Een bijzondere band met Art Nouveau

Ik val maar meteen met de deur in huis:
een groot liefhebben van art nouveau ben ik niet.
Die kunst vorm is soms wel erg druk maar dat neemt niet weg
dat het ook regelmatig aangenaam is om naar te kijken en
mooie vormen aanreikt.
Daarom toch maar naar de tentoonstelling ‘De Bijzondere Band’ geweest
die als ondertitel gebruikt: Art nouveau-boeken van Dijsselhof,
Lion Cachet en Nieuwenhuis.

IMG_0872WilliamMorrisANoteOnFoundingTheKelmscottPressKelmscottPressHammersmith1898HuisVanHetBoek

De activiteiten van William Morris en zijn Kelmscott Press was het begin van de Arts & Crafts movement en leidde niet alleen in Engeland tot een hernieuwde aandacht voor mooi verzorgd drukwerk. Gier een voorbeeld van zijn werk: William Morris, A note on founding the Kelmscott Press. Kelmscott Press, Hammersmith, 1898, Huis van het boek.


Wat mij zo opvalt is dat de illustraties en de versieringen
van dit boek (en die van vele soortgenoten) zo geïnspireerd
lijkt te zijn door de manier waarop in de middeleeuwen
de boeken voorzien werden van randdecoraties.

IMG_0870WalterCraneTheClaimsOfDecorativeArtsLawrence&BullenCambridge1892UniversitaireBibliothekenLeiden

Walter Crane, The claims of decorative arts. Uitgeverij: Lawrence & Bullen, Cambridge, 1892, Universitaire Bibliotheken Leiden. De ontwerper en de ambachtsman slaan de handen ineen op deze boekband.


IMG_0874TineVanHoytemaUilengelukGeteelendOpSteenDoorThVanHoytemaCMVanHohgAmsterdam1895HuisVanHetBoek

Dat Art Nouveau niet per definitie druk en overvloedig moet zijn bewijst deze band. Tine van Hoytema, Uilengeluk – Geteelend op steen door Th van Hoytema. C. M. van Gogh, Amsterdam, 1895. Huis van het boek.


IMG_0876TheoVanHoytemaKalender1905Tresling&CoAmsterdam1904HuisVanHetBoek

Dat idee van een uil kwam ook terug op deze kalender uit 1905: Theo van Hoytema, Kalender 1905, Tresling & Co, Amsterdam, 1904. Huis van het boek.

IMG_0877TheoVanHoytemaKalender1905Tresling&CoAmsterdam1904HuisVanHetBoek


IMG_0879FrederikVanEedenJohannesViatorHetBoekVanDeLiefdeWVersluysAmsterdam1892BandontwerpRNRolandHolstUniversitaireBibliothekenLeiden

Alleen al vanwege de titel zou je dit boek uitkiezen: Frederik van Eeden, Johannes Viator – Het boek van de liefde, W. Versluys, Amsterdam, 1892. Bandontwerp: R. N. Roland Holst. Universitaire Bibliotheken Leiden.


IMG_0880ArtNouveau

Deze tekst is een introductie en een afbakening van de tentoonstelling: “Aanvankelijk gingen ze uit van het middeleeuwse beginsel dat de levende natuur het leidende motief moest bieden voor de decoratie van objecten”…”Maar omstreeks 1895 won de overtuiging terrein dat de levende natuur juist wel was opgebouwd vanuit abstracte wiskundige beginselen”.


IMG_0881LouisCouperusMetamorfozeLJVeenAmsterdam1897BandontwerpJanTooropHuisVanHetBoek

De afbeelding rond de voorgaande tekst is afkomstig van dit ontwerp: Louis Couperus, Metamorfoze, L. J. Veen, Amsterdam, 1897. Bandontwerp Jan Toorop. Huis van het boek.


IMG_0883LouisCouperusDeStilleKrachtLJVeenAmsterdam1900BandInGebatiktLinnenOntwerpChrisLebeauHuisVanHetBoek

Langzaam buigt de tentoonstelling af naar een onderwerp waar ik eerder vnooit bij had stilgestaan: het gebruik van batik bij het maken van boekbanden. Soms op stof zoals in dit voorbeeld maar verder volgen nog voorbeelden met perkament. Louis Couperus, De stille kracht, L. J. Veen, Amsterdam, 1900. Band in gebatikt linnen. Ontwerp Chris Lebeau. Huis van het boek.


IMG_0885AlbumAangebodenAanKoninginWilhelminaDoorDeNederlandseSportvereenigingen1898GebatiktPerkamentOntwerpCALionCachetKoninklijkeVerzamelingenDenHaag

Dit is een eerste voorbeeld: batik op perkament. Album aangeboden aan Koningin Wilhelmina door de Nederlandse Sportvereenigingen, 1898, gebatikt perkament. Ontwerp C. A. Lion Cachet. Koninklijke Verzamelingen, Den Haag.


IMG_0887WalterCraneKunstEnSamenlevingScheltema&HolkemasBoekhandelAmsterdamTweedeDruk1903IngenaardPapierenOmslagOntwerpGWDijsselhofHuisVanHetBoek

Walter Crane, Kunst en samenleving, Scheltema & Holkema’s Boekhandel Amsterdam, tweede druk 1903. Ingenaaid papieren omslag. Ontwerp G. W. Dijsselhof. Huis van het boek. Dit is een van de eerste boeken in deze blog post die het belang van deze boekwinkel (Scheltema & Holkema’s Boekhandel Amsterdam) aangeeft.


