Mahler en Boenin

Afgelopen vrijdag zou in het Concertgebouw in Amsterdam
het Mahler-festival beginnen.
Door de corona omstandigheden gaat dat niet door.
Wat nu wel georganiseerd wordt is een 10-daags online
Mahler-festival.

Iedere dag staat een symfonie van deze componist centraal.
De dag begint dan om 15:00 uur met een korte introductie
van de symfonie van de dag door een solist.
Later op de dag gevolgd door een documentaire over de
symfonie met beroemde musici, veel dirigenten.
Dan in de avond een uitvoering van het Koninklijk Concertgebouw Orkest.
Afgelopen weekend zag en hoorde ik er al twee.

In de documentaire van de eerste symfonie werd een anekdote verteld:
Gustav (7 juli 1860 – 18 mei 1911) ging met zijn vader wandelen in het bos,
na verloop van tijd gaan ze even zitten.
De vader gaat daarna naar huis maar vergeet dat hij
zijn zoon bij zich had. Toen de vader later terugging om zijn zoon
te zoeken vond hij hem op de plaats waar hij hem achtergelaten had.
Rustig en nog steeds geconcentreerd op de natuur. (mijn vrije samenvatting)

Daar moest ik aan denken toen ik de volgende tekst van Boenin (10 oktober 1870 –
8 november 1953) las:

Ik weet het nog goed:
de zon brandde steeds feller op het gras,
op de stenen trog op de binnenplaats,
de lucht werd steeds drukkender, betrok,
de wolken pakten zich steeds langzamer samen,
kregen geleidelijk een scherpe frambozerode glans,
begonnen ergens in hun onpeilbare,
weerklinkende hoogte te rommelen, daarna te donderen,
galmend te rollen en los te barsten in machtige slagen,
steeds voller, grootser, prachtiger…
O, hoe ervoer ik dan de goddelijke grootsheid
van de wereld en van God,
die over de wereld heerste en die haar met de volheid
en de kracht van de materie had geschapen!
Daarna werd het donker, een lichtflits, storm,
een stortbui met kletterende hagel,
alles ging tekeer, trilde, de wereld leek te vergaan,
in huis werden de ramen gesloten,
de gordijnen dichtgetrokken,
er werd een passiekaars aangestoken
voor de zwarte iconen in de oude zilveren lijsten,
we sloegen een kruis en zeiden aan één stuk door:
Heilig, heilig, heilig is God de Heer, Sabaoth!
Maar wat een opluchting daarna,
wanneer alles stil en tot rust gekomen was
en je uit volle borst de onbeschrijfelijke verkwikkende
vochtige frisheid van de natte velden inademde,
wanneer in huis de ramen weer opengingen en mijn vader,
die bij het raam van zijn werkkamer zat te kijken
naar de wolk die nog steeds de zon afdekte en
als een zware muur in het oosten, achter de moestuin stond,
mij naar buiten stuurde om daar
de allergrootste rammenas uit de grond te trekken en
naar hem toe te brengen!
Zelden heb ik in mijn leven zulke ogenblikken beleefd
als toen ik over het kletsnatte gras holde,

de rammenas uit de grond trok en gulzig

in het staartje beet,

waar de dikke blauwe modder nog aan kleefde…

IMG_3048BoeninHetLevenVanArsenjevVertalingMargrietBergEnMarjaWiebesVanOorschot

I. A. Boenin, Het leven van Arsenjev. Roman in het verzameld werk in vertaling van Margriet Berg en Marja Wiebes van uitgeverij Van Oorschot.


Nacht, Nieuwe maan, Mistral

Bij de Statenhofpers is een dagboek verschenen van Ivan Boenin.
Deze Russische schrijver en Nobelprijs-winnaar schreef tijdens zijn
verblijf in Zuid-Frankrijk, tijdens de Tweede Wereldoorlog,
een soort van dagboek.
Geen dagelijkse aantekeningen maar op volgorde van datum
bijgehouden beschrijvingen, gedachtes, natuurbeschrijvingen enz.
Zo schreef hij, in vertaling door Jan Paul Hinrichs, op 4 maart 1941:
“Nacht, nieuwe maan, mistral”.

