien.

DSC05699BaselKunstmuseumBaselVerso 01AntwerpenerMeisterTheAdorationOfTheMagiAdorationOfTheShepherdsWithDonorAndSonsFlightIntoEgyptWithDonatrixAndDaughtersAnnunciation2Viertel16JhölAufHolz
Bazel, Kunstmuseum Basel, Verso, Antwerpener Meister, The adoration of the Magi; Adoration of the Shepherds with donor and sons; Flight into Egypt with Donatrix and daughters, Annunciation, 2. viertel 16. Jh (second quarter of the 16th century CE), öl auf holz.
DSC05699BaselKunstmuseumBaselVerso 02BaselKunstmuseumBaselVersoAntwerpenerMeisterTheAdorationOfTheMagi
Het is alles bij elkaar een heel complex werk. De vele figuren op de centrale afbeelding en het afbeelden van twee verhalen op één vleugel, maken het nog ingewikkelder.
DSC05699BaselKunstmuseumBaselVerso 03BaselKunstmuseumBaselVersoAntwerpenerMeisterTheAdorationOfTheMagi
Nogmaals de Aanbidding door de Drie Koningen maar nu zonder de engeltjes en overige toeschouwers.
DSC05700BaselKunstmuseumBaselVersoAntwerpenerMeisterIdemFlightIntoEgyptWithDonatrixAndDaughters
Twee voorstellingen: De vlucht naar Egypte en de vrouw van de donor met 4 dochters en haar familiewapen.
DSC05702BaselKunstmuseumBaselVersoAntwerpenerMeisterIdemAdorationOfTheShepherdsWithDonorAndSons
Op de bovenste afbeelding zie je, bijna stiekum, twee herders om de hoek kijken naar Maria en Josef en het pasgeboren kind. Onderaan knielt de doner met naast zich de oudste zoon (?). Vervolgens zie je nog eens 11 jongetjes. Ook de donor toont zijn familiewapen.
DSC05708BaselKunstmuseumBaselVersoAntwerpenerMeisterIdemAnnunciationEngelGabriël
De engel Gabriël brengt zijn boodschap. De eerste schildering op de achterkant.
DSC05709BaselKunstmuseumBaselVersoAntwerpenerMeisterIdemAnnunciationMaria
Gabriël brengt zijn boodschap bij Maria die op de achterkant van de andere vleugel is geschilderd.
DSC05710BaselKunstmuseumBaselVerso 01 AntwerpenerMeisterTheAdorationOfTheMagiAchterkant
De achterkant van de centrale voorstelling toont minstens twee interessante zaken: Een onderbroken lijn van blokjes hout. Zou dat een spoor van een reparatie zijn?
DSC05710BaselKunstmuseumBaselVerso 02 AntwerpenerMeisterTheAdorationOfTheMagiAchterkantDetail
Het tweede element zijn de lables die op de achterkant geplakt zijn. Ze zijn beide van Kunstmuseum Basel. Beide bevatten het inventarisnummer van het werk: 1233.

Is watertrappelen ook kunst?

IMG_9639
De foto is van deze middag en het is vandaag te warm om de zon in de kamer te laten schijnen.

Er hangt een tentoonstellingsposter in mijn kamer.
Bovenaan staat de naam van de kunstenaar.
De rest is een feest van kleur en suggestie.
Suggestie van beweging.
De tekst die erbij staat lijkt aan te geven dat het om
een tentoonstelling van Jean Tinguely gaat in .
Ergens rond november 1986 was die tentoonstelling.
Maar ik heb er nooit bewijs van kunnen vinden dat
die tentoonstelling ook daadwerkelijk heeft plaatsgevonden.
Maar dat maakt niet uit.
Ergens in het begin van de jaren tachtig zag ik zijn fonteinen
voor het eerst: The Stravinsky Fountain bij het Centre Pompidou
in Parijs en de Tinguely Fountain in Bazel.

DSC05686BazelJeanTinguelyTinguelyFountain
Bazel, Jean Tinguely, Tinguely Fountain.

Op de laatste dag van mijn korte vakantie in Zürich
ging ik vroeg in de ochtend met de trein naar Bazel.
Op dezelfde dag zou ik in de avond de nachttrein terug naar huis nemen.
Maar zover was het nog niet.
Er was nog veel kunst te zien, waaronder de Tinguely Fountain.

DSC05687 01 BazelJeanTinguelyTinguelyFountain
DSC05687 02 BazelJeanTinguelyTinguelyFountain

Een specifiek onderdeel van die vijver heeft me altijd aangesproken.
Een zwart apparaat dat samen met nog een aantal machines
in die vijver staat.
Het doel van het apparaat is om mijn zijn beentjes,
die aan het eind hoefvormige voetjes lijken te hebben,
het water weg te trappelen.
De motor fier in top.
Alsof het apparaat een kuil aan het graven is.
Moe wordt het apparaat niet (want het is een apparaat).
Dat is maar goed ook, want kleine hoeveelheden water wegduwen
heeft niet zo veel effect in een vijver.
Eigenlijk is dat waar voor alle machines in de vijver:
ze verplaatsen water en toch het wateroppervlak verandert er niet door.
Natuurlijk, er zijn soms druppels te zien, bellen in het water, het regent er,
het borrelt er, het schuimt, soms spat het water uiteen.
Maar je kunt zeggen dat er eigenlijk ook niets gebeurt.
Hoe dan ook, het is er een magische plaats.

DSC05688BazelJeanTinguelyTinguelyFountain
DSC05689BazelJeanTinguelyTinguelyFountain
DSC05690BazelJeanTinguelyTinguelyFountain
IMG_7741BazelJeanTinguelyTinguelyFountain
IMG_7742BazelJeanTinguelyTinguelyFountain
IMG_7743BazelJeanTinguelyTinguelyFountain
IMG_7744BazelJeanTinguelyTinguelyFountain
IMG_7745BazelJeanTinguelyTinguelyFountain
IMG_7746BazelJeanTinguelyTinguelyFountain

Van strenge transcendentie naar ontspannen nabijheid

– over een wandeling in Museum Rietberg van de Noordelijke Dynastieën naar de Jin‑tijd –

DSC05607ZürichMuseumRietbergGuanyinInRoyalEasePoseNorthernChinaJinDynasty12th-13thCenturyCEHolzTeilweiseBemaltGeschenkEduardVonDerHeydtRCh301

Zürich, Museum Rietberg, Guanyin in Royal ease-pose, Northern China, Jin Dynasty, 12th – 13th century CE, holz, teilweise bemalt, geschenk Eduard von der Heydt, RCh 301.

DSC05608ZürichMuseumRietbergGuanyinInRoyalEasePoseNorthernChinaJinDynasty12th-13thCenturyCEHolzTeilweiseBemaltGeschenkEduardVonDerHeydtRCh301

Ik zet weer wat stappen in de museumzaal.
De tijd maakt een sprong van minstens 700 jaar.
De figuur die ik voor me zie is van hout.
Hij kijkt me uit de hoogte en schijnbaar ongeïnteresseerd aan.
Grote oogkassen en neus
Een kleine, smalle mond.
Nadrukkelijke kin.
Lange oorlellen.

De kleding komt bekend voor.
Een kroon in het haar.
Sierraad op de arm.
Decoratie op de borst.
Zwierende sjerpen.
Geplooid.

De houding veel losser dan op de steles
of Dunhuangschilderingen op zijde.
Is dat een mudra?

Door de tijd zijn veel stukken van de verf verdwenen.
De ondergrond komt tevoorschijn.
Alles bij elkaar: intrigerend.

Noordelijke Dynastieën – canon en legitimatie

In de kunst van de Noordelijke Dynastieën (5e–6e eeuw)
vormt het boeddhisme een politiek en visueel bindmiddel
in een gefragmenteerd Noord‑China.
De heersende Xianbei‑elites gebruiken de religie om hun gezag te verankeren,
en de beeldtaal volgt die functie.
Bodhisattva’s verschijnen frontaal en symmetrisch, met langgerekte lichamen,
geometrische plooival en gestileerde gezichten.
De sculptuur is niet bedoeld om nabijheid te suggereren,
maar om een idee van verheven orde te bevestigen.

De monumentaliteit van de grotcomplexen van Yungang en Longmen
weerspiegelt die ideologische strengheid:
het goddelijke is ongenaakbaar, architectonisch,
een principe van stabiliteit te midden van politieke wisseling.

Jin‑dynastie – aristocratische elegantie en naturalisme

Zeven eeuwen later, in de Jin‑dynastie (12e–13e eeuw),
verschijnt een totaal andere beeldtaal.
De houten Guanyin uit Noord‑China, deels gepolychromeerd,
belichaamt een wereldse verfijning die de vroegere strengheid heeft losgelaten.
De figuur zit in royal ease pose (lalitāsana):
één been opgetrokken, één ontspannen hangend.
De plooien vloeien, de sjerpen bewegen vrij,
en de gelaatsuitdrukking is kalm maar niet afstandelijk.

Politiek gezien is ook dit een niet‑Han dynastie — de Jurchen —
maar artistiek staat zij onder invloed van de Song‑cultuur in het zuiden.
De voorkeur voor houtsculptuur, zachte modellering en subtiele polychromie
weerspiegelt een esthetiek waarin het heilige niet langer boven de wereld staat,
maar er deel van uitmaakt.
De bodhisattva is niet meer een abstract symbool,
maar een figuur met aristocratische rust en menselijke aanwezigheid.

De overgang – de rol van de Song en de verinnerlijking van het beeld

Tussen de strenge monumentaliteit van de Noordelijke Dynastieën
en de verfijnde elegantie van de Jin‑tijd ligt
de lange ontwikkeling van het Chinese boeddhistische beeld.
De Song‑dynastie vormt daarin het scharnierpunt.
Haar schilderkunst en hofesthetiek introduceren een nieuw naturalisme:
aandacht voor innerlijke rust, zachte contouren en een bijna poëtische menselijkheid.
De Jin‑kunst neemt deze gevoeligheid over en vertaalt haar in hout.
Waar de vroegere bodhisattva’s transcendent waren,
wordt de latere Guanyin een figuur van nabijheid
— niet langer een principe, maar een aanwezigheid.
De verf die nu grotendeels verdwenen is, getuigt van die oorspronkelijke levendigheid:
een beeld dat ooit glansde in kleur,
maar nu juist door zijn verweerde oppervlak de tijd voelbaar maakt.

DSC05611ZürichMuseumRietbergGuanyinInRoyalEasePoseNorthernChinaJinDynasty12th-13thCenturyCEHolzTeilweiseBemaltGeschenkEduardVonDerHeydtRCh301DSC05609ZürichMuseumRietbergGuanyinInRoyalEasePoseNorthernChinaJinDynasty12th-13thCenturyCEHolzTeilweiseBemaltGeschenkEduardVonDerHeydtRCh301

Is dit een mudrā ?

In de klassieke boeddhistische iconografie verwijst een mudrā
naar een gecodificeerd handgebaar met een vaste betekenis:
abhaya, vitarka, dhyāna, varada, dharmacakra, enzovoort.
Deze gebaren zijn herkenbaar door:

  • een specifieke positie van vingers en handpalm
  • een vaste hoogte ten opzichte van het lichaam
  • een canonieke symmetrie of richting

Bij het Jin‑dynastie Guanyin‑beeld, ontbreekt die canonieke precisie.
De handen:
rusten losjes op of nabij het opgetrokken been;
volgen de natuurlijke ontspanning van de royal ease pose (lalitāsana);
tonen geen specifieke vingerconfiguratie;
zijn niet op borsthoogte of voor het lichaam geplaatst, zoals bij formele mudrā’s.

Dit is dus geen formele mudrā, maar een houding
die past bij de aristocratische, ontspannen Guanyin‑typen uit de 12e–13e eeuw.


Wat incompleet is, blijft toch een bijzondere plaats van rust

In de vorige berichten bewoog ik me vooral langs banieren en steles
— niet omdat dat het enige was wat er te zien viel,
maar omdat de route door de zaal me daar telkens naartoe leidde.
Nu ik langzaam richting het einde van die zaal liep,
begon het meanderen vanzelf:
van de ene vitrine naar de volgende,
zonder het houvast van steeds weer
een Boeddhistische banier of een Northern‑Wei stele.

Daar, in die laatste meters, stond een object dat niet in dat patroon past.
Een onderstel, incompleet maar opvallend aanwezig,
dat zich niet meteen laat plaatsen en juist daardoor uitnodigt om even stil te staan.

DSC05600ZürichMuseumRietbergPedestalOfASarcophagusChinaNorthernDynastiesFirstHalf6thCenturyCEKalksteinGeschenkEduardVonDerHeydtRCh115DSC05601ZürichMuseumRietbergPedestalOfASarcophagusChinaNorthernDynastiesFirstHalf6thCenturyCEKalksteinGeschenkEduardVonDerHeydtRCh115

Zürich, Museum Rietberg, Pedestal of a sarcophagus, China, Northern Dynasties, first half of the 6th century CE, kalkstein. Geschenk Eduard von der Heydt, RCh 115.


In de zaal van het Museum Rietberg staat het object
als een zelfstandige steenmassa:
lang, laag, en met als eerste horizontale strook een decoratie
die als een soort stenen kleed over de bovenrand hangt.
Vervolgens loopt er een reeks banden met kabel‑, wolk‑ en ruitmotieven,
als sierlijke dragers van het dode mensenlichaam dat er op zal rusten.
Eén band bevat ruitvormige kaders waarvan enkele dieren of mensfiguren bevatten,
andere florale patronen;
de variatie is groot, maar door de fragmentarische staat
door mij niet volledig te inventariseren.

DSC05604ZürichMuseumRietbergPedestalOfASarcophagusChinaNorthernDynastiesFirstHalf6thCenturyCEKalksteinGeschenkEduardVonDerHeydtRCh115DSC05605ZürichMuseumRietbergPedestalOfASarcophagusChinaNorthernDynastiesFirstHalf6thCenturyCEKalksteinGeschenkEduardVonDerHeydtRCh115DSC05606ZürichMuseumRietbergPedestalOfASarcophagusChinaNorthernDynastiesFirstHalf6thCenturyCEKalksteinGeschenkEduardVonDerHeydtRCh115

Samen met de grote reliëfs op de poten van dit onderstel
vormt het de solide basis voor een laatste rustplaats.

