Hella S. Haasse: recensie van De Scharlaken Stad

NieuweRomanEnOudeReportagesKrantOnbekendSchrijverOnbekendBoekDeScharlakenStad1952

Vermoedelijk is deze recensie verschenen bij het verschijnen van het boek in 1952. De zinsbouw en het woordgebruik die wijzen wel in die richting. Wie de schrijver is weet ik niet en ik weet ook niet wanneer dit in een krant verschenen is. De recensie gaat over De Scharlaken Stad van Hella S. Haasse.


De titel is bijzonder:
Nieuwe roman en oude reportages.

Toevallig was dit boek een van de boeken die bij de aankoop
betrokken was. Dus ik heb ook de roman.
Ik heb hem nog niet gelezen maar heb al wel ontdekt
dat er nog twee verrassingen in het boek zaten:
de waarschijnlijke naam van de vorige eigenaar en
een krantenknipsel over Machiavelli.
Daar over meer als ik het boek gelezen heb.

HellaSHaasseDeScharlakenStad1952Stofomslag

Het boek ‘De Scharlaken Stad’ in de stofomslag.


HellaSHaasseDeScharlakenStad1952Linnenomslag

Zo ziet het boek er uit zonder stofomslag. De linnen band.


WP_20180611_20_59_54_ProHellaSHaasseDeScharlakenStadZonderStofomslagMetRug

Dezelfde band maar nu zie je ook de rug.


Op de stofomslag staan op de voor- en achterflap
wervende reclameteksten.
Die laat ik je hier ook nog even zien:

HellaSHaasseDeScharlakenStad1952BinnenkantStofomslagDeScharlakenStad

Dit is de introductie op De Scharlaken Stad.


HellaSHaasseDeScharlakenStad1952BinnenkantStofomslagHetWoudDerVerwachting

Voor degene die meer wil stond op de achterflap een tekst over ‘Het Woud der Verwachting’


De recensie was trouwens niet mis:
= de eerste 40 pagina’s te veel feiten, al die historische
gegevens zijn volgens de recensist niet ‘roman’-makend;
= later weet ze op een geheimzinnige manier de geestdrift
van haar “vosserij” (?) voelbaar te maken.
Je zou denken dat de recensist Belgisch is.

Mijn nieuwsgierigheid is gewekt.

De tekst van de recensie is:

NIEUWE ROMAN en oude reportages

De nieuwste roman van Hella S. Haasse (Querido – A’dam, f 8,90) “De scharlaken Stad” is een allesbehalve aantrekkelijk boek.
Men zou geneigd zijn te beweren, dat van niemand behalve de bespreker, die de plicht heeft àlles te lezen alvorens iets te zeggen, geëist kan worden zich door de eerste 40 bladzijden van dit boek heen te worstelen.
Daar aangekomen heeft hij juist een verhandeling over Michel Angelo achter de rug die romantechnisch volkomen afunctioneel is.
Ook in het verdere verloop staat deze historische roman over Cesare Borgia-of-niet-Borgia vol met allerlei historische mededelingen en overpeinzingen, die wellicht voor velen interessant maar voor niemand “romanmakend” zijn.
Hella Haasse vertelt teveel en suggereert te weinig.
Zij is als de dood dat iemand zou veronderstellen dar ze er maar op los fantaseert of dat een of ander weinig begaafd lezer het niet zou snappen.
Gelukkig heeft deze hebbelijkheid – in voldoende sterke mate aanwezig om een hele serie romans te doen mislukken – een tegenwicht.
Vooreerst heeft de schrijfster een behoorlijk en vrij veelzijdig inzicht in het verschijnsel mens en de manieren waarop dit verschijnsel zich kan manifesteren.
Waardoor haar personen zich langzamerhand uit de historie-brij losmaken en een eigen gezicht krijgen.
Vervolgens – en dit is de reden waarom men toch eindigt met de roman boeiend te vinden – zij weet op een of andere geheimzinnige manier de geestdrift, die ten grondslag is van haar “vosserij”, voelbaar te maken.
We komen al lezende onder de indruk van deze hartstocht voor het verleden, gaan haar delen en zijn tenslotte genegen door iedere rijstebrijberg heen te eten.
Hella Haasse kan een eersterangs schrijfster van historische romans worden als ze wat minder “vosserig”, wat intuïtiever schrijft – zij wordt volstrekt uniek wanneer zij er in slagen zal haar hartstocht voor de historie over haar stof te doen zegevieren.

