Waar de penseel danst, maar het brons spreekt

IMG_7676ZürichMuseumRietbergWo die Bäume flüsteren die Fische sich küssen und der Pinzel tanzt
In de tuin Van Museum Rietberg: “Waar de bomen fluisteren, de vissen elkaar kussen en de penseel danst.

Waar buiten de bomen fluisterden en de penseel danste,
stonden binnen veel objecten die geen penseel kennen
maar wel dezelfde reis maakten.
Gevormd door hun Indiase oorsprong,
ondergingen ze later een Chinese vertaling
en ontvingen in Tibet een actieve rol in de devotie.

Vandaag laat ik de laatste foto’s uit Zürich zien die ik maakte
in september 2025.
Mijn doel was de Shiva Nataraja van het Museum Rietberg
en hun Indiase en Chinese collectie.
Ik zag er nog veel meer zoals de bronzen uit Tibet
die hier gaan passeren als de laatste beelden van deze korte vakantie.
Het eerste is een beeld van de tantrisch boeddhistische godheid Achala.

DSC05674ZürichMuseumRietberg 01 AchalaTheImmovableTibet14th-15thCenturyCEKupferlegierungVergoldetSammlungBertiAschmannBA116
Zürich, Museum Rietberg, Achala, The Immovable, Tibet, 14th – 15th century CE, kupferlegierung, vergoldet, sammlung Berti Aschmann, BA 116.

Achala (in het Tibetaans Mi g.yo ba, in het Sanskriet Acala)
is een dharmapāla — een beschermer van de leer.
Zijn naam betekent de Onbewogen
— je zou ook kunnen zeggen: de Standvastige, de Onwrikbare, de Rots.

DSC05674ZürichMuseumRietberg 02 AchalaTheImmovableTibet14th-15thCenturyCEKupferlegierungVergoldetSammlungBertiAschmannBA116 Zwaard
Zwaard.

Maar zijn houding is allesbehalve statisch:
hij belichaamt de paradox van onbeweeglijkheid in actie.

DSC05674ZürichMuseumRietberg 03 AchalaTheImmovableTibet14th-15thCenturyCEKupferlegierungVergoldetSammlungBertiAschmannBA116 LassoEnKnie
Lasso en knie.

Eén knie rust op de grond, het lichaam helt voorover,
het zwaard geheven om onwetendheid te doorboren.
In zijn linkerhand houdt hij de lasso waarmee hij de krachten van de geest temt.
Rond zijn heupen hangt een leeuwenhuid, symbool van getemde kracht.
De sierlijke lijnen van haarlokken, sierbanden en lasso vormen samen
een ritme dat door het hele beeld loopt
— alsof de energie van de strijd niet buiten hem woedt,
maar in het brons zelf pulseert.

DSC05674ZürichMuseumRietberg 04 AchalaTheImmovableTibet14th-15thCenturyCEKupferlegierungVergoldetSammlungBertiAschmannBA116 Dierenhuid
De dierenhuid om de lendenen.

Ontwikkeling

De figuur van Achala heeft een lange reis afgelegd.
Hij ontstaat in India als tantrische beschermer (Acala),
een Wijsheidskoning die illusie en onwetendheid doorboort.
In China blijft zijn functie vrijwel onveranderd:
als Budong Mingwang is hij opnieuw een Wijsheidskoning,
een woeste maar compassievolle verdediger van de dharma.

DSC05676ZürichMuseumRietbergAchalaTheImmovableTibet14th-15thCenturyCEKupferlegierungVergoldetSammlungBertiAschmannBA116

Pas in Tibet krijgt hij als Mi g.yo ba een bredere en intensere rol.
Daar wordt hij niet alleen vereerd als dharmapāla,
maar ook actief ingezet in rituelen, meditatiepraktijken, amuletten en draagbare schrijnen.
Zijn functie wordt er niet anders, maar uitgebreider en centraler:
dezelfde Onbewogen Beschermer, maar met een grotere rituele aanwezigheid.
In al deze tradities blijft hij de paradox belichamen
van onbeweeglijke kracht
die juist door haar onverzettelijkheid in beweging komt.

DSC05677ZürichMuseumRietbergTravellingShrineTibetChinaSomeSammlungBertiAschmann
Travelling shrine, Tibet/China, some from the sammlung Berti Aschmann.

Slot


De reeks kleine draagbare schrijnen laat zien hoe de verering van tantrische godheden
ook buiten de tempel zijn plaats vond.
Elk huis, elke reiziger kon zo een eigen beschermende aanwezigheid meedragen.
Op de tafel in het museum stonden er vele — ik toon er slechts een paar.
De collectie metalen beelden uit Azië was veel uitgebreider dan ik liet zien;
ik koos enkel enkele hoofdmomenten.

Maar buiten scheen de zon uitbundig voor september.
Ik ben nog even gaan wandelen;
het leek alsof het licht van de beelden zich gewoon had verplaatst naar de dag zelf.


India 24/25: Delhi, dag 7 – Siri fort en Hauz Khas

– over een ochtend tussen stilte, omwegen en lokaal toerisme –

Op deze zaterdagmorgen ging ik op zoek naar Siri,
een van de historische stadscentra van Delhi.
Ik ging met de metro naar het station Hauz Khas.
Dat ligt ongeveer halverwege tussen Siri
en de Hauz Khas-bezienswaardigheden.
Die ochtend heb ik veel gelopen,
vooral over straten die eigenlijk niet bedoeld zijn voor voetgangers.
Net als de meeste straten in New Delhi.
Maar natuurlijk kun je overal langs de weg lopen
want er zijn miljoenen mensen die gebruik moeten maken
van bussen, metro en rickshaws.
Die moeten ook een deel van hun reis te voet afleggen.

Metrostation Hauz Khas ligt midden in een parklandschap.
Het was er opvallend rustig en stil.
Geen geuren van specerijen of vis, geen marktgeluiden.
Mooie woningen, brede straten, overal een auto voor de deur
die op zaterdagmorgen door personeel worden gewassen.

IMG_3445IndiaNewDelhiSiriHauzKhas
Een rustige woonwijk tegen Siri Fort met hier wel een stoep.

Restanten van Siri Fort heb ik die ochtend niet gevonden
en daarom ben ik rond de middag naar Hauz Khas gelopen.
Later werd me duidelijk dat er van Siri eigenlijk maar weinig over is:
alleen delen van de oude stadsmuren staan nog overeind.
Die zie je nu vooral als decor in de woonwijken,
tussen parken, sportvelden en moderne bebouwing.

Hauz Khas is een soort toeristische trekpleister binnen New Delhi.
Veel restaurants, modewinkels, souvenirwinkels,
een hertenkamp en een serie restanten van een madrasa (school),
een tombe en een tuin in de buurt van een groot waterreservoir.

In de middag ging ik weer terug naar Connaught Place.
Vandaar was het nog maximaal een half uur lopen naar het hotel.
Nog genoeg tijd voor andere indrukken van Delhi.

IMG_3449IndiaNewDelhiHauzKhasKaartje
DSC01512IndiaNewDelhiHauzKhas Txt
DSC01513IndiaNewDelhiHauzKhas
De archeologische vondsten liggen heel dicht tegen de huizen.
DSC01514IndiaNewDelhiHauzKhas
De luchtvervuiling blijft alle dagen in Delhi mijn medereiziger.
DSC01515IndiaNewDelhiHauzKhasFerozShahTomb
DSC01516IndiaNewDelhiHauzKhasFerozShahTomb Txt
DSC01517IndiaNewDelhiHauzKhasFerozShahTomb
DSC01518IndiaNewDelhiHauzKhasFerozShahTomb
DSC01519IndiaNewDelhiHauzKhasFerozShahTomb
DSC01520IndiaNewDelhiHauzKhasWesternWingOfTheMadrasa
DSC01521IndiaNewDelhiHauzKhasWesternWingOfTheMadrasa
IMG_3446IndiaNewDelhiHauzKhas
Hauz Khas is een naam die waarschijnlijk afgeleid is van het Perzisch waar het Koninklijk waterreservoir betekent.
DSC01522IndiaNewDelhiHauzKhasWesternWingOfTheMadrasa
DSC01523IndiaNewDelhiHauzKhasWesternWingOfTheMadrasa
IMG_3450IndiaNewDelhiHauzKhasWesternWingOfTheMadrasa
DSC01525IndiaNewDelhiHauzKhasWesternWingOfTheMadrasa
DSC01526IndiaNewDelhiHauzKhas
DSC01528IndiaNewDelhiHauzKhas
DSC01530IndiaNewDelhiHauzKhas
IMG_3451IndiaNewDelhiLevenOnderHetViaduct
Er wonen in Delhi ook mensen onder een viaduct.
IMG_3456IndiaNewDelhiKlantenlokkers
Ook in de buurt Paharganj worden klanten met spectakel de restaurants binnengelokt.
IMG_3457IndiaNewDelhiKlantenlokkers
IMG_3458IndiaNewDelhiErStaatEenPaardInDeStraat
Bij het hotel was het rustiger al stond er wel een paard in de straat.

Van Expressie naar Verfijning

Op deze rustige zondagmorgen,
niet te warm, heerlijke koele bries.
Ik luister op internet naar
Pandit Ravi Shankar – Morning Raga.

DSC05642 01 ZürichMuseumRietbergUrheberUnbekanntMalashriRaginiRagamala-serieIndiaRajasthanSirohi1630-1650RVI1863

Zürich, Museum Rietberg, Urheber unbekannt, Malashri ragini (part of a ragamala-serie), India, Rajasthan, Sirohi, 1630 – 1650, RVI 1863.


Malashri Ragini en de vroege Sirohi‑stijl (Algemeen)

Binnen de Ragamala‑traditie verschijnt Malashri Ragini
steevast als een figuur die rust, devotie en ingetogen concentratie belichaamt.
Zij is een van de vrouwelijke personificaties van muzikale modi,
en haar aanwezigheid wordt doorgaans verbonden
met een sfeer van verstilling:
een vrouw die een lamp draagt, een offer brengt,
of in de beslotenheid van een paviljoen in gebed verzonken zit.

In de zeventiende eeuw ontwikkelden de verschillende Rajput‑hoven
elk hun eigen beeldtaal voor deze Ragini,
maar de kern bleef herkenbaar:
een nachtelijke of schemerende setting,
een vrouwelijk figuur in verfijnde kleding,
en een architectonische omlijsting die de intimiteit van het moment versterkt.
De nadruk ligt minder op narratieve actie en meer op de innerlijke toestand
van de afgebeelde vrouw
— een stemming die de muzikale kwaliteit van de raga moet oproepen.

Wanneer zo’n voorstelling in de vroege Sirohi‑stijl wordt uitgevoerd,
zoals in een werk uit circa 1630–1650,
krijgt deze iconografie een heel eigen karakter.
Sirohi is een van de minst gedocumenteerde Rajput‑scholen,
en juist daarom vallen de werken uit deze periode op door hun zeldzaamheid.
De schilders uit Sirohi stonden in die tijd nog dicht bij de Mewar‑traditie,
wat zichtbaar is in de krachtige contourlijnen,
de heldere kleurvlakken en de hoekige, bijna gebeeldhouwde gezichtsprofielen.
Architectuur wordt vaak weergegeven als een strak, geometrisch kader
dat de scène ordent, terwijl de figuren een opvallende monumentaliteit hebben
ondanks hun kleine formaat.
De kleuren zijn intens maar niet overdadig;
rood, oker en diepblauw domineren,
en worden gebruikt om de emotionele lading van de Ragini te versterken.

In zo’n vroeg‑Sirohi‑context krijgt Malashri Ragini
een bijna sculpturale aanwezigheid.
Haar devotionele handeling
— het dragen van een lamp, het brengen van een offer, het zitten in meditatie —
wordt niet alleen een muzikale metafoor, maar ook een stilistisch statement.
De schilder benadrukt de sereniteit van het moment
door de compositie te vereenvoudigen en de figuur centraal te plaatsen,
vaak tegen een effen of ritmisch gestructureerde achtergrond.
Het resultaat is een beeld dat tegelijk ingetogen en intens is:
een Ragini die niet alleen een muzikale stemming verbeeldt,
maar ook de vroege identiteit van de Sirohi‑school zichtbaar maakt.

Tijd om eens naar het werk in Zürich van dichtbij te bekijken.

Er zitten twee vrouwen op een platform.
Ze bekijken en bespreken de lotus, die ieder één in de hand heeft.
Links van de zittende vrouwen kijkt een derde vrouw staande toe.
Wellicht is ze in beweging
en ondersteunt ze met het knippen van haar vingers het ritme.

DSC05642 02 ZürichMuseumRietbergUrheberUnbekanntMalashriRaginiRagamala-serieIndiaRajasthanSirohi1630-1650RVI1863

De meest rechtse vrouw zit op een kussen, met haar rug tegen een lage balustrade.
Alle drie dragen armbanden, kettingen en sieraden op het hoofd.
Alle drie dragen een dunne, doorzichtige sluier.
De vrouw rechts draagt een sieraad aan haar neus.

DSC05642 03 ZürichMuseumRietbergUrheberUnbekanntMalashriRaginiRagamala-serieIndiaRajasthanSirohi1630-1650RVI1863

De vrouwen zitten voor een paviljoen waarin tegen de achterwand
een bloemmotief als decoratie is aangebracht.
De lucht is donkerblauw zodat we kunnen aannemen dat het avond is.
Helemaal bovenaan verloopt de lucht naar een lichtere blauwtint,
alsof de hemel net nog een restje licht vasthoudt.
De staande vrouw staat voor een boom met een rijk bladerdak.
Tussen de boom en het paviljoen is een doek gespannen,
als een soort luifel die de scène beschut.
Of is het een symbolische afbakening van deze intieme ruimte?