Aan beide uiteinden van het onderstel verschijnen op de poten
geestwezens met tijgers
— hybride figuren met maskerachtige gezichten en verbrede,
vleugelachtige schouderpartijen.
De armen zijn gespreid in een houding die eerder zwevend dan anatomisch is,
terwijl de benen — menselijk van vorm maar gestileerd —
een beweging suggereren die tussen rennen en zweven in ligt.
Onder de figuren bewegen de tijgers, rank en gespierd, met de kop naar voren gericht.
De lijnen zijn diep en helder, alsof ze niet alleen contouren
maar ook energie vastleggen:
momenten van beweging die in steen tot rust komen.

DSC05602ZürichMuseumRietbergPedestalOfASarcophagusChinaNorthernDynastiesFirstHalf6thCenturyCEKalksteinGeschenkEduardVonDerHeydtRCh115 GeistwesenDSC05602ZürichMuseumRietbergPedestalOfASarcophagusChinaNorthernDynastiesFirstHalf6thCenturyCEKalksteinGeschenkEduardVonDerHeydtRCh115 Geistwesen CentralImage

Aan het midden van het onderstel verschijnt een groot monstermasker
— symmetrisch, frontaal, en bijna architectonisch van opbouw.
De ogen zijn rond en wijd, de mond geopend
in een boog van tanden, slagtanden en een krullende snor.

DSC05603ZürichMuseumRietbergPedestalOfASarcophagusChinaNorthernDynastiesFirstHalf6thCenturyCEKalksteinGeschenkEduardVonDerHeydtRCh115 Monstermaske

Uit de bovenrand groeien hoornachtige vormen die zich vertakken tot ornament,
als een uitbundig Venetiaans masker.
Daarboven komen haast gewei‑achtige vormen tevoorschijn,
met daartussen gestileerd haar dat als een tweede laag uit het gezicht lijkt op te rijzen.
Aan de onderkant hangen links en rechts sieraad‑ en lint‑elementen.

Alles samen een masker dat niet alleen kijkt maar ook decoratie wil zijn.
Het lijkt niet te dreigen, maar te waken:
een gestileerde beschermer die de overledene omhult met aandacht en zorg.

De decoratie rondom — bloemen, spiralen, geometrische patronen —
vloeit samen met het masker, alsof het niet uit steen gehouwen is
maar uit de ornamenten zelf tevoorschijn komt.

In de zesde eeuw lag op dit onderstel een bedplaat — hout of steen —
direct op de bovenrand.
Rondom die bedplaat stonden panelen, die zijn nu verdwenen.
De panelen vormden een lage omheining, een soort miniatuurarchitectuur
waarin de overledene lag.
Niet in een kist, niet in een urn, maar op het bed zelf, gewikkeld in textiel.

De iconografie op het onderstel
— tijger, geestwezens, monstermasker,
maar ook de wolken‑ en bloemmotieven in de banden —
functioneerde als een beschermende en ondersteunende onderlaag.

Het geheel was een meubel én het begin van een kosmische structuur:
een rustplaats die eerbied en ontzag voor de overledene uitdrukt.

Wat nu in Zürich overblijft, is de onderste laag van dat geheel.
Een stille, massieve basis die nog altijd de contouren draagt
van wat er ooit boven stond.
Wie de tijd neemt, leest in de steen de afdruk van een verdwenen constructie
— en van een lichaam dat hier ooit, heel precies, zijn plaats had.

Noordelijke dynastieën

Museum Rietberg spreekt in de beschrijving van RCh 115 van
“China, Northern dynasties, first half of the 6th century CE”.
Dat men geen keuze maakt voor een specifieke dynastie wijst erop
dat de stijl aansluit bij bredere tradities uit de Noordelijke dynastieën
— Noordelijke Wei, Oostelijke Wei, Westelijke Wei, Noordelijke Qi
en Noordelijke Zhou —
maar dat de fragmentarische staat van het object
en de beperkte iconografie geen definitieve toewijzing toelaten.

Het blijft een vorm die zich tussen meerdere stijllijnen beweegt,
zonder zich volledig aan één daarvan te hechten.


Wachter, Reiziger, Ambtenaar

– over China in een eeuw van verschuivingen –

Meanderen,
ik verlaat het Rietberg Museum nog niet
maar de reeks berichten over vroeg Chinees aardewerk
en daarna over Chinese boeddhistische steles
laat ik achter me.
Voor mijn gevoel was dat als zeilen in een kanaal:
alsmaar rechtdoor.
Een beetje slingerend vervolg ik nu mijn weg.
In de berichten op mijn blog — maar ook
toen ik op dinsdag 9 september 2025 door het museum liep.
Kronkelend tussen de vitrines en opstellingen
in de kelder van het museum.
De geschiedenis van China strekt zich uit over millennia,
en de afstanden in dit uitgestrekte land—door alle tijden heen—zijn enorm..
Ik sla om de bocht en maak met een paar stappen
een ruimte- en tijdreis.
Zo vraag ik de lezer ook om steeds opnieuw
een draai te maken.

DSC05591 01 ZürichMuseumRietbergDvarapalaTemplewachterChinaNördlicheQiDynastie550-577KalksteinGeschenkEduardVonDerHeydtRCh143

Zürich, Museum Rietberg, Dvarapala, templewachter, China, Nördliche Qi-Dynastie, 550 – 577, kalkstein, geschenk Eduard von der Heydt, RCh 143.

DSC05591 02 ZürichMuseumRietbergDvarapalaTemplewachterChinaNördlicheQiDynastie550-577KalksteinGeschenkEduardVonDerHeydtRCh143

Wat mij bij deze Dvarapala uit de Noordelijke Qi‑periode treft,
is de uitgesproken spiermassa:
een lichaam dat niet alleen kracht uitstraalt,
maar bijna anatomisch bewust is gemodelleerd.
Het is een overdrijving die ik herken uit een heel andere traditie
— de manier waarop Hendrick Goltzius in de zestiende eeuw zijn helden opblies
tot gespannen spierbundels, vol torsie en theatrale spanning.

HendrickGoltziusHoratiusCoclesFromTheRomanHeroes1586Ets

Hendrick Goltzius, Horatius Cocles, from the Roman Heroes, 1586, ets.

HendrickGoltziusHoratiusCoclesFromTheRomanHeroes1586EtsDetail

Natuurlijk staan deze werelden los van elkaar,
maar de visuele strategie is verwant:
in beide gevallen wordt het lichaam opgevoerd tot een expressief instrument,
een middel om kracht, dreiging of heroïek te laten resoneren.
Bij Goltzius is het virtuositeit; bij de tempelwachter is het bescherming.
Maar in die gedeelde overdrijving, in dat lichaam dat meer is dan een lichaam,
raken de twee elkaar even.

DSC05593ZürichMuseumRietbergKamelPferdUndFremdländischeStallknechtChinaRegionShaanxiHenanTangDynastie7thCenturyTonwareMitDriefarbenGlazurMYT1200-MYT1198-1203

Dit is een ensemble dat is samengesteld uit drie beelden: Kamel, Pferd und fremdländische stallknecht, China, Region Shaanxi/Henan, Tang Dynastie, 7th century, tonware mit driefarben glazur, MYT 1200 (kameel), MYT 1198 (paard), MYT 1203 (knecht). Dauerleihgabe Meiyintang Stiftung.

DSC05594ZürichMuseumRietbergKamelPferdUndFremdländischeStallknechtChinaRegionShaanxiHenanTangDynastie7thCenturyTonwareMitDriefarbenGlazurMYT1200-MYT1198-1203

Bij dit ensemble van kameel, paard en de buitenlandse stalbedienden
valt me op hoe vanzelfsprekend het publiek ernaartoe wordt getrokken.
Je ziet dit soort groepen vaker samen opgesteld,
alsof musea intuïtief weten dat ze publiekslievelingen zijn.
Het komt door die directe expressie
— de gezichten die bijna karikaturaal lijken, maar toch raak zijn —
en door het glazuur dat in de Tang‑tijd zo’n levendige huid aan de figuren geeft.
De driekleuren glazuur maakt ze tegelijk speels en tastbaar,
en in combinatie met de herkenbare dieren ontstaat er een ensemble
dat onmiddellijk aanspreekt,
zelfs zonder dat je de context van de Zijderoute of de grafcultuur kent.
Het zijn beelden die je bijna vanzelf in hun wereld trekken.

DSC05597ZürichMuseumRietbergKamelPferdUndFremdländischeStallknechtChinaRegionShaanxiHenanTangDynastie7thCenturyTonwareMitDriefarbenGlazurMYT1200-MYT1198-1203


DSC05598ZürichMuseumRietbergBeamterChinaHebeiSuiDynastieLate6thCenturyCESteinzeugMetWeisserUndBraunerGlazurMYT1380b

Beamter, China, Hebei, Sui-Dynastie, late 6th century CE, Steinzeug mit weisser und brauner glazur, MYT 1380 b. Dauerleihgabe Meiyintang Stiftung.

Dit beeldje is vermoedelijk een grafambtenaar uit de Sui‑tijd,
een van die gestileerde figuren die in het hiernamaals
de orde en waardigheid van de bureaucratie moesten vertegenwoordigen.

Maar wat mij hier vooral treft, is het voorwerp waarop hij met beide handen rust:
een lange, donker geglazuurde staf die tot op de grond reikt,
met vlak onder zijn handen een opvallend dwarsblok met twee afgeronde knoppen.
Het is geen schrijftablet, geen zwaard, geen rol
— en juist omdat het zo afwijkt van de gestandaardiseerde Sui‑iconografie
ben ik gaan zoeken naar vergelijkbare voorbeelden.
Online vond ik er geen één.
Dat maakt dit attribuut des te intrigerender:
een zeldzame, misschien werkplaats‑specifieke staf
die de figuur een eigen, bijna raadselachtige autoriteit verleent.

Aan zijn voeten draagt hij twee gesloten, donker geglazuurde laarzen
met een brede, afgeronde neus
— compacte, bijna paddestoelvormige schoenen die typisch zijn voor Sui‑beeldjes
en zijn ceremoniële waardigheid onderstrepen.
Hij staat op een lotusvoet:
een bloemvormige sokkel die in de Sui‑tijd niet alleen heiligen,
maar ook wereldlijke figuren een verheven, bijna serene waardigheid verleent.

Wat mij bij dit beeldje steeds opnieuw treft, is hoe vriendelijk de ambtenaar kijkt.
Zijn gezicht is niet streng of autoritair, maar zacht, bijna glimlachend
— alsof hij eerder iemand is die je geruststelt dan iemand die je commandeert.
De donkere wenkbrauwen, de fijn aangezette snor en baard,
en vooral de lichte buiging van de mondhoeken geven hem
een onverwachte menselijkheid.
Daarboven draagt hij een prachtig, gelaagd hoofddeksel:
strak opgebouwd, met duidelijke randen en een bijna architectonische vorm, een guan.
Een ceremoniële hoofddeksel van burgerlijke ambtenaren.
Het is een teken van rang, maar het wordt gedragen met een soort rustige waardigheid.
Het hoofddeksel verheft hem, maar zijn gezicht haalt hem weer naar beneden,
terug naar een persoon van vlees en bloed.

Afsluiting

In dit bericht komen drie beelden samen die in het museum bijna naast elkaar staan,
maar historisch uit verschillende hoeken van de tijdlijn komen:
de ambtenaar uit de late zesde eeuw,
de gespierde tempelwachter uit de Noordelijke Qi‑periode (550–577),
en het Tang‑ensemble van kameel, paard en stalbediende uit de zevende eeuw.
Het is maar een korte periode, nauwelijks meer dan een eeuw,
maar de dynastieën wisselen elkaar snel af:
Sui, Noordelijke Qi, Tang.
In het museum zie je die overgang niet als een breuk, maar als een zachte verschuiving.
De stijlen verschillen
— de ingetogen ambtenaar, de krachtige wachtersfiguur, de levendige Tang‑dieren —
en toch vormen ze samen een doorlopende stroom van vormen, houdingen en blikken.
Alsof je in één wandeling ziet hoe China zich in die tijd hertekent:
politiek verandert er veel, maar in de kunst blijft een herkenbare gevoeligheid bestaan,
een continuïteit die je pas ziet wanneer je,
al meanderend,
van vitrine naar vitrine beweegt.

Waar de draken zich verdubbelen

– over een Noordelijke‑Qi‑stele in vijf lagen –

Inleiding

De laatste stele die ik in het Rietberg Museum in Zürich fotografeerde
is meteen een heel andere dan de voorgaande.
Niet langer Noordelijke Wei maar Noordelijke Qi als stijl.

Een Noordelijke‑Qi‑stele is meestal opgebouwd als een verticale wereld
die van onder naar boven steeds minder aards en steeds meer hemels wordt.

Onderaan staat vaak een levendige, wereldlijke of narratieve zone,
met menselijke figuren, dieren, planten of kleine rituele objecten.

Daarboven volgt de Boeddha‑zone, het religieuze centrum van de stele,
waar de Boeddha in een nis is geplaatst,
meestal geflankeerd door begeleidende figuren.

Boven deze formele kern verschijnt vaak een informele bovenwereld:
een losse groep van mensen die niet in een ritueel of verhaal zijn geplaatst,
maar een menselijke aanwezigheid vormen rondom de Boeddha.

Nog hoger staat soms een enkele figuur in een volledig omkaderde nis,
een kleine tussen‑zone met een eigen iconografie.

Helemaal bovenaan wordt de stele bekroond door uitbundig uitgewerkte draken,
die de overgang naar het hemelse domein markeren.

Zo ontstaat een gelaagde compositie waarin het aardse, het menselijke
en het hemelse elkaar in verticale volgorde opvolgen.

Hieronder wil ik de stele RCh 116 toetsen aan deze opbouw;
wat zien we terug van die typische verdeling?

DSC05584 01 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotivsteleDerFamilieYanChinaNördlicheQiDynastyDatiert557KalksteinGeschenkEduardVonDerHeydtRCH116

Zürich, Museum Rietberg, Buddhistische votivstele der familie Yan, China, Nördliche Qi Dynasty, datiert 557, kalkstein, geschenk Eduard von der Heydt, RCh 116.


