En de boekbinder hij bindt verder

Vandaar nog even verder gegaan met Kaas
van Willem Elsschot.

WP_20180429_13_39_56_ProPlattenLijmenMetKneeplatje

Eigenlijk is dit fout. Je hoort eerst de platten en de rug aan elkaar te plakken met kraftpapier. Dat ga ik achteraf nog wel doen. Hier zie je dat ik met behulp van een driehoek de platten en de rug op een lijn breng en dat ik een kneeplatje gebruik om de afstand tussen rug en platten goed te krijgen.


WP_20180429_14_23_05_ProDezeMethodeHebIkGeleerdVanBoektotaal

Vervolgens heb ik het kunstleer op maat gesneden en het vouwpatroon op de hoeken voorbereid. Deze methode (klein beetje aangepast voor het kunstleer) heb ik geleerd bij Boektotaal.


WP_20180429_14_31_56_ProAlleHoekenGesnedenEersteOmslagGeplakt

De eerste lange kant is gelijmd met speciale aandacht voor de hoeken.


WP_20180429_14_49_41_ProDeBandIsGereed

Je ziet dat ik het kraftpapier aan de binnenkant heb aangebracht. Niet de goede volgorde maar ik hoop dat hierdoor de rug toch versterkt wordt. De band is gereed. Ik heb hem na het passen van het boekblok in de boekenpers gelegd om goed te drogen.


WP_20180429_14_50_44_ProZoGaatHetBoekErUitZien

Als ik heb boekblok in de rug leg gaat het er zo uitzien. Een mooie gele ‘Kaas’. Het idee is nu dat dit boek in een doos komt in de vorm van een plat stuk Edammer kaas. Maar daarvoor wil ik eerst de dummy afmaken en daarvoor moet ik eerst mijn ridderroman afschrijven.


Kaas – mijn exemplaar en Edammer

KaasWillemElsschot16edruk1969

Dit is het exemplaar van Kaas dat ik op de middelbare school gelezen heb. Het boekje mag dan wel dun zijn maar eenvoudig is het niet. Dat is wat ik gisteravond ondervond toen ik op zoek ging naar de Edammer.


Mijn versie is de 16e druk uit 1969.
Toen zat ik nog niet op de middelbare school.
Dus hoe ik er precies aan kom weet ik niet.
Misschien was deze druk een aantal jaren te koop.

Een frontispice heeft mijn versie niet.
Wel een opdracht aan Jan Greshoff.

KaasWillemElsschot16edruk1969GeenFrontispice


Vervolgens volgt er een ‘Inleiding’.
Die lijkt me niet eenvoudig.
Het begint zo:

Buffon heeft gezegd dat de stijl de mens zelf is. Bondiger en juister kan het niet. Maar een gevoelsmens is weinig gebaat met dat slagwoord dat daar staat als een model, om vereeuwigd te worden door een steenkapper. Kan men echter wel met woorden enig inzicht geven in wat stijl eigenlijk is?

Een goede vraag maar aan die vraag was ik nog lang niet toe.
Ik denk dat ik het boek nog maar eens een keer ga lezen.
Het lijkt me zo op het eerste gezicht ook erg Vlaams

Het boek begint met twee lijstjes.
Daar ben ik helemaal weg van; lijstjes.
Het eerste lijstje bevat de personages, het tweede lijstje ‘Elementen’:

KaasWillemElsschot16edruk1969Elementen

De elementen van Kaas van Willem Elsschot.


Maar Edammer, hoe zit het daar mee?

Op pagina 28, het einde van hoofdstuk III las ik het volgende:

‘Denk er eens over na,’ raadde hij. ‘Er is veel mee te versienen en jij bent de geschikte man.
Dat was wel een beetje brutaal van hem, want ik vind dat niemand mij geschikt vinden moet voor dat ik mijzelf geschikt heb gevonden. Maar toch was het aardig dat hij mij zonder enige conditie in de gelegenheid stelde mijn eenvoudige plunje van klerk bij de General Marine and Shipbuikding Company uit te trekken en zo maar en eens koopman te worden. Zijn vriendenzouden dan wel van zelf vijftig percent van hun hooghartigheid laten vallen. Met hun beetje centen!
Ik vroeg hem dan ook wat voor soort handel zijn Hollandse vrienden dreven.
‘In kaas,’ zei mijn vriend. ‘En dat marcheert altijd, want eten moeten de mensen toch.’

Okay, Kaas. Maar Edammer dan?

Op pagina 34 lees ik:

‘Klein beginnen is voorzichtig,’ zei opeens Hornstra die zeker vond dat ik lang genoeg had nagedacht. ‘Ik zend u volgende week twintig ton volvette Edammer in onze nieuwe patentverpakking. En naar gelang u die verrekent zal ik uw voorraad aanvullen.’

‘volvette Edammer’ dus, daar gaat het over in Kaas.