Even een status update van de werkzaamheden
aan dit boek. Vandaag de kans gehad om kort
verder te gaan met het naaien van de katernen
tot een boekblok.
Morgen zal dit boekblok wel compleet zijn.
Eind vorig jaar verscheen er een nieuw deel in de Saldencahiers van Uitgeverij Statenhofpers. De Saldencahiers zijn genoemd naar graficus Helmut Salden. Het is ook in de sfeer van het werk van Salden dat de stofomslag van de reeks wordt ontworpen en ook dingen als het lettertype van het zetwerk wordt gekozen.
Het leuke van de Salden-reeks is dat het
boek heel prettig oogt en bovendien dat je steeds met
een verrassende schrijverskeuze wordt geconfronteerd
zodat je kennis van de literatuur wordt verbreed
zonder dat je hele zware werken voor moet doospitten.
Deze keer is er werk te lezen van Mary Dorna
(Mary Jeanette Tenkink-Stoppelman).
Ze schreef stukken die meteen duidelijk maken waarom
S. Carmiggelt tot de bewonderaars van haar behoord.
Het titelverhaal krijgt in de voorlaatste zin haar
ontknoping (die ik hier niet ga verklappen).
Karakteristiek vind ik de laatste zin van het verhaal ‘Einde’:
“Het schijnt toch niet goed te zijn, op jeugdige leeftijd jenever uit theekopjes te drinken.”
Voor wat verdere details het Colofon van ‘Dames in de sneeuw’ van Maty Dorna.
Het ‘Handboek voor den boekbinder’ had ik
al even in voorbereiding.
Het boek van Laurent Peeters zat al in de boekenpers.
Maar vandaag kon een begin gemaakt worden
met voorprikken en vervolgens binden.
Na wat rekenwerk bleek het voorprikken prima te gaan met de prikmal. Hier onder in de foto.
Het is een nauwkeurige handeling die gelijk ook een mooi strak plaatje oplevert.
Het hele boekblok is voorgeprikt.
Het binden op het naaibankje begint achteraan. De opgeslagen pagina is een van de bladzijdes met voorbeelden van boekbanden.
Vandaag een paar van de ideeën verder uitgewerkt:
= steviger papier gebruikt
= papier in de vernis gezet vóór het snijden en knippen.
Ik heb een paar stukken papier gesneden.
Niet zo gelet op het formaat.
De foto is niet scherp maar het idee is denk ik wel duidelijk. een soort van ster. Ik ben benieuwd wat van de vorm overblijft als ik hem echt als sjabloon gebruik en je de lijnen die er met potlood bij gezet zijn niet meer te zien zijn.
Dit was meer het oorspronkelijke idee. Hier is vooraf het papier in de vernis gezet. Daardoor kon ik er met potlood niet op schetsen. Dus dat werd een stift. Dan is nu het idee de elementen er uit te snijden/knippen.
Hierna aan beide kanten nog een keer in de vernis gezet.
De laatste keer was ik nog druk bezig
om met karton en naar eigen ontwerp, stempels te maken.
Tijd om die ook eens af te gaan drukken.
Vandaag een kleine serie experimenten. Dan zie ik wel wat werkt en wat ik straks ook echt ga toepassen. Vanwege de droogtijd ben ik begonnen om een hoekje goudkleurig te maken.
Het ininkten kan beginnen.
Voor het boek bestaande uit een tiental papieren zakken wil ik een deel van de teksten schrijven op cataloguskaarten. De eerste letter, net als in een middeleeuws handschrift, ga ik dan in een groter formaat uitvoeren. Hier dus door de letter te drukken en misschien daarna te versieren.
Op het gouden vlak kan je de letter ook afdrukken. Omdat mijn stempels van grijsboard zijn geven die niet veel mee. Als je de letter dan afdrukt met de boekenpers en je draait die goed aan, dan loopt de verf onder de letter uit. Dan krijg je het effect zoals op deze foto waar het goud door de rode kleur komt.