Ik wil beginnen met een algemene vaststelling:
de stele toont een opvallend spanningsveld:
terwijl de centrale voorstellingen nog veel van de vlakke, ritmische ordening
van de late Noordelijke Wei heeft behouden,
zijn de draken op de schouders technisch en plastisch al volledig Noordelijke Qi.
De decoratieve zones lopen zichtbaar vooruit op de iconografische kern,
waardoor de stele tegelijk traditioneel en verrassend modern oogt.

DSC05587ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotivsteleDerFamilieYanChinaNördlicheQiDynastyDatiert557KalksteinGeschenkEduardVonDerHeydtRCH116

Onderste, narratieve, zone

In de onderste zone zit een centrale figuur
die een stilistisch uitgewerkte wierookbrander boven het hoofd presenteert.
Links en rechts omlijsten grote blad‑ en bloemvormen de scène,
met daarnaast twee dieren:
links een dier dat de kop naar de wierrookbrander richt,
rechts een dier dat met opgeheven staart naar de grond snuffelt.
Aan weerszijden van de wierrookbrander staan ook twee menselijke figuren:
links een grotere figuur met gebogen arm en laarsachtige beenbekleding,
rechts een kleinere, blootvoetse figuur met een lange omslagdoek
en de hand voor de borst.
De figuren en dieren reageren niet op elkaar,
maar nemen elk een eigen positie in binnen dezelfde rituele ruimte.
Opvallend is dat de zone geen bovenrand heeft:
de vegetatieve vormen en de wierookbrander lopen visueel door,
zonder dat de voorstelling wordt afgesloten.
Tegelijk zakt de zittende figuur aan de onderkant deels uit het kader,
waardoor de zone niet als een strak register leest
maar als een open veld rond de offerhandeling,
passend bij de stichtergemeenschap
waarvan de namen op de achterzijde zijn ingehakt.

DSC05586ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotivsteleDerFamilieYanChinaNördlicheQiDynastyDatiert557KalksteinGeschenkEduardVonDerHeydtRCH116

Boeddha-zone

In de zone volgend op de onderste, zit een grote Boeddha in duidelijke kleermakerszit,
waarvan één voet zichtbaar is onder het gewaad.
Het kleed vormt een brede, afgeronde massa over de gekruiste benen
die bijna lotusachtig oogt, waarna langere plooien in zachte banen naar beneden vallen.
Op de borst ligt een in het midden samengebonden band die het gewaad bijeenhoudt;
de knoop vormt een compact, strik‑achtig detail dat de bovenste draperie structureert.

Achter de Boeddha ligt een meervoudige stralenkrans:
een ronde hoofdaureool met concentrische ringen,
omgeven door een bladvormige mandorla.

De Boeddha maakt een laag, naar voren gericht gebaar;
de linkerhand is open in een rustig ‘geef’-gebaar,
terwijl de rechterhand — deels beschadigd —
dezelfde positie lijkt te hebben ingenomen.

Hij wordt geflankeerd door drie paren begeleiders die alle op kleine lotusbases staan.
Hun mandorla’s zijn smal en bladvormig, zonder hoofdaureool,
en hun hoofddeksels markeren drie typen:
het binnenste paar is kaal, het middelste draagt een puntig hoofddeksel
en het buitenste een vierkant,
waardoor een symmetrische rangorde ontstaat binnen dezelfde heilige sfeer.

Rechtsboven bevindt zich een kleine zittende figuur in kleermakerszit,
zonder lotus, aureool of mandorla;
zijn handen zijn volledig in het gewaad verborgen.
Deze compacte, zwevende bovenfiguur behoort niet tot de rij begeleiders
maar vormt als zelfstandige aanwezigheid de visuele afsluiting van de Boeddha‑zone.

De handen en kleding van de begeleiders

Binnen de drie paren begeleiders ontstaat een opvallende variatie
in zowel de handen als de kleding.
Het binnenste paar heeft de handen volledig in het gewaad verborgen,
waardoor hun aanwezigheid ingetogen en bijna monastiek blijft.
In het middelste paar worden de handen juist groot en grof uitgesneden,
met lange, uitgesproken vingers.
Bij het buitenste paar lopen de gebaren uiteen:
rechts staan de handpalmen frontaal tegen elkaar in een devoot gebaar voor de borst,
terwijl links een grote hand zichtbaar is die oorspronkelijk
een voorwerp lijkt te hebben vastgehouden.

Ook de kleding draagt aan deze variatie bij:
sommige begeleiders hebben smallere plooipartijen of een ceintuur,
en bij de meest linkse begeleider valt een opvallend sierlijke,
dubbel gerolde halsafwerking op die nergens anders in de groep voorkomt.

Samen vormen handen en kleding een subtiel spel van verschillen
binnen een verder symmetrisch geordende groep,
waardoor de begeleiders niet uniform maar individueel aanwezig worden.

Van Noordelijke Wei naar Noordelijke Qi

De verschuiving van Noordelijke Wei naar Noordelijke Qi
is zowel stilistisch als staatkundig zichtbaar in deze stele.
Waar de Noordelijke Wei de figuren ordent in strakke, geometrische schema’s
met smalle lichamen en ritmische plooien,
valt het rijk in 534 uiteen door interne spanningen en machtsconflicten,
waarna de Oostelijke Wei — en later de Noordelijke Qi —
een nieuwe hofcultuur ontwikkelt in het noordoosten.
Deze politieke herschikking brengt nieuwe elites, ateliers
en smaakpatronen met zich mee, wat in de beeldhouwkunst leidt
tot vollere, naturalistischere vormen.
Draperie wordt zwaarder en ronder, met functionele details
zoals de geknoopte borstband van de Boeddha;
de stralenkransen worden complexer, met meervoudige aureolen
en brede mandorla’s.
De entourage wordt breder en minder doctrinair:
geen triade maar drie paren begeleiders op lotusbases,
herkenbaar aan hun hoofddeksels in plaats van iconografische attributen.

De begeleiders worden bovendien minder uniform:
hun handen, plooival en kledingdetails
— van smalle ceinturen tot een sierlijk dubbel gerolde halsafwerking —
tonen een individualisering die in de Noordelijke Wei zelden voorkomt.

Ook bovenfiguren worden vrijer ingezet, zoals de kleine zittende figuur
die zonder lotus of aureool boven de groep zweeft.

Het resultaat is een compositie die minder lineair en meer plastisch is,
een stijl die direct voortkomt uit de nieuwe politieke constellatie
waarin andere ateliers en andere vormen van hoflijke representatie dominant worden.

DSC05588 01 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotivsteleDerFamilieYanChinaNördlicheQiDynastyDatiert557KalksteinGeschenkEduardVonDerHeydtRCH116

Zone direct boven de Boeddha‑groep

Boven de Boeddha‑groep ligt een brede, informele zone
met twee figuren die ieder in een eigen nis zitten:

DSC05588 02 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotivsteleDerFamilieYanChinaNördlicheQiDynastyDatiert557KalksteinGeschenkEduardVonDerHeydtRCH116

links een figuur op een lotustroon onder een baldakijn,
met iets opvallends om de hals dat doet denken aan een soort doek;
en rechts een figuur in een klein paviljoentje met een waaier in de hand
en een duidelijke V‑vorm in de hals van zijn kleding, misschien een kraag.

DSC05588 05 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotivsteleDerFamilieYanChinaNördlicheQiDynastyDatiert557KalksteinGeschenkEduardVonDerHeydtRCH116

Daartussen staat een centrale groep van drie zittende en vijf staande figuren.
Alle drie de zittenden en vier van de vijf staanden hebben een kaal hoofd;
de enige met haar is de vrouw, die bovendien een kralenketting draagt
en een voorwerp in haar hand houdt.
Eén van de kaalhoofdigen heeft een opvallend grote hand,
en in totaal drie figuren hebben een aureool.

DSC05588 03 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotivsteleDerFamilieYanChinaNördlicheQiDynastyDatiert557KalksteinGeschenkEduardVonDerHeydtRCH116

Ondanks deze verschillen vormen ze samen een losse, niet‑rituele scène
met een informele uitstraling, vrij van strakke regels
en in een begin van perspectief uitgewerkt.

DSC05588 04 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotivsteleDerFamilieYanChinaNördlicheQiDynastyDatiert557KalksteinGeschenkEduardVonDerHeydtRCH116

Boven deze open zone staat, in een volledig omkaderde nis,
nog één afzonderlijke figuur onder een boom waarvan
de naar voren geschoven voet op een lotus rust.

DSC05588 06 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotivsteleDerFamilieYanChinaNördlicheQiDynastyDatiert557KalksteinGeschenkEduardVonDerHeydtRCH116 ZoneOpZich

Dit alles is binnen hetzelfde kader weergegeven.
Deze figuur vormt een kleine zone op zichzelf,
duidelijk gescheiden van de groep eronder.

Draken die bijna een Escher‑tekening lijken

DSC05584 02 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotivsteleDerFamilieYanChinaNördlicheQiDynastyDatiert557KalksteinGeschenkEduardVonDerHeydtRCH116

Als je de stele van voren bekijkt, lijkt het alsof er twee grote draken bovenaan staan:
één links en één rechts, elk met een kronkelend lichaam dat de bovenrand omlijst.
Maar zodra je de stele van opzij ziet, gebeurt er iets verrassends:
daar verschijnen drie drakenkoppen naast elkaar,
alsof de steenhouwer meerdere wezens in dezelfde ruimte heeft verstopt.

DSC05585ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotivsteleDerFamilieYanChinaNördlicheQiDynastyDatiert557KalksteinGeschenkEduardVonDerHeydtRCH116

Noordelijke‑Qi‑kunstenaars hielden ervan
om meerdere aanzichten tegelijk weer te geven. Ze combineerden:
het frontale gezicht (voor de symmetrie),
het zijaanzicht (voor de expressieve koppen),
en soms het drie‑kwart aanzicht (voor dynamiek en beweging).

Daardoor lijken de draken in elkaar te schuiven,
alsof hun lichamen en koppen door elkaar heen kronkelen.
Het resultaat is een soort visuele puzzel:
van voren zie je twee draken, maar van opzij zie je dat hun vormen overlappen,
verdubbelen en soms zelfs meer koppen tonen dan je verwacht.

Ook de ledematen dragen bij aan dat effect.
Wat op de ene plek een poot lijkt, ziet er elders uit als een vleugel of een vin.
Qi‑draken zijn geen natuurgetrouwe dieren, maar fantasie‑wezens
die bestaan uit klauwen, spiralen, schubben en vleugelachtige vormen
die vrij over elkaar heen bewegen.

Door al die overlappende lijnen, kronkelende lichamen en meervoudige koppen
ontstaat een beeld dat bijna Escher‑achtig is:
een draak die tegelijk van voren, van opzij en van boven lijkt te bestaan.
Het is een spel met perspectief, beweging en vorm
— en precies dat maakt de drakenzone
tot de meest uitbundige en virtuoze laag van de hele stele.

Afronding

Stele RCh 116 volgt de typische opbouw van een Noordelijke‑Qi‑stele
uitzonderlijk nauwkeurig.
Van onder naar boven ontvouwt zich een wereld die van het aardse
naar het hemelse beweegt:
een levendige narratieve onderzone met figuren, dieren en objecten;
daarboven de formele Boeddha‑zone;
vervolgens een informele bovenwereld met monniken, leken en een vrouw,
geflankeerd door twee figuren in eigen nissen;
nog hoger een afzonderlijke figuur in een volledig omkaderde nis,
met één voet op een lotus en een boom binnen hetzelfde kader;
en tenslotte de uitbundige draken die de stele bekronen.

Op de achterkant staan meer dan tachtig namen van een groep schenkers
die zich hadden verenigd om de stele te laten maken.
Door de combinatie van deze volledig uitgewerkte vijf‑lagen‑structuur aan de voorzijde
en de omvangrijke donorinscriptie aan de achterzijde
sluit RCh 116 niet alleen aan bij de standaardstructuur van een Qi‑stele,
maar belichaamt zij die structuur op een bijna ideaaltypische manier.


Waar de lijn verder reikt

– over de rondgang om de stele en wat nog buiten beeld blijft –

Inleiding

In dit derde bericht richten we ons op de zijkant van de votiefstele RCh 110 uit het Museum Rietberg.
Waar de voorzijde een rijk programma van devotie, centrale iconografie en duizend‑Boeddha‑motieven toont,
is de zijkant kleiner van schaal maar inhoudelijk verrassend gelaagd.
De combinatie van kosmische figuren, Boeddha‑voorstellingen en inscripties
laat zien hoe de stele als rondom leesbaar ritueel object functioneerde:
niet alleen frontaal, maar als sculptuur die de kijker langs meerdere vlakken begeleidt.

DSC05581 01 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotifsteleChinaProvinzShanxiNördlicheWeiDynastieDatiert520CEKalksteinGeschenkEduartVonDerHeydtRCh110Zijkant Top

Zürich, Museum Rietberg, Buddhistische votifstele, China, Provinz Shanxi, Nördliche Wei-Dynastie, datiert 520 CE, kalkstein, geschenk Eduard von der Heydt, RCh 110.


Overzicht van de zijkant

De zijkant is beperkt van formaat, maar iconografisch rijk.

Bovenaan verschijnt een kosmische figuur;
daaronder volgt een verticale reeks van drie Boeddha’s
— een compacte variant op het duizend‑Boeddha‑motief die tegelijk
de centrale as van het object benadrukt.
De inscripties verwijzen vermoedelijk naar donoren of devotionele intenties,
zoals ook op de voorzijde.

Door deze combinatie van kosmische sfeer, centrale iconografie en tekstuele lagen
vormt deze zijde geen bijzaak, maar een geconcentreerde samenvatting
van het bredere programma van de stele.