IMG_2964IvanBoeninNachtNieuweMaanMistralOmslagJanPaulHinrichsStatenhofpers2020

Ivan Boenin: Nacht, Nieuwe maan, Mistral. Statenhofpers, 2020.


Zijn werk ken ik niet of nauwelijks maar een recensie op Twitter
haalde me over het boek te kopen.
Ik heb eerder werk van de Statenhofpers gekocht en het blinkt altijd uit
door zijn verzorgde uitvoering. Zo ook nu weer.
Wie was Boenin? Bij Van Oorschot vind je de volgende beschrijving:

Ivan Alexejevitsj Boenin (1870 – 1953) was afkomstig uit de lagere landadel en publiceerde zijn eerste verhalenbundel in 1892.
Hij wordt gerekend tot de zogenaamde neorealisten en was een groot bewonderaar van Tolstoj en Tsjechov, die hij beide persoonlijk kende.
Met die laatse raakte hij zelfs goed bevriend.

 

Kort na de revolutie van 1917 verliet hij Rusland via Odessa en vestigde zich na enkele jaren van omzwervingen in 1922 in Parijs, alwaar hij bleef publiceren.
In 1933 kreeg hij als eerste Russische schrijver de Nobelprijs voor zijn autobiografische roman Het leven van Arsenjev.
Hoewel hij ook gedichten schreef, is het vooral Boenins proza dat hem bekendheid verschafte.
Het bestaat voor het grootste deel uit verhalen, waarin men als overheersend thema wel het verdwijnen van de Russische aristocratie heeft gezien, gekoppeld aan de thema’s van liefde, dood en ondergang.
Boenin wordt wel beschouwd als de laatste vertegenwoordiger van de bloeiperiode uit de klassieke, 19e-eeuwse Russische literatuur.
Omdat hij behalve de Russische revolutie ook beide wereldoorlogen overleefde en tot op hoge leeftijd is blijven schrijven, geldt hij bovendien in literair-historisch opzicht als de overgangsfiguur bij uitstek: van het oude, feodale Rusland naar de moderne tijd.

IvanAlekseyevichBunin

Dit is een foto van Boenin in zijn jongere jaren.


Over de Nobelprijs schrijft Kristien Warmenhoven op haar website:

In 1933 werd hem als eerste Russische schrijver de Nobelprijs voor literatuur toegekend.
Hoewel niemand hem die prijs ooit heeft betwist, kleefde er duidelijk een politiek tintje aan.
Al tien jaar lang was er een comité actief om hem, als Russische emigrant, voor te dragen als kandidaat.
Bij de uitreiking van die prijs werd Boenin omstandig geprezen om het beeld dat hij in zijn werk heeft gegeven van het ‘verdwenen’ Rusland.
Met begrip werd gesproken over de gevoelens waarmee hij de vernietiging van zijn vaderland moest hebben aangezien.

IMG_2965IvanBoeninNachtNieuweMaanMistralTitelbladJanPaulHinrichsStatenhofpers2020

Het titelblad van de nieuwe uitgave van de Statenhofpers. Jan Paul Hinrichs kwam met het idee om het dagboek uit te geven. Hij vertaalde de tekst en verzorgde het nawoord.


Eerder beschreef Jan Paul Hinrichs deze periode in het leven van Boenin
al eens in een artikel in De Parelduiker.
Dit artikel is te lezen in de “digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren

De Parelduiker, Jan Paul Hinrichs: Aan de dis bij Ivan Boenin

Gedurende de Tweede Wereldoorlog zaten de Boenins nog in Grasse.
’s Winters konden ze toen niet meer naar hun appartement in Parijs terug.
Nadat op 22 juni 1941 Duitse troepen de Sovjet-Unie waren binnengevallen, pakte de politie in het door de Vichy-regering bestuurde ‘vrije’ Zuid-Frankrijk honderden Russen als ‘usual suspects’ op.
Boenin liet men met rust, maar zijn joodse huisgenoot Alexander Bachrach bleef een paar dagen vast.
Deze was alweer vrij toen André Gide, die toen in Cabris verbleef, op 4 juli 1941 een brief aan Boenin schreef waarin hij zijn bezorgdheid uit over zijn toestand en hulp aanbiedt.
Van enig contact tussen de twee was sinds begin jaren twintig schijnbaar geen sprake meer geweest.
Boenin, die in 1933 als eerste Rus de Nobelprijs kreeg maar nog altijd op grote afstand van de Franse culturele elite leefde, toont zich in zijn dagboek door Gides brief ‘erg geroerd’.
Het kwam nu ook tot een ontmoeting.
Op 28 augustus 1941 was Gide in Grasse te gast in de Villa Jeanette.
Boenin noteert die dag in zijn dagboek: ‘Heel aangename indruk.
Verfijnd, intelligent, maar dan ineens zegt hij: Tolstoj is asiatique.’
Cynisch vervolgt hij: ‘Hij is enthousiast over Pasternak (als mens: “hij heeft me de ogen geopend voor de ware toestand in Rusland”); hij was verrukt over Sologoeb.’
Boenins Frans was na twintig jaar verblijf in Frankrijk nog altijd niet verbeterd.
Hij wilde gewoon geen Frans leren en hij was ook niet geïnteresseerd in wat er in het land gebeurde.
Hij bestierde als een ongenaakbare edelman zijn eigen Russische enclave, met zijn gedachten vooral in het verleden.
Maar hij had nog zijn best gedaan.
Een paar dagen voor de ontmoeting had hij Gides La porte étroite gelezen.
Het begin beviel hem wel, maar wat volgde was ‘buitengewoon langdradig, vervelend, volkomen onbegrijpelijk’.
Na de ontmoeting zette hij zijn lectuur voort, maar weer zonder plezier.
In oktober 1941 las hij L’école des femmes: ‘saai, zouteloos, nietszeggend.
Waarom is dat geschreven?
Een intelligente man, hij schrijft prachtig, kent het leven, maar meer niet.’
Gide doet ook zelf in zijn dagboek verslag van zijn bezoek aan Boenin, die hem in pyjama had ontvangen: ‘Het was een nogal teleurstellend bezoek, want ondanks de vriendelijke pogingen van beide kanten, kwam er geen echt contact tot stand.
De een hechtte te weinig waarde aan wat de ander bewondert.
Zijn Tolstoj-cultus geneerde me evenveel als zijn verachting voor Dostojevski, voor Saltykov-Sjtsjedrin, voor Sologoeb.
We hebben beslist niet dezelfde heiligen, dezelfde goden.
Maar tijdens het hele gesprek gedroeg hij zich charmant.
Zijn mooie gezicht, hoewel vol rimpels, blijft edel en zijn ogen zijn vol enthousiasme.
[…]
Ik was een beetje in verlegenheid gebracht dat ik niets meer van hem kende dan De man van San-Francisco en Het dorp, een jeugdwerk dat, zoals hij zei, een heel beperkte en slechte indruk van hem geeft en waar ik helemaal ten onrechte zeer van houd.
Hij verloochent het bijna.
Ik weet niet wat hij van mij kent, noch heb ik kunnen vaststellen waarom ik hem sympathiek ben.’
Vera Boenina was bij de ontvangst niet aanwezig.
Maar twee dagen later herkende zij Gide in een restaurant.
In haar dagboek schrijft ze: ‘Ik heb goed naar hem gekeken. Een aangenaam, interessant gezicht, dat iets minder op een pastoor is gaan lijken.
[…]
Toen hij bij ons was (in mijn afwezigheid) zei hij dat hij geen piano kon spelen.
Hij was erg enthousiast over het Russische landschap.’
Op 16 september zat Gide andermaal bij Boenin aan de dis.
De Russische criticus Georgi Adamovitsj, die bij de ontvangst van Gide aanwezig was, verklaarde in 1969: ‘Boenin beheerste het Frans heel slecht, sprak moeizaam, begreep niet alles.’
Zonder hulp van tolkende tafelgenoten was een gesprek dan ook niet mogelijk geweest.
Adamovitsj vertelt dat Boenin en zijn gast het eerst over het laatste oorlogsnieuws hadden.
Maar daarna hadden ze het over literatuur, waarbij Boenin, die in eigen huis gewend was tafelgezelschappen te domineren, zich polemisch en pesterig opstelde.‘
De gastheer en de gast mochten elkaar, hoewel ze weinig gemeen hadden: Boenin was praatziek en spottend, Gide gedroeg zich gereserveerd, lachte beleefd om Boenins grapjes, maar hij reageerde alsof ze serieus waren.
[…]
Tolstoj en Dostojevski: vroeg of laat moest het gesprek ook hen aanroeren, en zo gebeurde.
[…]
Boenin sprak de naam Tolstoj uit om Dostojevski definitief te vernietigen en te schande te maken.
Gide haalde zijn schouders op, hief zijn handen omhoog, herhaalde een paar keer “ja, een genie, een groot genie…”, maar bekende dat hij Oorlog en vrede een monsterlijk vervelend boek vond (“un monstre d’ennui”).
“Wat? Wat zei hij?” vroeg Boenin in het Russisch, greep een enorme briefopener en zwaaide ermee met een gefingeerd beestachtige blik, alsof hij Gide wilde vermoorden.
Gide barstte in lachen uit en bleef voor lange tijd schudden van het lachen.
Daarna zei hij: “Ik zei wat ik werkelijk denk.
Als ik schrijf zou ik me natuurlijk anders uitdrukken, niet zo openhartig.
Maar boven Oorlog en vrede val ik in slaap…”’
Twee dagen later schreef Gide aan Roger Martin du Gard over zijn bezoek aan Boenin: ‘Grote wederzijdse sympathie, hoewel we het in niets met elkaar eens zijn.
[…]
Hij doet erg oud aan, maar is nog in goede conditie […].’
Er volgden in 1941 nog een paar ontmoetingen in restaurants in Nice, maar van een intensief contact was toen geen sprake.

