Natuurlijk kun je vanaf Dashashwamedh Ghat
met een boot naar het Ramnagar‑fort.
Je kunt ook lopen en het laatste stuk met een riksja gaan.
Dan ga je via de ghats van Varanasi.
In de ochtend is dat een heel boeiende wandeling, een avontuur,
zoals mijn foto’s je gaan tonen:
mist, boten, de Ganges, bedevaartgangers, offers, crematie, rust,
stilte, een ongeluk, en criquet.
Aan het einde van de ghats loop je vanzelf een straat in waar riksja’s staan.
Ze brengen je overal naartoe,
ook via de brug over de Ganges naar het fort.
Het fort ligt gelijk aan het eind van de brug, rechts,
aan de overkant van de Ganges.
Als je wil, wacht de chauffeur met riksja op je voor de terugweg.
Tagarchief: Shiva
India 24/25: Varanasi, dag 3 – Archaeological Museum Sarnath 09
– over zandsteen waarin tijd en aandacht samen zijn achtergebleven –
In dit bericht laat ik een laatste reeks reliëfs zien
uit het Archaeological Museum Sarnath.
Het zijn fragmenten uit verschillende panelen
— sommige zacht en verzonken, andere scherp en energiek —
maar allemaal geworteld in dezelfde laat‑Gupta traditie.
Samen geven ze een indruk van de rijkdom van Sarnath:
van devotie en bescherming tot strijd, beweging en verstilling.
Vier heilige momenten in steen
In het Sarnath‑museum staat een hooggerekt reliëf
dat de levensweg van de Boeddha samenvat
als een verticale pelgrimage.
Van onder naar boven ontvouwt zich de cyclus
van geboorte, verlichting, leer en bevrijding:
Lumbinī, Bodhgayā, Sarnath en Kuśinagara.
De stupa‑vorm waarin deze scènes zijn gevat, maakt van het beeld
een miniatuurwereld van de dharma:
de Boeddha verschijnt, ontwaakt, onderwijst en verdwijnt
— maar zijn leer blijft als een stille as door alle lagen heen.
Stijl en herkomst
Het reliëf past duidelijk binnen de laat‑Gupta traditie
die in Sarnath zo herkenbaar is:
zachte, bijna vloeibare contouren, een serene gelaatsuitdrukking
en een voorkeur voor slanke, licht geabstraheerde proporties.
Het atelier in Sarnath stond bekend om zijn verfijnde zandsteenwerk,
waarbij de beeldhouwers de scènes
niet dramatisch maar contemplatief vormgaven
— alsof elke figuur een echo is van innerlijke rust.
De verticale ordening van de vier heilige plaatsen verraadt bovendien
een didactische bedoeling:
het paneel fungeerde waarschijnlijk als devotioneel object,
bedoeld om pelgrims te herinneren
aan de geografische én spirituele route die de Boeddha heeft afgelegd.
Kīrtimukha met opvliegende ganzen
Deze late Gupta‑steen uit Sarnath (5e eeuw) toont het mythische gezicht
dat als beschermend motief boven tempelpoorten en nissen werd geplaatst.
De Kīrtimukha — letterlijk “gezicht van glorie” —
lijkt te ontstaan uit ranken en wolkvormen, alsof hij zelf uit de steen groeit.
Aan weerszijden stijgen twee ganzen op,
symbolen van zuiverheid en spirituele vlucht;
de linker draagt een tak, een subtiele verwijzing naar leven en wedergeboorte.
De combinatie van dier en demonisch‑plantaardig ornament
is typisch voor Sarnath:
het decor is niet dreigend maar ritmisch,
bijna muzikaal, een spel van symmetrie en adem.
De poortwachter van de leegte
De Kīrtimukha ontstond volgens de mythe uit de woede van Śiva,
maar werd door zijn berouw tot een symbool van zelfoverwinning.
In de tempelarchitectuur bewaakt hij de grens tussen het wereldse
en het sacrale: zijn open mond verslindt alles wat nadert,
zodat enkel het zuivere de heilige ruimte kan betreden.
Wat ooit een demonisch gezicht was,
werd zo een beeld van transformatie
— een herinnering dat de weg naar inzicht begint
met het loslaten van eigen begeerte.
In Sarnath krijgt dit motief een zachte, bijna vegetale vorm,
alsof de steen zelf ademt en de poort niet bedreigt maar uitnodigt.
Shiva in strijd met Andhaka
Het reliëf toont een baardige Shiva in een krachtige,
bijna spiraalvormige houding.
Zijn lichaam draait licht naar links, terwijl zijn blik omhoog gericht is
naar de demon Andhaka, die hij met zijn drietand doorboort.
Rond zijn torso waaieren acht armen uit, elk met een wapen of attribuut:
boog, knots, trident, schaal, en andere rituele voorwerpen.
De compositie is dicht en energiek
— de armen vormen een ritmische kring rond het gelaat,
dat ondanks de woede een zekere concentratie behoudt.
Onder Shiva’s opgeheven been kronkelt een verslagen demon,
symbool van het kwaad dat onder de voet wordt gehouden.
De beitelsporen verraden dat het werk onvoltooid bleef,
maar juist daardoor blijft de beweging voelbaar:
het is alsof de steen nog trilt van de strijd.
De symboliek van de strijd
De mythe vertelt hoe Andhaka, een demon geboren uit blind verlangen,
Shiva’s echtgenote Pārvatī begeerde
en daarmee de orde van de wereld verstoorde.
Shiva trad hem tegemoet in een kosmische strijd
waarin elke druppel bloed van Andhaka nieuwe demonen voortbracht;
daarom moest Shiva hem met de drietand doorboren
en tegelijk het bloed opvangen,
zodat het kwaad zich niet kon vermenigvuldigen.
In het reliëf zie je die spanning: de blik omhoog,
de armen die als een kring van macht om het lichaam staan,
de demon onder de voet die het overwonnen verlangen belichaamt.
Het is een beeld van innerlijke strijd evenzeer als van goddelijke kracht
— de overwinning op Andhaka is uiteindelijk de overwinning
op het eigen verblindende ego.
Vreedzaamheid en geweld: een vergeten spanning
Voor veel westerse bezoekers botst dit reliëf
met het idee dat Oosterse religies
vooral zacht, sereen en meditatief zouden zijn.
Maar in werkelijkheid lopen geweld en devotie in India vaak door elkaar:
goden strijden, demonen worden onderworpen,
kosmische orde wordt hersteld door middel van vernietiging.
Het is geen gratuit geweld, maar een symbolische taal
waarin innerlijke conflicten, begeerte en verblinding worden verbeeld.
Shiva’s strijd met Andhaka laat zien dat spirituele tradities
niet alleen rust en inzicht tonen,
maar ook de rauwe energie die nodig is om het kwaad
— zowel buiten als binnen de mens — te doorbreken.
Juist die combinatie van contemplatie en agressie
maakt dit Sarnath‑reliëf zo indringend:
het is een spirituele wereld waarin sereniteit niet bestaat zonder strijd.
Twee leogryph‑ruiters, twee karakters
In het Sarnath‑museum staan twee reliëfs uit de 5e eeuw
die een ruiter op een leogryph tonen
— een mythisch dier dat de kracht van de leeuw
en de snelheid van het paard verenigt.
Ondanks het gedeelde motief hebben de panelen een heel eigen uitstraling.
Acc. 244 is dof en sterk afgesleten:
de zandsteen heeft een matte huid gekregen, de contouren zijn verzacht
en het geheel lijkt door tijd en aanraking gepolijst.
Acc. 249 is minder intact maar opvallend glanzend;
de breuklijnen zijn scherper, de steen vangt het licht
en de resterende vormen hebben een bijna metalen helderheid.
In beide reliëfs is de compositie gebogen
binnen een architectonische omlijsting,
wat suggereert dat ze ooit deel uitmaakten van een tempelbasis of poort.
Zo tonen ze dezelfde iconografie,
maar belichamen ze twee verschillende manieren
waarop tijd, slijtage en fragmentatie een beeld kunnen vormen
— één verzonken en zacht, één scherp en fragmentarisch aanwezig.
Waarom Sarnath‑zandsteen zo ongelijk veroudert
De verschillen tussen de twee leogryph‑panelen zijn niet uitzonderlijk:
Sarnath‑zandsteen staat bekend om zijn ongelijke veroudering.
Het materiaal is relatief zacht en reageert sterk op variaties in
vocht, temperatuur en blootstelling.
Sommige stukken worden door eeuwenlange aanraking
en luchtcirculatie mat en zijdeachtig,
terwijl andere fragmenten juist glans krijgen doordat de steen dichter,
harder of minder poreus is in bepaalde lagen.
Breuklijnen kunnen bovendien nieuwe, heldere vlakken openen
die het licht anders vangen dan het oorspronkelijke oppervlak.
Zo ontstaat een soort geologische biografie:
elk reliëf draagt de sporen van zijn eigen geschiedenis,
van waar het lag, hoe het werd gevonden,
en welke delen van de steen de tijd beter of slechter hebben doorstaan.
Symboliek en context
De leogryph fungeert vaak als drager van goddelijke of heroïsche figuren,
een hybride wezen dat de kracht van de leeuw
en de snelheid van het paard verenigt.
In Sarnath kan hij ook verwijzen naar de bewakers van de dharma
— wezens die de heilige ruimte beschermen tegen chaos.
De ruiter zelf blijft anoniem,
maar zijn houding en greep suggereren
beheersing van de oerkracht onder hem.
Zo wordt het beeld een allegorie van spirituele controle:
de mens die de instinctieve energie van het dier temt
zonder haar te vernietigen.
Preaching Buddha
De Boeddha zit in de houding van het onderwijzen,
met beide handen voor de borst in de Dharmachakra‑mudrā,
het “in beweging zetten van het wiel van de leer”.
De gelaatstrekken zijn volmaakt symmetrisch en zacht,
de ogen halfgesloten in innerlijke concentratie.
Achter hem ontvouwt zich een rijk versierde aureool met florale motieven
en twee hemelse figuren die bloemen strooien
— een visuele echo van de eerste prediking in Sarnath.
Langs de zijkanten zie je gevleugelde dieren en wolkvormen,
symbolen van spirituele verheffing.
En onderaan, in de basis, bevindt zich een kleine scène
die vaak over het hoofd wordt gezien:
figuren rond een centraal object.
Dat detail verwijst waarschijnlijk naar de eerste discipelen
die de leer ontvingen in het hertenpark van Sarnath.
