Volgens BN/DeStem wordt het beeld van Hercules vervangen door een andere replica. Valkenberg, Breda.
Auteursarchief: Argusvlinder
Wel heel bijzonder boek: Diamond Sutra / Lotus Sutra
Een van de vele versies van de Diamond Sutra die er ooit gemaakt zijn. Het oudst bekende Chinese gedrukte boek (uit 868 na Christus) is een versie van de Diamond Sutra. Dit hierboven is een moderne versie van dit Boeddhistische gebed gemaakt door een hedendaagse Chinese boekbinder waar ik verder niets van weet: Zhang Xiaodong. Gemaakt in 2017.
Deze kunstenaar maakt prachtige boeken.
Deze driedimensionale vorm is natuurlijk wel heel speciaal.
Van de beperkte informatie die ik via CNN las blijkt dat
dit soort vormen zijn voorkeur hebben.
Soms werkt hij meerdere jaren aan 1 boek.
Dat ik dit in een tweet vond geeft me gelijk de kans
om er een heel ander boeken project aan te koppelen.
Het International Dunhuang Project (Internationaal samenwerkingsverband rond de archeologische vondsten van Aurel Stein) start een project om alle versies van de Lotus Sutra (een ander belangrijk Boeddhistisch gebed) te digitaliseren.
De Lotus Sutra werd geschreven tussen de 1e eeuw voor en 2e eeuw na Christus.
Het zouden de laatste aanwijzingen zijn van Boeddha ten aanzien van zijn leer.
Door parabels en korte verhalen wordt de boodschap aan de lezer overgebracht.
Begin van een van de rollen (Or.8210/S.1511), de parabel van de medicinale kruiden (hoofdstuk 5 van de Lotus Sutra). Foto van het British Library ©.
Aurel Stein was de eerste westerling die in aanraking kwam met ‘Grot nummer 17′
in Dunhuang. Dit is een grot die lange tijd niet door mensen bezocht was
omdat de ingang van de grot verstopt was.
Stein kocht of kreeg een groot aantal van de manuscripten en gedrukte boeken
die in de grot aanwezig waren en bracht die naar de financiers van zijn
expeditie. Daarom zijn veel van deze werken aanwezig in de British Library.
In de grot waren -naast andere voorwerpen en boeken- meer dan 4000 versies
van de Lotus Sutra. De British Kibrary heeft er daar meer dan 1000 van.
Enkele versies bestaan uit een rol van 13 meter lang.
Het is de bedoeling om in 4 jaar zo’n 800 versies te conserveren en digitaliseren.
Het eind van de versie met nummer Or.8210/S.54 met de houten rol. Foto van het British Library ©.
Mijn ridderroman
De portemonnee die ik eerder deze week uit elkaar gehaald heb
was van het merk of type ‘Chevalier’.
Een van de betekenissen van dat woord ‘Chevalier’ is ‘Ridder’.
Daarom wordt mijn dummy-boekje een ridderroman.
Dan kan ik de sluiting mooi gebruiken op de rand van het boek.
Het boek wordt maar klein vanwege de maat van het leer.
Het boekblok wordt ongeveer 6 bij 8 centimeter. De katernen die je hier ziet moeten nog op maat gesneden worden. Maar eerst moet mijn tekst af. Het boekje krijgt 4 keer vier kantjes. De eerste pagina begint met de kapitaal ‘K’.
Vanmiddag die eerste kapitaal geschilderd. Deze week speciaal hiervoor hele fijne kwastjes gekocht. De letter ‘K’ is de eerste letter van de eerste zin en die is: Karel Martin en Van Aysma zijn de belangrijkste helden in dit prachtige en echt gebeurde verhaal. Ik geef toe hiervoor heb ik op twee plaatsen ideeën gestolen: de naam ‘Van Aysma’ van een collega weblog en ‘prachtige en echt gebeurde verhaal’ uit een hertaling van Karel ende Elegast.
De platten zijn ook al gesneden. De rug nog niet. Ook het leer is rechtgesneden. Dat moet dadelijk nog beter op maat worden gemaakt. Maar eerst moet de tekst af.
Edammer rood
Vanmiddag nog op zoek geweest naar de juiste kleur rood.
Dit zijn de kleuren die ik eerder aangebracht heb op het kunstleer naast een stuk van de Edammer kaaskorst (Driehoek onderaan).
Daarna ben ik op zoek gegaan naar maar nog een andere kleur rood. Onderaan rechts. Die lijkt me tot nu toe het best passen.
Gargouilles – het woord kwam vaag bekend voor, nu de uitleg
Hella S. Haasse, Ogenblikken in Valois.
Dit jaar kwam er naast de herinneringen van Yvonne Keuls aan
Hella S. Haasse en herdruk uit van een boek van Hella S. Haasse.
Het boek ‘Ogenblikken in Valois’ wordt bijna aangekondigd in ‘Zoals ik jou ken, ken je mij’:
‘Ja, ja goed,’ zei Jan, ‘maar het zit erin dat ik de Haagse rechtbank ga verlaten, vervroegd dus, omdat ik me niet verenigen kan met… met wat ik dus niet mag vertellen.’
Codetaal.
‘Ja, en daardoor komt iets anders voor ons dichterbij,’ zei Hella. ‘De streek boven Parijs, de Valois, dat gebied tussen de rivieren Oise, Aisne en Ourcq… We reizen er altijd doorheen als we naar het zuiden gaan, en we hebben er ons hart aan verpand.’ Het woud der verwachting speelt zich in die streek af, legde ze uit, de Franse koningen bezaten er uitgestrekte domeinen. Daar waren de bossen van Compiegne, waar de edelen gingen jagen, Charles van Orléans trad in het huwelijk in Compiegne in 1406.
