Mijn omslagband met lias

IMG_0679Perkament

Het perkament is mooi glad geworden. Het was opgerold naar me toegestuurd. Een paar dagen op een vlakke ondergrond met gewichten en het vel is vlak. Nu kan ik er een eerste band uit gaan maken.


IMG_0680OmslagbandPerkamentEnKaternen

Het perkament laat zich goed snijden. De afmetingen van het papier zijn anders dan in het boek van Peter Goddijn (Westerse boekbindtechnieken van de Middeleeuwen tot heden) vermeldt maar dat kwam gewoon zo uit. Ik ga de omslagband met vier katernen maken. Bij mij is het papier al gesneden en heeft dus geen imitatie rafelranden die je bij handgeschept papier kunt verwachten. Misschien ga ik dat ooit nog eens proberen maar nu gaat het er mij vooral om de inbind-stappen goed te doorgronden.


IMG_0684VleeszijdeVanHetGecacheerdePerkamentNa1UurOnderBezwaar

De eerste stap is het cacheren van het perkament. Moeilijke term voor bekleden. Perkament is een beetje doorzichtig. Als je daar niets aan zou doen zou je bijvoorbeeld inbind-elementen kunnen zien die een boekband niet perse mooier maken. Je kunt dat natuurlijk zelf kiezen. Maar bij een eerste poging probeer ik de instructies zoveel mogelijk te volgen. Cacheren betekent in dit geval dat je het perkament aan de binnenkant (in mijn geval de vleeszijde, de ruwe kant van het perkament) beplakt met wit papier (90 grams). Hier zie je het beplakte perkament met het witte papier naar voor (de vleeszijde). Door het vocht in de lijm gaat het perkament bollen. Je wil dat het perkament na het drogen weer mooi vlak is dus heb ik het onder bezwaar gelegd om te laten drogen. Hier zie je het perkament nadat het ongeveer 1 uur onder bezwaar heeft gelegen. Het bollen is al egaler geworden. Ik laat het nog eens 24 uur onder bezwaar liggen. Dan zal het vast mooi vlak zijn.


IMG_0685DeHaarzijdeVanHetGecacheerdePerkamentNa1UurOnderBezwaar

Dit is de haarzijde van het perkament. De tekening van de rug (de wat donkere streep rechts) komt straks op de voorkant van het boek.


Van der Vaardt: een verborgen schat

Ik kreeg een reclame mail van het veilinghuis Sotheby’s.
Zo organiseren een tentoonstelling: Treasures from Chatsworth.
Een tentoonstelling in New York.
Ze hebben hun tentoonstellingsruimtes vernieuwd.
Die heb je als groot veilinghuis natuurlijk nodig.
De schatkamer van Chatsworth is ongelofelijk.

Één werk sprint er voor mij uit naast een ets en schilderij van Rembrandt
en een zelfportret van Picasso:
een trompe-l’œil van een viol die aan een spijker op een deur hangt.
Verbluffend en schijnbaar van een Nederlandse kunstenaar:
Jan van der Vaardt.

Wikipedia:

Jan van der Vaardt (name variations: Jan van der Vaart, John Van der Vaart, John Vander Vaart, Jan van der Waart) (c.1650 –1727) was a Dutch painter of portraits, landscapes and trompe-l’œil paintings and a mezzotint artist who was active in England for most of his career.

Op de website van Sotheby is een hele serie met filmpjes te zien
over de voorwerpen die er te zien zullen zijn.
Dit springt er uit:

Link naar de video op de website van Sotheby

Intussen op de weekmarkt in Breda…….

……een Xiphias gladius, of zwaardvis.

IMG_0672OpDeWeekmarktInBredaZwaardvis

Dat is een groot dier en dat zwaard is best groot. Je ziet hier zo’n 30% van de vis (Zwaard niet meegerekend). Fantastisch om te zien (en ze zijn ook lekker om te eten).


Laatste foto’s uit Champasak (Vat Sisumang)

Nog een laatste tochtje op de fiets, van het hotel in de
richting van de World Heritage Site Vat Phou.

WP_20180104_17_22_36_ProLaosChampasakUitzichtUitHotel

Het hotel ligt aan de hoofdstraat van het dorp. Vlak bij een oversteekpunt aan de Mekong rivier. Het was er heerlijk rustig. Bij een hotel een stukje verder huurden we twee fietsen. Niet in de allerbeste staat maar om een stukje te fietsen was het prima.


DSC_3484LaosChampasakBuddhaInVatSisumang

Het doel van de korte fietstocht was een Boeddha die een eindje verder langs de kant van de weg zit: Boeddha bij Vat Sisumang.


Buddha in Vat Sisumang

In the place named Sisumang, on the bank of the Mekong, a colorful painted Buddha sits snuggled between two trees and looks out of the river to the east.
In older times, the road ran in front of the statue, but the Mekong shifted and the road had to be moved.
The site is most certainly on the remains of a pre-Angkorian temple: some carved stones are visible in the area.
The place was dedicated by the first King of Champasak, “Soi Sisamut” (1713 – 1737), to his mother.

When Henri Parmentier (École française d’Extréme-Orient) visited the region in the 1920’s to establish an inventory of Lao monastaries, he found, on the site of the current Buddha, the ruins of a Vientiane-style monastery housing a large sitting Buddha, his right hand touching the floor with its fingertips.
By this gesture, which symbolizes the “Taking of the goddess Earth as witness,” he asked the goddess to certify its legitimacy to become a Buddha, an “Enlightened”.
From this monastery only survives today the statue, remodeled many times since.
From the Pre-Angkorian tempel, Henri Parmentier reported an epigraphic stele (non-inscribed) of which you can still see the top, in the form of a accolade, emerging from the ground in front of the modern platform on the east side.

Aan de oever van de Mekong, bij een plaats met de naam Sisumang
zit een Boeddha tussen bomen.
Deze plaats is zo ingericht door de eerste koning van Champasak, Soi Sisamut.
Henri Parmentier bezocht deze plaats in de jaren 1920 van de vorige eeuw.
Hij stelde vast dat deze plaats in een lang verleden een tempel bevatte.
De Boeddha is sindsdien vele malen vernieuwd.

