De kunst van het reizen

JanEngelmanDeKunstVanHetReizen-NietVeelZaaksInRomeDeTijd19530829VanWeekTotWeek02ArtikelBovensteHelft

De Tijd van Zaterdag 29 augustus 1953. Uit de serie ‘Van week tot week’ door Jan Engelman: De kunst van het reizen – Niet veel zaaks in Rome. Een recensie van het boek van Hella S. Haasse: Klein reismozaïek. Italiaanse impressies. Het Wereldvenster, 1953.


Ik heb geprobeerd het artikel in te scannen en het dan
zo leesbaar mogelijk te maken.

JanEngelmanDeKunstVanHetReizen-NietVeelZaaksInRomeDeTijd19530829VanWeekTotWeek01Kop01
JanEngelmanDeKunstVanHetReizen-NietVeelZaaksInRomeDeTijd19530829VanWeekTotWeek01Kop02

JanEngelmanDeKunstVanHetReizen-NietVeelZaaksInRomeDeTijd19530829VanWeekTotWeek01Kolom01

Zoals eerder neem ik nu ook weer de hele tekst van het artikel op
zodat het goed doorzoekbaar wordt.

De postkoets
Reizen naar het buitenland worden tegenwoordig met groot gemak ondernomen, snel volbracht en met vlotheid ingelijfd bij de herinneringen.
voor de reispenningen maakt men een potje en de reisgenoot is meestal door en door bekend, dus aan die kant zijn er geen moeilijkheden.
Struikrovers komen alleen nog in romantische opera’s voor, al schijnt er enige neiging te zijn tot wederinvoering van het instituut, het paspoort verleent legitimatie en beveiliging in “all the countries of the world”, men heeft zelf alleen te letten op zakkenrollers, lieden die het op uw auto of valies voorzien hebben en de gewone pogingen tot afzetterij, die in Nederland even frequent zijn als in Napels.

Wat let u dus verfrissing , ontwikkeling en verruiming van de blik te zoeken, door de foldertjes der reisbureaux zo ruimschoots beloofd?
Ieder jaar een ander land!
Zó zit men in de Goudsbloemdwarsstraat op het duivenplat in de motregen en twee dagen later bakt men bruin op een strandje van Mallorca.
Honkvast is alleen nog Godfried Bomans, die is van het Spaarne en Brinkmann niet weg te slaan.

Een speciale categorie van reizigers wordt gevormd door de “culturelen”, dat zijn de mensen die in de gaten hebben, dat een cocktail, volgens internationaal recept bereid, in het Victoriahotel in Amsterdam precies eender smaakt als bij Danieli te Venetië of het Waldorf-Astoriahotel te New York.
Zij willen niet, als de Amerikanen, het Prado “doen” in drie kwartier en zij laten zich niet “cooken”.
Zij zoeken zelf, zo goed en zo kwaad als het gaat, en zij hebben het land aan de Baedeker met zijn onaantastbaarheden.
De primus bij deze improviserenden is voor lange tijd Bertus Aafjes, die zijn reis te voet heeft volbracht, nog een weinig

JanEngelmanDeKunstVanHetReizen-NietVeelZaaksInRomeDeTijd19530829VanWeekTotWeek01Kolom02

in de stijl van de middeleeuwers, die naar Sint Jacob van Compostella togen, n’en déplaise (geen aanstoot) de kwaadsprekerij van enig zijner geloofsgenoten, toen hij eenmaal terug was en van zijn ervaringen in dichtmaat verslag had gedaan.

Tot die z.g. culturele reizigers mag men ook grif rekenen Hella S. Haasse, die het vorig jaar met haar man en zijn Renault naar Italië is geweest en daarover causerietjes voor de radio heeft gehouden, die zij thans verenigd heeft in een door “Het Wereldvenster” uitgegeven boekje 1).
Zij is echter niet zo maar een cultureel reizigster, die voor haar genot reist, uit nieuwsgierigheid of “uit verlangen een lang in gedachten gekoesterd beeld te toetsen aan de onberekenbare en daarom altijd boeiende werkelijkheid”, zoals zij het uitdrukt.
Tot deze genotzieken behoorde, als ik me goed herinner, Louis Couperus.
Hoe bestaat het, dat wij zijn stukjes over futiliteiten, in het buitenland gezien en beleefd, nooit meer vergeten.

