De kunst van het reizen

JanEngelmanDeKunstVanHetReizen-NietVeelZaaksInRomeDeTijd19530829VanWeekTotWeek02ArtikelBovensteHelft

De Tijd van Zaterdag 29 augustus 1953. Uit de serie ‘Van week tot week’ door Jan Engelman: De kunst van het reizen – Niet veel zaaks in Rome. Een recensie van het boek van Hella S. Haasse: Klein reismozaïek. Italiaanse impressies. Het Wereldvenster, 1953.


Ik heb geprobeerd het artikel in te scannen en het dan
zo leesbaar mogelijk te maken.

JanEngelmanDeKunstVanHetReizen-NietVeelZaaksInRomeDeTijd19530829VanWeekTotWeek01Kop01
JanEngelmanDeKunstVanHetReizen-NietVeelZaaksInRomeDeTijd19530829VanWeekTotWeek01Kop02

JanEngelmanDeKunstVanHetReizen-NietVeelZaaksInRomeDeTijd19530829VanWeekTotWeek01Kolom01

Zoals eerder neem ik nu ook weer de hele tekst van het artikel op
zodat het goed doorzoekbaar wordt.

De postkoets
Reizen naar het buitenland worden tegenwoordig met groot gemak ondernomen, snel volbracht en met vlotheid ingelijfd bij de herinneringen.
voor de reispenningen maakt men een potje en de reisgenoot is meestal door en door bekend, dus aan die kant zijn er geen moeilijkheden.
Struikrovers komen alleen nog in romantische opera’s voor, al schijnt er enige neiging te zijn tot wederinvoering van het instituut, het paspoort verleent legitimatie en beveiliging in “all the countries of the world”, men heeft zelf alleen te letten op zakkenrollers, lieden die het op uw auto of valies voorzien hebben en de gewone pogingen tot afzetterij, die in Nederland even frequent zijn als in Napels.

Wat let u dus verfrissing , ontwikkeling en verruiming van de blik te zoeken, door de foldertjes der reisbureaux zo ruimschoots beloofd?
Ieder jaar een ander land!
Zó zit men in de Goudsbloemdwarsstraat op het duivenplat in de motregen en twee dagen later bakt men bruin op een strandje van Mallorca.
Honkvast is alleen nog Godfried Bomans, die is van het Spaarne en Brinkmann niet weg te slaan.

Een speciale categorie van reizigers wordt gevormd door de “culturelen”, dat zijn de mensen die in de gaten hebben, dat een cocktail, volgens internationaal recept bereid, in het Victoriahotel in Amsterdam precies eender smaakt als bij Danieli te Venetië of het Waldorf-Astoriahotel te New York.
Zij willen niet, als de Amerikanen, het Prado “doen” in drie kwartier en zij laten zich niet “cooken”.
Zij zoeken zelf, zo goed en zo kwaad als het gaat, en zij hebben het land aan de Baedeker met zijn onaantastbaarheden.
De primus bij deze improviserenden is voor lange tijd Bertus Aafjes, die zijn reis te voet heeft volbracht, nog een weinig

JanEngelmanDeKunstVanHetReizen-NietVeelZaaksInRomeDeTijd19530829VanWeekTotWeek01Kolom02

in de stijl van de middeleeuwers, die naar Sint Jacob van Compostella togen, n’en déplaise (geen aanstoot) de kwaadsprekerij van enig zijner geloofsgenoten, toen hij eenmaal terug was en van zijn ervaringen in dichtmaat verslag had gedaan.

Tot die z.g. culturele reizigers mag men ook grif rekenen Hella S. Haasse, die het vorig jaar met haar man en zijn Renault naar Italië is geweest en daarover causerietjes voor de radio heeft gehouden, die zij thans verenigd heeft in een door “Het Wereldvenster” uitgegeven boekje 1).
Zij is echter niet zo maar een cultureel reizigster, die voor haar genot reist, uit nieuwsgierigheid of “uit verlangen een lang in gedachten gekoesterd beeld te toetsen aan de onberekenbare en daarom altijd boeiende werkelijkheid”, zoals zij het uitdrukt.
Tot deze genotzieken behoorde, als ik me goed herinner, Louis Couperus.
Hoe bestaat het, dat wij zijn stukjes over futiliteiten, in het buitenland gezien en beleefd, nooit meer vergeten.