Hella S. Haasse – Krantenknipsels

Een tijd terug kocht ik een serie boeken, grote en kleinere,
van Hella S. Haasse. Tweede hands.
Toen ik de boeken ontving zat er tot mijn verrassing
een hele map met krantenknipsels bij, die de persoon
van wie de boeken waren, had verzameld.
Een heel leuk pakket waar ik nog veel uren aan ga besteden.

GeenTweeuurtjesOverKrantOnbekendSchrijverPieterSteinzDec2002-Begin2003BoekOeroeg

Helaas staat op de artikelen niet uit welke publicatie ze komen. In ieder geval niet op de knipsels die ik bekeken heb. Ook de schrijver is niet altijd duidelijk. Hier wel. Een deel van de titel is weggevallen. Waarschijnlijk heette het artikel ‘Boek eindelijk gelezen’, geschreven door Pieter Steinz.


Op de achterkant van het artikel wordt een ander boek besproken:
U Zult Versteld Staan Van Onze Beweeglijkheid van Dave Eggers.
De bespreking van Steinz zal dus wel uit een boekenbijlage komen.
het boek van Eggers verscheen in december 2002.
Grote kans dat het artikel dus uit het NRC Handelsblad is, Steinz werkte daar,
en dat het in december 2002 of begin 2003 verscheen.

Wikipedia:

Vanaf november 1989 werkte Steinz bij NRC Handelsblad, aanvankelijk als redacteur bij de Donderdag Agenda en het Cultureel Supplement, daarna als filmredacteur, literatuurredacteur en chef van de bijlage Boeken (2006-2012). Hij schreef interviews, beschouwingen en recensies over met name Amerikaanse en Nederlandse literatuur.

Op de site van Querido staan de volgende boektitels van Hella S. Haasse.
Dat is voor mijn een overzicht waarmee ik me kan oriënteren:

Oeroeg (1948, Verzameld werk 2006)
Het woud der verwachting (1949, VW 2012)
De verborgen bron (1950, VW 2012)
De scharlaken stad (1952, VW 2006)
De ingewijden (1957, VW 2007)
Cider voor arme mensen (1960, VW 2007)
De meermin (1962, VW 2012)
Een nieuwer testament (1966, VW 2008)
De tuinen van Bomarzo (1968, VW 2007)
Huurders en onderhuurders (1971, VW 2010)
De Meester van de Neerdaling (1973, VW 2006)
Een gevaarlijke verhouding of Daal-en-Bergse brieven (1976, VW 2008)
Mevrouw Bentinck. Onverenigbaarheid van karakter & De groten der aarde (1978/1996, VW 2007)
Ogenblikken in Valois (1982, VW 2018)
De wegen der verbeelding (1983, VW 2009)
Berichten van het Blauwe Huis (1986, VW 2012)
Schaduwbeeld of Het geheim van Appeltern. Kroniek van een leven (1989, VW 2012)
Heren van de thee (1992, VW 2008)
Transit (1994, VW 2012)
Zwanen schieten (autobiofictie, 1997, VW 2008)
Fenrir (2000, VW 2007)
Sleuteloog (2002, VW 2011)
Het dieptelood van de herinnering (1954/1993, VW 2003), bestaande uit: Zelfportret als legkaart (1954), Persoonsbewijs (1967), Krassen op een rots (1970), Een handvol achtergrond, ‘Parang sawat’ (1993)
Oeroeg – een begin (facsimile-editie t.g.v. de Prijs der Nederlandse Letteren, 2004)
Het tuinhuis (verhalen, VW 2006)
Sterrenjacht (feuilleton, 2007)
Toen ik schoolging (novelle, 2007)
Uitzicht (essays, portretten en beschouwingen, VW 2008)
Inkijk (reflecties van een lezer, VW 2011)
Kleren maken de vrouw (2013)
Portret van prinses Beatrix (1955, 2013)

GeenTweeuurtjesOverKrantOnbekendSchrijverPieterSteinzDec2002-Begin2003BoekOeroegBeetjeOpgeschoond

Soms zijn de krantenartikelen nog wel wat digitaal op te schonen.


de Gezellen van het woord

Het boek dat ik net gelezen heb is:
Hella S. Haasse
De wegen der verbeelding

Een verhaal dat vrij onschuldig begint:
een man en vrouw ontmoeten elkaar,
krijgen eerder dan verwacht kinderen
waardoor hun rollen veranderen en ook
hun relatie tot elkaar.
Omstandigheden stellen hun in staat
op vakantie te gaan in Frankrijk.
Uiteindelijk blijken er parallellen
te lopen tussen hun leven en de literaire
ontmoetingen daarin aan de ene kant en
de Griekse mythologie.

