Thuis in de Bijbel; Oude meesters, grote verhalen

Onlangs bezocht ik de tentoonstelling
‘Thuis in de Bijbel; Oude meesters, grote verhalen’.
De tentoonstelling is een samenwerking tussen Museum Catharijneconvent
en het Nederlands Bijbelgenootschap.
Een beetje een zwaar onderwerp voor 2e Paasdag,
maar ik heb afgelopen week de laatste pagina’s
van het boekje dat bij de tentoonstelling verscheen gelezen.
Daar wilde ik nog wat over zeggen.

 photo ThuisInDeBijbelOudeMeestersGroteVerhalen.jpg

Mijn interesse in de tentoonstelling komt voort uit
mijn belangstelling voor kunst.
In de westerse kunst komen verhalen uit de bijbel steeds terug.
Veel van die verhalen kennen we vandaag niet meer
en de schilderijen vertellen hun verhaal dan ook moeilijk.

Wat je van een tentoonstelling als deze dan verwacht
is een verbreding en verdieping van je kennis
en heel veel mooie kunstwerken.
Aan dat laatste is geen gebrek op de tentoonstelling.

Een boek bij de tentoonstelling kan de verwachtingen
nog verder uitwerken: meer verbreding en verdieping.
En juist daar gaat het bij het boek mis.

Wat ik mis in het boekje ‘Thuis in de bijbel; Oude meesters, grote verhalen’
zijn de volgende zaken:

= meer eenheid
hetzelfde verhaal (bijvoorbeeld ‘de verloren zoon’ komt vele malen
in de tentoonstelling en in het boek terug op verschillende afbeeldingen.
De teksten in het boek verschillen dan niet zo veel.
Ik had deze situaties meer als een (1) hoofdstuk behandeld
en dan de onderwerpen dieper uitgewerkt.

= waarom zijn deze werken gekozen
naast de verhalen die op de werken in de tentoonstelling afgebeeld zijn,
zijn er noog veel meer Bijbelverhalen die vaak terugkomen.
Waarom is voor deze verhalen gekozen, wat zijn zoal die andere verhalen?

Daarnaast viel ik over een stukje tekst van Tanja G. Kootte
op pagina 89. Daar staat:

 photo GehuwdmetdevromeSara.jpg

De tekst luidt:
“Gehuwd met de vrome Sara
keert hij terug naar zijn vader Tobit en moeder Anna.
Het verhaal van Tobias en Anna,
Tobit en Sara,
beschreven in het apocriefe boek Tobit,
is erg geliefd in de zeventiende eeuw. (TGK)”

In de tekst geeft ze een opsomming van de vier centrale figuren in het verhaal.
Er staat: ‘Het verhaal van Tobias en Anna, Tobit en Sara’.
En volgens mij is dat niet correct.

Op het net heb ik wat achtergrond informatie gezocht.
Ik kwam op de site van het Museum Meermanno:
http://collecties.meermanno.nl/handschriften/tobias1

Daar staat het volgende verhaal van Peter van Huisstede:

Wat zijn de bouwstenen of ingrediënten die je nodig hebt voor een wonderlijk verhaal als dat van Tobit en Tobias? Allereerst een flinke dosis rampspoed en ellende. Tobit is een vrome Jood die wordt getroffen door ongeluk: Een poepje van een zwaluw maakt hem blind en het gezin raakt in geldnood. Sara verliest al haar echtgenoten door een demon. Verder: een lange reis. Tobias onderneemt een lange reis om geld voor zijn vader op te halen. Een trouwe helper. Azarias (de door God gezonden de aartsengel Rafaël in vermomming) is een handig baasje. Hij weet overal wat op: De ingewanden van de vis kun je gebruiken om Tobit te genezen en de demon te vangen. En een happy end. Tobias komt weer veilig thuis, getrouwd met Sara, hij is nu rijk en hij geneest zijn vader Tobit.

Tobit is een vrome Jood die zich, zelfs nu hij in ballingschap in Nineve woont, aan de wetten van de Joodse religie houdt. Hij voedt de hongerigen, kleedt de naakten en begraaft de doden. Op een dag vertelt zijn zoon Tobias hem dat er in de straat een vermoorde man ligt. Tobit begraaft de man tegen zonsondergang. Omdat Tobit zich onrein voelt, slaapt hij die nacht buiten, tegen de muur. ’s Nachts krijgt hij vogelpoep uit een zwaluwnest in zijn ogen. Zijn ogen raken bedekt met een witte laag en Tobit kan niet meer zien.

Anna, de vrouw van Tobit, onderhoudt nu het gezin met spinnen. Tevreden met haar werk, krijgt zij van haar baas een jonge geit als extraatje. Tobit denkt dat Anna het geitje heeft gestolen en beveelt haar het dier terug te brengen. Ondanks Anna’s aandringen weigert Tobit haar te geloven. Anna wordt kwaad en noemt haar man een huichelaar. Tobit legt dit uit als een teken van God’s toorn en vraagt God om dood te mogen gaan.