Hella S. Haasse heeft diepere bedoelingen gehad, voor haar is reizen het “ik”, het “wij” verplaatsen “in vreemde werelden, om tegen een altijd wisselende achtergrond, in onvoorziene omstandigheden, temidden van mensen, dingen en landschappen, die hun eigen-aardigheid niet op de eerste blik prijsgeven, dat “ik”, dat “wij” te zien in nieuwe scherper reliëf…”
Door middel van het a n d e r e wil zij bereiken een reek van confrontaties met het e i g e n e, dat steeds ervaren wordt als de zwaarste, meest omvangrijke, nooit en nergens achter te laten bagage….
Dat is dus niet gering, het doet haast denken aan hetgeen Thomas á Kempis heeft gezegd over het feit, dat men, waar men ook heen tijgt, altijd zichzelf meeneemt.
De schrijfster meent niet volledig te zijn, als zij die “instelling”, zo drukt zij zich uit, niet bekent.
Verwacht wacht echter niet, dat men over die bagage verder wordt ingelicht.
Zij waarschuwt ons: van dat “grottenonderzoek” zal verder geen sprake zijn.

Omdat ik aan dit artikel begon ben ik op internet gaan zoeken
naar genoemd boek en dat heb ik gevonden.

HellaSHaasseKleineReismozaiekItaliaanseImpressiesHetWereldvenster1953-01Band

Hella S. Haasse, Klein reismozaïek. Italiaanse impressies. Het Wereldvenster, 1953. niet de meest spannende boekomslag. Maar wacht even. Hoe zit het er aan de binnenkant uit?


HellaSHaasseKleineReismozaiekItaliaanseImpressiesHetWereldvenster1953-02SchutbladISpreekmeester

Dat is al veel beter. Het schutblad is misschien zelfs wel speciaal voor dit boek gemaakt door I. Spreekmeester. De tekenaar tekent een druk toeristisch en cultureel Italië.


HellaSHaasseKleineReismozaiekItaliaanseImpressiesHetWereldvenster1953-03Titelblad

Dit is het titelblad van mijn exemplaar van Klein reismozaïek.


Maar de rest van het artikel?
Dat volgt hier.

JanEngelmanDeKunstVanHetReizen-NietVeelZaaksInRomeDeTijd19530829VanWeekTotWeek01Kolom03TekstBoven

Wat er bij het reisje aan diepten is blootgelegd, het wordt ons onthouden.
In de plaats daarvan wil zij ons geven “enkele spiegelbeelden van een werkelijkheid, die ik kon zien, ruiken, betasten, zonder veel dieper door te dringen dan de oppervlakte”.
Inderdaad, dat heeft zij verricht.
Een zekere teleurstelling maakt zich meester van de lezer van haar voorwoordje, na die bekentenis.
Maar waarom eigenlijk?
Hij zou het met dat zien, ruiken en betasten best kunnen stellen, wanneer het maar met de nodige intensiteit was geschied.
De lezer denkt weer aan Couperus en zijn gekeuvel over de rijtuigjes in Rome.
Aan Aafjes op de rommelmarkt.
Maar niets daarvan!
Zij heeft vergeefs gezocht naar het grootste monument van cultuur, waarover de Baedeker de Eeuwige Stad pleegt te houden.

 

“De werkelijkheid is anders.
In die huizenzee op de zeven heuvels, in dat doolhof van straten, pleinen en stegen moet men vaal moeizaam zoeken naar de beroemde gebouwen, gedenktekens en ruïnes, die in onze verbeelding, gevoed door indrukken van lezen en platen kijken, al een eigen imposante gestalte gekregen hadden.
De levende, hedendaagse stad eist alle aandacht op.
Men komt tot de ontdekking, dat het Rome van de Baedeker en van kunstgeschiedenis niet bestaat.
Dat is een fata morgana, een schijnstad die alleen kunstmatig gehandhaafd wordt naast het Rome van 1952.
Nergens in Italië beseft men zo goed als in Rome, dat de antieke Latijnse wereld en ook de in Italië tot rijping gekomen renaissance-wereld even onherroepelijk verdwenen zijn als Atlantis”.

