Kunstvaria

 photo BlackfootBeadedAndPaintedAntelopeHideShirtC1870.jpg

Blackfoot, beaded and painted antelope hide shirt, circa 1870.


 photo ElisabethCharlottePauliStandingFemaleWisentSpainCantabriaAltamira16000-14000BC1936Watercolour.jpg

Elisabeth Charlotte Pauli, Standing female wisent, origineel Spain, Cantabria, Altamira, 16.000 – 14.000 BC, 1936, watercolour.


 photo ErnstLudwigKirchnerStraszligenbildVorDemFriseurladen1926OumllAufLeinwand.jpg

Ernst Ludwig Kirchner, Strassen bild vor dem Friseurladen, 1926, ol auf leinwand.


 photo HansRobertPippalSeashellsOnTheBeach1953.jpg

Hans Robert Pippal, Seashells on the beach, 1953.


 photo JanPleitnerUntitled2015.jpg

Jan Pleitner, Untitled, 2015.


 photo JanVanEyckWorkshopOrFollowerCrucifixionC1440-80GoldpointSilverpointPenAndBlackInkIndentedForTransferOnGreyPreparedPaper.jpg

Jan van Eyck, workshop or follower, Crucifixion, circa 1440 – 1480, goldpoint, silverpoint, pen and black ink, indented for transfer on grey prepared paper.


 photo JeffZimmermanFacetedCrystalTableLampInHand-blownGlass2015.jpg

Jeff Zimmerman, Faceted crystal table lamp in hand-blown glass, 2015.


 photo VirginAndChildQueenOfHeavenBookOfHoursPresumedGiftOfCharlesVToGuillaumeDeCroyumlCa1520IlluminatedByGerardHorenbout.jpg

Virgin and Child, Queen of heaven, Book of hours, presumed gift of Charles V to Guillaume de Croy, circa 1520, illuminated by Gerard Horenbout.


Harrie Knoors: Buidelboek

Vandaag was ik te gast bij Museum Meermanno bij de
boekpresentatie van het boek met de titel ‘Buidelboek’.
Het boek is geschreven door Harrie Knoors die er ook zelf
al het onderzoek voor heeft gedaan.
Hij heeft gezocht naar afbeeldingen van buidelbpoeken in de
kunst aanwezig in Limburg.
De nadruk ligt dan vooral op kerkelijke kunst: houtsnijwerk,
schilderijen, beeldhouwwerk, ramen enz.
De afbeeldingen die hij gevonden heeft, zijn door hem beschreven
en in het boek in beeld gebracht.
In het Nederlandse erfgoedbezit is 1 zo’n buidelboek aanwezig.
Dat is in de collectie van Meermanno.
Dat is bijzonder want er bestaan wereldwijd nog maar
een kleine 25 buidelboeken.
Het buidelboek is een bindwijze waarbij het boek zo wordt ingebonden
dat een soort buidel ontstaat die aan een riem gehangen kan worden
en zonder van de riem genomen te worden, kan worden gelezen.
Het boek bevindt zich dan in de buidel die meestal van leer is.
Het was een typische binding voor bijvoorbeeld kloosterlingen.
In het geval van het buidelboek van Meermanno gaat het om
een Gebetbuch, gemaakt in Neurenberg door de drukker met de
noodnaam ‘Drukker van de Rochus-legende’, circa 1484.
De bijeenkomst was georganiseerd door Atelier De Ganzenweide
of de uitgever Rob Koch.

 photo DSC_7726SchrijverOnderzoekerHarryKnoorsBuidelboekUitgeverijDeGanzeweideRobKoch.jpg

De inleiding door schrijver en onderzoeker Harrie Knoors, zelf ook boekbinder.


 photo DSC_7727HarrieKnoorsTijdensZijnPowerPointPresentatie.jpg

Alle ontdekte buidelboeken werden kort besproken en middels powerpoint getoond.


 photo DSC_7724TafelMetModerneBuidelboeken.jpg

De moderne buidelboeken, gemaakt door de aanwezige boekbinders, lagen al op een tafel te wachten. Maar eerst een Middeleeuws voorbeeld.


 photo DSC_7728DrieVeilingcatalogiTweeDozenEenKussenEnHogeVerwachtingen.jpg

De spanning werd nog een beetje opgevoerd: drie veiligcatalogussen, twee foedralen, een kussen en een conservator: Erik Geleijns.