Met deze kaarten kan ik denk wel het een of ander.
Zoals iedere week, verscheen ook vorige week zaterdag een artikel in de NRC over hoe Nederlanders hun vrije tijd doorbrengen. Afgelopen zaterdag 11 december was het tijd voor een boekbinder.
Rob Koch vertelde zijn verhaal.
Zijn atelier is veel georganiseerder en netter dan dat van mij. Maar er moet natuurlijk altijd wat te wensen over blijven.
Al een aantal jaren geleden hoorde ik van het idee
het beste van Godfried Bomans – de essays –
in een bundel uit te brengen.
Vermoedelijk van het Joost Prinsen zelf die er over
sprak bij de Taalstaat.
Prinsen ging door al het werk van Bomans dat niet als
boek verschenen was. Dat waren veel korte en langere
artikelen over allerlei onderwerpen. Sommigen actueel,
dan weer beschouwend.
Het resultaat staat in:
Godfried Bomans: In alle ernst – De keuze van Joost Prinsen
In de inleiding van deze bundel vertelt Prinsen
de ontstaansgeschiedenis.
Eerlijk gezegd heb ik niet veel van Bomans gelezen.
Natuurlijk: Erik.
Bijna verplicht, op de middelbase school, las ik Erik.
Erik of het klein insectenboek van Godfried Bomans.
Voor het eerst verschenen in 1941.
Maar nu ik net Alice in Wonderland voor het eerst heb gelezen
kijk ik toch weer anders tegen Erik aan: misschien nog
eens lezen.
Terug naar de bundel.
Als je de verhalen leest hoor je, zonder veel moeite, de typische
stem van Bomans, die je het verhaal vertelt.
Scherp is zijn logica, haarscherp.
Overal schijnt zijn onderkoelde humor tussen de letters heen.
Dan dat laatste verhaal (De man met de zwarte das).
Ik had het al meerdere keren gelezen.
Ook na deze keer lezen blijft het me onduidelijk wat Bomans
wil zeggen:
= kijk eens hoe zielig is ben?
= is het ‘gewoon’ een mogelijke verwerking van een moeilijke
relatie met zijn vader?
Bomans was te scherp in de analyse om een verhaal met de
strekking ‘kijk mij eens zielig’ te schrijven.
Dat Bomans dacht dat zijn vader een regent was, zou aan
het eind van de jaren ’60 niet moeilijk te verkopen zijn.
Daar was zo’n verhaal niet voor nodig.
‘De man met de zwarte das’ blijft ongemeen hard.
Misschien wel onnodig hard, on-Bomans hard.
Daarom is dit een van de weinige verhalen in de Nederlandse
literatuur dat blijft achtervolgen: aantrekken en afstoten.
Wat is hier de boodschap?
Het verzamelen van teksten, afbeeldingen en andere
geheimen, is in volle gang.
De teksten ga ik voor een deel met de hand schrijven.
Daarbij wil ik wel een bijzondere kapitaal om
mee te beginnen.
Ik heb houten affiche letters, misschien gebruik
ik die ook. Maar ik kan ook wat eigen stempels maken.
Het idee is eenvoudig: bepaal de grootte van de letter (bijvoorbeeld 4 bij 4 centimeter), snij een stuk karton dat gaat dienen als basis voor de letter, ontwerp een eigen letter (let op spiegelschrift), snij die letter uit, plak de letter op de basis, vernis de letter en ondergrond een paar keer (steeds laten drogen), stempelen, eventueel de letter nog opwerken. De mogelijkheden zijn eindeloos.
Begonnen met de letter T. Alleen zag ik later dan geen van de teksten met een ‘T’ beginnen. Gelukkig kan ik daar als schrijver van sommige teksten zelf invloed op uitoefenen. Hier zie je de ‘T’ na de zoveelste vernislaag. De vernis die ik hier gebruik is acrylvernis. Ik heb die al lang en ik gebruik die heel beperkt dus kan ik hem beter bij zo’n klusje opmaken.
