Om niet alleen te pronken met andermans veren

of in dit geval: vossenharen,
ook nog even stilstaan bij het feit dat ik het tweede
katern voor de “Omslagband met directe strengeling” af heb.
Ik heb een hele reeks voorbeelden uit het boek “Kriezels,
aubergines en takkenbossen” overgenomen.
Het boek gaat over het penwerk of de randversieringen
in Noordnederlandse, vijftiende-eeuwse handschriften.
De samenstelling van het boek was in handen van Anne S. Korteweg.

IMG_0916KaternII

Om niet steeds een leeg boek te moeten inbinden bestaan straks de vier katernen uit twee delen: een deel van 4 bladen met afbeeldingen van randversieringen en een blanco deel van 5 bladen. Zo kom ik toch aan een katern van 8 bladen. Dikke katernen die er voor zorgen dat er straks voldoende ruimte is om de katernen in te binden met perkamentstrengels maar die ook voldoende ruime laten om inscheuren te voorkomen.


IMG_0917KaternIIKlad

Met mijn printer heb ik eerst een soort correctieversie geprint op gewoon papier. De versie die uiteindelijk in het boek gaat landen is gemaakt met een zwaardere papiersoort. Dat heb ik zo ook voor katern 1 gedaan.


IMG_0918ArgusvlinderDeelIEnII

Beide proefkaternen zijn ieder op zich ingebonden in een kaft die ik al had liggen.


Het boek “Kriezels, aubergines en takkenbossen” is zo interessant
omdat het categorie├źn van versieringen heeft proberen te identificeren
en die vervolgens te plaatsen in de tijd en in de plaatsen waar
deze boekdecoraties zijn ontstaan.
Zo kun je een handschrift uit Utrecht herkennen op basis van de
decoraties die in het boek zijn aangebracht.