Diezelfde dag, in het verre Ekbatana, wil een jonge vrouw ook sterven. Het is Sara, de dochter van Raguël. Sara is zeven maal getrouwd, maar telkens stierf haar echtgenoot in de huwelijksnacht door toedoen van een demon.

God hoort de gebeden van de twee ongelukkigen en stuurt Rafaël, zijn aartsengel, om hen te helpen.

Tobit roept zijn zoon Tobias bij zich en vertelt hem hoe hij zich moet gedragen: wat hij wel en wat hij niet moet doen. Hij vraagt Tobias geld op te halen dat hij nog tegoed heeft van een man in Medië. Hij raadt Tobias aan een reisgezel te zoeken voor deze lange reis. Tobias gaat naar buiten en treft, hoe kan het ook anders, Rafaël die zichzelf Azarias noemt. Tobias ziet niet dat Azarias eigenlijk de aartsengel Rafaël is. Tobit bespreekt met Azarias het salaris en Tobit stelt Azarias een bonus in het vooruitzicht bij een behouden thuiskomst.

Tobias en Azarias vertrekken vergezeld door het hondje van Tobias. Bij de rivier de Tigris wordt Tobias aangevallen door een vis. Azarias laat Tobias de vis vangen. Ze ontdoen de vis van galblaas, hart en lever; de rest eten ze op. Azarias vertelt Tobias dat hart en lever van de vis gebruikt kunnen worden om slechte geesten te verdrijven. De gal is een goed geneesmiddel bij blindheid. Alle ingrediënten voor een happy-end zijn nu aanwezig en het verhaal ontwikkelt zich nu rap.

In Ekbatana gaan onze twee reizigers direct naar het huis van Raguël. Hij is familie van Tobit. Na wat nieuws te hebben uitgewisseld, wordt Tobias de achtste echtgenoot van Sara. Het huwelijk vindt nog diezelfde dag plaats. Wanneer het jonge echtpaar alleen is, verbrandt Tobias het hart en de lever van de vis en de reuk ervan verdrijft de demon. Tobias en Sara bidden en gaan daarna slapen. Raguël, voorbereid op het ergste, is al begonnen met het graven van een graf. Wanneer hij van een dienstmeid hoort dat alles goed gaat, is hij erg blij. Nu wordt het huwelijk pas echt gevierd. Tobias vraagt aan Azarias het geld in Medië op te halen. Na twee weken festiviteiten ontvangt Tobias de helft van Raguëls bezittingen en beginnen ze aan de terugtocht.

De vetgedrukte stukken tekst zijn van de auteur.
De dikgedrukte, paarse aanduiding is van mij.

 photo PetrusComestorBibleHistorialeDeBruiloftVanTobiasEnSara1372.jpg

Petrus Comestor, Bible Historiale, De bruiloft van Tobias en Sara, 1372.

In Nineve hebben Tobit en Anna al bijna de hoop op de terugkeer van Tobias opgegeven. Anna is dan ook verrukt wanner ze Tobias en Azarias ziet. Tobit loopt, in zijn haast om buiten te komen, tegen de deur aan. Tobias loopt naar zijn vader en smeert de gal van de vis op zijn ogen. Nu kan de witte laag weggehaald worden en kan Tobit weer zien. Ook in Nineve wordt het huwelijk van Tobias en Sara nog een week gevierd. Tobit dringt er bij Tobias op aan Azarias te betalen. Wanneer Tobias hem de helft van zijn bezittingen aanbiedt, maakt de engel bekend wie hij is. Tobit en Tobias knielen vol ontzag en bedekken hun gezicht uit angst. Wanneer ze opkijken is Rafaël / Azarias verdwenen.

Het verhaal eindigt met een dankgebed van Tobit die, zo lezen we, acht jaar blind is geweest.

Als ik de vier centrale personen van het verhaal zou opnoemen zou ik zeggen:
Vader Tobit en moeder Anna, zoon Tobias en schoondochter Sara.
Ik denk dat in het boek Tobit en Tobias zijn omgewisseld.

Overigens is het verhaal van Museum Meermanno
geplaatst bij een boek. Dat boek is:

Petrus Comestor, Bible historiale (vertaling uit het Latijn door Guyars des Moulins)
Parijs, Raoulet d’Orléans (kopiist), Jean Bondol,
Eerste Meester van de Bijbel van Jean de Sy,
en anderen (verluchters); 1372

Beschrijving
1 bladgrote miniatuur (214×155 mm);
11 miniaturen (168/54×151/102 mm);
247 kolomminiaturen (70×70 mm);
Een van deze miniaturen is hierboven opgenomen.
12 gehistorieerde initialen (45/25×41/25 mm);
4 randversieringen;
gedecoreerde initialen met randversiering (ff. 3r, 4v, 5r, 5v, 6v, etc.);
penwerk initialen met penwerk-versiering door het hele handschrift

Al deze miniaturen zijn op de website van Museum Meermanno te zien.
De afbeelding ‘De bruiloft van Tobias en Sara’ die ik hierboven gebruik,
is een van de 247 kolomminiaturen van het boek.

Okay, een te zwaar verhaal voor Pasen,
maar het lag al een tijdje te wachten.
Mooie tentoonstelling. Is nog te zien tot 10 augustus 2014.