Een stille kern van beweging
Wat dit beeld zo bijzonder maakt, is de spanning
tussen absolute rust en innerlijke dynamiek.
De Boeddha zit onbeweeglijk, maar alles om hem heen
— aureool, wolken, dieren, leerlingen — beweegt.
De steen lijkt zelf te ademen.
In die zin is dit reliëf het tegenbeeld van de gewelddadige Shiva‑scène
die hierboven passeerde:
hier wordt de strijd niet buiten, maar binnenin gevoerd,
en de overwinning is stilte.
De basis: de eerste prediking in het hertenpark
In de nis onderaan het reliëf bevindt zich een compacte scène
met zes, mogelijk zeven figuren rond een centraal object
dat van opzij als een Dharmachakra te herkennen is.
Door beschadiging is de precieze vorm van één figuur links
niet meer te bepalen, maar de overige personen zijn duidelijk zichtbaar.
Voor deze groep zitten twee herten, beschadigd
maar nog goed herkenbaar in contour: de gebogen rug, de fijne snuit,
de aandachtige houding.
Ze richten hun kop naar het wiel.
De nis wordt links en rechts begrensd door gemodelleerde pilaren,
waardoor deze scène als een miniatuur‑heiligdom
binnen het grotere reliëf verschijnt.
Aantallen, symmetrie en historische verwijzing
Historisch verwijst deze scène naar de eerste prediking in het hertenpark,
waar de Boeddha zijn leer deelde met vijf discipelen
— een getal dat in de canonieke overlevering vastligt.
In dit reliëf zien we echter zes of misschien zeven figuren.
Dat verschil komt vaker voor in Sarnath‑kunst:
beeldhouwers kozen geregeld voor compositorische balans
boven strikte narratieve juistheid.
Extra figuren versterken de visuele harmonie
of breiden de kring van luisterenden symbolisch uit.
Door slijtage is niet te bepalen of de beschadigde vorm links
een zevende persoon was of een decoratief element,
maar de opzet blijft duidelijk:
een centrale leer, omringd door aandachtige wezens — mens en dier —
in een ritmische, zorgvuldig geordende scène.
Het hert als symbool in de boeddhistische kunst
Het hert is een van de oudste en meest constante symbolen
in de boeddhistische beeldtraditie.
In vrijwel alle scholen verwijst het naar het Hertenpark van Sarnath,
waar Boeddha zijn eerste leerrede gaf.
Die associatie blijft door de eeuwen heen herkenbaar,
maar de manier waarop herten worden afgebeeld
verschilt per periode en regio.
In vroege Indiase kunst staan ze dicht bij het Dharmachakra
en hebben ze een rustige, luisterende houding.
In de Tibetaanse en Nepalese tradities worden herten
vaak sierlijker en expressiever, soms met langere poten
en een meer gestileerde kop.
In de Chinese kunst krijgt het hert soms een extra laag van symboliek
als teken van lang leven en voorspoed.
Ondanks die variaties blijft de kern hetzelfde:
het hert markeert het moment waarop de leer van Boeddha
de wereld binnentreedt,
en staat voor aandacht, vrede en ontvankelijkheid — een dier dat luistert.
Afronding
Samen laten deze reliëfs zien hoe veelzijdig de beeldtraditie van Sarnath is.
Strijd en rust, bescherming en devotie, ornament en symboliek:
het bestaat hier naast elkaar zonder te botsen.
De zandsteen draagt de tijd, maar ook de aandacht
waarmee deze beelden ooit zijn gemaakt.
Zo blijft Sarnath een plaats waar de dharma niet alleen wordt verteld,
maar ook zichtbaar is — in elke houding, elke lijn, elke stilte.
India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XVII
– Twee manieren om kosmische kracht te verbeelden: Shiva in de tempel en Vishnu in huis –
Vandaag merk ik hoe twee kunstwerken in het National Museum
elkaar kunnen laten oplichten.
Shiva als Chandrashekara, krachtig en tempelgebonden,
trekt mijn aandacht door zijn directe energie.
Even later dwingt een Mysore‑ivoren doosje me
tot een andere manier van kijken:
kleiner, gelaagder, narratiever.
Het ene beeld vult de ruimte,
het andere ontvouwt een universum in miniatuur.
Samen tonen ze twee manieren om kosmische kracht te verbeelden:
Shiva in de tempel en Vishnu in huis.
India, New Delhi, National Museum, Chandrashekara, 15th – 16th century CE, Kerala, bronze, acc.no 47.109/11. Hoogte 72 cm, breedte 35 cm en diepte 25,5 cm.
De zaaltekst zegt:
Chandrashekara stands on a lotus pedestal, which is mounted on a square base. The figure has four arms which bifurcate at the shoulders. In the upper right hand he holds a parashu (axe), in the upper left mriga (antelope). The lower right hand is in abhaya-mudra and the lower left hand is in varada-mudra. The hair is jatas (or jata-makuta) as-chakra behind the head. The figure is ornamented with a coronet featuring a crest and a fillet (karanda-mukuta) and a flower decked on either side above the ears.
In vertaling:
Chandrashekara staat op een lotuspiedestal, die is geplaatst op een vierkante basis.
De figuur heeft vier armen, die zich ter hoogte van de schouders in tweeën splitsen.
In de bovenste rechterhand houdt hij een parashu (bijl), in de bovenste linkerhand een mriga (antilope).
De onderste rechterhand is in abhaya‑mudra (het gebaar van bescherming), en de onderste linkerhand in varada‑mudra (het gebaar van schenking).
Het haar is in jatas (of jata‑makuta) opgestoken, met een chakra achter het hoofd.
De figuur is versierd met een kroon met een kam en een band (karanda‑mukuta), en aan weerszijden boven de oren is een bloem aangebracht.
De beschrijving klopt helemaal maar er zijn
een paar aspecten die ik nader wil noemen:
In de vorm van Chandrashekara verschijnt Shiva
als drager van de maansikkel,
een manifestatie die de cyclische aard
van tijd, groei en afname belichaamt.
Waar Shiva in het algemeen wordt gezien
als de bron en beheerser van energie,
legt Chandrashekara de nadruk op ritme:
de herhaling van fasen,
de beweging tussen ontstaan en verdwijnen,
en de innerlijke rust die deze kosmische cyclus draagt.
Op het eerste gezicht lijkt dit beeld uitzonderlijk rijk en
bijna boetseerachtig van karakter.
De oppervlaktes dragen nog duidelijk de sporen
van het oorspronkelijke wasmodel,
waardoor het brons een zachte, gemodelleerde tactiliteit behoudt.
In de hoge, gelaagde haarkroon herkennen we zowel
de riviergodin Ganga
als de maansikkel
— een verwijzing naar Shiva’s naam Chandrashekara,
“hij die de maan draagt”.
Aan weerszijden van het hoofd zijn bloemen aangebracht
die in hun vorm bijna op lotussen lijken,
een echo van de gestileerde lotuspiedestal waarop de god staat.
De lendendoek is opvallend lang, veel langer
dan in andere voorstellingen van Shiva die we eerder zagen.
De verschillende delen van de doek worden met linten vastgezet,
zichtbaar aan beide zijden van het lichaam.
Deze details versterken de indruk van
een beeld dat eerder is opgebouwd dan uitgehakt
— een sculptuur waarin het boetseren nog voelbaar is.
Onder de lange doek vallen de grote, massieve enkelornamenten op,
een type sieraad dat we tot nu toe niet tegenkwamen.
Ze omsluiten onderbeen en wreef als een metalen bescherming,
terwijl de tenen vrij blijven
— alsof de god op gouden of zilveren kracht staat.
Opmerkelijk is dat juist het gezicht minder geboetseerd oogt:
het is gladder, rustiger, bijna verstild,
als een tegenwicht voor de rijkdom van het lichaam.
India, New Delhi, National Museum, Box depicting Dashavatar, Mysore, Southern India, late 18th century, ivory, carved and painted. Acc. No. 63.1029.
Behalve een beschrijving op de Indian Culture-website
vond ik geen uitgebreide beschrijving van deze doos.
Dus heb ik die geprobeerd te maken met Copilot.
Daarbij hielp de beschrijving op Indian Culture omdat
die de voorstelling in de deksel als ‘Seshasayi Vishnu’ beschreef.
De doos is 13,8 cm lang, 10,9 cm breed en 6 cm hoog.
We kwamen tot de volgende beschrijving van de buitenzijde:
De voorkant toont vier avatars van Vishnu, van links naar rechts
te identificeren als Varaha, Narasimha, Kurma en Matsya.
De voor de kijker rechtse zijkant bevat drie nissen;
als we aannemen dat de linker zijkant eveneens drie nissen heeft,
kunnen zo alle tien avatars van Vishnu worden weergegeven
en wordt de volledige Dashavatar‑cyclus voltooid.
Helaas maakte ik maar één foto. Dit is een detail van de vorige afbeelding. Dit zouden dan Kurma en Matsya zijn.
De zes resterende avatars
— Vamana, Parashurama, Rama, Krishna, Buddha en Kalki —
zijn naar alle waarschijnlijkheid verdeeld over de twee zijkanten,
in overeenstemming met de gebruikelijke ordening
in Mysore‑ivoren uit de late 18e eeuw.
De achterzijde lijkt onversierd of decoratief,
zoals vaker voorkomt bij dergelijke doosjes.
De boven- en onderrand, evenals de zones links, rechts en
rond het slot, zijn opgevuld met florale motieven
die de afzonderlijke panelen ritmisch omlijsten en
de compositie visueel verbinden.
Als we een reconstructie zouden maken,
dan zouden de overige avatars als volgt
verdeeld kunnen zijn:
Linkerzijkant:
Vamana — kleine brahmaan met waterpot of parasol
Parashurama — met bijl
Rama — met boog
Rechterzijkant:
Krishna — fluit of Govardhana‑houding
Buddha — staand, handen in abhaya/dhyana
Kalki — paardenkop of ruiter op paard
De binnenzijde van de deksel kun je dan als volgt beschrijven:
De binnenzijde van het deksel toont een voorstelling met centraal
een tempelstructuur waarin Vishnu in kosmische rust ligt,
gedragen door de veelkoppige slang Sesha (Seshasayi Vishnu).
De compositie is duidelijk gelaagd:
in de bovenste zone bevindt zich Vishnu in zijn kosmische binnenruimte;
daaronder, in een tweede register, staat een aanbidder
die in beide handen een lotus omhooghoudt,
geflankeerd door twee kleinere begeleiders;
en buiten de architecturale omlijsting
markeren twee grotere wachterfiguren
de grens van de heilige ruimte.