Hella S. Haasse heeft diepere bedoelingen gehad, voor haar is reizen het “ik”, het “wij” verplaatsen “in vreemde werelden, om tegen een altijd wisselende achtergrond, in onvoorziene omstandigheden, temidden van mensen, dingen en landschappen, die hun eigen-aardigheid niet op de eerste blik prijsgeven, dat “ik”, dat “wij” te zien in nieuwe scherper reliëf…”
Door middel van het a n d e r e wil zij bereiken een reek van confrontaties met het e i g e n e, dat steeds ervaren wordt als de zwaarste, meest omvangrijke, nooit en nergens achter te laten bagage….
Dat is dus niet gering, het doet haast denken aan hetgeen Thomas á Kempis heeft gezegd over het feit, dat men, waar men ook heen tijgt, altijd zichzelf meeneemt.
De schrijfster meent niet volledig te zijn, als zij die “instelling”, zo drukt zij zich uit, niet bekent.
Verwacht wacht echter niet, dat men over die bagage verder wordt ingelicht.
Zij waarschuwt ons: van dat “grottenonderzoek” zal verder geen sprake zijn.

Omdat ik aan dit artikel begon ben ik op internet gaan zoeken
naar genoemd boek en dat heb ik gevonden.

HellaSHaasseKleineReismozaiekItaliaanseImpressiesHetWereldvenster1953-01Band

Hella S. Haasse, Klein reismozaïek. Italiaanse impressies. Het Wereldvenster, 1953. niet de meest spannende boekomslag. Maar wacht even. Hoe zit het er aan de binnenkant uit?


HellaSHaasseKleineReismozaiekItaliaanseImpressiesHetWereldvenster1953-02SchutbladISpreekmeester

Dat is al veel beter. Het schutblad is misschien zelfs wel speciaal voor dit boek gemaakt door I. Spreekmeester. De tekenaar tekent een druk toeristisch en cultureel Italië.


HellaSHaasseKleineReismozaiekItaliaanseImpressiesHetWereldvenster1953-03Titelblad

Dit is het titelblad van mijn exemplaar van Klein reismozaïek.


Maar de rest van het artikel?
Dat volgt hier.

JanEngelmanDeKunstVanHetReizen-NietVeelZaaksInRomeDeTijd19530829VanWeekTotWeek01Kolom03TekstBoven

Wat er bij het reisje aan diepten is blootgelegd, het wordt ons onthouden.
In de plaats daarvan wil zij ons geven “enkele spiegelbeelden van een werkelijkheid, die ik kon zien, ruiken, betasten, zonder veel dieper door te dringen dan de oppervlakte”.
Inderdaad, dat heeft zij verricht.
Een zekere teleurstelling maakt zich meester van de lezer van haar voorwoordje, na die bekentenis.
Maar waarom eigenlijk?
Hij zou het met dat zien, ruiken en betasten best kunnen stellen, wanneer het maar met de nodige intensiteit was geschied.
De lezer denkt weer aan Couperus en zijn gekeuvel over de rijtuigjes in Rome.
Aan Aafjes op de rommelmarkt.
Maar niets daarvan!
Zij heeft vergeefs gezocht naar het grootste monument van cultuur, waarover de Baedeker de Eeuwige Stad pleegt te houden.

