De Gierenclub

Afgelopen zaterdag kocht ik de graphic novel
‘De Gierenclub’ van Rudi Vranckx (Tekst) en
Caryl Strzelecki (Tekeningen).
Rudi Vranckx is van huis uit journalist en werkt voor
een Belgische omroep.
Caryl Strzelecki is een Belgische illustrator,
striptekenaar, reclametekenaar en cartoonist.

 photo DSC_3611RudiVranckxTekstCarylStrzeleckiTekeningenDeGierenClub.jpg

Zelf noemen de makers Joe Sacco als inspiratiebron.
Dat is begrijpelijk al zijn de verhalen van Sacco meer
geconcentreerd rond 1 verhaal, 1 gegeven.
In De Gierenclub worden eigenlijk verhalen verteld
rond 4 landen: Tunesie, Egypte, Libie en Syrie.

Ik vind het ook wel wat weghebben van Guy Delisle.
Hij schrijft op een meer poetische manier over zijn
journalistenbestaan.
Meer literair, meer met het oogpunt een stripverhaal te maken.
Het werk van Rudi Vranckx en Caryl Strzelecki is meer
een ‘verstript’ artikel of tv-rapportage.

Het resultaat is erg geslaagd.
De tekenstijl wordt aangepast aan het verhaal.
Zo komt er geregeld een stuk waarin de schrijver met de tekenaar overlegd.
Een soort introspectie. Daarvoor is een aparte uitvoering gekozen.

De misschien wel zwartste bladzijde uit de Arabische Lente,
de arrestatie en moord op Moammar Khadaffi,
is ook als zwarte bladzijdes opgenomen:

 photo DSC_3613RudiVranckxTekstCarylStrzeleckiTekeningenDeGierenClubZwartePagina.jpg

 photo DSC_3614RudiVranckxTekstCarylStrzeleckiTekeningenDeGierenClubOverleg.jpg
Het overleg tussen schrijver (en ervaringsdeskundige) en de tekenaar en soms zoals in dit voorbeeld: introspectie.

De term ‘Gierenclub’ is een geuzennaam voor dezelfde internationale groep journalisten
die elkaar steeds weer tegenkomen bij brandhaarden. Waar ook ter wereld.
Een fenomeen dat door Vranckx verder niet wordt uitgewerkt.
Maar dat is niet storend omdat wat er verteld wordt, er echt toe doet.

 photo DSC_3615RudiVranckxTekstCarylStrzeleckiTekeningenDeGierenClubJournalistieker.jpg

Als een serie verstripte foto’s.

Gedundrukt

Ik ken Simon Carmiggelt van vroeger, van de tv.
Mijn herinneringen zijn niet heel gedetailleerd:
de begin tune ‘In a sentimental mood’ The Duke Ellington Orchestra,
zijn stem, zijn tempo.

Dus meer de sfeer dan feitelijke dingen.
Maar als ik hem lees hoor ik hem weer.

Nu ik hem lees ervaar ik hoe goed de Kronkels geschreven zijn.
De details, de slotzin, de situatieschets, het portret, de humor.

Over de humor valt veel te zeggen.
De droge vertel trant in combinatie met soms diepe triestheid,
levert komische situaties op.
Situaties die je ook bij andere komische talenten ziet
als Charles Chaplin of Buster Keaton.
Hun timing is net als bij Simon Carmiggelt perfect.
Net als Simon Carmiggelt schuwen ze schrijnende situaties niet.
Simon Carmiggelt schrijft bijvoorbeeld regelmatig over Amsterdamse Joden
en hun lot tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Scherpe constateringen gaat hij daarbij niet uit de weg.
Het effect is dat de boodschap beter blijft hangen
dan wanneer hij dijenkletsers zou schrijven.
Iets wringt er namelijk, in het verhaal maar achteraf ook in je hoofd.

De Kronkels gaan vaak over op zich alledaagse situaties met gewone mensen.
Allemaal in Den Haag of Amsterdam.
Er staan er gelukkig een aantal op YouTube.

Normaal zou ik nu een stukje aanhalen maar
dat doe ik hier niet.
Het boekje is niet duur en erg leuk.
Gewoon kopen en lezen!
Aanraders: ‘De heer Cohen’ (1947) en bijvoorbeeld ‘Buigen’(1980).
Deze keer boog ik ook.

 photo DSC_3606CarmiggeltGedundrukt.jpg
Simon Carmiggelt, Gedundrukt (uitgegeven door Van Oorschot).

Het boek heb ik meegenomen naar India.
In Pushkar ben ik begonnen het te lezen.
De afgelopen dagen heb ik de laatste verhalen gelezen.
De extra grijze omslag heeft de vliegreis niet overleefd.

Thuis in de Bijbel; Oude meesters, grote verhalen

Onlangs bezocht ik de tentoonstelling
‘Thuis in de Bijbel; Oude meesters, grote verhalen’.
De tentoonstelling is een samenwerking tussen Museum Catharijneconvent
en het Nederlands Bijbelgenootschap.
Een beetje een zwaar onderwerp voor 2e Paasdag,
maar ik heb afgelopen week de laatste pagina’s
van het boekje dat bij de tentoonstelling verscheen gelezen.
Daar wilde ik nog wat over zeggen.

 photo ThuisInDeBijbelOudeMeestersGroteVerhalen.jpg

Mijn interesse in de tentoonstelling komt voort uit
mijn belangstelling voor kunst.
In de westerse kunst komen verhalen uit de bijbel steeds terug.
Veel van die verhalen kennen we vandaag niet meer
en de schilderijen vertellen hun verhaal dan ook moeilijk.

Wat je van een tentoonstelling als deze dan verwacht
is een verbreding en verdieping van je kennis
en heel veel mooie kunstwerken.
Aan dat laatste is geen gebrek op de tentoonstelling.

Een boek bij de tentoonstelling kan de verwachtingen
nog verder uitwerken: meer verbreding en verdieping.
En juist daar gaat het bij het boek mis.

Wat ik mis in het boekje ‘Thuis in de bijbel; Oude meesters, grote verhalen’
zijn de volgende zaken:

= meer eenheid
hetzelfde verhaal (bijvoorbeeld ‘de verloren zoon’ komt vele malen
in de tentoonstelling en in het boek terug op verschillende afbeeldingen.
De teksten in het boek verschillen dan niet zo veel.
Ik had deze situaties meer als een (1) hoofdstuk behandeld
en dan de onderwerpen dieper uitgewerkt.

= waarom zijn deze werken gekozen
naast de verhalen die op de werken in de tentoonstelling afgebeeld zijn,
zijn er noog veel meer Bijbelverhalen die vaak terugkomen.
Waarom is voor deze verhalen gekozen, wat zijn zoal die andere verhalen?

Daarnaast viel ik over een stukje tekst van Tanja G. Kootte
op pagina 89. Daar staat:

 photo GehuwdmetdevromeSara.jpg

De tekst luidt:
“Gehuwd met de vrome Sara
keert hij terug naar zijn vader Tobit en moeder Anna.
Het verhaal van Tobias en Anna,
Tobit en Sara,
beschreven in het apocriefe boek Tobit,
is erg geliefd in de zeventiende eeuw. (TGK)”

In de tekst geeft ze een opsomming van de vier centrale figuren in het verhaal.
Er staat: ‘Het verhaal van Tobias en Anna, Tobit en Sara’.
En volgens mij is dat niet correct.