Wikipedia:

Henri Parmentier (French: Henri Ernest Jean Parmentier) was a French architect, art historian and archaeologist.
Parmentier became one of the first European specialists in the archaeology of Indochina.
He has documented, depicted and preserved many Khmer, Cham and Lao monuments.

DSC_3485LaosChampasakBuddhaInVatSisumang

Dit is dan die Boeddha. Volgens de beschrijving is hij kleurrijk maar hij is van grijs cement. Goed dat het goudkleurige kleed over zijn schouder hangt.


DSC_3486LaosChampasakBuddhaInVatSisumangRugOnderVreemdeHoekOpmerkelijkeOren

Het beeld helt wel wat ver naar achteren. Ook de oren zijn van deze versie opmerkelijk. Maar je gaat niet naar deze plaats omdat de Boeddha zo prachtig is maar om dat de omgeving zo rustig en mooi is.


DSC_3488LaosChampasakMekongRivier

De Boeddha kijkt uit over de Mekong rivier. Wij dus ook.


DSC_3489LaosChampasakKleurrijkeBelEnTrommeltoren

Onderweg stoppen we bij een aantal moderne tempels. Hier een hele kleurige bel- en trommeltoren met luidsprekers.


DSC_3490LaosChampasak


DSC_3492LaosChampasakGroepBuddhas


DSC_3493LaosChampasakGroepBoeddhas


DSC_3494LaosChampasakGroteKlok

Nog een grote bel.


WP_20180105_11_46_28_ProLaosVatPhouTheSanctuaryTheSpringTheAncientCityWorldHeritage

Als afsluiting van Champasak deze folder van Vat Phou. Southern Laos – Charming by nature (Zuid Laos – van nature charmant). Vanaf hier vliegen we later naar Vientiane, de hoofdstad van Laos.


Pallieter is weer een stapje verder

Gisteren het boekblok schoon gesneden.
Een kleur van leeslint gekozen en dat aangebracht.
Kapitaalbandjes aangebracht.
Schutbladen nogmaals op maat gemaakt en op boekblok gelijmd.
Gaas aan schutblad gelijmd.

IMG_0665PallieterFelixTimmermansUitzoekenLeeslint

De kleur van het leeslint moet zowel bij het schutblad als bij het leer van de band passen. Dat is niet eenvoudig want het leer is groen en het schutblad blauw.


IMG_0666PallieterFelixTimmermansRestjesNaHetSchoonsnijdenBoekblok

Het schoonsnijden van een boekblok vind ik altijd een magisch moment. Daarvoor heb je een stapel papier waar het moeilijk doorheen gaan is. Na het snijden is er dan ineens een perfect boekblok waar alle pagina’s zichtbaar in zijn. Hier zie je de drie stukken die er af gesneden zijn.


IMG_0667PallieterFelixTimmermansSchoongesnedenBoekblok

Dit is dan het ‘kale’ boekblok.


IMG_0668PallieterFelixTimmermansSchutbladGeplaktOpBoekblok

Kapitaalband, leeslint en schutblad aangebracht. Nu kan ik aan de band beginnen.


IMG_0669PallieterFelixTimmermansAlleOnderdelenBoekbandOpmaatBehalveHetLeer

Dit zijn alle grotere onderdelen, op het leer na (platten en rug uit grijsbord en kraftpapier). Ze zijn allemaal op maat gesneden. De volgende stap is om dit verder in elkaar te zetten. Dit is de eerste keer dat ik een leren band, zelfstandig in elkaar zet. Dus nu eerst de aantekeningen van de workshop nog eens doornemen.


Omslagband met lias: perkament

Vorige week, heb ik met behulp van leden van de
Facebook-groep ‘Boekbinders onder elkaar’,
bij een Nederlandse leverancier van perkament
een vel perkament gekocht.
Het is perkament van een geit.
Het vel kwam in een koker en heeft dus op zijn minst een dag
of vier opgerold gezeten.
Om er een boekband van te maken moet het vel eerst weer een beetje
vlak worden dus het vel ligt nu als het ware
onder bezwaar te rusten.
Het is weer een heel ander materiaal dan bijvoorbeeld leer.
Ik ben benieuwd wat voor verrassende avonturen ik daar weer ga meemaken.

IMG_0664PerkamentGeit

Een zware driehoek links en wat uitvulwit rechts om de rol perkament wat vlakker te laten worden.


Champasak

In Cambodja en Laos hebben we niet alleen monumenten bezocht.
In de dorpen is ook heel wat te zien.
Het dorp waar we overnachten heeft wel drie of vier tempels
en in de buurt, richting Wat Phou liggen er nog een paar.
die bezoeken we met de fiets.
Het weer was in de ochtend stralend en warm maar later op
de dag betrekt de lucht.

DSC_3469LaosChampasakTempelGevel

Tegen een gevel van een tempel zien we deze afbeelding.


DSC_3470LaosChampasak

Bij de tempels liggen graven, vaak een of meerdere scholen, sommige voor de monniken, en allerlei beelden en andere plaatsen om te bidden of te overdenken.


DSC_3471LaosChampasak

Het is er stil, vaak heel stil.


DSC_3472LaosChampasakTempelGevel

De kleuren zijn indrukwekkend.


DSC_3474LaosChampasakDetailTempel

Detail van een tempelgevel.


DSC_3475LaosChampasak


DSC_3476LaosChampasak


DSC_3477LaosChampasak


DSC_3478LaosChampasak

Een paar van die buitenlanders die allemaal foto’s komen maken zijn natuurlijk heel interessant. Zeker als je pauze hebt of vrij bent van school.


DSC_3479LaosChampasakWatEenKleurcombinaties

De combinaties van kleuren zijn heel bijzonder.


DSC_3480LaosChampasakEenDak

De nok van het dak.


DSC_3481LaosChampasakBougainvillea

Bougainvillea.


DSC_3482LaosChampasakDreigendeLuchten


Don

Uit mijn eerdere berichten over het boek ‘Cervantes & Co’
zou je misschien kunnen opmaken dat ik het geen goed boek vind.
Maar dat is niet het geval. Integendeel.