Yvonne Keuls, Zoals ik jou ken, ken je mij, pagina 166.
Eerder verwees ik al eens naar de recensie in de Volkskrant.
Bo van Houwelingen schreef die op 2 maart 2018 en zat er voor mij flink naast.
Lukraak slingeren we via nodeloos lange en complexe zinnen van de Keltische tijd naar de middeleeuwen,
van de Gallo-Romeinse tijd naar de Eerste Wereldoorlog,
van adellieden naar koningen,
van riviertje zus naar vallei zo,
van ruïne hier naar uitkijktoren daar,
ondertussen bedolven rakend onder een stortvloed van historische weetjes die je direct weer vergeet.
Het is verleidelijk om beide boeken in een recensie op te nemen.
De boeken zijn ongeveer tegelijkertijd uitgekomen, ter gelegenheid van
de 100ste geboortedag van de schrijfster (2 februari 1918)
die een van de boeken zelf schreef en van het andere boek het onderwerp is.
Maar het zijn wel twee verschillende boeken, elk met zijn eigen doel.
Niet twee boeken over Hella S. Haasse. Althans niet in de zin van een biografie.
Daar waar het boek van Yvonne Keuls (zoals ik jou ken, ken je mij) gaat
over de gezamenlijke avonturen van Haasse/Keuls en dus een kijkje geeft
op de persoon Hella S. Haasse, is Ogenblikken in Valois dat helemaal niet.
Het gaat over het beeld dat Valois bij Hella S. Haasse heeft opgeroepen.
Dat dit een beeld is waarin de historie een belangrijke rol speelt,
mag niet verrassen.
ik heb een paar stukjes uit het boek overgenomen.
Oordeel zelf.
Pagina 75 – 76: Mooi en belezen.
Feeën zijn bij uitstek Keltische toverwezens.
Van feeënbronnen, feeënrotsen, feeënweiden en -wouden wemelt het in de Franse folklore.
Ze heten altijd ‘Dames’, goede vrouwen, witte vrouwen of groende vrouwen.
Ze horen bij beken en meren, bij grote stenen, zij wonen in bomen in de wouden, bij voorkeur in beuken.
Niemand ziet hen ooit meer.
Er zijn alleen lange lage nevels, dunne mistslierten boven het water of tussen de stammen van het bos;
de boomstronken die de boeren hier en daar laten staan in hun akkers of aan de rand van een plek kreupelhout
lijken vaak op grillige gestalten met bezwerend geheven armen, als het ware in een danspas verstard.
Het is duidelijk dat hier iemand aan het werk is die zowel
een boodschap wil overbrengen als mooie Nederlandse taal schrijft.
Om zo’n stukje te schrijven moet je allereerst veel lezen.
anders kun je moeilijk beweringen doen over Franse folklore.
Daarnaast is het gewoon hard werk om de zinnen te maken zoals
je hier kunt lezen.
Haasse zegt het zelf als volgt in Zoals ik jou ken, ken je mij:
Hella reageerde afwijzend op Solzjenitsyns woorden en het feit dat Jan daarmee instemde. ‘Als je schrijft gaat het in de eerste plaats om je woordkeuze, om verbeelding, stijl, poëzie, fantasie, ritme, de emotie die je kunt overbrengen. Je onderwerp is daaraan ondergeschikt,’ zei ze.’ Als je als schrijver toevallig ook nog signaleert is dat meegenomen.’
Of ik het met haar eens ben is niet zo belangrijk.
Het is wel haar visie op schrijven.
Pagina 100: één lange zin.
De fraai gelegen schietbaan in Valois is in het oudste hooggelegen stadsdeel van La Ferté-Milon,
op de top van de heuvel, vlak onder de enige nog overeind staande, massieve, met boompjes en struiken begroeide, door duiven omfladderde frontale muur van de burcht
(omstreeks 1400 op last van Louis d’Orléans gebouwd),
die Henri IV liet ontmantelen,
omdat hij dat geducht sterke kasteel
– als het ooit in handen van zijn tegenstanders zou vallen –
een bedreiging achtte voor zijn koningschap.
Ook de lezer zal moeten werken bij Haasse.
Hierin lijkt Haasse totaal anders dan Yvonne Keuls die in korte zinnen schrijft
die minder werkt lijken te vragen.
Pagina 140: gargouilles – het woord kwam vaag bekend voor, nu de uitleg.
…..tot de klauwen van de waterspuwers, de gargouilles.
Het woord ‘gargouilles’ komt voor het eerst voor in een manuscript uit de veertiende eeuw.
Het was de naam van een bloeddorstige gevleugelde draak die, volgens de legende,
in een woud aan de oevers van de Seine huisde.
Omstreeks het jaar 700 zou het monster onschadelijk gemaakt zijn door de bisschop van Rouen, die zich,
bij gebrek aan andere vrijwilligers, op deze expeditie liet vergezellen door twee uit de kerker gerekruteerde misdadigers, een dief en een moordenaar.
Alleen de laatste had de moed de gargouille te lijf te gaan.
Oorsprong van dit verhaal is, meent men, het historische feit van het terugdringen van de buiten haar oevers getreden kronkelige ‘slang’ Seine,
en het droogleggen van het land rondom Rouen, dat bij iedere hoge waterstand tot een onafzienbaar moeras werd.