De letter ‘A’ ga ik zeker gebruiken. Snijden is overigens niet altijd eenvoudig. Neem je tijd.
Ook deze letter ligt te drogen. Eens zien wat ik daar mee kan doen. Er volgt binnenkort meer. Zoals je ziet schuimt de vernis nogal makkelijk. Bij het opdrogen trekken de meeste belletjes weg.
Het boek is ver gereed. Dat wil zeggen, de structuur. Er is nog geen tekst opgenomen in het boek. Dat gaat nog wel gebeuren. Bij dit boek gebruik ik de Koptische binding zoals die beschreven staat bij type A in het boek van Keith Smith: Smith’s sewing single sheets. Daarnaast heb ik een blouse gebruikt om er boekbindlinnen van te maken en er de twee platten mee te bekleden. De papieren zakken heb ik gekregen van verschillende winkels in Breda bij het doen van boodschappen.
Eerlijk gezegd heb ik dit type binding nog niet kunnen maken zonder problemen met het voorplat. Je begint te binden bij het achterplat en dan voeg je pagina voor pagina toe. Tot dat je nog één pagina en het voorplat over hebt. Dan geeft de methode van Smith aan dat je moet gaan binden beredeneert vanaf het voorplat, terug naar waar je bezig was. De binding zoals ik hem nu gemaakt heb is te strak. Het kan maar net.
Om geen reclame te maken voor een specifieke winkel, de zakken komen van: Noten & noten, Dikke mik, Bakkerij Hizmet, Deva, Noordzee en DenD Delicatessen (die op vrijdag op de weekmarkt op de Grote Markt staat). Van een paar zakken weet ik niet meer van wie die komt en er staat geen naam van het bedrijf op.
Er past een tekst in 9 van de tien zakken. De tiende zak is door het strijken dicht geplakt. Bovendien zitten er op de twee platten nog twee zakken. Door het gebruik van de delen textiel van de blouse als boekbindlinnen is er niet heel veel ruimte in die twee zakken maar daar kun je best wat geheimen in kwijt.
De volgende keer zou ik uitgaan van 5 centimeter draad
per gat. Dus voor één set van twee gaten voor een boek met
10 losse bladen en een voor- en achterplat:
12 maal 5 centimeter= 60 centimeter draad voor één gat.
Voor een set gaten is dat dus 2 maal 60= 1 meter 20.
Zo heb je voor dit boek dan 4 draden nodig.
Voor wat betreft de tekst heb ik nu al het volgende lijstje:
01 Introductietekst bij het boek
02 een stuk tekst uit het boek over Afghanistan dat ik
op dit moment lees van William Dalrymple (Return of a king)
03 een citaat uit een door Joost Prinsen samengesteld
boek van Godfried Bomans (In alle ernst)
04 een foto
05 een krantenknipsel
06 een verhaal over Japans papier
07 een verhaal over hergebruik
08 een citaat uit het boek Empires of the Indus van
Alice Albinia
09, 10 en 11 zijn nog niet bepaald.
Dat is ook het geval met de volgorde. Deze lijst
lijkt een volgorde te hebben maar de telling is er
alleen maar om er voor te zorgen dat ik niet
te veel tekst heb.
De reguliere weekmarkt zet ik met regelmaat op de foto.
De boekenmarkt (de Kunst- en curiosamarkt, volgens de
gemeente) veel minder vaak.
Woensdag was het nog donker en nat maar men was al druk
bezig met de opbouw.
De boekhandelaar vroeg waarom ik de foto maakte en adviseerde toen de foto te maken met de boeken en bezoekers. Dus dat volgt binnenkort.
Voor het geval dat het in het laatste gericht niet duidelijk was. Op de achterplat zit dat deel van de blouse waar een strook textiel de knoopsgaten verbergt. Zo kwam het achterplat na een paar dagen uit de boekenpers. Nu kan ik door met het voorplat.