 

“De werkelijkheid is anders.
In die huizenzee op de zeven heuvels, in dat doolhof van straten, pleinen en stegen moet men vaal moeizaam zoeken naar de beroemde gebouwen, gedenktekens en ruïnes, die in onze verbeelding, gevoed door indrukken van lezen en platen kijken, al een eigen imposante gestalte gekregen hadden.
De levende, hedendaagse stad eist alle aandacht op.
Men komt tot de ontdekking, dat het Rome van de Baedeker en van kunstgeschiedenis niet bestaat.
Dat is een fata morgana, een schijnstad die alleen kunstmatig gehandhaafd wordt naast het Rome van 1952.
Nergens in Italië beseft men zo goed als in Rome, dat de antieke Latijnse wereld en ook de in Italië tot rijping gekomen renaissance-wereld even onherroepelijk verdwenen zijn als Atlantis”.

JanEngelmanDeKunstVanHetReizen-NietVeelZaaksInRomeDeTijd19530829VanWeekTotWeek01Kolom03Foto

JanEngelmanDeKunstVanHetReizen-NietVeelZaaksInRomeDeTijd19530829VanWeekTotWeek01Kolom03TekstOnder

Dat lijkt mij een ernstige visie.
Het was tevens vreselijk warm in Rome, overdag tussen 32 en 37 graden en de Renault had grote moeite om tussen al die Lambretta’s en Vespa’s door te komen.
De fonteinen spoten niet, de bekoringen van het lustoord Tivoli bleven verborgen, bij de Villa d’Este was de entreeprijs te hoog.
Neen, het was niet veel gedaan, daar in die wijd vermaarde stad.
En tijd om tot September of October te wachten had men niet.
San Gimigniano moest nog gedaan worden, en Siena en Florence en een stukje van de Italiaanse Riviera, zij het cultureel en met verborgen grottenonderzoek.
Geen wonder dar al die pracht en praal van de barok toen niet meer leven wilde en dat Hella S. Haasse de Sint-Pieter maar een basiliek van pompeuze lelijkheid vond en alles erg profaan.
Zij deed wat volksstammen uit het Noorden hebben gedaan, die gaarne koeien met paarden of noten met perziken vergelijken, zij concludeerde dat de majesteitelijke rust van de kathedraal van Reims toch maar heel wat anders is en liet de koepel van Michelangelo en de getordeerde (=gedraaide) zuilen van Bernini voor wat zij zijn, een soort van verdacht theater, waarvan de “vergulde en bont gekleurde vormen niet meer corresponderen met het bestaansbewustzijn buiten de Bronzen Deuren”.
Ja, wat zal men daaraan doen?
Men beziet, beruikt en betast de dingen met de gretigheid van Couperus en Aafjes of men doet het wat gematigder.
Een feit is echter, dat de reisimpressies van de schrijfster geen flauw idee geven van de ziel en van de schoonheid van Italië, dat zij niet bemerkt heeft dat ook de ruïnes er nog levend en bewoond zijn, dat naast de luxe-badplaats Ostia fantastische opgravingen liggen en dat het onzin is om op de Janiculus te klimmen zonder het goddelijke tempeltje van Bramante op te merken.
Wat zij geeft is een reisverslag zonder kraak of smaak, dat haar doot legers van journalisten zonder pretenties verbeterd zal worden.
Hier en daar onderbreekt zij het om een stukje geschiedkundige compilatie in te lassen, korte levensbeschrijvingen van Bernardo Occhino, Da Vinci of Macchiavelli.
Maar alles geschiedt met een gebrek aan geestdrift en scherpte van blik, dat in geen verhouding staat tot de grootse uitingen van de menselijke geest waaraan zij zich waagt.
Kenmerkend daarvoor is haar schets van “de” Renaissance-mens.