Ik ben niet overtuigd van de argumenten die Van De Pol
gebruikt om geen voetnoten op te nemen in de Don Quichot.
In haar vertaling van de don Quichot.
Ik krijg het gevoel dat ze daar zelf ook niet van overtuigd is, maar
daarnaast zegt ze nog een heleboel andere dingen.
Vooral over het vak van vertaler.

BarbarVanDePolCervantis&CoInPlaatsVanVoetnotenRuit

Barbar van de Pol, Cervantes & Co. In plaats van voetnoten.


Zo maakt de een vergelijking tussen een vertaler en een uitvoerend
muzikant. Raak getroffen, eenvoudig, maar heel toepasselijk:

Een vertaler is, voorzover het gaat om een literaire vertaler gaat, een uitvoerend kunstenaar, en dan iets als een musicus en dirigent ineen (daar is de muziek weer). Deze functies zijn, doorgetrokken naar de vertaler, niet gescheiden. Hij voert de regie over zijn eigen vertolking. Anders dan bij een musicus verschilt zijn materiaal niet van het materiaal van de maker die hij vertegenwoordigt. Een musicus of zanger vertolkt met zijn instrument of stem de in tekens vervatte partij, de klank of stem in spe van de componist. Een vertaler vertolkt met andere taal de kant-en-klare taal van een schrijver. Vandaar verder verwarring. Wat is het probleem? Je vertaalt toch gewoon wat er staat? Het was er toch al? Het was toch al taal?

Pagina 11.

Het volgende citaat geeft een gedetailleerde inkijk in de keuken
van het vertalen:

‘Knokt’ iemand in 1600 of ‘gebruikt hij zijn vuisten’; is hij wel eens ‘in zijn sas’ of is dat te populair voor een Spaans klassiek werk en is hij in mijn vertaling dan ‘vergenoegd’? Het lijkt op wild speculeren of proberen, maar een vertaler overweegt altijd heel veel meer dan hij uiteindelijk toelaat. Bestond het woord ‘machine’ (máquina) of ‘product’ (producto) al, toen, in het Nederlands (in het Spaans dus wel) en maakt het hoe dan ook kans in mijn vertaling? Er komt in de Quijote zelfs een ‘fábrica’ voor maar ‘fabriek’ zal niemand accepteren.

Pagina 66 was dat.

BarbarVanDePolCervantis&CoInPlaatsVanVoetnotenRuit02

Deze afbeelding is de omslagillustratie. Dit is vast een fragment van een afbeelding gemaakt door Gustav Doré.


Nog een dilemma op pagina 68:

Bij het vertalen van de Quijote doet zich een mooi voorbeeld voor van een oplossing die niet kan omdat dat Nederlands schatplichtig is aan deze zelfde Spaanse tekst. Ik lees Piet Meeuses essay over de Quijote in De Jacht op Proteus (Bezige Bij, 1992) en zie hoe Meeuse zegt dat Sancho Panza op een gegeven moment net als zijn baas ‘een klap van de molen krijgt’. Hij bedoelt het figuurlijk, want Sancho Panza krijgt niet letterlijk een wiek tegen zijn hoofd. Ik zou ‘een klap van de molen’ graag in figuurlijke zin in mijn vertaling gebruiken, want ik moet steeds niet-modieuze synoniemen voor gek-zijn verzinnen. Maar zoals we weten krijgt de beroemdste scene uit de Quijote de titelheld in vermeend gevecht met reuzen echt een ‘klap van de molen’, een gebeurtenis die pas later zinnebeeldig is gaan staan voor gek-zijn. In kan die uitdrukking dus onmogelijk in figuurlijke zin gebruiken en huiver om dezelfde reden voor zinnebeeldig gebruik van ‘malende’ en ‘malen’ en zeker voor gebruik van de uitdrukking ‘tegen molens vechten’. Dat zou helemaal een kanjer van een anachronisme zijn.
Ik heb Meeuse benijd toen ik hem onbekommerd die ‘klap van de molen’ zag gebruiken. Hij kon los van de tekst over die tekst spreken met een woordgebruik dat deels aan die tekst was ontleend. Hij vermeldt in zijn essay niet of hij zich bewust was van de eigenaardigheid van het geval.

BarbarVanDePolCervantes&Co

Het laatste fragment heeft minder met vertalen te maken
maar is te mooi om niet op te nemen:

De avonturen van Don Quichot zijn kolderiek genoeg, maar Cervantes presenteert ze op een manier die nog kolderieker is. Hij doet alsof een geschiedschrijver, niet hijzelf, een waargebeurd verhaal vertelt waarvan de rest ook nog eens wegraakt maar wordt teruggevonden op een markt. Vervolgens blijkt dat die rest in het Arabisch is gesteld, zodat er een vertaler aan te pas moet komen om er Spaans van te maken. Cervantes’ spelletjes met de zogenaamde historiciteit van zijn verhaal zijn je reinste slapstick, maar ze zijn functioneel. Ze maken de lezer aan het lachen vanwege het rare idee dat het inderdaad echt gebeurd zou zijn. Ze maken hem alert.
In deel II wordt het helemaal lachen want daar lopen de lezers van deel I en de boekhelden door elkaar heen en voeren gesprekken met elkaar, met alle metafysica, verwarring en hilariteit van dien. De literatuurlessen die terloops tussen de nonsens door tijdens discussies over de kwaliteit van deel I worden gespuid, zijn voortreffelijk. Alles wat over boeken en de waarde van boeken, en dan álle genres, gezegd kan worden, met argumenten voor en tegen, staat daar al, in spitse, actuele bewoordingen.

Wie wil dat nou niet lezen?

Na Breda Beach volgt het opruimen

IMG_0661BredaKasteelpleinDeBeachVanBredaBeachMoetNogWelWeg

Gisteravond, direct na de wedstrijden was men al begonnen het beach volleybalterrein op te ruimen. Vanmorgen moest de tribune en het zand nog wel weg.


IMG_0662BredaKasteelpleinNaBredaBeach

Aan het eind van de dag was alles weg. Top!


