Door zonder familie

‘Door zonder familie’ wordt door tekenaar/schrijver Gerrit de Jager
een beeldroman genoemd.
In het Engels noem je dit een Graphic Novel.
Een populaire manier om betere stripverhalen te maken.

 photo DSC_3131GerritDeJagerDoorZonderFamilie.jpg

Gerrit de Jager, Door zonder familie.

Bij Gerrit de Jager zit de kracht niet in ‘de klare lijn’,
de fantastische inkleuring of vernieuwende pagina indelingen.
Voor mij zit zijn kracht in de humor.
De humor en zelfspot spatten dan ook vanaf de pagina’s
in Door zonder familie.
Een leuke woordspeling op de Familie Doorzon.

Veel plezier!

Gelezen

Philippe Bonifay & Thibaud de Rochebrune: Pinokkio
Philippe Bonifay & Stephane Duval: Blauwbaard
Philippe Bonifay & Fabrice Meddour: Sneeuwwitje

De ondertitel van deze drie stripverhalen is:
waar sprookjes vandaan komen.

 photo DSC_3077PhilippeBonifayThibaudDeRochebruneStephaneDuvalFabriceMeddourPinokkioBlauwbaardSneeuwwitje.jpg

In drie verhalen wordt achterhaal waar de betreffende sprookjes
vandaan zouden kunnen komen.
Geen wetenschappelijke analyse maar een gedachtenspinsel.
Stel dat de auteurs behoorlijk wat
dichterlijke vrijheid namen
om ervaringen, volksverhalen en verzinsels
om te toveren in lieve kinderverhaaltjes?
Dan zouden deze drie verhalen best wel eens kunnen kloppen.
Ik heb genoten.
Waarschuwing:
voor kinderen zijn de verhalen niet bedoeld.

 photo DSC_3078Sneeuwwitje.jpg
Philippe Bonifay & Fabrice Meddour: De heks in Sneeuwwitje.

Een woord vooraf

Op zeven van die meesterwerken na, zo besefte ik, had op zijn minst eens in mijn leven voor alle gestaan.
Terwijl ik de personages op de foto’s iets nauwkeuriger bekeek – overal staat minstens één figuur op, op sommige honderden – realiseerde ik me dat ik ze allemaal ooit al had ontmoet, maar ze me niet zo helder voor de geest kon halen als ik zou willen.
Ik beschouwde hen niet als oude vrienden of overleden familie, maar zag in dat ze voor mij onsterfelijke, emotieve symbolen waren geworden van het denkbeeldige universum dat kunst is.

 photo DSC_2921Till-HolgerBorchertMeesterwerk.jpg

Ik heb mijn telefoon erbij gelegd om een idee te geven van de grootte van het boek ‘Meesterwerk van Van Eyck tot Rubens in Detail’ van Till-Holger Borchert.

Dat is een mooi begin of een mooie herinnering of allebei.
Is dit je eerste kennismaking met deze werken, ga ze dan bekijken.
Herinneren deze afbeeldingen je aan sterke emoties die je gewaarwerd toen je er voor stond, ga ze dan opnieuw bekijken.

Mickey Cartin

 photo DSC_2922Till-HolgerBorchertMeesterwerk.jpg

‘Meesterwerk van Van Eyck tot Rubens in Detail’ van Till-Holger Borchert.

Meeterwerk

Ik heb het boek zaterdag al even in de hand gehad.
Even mogen bladeren door de prachtige afbeeldingen.
Genieten van de kleuren en details.
Kopen kon ik het niet want er was een koper voor me.
Die was op slag verliefd op het boek, kocht het en nam het mee.
Ik moet dus nog een paar dagen wachten.
Hier alvast de recensie zoals die vorige week in de Volkskrant stond.

 photo Till-HolgerBorchertMeesterwerkTitelMetSterren.jpg

Sommige schilderijen zijn het artistieke equivalent van een sluipmoordenaar. Ze zijn stil en hebben eindeloos geduld. Je kunt een schilderij jaren kennen voordat het binnenkomt. Er steeds weer langslopen en één detail zien, een gezicht of een vaas, en de impact van het geheel totaal missen. Of andersom; die vertrouwde compositie, die kleuren, kunnen steeds weer een belangrijk detail of verhaal voor je verhullen. Een goed werk bekruipt je, draalt om je heen als een meisje dat aandacht weet te vangen zonder het te vragen. Tot het moment daar is.

Till-Holger Borchert, als hoofdconservator hoeder van een magische collectie Vlaamse Primitieven in het Groeningemuseum in Brugge en groot cultureel-kenner-in-de-breedte, kent dat mechanisme. Hij weet hoe mensen kijken, en vermoedelijk hoe mensen minder zien naarmate ze meer denken te weten. De rest vullen we immers zelf wel in. Hij zal ook de bewegingen kennen die mensen maken als ze voor de Madonna met kanunnik Joris van der Paele van Jan van Eyck staan, het Moreel-triptiek van Hans Memling of Hugo van der Goes’ Dood van Maria. Zij die de tijd nemen, maken een langzame dans; heen en weer, een stap terug, vooruit, een beetje buigen, en weer achteruit.

In Meesterwerk, een boek als een privétentoonstelling, beantwoordt Borchert aan dat mechanisme – de relatie tussen geheel en detail, vorm en verhaal, gevoel en kennis. Per kunstenaar voert hij exemplarische kunstwerken op en zoomt in tekst en beeld per pagina in op details, als een regisseur die zijn objecten met de camera streelt. Hij stelt de kunstwerken voor, geeft ze context, reikt details aan die je nooit zag of die je eerder zag, maar die nu van jou zijn. De pagina’s zijn groot (A3), de beelden zonder kadrering geplaatst, vaak zijn details groter afgebeeld dan ze in werkelijkheid zijn geschilderd.

 photo Till-HolgerBorchertMeesterwerkOmslag.jpg

Je oog wordt aldus zelf een camera die als Google Art rolt langs duivels met vlindervleugels, egels in zeepbellen, vallende kinderen in het vuur van de hel, edelstenen in een kroon van bont. Een uitgeblazen kaars, een mistig landschap, een zoom van brokaat. Gillende monsters, de vertrokken pijn van een gemartelde rechter of de tranen van Maria bij de kruisafneming van Christus, druppelend langs haar rode neus en lippen, omdat ze buigt in wanhoop.