JanEngelmanDeKunstVanHetReizen-NietVeelZaaksInRomeDeTijd19530829VanWeekTotWeek01Kolom03Foto

JanEngelmanDeKunstVanHetReizen-NietVeelZaaksInRomeDeTijd19530829VanWeekTotWeek01Kolom03TekstOnder

Dat lijkt mij een ernstige visie.
Het was tevens vreselijk warm in Rome, overdag tussen 32 en 37 graden en de Renault had grote moeite om tussen al die Lambretta’s en Vespa’s door te komen.
De fonteinen spoten niet, de bekoringen van het lustoord Tivoli bleven verborgen, bij de Villa d’Este was de entreeprijs te hoog.
Neen, het was niet veel gedaan, daar in die wijd vermaarde stad.
En tijd om tot September of October te wachten had men niet.
San Gimigniano moest nog gedaan worden, en Siena en Florence en een stukje van de Italiaanse Riviera, zij het cultureel en met verborgen grottenonderzoek.
Geen wonder dar al die pracht en praal van de barok toen niet meer leven wilde en dat Hella S. Haasse de Sint-Pieter maar een basiliek van pompeuze lelijkheid vond en alles erg profaan.
Zij deed wat volksstammen uit het Noorden hebben gedaan, die gaarne koeien met paarden of noten met perziken vergelijken, zij concludeerde dat de majesteitelijke rust van de kathedraal van Reims toch maar heel wat anders is en liet de koepel van Michelangelo en de getordeerde (=gedraaide) zuilen van Bernini voor wat zij zijn, een soort van verdacht theater, waarvan de “vergulde en bont gekleurde vormen niet meer corresponderen met het bestaansbewustzijn buiten de Bronzen Deuren”.
Ja, wat zal men daaraan doen?
Men beziet, beruikt en betast de dingen met de gretigheid van Couperus en Aafjes of men doet het wat gematigder.
Een feit is echter, dat de reisimpressies van de schrijfster geen flauw idee geven van de ziel en van de schoonheid van Italië, dat zij niet bemerkt heeft dat ook de ruïnes er nog levend en bewoond zijn, dat naast de luxe-badplaats Ostia fantastische opgravingen liggen en dat het onzin is om op de Janiculus te klimmen zonder het goddelijke tempeltje van Bramante op te merken.
Wat zij geeft is een reisverslag zonder kraak of smaak, dat haar doot legers van journalisten zonder pretenties verbeterd zal worden.
Hier en daar onderbreekt zij het om een stukje geschiedkundige compilatie in te lassen, korte levensbeschrijvingen van Bernardo Occhino, Da Vinci of Macchiavelli.
Maar alles geschiedt met een gebrek aan geestdrift en scherpte van blik, dat in geen verhouding staat tot de grootse uitingen van de menselijke geest waaraan zij zich waagt.
Kenmerkend daarvoor is haar schets van “de” Renaissance-mens.

Hella S. Haasse heeft zichzelf een beetje te veel meegenomen, toen zij op reis ging.
Zij had haar “ik” en haar “wij” eens moeten vergeten.
Heus, de Baedeker is een voortreffelijk boek.
Wanneer men gezien heeft wat er in staat, heeft men ongelofelijke schatten genoten, als het tenminste met dat zien, ruiken en betasten in orde is.
En wil men de Baedeker niet, neem dan het oude, mijnentwege verouderde, maar nog altijd voorbeeldige Italiaanse reisboek van Goethe ter hand, waar men lezen kan: “Sinds de dag dat ik Rome betrad, beschouw ik mij als voor de tweede maal geboren: een ware wedergeboorte heeft met mij plaatsgehad!”
Goethe begreep, dat men in een land als Italië op reis zijnde, alvorens een oordeel te kunnen uitspreken, alles bijeen moet zamelen, “uit een onmetelijke, ofschoon buitengewoon rijke hoeveelheid overblijfselen.”
Het is weinig vreemdelingen werkelijk ernst, iets grondig in zich op te nemen en te bestuderen, zo vervolgt hij.
Zij volgen slechts hun grillen en hun eigenwaan.
Misschien was de postkoets toch een cultureler vervoermiddel dan de Renault.

1) Hella S. Haasse: “Klein reismozaïek”, Italiaanse impressies.
Baarn, Het Wereldvenster, 1953.

Zelf heb ik het boek van Haasse nog niet gelezen.
Als we later dit jaar naar Italië op vakantie gaan,
met de nadruk op ‘Als’, dan zal ik het zeker meenemen en lezen.