Hella S. Haasse heeft zichzelf een beetje te veel meegenomen, toen zij op reis ging.
Zij had haar “ik” en haar “wij” eens moeten vergeten.
Heus, de Baedeker is een voortreffelijk boek.
Wanneer men gezien heeft wat er in staat, heeft men ongelofelijke schatten genoten, als het tenminste met dat zien, ruiken en betasten in orde is.
En wil men de Baedeker niet, neem dan het oude, mijnentwege verouderde, maar nog altijd voorbeeldige Italiaanse reisboek van Goethe ter hand, waar men lezen kan: “Sinds de dag dat ik Rome betrad, beschouw ik mij als voor de tweede maal geboren: een ware wedergeboorte heeft met mij plaatsgehad!”
Goethe begreep, dat men in een land als Italië op reis zijnde, alvorens een oordeel te kunnen uitspreken, alles bijeen moet zamelen, “uit een onmetelijke, ofschoon buitengewoon rijke hoeveelheid overblijfselen.”
Het is weinig vreemdelingen werkelijk ernst, iets grondig in zich op te nemen en te bestuderen, zo vervolgt hij.
Zij volgen slechts hun grillen en hun eigenwaan.
Misschien was de postkoets toch een cultureler vervoermiddel dan de Renault.

1) Hella S. Haasse: “Klein reismozaïek”, Italiaanse impressies.
Baarn, Het Wereldvenster, 1953.

Zelf heb ik het boek van Haasse nog niet gelezen.
Als we later dit jaar naar Italië op vakantie gaan,
met de nadruk op ‘Als’, dan zal ik het zeker meenemen en lezen.

BlogBoekje

Uit Italie, Ferrara, bracht ik een serie ansichtkaarten mee
van fresco’s van ‘The school of Giotto’.
Zeg maar fresco’s van volgelingen van Giotto.
In het Monastero di S. Antonio in Polesine mocht ik geen foto’s maken
dus heb ik de kaarten gekocht.
Tot nog toe bleek dit een dankbaar onderwerp voor
een aantal blogposts.
Maar ik heb wel die kaarten.

Al een tijd wil ik iets doen met het maken van boeken/boekjes.
Deze twee dingen kwamen samen toe ik even geleden
naar Boekkunst Breda ging.
Katja Clement was een van de exposanten en toevallig
had ik me al ingeschreven voor een workshop bij haar.

 photo DSC_5510BoekKunstInStadsgallerijBreda.jpg

 photo DSC_5512BoekkunstBreda.jpg

Men had een leuk boekje gemaakt met een rand waar de kaartjes van de kunstenaars in pasten.


Ik dacht misschien kan ik dat ook.
Dus eerst maar eens goed het boekje bekeken.

 photo DSC_5511IndividueleIntroductie.jpg

Het bevat een aantal pagina’s voor de individuele presentatie van de kunstenaars.


 photo DSC_5513MachinaalGenaaidDenkIk.jpg

Dan nog even gekeken naar hoe het boekje is ingenaaid. Ik denk machinaal.


 photo DSC_5515UitElkaarGehaald.jpg

Dus heb ik toen het boekje maar uit elkaar gehaald.


 photo DSC_5530KopijWordtGeredigeerd.jpg

Inmiddels heb ik al papier en karton gehaald voor het boekblokje en de kaft en ben ik begonnen de kopij te redigeren en nog wat ontwerpjes te maken. Ik weet nog niet hoe ik de titel Blogboekje01 ga maken. Spannend!


Dozza (Italie)

Afgelopen zomer waren we in Italie.
Een van de plaatsen die we bezochten was Dozza.
In dit dorp wordt iedere twee jaar een biennale
gehouden rond muurschilderingen: BIENNALE MURO DIPINTO.
Iedere keer worden er in het kleine dorp
weer een aantal muurschilderingen toegevoegd.
Het toch al schilderachtige dorp met prachtig kasteel (Rocca)
wordt er nog interessanter door.
Mijn selectie van de muurschilderingen:

 photo DSC_4305AlbertoZamboniLeRadiciDelPensieroXXIBiennaleDelMroDipinto2007.jpg

De schilderingen (soms wordt dit begrip ruim geinterpreteerd) zijn te zien op de muren van de huizen in het dorp. Alberto Zamboni, Le radici del pensiero, XXI Biennale del muro dipinto, 2007.


 photo DSC_4308OrtLuogoGrazianoPompili2005xxBiennaleDArtDelMuroDipinto.jpg

Graziano Pompili, Ort (Luogo, Nederlands: plaats), 2005, XX Biennale d’art del muro dipinto. Een heel andere techniek dan alleen schilderen.