En je weet weer; het is om te huilen zo mooi, deze aandacht voor details en menselijkheid. Van Rogier van der Weyden, Hieronymus Bosch of Rubens, Gerard David of Dieric Bouts.

Het is wonderlijk dat het zo werkt, want van het belangrijkste zijn we immers verstoken in dit boek: de verflaag zelf. Wat deze kunstwerken niet kunnen bieden, geeft dit boek: langdurige nabijheid en een uitlichting van details die je misschien nog niet kende. En wat het boek niet kan bieden, biedt het kunstwerk als je het weer bezoekt: de diepte van de verf, de transparantie van het materiaal, het geheel en de details waartoe je je fysiek kunt verhouden.

Meesterwerk is een herinnering daaraan, een indicator. Die pagina voor pagina wijst op het soms onbevattelijk diepe begrip en de kennis van de wereld en de mens die de beste kunstenaars hadden. En waaraan ze vorm gaven in hun kunst.

(Recensie door Wieteke van Zeil, gepubliceerd op 07-12-2013)

Gehoord

De afgelopen week heb ik me verdiept in het hoorcollege
van Prof. mr. Jan Lokin.
Het gaat over Charles Dickens.
Ik ben geen kenner van het werk van Dickens maar
net als veel anderen kijk ik met heel veel plezier
naar de verfilming van zijn boeken.
Ook de oudere zwart/wit verfilmingen (Oliver Twist!)

 photo DSC_2899DickensHoorcollege1.jpg

Het college mengt op een leuke manier opvattingen
en fragmenten van de boeken van Dickens (vaak in het Engels)
en leuke feiten.
Ik luister er met veel plezier naar.

Er zitten leuke feiten tussen zoals die over de Pickwick thee,
al geeft Wikipedia een andere versie. Belangrijk is dat
de naam van de thee en dus indirect ook de verpakking,
is ontleend aan de Pickwick Papers.
(The Posthumous Papers of the Pickwick Club)

 photo DSC_2900DickensHoorcollege2.jpg

Dat letters me bezig houden zal de bezoekers van mijn blog
misschien opgevallen zijn en daarom beviel mij de beginzin
van Great Expectations heel erg:

The shape of the letters on my father’s,
gave me an odd idea that he was a square,
stout man, with curly black hair.
From the character and turn of the inscription
‘Also Georgina Wife of the Above’
I drew the childish conclusion
that my mother was freckled and sickly.

In de Nederlandse vertaling van Heijn de Bruijn,
Prisma, De werken van Charles Dickens,
Grote Verwachtingen, gaan deze zinnen als volgt:

De vorm van de letters op de zerk van mijn vader
gaf mij zo’n vaag idee,
dat hij een vierkante,
robuste man met krullend zwart haar geweest was.
Uit het karakteren de trant van de inscriptie,
‘En Georgina, Echtgenote van Bovengenoemde’,
trok ik de kinderlijke conclusie,
dat mijn moeder een sproetig en ziekelijk uiterlijk had.

Zowel het Engels als het Nederlands in bovenstaande teksten
klinkt ons vandaag de dag wat stroef.
Maar dat een weeskind op basis van letters op een graf
het uiterlijk van zijn ouders construeert,
lijkt me typisch voor Dickens.
Het geeft ook meteen de kracht van lettertypes aan.

 photo DSC_2902CharlesDickensGroteVerwachtingen.jpg

Al is het Engels van de citaten soms best moeilijk, het college
geeft inzichten en samenhang waar ik nog geen weet van had.
Wel heb ik het idee dat soms de hoofdstukken wat vreemd zijn afgekapt,
de Jan Lokin nog meer te vertellen had, waar wij nu alleen naar kunen raden.

India 2013: gelezen

Het boek ‘Diplomaat van de Tsaar’ van Angela Dekker
heb ik met heel veel plezier gelezen in India.
Met name tijdens de eerste dagen van de Pushkar Fair.

 photo DSC_2877DAngelaDekkerDiplomaatVanDeTsaar.jpg

Het boek gaat over een Russische diplomaat aan de ambassade in Den Haag.
De man werkte voor het Tsaristisch Rusland.
Dan breekt de revolutie uit.
De Tsaristische ambassade wordt niet erkend door het nieuwe regime.
Het personeel blijft zo goed als het gaat, de werkzaamheden voortzetten.
De revolutie was immers niet in een dag geregeld en lange tijd
was er hoop dat de communisten de slag niet zouden winnen.
Uiteindelijk doen ze dat wel.

In tussentijd vluchten Russen naar het Westen in verband
met de revolutie en de wereldoorlog.
Dhr. Poustochkine maakt moeilijke tijden mee en rond hem heen
zijn er allerlei verhalen te vertellen over andere mensen.
Russen en Nederlanders, wiens levens verstrengeld raken met de geschiedenis.
Angela Dekker doet dat heel goed wanneer ze schrijft over
het Russisch Strandgoed.

Vandaag de dag stranden nog steeds veel mensen ergens op de wereld.
Misschien niet van zo’n voorname komaf als Dhr. Poustochkine.
Dat maakt hun verhaal waarschijnlijk nog schrijnender.