Op het net heb ik wat achtergrond informatie gezocht.
Ik kwam op de site van het Museum Meermanno:
http://collecties.meermanno.nl/handschriften/tobias1

Daar staat het volgende verhaal van Peter van Huisstede:

Wat zijn de bouwstenen of ingrediënten die je nodig hebt voor een wonderlijk verhaal als dat van Tobit en Tobias? Allereerst een flinke dosis rampspoed en ellende. Tobit is een vrome Jood die wordt getroffen door ongeluk: Een poepje van een zwaluw maakt hem blind en het gezin raakt in geldnood. Sara verliest al haar echtgenoten door een demon. Verder: een lange reis. Tobias onderneemt een lange reis om geld voor zijn vader op te halen. Een trouwe helper. Azarias (de door God gezonden de aartsengel Rafaël in vermomming) is een handig baasje. Hij weet overal wat op: De ingewanden van de vis kun je gebruiken om Tobit te genezen en de demon te vangen. En een happy end. Tobias komt weer veilig thuis, getrouwd met Sara, hij is nu rijk en hij geneest zijn vader Tobit.

Tobit is een vrome Jood die zich, zelfs nu hij in ballingschap in Nineve woont, aan de wetten van de Joodse religie houdt. Hij voedt de hongerigen, kleedt de naakten en begraaft de doden. Op een dag vertelt zijn zoon Tobias hem dat er in de straat een vermoorde man ligt. Tobit begraaft de man tegen zonsondergang. Omdat Tobit zich onrein voelt, slaapt hij die nacht buiten, tegen de muur. ’s Nachts krijgt hij vogelpoep uit een zwaluwnest in zijn ogen. Zijn ogen raken bedekt met een witte laag en Tobit kan niet meer zien.

Anna, de vrouw van Tobit, onderhoudt nu het gezin met spinnen. Tevreden met haar werk, krijgt zij van haar baas een jonge geit als extraatje. Tobit denkt dat Anna het geitje heeft gestolen en beveelt haar het dier terug te brengen. Ondanks Anna’s aandringen weigert Tobit haar te geloven. Anna wordt kwaad en noemt haar man een huichelaar. Tobit legt dit uit als een teken van God’s toorn en vraagt God om dood te mogen gaan.

Diezelfde dag, in het verre Ekbatana, wil een jonge vrouw ook sterven. Het is Sara, de dochter van Raguël. Sara is zeven maal getrouwd, maar telkens stierf haar echtgenoot in de huwelijksnacht door toedoen van een demon.

God hoort de gebeden van de twee ongelukkigen en stuurt Rafaël, zijn aartsengel, om hen te helpen.

Tobit roept zijn zoon Tobias bij zich en vertelt hem hoe hij zich moet gedragen: wat hij wel en wat hij niet moet doen. Hij vraagt Tobias geld op te halen dat hij nog tegoed heeft van een man in Medië. Hij raadt Tobias aan een reisgezel te zoeken voor deze lange reis. Tobias gaat naar buiten en treft, hoe kan het ook anders, Rafaël die zichzelf Azarias noemt. Tobias ziet niet dat Azarias eigenlijk de aartsengel Rafaël is. Tobit bespreekt met Azarias het salaris en Tobit stelt Azarias een bonus in het vooruitzicht bij een behouden thuiskomst.

Tobias en Azarias vertrekken vergezeld door het hondje van Tobias. Bij de rivier de Tigris wordt Tobias aangevallen door een vis. Azarias laat Tobias de vis vangen. Ze ontdoen de vis van galblaas, hart en lever; de rest eten ze op. Azarias vertelt Tobias dat hart en lever van de vis gebruikt kunnen worden om slechte geesten te verdrijven. De gal is een goed geneesmiddel bij blindheid. Alle ingrediënten voor een happy-end zijn nu aanwezig en het verhaal ontwikkelt zich nu rap.

In Ekbatana gaan onze twee reizigers direct naar het huis van Raguël. Hij is familie van Tobit. Na wat nieuws te hebben uitgewisseld, wordt Tobias de achtste echtgenoot van Sara. Het huwelijk vindt nog diezelfde dag plaats. Wanneer het jonge echtpaar alleen is, verbrandt Tobias het hart en de lever van de vis en de reuk ervan verdrijft de demon. Tobias en Sara bidden en gaan daarna slapen. Raguël, voorbereid op het ergste, is al begonnen met het graven van een graf. Wanneer hij van een dienstmeid hoort dat alles goed gaat, is hij erg blij. Nu wordt het huwelijk pas echt gevierd. Tobias vraagt aan Azarias het geld in Medië op te halen. Na twee weken festiviteiten ontvangt Tobias de helft van Raguëls bezittingen en beginnen ze aan de terugtocht.

De vetgedrukte stukken tekst zijn van de auteur.
De dikgedrukte, paarse aanduiding is van mij.

 photo PetrusComestorBibleHistorialeDeBruiloftVanTobiasEnSara1372.jpg

Petrus Comestor, Bible Historiale, De bruiloft van Tobias en Sara, 1372.

In Nineve hebben Tobit en Anna al bijna de hoop op de terugkeer van Tobias opgegeven. Anna is dan ook verrukt wanner ze Tobias en Azarias ziet. Tobit loopt, in zijn haast om buiten te komen, tegen de deur aan. Tobias loopt naar zijn vader en smeert de gal van de vis op zijn ogen. Nu kan de witte laag weggehaald worden en kan Tobit weer zien. Ook in Nineve wordt het huwelijk van Tobias en Sara nog een week gevierd. Tobit dringt er bij Tobias op aan Azarias te betalen. Wanneer Tobias hem de helft van zijn bezittingen aanbiedt, maakt de engel bekend wie hij is. Tobit en Tobias knielen vol ontzag en bedekken hun gezicht uit angst. Wanneer ze opkijken is Rafaël / Azarias verdwenen.

Het verhaal eindigt met een dankgebed van Tobit die, zo lezen we, acht jaar blind is geweest.

Als ik de vier centrale personen van het verhaal zou opnoemen zou ik zeggen:
Vader Tobit en moeder Anna, zoon Tobias en schoondochter Sara.
Ik denk dat in het boek Tobit en Tobias zijn omgewisseld.

Overigens is het verhaal van Museum Meermanno
geplaatst bij een boek. Dat boek is:

Petrus Comestor, Bible historiale (vertaling uit het Latijn door Guyars des Moulins)
Parijs, Raoulet d’Orléans (kopiist), Jean Bondol,
Eerste Meester van de Bijbel van Jean de Sy,
en anderen (verluchters); 1372

Beschrijving
1 bladgrote miniatuur (214×155 mm);
11 miniaturen (168/54×151/102 mm);
247 kolomminiaturen (70×70 mm);
Een van deze miniaturen is hierboven opgenomen.
12 gehistorieerde initialen (45/25×41/25 mm);
4 randversieringen;
gedecoreerde initialen met randversiering (ff. 3r, 4v, 5r, 5v, 6v, etc.);
penwerk initialen met penwerk-versiering door het hele handschrift

Al deze miniaturen zijn op de website van Museum Meermanno te zien.
De afbeelding ‘De bruiloft van Tobias en Sara’ die ik hierboven gebruik,
is een van de 247 kolomminiaturen van het boek.

Okay, een te zwaar verhaal voor Pasen,
maar het lag al een tijdje te wachten.
Mooie tentoonstelling. Is nog te zien tot 10 augustus 2014.