Denk svp nou niet dat ik hier allemaal verstand van heb.
Ik heb gewoon een mooi boek gekocht en gelezen.

IMG_2966IvanBoeninNachtNieuweMaanMistralAantekeningJanPaulHinrichsVanOorschot

Op een speciale bladzijde ‘Aantekening’ wordt uitgelegd hoe het boek ontstaan is en hoe het een eerbetoon is aan uitgeverij Van Oorschot die in Nederland zoveel Russische literatuur heeft uitgebracht. JS is een van de twee mensen achter de Statenhofpers. Volgens hun website “De Statenhofpers is de privépers van Jaap Schipper en Christianne Duchateau.”


IMG_2967IvanBoeninNachtNieuweMaanMistralColofonChangChiLan-YingLetterLiteraturnayaHelmutSalden

In het colofon wordt stilgestaan bij de lettertypes die werden gebruikt: voor de omslag een lettertype van Helmut Salden, zo vertrouwd van Van Oorschot en Literaturnaya voor de tekst in het boek. De teksten zijn gezet door Chang Chi Lan-Ying.


Een paar voorbeelden uit het boek:

29 maart 1940

“Ik lig, lees, kijk soms door de zonnige vensters en denk
aan mijn ik dat leest en al zo’n 60 jaar besef van zichzelf heeft –
en dat ik denkt dat het er over 5, 10 jaar niet meer zal zijn.
En niets zal het zien en denken. Vreemd!”

Boenin is zwaar op de hand.
Hij schrijft in zijn dagboek, verschillende keren, dat hij denkt te sterven
of anders toch erg snel.
Hij zal 83 jaar oud worden.