Munch door Steffen Kverneland

 photo DSC_1553MunchSteffenKverneland.jpg

Nog een stripverhaal of graphic novel zo je wil
over een kunstenaar.
Hadden we eerder dit jaar het mislukte boek over Rembrandt,
hier een voorbeeld van hoe het ook kan.
Het boek is niet eenvoudig.
Dat was Munch ook niet en dat zijn zijn werken
vandaag de dag nog steeds niet.
Ik ben eens op bezoek geweest in het Munch Museet
in Oslo en er ging een wereld voor me open.

 photo DSC_1555Munch.jpg

De striptekenaar heeft zich niet beperkt tot het standaard patroon
van een stripverhaal. alles lijkt mel geoorloofd.
Het resultaat mag er zijn.

 photo DSC_1557Munch.jpg

Met prachtige grote tekeningen, ingekleurd, of foto’s en penschetsen.
Het hele tekenarsenaal wordt uit de kast gehaald en levert
een stripboek op van 273 pagina’s.

 photo DSC_1558Munch.jpg

Doe iemand een plezier met Sinterklaas of zomaar.

ParaGames Breda

Vorige week, ondanks al het slechte weer,
was er een groot sportevenement in Breda.
Ik ben nog even gaan kijken op de KMA.

 photo DSC_1456ParaGamesBreda.jpg

 photo DSC_1456.jpg

Entree van de KMA.


Bij binnenkomst liep je gelijk een enorme tent in.
Er was ruimte voor een speelveld.

 photo DSC_1459Concentratie.jpg

Als ik binnenkom zijn de opwarmoefeningen aan de gang. Al gauw steekt men de koppen nog eenmaal bij elkaar voor de wedstrijd.


 photo DSC_1460HogeSnelheid.jpg

Het spel gaat met een enorme snelheid.


 photo DSC_1462VeelActie.jpg

Met heel veel actie.


 photo DSC_1464DoodSpelmoment.jpg


Om goede foto’s te maken sta ik precies aan de verkeerde kant van het veld en bovendien is het vrij donker in de tent. Maar dat heeft totaal geen invloed op het spel.


 photo DSC_1472Hockey.jpg

Ook bij het hockey zit de vaart erin.


Stefan Verwey / Marshall McLuhan: books would become art objects.

 photo DSC_1144StefanVerweyVolkskrant20130615.jpg

Stefan Verwey in de Volkskrant van 15 juni 2013 over boeken. Helemaal in de trent van Marshall McLuhan: books would become art objects.

Woody Allen interview in Esquire

Er is een nieuwe film op komst van Woody Allen.
Je kunt er je kalender op gelijk zetten,
want elk jaar komt er wel een film van hem uit.
In het kader van het uitkomen van de nieuwe film – Blue Jasmine,
is Woody Allen gevraagd voor een interview in Esquire.

Hij zegt daarin het volgende:

Marshall McLuhan predicted books would become art objects at some point. He was right.

In het Nederlands:
Marshall McLuhan voorspelde dat boeken ooit
kunstobjecten zouden worden.
Hij had gelijk.

Ik wist niet wie Marshall McLuhan was/is.
Wiki brengt dan uitkomst:

Herbert Marshall McLuhan (21 juli 1911, Edmonton, Canada – 31 december 1980) was een Canadees filosoof en wetenschapper. Tot zijn belangrijkste werkgebieden behoren mediastudies en mediatheorie. Hij was de grondlegger van het concept global village. Dit concept werd door McLuhan voor het eerst geformuleerd in 1959, ver voordat de vorming van een ‘globaal dorp’ (met de opkomst van het internet en het wereldwijd web) voor iedereen zichtbaar werd.

Uit:
Woody Allen Interview 2013 –
Blue Jasmine Director Woody Allen on Movies, Success & Life –
Esquire

HhhH, Laurent Binet

 photo GuilleVizzariEsmeraldaProHhhHLaurentBinet.jpg

Maar in hoofdstuk 97 gaat hij nog even in
op een van zijn naaste collega’s:

Een onderafdeling van de Gestapo, al is de werkelijke status veel hoger, maar je kunt beter discreet blijven over gevoelige onderwerpen, wordt gevormd door Joodse zaken. Voor de leiding daarvan weet Heydrich al wie hij wil hebben, de aangewezen persoon is die kleine Oostenrijkse Hauptsturmfuhrer, die zulk goed werk aflevert, Adolf Eichmann.

Hoofdstuk 104, een volgende stap in de carrière van Heydrich:

In Berlijn geen ronde tafel of zwarte magie, er heerst een bureaucratische sfeer en Heydrich schrijft ijverig zijn instructies. Göring heeft hem gevraagd het kort en bondig te houden. Op 2 juli 1941, dus twee weken na het begin van Barbarossa, laat hij de volgende notitie verspreiden onder de leidinggevende SS’ers die achter het front opereren: ‘Geëxecuteerd moeten worden: alle functionarissen van de Komintern, de partijfunctionarissen, de volkscommissarissen, joden die functies bekleden binnen de partij of de staat en andere radicale elementen (saboteurs, propagandisten, partizanen, moordenaars, agitatoren).’
Inderdaad bondig, maar ook omzichtig , en zelfs enigszins merkwaardig geformuleerd, want waarom die nadere omschrijving van de joodse functionarissen, terwijl alle functionarissen moeten worden gedood, of ze nu joods zijn of niet?

Twee weken later is de gene verdwenen, weggevaagd door de euforie van de overwinningen. Terwijl de Wehrmacht het Rode Leger op alle fronten verplettert, de Duitse opmars sneller gaat dan de grootste optimisten verwachtten, en er al driehonderdduizend Sovjetsoldaten krijgsgevangen zijn genomen, herschrijft Heydrich zijn instructie. Hij herhaalt de belangrijke punten en breidt zijn lijst uit met wat detailleringen (hij voegt er bijvoorbeeld ook de oud-commissarissen van het Rode Leger aan toe). En ten slotte vervangt hij ‘de joden die functies bekleden binnen de partij of de staat ’door ‘alle joden’.