De vrouw blijft uit beeld

Afgelopen maandagavond ben ik naar een Boek in Beeld
voorstelling geweest in het Chasse Theater in Breda.
De voorstelling betrof de film ‘The Invisible Woman’.
Nee, geen actiefilm over een nieuwe superheldin
maar een film over een van de vrouwen in het leven van
Charles Dickens.

‘De grootste Engelse schrijver na Shakespeare’, Charles dickens
had een vreemde relatie met vrouwen.
Vier vrouwen spelen een bijzondere rol in zijn leven.
In zijn boeken komen die vreemde, engelachtige wezens terug.
Dickens idealiseerde vrouwen tot engelen, haast een andere soort.
Mooi, niet slim, eerder kinderlijk maar tegelijkertijd verheven.
In zijn persoonlijk leven leverde dit wat problemen op.

Zo was zijn eerste liefde een onbereikbare dochter
van een bankier, die hem lang aan het lijntje hield
en uiteindelijk afwees (Maria Beadnell).

Een andere ‘Engel’ was zijn schoonzus die deel uitmaakte van
zijn gezin en heel plotseling stierf (Mary Hogarth).

Met zijn vrouw had Dickens 10 kinderen maar het huwelijk (22 jaar)
was niet gelukkig.
Het leidde uiteindelijk tot een financiële regeling,
een scheiding van tafel en bed.
Een werkelijke scheiding was in die tijd onmogelijk.

 photo DSC_3427TheInvisibleWoman.jpg

Nummer vier is de vrouw waar de film over gaat: Ellen Lawless Ternan.
Bewezen details van de relatie zijn schaars.

Maar velen herkennen haar in bijvoorbeeld Estella (uit Great Expectations).
De gespannen relatie tussen Pip en Estella en de uiteindelijk
onbeantwoorde liefde (in het originele einde van het boek, voor de uiteindelijk
uitgegeven versie herschreef Dickens het einde in een happy ending),
krijgen belangrijke plaatsen in de film.

Een van de biografen van Dickens; Claire Tomalin,
schreef een boek over die relatie met ellen Ternan: ‘The Invisible Woman’.
Mooi aan de film naar dit boek, is dat de film grotendeels vanuit
het standpunt van Ellen gemaakt is.

De maker van de film, Ralph Fiennes, slaagt er erg goed in
schijnbaar onrijmbare zaken te laten samenvloeien
tot een goed lopend en geloofwaardig verhaal.

Natuurlijk een verhaal met prachtige kostuums, in prachtige landschappen,
met mooie huizen en de gruwelijke levensomstandigheden
voor de lagere sociale klassen van die tijd (BBC!).

Trivia:
What’s in a name.
De tweede naam van Ellen is Lawless.
Letterlijk betekent dit ‘zonder wet’.
De Ellen in film is dat juist niet, ze is zich erg bewust
van de conventies, de wetten, die gelden in de samenleving
waarin zij en Dickens moeten leven en die
een relatie van haar met een getrouwde vader van 10 kinderen
nooit zou accepteren.

De film is binnenkort in de theaters te zien.

Boekhandel Gianotten / Michael Jepkes

Op de dag dat het failliete Polare
verongelijkt in het nieuws is
omdat de leveranciers niet 10 miljoen euro
voor hun rekening willen nemen.
Die 10 miljoen, een schuld die het gevolg is
van jaren de plank misslaan op het gebied van boekenretail.

Op zo’n dag, vind je hier een voorbeeld
van waar een goede boekhandel toe kan leiden.

Ik heb onlangs een katern gekregen
van een oude Dagblad de Stem.
Van 8 april 1998 om precies te zijn.

 photo DSC_3198DeStemMichaelJepkesDeGroteOfOnze-Lieve-Vrouwekerk1998.jpg

De Stem, Michael Jepkes, journaal van De Grote Of Onze-Lieve-Vrouwekerk te Breda, woensdag 8 april 1998.


 photo DSC_3198DeStemMichaelJepkesDeGroteOfOnze-Lieve-Vrouwekerk1998Detail.jpg

De Stem, Michael Jepkes, journaal van De Grote Of Onze-Lieve-Vrouwekerk te Breda. Detail met onder andere de muurschildering van Christoffel.


De tekening op de voorkant is gemaakt door Michael Jepkes.
Zijn werk kende ik niet
maar afgelopen week heb ik een boek gekocht van hem.
‘De Grote of Onze-Lieve-Vrouwekerk, een schetsboek’.

 photo DSC_3197MichaelJepkesDeGroteOfOnze-Lieve-Vrouwekerk1996.jpg

Michael Jepkes, De Grote of Onze-Lieve-Vrouwekerk, 1996.


Dit boek is gescand en gedrukt door
Drukkerij H. Gianotten B.V. Tilburg en uitgegeven
door Boekhandel Gianotten in 1996.
Deze boekhandel is een van de zaken die zijn
opgeslokt door eerst Selexyz en later Polare.
Met Polare gaat deze boekhandel definitief verdwijnen.
Althans dat is mijn verwachting.

Terug naar het boek.
Het boek bevat naast heel veel tekeningen van de Grote Kerk,
vanuit verschillende bekende plaatsen in Breda,
ook twee uitklapbare tekeningen die Michael Jepkes
vanuit de Grote Toren maakte.

 photo DSC_3195MichaelJepkesDeGroteOfOnze-Lieve-Vrouwekerk1996.jpg

Michael Jepkes, De Grote of Onze-Lieve-Vrouwekerk, 1996. Pagina 72 en verder. Panorama van zuid naar noord.

 photo DSC_3196DetailMetSpanjaardsgatEnSilosVanSuikerfabriek.jpg

Michael Jepkes, detail van vorige tekening. Met het Spanjaardsgat en de silo’s van de Suikerfabriek.


 photo DSC_3194KasteelpleinEnGroteKerk.jpg

Als afsluiting een van de vele prachtige tekeningen van Michael Jepkes: Grote Kerk vanaf het Kasteelplein.


Erfenis

Vandaag ontving ik een erfenis.
Geen hele grote, geen geld,
maar wat mooie spulletjes.
Een eerste blik:

 photo DSC_3152Erfenis.jpg

Onder andere een boekje over de vestingswerken van Breda, prenten,
een speldje van de Grote Kerk, twee grote foto’s, een stoeltje uit de Grote Kerk,
een boek over de Martinuskerk in Princehage en over 500 jaar Grote Toren.
Leuk ook is een katern van De Stem van woensdag 8 april 1998:
Journaal van de Grote of Onze-Lieve-Vrouwekerk te Breda
door Michael Jepkes.

Als extraatje zit er een serie foto’s van de Antwerpse haven bij.
Beter gezegd (volgens het boekje) 10 ontvouwbare zichtkaarten
Daar ga ik binnenkort een eigen log over schrijven.

Door zonder familie

‘Door zonder familie’ wordt door tekenaar/schrijver Gerrit de Jager
een beeldroman genoemd.
In het Engels noem je dit een Graphic Novel.
Een populaire manier om betere stripverhalen te maken.

 photo DSC_3131GerritDeJagerDoorZonderFamilie.jpg

Gerrit de Jager, Door zonder familie.

Bij Gerrit de Jager zit de kracht niet in ‘de klare lijn’,
de fantastische inkleuring of vernieuwende pagina indelingen.
Voor mij zit zijn kracht in de humor.
De humor en zelfspot spatten dan ook vanaf de pagina’s
in Door zonder familie.
Een leuke woordspeling op de Familie Doorzon.