Omslagband met lias

Zo heet het boek(model) dat ik ga maken in het boek van
Peter Goddijn: Westerse boekbindtechnieken van
de Middeleeuwen tot heden.
Het is een relatief eenvoudige vorm van het inbinden van een
aantal katernen in een perkamenten omslagband.
Het is relatief eenvoudig in de zin dat de band direct
met de katernen wordt ingebonden. Veel minder stappen voor de
handboekbinder dus veel minder kans op fouten.
Daar staat tegenover dat de tekst van Goddijn niet
altijd even vanzelfsprekend is.
De hele beschrijving zijn 4 kantjes en daar staan heel wat
afbeeldingen op. Toch heb ik die vier kantjes al vele malen gelezen
de afgelopen dagen, daarbij heb ik andere hoofdstukken van het boek
en een voorbeeld op internet geraadpleegd, om tot de volgens
mij juiste interpretatie van de tekst te komen.

Op internet staat een beschrijving en een foto van Boekmodel 14.
De naam lias komt van het latijnse ‘ligare’, dat ‘binden’ betekent.
Ik ken geen latijn maar rijgen lijkt me ook een goede vertaling.

IMG_0654OmslagbandMetLias

Omslagband met lias. De foto’s heb ik gemaakt terwijl het boek op mijn schoot lag, dus die zijn soms vertekend. Wil je er meer van weten, koop dan het hele mooie boek.


Dit hierboven is de schets van een Omslagband met lias.
Bij het maken van een boek is er eigenlijk sprake van een hele
constructie die door de boekbinder wordt gemaakt.
Daarbij worden allerlei materialen gebruikt.
Hier wordt het perkament (in die tijd, 18e eeuw, een goedkoop materiaal)
er als het ware om heen geslagen en met de katernen, het papier,
aan elkaar geregen.
De sterkte van het boek komt vooral van de materialen zelf,
niet zozeer van de kunstige constructie.

IMG_0656AchtKaternenVan!2Dubbelbladen

De met rood onderstreepte zinnen laten zien dat de tekst niet altijd even helder is.


‘Vouw acht katernen van twaalf dubbelbladen elk.’

Een katern gevouwen met 12 bladen papier is veel, heel veel.
Normaal zie je 4 bladen in een katern, of 6.
Dan vond ik ook verwarrend dat bij het volgende boekmodel (Omslagband
met directe strengeling) een uitroepteken staat bij de opdracht
katernen te vouwen uit 10 bladen.

Dan de term ‘dubbelblad’.
Het boekbinden is een ambacht met enorm veel woorden die we alleen
bij het boekbinden gebruiken. Zeker als je dan ook nog kennis wilt nemen
van boekbinden in een andere taal, is de spraakverwarring compleet.
Een dubbelblad is een stuk papier dat je om te gebruiken in een katern
in twee gelijke stukken vouwt. Tekening 277 (rechtsonder) laat dat zien.

‘Maak de band niet te groot, bijvoorbeeld 16 x 12 (hxb) cm.’
Wat ik verwarrend vond is de term ‘band’. De band is getekend op
tekening 277. Je ziet daar duidelijk dat de band veel breder is dan hoog.
De schrijver bedoelt dat de voorkant van het te maken boek 16 centimeter hoog
wordt en de breedte van de voorkant van het boek 12 centimeter.
De band wordt dan 16 bij 24 centimeter + de ruimte nodig voor de rug.

De tekeningen zijn dan weer wel erg goed.

IMG_0655Naaien

Hier zie je precies hoe het binden in zijn werk gaat en hoe je er voor zorgt dat je met één draad al de katernen aan het perkament kunt rijgen.


IMG_0659VierKaternenVanTwaalfDubbelbladen

Dit zijn de eerste vier katernen. Ieder katern bestaat uit 12 bladen. Ze zijn groter dan de afmetingen die Goddijn opgegeven heeft. Het gaat in dit geval om papier dat overgebleven is van een eerder project. Om daar reepjes van af te halen vind ik zonde. Mijn papier lijkt niet op handgeschept. Het boek geeft aanwijzingen hoe je dat kunt imiteren. Ik twijfel nog om 8 katernen te gebruiken. Ik heb daar voldoende papier voor maar met 8 katernen maak je een boek met zo’n 384 pagina’s. Daar gaan er 2 af om als schutblad te worden gebruikt. Da’s veel. Als ik 4 katernen gebruik zijn het nog steeds 192 bladzijdes. Maar dan wordt het boek natuurlijk dunner. Ik denk er nog over. Intussen liggen de 4 katernen in de boekenpers (die stap staat niet in het boek.


Pallieter

Vandaag heb ik nog even gewerkt aan mijn exemplaar van Pallieter.
Nadat ik het boek uit de boekenpers heb gehaald heb ik een stuk
gaas op de rug gelijmd. Dit gaas is straks het echte verband
tussen de band en het boekblok.
Daarnaast heb ik papier uitgezocht voor het schutblad en
dat vast op maat gemaakt.
Als het gaas goed gedroogd is kan ik het boekblok later
deze week op maat snijden en het schutblad bevestigen.
Het schutblad is een Italiaanse schutblad. Heel klassiek.
Ik heb er voor gezorgd dar de afbeelding op het papier
zowel vooraan als achterin het boek met hetzelfde detail
begint: links en bovenaan.

IMG_0658ItaliaanseSchutbladenVoorPallieter

De twee schutbladen.


Don

Er is maar 1 Don.
Don Quichot, de man van La Mancha.
Ik ga aan de vertaling van Barber van de Pol beginnen
maar het laat me maar niet los dat er in de vertaling
geen gebruik is gemaakt van noten om de lezer bewust te maken
van de keuzes en onderliggende kennis die bij het vertalen
van dit boek kwam kijken.

IMG_0657Miguel de Cervantes Saavedra De vernuftige edelman Don Quichot van La Mancha vertaald door Barber van de Pol 15e druk 2018

Miguel de Cervantes Saavedra, De vernuftige edelman Don Quichot van La Mancha, vertaald door Barber van de Pol. 15e Druk, 2018.


Dus nog een keer:

Barber van de Pol heeft als compensatie het boek “Cervantes & Co” uitgebracht.
De ondertitel van het boek is: “In plaats van voetnoten”.

Het boek is zogezegd uitgegeven in plaats van voetnoten.
Die voetnoten ontbreken volledig in de vertaling die Van de Pol maakte van Don Quichot.
Persoonlijk vind ik dat erg onhandig en haar argumentatie rammelt,
naar mijn gevoel, aan alle kanten.

