Gisteren een nieuwe camera gekocht en die moet
nog wat uitgeprobeerd worden.
Gebouw O in de FutureDome, Breda.
Het volgende project, tussen De Bradelbinding en mijn eerste Bradel
wordt de catalogus van Mooi Marginaal.
Daarvoor maak ik nu een soort van ontwerp.
Dat doe ik met houten letters.
De houten letters zijn voor een affiche. Niet bedoeld voor een boekband. Maar beperkingen dwingen je tot creativiteit. Dus hier gebruik ik de eerste twee letters van ‘Mooi’ en ook de eerste twee van ‘Marginaal’. Gewoon omdat ik niet meer ruimte heb. Wat ik zo mooi vind met deze letters waarvan de kwaliteit matig is, het drukken met een boekenpers en inkt die bedoeld is voor gebruik op de lagere school, zijn de onverwachte effecten aan randen, de kleurmenging, de niet te voorspellen kleurnuanceringen.
Mooi Marginaal. De tweede ‘M’ ingeinkt met twee kleuren.
Alleen het eerste woord. Met de ‘I’ ben ik niet helemaal blij.
Na het inbinden, het op maat snijden, het drukken met houten letters van de naam van de binderij en het maken van een boekband met leer van een oude tas en een foliepers voor de titel, is dat alles bij elkaar gebracht in een nieuw boek. Nu kan ik het gaan lezen en een van mijn volgende boekprojecten wordt er een met een Bradelbinding. Met dank aan Atelier de Ganzenweide (uitgever van deze editie) en Johann C. Denninger (de schrijver van het boek).
Nou zo mooi is het nu ook weer niet.
Het is niet ‘het’ huis. Dickens heeft tijdens zijn leven
op verschillende plaatsen in Londen gewoond.
Het is dus ‘een’ huis van Charles Dickens.
Het adres is 48 Doughty Street.
Terwijl Dickens in dit huis woonde (1837 – 1839)
schreef hij aan de Pickwick Papers, Oliver Twist en
bijvoorbeeld Nicholas Nickleby.
Dit is de kaft van een dun boekje dat door het museum verkocht wordt.
Net als bij veel andere musea beslaat het museum twee panden:
het echte huis van de family Dickens en het huis ernaast.
Het huis ernaast bevat bijvoorbeeld de entree, de winkel en de kassa.
Stap je van het eerste in het tweede huis, dan stap je in het verleden.
Dit is de dining room of eetkamer. Als je een dergelijk huis komt valt meteen op hoe klein en donker de huizen in die tijd waren. De family Dickens was misschien (nog) niet rijk maar onbemiddeld waren ze toen ook al niet meer.
Beroemde portrettekening van Charles Dickens door Samuel Laurence (1837).
Dit is een stukje ‘Downstairs’: de keuken in het Charles Dickens Museum in Londen.
Dat kleine tafeltje (in de glazen vitrine) is een beroemd meubelstuk. Het is de lessenaar die Dickens gebruikte bij zijn publieke lees-/voordrachtsavonden. Dickens droeg zijn verhalen heel graag voor en deed dat veelvuldig met groot succes. Zelfs in bijvoorbeeld de Verenigde Staten.
De salon van de familie Dickens. Leuk hoe iedere kamer, groot en klein, een precies omlijnd doel had. Wat heel gewoon was voor die tijd.
Gratis bezoekersgids. Leuke afbeelding van Charles Dickens.
De foto is niet zo geslaagd maar dit is waar het gebeurde; het schrijven van boeken en artikelen. Het schrijfbureau in de studeerkamer.
In het boek stond van hetzelfde bureau ook een foto. Met betere belichting en zonder ‘afzetting’ geeft dit een goed beeld van de paar vierkante meter die Dickens had om te schrijven.
Dit staat voor een heel dramatisch moment in het leven van Charles Dickens: het overlijden van Mary Hogarth. Ze stierf hier kort nadat de family in het huis was getrokken. Op 7 mei 1937. Ze was zijn schoonzusje.
