De Mark op het punt waar deze rivier Breda/Het Ginneken binnenstroomt.
Tagarchief: Breda
Breda, Koningsdag, Vrijmarkt en nog wat andere foto’s
Vandaag liep ik drie keer over de vrijmarkt:
om 08:30 uur, rond 14:00 uur en rond 19:00 uur.
Onderweg maakte ik wat foto’s van een heel drukke vrijmarkt
met best veel zon.
Maar de dag begon rustig.
Breda, Kasteelplein.
Veel ‘standhouders’ zijn er gereed voor. Laat maar komen die klanten.
Bij 538 was het nog rustig en stil.
Terug op de vrijmarkt maar nu is het middag.
In de avond is het rustiger in het Valkenberg.
Is het al Koningsdag?
De Faam
Ik heb bij De Faam twee jaren een vakantiebaan gehad.
De fabriek was toen eigendom van Cadbury Scheppes.
Breda, De Faam. Alles wordt er in gereedheid gebracht om er woningen te realiseren.
Eerst werkte ik in het magazijn dat op een industrieterrein
bij de Emerput in Breda lag.
Dat magazijn zouden we vandaag een logistiek Centrum noemen.
Het was niet te druk (vakantietijd) en ik herinner me
lunchen op een krat in de zon.
Daarna werkte ik in de fabriek.
Er werden winegums gemaakt.
Op de eerste dag werd ik uitgetest door mijn tijdelijke collega’s.
Om de winegums te maken werden lage ‘dienbladen’ van ruim 1 meter breed,
gevuld met een poeder. Geen idee wat dat poeder was.
In de machine waar de dienbladen in werden verwerkt
werden er eerst de vormpjes in het poeder gedrukt.
Er passen veel winegums op één dienblad.
Dan werden de vormen automatisch gevuld met het materiaal
waarvan winegums worden gemaakt.
Na een tijdje uitharden in droogkasten (heel warm) konden
de winegums uit het poeder gehaald worden en verder verwerkt en verpakt.
Op die eerste ochtend moest ik de met poeder gevulde dienbladen
in de machine zetten.
Een zwaar werk dat nog extra moeilijk was omdat
de machine niet stil mocht komen te staan.
Na een tijdje achter die machine te hebben gestaan,
bleek ik geslaagd.
Veel van het werk dat ik er vervolgens gedaan heb
was aan de verpakkingslijnen.
In een van de hallen werd ook pepermunt gemaakt.
Niet aan één stuk door gelukkig:
de pepermuntolie (?) die daar bij werd gebruikt
had een sterke geur en veroorzaakte ook tranende ogen.
Ik werkte er best graag maar het was te onregelmatig.
Wel zat bij mijn salaris ook altijd een schoenedoos met snoep.
Toch ben ik al snel vakkenvuller geworden bij AH.
Pepermunt eet ik nog steeds maar winegums hoef ik niet meer.
Ik vertrouw dat goedje niet waarvan ze gemaakt worden.
Niet parkeren i.v.m. nooduitgang.
Ganzen als levende ornamenten van de Stadhouderspoort
Blake en Mortimer, tussen Avalon en de woonboulevard
Gisteren wilde ik een nieuw blogbericht schrijven toen mijn toetsenbord
van mijn Surface laptop ermee ophield.
Ik heb een paar keer geprobeerd om het toetsenbord opnieuw aan
de laptop te koppelen, maar niets hielp.
Ook het schoonmaken van de contacten hielp niet.
Dus heb ik gisteren meteen een nieuw toetsenbord besteld..
Het vorige bericht heb ik nog gemaakt met het softwarematige toetsenbord
van de Surface.
Technisch werkt dat prima, maar het kost me wel veel snelheid.
Daarom ben ik vanochtend naar de woonboulevard gewandeld.
Daar zit de winkel waar ik het toetsenbord kon ophalen.
Dat was de snelste optie.
Het gaf me meteen de kans nog wat foto’s te maken
van plaatsen waar ik al even niet meer was geweest.
Breda, Ahornstraat. Deze mensen hebben wel erg hoge verwachtingen van het WK in Mexico.