Een paar voorbeelden uit “Cervantes & Co”:

Pagina 50:

“Er mochten geen noten of toelichtingen in mijn vertaling komen, want die stonden er bij Cervantes ook niet bij en al stonden ze er in nieuwe Spaanse edities meestal wel bij en in vertalingen ook bijna altijd, ik voegde me willens en wetens bij de kleine schare die het boek voor zichzelf wilde laten spreken, omdat het als een boek van alle tijden en eeuwig modern die weelde kan dragen.”

Miguel de Cervantes Saavedra leefde van 29 september 1547 – 22 april 1616.
Ik wil de Don Quichot 400 jaar later lezen.
Ik spreek of lees geen Spaans, anders had ik het boek wel in de originele taal gelezen.
Maar daarnaast heb ik geen kennis van de Spaanse cultuur van 400 jaar geleden.
Ik weet niet welke ridderromans er in Spanje verschenen, hoe de schelmenstroming
in de Spaanse literatuur er uit zag.
Wat mensen aten, wat de Spaanse omgangsvormen waren, enz.
Dat is de reden dat er in nieuwe Spaanse uitgaves en in vertalingen
voetnoten worden opgenomen om de lezer te helpen het boek te begrijpen.
Door de lezer niet te helpen maak je het boek ontoegankelijk en stom (niet sprekend).

Van de Pol trekt volgens mij dezelfde conclusies als ik:

Pagina 58:

“Je kunt met het begrip kwaliteit erg sollen, vooral als het om iets nagenoeg onzichtbaars als vertalen gaat.
Een vertaler heeft minder inbreng dan sommigen het willen doen voorkomen, maar als ik dit vaststel impliceert dat geen pleidooi voor onverschilligheid.
Voor een gemeenschap is het belang van adequaat overgebracht vreemd cultuurgoed onmiskenbaar en voor een individu is nauwkeurig lezen dat.”

Pagina 67:

“Ik besefte die ochtend van het gesprek bij Havekate (Argusvlinder: taalkundige Henk Havekate) eens temeer wat een unieke bevindingen je als vertaler doet door gestage closereading.”

Even verder op pagina 67:

“Er komt aan het doen van vertaalkeuzes bij een klassiek boek vaak secundaire literatuur te pas, die deels handig is voorgesorteerd in het notenapparaat bij allerhande al bestaande uitgaven.
Pas als ik op basis van specialistische literatuur of noten, en na gesprekken met deskundigen, meen te weten wat bijvoorbeeld het al genoemde ‘Vuestra Mereed’ (Van Dam en Werumeus Bunning hebben steeds ‘UEd.’) destijds waard was naast het ‘tú’ of ‘vos’ van toen, kan ik in het Nederlands naar eigen inzicht per geval, en met alle andere gevallen in mijn achterhoofd een knoop doorhakken.
‘Gij’ is voor Noord-Nederlanders gauw een beetje raar, ‘jij’ is wel eens te vlotjes, ‘u’ is niet zelden tuttig en heeft eveneens een tijdsgebonden smaak, en zo wik en weeg ik.”

Daarom zou een toelichting op het werk (meer dan een verantwoording en nawoord)
op zijn plaats zijn geweest.

Perkament

Deze week een nieuw avontuur gestart.
Ik ben perkament gaan kopen.

Al een paar jaar geleden kocht ik een veel geprezen boek
van Peter Goddijn: ‘Westerse boekbindtechnieken van de Middeleeuwen
tot heden: een handleiding voor het maken van boekmodellen.
Een mooi gemaakt boek maar heel erg gemaakt voor mensen die
de materie al machtig zijn.

Maar omdat ik binnenkort de kans heb een groot aantal van de boekmodellen
te zien, heb ik het boek nog eens ingekeken.
Achterin het boek staan drie eenvoudigere modellen: boeken die
op eenvoudige manier ingebonden zijn. Voor die tijd goedkoop.
Vooral bedoeld om de boeken in een archief te bewaren.
Boeken waarvan de band uit perkament bestaat.

Maar waar koop je dat?
Op Facebook bestaat een groep ‘Boekbinders onder elkaar’.
Laat ik daar de vraag eens stellen.
De reactie was geweldig. binnen een dag was ik al in contact
met iemand die perkament maakt en verkoopt in Nederland.

Het perkament dat ik gekocht heb is van een geit.
De persoon waar ik het van koop heeft ook perkament van kalf.
De eerste boeken die ik ga maken met dit materiaal zijn niet erg
zwaar daarom heb ik gekozen voor een stuk dan niet zo dik is.
Hopelijk is dat ook eenvoudiger te verwerken.
Het stuk dat ik gekocht heb is naturel.
Er schijnt ook gebleekt en gebeitst perkament te bestaan.
Ik moet nog veel leren!

Nu is het even wachten op de post.

Kapittelstokje – tijd om me te schamen

Nog niet zo lang geleden bezocht ik de tentoonstelling
‘Strengels en Letters’ in Kasteel Wijchen. Daar zag ik voor het eerst
een kapittelstokje.
Het idee is zo eenvoudig en tegelijk zo briljant dat ik me
schaam dat ik zelf niet eerder op het idee gekomen ben.
We kennen allemaal het leeslint.
Een boek heeft vaak één en soms twee leeslinten.
Zijn die niet aanwezig dan gebruik ik meestal een boekenlegger.
Maar er bestaat ook zoiets als een ‘mobiel leeslint’,
dat noemt men een kapittelstokje.

In het blad van de Stichting Handboekbinden schreef Astrid Beckers
van Atelier Libri een artikel over de tentoonstelling en daarbij
werden een hele reeks foto’s geplaatst. Ook een van een kapittelstokje.
Zoiets zou ik graag willen hebben.

IMG_0645KapittelstokjeInBladStichtingHandboekbinden

Links de foto met een kapittelstokje met drie leeslinten in twee kleuren. Rechts mijn probeersel. Een stukje bamboe, ingezaagd om er een leeslint en een koordje aan vast te kunnen maken. Dat wil ik bekleden met leer en verder vullen met iets.