Over de stijl van zijn boek. Hoofdstuk 107.

Natacha leest het hoofdstuk dat ik net heb geschreven. Bij de tweede zin roept ze uit: ‘Hoezo, “het bloed stijgt naar zijn wangen”? “Zijn hersenen bonzen tegen zijn schedelwand”? Dat heb je verzonnen!’

Hoofdstuk 150 gaat over al die mensen die bij de aanslag
(de aanloop, de aanslag zelf en de gebeurtenissen daarna)
betrokken waren.
Dat waren niet alleen Gabcik (Gabčik), Kubis (Kubiš) en Valcik (Valčik).

Ik kan deze geschiedenis niet vertellen zoals het zou moeten. Die hele warboel van personages, gebeurtenissen, data en de eindeloze vertakkingen van oorzaak en gevolg, en die mensen, echte mensen die echt hebben bestaan, met hun leven, hun handelingen en hun gedachten, waarvan ik een flintertje aanstip….
Ik bekijk een kaart van Praag waarop alle appartementen staan aangegeven van mensen die de parachutisten hebben geholpen en hun onderdak hebben bezorgd, iets waar ze bijna allemaal met hun leven voor hebben betaald. Mannen, vrouwen en kinderen, natuurlijk. De familie Svatos, op een steenworp van de Karelsbrug, de familie Ogoun, vlak bij de burcht, de families Novak, Marovec, Zelena en Fafek, die meer naar het oosten woonden. Ieder lid van elk van die families zou een eigen boek verdienen met daarin het relaas van zijn of haar deelname aan het verzet tot in Mauthausen en de tragische ontknoping.

De doden zijn dood en het maakt hun niets uit of hun eer wordt bewezen. Het is voor ons, de levenden, dat het iets betekent. De herinnering heeft geen enkel nut voor hen die ze eert, maar ze dient degenen die zich ervan bedienen. Met mijn herinnering bouw ik mijn identiteit op, met haar troost ik me.

Binet is gericht op details, alle details.
Zo maakt hij ons deelgenoot in hoofdstuk 154 van zijn twijfels
over de correctheid van gegevens en hoe daar mee om te gaan
in relatie tot een historische roman van Flaubert:

Deze keer ben ik in het nadeel, want het is veel makkelijker om me op een fout te betrappen bij een nummerbord van een Mercedes uit de jaren veertig dan bij de tuigage van een olifant uit de derde eeuw voor Christus.

Hoofdstuk 205 is een heel belangrijk hoofdstuk.
Over de stelling die Binet hierin inneemt
zijn heel wat blogs geschreven.
Ik neem dit hoofdstuk dan ook helemaal op:

Ik begin het geloof ik te begrijpen: ik ben een infra-roman aan het schrijven.

Inderdaad. Hoofdstuk 205 is slechts 1 zin.
Maar een belangrijke. Het boek is immers een roman.
Je vergeet het soms als je het boek aan het lezen bent.
Het is geen geschiedenisboek.
Dat is ook waar de meeste recensisten problemen mee hebben.
Binet stapt regelmatig met zijn eigen ervaringen (?) in het boek
op de voorgrond.
Als een detective die vertelt over hoe hij de zaak oplost.

In een interview in Vrij Nederland definieert Binet het als volgt:
een geschiedenis verteld als een roman met alle eigenschappen
en technieken van de roman – op één na: fictie

Of zoals de Volkskrant schrijft:
Laurent Binet beschrijft tot in detail hoe dat in zijn werk ging.
Maar – hoogst opmerkelijk voor een roman – hij wijkt daarbij
geen duimbreed af van de feiten.

Hoofdstuk 206, is het de vertaalster of is het Binet?

De bochten van de weg schetsen het lot van een man, en van nog een man, en van nog een man, en van nog een man.

4 x het woord man in 1 zin, 4 x H!
(Heydrich, Gabcik (Gabčik), Kubis (Kubiš) en Valcik (Valčik))

Hoofdstuk 209

Alle blikken zijn op hen gevestigd en de geüniformeerde mannen in het publiek brengen de Hitlergroet als ze langskomen. Heydrich laat zich door de grootsheid van de omgeving overweldigen, ik zie het in zijn blik, trots neemt hij het altaar met daarboven de weelderige bas-reliefs in ogenschouw, aan de voet waarvan de musici weldra plaats zullen nemen.
Muziek is zijn leven, zo weet hij die avond weer, als hij ooit vergeten was; vanaf zijn geboorte is ze bij hem geweest en ze heeft hem nooit verlaten. De kunstenaar in hem heeft altijd overhoopgelegen met de man van daad. Zijn carrière is voor hem bepaald door de loop der dingen. Maar hijzelf is altijd vervuld geweest van muziek, tot op het moment van zijn dood.
Iedere genodigde heeft het programma van de avond in zijn hand waarin het slechte proza te lezen is dat de plaatsvervangend protector zich bij wijze van introductie heeft verwaardigd te schrijven: ‘Muziek is de scheppende taal van kunstenaars en muziekliefhebbers, het uitdrukkingsmiddel van hun innerlijk leven. In moeilijke tijden brengt muziek hem die er naar luistert verlichting en in tijden van grootsheid en strijd schenkt ze hem moed. Maar muziek is bovenal de grootste expressie van wat het Duitse ras cultureel tot stand heeft gebracht. In dat opzicht is het Praagse muziekfestival een bijdrage aan de superioriteit van het heden, dat als fundament wordt beschouwd voor een sterk muzikaal leven van deze regio binnen het Reich de komende jaren.’Heydrich kan minder goed schrijven dan vioolspelen, maar dat maakt hem niet uit, omdat muziek de ware taal is van de kunstenaarsziel.
De programmering is uitzonderlijk goed. Hij heeft de beste musici laten komen om Duitse muziek ten gehore te brengen. Beethoven, Handel, Mozart natuurlijk, waarschijnlijk is men die avond voor een keer aan Wagner ontsnapt (ik weet het niet zeker want ik heb het volledige programma niet kunnen achterhalen). Maar wanneer de noten opklinken van het pianoconcert in c mineur van Bruno Heydrich, zijn vader, gespeeld door de vroegere leerlingen van het conservatorium in Halle, begeleid door een beroemde, virtuoze pianist die speciaal voor de gelegenheid os overgekomen, moet Heydrich, die de muziek door zich laat stromen als een heilzame golf, dia apotheose voelen. Ik zou dat werk ook graag beluisteren. Wanneer Heydrich aan het eind applaudisseert, zie ik op zijn gezicht het trotse waandenkbeeld van alle megalomane grote egoïsten. Heydrich geniet van zijn persoonlijke triomf via de postume triomf van zijn vader. Maar triomf is nog geen apotheose.