DSC05642 04 ZürichMuseumRietbergUrheberUnbekanntMalashriRaginiRagamala-serieIndiaRajasthanSirohi1630-1650RVI1863DSC05643ZürichMuseumRietbergUrheberUnbekanntMalashriRaginiRagamala-serieIndiaRajasthanSirohi1630-1650RVI1863

Resoneren

De voorstelling sluit naadloos aan bij de klassieke beeldtaal van de Ragamala‑traditie.
De drie vrouwen, gehuld in verfijnde gewaden en transparante sluiers,
bewegen in een stille harmonie die de muzikale stemming van de raga oproept.
De lotusbloemen die zij vasthouden vormen het zachte middelpunt van hun aandacht,
terwijl de architectuur achter hen de scène als een intieme nis omlijst.
De diepe, avondlijke hemel en de heldere kleuren — rood, geel en blauw —
versterken de sfeer van verstilling en concentratie.
Alles in het beeld lijkt in een rustige cadans te staan:
de gebaren van de handen, de ritmische houding van de staande vrouw,
de herhaling van vormen en kleuren.
Het is een compositie die niet alleen een moment toont,
maar een stemming laat resoneren.


DSC05644 01 ZürichMuseumRietbergRuknuddinCa1650-1697SignedVishnuMitLakshmiUmgebenVonDienerinnenIndiaRajasthanBikanerDatiert1678RVI1854

Ruknuddin (active between 1650 – 1697), signed, Vishnu mit Lakshmi umgeben von dienerinnen, India, Rajasthan, Bikaner, datiert 1678, RVI 1854.


Rajput‑schilders

Rajput‑schilders waren hofkunstenaars die tussen de 16e en 19e eeuw
werkten in de Noord‑Indiase vorstendommen van de Rajput‑heersers.
Zij ontwikkelden een herkenbare schildertraditie
met heldere kleuren, ritmische composities
en een sterke aandacht voor devotie, emotie en hofleven.
Hun werk ontstond in ateliers waar kennis van vader op zoon werd doorgegeven,
vaak in nauwe wisselwerking met de Mughal‑stijl
maar met behoud van een eigen esthetiek.
De meeste Rajput‑schilders bleven anoniem,
waardoor een gesigneerde meester als Ruknuddin uitzonderlijk waardevol is
voor het begrijpen van deze traditie.

Ruknuddin

Ruknuddin is een van de zeldzame Rajput‑schilders
van wie we niet alleen de naam kennen,
maar ook een reeks gesigneerde en gedateerde werken.
Hij werkte aan het hof van Bikaner in de tweede helft van de zeventiende eeuw,
in een omgeving waar Mughal‑invloeden en lokale tradities samensmolten
tot een uitzonderlijk verfijnde schilderstijl.
Zijn hand is onmiddellijk herkenbaar aan de precieze, bijna draadfijne lijnvoering,
de subtiele modellering van gezichten en de elegante, Mughal‑achtige behandeling
van textiel en ornament.
Opvallend is dat het Rietberg‑werk uit 1678 nét buiten de periode valt
die het museum zelf als zijn actieve jaren opgeeft
— een aanwijzing dat die datering eerder voorzichtig dan definitief is,
en dat zijn carrière waarschijnlijk iets ruimer moet worden gedacht.
Juist zulke gesigneerde en gedateerde miniaturen maken Ruknuddin
tot een sleutelpersoon in de reconstructie van de Bikaner‑school:
een kunstenaar met een duidelijk handschrift, een eigen verfijning
en een zeldzame mate van historische zichtbaarheid.

Vishnu

Vishnu is herkenbaar aan zijn vier attributen,
waarvan er in deze voorstelling drie duidelijk zichtbaar zijn.

In zijn onderste rechterhand houdt hij de schelp (śaṅkha),
symbool van de oerklank waaruit de wereld ontstaat.

DSC05644 02 ZürichMuseumRietbergRuknuddinCa1650-1697SignedVishnuMitLakshmiUmgebenVonDienerinnenIndiaRajasthanBikanerDatiert1678RVI1854

Boven de hand erboven zweeft de cakra, de gouden discus die in Bikaner‑miniaturen vaak als een bijna gewichtloze ring boven de vingers wordt weergegeven.

In zijn bovenste linkerhand draagt hij de gadā, de ceremoniële knots
die kracht en bescherming verbeeldt.

DSC05644 03 ZürichMuseumRietbergRuknuddinCa1650-1697SignedVishnuMitLakshmiUmgebenVonDienerinnenIndiaRajasthanBikanerDatiert1678RVI1854

Zijn onderste linkerarm rust om Lakshmi heen, waardoor het vierde attribuut
— de lotus —
hier niet zichtbaar is, maar wel impliciet aanwezig blijft in de iconografie.

Interactie en details

Persoonlijk vind ik twee details in dit werk erg mooi:

  • de details van het paviljoen waar Vishnu en Lakshmi voorzitten
    — de ingelegde bloemen en de ondiepe nissen in het marmer die zo passen bij India —

DSC05644 04 ZürichMuseumRietbergRuknuddinCa1650-1697SignedVishnuMitLakshmiUmgebenVonDienerinnenIndiaRajasthanBikanerDatiert1678RVI1854

  • de interactie tussen de bediendes, de verschillende voorwerpen die ze aandragen
    en de verschillende designs van hun sari’s.

DSC05644 05 ZürichMuseumRietbergRuknuddinCa1650-1697SignedVishnuMitLakshmiUmgebenVonDienerinnenIndiaRajasthanBikanerDatiert1678RVI1854

Deze schilder is hard op weg een fotograaf te worden.


India 24/25: Delhi, dag 6 – Isa Khan’s tuingraf

— over een ontwikkeling die gaat tot aan de Taj Mahal —

In het National Museum maakte ik nog een paar foto’s
die hun weg naar mijn blog nog niet gevonden hebben.
Sommige van de voorwerpen op die laatste foto’s
zijn toch onderdeel van de Stein collectie.
Alleen loop ik tegen problemen aan bij het juist duiden van de objecten.
Eigenlijk is dat al begonnen met de Pelgrimsfles
en het doet zich nu opnieuw voor bij een terracottabeeldje van
een aap die een kom op zijn hoofd draagt.

DSC01404IndiaNewDelhiNationalMuseumMonkeyCarryingABowlKhotan4th-5thCenturyCETerracotta16x10x4CmAcc.No.Har.016

India, New Delhi, National Museum, Monkey carrying a bowl, Khotan, 4th – 5th century CE, terracotta, 16 x 10 x 4 cm. Acc.No. Har.016. Dit is het beeldje waar ik naar verwijs hierboven. Tot nu toe heb ik Acc.No. Har.016 niet kunnen herleiden naar een nummer zoals dat door Stein is toegewezen. Maar ik kom hier nog op terug.

DSC01405IndiaNewDelhiNationalMuseumMonkeyCarryingABowlKhotan4th-5thCenturyCETerracotta16x10x4CmAcc.No.Har.016


Toen ik op zoek ging naar informatie over het aapje in Serindia
vond ik veel aapjes (of fragmenten ervan)
tussen de Yotkan-vondsten en aankopen.
Maar dit specifieke aapje niet.
Op internet vond ik een blogbericht uit 2011 over het voorwerp
met een tekst die een andere richting in ging dan mijn onderzoek.
Ik heb contact opgenomen met de maker van de blog
die meteen bereid was mij te helpen.
Maar zijn onderzoek dateert al van 15 jaar geleden.
Hij wees me naar een andere site met veel informatie
en die moet ik nog onderzoeken:
Tot ik mijn conclusies kan trekken vervolg ik hier mijn reisverslag.

Dag 6. Nog steeds in New Delhi. Het is 22 november 2024.
De luchtvervuiling is nog steeds enorm.
Als de zon feller straalt lijkt het minder te worden.
Op deze dag bezocht ik Humayun’s tomb en Purana Qila.

Wie was Humayun?

Humayun (1508–1556) was de tweede Mogolkeizer,
zoon en opvolger van Babur, de stichter van de Mogoldynastie.
Hij regeerde twee keer:
van 1530–1540 en opnieuw van 1555–1556, nadat hij
zijn rijk tijdelijk had verloren aan Sher Shah Suri.
Zijn regering was instabiel, maar zijn terugkeer uit Perzië
bracht een beslissende culturele verschuiving:
Perzische kunst, architectuur en hofcultuur
werden vanaf zijn tijd bepalend voor het Mogolrijk.

Humayun stierf in 1556 na een val van de trap van zijn bibliotheek
in Purana Qila — ironisch genoeg een plek die ik diezelfde dag ook bezoek.

Wat is zijn betekenis?

Hoewel Humayun zelf geen groot veroveraar was,
ligt zijn historische betekenis vooral in:

  • Het veiligstellen van de dynastie:
    zijn herovering van Delhi in 1555 maakte de weg vrij
    voor zijn zoon Akbar, de grootste Mogolkeizer.
  • De Perzische invloed:
    zijn jaren in ballingschap in Iran brachten
    Perzische architecten, kunstenaars en manuscripten naar India
    — een invloed die later culmineerde in de Taj Mahal.
  • De overgangsfiguur:
    hij verbindt de ruwe beginfase van het rijk onder Babur
    met de bloeiperiode onder Akbar.

Wat is de betekenis van Humayun’s Tomb?

Humayun’s Tomb (gebouwd 1565–1572) is het eerste grote tuingraf
op het Indiase subcontinent en het eerste monumentale Mogolgraf.
Het werd gebouwd in opdracht van zijn vrouw Bega Begum
door Perzische architecten.

De betekenis van het graf:

  • Architectonische mijlpaal:
    het introduceert de charbagh‑tuin (vierdelige paradijstuin) in India
    en het grootschalige gebruik van rood zandsteen.
  • Voorloper van de Taj Mahal:
    het graf vormde het prototype voor latere Mogol‑mausolea,
    met als hoogtepunt de Taj Mahal.
    UNESCO noemt het het eerste grote dynastieke mausoleum van de Mogols.
  • Dynastieke necropool:
    meer dan 150 leden van de Mogolfamilie liggen er begraven.
  • Spirituele ligging:
    het staat vlak bij de dargah (mausoleum) van de soefi‑heilige
    Nizamuddin Auliya,
    een plek die Mogolheersers als bijzonder gunstig beschouwden.

Wie was Isa Khan Niyazi?

Isa Khan was een Pashtun‑edelman (Pashtun is een etnische groep
uit Afghanistan en het noordwesten van Pakistan)
en een van de belangrijkste hovelingen onder Sher Shah Suri,
de heerser die Humayun tijdelijk van de troon verdreef.
Isa is de naam van de persoon, Khan is zijn titel (heer) en
Niyazi is de naam van de clan waartoe hij behoorde.

Zijn graf is dus ouder dan Humayun’s Tomb (ca. 1547 vs. 1565–1572).

Het is een prachtig voorbeeld van voor‑Mogol architectuur, met een achthoekige vorm, blauwe tegels en een ommuurde tuin.

Waarom is zijn graf belangrijk?

  • Het is een van de vroegste tuingraf‑complexen in Delhi.
  • Het laat zien hoe de charbagh‑traditie
    al vóór de Mogols in ontwikkeling was.
  • Het vormt een architectonische voorloper van Humayun’s Tomb,
    maar met een heel andere stijl:
    meer Afghaans‑Lodhi dan Perzisch‑Mogol.

DSC01416IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTomb

Isa Khan Niyazi’s garden tomb in de luchtvervuiling.


DSC01417IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTombDSC01418IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTombDSC01419IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTombDSC01420IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTombDSC01421IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTombDSC01422IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTombDSC01423IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTombDSC01424IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTombDSC01425IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTombDSC01426IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTombDSC01427IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTombDSC01428IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTombDSC01429IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTombDSC01431IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTombDSC01432IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTombDSC01433IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTombDSC01435IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTomb

De moskee bij het grafmonument.


DSC01436IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTombDSC01437IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTomb


India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XXXIX

– over hoe het ritme van de mandorla blijft, zelfs waar de schildering zichzelf verliest –

Dan sta je plots voor een schildering die eigenlijk behoorlijk beschdigd is.
Delen zijn er niet meer.
Maar dat aureool is zo prachtig, de mandorla is dan weer heel anders
maar niet minder schitterend.

DSC01380IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnSilk112x75CmAccNoCh-xlvi-0014Detail

De aureool heeft groene en witte engelenvleugels.
Gestyleerd, maar toch.
In boeken lees je misschien over ‘flame scrolls’ of ‘cloud scrolls’.
De naam maakt mij niet zo uit.
Het is gewoon schitterend.

De mandorla, die grotere ovaal achter het lichaam van Avalokiteshvare
bestaat uit meerdere lagen, schillen bijna.
In een van die lagen zie je gekantelde vierkanten met daarin groene vormen
met in het centrum een rode punt.
Alles trilt bijna van energie.
De vierkanten worden afgewisseld door bloem- of bladvormen.
Vergelijk dat eens met de manier waarop de lokapala en kleinere bodhisattva er uit zien.
Die zijn niet lelijk maar de centrale figuur zindert.

DSC01381 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnSilk112x75CmAccNoCh-xlvi-0014Detail

DSC01381IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnSilk112x75CmAccNoCh-xlvi-0014

Dit is het hele werk: India, New Delhi, National Museum, Bodhisattva Avalokiteshvara, Dunhuang, 8th – 10th century CE, painting on silk, 112 x 75 cm. Acc.No. Ch.xlvi.0014.