Veel plezier!

Gelezen

Philippe Bonifay & Thibaud de Rochebrune: Pinokkio
Philippe Bonifay & Stephane Duval: Blauwbaard
Philippe Bonifay & Fabrice Meddour: Sneeuwwitje

De ondertitel van deze drie stripverhalen is:
waar sprookjes vandaan komen.

 photo DSC_3077PhilippeBonifayThibaudDeRochebruneStephaneDuvalFabriceMeddourPinokkioBlauwbaardSneeuwwitje.jpg

In drie verhalen wordt achterhaal waar de betreffende sprookjes
vandaan zouden kunnen komen.
Geen wetenschappelijke analyse maar een gedachtenspinsel.
Stel dat de auteurs behoorlijk wat
dichterlijke vrijheid namen
om ervaringen, volksverhalen en verzinsels
om te toveren in lieve kinderverhaaltjes?
Dan zouden deze drie verhalen best wel eens kunnen kloppen.
Ik heb genoten.
Waarschuwing:
voor kinderen zijn de verhalen niet bedoeld.

 photo DSC_3078Sneeuwwitje.jpg
Philippe Bonifay & Fabrice Meddour: De heks in Sneeuwwitje.

Een woord vooraf

Op zeven van die meesterwerken na, zo besefte ik, had op zijn minst eens in mijn leven voor alle gestaan.
Terwijl ik de personages op de foto’s iets nauwkeuriger bekeek – overal staat minstens één figuur op, op sommige honderden – realiseerde ik me dat ik ze allemaal ooit al had ontmoet, maar ze me niet zo helder voor de geest kon halen als ik zou willen.
Ik beschouwde hen niet als oude vrienden of overleden familie, maar zag in dat ze voor mij onsterfelijke, emotieve symbolen waren geworden van het denkbeeldige universum dat kunst is.

 photo DSC_2921Till-HolgerBorchertMeesterwerk.jpg

Ik heb mijn telefoon erbij gelegd om een idee te geven van de grootte van het boek ‘Meesterwerk van Van Eyck tot Rubens in Detail’ van Till-Holger Borchert.

Dat is een mooi begin of een mooie herinnering of allebei.
Is dit je eerste kennismaking met deze werken, ga ze dan bekijken.
Herinneren deze afbeeldingen je aan sterke emoties die je gewaarwerd toen je er voor stond, ga ze dan opnieuw bekijken.

Mickey Cartin

 photo DSC_2922Till-HolgerBorchertMeesterwerk.jpg

‘Meesterwerk van Van Eyck tot Rubens in Detail’ van Till-Holger Borchert.

Meeterwerk

Ik heb het boek zaterdag al even in de hand gehad.
Even mogen bladeren door de prachtige afbeeldingen.
Genieten van de kleuren en details.
Kopen kon ik het niet want er was een koper voor me.
Die was op slag verliefd op het boek, kocht het en nam het mee.
Ik moet dus nog een paar dagen wachten.
Hier alvast de recensie zoals die vorige week in de Volkskrant stond.

 photo Till-HolgerBorchertMeesterwerkTitelMetSterren.jpg

Sommige schilderijen zijn het artistieke equivalent van een sluipmoordenaar. Ze zijn stil en hebben eindeloos geduld. Je kunt een schilderij jaren kennen voordat het binnenkomt. Er steeds weer langslopen en één detail zien, een gezicht of een vaas, en de impact van het geheel totaal missen. Of andersom; die vertrouwde compositie, die kleuren, kunnen steeds weer een belangrijk detail of verhaal voor je verhullen. Een goed werk bekruipt je, draalt om je heen als een meisje dat aandacht weet te vangen zonder het te vragen. Tot het moment daar is.

Till-Holger Borchert, als hoofdconservator hoeder van een magische collectie Vlaamse Primitieven in het Groeningemuseum in Brugge en groot cultureel-kenner-in-de-breedte, kent dat mechanisme. Hij weet hoe mensen kijken, en vermoedelijk hoe mensen minder zien naarmate ze meer denken te weten. De rest vullen we immers zelf wel in. Hij zal ook de bewegingen kennen die mensen maken als ze voor de Madonna met kanunnik Joris van der Paele van Jan van Eyck staan, het Moreel-triptiek van Hans Memling of Hugo van der Goes’ Dood van Maria. Zij die de tijd nemen, maken een langzame dans; heen en weer, een stap terug, vooruit, een beetje buigen, en weer achteruit.

In Meesterwerk, een boek als een privétentoonstelling, beantwoordt Borchert aan dat mechanisme – de relatie tussen geheel en detail, vorm en verhaal, gevoel en kennis. Per kunstenaar voert hij exemplarische kunstwerken op en zoomt in tekst en beeld per pagina in op details, als een regisseur die zijn objecten met de camera streelt. Hij stelt de kunstwerken voor, geeft ze context, reikt details aan die je nooit zag of die je eerder zag, maar die nu van jou zijn. De pagina’s zijn groot (A3), de beelden zonder kadrering geplaatst, vaak zijn details groter afgebeeld dan ze in werkelijkheid zijn geschilderd.

 photo Till-HolgerBorchertMeesterwerkOmslag.jpg

Je oog wordt aldus zelf een camera die als Google Art rolt langs duivels met vlindervleugels, egels in zeepbellen, vallende kinderen in het vuur van de hel, edelstenen in een kroon van bont. Een uitgeblazen kaars, een mistig landschap, een zoom van brokaat. Gillende monsters, de vertrokken pijn van een gemartelde rechter of de tranen van Maria bij de kruisafneming van Christus, druppelend langs haar rode neus en lippen, omdat ze buigt in wanhoop.

En je weet weer; het is om te huilen zo mooi, deze aandacht voor details en menselijkheid. Van Rogier van der Weyden, Hieronymus Bosch of Rubens, Gerard David of Dieric Bouts.

Het is wonderlijk dat het zo werkt, want van het belangrijkste zijn we immers verstoken in dit boek: de verflaag zelf. Wat deze kunstwerken niet kunnen bieden, geeft dit boek: langdurige nabijheid en een uitlichting van details die je misschien nog niet kende. En wat het boek niet kan bieden, biedt het kunstwerk als je het weer bezoekt: de diepte van de verf, de transparantie van het materiaal, het geheel en de details waartoe je je fysiek kunt verhouden.

Meesterwerk is een herinnering daaraan, een indicator. Die pagina voor pagina wijst op het soms onbevattelijk diepe begrip en de kennis van de wereld en de mens die de beste kunstenaars hadden. En waaraan ze vorm gaven in hun kunst.

(Recensie door Wieteke van Zeil, gepubliceerd op 07-12-2013)

Gehoord

De afgelopen week heb ik me verdiept in het hoorcollege
van Prof. mr. Jan Lokin.
Het gaat over Charles Dickens.
Ik ben geen kenner van het werk van Dickens maar
net als veel anderen kijk ik met heel veel plezier
naar de verfilming van zijn boeken.
Ook de oudere zwart/wit verfilmingen (Oliver Twist!)

 photo DSC_2899DickensHoorcollege1.jpg

Het college mengt op een leuke manier opvattingen
en fragmenten van de boeken van Dickens (vaak in het Engels)
en leuke feiten.
Ik luister er met veel plezier naar.