De achtergrond is roze geschilderd en gevuld
met kleinere figuren en ornamenten,
terwijl de hoofdfiguren in groen zijn uitgevoerd,
een kleurcontrast dat kenmerkend is voor Mysore‑ivoren
uit de late 18e eeuw.
De rijk versierde boogvormige architectuur versterkt zowel
de verticale gelaagdheid als de sacraliteit van Vishnu’s rust.
Daar zijn we dan:
twee kunstwerken die ogenschijnlijk niets met elkaar te maken hebben.
Brons:
duurzaam, kan tegen een stootje, goed voor een tempel
Ivoor:
kostbaar, verfijnd, hofkunst, miniatuurprecisie en intieme schaal.
Beide objecten verbinden de tijd,
de tijd van de eerste bronzen voorwerpen tot en met
lang in de 20ste eeuw.
Tot het verbod op nieuwe ivoren.
Ze zijn allebei te zien in het National Museum in New Delhi.
Een bronzen beeld van een manifestatie van Shiva,
groot, in een geboetseerde stijl.
Daarnaast een kleine doos met ivoren panelen,
een object voor de persoonlijke devotie voor Vishnu.
Deze voorwerpen, elk voor een eigen god,
verbeelden samen met Brahma, het hart van het Hindoeïsme.
India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XV Nataraja
– een vroeg‑Chola Nataraja die zich schijnbaar aan de canon onttrekt –
Vandaag begon ik met veel optimisme aan dit bericht.
De foto’s waren gisteren al voorbereid en wat kan er mis gaan
met een Nataraja?
Dan als inleiding een algemene tekst over Indiase bronzen beelden.
Dat hoeft niet lang te duren. Het liep anders.
Laat ik beginnen met de algemene introductie van de bronzen:
De tekst heb ik hier overgenomen met een vertaling:
Indian Bronzes
Indian bronzes exhibit rare charm and exquisite beauty. They are valued for their elegance and craftmanship. The oldest group of bronze sculptures from the Indian subcontinent date back te the 3rd millennium BCE. The famous Dancing Girl from this period is kept in the Harappan Gallery of this museum. The early bronzes represent technological achievements in metal-craft of ancient times.
Bronze is an alloy of copper and tin. Historically it was often mixed with three other metals like zinc, silver and gold and called Panchaloha. Occasionally it was alloyed with eight metals and called Ashtadhatu. Usually Indian bronzes are cast solid but very often they can be hollow and finished with engraving, gilding or repousse.
The tradition of casting metal images started in north-west India. It later travelled through the heartland of the country, reached South India around 3rd-4th century CE and attained a high watermark under the reign of Pallavas, Cholas and other succeeding dynasties. Bronze sculptures have been discovered from all parts of India; from Kashmir in the North to Kerala in the South and from Gujarat en the West to Odisha in the East.
In vertaling.
Indiase bronzen vertonen een zeldzame charme en verfijnde schoonheid. Ze worden gewaardeerd om hun elegantie en vakmanschap. De oudste groep bronzen sculpturen uit het Indiase subcontinent dateert uit het 3e millennium v.Chr. Het beroemde ‘Dancing Girl’-beeld uit deze periode bevindt zich in de Harappa-galerij van dit museum. De vroegste bronzen getuigen van de technologische prestaties op het gebied van metaalbewerking in de oudheid.
Brons is een legering van koper en tin. Historisch werd het vaak gemengd met drie andere metalen, zoals zink, zilver en goud, en dan ‘Panchaloha’ genoemd. Soms werd het gelegeerd met acht metalen en ‘Ashtadhatu’ genoemd. Gewoonlijk worden Indiase bronzen massief gegoten, maar vaak zijn ze hol en afgewerkt met gravure, vergulding of repoussé (Argus: een dunne metalen plaat van de achterkant uit bewerken zodat er aan de voorkant een reliëf ontstaat).
De traditie van het gieten van metalen beelden begon in het noordwesten van India. Later verspreidde zij zich door het hart van het land, bereikte Zuid-India rond de 3e–4e eeuw n.Chr., en bereikte een hoogtepunt onder de heerschappij van de Pallava’s, de Chola’s en andere opvolgende dynastieën. Bronzen sculpturen zijn ontdekt in alle delen van India: van Kashmir in het noorden tot Kerala in het zuiden, en van Gujarat in het westen tot Odisha in het oosten.
Bij deze tekst zijn een paar opmerkingen te plaatsen:
Ik ervaar de zin
‘The early bronzes represent technological achievements in metal-craft of ancient times.’
als een zin die niet helemaal zegt wat de schrijver wil vertellen.
Naar mijn gevoel zou een betere zin zijn:
‘Deze vroege bronzen illustreren de technische verfijning die in het oude India al vroeg werd bereikt in de kunst van het metaalgieten.’
De volgende zin suggereert een verhouding die denk ik anders is:
‘Usually Indian bronzes are cast solid but very often they can be hollow’
Ik denk dat beter is:
‘De meeste Indiase bronzen worden hol gegoten volgens de lost-wax techniek; kleinere votiefbeelden kunnen echter massief zijn.’
Je kunt beargumenteren dat het vinden van bronzen in
het Noordwesten van India niet per se hetzelfde is
als dat het ontstaan van het gieten van metalen voorwerpen
in Noordwest India is ontstaan en vervolgens naar het zuiden
is uitgerold. De werkelijkheid is vaak complexer.
Nieuwe ontwikkelingen vinden vaak gelijkertijd
op meerdere plaatsen plaats.
Daarbij kunnen accenten verschillen in het proces en
in de (vaak wederzijdse) beinvloeding.
Allemaal niet fout maar misschien verdienen deze beelden
net iets meer nuance. Zeker ook bij de introductie
naar mensen voor wie de kunstvorm nagenoeg nieuw is.
India, New Delhi, National Museum, Nataraja, Early-Chola, 9th – 10th century CE, Tiruvarangulam, South India, bronze, acc.no 55.40. Hoogte 71.5 cm, breedte: 46.0 cm en diepte: 28.7 cm.
Ook hier neem ik de tekst over:
This bronze image of Nataraja (dansende Shiva) is in the chatura-tandava pose (de vierhoekige pose zonder optillen linker been). The three-eyed and four-armed Shiva is dancing with his right foot placed on the demon of ignorance (Apasmara). The rear right hand holds the damaru and the front right hand is in abhaya-mudra, with a serpent coiled around the forearm. The loops extending at the side were used as support when these bronze images were taken out on ceremonial processions, as mobile shrines with deities.
In deze tekst wordt gesproken over de ‘chatura-tandava’ houding.
Die is anders, en typisch vroeg-Chola, dan de houding die
we eerder zagen bij een Shiva-beeld uit hetzelfde museum:
de ananda-tandava.
De verschillen zie je summier in onderstaand overzicht:
De hoekige indruk die de armen en benen geven is de
chatura-tandava.
De zaaltekst bespreekt de twee rechterarmen en -handen.
De handen met damaru (trommel) en de abhaya-mudra (bescherming).
In bovenstaande tekst ontbreekt een beschrijving van de
linkerarmen en -handen terwijl die volledig aanwezig lijken:
– achterste linkerhand: Agni (vlam), symbool van vernietiging en transformatie
– voorste linkerhand: in Gajahasta (slurfgebaarhouding).
Dan zijn er een aantal verschillen met de eerdere Nataraja (Late Chola):
- Geen krans met vlammen (prabhamandala)
- Geen zwierige haarlokken die het hoofd verbinden met de krans
Dat zijn wel stijlkenmerken van vroege Chola,
dus die had ik wel verwacht.
Waarom die er niet zijn weet ik niet.
Wel worden in de Engelse tekst ‘loops’ genoemd, ringen.
Ringen die worden gebruikt bij het ronddragen van beelden
in processies.
Ze zitten helemaal onderaan
Vervolgens zijn er ‘uitstulpingen’ te zien links en rechts
van de lendedoek en op de schouders waarbij het aan een kant
lijkt alsof ze tussen de voorste en achterste arm zitten.
De vorm van de uitstulpingen bij de lendedoek lijken ook
terug te komen bovenin de haardracht/kroon van het beeld.
Tijd om een samenvatting te maken.
Nataraja (Shiva als kosmische danser)
India, Tamil Nadu, Tiruvarangulam
Vroeg‑Chola, 9e–10e eeuw CE
Brons, lost-wax
National Museum, New Delhi — Acc. No. 55.40
Beschrijving
Vierarmige Shiva in chatura‑tandava, dansend met beide voeten in relatie tot Apasmara, demon van onwetendheid: de rechtervoet stevig geplaatst op de demon, de linkervoet met de tenen licht steunend op diens lichaam.
Achterste rechterhand houdt de damaru (trommel van schepping); voorste rechterhand in abhaya‑mudra, met een slang rond de onderarm.
De linkerhanden ontbreken in de zaaltekst, maar tonen canonieke vroeg‑Chola iconografie:
- achterste linkerhand met agni (vlam van vernietiging),
- voorste linkerhand in gajahasta, diagonaal voor het lichaam gevoerd en gericht naar het subtiele voetgebaar.
Hoofd en aureool
Het hoofd draagt een kroonachtige coiffure, opgebouwd uit gestileerde haarlokken in verticale bundeling. De bovenrand vertoont puntige, licht afgeronde uitstulpingen die visueel verwant zijn aan de ornamenten van de lendedoek. Deze vormecho suggereert een regionaal ritmisch principe of een functionele esthetiek waarin hoofd en heup visueel worden verbonden.
Er is geen zichtbare prabhamandala (vlammenkrans), noch uitwaaierende jata die het hoofd verbinden met een kosmische cirkel. Dit wijkt af van de canonieke Nataraja‑vorm, en kan wijzen op:
- een afneembare processie‑aureool,
- verlies van de oorspronkelijke krans,
- of een regionale atelierstijl waarin deze elementen niet integraal werden gegoten.
Schouders en armzone
Tussen de voorste en achterste armen bevinden zich gladde, afgeronde bronzen uitstulpingen zonder ornamentiek.
Deze worden geïnterpreteerd als functionele bevestigingspunten voor:
- rituele bekleding,
- draagconstructies,
- of een afneembare aureool.
Ze zijn niet iconografisch bedoeld, maar vormen wel een zichtbare onderbreking in de ritmiek van de dans.