Zij lazen ook veel, hun wereld bestond uit bedrukt papier, uit geschreven en gesproken meningen, beschouwingen, overwegingen.
In de literatuur van hun voorkeur speurden zijn naar het tegendeel van fictie.
‘Poëzie is de meest integere vorm van informatie,’ zie Klaas, die vond dat er niets ging boven hermetisch verborgen waarheid.
Maja geloofde dat ook op een minder verheven peil een weergave van werkelijkheid mogelijk was die het predicaat ‘waarachtig’ verdiende.
Zij hadden voor het paar dat zij samen vormden een naam bedacht: de Gezellen van het woord.
Klaas hoopte ooit een tijdschrift op te richten dat zo zou heten.

Pagina 16.

Dan maak ik een hele sprong in het boek.
Jullie moeten een reden houden om het boek zelf te gaan leven.
Klaas doet een literaire ontdekking.

In de eerste fasen overheersen associaties met kalme kleurharmonieën, blauw, groen, violet, en met aan wind en water verwante vloeiende bewegingen, later is alles rood, zwart. vurig: gloeiende lava, vuur onder as, smeulend gesteente, orkaan en cycloon, vloedgolf, een kosmisch geweld, dat echter in het morgenlicht na het ontwaken slechts verbeelding blijkt te zijn, evenals de transparante klaarte en koelte van het begin.

Pagina 82 – 83.

Dan lijkt het er op dat Haasse ons aanwijzingen geeft
hoe haar boek gelezen moet worden.
Of verbeeld ik me nu te veel?

Aantal en lengte van de versregels zijn uitermate gevarieerd, alle denkbare mogelijkheden van rijmschikking en strofebouw komen aan bod, en het resultaat is toverachtig caleidoscopisch.
De lezer ontdekt steeds nieuwe verbanden, zowel waar het de betekenis als de klankkleur en de visuele suggestie van de woorden betreft.
Ik wil gedicht na gedicht, strofe na strofe, aandachtig – letterlijk op de versvoet – volgen, trachten de ongehoorde rijkdom van deze poezie zoal niet bloot te leggen (ik durf niet te beweren dat ik die in heel haar gelaagdheid doorzie), dan toch te signaleren…’

HellaSHaasseDeWegenDerVerbeeldingRainbowPocket2010

Hella S. Haasse, De wegen der verbeelding.


Pagina 82.

Misschien wil ik er te veel in lezen, maar de tekst vind ik gewoon mooi.
Ook Maja komt met bijzondere verhalen in contact.

De herinnering aan die gewaarwordingen gaf nu kleur aan haar versie van Joops verhaal.
De eenzaamheid van de nachtelijke rit, met die twee passagiers, die zij zich gaandeweg was gaan voorstellen als een soort van grote insecten, wandelende takken, beklemde haar terwijl ze schreef.
Zij dacht te voelen wat Hoop volgens zijn zeggen gevoeld had: een zuigkracht vanuit de duisternis, een krankzinnige aandrang om zich tegen de bomen te platter te rijden.
‘Verbeelde hij het maar, of dreigde hij werkelijk de macht over het stuur te verliezen?

Pagina 89.

Een soort ‘Stille kracht’.
Op pagina 95 wordt het zo letterlijk genoemd:

Zij is er als een stille kracht, die rondwaart door huis en tuin, als iets dat in wezen vijandig is aan wat de dichter bezielt, iets dat hij tracht te bezweren, onschadelijk te maken, door de omgeving waarin zij dagelijks bezig is, de voorwerpen die zij hanteert, op zijn manier onder woorden te brengen , een andere functie te geven dan die welke haar aangaat.
Haar louter materiële wereld wordt zo zijn geestelijk voertuig.
Lege eierdoppen, aardappelschillen in de gootsteen, een weerbarstige plant in de serre, die dood wil gaan ondanks nooit aflatende aandacht (van haar kant), het spiegelbeeld van de kamer in de met bijenwas glanzend gewreven kastdeuren, een in haast gelezen, slordig “ontbladerde” en neergeworpen krant, stuk voor stuk tekens van een gekweld bestaan, dat moeizaam naar wedergeboorte, verlossing, toe groeit…’

Intussen verschijnt de ‘verbeelding’ op verschillende manieren in het boek.

