Hella S. Haasse: recensie van De Scharlaken Stad

NieuweRomanEnOudeReportagesKrantOnbekendSchrijverOnbekendBoekDeScharlakenStad1952

Vermoedelijk is deze recensie verschenen bij het verschijnen van het boek in 1952. De zinsbouw en het woordgebruik die wijzen wel in die richting. Wie de schrijver is weet ik niet en ik weet ook niet wanneer dit in een krant verschenen is. De recensie gaat over De Scharlaken Stad van Hella S. Haasse.


De titel is bijzonder:
Nieuwe roman en oude reportages.

Toevallig was dit boek een van de boeken die bij de aankoop
betrokken was. Dus ik heb ook de roman.
Ik heb hem nog niet gelezen maar heb al wel ontdekt
dat er nog twee verrassingen in het boek zaten:
de waarschijnlijke naam van de vorige eigenaar en
een krantenknipsel over Machiavelli.
Daar over meer als ik het boek gelezen heb.

HellaSHaasseDeScharlakenStad1952Stofomslag

Het boek ‘De Scharlaken Stad’ in de stofomslag.


HellaSHaasseDeScharlakenStad1952Linnenomslag

Zo ziet het boek er uit zonder stofomslag. De linnen band.


WP_20180611_20_59_54_ProHellaSHaasseDeScharlakenStadZonderStofomslagMetRug

Dezelfde band maar nu zie je ook de rug.


Op de stofomslag staan op de voor- en achterflap
wervende reclameteksten.
Die laat ik je hier ook nog even zien:

HellaSHaasseDeScharlakenStad1952BinnenkantStofomslagDeScharlakenStad

Dit is de introductie op De Scharlaken Stad.


HellaSHaasseDeScharlakenStad1952BinnenkantStofomslagHetWoudDerVerwachting

Voor degene die meer wil stond op de achterflap een tekst over ‘Het Woud der Verwachting’


De recensie was trouwens niet mis:
= de eerste 40 pagina’s te veel feiten, al die historische
gegevens zijn volgens de recensist niet ‘roman’-makend;
= later weet ze op een geheimzinnige manier de geestdrift
van haar “vosserij” (?) voelbaar te maken.
Je zou denken dat de recensist Belgisch is.

Mijn nieuwsgierigheid is gewekt.

De tekst van de recensie is:

NIEUWE ROMAN en oude reportages

De nieuwste roman van Hella S. Haasse (Querido – A’dam, f 8,90) “De scharlaken Stad” is een allesbehalve aantrekkelijk boek.
Men zou geneigd zijn te beweren, dat van niemand behalve de bespreker, die de plicht heeft àlles te lezen alvorens iets te zeggen, geëist kan worden zich door de eerste 40 bladzijden van dit boek heen te worstelen.
Daar aangekomen heeft hij juist een verhandeling over Michel Angelo achter de rug die romantechnisch volkomen afunctioneel is.
Ook in het verdere verloop staat deze historische roman over Cesare Borgia-of-niet-Borgia vol met allerlei historische mededelingen en overpeinzingen, die wellicht voor velen interessant maar voor niemand “romanmakend” zijn.
Hella Haasse vertelt teveel en suggereert te weinig.
Zij is als de dood dat iemand zou veronderstellen dar ze er maar op los fantaseert of dat een of ander weinig begaafd lezer het niet zou snappen.
Gelukkig heeft deze hebbelijkheid – in voldoende sterke mate aanwezig om een hele serie romans te doen mislukken – een tegenwicht.
Vooreerst heeft de schrijfster een behoorlijk en vrij veelzijdig inzicht in het verschijnsel mens en de manieren waarop dit verschijnsel zich kan manifesteren.
Waardoor haar personen zich langzamerhand uit de historie-brij losmaken en een eigen gezicht krijgen.
Vervolgens – en dit is de reden waarom men toch eindigt met de roman boeiend te vinden – zij weet op een of andere geheimzinnige manier de geestdrift, die ten grondslag is van haar “vosserij”, voelbaar te maken.
We komen al lezende onder de indruk van deze hartstocht voor het verleden, gaan haar delen en zijn tenslotte genegen door iedere rijstebrijberg heen te eten.
Hella Haasse kan een eersterangs schrijfster van historische romans worden als ze wat minder “vosserig”, wat intuïtiever schrijft – zij wordt volstrekt uniek wanneer zij er in slagen zal haar hartstocht voor de historie over haar stof te doen zegevieren.