Lendedoek en heupzone
De lendedoek toont puntige, licht afgeronde ornamenten die afwijken van de strakke, bladachtige motieven van canonieke vroeg‑Chola‑beeldhouwkunst.
Deze vormen kunnen duiden op:
- regionale variatie binnen de Chola‑traditie (bijv. Tiruvarangulam),
- functionele bevestigingspunten voor rituele textielversiering,
- of transregionale invloeden via Sri Lanka of Zuidoost‑Azië.
De ornamenten zijn symmetrisch geplaatst en lijken constructief verbonden met de kati‑bandha (heupgordel).
Afsluitend:
Als er mensen zijn die ideeën hebben over de elementen
die ik als mogelijk afwijkend heb benoemd of
die weten waar die elementen mee te maken hebben,
dan hoor ik dat graag.
India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XI Nataraja
– Een derde Nataraja, een dansende correspondentie tussen beelden –
India, New Delhi, National Museum, Nataraja, Chola, 12th century CE, Tamil Nadu, bronze.
Deze Shiva – Nataraja is de derde in mijn ‘verzameling’.
Eerder kon je de versie van het Rijksmuseum in Amsterdam
en de versie van Museum Rietberg in Zürich zien.
Dit is de bronzen Nataraja van het National Museum in New Delhi.
Op zaal zijn minstens twee teksten te lezen over dit beeld.
De ene tekst neem ik hier integraal op,
met een vertaling in het Nederlands.
Een tweede tekst toon ik als foto.
Ook deze keer gebruikte ik mijn camera als notitie-boekje
en mijn notities sluiten mooi aan bij de zaaltekst.
Al was dat niet per se mijn bedoeling.
Op twee plaatsen geef ik nog extra toelichting:
= het gebruik van verschillende termen voor hetzelfde element.
Mijn voorbeeld zal dit verduidelijken;
= op de vijf essentiële daden van Śiva, zeg maar de samenvatting
van de rol en functie van Shiva in de hindoeïstische filosofie.
In de zaaltekst wordt dit de ‘dwarf Muyalaka’ genoemd. Die zaaltekst volgt hieronder.
Nataraja, the Lord of Dance, is regarded as the most outstanding expression of divine rhythm and harmony in Indian art. The dance represents the five essential acts of Siva,
- viz. creation (srishti)
- preservation (sthiti)
- destruction (samhara)
- veiling (tirobhava) and
- grace (anugraha),
and it is this cosmic activity that constitutes the central motif of the dance.
It presents Siva dancing with his right leg placed on the back of the dwarf Muyalaka, the demon of ignorance.
His left leg and front left hand are lifted in a graceful gesture across the body to the right and his left hand pointing towards the left foot.
His front right hand is in abhaya-mudra or protection.
Of his back hands, the right holds the damaru and the left holds fire.
The swirling long jatas on either side of the head are sprayed with flowers; on the right swirl is river goddess Ganga in anjali-mudra.
Behind the head is a makara mukha from whose mouth emerges a circular arch with an outer band of flame tips.
The Nataraja image signifies the cosmos and hence the omnipresence if Siva.
In de tweede zaaltekst, zie afbeelding verderop in dit bericht,
wordt niet gesproken over ‘the dwarf Muyalaka’
maar over ‘apasmarapurusha’.
Dat maakt het niet eenvoudiger voor veel mensen.
Waarom is dat?
Dat verklaart bijvoorbeeld ook het gebruik
van ‘Śiva’ en ‘Shiva’.
‘a makara mukha’
De Nederlandse vertaling van de zaaltekst is:
Nataraja, de Heer van de Dans, wordt beschouwd als de meest voortreffelijke uitdrukking van goddelijk ritme en harmonie in de Indiase kunst.
De dans verbeeldt de vijf essentiële daden van Śiva:
- schepping (sṛiṣṭi),
- behoud (sthiti),
- vernietiging (saṃhāra),
- sluiering of verhulling (tirobhāva),
- en genade of bevrijding (anugraha).
Deze kosmische werkzaamheid vormt het centrale motief van de dans.
Het beeld toont Śiva dansend, met zijn rechterbeen geplaatst op de rug van de dwerg Muyalaka, de demon van onwetendheid.
Zijn linkerbeen en voorste linkerhand zijn elegant omhooggebracht, in een gebaar dat diagonaal over het lichaam naar rechts reikt, terwijl zijn linkerhand naar de linker voet wijst.
Zijn voorste rechterhand is in abhaya-mudra, het gebaar van bescherming.Van zijn achterste handen houdt de rechter de ḍamaru (trommel) vast en de linker het vuur.
De wervelende lange jaṭās (haarlokken) aan weerszijden van het hoofd zijn bestrooid met bloemen; in de rechter wervel bevindt zich de riviergodin Gaṅgā in añjali-mudra.
Achter het hoofd bevindt zich een makara-mukha, uit wiens mond een cirkelvormige boog tevoorschijn komt met aan de buitenrand vlamtongen.Het Nataraja-beeld symboliseert het kosmos en daarmee de alomtegenwoordigheid van Śiva.
De vijf essentiële daden van Śiva zijn voor mij
altijd weer een uitdaging om te doorgronden.
Ik vroeg Copilot nog eens om het uit te leggen voor me:
1. Sṛiṣṭi — Schepping
De daad waardoor het universum ontstaat.
Niet alleen het begin van materie, maar ook het oplichten van mogelijkheden, vormen, ritmes.
In de dans van Śiva: de eerste puls, de opmaat, het openen van ruimte.2. Sthiti — Behoud / Instanthouding
Het continueren, onderhouden en stabiliseren van wat bestaat.
Geen statische toestand, maar een dynamisch evenwicht.
In de dans: het middenritme dat alles draagt, de maat die niet breekt.3. Saṃhāra — Vernietiging / Ontbinding
Het beëindigen van vormen zodat nieuwe kunnen ontstaan.
Geen negatieve kracht, maar een noodzakelijke transformatie.
In de dans: de krachtige slag, de draai die iets laat oplossen.4. Tirobhāva — Sluiering / Verhulling
Het verhullen van de ware aard van de werkelijkheid, waardoor individuen de wereld als gescheiden ervaren.
Soms opgevat als de kosmische illusie (māyā), soms als een beschermende sluier.
In de dans: de schaduwbeweging, het moment waarop iets even verdwijnt uit zicht.5. Anugraha — Genade / Bevrijding
De onthulling, verlichting, het wegnemen van de sluier.
De daad waardoor de ziel haar ware aard herkent.
In de dans: de open hand, de neerwaartse zegen, de rust na de storm.
…and the left holds fire.
…a makara mukha from whose mouth emerges a circular arch with an outer band of flame tips.
…on the right swirl is river goddess Ganga in anjali-mudra.
His front right hand is in abhaya-mudra or protection.
Of his back hands, the right holds the damaru…
The swirling long jatas on either side of the head are sprayed with flowers…
Śīraś cakra — bloemvormige knop op het achterhoofd van Shiva, bedoeld voor het ophangen van rituele kransen tijdens processies. Verwijst naar het kosmische centrum en de rituele verankering van het beeld.
Hopelijk kun je aan dit bericht net zoveel plezier beleven
als dat het msken van het bericht mij gegeven heeft.
Niet in delen, maar in spanningen
Een volgend object uit de Indiase kunst van Museum Rietberg
Naar mijn overtuiging zijn verschillen tussen mensen
in verschillende culturen veel kleiner dan vaak gedacht.
Dat zie ik steeds opnieuw, voorbij tijd en plaats.
Misschien is dat waarom ik steeds opnieuw probeer
een beter beeld te krijgen van andere culturen.
Ook in dit bericht zie je een beeld dat op het eerste gezicht
misschien vreemd en onverklaarbaar overkomt.
De zaaltekst en het beeld
Dit is de zaaltekst bij het beld van Durga.
Origineel (Duits):
Die Skulptur zeigt die Furcht erregende Göttin beim Töten eines Dämons. Sie hält in ihren Händen die Attributen Dreizack, Schädeltrommel, Opfermesser, Schlinge, Schild, Glocke und Blutschale.Vertaling (Nederlands):
De sculptuur toont de angstaanjagende godin terwijl zij een demon doodt. In haar handen houdt zij de attributen: drietand, schedeltrommel, offermes, strik, schild, bel en bloedkom.
Die opsomming van attributen lijkt misschien technisch,
maar elk detail draagt een symbolische lading die het verhaal van Durga verdiept.
Wat vertellen deze attributen ons?
De attributen van Durga
Deze attributen zijn symbolisch en
komen uit de beeldtaal van Durga,
de krijgersgodin in het hindoeïsme.
Ze belichamen haar rol als vernietiger van het kwaad en
beschermer van de kosmische orde.
Dreizack (drietand / trishula)
Symbool van Shiva, staat voor vernietiging van onwetendheid en
het doorbreken van illusies.
Schädeltrommel (schedeltrommel / damaru)
Een kleine trommel, vaak geassocieerd met Shiva.
Het ritme symboliseert de schepping en vernietiging van het universum.
Opfermesser (offermes / khadga of kris)
Het zwaard of mes waarmee Durga demonen verslaat.
Staat voor het doorsnijden van ego en illusie.
Schlinge (strik / pasha)
Een lasso of strik waarmee ze vijanden kan binden.
Symboliseert beheersing over destructieve krachten.
Schild (khetaka)
Bescherming en verdediging,
benadrukt haar rol als beschermer van de gelovigen.
Glocke (bel, ghanta)
De bel verdrijft negatieve energie en
roept goddelijke aanwezigheid op.
Blutschale (bloedkom / kapala)
Een schedelkom, vaak geassocieerd met tantrische rituelen.
Staat voor de transformatie of het omzetten
van dood en vernietiging
in levenskracht,
een bron van voortdurende vernieuwing.
Kosmische strijd en parallellen
Durga wordt vaak afgebeeld in het gevecht tegen Mahishasura, de buffeldemon.
Dit verhaal is een kernmythe in het hindoeïsme:
het kwaad dat zich steeds opnieuw manifesteert
wordt uiteindelijk door de godin verslagen.
De attributen die ze draagt zijn niet willekeurig,
maar representeren de krachten van verschillende goden
die haar hun wapens schonken,
zodat zij als ultieme vrouwelijke kracht het kwaad kon vernietigen.
Het doet denken aan het eeuwige gevecht tussen goed en kwaad
zoals de engelen en duivels in de Christelijke leer.