Ming porselein in Leeuwarden

Gisteren ben ik in het Princessehof in Leeuwarden geweest.
Daar heb ik de tentoonstelling ‘Ming’ bezocht.
Waarmee je een goed inkijkje krijgt in de bijzondere collectie
die dit keramiekmuseum heeft.

 photo DSC_0402DTGuldenPaerdt.jpg

’t Gulden Paerdt.

Maar voordat ik aan de tentoonstelling toekwam heb ik
eerst een korte wandeling door de oude binnenstad gemaakt.
Gevelstenen, bovenlichten, grote panden, koningsbomen en een begijnhofje.

 photo DSC_0403NautaBumaHuys.jpg

Nauta Buma Huijs

 photo DSC_0404.jpg


 photo DSC_0405Koningsboom.jpg

 photo DSC_0405KoningsboomD1.jpg

Ter Herinnering aan de troonbestijging
van H. M. Koningin Wilhelmina
Der Gemeente aangeboden door de Vereeniging
voor Vaderland en Oranje
31 augustus 1898


 photo DSC_0406.jpg

Stadhuis, vreemd weggeduwt tussen de andere gevels.

 photo DSC_0406D1.jpg


 photo DSC_0407.jpg

Eewal 55. Drukkerij ‘De Eendracht’
Op de oudste gedetailleerde plattegrond van de stad Leeuwarden uit 1603 van Johannes Sems ziet men op de plaats van de huidige drukkerij ‘De Eendracht’ een pand met een trapgevel en ten oosten hiervan een tuinmuur behorend bij het aangrenzende Huygenshuis. Later werd de muur vervangen door een nieuw woonhuis dat in de achttiende eeuw telkens in de belastingkohieren genoemd wordt.

In 1716 was dominee Meinsma eigenaar van beide genoemde panden. Zijn dochter droeg omstreeks 1760 de twee woonhuizen aan dominee A. Passamier over. Hij en z’n kinderen bezaten de panden tot 1783. In dat jaar kocht de joodse koopman Nathan Salomons beide huizen. Diens twee zonen, Salomon en Jacob, deden in 1828 het bezit van de hand voor f 2.637,- aan de koopman Izaak Simons de Vries. Hij bezat een winkel in manufacturen aan de Nieuwestad 114. In de koopakte wordt de indeling van de beide huizen beschreven. Het westelijke pand was twee traveeën breed en bevatte op de begane grond een voor- en een achterkamer met schoorsteen en kast en een gang. Via een wenteltrap was de verdieping te bereiken waar eveneens een voor- en een achterkamer met bedstee, met daarboven een zolder, gesitueerd waren. Onder het huis bevond zich een ruime kelder met bedstee, schoorsteen en kast. De kelder liep onder de straat door en kwam aan de Ee uit, zoals bij de meeste panden aan de Eewal het geval was. Het pand aan de oostzijde was van vrijwel gelijke breedte en bevatte ongeveer dezelfde indeling. Na het overlijden van Izaak de Vries in 1875 erfde zoon Izaak het oostelijke en zoon Samuel het westelijke pand. Het eerste pand was in 1897 eigendom van M.L. Eldermans terwijl het andere toen nog bezit was van de weduwe van S. de Vries, Rachel Polak. In 1900 werd hier het telefoonkantoor gevestigd. Voorheen was dit op de zolder van de Hoofdwacht aan het Hofplein ondergebracht. In 1911 werden de bovengenoemde twee panden vrijwel afgebroken en verrees er met behoud van de oude westmuur een nieuw gebouw met een monumentale gevel. Architect Hero Feddema ontwierp het fraaie pand in de stijl van de Jugendstil of nieuwe stijl, die omstreeks de eeuwwisseling in zwang was. Tot op heden is een ontwerptekening van zijn hand bezwaard gebleven. Het is opgetrokken van oranje verblendsteen die afgewisseld wordt door groen verglaasde bakstenen gevelbanden en gebogen hanekammen boven de vensters. Op de begane grond bevinden zich boven de hardstenen plint drie grote segmentvormig afgesloten ramen en op de verdieping vijf recht. De drie middelste vensters zijn door middel van een doorlopende latei met elkaar verbonden. Boven deze ramen is een opvallende middenpartij opgemetseld die van een tentdak is voorzien, architectonisch gezien een opmerkelijke oplossing. De rest van de gevel wordt door een gepleisterd rondboogfries afgesloten. Behalve de nieuwe deur uit de jaren-zeventig is de gevel gaaf bewaard gebleven. Thans is hier drukkerij ‘De eendracht’ gevestigd. Wat het interieur betreft zijn de ijzeren kolommen in de drukkerijzaal, het houten plafond in de gang en de deur met geëtst glas, waarin de woorden ‘verboden toegang’ te lezen staan, het opmerken waard. De ruiten van het oude telefoonkantoor, zoals seinzaal, spreekcellen, ruimten voor de opslag van cokes en kabels etc. zijn slechts op de oude plattegrond van architect Feddema nog te zien.