 photo DSC_7730GebetbuchNeurenbergDrukkerVanDeRochuslegendeCa1484.jpg

Hier ligt het buidelboek op het kussen. Gebetbuch, gemaakt in Neurenberg door de drukker met de noodnaam ‘Drukker van de Rochus-legende’, circa 1484.


 photo DSC_7731InDeHandenVanDeConservatorErikGeleijns.jpg

In combinatie met de handen van conservator Erik Geleijns krijg je een goed idee van de grootte van het boek. Onduidelijk is hoe groot het deel van het buidelboek vanaf de beugel/ring/knop/knoop die bevestigd werd aan een riem, tot aan het boek, nu typisch was. Er waren voorbeelden waarbij dit erg kort was. Zoals hier bij de Meermanno-versie maar er was ook een moderne uitvoering waarbij dit deel twee maal zo lang was als het boek.Vanaf de riem hing het boek dan over de knie.


 photo DSC_7732NederlandsBuidelboekEnModel.jpg

Bij eerder boekhistorisch onderzoek is een model van het Meermanno buidelboek gemaakt en ook dat werd getoond.


 photo DSC_7733InDeHandenVanDeConservator.jpg

De Duitse tekst. De tekst staat zo in het boek dat als je het boek pakt terwijl het aan je riem hangt, je het gelijk kunt lezen (dus normaal gesproken zou je zeggen: op zijn kop).


 photo DSC_7738.jpg


 photo DSC_7739.jpg

Een prachtig maar kwetsbaar boek.


 photo DSC_7741GebetbuchNeurenbergDrukkerVanDeRochuslegendeCa1484.jpg

Gebetbuch, Neurenberg, Drukker van de Rochus legende, ca 1484.


 photo DSC_7744TafelVolMetBuidelboeken.jpg

De tafel vol met buidelboeken.


Een voor een kwamen de makers/eigenaren van de moderne buidelboeken
hun verhaal bij het boek vertellen.
Hun namen heb ik niet genoteerd.
Hun boeken wel gefotografeerd.

 photo DSC_7746JanVanEyckMadonnaMetKanunnikJorisVanDerPaele.jpg

Zo was daar deze museummedewerker (?) uit Brugge die ons een detail toonde van het schilderij van Jan van Eyck, Madonna met kanunnik Joris van der Paele. Joris heeft een buidelboek en een vroege bril in zijn hand.


 photo DSC_7748BruggeModelVanNederlandseBindster.jpg

Na bestudering van het schilderij heeft een Nederlandse bindster dit model gemaakt.


 photo DSC_7749InVolleLengte.jpg

Het uiteinde is bij dit voorbeeld geen ring of gesp maar een knoop.


 photo DSC_7750BuidelboekMetBeslagEnPerkamentenTitel.jpg

Met een titel van perkament en beslag. Een mooi buidelboek.


 photo DSC_7751GeopendBuidelboek.jpg


 photo DSC_7752heelListigOpTeVouwenBoekDatJeHangtAanJeRiem.jpg

Kunstig gevouwen boek dat je aan een riem kunt hangen. Geen buidelboek maar een aanverwante soort


 photo DSC_7753InOpgevouwenToestand.jpg

In opgevouwen/dichtgevouwen staat.


 photo DSC_7758NogNietGereedVissensluiting.jpg

Mooi exemplaar dat nog niet helemaal gereed is. De vissensluiting is erg mooi.


 photo DSC_7760AlsEenCadeautje.jpg

Nog een kunstige, moderne interpretatie. Als een cadeautje.


 photo DSC_7761VrijeInvullingVanHetBegripBuidelboekHeelCreatief.jpg

Het voormalig beroep van de eigenaar/maker (kleermaker van de Nederlandse Opera), was terug te vinden in de benadering en het patroon dat de maker ontwikkeld had.


 photo DSC_7763EenVoorbeeldVanEenKleinBuidelboek.jpg

De buidelboeken komen in alle soorten en maten voor.


 photo DSC_7764BuidelboekVanDeHandVanDeSchrijver.jpg

Dit is een voorbeeld van een buidelboek dat door de schrijver Harrie Knoors zelf gemaakt is. Hier een knop in plaats van ring, beugel of knoop.


 photo DSC_7765DrieBuidelboekenMetInHetMiddenEenBoekMetEenKnopAanHetEindIPVRing.jpg

Drie buidelboeken met in het midden het boek met de knop.


 photo DSC_7768DeSchrijverSigneertMijnVersieVanHetBoek.jpg

Dhr. H. Knoors signeert mijn exemplaar van het Buidelboek. Nu moet ik het nog gaan inbinden.