Aurel Stein beschreef dit werk in 1907 toen hij het menam uit Dunhuang.
Op pagina 1048 en 1049 van Serindia kun je lezen wat hij zag:

SerindiaVol2Pag1048 01SerindiaVol2Pag1048 02SerindiaVol2Pag1048 03SerindiaVol2Pag1049 01

Serindia, Vol. 2, p. 1048

Ch. xlvi. 0014. Silk painting representing Two-armed Avalokiteshvara (Kuan-yin), seated, with attendants and donors; a simplified form of *Ch. 00102 (q.v.). Border lost and painting broken about lower end, but otherwise in fair condition. Avalokiteshvara sits with legs interlocked on variegated lotus behind large altar; right hand at breast in vitarka-mudra, a spray of willow held between finger and thumb; from left hand below hangs flask. Dhyani-buddha does not appear on his tiara. Figure, dress, ornaments, halo, vesica, and canopy are treated generally as in *Ch. 00102, but Bodhisattva’s hair is light blue, his eyes slightly oblique; he has a small rippling moustache and imperial, and his flesh is painted glowing pink outlined and shaded with light red. The attendants consist of two Lokapalas and two small Bodhisattvas seated below, facing spectator, with hands in adoration; head and shoulders only of Kings are visible. Heads are of ferocious type, and wear heavy tiaras and accoutrement as in Lokapalas of banners (see Ch. xliv. 007). Bodhisattvas treated like central figure. The only unusual feature of picture occurs in two infant boys, who stand on lotuses at either end of altar with hands in adoration. These, perhaps, represent the Good and the Evil Genius, who take the form of young men in Ch. lvii. 004. This is the more probable as infant on right has a squint and broken nose, and is evidently intended to represent wickedness in some form or other. They must also, however, have some connexion with the plump and the ugly monk in Ch. 00102. They have short black hair, are unhaloed, and wear red shoes, short red tunics leaving arms and legs bare, and narrow olive-green stoles. Colouring as a whole consists chiefly of orange-red, dark green, and some slate-blue, white, grey, and dark pink on ornamental Padmasana, halo and vesica. Workmanship coarse. Dedicatory panel is uninscribed. Donors kneeling on either side consist of two men and boy on left, two monks (?) and woman on right. Men and woman wear same style of dress generally as in *Ch. 00102; except that foremost man’s hat is in form of black dome-shaped cap with stiff upturned brim standing up close around it (see also Ch. xx. 005), and woman’s head-dress consists only of frontal ornament and pins without flowers and leaves. Boy is bare-headed, his hair done in side-knot fashion seen in Ch. 00224; his dress otherwise same as men’s. The two ‘monks’ on right may be nuns; they resemble the probable nuns of Ch. 00124 in dress and appearance, and this would account the more easily for their being placed on—

Serindia, Vol. 2, p. 1049

—same side of picture as woman donor, and in precedence of her. Complexion of all three alike painted here a uniform pinkish white, but without red on cheeks; while men’s is a darker flesh-colour. Blank cartouche for inscription placed before each figure except boy. 2′ 10″ × 1′ 9½”.

In de vertaling naar het Nederlands wordt dat dan:

Serindia, deel 2, p. 1048

Zijdeschildering die de twee-armige Avalokiteshvara (Kuan-yin) voorstelt,
gezeten, met begeleidende figuren en schenkers; een vereenvoudigde vorm van Ch. 00102.
De rand is verloren gegaan en het schilderij is aan de onderzijde beschadigd,
maar verkeert verder in redelijke staat.

Avalokiteshvara zit met gekruiste benen op een bontgekleurde lotus
achter een groot altaar;
zijn rechterhand bevindt zich bij de borst in de vitarka‑mudra,
waarbij hij een twijgje wilg tussen duim en vinger houdt;
aan de linkerhand hangt een flesje.
Een Dhyani‑Boeddha verschijnt niet op zijn tiara.

Figuur, kleding, ornamenten, nimbus, mandorla en baldakijn zijn in grote lijnen
behandeld zoals in Ch. 00102, maar het haar van de Bodhisattva is lichtblauw,
zijn ogen licht schuin geplaatst; hij heeft een kleine golvende snor
en een keizerlijk baardje, en zijn huid is geschilderd in een warme roze tint,
omlijnd en gearceerd met lichtrood.

De begeleidende figuren bestaan uit twee Lokapalas en twee kleine Bodhisattva’s
die onderaan zitten, naar de toeschouwer gericht, met de handen in aanbidding;
van de koningen zijn slechts hoofd en schouders zichtbaar.
De hoofden hebben een woest type en dragen zware tiara’s en uitrusting
zoals de Lokapalas op de banieren (zie Ch. xliv. 007).
De Bodhisattva’s zijn behandeld als de centrale figuur.

Het enige ongebruikelijke element in de voorstelling zijn twee jongetjes
die op lotussen staan aan weerszijden van het altaar, met de handen in aanbidding.
Mogelijk stellen zij het Goede en het Kwade Genie voor,
die in Ch. lvii. 004 de gedaante van jongemannen aannemen.
Dit is des te waarschijnlijker omdat het jongetje rechts een half dichtgeknepen,
sluwe blik heeft en een gebroken neus,
en kennelijk bedoeld is als verbeelding van slechtheid in een of andere vorm.
Zij moeten echter ook een verband hebben met de mollige
en de lelijke monnik in Ch. 00102.
Zij hebben kort zwart haar, geen nimbus, en dragen rode schoenen, korte rode tunieken
die armen en benen onbedekt laten, en smalle olijfgroene stola’s.

De kleuring bestaat overwegend uit oranjerood, donkergroen,
en daarnaast leiblauw, wit, grijs en donkerroze
op de versierde lotustroon, nimbus en mandorla.
Het vakmanschap is grof.

Het dedicatiepaneel is onbeschreven.
De knielende schenkers aan weerszijden bestaan uit twee mannen en een jongen links,
en twee monniken (?) en een vrouw rechts.
De mannen en de vrouw dragen in grote lijnen dezelfde kleding als in Ch. 00102;
behalve dat de hoed van de voorste man een zwarte koepelvormige kap is
met een stijve, opstaande rand die er strak omheen staat (zie ook Ch. xx. 005),
en dat het hoofdtooisel van de vrouw slechts bestaat uit een voorhoofdsornament en spelden,
zonder bloemen of bladeren.
De jongen is blootshoofds, zijn haar in een zijdelingse knot zoals te zien in Ch. 00224;
zijn kleding is verder gelijk aan die van de mannen.
De twee ‘monniken’ rechts kunnen nonnen zijn;
zij lijken in kleding en uiterlijk op de vermoedelijke nonnen van Ch. 00124,
wat hun plaatsing aan dezelfde zijde als de vrouwelijke schenker begrijpelijker maakt—

Serindia, deel 2, p. 1049

—en zelfs in rang vóór haar.
De huidskleur van alle drie is hier gelijkmatig rozeachtig wit geschilderd,
maar zonder rood op de wangen;
die van de mannen is donkerder vleeskleurig.
Voor elke figuur, behalve de jongen, is een leeg cartouche voor een inscriptie geplaatst.
Afmetingen: 2 voet 10 inch × 1 voet 9½ inch.


Bij het vergelijken van Stein’s beschrijving met de huidige staat van de schildering
merk ik dat niet alle door hem genoemde details nog zichtbaar zijn op mijn foto’s.
Met name in de rechter donorzone zijn figuren en contouren zo zwaar beschadigd
dat voor mij, slechts één persoon nog herkenbaar is.
Het is daarom goed mogelijk dat Stein in 1907 een completer en minder beschadigd werk voor zich had,
waardoor hij elementen kon onderscheiden die inmiddels verloren zijn gegaan.
Zijn tekst blijft daarmee een waardevolle historische bron,
maar niet alles is vandaag nog visueel te verifiëren.
Dan is India ineens heel ver weg…


India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XXXII

– over Avalokiteśvara op textiel, een figuur in transparantie –

DSC01358 01 IndiaNewDelhiNationalMuseumSeatedAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnSilk92x71CmAccNoCh-00157

India, New Delhi, National Museum, Seated Avalokiteshvara, Dunhuang, 8 th – 10th century CE, painting on silk, 92 x 71 cm. Acc.No. Ch.00157.


De tijd maakte het tot een donker doek.
Vandaag, gedragen door licht dat vanachter de stof schijnt,
kijken we opnieuw naar Avalokiteśvara.

We volgen de figuur van boven naar beneden
en laten onze blik daarna nog even dwalen langs de randen.
Kijk mee — en als je iets herkent of weet
over de linkerkant, de standaard of de lotustroon,
deel het dan met mij.

Baldakijn

Boven Avalokiteśvara hangt een goed bewaard baldakijn
met een helderblauwe bovenstrook
en daaronder brede, warm-oranje plooien
die in bogen naar beneden hangen.
De contouren zijn scherp;
franjes of patronen zijn niet zichtbaar.
De kleuren zijn hier uitzonderlijk sterk bewaard.

DSC01358 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumSeatedAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnSilk92x71CmAccNoCh-00157 CanopyAureoolHaloAmitabha

Het blauwe driebladige element

Onder het baldakijn, maar boven Amitābha,
staat een helderblauw, driebladig element
met een donkerder centraal motief.
Het staat optisch boven de kroon,
maar zonder zichtbaar contactpunt.
Het is niet te bepalen of het element
op de kroon rust of er los boven hangt.

De brede mandorla van Amitābha

Amitābha wordt omgeven door een breed, lichtkleurig mandorla‑vlak
dat veel breder is dan zijn figuur.
De vorm is zacht door pigmentvervaging.
Gedeeltelijk binnen dit vlak ligt een kleine halo achter zijn hoofd,
zichtbaar als een donkere cirkel die deels overlapt met de mandorla
en deels tegen de binnenrand ervan aan ligt.

Amitābha op het hoofd van Avalokiteśvara

Amitābha zit op het hoofd van Avalokiteśvara,
op een kleine lotus die precies op de plek staat
waar ook de kroon is aangebracht.
De kroon bevindt zich dus achter en onder zijn mandorla.
Amitābha vormt het eerste, voorste bekroningselement van de kroon.

De kroon van Avalokiteśvara

De kroon bestaat uit verticale panelen
waarvan de contouren nog zichtbaar zijn,
en bevat bovendien geknoopte linten
die deel uitmaken van de kroonconstructie.
Aan de rechterkant waaiert één van deze linten duidelijk naar buiten,
in een korte, horizontale beweging.
Deze linten zijn kleiner en stijver dan de grote schouderlinten
en horen duidelijk bij de kroon zelf.
Maar van het meeste van die linten rest alleen de tekening nog.

DSC01358 04 IndiaNewDelhiNationalMuseumSeatedAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnSilk92x71CmAccNoCh-00157 SlingerendeStroken

Het bovenlichaam met sieraden en bloemmotieven

Het bovenlichaam van Avalokiteśvara is slank en rechtop,
met een smalle taille.
Ondanks pigmentverlies zijn de sieraden en patronen goed herkenbaar:

  • een borstsieraad met een centrale vorm en afhangende elementen
  • kralensnoeren die over de borst lopen
  • kleine bloemrozetten of bloemachtige patronen op de borst en mogelijk op de bovenarmen

Deze ornamentiek vormt een verfijnde decoratieve zone
die visueel aansluit bij de kralensnoeren op de tailleband.

DSC01358 05 IndiaNewDelhiNationalMuseumSeatedAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnSilk92x71CmAccNoCh-00157 Bloemmotieven

De tailleband en de bovenrand van de dhoti

Rond de taille ligt een lichte, brede rand die over de rode dhoti valt
– de traditionele Indiase wikkelrok of wikkeldoek, gedragen door mannen.
De oorspronkelijke kleur is niet meer te bepalen,
maar de structuur is duidelijk.
Op deze tailleband liggen kralensnoeren met knopvormige elementen
die eruitzien als kleine bloemen of rozetten.
De tailleband vormt een overgangszone tussen
de sieraden op het bovenlichaam
en de decoratie van de dhoti.

De rode dhoti

De dhoti bestaat uit rode stof met brede, ritmische plooien.
Op de stof zelf zijn geen decoraties aangebracht.
De val van de stof bedekt de onderbenen grotendeels.

De zithouding en de voeten

Avalokiteśvara zit in kleermakerszit,
maar de voeten zijn frontaal weergegeven, conform de iconografie.
De voetzolen zijn naar de toeschouwer gericht,
met kleine, afgeronde tenen bovenaan.
De voeten liggen tegen elkaar en vormen samen
– met de lichte rand van de stof –
een centrale rozet boven de lotus.
Deze niet‑anatomische weergave is typisch voor Dunhuang‑schilderingen.

DSC01358 06 IndiaNewDelhiNationalMuseumSeatedAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnSilk92x71CmAccNoCh-00157 ZitOpLotusVraagteken

De lotustroon

Onder de voeten ligt de bovenste krans van de lotus.
Links zijn de bladen nog duidelijk zichtbaar, met middennerf en contour;
in het midden en rechts is de lotus grotendeels verdwenen.

DSC01358 03 IndiaNewDelhiNationalMuseumSeatedAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnSilk92x71CmAccNoCh-00157 WaaierVraagteken

De standaard rechts

Rechts van Avalokiteśvara staat een rituele standaard
met een verticale staf met hangende linten en, een ovaal bovenstuk.
De contouren zijn goed zichtbaar en de ovaal
lijkt wel ingekleurd met zilver.
Maar dat is waarschijnlijk het effect van het licht.