Pagina 173: Prachtig.
Eens, op een vroege ochtend in de herfst, zag ik bij Chantilly, tegen de achtergrond van het woud, uit de nevel een ruiter en zijn ros opdoemen:
het mooiste paard van de wereld, een schimmel met wuivende staart en manen, die op ranke benen met edel genegen hoofd licht dansend naderbij kwam door het lange gras.’
Als je zoals de schrijver van de recensie in de Volkskrant
meer van Haasse wilt te weten komen, dan kan dat wel in Ogenblikken in Valois.
De inleiding op bovenstaande tekst van Aleid Truijens
is volgens mij correct en geeft dat inzicht:
Voor Haasse is dat rijke verleden hier voelbaar,
het is de motor voor haar verbeelding.
Met gemak verplaatst ze zich naar vroeger tijden.
Het boek ligt wat ver weg op de foto. Dat is ook een beetje het perspectief dat Haasse geeft in het boek van Valois. Van heel dichtbij tot ver in het verleden.
Edam rood
Hermitage Amsterdam
Afgelopen vrijdag ging ik rond het middaguur naar de Hermitage.
Daar schrok toch wel even van de entreeprijs: 25 Euro.
Daarnaast was het op de tentoonstelling veel en veel te druk.
Dit was mijn zicht op een van de schilderijen van Rembrandt: Flora. Dit is het schilderij waarvoor je naar deze tentoonstelling gaat.
Wikipedia:
Flora, ook Saskia als Flora, is een schilderij van de Hollandse schilder Rembrandt van Rijn uit 1634. Het toont Rembrandts vrouw Saskia van Uylenburgh als de Romeinse godin Flora. Het olieverfschilderij op doek meet 125 bij 101 cm en behoort tot de belangrijkste aanwinsten van het Hermitage-museum in Sint-Petersburg.
Sinds eind negentiende eeuw wordt algemeen aangenomen dat het Saskia van Uylenburgh is die is afgebeeld. Ook op Rembrandts schilderijen uit 1635 en 1641 komt dezelfde persoon voor als Flora. Rembrandt trouwde haar op 22 juni 1634.
Het doek werd in 1770 in Amsterdam verkocht op de veiling van de verzameling van Herman Aarentz. Wanneer het in handen kwam van het Hermitage-museum is niet met zekerheid te zeggen. In elk geval kwam het al in 1774 voor in een museumcatalogus. Op grond van de weelderige aanwezigheid van bloemen en planten is de gedachte dat de Romeinse godin Flora wordt afgebeeld.
Dit was het zicht op de grote zaal in het Hermitage. Jammer, duur en op z’n minst oncomfortabel.
High society in Amsterdam
Afgelopen vrijdag ben ik op het ‘feestje’ van Marten & Oopjen
geweest: high society.
Een groot aantal genodigden waren er in de vorm van prachtige
manshoge portretten waarop het onderwerpen ten voeten uit
geschilderd zijn.
Een mooie, frisse verzameling schilderijen.
Met stiekem ook veel aandacht voor kleding en huisdieren.
Ik heb er het volgende dubbelportret gemaakt:
Met links: Paolo Veronese, Gravin Livia da Porto Thiene en haar dochter Deidamia, olieverf op doek, circa 1552 en rechts Paolo Veronese, Graaf Iseppo da Porto en zijn zoon Leonida, olieverf op doek, circa 1552.
De tijdelijke tentoonstellingen worden in het Rijksmuseum gehouden
in een van de vleugels waardoor je iedere keer langs
de Aziatische afdeling kunt lopen.
Dat doe ik dan ook meestal.
Even kijken bij de twee grote Japanse tempelwachten of bij
de dansende Shiva uit Tamil Nadu (India).
Als extra bonus had ik vrijdag zicht op de bomen die in de tuin in bloei staan.
In de tuin van het Rijksmuseum staan ten minste drie van deze bomen in bloei.
Dansende Shiva, Tamil Nadu, 12e eeuw.
Kaas – mijn exemplaar en Edammer
Dit is het exemplaar van Kaas dat ik op de middelbare school gelezen heb. Het boekje mag dan wel dun zijn maar eenvoudig is het niet. Dat is wat ik gisteravond ondervond toen ik op zoek ging naar de Edammer.
Mijn versie is de 16e druk uit 1969.
Toen zat ik nog niet op de middelbare school.
Dus hoe ik er precies aan kom weet ik niet.
Misschien was deze druk een aantal jaren te koop.
Een frontispice heeft mijn versie niet.
Wel een opdracht aan Jan Greshoff.
Vervolgens volgt er een ‘Inleiding’.
Die lijkt me niet eenvoudig.
Het begint zo:
Buffon heeft gezegd dat de stijl de mens zelf is. Bondiger en juister kan het niet. Maar een gevoelsmens is weinig gebaat met dat slagwoord dat daar staat als een model, om vereeuwigd te worden door een steenkapper. Kan men echter wel met woorden enig inzicht geven in wat stijl eigenlijk is?
Een goede vraag maar aan die vraag was ik nog lang niet toe.
Ik denk dat ik het boek nog maar eens een keer ga lezen.
Het lijkt me zo op het eerste gezicht ook erg Vlaams
Het boek begint met twee lijstjes.
Daar ben ik helemaal weg van; lijstjes.
