Ik lees

Meestal vertel ik hier wat ik gelezen heb.
Maar dit is een bijzonder boek.
In India zijn we een paar keer geweest en je komt daar allerlei
zaken tegen die met de geschiedenis van dit land, dit subcontinent,
te maken hebben.
Maar om daar één verhaal van te maken. Dat is me tot nu toe niet gelukt.

Dat is niet zo vreemd als je bedenkt dat het bijna net zo groot is
als de Europese Unie (qua oppervlakte).
Eerlijk gezegd weet ik ook zo goed als niets over de geschiedenis
van Oost-Europa of Griekenland of Frankrijk.
Aan de hand van een deel van de geschiedenis van de East India Company
(de Britse VOC) lees ik een stuk van de geschiedenis van India.

IMG_3986WilliamDalrympleTheAnarchyTheRelentlessRiseOfTheEastIndiaCompany

William Dalrymple, The Anarchy – The Relentless Rise of the East India Company.


In dit prachtig gemaakte boek (hardcover, mooi schutblad speciaal
voor dit boek gemaakt, speciale landkaartjes, een inleiding per
hoofdpersoon, spannende verhalen, ongelofelijke rijkdom,
ongelofelijke misdrijven, een enorm notenapparaat en een
woordenlijst voor Indiase woorden) ben ik bijna op
een derde.

IMG_3988WilliamDalrympleTheAnarchyTheRelentlessRiseOfTheEastIndiaCompany

William Dalrymple, The Anarchy – The Relentless Rise of the East India Company.


Daar gaat nog meer over volgen.

Reizigers van een nieuwe tijd

In het essay van de Maand van de geschiedenis staan twee motto’s.
Eén ervan sluit heel goed aan bij dit boekje maar ook bij
een ander boek dat ik op dit moment aan het lezen ben:
Anarchy van William Dalrymple.
Het boek van Dalrymple gaat over de East India Company (de
Engelse variant van onze VOC) en hoe dit particulier bedrijf
een hele staat overnam, ten onder ging om overgenomen te worden
door de Britse staat.

…..wat zijn koninkrijken dan anders dan grote roversbenden? Wat zijn trouwens roversbenden anders dan kleine koninkrijken? Zo’n bende is ook een groep mensen, ze wordt door het gezag van een hoofdman geleid, ze wordt bijeengehouden door een verdrag van saamhorigheid en de buit wordt er volgens de regels van een overeenkomst verdeeld. En als dan zo’n kwalijk gezelschap door het toetreden van een groot aantal verdorven lieden zo aangroeit dat het ook grondgebied bezet houdt, een blijvende zetel vestigt, steden bemachtigt en de bevolking aan zich onderwerpt, neemt het openlijk de naam “rijk” aan, een naam die het dan blijkbaar niet krijgt omdat zijn hebzucht is weggenomen, maar omdat het zich ook nog straffeloosheid heeft verworven.

Augustinus, De stad van God, boek vier, hoofdstuk 4.

AbdelkaderBenaliReizigersVanEenNieuweTijd01Voorkant

Abdelkader Benali, Reizigers van een nieuwe tijd. Essay in het kader van de Maand van de Geschiedenis.


In het boek dat eigenlijk over migratie gaat, verbindt Benali,
de geschiedenis met zijn eigen geschiedenis.
Dat is heel goed gevonden en uitgewerkt.
Dat doet hij dan met een heel interessant en aansprekend onderwerp: piraten.
Een Nederlander, een reiziger, die piraat wordt, moslim wordt
en zijn leven voortzet in Algerije en Marokko.
De Nederlander Jan Janszoon wordt Moerad Raïs de Jongere.

Een paar dingen storen me:
= Benali noemt zijn geboorteplaats Ighazzazzan in het boekje;
Op internet is die plaat niet te vinden. In stukken over Benali op
iternet wordt zijn geboorteplaats steeds Ighazzazza genoemd en
die plaats kan ik ook niet vinden;
= de ‘Baai van Boughafer’ en de ‘Kaap van de Drie Tanden’ kan
ik ook niet vinden. Ze maken het boek zo romantisch en
ik snap dat het een essay is. Maar ik zou dat uitleggen;
= hij spreekt over het ‘wirtschaftswunder in Europa’ (pagina 18)
wat een West-Duits fenomeen is, geen Europees. Ik begrijp wat hij
bedoelt maar het is onnauwkeurig;
= het gebruik van ‘Nederland’ als je de Republiek bedoelt: ‘Nederland
is in de zestiende eeuw overwegend protestant geworden’ (pag 34). Dat
is een beetje kort door de bocht.

Deze zaken ondermijnen de kracht van het boek en dat is jammer.
Het verhaal over migratie mag en moet verteld worden.
dan kun je dit soort slordigheden beter niet maken zeker niet
als je zo’n fantastisch verhaal hebt.