Randmotieven langs drie zijden

Langs de linker-, rechter- en bovenrand van het fragment
zijn wolk‑ of bloemachtige vormen zichtbaar:
afgeronde, lobvormige contouren in lichte, verbleekte tinten.
Ze vormen een decoratieve randzone rond de centrale figuur.
Aan de onderrand ontbreken deze motieven,
mogelijk doordat het fragment daar niet volledig bewaard is
of omdat de lotus en voeten de volledige onderrand innemen.
Deze randmotieven komen vaker voor in Dunhuang‑schilderingen,
maar maken geen deel uit van de iconografie van Avalokiteśvara zelf.

De lichtbak als manier van tonen

De schildering wordt gepresenteerd op een lichtbak,
een methode die musea gebruiken om dunne, kwetsbare textiele fragmenten
goed zichtbaar te maken.
Door het object van achteren te verlichten blijft het fragment leesbaar,
ook wanneer de zaalverlichting laag wordt gehouden
om het materiaal te ontzien.
Verbleekte pigmenten en slijtagezones worden duidelijker zichtbaar
en contourlijnen en ondertekeningen komen helderder naar voren.

Wat de lichtbak met het beeld doet

De achterverlichting verandert de visuele werking van de schildering:
dunne pigmentlagen worden transparant

  • dikke pigmentlagen blijven helder en verzadigd
  • contourlijnen worden dominant
  • de grote linten lijken los te komen van het lichaam
  • Amitābha’s mandorla wordt zachter en lichter
  • het blauwe driebladige element blijft krachtig aanwezig
  • de geknoopte linten van de kroon worden verrassend goed leesbaar

Het resultaat is een beeld dat tegelijk materieel kwetsbaar
en grafisch helder is:
een combinatie van oorspronkelijke schildering
en de transparantie van de textiele drager.

DSC01359IndiaNewDelhiNationalMuseumSeatedAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnSilk92x71CmAccNoCh-00157 Txt

Avalokiteshvara is dressed in Indian costume and wears a tiara with Amitabha Buddha seated within. A circular aureola and halo are seen, above which hangs a decorated canopy.


DSC01360IndiaNewDelhiNationalMuseumDisplaysForBannersAndTextiles

Beeld van de zaalopstelling in het National Museum waarop goed te zien is hoe het licht van achter de objecten komt en dat het zaallicht daardoor beperkt is.


India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XXIV

– over kijken naar mededogen op golvend ramie –

DSC01340 01 IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraBannerDunhuang9th-10thCenturyCEPaintedOnRamieAccNiChlxiv-001

India, New Delhi, National Museum, Avalokiteshvara Banner, Dunhuang, 9th – 10th century CE, painted on ramie. Acc.Nr. Ch.lxiv.001.


Mijn observatie:

Soms zitten er in deze reeks over het Nationaal Museum
afbeeldingen tussen die je als ‘aandoenlijk’ kunt omschrijven.
Dat klinkt misschien wat oneerbiedig.
Maar zo is het niet bedoeld.

Kijk eens naar deze bodhisattva Avalokiteshvara-banier.
Het hoofd ziet er goed uit.
Een beetje generiek.
Maar dat is zo bij de meeste boeddhistische voorstellingen.

DSC01340 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraBannerDunhuang9th-10thCenturyCEPaintedOnRamieAccNiChlxiv-001

Het zijn vooral de houding, de stand van de handen,
de kleding, de attributen en de enscenering
die betekenis geven aan een boeddhistische voorstelling,
niet de gelaatstrekken van de figuren.

DSC01340 03 IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraBannerDunhuang9th-10thCenturyCEPaintedOnRamieAccNiChlxiv-001DSC01340 04 IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraBannerDunhuang9th-10thCenturyCEPaintedOnRamieAccNiChlxiv-001

Kijk eens hoe de vingers geschilderd zijn.
Ze lijken wel te golven.
Of de voeten.
Voor hele korte schoentjes.
Met tenen die zich niet schikken naar maat of volgorde.

DSC01340 05 IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraBannerDunhuang9th-10thCenturyCEPaintedOnRamieAccNiChlxiv-001DSC01340 06 IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraBannerDunhuang9th-10thCenturyCEPaintedOnRamieAccNiChlxiv-001

Kijk nog eens naar de Boeddha,
helemaal bovenaan de banier.
Meer een icoon dan een persoonlijkheid.
Aandoenlijk toch?


Ramie

Ramie is een van de oudste plantaardige vezels ter wereld:
een bastvezel uit de stengel van een netelachtige plant
die al duizenden jaren in China, India en Egypte wordt gebruikt.
Het is een glanzende, bijna zijdeachtige vezel, opvallend wit van nature,
en zo sterk dat het zelfs in natte toestand nog sterker wordt.
Toch is ramie nooit zo alomtegenwoordig geworden als katoen of zijde.
Niet omdat de plant zeldzaam is
— ze kan meerdere keren per jaar geoogst worden —
maar omdat de verwerking arbeidsintensief en kostbaar is.
De vezels zitten stevig vast in de bast en moesten in de tijd van Dunhuang
door langdurig weken in water worden ‘ontgomd’
voordat ze tot draad konden worden gesponnen.
Dat maakt ramie historisch gezien een luxevezel
die vooral in specifieke regio’s en toepassingen werd gebruikt,
van Chinese kleding tot Egyptische mummiewindsels.
In vergelijking met zijde of hennep heeft ramie een eigen karakter.
Ze deelt met zijde een natuurlijke glans,
maar mist de soepelheid en elasticiteit van echte zijden draden.
Met hennep heeft ze de baststructuur gemeen,
maar ramie is fijner, witter en sterker
— bijna twee keer zo sterk als vlas en veel sterker dan katoen.

Ramie werd in Dunhuang vooral gebruikt voor banners en rituele textielen,
maar minder vaak dan zijde.
Daardoor — én door de gevoeligheid van deze lichte stoffen
voor vocht en veroudering —
zijn ramie‑objecten in museale collecties
zoals die van het Nationaal Museum
relatief zeldzaam.

Driehoek

Hoewel de driehoekige top ook voorkomt
bij memorial banners en sutra wrappers,
wijst de combinatie van verticale compositie,
centrale bodhisattva en de Boeddha bovenaan in deze banner
eerder op gebruik als tempelhanger
— vandaar de suggestie in de zaaltekst.

Avalokiteśvara ?

Het is niet zo dat men Avalokiteśvara “bedenkt”
omdat bepaalde kenmerken ontbreken;
de identificatie ontstaat juist door een combinatie van wat wél aanwezig is
en wat níet past bij andere bodhisattva’s.

De lotusbasis, de kroon, de aureool en de verticale hiërarchie
met een Boeddha bovenaan
sluiten nauw aan bij de manier
waarop Avalokiteśvara in Dunhuang doorgaans wordt afgebeeld.
Tegelijkertijd ontbreken de specifieke attributen
die andere bodhisattva’s onmiddellijk herkenbaar zouden maken
— zoals het zwaard of boek van Mañjuśrī,
de stupa van Maitreya,
of de vajra van Vajrapāṇi.
Zo ontstaat een iconografisch profiel dat niet toevallig,
maar vrij consistent naar Avalokiteśvara wijst.


DSC01341IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraBannerDunhuang9th-10thCenturyCEPaintedOnRamieAccNiChlxiv-001 txt

Zaaltekst: This painting shows a Bodhisattva standing on lotus, with the right hand hanging down and left placed at chest. The presence of triangular headpiece is suggestive of the banner being used as a temple hanging.


Ook op de Rietberg kom je boomnimfen tegen

– Over yakshi, Mathura‑stijl en de kunst van het kijken –

Twee beelden van steen,
elk met een natuurgeest als enige onderwerp.
Yakshi verschijnen vaker op reliëfs
— pas nog in een blogbericht als helpers van de Boeddha,
die hem en zijn paard zachtjes van de grond tilden.
Maar hier staan ze alleen.

Het mooie van deze beelden is het materiaal
waarin ze gemaakt zijn.
Zandsteen geeft vaak een warme en zachte uitstraling.
Het Mathura‑zandsteen heeft een warme gloed
— soms roze, soms honingkleurig —
die de figuur een zachte aanwezigheid geeft.
Haast liefkozend.

Omdat beide reliëfs Yakshi als onderwerp hebben,
komen er vragen naar boven die ik anders
niet zo snel zou stellen:

De vorm van het hoofddeksel — is dat standaard?
Is er een iconografie voor Yakshi?
En die zwierige sjerp om haar middel — leeft de maker zich daar uit?”

En hoe zit het met de haardracht of het hoofddeksel van het tweede reliëf?
Zijn Yakshi altijd vrouwen?
Wat een prachtig uitbundige bundel lotusbloemen boven haar hoofd. Waarom?
Zie je die lotus in haar hand?

Het zijn deze en nog meer vragen waarop ik hieronder
ga proberen antwoord te geven.
Maar eerst de twee beelden.

DSC05425ZürichMuseumRietbergYakshiIndienUttarPradeshMathura1st2ndCCESandstein

Zürich, Museum Rietberg, Yakshi, Indien, Uttar Pradesh, Mathura, 1st – 2nd century CE, sandstein.

DSC05427ZürichMuseumRietbergYakshiIndienUttarPradeshMathura1st2ndCCESandstein


DSC05428ZürichMuseumRietbergYakshiIndienUttarPradeshMathura2ndCCESandstein2005-14

Zürich, Museum Rietberg, Yakshi, Indien, Uttar Pradesh, Mathura, 2nd century CE, sandstein, 2005.14.


De volgende tabel plaatst de yakshi‑voorstellingen
uit de boeddhistische, hindoeïstische en jaïntraditie
in hun historische context, in Zuid‑Azië en daarbuiten
Tussen de regels door zie je hoe motieven
uit oorspronkelijke lokale tradities
langzaam in de drie godsdiensten doorwerken.

Periode Religieuze ontwikkeling Kunsthistorische ontwikkeling
ca. 2000–1500 v.Chr. Pre-Vedische, lokale culten. Verering van natuurgeesten, bomen, bronnen, rotsen; vroege lagen van yaksha/yakshi. Geen schriftelijke bronnen; reconstructie via latere teksten en antropologie.
ca. 1500–500 v.Chr. Vedische periode (Veda’s). Integratie en herinterpretatie van lokale natuurculten binnen een priesterlijke rituele religie. Vroege rituele kunst en symboliek, maar nog geen uitgewerkte yaksha/yakshi-iconografie.
ca. 6e–5e eeuw v.Chr. Leven van de Boeddha (ca. 480–400 v.Chr.). Ontstaan van het boeddhisme. Parallel: jaïnisme met Mahavira (ca. 599–527 v.Chr.). Begin van boeddhistische en jaïnistische beeldtradities; lokale natuurgeesten worden beschermers van de dharma.
ca. 4e–2e eeuw v.Chr. Vormgeving van epen en teksten: Ramayana krijgt zijn vorm in mondelinge traditie; verdere ontwikkeling van het vroege hindoeïsme. Eerste monumentale architectuurprojecten die later met yaksha/yakshi geassocieerd worden.
ca. 2e–1e eeuw v.Chr. Boeddhisme, jaïnisme en vroege hindoeïstische tradities bestaan naast en door elkaar. Bharhut en Sanchi: stupa’s met yakshi als boomnimfen en yaksha als wachters.
1e–2e eeuw n.Chr. Lokale culten en grote religies blijven verweven; yaksha/yakshi functioneren als beschermgeesten. Periode van de beelden uit Museum Rietberg: vroege Mathura‑stijl; verfijnde yakshi‑iconografie en robuuste yaksha‑figuren.
1e–3e eeuw n.Chr. Verdere institutionalisering van de drie religies; lokale geesten worden vaste beschermfiguren. Mathura- en Amaravati-scholen: canonieke vormgeving van yakshi (śālabhañjikā) en yaksha-figuren.
4e–5e eeuw n.Chr. Gupta-periode: klassieke formulering van hindoeïstische, boeddhistische en jaïnistische tradities. Gupta-stijl: ideaalbeeld van het menselijk lichaam; yakshi-motieven blijven belangrijk als beeld van overvloed en vruchtbaarheid.
na 5e eeuw n.Chr. Verspreiding van hindoeïsme en boeddhisme naar Zuidoost-Azië; lokale varianten van natuurgeesten blijven bestaan. Ontwikkeling van verwante figuren (zoals apsara-achtige vormen); voortleven van yaksha/yakshi in volksreligies en lokale culten.

Korte toelichting

Pre‑Vedisch
Periode vóór de opkomst van de Vedische gezangen en rituelen,
die lange tijd uitsluitend mondeling werden doorgegeven (vóór ca. 1500 v.Chr.).
In deze tijd bestonden plaatsgebonden, oorspronkelijke lokale tradities
waarin natuurgeesten, bomen, bronnen en rotsen werden vereerd.
Yaksha (man) en yakshi (vrouw) komen uit deze vroege lagen van natuurverering.

Mathura‑traditie
Stijlcentrum in Noord‑India (1e eeuw v.Chr. – 3e eeuw n.Chr.),
bekend om beelden in roze‑rode of warmgele zandsteen.
Yaksha en yakshi worden hier als zelfstandige,
monumentale figuren uitgebeeld, met volle vormen,
frontale houding en verfijnde details.

Terug naar mijn vragen.