Het eerste lijstje bevat de personages, het tweede lijstje ‘Elementen’:
De elementen van Kaas van Willem Elsschot.
Maar Edammer, hoe zit het daar mee?
Op pagina 28, het einde van hoofdstuk III las ik het volgende:
‘Denk er eens over na,’ raadde hij. ‘Er is veel mee te versienen en jij bent de geschikte man.
Dat was wel een beetje brutaal van hem, want ik vind dat niemand mij geschikt vinden moet voor dat ik mijzelf geschikt heb gevonden. Maar toch was het aardig dat hij mij zonder enige conditie in de gelegenheid stelde mijn eenvoudige plunje van klerk bij de General Marine and Shipbuikding Company uit te trekken en zo maar en eens koopman te worden. Zijn vriendenzouden dan wel van zelf vijftig percent van hun hooghartigheid laten vallen. Met hun beetje centen!
Ik vroeg hem dan ook wat voor soort handel zijn Hollandse vrienden dreven.
‘In kaas,’ zei mijn vriend. ‘En dat marcheert altijd, want eten moeten de mensen toch.’
Okay, Kaas. Maar Edammer dan?
Op pagina 34 lees ik:
‘Klein beginnen is voorzichtig,’ zei opeens Hornstra die zeker vond dat ik lang genoeg had nagedacht. ‘Ik zend u volgende week twintig ton volvette Edammer in onze nieuwe patentverpakking. En naar gelang u die verrekent zal ik uw voorraad aanvullen.’
‘volvette Edammer’ dus, daar gaat het over in Kaas.
Kaas – de dummy
Soms komen dingen zomaar bij elkaar.
Gister kreeg ik van mijn vader zijn oude portemonnee.
Model billfold (gevouwen biljet in het Nederlands).
Vandaag heb ik de portemonnee uit elkaar gehaald
om te zien hoe groot het grootste stuk keer
is dat ik er uit kan halen.
Want dat is de maat waarbinnen mijn boekje moet passen.
Met dit boekje ga ik onderzoeken hoe ik het boek Kaas
van Willem Elsschot kan gaan inbinden/onderbrengen in een doos.
Dit is de portemonne. Goed versleten. Tijd voor een tweede leven.
Zo ziet hij er opengevouwen uit. Bekend gezicht. Het klepje en het zakje rechts heb ik er als eerste afgehaald. Die ga ik niet bij de dummy voor Kaas gebruiken. Dat wordt de sluiting van een ander boek.
Vervolgens haal je stap voor stap de portemonnee uit elkaar.
Dit is het grootste stuk leer dat ik er uit kan halen, de buitenkant. Het is ongeveer 23-24 centimeter lang en 9 centimeter breed. Dus het boekblok zal iets kleiner dan deze afmetingen moeten worden.
Dit zijn al de losse stukken leer die ik uit de portemonnee kon halen (buiten de klep en zakje, die liggen al onder de pers te drogen omdat ik de losse delen aan elkaar gelijmd heb). Dit is de ‘mooie’ leerkant. Opvallend voor mij is dat leren producten (jas, portemonnee) een werkelijke puzzel zijn van losse, kleinere stukken leer en veel ander materiaal (band, papier, karton, plakband enz).
De binnenkant.
Het merkje of de naam van het type portemonnee. Chevalier. Dit ga ik natuurlijk weer verwerken in een van mijn boeken. Als het kan in de Kaas-dummy.
Volgend boekbindproject: Kaas van Willem Elsschot
Mijn volgende boekbindproject is Kaas van Willem Elsschot.
Ik heb de katernen gekocht van Atelier ‘De Ganzenweide’.
Daarbij is nu het idee om het boek uit te voeren als een
stuk kaas: een plat stuk kaas.
Waarom de Belgische kunstenaar Henri van Straten koos voor een
illustratie met de hoofdpersoon Frans Laarmans met in zijn hand
een ‘volvette Edammer’, weet ik niet maar de vorm van een
Edammer sluit niet zo aan bij de grootte van het boek.
Dus voor ik verder ga moet ik eerst het boek er bijpakken.
Het stond ooit op mijn lijst dus ik heb een ingebonden exemplaar.
Even zoeken.
Intussen heb ik al wat info verzameld:
De linosnede van Henri van Straten voor Kaas van Willem Elsschot.
Op de website Kaas tref je de volgende tekst aan (beetje aangepast):
Kaas
Voor Willem Elsschot (pseudoniem voor Alfons De Ridder) zelf was dit boek zijn meest geslaagde.
De eerste druk dateert van 1933 en in 1942 is er een derde druk verschenen, welke is vermeerderd met een extra hoofdstuk XV; daarmee is de derde druk dus tevens de eerste druk van het volledige werk.
De spelling, de opmaak en de typografie in deze uitgave (in losse katernen) zijn als die van de derde druk in 1942;
denk hierbij aan het formaat, de interpunctie, de regel- en woordafbrekingen, de witmarges.
Maar let ook op details als de haarfijne spatie welke de puntkomma, de dubbelepunt, het uitroepteken en het vraagteken voorafgaat.
Kortom, als je deze heruitgave (in losse katernen) leest, dan waan je je even terug in de tijd!
Net als in 1942 hebben we de katernen voorzien van katernsignatuur, zodat er geen collationeerblokjes op de katernruggetjes hoefden te worden gedrukt;
sommige boekbinders willen geheel of ten dele de katernruggetjes ‘open houden’.