In gedachten speelde zij een geliefkoosd spel: zij moest een huis inrichten, een ander, ruimer, huis dan haar landarbeiderwoninkje, en kon zich uit een welvoorziene spaarpot aanschaffen wat zij mooi vond.
Om de zitkamer van haar verbeelding, reeds ingericht met een blauw fluwelen sofa, empirestoelen, een wortelnoten commode met koperbeslag, te vervolmaken zocht zij naar passende wandversiering.
In een zaak ontdekte zij tussen gravures en aquarellen een paar iconen, in hun dofgouden Byzantijnse pracht als verdwaald te midden van victoriana.

Pagina 98.

Of zoals in het volgende manuscript:

De eerste “Morgenliederen voor Eva” heb ik in die jaren geschreven.
Het was mijn voorstelling, mijn verbeelding van de liefde tussen man en vrouw.

Pagina 137.

Of in het derde gedicht:

Soms voelde ik mezelf als een van de twee, nu eens de een, dan weer de ander.
Dan zag ik mijzelf zoals zij mij zagen.
Vaak leek het alsof ik meer was dan de som van ons drieën.
Dat zijn raadsels die niemand kan oplossen.
Ik geloof niet dat u de poezie kunt verklaren uit het leven van B. Mork.
Misschien zijn die verbeeldingen het eigenlijke leven geweest.

Pagina 138.

Dan volgt voor mij op pagina 139 tot 141 de sleutelpassage.
In dat stuk komt heel veel bij elkaar.
Daarom neem ik dat stuk tekst niet in zijn geheel op.

WP_20180517_19_49_13_ProHellaSHaasseDeWegenDerVerbeeldingPagina140-141

Hella S. Haasse, De wegen der verbeelding: pagina 140 – 141.


De volgende tekst van Wikipedia helpt misschien wel
om dit deel beter te begrijpen:

Aristaios is een figuur uit de Griekse mythologie.
Aristaios is een satyr en zoon van Apollo en de nimf Kyrene.

Zijn bekendste optreden is wellicht in de mythe van Orpheus, waarin hij de mooiste waternimf Eurydice belaagt en opjaagt, met als gevolg dat ze in haar vlucht op een slang trapt die haar een dodelijke beet toebrengt.
Hierop nemen de andere nimfen wraak.
Ze straffen Aristaios, die imker was, door al zijn bijen te doden.
Aristaios kon niet verklaren waarom zijn bijen plots stierven, en zijn moeder stelde voor bij Proteus te rade te gaan.
Hier komt Aristaios te weten dat het een straf is voor zijn poging tot aanranding van de nimf Eurydice.
Als boete zal hij vier koeien, vier stieren, een kalf en bloemen moeten offeren aan de goden.
Negen dagen na het offer groeiden uit de kadavers van die runderen nieuwe bijenzwermen.

Een mooie bespreking van het boek vond ik hier.
Deze bespreking geeft wel veel details weg.
Ik ben blij dat ik hem achteraf gelezen heb.

Soms kan Hella S. Hasse ook venijnig schrijven:

Het was alsof hij op een ijsschots dreef in die kamer met gebloemd behang, gebloemde gordijnen, gebloemde tapijtjes, vazen en andere ornamenten van gebloemd aardewerk, platen van bloemen aan de muur.
Echte bloemen stonden er niet.

Pagina 142.

Het einde van het boek is mooi.
Typisch Haasse:

In de groenblauwe hemel werd de sikkel van de wassende maan zichtbaar.
Op de snelweg, parallel aan de spoorbaan, had het verkeer de koplampen ontstoken.
Boven de personenauto’s, die als lage, gestroomlijnde, stalzoekende dieren langszoefden, torenden kalmer, maar onweerhoudbaar opstomend, de zware trucks-met-oplegger, gekroond, behangen met witte lichten voor en rode lampjes en reflectoren aan zij- en achterkant.
Die in de schemering grauwe gevaarten maakten niet de indruk huiswaarts te keren: vol bedwongen kracht bewogen zij zich voort, de ondergegane zon achterna, of – in groteren getale, zo leek het – naar het oosten, de nacht.

Pagina 149.

In het boek vond ik achterin de volgende titel over Haasse:

Lisa Kuitert & Mirjam Rotenstreich (red.),
Een doolhof van relaties (Oerboek, 2002).
Dat heb ik deze week gekocht en bespreek ik misschien binnenkort hier.

Vrijmarkt = boeken

Voor mij is dat in ieder geval zo.
Ieder jaar ga ik op de vrijmarkt op zoek naar boeken.
Boeken zijn er over het algemeen voldoende te koop.