IMG_0891MedischWeekbladJaargang11894-1895BandInLinnenOntwerpCALionCachetHuisVanHetBoek

Medisch Weekblad, Jaargang 1, 1894 – 1895. Band in linnen. Ontwerp C. A. Lion Cachet. Huis van het boek.


Er volgen nog meer mooie boekbanden in deze blogpost maar
wil je zelf nog een kijkje gaan nemen in Museum Meermanno
dan kan dat nog tot en met 23 juni.

Het volgende is wel een heel speciaal project.
Er volgen 5 verschillende boekbanden die allemaal dezelfde
catalogus beschermen. Iedere binding had zijn eigen ‘doelgroep’.

IMG_0893CatalogusDerTentoonstellingVanPortrettenEnVoorwerpenBetrekkingHebbendeOpHetHuisVanOranjeNassauVanHolkema&WarendorfAmsterdam1898OntwerpCALionCachetIngenaaidOmslagInGrijsPapierUniversitaireBibliothekenLeiden

Catalogus der tentoonstelling van portretten en voorwerpen betrekking hebbende op het huis van Oranje- Nassau van Holkema & Warendorf, Amsterdam, 1898. Ontwerp C. A. Lion Cachet. Ingenaaide omslag in grijs papier. Universitaire Bibliotheken Leiden. Een beetje gewoontjes.


IMG_0894CatalogusDerTentoonstellingVanPortrettenEnVoorwerpenBetrekkingHebbendeOpHetHuisVanOranjeNassauVanHolkema&WarendorfAmsterdam1898OntwerpCALionCachetZwaarderPapierGebatiktPerkamentUniversitaireBibliothekenLeiden

Idem maar zwaarder papier in gebatikt perkament.


IMG_0895CatalogusDerTentoonstellingVanPortrettenEnVoorwerpenBetrekkingHebbendeOpHetHuisVanOranjeNassauVanHolkema&WarendorfAmsterdam1898OntwerpCALionCachetExemplaarBuitenlandseGastenGebatiktPerkamentKoninklijkeBibliotheek

Idem maar bestemd voor buitenlandse gasten. Koninklijke Bibliotheek.


IMG_0896CatalogusDerTentoonstellingVanPortrettenEnVoorwerpenBetrekkingHebbendeOpHetHuisVanOranjeNassauVanHolkema&WarendorfAmsterdam1898OntwerpCALionCachetExemplaarKWilhelminaGebatiktPerkamentKoninklijkeVerzamelingen

Idem maar dit is het exemplaar voor Koningin Wilhelmina. Deze vind ik goed geslaagd. Zie hoe de ‘W’ mooi past in het ontwerp. Koninklijke Verzamelingen, Den Haag.


IMG_0897CatalogusDerTentoonstellingVanPortrettenEnVoorwerpenBetrekkingHebbendeOpHetHuisVanOranjeNassauVanHolkema&WarendorfAmsterdam1898OntwerpCALionCachetExemplaarKEmmaGebatiktPerkamentKoninklijkeVerzamelingen

Je kunt het al raden. Hetzelfde van inhoud maar deze keer gaat het om het exemplaar van Koningin Emma. Die ‘E’ vind ik niet echt mooi in dit ontwerp. Maar ook dit is gebatikt perkament.


Voor wie het vergeten is.
Batikken doe je door op de ondergrond was aan te brengen en
daarna de verf aan te brengen. Dit kun je keer op keer doen.
Als de ondergrond stof is dan kun je de stof na het drogen
van de verf schoonmaken of terwijl de was op het textiel zit
de stof kreuken zodat de was barsten vertoont die dan in een
verfbad weer tot bijzondere effecten leidt.
Bij perkament is dat allemaal wat moeilijker.

Grote vraag is ook hoe je toch zo precies de was kunt aanbrengen.
Afgelopen zaterdag was er een boekbindster die daar experimenten
aan het uitvoeren was en haar ervaringen met ons deelden.

Overigens waren er meerdere boekbinders die verbonden zijn aan de
Stichting Handboekbinden aanwezig.

IMG_0898HAVanBakelKleinoodienUitKuthersNalatenschapSLVanLooyAmsterdam1917BandInLinnenGoudZilverbestempelingChemischGehandeldOntwerpCALionCachetHuisVanHetBoek

Weer een experiment. Bijzondere kleuren. H. A. van Bakel, Kleinoodiën uit Luther’s nalatenschap, S. L. van Looy, Amsterdam, 1917. Band in linnen met goud- en zilverbestempeling, chemisch behandeld. Ontwerp C. A. Lion Cachet. Huis van het boek.


IMG_0899EthaFlesInleidingTotDeKunstgeschiedenisHHonigUtrecht1903BandInPerkamentMenBlindEnGoudbestempelingOntwerpCALionCachetHuisVanHetBoek

Dit is wel een heel mooi perkament. Melkwit, glimmend. Prachtig. Etha Fles, Inleiding tot de kunstgeschiedenis. H. Honig, Utrecht, 1903. Band in perkament met blind- en goudbestempeling. Ontwerp C. A. Lion Cachet. Huis van het boek.