Dit is dan de ‘Master bedroom’. Slechts een beperkt aantal voorwerpen in de kamers zijn werkelijk uit de tijd van Dickens en waren werkelijk eigendom van de familie. Maar de huidige inrichting geeft een prima beeld van de tijd.
Kleding van Dickens.
Achter het huis is een klein tuintje. Dat gaf me de kans om de achterkant van het huis van Dickens op de foto te zetten.
Dit zijn de twee panden die samen het Charles Dickens Museum vormen in Londen. Links is 48 Doughty Street. Het huis van Dickens. Rechts het pand (met man en fiets) dat de entree vormt van het museum. Je ziet, het weer was best goed die dag en toch waren veel ruimtes in het huis donker.
Omdat ik nog geen foto had van het hulpstuk dat ik op de Boek Kunst Beurs in Leiden gekocht heb van IBookbinding, hier een foto van dit eenvoudige, in mijn geval, blauwe hulpmiddel. eenvoudig te maken met een 3D-printer.
Nu alle randen zijn gelijmd en het boekblok in de band is gezet kan het geheel een paar dagen in de boekenpers om goed te drogen. Daarna ga ik nog eens kijken of ik de tekst op de boekband scherper kan krijgen.
Gister weer bezig geweest met het inbinden van het boek
‘De Bradelbinding’, de 2018 heruitgaven door Rob Koch van
Atelier de Ganzenweide.
Eerst een stuk leer uit de oude tas gesneden. Op maat voor de boekband. De binding wordt een eenvoudige bandzetter. Ik heb nog geen idee hoe de Bradelbinding werkt. Dat hoop ik te leren als ik het boek in elkaar gezet heb. Ik moet dus nog een paar dagen geduld hebben.
Ik wil de tekst ‘Bradel’ op de boekband gaan aanbrengen met de foliepers. Tot nu toe loopt dat niet altijd even goed als ik dat zou willen. Het leer is het stuk waaruit ik de vorm voor de boekband heb gesneden. Je ziet onder aan de foto dat de rits in dit deel van de tas kapot is.
Een paar pogingen. Leuk is te zien dat de resultaten anders zijn afhankelijk van het leer. De tas bestaat uit een aantal stukken en bijvoorbeeld de stukken voor de bodem (boven) zijn steviger dan de soepele zijkanten.
‘Bradel’, verticaal op de boekband, net onder de foliepers vandaan. Hopelijk is het een beetje gelukt.
Ik wil twee naden en verschillende soorten leer op de buitenkant van de boekband krijgen. Daarom heb ik dichter langs de kant van het leer moeten snijden en is een hoek niet helemaal compleet. Daar zie je straks weinig tot niets van omdat dit deel aan de binnenkant van de boekband komt. Maar een heel nauwlettende toeschouwer kan dat later natuurlijk zien.
De randen moeten nog ingeslagen en vastgelijmd worden maar dit geeft al wel een beeld van hoe de boekband er uit gaat zien.
De hele leren bekleding had ik al een keer ingelijmd. De platten zijn daarna tegen het leer gelijmd en nu zijn de randen aan de beurt. Voor het eerst heb ik een stukje gereedschap van IBookbinding gebruikt. Een ‘3D-Printed Corner Cutting Tool’. Werkt perfect. Een eenvoudig idee dat heel goed werkt.
De twee naden in het leer lopen aan de bovenkant en onderkant van de boekband. Dat wil zeggen dat het leer aan de korte kant op deze plaatsen net iets dikker is (dubbel). Daar kan ook het stiksel loslaten door het snijden van de hoeken bijvoorbeeld. Dus heb ik die twee plaatsen even vastgelijmd en met een knijper op zijn plaats gehouden. Morgen zien of ik er mee verder kan. Als straks de boekband gereed is hoop ik de tekst nog wat te kunnen verbeteren.
Ben vandaag begonnen met het ‘bevrijden’ van het boekblok van ‘De Bradelbinding’ uit de boekenpers. Daar zat het nu al een paar dagen in. Het boekje is ingenaaid en gelijmd. Tijd voor het gaas en de schutbladeren.