Gargouilles – het woord kwam vaag bekend voor, nu de uitleg

WP_20180404_12_19_54_ProHellaSHaasseOgenblikkenInValois

Hella S. Haasse, Ogenblikken in Valois.


Dit jaar kwam er naast de herinneringen van Yvonne Keuls aan
Hella S. Haasse en herdruk uit van een boek van Hella S. Haasse.

Het boek ‘Ogenblikken in Valois’ wordt bijna aangekondigd in ‘Zoals ik jou ken, ken je mij’:

‘Ja, ja goed,’ zei Jan, ‘maar het zit erin dat ik de Haagse rechtbank ga verlaten, vervroegd dus, omdat ik me niet verenigen kan met… met wat ik dus niet mag vertellen.’
Codetaal.
‘Ja, en daardoor komt iets anders voor ons dichterbij,’ zei Hella. ‘De streek boven Parijs, de Valois, dat gebied tussen de rivieren Oise, Aisne en Ourcq… We reizen er altijd doorheen als we naar het zuiden gaan, en we hebben er ons hart aan verpand.’ Het woud der verwachting speelt zich in die streek af, legde ze uit, de Franse koningen bezaten er uitgestrekte domeinen. Daar waren de bossen van Compiegne, waar de edelen gingen jagen, Charles van Orléans trad in het huwelijk in Compiegne in 1406.

Yvonne Keuls, Zoals ik jou ken, ken je mij, pagina 166.

Eerder verwees ik al eens naar de recensie in de Volkskrant.
Bo van Houwelingen schreef die op 2 maart 2018 en zat er voor mij flink naast.

Lukraak slingeren we via nodeloos lange en complexe zinnen van de Keltische tijd naar de middeleeuwen,
van de Gallo-Romeinse tijd naar de Eerste Wereldoorlog,
van adellieden naar koningen,
van riviertje zus naar vallei zo,
van ruïne hier naar uitkijktoren daar,
ondertussen bedolven rakend onder een stortvloed van historische weetjes die je direct weer vergeet.

Het is verleidelijk om beide boeken in een recensie op te nemen.
De boeken zijn ongeveer tegelijkertijd uitgekomen, ter gelegenheid van
de 100ste geboortedag van de schrijfster (2 februari 1918)
die een van de boeken zelf schreef en van het andere boek het onderwerp is.

Maar het zijn wel twee verschillende boeken, elk met zijn eigen doel.
Niet twee boeken over Hella S. Haasse. Althans niet in de zin van een biografie.

Daar waar het boek van Yvonne Keuls (zoals ik jou ken, ken je mij) gaat
over de gezamenlijke avonturen van Haasse/Keuls en dus een kijkje geeft
op de persoon Hella S. Haasse, is Ogenblikken in Valois dat helemaal niet.
Het gaat over het beeld dat Valois bij Hella S. Haasse heeft opgeroepen.
Dat dit een beeld is waarin de historie een belangrijke rol speelt,
mag niet verrassen.

ik heb een paar stukjes uit het boek overgenomen.
Oordeel zelf.

Pagina 75 – 76: Mooi en belezen.

Feeën zijn bij uitstek Keltische toverwezens.
Van feeënbronnen, feeënrotsen, feeënweiden en -wouden wemelt het in de Franse folklore.
Ze heten altijd ‘Dames’, goede vrouwen, witte vrouwen of groende vrouwen.
Ze horen bij beken en meren, bij grote stenen, zij wonen in bomen in de wouden, bij voorkeur in beuken.
Niemand ziet hen ooit meer.
Er zijn alleen lange lage nevels, dunne mistslierten boven het water of tussen de stammen van het bos;
de boomstronken die de boeren hier en daar laten staan in hun akkers of aan de rand van een plek kreupelhout
lijken vaak op grillige gestalten met bezwerend geheven armen, als het ware in een danspas verstard.