Meeterwerk

Ik heb het boek zaterdag al even in de hand gehad.
Even mogen bladeren door de prachtige afbeeldingen.
Genieten van de kleuren en details.
Kopen kon ik het niet want er was een koper voor me.
Die was op slag verliefd op het boek, kocht het en nam het mee.
Ik moet dus nog een paar dagen wachten.
Hier alvast de recensie zoals die vorige week in de Volkskrant stond.

 photo Till-HolgerBorchertMeesterwerkTitelMetSterren.jpg

Sommige schilderijen zijn het artistieke equivalent van een sluipmoordenaar. Ze zijn stil en hebben eindeloos geduld. Je kunt een schilderij jaren kennen voordat het binnenkomt. Er steeds weer langslopen en één detail zien, een gezicht of een vaas, en de impact van het geheel totaal missen. Of andersom; die vertrouwde compositie, die kleuren, kunnen steeds weer een belangrijk detail of verhaal voor je verhullen. Een goed werk bekruipt je, draalt om je heen als een meisje dat aandacht weet te vangen zonder het te vragen. Tot het moment daar is.

Till-Holger Borchert, als hoofdconservator hoeder van een magische collectie Vlaamse Primitieven in het Groeningemuseum in Brugge en groot cultureel-kenner-in-de-breedte, kent dat mechanisme. Hij weet hoe mensen kijken, en vermoedelijk hoe mensen minder zien naarmate ze meer denken te weten. De rest vullen we immers zelf wel in. Hij zal ook de bewegingen kennen die mensen maken als ze voor de Madonna met kanunnik Joris van der Paele van Jan van Eyck staan, het Moreel-triptiek van Hans Memling of Hugo van der Goes’ Dood van Maria. Zij die de tijd nemen, maken een langzame dans; heen en weer, een stap terug, vooruit, een beetje buigen, en weer achteruit.

In Meesterwerk, een boek als een privétentoonstelling, beantwoordt Borchert aan dat mechanisme – de relatie tussen geheel en detail, vorm en verhaal, gevoel en kennis. Per kunstenaar voert hij exemplarische kunstwerken op en zoomt in tekst en beeld per pagina in op details, als een regisseur die zijn objecten met de camera streelt. Hij stelt de kunstwerken voor, geeft ze context, reikt details aan die je nooit zag of die je eerder zag, maar die nu van jou zijn. De pagina’s zijn groot (A3), de beelden zonder kadrering geplaatst, vaak zijn details groter afgebeeld dan ze in werkelijkheid zijn geschilderd.

 photo Till-HolgerBorchertMeesterwerkOmslag.jpg

Je oog wordt aldus zelf een camera die als Google Art rolt langs duivels met vlindervleugels, egels in zeepbellen, vallende kinderen in het vuur van de hel, edelstenen in een kroon van bont. Een uitgeblazen kaars, een mistig landschap, een zoom van brokaat. Gillende monsters, de vertrokken pijn van een gemartelde rechter of de tranen van Maria bij de kruisafneming van Christus, druppelend langs haar rode neus en lippen, omdat ze buigt in wanhoop.

En je weet weer; het is om te huilen zo mooi, deze aandacht voor details en menselijkheid. Van Rogier van der Weyden, Hieronymus Bosch of Rubens, Gerard David of Dieric Bouts.

Het is wonderlijk dat het zo werkt, want van het belangrijkste zijn we immers verstoken in dit boek: de verflaag zelf. Wat deze kunstwerken niet kunnen bieden, geeft dit boek: langdurige nabijheid en een uitlichting van details die je misschien nog niet kende. En wat het boek niet kan bieden, biedt het kunstwerk als je het weer bezoekt: de diepte van de verf, de transparantie van het materiaal, het geheel en de details waartoe je je fysiek kunt verhouden.

Meesterwerk is een herinnering daaraan, een indicator. Die pagina voor pagina wijst op het soms onbevattelijk diepe begrip en de kennis van de wereld en de mens die de beste kunstenaars hadden. En waaraan ze vorm gaven in hun kunst.

(Recensie door Wieteke van Zeil, gepubliceerd op 07-12-2013)

Duran-Madonna

Gisteren al werd ik gewezen op een fout in mijn log van gisteren.
De afbeelding van de Maria en het kind is niet van een Middelrijns Altaarstuk
maar is een deel van een schilderij van Rogier van der Weyden:
Madonna in rood, Duran Madonna.
Al speurend op het internet om een en ander te bevestigen
kwam ik het volgende artikel tegen over Rogier van der Weyden.