AbdelkaderBenaliReizigersVanEenNieuweTijd02Achterkant


Yellapah of Vellore

Het is geen complexe afbeelding.
Er staan maar een paar mensen op en een draagstoel.
Maar de persoon met het meeste macht en aanzien,
die zit er maar een beetje ongelukkig bij.
Dat maakt het zo’n goed schilderij.
Je ziet hem denken: ‘Dit is een luxe vorm van vervoer,
al mijn kennissen reizen zo, iedereen zegt dat het comfortabel is
en daarom zal ik er in blijven zitten/hangen’.

IMG_3830YellapahOfVelloreAStationPalanquinWithAnArmyOfficerPerhapsTheFortAdjudantWhoCommissionedTheSetC1828OpaqueWatercolourOnPaper

Yellapah of Vellore, A station palanquin with an army officer (perhaps the Fort Adjudant who commissioned the set), circa 1828, opaque watercolour on paper. Topstuk uit het boek Forgotten Masters, de catalogus bij de gelijknamige tentoonstelling met medewerking van William Dalrymple.


Halubar (mijn foto is helaas niet zo mooi….)

De interesse van de werknemers van de East India Company
ontstond door de enorme rijkdom en schoonheid van de omgeving
in India.
Daar kwam ook de behoefte uit voort om die omgeving zo goed
mogelijk in beeld te brengen.
In een tijd zonder fotografie is dan het laten schilderen
van die omgeving, op een gestructureerde manier,
de beste weg.
Zo ontstonden de afbeeldingen van planten, gebouwen, mensen,
kastes, klederdracht en de dieren.

IMG_3826HalubarMolochGibbonHylobatesMolochBuchananCollection1804-1807WatercolourOnPaper

Halubar, Moloch Gibbon, Hylobates moloch, Buchanan Collection, 1804 – 1807, watercolour on paper.


Ik kwam er mee in aanraking door de catalogus van ‘Forgotten Masters’.
Die kwam tot stand door de medewerking van William Dalrymple.

Ghulam Ali Khan

IMG_3832GhulamAliKhanTheDiwan-iKhasOfTheRedFort1817WatercolourOnPaper

Ghulam Ali Khan, The Diwan-i Khas of the Red Fort, 1817, watercolour on paper


Dit is een schilderij van de Indiase kunstenaar Ghulam Ali Khan.
Het stelt voor de Diwan-i Khas, het paviljoen in het Rode fort
van New Delhi waar de keizer audiënties hield.
Op deze waterverfschildering is het te zien met rode luifels
die extra bescherming tegen het zonlicht gaven.
Het schilderij is uit 1817 en staat vermeld in Forgotten Masters.
Het recent verschenen boek van William Dalrymple naar aanleiding van
een tentoonstelling met werken die in India gemaakt zijn
door Indiase kunstenaars in opdracht van medewerkers van
de East India Company.

Hopelijk maakt de serie van werken van Indiase kunstenaars
je nieuwsgierig. In dat geval zijn er af en toe
zaken over te lezen op internet.

Bijvoorbeeld over Ghulam Ali Khan.
Of over The Diwan-i Khas of the Red Fort.

Shaikh Muhammad Amir Of Karraya

Mijn foto geeft een matig beeld van de foto in het boek,
laat staan dat je dit werk in het echt kunt zien.
Het verhaal bij deze afbeelding is prachtig.
Zonder alles te verklappen valt het natuurlijk meteen op
dat er geen Engels gezicht te zien is…..
De afbeelding komt uit de catalogus van de tentoonstelling
‘Forgotten Masters’. De tekst verscheen onder de
verantwoordelijkheid van William Dalrymple.

Maar de naam van deze kunstenaar:
‘Shaikh Muhammad Amir Of Karraya’.

IMG_3828ShaikhMuhammadAmirOfKarrayaEnglishChildInABonnetOnHorsebackC1830-1850WatercolourAndBodycolourOnPaper

Shaikh Muhammad Amir Of Karraya, English Child in a Bonnet on Horseback, circa 1830 – 1850, watercolour and bodycolour on paper (bron: Forgotten Masters, William Dalrymple).


Vishnupersaud

Dat is een titel (Vishnupersaud), daar is niemand naar op zoek.
Maar deze kunstenaar is een van de top voorbeelden
van werk van Indiase kunstenaars die werkten voor
Engelse medewerkers van de East India Company.
Kijk eens naar deze voorstelling van een plant die voldoet
aan de botanische richtlijnen over hoe je een plant toont
en tegelijkertijd een spannend, dramatische voorstelling is.
Super.