Daarbij zijn er een aantal parallellen:
Kosmische strijd
In het hindoeïsme: Durga wordt door de goden gezonden
om Mahishasura, de buffeldemon, te verslaan.
Hij staat voor destructieve krachten die de wereld bedreigen.
In het christendom: engelen strijden tegen duivels,
bijvoorbeeld in het verhaal van Michaël
die de draak (Satan) uit de hemel verdrijft (Openbaring 12).
Symbolische wapens
Durga draagt attributen van verschillende goden:
drietand, zwaard, bel, trommel.
Elk wapen staat voor een kracht die het kwaad overwint.
Michaël en de engelen worden vaak afgebeeld met zwaarden en schilden,
symbolen van goddelijke bescherming en gerechtigheid.
Mythische functie
Beide tradities tonen dat kwaad niet zomaar verdwijnt,
maar telkens opnieuw bestreden moet worden.
Het kwaad is cyclisch en hernieuwt zich en
de goddelijke orde moet steeds opnieuw bevestigd worden.
Het gevecht is dus niet alleen historisch of mythisch,
maar ook existentieel:
het speelt zich af in de kosmos én in de mens zelf.
Er zijn ook verschillen in toon:
In de hindoeïstische traditie is Durga een vrouwelijke kracht,
een godin die de energie van alle goden bundelt.
Het kwaad wordt overwonnen door een collectieve,
maar ook vrouwelijke energie.
In de christelijke traditie is de strijd vaak mannelijk gecodeerd
(Michaël, Christus, engelen), en
het kwaad wordt voorgesteld als een gevallen engel of demon.
Wat beide tradities delen, is dat ze het kwaad niet wegpoetsen
maar erkennen als een reële kracht.
Voor het beeld zelf
Zürich, Museum Rietberg, Goddes Durga killing the buffalo demon Mahisha, India, Tamil Nadu, Chola dynasty, 11th – 12th century, granit.
Maar zodra ik voor het beeld sta, verschuift de aandacht
van de mythe naar de materie zelf:
het verweerde graniet, de herkenbare en onherkenbare attributen.
De drietand is eenvoudig te herkennen.
Maar in de overige handen links herken ik alleen het offermes, bovenaan.
In de handen rechts herken ik de attributen eigenlijk niet.
Alleen de naar voor uitgestoken hand heeft een voor mij herkenbaar
attribuut vast: een schaaltje.
Uitgeteld ligt de demon op de vloer.
Achter het hoofd van Durga een vlammend aureool.
Op haar hoofd een klassieke Chola-makuta,
een soort van kroon.
Opzij van het hoofd cirkelvormige versiering
met bloemen.
In dit ene beeld verenigen zich
vernietiging en scheppende kracht.
Dat aspect van de levenskracht wordt nog versterkt
door een guirlande met bloemen langs haar armen.
Reflectie en afsluiting
Eerder zag ik Shiva als Ardhanarishvara, een beeld waarin
de mannelijke Shiva en vrouwelijke Parvati samensmelten tot één figuur.
Durga verschijnt hier als vernietiger én als bron van levenskracht.
Het roept de bredere vraag op:
is dit samengaan van tegenstellingen: vernietiging en levenskracht,
een terugkerend patroon in de hindoeïstische belevingswereld?
In Ardhanarishvara — de helft vrouw, de helft man —
en in Durga — vernietiger met bloemen in haar haar —
spreekt dezelfde waarheid:
dat het leven niet in delen valt,
maar in spanningen leeft.
Dat vernietiging bloei draagt,
en bloei vernietiging kent.
Beelden die blijven onthullen als je blijft kijken
Een visuele analyse van Bhairava en Ardhanarishvara in Museum Rietberg
Ik was niet van plan om van elk beeld in Museum Rietberg een blogbericht te maken.
Maar het lijkt toch die kant op te gaan.
Eerder liet ik Shiva zien als Ardhanarishvara, een beeld waarin
de mannelijke Shiva en vrouwelijke Parvati samensmelten tot één figuur.
In dit bericht zie je de Shiva Bhairava.
Een heel mannelijk beeld.
In deze voorstelling is Shiva in zijn manifestatie als Bhairava,
een een woeste en ontzagwekkende god.
Symbool voor vernietiging, bescherming en spirituele zuivering.
Zürich, Museum Rietberg, Shiva Bhairava, India, Tamil Nadu, Chola dynasty, 13th century, granite.
Er zijn een aantal kenmerken waaraan je dat kunt zien:
Bhairava wordt vaak afgebeeld met kleine, naar buiten stekende slagtanden.
Dat zie je op beide foto’s van het beeld, vooral op de close-up van het hoofd.
Daar zie je duidelijk aan de linkerkant (voor de kijker)
een tand die naar beneden wijst en tussen de lippen zichtbaar is.
Achter het hoofd zie je een ‘puntige krans’.
Samengesteld uit vlammende stralen.
Het is een klassiek element in Bhairava-iconografie.
Het stelt een jvala-mala voor,
een vurige aureool die zijn transcendente energie en
vernietigende kracht uitbeeldt.
Hoewel Bhairava vaak woest wordt afgebeeld,
bestaan er ook beelden met een meer beheerste of serene uitdrukking.
De interpretatie van de blik van een dergelijk beeld vind ik moeilijk.
Daarom interpreteer ik de blik als sereen (hoewel, met die tanden…)
Bhairava wordt traditioneel vergezeld door een hond, niet door een rund.
De hond symboliseert zijn rol als bewaker van de grenzen
tussen leven en dood, en als beschermer tegen negatieve krachten.
Ik zie duidelijk een gekrulde, opstaande staart.
Typisch voor bepaalde hondenrassen en wordt in religieuze kunst vaak
gestileerd weergegeven om alertheid, kracht en waakzaamheid uit te drukken.
In de iconografie van Bhairava is de hond soms fors en gespierd,
wat kan verklaren waarom het dier op de foto qua formaat bijna op een rund lijkt.
Maar de houding van de staart is hier een doorslaggevend detail:
runderen hebben doorgaans een hangende of losse staart,
terwijl een gekrulde staart vrijwel exclusief bij honden voorkomt.
Trommeltje, links en rechts de scepter.
In zijn rechterhanden heeft hij het trommeltje en een scepter.
Dat trommeltje (damaru) is een klassiek attribuut van Shiva.
Het staat symbool voor het ritme van schepping en vernietiging, de kosmische puls.
In de derde hand lijkt een schoteltje te liggen voor de vlam (?).
De vierde hand houdt misschien een lotus vast maar op dat punt
lijkt het beeld niet compleet.
Er vallen me twee zaken speciaal op:
1. als we de twee beelden ‘Shiva as Ardhanarishvara’ vergelijken met
Shiva Bhairava, dan valt hun lichaamshouding meteen op.
Ardhanarishvara staat in een gebogen, vloeiende houding terwijl
Bhairava rechtop staat, zeg maar kaarsrecht.
De vloeiende houding duidt op:
⦁ harmonie tussen mannelijke en vrouwelijke energie
⦁ gratie, zachtheid en kosmisch evenwicht
⦁ een dans, verwijzend naar Shiva als Nataraja
De rechtopstaande, krachtige houding verwijst naar:
⦁ onwrikbare kracht en waakzaamheid
⦁ autoriteit en controle over de onderwereld
⦁ een geconcentreerde, frontale aanwezigheid,
eerder als bewaker dan als danser
Vergelijking van de twee beelden. De Dans en de Wachter: de groene lijnen tonen de innerlijke lijn van beweging en kracht van beide beelden: Ardhanarishvara beweegt in een dans, Bhairava staat in geconcentreerde waakzaamheid.
2. Verering van Bhaivara vind zowel in het hindoeïsme
als in het boeddhisme plaats.
De wederzijdse beïnvloeding van geloofsovertuigingen
is helemaal niet zo zeldzaam als sommigen ons willen doen geloven en
Bhairava is daar een treffend voorbeeld van.
Toeval wil dat ik ook foto’s heb gemaakt van een tweede Bhairave
in de verzameling van Museum Rietberg.
Dat toeval zegt iets over mijn manier van kijken:
intuïtief, met beperkte voorkennis maar met vooral
interesse voor opvallende zaken.
Wat me toen trok?
Dat weet ik echt niet meer. Misschien de veel abstractere vorm?
De kop van de hond viel me zeker op.
Shiva Bhairava, South India, 15th century, detail.
Een god in balans
Over het zien zonder begrijpen in Museum Rietberg
De mythische wereld van het Hindoeïsme is buitengewoon rijk.
Langzaam begin ik elementen in de afbeeldingen te herkennen,
al kan ik ze niet echt ‘lezen’.
Toch probeer ik telkens vast te stellen wat ik zie.
Steeds opnieuw ga ik op zoek naar nieuwe informatie.
Wat blijft, is mijn artistieke bewondering.
Zürich, Museum Rietberg, God Shiva as Ardhanarishvara, a man who is half woman, India, Tamil Nadu, Chola Dynasty, 12th – 13th century.
De stier (Nandi) is er onmiskenbaar aanwezig.
Nandi is het rijdier van Shiva en symboliseert kracht en toewijding.
Hij kijkt omhoog naar de godheid.
De persoon lijkt aan de rechterkant een vrouw,
oorsieraad, borst en sari.
Dat is de kant van Parvati.
Links is het een man.
naakt oor, platte borst, korte lendendoek.
Shiva.
Dat is ook wat de naam Ardhanarishvara zegt:
– “Ardha” = half
– “Nari” = vrouw
– “Ishwara” = heer
Gecombineerd betekent dat dan de god die half vrouw is.
Een symbool van eenheid en complementariteit.
Verder is het beeld vooral sierlijk.
Sieraden aan hals, armen en gordel.
Vier armen.
De lotus voor de kijker rechts.
Links herken ik niet de drietand of trommel,
die zo typisch zijn voor Shiva.
Zijn de ogen gesloten?
Glimlacht het beeld?
Hoe het gezicht spreekt is belangrijk bij dit soort beelden
maar voor mij moeilijk te interpreteren.
Zeker omdat het gezicht beschadigd is.
Het is een moeilijk beeld.
Ik heb niet vaak deze uitvoering van een beeld
van Shiva en Parvati gezien.
Over de schenker van het beeld kon ik geen informatie vinden.
Nog een extra mysterie.