Dat ging allemaal vrij vlot. Heb de platten en de rug ook gesneden. Ben ook druk geweest met het passen en meten van het leer. Dat tas heeft wel panelen die ooit rechthoekig zijn geweest maar door het vullen en gebruiken van de leren tas staat het leer stiekem een beetje bol. Je krijgt dat ook niet helemaal strakgetrokken. Ik ben benieuwd hoe dat straks met het lijmen gaat.
De leerdressing was de afgelopen dagen niet echt gedroogd. Maar een paar uur niet onder bezwaar deed wonderen. Het leer wordt lichter van kleur maar is tegelijk soepeler. De basis van de boekband ben ik hierboven nog aan het passen en meten. Die is intussen in elkaar gezet. Ik ben met de boekband aan het kijken waar ik het stuk leer het best kan snijden. Grootste probleem is nog voldoende leer te vinden van de tas, die ik kan gebruiken om met mijn foliepers de titel op de band te kunnen zetten.
Een vorige keer was ik hiermee geëindigd. Een van de minder mooi gedrukte teksten heb ik wat bijgeschaafd met ecoline. Nu ga ik dit gebruiken om ‘een vlekje weg te werken’ in het boek dat ik ga binden: De Bradelbinding, heet het boek.
Eerst heb ik de twee helften van de tekst uitgesneden.
Die passen dadelijk prima op twee naast elkaar gelegen pagina’s.
Want op die blanco pagina heb ik een vlekje gemaakt. Met verf. Dat zie je hier bovenaan.
Een tijd terug kocht ik een flesje leerdressing. Die heb ik toegepast op het leer van de tas.
De teksten zijn aangebracht en hebben een tijdje in de boekenpers gezeten. Om goed en gelijkmatig op te drogen. Dan kan het boek genaaid worden.
Eerst prikken. Atelier De Ganzenweide levert altijd een aantal blanco pagina’s mee. Daar heb ik twee katernen van gemaakt zodat ik zowel aan het begin als aan het eind van het boek een paar lege pagina’s heb. Zo kom ik op 6 katernen.
Genaaid. Intussen is de rug ook ingelijmd en ligt het boekje in de boekenpers goed te drogen.
Ik ga een boek inbinden over de Bradelbinding.
De bradelbindingwijze ken ik alleen nog niet.
Dus ga ik eerst het boek inbinden op de meest eenvoudige manier:
de bandzetter.
Dan ga ik het boekje lezen en dan ga ik de bindwijze
eens toepassen.
Maar nu eerst inbinden.
Vanochtend heb ik besloten de bekleding van de band te
gaan maken van een oude leren tas.
Die heb ik een tijd geleden al uit elkaar gehaald.
Dat gebruikte leer is niet meer egaal van kleur. Daardoor krijgt zo’n tas (en dus ook de boekband) meer karakter. Ik ga proberen een paar naden zichtbaar op de boekband te krijgen.
In het stuk dat ik ga gebruiken zit ook de bodem van de tas. Die is aan de binnenkant extra verstevigd (het witte gedeelte op de foto). Het is een soort foamlaag van een paar millimeter. Die maakt die bodem ook minder flexibel (en dikker) dus die moet er uit.
Nu die extra bodemlaag eruit is zijn ook de naden aan de randen weer zichtbaar. Ik ga het leer onder bezwaar leggen in de hoop dat het stuk in zijn geheel wat vlakker wordt. Maar een paar uur onder bezwaar tegen jaren in een naad gestikt gezeten te hebben…..
Even passen. Het stuk leer in in ieder geval groot genoeg. Nog wel even nadenken hoe een titel op het leer te krijgen zonder al te veel leerafval te maken.
Bij het vouwen van het boek heb ik verf tussen twee katernen gekregen. Daarom heb ik het plan opgevat om op de twee blanco pagina’s een afbeelding op te nemen. eerste poging is een lino opnieuw af te drukken, nu met twee kleuren gelijktijdig, die ik een jaar geleden maakte.
Maar misschien ga ik de naam van de binder in het boek opnemen.