 photo DSC_4309AlbertoDiRoccoDoniDiCerere1979.jpg

Alberto di Rocco, Doni di cerere, 1979.


 photo DSC_4313.jpg

De werken worden in heel verschillende stijlen uitgevoerd.


 photo DSC_4315DeBedeschiNevioLuomoELaMacchinaFaenza.jpg

De Bedeschi Nevio, L’uomo e la macchina (Mens en machine), Faenza. Soms gaat het om internationale schilders maar veel komen ook uit Italie zelf.


 photo DSC_4316PiazzaZotti01.jpg

Piazza Zotti, het dorpsplein.

 photo DSC_4316PiazzaZotti02.jpg

 photo DSC_4317PiazzaZotti.jpg


 photo DSC_4318SteSebastiane.jpg

Ste. Sebastiane.


 photo DSC_4321NormaMascellaniSanGiorgio1995Bologna.jpg

In de stijl van Morandi: Norma Mascellani, San Giorgio, 1995, Bologna.


 photo DSC_4322MariaPaolaForlaniMadreDesDiosDeLaMisericordiaFerrara199301.jpg

Maria Paola Forlani, Madre des Dios de la misericordia, Ferrara, 1993. Sommige werken zijn dringend aan een opknapbeurt toe. Bij andere is dat al gebeurd.

 photo DSC_4322MariaPaolaForlaniMadreDesDiosDeLaMisericordiaFerrara199302.jpg

Maria Paola Forlani, detail.

 photo DSC_4322MariaPaolaForlaniMadreDesDiosDeLaMisericordiaFerrara199303.jpg

Maria Paola Forlani, prachtig lijnenspel.


 photo DSC_4323.jpg


 photo DSC_4324PallozziGaetanoDonneDelSud1989.jpg

Pallozzi Gaetano, Donne del sud, 1989.


 photo DSC_4325.jpg


 photo DSC_4326LucianoPezziFaustoCoppi01.jpg

Luciano Pezzi, Fausto Coppi. Met Coppi liep het niet zo goed af daarom kijkt hij hier ook vanuit de hemel neer op een wielrenner die wel in de wolken lijkt te fietsen.

 photo DSC_4326LucianoPezziFaustoCoppi02.jpg


 photo DSC_4327.jpg

Politiebureau met gescheurde muren.


 photo DSC_4328.jpg

Een griffioen tegen de trap.


 photo DSC_4331.jpg

Dit is een deel van een groter werk.


 photo DSC_4333FernandoRava198301.jpg

Een tegeltableau van Fernando Rava, 1983.

 photo DSC_4333FernandoRava198302.jpg

Fernando Rava, een geisoleerde tegel.


 photo DSC_4335D01.jpg

Mooi werk, niet alleen omdat het op Picasso lijkt maar ook omdat er verschillende technieken zijn gebruikt. Zo zijn veel handen uitgevoerd in tegels.

 photo DSC_4335D02Tegels.jpg

De haren links zijn van keramiek terwijl het haar van de figuur rechts geschilderd is.


 photo DSC_4336MessinaFrancoTortura1977.jpg

Messina Franco, Tortura, 1977. Helaas laten sommige werken zich moeilijk fotograferen.


 photo DSC_4337IsDitErOokOnderdeelVan01.jpg

Of deze tegels ook uit de Biennale voortgekomen zijn weet ik niet.

 photo DSC_4337IsDitErOokOnderdeelVan02.jpg

Detail van een van de individuele tegels.


 photo DSC_4338.jpg


 photo DSC_4341.jpg


 photo DSC_4342BecDanielNaturaMorta1967.jpg

Bec Daniel, Natura Morta, 1967. Inmiddels al gerestaureerd.


 photo DSC_4343MisaoOnoAuguriLAquilone199501.jpg

Uit Japan: Misao Ono, Auguri l’aquilone, 1995.