IMG_3779VishnupersaudACobraLilyArisaemaTortuosumFamilyAraceaeC1821BodycolourAndInkOnLaidPaper

Je ziet de wortel, je ziet een los blad, een doorgesneden steel, verschillende stadia van bloemvorming, slim gekozen kleuren en een compositie die een dramatische werking heeft. deze afbeelding geeft het werkelijke kunstwerk niet helemaal compleet weer. Het is een foto uit Forgotten Masters (edited by William Dalrymple) en het origineel is gemaakt door Vishnupersaud, A cobra lily, Arisaema Tortuosum, Family Araceae, circa 1821, bodycolour and ink on laid paper.


Eigenlijk kon ik maar één kanttekening maken bij
het boek ‘Forgotten Masters’.

Het is goed dat in het boek de nadruk veel meer dan te doen
gebruikelijk op de kunstenaar ligt.
Op internet is er weinig te vinden over Vishnupersaud, veel meer
over werken waar hij aan meegewerkt heeft en nog meer over
de Engelse opdrachtgevers.

Het is alleen jammer dan het boek zich beperkt tot de Engelse
koloniale wereld. Je vraagt je af of vergelijkbare werken
niet gemaakt zijn voor Nederlandse, Franse, Duitse, Spaanse,
Italiaanse of Portugese kolonisten.

Bhawani Das

Gisteren gaf ik bij de afbeelding van Shaikh Zain Ud-Din aan
dat de afbeelding nog meer ruimte op het papier had
dan je op de afbeelding kon zien.
Dat is een belangrijke opmerking omdat het één van de
kenmerken is van deze werken die gemaakt zijn voor klanten
met een westerse ‘smaak’.

Die klanten zijn enorm geïnteresseerd in de juiste afmetingen,
verhoudingen, de juiste weergave, het dier in een natuurlijke
omgeving, de plant met bloem en zaden.

Bij de Indiase klanten waren bloemen vooral een decoratie,
werden afmetingen en verhoudingen gebruikt om bijvoorbeeld
het belang van een persoon te tonen.
Iedere markt zijn eigen eisen.

Ook de afbeelding van vandaag is afkomstig uit het Impey Album.

IMG_3775BhawaniDasSnakeBoldlyCrossBandedBandedKraitBungarusMilticinctusImpeyAlbumCalcutta1782WatercolorOnPaper

Bhawani Das, Snake/Slang, Boldly Cross-Banded, Banded Krait, Bungarus Multicinctus, Impey Album, Calcutta, 1782, watercolor on paper. De afbeelding is uit het boek ‘Forgotten Masters’, William Dalrymple.


De afbeelding die je het meest ziet van Bhawani Das
is die van een prachtige vleermuis.
Een voorbeeld daarvan zie je in dit korte artikel
in The Guardian.

Shaikh Zain Ud-Din

Omdat ik beloofd had om met enige regelmaat een
voorbeeld te laten zien van de prachtige Indiaase
kunstwerken die in opdracht van medewerkers van de
East India Company zijn gemaakt, vandaag een voorbeeld.

De East India Company is een navolger van de VOC,
de Verenigde Oostindische Companie.
Dus ook een privé onderneming die begint als handelsonderneming
door schepen te financieren en uit te sturen naar verre oorden
om met veel kostbare vracht terug te komen en zo veel winst
te genereren voor de aandeelhouders.
Als snel bleek het een goed idee te zijn om in die verre
oorden vertegenwoordigers te stationeren en ook geweld
werd al snel onderdeel van het palet van activiteiten.

Handelswaar beperkte zich al snel niet meer tot peper of
specerijen, textiel of bijzondere voedingsmiddelen.
Slavernij, gedwongen arbeid en bijvoorbeeld roof waren
aan de orde van de dag.

Uiteindelijk gingen dit soort bedrijven vaak ten onder aan
hun eigen succes en door het enorme economische belang
nam de staat de activiteiten over.
Zo ontstonden koloniën.

Zo rond 1750 was er onder de mensen die zich vestigden in wat
we nu India noemen en die werkten voor de East India Company,
mensen die verbaasd en geïnteresseerd
waren in de prachtige natuur die men in India aantrof.
Camera’s waren er nog niet dus liet je, als je dat zelf niet kon,
tekeningen, schilderingen, maken door lokale kunstenaars.

Een van die kunstenaars was Shaikh Zain Ud-Din.
Voor het verhaal achter het werk verwijs ik naar het boek
‘Forgotten Masters’.

IMG_3773ShaikhZainUd-DinIndianRollerOnSandelwoodBranchImpayAlbumCalcutta1779OpaqueColoursAndInkOnPaperSmallPartOfOriginalSize

Het originele werk is ruimer op een vel papier getekend dan hier te zien is. Shaikh Zain Ud-Din, Indian Roller on Sandelwood Branch, Impey Album, Calcutta, 1779, opaque colours and ink on paper.


