Volkskrant – nabrander

VolkskrantNabrander

Acht uur na de gebeurtenissen die ik eerder beschreef ontving ik een mail met daarin dit. Herken je het? Inderdaad deze mevrouw was ook al in mijn vorig bericht te zien. Geen idee waarom we deze mail ontvangen. In het hele proces hebben we niet 1 mail gestuurd, dus waarom de Volkskrant claimt twee mails van mij goed ontvangen te hebben?


Klantvriendelijk?

VolkskrantOpzeggen

We hebben de zaterdageditie van de Volkskrant.
Maar we willen weer eens iets anders.
Op 24/02 sturen we een bericht naar de Volkskrant waarvan we een bevestiging ontvangen.

VolkskrantOpzeggingMail

Aan de plaatjes en praatjes ligt het niet.


Vervolgens horen we niets.
Intussen hebben we een verbouwing in huis en proberen we
andere zaterdagkranten uit. Dus het ontsnapt even aan de aandacht.
Het wordt natuurlijk opgenomen voor trainingsdoeleinden en
men wil na afloop nog vragen stellen (allemaal tijd= geld).
Dan wordt er op 25 maart weer gewoon, middels automatische incasso,
geld ingehouden voor 4 zaterdagen.

Vandaag dus nog maar eens contact gezocht met de Volkskrant.
Via de chat:

Glenn10:10

Goedemorgen

Glenn10:11

Tot mijn spijt zie ik geen stopzetting staan in mijn systeem

Glenn10:11

opzeggingen verwerken wij alleen telefonisch. Dit om onduidelijkheden te voorkomen. Wij zijn te bereiken via 088 – 0561 561

‘om onduidelijkheden te voorkomen’ moet ik bellen.
Ja, ja.
Eerst moet ik me door keuzemenu’s worstelen (ik betaal de rekening).
In het gesprek wordt niet gevraagd naar een abonnementsnummer of iets dergelijks.
Er wordt alleen geprobeerd mij met kortingen bij de krant te houden.
Desnoods een andere krant te verkopen.
Dat noemt men klantenservice.

Als duidelijk wordt dat ik toch echt wil stoppen is er de volgende rekentruck:

U heeft betaald tot en met 27-april.
Dan komt daar de opzegtermijn bij
dus we zeggen op per 25-mei.

“We sturen u een bevestigingsmail.
Het kan 5 dagen duren voordat u de mail ontvangt.”

VolkskrantBevestigingVanOpzeggen

Dan volgt de mail snel. Natuurlijk met een ‘persoonlijk verlengingsaanbod’.


Mijn conclusies zijn:
1. nee het opzeggen van een abonnement bij de Persgroep gebeurt niet klantvriendelijk;
2. klanten van de Volkskrant zijn van middelbare leeftijd, lezen samen de krant, hebben een relatie,….;
3. grote kans dat de mannelijke klanten van de Volkskrant blank zijn en grijs of grijzend;

Mensen die denken dat dit soort processen goed werken
hebben een bord voor hun hoofd.
Het is allemaal modern en snel.
Daar is niets mis mee maar het is onpersoonlijk en volledig
gericht op het bedrijf, geen seconde op de klant.

Hertaling

Okay een hertaling is iets heel anders dan een vertaling,
maar deze dingen houden we al weer een aantal weken bezig.
Eerst de vertaling van Don Quichot van Cervantes en het boek ‘Cervantes & Co’
van Barber van de Pol over haar werk aan deze Nederlandse vertaling.
Dan de prachtige uitgave van Het snoer der ontferming, een boek van Couperus.
Niet hertaalt maar uitgebreid voorzien van context en toelichting.
Dan de vertaling ‘Onze gemeenschappelijke vriend’ (Our mutual friend)
van Charles Dickens. Geweldig boek, geen toelichting van vertaler.