ROGIER VAN DER WEYDEN
door Lucette ter Borg

Hij was de beroemdste schilder van zijn tijd,
geloofd en geprezen omdat hij
‘zo lovenswaardig menselijke zieleroerselen als droefheid,
boosheid of vreugde’ kon weergeven.
Maar over het leven en de persoon van Rogier van der Weyden,
geboren als Rogelet de la Pasture,
tast de wetenschap in het duister.
Soms is hij opgesplitst in drie verschillende kunstenaars.
Een andere keer is hij zowel de zoon als schoonzoon
van zijn grote voorbeeld Jan van Eyck.

Als kletspraat zich stapelt op kletspraat,
als de fantasie van de een zich vermengt met die van de ander
en als spinsel na spinsel mag woekeren en tieren, eeuwenlang,
dan is er eigenlijk sprake van groot geluk.
Wat een onderzoeksterrein ontvouwt zich
voor de preciese historicus die wil ontwarren en verklaren
dit zou zijn definitieve meesterwerk kunnen worden.
Wat een groots labyrint voor de woelmuis die wil wroeten
in archieven en kronieken en die iedere bron,
hoe onbeduidend ook, duidt, besnuffelt en betast.

Zo’n labyrint is de vijftiende-eeuwse schilder Rogier van der Weyden.
Hij is een groots, maar ook een rampzalig labyrint.
Groots, omdat de kunstenaar na zijn dood in 1464
veel gedaanten en rollen krijgt aangemeten.
Rampzalig, omdat over Van der Weyden haast niets
met zekerheid bekend is, behalve dat hij een beroemd meester was
met een bloeiend atelier in Brussel.

Als je terugkijkt, systematisch de bronnen afspeurt en aftast
tot het onzekere jaar bijvoorbeeld waarin de schilder geboren werd,
dan valt voor wat betreft Rogier van der Weyden
de ene na de andere zekerheid in duigen.

Neem de schilderijen.
Meer dan veertig daarvan gingen verloren in de loop der eeuwen:
ze verdwenen in de golven, werden in stukken gebeukt
door beeldenstormers of door vuur verteerd.
Zesendertig panelen hebben de tand des tijds doorstaan:
zij worden door de meeste, maar niet alle, experts
aan Van der Weyden en zijn atelier toegeschreven.
Van der Weyden zelf liet geen geschreven merkteken op zijn panelen na:
anders dan zijn tijdgenoot Van Eyck signeerde hij niets.

Dan zijn er de geschreven bronnen; beter gezegd,
die zijn er haast niet.
Van Van der Weyden is geen geboorteakte bewaard,
hoewel men aanneemt dat hij ergens tussen 1398 en 1400
in Doornik is geboren als Rogelet de la Pasture.
Zijn sterfdatum is wel bekend: op 18 juni 1464
werd hij begraven in de kapel
van de heilige Catharina in Sint-Goedele,
onder een steen waarop: ‘een doye’ staat.
In die tijd noemde hij zichzelf ‘Rogier uit Doornik, schilder te Brussel’.

Van alle jaren daartussen zijn nauwelijks documenten bewaard.
‘Maitre Rogier’ opent in augustus 1432 een eigen atelier in Doornik
– waarvan akte – en verhuist ergens in 1435 naar Brussel,
waar Filips de Goede zetelt in het hertogelijk paleis
op de Coudenberg in Brussel.
Hij trouwt en krijgt vier kinderen.
Maar alle verdere koopcontracten, inventarissen,
atelierinboedels, testamenten en reisbescheiden zijn verdwenen.

Die trieste speling van het lot heeft heel wat kunsthistorici
aan het werk gezet.
Wat nou, geen bronnen? Welgemoed ging men aan de slag.
Vlak na Van der Weydens dood al.
En waar de feiten stokten, kwam de fantasie te hulp.

Karel van Mander, de beroemde zestiende-eeuwse kunstenaarsbiograaf,
maakt het bont.
Op gezag van een iets oudere Italiaanse kunstenaarsbiograaf – Vasari;
splitst hij in zijn Schilderboeck (1604) Van der Weyden op in twee,
eigenlijk drie kunstenaars: de een woonde in Brugge,
de ander in Brussel (maar deze stierf weer als een ander).