Shaikh Zain Ud-Din op Wikipedia.

Soms begint het met een enkele zin….

AntiquariaatForumAdherRareBooksIndiaAndSriLankaCatalogueCover

Een tijdje terug vroeg ik de India and Sri Lanka catalogus aan van Antiquariaat Forum. Voor alle duidelijkheid: ik heb niet het geld om daar boeken te kopen. Maar dat neemt niet weg dat ik daar pareltjes van boeken zie. Ik kan het iedereen aanraden een kijkje op hun website te nemen. Ik werd aangetrokken door de omslag. Ik schreef er een maand of wat geleden al eens hierover.


AntiquariaatForumAdherRareBooksIndiaAndSriLankaCatalogueIntroNawazSinghFaizabad1770Detail

De foto op de omslag is afkomstig uit dit boek: Nawaz Singh, Peintures touchant l’Indoustan, Faizabad, 1770. De aankondiging belooft veel: Magnificent Company School style paintings showing the traveling court of the Mughal Emperor.


AntiquariaatForumAdherRareBooksIndiaAndSriLankaCatalogueNawazSinghFaizabad1770

Met prachtige voorbeelden.


AntiquariaatForumAdherRareBooksIndiaAndSriLankaCatalogueNawazSinghFaizabad1770Detail

Het ene zinnetje stond aan het eind van de beschrijving: published in: William Dalrymple, Forgotten Masters, Indian Painting for the East India Company, (2020), pp 143 – 144, figure 36. Dat boek kende ik niet. Had ik nog nooit over gelezen. Op zich niet vreemd maar het was voor mij aanleiding om het boek te bestellen. Overigens is het verband tussen het boek van Nawaz Singh en de tekst in het boek ‘Forgotten Masters’ nog niet helemaal duidelijk.


IMG_3766ForgottenMastersIndianPaintingForTheEastIndiaCompanyEditedByWilliamDalrymple

Nu een paar weken later is het boek bezorgd, heb ik het gelezen/bekeken en ben ik onder de indruk.


Dit boek is verschenen bij een tentoonstelling in Londen
en bevat een aantal essays met steeds een serie van werken
die in het essay genoemd worden.

De schrijvers van de essays mogen genoemd worden:
Rosie Llewellyn-Jones
Andrew Topsfield
H.J. Noltie
Malini Roy
Lucian Harris
Yuthika Sharma
J.P. Losty

De essays geven veel informatie, verhelderen de term
‘Company School’, beschrijven de rol van de geldschieters en
de route die de werken afgelegd hebben van het midden van
de 18e eeuw tot nu en brengen de kunstenaars zelf onder de aandacht.

IMG_3767YellapahOfVelloreC18321835OpaqueWatercolourOnPaper

Dit is een soort van selfie van een van die kunstenaars: Yellapah of Vellore (Yellapah of Vellore, circa 1832 – 1835, opaque watercolour on paper). En neem van mij aan: de toelichting op dit prachtige werk wil je lezen!


Omdat de kunstenaars die in dit boek weinig aandacht krijgen,
wil ik er de komende tijd een paar presenteren.
Alvast een klein voorbeeld:

IMG_3771AttributedShaikhZainUd-DinSambarDeerImpeyAlbumCalcutta1779-1780GouacheOnPaper

(Attributed) Shaikh Zain Ud-Din, Sambar Deer, Impey Album, Calcutta, 1779 – 1780, gouache on paper.


De tentoonstelling is er een die ik heel graag had willen bezoeken.

DSC02986AntiquariaatPlantijnGinnekenMarktBreda

Toeval bestaat niet maar het laatste zetje om dit bericht te schrijven was de etalage van Antiquariaat Plantijn. Ik zag hun etalage op de Ginnekenmarkt tijdens een fietstocht vorige week.


DSC02987AntiquariaatPlantijnGinnekenMarktBreda

Vooral de prachtige prenten van planten en fruit in de etalage waren een extra motivatie om het boek Forgotten Masters hier onder de aandacht te brengen.


Oude boeken

Hier heb ik geen ervaring mee daarom leek het me leuk
om me er een beetje in te verdiepen.
Op Twitter zag ik een bericht over boeken over India.
Dat moet je dan ruim zien. Het gaat om oude boeken over
Azië, vooral Japan, China en India, Perzië en wereldreizen
in het algemeen.
Op de website van het antiquariaat zag ik twee boekjes die
extra de aandacht trokken.
Die heb ik eens nader bekeken. Met heel veel plezier.
Geweldig te lezen over boeken, kaarten en sets met boeken
waarin ontdekkingsreizigers verslag doen van hun ervaringen
of ervaringen van anderen.