Tekst: http://www.historischcentrumleeuwarden.nl/text/nl/1104/OMD-boekje_1991
Open Monumenten Dag 1991


 photo DSC_0408D1.jpg

Eewal 59. ‘De Leeuwarder Onderlinge’
Schildjes met de verstrengelde letters A en F hoog in de gevel van het monumentale pand Eewal 59 verraden de oorspronkelijke bestemming. Het zijn sporen van de opdrachtgever die het neorenaissance gebouw in 1895 heeft laten bouwen: de Algemeene Friesche Levensverzekering Maatschappij, een van de basismaatschappijen van de huidige Aegon. De Algemeene Friesche bouwde het allereerste echte kantoorgebouw van Leeuwarden. Vele kantoren, juist die voor bank- en verzekeringssector, zouden nog volgen tot en met de poen-paleizen van Avéro en Aegon in onze tijd toe. Toen de Algemeene Friesche in 1915 naar het Burmaniahuis aan de Nieuwestad verhuisde, trok in het prachtige neorenaissancistische pand aan de Eewal de in 1850 opgerichte Onderlinge Brandwaarborg Maatschappij. Deze ‘Leeuwarder Onderlinge’ liet bij de verbouwing dan ook het grote tegelfries tussen de verdiepingen vervangen. de symboliek van de levensverzekering bleef: Johan de Witt, Christiaan Huygens, J.H. van Swinden en R. Lobatto gevat in kransen van laurier en eik doen nu wat mal aan in en gebouw van een brandverzekeraar. Merkwaardig zijn ook de pelikanen van zandsteen die de trapgevels bekronen. De pelikaan zichzelf bloed uit de borst pikkend om zijn jongen te voeden is een oud Christus-symbool dat de levensverzekeraars hebben ingepikt. De Algemeene Friesche, een van de vroege maatschappijen van het land, is in 1844 opgericht. Er is aanvankelijk kantoor gehouden aan huis van de directeur, maar het ging het bedrijf in de eerste halve eeuw zo goed dat er in 1895 op de fundamenten en overwelfde kelders van het vm. Huygenshuis een nieuw kantoor van allure kon worden gebouwd. Architect was Hendrik Kramer die toentertijd in de kenmerkende overdadige neorenaissance-stijl bouwde. Het ging hoog uitrijzen boven de omringende bebouwing en werd zo heel bewust het pièce-de-milieu van de Eewal.

De overdaad van de neorenaissance begint meteen beneden. Achter een prachtig smeedijzeren hek (uitgevoerd door de befaamde Leeuwarder kunstsmid Jan Kroes, die ook het hekwerk voor het bovenlicht van de deurpartij maakte) en de hardstenen stoep, is voor het souterrain een plint van blokken hardsteen aangebracht. De onderste blokken hiervan zijn ruw behakt, zg. rustiek werk. Een fraaie trapstoep leidt naar de belétage met deurportiek. Boven het basement is het metselwerk bijzonder zorgvuldig uitgevoerd en voorzien van velerlei versieringen Van diverse soorten natuursteen zijn dorpelbanden, speklagen, negblokken naast en boven de ramen en boogtrommels in gevarieerde vorm uitgevoerd. De boogtrommels boven de verdiepingsvensters zijn het rijkst bedeeld met fraai rolwerk en mascarons en ook de geveltoppen zijn overdadig versierd. AL het beeldhouwwerk (inclusief de leeuwen, pelikanen en portretmedaillons) komt niet uit een gewoon nijverheidsatelier, maar uit de gespecialiseerde beeldhouwfabriek van Van den Bossche & Crevels te Amsterdam, het bedrijf dat onder andere ook het beeldhouwwerk leverde voor de Sint-Nicolaaskerk tegenover het Centraal Station in de hoofdstad. Het oorspronkelijke tegelfries tussen de hoofdbouwlagen was geleverd door de fabriek van Jan van Hulst uit Harlingen, maar het werd in 1915 door de Onderlinge vervangen door een nieuw tableau. De fabriek van Van Hulst bestond niet meer en het nieuwe is in 1916 vervaardigd door de Delftse fabriek van Joost ’t Hooft & Labouchère, beter bekend als de Porceleyne Fles. Deze fabriek kreeg ook bijzonder werk te verrichten in het Burmaniahuis van de Algemene Friesche. In 1987 onderging het monumentale kantoorpand een zorgvuldige uitwendige restauratie.