Er zitten leuke feiten tussen zoals die over de Pickwick thee,
al geeft Wikipedia een andere versie. Belangrijk is dat
de naam van de thee en dus indirect ook de verpakking,
is ontleend aan de Pickwick Papers.
(The Posthumous Papers of the Pickwick Club)

 photo DSC_2900DickensHoorcollege2.jpg

Dat letters me bezig houden zal de bezoekers van mijn blog
misschien opgevallen zijn en daarom beviel mij de beginzin
van Great Expectations heel erg:

The shape of the letters on my father’s,
gave me an odd idea that he was a square,
stout man, with curly black hair.
From the character and turn of the inscription
‘Also Georgina Wife of the Above’
I drew the childish conclusion
that my mother was freckled and sickly.

In de Nederlandse vertaling van Heijn de Bruijn,
Prisma, De werken van Charles Dickens,
Grote Verwachtingen, gaan deze zinnen als volgt:

De vorm van de letters op de zerk van mijn vader
gaf mij zo’n vaag idee,
dat hij een vierkante,
robuste man met krullend zwart haar geweest was.
Uit het karakteren de trant van de inscriptie,
‘En Georgina, Echtgenote van Bovengenoemde’,
trok ik de kinderlijke conclusie,
dat mijn moeder een sproetig en ziekelijk uiterlijk had.

Zowel het Engels als het Nederlands in bovenstaande teksten
klinkt ons vandaag de dag wat stroef.
Maar dat een weeskind op basis van letters op een graf
het uiterlijk van zijn ouders construeert,
lijkt me typisch voor Dickens.
Het geeft ook meteen de kracht van lettertypes aan.

 photo DSC_2902CharlesDickensGroteVerwachtingen.jpg

Al is het Engels van de citaten soms best moeilijk, het college
geeft inzichten en samenhang waar ik nog geen weet van had.
Wel heb ik het idee dat soms de hoofdstukken wat vreemd zijn afgekapt,
de Jan Lokin nog meer te vertellen had, waar wij nu alleen naar kunen raden.

India 2013: gelezen

Het boek ‘Diplomaat van de Tsaar’ van Angela Dekker
heb ik met heel veel plezier gelezen in India.
Met name tijdens de eerste dagen van de Pushkar Fair.

 photo DSC_2877DAngelaDekkerDiplomaatVanDeTsaar.jpg

Het boek gaat over een Russische diplomaat aan de ambassade in Den Haag.
De man werkte voor het Tsaristisch Rusland.
Dan breekt de revolutie uit.
De Tsaristische ambassade wordt niet erkend door het nieuwe regime.
Het personeel blijft zo goed als het gaat, de werkzaamheden voortzetten.
De revolutie was immers niet in een dag geregeld en lange tijd
was er hoop dat de communisten de slag niet zouden winnen.
Uiteindelijk doen ze dat wel.

In tussentijd vluchten Russen naar het Westen in verband
met de revolutie en de wereldoorlog.
Dhr. Poustochkine maakt moeilijke tijden mee en rond hem heen
zijn er allerlei verhalen te vertellen over andere mensen.
Russen en Nederlanders, wiens levens verstrengeld raken met de geschiedenis.
Angela Dekker doet dat heel goed wanneer ze schrijft over
het Russisch Strandgoed.

Vandaag de dag stranden nog steeds veel mensen ergens op de wereld.
Misschien niet van zo’n voorname komaf als Dhr. Poustochkine.
Dat maakt hun verhaal waarschijnlijk nog schrijnender.

Munch door Steffen Kverneland

 photo DSC_1553MunchSteffenKverneland.jpg

Nog een stripverhaal of graphic novel zo je wil
over een kunstenaar.
Hadden we eerder dit jaar het mislukte boek over Rembrandt,
hier een voorbeeld van hoe het ook kan.
Het boek is niet eenvoudig.
Dat was Munch ook niet en dat zijn zijn werken
vandaag de dag nog steeds niet.
Ik ben eens op bezoek geweest in het Munch Museet
in Oslo en er ging een wereld voor me open.

 photo DSC_1555Munch.jpg

De striptekenaar heeft zich niet beperkt tot het standaard patroon
van een stripverhaal. alles lijkt mel geoorloofd.
Het resultaat mag er zijn.

 photo DSC_1557Munch.jpg

Met prachtige grote tekeningen, ingekleurd, of foto’s en penschetsen.
Het hele tekenarsenaal wordt uit de kast gehaald en levert
een stripboek op van 273 pagina’s.

 photo DSC_1558Munch.jpg

Doe iemand een plezier met Sinterklaas of zomaar.

ParaGames Breda

Vorige week, ondanks al het slechte weer,
was er een groot sportevenement in Breda.
Ik ben nog even gaan kijken op de KMA.

 photo DSC_1456ParaGamesBreda.jpg

 photo DSC_1456.jpg

Entree van de KMA.


Bij binnenkomst liep je gelijk een enorme tent in.
Er was ruimte voor een speelveld.

 photo DSC_1459Concentratie.jpg

Als ik binnenkom zijn de opwarmoefeningen aan de gang. Al gauw steekt men de koppen nog eenmaal bij elkaar voor de wedstrijd.


 photo DSC_1460HogeSnelheid.jpg

Het spel gaat met een enorme snelheid.


 photo DSC_1462VeelActie.jpg

Met heel veel actie.


 photo DSC_1464DoodSpelmoment.jpg


Om goede foto’s te maken sta ik precies aan de verkeerde kant van het veld en bovendien is het vrij donker in de tent. Maar dat heeft totaal geen invloed op het spel.


 photo DSC_1472Hockey.jpg

Ook bij het hockey zit de vaart erin.


Stefan Verwey / Marshall McLuhan: books would become art objects.

 photo DSC_1144StefanVerweyVolkskrant20130615.jpg

Stefan Verwey in de Volkskrant van 15 juni 2013 over boeken. Helemaal in de trent van Marshall McLuhan: books would become art objects.

Woody Allen interview in Esquire

Er is een nieuwe film op komst van Woody Allen.
Je kunt er je kalender op gelijk zetten,
want elk jaar komt er wel een film van hem uit.
In het kader van het uitkomen van de nieuwe film – Blue Jasmine,
is Woody Allen gevraagd voor een interview in Esquire.

Hij zegt daarin het volgende:

Marshall McLuhan predicted books would become art objects at some point. He was right.

In het Nederlands:
Marshall McLuhan voorspelde dat boeken ooit
kunstobjecten zouden worden.
Hij had gelijk.

Ik wist niet wie Marshall McLuhan was/is.
Wiki brengt dan uitkomst:

Herbert Marshall McLuhan (21 juli 1911, Edmonton, Canada – 31 december 1980) was een Canadees filosoof en wetenschapper. Tot zijn belangrijkste werkgebieden behoren mediastudies en mediatheorie. Hij was de grondlegger van het concept global village. Dit concept werd door McLuhan voor het eerst geformuleerd in 1959, ver voordat de vorming van een ‘globaal dorp’ (met de opkomst van het internet en het wereldwijd web) voor iedereen zichtbaar werd.

Uit:
Woody Allen Interview 2013 –
Blue Jasmine Director Woody Allen on Movies, Success & Life –
Esquire

HhhH, Laurent Binet

 photo GuilleVizzariEsmeraldaProHhhHLaurentBinet.jpg

Maar in hoofdstuk 97 gaat hij nog even in
op een van zijn naaste collega’s:

Een onderafdeling van de Gestapo, al is de werkelijke status veel hoger, maar je kunt beter discreet blijven over gevoelige onderwerpen, wordt gevormd door Joodse zaken. Voor de leiding daarvan weet Heydrich al wie hij wil hebben, de aangewezen persoon is die kleine Oostenrijkse Hauptsturmfuhrer, die zulk goed werk aflevert, Adolf Eichmann.