Op internet wat gezocht maar je komt meestal uit bij een siersluiting
voor halssieraden waarbij met ook iets kent (dat er op lijkt)
en dan met een kapittelstokje noemt.
Kan ik het niet zelf maken?

IMG_0646EenKoordjeEenLeeslintBamboeLeerDeMakeupKapittelstokje

Een stukje groen leer, geit skiver wordt het genoemd. Een dun stuk, gekleurd leer van geit. Niet heel erg sterk maar voldoende denk ik voor dit doel. Voordeel is dat ik de zijkanten binnenstebuiten kan dichtnaaien en het dan omkeren. Handwerken heb ik nooit gehad, dus met een naald ben ik niet sterk, maar moet kunnen.


IMG_0648KapittelstokjeeerstBinnensteBuitenDraaienDanOpMaatSnijden

Eerst de zijkanten genaaid. Het moet natuurlijk breed genoeg zijn om er zo dadelijk het stokje bamboe in te krijgen.


IMG_0649KapittelstokjeNaaiwerk

Zo ziet het er omgekeerd uit. Pas op niet te dicht aan de rand naaien want dan trek je het garen door het leer heen.


IMG_0651LerenKapittelstokjeMetBamboeKern

Het bamboe past en de laatste kant heb ik recht afgesneden. Dat recht afsnijden doe ik volgende keer meteen aan het begin maar deze eerste keer had ik geen patroon om van te vertrekken.


IMG_0652LerenKapittelstokjeMetTweeLeeslinten

Dit is mijn kapittelstokje. Zoals je hem hier ziet is hij 7,5 centimeter breed. Dat maak ik de volgende keer veel smaller. Naast het bamboe zit er nog wat materiaal in van een demakup pad, watten kunnen ook, textiel ook, enz. Misschien dat ik de volgende keer ook probeer een andere vorm te maken. Nu lijkt het een beetje op de vorm van een trapezium. Met de breedste kant onder.


IMG_0653KapittelstokjeOpBoek

Zo ziet de kapittelstok er uit in actie op een boek (Borges).


Pallieter

IMG_0642FelixRimmermansPallieterPagina48Ster

Pagina 48 en 48* van Pallieter door Felix Timmermans. Deze uitgave in van Atelier de Ganzenweide in losse katernen. Een (deel van een) katern met een inbindinstructie en één deel van een katern met pagina 48*. Deze worden allemaal meegebonden.


IMG_0643FelixTimmermansPallieterGenaaid
Het boekblok is genaaid. Je kunt zien dat de eerste pagina van het boek de inbindinstructie (aanwijzingen worden ze genoemd door Rob Koch)  is.


IMG_0644felixTimmermansPallieterInDeBoekenpers

Het boek zit in de boekenpers en de rug is ingelijmd. Morgen ga ik dan het gaas op de rug aanbrengen en kan ik aan de band beginnen. Dan moet ik ook nog eens nadenken over het schutblad. De boekband wordt groen leer.


De kunst van het reizen

JanEngelmanDeKunstVanHetReizen-NietVeelZaaksInRomeDeTijd19530829VanWeekTotWeek02ArtikelBovensteHelft

De Tijd van Zaterdag 29 augustus 1953. Uit de serie ‘Van week tot week’ door Jan Engelman: De kunst van het reizen – Niet veel zaaks in Rome. Een recensie van het boek van Hella S. Haasse: Klein reismozaïek. Italiaanse impressies. Het Wereldvenster, 1953.


Ik heb geprobeerd het artikel in te scannen en het dan
zo leesbaar mogelijk te maken.

JanEngelmanDeKunstVanHetReizen-NietVeelZaaksInRomeDeTijd19530829VanWeekTotWeek01Kop01
JanEngelmanDeKunstVanHetReizen-NietVeelZaaksInRomeDeTijd19530829VanWeekTotWeek01Kop02

JanEngelmanDeKunstVanHetReizen-NietVeelZaaksInRomeDeTijd19530829VanWeekTotWeek01Kolom01

Zoals eerder neem ik nu ook weer de hele tekst van het artikel op
zodat het goed doorzoekbaar wordt.

De postkoets
Reizen naar het buitenland worden tegenwoordig met groot gemak ondernomen, snel volbracht en met vlotheid ingelijfd bij de herinneringen.
voor de reispenningen maakt men een potje en de reisgenoot is meestal door en door bekend, dus aan die kant zijn er geen moeilijkheden.
Struikrovers komen alleen nog in romantische opera’s voor, al schijnt er enige neiging te zijn tot wederinvoering van het instituut, het paspoort verleent legitimatie en beveiliging in “all the countries of the world”, men heeft zelf alleen te letten op zakkenrollers, lieden die het op uw auto of valies voorzien hebben en de gewone pogingen tot afzetterij, die in Nederland even frequent zijn als in Napels.

Wat let u dus verfrissing , ontwikkeling en verruiming van de blik te zoeken, door de foldertjes der reisbureaux zo ruimschoots beloofd?
Ieder jaar een ander land!
Zó zit men in de Goudsbloemdwarsstraat op het duivenplat in de motregen en twee dagen later bakt men bruin op een strandje van Mallorca.
Honkvast is alleen nog Godfried Bomans, die is van het Spaarne en Brinkmann niet weg te slaan.

Een speciale categorie van reizigers wordt gevormd door de “culturelen”, dat zijn de mensen die in de gaten hebben, dat een cocktail, volgens internationaal recept bereid, in het Victoriahotel in Amsterdam precies eender smaakt als bij Danieli te Venetië of het Waldorf-Astoriahotel te New York.
Zij willen niet, als de Amerikanen, het Prado “doen” in drie kwartier en zij laten zich niet “cooken”.
Zij zoeken zelf, zo goed en zo kwaad als het gaat, en zij hebben het land aan de Baedeker met zijn onaantastbaarheden.
De primus bij deze improviserenden is voor lange tijd Bertus Aafjes, die zijn reis te voet heeft volbracht, nog een weinig

JanEngelmanDeKunstVanHetReizen-NietVeelZaaksInRomeDeTijd19530829VanWeekTotWeek01Kolom02

in de stijl van de middeleeuwers, die naar Sint Jacob van Compostella togen, n’en déplaise (geen aanstoot) de kwaadsprekerij van enig zijner geloofsgenoten, toen hij eenmaal terug was en van zijn ervaringen in dichtmaat verslag had gedaan.

