Multatuli Liefdesbrieven

Multatuli Liefdesbrieven

Privé-domeinreeks nummer 54 van De Arbeiderspers in herdruk: Liefdesbrieven.


Normaal maak ik geen reclame.
Maar dit is uitzonderlijk.
Een prachtige uitgave, in herdruk.
Ingebonden naar uw eigen wens.
Misschien dat ik er maar twee koop.

Op 2 maart 2020 is het 200 jaar geleden dat Multatuli in Amsterdam werd geboren.
In het kader hiervan herdrukt De Arbeiderspers uit de privé-domeinreeks nummer 54 uit 1979, Liefdesbrieven.
Bezorgd en van aantekeningen en een nawoord voorzien
door Paul van ’t Veer, naar moderne spelling gezet door Henk Gielkens.
Aan de nieuwe editie is een voorwoord van Elsbeth Etty
toegevoegd.

 

De winkeleditie is genaaid en direct ingehangen
in het papieren omslag, met flappen.
Voor handboekbinders en andere boekenliefhebbers
is het boek te verkrijgen in losse, ongebonden katernen bij Uitgeverij Boekblok (van Jannie de Groot), in samenwerking met Atelier De Ganzenweide (van Rob Koch).

• Formaat: 11,5 x 19,5 cm

• Het binnenwerk heeft een omvang van 392 pagina’s,
in 16 katernen van 24 pagina’s en
een katern van 8 pagina’s,
gedrukt op Schleipen, 80 grams houtvrij romandruk,
creme/wit, opdikking 1.5

• Het papieren omslag is gedrukt op Munken pure,
240 grams houtvrij offset getint, opdikking 1.13

• Meegeleverd worden het omslag en een extra blanco katern,
voor bijvoorbeeld het maken van schutbladconstructies

• De prijs bedraagt 25,- euro

De katernen zullen beschikbaar komen in maart 2020.
Ze zijn te koop op de Boekbindbeurs, zondag 26 april
te Sint-Niklaas, op de stand van Uitgeverij Boekblok
(pinnen is mogelijk).
Ook zijn ze te bestellen via de website http://www.uitgeverijboekblok.nl.

Van den vos Reynaerde (vervolg)

Dit wordt het derde boek in deze reeks.
Het eerste was een klein maar dik boek met houten platten,
leren bekleding en een sluiting (die ik gekocht had).
Geen tekst.

Het tweede was het boek ‘The art of bookbinding’. Dus een
bedrukt boekblok, houten platten met rood leer. Met een sluiting
van leer en messing. Eenvoudige integrale kapitaalband.
Met als versiering een messing beslag dat ik gekocht had.

Het derde boek is dan uiteindelijk Van den vos Reynaerde.
De tekst die geleverd is door een samenwerkingsverband van
de Stichting Handboekbinden, Atelier de Ganzenweide van Rob Koch
en Jannie de Groot. Hier wil ik het chevronkapitaal op
maken en met een messing titelvenster. Deze laatste twee
waren bij boek twee of niet gelukt of was ik gewoon niet aan begonnen.

IMG_2509EikenhoutenPlattenPrikmalLerenRiempjes

Dit is het vertrekpunt voor dit bericht: twee eikenhouten platten, drie leren riempjes (uit een oude tas) en een prikmal die ik voorbereid heb.


IMG_2525BoorgatVoorKapitaalkern

Aan de kop en de staart (aan de boven- en onderkant van de platten) zijn de hoeken van eikenhouten platten afgeplat. Er is een stukje afgezaagd. Door dat te doen ontstaat er voldoende ruimte om een kapitaalkern van gedraaid perkament aan te kunnen brengen. Die kapitaalkern zal later omwikkeld worden met twee kleuren draad om zo het chevronkapitaal te realiseren. De kapitaalkern verbindt de twee platten met het boekblok dus is er niet alleen voor de versiering maar ook voor de stevigheid van de binding.


IMG_2526EvenInDeKlem

Een timmerwerkplaats is mijn werkplaats niet dus moet ik steeds een beetje improviseren.