Voor het tweede jaar op rij kon ik een boek kopen van Hella S. Haasse.

HellaSHaasseDeWegenDerVerbeeldingRainbowPocket2010

De 6,95 was de prijs voor het nieuwe exemplaar in 2010 in de winkel. Ik heb natuurlijk minder betaald voor Hella S. Haasse ‘De wegen der verbeelding’. Een Rainbow Pocket. Ik noem het hier als eerste maar het was het laatste boek dat ik kocht. ‘Heren van de thee’ had de verkoper ook maar dat boek heb ik al.


HetJaarInWoordEnBeeldWinklerPrinsJaarboek1973EenEncyclopischVerslagVanHetJaar1972Elsevier

Dit is het tweede boek dat ik kocht: ‘Het jaar in woord en beeld’. ‘Winkler Prins jaarboek 1973’. Logisch natuurlijk dat het boek over 1972 gaat: ‘Een encyclopedisch verslag van het jaar 1972’ uitgegeven door Elsevier. Gewoon leuk om eens door te bladeren. Dat vond ik bij een deel van een encyclopedie ook altijd al.


RolfDockerMariusLemniscaat1991-2eDruk

Voor kenners is het gelijk duidelijk waarom ik dit kocht: Rolf Döcker, Marius. Een uitgave van Lemniscaat uit 1991. De 2e druk.


WP_20180427_15_12_07_ProRolfDockerMariusAfgeschrevenOpenbareBibliotheekDussenHank

Toen ik het open deed zag ik meteen dat het een afgeschreven exemplaar van de Openbare Bibliotheek Dussen/Hank is. De jonge verkoper gaf aan dat het boek maar een keer gelezen was maar hij vertelde me maar wat.


WP_20180427_15_12_26_ProRolfDockerMariusSchijnbaarToevalligeWoordenZijnGemarkeerd

Schijnbaar willekeurig zijn er op de eerste vier pagina’s, met even zoveel kleuren, woorden gemarkeerd. Soms dezelfde woorden. Onduidelijk voor me waarom nou net die woorden: ontbijt, hutje, visser, maar, wandeling, hemel, oost, west, …..


WP_20180427_15_21_06_ProMetSchoonmaakazijnEnSpiritusSchoongemaakt

Met schoonmaakazijn en spiritus heb ik de band een stuk schoner kunnen maken. Ik heb een plannetje met het boek maar dat wordt misschien de komende tijd duidelijk.


Gargouilles – het woord kwam vaag bekend voor, nu de uitleg

WP_20180404_12_19_54_ProHellaSHaasseOgenblikkenInValois

Hella S. Haasse, Ogenblikken in Valois.


Dit jaar kwam er naast de herinneringen van Yvonne Keuls aan
Hella S. Haasse en herdruk uit van een boek van Hella S. Haasse.

Het boek ‘Ogenblikken in Valois’ wordt bijna aangekondigd in ‘Zoals ik jou ken, ken je mij’:

‘Ja, ja goed,’ zei Jan, ‘maar het zit erin dat ik de Haagse rechtbank ga verlaten, vervroegd dus, omdat ik me niet verenigen kan met… met wat ik dus niet mag vertellen.’
Codetaal.
‘Ja, en daardoor komt iets anders voor ons dichterbij,’ zei Hella. ‘De streek boven Parijs, de Valois, dat gebied tussen de rivieren Oise, Aisne en Ourcq… We reizen er altijd doorheen als we naar het zuiden gaan, en we hebben er ons hart aan verpand.’ Het woud der verwachting speelt zich in die streek af, legde ze uit, de Franse koningen bezaten er uitgestrekte domeinen. Daar waren de bossen van Compiegne, waar de edelen gingen jagen, Charles van Orléans trad in het huwelijk in Compiegne in 1406.

Yvonne Keuls, Zoals ik jou ken, ken je mij, pagina 166.

Eerder verwees ik al eens naar de recensie in de Volkskrant.
Bo van Houwelingen schreef die op 2 maart 2018 en zat er voor mij flink naast.

Lukraak slingeren we via nodeloos lange en complexe zinnen van de Keltische tijd naar de middeleeuwen,
van de Gallo-Romeinse tijd naar de Eerste Wereldoorlog,
van adellieden naar koningen,
van riviertje zus naar vallei zo,
van ruïne hier naar uitkijktoren daar,
ondertussen bedolven rakend onder een stortvloed van historische weetjes die je direct weer vergeet.