Neem het Van Mander eens kwalijk,
die vermenging van Brugge met Brussel.
Hoe vrij ging men in de vijftiende eeuw met namen om:
Brussel kan ‘Prussel’ zijn, maar ook ‘Burselles’;
Brugge is ‘Brugia’, ‘Bruza’, ‘Brugies’ maar ook ‘Brugghe’.
Een druppel regenwater op het inkt van een contract,
en Brugge wordt Brussel, of omgekeerd.

Die in Brugge, zegt Van Mander, is een bekwaam tekenaar,
een leerling van Van Eyck.
Van Mander ‘meent’ enige werken van de schilder in Brugge te hebben gezien.
Maar zeker weet hij het niet.

Met meer zekerheid schrijft hij over
de ‘uitmuntende’ Rogier van der Weyden uit Brussel,
die zo ‘lovenswaardig’ ‘menselijke zieleroerselen als droefheid,
boosheid of vreugde’ kon weergeven.
Over zijn afkomst in Doornik weet Van Mander niets.
Hij laat de schilder geboren worden in Vlaanderen,
‘of van Vlaamse ouders in Brussel’.
Ook vertelt hij dat de kunstenaar rijk werd
hetgeen klopt, want Van der Weyden gaf tijdens zijn leven
veel aan charitatieve instellingen.
Een paar bewijzen daarvan zijn in kerk- en kloosterarchieven opgespoord.
Maar over de laatste uren van Van der Weyden
schrijft Van Mander weer lariekoek.
Volgens de biograaf sterft Van der Weyden in 1529
aan de ‘swetende sieckte’ – en verwart hem zo met Quinten Metsijs.
Ook over Van der Weydens leertijd is weinig bekend.
In de meest recente, kolossale, monografie
over de kunstenaar draagt de Vlaamse kunsthistoricus Dirk de Vos
vooral argumenten aan voor de gedachte dat Van der Weyden
een leerling is geweest van Robert Campin in Doornik,
die ook wel wordt vereenzelvigd met de Meester van Flemalle.

In de jaren vijftig echter denkt de kunsthistoricus Erwin Panofsky,
beroemd om zijn studie naar de verborgen symboliek
in het naturalisme van de Vlaamse primitieven,
dat Van der Weyden een leerling van Van Eyck is in Brugge.
En weer vijftig jaar daarvoor, in de negentiende eeuw,
is Van der Weyden schoonzoon en zoon van Van Eyck.

Een hechte familie dus volgens de overlevering.
En al is het onwaarschijnlijk dat Van der Weyden
werkelijk een leerling van Van Eyck is geweest,
verwantschap bestaat er ontegenzeggelijk tussen de twee.
Het is een verwantschap die natuurlijk is in de eerste helft
van de vijftiende eeuw.
Want Jan van Eyck zal met zijn perspectivisch correcte ars nova,
zijn meesterlijke scheppingen van tronende Madonna’s,
lijdende Christussen en van licht gloeiende portretten,
een voorbeeld zijn voor alle meesters die na hem komen.
Ook Van der Weyden leent zijn motieven
een handgebaar, een tafereel – en kopieert soms zodanig zijn stijl,
dat zelfs z’n grootste werk – het Laatste Oordeel
in het Hotel-Dieu in Beaune – heel lang aan Van Eyck zelf wordt toegeschreven.

Niemand evenaart Van Eyck, ook niet Van der Weyden.
Toch groeit hij na Van Eycks dood in 1441 uit tot de beroemdste schilder
van zijn tijd, met opdrachten voor vorsten en prelaten in Italie,
Frankrijk en Bohemen. Waarom?

Zijn stijl is eerder hortend dan vloeiend zoals die van Van Eyck.
‘Geciselleerd’ noemt men dat, als men positief wil zijn,
alsof de schilder de bewegingen van zijn personages,
de plooien in hun kleding in steen heeft uitgehouwen
en niet in verf op hout heeft gezet.

Dirk de Vos vergelijkt de panelen van Van der Weyden
terecht met polyfone muziek.
Die afgebakende stemmen, ieder voor zich hun eigen melodielijn volgend,
zie je vertolkt in de contrasterende kleurvlakken,
het diepe rood van Maria’s jurk,
de roze bleekheid van haar langgerekte handen, en het witte kleed
van haar Kind (op de Duran-Madonna in het Prado).



De Maagd en het Kind (Madonna Duran), Rogier Van der Weyden, Museo Nacional del Prado, Madrid.