In 2003 werd het Verzameld werk van Elsschot opnieuw uitgegeven door Athenaeum-Polak & Van Gennep
(bezorgd door dr. Peter de Bruijn, onder auspiciën van het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis KNAW).
Hierbij zijn geautoriseerde correcties aangebracht terzake taal-, schrijf- en zetfouten.
We danken het Huygens Instituut voor het beschikbaar stellen van het geautoriseerde tekstbestand dat we voor deze uitgave (in losse katernen) hebben gebruikt.
We zijn blij dat we met de erven De Ridder overeenkomst hebben kunnen sluiten terzake het auteurerecht.
Dit door tussenkomst van de Belgische Uitgeverij Polis, die momenteel werkt aan een heruitgave van alle boeken van Willem Elsschot.
In de eerste zes drukken, en ook in nog weer latere drukken waren illustraties opgenomen van de gekende (bekende) Belgische kunstenaar Jozef Cantré.
Graag hadden we deze illustraties ook opgenomen, maar we zijn er niet in geslaagd contact te krijgen met de auteursrechthebbenden.
In 1944 verscheen een druk met op het voorplat een linosnede van de gekende Belgische kunstenaar Henri van Straten; de illustratie stelt de hoofdpersoon Frans Laarmans voor met in zijn hand een ‘volvette Edammer’.
We hebben een afdruk van deze lino in het boek opgenomen als frontispice, dus tegenover de titelpagina.
De illustraties van Henri van Straten zijn sinds 2015 vrij van rechten.
Edammer.
Deze uitgave telt 164 pagina’s, 10 genummerde katernen van 16 pagina’s en, net als in 1942, een ‘voorloopkatern’ van 4 pagina’s.
In de oorspronkelijke uitgave is dit ‘voorloopkatern’ gelijmd op het eerste katern.
We leveren twee extra blanco katernen van 16 pagina’s elk mee voor schutbladconstructies, je hoeft dus je schutblad niet op de ‘franse titel’ te lijmen.
Het schoongesneden formaat is 136×200 mm.
Dat was het formaat van de editie uit 1942; die was toen provisorisch genaaid, voorzien van een papieren bandje,
eigenlijk bedoeld om naderhand ’in het echt’ te worden gebonden.
Vaak werd dan het boekblok schoongesneden, maar niet altijd.
Je kan dus kiezen tussen het volle formaat en een formaat ietsje kleiner.
Bijna altijd werd wel ‘de kop’ van het boekblok gesneden om te kunnen worden gekleurd, versierd of verguld;
het ’slordige’ aan voor- en staartzijde vonden bibliofielen wel mooi.
Sommige Belgische binders noemen die ‘slordige zijden’ wel ‘de getuigen’;
alles zo heel mooi strak, dat past niet altijd bij een ambachtelijk gebonden boek.
Opleidingsinstituut ’t Ambachthuys te Den Haag selecteerde deze uitgave voor het project BOEKKUNST 2018,
tot dusverre meer bekend als ‘Koppermaandagproject’.
Ik heb een stuk ‘kunstleer’ liggen, geel. Maar wel erg geel. Op de foto hierboven ligt in het midden een stukje met de originele kleur. Vanochtend heb ik geprobeerd met verf een betere kleur te krijgen. Maar of dit nou gaat passen bij Edammer? Hoe die verf zich op dit kunstleer gaat gedragen weet ik ook nog niet. Ook dat zal ik nog eerst moeten uittesten. Maar het begin is gemaakt.
Fotoboek over Cambodja en Laos op saa-papier gereed
Vandaag de foto’s van de voor- en achterzijde
van het fotoboek dat ik gemaakt heb van onze vakantie
naar Cambodja en Laos eerder dit jaar.
Zoals eerder aangegeven is de basis voor het boekblok het
saa-papier dat ik in de buurt van Luang Prabang in Laos gekocht heb.
De achterzijde van het boek.
De voorkant van het fotoboek.
Schilderkunst in boeken – ook voor kinderen
Miniaturen zijn kleine schilderwerken in boeken.
Ze kunnen hele pagina’s beslaan of
een lege plaats in een letter opvullen of
prachtige randen aan je bladzijden vormen.
In Museum Catharijneconvent is er een prachtige tentoonstelling
met miniaturen in Nederlands bezit die afkomstig zijn
uit Zuid-Nederland (dat wil zeggen delen van het huidige
Noord-Franktijk, Belgie en Zuid-Nederland).
Een Voorbeeld:
Dit is een paginagrote miniatuur. Ik heb deze foto gemaakt omdat hier zo prachtig de gouden versiering uitkomt. Je ziet hier de evangelist Johannes met zijn symbool de adelaar. Op de achtergrond zie je als je goed kijkt twee grote letters: de I en de N. Soms is het lezen van zo’n boek net het volgens van een spannende detective. Dat zijn de twee eerste letters van het eerste woord van zijn evangelie. Voor de kenners: dit doet denken aan de Ottoonse stijl. Die term ken ik niet maar wel de term Byzantijns.Die twee termen wijzen in dezelfde richting. Overigens, de evangelist heeft hier precies de schrijfhouding die monniken aannamen bij het schrijven van boeken. Evangeliarium Maasland, circa 1150 – 1175, De evangelist Johannes met zijn symbool de adelaar.
Het Museum Catharijneconvent heeft niet alleen een groot boek
bij de tentoonstelling uitgegeven met ingewikkelde teksten maar ook
een veel eenvoudiger, gratis rondleiding.