Het is verleidelijk om beide boeken in een recensie op te nemen.
De boeken zijn ongeveer tegelijkertijd uitgekomen, ter gelegenheid van
de 100ste geboortedag van de schrijfster (2 februari 1918)
die een van de boeken zelf schreef en van het andere boek het onderwerp is.

Maar het zijn wel twee verschillende boeken, elk met zijn eigen doel.
Niet twee boeken over Hella S. Haasse. Althans niet in de zin van een biografie.

Daar waar het boek van Yvonne Keuls (zoals ik jou ken, ken je mij) gaat
over de gezamenlijke avonturen van Haasse/Keuls en dus een kijkje geeft
op de persoon Hella S. Haasse, is Ogenblikken in Valois dat helemaal niet.
Het gaat over het beeld dat Valois bij Hella S. Haasse heeft opgeroepen.
Dat dit een beeld is waarin de historie een belangrijke rol speelt,
mag niet verrassen.

ik heb een paar stukjes uit het boek overgenomen.
Oordeel zelf.

Pagina 75 – 76: Mooi en belezen.

Feeën zijn bij uitstek Keltische toverwezens.
Van feeënbronnen, feeënrotsen, feeënweiden en -wouden wemelt het in de Franse folklore.
Ze heten altijd ‘Dames’, goede vrouwen, witte vrouwen of groende vrouwen.
Ze horen bij beken en meren, bij grote stenen, zij wonen in bomen in de wouden, bij voorkeur in beuken.
Niemand ziet hen ooit meer.
Er zijn alleen lange lage nevels, dunne mistslierten boven het water of tussen de stammen van het bos;
de boomstronken die de boeren hier en daar laten staan in hun akkers of aan de rand van een plek kreupelhout
lijken vaak op grillige gestalten met bezwerend geheven armen, als het ware in een danspas verstard.

Het is duidelijk dat hier iemand aan het werk is die zowel
een boodschap wil overbrengen als mooie Nederlandse taal schrijft.
Om zo’n stukje te schrijven moet je allereerst veel lezen.
anders kun je moeilijk beweringen doen over Franse folklore.
Daarnaast is het gewoon hard werk om de zinnen te maken zoals
je hier kunt lezen.

Haasse zegt het zelf als volgt in Zoals ik jou ken, ken je mij:

Hella reageerde afwijzend op Solzjenitsyns woorden en het feit dat Jan daarmee instemde. ‘Als je schrijft gaat het in de eerste plaats om je woordkeuze, om verbeelding, stijl, poëzie, fantasie, ritme, de emotie die je kunt overbrengen. Je onderwerp is daaraan ondergeschikt,’ zei ze.’ Als je als schrijver toevallig ook nog signaleert is dat meegenomen.’

Of ik het met haar eens ben is niet zo belangrijk.
Het is wel haar visie op schrijven.

Pagina 100: één lange zin.

De fraai gelegen schietbaan in Valois is in het oudste hooggelegen stadsdeel van La Ferté-Milon,
op de top van de heuvel, vlak onder de enige nog overeind staande, massieve, met boompjes en struiken begroeide, door duiven omfladderde frontale muur van de burcht
(omstreeks 1400 op last van Louis d’Orléans gebouwd),
die Henri IV liet ontmantelen,
omdat hij dat geducht sterke kasteel
– als het ooit in handen van zijn tegenstanders zou vallen –
een bedreiging achtte voor zijn koningschap.

Ook de lezer zal moeten werken bij Haasse.
Hierin lijkt Haasse totaal anders dan Yvonne Keuls die in korte zinnen schrijft
die minder werkt lijken te vragen.

Pagina 140: gargouilles – het woord kwam vaag bekend voor, nu de uitleg.

…..tot de klauwen van de waterspuwers, de gargouilles.
Het woord ‘gargouilles’ komt voor het eerst voor in een manuscript uit de veertiende eeuw.
Het was de naam van een bloeddorstige gevleugelde draak die, volgens de legende,
in een woud aan de oevers van de Seine huisde.
Omstreeks het jaar 700 zou het monster onschadelijk gemaakt zijn door de bisschop van Rouen, die zich,
bij gebrek aan andere vrijwilligers, op deze expeditie liet vergezellen door twee uit de kerker gerekruteerde misdadigers, een dief en een moordenaar.
Alleen de laatste had de moed de gargouille te lijf te gaan.
Oorsprong van dit verhaal is, meent men, het historische feit van het terugdringen van de buiten haar oevers getreden kronkelige ‘slang’ Seine,
en het droogleggen van het land rondom Rouen, dat bij iedere hoge waterstand tot een onafzienbaar moeras werd.