Ook de illusie van ruimtelijkheid is minder groot dan bij Van Eyck.
Vooral bij de Kruisafname in het Prado,
een van de beroemdste panelen van Van der Weyden,
is dat duidelijk.
Negen figuren klitten hier in wanhoop samen rond de gestorven Christus.
Tien figuren rond een kruis, dat moet dus heel wat diepte opleveren.
Maar niet bij Van der Weyden:
Maria Magdalena die radeloos haar handen vouwt,
lijkt zo van het hout de kijker tegemoet te vallen.
En ook de bezwijmende Maria en de dode Christus
tuimelen bijna van het paneel af.

Ons doet zo’n frontale, ondiepe compositie gekunsteld aan,
we prefereren de illusionaire ‘levensechtheid’ van Van Eyck.
Maar in de vijftiende eeuw zag men die levensechtheid anders.
Men bewonderde Van Eyck, maar ook Van der Weyden.
De laatste dichtte men het wonderbaarlijke talent toe
om de Maagd Maria, Jezus en andere heiligen
bijna lijfelijk aanwezig te laten zijn op aarde.
Vanwege die kwaliteit ongetwijfeld omschreef in 1551 een Spaanse diplomaat
het paneel als ‘het beste schilderij, geloof ik, in heel de wereld’.
Men prees ‘de ademende gezichten, in contrast met het lichaam
(van Christus – red) als van een dode’.

Heiligheid wordt dank zij Rogier van der Weyden
een bijna alledaagse zaak.
Zijn verkondiging aan Maria bijvoorbeeld,
een triptiek dat hij na 1434 schilderde,
vindt niet meer in een onbestemde, naar wierook wasemende ruimte plaats,
maar heel gewoon in de slaapkamer van de Maagd.
Het is een nieuw motief dat na zijn dood
honderden malen gekopieerd zou worden.

En als Van der Weyden een devotiepaneel maakt van Maria,
schildert hij er een pendant bij met een portret van een gewone sterveling
– altijd een jonge man.
Op die manier benadrukt Van der Weyden wat hij belangrijk vindt:
persoonlijk in gesprek komen met God.
Een gesprek waarin tranen kunnen vloeien
en lichamen mogen verkrampen van smart,
maar waarin nooit de ideale maat der dingen uit het oog wordt verloren.

Zelfs in de dramatische altaarstukken die Van der Weyden
tussen 1450 en zijn dood in 1464 maakt, zoekt hij dat ideaal.
De figuren zijn gestileerd, hun voorkomen is ascetisch,
met zeer lange slanke handen, en smalle gezichten.
Tranen rollen overvloedig en Maria’s kleed raakt meerdere malen
besmeurd door het bloed van haar dode zoon.
Er is verdriet, maar we gillen dat niet uit.
Het is zoals een Italiaans bewonderaar in 1456 over Van der Weyden opmerkt:
‘De waardigheid wordt behouden te midden van een stroom van tranen.’

Evert Thielen.

Afgelopen zaterdag naar de tentoonstelling van Evert Thielen
in het Noord-Brabants Museum geweest.
Het weer was niet geweldig. Een koude wind.
Met de auto naar Den Bosch. Geparkeerd op de Parade.
Dan even naar het museum gelopen.
Evert Thielen was er zelf ook.
Hielp de suppoosten nog bij het op de juiste manier openklappen van de veelluiken.
Uit de kunstgeschiedenis ken ik alleen maar drieluiken.
Meestal een groot middenpaneel met aan weerszijden een kleiner paneel.
Meestal de helft van het middenpaneel zodat het gesloten kan worden.

Dit werk van ‘van Eyck’ bestaat uit 12 panelen beschildert met olieverf. Kijk voor meer informatie maar eens op de volgende website.

De veelluiken van Evert Thielen kennen meerdere standen.
Daarvoor zijn deze werken voorzien van een mechanische constructie aan de achterzijde.
Speciaal op maat gemaakt.
Naast de twee grote veelluiken ook zijn andere werken bekeken.
Technisch heel mooi. Je ziet haast niet dat het om schilderijen gaat.
Het lijken wel foto’s.

De werken hebben een magisch-realistische uitstraling. Mooi.

We ontdekten dat de meeste schilderingen op hout geschilderd zijn
en niet op doek zoals bij veel schilders het geval is.
Heel mooi vond ik een recent (2003) schilderij van een aantal koeien in een wei.
Een groot werk.

Aansluitend koffie met een ‘Bossche Bol’ gegeten op de Parade
en nog snel even een bezoek gebracht aan de St. Jan.