 photo DSC_4343MisaoOnoAuguriLAquilone199502.jpg

Misao Ono, door de smalle straat laat het werk zich moeilijk fotograferen maar dit is een detail met de vlieger.


 photo DSC_4344TandaAusonioFamiglia1945-1965.jpg

Tanda Ausonio, Famiglia 1945 – 1965. Mooie techniek.


 photo DSC_4346VerwijzingNaarStripverhaal01.jpg

Zoals bij de POP-art werken van Lichtenstein wordt hier een stripverhaal gebruikt als muurschildering.

 photo DSC_4346VerwijzingNaarStripverhaal02SonoCuriosoDiVedereQuestaFamosaRoccaDiDozza.jpg

Detail: Sono curioso di vedere questa famosa rocca di Dozza (ik ben benieuwd naar dat beroemde kasteel van Dozza; vrije vertaling)


 photo DSC_4347MarchionniElvioStrappo1989.jpg

Marchionni Elvio, Strappo, 1989.


Sicilixeb 1993: de Etna

Tijdens ons bezoek aan Sicilixeb in 1993 bezochten we
voor het eerst een vulkaan.
Sindsdien zijn we al verschillende vormen van vulkanisme tegengekomen
maar de Etna was nieuw voor ons.
De naam heeft voor Bredanaars altijd een dubbele betekenis.
In Breda stond immers ‘De Etna’, de fabriek waarin fornuizen
en dergelijke werden gemaakt. Gehuisvest in een groot gebouw
aan de Tramsingel, tegenover de Kwatta.

Hier de laatste reeks ingescande, gedigitaliseerde dia’s
van onze vakantie op Sicilixeb.

Het begin van de kabelbaan naar de top.

Het einde van het rolletje. Leg dat tegenwoordig nog maar eens uit wat dat nu precies is.

Op dit gebouw staat net onder het bovenste raam aangegeven hoe hoog de lavastroom kwam bij de uitbarsting van april 1983.

Fin qui la lava del l’Etna 9-4-1983 (Op 9-4-1983 kwam de lava van de Etna tot hier).

Sicilixeb 1993: deel 2

Het reisgidsje dat we in 1993 gebruikt hebben, staat nog in de boekenkast.
In de inhoudsopgave zijn de plaatsen gemarkeerd waarvan ik aanneem
dat we ze met de auto bezocht hebben tijdens onze fly en drive.
Palermo, Enna, Piazza Armerina, Selinunte, Segesta, Ragusa, Noto,
Messina, Taormina, Giardini Naxos en Catania.

Twee bezoeken springen er uit: Agrigento en Villa Romana del Casale.
Twee World Heritage sites: de tempels in Agrigento en
de Romeinse villa met de prachtige mozaieken.

Een tweede reeks met dia’s. Ook nu 44 afbeeldingen.
Maar de eerste hebben niet zoveel met Sicilixeb te maken.
Als ik de dia’s inscan dan kun je kiezen on de film
in te lezen als negatief, dia of in puur zwart/wit.
Dat kan een leuk effect hebben:

Als negatief.

Als dia.

Laten we de draad weer oppakken:

Ik vermoed dat dit Piazza Armerina is. Maar indien iemand de dias beter kan plaatsen hoor ik dat natuurlijk graag.

Deze en de volgende foto geven een beeld van de overkapping die over de archeologische vindplaats Villa Romana del Casala is gebouwd. Onder de overkapping ligt het vol met mozaieken. De bekendste zijn misschien wel de bikinimeisjes.

Wikipedia:

De Villa Romana del Casale is een Romeinse villa uit circa 300 na Chr. De villa bevindt zich op het eiland Sicilixeb, dichtbij de plaats Piazza Armerina (Centraal-Sicilixeb). Ze is vooral bekend vanwege de vele, zeer goed bewaard gebleven vloermozaxefeken met onder andere jachttaferelen, goden- en heldensagen en de zogenaamde bikinimeisjes.

Dit is het gezicht op de overkapping van buitenaf.