IMG_2527BoorgatVoorKapitaalkern

Je kijkt hier tegen de buitenkant van een van de platten. Straks, nadat de bekleding is aangebracht, kun je de aanhechting van het perkament op de platten zien. Dat is ook het geval bij de riempjes.


IMG_2528Kapitaalhoekje

Het stukje dat op de hoek van de platten is weggehaald, haal ik ook van het dekblad en de rest van het boekblok af. Daardoor ontstaat er ruimte om straks het kapitaal te omwikkelen en vast te maken aan de kapitaalkern en het leer.


IMG_2529AftekenenInDePers

Het boekblok (met de perkamenten dekbladen) zit in de blokpers. Hier zijn de plaatsen aangegeven waar ik het boekblok ga inzagen.


IMG_2531Inzagen

Drie tot vijf millimeter diep zaag ik het boekblok in.


IMG_2538GatenBoren

Het is de bedoeling dat het boekblok aan de leren riempjes wordt genaaid. Daarbij zullen de leren riempjes door een soort tunnel de platten ingaan om er aan de buitenkant uit te komen om vervolgens door het hout te gaan en aan de binnenkant van de platten bevestigd te worden. Lees Goddijn. Hier zie je een en ander afgetekend en de eerste gaten zijn geboord als begin van de ‘tunnel’.


IMG_2539SleuvenEnVerdiepingen

De binnenkant van een plat. De riempjes komen straks door het gat naar binnen en worden dan tegen de binnenkant van de plat bevestigd. Het dekblad, eenmaal tegen de binnenkant van de plat bevestigd, zal dit aan het oog onttrekken.


IMG_2540AftekenenBorenBeitel

Een afgetekende buitenkant van een plat. Je ziet de boorgaten van de rug afkomen. Die moeten een ‘tunnel’ gaan vormen. Door de brede gaten gaan de riemen dan naar de binnenkant om vastgezet te worden met messing spijkers.


IMG_2543DeGatenMoetenKanaaltjesWorden

Laat ik maar beginnen met de eenvoudige dingen. Dat maken van de tunnel. Daar ben ik een beetje voorzichtig mee. Als ik te veel kracht gebruik ben ik bang dat het ‘dak’ van de tunnel afgaat. Op zich is dat geen ramp. Dan kun je nog steeds het boek inbinden maar je ziet dat dan wel. Ook dat kun je dan wel weer oplossen maar volgens het boek moet het met een tunnel. Dat wil ik proberen. Bij mijn tweede boek lukte dat niet maar dat had vooral met het materiaal te maken. Dit is een massief eiken plank. Bij boek twee was het een uit meerdere lagen samengestelde plank.


De komende tijd kan ik me dus wel vermaken in de werkplaats.

Van den vos Reynaerde

Omdat ik bij de Stichting Handboekbinden moest zijn om
de blokpers op te halen, kon ik gelijk mijn kopie van
‘Van den vos Reynaerde’ meenemen.

IMG_0911VanDenVosReynaerde

De Stichting Handboekbinden heeft als thema dit jaar
het middeleeuwse boek. Een uitgave van ‘Van den vos Reynaerde’
is dan helemaal op zijn plaats.

Even de geschiedenis van deze tekst van Wikipedia:

Van den vos Reynaerde, is een episch dierdicht dat geldt als een hoogtepunt in de Nederlandse middeleeuwse literatuur,
hoewel het gebaseerd is op het Latijnse dierenepos Ysengrimus.
Het telt in totaal 3469 versregels en is geschreven in het Middelnederlands.
Waarschijnlijk werd het geschreven tussen 1257 en 1271.

 

In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, is het verhaal geen fabel,
maar een epos (heldendicht) in de vorm van een dierenverhaal.
Wel is het verhaal duidelijk geïnspireerd op veel bekende fabels uit de Oudheid.