IMG_0901CHofstedeDeGrootRembrandt26PhotogravuresScheltema&HolkemasBoekhandelAmsterdam1901LuxeexemplaarVoorKEmmaPortefeuilleVanGebatiktPerkamentOntwerpCALionCachetKoninklijkeVerzamelingen

Dan was en nog een serie gele grote boeken. C. Hofstede de Groot, Rembrandt 26 photogravures. Scheltema & Holkema’s Boekhandel Amsterdam, 1901. Luxe exemplaar voor Koningin Emma. Portefeuille van gebatikt perkament. Ontwerp C. A, Lion Cachet, Koninklijke Verzamelingen.


IMG_0903MCNieuwbarnAntoonVanDijckScheltema&HolkemasBoekhandelAmsterdam1904LuxeExemplaarKWilhelminaVandVanGebatiktPerkamentOntwerpCALionCachetKoninklijkeVerzamelingen

Door het rustige ontwerp is dit voor mij een van de mooiste ontwerpen. M. C. Nieuwbarn, Antoon van Dijck. Scheltema & Holkema’s Boekhandel Amsterdam, 1904. Luxe exemplaar van Koningin Wilhelmina. Van gebatikt perkament. Ontwerp C. A. Lion Cachet. Koninklijke Verzamelingen.


IMG_0906CHofstedeDeGrootDeRembrandttentoonstellingScheltema&HolkemasBoekhandelAmsterdam1899LuxeExemplaar#21PortefeuilleVanGebatiktPerkamentOntwerpCALionCachetHuisVanHetBoek

C. Hofstede De Groot, De Rembrandttentoonstelling. Scheltema & Holkema’s Boekhandel Amsterdam, 1899. Luxe exemplaar #21. Portefeuille van gebatikt perkament. Ontwerp C. A. Lion Cachet. Huis van het boek.


IMG_0905CHofstedeDeGrootDeRembrandttentoonstellingScheltema&HolkemasBoekhandelAmsterdam1899LuxeExemplaar#21PortefeuilleVanGebatiktPerkamentOntwerpCALionCachetHuisVanHetBoek Detail

Dit is het logo van Scheltema & Holkema’s Boekhandel Amsterdam met daarin de initialen van C. A. Lion Cachet.


Dan was er nog een heel bijzondere serie.
Het toont het vakmanschap maar ook de aandacht en de tijd
die er in producten werd gestoken

IMG_0908PerkamentenBanden

Deze tekst legt prima uit wat de volgende foto’s tonen.


IMG_0909JanHofkerGedachtenEnVerbeeldingenSLLooy1906BinderJanMensingOntwerpNieuwenhuis

Een serie boeken met verschillende kleur banden maar allemaal exemplaren van hetzelfde boek. Voorzien op de achterkant met de initialen van de koper. Er zijn niet meer dan 50 exemplaren per kleur gemaakt. Jan Hofker, Gedachten en Verbeeldingen, S. L. Looy, 1906. Binder Jan Mensing. Ontwerp Nieuwenhuis.


XIMG_0868JanHofkerGedachtenEnVerbeeldingenSLLooy1906BinderJanMensingOntwerpNieuwenhuis

Gebatikt perkament!


Eerlijk gezegd was dat nog niet alles.
Maar morgen meer.

De kunst van het reizen

JanEngelmanDeKunstVanHetReizen-NietVeelZaaksInRomeDeTijd19530829VanWeekTotWeek02ArtikelBovensteHelft

De Tijd van Zaterdag 29 augustus 1953. Uit de serie ‘Van week tot week’ door Jan Engelman: De kunst van het reizen – Niet veel zaaks in Rome. Een recensie van het boek van Hella S. Haasse: Klein reismozaïek. Italiaanse impressies. Het Wereldvenster, 1953.


Ik heb geprobeerd het artikel in te scannen en het dan
zo leesbaar mogelijk te maken.

JanEngelmanDeKunstVanHetReizen-NietVeelZaaksInRomeDeTijd19530829VanWeekTotWeek01Kop01
JanEngelmanDeKunstVanHetReizen-NietVeelZaaksInRomeDeTijd19530829VanWeekTotWeek01Kop02

JanEngelmanDeKunstVanHetReizen-NietVeelZaaksInRomeDeTijd19530829VanWeekTotWeek01Kolom01

Zoals eerder neem ik nu ook weer de hele tekst van het artikel op
zodat het goed doorzoekbaar wordt.

De postkoets
Reizen naar het buitenland worden tegenwoordig met groot gemak ondernomen, snel volbracht en met vlotheid ingelijfd bij de herinneringen.
voor de reispenningen maakt men een potje en de reisgenoot is meestal door en door bekend, dus aan die kant zijn er geen moeilijkheden.
Struikrovers komen alleen nog in romantische opera’s voor, al schijnt er enige neiging te zijn tot wederinvoering van het instituut, het paspoort verleent legitimatie en beveiliging in “all the countries of the world”, men heeft zelf alleen te letten op zakkenrollers, lieden die het op uw auto of valies voorzien hebben en de gewone pogingen tot afzetterij, die in Nederland even frequent zijn als in Napels.