Het boek is overigens geschreven door Johann C. Denninger.
De versie die ik ga inbinden is de versie van Atelier de Ganzenweide,
van uitgever Rob Koch.
‘De Bradelbinding’ is een klein boekje dat ik kocht van Atelier De Ganzenweide. De boekbinder en uitgever Rob Koch verzorgt met enige regelmaat boeken in losse katernen. die kunnen wij hobby boekbinders dan voorzien van een mooie binding en boekband. Hier zie je dat ik begonnen ben met de katernen te vouwen. Niet alle bladen zaten op de juiste volgorde in mijn setje.
Op de website van De Ganzenweide is uitgebreid de ontstaansgeschiedenis
van deze uitgave te lezen.
Het eerste deel van de tekst op die webpagina gaat als volgt:
De uit Duitsland afkomstige boekbinder Alexis Pierre Bradel (spreek uit Bradèl) maakte aan het eind van de 18e eeuw in Frankrijk furore met een vereenvoudigde Duitse bindwijze, hier in België en in Nederland genoemd de Bradelbinding.
Johann Denninger (1916-1996), roepnaam Han, was een bekwaam en enthousiast handboekbinder, die zeer geïnteresseerd was in de verschillende technieken van het boekenbinden. Samen met zijn eega Jeanneke Denninger trok hij door Europa langs bibliotheken, ateliers en antiquaren, op zoek naar boekbanden, van door en volgens Bradel gebonden boeken.
Han Denninger stond als mede-oprichter aan de wieg van de Nederlandse Handboekbindersliga en de Stichting Boekbehoud, welke twee organisaties zo’n tien jaar geleden samen gingen tot de Stichting Handboekbinden.
In 1990 produceerde Han Denninger een interessant boekwerkje waarin hij verslag deed van zijn zoektochten naar de Bradelbanden en waarin hij een beschrijving gaf van hoe te binden volgens Bradel.
De zoon van Han en Jeanneke, Charleshan, was ook betrokken bij de productie, hij tekende alle verhelderende illustraties in het boekje.
Maar het boekje is niet meer verkrijgbaar.
Tot de uitgave van Atelier De Ganzenweide dus.
Als ik het ingebonden heb, ga ik het eens goed lezen.
Op de Boek Kunst beurs, afgelopen weekend, kocht ik wat houten letters.
Een beperkt aantal, verschillend van grootte en lettertype.
Ik kan er in ieder geval 1 woord mee maken: Argusvlinder.
Vandaag heb ik die tekst afgedrukt, met drie kleuren.
De letters zijn niet perfect meer maar ik ben niet ontevreden
met de resultaten. Het worden mooie boekbanden of stofomslagen.
Van het drukwerk heb ik een paar foto’s gemaakt.
Er zijn meer afdrukken maar die ga ik eerst nog wat
verder bewerken en daarvoor moeten ze eerst drogen.
Sommigen van de letters zijn een heel klein beetje minder hoog dan de andere. Een heel klein stukje papier verhielp dat probleem. Ik kan de letters ‘R’ eens verwisselen. Dat past misschien beter in het woord ‘Argus’. Daar is de ‘R’ nu erg groot en breed.
Ik verdenk de ‘I’ ervan een omgedraaid uitroepteken te zijn. Maar dat is wel grappig.
In het begin heb ik met rode inkt gedrukt Daarna heb ik geel ingezet voor de tekst ‘Argus’. Die kleuren lopen dan mooi door elkaar.
Het lijkt zwart maar deze inkt is donkerblauw. De verschillende letter groottes en types maakt het wel speels.
Afgelopen zaterdag was ik op de Boek Kunst Beurs in Leiden.
Als u dit leest dan is de beurs al bijna voorbij.
Dit jaarlijks evenement voor margedrukkers en handboekbinders
trekt ruim 120 standhouders naar de Pieterskerk.
Om elkaar te ontmoeten, hun laatste boeken te tonen en verkopen,
hun gereedschap (oud en nieuw) te verkopen en om materialen
aan te bieden.
Boek Kunst Beurs in Leiden 2018.