Een goddelijke versmelting
Het beeld van Ardhanarishvara stamt uit de Chola-dynastie (9e–13e eeuw), een periode waarin Zuid-India een ongekende bloei kende op het gebied van kunst, religie en filosofie. De Chola’s waren toegewijd aan Shiva en maakten deel uit van een religieuze stroming die het Shaivisme wordt genoemd — de verering van Shiva als hoogste god. Aanhangers van deze stroming worden Shaivieten genoemd.
Binnen hun artistieke traditie kreeg Ardhanarishvara een bijzondere plaats: een god die zichzelf toont als man én vrouw, Shiva én Parvati in één lichaam. Deze voorstelling is niet zomaar een visuele curiositeit. Ze verbeeldt een diep filosofisch idee: dat het goddelijke de dualiteit overstijgt. In het hindoeïsme zijn Purusha (bewustzijn, mannelijk) en Prakriti (energie, vrouwelijk) samen verantwoordelijk voor de schepping. Ardhanarishvara is hun versmelting — een symbool van kosmische balans.
Wat in de 12e eeuw een spirituele en metafysische boodschap was, krijgt vandaag een nieuwe lading. In een tijd waarin vragen over genderidentiteit, non-binariteit en inclusiviteit centraal staan, biedt Ardhanarishvara een eeuwenoud alternatief voor rigide hokjesdenken. Het beeld stelt dat mannelijk en vrouwelijk niet tegenover elkaar staan, maar elkaar aanvullen. Het goddelijke is niet óf het een óf het ander — het is beide.
Ik was in Amsterdam….en zag de Shiva Nataraja in het Rijksmuseum
Gelezen: Oog in oog met de goden
Al lang geleden had ik gelezen over het boek ‘Oog in oog met de goden’
van Alexander Reeuwijk. Dat leek me het ideale boek om mee te nemen
op mijn reis naar India.
Alexander Reeuwijk, Oog in oog met de goden – Een zoektocht naar Indiase bronzen en hun makers, Querido, 2023.
Ik ging dan wel niet naar Zuid-India maar ik ben op een vergelijkbare
manier als Alexander Reeuwijk, getroffen door de Nataraja van het Rijksmuseum.
Het gaat om dit beeld: Rijksmuseum, Aziatisch Brons, Shiva Nataraja, Tamil Nadu, India, circa 12de eeuw, brons.
Reeuwijk beschrijft zijn ervaring als een soort van inleiding op het boek.
Hij beschrijft een bezoek aan het Rijksmuseum nadat het museum
10 jaar gesloten is geweest voor renovatie:
Pag 13 (eerste pagina van de tekst):
Het was vroeg in de ochtend toen ik als enige bezoeker de zaal binnenstapte. De zon viel door het raam de ruimte binnen en trok een streep over de houten vloer tot aan de lakenwitte muur aan de overzijde. Op de witte sokkels langs de wanden stonden stenen en bronzen hindoeïstische en boeddhistische sculpturen uit India en Zuidoost-Azië; aan de muren hingen stenen ornamenten, friezen en reliëfs, Al moet ik bekennen dat ik al die objecten pas later zag. Want zodra ik vanuit de gang de zaal in kwam, keek ik recht in de ogen van de Nataraja, de dansende Shiva, een grote bronzen sculptuur die op een sokkel midden in de zaal stond opgesteld. Ik kon er letterlijk en figuurlijk niet omheen en werd gevangen in zijn blik.
Als ik het Rijksmuseum bezoek dan zijn er 2 ruimtes waar ik
altijd naar toe ga: de eregallerij en het Aziatisch paviljoen.
Voor het ‘Joodse bruidje’ en de dansende Shiva.
Oog in oog met de goden – Een zoektocht naar Indiase bronzen en hun makers, pagina 13.
De eerste pagina’s heb ik nog in Nederland gelezen. De rest van het
boek heb ik in India gelezen. Het boek heeft in India een paar weken
‘stil gelegen’ maar uiteindelijk las ik het toch uit.
Dat lag niet aan het boek maar aan mij. Als ik een goed, interessant,
mooi of aantrekkelijk boek lees, dan wil ik het niet uitlezen. Om het
gevoel van het boek vast te houden.
Dat lukt overigens nooit want als ik het boek dan later toch weer oppak
is vaak de ervaring toch weer anders.
Één boek voor 10 weken is wat weinig maar je kunt maar zoveel meenemen.
Daarom nam ik me voor het boek gewoon nog een keer te lezen.
Ik ben intussen thuis en het boek voor de tweede keer aan het lezen.
Het boek beschrijft een ‘methode’ die we allemaal en voor all kunstwerken
kunnen gebruiken om meer gevoel bij het werk te krijgen. Op het eerste
gezicht een eenvoudige methode….
Pag 14:
Ik realiseerde me dat ik weliswaar eerder een Nataraja had gezien, maar nog nooit aandachtig had bekeken. Ik herkende de vorm, maar de details kende ik niet, laat staan dat ik wist wat het beeld betekende, wat het wil zeggen. Daarbij vroeg ik me af hoe ik zo’n beeld, dat niet uit mijn eigen cultuur stamt, eigenlijk moest benaderen.
Toen ik er recht voor stond, op ongeveer een meter, besloot het beeld tot in detail voor mezelf te beschrijven, zonder oordeel of interpretatie.
Volgens mij is wat Alexander Reeuwijk hierboven beschrijft voor ieder
kunstwerk een goede aanpak.
Onlangs heb ik het geprobeerd te doen met de informatie van
pagina 14 en 15 waar hij het beeld beschrijft in mijn achterhoofd.
Ik deed dat met mijn camera en toonde de foto’s hier.
Deel van pagina 14.
Hieronder een lijst in steno met details die Alexander Reeuwijk opsomt:
– Shiva op één been
– de cirkel
– vijftongige vlam
– twee monsterachtige koppen
– haren wijd gespreid
– haren reiken tot halo
– versierd met bloemetjes
– pijpenkrullen
– halvemaan
– schedel
– cobra
– kleine meerminachtige figuur
– vier armen
– rechts: splitsen bij de elleboog
– hand met trommel
– hand met vuurtje
– onderste rechterhand: toont handpalm
– onderste linkerhand wijst naar opgetrokken voet
– verentooi loopt uit op een monstertronie-verbinding
– alle vingers en tenen zijn geringd
– draagt oorbel
– draagt arm- en enkelbanden
– bovenarmen: ornamenten
– aan middel: ceintuur met sluiting met twee drakenbekken
– om de hals drie kettingen
– aan linkerschouder koord
– kantachtige lendendoek
– één voet op de rug van een dwerg met geloken ogen en een pruillip
– nog een cobra met opgezette nekribben
– dwerg wijst naar slang
= dwerg draagt versierde lendendoek, oorbellen, arm- en enkelbanden
– opengewerkte lotus
– gezicht is rond en vol
– Shiva draagt een versierde haarband
– Shiva heeft een volle mond
– Shiva heeft sierlijke, scherp belijnde lippen die licht krullen aan de uiteinden
– regelmatige neus en goed geportioneerd
– grote amandelvormige ogen met een derde oog op het voorhoofd
Alexander Reeuwijk, Oog in oog met de goden – Een zoektocht naar Indiase bronzen en hun makers, Querido, 2023, pagina 15. Waarschuwing: mijn stenolijst is niet compleet.
Om tot zo’n lijst te komen moet je aandachtig waarnemen en het is
erg waarschijnlijk dat je deze oefening meerdere malen moet doen
om tot een complete en correct samengestelde lijst te komen.
Goede methode, lijkt me.
Museum Rietberg (Zürich) wordt in het boek genoemd als een
van de musea met een goede Aziatische collectie.
Ik heb hun website bezocht (die veelbelovend is) waar
het Museum Rietberg ‘hun’ Nataraja als volgt beschrijft:
Shiva Nataraja: The Heavenly Dancer
As king of the dance, Shiva possesses immeasurable
energies with the help of which he determines the
becoming, existence and extinction of all creation. Shiva
creates the world but then allows it to disappear again.
In his auspicious cosmic dance (anandatandava) he
expresses five actions. Shiva shows himself as creator
whereby the creation is happening to the sound of the
drum. Shiva is the preserver of the cosmos as he shows
with his raised hand which grants protection. The flame
on his left hand symbolises destruction. With his foot
which subjugates the demon, Shiva banishes ignorance.
His downturned hand stands for spiritual liberation.
The polar opposition of man and woman is alluded to by
the female and male forms of ears. In his tangled hair,
Shiva catches the river goddess Ganga so that earth does
not shatter at her impact. The waves of energy which he
sends into the cosmos are symbolised by the flaming
circle. Though his figure seems to vibrate with energy, his
face appears in unchanging serenity, above the affairs
of the world
Van het boek wil ik verder niet te veel verraden. Maar het
gaat over de avonturen en het onderzoek van Alexander Reeuwijk.
Niet in de laatste plaats in India.
Dat doet hij op een enerverende manier met een scherpe
waarneming als basis (pagina 382):
Het zijn de laatste dagen van augustus. De moesson heeft zich vannact aangekondigd met een scheurend onweer, waarbij flits en donder precies samenvielen. Of nee, eigenlijk werd de verandering van het seizoen al een paar dagen geleden ingeluid door de vliegende termieten. Zodra de lucht vochtiger wordt en de eerste buien zijn gevallen, komen ze uit de grond en zwermen omhoog in de richting van het licht, op zoek naar een geschikte partner. Als ze die eenmaal hebben gevonden, storten ze zich op icarische wijze terug op aarde, werpen hun vleugels af en verdwijnen in de grond om een nieuwe kolonie te starten.
De titel van het boek ‘Oog in oog met de goden’ heeft een diepe
betekenis. Vooral voor de Hindoes die dit soort beelden aanschaffen
en aanbidden. Voor hen zijn de beelden geen decoratie of gedachtensteun.
Eenmaal met het juiste ritueel in de tempel geplaatst zijn het
de goden en staat men bij het bezoek aan de tempel dus
‘Oog in oog met de goden’.
Aziatisch brons
Deze keer een serie foto’s van 1 beeld.
Als ik naar het Rijksmuseum ga, kijk ik altijd even in het
Aziatisch paviljoen voor dit beeld.
Het is een prachtige, klassieke Hindoe voorstelling hier in
een prachtige uitvoering.
Let svp op de schitterende details. Er gebeurt heel veel in deze voorstelling. Rijksmuseum, Aziatisch brons, Shiva Nataraja, Tamil Nadu, India, circa 12de eeuw, brons.
Het jaar 1000
Dit wordt het laatste bericht over deze mooie tentoonstelling
in Leiden in het Rijksmuseum van Oudheden (RMO).