Wat let u dus verfrissing , ontwikkeling en verruiming van de blik te zoeken, door de foldertjes der reisbureaux zo ruimschoots beloofd?
Ieder jaar een ander land!
Zó zit men in de Goudsbloemdwarsstraat op het duivenplat in de motregen en twee dagen later bakt men bruin op een strandje van Mallorca.
Honkvast is alleen nog Godfried Bomans, die is van het Spaarne en Brinkmann niet weg te slaan.

Een speciale categorie van reizigers wordt gevormd door de “culturelen”, dat zijn de mensen die in de gaten hebben, dat een cocktail, volgens internationaal recept bereid, in het Victoriahotel in Amsterdam precies eender smaakt als bij Danieli te Venetië of het Waldorf-Astoriahotel te New York.
Zij willen niet, als de Amerikanen, het Prado “doen” in drie kwartier en zij laten zich niet “cooken”.
Zij zoeken zelf, zo goed en zo kwaad als het gaat, en zij hebben het land aan de Baedeker met zijn onaantastbaarheden.
De primus bij deze improviserenden is voor lange tijd Bertus Aafjes, die zijn reis te voet heeft volbracht, nog een weinig

JanEngelmanDeKunstVanHetReizen-NietVeelZaaksInRomeDeTijd19530829VanWeekTotWeek01Kolom02

in de stijl van de middeleeuwers, die naar Sint Jacob van Compostella togen, n’en déplaise (geen aanstoot) de kwaadsprekerij van enig zijner geloofsgenoten, toen hij eenmaal terug was en van zijn ervaringen in dichtmaat verslag had gedaan.

Tot die z.g. culturele reizigers mag men ook grif rekenen Hella S. Haasse, die het vorig jaar met haar man en zijn Renault naar Italië is geweest en daarover causerietjes voor de radio heeft gehouden, die zij thans verenigd heeft in een door “Het Wereldvenster” uitgegeven boekje 1).
Zij is echter niet zo maar een cultureel reizigster, die voor haar genot reist, uit nieuwsgierigheid of “uit verlangen een lang in gedachten gekoesterd beeld te toetsen aan de onberekenbare en daarom altijd boeiende werkelijkheid”, zoals zij het uitdrukt.
Tot deze genotzieken behoorde, als ik me goed herinner, Louis Couperus.
Hoe bestaat het, dat wij zijn stukjes over futiliteiten, in het buitenland gezien en beleefd, nooit meer vergeten.

Hella S. Haasse heeft diepere bedoelingen gehad, voor haar is reizen het “ik”, het “wij” verplaatsen “in vreemde werelden, om tegen een altijd wisselende achtergrond, in onvoorziene omstandigheden, temidden van mensen, dingen en landschappen, die hun eigen-aardigheid niet op de eerste blik prijsgeven, dat “ik”, dat “wij” te zien in nieuwe scherper reliëf…”
Door middel van het a n d e r e wil zij bereiken een reek van confrontaties met het e i g e n e, dat steeds ervaren wordt als de zwaarste, meest omvangrijke, nooit en nergens achter te laten bagage….
Dat is dus niet gering, het doet haast denken aan hetgeen Thomas á Kempis heeft gezegd over het feit, dat men, waar men ook heen tijgt, altijd zichzelf meeneemt.
De schrijfster meent niet volledig te zijn, als zij die “instelling”, zo drukt zij zich uit, niet bekent.
Verwacht wacht echter niet, dat men over die bagage verder wordt ingelicht.
Zij waarschuwt ons: van dat “grottenonderzoek” zal verder geen sprake zijn.

Omdat ik aan dit artikel begon ben ik op internet gaan zoeken
naar genoemd boek en dat heb ik gevonden.

HellaSHaasseKleineReismozaiekItaliaanseImpressiesHetWereldvenster1953-01Band

Hella S. Haasse, Klein reismozaïek. Italiaanse impressies. Het Wereldvenster, 1953. niet de meest spannende boekomslag. Maar wacht even. Hoe zit het er aan de binnenkant uit?


HellaSHaasseKleineReismozaiekItaliaanseImpressiesHetWereldvenster1953-02SchutbladISpreekmeester

Dat is al veel beter. Het schutblad is misschien zelfs wel speciaal voor dit boek gemaakt door I. Spreekmeester. De tekenaar tekent een druk toeristisch en cultureel Italië.


HellaSHaasseKleineReismozaiekItaliaanseImpressiesHetWereldvenster1953-03Titelblad

Dit is het titelblad van mijn exemplaar van Klein reismozaïek.


Maar de rest van het artikel?
Dat volgt hier.

JanEngelmanDeKunstVanHetReizen-NietVeelZaaksInRomeDeTijd19530829VanWeekTotWeek01Kolom03TekstBoven

Wat er bij het reisje aan diepten is blootgelegd, het wordt ons onthouden.
In de plaats daarvan wil zij ons geven “enkele spiegelbeelden van een werkelijkheid, die ik kon zien, ruiken, betasten, zonder veel dieper door te dringen dan de oppervlakte”.
Inderdaad, dat heeft zij verricht.
Een zekere teleurstelling maakt zich meester van de lezer van haar voorwoordje, na die bekentenis.
Maar waarom eigenlijk?
Hij zou het met dat zien, ruiken en betasten best kunnen stellen, wanneer het maar met de nodige intensiteit was geschied.
De lezer denkt weer aan Couperus en zijn gekeuvel over de rijtuigjes in Rome.
Aan Aafjes op de rommelmarkt.
Maar niets daarvan!
Zij heeft vergeefs gezocht naar het grootste monument van cultuur, waarover de Baedeker de Eeuwige Stad pleegt te houden.