Die spiraalvormige massa aan één zijde van het hoofd
bij het eerste reliëf
-is zeer waarschijnlijk een zorgvuldig gestileerde haardracht,
passend binnen de Mathura‑traditie,
waar complexe en asymmetrische kapsels vaak voorkomen.

Yakshi‑figuren uit deze periode dragen geen hoofddoek,
maar tonen hun haar als sculpturaal ornament:
asymmetrisch, gedraaid, en monumentaal.
Het maakt haar geen helperfiguur,
maar geeft haar een autonome, sensuele aanwezigheid
als zelfstandige natuurgeest.

De slanke heupgordel is een Mathura‑motief;
de uitbundige zwier ervan in dit reliëf toont
hoe de maker binnen dat motief zijn eigen ritme en flair toevoegt.
De beweging van de sjerp is niet alleen decoratief,
maar laat zien hoe de beeldhouwer de statige houding van de yakshi
doorbreekt met een speels, bijna dansend element.

Iconografie van Yakshi

Algemeen
Yakshi behoren tot de oorspronkelijke lokale tradities
van natuurverering in Zuid‑Azië.
Daardoor hebben ze geen strakke, religieuze iconografie
zoals latere godinnen, maar wel een herkenbare beeldtaal
die draait om vruchtbaarheid, overvloed en vrouwelijke aanwezigheid.

Typische elementen zijn:
De vrouwelijke vorm:
volle heupen, ronde borsten, een lichte contrapost of sensuele houding.
Rijke haardracht:
hoge knopen, gedraaide lokken, asymmetrische of volumineuze kapsels.
Sieraden en gordels:
dunne heupgordels met sierlijke uiteinden die beweging suggereren.
Vegetatie:
lotusbloemen, ranken of bomen die reageren op haar aanwezigheid.
Autonomie:
yakshi verschijnen vaak als zelfstandige figuren,
niet als helpers in een verhalende scène.

Het is een flexibele beeldtaal:
herkenbaar, maar nooit volledig vastgelegd.

Specifiek voor reliëf 1
In het eerste reliëf is de iconografie opvallend sober,
maar juist daardoor helder.
De figuur toont de essentie van de yakshi‑beeldtaal
zonder uitgebreide attributen.

Kenmerkend zijn:
De zorgvuldig gestileerde haardracht:
een asymmetrische, spiraalvormige massa aan één zijde van het hoofd,
passend binnen de Mathura‑traditie waarin complexe kapsels vaak voorkomen.
De heupgordel:
in de basis een Mathura‑motief; de uitbundige zwier ervan
laat zien hoe de maker binnen dat motief zijn eigen ritme en flair toevoegt.
De houding:
één hand op de heup, de andere met een staf of tak
— een eenvoudige maar zelfbewuste pose die haar autonomie benadrukt.
De sierraden:
Aan haar enkels draagt ze sierlijke banden,
en rond haar hals een breed, massief ornament dat haar borstpartij omlijst.
Deze sieraden zijn geen religieuze attributen,
maar wereldse accenten die haar sensualiteit versterken.
Ze passen binnen de Mathura‑traditie,
waar sieraden het lichaam niet verhullen maar juist ritmisch begeleiden
— als glanzende markeringen van haar autonome aanwezigheid.

Het ontbreken van uitgebreide attributen:
geen lotusbloemen, geen boom, geen dieren.
Dit maakt haar geen figurant, maar een solitaire natuurgeest,
volledig aanwezig in haar eigen lichaam en houding.

Zo laat reliëf 1 zien hoe een yakshi ook zonder rijke symboliek
herkenbaar blijft:
door vorm, houding, haar en ritme — de kern van haar iconografie.

Het tweede setje vragen, nu bij reliëf 2:

En hoe zit het met de haardracht of het hoofddeksel van het tweede reliëf?
In reliëf 2 zie je een veel rijkere, meer uitgewerkte hoofdpartij dan in reliëf 1.

Wat opvalt:

De hoge haarpartij:
met duidelijke segmenten of rollen.
Het geheel lijkt bijna op een diadeemachtige structuur,
maar blijft sculpturaal haar.

Haarlokken of oorbellen:
Aan weerszijden van het gelaat hangen grote, volumineuze haarlokken
die als ornament functioneren
— geen oorhangers, maar onderdeel van de haardracht.

De vorm:
deze is symmetrischer en verticaler dan bij reliëf 1.

De bovenrand van het haar:
Het haar sluit visueel aan op de lotusbundel,
waardoor hoofd en bloemen één compositie vormen.

Dit is typisch voor Mathura‑kunst in haar meer decoratieve fase:
haar wordt geen realistisch kapsel, maar een architectonisch element
dat de figuur optilt en verbindt met de vegetatie boven haar.

Kort gezegd:
Het is geen hoofddeksel, maar een rijk gestileerde haardracht
die als sculpturaal ornament functioneert en de figuur
letterlijk laat “opbloeien” onder de lotusbundel.

Zijn yakshi altijd vrouwen?

Ja — in de kunsthistorische traditie zijn yakshi altijd vrouwelijk.
Hun mannelijke tegenhangers bestaan wel, maar heten yaksha.

Het verschil is niet alleen biologisch, maar iconografisch:

Yakshi:

  • vrouwelijk
  • sensueel, sierlijk
  • verbonden met vruchtbaarheid, groei, overvloed
  • vaak in relatie tot bomen, bloemen, water
  • lichamen met zachte rondingen en sieraden

Yaksha:

  • mannelijk
  • forser, krachtiger
  • soms bewakers of beschermers
  • minder sensueel, meer monumentaal

In de praktijk zijn yakshi veel vaker afgebeeld dan yaksha,
vooral in Mathura en Bharhut.
Hun aantrekkingskracht ligt in hun levenskracht, sensualiteit
en natuurlijke overvloed
— precies wat de kunst van die periode wilde vieren.

Wat een prachtig uitbundige bundel lotusbloemen boven haar hoofd. Waarom?
De lotusbundel is het meest expressieve element van reliëf 2
— en hij is iconografisch rijk.

1. De lotus als symbool van vruchtbaarheid en zuiverheid
De lotus groeit uit modderig water maar blijft onbesmet.
In de context van yakshi staat hij voor:

  • levenskracht
  • bloei
  • voortdurende vernieuwing
  • natuurlijke overvloed

2. De lotus reageert op haar aanwezigheid
In veel vroege Indiase kunst “bloeit” de natuur
wanneer een yakshi verschijnt.
De bloemen zijn dus geen decor,
maar een visuele echo van haar energie.

3. De lotus in haar handen
In haar linkerhand houdt ze duidelijk de stengels vast
die doorlopen naar de grote bundel boven haar hoofd.
In haar rechterhand ligt mogelijk geen knop, maar het hart van de lotus
— de ronde zaadpod, herkenbaar aan het stukje stengel
dat achter haar hand uitsteekt.

Het is een subtiel maar krachtig symbool van vruchtbaarheid
en overvloed: de bloem boven haar hoofd toont de bloei,
de pod in haar hand de volheid en het potentieel van de plant.
Zo belichaamt zij de hele cyclus van groei — van stengel, tot bloem, tot zaad.

4. De bundel als compositie‑anker
De grote, waaierende lotusbladeren:

  • creëren een visuele halo
  • verbinden haar met de bovenrand van het reliëf
  • maken haar monumentaler
  • geven een bijna kosmische uitstraling

Het is een manier om te zeggen:
Deze figuur is geen gewone vrouw, maar een natuurkracht
die de wereld om haar heen laat openbloeien.

5. Mathura‑stijl: exuberantie als expressie
In Mathura‑kunst worden bloemen vaak groter dan het leven weergegeven.
Niet realistisch, maar symbolisch en ritmisch.
De bundel boven haar hoofd is een typisch voorbeeld van die sculpturale overdaad.


Nog een allerlaatste observatie:
bij reliëf 1 zie je een decoratieve band, helemaal onderaan.
Bij een boomnimf zou ik florale motieven verwachten:
ranken, bladeren, vruchten.
Maar dat zie je niet.

Wat zien ik?
De band is breed en horizontaal, direct onder de voeten van de figuur.

Hij bestaat uit herhalende geometrische motieven
— geen bladeren, bloemen of ranken.

De vormen lijken op gestileerde rozetten, vierpassen of rasterstructuren,
afhankelijk van de interpretatie.

Het geheel is strak gecomponeerd, met een ritmische herhaling
die eerder architecturaal dan organisch aanvoelt.

In Mathura‑kunst zie je dit vaker:
de onderrand is decoratief, maar niet verhalend
— hij draagt de figuur, zonder haar wereld te illustreren.

Afsluiting:

Geen bladeren of lotussen
Een geometrische band draagt haar voeten
Een vloer?
Eerder architectonisch dan organisch
haar natuurkracht ontvouwt zich pas boven deze drempel!


De vijand die in ons spreekt

– Boeddha’s stilte, Māra’s dochters, Māra’s twijfel –

Voor sommige mensen is mijn blog misschien saai aan het worden.
Steeds die berichten over boeddhistische of hindoestaanse beelden.
Ik beloof dat dit niet voor altijd zal zijn, maar dat ik
deze kunst fascinerend vind, mag wel duidelijk zijn.

DSC05421 01 ZürichMuseumRietbergMārasTöchterVesucenDnBudhaPakistanGandhara-Gebiet2nd-4thCSchiefer

Zürich, Museum Rietberg, Māras Töchter versuchen den Budha, Pakistan, Gandhara-Gebiet, 2nd – 4th century CE, schiefer.


Titel
Māras Töchter Versuchen den Buddha

Herkomst
Pakistan, Gandhāra‑gebied

Datering
2de–4de eeuw CE

Materiaal
Schiefer (schist)

Provenance
Legat Georgette Boner, Museum Rietberg Zürich

Beschrijving
Het reliëf toont links de Boeddha in meditatie,
gezeten in een architectonische nis en met een nimbus achter het hoofd.
Zijn houding is verstild, de blik naar binnen gericht.
De nis is licht verdiept en vormt een stabiel,
bijna architectonisch ankerpunt binnen de compositie.

DSC05421 02 ZürichMuseumRietbergMārasTöchterVesucenDnBudhaPakistanGandhara-Gebiet2nd-4thCSchiefer BoeddhaOnverstoord

Rechts ontvouwt zich de scène van Māra’s verleiding.
Māra verschijnt als een jonge krijger, herkenbaar aan zijn zwaard
en zijn afwerende gebaar.
Hij ondersteunt zijn hoofd met de rechterhand
— een pose die twijfel en mislukking suggereert.

Naast hem bewegen zich vier vrouwelijke figuren, de dochters van Māra,
in variërende gradaties van sensualiteit en theatrale expressie:

een naakte vrouw op handen en knieën, een arm geheven,
het bovenlichaam ontbloot

DSC05421 03 ZürichMuseumRietbergMārasTöchterVesucenDnBudhaPakistanGandhara-Gebiet2nd-4thCSchiefer TheatraleDochter

een schaars geklede vrouw die haar achterlijf naar de kijker draait,
mogelijk een spiegel of offerend gebaar in de hand

een dansende figuur met beide armen boven het hoofd,
de kleding strak langs het lichaam vallend

DSC05424ZürichMuseumRietbergMārasTöchterVesucenDnBudhaPakistanGandhara-Gebiet2nd-4thCSchiefer VerleidingEnDans

een vierde, deels verscholen vrouw, gekleed,
haar aandacht gericht op Māra

Boven de vrouwen verschijnen vier koppen:
twee beschadigd,
één blazend op een instrument,
één met vertrokken demonisch gelaat.
Zij representeren Māra’s leger, dat lawaai en dreiging inzet
om de Boeddha te verstoren.

DSC05422ZürichMuseumRietbergMārasTöchterVesucenDnBudhaPakistanGandhara-Gebiet2nd-4thCSchiefer VierKoppen

Iconografie
De voorstelling verwijst naar de nacht van de verlichting
onder de Bodhiboom, hoewel de boom zelf ontbreekt
— een typisch Gandhāra‑procedé waarbij verhalende elementen
worden gecomprimeerd tot een iconografisch tweeluik:
de Boeddha in verstilling tegenover Māra en zijn gevolg in beweging en onrust.

Het zwaard identificeert de zittende man ondubbelzinnig als Māra;
Siddhartha of de Boeddha worden nooit met wapens afgebeeld.
De dochters van Māra belichamen begeerte, afleiding
en wereldlijke verleiding.
Hun poses — kruipend, torsie, dansend — versterken het contrast
met de onverstoorbare Boeddha.

DSC05421 04 ZürichMuseumRietbergMārasTöchterVesucenDnBudhaPakistanGandhara-Gebiet2nd-4thCSchiefer MāraAfwerendMetZwaardEnDochter

Interpretatie
Het reliëf toont de overwinning van innerlijke rust
op verleiding en agressie.
De Boeddha’s stilte is architectonisch verankerd;
Māra’s domein is dynamisch, gefragmenteerd, bijna theatraal.
De scène functioneert als morele en meditatieve instructie:
verleiding en angst verliezen hun kracht wanneer ze worden doorzien.

DSC05423ZürichMuseumRietbergMārasTöchterVesucenDnBudhaPakistanGandhara-Gebiet2nd-4thCSchiefer Txt

Context – Legat Georgette Boner

Naam
Legat Georgette Boner

Schenker
Georgette Boner (1903–1998), Zwitserse kunstenares, dramaturge en reiziger.