IMG_3563AntiquariaatForumIndiaEnSriLanka

Dat is eens wat anders dan een e-book. Niet dat ik iets tegen een e-book heb maar dit zijn boeken waarvan de teksten moeilijk toegankelijk zijn. Al was het alleen maar omdat deze titels vaak heel zeldzaam zijn. Van sommige van deze boeken bestaan er nog maar een paar fysieke exemplaren.


AntiquariaatForum01NezaMaratab
De kwaliteit van de afbeeldingen is helaas niet hoog maar als je deze olifant ziet kun je wel een voorstelling maken van het boek. Dit is een afbeelding uit ‘Peintures touchant l’Índoustan’ door Nawaz Singh, Faizabad, 1770. Nawaz Singh is een schilder die in opdracht dit boek maakte. Shah Alam II was de opdrachtgever.


Ik ga de boekjes nog eens goed doorlezen.
Het bracht me in ieder geval op een boek van William Dalrymple
dat ik nog niet kende en dat me erg aansprak.
Misschien doe ik nog meer ideeën op.

Koh-I-Noor: berg van licht

De afgelopen weken heb ik het boek Koh-I-Noor gelezen.
Een soort biografie van een diamant.
Want de Koh-I-Noor is een beroemde en beruchte diamant.
Menig Indiaas restaurant is er naar vernoemd.

De schrijvers van het boek zijn William Dalrymple en Anita Anand.
Mevrouw Anand ken ik niet, heb niet eerder van haar iets gelezen.
William Dalrymple, die ken ik wel.

Dalrymple heeft ouders van Engelse adel en schrijft regelmatig boeken
op het snijvlak van populaire en academische historische boeken.
Hij is een neef van Virginia Woolf.
De eerste keer dat ik iets van hem las ging het over Hyderabad
en de voormalige machthebbers daar (Nizam).
In dat artikel/boekfragment beschreef hij een bezoek van Jacky Kennedy
aan Hyderabad, op een tijd dat de macht van de Nizam verdwenen was
maar de familie nog wel de paleizen bewoonde.
Een ongelofelijk verhaal.
Wil je meer over deze man weten, lees dan het Engelstalig artikel
op Wikipedia over hem.

WilliamDaltympleAndAnitaAnandKoh-I-Noor

William Dalrymple en Anita Anand, Koh-I-Noor – de geschiedenis van ’s werelds bekendste diamant.


Ook de biografie van de Koh-I-Noor is een ongelofelijk verhaal.
Van een eerst onbekende maar grote diamant (in die tijd
de grootste of een van de grootste diamanten ter wereld),
die niet bijzonder hoog werd aangeslagen in India omdat
men de voorkeur gaf aan smaragden en robijnen.
Tot de grootste diamant in de Engelse kroonjuwelen.
Tussen die twee uitersten veel moorden, politiek, graaizucht
en ellende. Tot op de dag van vandaag.

Koh-I-Noor

Een van de kronen uit de brede collectie Britse kroonjuwelen. Midden voor de Koh-I-Noor.


Dat de Engelsen ‘onder verdachte omstandigheden’ aan de diamant
gekomen zijn is een understatement.
Net als in de Nederlandse koloniale geschiedenis
werd het mijn en dijn vaker door het recht van de sterkste
bepaald in plaats van door eigendomsbewijzen of het in
bezit hebben van roerende en onroerende goederen.

Het boek is doorspekt met vertalingen en/of toelichtingen
op oude Punjabse, Perzische en Indiase teksten.
Een boeiende reeks maharadja’s, krijgsheren en avonturiers
komen voorbij.
Maar ook een 10-jarige heerser over de Punjab die onder druk
de diamant ‘weggeeft’.

Aan anekdotes geen gebrek zoals dit verhaal uit 2010 (het boek
begint met een tekst uit de 10e eeuw voor onze jaartelling):

In 2010 bracht de Britse premier Cameron een officieel bezoek aan Punjab. De Indiase media legden hem toen voor dat de teruggave een eerste excuus zou zijn voor de uitbuiting van India tijdens de Raj. “Zodra je ja zegt tegen de een, realiseer je je dat het hele British Museum leeg zou raken,” antwoordde hij met mogelijkerwijze de ruzies over de Steen van Rosetta en de Elgin Marbles in het achterhoofd. “Ik vrees dat ik moet zeggen dat hij blijft waar hij is.”

Het boek leest als een detective en legt veel dilemma’s op
tafel die herkenbaar zijn met onze eigen koloniale geschiedenis
maar die daardoor niet eenvoudiger op te lossen zijn.

Even een zijstapje.
Couperus schreef een boek getiteld: De berg van licht.
Koh-I-Noor betekent ‘Berg van licht’.
Die twee dingen hebben misschien met elkaar te maken?