Het is duidelijk dat hier iemand aan het werk is die zowel
een boodschap wil overbrengen als mooie Nederlandse taal schrijft.
Om zo’n stukje te schrijven moet je allereerst veel lezen.
anders kun je moeilijk beweringen doen over Franse folklore.
Daarnaast is het gewoon hard werk om de zinnen te maken zoals
je hier kunt lezen.

Haasse zegt het zelf als volgt in Zoals ik jou ken, ken je mij:

Hella reageerde afwijzend op Solzjenitsyns woorden en het feit dat Jan daarmee instemde. ‘Als je schrijft gaat het in de eerste plaats om je woordkeuze, om verbeelding, stijl, poëzie, fantasie, ritme, de emotie die je kunt overbrengen. Je onderwerp is daaraan ondergeschikt,’ zei ze.’ Als je als schrijver toevallig ook nog signaleert is dat meegenomen.’

Of ik het met haar eens ben is niet zo belangrijk.
Het is wel haar visie op schrijven.

Pagina 100: één lange zin.

De fraai gelegen schietbaan in Valois is in het oudste hooggelegen stadsdeel van La Ferté-Milon,
op de top van de heuvel, vlak onder de enige nog overeind staande, massieve, met boompjes en struiken begroeide, door duiven omfladderde frontale muur van de burcht
(omstreeks 1400 op last van Louis d’Orléans gebouwd),
die Henri IV liet ontmantelen,
omdat hij dat geducht sterke kasteel
– als het ooit in handen van zijn tegenstanders zou vallen –
een bedreiging achtte voor zijn koningschap.

Ook de lezer zal moeten werken bij Haasse.
Hierin lijkt Haasse totaal anders dan Yvonne Keuls die in korte zinnen schrijft
die minder werkt lijken te vragen.

Pagina 140: gargouilles – het woord kwam vaag bekend voor, nu de uitleg.

…..tot de klauwen van de waterspuwers, de gargouilles.
Het woord ‘gargouilles’ komt voor het eerst voor in een manuscript uit de veertiende eeuw.
Het was de naam van een bloeddorstige gevleugelde draak die, volgens de legende,
in een woud aan de oevers van de Seine huisde.
Omstreeks het jaar 700 zou het monster onschadelijk gemaakt zijn door de bisschop van Rouen, die zich,
bij gebrek aan andere vrijwilligers, op deze expeditie liet vergezellen door twee uit de kerker gerekruteerde misdadigers, een dief en een moordenaar.
Alleen de laatste had de moed de gargouille te lijf te gaan.
Oorsprong van dit verhaal is, meent men, het historische feit van het terugdringen van de buiten haar oevers getreden kronkelige ‘slang’ Seine,
en het droogleggen van het land rondom Rouen, dat bij iedere hoge waterstand tot een onafzienbaar moeras werd.

Pagina 173: Prachtig.

Eens, op een vroege ochtend in de herfst, zag ik bij Chantilly, tegen de achtergrond van het woud, uit de nevel een ruiter en zijn ros opdoemen:
het mooiste paard van de wereld, een schimmel met wuivende staart en manen, die op ranke benen met edel genegen hoofd licht dansend naderbij kwam door het lange gras.’

Als je zoals de schrijver van de recensie in de Volkskrant
meer van Haasse wilt te weten komen, dan kan dat wel in Ogenblikken in Valois.
De inleiding op bovenstaande tekst van Aleid Truijens
is volgens mij correct en geeft dat inzicht:

Voor Haasse is dat rijke verleden hier voelbaar,
het is de motor voor haar verbeelding.
Met gemak verplaatst ze zich naar vroeger tijden.