Biografische achtergrond
Geboren in Milaan, werkzaam in Zürich, Parijs, Wenen en Berlijn.
Ze studeerde Germaanse talen en drama, werkte in het Parijse theaterleven,
en had een langdurige samenwerking met de Russische acteur
en pedagoog Michael Chekhov.
Vanaf 1939 wijdde ze zich aan schilderkunst
en reisde ze herhaaldelijk naar India (1938–1981),
waar ze een diepe belangstelling ontwikkelde
voor Zuid‑Aziatische kunst en spiritualiteit.

Inhoud van het legat
Het legat omvat:

kunstwerken en objecten verzameld tijdens haar reizen,
waaronder Zuid‑Aziatische sculpturen

een omvangrijk theaterarchief (correspondentie, foto’s,
programma’s, Chekhov‑documentatie)

schilderijen, illustraties en tentoonstellingsmateriaal
uit haar eigen artistieke praktijk

Relevantie voor het Museum Rietberg
Boners langdurige betrokkenheid bij India en haar verzamelpraktijk
maken haar legat bijzonder passend binnen de Aziatische collecties
van het museum.
Het Gandhāra‑reliëf Māras Töchter Versuchen den Buddha
vormt een representatief onderdeel van deze schenking.


India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XIII Nandikeśvara en Shiva als Tripurāntaka

– Waar Vijayanagara grondt en Chola verfijnt: twee Śaiva‑beelden in dialoog –

Op deze vijfde dag in Delhi, in de stille zalen
van het National Museum, komen twee Śaiva‑beelden
uit verschillende werelden onverwacht dicht bij elkaar te staan.
Het ene geworteld in de aardse monumentaliteit van Vijayanagara,
het andere gevormd in de slanke, verfijnde lijn van Early Chola.
Twee stijlen die eeuwen, landschappen en ritmes
van elkaar verwijderd zijn,
maar hier — in brons — een gesprek beginnen.

Nandikeśvara, met zijn dubbele natuur van devotie en beheersing,
staat tegenover Śiva als Tripurāntaka,
die zonder boog of pijl toch richting en spanning belichaamt.
Samen tonen ze hoe Zuid‑Indiase beeldhouwkunst
niet alleen verhalen vertelt, maar vorm geeft
aan innerlijke houdingen: stilte en ritme,
gronding en verfijning, ontvangen en richten.

DSC01290IndiaNewDelhiNationalMuseumNandikeśvaraVijayanagar15thCCESouthIndiaBronze

India, New Delhi, National Museum, Nandikeśvara, Vijayanagar, 15th century CE, South India, bronze.


Titel: Nandikeśvara
Herkomst: Zuid‑India, Vijayanagara, 15e eeuw na Christus
Materiaal: Brons
Locatie: National Museum, New Delhi
Context: Śaiva‑beeld, tempelbeeld

Beschrijving
De goddelijke figuur Nandikeśvara wordt hier afgebeeld
in een vierarmige, drie‑ogige vorm,
staand op een ronde voetplaat.
Zijn voorste handen zijn samengebracht in añjali‑mudrā,
een gebaar van devotie en aandacht.
De achterste rechterhand houdt een parasu (bijl)
tussen de eerste en tweede vinger
— een attribuut van ascetische kracht en helderheid.
De achterste linkerhand ondersteunt een mṛga (antilope)
op de vingertoppen
— symbool van de getemde geest en yogische beheersing.
Het serene gezicht, met verticale tilaka (3de oog),
amandelvormige ogen en een hoog opgestapelde jāta‑mukuṭa,
wordt omlijst door grote ronde oorhangers.
De beeldtaal is verfijnd en ritmisch,
met elegante vingerhoudingen en een subtiele balans
tussen devotie en autoriteit.

Vijayanagara‑kenmerken
Dit beeld draagt de typische signatuur van de Vijayanagara‑stijl:
een krachtige, compacte lichaamsbouw,
met brede schouders en stevige armen;
een hoog opgestapelde jāta‑mukuṭa die de verticale monumentaliteit
van de periode benadrukt;
en grote ronde oorhangers en zware sieraden
die de voorkeur voor geometrische vormen tonen.
De verfijnde vingerposities
— waarbij parasu en mṛga licht op de vingertoppen rusten —
zijn kenmerkend voor de elegante handgebaren van deze school.
Het gezicht, met zijn strakke contouren,
amandelvormige ogen en duidelijke tilaka,
toont de heldere, bijna architectonische expressie
die Vijayanagara‑bronzen onderscheidt van
de slankere, vloeiendere Chola‑traditie.

De dubbele natuur van Nandikeśvara
Dit beeld kan worden gelezen als een samenvatting
van Nandikeśvara’s dubbele natuur:

  • Voorste handen: devotie, luisteren, ontvangen
  • Achterste handen: kracht, inzicht, beheersing
  • Vooraan is hij toegewijde, achteraan meester
  • Vooraan is hij menselijk, achteraan kosmisch
  • Vooraan is hij stilte, achteraan ritme

DSC01291IndiaNewDelhiNationalMuseumNandikeśvaraVijayanagar15thCCESouthIndiaBronzeDSC01292IndiaNewDelhiNationalMuseumNandikeśvaraVijayanagar15thCCESouthIndiaBronzeTxt

This four-armed and three-eyed figure of Nandikeśvara (a Shaiva image) stands on a circular pedestal. The front right en left hands are joined in anjali-mudra; the rear right hands hold the parasu (axe) between the first and second fingers; the rear left hand supports the mriga (antelope) on the tip of the first end second fingers.

Deze vierarmige en drie-ogige figuur van Nandikeśvara (een Śaiva‑beeld) staat op een ronde voetplaat.
De voorste rechter- en linkerhand zijn samengebracht in de añjali‑mudrā.
De achterste rechterhand houdt de parasu (bijl) tussen de eerste en tweede vinger.
De achterste linkerhand ondersteunt de mṛga (antilope) op de toppen van de eerste en tweede vinger.

DSC01293IndiaNewDelhiNationalMuseumNandikeśvaraVijayanagar15thCCESouthIndiaBronze anjali-mudra


DSC01294IndiaNewDelhiNationalMuseumShiva-TripurāntakaEarlyChola9thCCESouthIndiaBronze

India, New Delhi, National Museum, Shiva-Tripurāntaka, Early Chola, 9th century CE, South India, bronze.


Titel: Śiva als Tripurāntaka
Herkomst: Zuid‑India, Early Chola, 9e eeuw n.Chr.
Materiaal: Brons
Locatie: National Museum, New Delhi
Context: Śaiva‑beeld, symbolische voorstelling

Beschrijving
Dit beeld toont Śiva in zijn vorm als Tripurāntaka,
de vernietiger van de drie demonische steden (Tripura).
Hoewel de zaaltekst verwijst naar een strijdwagen en
een boog met pijl, zijn deze elementen hier niet zichtbaar
— het beeld presenteert de daad van vernietiging
in symbolische vorm.
Śiva staat slank en elegant, met een fijn gedecoreerd lendedoek,
een hoog opgebouwde haartooi, en een serene,
ovale gezichtsuitdrukking.
Zijn handen zijn leeg, wat de nadruk legt op innerlijke kracht en
ritmische beheersing in plaats van narratieve actie.

Early Chola‑kenmerken
Het beeld draagt de signatuur van de vroege Chola‑stijl:
een slanke, vloeiende lichaamsbouw,
met subtiele spierlijnen en een licht dynamische houding.
De sieraden zijn verfijnd, de haartooi compact
maar ritmisch opgebouwd,
en het gezicht zacht en ovaal
— een stijl die de nadruk legt op ideale proportie en
innerlijke sereniteit.
In tegenstelling tot latere Chola- of Vijayanagara‑beelden
is de expressie hier minder monumentaal,
maar des te helderder in symboliek.

Op het zaalbordje wordt Tripurāntaka beschreven
als een krijger op een strijdwagen, gewapend met boog en pijl.
Maar wie naar het beeld kijkt, ziet geen wagen,
geen boog, geen pijl
— alleen een slanke, geconcentreerde Śiva met lege handen.
Juist dit verschil is betekenisvol.
Het laat zien hoe de Early Chola‑traditie
de complexe mythe symbolisch reduceert tot houding,
richting en innerlijke spanning.

En precies daar begint de vraag:

Hoe herken je Tripurāntaka zonder attributen
Hoewel dit beeld geen boog, pijl of strijdwagen toont,
blijft de Tripurāntaka‑vorm herkenbaar
door een combinatie van canonieke kenmerken:
de lichte krijgershouding met subtiele torsodraaing,
de asymmetrische armstand die richting suggereert,
en de geconcentreerde, heldere gezichtsuitdrukking
die eerder focus dan devotie uitstraalt.
In de Early Chola‑traditie wordt de complexe mythe
vaak symbolisch gereduceerd tot deze houding:
geen attributen uit het verhaal,
maar een lichaam dat de spanning van de daad draagt.
Zo verschijnt Tripurāntaka hier als innerlijke schutter
— niet door wapens, maar door gerichtheid.

Poëtisch kernmotief: de pijl zonder boog
Dit beeld toont niet de daad, maar de stilte vóór de daad.
De boog is afwezig, de pijl onzichtbaar — maar de richting is voelbaar.
Śiva staat niet als krijger, maar als innerlijke schutter:
hij richt niet met wapens, maar met inzicht.

De strijdwagen is weggelaten, zodat de kosmische focus kan spreken.
De handen zijn leeg, zodat de symboliek kan resoneren.
De houding is licht,
zodat de daad niet als geweld maar als bevrijding verschijnt.

Tripurāntaka is hier geen verteller van een verhaal,
maar een formule van helderheid.

DSC01295IndiaNewDelhiNationalMuseumShiva-TripurāntakaEarlyChola9thCCESouthIndiaBronzeDSC01296IndiaNewDelhiNationalMuseumShiva-TripurāntakaEarlyChola9thCCESouthIndiaBronze

The Tripurāntaka form of Shiva is presented as a warrior riding a chariot, aiming to destroy the three impregnable cities of the demons and releasing them from ignorance to immortality. This particular image does not show the actual act of the desctruction of the cities, but rather presents it in a symbolic form. The bow and arrow held by Shiva symbolize this heroic deed.

De Tripurāntaka‑vorm van Śiva wordt voorgesteld als een krijger die op een strijdwagen rijdt, met het doel de drie onneembare steden van de demonen te vernietigen en hen te bevrijden van onwetendheid naar onsterfelijkheid. Dit specifieke beeld toont niet de daadwerkelijke vernietiging van de steden, maar presenteert deze daad in symbolische vorm. De boog en pijl die Śiva vasthoudt, symboliseren deze heroïsche handeling.


India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XII Manikkavachakar

– hij wiens woorden juwelen zijn –

DSC01285IndiaNewDelhiNationalMuseumManikkavachakarLateChoa12thCCESouthIndiaBronze Detail

India, New Delhi, National Museum, Manikkavachakar, Late Chola, 12th century CE, South India, bronze.


Mijn eerste reactie op dit beeld is dat het zo elegant is.
Kijk naar zijn haar.
De krullen op zijn voorhoofd zijn haast abstract afgebeeld.
De krullen en het haar er direct achter worden haast als
een ritmisch patroon neergelegd.

Grote, amandelvormige ogen, neus en mond meer bescheiden van vorm.
Oren klassiek lang met een langgerekt oorlel‑gat.
De borst is naakt met één ketting en het heilige koord
dat in een serie van S-vormen verloopt.

Manikkavachakar (9e eeuw, Tamil Nadu) is voor de volgelingen van Shiva
een van de grote Tamil‑dichters en heiligen.
De naam Manikkavachakar betekent “hij wiens woorden juwelen zijn”.
Hij schreef het Tiruvācakam, een verzameling hymnen vol devotie,
mystiek en overgave aan Shiva.

Hij is de dichter die niet alleen over Shiva schreef,
maar die — volgens de traditie —
door zijn woorden zelf in Shiva oploste.

Hij behoort tot de lijn van hen
die Shiva niet alleen aanbaden,
maar door Shiva werden “bewoond”.

Hij is de stem die de leer laat zingen,
de leer die het hart laat spreken.

Het Tiruvācakam (“Heilige Uitspraken”) is een verzameling
van ruim vijftig hymnen met als thema’s:

  • Overgave aan Shiva
  • Innerlijke transformatie
  • De onmogelijkheid om Shiva volledig te bevatten
  • De extase van devotie

Het is een kerntekst van het Tamil Shaivisme.
Het beeld heeft een exemplaar van deze tekst in de linkerhand.
Er lijkt maar één beschadigd woord op te staan.
We hoeven dat nu dus niet te lezen.
Laten we verder kijken.

DSC01286IndiaNewDelhiNationalMuseumManikkavachakarLateChoa12thCCESouthIndiaBronze Detail

Wat me aan de hand opviel, is de manier
waarop de lijnen in de hand verlopen.
Deels natuurlijk, deels esthetisch.
Twee grote lijnen beginnen bij de pols, waaieren dan uit.
Ze vormen aan de kant van de duim de muis.
Er midden tussenin een rechte lijn.
Dan wordt dit lijnverloop gespiegeld naar de vingers.

In (Late) Chola‑bronzen is dit heel gebruikelijk:

  • de hand is niet anatomisch,
  • maar muzikaal,
  • golvend,
  • geordend volgens een visuele puls.

Het is een manier om te zeggen:
“Dit is geen gewone hand. Dit is een hand die inzicht draagt.”