Maar zijn gevoel van opgesloten zitten, van eenzaam zijn, in
een gruwelijke tijd leven, dat zullen veel mensen ook vandaag ervaren.

Nog een voorbeeld:

5 april 1942:

“Ergens in de nacht, al in bed, met een boek,
in de dodelijke stilte van het huis besefte ik met afschuw:
wat een eenzaamheid!
En dat zijn de laatste dagen en nachten van het leven!”

Hoe actueel zijn opmerkingen zijn blijkt bijvoorbeeld
uit de laatste zin van zijn gedachten op 22 september 1942:

“De radio is een ramp. Liegt alleen niet hoe laat het is.”

Dat gevoel heb ik heel regelmatig bij onze huidige nieuwsbronnen.

PostzegelUSSRBoeninOpLatereLeeftijd

Postzegel van de Sovjetunie met Boenin op latere leeftijd.


Hinrichs begint zijn nawoord met een soort van motto voor het boek.
Een citaat van Tjoettsjevs gedicht ‘Cicero’:
“Gezegend wie deze wereld bezocht
op haar noodlottige momenten.”
Heel passend.

Santo Tomas, deel 2

Vandaag las ik een stuk in ‘De Brandmeester’,
de gedundrukte uitgave van Van Oorschot van het beste van Bomans.
Het begin van het verhaal ‘Nederlanders in Rome’ viel me op.
Een klein stukje (pagina 29):

Wat ons bij een vreemd volk allereerst in het oog springt, is maar een klein segment van zijn karakter, namelijk het gedeelte dat niet met onze eigen aard samenvalt. Het is nuttig deze eenvoudige waarheid eens te overwegen. Consequent doorgedacht moet zij tot de conclusie leiden dat de beste waarnemer van deze dunne schijf de man is die niets van het land weet en bovendien net is aangekomen. …. Wat is ‘raar’? Raar is al datgene wat in Bussum niet gebeurt. U kunt zich nu wel voorstellen wat een rare stad. … wel is.

Volgens mij zou het goed zijn als een deel van het Nederlandse volk
deze waarheid eens in zijn oren zou knopen.
Daarnaast is het een soort van leeshulp voor mensen die de foto’s
in dit artikel gaan bekijken.

DSC00362GuatemalaChichicastenangoSantoTomasEenKleurrijkeOptochtMetVeelBelangstelling

We hadden de eerste baldakijn zien vertrekken. Hoe een en ander precies in zijn werk gaat is me nog niet helemaal duidelijk. Ik sta hier nog tussen de toeschouwers en de mensen die de ‘processie’ vormen.


DSC00364GuatemalaChichicastenangoSantoTomasKijkenEnBekekenWorden

Ik kijk mijn ogen uit.


DSC00365GuatemalaChichicastenangoSantoTomasErewachtInDeZon

Op de trappen van de kerk staan de oudere pelgrims nog steeds opgesteld en maakt de tweede baldakijn aanstalten om bij de ‘processie’ aan te sluiten.


DSC00367GuatemalaChichicastenangoSantoTomasSanSebastian2016

Met vuurwerk gaat de stoet van San Tomas naar beneden.


DSC00370GuatemalaChichicastenangoSantoTomasDeErewacht

Deze erewacht staat meer in de schaduw.


DSC00373GuatemalaChichicastenangoSantoTomas


DSC00374GuatemalaChichicastenangoSantoTomasBaldakijnNummer3DaaltAf


DSC00375GuatemalaChichicastenangoSantoTomasZpGaatDeMuziekMeeVersterkt

Iedere groep heeft zijn eigen muziek bij zich. Met versterking.


DSC00377GuatemalaChichicastenangoSantoTomasOpDeTrappenVanDeKerkSantiTomasWerdNogVuurwerkAfgestoken

Terwijl de baldakijn al beneden is wordt er nog steeds vuurwerk afgestoken.