 

“De werkelijkheid is anders.
In die huizenzee op de zeven heuvels, in dat doolhof van straten, pleinen en stegen moet men vaal moeizaam zoeken naar de beroemde gebouwen, gedenktekens en ruïnes, die in onze verbeelding, gevoed door indrukken van lezen en platen kijken, al een eigen imposante gestalte gekregen hadden.
De levende, hedendaagse stad eist alle aandacht op.
Men komt tot de ontdekking, dat het Rome van de Baedeker en van kunstgeschiedenis niet bestaat.
Dat is een fata morgana, een schijnstad die alleen kunstmatig gehandhaafd wordt naast het Rome van 1952.
Nergens in Italië beseft men zo goed als in Rome, dat de antieke Latijnse wereld en ook de in Italië tot rijping gekomen renaissance-wereld even onherroepelijk verdwenen zijn als Atlantis”.

JanEngelmanDeKunstVanHetReizen-NietVeelZaaksInRomeDeTijd19530829VanWeekTotWeek01Kolom03Foto

JanEngelmanDeKunstVanHetReizen-NietVeelZaaksInRomeDeTijd19530829VanWeekTotWeek01Kolom03TekstOnder

Dat lijkt mij een ernstige visie.
Het was tevens vreselijk warm in Rome, overdag tussen 32 en 37 graden en de Renault had grote moeite om tussen al die Lambretta’s en Vespa’s door te komen.
De fonteinen spoten niet, de bekoringen van het lustoord Tivoli bleven verborgen, bij de Villa d’Este was de entreeprijs te hoog.
Neen, het was niet veel gedaan, daar in die wijd vermaarde stad.
En tijd om tot September of October te wachten had men niet.
San Gimigniano moest nog gedaan worden, en Siena en Florence en een stukje van de Italiaanse Riviera, zij het cultureel en met verborgen grottenonderzoek.
Geen wonder dar al die pracht en praal van de barok toen niet meer leven wilde en dat Hella S. Haasse de Sint-Pieter maar een basiliek van pompeuze lelijkheid vond en alles erg profaan.
Zij deed wat volksstammen uit het Noorden hebben gedaan, die gaarne koeien met paarden of noten met perziken vergelijken, zij concludeerde dat de majesteitelijke rust van de kathedraal van Reims toch maar heel wat anders is en liet de koepel van Michelangelo en de getordeerde (=gedraaide) zuilen van Bernini voor wat zij zijn, een soort van verdacht theater, waarvan de “vergulde en bont gekleurde vormen niet meer corresponderen met het bestaansbewustzijn buiten de Bronzen Deuren”.
Ja, wat zal men daaraan doen?
Men beziet, beruikt en betast de dingen met de gretigheid van Couperus en Aafjes of men doet het wat gematigder.
Een feit is echter, dat de reisimpressies van de schrijfster geen flauw idee geven van de ziel en van de schoonheid van Italië, dat zij niet bemerkt heeft dat ook de ruïnes er nog levend en bewoond zijn, dat naast de luxe-badplaats Ostia fantastische opgravingen liggen en dat het onzin is om op de Janiculus te klimmen zonder het goddelijke tempeltje van Bramante op te merken.
Wat zij geeft is een reisverslag zonder kraak of smaak, dat haar doot legers van journalisten zonder pretenties verbeterd zal worden.
Hier en daar onderbreekt zij het om een stukje geschiedkundige compilatie in te lassen, korte levensbeschrijvingen van Bernardo Occhino, Da Vinci of Macchiavelli.
Maar alles geschiedt met een gebrek aan geestdrift en scherpte van blik, dat in geen verhouding staat tot de grootse uitingen van de menselijke geest waaraan zij zich waagt.
Kenmerkend daarvoor is haar schets van “de” Renaissance-mens.

Hella S. Haasse heeft zichzelf een beetje te veel meegenomen, toen zij op reis ging.
Zij had haar “ik” en haar “wij” eens moeten vergeten.
Heus, de Baedeker is een voortreffelijk boek.
Wanneer men gezien heeft wat er in staat, heeft men ongelofelijke schatten genoten, als het tenminste met dat zien, ruiken en betasten in orde is.
En wil men de Baedeker niet, neem dan het oude, mijnentwege verouderde, maar nog altijd voorbeeldige Italiaanse reisboek van Goethe ter hand, waar men lezen kan: “Sinds de dag dat ik Rome betrad, beschouw ik mij als voor de tweede maal geboren: een ware wedergeboorte heeft met mij plaatsgehad!”
Goethe begreep, dat men in een land als Italië op reis zijnde, alvorens een oordeel te kunnen uitspreken, alles bijeen moet zamelen, “uit een onmetelijke, ofschoon buitengewoon rijke hoeveelheid overblijfselen.”
Het is weinig vreemdelingen werkelijk ernst, iets grondig in zich op te nemen en te bestuderen, zo vervolgt hij.
Zij volgen slechts hun grillen en hun eigenwaan.
Misschien was de postkoets toch een cultureler vervoermiddel dan de Renault.