Tot die z.g. culturele reizigers mag men ook grif rekenen Hella S. Haasse, die het vorig jaar met haar man en zijn Renault naar Italië is geweest en daarover causerietjes voor de radio heeft gehouden, die zij thans verenigd heeft in een door “Het Wereldvenster” uitgegeven boekje 1).
Zij is echter niet zo maar een cultureel reizigster, die voor haar genot reist, uit nieuwsgierigheid of “uit verlangen een lang in gedachten gekoesterd beeld te toetsen aan de onberekenbare en daarom altijd boeiende werkelijkheid”, zoals zij het uitdrukt.
Tot deze genotzieken behoorde, als ik me goed herinner, Louis Couperus.
Hoe bestaat het, dat wij zijn stukjes over futiliteiten, in het buitenland gezien en beleefd, nooit meer vergeten.

Hella S. Haasse heeft diepere bedoelingen gehad, voor haar is reizen het “ik”, het “wij” verplaatsen “in vreemde werelden, om tegen een altijd wisselende achtergrond, in onvoorziene omstandigheden, temidden van mensen, dingen en landschappen, die hun eigen-aardigheid niet op de eerste blik prijsgeven, dat “ik”, dat “wij” te zien in nieuwe scherper reliëf…”
Door middel van het a n d e r e wil zij bereiken een reek van confrontaties met het e i g e n e, dat steeds ervaren wordt als de zwaarste, meest omvangrijke, nooit en nergens achter te laten bagage….
Dat is dus niet gering, het doet haast denken aan hetgeen Thomas á Kempis heeft gezegd over het feit, dat men, waar men ook heen tijgt, altijd zichzelf meeneemt.
De schrijfster meent niet volledig te zijn, als zij die “instelling”, zo drukt zij zich uit, niet bekent.
Verwacht wacht echter niet, dat men over die bagage verder wordt ingelicht.
Zij waarschuwt ons: van dat “grottenonderzoek” zal verder geen sprake zijn.

Omdat ik aan dit artikel begon ben ik op internet gaan zoeken
naar genoemd boek en dat heb ik gevonden.

HellaSHaasseKleineReismozaiekItaliaanseImpressiesHetWereldvenster1953-01Band

Hella S. Haasse, Klein reismozaïek. Italiaanse impressies. Het Wereldvenster, 1953. niet de meest spannende boekomslag. Maar wacht even. Hoe zit het er aan de binnenkant uit?


HellaSHaasseKleineReismozaiekItaliaanseImpressiesHetWereldvenster1953-02SchutbladISpreekmeester

Dat is al veel beter. Het schutblad is misschien zelfs wel speciaal voor dit boek gemaakt door I. Spreekmeester. De tekenaar tekent een druk toeristisch en cultureel Italië.


HellaSHaasseKleineReismozaiekItaliaanseImpressiesHetWereldvenster1953-03Titelblad

Dit is het titelblad van mijn exemplaar van Klein reismozaïek.


Maar de rest van het artikel?
Dat volgt hier.

JanEngelmanDeKunstVanHetReizen-NietVeelZaaksInRomeDeTijd19530829VanWeekTotWeek01Kolom03TekstBoven

Wat er bij het reisje aan diepten is blootgelegd, het wordt ons onthouden.
In de plaats daarvan wil zij ons geven “enkele spiegelbeelden van een werkelijkheid, die ik kon zien, ruiken, betasten, zonder veel dieper door te dringen dan de oppervlakte”.
Inderdaad, dat heeft zij verricht.
Een zekere teleurstelling maakt zich meester van de lezer van haar voorwoordje, na die bekentenis.
Maar waarom eigenlijk?
Hij zou het met dat zien, ruiken en betasten best kunnen stellen, wanneer het maar met de nodige intensiteit was geschied.
De lezer denkt weer aan Couperus en zijn gekeuvel over de rijtuigjes in Rome.
Aan Aafjes op de rommelmarkt.
Maar niets daarvan!
Zij heeft vergeefs gezocht naar het grootste monument van cultuur, waarover de Baedeker de Eeuwige Stad pleegt te houden.

 

“De werkelijkheid is anders.
In die huizenzee op de zeven heuvels, in dat doolhof van straten, pleinen en stegen moet men vaal moeizaam zoeken naar de beroemde gebouwen, gedenktekens en ruïnes, die in onze verbeelding, gevoed door indrukken van lezen en platen kijken, al een eigen imposante gestalte gekregen hadden.
De levende, hedendaagse stad eist alle aandacht op.
Men komt tot de ontdekking, dat het Rome van de Baedeker en van kunstgeschiedenis niet bestaat.
Dat is een fata morgana, een schijnstad die alleen kunstmatig gehandhaafd wordt naast het Rome van 1952.
Nergens in Italië beseft men zo goed als in Rome, dat de antieke Latijnse wereld en ook de in Italië tot rijping gekomen renaissance-wereld even onherroepelijk verdwenen zijn als Atlantis”.

JanEngelmanDeKunstVanHetReizen-NietVeelZaaksInRomeDeTijd19530829VanWeekTotWeek01Kolom03Foto

JanEngelmanDeKunstVanHetReizen-NietVeelZaaksInRomeDeTijd19530829VanWeekTotWeek01Kolom03TekstOnder