De vorige keer had ik het textiel en de vlieseline al op elkaar gestreken. Dus deze week kon ik de stukken mooi recht snijden. Door de ervaringen met het achterplat kon ik er nu voor zorgen dat er meer materiaal was voor op de binnenzijde van het plat. Dan kun je het textiel lijmen op de plat.
Je kunt ook veel beter de hoeken afsnijden. Dan past het allemaal beter en komt het textiel aan de voorzijde ook beter te zitten.
Uiteindelijk zitten op het voorplat drie stukken textiel: eerst links het effen witte stuk, daarna deels over het linkse stuk, de zak. Die zit aan de rechterkant. Dan als laatste nog een smalle strook met knoopjes. Twee rijen knoopjes dus, om en om.
Een eerste indruk hoe het boek er uit komt te zien. De rug ligt beneden op de werktafel. Het voorplat laat ik hier even meedoen maar moet aan de binnenzijde nog beplakt worden. Daarna kan het in de boekenpers.
Terwijl het voorplat in de boekenpers zat heb ik nog geëxperimenteerd met de grootte van de gaten in platten en dragers, daarna heb ik een mal gemaakt voor de vier maal twee plaatsen waar de gaten moeten komen te zitten. Bij deze Koptische binding is de verdeling van die gaten belangrijk want de binding is straks het enige mechanisme dat het boek bij elkaar moet houden. Als inspiratiebron dient Keith Smith’s boek: Smith’s sewing single sheets.
Ook de laatste drie dragers zijn voorzien van hun papieren zak. Zo bestaat dit boek straks uit een boekblok met 10 papieren zakken en een voor- en achterplat met ieder een zak afkomstig van een blouse. Het karton dat ik heb gebruikt voor de dragers is van verschillende dikte. Niet bewust gekozen maar gewoon wat ik op voorraad heb. Bij de binding die ik ga gebruiken van Keith Smith maakt dat niet uit maar je blijft het altijd zien.
Het idee was om de zak in de richting van de langste zijde van de achterplat te bevestigen. Maar het werd me steeds duidelijker dat dit niet ging lukken. De breedte van de blouse moet passen bij de afmetingen van de platten. Dus puzzelen, puzzelen.
Zo is het uiteindelijk geworden. Twee stroken textiel die elkaar in het midden overlappen. Rechts de zak, het linkerdeel eindigt met aan de rechterkant een reep textiel die de knoopsgaten verstopt. De strook textiel blijft omklapbaar.
Dit geeft een eerste beeld van hoe het boek er uit komt te zien. De platten moeten hier nog bekleed worden.
Om de bekleding voor het voorplat zo ruim mogelijk te maken (in het licht van de afmetingen van een voorpand van de blouse), heb ik de delen meteen los van elkaar gesneden. Één deel wit textiel zonder extra’s, een deel met een zak en een strook met knoopjes. Alle drie worden voorzien van vlieseline.
Eerst ook alles een keer strijken voordat de vlieseline in het spel komt.
Dit zijn de drie delen waarmee ik het voorplat ga bekleden. Intussen heb ik ook nog papier uitgezocht om de binnenkant van de platten te bekleden. Bij de achterplat is die al gelijmd en zit nu in de boekenpers.
Vandaag verder kunnen werken aan het boekblok
dat uit papieren zakken bestaat:
= Snijden van stroken karton voor de drager
= Drager lijmen
= Decoratiepapier op maat snijden
= Dragers inpakken
= Zakken bevestigen
Jaren geleden kocht ik een aantal van deze sets met decoratief papier. Ik geloof in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. Deze set heet Turkish Designs.
Je kunt het papier voor allerlei doeleinden gebruiken. Ik verwerk soms delen ervan in mijn boeken. Bijvoorbeeld als schutbladen. Nu om de dragers van de papieren zakken in te verpakken.
Zo zien de 10 dragers er dan uit.
Het grootste deel van de dragers zijn ook al voorzien van een papieren zak. Nog drie te gaan. Dat zal morgen wel lukken. Hier zie je dat het boek een behoorlijke dikte gaat krijgen en dat het een leuk kleurige achterkant gaat worden. Een mooi contrast tegen het witte voor- en achterplat.