1) Hella S. Haasse: “Klein reismozaïek”, Italiaanse impressies.
Baarn, Het Wereldvenster, 1953.

Zelf heb ik het boek van Haasse nog niet gelezen.
Als we later dit jaar naar Italië op vakantie gaan,
met de nadruk op ‘Als’, dan zal ik het zeker meenemen en lezen.

Bibliofiele orchideeën en aardappelen

Kort geleden schreef ik een artikeltje over een prachtig boek
en gaf daarbij aan dat ik over 2 fantastische aankopen wilde schrijven.
Tot nu toe is het bij het eerste verhaaltje gebleven.
Dus vandaag los ik mijn schuld in.

Het tweede boek is geschreven door H. T. M. van Vliet:
Een orchidee tussen de aardappels – Louis Couperus bespot in woord en beeld.
De omdoos bevat twee boeken uitgegeven door Carbolineum Pers, Kalmthout, 2019.

IMG_0580HTMVanVlietEenOrchideeTussenDeAardappelsLouisCouperusBespotInWoordEnBeeldCarbolineumPersKalmthout2019

HTM van Vliet, Een orchidee tussen de aardappels – Louis Couperus bespot in woord en beeld, uitgegeven door Carbolineum Pers, Kalmthout, 2019.


IMG_0581HTMVanVlietEenOrchideeTussenDeAardappelsLouisCouperusBespotInWoordEnBeeldCarbolineumPersKalmthout2019

Ik vind vooral de manier waarop de omdozen zijn gemaakt heel mooi. De doos is van dun karton en past perfect om de boeken en vooral de rug. Bij eerdere aankopen bij Carbolineum Pers was dat ook het geval.


HTMVanVlietEenOrchideeTussenDeAardappelsLouisCouperusBespotInWoordEnBeeldCarbolineumPersKalmthout2019OmslagDeel1

Het is een grote uitgave. Meer dan 300 pagina’s in twee delen.


IMG_0616HTMVanVlietEenOrchideeTussenDeAardappelsLouisCouperusBespotInWoordEnBeeldCarbolineumPersKalmthout2019Colofon

Het colofon met portret op pagina 304.


Colofon

 

Dit boek is in 2017 – 2019 samengesteld en geschreven door H.T.M. van Vliet.
Het is in het voorjaar van 2019 uitgegeven door De Carbolineum Pers te Kalmthout, en verscheen op vrijdag 24 mei 2019 bij de opening van de tentoonstelling over hetzelfde onderwerp in het Louis Couperus Museum in Den Haag.
De karikatuur tegenover de titelbladzijde is door Gabriël Kousbroek speciaal gemaakt voor deze uitgave en voor de tentoonstelling.
het portret hieronder werd in 2002 door Bruno Vekemans getekend voor het boek “Le divin Louis. Een onbekende brief van Karel van den Oever over de Tachtigers”.
De titel van dit boek is ontleend aan een citaat van Johan C.P. Alberts (met dank aan Marcel van den Boogert), zie pagina 205.
De oplage bestaat uit 100 genummerde en door H.T.M. van Vliet gesigneerde exemplaren, waarvan de nummers I tot XX gebonden zijn in perkament en de nummers 1 tot 80 werden ingenaaid.

 

Dit is nummer 33

Helemaal los van deze publicatie las ik een tijd terug een nummer
van ‘Uitgelezen Boeken’.

UitgelezenBoekenCouperusInBeeld01Kaft

In dit nummer uit 1998 schrijft Hans van der Horst al een boekje vol over bekende en minder bekende afbeeldingen van Louis Couperus.


Het is ook opgenomen in de bibliografie die Van Vliet opnam
in ‘Een orchidee tussen de aardappels’.
We zien bepaalde prenten ook weer terug maar de uitgave van
Carbolineum Pers is veel omvattender.

UitgelezenBoekenCouperusInBeeld02VoorbeeldVanGetekendePortrettenJHSpeenhof 01 1915

Couperus door J.H. Speenhof.


UitgelezenBoekenCouperusInBeeld02VoorbeeldVanGetekendePortrettenJHSpeenhof 02

Couperus door J.H. Speenhof. Deze vind ik extra leuk door de ogen in de vazen die Couperus volgen op het podium.


Bij een eerdere uitgave, met een heel ander onderwerp,
viel me de omdoos gemaakt door Borris Rousseeuw al op.

IMG_0607JulesKarelVanWestDeOpvoedingVanBibliofielenKanttekeningenVanEenBoekbinderCarbolineumPersKalmthout2018HetBoek

Daarbij ging het om dit boek: Jules-Karel van West, De opvoeding van bibliofielen – Kanttekeningen van een boekbinder, Carbolineum Pers, Kalmthout, 2018.