Breda, Argusvlinder. Mochten er nog mensen zijn die zich afvragen waar de naam ‘De avonturen van de Argusvlinder’ vandaan komt...
Op het moment dat het toetsenbord stuk ging, was ik bezig met een artikel en
had ik de foto’s al gereed staan voor het volgende bericht.
Die draad ga ik dan nu meteen weer oppakken.
Op dit moment heb ik drie boeken van Blake en Mortimer onderhanden.
Het boek dat ik als eerste helemaal gelezen heb, is ‘Getekend Olrik’.
James Huth, Sonja Shillito, Laurent Durieux, De avonturen van Blake en Mortimer, De Dubbele Expo, naar de personages van Edgar P. Jacobs.
De andere twee titels zijn: ‘De Dubbele Expo’ en ‘De Atlantische Dreiging’
(erg actueel met Trump in de VS).
Maar di liggen nog op to-do stapels.
Yves Sente, Peter van Dongen, De avonturen van Blake en Mortimer, De Atlantische Dreiging. Naar de personages van Edgar P. Jacobs.
Van De Dubbele Expo kan ik alvast wel zeggen dat de tekeningen erg mooi zijn.
En van ‘De Atlantische Dreiging’ dat de tekenaar
de Nederlander Peter van Dongen is.
‘Getekend Olrik’ is een verhaal dat de kneuterige Britse sfeer ademt
die we uit meer albums kennen:
vaste telefoons zijn naast treinverbindingen en ouderwetse
televisietoestellen, wel het meest moderne dat we zien.
De cover, de tekening op de omslag, is saai.
Eerdere omslagen bevatten altijd een beeld met actie,
dat is nu niet het geval.
Yves Sente, André Juillard, De avonturen van Blake en Mortimer, Getekend Olrik, naar personages van Edgar P. Jacobs.
De ontknoping loopt natuurlijk voor alle helden goed af.
Hoe Olrik dat voor elkaar krijgt, daar besteedt het verhaal geen aandacht aan.
In die verhaallijn zit een hiaat die het verhaal niet sterk maakt.
Ook in de verhaallijn van Mortimer zit een zwakker punt.
Het verhaal draait onder andere om een steen, een meteoriet.
Die steen is in twee delen uiteengevallen en aan de binnenkant
staat een tekst die je pas compleet kunt lezen
als je beide delen van de steen hebt.
Pagina 42.
In deze tekening staat dan vervolgens:
De exacte locatie van Avalon zou beschreven staan op de breukvlakken van een steen waaruit Arthur, en hij alleen, Excalibur zou hebben getrokken. Het is die steen die Saint Ives op deze tekening in zijn armen houdt.
Het woord ‘deze’ is verwarrend.
Deze tekening is namelijk niet de tekening waarin de tekst staat.
In die tekening ligt de steen open op de grond.
Een pagina eerder zien we in een van de tekeningen, een tekening in een boek..
Op die tekening in dat boek staat Saint Ives met in iedere hand
een bootvormige steen.
Is het een fout? Nee, maar het is wel onnodig ingewikkeld.
Pagina 41.
Stripverhalen zijn voor uitgeverijen een goede boterham.
Daarbij is het vooral belangrijk nieuwe titels te kunnen uitbrengen.
De vertalingen spelen daarin een grote rol.
Series als Blake en Mortimer worden daar volledig voor benut
met verschillende schrijvers, tekenaars en vertalers.
In die internationale activiteiten loopt er wel eens iets niet helemaal 100%.
Dan worden er bochten afgesneden, saaie covers gemaakt en
loopt de tekst niet altijd even lekker.
‘Getekend Olrik’ lijkt me in de reeks een middenmoter.
Zullen ze er nog zijn op Koningsdag?
Even kort
Een handvol manieren om een boek te zijn
Dit is het boek dat ik gisteren kocht. Het zit nog in het cellofaan maar ik heb het al even kunnen inkijken en de omslag is prachtig. Fotograaf en onderzoeker Ringel Goslinga, Aluk to Dolo, The Eriskay Connection.