Tasje voor de beursuitgave. dit jaar was de beursuitgaven van Tomas Lieske. Meer daarover verderop.
Vandaag ben ik naar mijn werkplaats gegaan om alle spullen die ik gekocht heb en die in de werkplaats horen, daar naar toe te brengen. Eerst maar eens de poster van het raam gehaald en in het archief gestoken.
Een overzicht van de boeken in losse katernen (4 stuks), de snijhulpmiddeltjes die gaan helpen mooie hoeken te snijden in het boekbinderslinnen, boekenleggers (Hier ben je gebleven), houten letters, GrafiekWereld. De rest is thuis gebleven.
Deze houten letters, van verschillende lettertypes en grootte, heb ik op de beurs gekocht. Ze vormen het woord Argusvlinder.
Dit is de catalogus van Mooi Marginaal. Een tweejaarlijkse wedstrijd voor het beste op het (private press) boekengebied.
Dit zijn de losse bladen van het boek: ‘De techniek van de echte Bradelbinding’. Ik zou graag het boekje met die techniek maken, maar dan moet ik het eerst eens goed kunnen lezen. Soort ‘kip of het ei’-situatie.
Evelien Kroese, Zwammen smullen. Tweede en herziene druk van dit kookboekje dat zich richt op paddenstoelen.
Op de beurs kocht ik drie boekenleggers. De drie verschillen van kleur. Ze zijn mooi breed en dat geeft mij de kans een soort ‘kontzak’ op de boekenleggers aan te brengen. Als ik een boek koop bewaar ik vaak het bonnetje, de boekenlegger van de winkel, een recensie over het boek enz. Dat past dan mooi in de ‘achterzak’.
De achterzakken zijn steeds anders van model. Het papier dat ik gebruik is in alle drie de gevallen hetzelfde. De afbeelding zijn stukken van de Celestographs van August Strindberg. Het papier is Lessebo Design Natural, ongestreken papier met opdikking 1.3. Het weegt 115 gr/m2.
De beursuitgave is dit jaar van Tomas Lieske. Hij heeft vanmiddag gesigneerd (als het goed is). Het boekje heet: “De route naar Saint-Denis”, Beursuitgave, 2018.
Het boekje is niet zozeer ingebonden als wel gevouwen. Slim in elkaar gezet. Gebruik makend van de verschillende eigenschappen van de mooie papiersoorten.
De instructie en het eindresultaat.
Het was weer goed toeven op de beurs.
Naast al deze boeken en gereedschap kocht ik ook nog een versie van de Rubaiyat.
Vorig jaar kocht ik daar ook al een versie van.
Maar daar kom ik apart nog op terug.
Night is een boek van Elie Wiesel.
Het is een boek dat al veel eerder verschenen is maar dat
in 2018 verschenen is bij de Folio Society.
Wikipedia:
Eliezer (Elie) Wiesel (Sighet, 30 september 1928 – Boston, 2 juli 2016) was een Joods-Amerikaans schrijver van verschillende boeken over zijn ervaringen in de Holocaust, die hij overleefde. Hij ontving de Nobelprijs voor de Vrede in 1986.
Elie Wiezel, Night, in de uitgave van de Folio Society uit 2018.
Wikipedia gaat verder:
Wiesel werd geboren in Sighet (nu: Sighetu Marmației), als zoon van Sjlomo en Sara, orthodoxe joden van Hongaarse afkomst die een kruidenierszaak hadden. Hij had drie zussen, Bea, Hilda en Tzipora. De Hongaars sprekende stad Sighet in Roemenië werd geannexeerd door Hongarije in 1940, en in 1944 deporteerden de nazi’s de Hongaarse joden naar Auschwitz-Birkenau. Zijn moeder en Tzipora, de jongste zus, werden er vermoord; hij en zijn vader werden naar het aangrenzende werkkamp Auschwitz III Monowitz gestuurd. In januari 1945, werden vader en zoon gedwongen te marcheren naar Buchenwald, waar Elies vader overleed.
De ervaringen die hierboven kort, bondig en zakelijk beschreven worden, zijn het onderwerp van het boek ‘Night’.