De tentoonstelling geeft een beeld van de archeologische vondsten
in het gebied dat we vandaag Nederland noemen van rond
het jaar 1000. Daarbij worden die vondsten in hun (vaak ook
internationale) context geplaatst.
Het is leerzaam maar zeker ook heel mooi.
Mijn berichten geven een beperkt beeld van de tentoonstelling
want je ziet hier alleen dat wat mij opviel.
In de internationale context speelt Rome een grote rol. In de tentoonstelling wordt dat getoond door onder andere deze prent: MC Escher, Prent met de San Michele del Frisone (de Friezenkerk), litho. Het beeld de situatie in Rome uit voordat de kerk in 1084 wordt verwoest. De huidige kerk is dus van een latere datum.
Rijksmuseum van Oudheden (RMO), Het jaar 1000, Herbarium van ‘Pseudo-Apuleius’ met planten, dieren en recepten, 900 – 1000, handschrift op perkament, herkomst onbekend.
Wikipedia:
Pseudo-Apuleius is the name given in modern scholarship to the author of a 4th-century herbal known as Pseudo-Apuleius Herbarius or Herbarium Apuleii Platonici. The author of the text apparently wished readers to think that it was by Apuleius of Madaura (124–170 CE), the Roman poet and philosopher, but modern scholars do not believe this attribution. Little or nothing else is known of Pseudo-Apuleius.
The oldest surviving manuscript of the Herbarium is the 6th-century Leiden, MS. Voss. Q.9. Until the 12th century it was the most influential herbal in Europe,……
#Notalion
Aantekenboek van Adémar van Chabannes, 1023 – 1025, Limoges. Er bestaan een reeks aantekenboekjes. Deze aantekeningen gaan over sterrenbeelden. Adémar van Chabannes was een Franse monnik die werkte als copiist. Belangrijk werk schreef hij over muziek.
Maccabeeën en Epitoma Rei Militaris, circa 925, handschrift op perkament, Sankt-Gallen en Reichenau. De Maccabeeën waren een Joodse priesterfamilie die een opstand leidde in 167 voor Christus en we kennen de naam ‘Maccabeeën’ misschien beter als de naam van het bijbelboek. De ‘Epitoma Rei Militaris’ is een boek van de laat-Latijnse schrijver Publius Flavius Vegetius Renatus over Romeinse oorlogvoering en militaire principes. De re militari werd een militair handboek in de Middeleeuwen. (info van Wikipedia). Overigens is het opnemen van meerdere teksten in 1 band een normaal verschijnsel in de Middeleeuwen.
Muhammad Ibn Al-Lait, Traktaat over rechthoekige driehoeken, 900 – 1000, handschrift op perkament. Herkomst onbekend. Een boek met tabellen. Het boek is het oudste boek in Nederlandse collecties waar het getal ‘0’ in voor komt.
Perkament was niet het enige materiaal waar mensen op schreven. Dit is een rib van een kameel met een magische tekst, 800 – 1000, handschrift op been, Egypte.
Sommige mensen vinden dat je niet mag schrijven in de marges van een boek maar hier heeft waarschijnlijk de bibliotheek een strook wit papier in het boek geplakt. De informatie op die strook papier vertlt wel iets over waar dit boek de laatste honderden jaren is geweest: in Leiden, als onderdeel van de collectie van Levinus Warner. Abu Bakr Muhammad Ibn Abdallah Ibn Abd al Aziz, Eigenschappen van de Profeet Mohammed (Kitab khalq Al-Nabi Wa-khulqih), 1049 – 1052, handschrift op perkament, Ghazni, Afghanistan.
Hoe kwam dat boek in Leiden?
Wikipedia:
Levinus Warner, (c. 1618 – 22 June 1665) was a German-born Orientalist, manuscript collector and diplomat for the Dutch Republic in the Ottoman Empire.
..
During his twenty years of permanent residence in Istanbul, Warner acquired a private collection of slightly over 900 manuscripts in Middle Eastern languages (about two-thirds of which are in Arabic), 73 Hebrew manuscripts, some Greek manuscripts and two manuscripts in Armenian. Interesting but not unique is his collection of 218 Hebrew printed books. Warner acquired his manuscripts and books through the lively antiquarian booktrade in Istanbul, receiving help and advice from Arabs originally from Aleppo such as Muhammad al-‘Urdi al-Halabi (c. 1602-1660),….
..
Under the terms of his will his entire collection, which came to be known as the Legatum Warnerianum, was left to Leiden University. Several copies of his will are preserved in the National Archives in The Hague (Archive inventory 1.01.02, file no. 6910). The first consignment arrived in Leiden in December 1668; other shipments followed until 1674. The first inventory was drawn up in 1668 by the Danish orientalist Theodorus Petraeus from Flensburg, which was later expanded by the Armenian copyist Shahin Qandi…
In 2007 werd nog een overzicht gemaakt van de collecties in Leiden
en daar vond ik de volgende boekbeschrijving met een hele leuke
verwijzing naar Zuster Lucie H. Gimbrere. In 2017 heeft deze zuster
die in het klooster in Oosterhout woonde, een koninklijke onderscheiding
ontvangen voor haar werk als boekrestaurateur (Ridder in de Orde
van de Nederlandse Leeuw).
Dat overzicht vond ik hier.
Een klein deel uit Jan Just Witkamp, Inventory of the Oriental Manuscripts of the Library of the University of Leiden.
Een instrument dat een van de voorlopers van de sextant was, hét navigatiemechanisme voor op zee. Ibrahim Ibn Al Saîd, astrolabium, 1086, messing, Valencia, Spanje.
Dus voor de duidelijkheid. Het Westen was niet het ‘centrum van de wereld’. Dat was Azië. Relief met Shiva en Parvati met engelen achter hen, 900 – 1100, zandsteen, Rajasthan, India.
Wat Phou
Boven bij de hoofdtempel kun je naast de tempel nog vele andere dingen zien. Als was het alleen al het uitzicht op Kaos of de ‘daltempels’ van Wat Phou of Vat Phu.
Het is er magisch.
Er zijn ook een aantal figuren uit de rots gehakt. Ik moet eerlijk zeggen dat ik niet altijd meer weet wat het voorstelt. Slangen.
De gaten in de rots op de grond moet ook iets voorstellen…..
Dit is dan weer heel duidelijk een olifant (met een kleine witte olifant voor de poten).
Uiteindelijk kom je dan toch weer bij de hoofdtempel uit.
Het was zo heerlijk rustig toen wij er waren. Al toen we naar beneden liepen werd het drukker. Maar dit was zo sereen.
Churning. Als amateur denk ik dat je hier twee rijen met mannen ziet (de hoofden ontbreken). Elke groep mannen houdt een slang (naga: half slang, half mens) vast die om een as gerold zit. De As is de as van de wereld: Mount Meru. Door de as in beweging te zetten wordt de oceaan van melk gekarnd (=churning). Een hele reeks bijzondere dingen leverde dit op. Zie bijvoorbeeld deze toelichting van de Britannica website.
Half in de schaduw en verder in de felle zon. Maar niet minder mooi. Volgens de catalogus van het museum is dit Shiva is ascetische houding met rozenkrans.
Op deze plaats zijn sporen van nog ouder gebruik van dit terrein gevonden. Tijd om de wandeling naar beneden te gaan maken.
De afdaling, terug naar de Mekong rivier, die volgt in een volgende blogpost.
Preah Vihear
Preah Vihear is een tempelcomplex in Cambodja.
Daarvoor was wel een uitspraak nodig van
The International Court of Justice in den Haag.
Op het internet vond ik de uitspraak en het begin van de uitspraak
zie je hieronder:
In 1962 oordeelt het hof in Den Haag dat de tempel op Cambodjaans grondgebied ligt en dat Thailand daar dus afstand van moet doen. Vandaag kun je dus vanuit Thailand de tempel niet meer bezoeken. Vanuit Cambodja wel en daar zie je de gevolgen van de twist tussen de twee landen nog steeds.
De tempel is een World Heritage site. Op de site van Unesco staat:
Temple of Preah Vihear
Situated on the edge of a plateau that dominates the plain of Cambodia, the Temple of Preah Vihear is dedicated to Shiva.
The Temple is composed of a series of sanctuaries linked by a system of pavements and staircases over an 800 metre long axis and dates back to the first half of the 11th century AD.
Nevertheless, its complex history can be traced to the 9th century, when the hermitage was founded.
This site is particularly well preserved, mainly due to its remote location.
The site is exceptional for the quality of its architecture, which is adapted to the natural environment and the religious function of the temple, as well as for the exceptional quality of its carved stone ornamentation.
De aaneenschakeling van tempelgebouwen ligt op de rand van een heuvel
met een prachtig uitzicht op Cambodja.
Wat ik zelf zo prachtig vond was de samenhang van de verschillende
gebouwen die soms best ver uit elkaar liggen.
Sie samenhang die je daar fysiek kunt ervaren lijkt me
de belangrijkste reden om dit complex een World Heritage Site
te noemen.
Het complex is gewijd aan Shiva en dateert uit de 11e eeuw.
Al in de 9e eeuw was er op deze plaats een kluizenaarsverblijf.
Vanuit het dorp gaan we met de auto naar een plaats waar kaartjes verkocht worden. Vandaar vertrekken de gidsen in auto’s zoals op deze foto naar boven. De rit is niet heel lang maar vaak heel steil.
Boven aangekomen zie je op veel plaatsen schuttersputjes. loopgraven en beschermde verblijven voor soldaten die zowel door de mensen uit Thailand als door Cambodja zijn gebruikt. Een luguber aspect van je bezoek.
Kijk je naar het noorden dan zie je de heuvels die in Thailand liggen. De weg is Thais grondgebied. Nog steeds zijn er mensen die aan de Thaise kant richting het complex komen. Bezoeken kan men het niet. Een volgende stap in het vredesproces lijkt me dat ook bezoekers vanuit Thailand het complex kunnen bezoeken maar de regeringen in beide landen hebben veel grotere binnen- en buitenlandse problemen op te lossen, vermoed ik.
De trap die vanuit Thailand gebruikt werd om het complex te bezoeken is er natuurlijk nog steeds.
Het begin van, laat ik maar zeggen de tempelweg. Deze verbindt de verschillende heiligdommen. De eerste waren vroeger voor iedereen te bezoeken, de laatste waren exclusief voor priesters en de koning en zijn gevolg.
De trap naar het eerste complex.