Dat lijkt mij een ernstige visie.
Het was tevens vreselijk warm in Rome, overdag tussen 32 en 37 graden en de Renault had grote moeite om tussen al die Lambretta’s en Vespa’s door te komen.
De fonteinen spoten niet, de bekoringen van het lustoord Tivoli bleven verborgen, bij de Villa d’Este was de entreeprijs te hoog.
Neen, het was niet veel gedaan, daar in die wijd vermaarde stad.
En tijd om tot September of October te wachten had men niet.
San Gimigniano moest nog gedaan worden, en Siena en Florence en een stukje van de Italiaanse Riviera, zij het cultureel en met verborgen grottenonderzoek.
Geen wonder dar al die pracht en praal van de barok toen niet meer leven wilde en dat Hella S. Haasse de Sint-Pieter maar een basiliek van pompeuze lelijkheid vond en alles erg profaan.
Zij deed wat volksstammen uit het Noorden hebben gedaan, die gaarne koeien met paarden of noten met perziken vergelijken, zij concludeerde dat de majesteitelijke rust van de kathedraal van Reims toch maar heel wat anders is en liet de koepel van Michelangelo en de getordeerde (=gedraaide) zuilen van Bernini voor wat zij zijn, een soort van verdacht theater, waarvan de “vergulde en bont gekleurde vormen niet meer corresponderen met het bestaansbewustzijn buiten de Bronzen Deuren”.
Ja, wat zal men daaraan doen?
Men beziet, beruikt en betast de dingen met de gretigheid van Couperus en Aafjes of men doet het wat gematigder.
Een feit is echter, dat de reisimpressies van de schrijfster geen flauw idee geven van de ziel en van de schoonheid van Italië, dat zij niet bemerkt heeft dat ook de ruïnes er nog levend en bewoond zijn, dat naast de luxe-badplaats Ostia fantastische opgravingen liggen en dat het onzin is om op de Janiculus te klimmen zonder het goddelijke tempeltje van Bramante op te merken.
Wat zij geeft is een reisverslag zonder kraak of smaak, dat haar doot legers van journalisten zonder pretenties verbeterd zal worden.
Hier en daar onderbreekt zij het om een stukje geschiedkundige compilatie in te lassen, korte levensbeschrijvingen van Bernardo Occhino, Da Vinci of Macchiavelli.
Maar alles geschiedt met een gebrek aan geestdrift en scherpte van blik, dat in geen verhouding staat tot de grootse uitingen van de menselijke geest waaraan zij zich waagt.
Kenmerkend daarvoor is haar schets van “de” Renaissance-mens.

Hella S. Haasse heeft zichzelf een beetje te veel meegenomen, toen zij op reis ging.
Zij had haar “ik” en haar “wij” eens moeten vergeten.
Heus, de Baedeker is een voortreffelijk boek.
Wanneer men gezien heeft wat er in staat, heeft men ongelofelijke schatten genoten, als het tenminste met dat zien, ruiken en betasten in orde is.
En wil men de Baedeker niet, neem dan het oude, mijnentwege verouderde, maar nog altijd voorbeeldige Italiaanse reisboek van Goethe ter hand, waar men lezen kan: “Sinds de dag dat ik Rome betrad, beschouw ik mij als voor de tweede maal geboren: een ware wedergeboorte heeft met mij plaatsgehad!”
Goethe begreep, dat men in een land als Italië op reis zijnde, alvorens een oordeel te kunnen uitspreken, alles bijeen moet zamelen, “uit een onmetelijke, ofschoon buitengewoon rijke hoeveelheid overblijfselen.”
Het is weinig vreemdelingen werkelijk ernst, iets grondig in zich op te nemen en te bestuderen, zo vervolgt hij.
Zij volgen slechts hun grillen en hun eigenwaan.
Misschien was de postkoets toch een cultureler vervoermiddel dan de Renault.

1) Hella S. Haasse: “Klein reismozaïek”, Italiaanse impressies.
Baarn, Het Wereldvenster, 1953.

Zelf heb ik het boek van Haasse nog niet gelezen.
Als we later dit jaar naar Italië op vakantie gaan,
met de nadruk op ‘Als’, dan zal ik het zeker meenemen en lezen.

Don Quichot, ik kan beginnen

De laatste druk van Don Quichot is al weer een tijdje binnen.
Ik wil dit boek gaan lezen.
Het is een van die boeken die iedereen kent maar hoeveel mensen het boek
ook echt hebben gelezen?
Om me een beetje voor te bereiden, en omdat ik geïnteresseerd ben
in hoe mensen een vertaling maken, heb ik het volgende boek gekocht.
En gelezen dus.

BarbarVanDePolCervantis&CoInPlaatsVanVoetnoten

Barbar van de Pol, Cervantes & Co. In plaats van voetnoten. Tweede hands gekocht voor een hoog bedrag.


Laat ik beginnen met het eindoordeel:

ik denk dat Van de Pol beter kan vertalen dan schrijven.

Nu zit ik daar niet zo over in want de recensies zijn enthousiast.
Ik lees op dit moment ook een verhaal van Borges
dat ook door haar vertaald is. Lijkt me prima.

De argumenten die ze gebruikt om in Don Quichot geen voetnoten
op te nemen schieten hun doel voorbij.
Als het boek iets aantoont dan is het wel dat de vertaler een enorme
kennis van het boek in kwestie moet hebben, de literatuur van het
betreffende taalgebied moet kennen, dat de vertaler het boek moet kunnen plaatsen
in de traditie van het genre en kennis moet hebben van eerdere vertalingen,
mogelijk naar meerdere talen. Dat al die kennis bruikbaar kan zijn
bij het beter begrijpen door de lezer van het boek en dat de lezer
zelf wel kan uitmaken of hij gebruik wil maken van die kennis.
Door de opstelling van Van de Pol is de lezer niet in die positie.

De negen essays zijn wisselend van kwaliteit.
Zelf vond ik ‘Groteske als camouflage’ heel waardevol.

Op pagina 96 lees je bijvoorbeeld:

In Don Quichot wordt gespeeld en gespot met de wetten van de roman die pas later zullen ontstaan en voorschreven dat alles in een boek moet meewerken om een autonome wereld te creëren waarbij de lezer kan wegdromen, precies wat Don Quichot deed bij zijn ridderromans, en precies wat tv-kijkers nu doen bij hun soaps. In Don Quichot is geen sprake van zo’n illusie. Steeds wanneer je op een spoor zit of bijna opgaat in een romantisch verhaal, herinnert Cervantes je eraan dat het maar verzonnen is, dat het maaksel is. Dan stelt hij een schijnbaar onbelangrijk detail ter discussie, wat je uit je vers gesponnen cocon van identificatie haalt. Hij doet dat subtiel, zodat je lacht en je niet gebruuskeerd voelt.

Door het boek heb ik nog meer zin in Don Quichot gekregen.
Laat ik maar snel beginnen.