Het dilemma: Duits, Nazi, Cultuur.
Ook Binet ontkomt daar niet aan.

210

Gabcik is terug. Kubis en hij roken niet in het appartement van de keurige familie Ogoun die hen huisvest, om hen niet lastig te vallen en bij de buren geen argwaan te wekken.
Door het raam is te zien hoe de burcht zich tegen de nachtelijke lucht aftekent. Kubis, die diep in gedachten naar die imposante massa kijkt, zegt hardop denkend: ‘Hoe zou het morgen om deze tijd zijn…’Mevrouw Ogoun vraagt: ‘En wat zou er dan anders moeten zijn?’ Gabcik geeft haar antwoord: ‘Nee, mevrouw, niets hoor.’
Op de ochtend van 27 mei staan Gabcik en Kubis vroeger dan anders klaar om te vertrekken. De zoon van de familie Ogoun, die hun onderkomen biedt, repeteert nog een laatste keer zijn stof, want vandaag moet hij eindexamen doen en hij is heel zenuwachtig. Kubis zegt: ‘Rustig maar, Lubos, je slaagt, je slaagt heus wel. En vanavond vieren we met zijn allen dat het gooed is gegaan…’

Zwart/Groen. Het achterhalen van de feiten is ingewikkeld.
Ook hier worden we weer deelgenoot in de zoektocht van de detective.
Reusachtig ten opzichte van Klein. Humor!

212

Om negen uur is de zwarte of donkergroene Mercedes voor komen rijden met aan het stuur zijn chauffeur, een reusachtige SS’er van bijna twee meter lang, die luistert naar de naam Klein.

Binet maakt ons deelgenoot van nog een ander probleem.
Een soort bewuste Writers Block.
Hij wil wel schrijven (zoals ik altijd wel boeken wil lezen)
maar stelt steeds de apotheose uit
omdat hij niet wil dat het afgelopen is.
Fantastisch!

215

Terwijl de Mercedes van Heydrich langs de onregelmatige gesponnen draad van zijn lot kronkelt, terwijl de drie parachutisten met al hun zintuigen op scherp en gespannen in de bocht van de dood op de uitkijk staan, herlees ik de geschiedenis van Jan Zizka, beschreven door George Sand in Jean Zizka, een van haar minder bekende boeken.

Men zegt ook dat Zizka een van de grootste krijgsheren is die ooit hebben geleefd, omdat hij nooit een nederlaag heeft gekend. Ik versnipper mijn aandacht. Ik lees allemaal dingen die me van de bocht wegvoeren. En dan stuit ik op de volgende zin van George Sand: ‘Arme of gebrekkige ploeteraars, het is en blijft een hopeloze strijd tegen mensen die zeggen: “Je moet hard werken voor een pokkenleven.” Dat is geen uitnodiging meer, maar een regelrechte provocatie, en dat terwijl ik net van die uitweidingen af wil! Maar geconcentreerd op mijn doel laat ik me nu niet meer afleiden. Een zwarte Mercedes schiet als een slang over de weg, en ik zie hem.

In het volgende hoofdstuk staat naast de gebeurtenissen, de tijd centraal.

218

Hij schiet en er gebeurt niets.
Maanden van voorbereiding en nu blokkeert de stengun, dat Engelse kreng. Heydrich hier binnen zijn bereik, in zijn macht, en zijn wapen weigert. Hij haalt de trekker over en de stengun, in plaats van kogels te spuwen, zwijgt. Gabciks vingers krommen zich krachtig om het nutteloze metalen palletje.
De auto is tot stilstand gekomen en deze keer staat de tijd werkelijk stil. De hele wereld houdt op met bewegen, met ademhalen. De twee mannen zitten als versteend in de auto. Alleen de tram vervolgt zijn weg alsof er niets aan de hand was, op zo korte afstand dat een paar passagiers ook al diezelfde verstarde blik in hun ogen hebben, want ze hebben gezien wat er zich afspeelde, namelijk niets. Het gekrijs van de wielen over de stalen rails verscheurt de stilstaande tijd.

‘Wij die misschien eens zullen sterven, noemen de mens onsterfelijk in het vuur van het ogenblik.’ Ik veracht Saint-John Perse, maar zijn poezie veracht ik niet per se. Deze versregel kies ik om op dit ogenblik die frontsoldaten eer te bewijzen, ook al zijn ze boven alle lof verheven.

Hoofdstuk 221 is het laatste hoofdstuk van het eerste deel.
De gebeurtenissen die maar een paar seconden hebben geduurd
worden door Binet breed uitgesponnen waardoor het lijkt
alsof de tijd stilvalt.
Aan het begin van deel twee wordt een tegenovergestelde beweging gemaakt.
Ik herhaal hier heel hoofdstuk 221.