DSC05581 02 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotifsteleChinaProvinzShanxiNördlicheWeiDynastieDatiert520CEKalksteinGeschenkEduartVonDerHeydtRCh110Zijkant Top

De figuur aan de top

Bovenaan verschijnt een dynamische figuur met ronde, bijna brilvormige ogen
en opvallend brede dijen.
De vier uitwaaierende vormen rond het lichaam kunnen worden gelezen
als zwierige kleed‑ of energielijnen
— een stilistisch motief dat ook bij Boeddha’s en bodhisattva’s voorkomt,
waar sjaals en linten in brede bogen om het lichaam bewegen.
De ledematen zijn niet menselijk gevormd, maar eerder poot‑achtig,
waardoor de figuur een zwevende, hybride aanwezigheid krijgt.
Zulke wezens fungeren in de vroege Northern‑Wei‑iconografie
vaak als kosmische begeleiders die de verticale as van de stele markeren.

DSC05581 03 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotifsteleChinaProvinzShanxiNördlicheWeiDynastieDatiert520CEKalksteinGeschenkEduartVonDerHeydtRCh110Zijkant Top

De Boeddha in de nis

In de lagere nis zit een Boeddha in een compacte, ingetogen houding.
De draperie is eenvoudig, de contouren strak, en de expressie sereen.
In contrast met de dynamiek van de bovenste figuur
benadrukt deze voorstelling de rust en stabiliteit die de zijkant draagt.
De combinatie van verticale ordening en stilistische variatie
maakt duidelijk dat deze zijde een eigen rol speelt in de sculpturale logica van het object:
niet als bijzaak, maar als onderdeel van een doorlopend programma
dat rondom betekenis draagt.

Waar de zijkant vooral uit smalle, verticale zones bestaat,
opent de achterkant zich als een veel breder vlak,
met een duidelijke scheiding tussen beeld en tekst.

DSC05582 01 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotifsteleChinaProvinzShanxiNördlicheWeiDynastieDatiert520CEKalksteinGeschenkEduartVonDerHeydtRCh110 Achterkant

Overzicht van de achterkant

De achterkant van de stele biedt aanzienlijk meer ruimte voor tekst
dan de voorzijde en de zijkant.

Het onderste deel bestaat uit een groot veld van verticale kolommen,
strak geordend in twee lagen boven elkaar.
De kolommen lijken onderling vergelijkbaar van opbouw,
alsof ze uit afzonderlijke tekstgroepen bestaan die in een vast ritme zijn aangebracht.

In de bovenste helft gebeurt juist veel meer.

Twee vervlochten draken vormen een boogvormige omlijsting
rond een centrale Boeddha in een nis.
Daaromheen verschijnen meerdere kleinere figuren:
mythische dieren, zwevende hemelwezens en twee staande figuren
die elk een voorwerp in de hand houden.

De compositie is dicht, gelaagd en duidelijk bedoeld
als een visuele tegenhanger van het grote tekstveld eronder.

DSC05582 02 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotifsteleChinaProvinzShanxiNördlicheWeiDynastieDatiert520CEKalksteinGeschenkEduartVonDerHeydtRCh110 Achterkant

De verstrengelde draken en de dierfiguren

In het bovenste veld zijn twee grote, verstrengelde draken te zien,
hun lichamen in symmetrische lussen om elkaar heen gedraaid.
Op hun ruggen staan kleine vogelachtige figuren,
net als op de voorzijde van de stele.

Boven de draken bevinden zich twee dierfiguren:
links een langgerekt, slank dier met een gladde, gestroomlijnde vorm
— iets salamander‑achtigs —
en rechts een dier met een ranker lichaam, langere poten
en een gewei‑achtige vorm boven het hoofd,
waardoor het een hert‑achtige indruk maakt.

Zoals marge‑illustraties in handschriften omlijsten deze kleinere dieren
de centrale scène en geven ze ritme aan de bovenste zone.

DSC05582 03 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotifsteleChinaProvinzShanxiNördlicheWeiDynastieDatiert520CEKalksteinGeschenkEduartVonDerHeydtRCh110 Buddha

De Boeddha

In het midden bevindt zich een zittende Boeddha in een ondiepe nis.
Het gewaad is duidelijk geplooid, met lange, brede lijnen
die in een dicht patroon over de onderhelft van de figuur lopen.

Rond de Boeddha loopt een bladvormige mandorla:
smal bij de basis, het breedst ter hoogte van het hoofd
en vervolgens weer toelopend in een spits einde.
De nis zelf is bovenaan rond afgesloten.
Beide vormen — nis en mandorla — buigen licht naar voren,
maar blijven duidelijk van elkaar te onderscheiden.

De houding van de Boeddha is rustig en symmetrisch, met de handen in de schoot.
De compositie is compact en vormt het stille middelpunt van de drukke bovenste zone.

DSC05582 05 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotifsteleChinaProvinzShanxiNördlicheWeiDynastieDatiert520CEKalksteinGeschenkEduartVonDerHeydtRCh110 Achterkant

Zwevende figuur met lint

Naast de centrale nis, aan de linkerzijde, bevindt zich in de bovenste positie
een zwevende figuur met uitgespreide armen.
Het lichaam is slank weergegeven, met vloeiende lijnen
die een opwaartse beweging suggereren.
Langs het lichaam lopen smalle, ritmische plooien die de indruk van lichte,
wapperende stof geven.
Rond de figuur loopt één lang lint dat in brede bogen om de armen
en achter de rug door beweegt;
de uiteinden zijn aan weerszijden van het lichaam het duidelijkst zichtbaar
door hun grotere volume.
Beide schouders zijn frontaal zichtbaar;
vanuit die positie is het hoofd naar rechts gedraaid,
in de richting van de corresponderende figuur aan de rechterzijde van de nis.

DSC05582 04 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotifsteleChinaProvinzShanxiNördlicheWeiDynastieDatiert520CEKalksteinGeschenkEduartVonDerHeydtRCh110 Achterkant

De linker staande figuur met voorwerp

Links van de centrale nis staat een figuur in een geknielde houding.
Het lichaam is compact weergegeven, met duidelijke, parallelle lijnen
op het onderlichaam, met uitzondering van de onderbenen.
Deze lijnen kunnen op een geplooid kledingstuk wijzen.

De figuur houdt met beide handen een langwerpig voorwerp vast
dat niet naar de centrale Boeddha is gericht, maar juist van de nis af wijst.
Het voorwerp heeft geen herkenbare vorm of functie
en laat zich niet als een specifiek attribuut identificeren.

Het bovenlichaam volgt de richting van het voorwerp,
maar het hoofd is omgedraaid en lijkt naar de corresponderende figuur
aan de rechterzijde van de nis te kijken.
Het kapsel is hoog opgestoken in een compacte knot.
De figuur spiegelt in positie en houding met de figuur aan de rechterkant van de nis.

Tekstzone

Het lijkt er op dat er twee lagen tekst boven elkaar staan
op de onderste helft van de stele.
De bovenste tekstlaag bestaat uit drie tekstblokken (A, B en C),
elk opgebouwd uit verticale kolommen die binnen het blok
met hetzelfde karakter beginnen.
De onderste tekstlaag bestaat uit een reeks verticale kolommen
die allemaal met hetzelfde karakter beginnen,
hetzelfde karakter als blok a en C.

Afsluiting

Met dit derde bericht is de rondgang langs de boeddhistische stele
met een rechthoekig silhouet uit het Rietberg Museum voltooid.
Over de drie zijden heen werd zichtbaar hoe het object rondom is vormgegeven,
met uiteenlopende boeddhistische motieven
die in dezelfde Noordelijke Wei‑stijl zijn uitgevoerd.

Zonder de tekst te kunnen lezen blijft onduidelijk
waarom juist deze combinatie van voorstellingen is gekozen;
wat overblijft is het beeld van een stele die als geheel werkt
door haar vorm, ritme en stijl,
eerder dan door een doorlopend theologisch programma.


De lijn die omhoog schuift

– over de opbouw van de voorzijde van RCh 110 –

DSC05578 01 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotifsteleChinaProvinzShanxiNördlicheWeiDynastieDatiert520CEKalksteinGeschenkEduartVonDerHeydtRCh110VrkantOnd

Zürich, Museum Rietberg, Buddhistische votifstele, China, Provinz Shanxi, Nördliche Wei-Dynastie, datiert 520 CE, kalkstein, geschenk Eduart von der Heydt, RCh 110.


Aan de voet van de stele ontvouwt zich een scène die
tegelijk herkenbaar en verrassend is.

Twee figuren zitten frontaal in kleine architectonische nissen,
niet als donors met attributen, maar in een ingetogen houding
die eerder op devotie wijst.

Tussen hen in staat een centraal ritueel object
— waarschijnlijk een wierookbrander —
dat als een stille as fungeert waar hun aandacht naartoe stroomt.

Boven de nissen waken gestileerde dieren, terwijl de verticale tekstkolommen
het geheel verankeren in een rituele en historische context.

Het is een compact, zorgvuldig opgebouwd register
waarin architectuur, devotie en ritueel elkaar in balans houden.
In de volgende fragmenten kijken we afzonderlijk naar de wierookbrander,
de inscripties en de kleine pagode‑structuren
die dit onderste deel zijn eigen karakter geven.

DSC05578 02 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotifsteleChinaProvinzShanxiNördlicheWeiDynastieDatiert520CEKalksteinGeschenkEduartVonDerHeydtRCh110VrkantOnd

Rond de wierookbrander ontvouwt zich een kleine
maar betekenisvolle constellatie van namen en woorden.
Links staat een persoonsnaam, rechts een korte dedicatie: 養生,
letterlijk het voeden van het leven. Vertaling Copilot.
Het is een term die zowel lichamelijke zorg als morele en geestelijke cultivering omvat
— een wens voor welzijn, continuïteit en bescherming.

Samen met de namen op en naast het verhoog vormt dit een rituele kring
rond de brander:
het offer staat centraal, de betrokkenen worden genoemd,
en de intentie wordt uitgesproken.
De wierook stijgt op als een gebaar van zorg,
een handeling die het leven ondersteunt en cultiveert,
precies zoals de inscriptie het formuleert.

DSC05578 03 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotifsteleChinaProvinzShanxiNördlicheWeiDynastieDatiert520CEKalksteinGeschenkEduartVonDerHeydtRCh110VrkantOnd

In de kleine pagode‑ruimte ontstaat een verrassend intieme wereld.
Het dak is een strak, bijna bamboe‑achtig vlak,
met alleen aan de bovenrand een sierlijke lijst die licht omhoog krult.
De kolommen links en rechts zijn aan de bovenkant mooi uitgewerkt.

De figuur daaronder vult de ruimte volledig:
zijn hoofd komt bijna tegen het dak,
zijn handen en knieën raken de linker pilaar,
en de plooi van zijn kleding schuurt langs de rechter pilaar.
Het lichaam lijkt zo in de architectuur verankerd,
alsof de pagode hem niet alleen omkadert maar ook omsluit.

Onder hem buigt de bank licht door, met strak gegraveerde lijnen
en opmerkelijke poten die de scène een bijna huiselijke tastbaarheid geven.

Achter de pagode staat de drager van de parasol, een stille tegenfiguur
met eenzelfde scherpe, hoekige mouw
en een parasol die met subtiel perspectief is weergegeven
— je ziet de buitenkant van de voorkant en de binnenkant van de achterkant.
En dan dat kleine, menselijke detail:
de meest linkse kwast van de parasol paste niet meer in de compositie
en buigt daarom elegant langs de pagode naar beneden,
terwijl in het spiegelbeeld, aan de linkerkant van de stele,
alle kwasten gewoon recht omlaag hangen.

Het zijn precies dit soort oplossingen die de scène haar charme geven:
zorgvuldig, maar nooit star; ritueel, maar toch verrassend dichtbij.

DSC05579 01 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotifsteleChinaProvinzShanxiNördlicheWeiDynastieDatiert520CEKalksteinGeschenkEduartVonDerHeydtRCh110VrkantMid

In het midden van de stele verschijnt een klassieke drie‑figurenopstelling:
een zittende Boeddha, geflankeerd door twee begeleiders.
De Boeddha zit op een bolle, afgeronde basis, een kussenachtige verhoging
die hem optilt uit de steen.
Het is geen uitgewerkte lotus zoals in latere perioden,
maar een vroege, sterk gestileerde vorm die de verhevenheid van de figuur markeert
en die in de ontwikkeling van de beeldtraditie uiteindelijk
tot de herkenbare lotusdrager zal uitgroeien.

Achter hem buigt een grote mandorla naar voren, als een beschermende schaal
die zijn aanwezigheid omhult.

De twee begeleiders staan links en rechts in een houding
die onmiddellijk een gevoel van symmetrie oproept:
dezelfde positie, dezelfde richting, dezelfde ingetogen aanwezigheid.
Maar zodra je naar de details kijkt,
blijkt dat de beeldhouwer die spiegeling bewust doorbreekt.

De linker begeleider draagt een gewaad dat qua plooien en ritmiek
dicht bij dat van de Boeddha ligt,
terwijl de rechter begeleider een duidelijk ander kledingstuk draagt,
herkenbaar aan de ronde gesp of knoop op de borst.
Eerder zagen we al dat ook de decoratieve rand onder hun voeten subtiel verschilt.

Het is een opvallende keuze binnen een stele die verder juist veel symmetrie kent.
De maker lijkt hier te spelen met een dubbele logica:
de houding schept orde en rust,
maar de details geven de figuren een eigen identiteit.

De symmetrie is dus niet mechanisch, maar levend
— een structuur die ruimte laat voor nuance en verschil.
Zo ontstaat een compositie die tegelijk ritueel en menselijk is:
de Boeddha als stil middelpunt,
de begeleiders als twee verschillende soorten aanwezigheid
die hem omkaderen,
en de mandorla als een visuele aura die de hele scène optilt uit de wereld van steen.

DSC05579 02 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotifsteleChinaProvinzShanxiNördlicheWeiDynastieDatiert520CEKalksteinGeschenkEduartVonDerHeydtRCh110VrkantMid

Eerder zagen we al een stele waarop het gewaad van de Boeddha
zo breed en zo geometrisch was uitgewerkt
dat het bijna een abstract vlak werd.
Hier gebeurt precies hetzelfde:
de plooien waaieren niet natuurlijk uit, maar vormen een strak geordend patroon
dat zich horizontaal uitbreidt, alsof het lichaam wordt ingebed
in een ritmische, bijna architectonische zone.
Het is een stijlmotief dat de beeldhouwer bewust inzet
— niet om het lichaam te verbergen, maar om het te verankeren
in een wereld van lijnen, ritme en orde.