Ik liep eerder al eens binnen bij de Garage om de tentoonstelling
van de best verzorgde boeken van 2024 te zien,
maar toen was ik te vroeg:
de opening zou pas later die middag plaatsvinden.
Gisteren, op de allerlaatste dag, ben ik nog eens terug gegaan.
Je kunt best van een trend spreken: doorzichtige materialen als stofomslag van een boek. Tentoonstellingscatalogus van het Stedelijk Museum Amsterdam, Circulate – Photography beyond frames.
Er lagen weer prachtige boeken. Andere hingen tegen de muur.
Bedrukte boeksnedes, uitvouwbare boekomslagen,
cahiersteek, boeken zonder rug – zoveel manieren
waarop een boek zich kan tonen.
Hier is de stofomslag niet doorzichtig maar maakt nieuwe keramische vormen bij het vouwen. Museum Prinsenhof, Delft, Esther van der Hoorn & Esther Muñoz Grootveld, Pioniers in keramiek / Pioneering ceramics, Waanders Uitgevers.
Het voelde als een klein avontuur.
Ik maakte een paar foto’s
en ging met een nieuw boek naar huis.
Mooi, strak, zakelijk uiterlijk. Moritz Neumüller, Talking about photobooks.
Zonder rug maar door het drukwerk op de katernen en de binding ontstaat een interessant zwart/wit patroon. MdW Art, MdW Atlas, Public Media Institute, Chicago. Drukwerk door Wilco Art Books.
De inhoudsopgave staat op de omslag. Zeker de langste titel van mijn selectie die voor een deel al op de boeksnede te lezen is. Met hele en halve bladzijdes. Je kunt vertellen wat je wilt, iedereen ziet toch iets anders – Wat het is (en waarom het bijzonder is), Marjolein de Groen en Peter Jordaan. Wilco Art Books.
Ik zou al die boeken zo willen hebben…
Zoals kwik dat doet wanneer je het even met rust laat
– over samenhang in de dansvoorstelling Rosas danst Rosas –
Waarschijnlijk is het 40 jaar geleden dat ik voor het laatst een dans- of balletvoorstelling heb gezien.
Als ik in die tijd al ballet zag was het waarschijnlijk in Le nozze de Figaro.
Een kenner ben ik dus niet.
Maar in het Chassé Theater ben ik veel vaker geweest.
Op het moment dat ik binnen kwam stond er één voorstelling op het punt te beginnen.
Daardoor was het niet te druk in het gebouw en kon ik nog eens foto’s maken
van de ruimte tussen de zalen aan de linkerkant
en de Kloosterkazerne aan de rechterkant.
Het ‘bos met pilaren’ en de loopbruggen ontvouwen zich.
Wat zag ik gisteravond in het Chassé Theater:
een dansvoorstelling in 4 delen:
- een soort van introductie, nadruk op adem en simultane beweging, vooral op de vloer
- het tweede deel met de stoelen
- als derde: meer ruimtelijk, vaker duo’s en trio’s
- een heel intensief vierde deel, vooral ruimtelijk
De dansers (moet je danseressen zeggen?) kwamen één voor één op
en vormen een lijn. Op mijn foto is dat nog staand.
Er is dan muziek. Maar kort.
Maar al snel zet de beweging zich voort aan de vloer: liggend, zittend.
De dansers bewegen gelijktijdig.
Leggen de nadruk op adem, niet hun adem, niet de adem die ze op dat moment
nodig hebben voor de dans, maar op luid aangezette adem.
Als om een punt te maken.
Zo ondersteunen ze met geluid ook de neerkomende bewegingen.
De bewegingen verlopen vooral in korte acties:
De danser draait zich om, slaat op de grond
om duidelijk te maken dat de beweging af is.
De ademhaling wordt benadrukt door een beweging die je kunt omschrijven
als ‘je opblazen’ en vervolgens ‘leeg laten lopen’.
Afwisselend actie en rust.
Een van de dansers splitst zich af.
Dat loopt als een rode draad door de voorstelling:
dansen met vier personen als één, maar afgewisseld met fragmenten
van 1 en 3, 2 en 2, 3 en 1 en weer 4 dansers.