221

Ik ben precies daar waar ik wilde wezen. De bocht van de Holesovicestraat wordt verzengd door een vulkaanuitbarsting van adrenaline. Dit is het moment waarop een aantal individuele microbesluiten, enkel en alleen voortgekomen uit instinct en angst, leidt tot een luidruchtige hik of oprisping van de Geschiedenis.
Elk lichaam neemnt een beslissing. Klein, de chauffeur rijdt niet weg, en dat is een vergissing.
Heydrich komt overeind en trekt zijn pistool. Tweede vergissing. Als Klein blijk had gegeven van hetzelfde reactievermogen als Heydrich, of als Heydrich net als Klein verstijfd op zijn stoel was blijven zitten, dan zou alles waarschijnlijk heel anders zijn gelopen en was ik er misschien niet om er over te vertellen.
Kubis arm beschrijft een halve cirkel en de bom vliegt door de lucht. Maar, zo is het nu eenmaal, niemand doet ooit precies wat hij moet doen. Kubis mikt op de voorbank, maar de bom landt naast het rechterachterwiel. Toch ontploft hij.

HhhH van Laurent Binet

Een van de doelstellingen van Binet is om de eerste serie
hoofdstukken, de hedendaagse lezer die niet in detail
op de hoogte is van het oorlogsverloop in Tsjecho-Slowakije,
te informeren over hoe belangrijk Heydrich was voor het Derde Rijk.
Heel hoofdstuk 96 is er aan gewijd, en daarom citeer ik dat hier
in zijn geheel:

Het is ongelofelijk hoe vaak je bij de bestudering van de politiek van het Dritte Reich en met name waar die politiek het meest angstaanjagend is, Heydrich aantreft als het centrale punt waar alles van uit gaat.
Op 23 september 1939 stuurt hij de betrokken diensten een door hem ondertekende circulaire toe die betrekking heeft op ‘het joodse probleem in de bezette gebieden.’ Deze circulaire bevat het besluit tot hergroepering van joden in getto’s en het bevel overal een Joodse Raad in te stellen, de Judenrat onzaliger nagedachtenis, die direct onderworpen is aan het gezag van het RSHA. De Judenrat is ongetwijfeld geinspireerd op de ideeen van Eichmann, zoals Heydrich die in Oostenrijk heeft zien toepassen: de kern bestaat eruit de slachtoffers mee te laten werken aan hun eigen lot. Gisteren plundering, morgen vernietiging.

Het Reichssicherheitshauptamt of RSHA, was de overkoepelende veiligheidsdienst
van het Derde Rijk, opgericht door Heinrich Himmler op 22 december 1939.
Het eerste hoofd van de RSHA was Reinhard Heydrich.

Laurent Binet: HhhH

 photo DSC_0855HimmlershersendhetenHeydrich.jpg
Himmlers hersenen heten Heydrich.

Ongetwijfels een van de beste geschiedenisboeken die ik ooit gelezen heb.
Het boek hoort in het rijtje met onder andere:
Barbara Tuchman, De mars der dwaasheid
Ian Kershaw, Hitler
Sebastian Haffner, Churchill

Een groot verschil is de vorm. HhhH is een roman.
Dat staat althans om de omslag.
Naar mijn gevoel is dat meer een ‘excuus’ voor de vorm van het boek.
Het boek bestaat uit twee delen.
Deel 1 omvat 221 hoofdstukken (op 273 pagina’s).
Deel 2 omvat 36 hoofdstukken (op 70 pagina’s).
Deel twee begint met de tekst: “De bom ontploft….”.
Kortom deel een gaat over de aanloop naar de aanslag.
Deel 2 begint bij die actie van de aanslag die uiteindelijk
dodelijk zal blijken te zijn.

Het boek is geschreven door een soort alwetende verteller die
toegeeft niet alles te weten. Die aangeeft dat er rond de aanslag
veel verhalen de ronde doen die veel tijd en energie vragen
om te onderzoeken om soms tot de conclusie te moeten komen dat
het verhaal niet waar is.
Veel vaker is het onderzoek minder duidelijk, grijs.
Er zijn vaak meerdere lezingen die allemaal waar kunnen zijn.
De schrijver maakt ons deelgenoot van zijn zoektocht,
zijn persoonlijke betrokkenheid en persoonlijke mening.

Kort samengevat plegen drie personen die
door hun regering in balingschap vanuit Londen in Praag terrecht komen.
Hun doel is om een van de topnazi’s uit te schakelen:
Heydrich, tweede man van de SS, medebedenker en uitvoerder van de Holocaust.

Het boek staat vol met interessant informatie.
soms moet je natuurlijk even doorzoeken.
In het begin van het boek zijn er parallelen met het boek
van Umberto Eco De begraafplaats van Praag.
In beide boeken komt het ontstaan van de rassenleer van de nazi’s
aan de orde. Binet verwijst naar de ‘Standaard van Gobineau’.
Gobineau is de Fransman die een theorie ontwikkeld
waarin een superieur Indo-Europees ras voorkomt: de Ariers.
Hoofdtuk 37 van HhhH gaat over een vervalst document (zie ook Eco).
De namen van de mensen op die vervalste lijst zullen de
‘Nacht van de Lange Messen’ (30 juni 1934) niet overleven.
Heydrich is de opsteller van de lijst, volgens Binet.