DSC05579 03 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotifsteleChinaProvinzShanxiNördlicheWeiDynastieDatiert520CEKalksteinGeschenkEduartVonDerHeydtRCh110VrkantMid

Achter de Boeddha ontvouwt zich een gelaagde achterwand
die de figuur optilt en omhult.

Het begint met een ovaal aureool dat strak rond het hoofd ligt,
een eenvoudige, gesloten vorm die de aandacht naar het gezicht trekt.

Daaromheen ligt een tweede zone: een ring van energie,
opgebouwd uit gestileerde vlamvormen die ritmisch naar buiten wijzen.
Ze zijn niet naturalistisch, maar bijna grafisch
— korte, scherpe uitsteeksels die een pulserende rand vormen,
alsof de steen zelf licht afgeeft.

Daarbuiten verschijnt de grote mandorla, die de hele figuur omvat.
Wat hier bijzonder is, is de manier waarop de bovenrand van die mandorla
naar voren krult.
Het is geen vlak reliëf dat in de steen blijft liggen,
maar een vorm die zich losmaakt van de achtergrond en net iets naar voren komt.
Die lichte kromming geeft de Boeddha een bijna tastbare aanwezigheid:
de mandorla is niet alleen een achtergrond,
maar een soort beschermende schaal die zich naar de toeschouwer toe opent.

Samen vormen deze drie lagen
— het ovale aureool, de ring van gestileerde vlammen
en de naar voren buigende mandorla —
een visuele architectuur van licht.
Ze markeren de Boeddha niet alleen als centraal figuur,
maar als iemand die uit de steen treedt,
gedragen door een aura die tegelijk abstract, ritmisch en verrassend ruimtelijk is.

DSC05580 01 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotifsteleChinaProvinzShanxiNördlicheWeiDynastieDatiert520CEKalksteinGeschenkEduartVonDerHeydtRCh110VrkantTop

De bovenste zone van de stele vormt een soort hemelse koepel
boven het centrale Boeddha‑trio en de devotionele scène daaronder.

Waar het middengebied de aanwezigheid van de Boeddha in de wereld verbeeldt
— zichtbaar, aanspreekbaar, omringd door begeleiders —
opent de bovenste zone zich naar een ruimere, meer kosmische sfeer.
Hier wordt niet één figuur centraal gesteld, maar een veelheid:
herhalende Boeddha‑beelden, omkaderd door sierlijke, kronkelende draken
die de rand van het veld bewaken en bezielen.

Deze zone fungeert als een overgangsruimte.
Ze tilt de blik van de devotee omhoog,
weg van de concrete handeling van offeren en knielen in de onderste register,
voorbij de herkenbare aanwezigheid van de Boeddha in het midden,
naar een sfeer van overvloed en herhaling die eerder een principe
dan een persoon uitdrukt.

De veelheid van Boeddha‑figuren suggereert niet letterlijk duizend afzonderlijke wezens,
maar een idee van onbegrensde aanwezigheid:
verlichting die zich eindeloos herhaalt, overal en altijd.
De draken die deze zone omlijsten voegen een dynamisch element toe.
Hun kronkelende vormen openen de ruimte, alsof ze de grens
tussen het aardse en het hemelse bewaken én doorlaatbaar maken.
Ze markeren de bovenste zone als een plaats van kracht en beweging,
een sfeer waar transformatie mogelijk is.

In samenhang met de rest van de stele ontstaat zo een verticale beweging:

  • Onder: de menselijke devotie, de handeling, het ritueel.
  • Midden: de Boeddha als aanwezig centrum, herkenbaar en benaderbaar.
  • Boven: de kosmische veelheid, de sfeer van overvloedige verlichting en beschermende krachten.

Deze bovenste zone is dus geen los decoratief veld,
maar een essentieel onderdeel van de verticale dramaturgie van de stele:
een visuele opstijging van het menselijke naar het universele.

DSC05580 02 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotifsteleChinaProvinzShanxiNördlicheWeiDynastieDatiert520CEKalksteinGeschenkEduartVonDerHeydtRCh110VrkantTop

In de bovenste zone van de stele ontvouwt zich een veld
van kleine, zittende Boeddha‑figuren, elk zorgvuldig in een eigen nis geplaatst.
Op afstand lijkt dit raster bijna perfect symmetrisch:
rijen en kolommen die elkaar strak opvolgen, identieke houdingen,
een ritme dat de blik vanzelf omhoog voert.
De herhaling is hier geen decoratie, maar een principe.
Ze schept een sfeer van overvloed, alsof de steen zelf een ruimte opent
die verder reikt dan zijn fysieke grenzen
— een visuele echo van verlichting die zich eindeloos herhaalt.

Maar zodra je dichterbij komt, begint de steen subtieler te spreken.
De herhaling blijkt geen mechanische kopie,
maar een zorgvuldig opgebouwde veelheid waarin kleine verschillen
een eigen rol spelen.
De plooien op het bovenlijf vormen een eerste laag van variatie:
bij sommige figuren waaieren ze in een zachte, ronde boog uit,
terwijl ze bij anderen een scherpere V‑vorm aannemen.
Die twee patronen geven elk figuurtje een iets andere aanwezigheid
— de ronde plooien open en vloeiend, de V‑vorm meer gecentreerd en ingetogen.

Ook in de ceintuurzone duiken kleine afwijkingen op.
De meeste Boeddha’s dragen gewaad met een smalle, gelijkmatige plooirand,
maar bij twee van de vijftien is het uiteinde breder en uitgesprokener.
Het is een minieme verschuiving, maar precies daardoor valt ze op:
een kleine ademhaling binnen de regelmaat,
een teken dat de beeldhouwer niet simpelweg reproduceerde,
maar telkens opnieuw vormgaf.

Zelfs de gezichten en contouren — op afstand zo uniform — tonen bij nader inzien
lichte verschillen in ronding, diepte en scherpte.
Door deze combinatie van grote symmetrie en kleine variatie
krijgt het duizend‑Boeddha‑motief een bijzondere spanning.
De structuur draagt het idee van een kosmische orde,
een oneindige herhaling van verlichting.
De details herinneren eraan dat die herhaling niet abstract is,
maar door menselijke handen is gevormd:
telkens net anders, telkens opnieuw.
De devotee die naar deze zone kijkt, ervaart zo zowel de rust van herhaling
als de levendigheid van nuance
— een veld waarin orde en variatie elkaar niet tegenspreken, maar juist versterken.

DSC05580 03 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotifsteleChinaProvinzShanxiNördlicheWeiDynastieDatiert520CEKalksteinGeschenkEduartVonDerHeydtRCh110VrkantTop

Als afsluiting van de bovenste zone komen twee draken samen in een verstrengeling
die zowel krachtig als verfijnd is.
Hun lange, kronkelende lijven bewegen naar elkaar toe,
maar zonder hun eigen positie te verliezen:
de ene kop blijft duidelijk links van de as, de andere rechts.
Het is een ontmoeting zonder versmelting,
een balans tussen nabijheid en behoud van richting.

Waar hun lichamen elkaar raken, ontstaat een zachte spanning
— alsof de steen precies op dat punt een draaibeweging opvangt.
De draken lijken elkaar niet te bestrijden, maar eerder te omcirkelen,
als twee krachten die elkaar herkennen en in evenwicht houden.
Hun ritmische contouren vormen een dynamische omlijsting
van de veelheid aan Boeddha‑figuren daaronder.

Helemaal bovenaan wordt deze ontmoeting verder doorgevoerd.
De tongen van de draken — of sierlijke, lintachtige uitsteeksels —
raken elkaar en lijken zich te knopen tot een floraal motief.
Uit de spanning van twee krachtige wezens groeit zo een ornament
dat bijna bloemachtig is, een lichte, sierlijke bekroning van de hele stele.

De vogels die in het vorige blogbericht al aan bod kwamen,
zijn hier nog net zichtbaar aan de randen.
Ze vormen een rustige tegenstem bij de kronkelende draken:
waar de draken draaien en bewegen,
spreiden de vogels hun vleugels in een stille symmetrie.

Ook in dit fragment is de donkere verticale streep zichtbaar
die over de hele stele loopt.
Die lijn — of het nu een verkleuring, een breuk of een spoor van eeuwen is —
verbindt alle registers met elkaar en herinnert eraan
dat de stele niet alleen een beeldverhaal is,
maar ook een object met een eigen geschiedenis en tijdslagen.

Afronding

Met dit bericht is het middenpaneel van een drieluik rond deze stele voltooid.

In het vorige bericht stond het geheel centraal:
de vorm, de proporties, de eerste indrukken en enkele decoratieve elementen
die de aandacht trokken.

In dit tweede deel hebben we de voorzijde laag voor laag gelezen,
van de devotionele handeling onderaan
via de aanwezigheid van de Boeddha in het midden
tot de veelheid en dynamiek van de bovenste zone.
Zo ontstaat een beeld van een object dat niet alleen verticaal is opgebouwd,
maar ook thematisch: van menselijke nabijheid naar kosmische ruimte.

In het volgende bericht verschuift de blik opnieuw.
Dan gaat het niet langer om de frontale opbouw, maar om wat er gebeurt
wanneer je om de stele heen loopt:
de zijkant, de achterkant, de sporen van tijd en gebruik,
de details die pas zichtbaar worden wanneer je het object als sculptuur benadert
in plaats van als afbeelding.

Samen vormen de drie berichten één volledige ommegang rond dezelfde stele
— een langzame, aandachtige verkenning van een object
dat zich niet in één blik laat vangen.


Waar de lijn begint

– eerste bericht over een boeddhistische stele met een rechthoekig silhouet uit Museum Rietberg –

Introductie

Chinese steles zijn traditioneel tweezijdige monumenten,
maar de twee zijden vervullen niet noodzakelijk dezelfde functie.
In de meeste gevallen ontstaat het onderscheid tussen “voor” en “achter”
niet uit vorm, maar uit gebruik, oriëntatie en inhoud.

De voorkant

De voorkant van een stele is doorgaans de rituele of publieke zijde.
Kenmerkend zijn:

  • Beeldprogramma’s: Boeddha’s, bodhisattva’s, apsara’s, donorfiguren, mythische dieren.
  • Architecturale omlijstingen: nissen, baldakijnen, wolkenbanden, draken.
  • Hiërarchische compositie: een centrale figuur, vaak groter en prominenter.
  • Visuele gerichtheid: deze zijde was bedoeld om gezien te worden tijdens rituelen, processies of devotionele handelingen.

De voorkant is dus de iconografische façade:
de zijde die betekenis communiceert via beeld.

De achterkant

De achterkant van een stele is traditioneel functioneler, administratiever.
Maar dat betekent niet dat zij altijd sober is.
Typische functies zijn:

  • Inscripties: dedicaties, donorregisters, data, formules, gebeden.
  • Documentatie: wie de stele liet maken, waarom, en wanneer.
  • Secundaire beeldmotieven: soms een kleinere Boeddha, hemelwezens of symbolische dieren boven de tekst.
  • Oriëntatie naar de drager: de achterkant kon tegen een muur, rotswand of in een schrijn staan, waardoor de tekst niet voor ritueel gebruik maar voor registratie bedoeld was.

Belangrijk: een “achterkant” kan nog steeds rijk versierd zijn. Het verschil zit in functie en nadruk, niet in de mate van decoratie.

Variatie in de praktijk

Chinese steles vallen grofweg in drie categorieën:

  • Eenzijdige beeldsteles: beeld vooraan, tekst achteraan.
  • Bi-frontale steles: twee volwaardige beeldzijden, elk met een eigen iconografisch programma.
  • Combinatievormen: één zijde met een kosmisch of narratief beeldprogramma, de andere met een Boeddha boven een lange dedicatie-inscriptie.

DSC05577 01 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotifsteleChinaProvinzShanxiNördlicheWeiDynastieDatiert520CEKalksteinGeschenkEduartVonDerHeydtRCh110

Zürich, Museum Rietberg, Buddhistische votifstele, China, Provinz Shanxi, Nördliche Wei-Dynastie, datiert 520 CE, kalkstein, geschenk Eduart von der Heydt, RCh 110.


Wanneer we de volledige voorzijde van de stele in één blik zien,
wordt duidelijk hoe de algemene principes uit de introductie
zich hier concreet manifesteren.
Dit is een uitgesproken rituele façade, opgebouwd in drie duidelijk leesbare zones
die samen een visueel en theologisch geheel vormen.

Bovenaan ontvouwt zich een veld van kleine Boeddha’s,
een hemelse achtergrond die de centrale figuur omhult
met een sfeer van oneindige emanatie.

In het midden domineert de grote zittende Boeddha,
geflankeerd door twee bodhisattva’s die als bemiddelaars
tussen het transcendente en het menselijke optreden.

De onderzijde vormt een architectonische basis, geen eenvoudige console
maar een rijk gedecoreerde overgangszone
waarin ornament en structuur samenvloeien.

Rondom dit hoofdprogramma loopt een band van decoratieve en symbolische motieven:
een sierlijke vogel, een kronkelende draak, een florale rand en een klein,
bijna speels dier dat de rand levend maakt.
Deze elementen vormen samen een beschermende omheining,
een visuele grens die het sacrale binnengebied markeert.

In deze overzichtsfoto zien we dus niet alleen de voorkant van een stele,
maar een zorgvuldig gecomponeerd ritueel landschap.
De drie zones — top, midden en onderkant —
zullen we in een volgend bericht afzonderlijk bekijken,
zodat de rijkdom van dit programma stap voor stap zichtbaar wordt.

DSC05577 02 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotifsteleChinaProvinzShanxiNördlicheWeiDynastieDatiert520CEKalksteinGeschenkEduartVonDerHeydtRCh110

Direct onder de voetplaat van de linker bodhisattva
bevindt zich een compact, schildvormig ornament.
Het bestaat uit een cluster van afgeronde vormen die strak tegen elkaar liggen,
als een decoratieve afsluiting van de nis.
Het element heeft geen duidelijke architectonische functie;
het is geen console in klassieke zin, maar een ornament dat de overgang markeert
tussen de figuur en de randzone van de stele.