DSC00378GuatemalaChichicastenangoSantoTomasDeProcessieVertrektVanafDeKerk

Er is niet veel ruimte en tegenover de kerk San Tomas zie je in de verte links een volgende kerk. Uiteindelijk zullen we beide bezoeken en nemen we plaats op de trappen van de tweede kerk om van het uitzicht te genieten. Maar nu zitten we nog midden in de drukte.


DSC00379GuatemalaChichicastenangoSantoTomasMetDeMuziekMee


DSC00381GuatemalaChichicastenangoSantoTomas


DSC00382GuatemalaChichicastenangoSantoTomas


DSC00383GuatemalaChichicastenangoSantoTomasBekekenVanafDeTrappen

Er zijn veel mensen in traditionele kleding, maar niet iedereen. De muziek in de ‘processie’ zou ik omschrijven als typisch Latijns-Amerikaans.


DSC00384GuatemalaChichicastenangoSantoTomasOokSpannendeOptredens

Dit is een stuk moderner. Het ziet er gelikter uit, de muziek is keihard (oorpijn). Veel blazers en zang in hoog tempo. De sfeer zit er in. De bands wisselen elkaar af op de podia die tegenover elkaar zijn opgesteld.


DSC00386GuatemalaChichicastenangoIglesiaSantoTomas

Langzaam keert het feest zich weg van de ‘processie’. Tussen de twee kerken staat een hoge paal. Daarin zijn mensen bezig met touwen.


DSC00387GuatemalaChichicastenangoSantoTomasPrachtigAardenwerkMaarHoeNeemJeHetMeeNaarHuis

Een eind verder op is het rustig. Het is ook markt. Hier een eenzame kraam met aardewerk.


DSC00388GuatemalaChichicastenangoSantoTomasMuurschildering

Op de muur, vlak bij het lokale museum, staat deze muurschildering. Rust in al die drukte.


DSC00389GuatemalaChichicastenangoSantoTomas

Gewroet met touwen op hoogte.


DSC00391GuatemalaChichicastenangoSantoTomasDeMannenMetDeDoodskist

Dan verschijnt deze doodskist. Ik vermoed dat een van de waaghalzen die straks capriolen gaan uithalen hoog in die paal, op deze manier zijn entree maakt.


DSC00392GuatemalaChichicastenangoSantoTomasDaarbovenGaanHeldendadenVerrichtWorden

De paal voor Iglesia Santo Tomas. We hebben een tijd staan wachten om te zien wat er gaat gebeuren, maar het duurde ons te lang.


DSC00396GuatemalaChichicastenangoMaarDeTandarts

Onderweg naar het hotel (even de weg terug zoeken) zagen we dit grappige reclamebord voor een tandarts.


Helmut Salden in Meermanno

De tentoonstelling over het werk van Helmut Salden
was al weer even voorbij maar toen ik vorige week
in Meermanno kwam was er nog wel een kleine uitgave
te koop met een korte levensbeschrijving en een
beschrijving van zijn werk.

HelmutSaldenAProlificLetteringArtist

Helmut Salden, A prolific lettering artist. Een vruchtbare letterkunstenaar. Grappig is dat de omslag van dit boekje gebaseerd is op een van de boekomslagen waar Salden aan gewerkt heeft: het boek ‘Ik heb altijd gelijk’ van Willem Frederik Hermans.


Ik heb nog even in mijn eigen boekenkast gekeken en ik vond
al gauw vier boeken waarin de typografie van Salden gebruikt is.

IMG_0989RussischeBibliotheekHelmutSalden

Vier delen uit de Russische bibliotheek. Van Oorschot.


Kerstpakket

Gisteren kon ik bij een soort postkantoor
mijn kerstpakket af gaan halen.
Altijd leuk: een cadeautje.

IMG_0024Theedoek

Een theedoek met een print van koffie.


IMG_0030VanKootenSterkVerdund

Kees van Kooten, Sterk verdund. Het wezenlijke. Gedundrukt door Van Oorschot.


IMG_0031PaoloCognettiDeAchtBergen

Paolo Cognetti, De Acht Bergen. Even zonder al die schreeuwende reclameslogans die het boek direct afschuwwekkend maken. We gaan het beoordelen op de inhoud.