In hoofdstuk 44 nog meer vervalsingen. De bekendste vervalsing
heeft te maken met het creeeren van een aanleiding
om Polen binnen te kunnen vallen.
Hier gaat het erom een Russisch militair in ongenade van Stalin
te laten vallen zodat hij (en andere militaire topstukken)
uitgeschakeld zullen worden:
“Daarvoor doet hij een beroep op zijn beste handlanger, Alfred Naujocks,
specialist in louche zaken.
Gedurende drie maanden zal Naujocks een reeks vervalsingen
in elkaar zetten met de bedoeling de Russische maarschalk
in opspraak te brengen.”
“Wanneer het dossier compleet is, geeft Heydrich een van zijn mannen
opdracht het te verkopen aan een agent van de NKVD.
De ontmoeting geeft aanleiding tot een schitterende spionage-
uitwisseleing, want de Rus koopt het valse dossier
van de Duitser met valse roebels.
Ze denken allebei dat ze de ander erin laten lopen,
maar ze worden zelf bedrogen.”

Doet je toch vraagtekens zetten bij lekkende documenten.
Ook die van vandaag de dag.

Hoofdstuk 50, over de reis van Kolonel Moravec,
hoofd van de Tsjecho-Slowaakse geheime dienst van Frankrijk
door Duitsland naar Praag terwijl Hitler net Oostenrijk
bij Duitsland heeft ingelijfd.
“Ik probeer me de reis voor te stellen. Hij probeert alles
natuurlijk zo onopvallend mogelijk te doen. Hij spreekt Duits, dat wel,
maar ik weet niet zeker of zijn accent boven alle twijfel is verheven.
….
Uit voorzorg kiest Moravec voor het kopen van een kaartje
waarschijnlijk toch voor de lokettist met het vriendelijkste gezicht
of met de minst snuggere uitstraling.
Ik denk dat hij, eenmaal in de trein, een lege coupe zocht en ging zitten.”

Dit is de roman. Binet deelt zijn gedachten in de vorm van een
spannende thriller. Tegelijk geeft hij aan op welk detailniveau
hij jaren gezocht heeft naar informatie om het verhaal
in dit boek te kunnen vertellen.
Soms is die informatie eenvoudig (nog) niet aanwezig of is die
nooit ergens vastgelegd.

Hoofdstuk 95 begin met de volgende zin:
“In Polen introduceert Heydrich zijn meest duivelse schapping:
de Einsatzgruppen”.
Binet weet de spanning er in te houden en maakt zijn punten duidelijk.
Heydrich is een belangrijke schakel in de nazi-moordmachine.
Hij vervolgd:
“Het zijn speciale ss-troepen, samengesteld uit leden van de SD
of van de Gestapo, die tot taak hebben de zones te zuiveren
die de Wehrmacht heeft bezet.
Iedere eenheid krijgt een boekje waarin op flinterdun papier
en in minuscule lettertjes alle noodzakelijke informatie staat,
te weten een lijst met alle personen die naarmate het land
verder bezet raakt, moeten worden geliqideerd. Dat wil zeggen
communisten, uiteraard, maar ook leerkrachten, schrijvers, journalisten,
proiesters, industrielen, bankiers, ambtenaren, handelaars, herenboeren,
notabelen van elke soort……”

Laatste hand aan pagina: 5/6 december

 photo DSC_0897.jpg

Nu nog drogen. Maar dat gaat snel met acrylvernis.

Het echte werk kan nu beginnen.
De volgende dag waren we in India.
Ik moet de laatste bonnetjes nog uitzoeken en dan begin ik er aan.

De verzameling verrijkt

Afgelopen week heb ik complete serie Rechter Tie-boeken gekocht.
De Chinese detectives geschreven door Robert van Gulik.
In dit geval betreft het de serie van Elsevier.
De boekjes zijn in goede staat.
Kan ik eens alle verhalen lezen.
Mijn Rechter tie-bibliotheek is namelijk vol gaten.
Dat wordt nu voor een deel verholpen.

 photo DSC_0895ZendingRechterTie.jpg

De boeken werden natuurlijk bezorgd toen we niet thuis waren maar een van de buren heeft geholpen.

 photo DSC_0900RechterTieElsevierRobertVanGulik.jpg

Robert van Gulik en de Rechter Tie-serie uitgegeven door Elsevier.

De titels zijn:

Fantoom in Foe-Lai
Vijf gelukbrengende Wolken
Het Chinese Lakscherm
Zes zaken voor Rechter Tie
Het spookklooster
Meer van Mien-yuan
Klokken van Kao-yang
Halssnoer en kalebas
Moord op het Maanfeest
Het rode paviljoen
Labyrinth in Lan-Fang
De parel van de Keizer
Het spook in de tempel
Nagels in Ning-Tsjo
Het wilgenpatroon
Moord in Canton
Nacht van de tijger
De vergiftigde bruid

 photo DSC_0902RechterTieElsevierRobertVanGulik.jpg

De Letter H

Het Volkskrant magazine gebruikt naar mijn smaak
heel mooie letters voor de koppen van de artikelen.
Een (1) artikel begint regelmatig met een bijna paginagrootte letter.
een paar weken geleden de letter ‘H’.
Ik wilde testen of ecoline altijd uitvlekt als je die met
acrylvernis aflakt. Bij het papier van het magazine
is dat in ieder geval niet zo.
Bij het Indiaas krantenpapier echter wel.

Hier het resultaat in mijn Inspiratie-boek:

 photo DSC_0887.jpg

De letter ‘H’ met rode ecoline.

 photo DSC_0888.jpg

Geplaatst op een zwarte pagina.

 photo DSC_0905HetVerhaalVanDeLetterH.jpg

Hier gevernist, gedroogd en compleet met de tekst.

De geschreven tekst is de volgende:
.et ver.aal van deze letter.
.eeft te maken met .et Volkskrant magazine van vorige week.
Lettertypes .alen daarin .aast meer aandac.t
dan de rest van .et beric.t of de foto’s
die bij de ver.andeling te zien zijn
16/06/2013

Het viel nog niet mee om zoveel mogelijk woorden met een ‘H’
in de tekst te krijgen.