WP_20180404_12_21_45_ProHellaSHaasseOgenblikkenInValois

Het boek ligt wat ver weg op de foto. Dat is ook een beetje het perspectief dat Haasse geeft in het boek van Valois. Van heel dichtbij tot ver in het verleden.


Infinit is gereed

 photo DSC_6298Geopend.jpg

Hier ligt mijn boek, opengeslagen, in de zon.


 photo DSC_6299Geopend.jpg

De deksel doet ook dienst als standaard voor de tekst.


 photo DSC_6300Uitgepakt.jpg

In de doos zitten naar Infinit met de tekst nog een voorwerp en een koordje.


 photo DSC_6301MetBok.jpg

Het voorwerp en het koordje vormen samen een soort bok zodat de tekst mooi rechtop blijft staan. Het chassis is de lessenaar.


 photo DSC_6302Infinit.jpg

Zo staat dan het boek en kan het gelezen worden.


De tekst bestaat uit 8 delen maar de delen vormen samen 1 tekst.
Om de leesvolgorde te ondersteunen begint ieder tekstdeel
met het paginanummer.

 photo DSC_6303EenTwee.jpg

Deel een en twee.


Tekst 1:

Een boek, voor mij, is een beschermings-mechanisme voor tekst, die het tegelijkertijd mogelijk maakt om van die tekst kennis te nemen.
B E S C H E R M I N G E N L E Z E N
Dat is nu een probleem met hoe het boekje Infinit wordt gepresenteerd. Infinit/infinite staat voor oneindig. Het is dan ook een presentatievorm van tekst die je ‘oneindig’ kunt omvouwen. Steeds kun je vanuit de binnenkant de volgende teksten openen. Om het lezen aangenaam en begrijpelijk te maken, kun je het boekje Infinit op verschillende manieren benaderen. Daarvoor heb ik een oplossing bedacht.
Dat voor wat betreft het lezen. Maar het element bescherming ontbreekt. Daarom heb ik een plat doosje gemaakt dat het boekje beschermt en tegelijk een presentatieplatform biedt.

Tekst 2:

Twee manieren, of misschien nog meer, zijn er om de pagina’s ‘om te slaan’. De doorlopende tekst wordt door die verschillende manieren van bladeren niet altijd goed leesbaar. Daarom begint iedere pagina van deze tekst met zijn paginanummer.
De bescherming van een tekst tegen vocht, licht, stof en gebruik, gebeurt vaak door een kaft. Maar soms is een doosje ook heel geschikt. Dit doosje heeft echter nog een functie.
P R E S E N T A T I E
Iedere keer als je een volgende tekst van het boekje wilt lezen, open je de pagina’s van de binnenzijde naar buiten, en draai je het boekje een kwartslag naar rechts. De opstaande zijkanten passen precies in de twee gleuven in de bodem van de doos. Zo kan de volgende tekst gelezen worden.

 photo DSC_6304DrieVier.jpg

Deel drie en vier.


Tekst 3:

Drie functies kan ik bedenken die een reden zijn om een boek te maken, naast de functies die al genoemd zijn: plezier, verspreiding en het bewaren van de tekst en/of afbeeldingen.
V R I J H E I D
Uiteindelijk zijn de ideeën die tot tekst gevormd zijn het belangrijkst. Die tekst mag vernieuwend, controversieel, wervend of uitdagend zijn. Dat hoeft natuurlijk niet. De vrijheid om dat wat je bezig houdt op ‘papier’ te zetten en het te verspreiden, is een fundamenteel recht. Dat kan schuren, wringen en weerstand oproepen, maar dat mag/moet dan ook. Iets anders is het als mensen het recht om te beledigen opeisen. Dan lijkt het niet meer om de zaak te gaan maar om de actie op zich. Duidelijk is dat die grens erg gevoelsmatig en grijs is. Beter van afblijven dus.