Afgelopen zaterdag stond in de Volkskrant de column
van Sylvia Witteman: Een kleine furie in haar serie
‘Witteman heeft iets gelezen’.
Ik zie wel eens twitterberichten van haar langskomen
en meestal wordt ik van de toon niet zo blij.
Het artikel van zaterdag is heel geslaagd naar mijn gevoel.

SylviaWittemanWittemanHeeftIetsGelezenEenKleineFurieVolkskrant20190209

Sylvia Witteman: ‘Een kleine furie’ in haar serie ‘Witteman heeft iets gelezen’ uit de Volkskrant van zaterdag 9 februari.


De ‘hertaling’ van Couperus: alsof Dick Bruna de Sixtijnse kapel beschilderd heeft

In de serie ‘Tragische literaire misstanden’ vandaag: de zogeheten ‘hertaling’ van Couperus.
Ach, Louis Couperus! Wat houd ik toch veel van die geparfumeerde ouwe crypto-nicht, met zijn heerlijke, tierelantijnige poederdons-proza!
Zoveel houd ik van Louis Couperus, dat ik mijn jongste zoon naar hem heb genoemd.

 

Diezelfde jongste zoon, zo wil de ironie van het noodlot, leest geen boeken (tenzij men hem dwingt met behulp van een vlammenwerper en harpoen) en zéker niet van Couperus.

Hertaalster Michelle van Dijk weet hoe dat komt: Couperus is ‘veel te bloemrijk voor deze moderne tijd, met zijn herhalingen, de neologismen, de gallicismen, de puntjes… de uitroeptekens!!
Maar wat nog het meest afwijkt van onze taal nu, is de zinsvolgorde, (lengte ook, ja).
En geloof me, dat is dus iets waar een jonge lezer over struikelt.’

 

Hm. Ooit was ik zo’n jonge lezer, een jaar of 15, toen ik Van oude mensen, de dingen die voorbij gaan in handen kreeg.
Alles aan dat boek was mij vreemd.
Het taalgebruik, de familieverhoudingen, de Indische achtergronden, de zeden en gebruiken van het fin de siècle; maar ik werd betoverd door het proza, júist die lange zinnen, gallicismen, neologismen, puntjes en uitroeptekens.
Het was (bijna) dezelfde coup de foudre die ik later kreeg bij het lezen van A.F.Th. van der Heijdens De tandeloze tijd, ook bloemrijk, ook lange zinnen, en ook heel veel puntjes… zouden jonge mensen dát nog lezen,trouwens?
Misschien wordt het anders tijd om daar ook een hertaling van te maken, meteen flink inkorten ook, want wie zit er nog op vuistdikke tetralogieën te wachten?
Alles wat meer tijd kost dan Tim Krabbé’s Het gouden ei laat ons nageslacht immers links liggen, ten faveure van Netflix en games.

 

Met de dood in het hart begon ik de hertaling te lezen van Van oude mensen.
Op de eerste bladzijde ging het al mis.
In het origineel zegt Lot, de zoon, tegen zijn moeder: ‘Steyn is toch je man… Je moest niet altijd zoo met hem kibbelen, en zulke dingen zeggen, of denken.
Je bent weêr net een kleine furie geweest.
Dat geeft rimpels, zoo boos te zijn.’
Van Dijk ‘hertaalt’ dit fragment als volgt: ‘Steyn is je man, jullie moeten niet steeds ruzie zoeken en onaardige dingen zeggen of denken.
Je ging net als een wraakgodin tekeer!
Daar krijg je alleen maar rimpels van, van zo boos zijn.’

 

Lelijk hè?
Trouwens, zijn ‘furie’ en ‘kibbelen’ moeilijker woorden dan ‘wraakgodin’ en ‘ruzie’?
En waarom heeft Van Dijk, die uitroeptekens toch ‘te bloemrijk’ vindt, er zélf een toegevoegd, op een plek waar dat volstrekt niet logisch is?