Pagina 173: Prachtig.

Eens, op een vroege ochtend in de herfst, zag ik bij Chantilly, tegen de achtergrond van het woud, uit de nevel een ruiter en zijn ros opdoemen:
het mooiste paard van de wereld, een schimmel met wuivende staart en manen, die op ranke benen met edel genegen hoofd licht dansend naderbij kwam door het lange gras.’

Als je zoals de schrijver van de recensie in de Volkskrant
meer van Haasse wilt te weten komen, dan kan dat wel in Ogenblikken in Valois.
De inleiding op bovenstaande tekst van Aleid Truijens
is volgens mij correct en geeft dat inzicht:

Voor Haasse is dat rijke verleden hier voelbaar,
het is de motor voor haar verbeelding.
Met gemak verplaatst ze zich naar vroeger tijden.

WP_20180404_12_21_45_ProHellaSHaasseOgenblikkenInValois

Het boek ligt wat ver weg op de foto. Dat is ook een beetje het perspectief dat Haasse geeft in het boek van Valois. Van heel dichtbij tot ver in het verleden.


Gelezen. Yvonne Keuls; Zoals ik jou ken, ken je mij

Natuurlijk kende ik Yvonne Keuls van naam.
Ook ‘Jan Rap en zijn maat’ is een boektitel die ik ken.
Maar gelezen, nee ik had nog nooit iets van haar gelezen.
Ik wist dus ook niet dat ze een koloniaal, Indonesische achtergrond heeft.
Dat ze Hella S. Haasse kende was me helemaal onbekend.

Ter gelegenheid van de 100ste geboortedag van Hella S. Haasse
zijn er twee boeken verschenen:
Yvonne Keuls; Zoals ik jou ken, ken je mij
Hella S. Haasse; Ogenblikken in Valois.
Beide boeken ben ik aan het lezen.
Het een lees ik thuis, het andere in de trein.

WP_20180321_09_26_48_ProYvonneKeulsZoalsIkJouKenKenJijMij

Yvonne Keuls, Zoals ik jou ken, ken je mij.


Het is fantastisch dat Yvonne Keuls dit boek heeft geschreven.
Het zijn haar herinneringen van de ontmoetingen en gesprekken
met Hella S. Haasse. Eerst vanuit het perpectief van een fan.
Later als een vriendin of zelfs nog meer:

Dat ‘zustergevoel’ werd versterkt gedurende het jaar dat ik in het opvanghuis werkte. Hella herinnerde me er later aan dat ik in die periode tegen haar gezegd heb: ‘Greetje is mijn enige echte, verloren zuster. Maar jij, Hella, jij bent bijna onmerkbaar voor haar in de plaats gekomen.’

Yvonne Keuls, ‘Zoals ik jou ken, ken je mij’, pagina 125.

Het beeld dat de meeste mensen van Hella S. Haasse hebben,
(ik heb zo’n beeld in ieder geval, van een rustige,
wat teruggetrokken, ambachtelijke schrijfster)
verbind je niet gauw met drugs, kindermishandeling,
kraakpanden, kindermisbruik, criminaliteit of theatervernieuwing.
Maar door Yvonne Keuls kun je nu die relaties wel leggen.

De man van Hella S. Haasse, Jan van Lelyveld, was een rechter die
vervroegd met pensioen zou gaan vanwege het feit dat er op de
rechtbank Den Haag dingen gebeurde die hij niet met zijn gevoel
van recht kon verenigen.
Daar waar Jan geruchten hoorde over collega-rechters. sprak
Yvonne Keuls met jongeren die misbruikt werden:

Bij justitie sloeg de paniek toe. Men begon daar meteen te ontkennen toen de kranten om een reactie vroegen. Woordvoerder mr. J.J.H. Suyver, voormalig officier van justitie in Den Haag, verklaarde niets te weten over een pedofiele kinderrechter. ‘Of het zou de pedofiele kinderrechter uit de zaak-Koos H. moeten zijn.’ Aha, er zijn er dus twee, dacht ik, en ik maakte meteen een aantekening. Mr. Suyver werd teruggefloten, hij had kennelijk te veel gezegd, en er kwam een andere woordvoerder, officier van justitie mr. De Wit. (Suyver en De Wit, de namen alleen al, twee heren die justitie schoon moesten poetsen.) Mr. De Wit moest de volgende dag toegeven dat er wel degelijk een kinderrechter was die pedofiele contacten onderhield met jonge delinquenten.