Tekst 4:

Vier dat recht op persvrijheid en vrije meningsuiting. Schrijf, spreek, blog, presenteer, schets, teken, maak foto’s, zing en maak games (volgens literatuurwetenschapper F.W. Korsten zijn games de toekomst van de literatuur. Arnon Grunberg sluit daar op aan met ‘Ook taal is een simulatie van de werkelijkheid. Een game.’ Volkskrant 21/02/2015)
H O R I Z O N T A A L
Lees in dit boek bij voorkeur de horizontaal liggende tekst. ‘Liggende’ is hier letterlijk bedoeld. Lees vervolgens de tekst van links naar rechts.
Je kunt de teksten op de opstaande randen ook zien en misschien met wat moeite ook lezen, maar als je steeds de horizontaal liggende paren tekst leest, weet je zeker dat na de teksten een en twee, drie en vier, tekst

 photo DSC_6305VijfZes.jpg

Deel vijf en zes.

Tekst 5:

Vijf komt, samen met zes, gevolgd door zeven en acht.
Teksten en tekeningen (of iedere andere vorm van afbeeldingen) zijn twee verschillende technieken om ideeën over te brengen. In die zin zijn ze voor mij hetzelfde en hebben ze, in relatie tot een boek, dezelfde functie. Maar ze zijn anders, ze kunnen elkaar versterken en sommige lezers beleven meer plezier aan een tekening dan aan een tekst en andersom. Met beide kun je een verhaal vertellen.
Het maken van een goed verhaal is een vak of kunst op zich.
V E R H A A L
Het is duidelijk dat schrijven niet een kunst is waar ik in uitblink. Deze tekst is dan ook een middel voor mij om het boekje Infinit te kunnen maken.

Tekst 6:

Zes dagen heeft het mij op zijn minst gekost om deze tekst te maken. De combinatie van het onderwerp en de eis, die ik mezelf had opgelegd, om iedere tekst met het paginanummer te laten beginnen, was veel gevraagd.
S C H R I F T
Maar het is gelukt en daarmee kunnen we nog even stilstaan bij de geschiedenis van het boek. Want al voel ik me soms een monnik, de geschiedenis van het boek is veel ouder dan dat van de Middeleeuwse monniken.
Al bij de oudste beschavingen (Soemerië, China, Egypte en de Indus-vallei) ontstonden verschillende vormen van het schrift (spijkerschrift, hiërogliefen, alfabet) en manieren om geschreven teksten te bewaren (klei, papyrus).


 photo DSC_6306ZevenAcht.jpg

Deel zeven en acht.


Tekst 7:

Zeven jaar duurt een bepaalde opleiding tot boekbinder. Dat is niet te combineren met mijn werk en privéleven. Het moet wel een hobby blijven. Bovendien zit de lol er voor mij niet in om voor andere mensen boeken te maken.
B O E K
Zusterboeken. Dat is het grote thema waarin een aantal van de toekomstige projecten zullen komen te staan. Zusterboeken zijn boeken waarvan/waarover ik meer dan 1 exemplaar heb of gemaakt heb. Een tijd terug kocht ik bijvoorbeeld een zesde druk van Hella S. Haasse ‘Het woud der verwachting’, 1962. Toen kreeg ik een paar weken geleden nog een versie van dit boek van mijn moeder. Een negenentwintigste druk uit 2011. Deze boeken zijn zusterboeken en die horen bij elkaar te blijven. Daar ga ik voor zorgen.

Tekst 8:

Acht pagina’s over wat ik denk dat een boek is. Maar wat denken anderen? Ik zocht en vond bijvoorbeeld de volgende vertaalde definitie van Philip Smith (boekbinder uit Engeland)
Een boek is de verpakking van meerdere oppervlaktes die samengehouden worden in een vaste of variabele volgorde door een scharniermechanisme, enige vorm van ondersteuning of een container, met daaraan verbonden zichtbaar of gesproken inhoud die we een tekst noemen.
SAMENGEHOUDEN DRAGER VAN TEKST
Volgens de auteur sluit deze definitie tekstdragers als kleitabletten en rollen uit, zo ook enkelvoudige oppervlaktes waarop een tekst is aangebracht (een tekst op een folder is geen boek).
Volgens deze definitie kan een CD een boek zijn.