Johan de Witt 1625 – 1672),
was in de Gouden Eeuw tijdens het Eerste Stadhouderloze Tijdperk
negentien jaar lang raadpensionaris van het graafschap Holland
en daarmee de belangrijkste politicus
van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
Hij was tevens een begenadigd wiskundige die beschouwd wordt
als een van de grondleggers van de verzekeringswiskunde.
Johan werd met zijn broer Cornelis door Orangisten vermoord
en op gruwelijke wijze verminkt.
De moord behoort tot de meest gedenkwaardige in de vaderlandse geschiedenis.
(Wikipedia)

Christiaan Huygens 1629 – 1695
was een vooraanstaande Nederlandse wis-, natuur- en sterrenkundige,
uitvinder en schrijver van vroege sciencefiction.
Hij was een van de leidende figuren van de zeventiende-eeuwse wetenschap.

In de wiskunde was hij een pionier van de kansrekening
en een wegbereider van de differentiaal- en integraalrekening,
hoewel zijn methoden strikt meetkundig bleven.
Aan de natuurkunde droeg hij op vele gebieden bij:
hij formuleerde als eerste correcte wetten voor de elastische botsing,
en uitdrukkingen voor de periode van de mathematische slinger
en de middelpuntvliedende kracht in de mechanica.
Tevens verklaarde hij in zijn Traité de la lumiere (1690)
als eerste licht als een golfverschijnsel
met het Principe van Huygens-Fresnel,
dat vanaf de negentiende eeuw
de algemeen aanvaarde optische theorie werd
en nu deel uitmaakt van het begrip van de dualiteit van golven en deeltjes.
Onderzoek naar de dubbele breking van licht in IJslands kristal
bracht Huygens tot het opstellen van een theorie
voor gepolariseerd licht.
Verder verklaarde hij geluidsverschijnselen met interferentie.
Omdat Huygens als eerste wiskundige formules gebruikte in de natuurkunde,
wordt hij gezien als de eerste theoretische natuurkundige.

In de sterrenkunde droeg Huygens bij door de telescoop
verder te ontwikkelen en het tot dan toe onbegrepen uiterlijk
van Saturnus te verklaren als een planeet met ringen.
Hij ontdekte de maan Titan bij deze planeet.
Als uitvinder heeft Huygens onder meer het slingeruurwerk,
het principe van de stoommachine en een buskruitmotor
op zijn naam staan.
Vanwege zijn speculaties over buitenaards leven
wordt Huygens wel gezien als vroege sciencefiction-auteur.
(Wikipedia)

Jean Henri van Swinden 1746 – 1823
was een Nederlandse wis- en natuurkundige
(Wikipedia)

Rehuel Lobatto 1797 – 1866
was een Nederlandse wiskundige.
(Wikipedia)

 photo DSC_0408D2.jpg

Tekst: http://www.historischcentrumleeuwarden.nl/text/nl/1104/OMD-boekje_1991
Open Monumenten Dag 1991


 photo DSC_0409DJongeSJacob.jpg

De jonge Sint Jacob (zie de schelp).

 photo DSC_0410Schip.jpg

 photo DSC_0411VreemdGevelsteentje.jpg

Beetje vreemde gevelsteen.

 photo DSC_0412SintAnthonyGasthuisGevelsteen.jpg

Eerste steen Sint Anthony Gasthuis.


 photo DSC_0413StadsWeeshuis.jpg

Stads Weeshuis.

 photo DSC_0414DeurStadsWeeshuis.jpg

Deur Stads Weeshuis.


 photo DSC_0415Juliana.jpg

Koningsboom Juliana (?)

 photo DSC_0415JulianaD1.jpg


 photo DSC_0416Bel.jpg

 photo DSC_0417DeDruckerij.jpg


De horeca was allemaal nog gesloten in Leeuwarden,
dus een kp koffie zat er niet in.
Dan maar direct naar het museum.