Dan plaatst een van de dansers stoelen op de vloer: een rij van drie,
nog een rij van drie, een derde van drie en een van twee stoelen.
De dansers nemen plaats en doen schoeisel aan.
De dans zet zich voort zittend (en één voor één liggend) op de stoelen.
De bewegingen worden diverser.
Als de stoelen opzij gezet worden is de vloer weer helemaal leeg.
Het samenspel in groepen komt dan volledig tot zijn recht.
Mooi is te zien hoe steeds weer alle dansers op één lijn komen.
Lag in deel een vooral de nadruk op beweging surplace,
nu wordt de volledige ruimte benut.
In het laatste deel gaat het tempo omhoog.
De dans begint weer vanaf de ‘achterlijn’
De belichting gaat samenwerken met de dansers.
Licht vormt banen op het podium die werken als een prive-ruimte
voor de danser die daarin beweegt.
De banen veranderen het toneel haast in een schaakbord.
Iedere danser krijgt een solo.
Op de achterlijn gaat de dans gewoon door.
De muziek wordt ook hier weer ingezet.
Die heeft wat weg van minimal music, misschien opzienbarend in 1983
toen de voorstelling voor het eerst werd gedanst,
maar dat effect is nu wel weg.
Dit zijn waarschijnlijk, in alfabetische volgorde, Jasmine Achtari, Eva Galmel, Nina Godderis en Momiji Kuromaru.
Afronding
Er is in Rosas danst Rosas een beweging die zich steeds opnieuw voltrekt:
vier lichamen die uiteen vallen, zich herschikken,
in duo’s en trio’s bewegen, en dan — bijna vanzelf — weer terugvloeien naar één lijn.
Niet als pose, maar als een soort fysieke noodzaak,
alsof er in die vier lichamen een magnetisch midden zit
dat hen telkens naar elkaar toe trekt.
Het deed me denken aan kwik:
een materiaal dat uiteen kan spatten in druppels,
maar nooit ophoudt de weg terug te zoeken naar eenheid.
Een vorm die zichzelf verliest om hem daarna weer te hervinden,
alsof samenhang geen keuze is maar een eigenschap.
Zo werkten de dansers ook: autonoom, afzonderlijk, soms botsend,
maar steeds weer terugkerend naar die ene lijn, die grondvorm waarin alles klopt.
Zoals kwik dat doet wanneer je het even met rust laat.
Is dit Breda?
Nog even wandelen na het eten
Toen ik gisteren ging wandelen liep ik eerst door het Valkenberg in Breda.
In de verte zag ik dat de magnolia ineens open was gekomen.
Waren het afgelopen zaterdag nog knoppen, nu zag ik al in de verte
dat al veel knoppen open gekomen waren.
Het was een extra mooi gezicht omdat de zon al laag stond en het licht
zachter aan het worden was.
Daarnaast moest de zon zich een weg zien te banen tussen de bomen
en takken door wat voor extra kleurnuances zorgde.
Onder het Golvende Dak van Hertzberger: Een Gebouw in Transformatie
Een tentoonstelling over architectuur maken is niet eenvoudig.
Het wordt makkelijk een feestje voor studenten, opdrachtgevers en architecten.
Ik zag onlangs nog een tentoonstelling met veel houten maquettes.
– nou ja zien, na een paar minuten ging ik al weer naar iets anders.
Het hout van de maquettes bestond uit bijzondere houtsoorten.
Verschillend van kleur. Glimmend gelakt.
Maar, te veel bomen, te weinig bos.
Goed dat het Chassé Theater toch de uitdaging aangaat
om voor een zo groot mogelijk publiek een tentoonstelling te maken
over het gebouw zelf en zijn architect.
De tentoonstelling is klein!
Heel slim. Je dwingt jezelf daarmee om snel tot de kern te komen.
Je materiaal is beperkt: wat foto’s, maquettes (meestal van hoe het
niet geworden is) en misschien een interview.
Daar slaagt de tentoonstelling in het Chassé dus ruim.