Hoofdstuk 104, een volgende stap in de carrière van Heydrich:

In Berlijn geen ronde tafel of zwarte magie, er heerst een bureaucratische sfeer en Heydrich schrijft ijverig zijn instructies. Göring heeft hem gevraagd het kort en bondig te houden. Op 2 juli 1941, dus twee weken na het begin van Barbarossa, laat hij de volgende notitie verspreiden onder de leidinggevende SS’ers die achter het front opereren: ‘Geëxecuteerd moeten worden: alle functionarissen van de Komintern, de partijfunctionarissen, de volkscommissarissen, joden die functies bekleden binnen de partij of de staat en andere radicale elementen (saboteurs, propagandisten, partizanen, moordenaars, agitatoren).’
Inderdaad bondig, maar ook omzichtig , en zelfs enigszins merkwaardig geformuleerd, want waarom die nadere omschrijving van de joodse functionarissen, terwijl alle functionarissen moeten worden gedood, of ze nu joods zijn of niet?

Twee weken later is de gene verdwenen, weggevaagd door de euforie van de overwinningen. Terwijl de Wehrmacht het Rode Leger op alle fronten verplettert, de Duitse opmars sneller gaat dan de grootste optimisten verwachtten, en er al driehonderdduizend Sovjetsoldaten krijgsgevangen zijn genomen, herschrijft Heydrich zijn instructie. Hij herhaalt de belangrijke punten en breidt zijn lijst uit met wat detailleringen (hij voegt er bijvoorbeeld ook de oud-commissarissen van het Rode Leger aan toe). En ten slotte vervangt hij ‘de joden die functies bekleden binnen de partij of de staat ’door ‘alle joden’.

Over de stijl van zijn boek. Hoofdstuk 107.

Natacha leest het hoofdstuk dat ik net heb geschreven. Bij de tweede zin roept ze uit: ‘Hoezo, “het bloed stijgt naar zijn wangen”? “Zijn hersenen bonzen tegen zijn schedelwand”? Dat heb je verzonnen!’

Hoofdstuk 150 gaat over al die mensen die bij de aanslag
(de aanloop, de aanslag zelf en de gebeurtenissen daarna)
betrokken waren.
Dat waren niet alleen Gabcik (Gabčik), Kubis (Kubiš) en Valcik (Valčik).

Ik kan deze geschiedenis niet vertellen zoals het zou moeten. Die hele warboel van personages, gebeurtenissen, data en de eindeloze vertakkingen van oorzaak en gevolg, en die mensen, echte mensen die echt hebben bestaan, met hun leven, hun handelingen en hun gedachten, waarvan ik een flintertje aanstip….
Ik bekijk een kaart van Praag waarop alle appartementen staan aangegeven van mensen die de parachutisten hebben geholpen en hun onderdak hebben bezorgd, iets waar ze bijna allemaal met hun leven voor hebben betaald. Mannen, vrouwen en kinderen, natuurlijk. De familie Svatos, op een steenworp van de Karelsbrug, de familie Ogoun, vlak bij de burcht, de families Novak, Marovec, Zelena en Fafek, die meer naar het oosten woonden. Ieder lid van elk van die families zou een eigen boek verdienen met daarin het relaas van zijn of haar deelname aan het verzet tot in Mauthausen en de tragische ontknoping.

De doden zijn dood en het maakt hun niets uit of hun eer wordt bewezen. Het is voor ons, de levenden, dat het iets betekent. De herinnering heeft geen enkel nut voor hen die ze eert, maar ze dient degenen die zich ervan bedienen. Met mijn herinnering bouw ik mijn identiteit op, met haar troost ik me.

Binet is gericht op details, alle details.
Zo maakt hij ons deelgenoot in hoofdstuk 154 van zijn twijfels
over de correctheid van gegevens en hoe daar mee om te gaan
in relatie tot een historische roman van Flaubert:

Deze keer ben ik in het nadeel, want het is veel makkelijker om me op een fout te betrappen bij een nummerbord van een Mercedes uit de jaren veertig dan bij de tuigage van een olifant uit de derde eeuw voor Christus.

Hoofdstuk 205 is een heel belangrijk hoofdstuk.
Over de stelling die Binet hierin inneemt
zijn heel wat blogs geschreven.
Ik neem dit hoofdstuk dan ook helemaal op:

Ik begin het geloof ik te begrijpen: ik ben een infra-roman aan het schrijven.

Inderdaad. Hoofdstuk 205 is slechts 1 zin.
Maar een belangrijke. Het boek is immers een roman.
Je vergeet het soms als je het boek aan het lezen bent.
Het is geen geschiedenisboek.
Dat is ook waar de meeste recensisten problemen mee hebben.
Binet stapt regelmatig met zijn eigen ervaringen (?) in het boek
op de voorgrond.
Als een detective die vertelt over hoe hij de zaak oplost.

In een interview in Vrij Nederland definieert Binet het als volgt:
een geschiedenis verteld als een roman met alle eigenschappen
en technieken van de roman – op één na: fictie

Of zoals de Volkskrant schrijft:
Laurent Binet beschrijft tot in detail hoe dat in zijn werk ging.
Maar – hoogst opmerkelijk voor een roman – hij wijkt daarbij
geen duimbreed af van de feiten.

Hoofdstuk 206, is het de vertaalster of is het Binet?

De bochten van de weg schetsen het lot van een man, en van nog een man, en van nog een man, en van nog een man.

4 x het woord man in 1 zin, 4 x H!
(Heydrich, Gabcik (Gabčik), Kubis (Kubiš) en Valcik (Valčik))

Hoofdstuk 209

Alle blikken zijn op hen gevestigd en de geüniformeerde mannen in het publiek brengen de Hitlergroet als ze langskomen. Heydrich laat zich door de grootsheid van de omgeving overweldigen, ik zie het in zijn blik, trots neemt hij het altaar met daarboven de weelderige bas-reliefs in ogenschouw, aan de voet waarvan de musici weldra plaats zullen nemen.
Muziek is zijn leven, zo weet hij die avond weer, als hij ooit vergeten was; vanaf zijn geboorte is ze bij hem geweest en ze heeft hem nooit verlaten. De kunstenaar in hem heeft altijd overhoopgelegen met de man van daad. Zijn carrière is voor hem bepaald door de loop der dingen. Maar hijzelf is altijd vervuld geweest van muziek, tot op het moment van zijn dood.
Iedere genodigde heeft het programma van de avond in zijn hand waarin het slechte proza te lezen is dat de plaatsvervangend protector zich bij wijze van introductie heeft verwaardigd te schrijven: ‘Muziek is de scheppende taal van kunstenaars en muziekliefhebbers, het uitdrukkingsmiddel van hun innerlijk leven. In moeilijke tijden brengt muziek hem die er naar luistert verlichting en in tijden van grootsheid en strijd schenkt ze hem moed. Maar muziek is bovenal de grootste expressie van wat het Duitse ras cultureel tot stand heeft gebracht. In dat opzicht is het Praagse muziekfestival een bijdrage aan de superioriteit van het heden, dat als fundament wordt beschouwd voor een sterk muzikaal leven van deze regio binnen het Reich de komende jaren.’Heydrich kan minder goed schrijven dan vioolspelen, maar dat maakt hem niet uit, omdat muziek de ware taal is van de kunstenaarsziel.
De programmering is uitzonderlijk goed. Hij heeft de beste musici laten komen om Duitse muziek ten gehore te brengen. Beethoven, Handel, Mozart natuurlijk, waarschijnlijk is men die avond voor een keer aan Wagner ontsnapt (ik weet het niet zeker want ik heb het volledige programma niet kunnen achterhalen). Maar wanneer de noten opklinken van het pianoconcert in c mineur van Bruno Heydrich, zijn vader, gespeeld door de vroegere leerlingen van het conservatorium in Halle, begeleid door een beroemde, virtuoze pianist die speciaal voor de gelegenheid os overgekomen, moet Heydrich, die de muziek door zich laat stromen als een heilzame golf, dia apotheose voelen. Ik zou dat werk ook graag beluisteren. Wanneer Heydrich aan het eind applaudisseert, zie ik op zijn gezicht het trotse waandenkbeeld van alle megalomane grote egoïsten. Heydrich geniet van zijn persoonlijke triomf via de postume triomf van zijn vader. Maar triomf is nog geen apotheose.