Onder dit ornament verschijnt een tweede motief:
een klein, dynamisch dier, waarschijnlijk een hert.
Het is weergegeven in een lichte sprong, met een langgerekt lichaam
en een ritmische lijnvoering die de beweging benadrukt.
De gestippelde textuur op het lichaam en de vloeiende contouren
sluiten aan bij een stijl die we kennen uit andere vroeg‑6e‑eeuwse decoraties,
zoals de grafdeuren die we eerder zagen.

Het dier is geen naturalistische weergave, maar een gestileerd figuurtje
dat de rand van de stele visueel activeert.
Samen vormen het schildvormige ornament en het springende hert
een tweedelige decoratieve zone onder de bodhisattva,
waarin de steenhakker zichtbaar speelt met vorm, ritme en textuur.

DSC05577 03 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotifsteleChinaProvinzShanxiNördlicheWeiDynastieDatiert520CEKalksteinGeschenkEduartVonDerHeydtRCh110

Onder de rechter bodhisattva zien we opnieuw een tweedelige decoratieve zone,
maar de vormgeving verschilt duidelijk van die aan de linkerzijde.

Direct onder de voetplaat bevindt zich een rond ornament,
opgebouwd uit regelmatige, facetachtige segmenten.
Het is een compacte rozet, strak georganiseerd en symmetrisch van opbouw.

Dit staat in contrast met het ornament aan de linkerzijde,
waar de vormen dichter tegen elkaar liggen en omgeven zijn
door een guirlande‑achtige omlijsting.
Die omlijsting vult de ruimte rondom het ornament op en geeft het geheel
een zachtere, meer organische uitstraling.
Aan de rechterkant ontbreekt zo’n omlijsting volledig:
het ornament staat daar vrij, zonder aanvullende randvulling.

Onder de rozet verschijnt opnieuw een dier, maar ook hier is de stijl anders dan links.
Het lichaam is langgerekt en rustiger van houding, met een ronde,
bijna maskerachtige kop.
De contouren zijn vloeiend, maar minder springerig dan het hert aan de linkerzijde.
De decoratieve stippen en de lineaire textuur sluiten wel aan
bij dezelfde beeldtaal, waardoor beide dieren duidelijk
tot één stilistische familie behoren.

Samen vormen de rozet en het dier een pendant van het linker fragment,
maar geen spiegeling.
Links wordt de ruimte rond het ornament verzacht door een guirlande;
rechts blijft het ornament strak en geometrisch.
De steenhakker speelt hier zichtbaar met variatie binnen een gedeelde structuur.

DSC05577 04 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotifsteleChinaProvinzShanxiNördlicheWeiDynastieDatiert520CEKalksteinGeschenkEduartVonDerHeydtRCh110

Over de voorzijde van de stele loopt een smalle verticale streep
die naar beneden toe geleidelijk breder wordt.
Deze zone wijkt qua kleur duidelijk af van de rest van het oppervlak
en lijkt het resultaat van een latere behandeling of restauratie.
Links van deze donkere strook, net boven de nis met de Boeddha en de bodhisattva’s,
bevindt zich een fraai gehouwen draak.

Het lichaam van de draak is opgebouwd uit een ritmisch patroon van schubben
die de beweging van het dier benadrukken.
De kop is sterk gestileerd, met geometrische vormen die de ogen en snuit markeren.
De hele figuur heeft een lineaire elegantie en een decoratieve helderheid
die onmiddellijk doet denken aan de ornamentiek van de grafdeuren
die we eerder zagen.

Hoewel die deuren van graniet waren en deze stele van kalksteen is gehouwen,
delen beide objecten een opvallend verwante beeldtaal:
dezelfde voorkeur voor vloeiende contouren, dezelfde gestippelde texturen,
dezelfde nadruk op ritme en stilering boven naturalistische weergave.
Het materiaal verschilt, maar de manier van vormgeven is herkenbaar.

In dit fragment gaat het niet om de volledige compositie
van de twee verstrengelde draken aan de bovenkant
— die komt later bij de bespreking van het bovenstuk
— maar om de kwaliteit van dit ene dier, dat in stijl en ritme
duidelijk tot dezelfde visuele familie behoort als de decoraties op de grafdeuren.

DSC05577 05 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotifsteleChinaProvinzShanxiNördlicheWeiDynastieDatiert520CEKalksteinGeschenkEduartVonDerHeydtRCh110

In de topzone van de stele verschijnt een sierlijke vogelachtige figuur,
los van de grotere compositie waarin hij oorspronkelijk is ingebed.
Het lichaam is langgerekt en opgebouwd uit vloeiende contourlijnen,
met een fijn uitgewerkte textuur die de veren suggereert.
De staartveren waaieren in meerdere gebogen segmenten uit,
alsof de vorm zich ontvouwt langs de logica van de beitel.
Het geheel heeft iets lichts, maar ook iets technisch:
je voelt hoe de manier van hakken de beweging mede bepaalt.

De vormgeving sluit nauw aan bij de decoratieve beeldtaal die we
elders op de stele zien:
een voorkeur voor ritmische lijnen, herhalende patronen en een elegante stilering
die eerder ornamentaal dan naturalistisch is.
Net als bij het hert en de draak ligt de nadruk niet op anatomische precisie,
maar op lijn, ritme en textuur.

De vogel lijkt bijna te zweven binnen zijn eigen kleine kader,
een zelfstandig motief dat de bovenrand van de stele verrijkt.

DSC05577 06 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotifsteleChinaProvinzShanxiNördlicheWeiDynastieDatiert520CEKalksteinGeschenkEduartVonDerHeydtRCh110

Langs de rand van de stele loopt een sierlijke decoratieve band
die bestaat uit strak gesneden, in elkaar grijpende krullen.
De lijnen zijn vloeiend en ritmisch, alsof ze in één beweging zijn neergezet.

Wanneer je de vormen even niet als abstracte bladvormen leest
maar als kleine pootjes, ontstaat er een bijna speels optisch effect:
het is alsof er kleine wezentjes over de rand bewegen,
een moment dat doet denken aan Escher’s hagedissen die uit hun patroon stappen
en er weer in terugglijden.
Het ornament krijgt daardoor iets levends, alsof het patroon zichzelf
telkens opnieuw wil vormen.

De diepteverschillen zijn zorgvuldig aangebracht.
De krullen liggen niet plat, maar hebben een subtiele schaduwwerking
die het patroon een golvende dynamiek geeft.
Het ornament domineert niet, maar geeft de stele een verfijnde omlijsting
— een randmotief dat zowel aan beide zijden van het bovendeel
als langs het middelste deel terugkeert en zo de verschillende zones van de stele
visueel met elkaar verbindt.

Aan de linkerzijde van dit fragment zien we een eerste glimp van de zijkant van de stele:
één van de drie Boeddha‑figuren en daarboven een bijzonder personage
dat hier slechts gedeeltelijk zichtbaar is.
Hun betekenis en uitwerking komen later in detail aan bod;
voor nu functioneren ze vooral als een ritmische tegenhanger
van de krullende ornamentiek ernaast: strak, verticaal, menselijk
— tegenover het vloeiende, abstracte patroon van de rand.

Afsluiting – de lijn als drager van beweging

Wanneer je de fragmenten van dit eerste bericht naast elkaar legt,
wordt één vormelement steeds nadrukkelijker zichtbaar:
de lijn.
Niet één soort lijn, maar een hele familie ervan.
De draaiende lijnen van de vogelstaart,
de gebogen krullen van de rand,
de korte, ritmische inkepingen in de texturen,
de lange verticale stroken die de stele structureren

— telkens duikt de lijn opnieuw op, in een andere gedaante,
maar met dezelfde helderheid van intentie.

Het is alsof de steenhakker de wereld van deze stele heeft opgebouwd
uit variaties op één enkel gebaar.
Een gebaar dat zich steeds opnieuw uitvindt:
soms sierlijk en licht, soms strak en begrenzend,
soms bijna speels zoals in de rand waar de abstracte bladvormen
even in kleine pootjes veranderen.
De lijn beweegt, stuurt, ordent, en geeft elk fragment zijn eigen ritme.

In dit eerste deel hebben we vooral gekeken naar hoe die lijnen zich tonen
in afzonderlijke details.
In de volgende delen zullen we zien hoe ze samen een grotere structuur vormen
— hoe de beweging van de lijn niet alleen ornament is, maar ook betekenis draagt.


De overvolle hemel

– over een boeddhistische stele waarin figuren zich opstapelen zonder dat hun betekenis helderder wordt –

Inleiding

Ook vandaag toon ik een object uit de verzameling van het Museum Rietberg.
De afgelopen tijd liet ik al verschillende voorwerpen uit hun collectie
van (vroeg) Chinese kunst zien, en vandaag sluit ik daar opnieuw bij aan.

Het China zoals we dat nu kennen bestond in de zesde eeuw nog niet:
het gebied was verdeeld in verschillende staten die elkaar opvolgden,
overlapten en soms abrupt uiteenvielen.
Een van die breuklijnen is de splitsing van de Noordelijke Wei in 534.

Uit die splitsing ontstond de Oostelijke Wei (534–550),
die de artistieke tradities van de Noordelijke Wei niet verbrak
maar juist voortzette en verdichtte.
De strakke, gestileerde vormen van de Noordelijke Wei blijven herkenbaar,
maar in de Oostelijke Wei worden de composities voller, drukker en gelaagder.
Figuren vermenigvuldigen zich, zones raken overbevolkt,
en niet alles laat zich nog overtuigend duiden.

DSC05571 01 ZürichMuseumRietbergVotivsteleMitBuddhaShakyamuniChinaöstlicheWeiDynastieDatiert543KalksteinGeschenkEduardVanDerHeydtRCh113

Zürich, Museum Rietberg, Votivstele mit Buddha Shakyamuni, China, Östliche Wei Dynastie, datiert 543, kalkstein, geschenk Eduard von der Heydt, RCh 113.

DSC05575ZürichMuseumRietbergVotivsteleMitBuddhaShakyamuniChinaöstlicheWeiDynastieDatiert543KalksteinGeschenkEduardVanDerHeydtRCh113 Txt


De stele die ik hier bespreek is een voorbeeld van die overgang:
een object waarin veel zichtbaar is, maar niet alles nog spreekt.
Boeddha’s, apsara’s, muzikanten, donoren en architectonische elementen
vullen de steen in een bijna overvolle ordening.
Sommige motieven zijn vertrouwd, andere blijven raadselachtig.
Deze beschrijving probeert die veelheid te volgen,
zonder te doen alsof alle betekenissen nog te achterhalen zijn.
Daarbij begin ik bij de zaaltekst van het museum.

De zaaltekst in Nederlandse vertaling:

In de stralenkrans van de Boeddha zijn hemelse wezens afgebeeld
die hem met muziek vereren.
Te herkennen zijn de volgende instrumenten (van links naar rechts):

  • mondorgel

DSC05571 02 ZürichMuseumRietbergVotivsteleMitBuddhaShakyamuniChinaöstlicheWeiDynastieDatiert543KalksteinGeschenkEduardVanDerHeydtRCh113 MondOrgel

  • gong

DSC05571 03 ZürichMuseumRietbergVotivsteleMitBuddhaShakyamuniChinaöstlicheWeiDynastieDatiert543KalksteinGeschenkEduardVanDerHeydtRCh113 Gong

  • luit

DSC05571 04 ZürichMuseumRietbergVotivsteleMitBuddhaShakyamuniChinaöstlicheWeiDynastieDatiert543KalksteinGeschenkEduardVanDerHeydtRCh113 Luit

  • citer

DSC05571 05 ZürichMuseumRietbergVotivsteleMitBuddhaShakyamuniChinaöstlicheWeiDynastieDatiert543KalksteinGeschenkEduardVanDerHeydtRCh113 Citer

  • trommel

DSC05571 06 ZürichMuseumRietbergVotivsteleMitBuddhaShakyamuniChinaöstlicheWeiDynastieDatiert543KalksteinGeschenkEduardVanDerHeydtRCh113 Trommel

  • zandlopertrommel

DSC05571 07 ZürichMuseumRietbergVotivsteleMitBuddhaShakyamuniChinaöstlicheWeiDynastieDatiert543KalksteinGeschenkEduardVanDerHeydtRCh113 ZandloperDrum

  • lange dwarsfluit

DSC05571 08 ZürichMuseumRietbergVotivsteleMitBuddhaShakyamuniChinaöstlicheWeiDynastieDatiert543KalksteinGeschenkEduardVanDerHeydtRCh113 LDwarsfluit

  • en korte dwarsfluit.

DSC05571 09 ZürichMuseumRietbergVotivsteleMitBuddhaShakyamuniChinaöstlicheWeiDynastieDatiert543KalksteinGeschenkEduardVanDerHeydtRCh113 KDwarsfluit

De centrale triade

In het midden staat de Boeddha, herkenbaar aan de rechtopstaande houding
en de symmetrische plooien van het gewaad.
Zijn handen zijn duidelijk zichtbaar:
de rechterhand is geheven in een gebaar van onderricht of geruststelling,
terwijl de linkerhand lager is geplaatst, met de handpalm naar voren.
Deze combinatie van gebaren
— een actieve rechterhand en een ondersteunende linkerhand —
is kenmerkend voor Śākyamuni, de historische Boeddha die onderwijst.

DSC05574ZürichMuseumRietbergVotivsteleMitBuddhaShakyamuniChinaöstlicheWeiDynastieDatiert543KalksteinGeschenkEduardVanDerHeydtRCh113 DetailBuddha

De Boeddha staat niet in een afzonderlijke mandorla;
de omlijsting van de stele als geheel vormt de omhulling van de centrale figuur.
Aan weerszijden staan twee begeleidende figuren in nissen.

De linkerfiguur is nog herkenbaar als een bodhisattva, met sierlijke draperieën
en een aureool. Met een flacon in de linkerhand en een lotusknop (?) rechts.

De rechterfiguur is zwaar beschadigd: het hoofd ontbreekt volledig,
maar de cirkelvormige restvorm achter de hals suggereert
dat ook hier oorspronkelijk een aureool aanwezig was.
De handpalmen raken raken elkaar voor de borst.