 

Het verhaal zou in de 13e eeuw zijn geschreven door een zekere Willem,
over wie in de eerste regels gezegd wordt dat hij nog iets anders gemaakt heeft,
namelijk Madocke (tegenwoordig: Madoc) (Willem die Madocke maecte; in moderne versies vaak: Willem die ook Madoc schreef).
Nog een aanwijzing is dat men bij de laatste verzen van het verhaal een acrostichon opmerkt: BI WILLEME.
Deze vermeldingen worden echter ook wel gezien als een parodie op middeleeuwse auteursprologen en slotwoorden.
Volgens Jacob van Maerlant schreef rond 1200 de Vlaamse dichter Willem van Hulst een verhaal “De reis van Madoc”,
gebaseerd op het leven van de 12e-eeuwse, Welshe troonpretendent Madoc ap Owain.
Een andere mogelijke kandidaat is Willem van Boudelo, alias Willem Corthals.

 

De wortels van het Reynaertverhaal reiken diep in het verleden, tot Aesopus en Phaedrus, de grootste fabeldichters uit de klassieke oudheid.
Een van de directe voorlopers is het omstreeks 1100 in het Latijn geschreven Ysengrimus,
een eerste grote verzameling met fabels en verhalen over dieren met daarin een wolf centraal.
De dieren hebben daar voor het eerst eigennamen.
De dichter van dat werk is vermoedelijk “Magister Nivardus”.
Waarschijnlijk was hij een clericus die zeer goed de situatie van de Sint-Pietersabdij én het religieuze leven in Gent en de wijde omgeving kende.

 

Het Middelnederlandse Reynaertverhaal is echter in hoofdzaak gebaseerd op een Frans verhaal: Le Plaid, letterlijk vertaald ‘het pleidooi’.
Dit verhaal verscheen rond 1160 en was het eerste deel van een grotere verzameling vossenverhalen:
Le Roman de Renart, geschreven door Perrout de Saint Cloude.
De Vlaamse Reynaert volgt tot halverwege de plot van Le Plaid vrij getrouw om dan met Reynaerts tweede biecht een eigen weg in te slaan.

 

Van dit dierenepos is een manuscript integraal bewaard gebleven in het Comburgse handschrift,
een codex die dateert van tussen 1380 en 1425 en afkomstig is uit het Gentse, vermoedelijk uit een kopiistenatelier.
‘Van de vos Reynaerde’ bevindt zich op de folio’s 192 t/m 232.

 

De vijf overgeleverde manuscripten zijn (in volgorde van geraamde ouderdom):

Rotterdams handschrift, perkament, Geldern-Kleef, ca. 1260-1280 (63 deels verminkte verzen, ontdekt in 1933)
Darmstadts handschrift, perkament, Nederlands Limburg, ca. 1275-1300 (287 verzen, ontdekt in 1889)
Dycks handschrift, perkament, Nedersticht/Oost-Holland, ca. 1330-1360 (3393 verzen, ontdekt in 1907)
Comburgs handschrift, perkament, Oost-Vlaanderen, begin 15e eeuw (3469 verzen, ontdekt eind 18e eeuw)
Brussels handschrift, papier, Oost-Vlaanderen, ca. 1400-1415 (369 verzen, ontdekt in 1971)

IMG_0912VanDenVosReynaerdeOorspronkelijkeTekstVolgensHetComburgseHandschriftVertalingWalterVerniers

De versie die door de Stichting Handboekbinden wordt uitgeleverd in samenwerking met Atelier De Ganzenweide bevat een hele serie prachtige illustraties. De illustraties zijn van Gustave van de Woestyne, Wim de Cock en Henri van Straten. De vormgeving was in handen van Jannie de Groot. Dat alles gesteund door het Reynaertgenootschap.


Dat heeft tot gevolg dat er voor mij een extra reden is om een
middeleeuwse boekbinding te gaan maken.
Daar moet ik nog wel even over nadenken.

IMG_0913VanDenVosReynaerdeOorspronkelijkeTekstVolgensHetComburgseHandschriftVertalingWalterVerniers

Maar als ik deze prachtige bladen zie, gaan mijn handen al weer jeuken.


IMG_E0910VanDenVosReynaerdeOorspronkelijkeTekstVolgensHetComburgseHandschriftVertalingWalterVerniers

Deze stapel wordt mijn kopie van ‘Van den vos Reynaerde’.


Wordt vervolg.