Een korte, krachtige tentoonstelling, die in korte tijd laat zien,
welk probleem opgelost moest worden
en hoe dat op een aantrekkelijke manier kon gebeuren.
Het golvend dak is daarbij een supervondst!
Een die vandaag nog steeds onze stad siert.
In het vervolg zal dus vooral de tentoonstelling spreken:
de foto’s, de maquette, de grote flyer met het interview met Hertzberger.
Samen tonen ze niet alleen hoe het Chassé Theater ooit is bedacht,
maar ook hoe er nu opnieuw naar het gebouw wordt gekeken.
De tentoonstelling begint al vóór je binnen bent.
De titel op de gevel vangt zowel het gebouw als de stad in één blik.
Een interview met opvallend open antwoorden in een eerlijke en begrijpelijke taal.
Als de eisen en wensen voor de verschillende ruimtes te veel uit elkaar lopen dan is het beter om meerdere los/vast gekoppelde ruimtes te bouwen en die onder één dak te brengen. Waarbij het dan relatief eenvoudig wordt om een historisch gebouw als de Kloosterkazerne er deels in te schuiven.
De folder bij de tentoonstelling met op de achterkant onder andere het idee van Herman Herzberger over toekomstige veranderingen.
Neem vooral een kijkje bij de tentoonstelling.
De moeite meer dan waard!
In het spoor van licht en schaduw
Neem mee wat u wilt!
Er stond een klein kastje buiten bij de antiquair,
Von Meyenfeldt, Slaats & Zonen in Breda,
half in de zon, half in de schaduw.
Het soort kastje dat niet alleen boeken bewaart,
maar ook de sporen van de mensen die ze hebben achtergelaten.
Ik deed het deurtje open en zag een onverwachte verzameling:
Op de bovenste plank stonden ze in een rij die nergens op leek te wachten:
De ontembare vrouw van Clarissa Pinkola Estés,
het smalle Wim van Wim Hofman,
Mercator van Nicholas Crane en Springers Sterremeer,
een Boekenweekgeschenk dat al vele handen moet hebben gezien.
Daarnaast een blauw boekje zonder naam,
Gracqs Un balcon en forêt, en een roze rug die niets prijsgaf.
Helemaal rechts stond Marsmans De vijf vingers,
ingeklemd tussen twee onbekende boeken, alsof het zich schuilhield.
De achterkant van een kinderboek uit de Leopold‑reeks
vormde het einde van de rij.
Tussen de boeken lagen twee dobbelstenen: jij wast af? en jij mag zappen
— een klein grapje dat iemand had achtergelaten.
Op de onderste plank ging het verhaal verder.
Alles over de liefde van Lisa Appignanesi
naast Bolero in de nacht van Mayra Montero,
De Tao van de Liefde van Ivan Hoffman naast Baldacci’s Het motief.
Een kinderboekje van Sigrid Heuck dat al vele decembermaanden
moet hebben meegemaakt,
Imme Dros’ De reizen van de slimme man,
en een ANWB‑gids voor Parijs,
alsof iemand onderweg was geweest en halverwege besloot
dat de herinnering genoeg was.
Ik nam niets mee. Of misschien juist alles:
het idee dat boeken, wanneer ze worden losgelaten,
vanzelf weer nieuwe lezers vinden.
Dat een kastje op straat een kruispunt kan zijn van verhalen,
achtergelaten en opnieuw opgepakt.
Dat literatuur soms gewoon op je wacht,
in een houten kastje met een doorzichtig deurtje.
Ik heb de volgende titels kunnen herkennen:
Bovenste plank, van links naar rechts:
Clarissa Pinkola Estés- De ontembare vrouw (Women Who Run With the Wolves)
Wim Hofman – Wim
Nicolas Crane – Mercator
F. Springer – Sterremeer (Boekenweekgeschenk 1990)
Titel en auteur onzichtbaar (blauw met crêmekleurige band)
Julien Gracq – un balcon en forêt
Titel en auteur onzichtbaar (roze)
H. Marsman – De vijf vingers
Helemaal rechts de achterkant van een boek.