Om het proces van het maken van miniaturen wat duidelijker te maken
en leuk voor kinderen, kun je zelf met stempels een rand met allerlei
figuren aan een blad toevoegen.
Stempel zelf een marge. Later kun je de afbeelding op het midden van het blad aanbrengen en kleuren.
Een bijzondere vorm van randen aan een tekst zijn de zogenaamde
strooiranden. De bloemen zijn er als het ware op gestrooid.
Nou dat kun je in het museum ook doen met plakplaatjes op een gouden rand.
Wil je wel iets lezen over miniaturen maar is een catalogus te veel?
Er is een bijzondere uitgave van De Boekenwereld.
De grotere artikelen in dit kwartaalblad gaan over miniaturen.
De Boekenwereld: Magische miniaturen.
Weer genoeg ideeen voor het komende weekend.
Weer voldoende leesstof voor de komende tijd.
Cambodja en Laos in boekvorm
Vandaag behoorlijk opgeschoten met het boek
met foto’s die ik gemaakt heb in Bangkok, Cambodja en Laos.
Eerst heb ik de introductie op maat gesneden.
De tekst is geprint met de computer en printer.
Die tekst is in het boek opgenomen.
Vervolgens zijn de draden van de rug losgeknipt en de
uiteindjes zijn gelijmd weggewerkt in de rug.
Toen heb ik kleine dunne stukjes karton gesneden ter
grootte van de rug/het stiksel en de breedte van de
stroken leer.
Die rugstukjes zijn vooral bedoeld om oneffenheden,
als gevolg van het naaien, weg te werken.
Die rugstukjes zijn aan alle vier de zijdes schuin
afgeschuurd om het leer er zo natuurlijk mogelijk over te laten vallen
Het naaiwerk is niet fraai maar daar zie je straks niets meer van. Op de voorgrond ligt het kleine stukje karton dat over het stiksel gaat komen en een soort van rug vormt.
Voordat ik het leer definitief op maat snij pas ik met een stuk karton normaals de grootte van de geplande strook leer. Deze strook komt op de achterkant, de rug en de voorkant van het boek.
Als het leer gesneden is nog een keer passen. Nu teken ik de plaats af waar het leer gaat komen (het leer is iets groter dan de kartonnen rug) en waar ik het leer ga lijmen.
Nadat de onderste strook leer gelijmd is op de rug en de voorkant van het boek, de rug voor de bovenste strook leer gesneden is, geschuurd en gelijmd, pas ik de strook leer voor de bovenste strook aan. Die bovenste strook zal op de rug (in het Engels ‘spine’), de voorkant, de kant waar het boek opent (in het Engels de ‘fore-edge’) en dan pas op de achterzijde van het boek uitkomen. Deze strook leer is de sluiting van het boek. Je ziet hoe mooi het saa-papier met zijn blaadjes zichtbaar blijft bij dit boek.
Zo gaat de achterkant er uit zien. De sluiting moet nog wel aan de bovenste strook leer bevestigd worden. Dat wordt een eenvoudig leren lint. Voordat ik de bovenste strook leer ga bevestigen snij ik de kant van het boek waar je het boek opent (fore-edge) schoon op de snijmachine. Dan komt de bovenstre strook leer mooier om het boek.
Dit is het voolopige resultaat. De teksten ‘Cambodja’ en ‘Laos’ heb ik een tijdje geleden al gesneden. In de tussentijd heb ik besloten de stroken leer veel smaller te maken. ‘Laos’ past nog wel op de onderste strook maar ‘Cambodja’ niet meer op de bovenste. Daar moet ik nog iets op verzinnen. Opnieuw snijden lijkt de simpelste oplossing maar ik heb waarschijnlijk te weinig leer van die kleur.
De Argusvlinder luistert vandaag naar…….
Magische miniaturen
Bij de tentoonstelling is een prachtig boek verschenen.
Het maakt de werken ook thuis toegankelijk.
Ik heb het over de tentoonstelling Magische Miniaturen in
Museum Catharijneconvent in Utrecht.
Natuurlijk, de werken zijn ook wel on-line te vinden,
maar de zoekmogelijkheden laten nogal wat de wensen over.
Kijk maar eens naar de website Medieval Illuminated Manuscripts
Een website van de Koniklijke Bibliotheek.
De website is Engelstalig en heeft als doel:
This database contains all kinds of information about the illuminated medieval manuscripts of the Koninklijke Bibliotheek and the Museum Meermanno-Westreenianum.
De pagina met de hoogtepunten van deze collectie
brengt je snel bij een hele serie prachtige boeken.
Veel ervan zijn nu op de tentoonstelling.
Maar dat is de meest toegankelijke pagina.
Zoeken op het unieke nummer van een boek gaat sneller via
Google dan via de zoekpagina.
Probeer maar eens ‘Ms. 133 D 11’ via Google en kies dan
onderaan de pagina bijvoorbeeld ‘images only’.
Het boek is een prachtige combinatie van afbeeldingen,
introducties, gedetailleerde uitleg, noten en referenties.
Zuid-Nederlandse Miniatuurkunst – De mooiste verluchte handschriften in Nederlands bezit. Anne Magreet W. As-Vijvers en Anne S. Korteweg.
Zo komt er op pagina 68 aan de orde wat er allemaal
met een bepaald boek is gebeurt waarvan er nu 1 blad
in de collectie Nederland aanwerzig is:
Blad uit een antifonarium (Zuid Vlaanderen, Doornik, circa 1325).