Wikipedia vervolgd:
Na de Tweede Wereldoorlog werd hij in een Frans weeshuis gestopt. In 1948 begon Wiesel een studie aan het Sorbonne. Hij vond een baan bij de Franse krant L’arche als journalist en raakte in contact met de Nobelprijs voor de Literatuur-winnaar François Mauriac, die hem uiteindelijk kon overtuigen zijn Holocaustervaringen op te schrijven. Dat leverde zijn eerste roman, in het Jiddisch, Un di velt hot geshvign (En de wereld zweeg) op, die in 1956 in Buenos Aires verscheen. Twee jaar later zag de sterk ingekorte bewerking La nuit (Nacht) bij Les Éditions de Minuit het licht, waarschijnlijk Wiesels beroemdste werk en het begin van een lange reeks werken in het Frans. In 2007 schreef hij een nieuw voorwoord bij een heruitgave van La nuit.
De uitgave van de Folio Society is een vertaling uit het Frans in het Engels door Marion Wiesel, zijn vrouw.
Wat moet je over een dergelijk boek zeggen.
De gebeurtenissen zijn zo afschuwelijk dat het boek onaantastbaar wordt.
De indruk die achterblijft na het kezen is enorm.
Iets triviaals bleef in mijn hoofd spelen.
De SS-ers dwingen, als Russische troepen in de buurt van Auschwitz komen,
de mensen in het kamp te lopen naar Buchenwald,
’s nachts, door de sneeuw, geen eten, geen goede kleding, in hoog tempo,
mensen die niet meer konden werden ter plaatse geëxecuteerd.
Buchenwald is een kamp op Duits grondgebied. Vlak bij Weimar.
Waarom heet dit kamp ‘Buchenwald‘, beukenhout (niet te verwarren met Bücher Wald)?
Het kamp werd bij de inrichting ervan in 1937 ‘Konzentrationslager Ettersberg’ genoemd.
Die naam kwam de nazi’s niet goed uit.
Het deed te veel denken aan Goethe.
Het ‘Nationalsozialistische Kulturgesellschaft’ in Weimar besloot toen het een
andere naam te geven: ‘K.L. Hochwald, Post Weimar’.
Maar Heinrich Himmler veranderde die naam in „K.L. Buchenwald, Post Weimar“.
Dus ook toen werden de feiten naar de hand van regerende politici gezet
omdat dit beter uitkwam.
Al in 1937 stierven er 48 gevangenen.
Van de verkoopster ontving ik de volgende adviezen voor
het afdrukken van de clichés:
De clichés moeten, indien los, opgeplakt met een speciaal dubbelzijdig tape, op een voet geplakt worden en op de goede hoogte gebracht worden voor de drukpers. In Ned. is de hoogte Hollandse hoogte.
De op een voet , bij jou was dat multiplex, zittende clichés waren al ongeveer op hoogte, anders moest er een dun kartonnetje of papier onder bij geplakt worden.
Dan worden die drukvormen in een cylinderpers gezet, ingeinkt met boekdruk inkt en dan een vel papier erop en wordt de afdruk gemaakt.
De foto clichés kunnen het beste op een cylinderpers afgedrukt worden net als de lijnclichés maar de laatste kunnen ook op een degelpers afgedrukt worden.
De verkoopster heeft zelf geen ervaring met het afdrukken van dergelijke clichés,
maar de persoon die haar bovenstaande adviezen gaf, duidelijk wel.
Ik heb geen cylinderpers en ook geen degelpers.
Dus heb ik eerst een geprobeerd of ik er een paar kon afdrukken
alsof het om een linosnede haat.
Dat werkt nog niet perfect. Maar dat kan allerlei redenen hebben. De dikte van de inkt, de kwaliteit van de clichés of misschien gaat het gewoon niet onder een boekenpers.
Dit is Kasteel Bouvigne, net buiten Breda. Boven de cliché en onder de afdruk.
Ik heb een hele reeks afdrukken gemaakt. Dan weer met meer inkt, dan met minder, dan langer in de pers, dan korter, enz.