Een verloren wereld / The lost world (deel 3)

William Dalrymple
The Guardian, Saturday 8 December 2007

Uiteindelijk in 1973 verhuisde Jah
naar een schapenboerderij in Perth, Australië.
Verbitterd door de aanklachten en familievetes.
Daar droeg hij blauwe overalls en bracht zijn dagen door
met het repareren van auto’s of bulldozers.
John Zubrzycki (zijn biograaf) schreef in het boek
The Last Nizam:
“Zijn grootvader schreef coupletten in het Perzisch
over onbeantwoorde liefde.
Maar bij Jah klonk het gedreun van een dieselmotor
als poëzie in zijn oren.”

Jah ontsloeg de meeste van de 14000 stafleden in India
en scheidde van zijn eerste vrouw (de Turkse prinses Esra
die geen reden zag om te verhuizen naar een Australische schaapsboerderij).
De twee decennia daarna trouwde hij nog eens vier keer.
Een van die vrouwen, Helen Simmons, een secretaresse,
overleed aan een AIDS-gerelateerde ziekte in 1989.
Wat er natuurlijk toe leidde dat de Australische tabloids
vol stonden met intieme details over dat huwelijk.
De vijf huwelijken voegde alleen maar meer rechtszaken toe
aan de al grote stapel en iedereen eiste enorme bedragen aan alimentatie.

De eigendommen van de familie, werden in afwezigheid van Jah,
geplunderd en raakten versplinterd door een reeks
van incompetente, oneerlijke en verdachte adviseurs.

Toen Jackie Kennedy een aantal jaren later op privé bezoek kwam
in Hyderabad, legde ze haar impressies van de ineenzakking
en het stuurloze overblijfsel van de erfenis,
vast in een brief aan een vriend:
“We hadden een avond met de oude hofadel…” zo schrijft ze.
“In het maanlicht speelde drie klassieke muzikanten
die de eeuwenoude Indiase muziek speelden.
De edelen spraken over hoe hun wereld verdween,
hoe de jongeren geen waardering meer hadden voor de gebruiken
van hun oude cultuur en hoe hun chefkoks verdwenen naar de Emiraten….
Het was een dieptrieste avond.
Mijn zoon John, vertelde me de volgende dag
dat de zonen van het huis hem meegenomen hadden
naar hun kamers omdat ze de klassieke muziek niet konden aanhoren
– ze boden hem grote glazen gevuld met whiskey aan
en zette een pornovideo aan terwijl de Rolling Stones speelde
op het cassettedeck.
Ze droegen kleding van Italiaanse makelij en hun hemden wijd open…

“Toen ik (William Dalrymple) in 1997 voor het eerst Hyderabad bezocht,
was de plundering van de bezittingen van de Nizam zo wat compleet.
Het gonsde in de stad nog van de verhalen over de onbetaalbare juwelen,
het Lodewijk XIV-meubilair en de kroonluchters van de Nizam-paleizen
die op de markt te koop werden aangeboden.
De paleizen zelf waren in verval – sommige waren verzegeld door de rechtbank,
andere waren verkocht en weer andere overwoekerd.

Tussen 1967 en 2001 kromp het Chowmahalla van 54 tot 12 hectare
omdat binnenplaats voor binnenplaats, danszalen en stallencomplexen
– zelfs de beroemde “mijl-lange” banketzaal –
werden aangekocht door projectontwikkelaars,
die de 18e eeuwse gebouwen sloopten en er betonnen appartementen
voor in de plaats zetten.
Ik bezocht het enorme Victoriaanse Falaknuma Paleis,
ten zuiden van de stad (het complex is nu een hotel.
Falak-numa betekent in Urdu “Zoals het hemelgewelf”
of “spiegel van de hemel”).
Het complex torent boven de stad uit op zijn eigen acropolis.
Het verviel tot een ruïne waarvan ieder raam en deur
verzegeld was met rode zegellak.
Als je de ramen schoonveegde zag je binnen de spinnewebben,
zo groot als beddelakens, in de hoeken van de kamers hangen.
De overblijfselen van Victoriaanse sofas en leunstoelen
lagen verspreid over de parketvloeren,
hun stoffering weggevreten door witte mieren.
De tuinen waren overwoekerd en de fonteinen stonden zonder water
terwijl de verf overal afbladderde.
Het was een melancholisch aangezicht,
een vervallen Ruritanië (fictief Centraal-Europees land
in de boeken van Anthony Hope
zoals bijvoorbeeld ‘The Prisoner of Zenda’. Zeg maar:
een paradijs in verval).