Vandaag is de tweede dag van de jaarlijkse
BoekKunstBeurs. Ik was er op de eerste dag en,
zoals wel vaker, maakte ik foto’s van dit avontuur.
De dag begon met dit herfstbeeld in het Valkenberg in Breda. Het was best een mooie dag. Niet stralend maar wel droog en niet al te somber.
In Leiden stop ik altijd even bij deze boekhandel. De boeken die er in de etalage liggen spreken mij meestal aan. Net als bij mijn vorige bezoek aan de etalage lag er dat rode boek.
Een deel uit de Murti Classical Library Of India: Selected Ghazals and other poems van de schrijver Mir Taqi Mir (februari 1723 – 20 september 1810). Die is de Engelse vertaling van Shamsur Rahman Faruqi.
Voor de bezoekers binnen komen wil ik nog een exemplaar van de beursuitgave inbinden: Je kunt niet alles weten, tekst van Bette Westera met illustraties van Henriëtte Boerendans.
Even het boekblok vastzetten op de omslag. Dan kan ik de gaten in beide aanbrengen om het boek in te binden.
Een van de deelnemers knoopte het garen niet maar legde er een strikje in. Leuke detail vond ik.
In de loop van de ochtend werd het steeds drukker op de beurs. Hier was het nog rustig. Na de middag ben ik zelf nog over de beurs gegaan. Heb natuurlijk weer een en ander gekocht maar moest al weer snel naar huis.
Met een laatste foto uit het Valkenberg sluit ik het avontuur voor nu even af. Over de vondsten van de beurs volgt nog wel een en ander. Maar dat komt later.
De vormen uit de natuur komen prachtig over met de spattechniek. Ze lijken zachter te worden.
Achteraf kan ik de conclusie trekken dat dit de beste compositie is.
Een andere conclusie is dat meerdere lagen in de afbeelding minder geslaagd zijn. Hier begin ik met een kring van bladeren. Dat gaat nog prima.
Dan wil ik daar boven op nog een afbeelding met één groot blad.
Maar het resultaat is dan verwarrend.
Zo maak ik dan de omslag. Drie maal de breedte van het boekblok.
Decoratie ook met bladeren maar met een andere techniek: arceren met kleurpotlood.
Ik ga proberen daar nog een titel bij te plaatsen.
Vandaag de intussen gedroogde bladen gevouwen tot een katern, dat in de omslag gelegd. Om een eerste beeld te geven van het bladerboek.
Lopend naar de bakker, gistermorgen, zag ik al die
herfstbladeren liggen. Nu is de ideale tijd om daar
iets mee te doen.
Er vallen veel bladeren af en de meeste zijn nog
intact. Als ze groen zijn kun je ze ook nog mooi plat
leggen. Als ze helemaal dood zijn dan staan sommige bol
of zijn er stukjes af of uit. Nu is die kans kleiner.
In het park was het ook ‘feest’, dus nam ik er daar
ook nog een paar mee. In verschillende maten.
Spatten is een eenvoudige techniek waardoor je
al je aandacht kunt richten op de compositie.
Gisteren een begin gemaakt met een bladerboek.
Het is al weer even geleden dus er even inkomen. Spatraam en tandenborstel uitproberen.
Dit grote eikenblad is zo alleen misschien niet zo’n typische vorm. Eens zien hoe dat uitvalt.
Ik zou nog een paar lichte kleuren ecoline willen hebben maar de donkere tinten passen misschien beter bij de herfst.
Vandaag ga ik nog een paar bladen maken.
Soms is de realiteit nog meer bizar dan de fantasie.
Een tijdje terug las ik het boek van Lewis Carroll
Alice’s Adventures in Wonderland in een uitgave van
van Stencilwerck.
Min of meer tegelijk lees ik Return of a King.
Een boek van William Dalrymple over Afghanistan.
Heel actueel!