Helaas heeft deze tentoonstelling geen catalogus.
Vandaar dat ik dus ook maar weinig afbeeldingen heb.

 photo DSC_0420KalebasVaas.jpg

Grote kalebas-vaas.

De collectie is prachtig.
Grote en kleine stukken.
Aardewerk en porselein van over de hele wereld.
Ook de verzameling Islamitisch keramiek is bijzonder.
Een leuke opstelling waar de keramiek in lades ligt opgeslagen
die je als bezoeker zelf kunt openen.

 photo DSC_0432OdeAanDeRodeKlifSuShi.jpg

Ode op de kom
Op de buitenkant van deze kom staat een verkorte versie
van het beroemde Chinese gedicht ‘Ode aan de Rode Klif’.
Su Shi (1037 – 1101) een van de grootste Chinese dichters,
schreef dit gedicht. Hij wordt ook Dong Po genoemd.
Het gaat over het boottochtje dat Su en zijn vrienden
in 1082 maakten naar de beroemde plek Rode Klif.

Kom, Jingdezhen
Late 16e eeuw


 photo DSC_0434D1KraakInKleurD1.jpg

Tegendraads Kraakporselein
Kraakporselein heeft per definitie blauwe decoraties
onder glazuur op wit porselein.
Deze schotel is het enige gedocumenteerde niet blauwwitte kraak stuk ter wereld.
De decoratieve patronen zijn hetzelfde als bij het blauwwitte kraak.
Maar in dit geval zijn de decoraties met groene en rode kleuren geschilderd.

Schotel
Jingdezhen, Wanli periode 1573 – 1620.

 photo DSC_0434D2KraakInKleurCentraleafbeelding.jpg

De centrale afbeelding op de schaal.

 photo DSC_0434D3KraakInKleurKaderOpDeRand.jpg

Deel van de rand, in een kader.

 photo DSC_0434D3KraakInKleurKaderOpDeRandGranaatappels.jpg

Deel van de rand, in een kader. Granaatappels ?


 photo DSC_0429Swatov.jpg

Een speciaal soort keramiek heet Swatow.
Chinees export porselein bedoeld voor de Aziatische markt.

Daarnaast stond er een groep bijzondere , grote vazen:

 photo DSC_0430Martavanen.jpg

Een martavaan.

Martavanen, magische potten

Martavanen zijn ontzagwekkend grote potten.
Wanneer men per schip op reis ging bewaarde men er water,
fruit of specerijen in.
Daarnaast hadden martavanen in Zuidoost-Azië een rituele functie.
Zo waren ze in gebruik bij geboortes, huwelijksceremonies en begrafenissen.
Volgens eeuwenoude volksverhalen waren het magische objecten
die bijvoorbeeld konden praten.
Nog steeds gebruikt men martavanen in Zuidoost-Azië.

Martavanen zijn vernoemd naar de havenstad Martaban
aan de westkust van het huidige Myanmar.
Deze stad was een belangrijk kruispunt in de porseleinhandel
tussen China en India.
Grote potten uit landen als Vietnam en Thailand
werden ook via Martaban verhandeld.

Het Princessehof heeft de belangrijkste verzameling
martavanen in de westerse wereld.


Er is in het museum ook modern keramiek.
Een kleine selectie:

 photo DSC_0437KarelAppelTete1978.jpg

Karel Appel, Tete, 1978.

 photo DSC_0439ArmandoZonderTitel2010.jpg

Armando, Zonder titel, 2010.


Buiten staat er ook nog keramiek.
Het weer was niet geweldig maar toch een paar foto’s gemaakt.

 photo DSC_0441Sterrebeelden.jpg

Volgens mij zijn dit sterrenbeelden.

 photo DSC_0443HansVanBentemEVEEroticVenusEvil2003.jpg

Hans van Bentem, E.V.E. (Erotic Venus Evil) 2003.

 photo DSC_0444HansVanBentemEVEEroticVenusEvil2003Detail.jpg

Hans van Bentem, detail met de slang.