Wat is dat inzicht dan dat zo belangrijk is?
De china‑mudrā (vaak geschreven als chin‑mudra of jñāna‑mudra)
is een van de meest herkenbare handgebaren
in de Indiase religieuze beeldtaal.
Wijsvinger en duim raken elkaar en vormen zo een cirkel van eenheid.
De duim staat voor het absolute, de wijsvinger voor het individuele zelf.
Het gebaar betekent: de vereniging van het individuele bewustzijn
met het universele bewustzijn.
Dat gebaar is dus door de maker heel trefzeker gekozen.
Wie dit gebaar ziet, ziet al wat Manikkavachakar is.

DSC01288IndiaNewDelhiNationalMuseumManikkavachakarLateChoa12thCCESouthIndiaBronze

Het beeld is eenvoudig en met een bijna onopvallende kanteling
van de heupen – een stille afgeleide van Shiva’s danshouding.
Gezien de betekenis van Manikkavachakar
is de stand van de heupen geen toeval
maar een bewuste keuze van de maker.
Het beeld is 50 cm hoog, 21,8 cm breed en 20,8 cm diep.
Weer een groot beeld.

DSC01289IndiaNewDelhiNationalMuseumManikkavachakarLateChoa12thCCESouthIndiaBronzeTxt

This is the image of the Shaiva saint Manikkavachakar. The raised right hand is in china-mudra (the index finger and thumb are joined); while in the left he holds the Tiruvachkam manuscript bearing a mutilated inscription. The hair is short and he is dressed like a monk with ringlets falling over the forehead.

Dit is het beeld van de Shaiva‑heilige Manikkavachakar.
De opgeheven rechterhand is in china‑mudra (waarbij wijsvinger en duim elkaar raken);
in zijn linkerhand houdt hij het Tiruvachakam-manuscript, waarop een verminkte inscriptie staat.
Het haar is kort, en hij is gekleed als een monnik, met krulletjes die over het voorhoofd vallen.


Voorbeeldhymne uit de Tiruvācakam
(Hymn XI — “The Tambour Song / Refuge with Civan”)

“Mal’s self went forth a boar; but failed
His sacred Foot
To find.
That we His form might know,
a Sage He came,
And made me His.”

Toelichting op de tekst:

Mal is een verwijzing naar Vishnu.
De hymne verwijst naar de beroemde mythe waarin Vishnu en Brahma proberen
de top en de voet van Shiva’s oneindige vuurzuil te vinden — en falen.
Manikkavachakar zegt: Shiva kwam als Guru (sage), als wijze,
zodat hij wél kon worden gevonden.
De laatste regel — “And made me His” — is typisch voor Manikkavachakar:
totale overgave, totale devotie.

De titel is ook heel interessant.

Die komt niet uit de originele Tamil-hymne.
De titel is toegevoegd door de Engelse vertaler George Uglow Pope (1820 – 1908).
Hij was een Britse missionaris en taalkundige
die een groot deel van zijn leven in Zuid‑India doorbracht.
Hij werd een van de belangrijkste 19e‑eeuwse vertalers van klassieke Tamil‑literatuur.
Zijn vertalingen zijn zeer invloedrijk, filologisch nauwgezet voor zijn tijd,
maar ook duidelijk gekleurd door zijn eigen christelijke achtergrond en
door de 19e‑eeuwse oriëntalistische traditie.
Pope voegde vaak beschrijvende Engelse titels toe om
de inhoud toegankelijk te maken voor een Westers publiek,
de thematiek te duiden,
en soms een devotionele of literaire sfeer op te roepen.

Persoonlijk vind ik dat bij deze hymne heel geslaagd.

“The Tambour Song” — waarom een tambour?

In deze hymne gebruikt Manikkavachakar het beeld van de trommel
(tambour, vaak een uḍukkai of damaru) als metafoor voor:
het ritme van Shiva’s aanwezigheid, de oproep tot devotie en
de trilling van het goddelijke woord.

De damaru is een van Shiva’s belangrijkste attributen:
het is het instrument waarmee hij de kosmos schept,
de maat slaat van de dans,
en de cyclus van ontstaan en vergaan laat klinken.

De titel “The Tambour Song” verwijst dus naar een hymne
die meebeweegt op Shiva’s ritme, een lied dat als het ware
meeslaat met de goddelijke puls.

“Refuge with Civan” — wat betekent ‘Civan’?

Civan is een Tamilvorm van ‘Shiva’.
Het betekent letterlijk: “de vriendelijke”, “de welwillende” of
“de gunstige”.
In Tamil Shaivisme is Civan een intieme, zachte naam
— dichter bij de gelovige dan de meer pan‑Indiase naam Śiva.

“Refuge with Civan” betekent dus:
“Toevlucht bij Shiva”,
maar dan in de warme, relationele taal van de Tamil‑devotie.


Afronding
De voorbeeldhymne heb ik opgenomen om te onderstrepen
hoe het beeld, in al zijn eenvoud,
heel goed getroffen is door de maker.
Hij heeft maar twee elementen nodig om duidelijk te maken
wie hier wordt verbeeld:
de china-mudra in de rechterhand en links een tekst.
Zeer trefzeker.

India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum IX

– De laatste stenen beelden voor de bronzen. Met aandacht voor restitutie. –

Het zal niet zo zijn dat in mijn verslag van mijn vakantie in India
na vandaag geen stenen beelden meer te zien zullen zijn.
Wat de ondertitel bedoelt is dat totdat ik bij de opstelling
met de bronzen beelden in het National Museum kwam,
ik een reeks van stenen beelden fotografeerden.
Vandaag de laatste drie uit die reeks.

DSC01264IndiaNewDelhiNationalMuseumTipurantakaEarlyWestenChalukya8thCentADAiholeStone

India, New Delhi, National Museum, Tipurantaka, Early Westen Chalukya, 8th century AD, Aihole, stone.


Voor de informatie in dit bericht vertrouw ik vooral
op de informatie die Copilot voor me verzamelde.

Tripurantaka (ook wel Tripurāntaka of Tripurari) is een manifestatie
van de god Shiva als vernietiger van de drie demonische steden Tripura.
Hij wordt afgebeeld als een machtige boogschutter
die met één kosmische pijl de drie steden vernietigt,
waarmee hij de overwinning van kennis en kosmische orde
op onwetendheid en chaos symboliseert.

Voor het idee:
hoogte van dit relief is 112 cm, de breedte 56 cm en diepte 23,5 cm.


DSC01266 01 IndiaNewDelhiNationalMuseumSivaParvatiAndFamilyEarlyWesternChalukya10thCentADAiholeStone

Siva Parvati and family, Early Western Chalukya, 10th century AD, Aihole, stone.


Een relief met veel veehalen en onverbelicht.
De naam ‘Siva Parvati and family’ wordt zo gebruikt door het museum.
Als ik daar op ga zoeken dan antwoord internet spontaan met:

Shiva en Parvati – de twee grote figuren, zittend naast elkaar,
in een liefdevolle houding.
Ze vormen het hart van de voorstelling en van de familie.

DSC01266 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumSivaParvatiAndFamilyEarlyWesternChalukya10thCentADAiholeStone Detail

Nu dacht ik eerst dat de twee kleine figuren, aan de bovenkant,
bij die familie behoorden.
Maar dat is niet zo.
In de iconografie van deze voorstelling komen wel heel vaak
meerdere figuren voor maar de kinderen van Shiva en Parvati
staan aan de onderhant afgebeeld.

DSC01266 03 IndiaNewDelhiNationalMuseumSivaParvatiAndFamilyEarlyWesternChalukya10thCentADAiholeStone Detail

Het olifantje, helemaal links, is Ganesha,
hun zoon, herkenbaar aan zijn olifantenhoofd.
Hij staat vaak, zoals hier, aan de voeten van zijn ouders
of iets opzij.

Het sketel-achtige figuurtje komt ook regelmatig
terug op deze voorstelling.

De voet van Shiva op het hoofd doet denken aan de
Shiva Nataraj.

DSC01266 04 IndiaNewDelhiNationalMuseumSivaParvatiAndFamilyEarlyWesternChalukya10thCentADAiholeStone Detail

Dan aan de rechterkant, het figuurtje op een vogel:
Kartikeya (Skanda/Murugan), de andere zoon,
die traditioneel rijdt op een pauw (vahana).


DSC01268 01 IndiaNewDelhiNationalMuseumYoginiVrishananaPratihara10th-11thCentADLokhariDistrictBandaUttarPradeshStone

Yogini Vrishanana, Pratihara, 10th – 11th century AD, Lokhari district, Banda, Uttar Pradesh, stone.


Yogini Vrishanana is een 10e-eeuwse stenen sculptuur
van een vrouwelijke godheid met een buffelhoofd en
een menselijk lichaam.
Ze maakte deel uit van een Chausath Yogini-tempel in Lokhari
(Uttar Pradesh, India),
werd in de jaren ’80 gestolen en in 2013 teruggebracht naar India.
Vandaag staat ze in het Nationaal Museum in New Delhi

Vrishanana is een Yogini, een van de 64 godinnen
die in tantrische tradities worden vereerd.
Ze wordt afgebeeld met een buffelhoofd en een menselijk lichaam,
een zeldzame iconografie die kracht en mystiek symboliseert

Ze zit in de lalitasana-houding (een ontspannen, koninklijke pose).
In haar linkerhand houdt ze een knots,
terwijl haar rechterhand een vrucht aanbiedt aan haar zwaan (vahana)

DSC01269IndiaNewDelhiNationalMuseumYoginiVrishananaPratihara10th-11thCentADLokhariDistrictBandaUttarPradeshStoneTxtDSC01268 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumYoginiVrishananaPratihara10th-11thCentADLokhariDistrictBandaUttarPradeshStone Detail


Een god in balans

Over het zien zonder begrijpen in Museum Rietberg

De mythische wereld van het Hindoeïsme is buitengewoon rijk.
Langzaam begin ik elementen in de afbeeldingen te herkennen,
al kan ik ze niet echt ‘lezen’.
Toch probeer ik telkens vast te stellen wat ik zie.
Steeds opnieuw ga ik op zoek naar nieuwe informatie.
Wat blijft, is mijn artistieke bewondering.

DSC05385ZürichRietbergMuseumGodShivaAsArdhanarishvaraAManWhoIsHalfWomanIndiaTamilNaduCholaDynasty12th-13thCent

Zürich, Museum Rietberg, God Shiva as Ardhanarishvara, a man who is half woman, India, Tamil Nadu, Chola Dynasty, 12th – 13th century.

De stier (Nandi) is er onmiskenbaar aanwezig.
Nandi is het rijdier van Shiva en symboliseert kracht en toewijding.
Hij kijkt omhoog naar de godheid.

De persoon lijkt aan de rechterkant een vrouw,
oorsieraad, borst en sari.
Dat is de kant van Parvati.

Links is het een man.
naakt oor, platte borst, korte lendendoek.
Shiva.

Dat is ook wat de naam Ardhanarishvara zegt:
– “Ardha” = half
– “Nari” = vrouw
– “Ishwara” = heer
Gecombineerd betekent dat dan de god die half vrouw is.
Een symbool van eenheid en complementariteit.

DSC05386ZürichMuseumRietbergGodShivaAsArdhanarishvaraAManWhoIsHalfWomanIndiaTamilNaduCholaDynasty12th-13thCent

Verder is het beeld vooral sierlijk.
Sieraden aan hals, armen en gordel.
Vier armen.
De lotus voor de kijker rechts.
Links herken ik niet de drietand of trommel,
die zo typisch zijn voor Shiva.

DSC05387ZürichMuseumRietbergGodShivaAsArdhanarishvaraAManWhoIsHalfWomanIndiaTamilNaduCholaDynasty12th-13thCent

Zijn de ogen gesloten?
Glimlacht het beeld?
Hoe het gezicht spreekt is belangrijk bij dit soort beelden
maar voor mij moeilijk te interpreteren.
Zeker omdat het gezicht beschadigd is.

Het is een moeilijk beeld.
Ik heb niet vaak deze uitvoering van een beeld
van Shiva en Parvati gezien.

Over de schenker van het beeld kon ik geen informatie vinden.
Nog een extra mysterie.

Een goddelijke versmelting
Het beeld van Ardhanarishvara stamt uit de Chola-dynastie (9e–13e eeuw), een periode waarin Zuid-India een ongekende bloei kende op het gebied van kunst, religie en filosofie. De Chola’s waren toegewijd aan Shiva en maakten deel uit van een religieuze stroming die het Shaivisme wordt genoemd — de verering van Shiva als hoogste god. Aanhangers van deze stroming worden Shaivieten genoemd.

Binnen hun artistieke traditie kreeg Ardhanarishvara een bijzondere plaats: een god die zichzelf toont als man én vrouw, Shiva én Parvati in één lichaam. Deze voorstelling is niet zomaar een visuele curiositeit. Ze verbeeldt een diep filosofisch idee: dat het goddelijke de dualiteit overstijgt. In het hindoeïsme zijn Purusha (bewustzijn, mannelijk) en Prakriti (energie, vrouwelijk) samen verantwoordelijk voor de schepping. Ardhanarishvara is hun versmelting — een symbool van kosmische balans.

Wat in de 12e eeuw een spirituele en metafysische boodschap was, krijgt vandaag een nieuwe lading. In een tijd waarin vragen over genderidentiteit, non-binariteit en inclusiviteit centraal staan, biedt Ardhanarishvara een eeuwenoud alternatief voor rigide hokjesdenken. Het beeld stelt dat mannelijk en vrouwelijk niet tegenover elkaar staan, maar elkaar aanvullen. Het goddelijke is niet óf het een óf het ander — het is beide.