 

Ook met het liquideren van die gewraakte gallicismen gaat het mis. Couperus strooit inderdaad nogal met woorden als ‘boudeeren’ of ‘porte-brisée’. Het aardige is dat je bijna altijd uit de context begrijpt wat ze betekenen, en daardoor terloops nog wat Frans leert. Van Dijk vindt van niet, en vertaalt bijvoorbeeld ‘bottines’ met ‘laarzen’. En dat terwijl de zachte, ijdele Lot helemaal geen type is voor laarzen. Hij draagt bottines, laarsjés dus. Noem ze dan laarsjes, enkellaarzen, of desnoods booties. Of beter nog: laat gewoon ‘bottines’ staan.

 

Ik las nog even verder. Het was alsof de Sixtijnse kapel was beschilderd door Dick Bruna, ­Erbarme dich gezongen door ­Sieneke, James Bond gespeeld door Gerard Joling.

 

Nee, met deze ‘hertaling’ valt niemand te winnen voor Couperus.
Alle curieuze charme van diens proza is eruit verdwenen.
Met de uitholling van Couperus, hoe goed bedoeld ook, neemt Van Dijk bovendien een groot ­risico. Het is immers volstrekt niet denkbeeldig dat de lezers ontgoocheld zullen denken: ‘Is dít nu een beroemde schrijver? Laat verder maar zitten dan.’

Dunhuang

Als ik iets schrijf of lees over Dunhuang in China
dan gaat het over boeken, oude boeken.
Het oudst bekende gedrukte boek in door Aurel Stein
‘ontdekt’ in Dunhuang: de Diamond Sutra.
De boeken die er ontdekt zijn worden geconserveerd en
bestudeerd door bijvoorbeeld het International Dunhuang Project.
zo zag ik afgelopen weekend een schilderij op zijden in het
British Museum uit Dunhuang. Stein bracht niet alleen
boeken mee naar Engeland maar ook schilderingen en andere
religieuze, Boeddhistische voorwerpen.

Maar afgelopen zaterdag had de Volkskrant in het
magazine een heel ander verhaal. Een verhaal over
zonne-energie in Wetenschap. In beeld van de week:

DunhuangVolkskrantMagazine20180908

Dunhuang in de Volkskrant van 08/09/2018.


Spoedcursus Nescio: inbinden gevouwen bladzijdes

WP_20180520_14_03_15_ProInbindenEersteGevouwenBlad

De maat van de spoedcursus Nescio uit het Volkskrant boekenbijlage Sir Edmund komt niet overeen met de maten van het boek waar ik het artikel wil inbinden. Dat is ook het geval met de kopie die ik van het artikel heb gemaakt. Daarom moet ik die bladen opvouwen. Daardoor vragen ze meer ruimte in de rug dan een reguliere bladzijde. Daarom plak ik de bladen op een drager die van dikker bamboepapier is gemaakt. Dan kan ik de bladen mee inbinden en toch voldoende ruimte in de rug maken om het een mooi boek te maken.


WP_20180520_14_03_45_ProOpgevouwenBladOpDragerDieIngenaaidWordt

Hier zie je hoe de eerste drager wordt meegebonden.


WP_20180520_14_59_20_ProTijdensInbindenEvenInDePers

Nog niet alle katernen zijn ingenaaid. Maar ik had er al weer voldoende tijd aan besteed vandaag. Daarom gaat het boek zo nog even in de boekenpers. Een beetje ongewoon maar met die gevouwen vellen denk ik wel een goed idee.


Gisteravond Maarten ’t Hart uit de boekenpers gehaald

Natuurlijk niet Maarten zelf maar het boek dat ik
gemaakt heb met behulp van het doe-het-zelf pakket
van Maakjeeigenboek.nl en het interview met Maarten
in de Volkskrant.
Ik ben blij met het resultaat.

WP_20180519_08_30_12_ProMaartenTHartInterview

Geopend.


WP_20180519_08_30_21_ProMaartenIHartInterview

Ben alleen bang dat een papieren kaft, hoe mooi ook, nu, in de toekomst snel vuil zal worden of misschien gaat verkleuren.