Jules-Karel van West is geboren in 1889.
Hij overleed in 1969 en was heel zijn leven actief als boekbinder.
In 1953 verscheen in eigen beheer “Mémoires d’un relieur”.
In 1955 – 1957 verscheen een uitgebreidere versie hiervan in het Gentse vaktijdschrift “Grafiek”.
De titel was: “Kanttekeningen van een boekbinder”.
Het zijn deze 6 afleveringen die in dit boek verschijnen.
Borris Rousseeuw.

IMG_0608JulesKarelVanWestDeOpvoedingVanBibliofielenKanttekeningenVanEenBoekbinderCarbolineumPersKalmthout2018DeOmdoos

Dit is de heel fijne omdoos. Het boek is (lege pagina’s niet meegeteld) 48 pagina’s.


De tekst is erg leuk en tijdgebonden.
Om er even aan te ruiken de volgende regels:

Met gerechtvaardigde bezorgdheid verlangt de bibliofiel dan ook een kleurvaste bekleding van zijn fraaie boeken.
Dat is voor de boekbinder een der lastigste opgaven.
Toen een klant ons betreffende deze kleurvastheid ondervroeg, antwoordden wij een beetje binnensmonds:
“Laat ons eens kijken… groen wordt bruin… blauw wordt groen… rood krijgt, sinds het niet meer met vermiljoen wordt geverfd, een onbestemde kleur… bruin wordt geel…”
Toen barstte onze klant los: “Lap ze dan maar in ’t geel!”
We hadden het niet gewaagd hem te vertellen dat geel bruin wordt.

De opvoeding van bibliofielen – Kanttekeningen van een boekbinder
Pagina 38

IMG_0609JulesKarelVanWestDeOpvoedingVanBibliofielenKanttekeningenVanEenBoekbinderCarbolineumPersKalmthout2018BoekEnOmdoos

Het gaat hier niet om een heel dik boek maar het zit perfect in de witte omdoos met mooie belettering op de voorkant en rug (op de foto niet zichtbaar).


IMG_0610JulesKarelVanWestDeOpvoedingVanBibliofielenKanttekeningenVanEenBoekbinderCarbolineumPersKalmthout2018Colofon

Ook dit boek heeft een colofon:

Colofon

 

Deze tekst van boekbinder Jules-Karel van West is in juni 2018 digitaal gezet uit Times New Roman en in dezelfde maand eveneens digitaal gedrukt op gevergeerd Conqueror papier.
De eerste druk bestaat uit 60 genummerde exemplaren, waarvan de nummers 1 tot 10 gebonden zijn in kalfsperkament, 11 tot 40 in kartonnen band en 41 tot 60 in losse katernen, bestemd voor verwerking door nieuwe generaties boekbinders.
De exemplaren van de intekenaars zijn op naam gedrukt.

 

Dit is nummer 29,

Het snoer der ontferming

Alleen die titel al!
Een grote literatuurfan ben ik niet.
Ik lees ook niet veel literatuur.
Maar toen ik van een ‘nieuwe’ Louis Couperus hoorde,
dacht ik: dat is misschien interessant.
Op internet vond ik een link naar De Parelduiker,
een literair tijdschrift. Dat kocht ik.

DeParelduikerSlauerhoff

De Parelduiker, Een parelduiker vreest den modder niet (Multatuli). Deze editie (jaargang 23, 2018, nummer 4) gaat vooral over Slauerhoff maar er staat ook een artikel in over Couperus in Japan.


Het artikel over Couperus is van de hand van H.T.M. van Vliet.
Van Vliet beschrijft hoe Couperus als een reisjournalist van de Haagse Post
met zijn vrouw naar Indië, China en Japan gaat.
De reis verloopt niet echt soepel en dat vindt zijn weerslag
in de zogenaamde Reisbrieven die in de Haagse Post verschenen.
Na de reis verschenen die brieven in boekvorm.
Thuis gekomen en na een ziekte verwerkte Couperus zijn ervaringen en
zijn studies in een aantal verhalen.
Die verschenen na zijn dood in boekvorm.
Deze maand verscheen er een nieuwe versie waarin de verhalen uitgebreid
worden toegelicht door Van Vliet en voorzien van afbeeldingen
die zeker of mogelijk Couperus hebben beïnvloed.

DeParelduikerHetSnoerDerOntfermingCouperus

Het boek: ‘Het snoer der ontferming’, is inmiddels uit. Ik ben het al aan het lezen en kom daar snel op terug. Tot nu toe (pagina 73) ben ik diep onder de indruk.


Koh-I-Noor: berg van licht

De afgelopen weken heb ik het boek Koh-I-Noor gelezen.
Een soort biografie van een diamant.
Want de Koh-I-Noor is een beroemde en beruchte diamant.
Menig Indiaas restaurant is er naar vernoemd.

De schrijvers van het boek zijn William Dalrymple en Anita Anand.
Mevrouw Anand ken ik niet, heb niet eerder van haar iets gelezen.
William Dalrymple, die ken ik wel.

Dalrymple heeft ouders van Engelse adel en schrijft regelmatig boeken
op het snijvlak van populaire en academische historische boeken.
Hij is een neef van Virginia Woolf.
De eerste keer dat ik iets van hem las ging het over Hyderabad
en de voormalige machthebbers daar (Nizam).
In dat artikel/boekfragment beschreef hij een bezoek van Jacky Kennedy
aan Hyderabad, op een tijd dat de macht van de Nizam verdwenen was
maar de familie nog wel de paleizen bewoonde.
Een ongelofelijk verhaal.
Wil je meer over deze man weten, lees dan het Engelstalig artikel
op Wikipedia over hem.