Het snoer der ontferming

Alleen die titel al!
Een grote literatuurfan ben ik niet.
Ik lees ook niet veel literatuur.
Maar toen ik van een ‘nieuwe’ Louis Couperus hoorde,
dacht ik: dat is misschien interessant.
Op internet vond ik een link naar De Parelduiker,
een literair tijdschrift. Dat kocht ik.

DeParelduikerSlauerhoff

De Parelduiker, Een parelduiker vreest den modder niet (Multatuli). Deze editie (jaargang 23, 2018, nummer 4) gaat vooral over Slauerhoff maar er staat ook een artikel in over Couperus in Japan.


Het artikel over Couperus is van de hand van H.T.M. van Vliet.
Van Vliet beschrijft hoe Couperus als een reisjournalist van de Haagse Post
met zijn vrouw naar Indië, China en Japan gaat.
De reis verloopt niet echt soepel en dat vindt zijn weerslag
in de zogenaamde Reisbrieven die in de Haagse Post verschenen.
Na de reis verschenen die brieven in boekvorm.
Thuis gekomen en na een ziekte verwerkte Couperus zijn ervaringen en
zijn studies in een aantal verhalen.
Die verschenen na zijn dood in boekvorm.
Deze maand verscheen er een nieuwe versie waarin de verhalen uitgebreid
worden toegelicht door Van Vliet en voorzien van afbeeldingen
die zeker of mogelijk Couperus hebben beïnvloed.

DeParelduikerHetSnoerDerOntfermingCouperus

Het boek: ‘Het snoer der ontferming’, is inmiddels uit. Ik ben het al aan het lezen en kom daar snel op terug. Tot nu toe (pagina 73) ben ik diep onder de indruk.


Gedundrukt

Ik ken Simon Carmiggelt van vroeger, van de tv.
Mijn herinneringen zijn niet heel gedetailleerd:
de begin tune ‘In a sentimental mood’ The Duke Ellington Orchestra,
zijn stem, zijn tempo.

Dus meer de sfeer dan feitelijke dingen.
Maar als ik hem lees hoor ik hem weer.

Nu ik hem lees ervaar ik hoe goed de Kronkels geschreven zijn.
De details, de slotzin, de situatieschets, het portret, de humor.

Over de humor valt veel te zeggen.
De droge vertel trant in combinatie met soms diepe triestheid,
levert komische situaties op.
Situaties die je ook bij andere komische talenten ziet
als Charles Chaplin of Buster Keaton.
Hun timing is net als bij Simon Carmiggelt perfect.
Net als Simon Carmiggelt schuwen ze schrijnende situaties niet.
Simon Carmiggelt schrijft bijvoorbeeld regelmatig over Amsterdamse Joden
en hun lot tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Scherpe constateringen gaat hij daarbij niet uit de weg.
Het effect is dat de boodschap beter blijft hangen
dan wanneer hij dijenkletsers zou schrijven.
Iets wringt er namelijk, in het verhaal maar achteraf ook in je hoofd.

De Kronkels gaan vaak over op zich alledaagse situaties met gewone mensen.
Allemaal in Den Haag of Amsterdam.
Er staan er gelukkig een aantal op YouTube.

Normaal zou ik nu een stukje aanhalen maar
dat doe ik hier niet.
Het boekje is niet duur en erg leuk.
Gewoon kopen en lezen!
Aanraders: ‘De heer Cohen’ (1947) en bijvoorbeeld ‘Buigen’(1980).
Deze keer boog ik ook.

 photo DSC_3606CarmiggeltGedundrukt.jpg
Simon Carmiggelt, Gedundrukt (uitgegeven door Van Oorschot).

Het boek heb ik meegenomen naar India.
In Pushkar ben ik begonnen het te lezen.
De afgelopen dagen heb ik de laatste verhalen gelezen.
De extra grijze omslag heeft de vliegreis niet overleefd.