Bouvigne en de Grote Markt van Breda met de Grote Toren. Ze doen niet onder voor foto’s uit die tijd zullen we maar zeggen. De zoektocht gaat nog verder. Als ik er in slaag de afdrukken egaler te krijgen, dan ben ik al heel tevreden.
Meestal ga ik in het najaar naar een of twee workshops.
Dit jaar vallen ze een beetje tussen de wal en het schip.
Misschien dat ik komend jaar meer geluk heb.
Neemt niet weg dat ik al een paar presentjes voor mezelf
heb georganiseerd.
Een er van kwam deze week via de pakketpost.
Een groot en breekbaar pakket.
Een letterkast (drukkers noemen de grote lades waarin bijvoorbeeld loden letters worden bewaard een letterkast) met houten letters. De oorspronkelijke indeling van de letterkast is eruit gesloopt maar om de grote houten letters in te bewaren kun je de letterkast nog wel gebruiken.
De afgelopen week heb ik een kleine serie zinken clichés
gekocht met afbeeldingen van Breda.
Over het algemeen herkenbare stadsgezichten.
Als ik ze kan afdrukken ga ik er een boekje van maken.
Als een klein pakketje kwamen ze met de post. Hier heb ik er al stiekem een paar bekeken. Ze zijn goed geolied en allemaal voorzien van een beschermend stukje papier.
Dit is het Kasteelplein in Breda. Op de achtergrond zie je de toegang tot het Kasteel van Breda. De zogenaamde Stadhouderspoort. Op de voorgrond staat het standbeeld van Stadhouder Willem III (te paard).
Dit is de haven van Breda. De gebouwen aan de kade weerspiegelen in het water. Op de achtergrond is de Grote Kerk zichtbaar en op de voorgrond het Spanjaardsgat.
Het Begijnhof van Breda.
De Grote Markt met de muziekkiosk (die er al vele jaren niet meer is) en de Grote of Onze-Lieve-Vrouwekerk van Breda.
De Stadhouderspoort van het Kasteel van Breda. Compleet met water, brug en het Blokhuis.
Deze kan ik niet plaatsen. Heeft iemand een idee?
Kasteel Bouvigne. Dit ligt een klein beetje buiten het centrum, ten zuiden van het Ginneken. Aan de rand van het Mastbos.
Hoe ze er uit zien als je ze afdrukt weet ik nog niet en ik kan
de kwaliteit niet inschatten maat ik ben nu al enthousiast.
Spannend!
De dummy voor mijn dada-boek is bijna af dus ben ik daar
vanmiddag aan verder gegaan.
De constructie heb ik gemaakt rond het genaaide boekblok. Dat is niet zo slim. Het is beter de constructie op zich zelf te maken en ze dan later samen te voegen. Nu kwam er nogal wat kunst- en vliegwerk bij kijken om de constructie te maken. Het lukte natuurlijk wel. Het bracht ook gelijk de grootste missers in beeld. De ‘concertina’ heb ik te onzorgvuldig gemaakt. Daarom zijn de gevouwde delen verschillend van hoogte. Dat wreekt zich.
De boekband heb ik voorzien van een ‘schutblad’. De functie is hier alleen maar decoratie. Het is niet nodig om de constructie steviger te maken. In het midden heb ik de eerste strook karton vastgeplakt die de constructie en het boekblok aan de band gaat bevestigen.
Tijd om de constructie in de boekband te gaan lijmen.
Na enige tijd drogen is de achterkant het volgende dat ik ga lijmen. Bij deze dummy doe ik geen poging de constructie te verbergen. Dat ga ik bij het definitieve boek wel doen.
De laatste woorden die ik over heb om dadadichten te maken heb ik allemaal op een hoop gegooid en ik ga ze in een astronomische woordenwolk vastleggen.