Hoewel de rechterfiguur door beschadiging moeilijk te lezen is,
maken de symmetrische plaatsing in nissen en de overeenkomstige schaal
duidelijk dat het om een paar gaat.

DSC05571 10 ZürichMuseumRietbergVotivsteleMitBuddhaShakyamuniChinaöstlicheWeiDynastieDatiert543KalksteinGeschenkEduardVanDerHeydtRCh113 LBodhisattva

De zaaltekst van het Museum Rietberg noemt alleen “de Boeddha”,
maar de compositie toont dat het om een volledige triade gaat,
waarvan één begeleider slechts fragmentarisch bewaard is.

DSC05571 11 ZürichMuseumRietbergVotivsteleMitBuddhaShakyamuniChinaöstlicheWeiDynastieDatiert543KalksteinGeschenkEduardVanDerHeydtRCh113 RBodhisattva

Figuren links en rechts tussen de triade

Tussen de centrale Boeddha en de twee begeleidende figuren
ontvouwt zich aan beide zijden een reeks kleinere scènes.
Deze figuren zijn geen apsara’s en geen muzikanten:
zij bevinden zich niet in de hemelse zone rond de stele,
maar in de directe nabijheid van de triade,
in een ruimte die eerder verhalend dan decoratief lijkt.
De scènes zijn niet symmetrisch,
maar vertonen wel subtiele echo’s in houding en kleding.

DSC05571 12 ZürichMuseumRietbergVotivsteleMitBuddhaShakyamuniChinaöstlicheWeiDynastieDatiert543KalksteinGeschenkEduardVanDerHeydtRCh113 Links

Links van de Boeddha

Links is een verticale groep van vier tot vijf figuren te zien,
elk in een andere houding.

Bovenaan zit een figuur met één hand boven het hoofd,
alsof hij een gebaar maakt of iets vasthoudt.

Daaronder staan twee personen — een volwassene en een kind —
die naar elkaar toe gekeerd zijn, alsof zij in gesprek of spel verwikkeld zijn.

Nog lager bevindt zich een kruipende figuur, met het lichaam dicht tegen de grond.
De figuren direct daarboven, lijken gedeeltelijk op of tegen deze kruipende persoon
te staan, alsof de scène zich in lagen boven elkaar afspeelt.

Helemaal onderaan staat een man in een gewaad met diepe, klassieke plooien,
die doen denken aan Grieks‑Romeinse draperieën zoals die via Gandhara‑kunst
in de Noordelijke Wei‑tijd zijn doorgedrongen.
Hij kijkt in de richting van de Boeddha.

Door de variatie in houding, schaal en kleding ontstaat een menselijke,
bijna verhalende scène, waarvan de betekenis door beschadiging en fragmentatie
niet meer volledig te reconstrueren is.

DSC05571 13 ZürichMuseumRietbergVotivsteleMitBuddhaShakyamuniChinaöstlicheWeiDynastieDatiert543KalksteinGeschenkEduardVanDerHeydtRCh113 Rechts

Rechts van de Boeddha

Rechtsboven zit een grote figuur, duidelijk groter dan de figuren links.
Hij zit met één been over het andere geslagen, in een ontspannen houding
die niet overeenkomt met de formele poses van de triade.
Eén hand is naar het gezicht geheven, de andere rust op het bovenste been.
Achter hem zijn bomen zichtbaar, herkenbaar aan de kruin en de stammen,
wat de scène een aardse setting geeft.
Rond het hoofd is een duidelijke aureool te zien; het oppervlak vertoont slijtage,
maar geen grote beschadigingen.

Onder de zittende figuur staat een kleinere persoon,
eveneens in een klassiek aandoend gewaad, die — net als zijn tegenhanger links —
in de richting van de Boeddha kijkt.
Naast deze kleinere figuur is een vorm zichtbaar die niet goed te duiden is.

Een subtiele echo tussen links en rechts

Hoewel de scènes zelf asymmetrisch zijn, ontstaat door de aanwezigheid
van de twee kleinere figuren in klassieke gewaden — één links, één rechts —
een subtiele visuele echo.
Beide staan laag in de compositie, beide kijken naar de Boeddha,
en beide lijken de basis te vormen van een grotere scène boven hen.
De betekenis van deze parallel is niet meer te achterhalen,
maar de herhaling van houding en kleding suggereert dat de maker
bewust een vorm van balans heeft aangebracht
in een verder ongelijkmatige en verhalende zone.

De bovenste zone

De stele loopt naar boven toe geleidelijk uit in een punt,
waardoor de hele vorm iets bladachtigs krijgt.
In deze natuurlijk taps toelopende bovenkant, net boven de apsara‑zone,
bevindt zich een uitgesproken boeddhistisch bekroningsmotief.
De basis van deze bovenste voorstelling is een brede, doorlopende lotus
die de gehele tempelvormige nis draagt.

DSC05573ZürichMuseumRietbergVotivsteleMitBuddhaShakyamuniChinaöstlicheWeiDynastieDatiert543KalksteinGeschenkEduardVanDerHeydtRCh113 Topje

In deze nis zitten twee figuren symmetrisch naast elkaar.
Zij hebben elk een halo, maar deze is geïntegreerd in een bladvormige mandorla
die de contour van de nis volgt.
Daardoor ogen de aureolen niet rond, maar amandel‑ of ovaalvormig.
De figuren zitten in een meditatieve houding en hebben een bovenste haarpartij
die aan een ushnisha doet denken.
In combinatie met de gedeelde lotus‑basis en de mandorla‑halo’s
ligt een boeddha‑identificatie voor de hand,
al blijft de uitvoering sterk gestileerd en zijn details door slijtage
moeilijk te onderscheiden.

Boven de nis rijst een verticale staf op met meerdere schijfvormige elementen,
bekroond door een gestileerde lotusvorm.

Het dak van de nis eronder is versierd met bladvormige panelen
die doen denken aan vroege boeddhistische dakornamentiek.

De hele bovenste zone is daardoor sterk architectonisch opgebouwd:
een kleine heilige structuur binnen de natuurlijke puntvorm van de stele.

Deze zone wijkt in stijl en dynamiek af van de scènes daaronder.
Waar de middelste zones vol beweging, variatie en narratieve complexiteit zijn,
is deze bekroning juist statisch, formeel en conceptueel.
De combinatie van lotus‑basis, mandorla‑halo’s, schijvenstaf en tempelvorm
geeft de stele een symbolische afsluiting:
een rustige, heilige top die de compositie als geheel verankert
in een boeddhistisch kosmisch schema.

De donorzone

De donorzone bevindt zich onderaan de stele en is symmetrisch opgebouwd
rond een centrale wierookbrander.
Deze wierookbrander, herkenbaar aan de omhoog kringelende rook- of vlamvorm,
vormt het rituele middelpunt van de dedicatievoorstelling.

DSC05576ZürichMuseumRietbergVotivsteleMitBuddhaShakyamuniChinaöstlicheWeiDynastieDatiert543KalksteinGeschenkEduardVanDerHeydtRCh113 DonorsMetTekst

Aan weerszijden van dit centrale object bevinden zich donorfiguren.

In het rechterdeel van de donorzone staan twee personen.

De eerste staat rechtop in een lang gewaad en heeft een kaal
of zeer kort weergegeven hoofd.

Helemaal rechts zit een tweede figuur met één been opgetrokken.
Deze persoon heeft een knot in het haar en houdt iets in de handen,
alsof deze persoon een offer of devotioneel voorwerp presenteert.

Hoewel de ene figuur staat en de andere zit, reiken hun hoofden
ongeveer tot dezelfde hoogte, wat erop wijst dat de maker
de figuren gestileerd heeft weergegeven zonder naturalistische proporties.

De houding en plaatsing lijken geen hiërarchie uit te drukken,
maar eerder verschillende manieren om deel te nemen aan de rituele scène.

Tussen de figuren zijn verticale inscripties aangebracht, waarschijnlijk namen
of aanduidingen van de donoren.

Het linkerdeel van de donorzone, dat op de totale foto zichtbaar is,
toont een vergelijkbare opbouw.

Ook daar bevindt zich een zittende figuur met een knot in het haar,
wat de symmetrie van de donorzone versterkt.
Deze persoon zit eveneens in een informele houding, met een opgetrokken been,
en lijkt deel te nemen aan dezelfde rituele context.

De combinatie van staande en zittende figuren aan beide zijden
van de wierookbrander suggereert geen rangorde, maar een bewuste variatie
in lichaamshouding binnen een gedeelde devotionele handeling.

Samen vormen de wierookbrander en de flankerende donorfiguren
een ritueel ensemble dat de dedicatie van de stele markeert.
De zone is sober en gestileerd uitgevoerd, met eenvoudige contouren
en verticale inscripties die de figuren structureren.

De donorzone fungeert als een aardse tegenhanger
van de heilige scènes daarboven:
een menselijke bijdrage aan het grotere religieuze geheel dat de stele verbeeldt.

Afsluiting

Het Museum Rietberg bezit een van de meest bijzondere verzamelingen
vroeg‑Chinese boeddhistische steles in Europa.
Waar musea als het Guimet of het Cernuschi vooral bekendstaan
om hun sculptuur en schilderkunst,
heeft het Rietberg een concentratie van steles die elders nauwelijks te vinden is.
Het maakt deze collectie tot een unieke plek om de ontwikkeling
van de Noordelijke en Oostelijke Wei te volgen:
van de strakke helderheid van de vroege stijl
tot de overvolle, gelaagde composities van de zesde eeuw.
Deze stele is daar een voorbeeld van
— een object dat veel toont, maar niet alles prijsgeeft,
en dat juist daardoor blijft uitnodigen tot kijken.

DSC05572ZürichMuseumRietbergVotivsteleMitBuddhaShakyamuniChinaöstlicheWeiDynastieDatiert543KalksteinGeschenkEduardVanDerHeydtRCh113 2Apsaras


02/04/2026
Nog een gedachte achteraf:
bij de grote figuur links lijken twee handposities zichtbaar op het been:
een oudere contour op het been (?) en een latere,
meer uitgewerkte rechterhand die naar het gezicht wijst.
Terwijl er ook een linkerhand op het been lijkt te liggen.
Zulke dubbele lijnen komen vaker voor in Wei‑tijd reliëfs
en wijzen op aanpassingen tijdens het hakproces.
Door slijtage zijn eerdere contouren soms duidelijker zichtbaar
dan de uiteindelijke correctie.
Vraag blijft of ik het juist zie?

Waar de leeuw waakt, kijk ik opnieuw

– over wat Sirén zag — en wat de foto’s laten zien –

Eerder maakte ik een bericht over een van de Boeddhistische steles
in Museum Rietberg.
Die steles maken deel uit van de collectie Eduard von der Heydt en
die collectie komt in het museum ruim na de Tweede Wereldoorlog,
begin jaren vijftig.
Copilot gaf aan dat er een gezaghebbend boek bestaat
over de collectie Eduard van der Heydt.
Het boek is niet eenvoudig te kopen maar universiteitsbibliotheken hebben
vaak een exemplaar van het boek.

DSC09119ChinesischeSkulpturenVotiveSteleRCh 111DatedMarch1st536FromHonanHeight40-55in Pag81

Dit is de stele waarover het in dit bericht gaat: Votive stele RCh 111, dated March 1st 536. From Honan. Height 40 – 55 in. Deze foto staat op pagina 81 van genoemd boek.


Bij het schrijven van dit bericht worstel ik met auteursrechten.
Het boek is gemaakt in 1959.
In het boek staat dat de copyright berust bij Museum Rietberg der Stadt Zürich,
maar je ziet ook de boekbinder, de lay-out ontwerper, de drukker, de fotografen
en de vertalers apart vermeld staan.
Hopelijk valt er niemand over mijn gebruikt van citaten van tekst en foto’s
want de informatie in het boek is heel interessant.

IMG_9088ChinesischeSkulpturenVotiveSteleRCh 111DatedMarch1st536FromHonanHeight40-55in Copyright

Het boek is Osvald Sirén, Chinese Sculpture from the Fifth to the Fourteenth Century,
vol. I, Museum Rietberg Zürich, 1959.
Het boek dat ik in de Universoteitsbibliotheek Leiden in mijn hand had heet: Osvald Sirén, Chinesische skulpturen der sammlung Eduard von der Heydt, 1959.
Of hier sprake is van twee versies van hetzelfde boek weet ik niet.
De foto’s van de stele RCh 111 (nummer 11) zijn gemaakt door E. Hahn.

Restauratie – De stele in 1959 en nu

ChinesischeSkulpturenVotiveSteleRCh 111DatedMarch1st536FromHonanHeight40-55in FotocompilatieKop

Links het hoofd van de centrale figuur van stele RCh 111 zoals te zien is in het boek van Sirén, rechts hetzelfde hoofd maar dan zoals ik het in Zürich fotografeerde.


Wat zegt Sirén er in zijn tekst over:

the top of the head with the usnisa as well as smaller portions of the Buddha’s face and his raised hand are modern restorations, whereas the side-figures are better preserved.

DSC09118 01 ChinesischeSkulpturenVotiveSteleRCh 111DatedMarch1st536FromHonanHeight40-55in TopHeadCitaatPag80

De vergelijking tussen Siréns foto in het boek uit 1959
en de huidige toestand van de stele laat zien hoe ingrijpend het beeld
in de tweede helft van de twintigste eeuw is gerestaureerd.
De foto in het boek toont de bodhisattva nog met duidelijke lacunes
— in de bovenlip, de oorlellen, de haarpartij en de topknot —
terwijl Sirén in zijn tekst al spreekt over moderne aanvullingen aan de ushnisha,
delen van het gezicht en de opgeheven hand.
Dat verschil suggereert dat de opnames in het boek zijn gemaakt
aan het begin van een meerjarige restauratiecampagne in Museum Rietberg,
kort na de verwerving van de collectie in de jaren 1950,
terwijl Sirén zijn beschrijving baseerde op de situatie ná restauratie.
De huidige toestand van de stele sluit nauw aan bij die latere fase:
het hoofd is nu volledig en rustig van vorm, met aanvullingen die herkenbaar zijn
aan hun iets donkerder tint
— een bewuste keuze om het onderscheid tussen origineel en restauratie
zichtbaar te houden.
Subtiele retouches, zoals het egaliseren van de lipcontour en wanglijn,
verzachten de expressie van de bodhisattva.
De oude zwart-witopname, met zijn harde licht en hoge contrast,
benadrukt de beschadigingen sterker dan moderne foto’s,
maar maakt tegelijk duidelijk hoezeer de restauratie de leesbaarheid
en sereniteit van het gezicht heeft hersteld.