Altered Book: Inspiratie

Een tijd terug was ik in een winkel waar boeken goedkoop
werden aangeboden. Ik zocht niet zozeer boeken om te lezen
maar wel om ze aan te passen.
Ik vond een boek met de titel Inspiratie.
Ondertitel: van zicht tot handelen.
Geschreven door Ronald Hermsen en Hape Smeele.

De teksten in het boek zijn denk ik nogal zweverig.
Niet iets wat ik gauw zou lezen.
Maar het boek is mooi uitgevoerd en kostte niet veel.

Nu heb ik een boek nodig waarin ik de technieken kan oefenen
die ik toe wil passen in mijn Altered book India.
Eerste actie was om er een flink aantal pagina’s uit te scheuren.
Door de bewerking van het boek worden de pagina’s dikker
en dan is de rug van de kaft te smal.
Door er pagina’s uit te halen maak je ruimte.

 photo DSC_0881RonaldHermsenHapeSmeeleInspiratieVanZichtTotHanelen.jpg

Ronald Hermsen en Hape Smeele, Inspiratie, van zicht tot handelen. Rechts de uitgescheurde pagina’s.

Ik ben inmiddels begonnen de kaft wat op te leuken.
De uitgescheurde pagina’s waren vooral pagina’s met foto’s.
Een aantal van die foto’s heb ik tot stroken gesneden.
Dat is de ‘grondstof’ voor de kaft.
Ik heb een paar aanpassingen gemaakt.
Er is 1 ding dat ik even wil testen.
Papier gekleurd met ecoline kan volgens mij moeilijk
tegen acryl vernis.
De vorige keer dat ik iets wilde vernissen dat geverfd was
met ecoline ging gelijk uitlopen.
Dat kan ik in mijn India-boek niet gebruiken.

 photo DSC_0885StadiumI.jpg

De eerste stroken-versiering. Tekst doet het altijd goed bij mij.

Altered Book: India

Vanochtend moest ik toch een aantal afbeeldingen die ik uit de
Breda-promotie had gesneden beter vastlijmen.
Ik moet meer ervaring zien te krijgen en ook meer mogelijkheid
krijgen om te experimenteren.
In het India boek moet het allemaal in 1 keer goed gaan.
Misschien ben ik wel te voorzichtig
De harten van krantenpapier gingen toch weer rimpelen.

Het boek ligt nu buiten te drogen.
Langzaam komen de harten terug in hun oorspronkelijke kleur.

 photo DSC_0879BuitenGezetOmSnellerTeDrogen.jpg

Van de foto’s is het stukje tekst niet helemaal te lezen.
Vandaar dat ik daar hier nog even op inzoom.

 photo DSC_0880Op0512bheslotenEerderNaarAdamTeGaan.jpg

Op 05/12/ besloten eerder naar A’dam te gaan in verband met verwacht slecht weer. Lunch in Breda.

Soms zit het tegen: Rembrandt door Typex

Dat het soms tegenzit, dat een hooggeprezen werk toch kan tegenvallen,
dat bewijst ‘Rembrandt’, het stripverhaal dat getekend is door Typex.

 photo DSC_0878TypexRembrandt.jpg

Typex is geen Rembrandt.
Proberen die stijl te verwerken leidt tot een soort parodie.
Te veel trucjes, leuk bedoelde vondsten die meestal niet werken.
Het enige wat werkt zijn de zelfporttretten van Rembrandt
maar die zijn dan ook door Rembrandt geschildert.

HhhH: 27 mei 1942

Op 27 mei 1942 wordt er een aanslag gepleegd op Reinhard Heydrich.
Heydrich was de rechterhand van Reichsführer-SS, Heinrich Himmler.
Zijn bijnamen waren: De slager van Praag, De beul van Praag en Het Blonde Beest.
Heydrich was voorzitter van de Wannsee conferentie met als onderwerp
de verfijning van de systematische uitroeiing van alle Joden in Europa.
De secretaris van de conferentie was Adolf Eichmann.

De gevolgen van de aanslag zijn enorm geweest.
Bloedige represailles en een massamoord tegen de Tsjechische bevolking.
Onder andere werd het dorp Lidice uitgemoord en letterlijk
met de grond gelijk gemaakt.

Het boek HhhH (Himmlers hersens heten Heydrich) van de schrijver Laurent Binet
gaat over Reinhard Heydrich.

 photo DSC_0855HimmlershersendhetenHeydrich.jpg

Laurent Binet, HhhH, Himmlers hersens heten Heydrich.

ik ben dit boek aan het lezen en het leest fantastisch.
Het boek is opgebouwd bijna alsof de schrijver het tegen je verteld.
Hij geeft korte inleidingen en anekdotes die verband houden
met het ontdekken van de informatie.
Hij geeft korte geschiedenisverhalen die direct tot de kern
van de gebeuretissen doordringen.
Hij geeft zelf commentaar op eerder geschreven hoofdstukken.
De meeste hoofdstukken zijn slechts een deel van een pagina lang
tot enkele pagina’s.

Of zoals Pulitzer prize winnares Barbara W. Tuchman het zegt:

“Why is it generally assumed that in writing,
the creative process is the exclusive property
of poets and novelists?
I would like to suggest that the thought applied
by the historian to his subject matter
can be no less creative that the imagination
applied by the novelist to his.”

Essay: The historian as Artist from ‘Practicing History’. Page 45.

Korte vertaling:
Waarom wordt algemeen aangenomen dat het creatieve aspect
van schrijven is voorbehouden aan dichters en romanschrijvers.
Ik zou denken dat het denkproces van een historicus
over een onderwerp niet minder creatief is
als het verbeeldingsproces van de schrijver.

En dat komt in het boek HhhH op een fantastische manier tot uiting.