Daarvoor gebruik ik als startpunt papier van IGEPA. Dit papier bevat de zogenaamde Celestographs van August Strindberg. Deze man is bij ons beter bekens om zijn toneelstukken maar hij was ook fotograaf. Hij maakte onder andere foto’s van sterrenhemels zonder daarbij gebruik te maken van een camera. Het papier is Lessebo Design Natural, ongestreken papier met opdikking 1.3. Het weegt 115 gr/m2.
Zo is de laatste pagina geworden. Die zit nu voor een paar dagen in de boekenpers om goed te drogen.
Na een tijdje drogen ziet de dummy er dan zo uit. Ik gad het boekblok gesneden voordat ik de illustraties er in aanbracht. Dat wil je in de omgekeerde volgorde doen als de illustraties de randen van het papier raken.
Zo ligt het boek open. Ik ga het komende week nog eens goed bekijken om te zien of ik de constructie nog kan verbeteren.
Mooi woord he, ‘dadadummy’. Een dummy boek om er zeker van te zijn
dat ik straks mijn Dada-boek goed kan inbinden.
De foto’s komen uit het herfstnummer van ‘See all this’. Hier bijvoorbeeld foto’s over structuur: Alberto Giacometti (links)
Pagina’s over sieraden.
‘Lijf’ met onder een detail van De Drie Gratiën van Peter Paul Rubens.
Voor het ruimteschip op de bovenste pagina hoef je niet te tijdreizen: het is een moderne bibliotheek.
Hier krijg je een beeld uit de toekomst: het boekblok steekt hier nog uit de boekband.
Het rechtse landschap op de onderste pagina is van Rubens.
The King of what?
Het portret van Casper, rechtsonder, is gemaakt door de Nederlandse fotograaf Koos Breukel.
Afgelopen woensdag heb ik gewerkt aan zowel de dummy
als aan het Dada-boek. Weinig foto’s.
De dummy die ik maak, maak ik vooral om de boekconstructie uit te kunnen werken en testen. Maar er moet iik iets in. Daarom dat ik het herfstnummer van ‘See all that’ met z’n prachtige foto’s gebruikt om het dummyboek te vullen. Hier zie je links een fragment van een foto van Koos Breukel van zijn zoon Casper en rechts een stuk van een zelfportret van Paul Gaugain.
De rechterpagina hierboven, een van de pagina’s van mijn Dada-boek, had een spatwerk dat niet helemaal af was. Dit heb ik nu aangevuld met tekst: de stukken die ik eerder bij het spatten gebruikte om letters te spatten, vormen nu de tekst. De twee staande stroken van de onderste letter ‘A’ zie je terug op de rechterpagina in de gespatte letter ‘A’.
Alleen die titel al!
Een grote literatuurfan ben ik niet.
Ik lees ook niet veel literatuur.
Maar toen ik van een ‘nieuwe’ Louis Couperus hoorde,
dacht ik: dat is misschien interessant.
Op internet vond ik een link naar De Parelduiker,
een literair tijdschrift. Dat kocht ik.
De Parelduiker, Een parelduiker vreest den modder niet (Multatuli). Deze editie (jaargang 23, 2018, nummer 4) gaat vooral over Slauerhoff maar er staat ook een artikel in over Couperus in Japan.
Het artikel over Couperus is van de hand van H.T.M. van Vliet.
Van Vliet beschrijft hoe Couperus als een reisjournalist van de Haagse Post
met zijn vrouw naar Indië, China en Japan gaat.
De reis verloopt niet echt soepel en dat vindt zijn weerslag
in de zogenaamde Reisbrieven die in de Haagse Post verschenen.
Na de reis verschenen die brieven in boekvorm.
Thuis gekomen en na een ziekte verwerkte Couperus zijn ervaringen en
zijn studies in een aantal verhalen.
Die verschenen na zijn dood in boekvorm.
Deze maand verscheen er een nieuwe versie waarin de verhalen uitgebreid
worden toegelicht door Van Vliet en voorzien van afbeeldingen
die zeker of mogelijk Couperus hebben beïnvloed.
Het boek: ‘Het snoer der ontferming’, is inmiddels uit. Ik ben het al aan het lezen en kom daar snel op terug. Tot nu toe (pagina 73) ben ik diep onder de indruk.