Restauratiepraktijk van ca. 1945 tot nu

De restauratiepraktijk van Aziatische stenen sculptuur
heeft sinds de Tweede Wereldoorlog een duidelijke ontwikkeling doorgemaakt.

Esthetisch herstel

In de jaren 1950 en 1960 lag de nadruk op esthetisch herstel:
ontbrekende delen werden aangevuld om het beeld weer “compleet” te maken,
vaak met moderne materialen zoals cement, gips of vroege kunstharsen.
Het doel was een visueel coherent geheel te creëren, waarbij restauraties
soms vrij ver gingen
— een aanpak die goed past bij de ingrepen die Museum Rietberg
in die periode uitvoerde.

Conservering

Vanaf de jaren 1970 en 1980 verschoof de aandacht naar conservering
in plaats van reconstructie:
restauratoren begonnen aanvullingen subtieler te maken,
met een lichte kleurafwijking om het onderscheid tussen oud en nieuw
zichtbaar te houden.

Minimale interventie

In de huidige praktijk staat minimale interventie centraal.
Men vult alleen aan wanneer het object anders instabiel of onleesbaar zou worden,
en gebruikt reversibele materialen die later weer verwijderd kunnen worden.

Een hedendaagse restauratie van deze stele zou daarom veel terughoudender zijn:
lacunes zouden niet automatisch worden ingevuld,
en de nadruk zou liggen op stabiliteit, documentatie en transparantie,
niet op visuele volledigheid.

De achterkant (niet door mij gefotografeerd)

Sirén schrijft hierover in het boek:

The reverse of this stele was decorated with a relief illustrating the disputation of the hermit Vimalakirti with the Bodhisattva Wen-shu (Manjusri), but the former figure has been destroyed; only the shoes under the platform on which he was seated still remain. The Bodhisattva is seated on a corresponding platform and between these two figures is a temple gateway in which a monk (Sariputra?) is seated in meditation , but the main part of this face of the stele is covered with a long dedicatory inscription.

DSC09121ChinesischeSkulpturenVotiveSteleRCh 111DatedMarch1st536FromHonanHeight40-55in AchterkantVanDeStelePag83

De foto van pagina 83 van de achterkant van de stele.


De achterkant van de stele sluit nauw aan bij Sirén’s beschrijving uit 1959.
Hij identificeerde hier de beroemde filosofische dialoog
tussen de wijze leek Vimalakīrti en de bodhisattva Mañjuśrī,
met daartussen een mediterende monnik in een tempelpoort.
Vimalakīrti’s figuur was al in Sirén’s tijd grotendeels verdwenen;
alleen de schoenen onder zijn platform bleven bewaard,
precies zoals op de foto’s uit het boek te zien is.
Opvallend is dat deze zijde nauwelijks is gerestaureerd:
de inscriptie op de plint aan de onderkant, de architectonische nis
en de overgebleven figuren tonen een natuurlijke, consistente slijtage.
In contrast met de zwaar gerestaureerde voorzijde lijkt de achterkant
vrijwel onaangeroerd, wat de asymmetrie in de restauratiegeschiedenis
van de stele nog duidelijker maakt.


Vimalakīrti

Vimalakīrti is een legendarische lekenboeddhist uit de Mahāyāna‑traditie,
vooral bekend als de hoofdpersoon van de Vimalakīrti Sūtra.
Hij verschijnt daar als een rijke en invloedrijke huisvader
met een uitzonderlijk diep inzicht in de leer van de Boeddha.

In de literatuur fungeert hij vaak als belichaming van het Mahāyāna‑ideaal:
iemand die midden in de wereld leeft, maar vrij is van gehechtheid,
en die anderen onderwijst via scherpzinnige paradoxen
en onverwachte wendingen.

Śāriputra

Śāriputra was een van de belangrijkste leerlingen van de historische Boeddha,
geroemd om zijn wijsheid en analytische helderheid.

In Mahāyāna‑literatuur krijgt hij vaak de rol van de monnik
die volgens de oudere, meer letterlijke leer denkt.
Dat maakt zijn ontmoetingen met figuren als Vimalakīrti
tot scherpe en soms speelse confrontaties,
waarin het Mahāyāna‑inzicht zich kan aftekenen
tegen een meer traditionele achtergrond.


Op het eerste gezicht leken me de twee foto’s in Sirén’s boek
niet dezelfde stele te tonen.
De voorkant oogt — en is — een beschadigde, rechtopstaande rechthoek:
een hoge verticale vorm met bovenaan een afgeslagen hoek
en onderaan de twee leeuwen.
De foto van de achterkant wekt echter een heel andere indruk.
Omdat die opname niet de volledige stele laat zien,
maar alleen het bovenste deel met de scène en de inscriptie,
lijkt de vorm daar eerder op een liggende rechthoek,
met een beschadiging aan de rechterbovenkant.
Het verschil in vorm is dus geen eigenschap van het object zelf,
maar een gevolg van ongelijke kadrering in de foto’s.

De zijkanten (ook niet door mijzelf gefotografeerd)

DSC09123ChinesischeSkulpturenVotiveSteleRCh 111DatedMarch1st536FromHonanHeight40-55in ZijkantStelePag85

Pagina 85 uit ‘Osvald Sirén, Chinesische skulpturen der sammlung Eduard von der Heydt, 1959.’


Page 80:

The two sidefaces of this stele are no less interesting from the artistic and iconographic point of view; they are both decorated with landscapes, showing ranges of hills and threes in low relief. Above these are represented, on the one side, Prince Siddharta seated in meditation under a tree, worshipped by a man in official costume, and, on the other side, large lotus-flowers and leaves on tall stems and two smaller

DSC09118 03 ChinesischeSkulpturenVotiveSteleRCh 111DatedMarch1st536FromHonanHeight40-55inPag80TwoSidefaces

Het vervolg op pagina 82:

figures (representing the souls of the departed?) placed on a calyx.
The stylization of these side-reliefs in which naturalistic and symbolic elements are harmoniously blended possesses a decorative beauty seldom attained in religious sculptures of the period.

DSC09120ChinesischeSkulpturenVotiveSteleRCh 111DatedMarch1st536FromHonanHeight40-55inPag82SoulsOfDeparted

Tussen aannames en wat de foto’s werkelijk tonen

Wanneer we de zijkanten van de stele opnieuw bekijken
aan de hand van de beschikbare foto’s,
ontstaat een beeld dat aanzienlijk genuanceerder is
dan de beschrijving die Osvald Sirén in zijn late werk uit de jaren vijftig gaf.
Hoewel Sirén in die periode nog steeds voortbouwde op interpretatiekaders
die hij al in de jaren dertig had ontwikkeld, blijkt zijn lezing bij nadere analyse
te rusten op aannames die door het beeldmateriaal niet overtuigend worden gedragen.
De foto’s — hoe fragmentarisch en verouderd ook —
laten een rijkere en complexere iconografie zien dan Sirén suggereert.

De zittende figuur: een problematische identificatie

Sirén identificeert de zittende figuur op de linker zijkant
zonder verdere toelichting als Prince Siddharta.
Op basis van de foto’s die wij ter beschikking hebben,
is deze identificatie echter moeilijk vol te houden.
De figuur mist alle iconografische kenmerken
die een Boeddha of Bodhisattva herkenbaar maken:
geen ushnisha, geen aureool, geen mudrā, geen ornamentiek,
zelfs geen duidelijk hoofd.
Wat wél zichtbaar is, is een onduidelijk, volumineus object
dat de figuur op de schoot houdt
— een element dat Sirén volledig onbesproken laat.

Dit object vormt een wezenlijke complicatie.
In geen enkele Noordelijke Wei‑voorstelling houdt Siddharta
een dergelijk voorwerp vast.
Het lijkt eerder op een bundel, pakket of ander wereldlijk object,
en past daarmee eerder in een narratieve of seculiere context
dan in een canonieke boeddhistische episode.
Dat Sirén dit element niet benoemt, suggereert dat zijn identificatie
eerder voortkomt uit een iconografisch sjabloon dat in zijn tijd gebruikelijk was
— de neiging om elke zittende figuur naast een officiële figuur
automatisch als Siddharta te lezen —
dan uit wat het beeld zelf toont.

De fauna in het onderste register: rijker dan Sirén vermeldt

Sirén spreekt in zijn beschrijving van de zijkanten slechts over
ranges of hills and trees in low relief”.
De foto’s tonen echter een veel rijker landschap.
In het onderste register van de linker zijkant zien we niet alleen heuvels en bomen,
maar ook twee duidelijk uitgewerkte dieren:
een herkenbare aap en een hondachtig dier in een gestileerde,
onconventionele houding.
Deze dieren zijn niet toevallig of marginaal; ze maken deel uit
van een zorgvuldig gecomponeerde scène die Sirén volledig onbesproken laat.
Zijn reductie van dit register tot enkel “heuvels en bomen”
doet geen recht aan de complexiteit van de voorstelling.

De rechter zijkant: een volledige lotus‑wereld

Ook de rechter zijkant blijkt bij nadere beschouwing veel complexer
dan Sirén’s summiere beschrijving doet vermoeden.
Waar hij spreekt van “large lotus-flowers and leaves on tall stems
en “two small figures on a calyx”, tonen de gepubliceerde foto’s
duidelijk dat we te maken hebben met twee lotusregisters die onder elkaar staan.

Het bovenste register laat een grote lotusplant zien met drie bloemen of knoppen,
twee verticale bladeren, vijf stengels die samenkomen in één wortelzone
en een hangend ornament bovenaan.

Het onderste register toont een tweede lotusplant, waarvan de bloemen, bladeren
en stengels leiden naar twee figuren die niet in een abstracte calyx zitten,
maar duidelijk in een lotuskelk.
Onder deze kelk is de wortelzone zichtbaar, en daaronder
begint een heuvellandschap dat in de foto abrupt wordt afgesneden.

Sirén merkt elders wel op dat beide zijkanten
decorated with landscapes, showing ranges of hills and trees in low relief” zijn,
maar hij maakt niet duidelijk dat dit landschap op de rechter zijkant
onder de lotuskelk begint en in de foto niet volledig zichtbaar is.
Voor de lezer blijft daardoor verborgen dat de lotuskelk en de twee figuren
niet het onderste register vormen, maar vermoedelijk het bovenste deel
van een tweedelig geheel.
De gepubliceerde foto toont slechts een fragment van dit onderste landschap.

Souls of the departed?

Sirén suggereert dat de twee figuren in de lotuskelk
misschien “souls of the departed” voorstellen.
Deze interpretatie is echter moeilijk te verenigen met boeddhistische opvattingen:
het boeddhisme kent geen blijvende, individuele ziel die na de dood voortbestaat
of ergens kan worden “geplaatst”.
Sirén’s suggestie lijkt daarom eerder een westerse projectie
dan een op boeddhistische iconografie gebaseerde duiding.
De lotuskelk is traditioneel een symbool van zuivere geboorte
en spirituele manifestatie,
wat eerder wijst op een symbolische of allegorische betekenis
dan op een voorstelling van overledenen.

Fragmentarische foto’s, maar een consistent patroon

De foto’s tonen niet de volledige zijkanten van de stele, maar delen ervan.
De bovenranden zijn te recht en te abrupt om oorspronkelijk te zijn,
en bovendien zijn de zijkanten in werkelijkheid ongelijk van lengte
door een beschadigde hoek
— iets wat in de gepubliceerde foto’s niet zichtbaar is.
Die foto’s wekken daardoor de indruk dat beide zijkanten even groot en volledig zijn,
terwijl ze in feite slechts fragmenten tonen.
Dit verklaart waarom sommige details ontbreken, maar het verandert niets
aan het patroon dat zichtbaar wordt:
de delen die we hebben tonen samen vier afzonderlijke registers,
twee per zijkant.
Sirén’s beschrijving is te grofmazig, te sterk gebaseerd
op iconografische verwachtingen,
en laat cruciale elementen onbesproken of impliciet..

Een genuanceerder beeld — en Sirén’s esthetische afsluiting

Wat uit de herlezing naar voren komt, is dat de foto’s van de zijkanten van de stele
vier afzonderlijke registers tonen:

  1. Linker zijkant boven: officiële figuur + zittende figuur met onduidelijk object
  2. Linker zijkant onder: landschap met heuvels, bomen, een aap en een hondachtig dier
  3. Rechter zijkant boven: grote lotusplant met bloemen, bladeren en ornament
  4. Rechter zijkant onder: twee figuren in een lotuskelk, geflankeerd door zijbloemen en zaaddozen, boven een doorlopend landschap

In dit licht wordt duidelijk dat Sirén’s interpretatie — hoe invloedrijk ook —
niet langer als sluitend kan worden beschouwd.
Zijn afsluitende waardering van de “harmonious blending” van naturalistische
en symbolische elementen is begrijpelijk als esthetische observatie,
maar verhult dat zijn iconografische lezing op cruciale punten
te snel, te algemeen en te weinig onderbouwd is.
De foto’s tonen een iconografie die rijker, gelaagder en minder eenduidig is
dan zijn tekst suggereert,
en die een veel preciezere lezing verdient dan Sirén heeft gegeven.

Afsluiting

In het algemeen is het opmerkelijk dat Sirén een volledige vertaling
van de inscripties op de stele als “superfluous” (overbodig) beschrijft.
Binnen het genre van een museumcatalogus is dat nog wel begrijpelijk,
maar het effect is dat de inhoud van de inscriptie
— die door Stefan Balázs uitvoerig is vertaald en die cruciale informatie bevat
over de 105 donoren, hun familieverbanden en de religieuze motivatie —
op afstand blijft van de beschrijving van het object.
De tekst wordt wel genoemd, maar niet geïntegreerd.
Daardoor ontstaat een merkwaardige scheiding:
de stele wordt esthetisch geprezen,
terwijl de epigrafische en rituele dimensies die het object betekenis geven
nauwelijks worden benut.