Nog wat loopgraven.
Na de eerste tempel volgt een lange tempelweg. Die ligt een beetje verhoogd in het landschap.
Nog een keer terugkijken op het eerste gebouw.
Die tempelweg is dus best een eind.
De weg werd gemarkeerd door dit soort palen. Een enkel staat nog overeind en is compleet.
Langs de weg liggen hier en daar baden/waterreservoirs.
Terugkijkend. De volgende tempel komt in een volgende blog aan de beurt.
Mooie beelden uit het British Museum
Uit Klein-Azie en India.
Stond een beetje opzij. Er is ook zoveel te zien. Ik ben vergeten het bordje te fotograferen maar het roept beelden op van de Ishtar gate.
China, Sancai figures from Tomb of Liu Tingxun who died AD 728.
Wikipedia:
Sancai (literally: “three colours”) is a versatile type of decoration on Chinese pottery using glazes or slip, predominantly in the three colours of brown (or amber), green, and a creamy off-white. It is particularly associated with the Tang Dynasty (618–907) and its tomb figures, appearing around 700.
Sancai of letterlijk ‘drie kleuren’ is een aardewerk in bruin (of amber),
groen en een roomkleurig wit. Wordt in verband gebracht met de Tang dynastie,
in het bijzonder bij grafbeelden.
Shiva Maheshvara, green chlorite, AD 700 – 900, Kashmir.
Vishnu and his consorts within an arched temple niche, Pala Dynasty, about AD 1000, East India.
Detail.
The divine couple Shiva and Parvati, 1200 – 1300, Orissa, India.
The Three Puri Gods, Jagannatha (right), Balabhadra (left) and Sister Subhadra (centre), 1700 – 1800, Puri, Odisha.
Stone panel of an elephant and riders, about 1200 – 1300, Karnataka, India.
Super mooi!
Er volgt nog meer.
Van Lucknow naar Haridwar met de trein
Vanuit Lucknow gaan we naar Haridwar. Gelegen aan de Ganges is dit een van de zeven plaatsen in India die de Sapta Puri worden genoemd. De heiligste plaatsen voor de Hindoes. Maar eerst moeten we er met de trein zien te komen. Het wordt veel wachten. We zijn niet de enige die naar deze bedevaartsplaats toe willen (of er weer vertrekken).
Wikipedia (vertaald):
De Sapta Puri zijn zeven heilige pelgrimsplaatsen in India. De tirthas (bedevaartsplaatsen) zijn: Ayodhya (Rama), Mathura (Krishna), Haridwar (Vishnu), Varanasi (Shiva), Kanchipuram (Parvati), Ujjain (Shiva) en Dwarka (Krishna).
Een andere trein.
Soms moet je gewoon wachten.
Bhopal State Museum
Lonely Planet:
This first-class archaeological museum spread over 17 galleries includes some wonderful temple sculptures as well as 87 10th- and 11th-century Jain bronzes unearthed by a surprised farmer in western Madhya Pradesh.
Het museum heeft een hele serie collecties. Een aantal daarvan heb ik bezocht.
Daar heb ik foto’s van gemaakt en een eerste reeks komt vandaag aan bod.
Deze foto’s zijn van hun tentoonstelling:
‘Masterpieces of Madhya Pradesh’.
Natesh. De beelden staan hier bijna allemaal achter glas. Dat maakt het moeilijker voor de fotograaf.
Gauri, 10 century AD, Bhanpura.
Als het me lukt gewef ik een toelichting.
Die toelichting is dan niet van mij maar bijvoorbeeld
van Wikipedia:
Gauri (beter bekend als Parvati) is een Hindoeïstische godin.
Parvati wordt meestal gezien als de belangrijkste hulp,
en echtgenote, van Shiva.
Shiva en Parvati hebben samen twee zoons gekregen, Ganesha en Skanda (Kartikeya).
Zij worden vaak met z’n vieren afgebeeld op de berg Kailash.
Shiva, 5th century AD, Bhatura.
Kartikeya, 3rd – 4th century AD, Gajendraghat (stad in Karnataka).
Wikipedia:
Kartikeya is een god uit de Hindoeïstische mythologie.
Hij is de god van oorlog en overwinning en de patroonheilige van Tamil Nadu.
Hij is de zoon van Parvati en Shiva en de broer van Ganesha.
Ze wonen op de berg Kailash.
Bij dit beeld speelt de lichtinval een spelletje met de toeschouwer. De onderste ‘kop’ ving een straal zonlicht terwijl de rest van het beeld in het licht van de museumverlichting staat. Chamunda head, 10 Century A.D. Vidisha.
Chamunda head, 10 Century A.D. Vidisha.
Trimurti, 10th century AD, Padhawali (Morena).
Yakshi, 2nd century BC, Bharhut.
Wikipedia:
Yakshini (also known as Yakshi) are mythical beings of Hindu, Buddhist, and Jain mythology.
Yakshi is the female counterpart of the male Yaksha,
and they are attendees of Kubera, the Hindu god of wealth
who rules in the mythical Himalayan kingdom of Alaka.
Yakshinis are often depicted as beautiful and voluptuous,
with a chauri (fly-whisk) in right hand, fleshy cheeks,
with wide hips, narrow waists, broad shoulders,
knotted hair and exaggerated, spherical breasts.
Varahi, 3rd – 4th century AD, Hinglajgarh.
Nravaraha (incarnation of Vishnu), 9th – 10th century AD, Kanvla.
Masterpieces of Madhya Pradesh
‘Masterpieces of Madhya Pradesh’ is an attempt to present some of the best sculptural pieces of the land before you. From the days of the folk based artistic endeavours under the Sungas to the classicist Guptas, and the subsequent
changes and continuities in theme and decoration under the Prathiharas, Kalachuris, Paramaras, Chandelas and Kachhapaghatas as the feudal society with its distinctive social codes, beliefs and behavioural styles developed,
the journey of the sculptural art has been shown in a thematic manner.
Changes in the pattern and style of patronage, the opulence and ostentatious pleasure seeking culture of feudal society, the increasing popularity of Vaishnavism and Shaivism and decline and absorption of Buddhism within the Hindu pantheon, the increasing importance of Shakti cult and tantricism in certain regions have all formed the structural context within which art styles under particular dynasties developed its idioms and norms. The place of acquisition of the particular sculpture has been given to help students and
research scholars.
Shiva, 10th century AD, Barhad.
Kuber, 12th century AD, Hinglajgarh.
Bhoipur
Laat ik eerlijk zijn, ik was vergeten dat deze bestemming
onderdeel uitmaakte van het programma.
Ik had me er dan ook niet in verdiept.
Wat we te zien kregen: een enorme tempel die niet af is
en rotstekeningen die me niet helemaal helder werden.
Kortom de Shiva tempel van Bhoipur.
Dus laat ik eerst de foto’s maar eens aan het woord.
De Shiva tempel. Hoog maar niet af.
De trappen naar de tempel. Hele hoge treden.
Dat het gebouw niet af is, moeilijk bereikbaar. Het doet de Hindoepelgrim allemaal niets.
In de tempel staat dit enorme platform met bovenop een enorme lingam. Daar komen de pelgrims naar toe. De apen ook.
Het plafond.
Korte samewnvatting/vertaling:
Shiva Tempel Bhoipur
De tempel staat op de oever van de rivier Betwa (vroeger: Betrawati)
Deze tempel is niet af. Waarom weet men niet.
De tempel wordt toegeschreven aan Koning Bhojadeva (1010 – 1050).
De koning schreef meerdere boeken waarvan de Samarangana Sutradhare,
een verhandeling over architectuur, de belangrijkste is.
Het heiligdom is vierkant en biedt ruimte aan een gepolijste Siva-linga.
Deze Siva-linga is met 22 voet de grootste van de wereld.
De palen markeren de rotstekeningen maar zoals al aangegeven ik kon er geen wijs uit.
Banteay Srei, Angkor
Vandaag ook een serie foto’s.
We zijn in Banteay Srei en we naderen het
centrale deel van het heiligdom.
De deurposten zijn prachtig bewerkte kolommen.
Het complex bestaat uit een aantal gopura’s, kapellen met laat ik maar zeggen, een bergvormige bovenkant. Hier zie je die mytische berg die van boven tot onder bedekt is met beeldhouwwerk en voor de kapel de tempelwachters.
Even inzoomen.
Persoonlijk vond ik dit een van de mooiste voorstellingen. De demoon met meerdere hoofden, Ravana, schudt de berg Kailasa. Op de berg zitten Shiva en Uma.
De details zijn oogverblindend. Dit doet absoluut niet onder voor het beeldhouwwerk dat we in westerse kathedralen en kerken aantreffen.
The multi-headed demon Ravana.
Banteay Srei, Angkor
Vandaag de volgende korte serie met foto’s
die ik maakte in Banteay Srei.
De kwaliteit van de foto is matig door de lichtinval. Dit is een afbeelding van Shive en zijn vrouw Uma die op een stier zitten. De stier is Nandi. Deze voorstelling heet Umamahesvara. Met heel veel prachtige versieringen er om heen.
Dit is een detail van de Unamahasvara-afbeelding. Je ziet dat dit geen eenvoudig relief meer is maar dat dit bijna driedimensionaal beeldhouwen is.
De details en de kwaliteit van de uitvoering van wat je te zien krijgt in Banteay Srei is overweldigend.
De tempel is zoals gezegd relatief klein en heeft veel bezoekers.
Net als de meeste tempels in Angkor ligt banteay Srei prachtig.
Een hoeksteen met twee koppen, aan iedere kant dezelfde, die elkaar ontmoeten op de hoek van de steen.
…..met open mond.
Detail van de bekroning van een deur.
Door de deur, nog een deur. De versiering is niet eenvoudiger.
De centrale afbeelding van de vorige foto.
Het centrale thema.
Zomaar een detail van de florale motieven en de figuren die zich daar tussen begeven.
De laatste details van deze deurversiering.































































































































































































