Yvonne Keuls, ‘Zoals ik jou ken, ken je mij’, pagina 222-223.

Het boek is erg prettig om te lezen: korte hoofdstukken, vlotte stijl
en een mengsel van avontuur, televisie, mannenwereld-vrouwenwereld,
drama, Indie, familie en haar liefdevolle beschrijving van Hella S. Haasse.

Grappig is ook dat het andere boek (Hella S. Haasse; Ogenblikken in Valois.)
kort genoemd wordt.
Maar daar kom ik nog wel op terug als er een blogje volgt over dat boek.

Er wordt nog een theorie over een boek van Haasse verteld:

Het was het moment -zo in het halfdonker- om Hella’s nieuwe roman De wegen der verbeelding met elkaar te bespreken. ….. Maja, de hoofdpersoon krijgt een lift van vrachtwagenchauffeur Joop, de man ‘met verbeelding’ Hij inspireert haar door haar verhalen te vertellen die zij opschrijft en vervolgens weer doorgeeft aan haar man die schrijver is, en die op zijn beurt weer in een andere vorm opschrijft… Het eeuwig doorgeven van verhalen, zoals ik dat ook kende. Mijn moeder die de verhalen van haar familie, haar volk aan me vertelde, ik die ze opschreef en doorgaf. De een die de ander nodig heeft om het systeem in stand te houden, maar vooral om te gedijen. een symbiose, een soort zwanger zijn van elkaar.

Yvonne Keuls, ‘Zoals ik jou ken, ken je mij’, pagina 206-207.

Dan voor de liefhebbers.
Op pagina 129 wordt geschreven over thee.
Thee en Indonesie, heel belangrijk.
Hella koopt thee voor de moeder van Yvonne Keuls.
Dat doet ze bij een winkel in den Haag en die blijkt nog steeds te bestaan.
Melatithee, Improc op de Denneweg.

WP_20180321_10_06_36_ProYvonneKeulsZoalsIkJouKenKenJijMijHellaSHaasseOgenblikkenInValois

Hella S. Haasse, ‘Ogenblikken in Valois’ en ‘Zoals ik jou ken, ken je mij’ van Yvonne Keuls.


Bredase vlaggenparade

 photo DSC_2106AlWatMeerOranje.jpg

Al wat meer oranje dan gister eind van de middag op het Kasteelplein.


 photo DSC_2107DeMarktOpHetKasteelplein.jpg

De markt op het Kasteelplein.


 photo DSC_2109.jpg


 photo DSC_2110.jpg

De vrijmarkt in het Valkenberg is nog rustig.


 photo DSC_2113KasteelEnBezoekers.jpg

Intussen op het kasteel.


 photo DSC_2116HierMoetHetGebeuren.jpg

Het centrum van de aandacht.


 photo DSC_2117KasteelEnGroteKerk.jpg


 photo DSC_2119MuziekEnCadettenTredenAan.jpg

Een deel van de muziek en de cadetten treden aan.


 photo DSC_2121.jpg


 photo DSC_2123.jpg

Genodigden.


 photo DSC_2124.jpg


 photo DSC_2125DeSprekers.jpg

Gevolgd door de sprekers.


 photo DSC_2128NederlandseVlag.jpg

De Nederlandse Vlag.


 photo DSC_2130BredaseVlag.jpg

De Bredase Vlag.


 photo DSC_2131BredaseVlag.jpg


 photo DSC_2132WatTeDenkenVanHetWeer.jpg

Wat te denken van het weer?


 photo DSC_2133Publiek.jpg


 photo DSC_2140BurgemeesterPaulDepla.jpg

Burgemeester Paul Depla.


 photo DSC_2144.jpg


 photo DSC_2147.jpg

Een cadet werd onwel. Ik kan me niet voorstellen dat het van de zon of de temperatuur was. Met moeite was het 10 graden.


 photo DSC_2148ErwerdErMaarEenOnwel.jpg


Na de toespraken ben ik naar het Valkenberg gegaan.
Even kijken hoe het is op de vrijmarkt.
Ik heb er een boek gekocht.
Ik zag een boek met essays leggen van Hella S. Haasse.
De verkoopster wilde 1 euro.
Maar ik heb niet meer zoveel klein geld bij me.
Het meeste dat je betaalt, betaal je electronisch.
Met veel moeite kreeg ik 80 cent bij elkaar.
Dat was ook goed.

 photo WP_20170427_002HellaSHaasseLezenAchterDeLetters.jpg

Hella S. Haasse, Lezen achter de letters.