Het dilemma: Duits, Nazi, Cultuur.
Ook Binet ontkomt daar niet aan.

210

Gabcik is terug. Kubis en hij roken niet in het appartement van de keurige familie Ogoun die hen huisvest, om hen niet lastig te vallen en bij de buren geen argwaan te wekken.
Door het raam is te zien hoe de burcht zich tegen de nachtelijke lucht aftekent. Kubis, die diep in gedachten naar die imposante massa kijkt, zegt hardop denkend: ‘Hoe zou het morgen om deze tijd zijn…’Mevrouw Ogoun vraagt: ‘En wat zou er dan anders moeten zijn?’ Gabcik geeft haar antwoord: ‘Nee, mevrouw, niets hoor.’
Op de ochtend van 27 mei staan Gabcik en Kubis vroeger dan anders klaar om te vertrekken. De zoon van de familie Ogoun, die hun onderkomen biedt, repeteert nog een laatste keer zijn stof, want vandaag moet hij eindexamen doen en hij is heel zenuwachtig. Kubis zegt: ‘Rustig maar, Lubos, je slaagt, je slaagt heus wel. En vanavond vieren we met zijn allen dat het gooed is gegaan…’

Zwart/Groen. Het achterhalen van de feiten is ingewikkeld.
Ook hier worden we weer deelgenoot in de zoektocht van de detective.
Reusachtig ten opzichte van Klein. Humor!

212

Om negen uur is de zwarte of donkergroene Mercedes voor komen rijden met aan het stuur zijn chauffeur, een reusachtige SS’er van bijna twee meter lang, die luistert naar de naam Klein.

Binet maakt ons deelgenoot van nog een ander probleem.
Een soort bewuste Writers Block.
Hij wil wel schrijven (zoals ik altijd wel boeken wil lezen)
maar stelt steeds de apotheose uit
omdat hij niet wil dat het afgelopen is.
Fantastisch!

215

Terwijl de Mercedes van Heydrich langs de onregelmatige gesponnen draad van zijn lot kronkelt, terwijl de drie parachutisten met al hun zintuigen op scherp en gespannen in de bocht van de dood op de uitkijk staan, herlees ik de geschiedenis van Jan Zizka, beschreven door George Sand in Jean Zizka, een van haar minder bekende boeken.

Men zegt ook dat Zizka een van de grootste krijgsheren is die ooit hebben geleefd, omdat hij nooit een nederlaag heeft gekend. Ik versnipper mijn aandacht. Ik lees allemaal dingen die me van de bocht wegvoeren. En dan stuit ik op de volgende zin van George Sand: ‘Arme of gebrekkige ploeteraars, het is en blijft een hopeloze strijd tegen mensen die zeggen: “Je moet hard werken voor een pokkenleven.” Dat is geen uitnodiging meer, maar een regelrechte provocatie, en dat terwijl ik net van die uitweidingen af wil! Maar geconcentreerd op mijn doel laat ik me nu niet meer afleiden. Een zwarte Mercedes schiet als een slang over de weg, en ik zie hem.

In het volgende hoofdstuk staat naast de gebeurtenissen, de tijd centraal.

218

Hij schiet en er gebeurt niets.
Maanden van voorbereiding en nu blokkeert de stengun, dat Engelse kreng. Heydrich hier binnen zijn bereik, in zijn macht, en zijn wapen weigert. Hij haalt de trekker over en de stengun, in plaats van kogels te spuwen, zwijgt. Gabciks vingers krommen zich krachtig om het nutteloze metalen palletje.
De auto is tot stilstand gekomen en deze keer staat de tijd werkelijk stil. De hele wereld houdt op met bewegen, met ademhalen. De twee mannen zitten als versteend in de auto. Alleen de tram vervolgt zijn weg alsof er niets aan de hand was, op zo korte afstand dat een paar passagiers ook al diezelfde verstarde blik in hun ogen hebben, want ze hebben gezien wat er zich afspeelde, namelijk niets. Het gekrijs van de wielen over de stalen rails verscheurt de stilstaande tijd.

‘Wij die misschien eens zullen sterven, noemen de mens onsterfelijk in het vuur van het ogenblik.’ Ik veracht Saint-John Perse, maar zijn poezie veracht ik niet per se. Deze versregel kies ik om op dit ogenblik die frontsoldaten eer te bewijzen, ook al zijn ze boven alle lof verheven.

Hoofdstuk 221 is het laatste hoofdstuk van het eerste deel.
De gebeurtenissen die maar een paar seconden hebben geduurd
worden door Binet breed uitgesponnen waardoor het lijkt
alsof de tijd stilvalt.
Aan het begin van deel twee wordt een tegenovergestelde beweging gemaakt.
Ik herhaal hier heel hoofdstuk 221.

221

Ik ben precies daar waar ik wilde wezen. De bocht van de Holesovicestraat wordt verzengd door een vulkaanuitbarsting van adrenaline. Dit is het moment waarop een aantal individuele microbesluiten, enkel en alleen voortgekomen uit instinct en angst, leidt tot een luidruchtige hik of oprisping van de Geschiedenis.
Elk lichaam neemnt een beslissing. Klein, de chauffeur rijdt niet weg, en dat is een vergissing.
Heydrich komt overeind en trekt zijn pistool. Tweede vergissing. Als Klein blijk had gegeven van hetzelfde reactievermogen als Heydrich, of als Heydrich net als Klein verstijfd op zijn stoel was blijven zitten, dan zou alles waarschijnlijk heel anders zijn gelopen en was ik er misschien niet om er over te vertellen.
Kubis arm beschrijft een halve cirkel en de bom vliegt door de lucht. Maar, zo is het nu eenmaal, niemand doet ooit precies wat hij moet doen. Kubis mikt op de voorbank, maar de bom landt naast het rechterachterwiel. Toch ontploft hij.