WilliamDaltympleAndAnitaAnandKoh-I-Noor

William Dalrymple en Anita Anand, Koh-I-Noor – de geschiedenis van ’s werelds bekendste diamant.


Ook de biografie van de Koh-I-Noor is een ongelofelijk verhaal.
Van een eerst onbekende maar grote diamant (in die tijd
de grootste of een van de grootste diamanten ter wereld),
die niet bijzonder hoog werd aangeslagen in India omdat
men de voorkeur gaf aan smaragden en robijnen.
Tot de grootste diamant in de Engelse kroonjuwelen.
Tussen die twee uitersten veel moorden, politiek, graaizucht
en ellende. Tot op de dag van vandaag.

Koh-I-Noor

Een van de kronen uit de brede collectie Britse kroonjuwelen. Midden voor de Koh-I-Noor.


Dat de Engelsen ‘onder verdachte omstandigheden’ aan de diamant
gekomen zijn is een understatement.
Net als in de Nederlandse koloniale geschiedenis
werd het mijn en dijn vaker door het recht van de sterkste
bepaald in plaats van door eigendomsbewijzen of het in
bezit hebben van roerende en onroerende goederen.

Het boek is doorspekt met vertalingen en/of toelichtingen
op oude Punjabse, Perzische en Indiase teksten.
Een boeiende reeks maharadja’s, krijgsheren en avonturiers
komen voorbij.
Maar ook een 10-jarige heerser over de Punjab die onder druk
de diamant ‘weggeeft’.

Aan anekdotes geen gebrek zoals dit verhaal uit 2010 (het boek
begint met een tekst uit de 10e eeuw voor onze jaartelling):

In 2010 bracht de Britse premier Cameron een officieel bezoek aan Punjab. De Indiase media legden hem toen voor dat de teruggave een eerste excuus zou zijn voor de uitbuiting van India tijdens de Raj. “Zodra je ja zegt tegen de een, realiseer je je dat het hele British Museum leeg zou raken,” antwoordde hij met mogelijkerwijze de ruzies over de Steen van Rosetta en de Elgin Marbles in het achterhoofd. “Ik vrees dat ik moet zeggen dat hij blijft waar hij is.”

Het boek leest als een detective en legt veel dilemma’s op
tafel die herkenbaar zijn met onze eigen koloniale geschiedenis
maar die daardoor niet eenvoudiger op te lossen zijn.

Even een zijstapje.
Couperus schreef een boek getiteld: De berg van licht.
Koh-I-Noor betekent ‘Berg van licht’.
Die twee dingen hebben misschien met elkaar te maken?

Ik luister naar: Louis Couperus – In transit

LouisCouperusInTransit

Spinvis over Napels: Alles ruikt naar fraude, zwarte ogen in je rug, je kunt de schaduw niet vertrouwen, zelfs de vogels zijn corrupt. Op Louis Couperus – In Transit. De stal van Excelsior Recordings leeft zich uit op deze CD met het werk van Louis Couperus.


Goed initiatief.
In het bijzonder:
Yorick van Norden;
Esther de Jong;
Maurits Westerik.

Crowdfunding: B. Reith

 photo BReithIllustratieVoorSprookjesVanCouperusFidessaEntrofhettothetneervielingruis.jpg

Via de Nederlandse crowdfunding site Voor de kunst
nam ik deel aan het project waarbij familie van de illustrator
Beb Reith, sprookjes van Couperus opnieuw wilde uitbrengen
met de illustraties van Beb Reith.
In 1917 maakte Beb Reith een serie Oost-Indische inkttekeningen
met pen en penseel bij het sprookje Psyche van Couperus.
Hij deed dat op eigen initiatief, gegrepen door het verhaal.
Hetzelfde deed hij in 1918 met Fidessa, een ander sprookje van Louis Couperus.
Reith neemt contact op met Couperus die aan zijn uitgever L.J. Veen
schrijft: ….’Vervolgens zou ik je willen aanbevelen den heer Bernard Reith,……
Hij toonde mij een serie zwart-en-wit illustraties voor Psyche, die ik bizonder mooi vind’.
Het komt dan niet gelijk tot een publicatie van de prenten, dat zal pas later gebeuren.
De prenten voor Fidessa zijn nooit eerder in boekvorm verschenen.
In 1970 zijn de prenten in het Rijksprentenkabinet terechtgekomen
als onderdeel van het ´Archief Veen´.

 photo DSC_4048CouperusBReithPsycheFidessa.jpg

De 2014 uitgave van Psyche en Fidessa, geillustreerd door B. Reith.


De tekst van deze blog komt onder andere van pagina 342
van het boek ‘Psyche en Fidessa’.
De prenten, volgens Couperus ‘in Engelschen stijl’ zijn prachtig!

 photo DSC_4045BReithFidessaEnTrofHetTotHetNeervielInGruis.jpg

B. Reith, Fidessa, ‘en trof het, tot het neerviel in gruis’.