Dan lees je dit:
Chapter eight: The Queen’s croquet ground
At this moment Five, who had been anxiously looking across the garden, called out ‘The Queen! The Queen!’ ………. There was a sound of many footsteps, and Alice looked round, eager to see the Queen.
First came then soldiers carrying clubs; these were all shaped like the three gardeners, oblong and flat, with their hands and feet at the corners: next the ten courtiers; these were ornamented all over with diamonds, and walked two and two, as the soldiers did. After these came the royal children, there were ten of them, and the little dears came jumping merrily along hand in hand, in couples: they were all ornamented with hearts. Next came the guests, mostly Kings and Queens, and among them Alice recognized the White Rabbit: it was talking in a hurried nervous manner, smiling at everything that was said, and went by without noticing her. Then followed the Knave of Hearts, carrying the King’s crown on a crimson velvet cushion; and, last of all this grand procession, came THE KING AND QUEEN OF HEARTS.
….
‘How should I know?’ said Alice, surprised at her own courage. ‘It’s no business of mine.’
The Queen turned crimson with furry, and, after glaring at her for a moment like a wild beast, screamed ‘Off with her head! Off–‘
‘Nonsense!’ said Alice, very loudly and decidedly, and the queen was silent.
The King laid his hand upon her arm, and timidly said ‘Consider, my dear: she’s only a child!’
The Queen turned angrily away from him , and said to the Knave ‘Turn them over!’
The Knave did so, very carefully, with one foot.
‘Get up!’ said the Queen, in a shrill, loud voice, and the three gardeners instantly jumped up, and began bowing to the King, the Queen, the royal children and everybody else.
‘Leave off that!’ screamed the Queen. ‘You make me giddy.’ And then, turning to the rose-tree, she went on, ‘What have you been doing here?’
‘May it please you Majesty,’ said Two, in a very humble tone, going gown on one knee as he spoke, ‘we were trying–‘
‘I see!’ said the Queen, who had meanwhile been examining the roses. ‘Off with their heads!’ and the procession moved on, three of the soldiers remaining behind to execute the unfortunate gardeners, who ran to Alice for protection.
Fragment van pagina 67 en 68 van
Alice’s Adventures in Wonderland.
Een verhaal voor kinderen met speelkaarten die
een hofhouding spelen.
De hartenboer (Knave of Hearts) is de lakei.
Iedereen kent zijn plaats en probeert ieder
incident te vermijden omdat de Hartenvrouw direct
over gaat tot het onthoofden van de volgelingen.
Verder in het verhaal blijkt dat niet iedereen
ook daadwerkelijk onthoofd wordt want anders
zou er snel weinig overblijven van de vreemde hofhouding.
De hofhouding van Shah Shuja overtrof dit sprookje
als je het volgende fragment over de gevluchte koning
van Afghanistan mag geloven.
A bizarre durbar assembled around the deposed Shah. The head of Shuja’s household was Mullah Shakur Ishaqzai – ‘a short, fat person’, wrote Harlan, ‘[whose] rotundity…was adequately finished by the huge turban characteristic of his class, encased in voluminous outline by a profusion of long thick hair which fell upon his shoulders in heavy sable silvered curls’. The curls were there for a purpose: to hide the absence of his ears, which had been removed at Shuja’s orders as a punishment for an earlier failure of courage on the field of battle. But the mullah was in good company, at least according to Harlan, who claimed that Shuja had developed the habit of removing pieces of his household’s anatomy whenever they failed to perform: many of the ears, tongues, noses and genitals of Shuja’s servants had been forfeited at different points resulting in ‘an earless assemblage of mutes and eunuchs in the ex-king’s service’.
Pagina 46 – 47 van Return of a King door
William Dalrymple.
De afgezette koning van Afghanistan, die verschillende
pogingen zou ondernemen zijn troon terug te winnen,
Shah Shuja Durrani, leefde buiten Afghanistan met
een soort van koninklijke hofhouding.
Die hofhouding kon hij zich onder andere veroorloven
door een jaarlijkse toelage vanuit London.