In 2001, tijdens een andere onderzoeksreis in Hyderabad,
werd ik gebeld door een vriend.
De eerste vrouw van de toenmalige Nizam, Prinses Esra
was onverwacht in de stad aangekomen
na dertig jaar afwezigheid.
Met haar kwam ook de gevierde Indiase advocaat Vijay Shankardass.
Prinses Esra had recent haar man gesproken op het huwelijk
van hun zoon Azmet in London.
Ze was geschokt door de stand van Jah’s zaken.
Hij was inmiddels gedwongen zijn schaapsboerderij te verkopen
en was op de vlucht van zijn schuldeisers.
Een gedeeltelijke hereniging was het gevolg
en Esra kreeg de bevoegdheid om zoveel mogelijk
van de erfenis te redden voor hun kinderen
voordat de laatste restanten in Hyderabad ook zouden zijn verdwenen.
Ze wilde de vele lopende rechtzaken afhandelen,
de paleizen openen en het Falaknuma verhuren aan een hotelketen.
Het Chowmahalla moest een museum worden.

Vijay Shankardass is een gevierd Indiase advocaat
die klanten had zoals de Nizam van Hyderabad,
schrijver Salman Rushdie, acteur Michael Douglas,
Amnesty International, Taj Hotels Resorts and Palaces,
Penguin Books en Virgin Group.
Hij was getrouwd met Rani Dhavan Shankardass.
Kleinkind van Shanti Swaroop Dhavan,
gouverneur van West Bengalen en ambassadeur
voor het Verenigd Koninkrijk.
Ze was achterkleinkind van Rai Bahadur (Prins)
Bali Ram Dhavan van de voormalige Indiase
North West Frontier Province (nu onderdeel van Pakistan).

The lost world van William Dalrymple (deel 2)

William Dalrymple
The Guardian, Saturday 8 December 2007

Toch realiseerden zich sommige, eind jaren 30,
dat de wereld van de Nizam niet kon blijven bestaan.
Zo zegt Iris Portal, de zuster van de Britse politicus Rab Butler,
“Hij was zo gek als een deur en zijn eerste vrouw was geschift.”
Iris Portal werkte in Hyderabad voor de onafhankelijkheid van India:
“Het was als leven in Frankrijk op de vooravond voor de revolutie.
Al de macht was in handen van de Moslim adel.
Ze gaven geld uit als water, en waren verschrikkelijk
onverantwoordelijke, landeigenaren.
Maar konden tegelijkertijd ook charmant en geraffineerd zijn.
Ze spraken over jachtpartijen en over hun trips naar Engeland,
of naar Cannes en Parijs, terwijl op allerlei gebied
Hyderabad nog met een been in de Middeleeuwen stond
en de dorpen die we passeerden verschrikkelijk arm waren.
Het gevoel dat deze hele groteske barokstructuur
elk moment in elkaar kon zaken, was onvermijdelijk.”

Portal raakte bevriend met Prinses Niloufer,
de schoondochter van de Nizam en het nichtje van de kalief.
Op een dag nam de prinses haar mee om naar een van de schatten
van de Nizam te gaan kijken, een schat verborgen in een van de paleizen.
Ze daalden af via trappen, langs Bedouin wachtposten
en kwamen zo bij een enorme ondergrondse kluis,
die vol stond met trucks en aanhangwagens.
De vrachtwagens waren verwaarloosd
en stonden onder een dikke laag stof,
hun banden leeg, maar toen de vrouwen een dekzeil opzij trokken,
zagen ze dat de wagens vol edelstenen, parels en gouden munten zaten.
De Nizam had plannen gemaakt om in geval van een revolutie
of een overname door India, een deel van zijn rijkdom
in veiligheid te kunnen brengen buiten India.
Om een of andere reden had hij dat idee laten varen
en de auto’s stonden weg te roesten.

Het uiteenvallen van de staat en de versnippering
van de rijkdom van de Nizam, de zevende in de dynastieke stamboom,
is een van de meest dramatische wendingen
van het lot in de twintigste eeuw.
Na maanden van mislukte onderhandelingen, viel India in 1948
Hyderabad binnen en verving het autoritaire regime van de Nizam
door een parlementaire democratie.
Zesentwintig jaar later, in 1974, schaft India de titel van Nizam af,
alsook die van de andere prinsen in India,
stopten hun staatspensioenen en onderwierp hen aan nieuwe belastingen
en verlammende landwetten.
Hierdoor gedwongen moesten de meeste voormalige staatshoofden
en hun adel, al hun land en andere bezittingen verkopen.