Titel en auteur onzichtbaar. Herkenbare tekst: ‘Vriendjes van Leopold’
Twee dobbelstenen: ‘jij wast af?’ en ‘jij mag zappen’
Onderin:
Lisa Appignanesi – Alles over de liefde. Anatomie van een onbeheersbare emotie
Mayra Montero – Bolero in de nacht
Ivan Hoffman – De Tao van de Liefde
Dunne. grijze strook, onderdeel van de rug van het volgende boek:
David Baldacci – Het motief
Sigrid Heuck – Vrolijk kerstfeest, lief kerstkind!
Imme Dros – De reizen van de slimme man
Ontdek Parijs (ANWB)
M’ebbe un bâând meej de Brakkensliert
Kielegat, Brakkensliert, Hier lèppe we oe wir op met bâând.
Waai zijn dun bâând nonnie kwijt meej dieje goeie ouwe tijd.
Kielywood.
De parels van de Brakkenberg ebbe un Bra-bant!
Irritante vlooien, ut schept un bâând.
Schuilen in de Brakkensliert.
Een bâând met dieren.
Omdat ik ook even op de rode loper mocht heb ik de kans aangegrepen om de cameraploeg op de foto te zetten.
De volgende ster.
De scheurende snaore.
Mijn aandenken van de rode loper.
2026 Embleem van Kielegat: M’ebbe un bâând.
M’ebbe un bâând meej dun optogt III
De lôpende bâând van Kielegat èèrport.
Me lôôpe nie meej hôr, me laote allenig ons ôndje uit.
Happy bird day?
Nu de correcte slogan: You made the fanfare bâând great again.
Vetbikers on tour.
De vette mayoretten.
Korps Harmo-nie-heus.
De doelpuntenmachine van NAC.
Deze Obelix bleef heel lang in zijn rol.
M’hebbe un Rembâând.
Beeldig.
Wei zèn vur aop gezet.
Er werd ook nog wat uitgedeeld zoals deze wens van Stedelijk Museum Breda – Parade.
Maar ik probeer geen reclame te maken op mijn blog.
M’ebbe un bâând meej dun optogt II
M’ebbe un bâând meej dun optogt I
Gistermiddag was het een stuk rustiger en kouder
dan de dag daarvoor.
Dat heeft alles te maken met de carnavalsoptochten
op zondag in de plaatsen in West-Brabant.
Was het op zaterdag om half drie in de middag al druk,
hier een korte indruk van zondag.
Kielegat, Kasteelplein.
Helaas zijn er nog maar weinig gelegenheden die met creativiteit en originaliteit hun befrijf versieren. Deze doen dat wel.
Later op de dag werd dit wel anders.
Grote Markt.
Vandaag ben ik kort voor negen uur gaan wandelen.
Er werd druk gewerkt om de optocht, die even na
12 uur begint te trekken, mogelijk te maken.
Voorbeeld van horeca efficiency: al dat oranje kun je bij voetbalwedstrijden, olympische spelen en koningsdag ook gebruiken. Voeg daar house-muziek bij en het is een festival als elk ander.
De gemeente reinigt nog even de Reigerstraat (en de rest van de binnenstad).
Kerkplein.
Markendaalseweg, nieuw in de route van dit jaar.
Halstraat.
Veel plezier strakt in de optocht!
M’ebbe un bâând meej snert!
Café de Bommel nu Bommestein.
Kasteelplein, zaterdag rond 14:00 uur.
Catharinastraat.
Spanjaardsgat.








































































































































































































