Gargouilles – het woord kwam vaag bekend voor, nu de uitleg

WP_20180404_12_19_54_ProHellaSHaasseOgenblikkenInValois

Hella S. Haasse, Ogenblikken in Valois.


Dit jaar kwam er naast de herinneringen van Yvonne Keuls aan
Hella S. Haasse en herdruk uit van een boek van Hella S. Haasse.

Het boek ‘Ogenblikken in Valois’ wordt bijna aangekondigd in ‘Zoals ik jou ken, ken je mij’:

‘Ja, ja goed,’ zei Jan, ‘maar het zit erin dat ik de Haagse rechtbank ga verlaten, vervroegd dus, omdat ik me niet verenigen kan met… met wat ik dus niet mag vertellen.’
Codetaal.
‘Ja, en daardoor komt iets anders voor ons dichterbij,’ zei Hella. ‘De streek boven Parijs, de Valois, dat gebied tussen de rivieren Oise, Aisne en Ourcq… We reizen er altijd doorheen als we naar het zuiden gaan, en we hebben er ons hart aan verpand.’ Het woud der verwachting speelt zich in die streek af, legde ze uit, de Franse koningen bezaten er uitgestrekte domeinen. Daar waren de bossen van Compiegne, waar de edelen gingen jagen, Charles van Orléans trad in het huwelijk in Compiegne in 1406.

Yvonne Keuls, Zoals ik jou ken, ken je mij, pagina 166.

Eerder verwees ik al eens naar de recensie in de Volkskrant.
Bo van Houwelingen schreef die op 2 maart 2018 en zat er voor mij flink naast.

Lukraak slingeren we via nodeloos lange en complexe zinnen van de Keltische tijd naar de middeleeuwen,
van de Gallo-Romeinse tijd naar de Eerste Wereldoorlog,
van adellieden naar koningen,
van riviertje zus naar vallei zo,
van ruïne hier naar uitkijktoren daar,
ondertussen bedolven rakend onder een stortvloed van historische weetjes die je direct weer vergeet.

Het is verleidelijk om beide boeken in een recensie op te nemen.
De boeken zijn ongeveer tegelijkertijd uitgekomen, ter gelegenheid van
de 100ste geboortedag van de schrijfster (2 februari 1918)
die een van de boeken zelf schreef en van het andere boek het onderwerp is.

Maar het zijn wel twee verschillende boeken, elk met zijn eigen doel.
Niet twee boeken over Hella S. Haasse. Althans niet in de zin van een biografie.

Daar waar het boek van Yvonne Keuls (zoals ik jou ken, ken je mij) gaat
over de gezamenlijke avonturen van Haasse/Keuls en dus een kijkje geeft
op de persoon Hella S. Haasse, is Ogenblikken in Valois dat helemaal niet.
Het gaat over het beeld dat Valois bij Hella S. Haasse heeft opgeroepen.
Dat dit een beeld is waarin de historie een belangrijke rol speelt,
mag niet verrassen.

ik heb een paar stukjes uit het boek overgenomen.
Oordeel zelf.

Pagina 75 – 76: Mooi en belezen.

Feeën zijn bij uitstek Keltische toverwezens.
Van feeënbronnen, feeënrotsen, feeënweiden en -wouden wemelt het in de Franse folklore.
Ze heten altijd ‘Dames’, goede vrouwen, witte vrouwen of groende vrouwen.
Ze horen bij beken en meren, bij grote stenen, zij wonen in bomen in de wouden, bij voorkeur in beuken.
Niemand ziet hen ooit meer.
Er zijn alleen lange lage nevels, dunne mistslierten boven het water of tussen de stammen van het bos;
de boomstronken die de boeren hier en daar laten staan in hun akkers of aan de rand van een plek kreupelhout
lijken vaak op grillige gestalten met bezwerend geheven armen, als het ware in een danspas verstard.