Toen in 1967 de zevende Nizam overleed,
raakte zijn kleinzoon en opvolger Mukarram Jah,
snel diep in de schulden en financiële chaos.
Hij had een erfenis met een belachelijk aantal bedienden:
14.718 stafmedewerkers om precies te zijn
en daarnaast 42 concubines en meer dan 100 kinderen.
Alleen het belangrijkste paleis, het Chowmahalla,
had al 6000 werknemers.
Er waren 3000 Arabische lijfwachten, 28 mensen wiens werk het was
drinkwater te halen en 38 om de kroonluchters af te stoffen.
Zo waren er ook mensen die er voor moesten zorgen dat de walnoten
voor de Nizam werden gemalen.
Alles was ongeregeld geraakt: de garages van de Nizam kostten
alleen al 45.000 Pond aan benzine en reserveonderdelen
voor de 60 auto’s waarvan er slechts 4 werkelijk konden rijden.
De limousine die de Nizam naar zijn kroning moest brengen kreeg onderweg pech.

Het meest slopend waren alle juridische stappen die ondernomen werden
door de duizenden afstammelingen van de verschillende Nizams.
De meeste claimden een deel van de erfenis.
De vader van Jah die werd overgeslagen in het testament van de zevende Nizam,
en een tante leidden de juridische strijd tegen hem.
Het was haast onmogelijk voor de nieuwe Nizam om geld
voor zijn eigen onderhoud vrij te krijgen.
Het enorme fortuin zat vast in 54 fondsen waarvan de controle
werd aangevochten.
Er zat niets anders op dan constant juwelen en erfstukken
te verkopen om rond te komen.

Interessant verhaal over Hyderabad en de Nizam

Omdat ik nog steeds druk bezig ben met mijn reisverslag
over India 2012 – 2013, lees je zo af en toe een erg interessant artikel.
Ditmaal een Engelstalig artikel van de hand van William Dalrymple.
Het artikel gaat over de dynastie die heerste over Hyderabad
en in het bijzonder over de laatste Nizam die in Hyderabad
hoofd van de koninklijke familie was.

Ik ga het lange artikel proberen te vertalen in
een paar grotere stukken.
De naam van het artikel is: ‘The lost world’.

Een verloren wereld

De machthebbers van Hyderabad,
eens de rijkste mensen van de wereld,
werden geruïneerd door politiek gekrakeel
en familieruzies.
Nu is hun culturele erfenis gerestaureerd.

Geschreven door William Dalrymple

William Dalrymple
The Guardian, zaterdag 8 december 2007.

Zestig jaar geleden,
vier maanden nadat de Britse overheersing van India eindigde,
weigerde de Nizam (titel van het staatshoofd van Hyderabad),
de dan rijkste mens op de wereld,
deel uit te maken van het nieuwe verenigde India.
Sir Osman Ali Khan zag geen reden waarom Hyderabad
gedwongen werd deel te worden van India of Pakistan.
Zijn staat, die semi-onafhankelijk was gebleven ten tijde
van de Britse overheersing (Raj),
had een economie zo groot als Belgie
en zijn persoonlijk vermogen was
volgens een schatting van een tijdgenoot,
ten minste 100 miljoen Britse Ponden in goud en zilver
en 400 miljoen in edelstenen.
De meeste edelstenen kwamen van zijn eigen mijnen,
de mijnen waar de Koh-i-Noor en de Great Mogul diamond,
dan de grootste diamand ooit gevonden,
gedolven waren.
Hij bezat een van de grootste kunstcollecties in de Islamitische wereld,
bibliotheken vol met onbetaalbare Indiase miniaturen
(Mughal en van de Deccan), geïllustreerde Korans,
en de meest zeldzame en esoterische Indo-Islamitische manuscripten.

Deels vanwege deze buitengewone rijkdom,
werd de Nizam door de Britse overheersers
altijd ontvangen als de belangrijkste vorst van India
en werd aan hem de voorkeur gegeven boven zijn rivalen.
Meer dan drie eeuwen regeerden zijn voorouders
als absolute monarchen over een land net zo groot als Italië,
waarbij ze, zeker als het om interne aangelegenheden ging,
aan niemand anders dan zichzelf verantwoording aflegden.
Terwijl 15 miljoen onderdanen trouw waren aan hen.

In de jaren voor de Tweede wereldoorlog werd de Nizam
door vele beschouwd als het gezicht van de Moslim wereld.
In 1921 werden zijn beide zoons naar Nice gestuurd
waar ze trouwden met de dochter en het nichtje van
Abdul Majid II, de laatste Kalief van Turkije.
De kalief was recent het Topkapi paleis uitgestuurd door Atatürk,
en hij leefde daarom in ballingschap in Nice.
Onderdeel van de huwelijkse voorwaarden was
dat de zoon van de Nizam de erfgenaam van het Kalifaat werd.
Hiermee werd de hoogste geestelijk leider van de Moslim wereld
met de grootste concentratie van rijkdom gecombineerd.
De dynastie leek onaantastbaar.

 photo NawabMirOsmanAliKhanBahadur.jpg

Nizam, Nawab Mir Osman Ali Khan Bahadur.

Einde van het eerste deel van de vertaling.