HhhH van Laurent Binet

Een van de doelstellingen van Binet is om de eerste serie
hoofdstukken, de hedendaagse lezer die niet in detail
op de hoogte is van het oorlogsverloop in Tsjecho-Slowakije,
te informeren over hoe belangrijk Heydrich was voor het Derde Rijk.
Heel hoofdstuk 96 is er aan gewijd, en daarom citeer ik dat hier
in zijn geheel:

Het is ongelofelijk hoe vaak je bij de bestudering van de politiek van het Dritte Reich en met name waar die politiek het meest angstaanjagend is, Heydrich aantreft als het centrale punt waar alles van uit gaat.
Op 23 september 1939 stuurt hij de betrokken diensten een door hem ondertekende circulaire toe die betrekking heeft op ‘het joodse probleem in de bezette gebieden.’ Deze circulaire bevat het besluit tot hergroepering van joden in getto’s en het bevel overal een Joodse Raad in te stellen, de Judenrat onzaliger nagedachtenis, die direct onderworpen is aan het gezag van het RSHA. De Judenrat is ongetwijfeld geinspireerd op de ideeen van Eichmann, zoals Heydrich die in Oostenrijk heeft zien toepassen: de kern bestaat eruit de slachtoffers mee te laten werken aan hun eigen lot. Gisteren plundering, morgen vernietiging.

Het Reichssicherheitshauptamt of RSHA, was de overkoepelende veiligheidsdienst
van het Derde Rijk, opgericht door Heinrich Himmler op 22 december 1939.
Het eerste hoofd van de RSHA was Reinhard Heydrich.

Laurent Binet: HhhH

 photo DSC_0855HimmlershersendhetenHeydrich.jpg
Himmlers hersenen heten Heydrich.

Ongetwijfels een van de beste geschiedenisboeken die ik ooit gelezen heb.
Het boek hoort in het rijtje met onder andere:
Barbara Tuchman, De mars der dwaasheid
Ian Kershaw, Hitler
Sebastian Haffner, Churchill

Een groot verschil is de vorm. HhhH is een roman.
Dat staat althans om de omslag.
Naar mijn gevoel is dat meer een ‘excuus’ voor de vorm van het boek.
Het boek bestaat uit twee delen.
Deel 1 omvat 221 hoofdstukken (op 273 pagina’s).
Deel 2 omvat 36 hoofdstukken (op 70 pagina’s).
Deel twee begint met de tekst: “De bom ontploft….”.
Kortom deel een gaat over de aanloop naar de aanslag.
Deel 2 begint bij die actie van de aanslag die uiteindelijk
dodelijk zal blijken te zijn.

Het boek is geschreven door een soort alwetende verteller die
toegeeft niet alles te weten. Die aangeeft dat er rond de aanslag
veel verhalen de ronde doen die veel tijd en energie vragen
om te onderzoeken om soms tot de conclusie te moeten komen dat
het verhaal niet waar is.
Veel vaker is het onderzoek minder duidelijk, grijs.
Er zijn vaak meerdere lezingen die allemaal waar kunnen zijn.
De schrijver maakt ons deelgenoot van zijn zoektocht,
zijn persoonlijke betrokkenheid en persoonlijke mening.

Kort samengevat plegen drie personen die
door hun regering in balingschap vanuit Londen in Praag terrecht komen.
Hun doel is om een van de topnazi’s uit te schakelen:
Heydrich, tweede man van de SS, medebedenker en uitvoerder van de Holocaust.

Het boek staat vol met interessant informatie.
soms moet je natuurlijk even doorzoeken.
In het begin van het boek zijn er parallelen met het boek
van Umberto Eco De begraafplaats van Praag.
In beide boeken komt het ontstaan van de rassenleer van de nazi’s
aan de orde. Binet verwijst naar de ‘Standaard van Gobineau’.
Gobineau is de Fransman die een theorie ontwikkeld
waarin een superieur Indo-Europees ras voorkomt: de Ariers.
Hoofdtuk 37 van HhhH gaat over een vervalst document (zie ook Eco).
De namen van de mensen op die vervalste lijst zullen de
‘Nacht van de Lange Messen’ (30 juni 1934) niet overleven.
Heydrich is de opsteller van de lijst, volgens Binet.

In hoofdstuk 44 nog meer vervalsingen. De bekendste vervalsing
heeft te maken met het creeeren van een aanleiding
om Polen binnen te kunnen vallen.
Hier gaat het erom een Russisch militair in ongenade van Stalin
te laten vallen zodat hij (en andere militaire topstukken)
uitgeschakeld zullen worden:
“Daarvoor doet hij een beroep op zijn beste handlanger, Alfred Naujocks,
specialist in louche zaken.
Gedurende drie maanden zal Naujocks een reeks vervalsingen
in elkaar zetten met de bedoeling de Russische maarschalk
in opspraak te brengen.”
“Wanneer het dossier compleet is, geeft Heydrich een van zijn mannen
opdracht het te verkopen aan een agent van de NKVD.
De ontmoeting geeft aanleiding tot een schitterende spionage-
uitwisseleing, want de Rus koopt het valse dossier
van de Duitser met valse roebels.
Ze denken allebei dat ze de ander erin laten lopen,
maar ze worden zelf bedrogen.”

Doet je toch vraagtekens zetten bij lekkende documenten.
Ook die van vandaag de dag.

Hoofdstuk 50, over de reis van Kolonel Moravec,
hoofd van de Tsjecho-Slowaakse geheime dienst van Frankrijk
door Duitsland naar Praag terwijl Hitler net Oostenrijk
bij Duitsland heeft ingelijfd.
“Ik probeer me de reis voor te stellen. Hij probeert alles
natuurlijk zo onopvallend mogelijk te doen. Hij spreekt Duits, dat wel,
maar ik weet niet zeker of zijn accent boven alle twijfel is verheven.
….
Uit voorzorg kiest Moravec voor het kopen van een kaartje
waarschijnlijk toch voor de lokettist met het vriendelijkste gezicht
of met de minst snuggere uitstraling.
Ik denk dat hij, eenmaal in de trein, een lege coupe zocht en ging zitten.”

Dit is de roman. Binet deelt zijn gedachten in de vorm van een
spannende thriller. Tegelijk geeft hij aan op welk detailniveau
hij jaren gezocht heeft naar informatie om het verhaal
in dit boek te kunnen vertellen.
Soms is die informatie eenvoudig (nog) niet aanwezig of is die
nooit ergens vastgelegd.

Hoofdstuk 95 begin met de volgende zin:
“In Polen introduceert Heydrich zijn meest duivelse schapping:
de Einsatzgruppen”.
Binet weet de spanning er in te houden en maakt zijn punten duidelijk.
Heydrich is een belangrijke schakel in de nazi-moordmachine.
Hij vervolgd:
“Het zijn speciale ss-troepen, samengesteld uit leden van de SD
of van de Gestapo, die tot taak hebben de zones te zuiveren
die de Wehrmacht heeft bezet.
Iedere eenheid krijgt een boekje waarin op flinterdun papier
en in minuscule lettertjes alle noodzakelijke informatie staat,
te weten een lijst met alle personen die naarmate het land
verder bezet raakt, moeten worden geliqideerd. Dat wil zeggen
communisten, uiteraard, maar ook leerkrachten, schrijvers, journalisten,
proiesters, industrielen, bankiers, ambtenaren, handelaars, herenboeren,
notabelen van elke soort……”

Laatste hand aan pagina: 5/6 december

 photo DSC_0897.jpg

Nu nog drogen. Maar dat gaat snel met acrylvernis.

Het echte werk kan nu beginnen.
De volgende dag waren we in India.
Ik moet de laatste bonnetjes nog uitzoeken en dan begin ik er aan.