De Amerikaanse avonturier Dr. Josiah Harlan beschreef
die hofhouding en William Dalrymple haalt dit hierboven
aan: een verhaal van bedienden die een deel van hun
anatomie moeten missen omdat ze hun werk, volgens
Shah Shuja, niet goed uitvoerden.
Terug naar het afdrukken van linostempels. een deel van het probleem dat er voor zorgt dat de afdrukken niet egaal zijn, zit hem volgens mij in het papier wat ik gebruik. Wat nou als ik er eerst eens een laagje ‘grondverf’ op zet? Daarom druk ik eerst een serie witte stempels af.
Als de verf droog is wil ik daar dan een serie rode afdrukken op- maken. Nadeel van mijn kleine oplages is dat je veel verfresten overhoudt. Daar wil ik natuurlijk ook iets mee.
Er lag nog een stuk restauratiepapier. Het is heel taai en tegelijkertijd doorzichtig. Snel blijkt dat het ook verf door laat. Ik leg het papier over een aantal linostempels zonder inkt. Daar ga ik dan met een roller overheen waar nog inkt aan zit. Met wit is dit dan het resultaat.
Als de ‘grondverf’ droog is zet ik er de rode stempels over. Als de stempels niet helemaal precies op elkaar zitten valt het nauwelijks op. Het wit is al moeilijk te zien op dit papier dat gebroken wit van zichzelf is.
Hier druk ik nog wat verfresten af met de linostempels.
Ik experimenteer ook met krantenpapier. Geen verf op de stempels maar rollen met een bijna droge roller over het papier met daaronder de stempels. Deze afdruk van een lino die is gebaseerd op een schenkel op een artikel over het inkrimpen van de varkensstapel. In Rood.
Natuurlijk wil ik geen reclame maken voor de
bedrijven waar ik de papieren zakken heb gekregen
om mijn boodschappen in te stoppen.
Maar ik ga de logo’s en de teksten ook niet
verbergen omdat ze in beeld komen.
Uit het stapeltje met papieren enveloppen, tassen en
zakken heb ik 10 exemplaren geselecteerd.
Ze verschillen behoorlijk in grootte maar
bedrukt en onbedrukt wisselen elkaar af.
In het voordeel van de bedrukte zakken.
Dat maakt straks het bladeren in het boek aangenamer.
Aan iedere zak zit immers een verhaal.
Een overzicht van de zakken. De eerste stap is om de zakken te strijken. Ze zijn allemaal ten minste één keer gebruikt en die gebruikssporen kan ik misschien zoveel mogelijk weghalen door ze een keer te strijken.
Iedere zak heel even nalopen om te zien of hij goed opgevouwen is en dan even kort met een lauwe strijkbout strijken.
Op deze zak zat een (vet?)vlek en toen ik die er af wilde vegen kwam er heel wat zwarte inkt af. Daarom is de punt rechts onder minder mooi dan de rest van de zak.
Dit is de manier waarop ze in het boek gaan komen. Op volgorde van lengtemaat. De kortste voorop, de langste zak achteraan. Naast het strijken heb ik ook nagedacht over hoe ik de zakken kan gaan naaien en in een boekband kan krijgen.
Waar ik nog niet helemaal uit ben is de bekleding van de boekband. Ik wil die panden met de zakken op de voor- en achterkant hebben. Maar dan moet het stuk textiel wel groot genoeg zijn om bij iedere plat voldoende lang en breed te zijn om oo0k een omslag te hebben. Aan beide lange en korte zijdes. Als binding ga ik de single sheet coptics techniek van Keith Smith gebruiken.
Voor het boek dat ik ga maken met papieren zakken als boekblok heb ik uit de stapel 10 exemplaren geselecteerd. Ik wil niet te veel dubbelen. Tien is ook een mooi aantal en voldoende voor een eerste poging. Morgen ga ik ze eerst eens strijken (ze zijn gebruikt). Tegelijk kan ik dan nadenken hoe ik de constructie in elkaar ga zetten.