Piazza Armerina?

Ik vermoed dat dit Agrigento is.

Een omgevallen zuil.

Sicilie 1993

In 1993 zijn we op vakantie geweest in Sicilixeb.
We hebben met de auto een rondrit gemaakt over het eiland.
Volgens mij was dit nog een reis die we geboekt hebben
bij het reisbureau van V&D.

Vandaag weer zo’n 50 dia’s ingescand en omgezet naar foto’s.
Ik heb nog een heel reservoir.
Op mijn bureau staan diadozen met Turkije (1993), Joegoslavie (1989),
New York (1994), Marokko (1994) en Sicilie.

Sicilie is een prachtig eiland.
Ik ga er even van uit dat het niet fundamenteel veranderd is.
Al weet ik dat natuurlijk niet.
De natuur, de antieke en middeleeuwse gebouwen en het eten
niet te vergeten. Maar van het eten heb ik geen dia’s.

De route kan ik misschien nog achterhalen uit mijn dagboekje.
We vertrokken op 8 mei 1993, van Amsterdam naar Catania.
De eerste foto moet een beeld uit het hotel zijn:
Hotel Ramada in Giardini Naxos.
Maar ik weet niet zeker of dat de volgende foto is:

Vandaar gingen we naar Taormina en Messina.
Dan via Cefalu naar Palermo.
Daar stopt mijn dagboekje.
Soms valt het niet mee om het goed bij te houden.
De foto’s zullen het werk moeten doen, vrees ik.

Wat ik me herinner, en niet alleen van Sicilie,
is dat de Grieks/Romeinse theaters steeds op de meest prachtige locaties liggen.

Dat kan van de voetbalstadions van tegenwoordig niet gezegd worden.

Om je een gevoel te geven van de grootte van sommige van de tempels.

Foto’s zoals de laatste twee zijn foto’s die je alleen maar in Italie kunt maken.

Volgens Wikipedia:

Het Koninkrijk Sicilie was een staat die bestond in het zuiden van Italie van zijn oprichting door Rogier II van Sicilie in 1130 tot 1816. Het was een opvolgende staat van het Graafschap Sicilie, dat was opgericht in 1071 tijdens de verovering van Zuid-Italie door de Normandiers.

Sicilie werd tot 1409 geregeerd als een onafhankelijk koninkrijk, waar familieleden van de koningen van Aragon aan het hoofd stonden. In 1409 werd Sicilie bij de Kroon van Aragon gevoegd. Het Koninkrijk Napels werd bestuurd door leden van het Huis Plantagenet. De beide gebieden werden in 1443 samengevoegd door Alfons V van Aragon. Na zijn dood scheidde Alfons de gebieden echter weer. Napels kwam in handen van zijn zoon Ferdinand I van Napels, die van 1459 tot 1494 zou regering. Aragon en Sicilie gingen over naar Alfons’ broer, Johan II van Aragon. Tussen 1494 en 1503 probeerden de Franse koningen Karel VIII en Lodewijk XII, erfgenamen van het huis Plantagenet, Napels terug te veroveren.

De titel Koning van Sicilie werd tot 1516 gevoerd door de koningen van Aragon. Tot 1707 werd de titel gevoerd door de koningen van Spanje, die een onderkoning benoemden. Tussen 1707 en 1735 waren de keizers van het Heilige Roomse Rijk dragers van de titel Koning van Sicilie. In 1735 werd Napels aangevallen door hertog Karel van Parma, later Karel III van Spanje en Karel VII van Napels en Sicilie. Zijn nakomelingen regeerden in het koninkrijk tot de Italiaanse eenwording in 1861. Tussen 1816 en 1861 waren de koninkrijken van Napels en Sicilie verenigd onder de naam Koninkrijk der Beide Sicilien.

Het gevolg is dat je in Sicilie zowel Griekse, Romeinse, Normandische, Middeleeuwse en
hedendaagse gebouwen (of restanten daarvan) kunt zien.
Zeker in Palermo.