Het blad in Amsterdam is afkomstig uit een koorboek dat ooit in bezit was van John Ruskin (1819 – 1900), die het uit elkaar sneed en van vijftien bladen (op twee na alle met gehistorieerde initialen) een apart boekje maakte.
Dat werd in 1913 geveild bij Sotheby’s en vervolgens uit elkaar gehaald door een Londens antiquaar.
Adeleide Bennet heeft de huidige bewaarplaats van acht bladen weten te achterhalen, waaraan nu dit blad kan worden toegevoegd.
Het blad met de Opstanding, voorheen Ms. 60 in de C. L. Rickettscollectie te Chicago en later verkocht door Bruce Ferrini, bevindt zich tegenwoordig is het Nationaal Museum voor westerse Kunst te Tokyo.
De locatie van de overige zes bladen, waarvan twee dus met alleen kleine initialen, is onbekend.
Wikipedia (https://nl.wikipedia.org/wiki/Antifoon):
Een antifoon of beurtzang is een vers dat gezongen wordt als inleiding op en ter afsluiting van een psalm tijdens de mis en het getijdengebed.
Het woord antifoon is samengesteld uit de Griekse woorden anti, ‘tegen’, en phone, ‘stem’.
Een handschrift of muziekuitgave waarin antifonen zijn bijeengebracht, heet een antifonarium of antiphonale.
De beperking van de tentoonstelling en het boek is dat het gaat om
boeken in Nederlands bezit. Maar dat levert al zo’n grandioos overzicht op.
Het boek bevat een paar boeken meer dan de tentoonstelling.
Ik ben er nog niet achter waarom dat is.
Nog even doorzoeken.
Als ik de kans krijg ga ik later dit jaar nog voor een tweede keer
naar deze tentoonstelling.
Gelezen: Adri P. van Vliet, Bastaard van Oranje
Adri P. van Vliet, Bastaard van Oranje – Justinus van Nassau: Admiraal, diplomaat & gouverneur.
Het heeft uiteindelijk toch nog lang geduurd voor ik het boek uithad.
Dat komt omdat er nog allerlei andere boeken tussendoor gelezen zijn.
Justinus van Nassau heeft mijn speciale aandacht vanwege zijn
verblijf in Breda.
Het boek had ik gekocht voordat de schrijver een lezing over het boek
gaf in Breda (op 22 september 2017 in de Waalse Kerk).
De schrijver gaf in zijn verhaal al aan dat er wel wat feiten
over Justinus bekend zijn (vooral van rekeningen en belangrijke
data van gebeurtenissen in zijn leven) maar dat we van de persoon
Justinus niet veel te weten komen.
Vond hij het leuk in Breda?
Woonde hij er graag?
Wat was zijn favoriete kleur?
Welke eten vond hij lekker?
We weten het niet.
Voor een moderne lezer wordt het dan al snel minder interessant.
Niet iedereen zal dus heel enthousiast worden van dit boek dat
op mij wel een heel zorgvuldige indruk maakt.
De schrijver heeft zeker zijn best gedaan zoveel mogelijk van
Justinus, zijn familie, zijn kennissen en de gebeurtenissen
in zijn leven te weten te komen.
Zo bevat het boek bijvoorbeeld een indrukwekkende relatiediagram:
Het netwerk aan relaties van Justinus van Nassau in beeld gebracht op pagina 210 van het boek ‘Bastaard van Oranje’ van Adri P. van Vliet.
Voor mensen die geinteresseerd zijn in de geschiedenis van Breda
is het hoofdstuk over het gouverneurschap (1601 – 1625) zeker
een goed overzicht.
Magische miniaturen
Afgelopen zaterdag ben ik naar de tentoonstelling
Magische miniaturen geweest.
Naar mijn gevoel krijgt deze tentoonstelling
veel te weinig aandacht in de media.
De tentoonstelling is in het Catharijne Convent in Utrecht.
Dansende figuur, in breviarium, Bute-meester. Noordoost Frankrijk, circa 1270 – 1280. Deze verluchter (schilder) is herkenbaar aan de bol-vormige neuzen van zijn figuren!
Dat terwijl er een indrukwekkende hoeveelheid kunstwerken
worden getoond op deze tentoonstelling.
Prachtige schilderingen in boeken.
Allemaal uit Zuid Nederland (Bourgondie).
Wat te denken van dit Getijdenboek. Dit boek is uit 1530 en we kennen de namen van de persoon die het boek geschreven heeft (Met de hand!) en van de persoon die de prachtige schilderingen gemaakt heeft. Super. Getijdenboek, Brabant, circa 1530. De kopiist (schrijver) is Franciscus Verheyden en de verluchting (schilder) is de Meester van Morgan. Foto van mij.
Dit is de bladzijde van de maand juni. In het getijdenboek zit een altijddurende kalender met ten minste een bladzijde voor iedere maand. Deze foto is ingescand van de catalogus.
Deze afbeelding is van dezelfde maand als de eerste in de reeks. Waarom drie keer bijna dezelfde afbeelding? Om aan te geven dat we nu de unieke kans hebben deze werken met eigen ogen te zien. Je ziet aan de foto’s dat de helderheid, de kleur enz, steeds anders is. Zelf gaan kijken. There’s nothing like the real thing.
Op de tentoonstelling zijn een kleine 70 boeken te zien.
De meeste aandacht gaat uit naar de ontwikkeling
die de schrijvers en schilders van deze boeken hebben doorgemaakt.