Het is duidelijk dat hier iemand aan het werk is die zowel
een boodschap wil overbrengen als mooie Nederlandse taal schrijft.
Om zo’n stukje te schrijven moet je allereerst veel lezen.
anders kun je moeilijk beweringen doen over Franse folklore.
Daarnaast is het gewoon hard werk om de zinnen te maken zoals
je hier kunt lezen.

Haasse zegt het zelf als volgt in Zoals ik jou ken, ken je mij:

Hella reageerde afwijzend op Solzjenitsyns woorden en het feit dat Jan daarmee instemde. ‘Als je schrijft gaat het in de eerste plaats om je woordkeuze, om verbeelding, stijl, poëzie, fantasie, ritme, de emotie die je kunt overbrengen. Je onderwerp is daaraan ondergeschikt,’ zei ze.’ Als je als schrijver toevallig ook nog signaleert is dat meegenomen.’

Of ik het met haar eens ben is niet zo belangrijk.
Het is wel haar visie op schrijven.

Pagina 100: één lange zin.

De fraai gelegen schietbaan in Valois is in het oudste hooggelegen stadsdeel van La Ferté-Milon,
op de top van de heuvel, vlak onder de enige nog overeind staande, massieve, met boompjes en struiken begroeide, door duiven omfladderde frontale muur van de burcht
(omstreeks 1400 op last van Louis d’Orléans gebouwd),
die Henri IV liet ontmantelen,
omdat hij dat geducht sterke kasteel
– als het ooit in handen van zijn tegenstanders zou vallen –
een bedreiging achtte voor zijn koningschap.

Ook de lezer zal moeten werken bij Haasse.
Hierin lijkt Haasse totaal anders dan Yvonne Keuls die in korte zinnen schrijft
die minder werkt lijken te vragen.

Pagina 140: gargouilles – het woord kwam vaag bekend voor, nu de uitleg.

…..tot de klauwen van de waterspuwers, de gargouilles.
Het woord ‘gargouilles’ komt voor het eerst voor in een manuscript uit de veertiende eeuw.
Het was de naam van een bloeddorstige gevleugelde draak die, volgens de legende,
in een woud aan de oevers van de Seine huisde.
Omstreeks het jaar 700 zou het monster onschadelijk gemaakt zijn door de bisschop van Rouen, die zich,
bij gebrek aan andere vrijwilligers, op deze expeditie liet vergezellen door twee uit de kerker gerekruteerde misdadigers, een dief en een moordenaar.
Alleen de laatste had de moed de gargouille te lijf te gaan.
Oorsprong van dit verhaal is, meent men, het historische feit van het terugdringen van de buiten haar oevers getreden kronkelige ‘slang’ Seine,
en het droogleggen van het land rondom Rouen, dat bij iedere hoge waterstand tot een onafzienbaar moeras werd.

Pagina 173: Prachtig.

Eens, op een vroege ochtend in de herfst, zag ik bij Chantilly, tegen de achtergrond van het woud, uit de nevel een ruiter en zijn ros opdoemen:
het mooiste paard van de wereld, een schimmel met wuivende staart en manen, die op ranke benen met edel genegen hoofd licht dansend naderbij kwam door het lange gras.’

Als je zoals de schrijver van de recensie in de Volkskrant
meer van Haasse wilt te weten komen, dan kan dat wel in Ogenblikken in Valois.
De inleiding op bovenstaande tekst van Aleid Truijens
is volgens mij correct en geeft dat inzicht:

Voor Haasse is dat rijke verleden hier voelbaar,
het is de motor voor haar verbeelding.
Met gemak verplaatst ze zich naar vroeger tijden.

WP_20180404_12_21_45_ProHellaSHaasseOgenblikkenInValois

Het boek ligt wat ver weg op de foto. Dat is ook een beetje het perspectief dat Haasse geeft in het boek van Valois. Van heel dichtbij tot ver in het verleden.