De Argusvlinder luistert vandaag naar…….

TonKoopmanJohannSebastianBachMatthausPassionBWV244

Ton Koopman, Johann Sebastian Bach, Matthäus Passion (BWV244). Al weer uit 1993 is deze opname maar zo mooi! De afbeelding (hier van het boekje met de tekst dat al wat versleten is) is wel heel knullig geknipt en geplakt. Maar dat is de eerste keer dat me dat opvalt.


Ik luister nu naar: After Bach van Brad Mehldau

Brad Mehldau is een van de leidende figuren in moderne jazz wereldwijd.
Ook hij heeft de trend opgepikt van het combineren van klassieke muziek
met jazz.
Zijn nieuwste werk is een verademing: After Bach.
Afwisselend worden werken gespeeld die geinspireerd zijn door
Johann Sebastian Bach of door Bach geschreven.

BradMehldauAfterBach

Brad Mehldau, After Bach.


BradMehldauAfterBachInAction

Brad Mehldau in actie.


Matthäus-Passion

Muziek is al weer even niet op deze web log aan de beurt geweest.
Maar in deze tijd van het jaar, met een beginnende lente
en een vastentijd, is het het moment in het jaar om een log te besteden
aan de Matthäus-Passion.
Dit fantastische werk van Bach kent vele uitvoeringen in Nederland
in de Paastijd.
Hier een klein stukje over de achtergrond van het muziekstuk.
Het is een stuk tekst uit de ‘luisterhulp’ die Eduard van Hengel op het internet
ter beschikking stelt aan geinsteresseerden.
Een aanrader.

Website van Eduard van Hengel

Laat je niet afschrikken door de omvang en duur van het werk.
Luister zo lang je wil en luister de volgende keer een ander deel.
Laat je niet afschrikken door al die termen die je niet of wel begrijpt
(Stille Week, lectietoon, celebrant, soliloquentes, sub-diaken,
Exordium, turbae, Conclusio, de Duitse taal, Lutherse kerk,
Gregoriaans, bijbelcitaten, …..)
Je hoeft tenslotte van moderen muziek ook niet perse het aantal
beats per minute te weten om de muziek mooi te vinden en er van te genieten.
Gewoon luisteren.

Geniet van de prachtige muziek, de meeslepende melodieen,
de emotionele zang.


JOHANN SEBASTIAN BACH(1685 – 1750)
Matthäus-Passion (BWV 244, 1727)
“Passio Domini nostri Jesu Christe secundum Evangelistam Matthaeum”

Geschiedenis

De passie is een heel oude kunstvorm.
Reeds in de vierde eeuw worden in de christelijke kerk
tijdens de Stille Week voorafgaande aan Pasen
de passieverhalen zingend voorgedragen,
op eenvoudige lectietoon, met kleine heffingen en dalingen.
Vanaf de negende eeuw komen stelselmatig alle vier de evangelisten,
Mattheus, Marcus, Lucas en Johannes, aan bod
op respectievelijk Palmzondag, dinsdag, woensdag en Goede Vrijdag.
Vanaf de twaalfde eeuw doet een dramatiserende rolverdeling zijn intree:
de diaken zingt de woorden van de evangelist,
de celebrant vertolkt de Christus-woorden
en de sub-diaken neemt de uitspraken voor zijn rekening
van de soliloquentes (letterlijk ‘alleensprekenden’,
dramatische personages zoals Petrus, Pilatus e.a.)
en turbae (= menigten, zoals soldaten, discipelen en priesters).
Met de opkomende meerstemmigheid worden de turbae
eerst door alle drie de zangers gezamenlijk,
en later door een afzonderlijk koor vertolkt,
dat bovendien een meerstemmig Exordium (opschrift)
en een Conclusio (besluit) uitvoert.
Eind vijftiende eeuw ontstaan motet-passies (o.m. van Obrecht)
waarin het gehele verhaal voor meerstemmig koor is gezet.
Vanaf midden zestiende eeuw vervangt de lutherse kerk
eerst het Latijn door de volkstaal
(onder handhaving van de gregoriaanse lectietoon)
en vervolgens gaan daar de deuren wijd open
voor invloeden uit de Italiaanse opera:
het recitatief verhoogt de dramatische kracht van de evangelietekst,
er komt instrumentale begeleiding bij
en het evangelieverhaal wordt onderbroken door aria’s op vrije
d.w.z. niet aan het evangelie ontleende teksten,
en ter verhoging van de participatie van het publiek
zingt ook de gemeente nu en dan een eenstemmig koraal.
Wanneer deze koralen vervolgens meerstemmig gecomponeerd
en aan het koor toegewezen worden,
hebben we de oratorische passie
waarvan Bachs Johannes- en Matthäus-Passion voorbeelden zijn.
Tezelfdertijd echter komt ook het passie-oratorium op:
een eveneens meerdelig muziekstuk voor koor, solisten en orkest
maar op uitsluitend vrij gedichte teksten
en geselecteerde bijbelcitaten waarin de gedramatiseerde vertelling
van het evangelieverhaal plaats maakt
voor de subjectieve gevoelsuitingen (‘Empfindsamkeit’)
waar het opkomend pietisme om vroeg.
Daar doet Bach, in het orthodox-behoudende Leipzig, dus niet aan mee.
Zijn passies bieden daardoor een maximale varieteit qua tekst en muziek:
een belangrijk motief voor hun populariteit.
Tegelijk besluit Bach met zijn monumentaalste compositie,
qua bezetting en uitvoeringstijd, voorlopig een eeuwenlange traditie
die pas in de twintigste eeuw herleeft
met de Lukas Passion van Penderecki (1966)
en de Johannes Passion van Part (1981).

Wil je een stukje horen.
Dit is een van de aria’s.
Luister naar die prachtige melodische lijn.

Dit is een uitvoering onder leiding van de dirigent Georg Solti
Medewerkers zijn onder andere: Te Kanawa, von Otter, Rolf Johmson,
Krause, Chicago Symphony Orchestra and Chorus

Eduard van Hengel schrijft bij dit gedeelte:

hobo / strijkers
De dialoog tussen solist (I) en koor (II) wordt vervolgd,
met een barok contrast:
waken bij Jezus (tenor)
doet onze zonden inslapen (koor, een wiegelied als refrein).
In het hobothema eerst een levendig, schalmei-achtig signaal,
dan een wiegende melodie.
Zelfs de tenor lijkt knikkebollend in slaap te sukkelen.