Hoe men begon met eenvoudige met de hand geschilderde hoofdletters
en uiteindelijk hele schilderijen met diepgang wist te realiseren
in de hoofdletters of naast/om de tekst of op speciale pagina’s.
Dit boek ‘Enguerrand De Monstrelet Chroniques, Deel I, Brugge. Circa 1495. Verluchter: Meester van de gebedenboeken’ is eigendom geweest van Engelbert II van Nassau. Hij was graaf van Nassau, Dietz en Vianden, heer van Breda en de Lek, Roosendaal, Nispen en Wouw.
De afbeelding (miniatuur) is eigenlijk een soort actiefoto. Het toont de moord op Jan zonder Vrees (Jan I van Bourgondië), hertog van Bourgondië, graaf van Vlaanderen, Artesië en Charolais, paltsgraaf van Bourgondië, heer van Mâcon, Chalon, Mechelen en verscheidene andere plaatsen, hij was een prins uit het Huis Valois-Bourgondië. Tegenwoordig zou je zo’n afbeelding op nu.nl, het journaal of in de krant verwachten. Let eens op de diepte van de afbeelding.Hoe de gebouwen en de rivier je de afbeelding ‘intrekken’ naar de blauwige horizon. Het gebruik van de blauwe kleur om diepte te creeren zien we bijvoorbeeld ook bij de Mona Lisa.
Het was enorm genieten.
Ik raad iedereen aan een kijkje te gaan nemen.
Boek van saa-papier
Kleine stapjes maak ik met mijn boek van saa-papier.
Gisteren ben ik naar een tentoonstelling geweest.
Daarom heb ik gisteren niet aan het boek kunnen werken.
Maar vandaag is het naaiwerk afgerond.
Het eindresultaat is dat het boekblok ingenaaid is en
in de boekenpers zit.
De volgende stap zal zijn de rug te lijmen en van gaas te voorzien.
Wat dan opnieuw in de boekenpers kan.
Ik denk dat ik de hele rug ga inlijmen.
Die lijm zie je straks nauwelijks.
Alles om toch zoveel mogelijk stevigheid aan de rug te geven
terwijl het grootste deel ervan zichtbaar zal blijven.
De rug is mooi recht geworden, het papier is niet beschadigd,
het naaiwerk is misschien geen plaatje maar je zult er straks
toch niets van zien. Het boekblok zit steving in elkaar.
Het naaiwerk op de rug gezien. Je kunt zien dat ik op een paar plaatsen twee keer door het katern ben gegaan met naald en draad. Daardoor zie je aan de buitenkant de draad lopen. Die draad gebruik ik dan om de volgende katernen aan vast te maken.
Het boekblok zit in de boekenpers tussen twee stukken hout. De naalden en draden zitten er nog aan.
Varanasi: rituelen
Religieuze rituelen en menselijke gewoontes.
Die kwamen voorbij tijdens de wandelingen
langs de ghats in Varanasi in 2016.
Daar maakte ik een aantal foto’s.
Die deel ik graag op mijn blog.
De Manikarnika Ghat is de meest populaire ghat voor crematies voor Hindoes. Westerse toeristen mogen er ook komen maar worden verzocht op enige afstand te blijven. Maar als je langs de ghats gaat lopen kom je er vroeger of later langs. Het is er altijd druk. Hier zie je stapels brandhout die klaarliggen voor de crematies.
De crematieresten gaan het water van de Ganges in. Er is natuurlijk altijd veel rook in de omgeving van de Manikarnika Ghat.
Een verkoper van offergaves.
Iedere avond wordt er een Aarti gehouden bij de Dashashwamedh ghat. In het vroeg van de avond zijn de voorbereidingen in volle gang en verzamelen de pelgrims en toeristen zich.
Bij de aarti gaan een aantal priester/voorgangers voor. Ieder staat op een plateau zoals dit. De rituelen worden simultaan uitgevoerd en er komt veel wierook en licht bij kijken. Het is indrukwekkend om bij te wonen.
Langs de ghat, met uitzicht op de Ganges, staat een aantal plateaus opgesteld.
Niet alle foto’s van de aarti zijn scherp. Het was donker en op grotere afstand doe je niets met flits. Maar ik hoop toch dat de foto’s een beeld geven van de sfeer.
Dan is er ook het ritueel van het verkopen. Ook op de ghats gaat dat de hele dag door.
Daarnaast vinden er allerlei meer private rituelen plaats waar soms een priester voor wordt ingehuurd.
Dit zijn de ‘kandelaars’ die bij de aarti worden gebruikt.
Baden; religieus of ter vermaak.
Als je dan op bedevaart/dagje uit naar Varanasi gaat is er ook het fotoritueel. Bijna iedereen heeft ook in India een mobiel maar een ‘officiele’ groepsfoto laat je toch maken door een beroepsfotograaf die een printer bij zich heeft.
Tussen de rituelen door lees je even de krant.
Geen idee wat voor bijeenkomst dit was maar de toeschouwers waren voornamelijk vrouwen. Erg kleurrijk.
Een bruidspaar.
De bruiloftspartij maakt aanstalten om aan boord te gaan.
Het dagelijks reinigen van de meest gebruikte ghats is ook een ritueel.
Die bloem ligt er toch schitterend!























































