In mijn dagboekje staat: Foto 16, Martin Kers: boot + zee.

En een beetje saaie foto om mee af te sluiten.

Kunst terug naar Italie

Het Italiaans Ministerie van Cultuur
en het J. Paul Getty museum
bereiken overeenkomst

1 Augustus 2007

Het Italiaans Ministerie van Cultuur en het J. Paul Getty museum
hebben het volgende gezamenlijke bericht uit doen gaan:

De Italiaanse minister van Cultuur Francesco Rutelli,
en de directeur van het J. Paul Getty Museum, Dr. Michael Brand,
kondigen vandaag aan dat zij een overeenkomst hebben bereikt
over de claim van het ministerie op objecten
in de collectie klassieke antiquiteiten van het Getty Museum.

De belangrijkste afspraken van de overeenkomst zijn onder ander:

“Het Getty museum zal 40 objecten overdragen aan Italie,
inclusief het beeld “Cult Statue of a Goddess”.
Afgevaardigden van Italie en het Museum zullen een tijdspad ontwikkelen
voor de overdracht van de objecten over de komende maanden
met als uitzondering de overdracht van het beeld “Cult Statue of a Goddess”,
dit beeld zal tot 2010 te bezichtigen blijven in de Getty Villa;

“De partijen komen overeen verdere discussies
over het beeld `Statue of a Victorious Youth` op te schorten
totdat de uitkomt van juridische procedures in Pesaro (Italie) bekend zijn;

“Italie en het Getty museum komen een brede culturele samenwerking overeen
die het uitlenen van belangrijke kunstvoorwerpen,
gezamenlijke tentoonstellingen en conserveringsprojecten zullen omvatten.

Beide partijen zeggen blij te zijn met deze overeenkomst
omdat men na lange en complexe discussies een overeenstemming heeft bereikt
waardoor men nu kan beginnen te werken
aan een hernieuwde relatie gebaseerd op samenwerking.

Vertaling van Argusvlinder.

In totaal gaat het om 40 objecten die zullen worden overgedragen
aan de Italiaanse staat.

Een beetje cynisch is het bijschrift bij het beeld ‘Statue of a Victorious Youth’
in het J. Paul Getty museum:

Een naakte jongeling staat met zijn gewicht op zijn rechter been,
zichzelf kronend met een krans, waarschijnlijk van olijftaken.
De olijfkrans was de prijs voor een winnaar
van de klassieke Olympische Spelen
en identificeert deze jongeling als een succesvol atleet.
De ogen van het beeld waren origineel ingelegd met gekleurde steen of glaspasta
en de tepels waren ingelegd me koper
om zo een natuurlijk kleurcontrast te creeren.
Het beeld is gevonden in de zee voor de kust van Italie.
Dit beeld is een van de weinige levensgrote Griekse beelden die nog bestaan.
Vandaar dat het veel informatie geeft over de antieke techniek
van het bronsgrieten.
De oorsprong van het beeld is onbekend
maar het kan uit Olympia of uit de stad van de jongeling afkomstig zijn.
Waarschijnlijk hebben Romeinen het meegenomen van de originele locatie
in de eerste eeuw voor of na Christus.
In die tijd was het verzamelen van Griekse kunst door Romeinen
op zijn hoogtepunt.
Een Romeins schip vervoerde het beeld naar Italie terwijl het zonk voor de kust.
Op deze manier lag het beeld voor eeuwen op de zeebodem
en werd het geconserveerd.

Vertaling van Argusvlinder.

De pot verwijt de ketel, zou ik zo zeggen.
Bijzonder is ook dat het beeld niet voorzichtig van zijn sokkel is gehaald.
Het is bij zijn enkels afgebroken.
De Italianen zin er dus ook niet eerlijk aangekomen.

Het beeld wordt door sommige toegewezen aan de beeldhouwer Lysippos.

Het beeld is gevonden in 1964 voor de kust van Fano in de Adriatrische zee.
Het beeld werd in 1977 gekocht door het J. Paul Getty museum.