India 24/25: Delhi, dag 5 – Van Grachten tot Ganges, een bliksemschicht zonder naam

Over hoe een raadselachtig koperen figuur me volgde van Amsterdam naar Delhi

Als je al een tijd geïnteresseerd bent in kunst
dan word je steeds weer opnieuw verrast.
Maar de verrassing komt wel in verschillende smaken.

Soms krijg je eindelijk de kans goed te zien
hoe Van Gogh met ogenschijnlijk eenvoudige streepjes verf
een landschap kan wegzetten dat ademt en leeft.

Soms zie je een tekening gemaakt door Michelangelo, zo accuraat
dat je verwacht dat de persoon op de tekening zo op je toe komt stappen.

Af en toe zie je een voorwerp dat je niet kunt plaatsen
en dat je blik vasthoudt.
Wat is dat waar ik naar kijk?
Je ziet een beeldtaal die je volkomen onbekend is.
Okay, het is van koper, dat staat op het kaartje.
Maar een mens is het niet.
Het lijkt er wel op: twee uitlopers die lijken op benen,
de ‘armen’ rollen zich naar beneden alsof ze skeletloos zijn.
Schouders en hals ontbreken, de romp lijkt meteen
over te gaan in een vorm die op een hoofd lijkt.
Aan de bovenkant van, laat ik het even een hoofd noemen,
steekt een randje uit naar voren.
Die rand is het enige dat het voorwerp driedimensionaal maakt.
De rest is volkomen vlak.

DSC00709RijksmuseumAziatischBronsAntropomorfeFiguurGangesvlakteIndiaCa1600-1800VChrKoper

Amsterdam, Rijksmuseum, Aziatisch brons, Antropomorfe figuur, Gangesvlakte, India, circa 1600-1800 voor Christus, koper. Nice, Musee Departemental des arts Asiatiques.


Waarom is dat belangrijk?
Het voorwerp dat ik in Amsterdam zag in de tentoonstelling
Asian Bronze, dateert van circa 1600 – 1800 voor Christus.
Het is gemaakt van koper. Brons is een mengsel van koper met tin.
Het komt uit India.
Nauwkeuriger dan Gangesvallei is de aanduiding voor de vindplaats niet.
Grootte: 45 x 38 x 2 cm.

IMG_8068AmsterdamRijksmuseumAziatischBronsAntropomorfeFiguurGangesvalleiIndiaCa1500-1000VChristusKoper45x38x2cmNiceMuseeDepartementalDesArtsAsiatiques

De mensachtige figuur sierde zelfs de omslag van decatalogus. Best een gewaagde keuze.


Ook al lijkt het heel eenvoudig ten opzichte van de zeer
complexe bronzen beelden verderop in de tentoonstelling.
Als je nog nooit een koperen voorwerp gemaakt hebt, dan moet
je nog wel wat obstakels overwinnen.

De oudste bekende techniek om koper te bewerken (9000 – 8000 voor Christus)
bestond uit het kloppen van het gevonden mineraal
tot bijvoorbeeld een kraal of een speld.

Later gebruikte men koper vanwege de kleur als pigment.
Voor make-up en schilderingen (Egypte).
Wij kennen vooral de groene oxidatie aan koperen leidingen
of aan koperen gebruiksvoorwerpen.

Het smelten van koperhoudende mineralen en vervolgens
gieten in een mal ontstaat rond 5000 voor Christus.
In Iran.

Maar koper bleek niet zo sterk. Pas toen ontdekt werd dat
koper samen met tin een sterker materiaal, brons, opleverde,
ging men bronzen voorwerpen maken.
In Azië gebeurde dat rond het einde van het derde millennium.

Alleen was tin niet zo rijkelijk voorhanden als koper.
Daardoor blijft men in het stroomgebied van de Ganges
nog lang vooral koper gebruiken om voorwerpen te maken.

De eerste giettechniek was de open mal.
Je maakt een vorm in bijvoorbeeld klei waarbij de bovenste helft open blijft.
Giet daar vervolgens de gesmolten koper in en laat het afkoelen.

De volgende stap was het combineren en samenvoegen van los gegoten delen.

Later (2500 – 1750 voor Christus) ontstaat de verlorenwasmethode.
Die maakt het mogelijk een complexere vorm in één keer te gieten.

De informatie in de catalogus spreekt zich niet uit
over hoe het antropomorfe figuur gemaakt is.

IMG_8069AmsterdamRijksmuseumAziatischBronsAntropomorfeFiguurGangesvalleiIndiaCa1500-1000VChristusKoper45x38x2cmNiceMuseeDepartementalDesArtsAsiatiques

Afbeelding uit de catalogus van het Rijksmuseum.


Van alle voorwerpen op de tentoonstelling bleef deze figuur me het meest bij.
Die raadselachtige vorm en onbekende oorsprong en functie.

Zo anders, niet eerder gezien. Niet in een museum, niet in een boek
en ook niet op internet.
Dat wringt.

Dan bezoek je nietsvermoedend het National Museum in New Delhi.
Daar spreekt men plots van Koperschatten en zie je niet één
maar meerdere van deze antropomorfe figuren.
Ook één waarbij de ‘arm’ naar boven oprolt in plaats
van naar beneden.

DSC01207 01 IndiaNewDelhiNationalMuseumAntropomorphicFigures

India, New Delhi, National Museum, Antropomorph figures. Soms valt het niet mee de foto te maken die ik wil. Van de drie foto’s maakte ik 6 afbeeldingen voor bij dit bericht. Op de foto hierboven zie je de setting in het museum.

DSC01207 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumAntropomorphicFigureSmall

Dit lijkt een incompleet exemplaar.

DSC01208 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumAntropomorphicFigureOneArmUp

Twee kleinere exemplaren waarbij van één de arm omhoog wijst. Deze zijn ook met een patroon bewerkt.

DSC01208 01 IndiaNewDelhiNationalMuseumAntropomorphicFigureDSC01206IndiaNewDelhiNationalMuseumCoppeHoardsTxtDSC01209IndiaNewDelhiNationalMuseumAntropomorphicFigure


De meeste achtergrondinformatie in dit bericht is gebaseerd
op de tekst in de catalogus door William Southworth (Conservator
Zuidoost-Aziatische Kunst bij Rijksmuseum Amsterdam).

Achteraf vind ik de volgende tekst interessant in de Amsterdamse catalogus:

Toen deze menselijke figuren in de 19e eeuw voor het eerst werden gevonden,
beschreef men ze vaak als een vajra, de bliksemschicht die de oude vedische god Indra als wapen hanteerde.
Omdat slechts heel weinig voorwerpen uit deze koperdepots slijtsporen vertonen en ze bovendien nogal zwaar zijn – tot wel 5 kilo per stuk – is het niet waarschijnlijk dat ze als wapens zijn gebruikt.

Maar dat Indra de bliksemschicht als wapen gebruikte,
is dat niet juist wat ze tot religieuze voorwerpen maakt?


India 24/25: Delhi, dag 4 – het Rode Fort: macht, leegte en herinnering

Mijn tweede bezoek aan het Red Fort, dertig jaar na mijn eerste.
Ik was beter voorbereid.
Maar voorbereiding doet weinig af aan de impact van wat je daar aantreft.
Achter de imposante muren van rood zandsteen ontvouwt zich
een architectonisch palet dat ooit het hart vormde
van Shah Jahan’s hoofdstad Shahjahanabad.
Een samenspel van islamitische, Perzische, Timuridische en
hindoeïstische stijlen,
verbonden door waterkanalen en marmeren paviljoens.

Maar het fort draagt ook littekens.
Na de opstand van 1857 (de Sepoy Mutiny) werd het complex
door de Britse koloniale overheid omgevormd tot een
militaire garnizoensplaats.
Grote delen van de haremhoven en tuinen werden gesloopt
om plaats te maken voor barakken en opslagplaatsen.
Sommige van deze gebouwen zijn opgetrokken uit hergebruikt
steenmateriaal.
De barakken ogen massief, sober, hoekig, en gebouwd met
gele en rode baksteen, soms met decoratieve accenten die
nauwelijks opwegen tegen wat ervoor is verdwenen.

Hun aanwezigheid is niet alleen visueel storend,
maar ook historisch beladen.
Zoals de architectuurhistoricus James Fergusson het verwoordde:
“De hele haremhoven van het paleis werden van de aardbodem geveegd
om plaats te maken voor een afschuwelijke Britse barak,
zonder dat men het nodig vond een plan te maken van wat men vernietigde.”
Zelfs de overgebleven paviljoens verloren hun betekenis
toen de verbindende tuinen en gangen verdwenen.

Wat me dit keer het meest trof was de leegte.
Tussen de paleizen en de barakken ligt geen levendig hofleven meer,
geen stromend water, geen ceremoniële rituelen.
Alleen stilte, afgewisseld met het geluid van voetstappen op steen.
De UNESCO-erkenning in 2007 bevestigt de waarde van het Red Fort
als werelderfgoed, maar het is vooral die leegte die het fort
tot een plek van herinnering maakt—een ruimte waarin macht, verval
en herinterpretatie samenkomen.

Toch is het Red Fort meer dan een plek van verlies.
Wie bereid is om ‘geschiedkundig te kijken’—met oog voor structuren,
verhoudingen en overgebleven ornamenten,
ontdekt een complex dat nog steeds ademt.
De marmeren paviljoens, de geometrie van de tuinen, de subtiele
waterkanalen die ooit het paradijs moesten verbeelden:
ze zijn er nog, als fragmenten van een groter geheel.
Zelfs de barakken, hoe wrang hun oorsprong ook is,
maken deel uit van het verhaal dat dit fort vertelt.

Met een beetje verbeelding, en met kennis van wat er ooit was,
kun je de parels nog zien.
Het Red Fort vraagt om een andere manier van kijken,
een waarin leegte niet alleen gemis is, maar ook ruimte
voor verbeeldingskracht.

Later op deze reis zal ik nog andere forten bezoeken,
waaronder Agra. Elk van deze plekken draagt zijn eigen verhaal,
zijn eigen ritme van verval en glans.
Maar het Red Fort, met zijn littekens en zijn stille grandeur,
heeft me alvast geleerd hoe je moet kijken:
met kennis, met geduld, en met een open verbeelding.

DSC01090IndiaNewDelhiRedFortComplexLahoreGateNiet1Poort

India, Delhi, The Red Fort Complex. De Lahore Gate van het Rode fort is niet een simpele poort. Het is een complex met torens en poorten die ook vandaag nog bewaakt worden.

DSC01091IndiaNewDelhiRedFortComplexGracht

Zicht op de gracht rond de muren van het fort.


DSC01092IndiaNewDelhiRedFortComplexLahoreGateDSC01093IndiaNewDelhiRedFortComplexUNESCOWorldHeritageSiteTxtDSC01094IndiaNewDelhiRedFortComplexChhattaChowk

Chhatta Chowk, de ‘winkelstraat’ die de Lahore Gate verbindt met de paleizen in het fort.

DSC01095IndiaNewDelhiRedFortComplexChhattaChowkDSC01096IndiaNewDelhiRedFortComplexChhattaChowkDSC01097IndiaNewDelhiRedFortComplexChhattaChowkTxtDSC01098IndiaNewDelhiRedFortComplexChhattaChowkDSC01099IndiaNewDelhiRedFortComplexChhattaChowkDSC01100IndiaNewDelhiRedFortComplexChhattaChowk

Voor veel mensen zal dit een van de eerste grote monumenten in India zijn die men ziet. Gelukkig wordt het beeld later alleen maar beter.


DSC01101IndiaNewDelhiRedFortComplexDiwanIAm

Diwan-I-Am. De publieke audientiezaal.

DSC01102IndiaNewDelhiRedFortComplexDiwanIAmDSC01103IndiaNewDelhiRedFortComplexDiwanIAmDSC01104IndiaNewDelhiRedFortComplexDiwanIAmTxtDSC01105IndiaNewDelhiRedFortComplexDiwanIAmDSC01106IndiaNewDelhiRedFortComplexDiwanIAmDSC01108IndiaNewDelhiRedFortComplexDiwanIAm


DSC01110IndiaNewDelhiRedFortComplexRangMahal

Rang Mahal, groot koninklijk appartement. In 1995 mocht je er nog in rondlopen. Nu zijn de paleizen alleen nog maar te zien van de buitenkant.

DSC01109IndiaNewDelhiRedFortComplexRangMahalDSC01111IndiaNewDelhiRedFortComplexRangMahalDSC01112IndiaNewDelhiRedFortComplexRangMahalDSC01113IndiaNewDelhiRedFortComplexRangMahalDSC01114IndiaNewDelhiRedFortComplexRangMahalDSC01115IndiaNewDelhiRedFortComplexRangMahalDSC01116IndiaNewDelhiRedFortComplexRangMahalDSC01118IndiaNewDelhiRedFortComplexRangMahalDSC01119IndiaNewDelhiRedFortComplexRangMahal


Het was mijn tweede bezoek.
Ik was in het Red Fort in 1995.
Dat was toen het eerste bezoek aan India, met een 35-daagse groepsreis.
Nu was ik alleen.
Toen was het in de periode maart, nu in november.
Toen warm en druk. Nu koeler (niet koud) en rustiger.
Toen slechts oppervlakkig bekend met India.
Nu veel beter voorbereid mede dankzij The City of Djinns.
Als ik de foto’s nu zie, al weer bijna een jaar nadat
ze gemaakt zijn, schrik ik van de luchtvervuiling
en de staat van het fort.

India 24/25: Delhi, dag 3 – onder de boog van tijd

Tijd is een boog waaronder alles door moet.
Vandaag wandel ik tussen zuilen en inscripties,
waar religie, wetenschap en macht elkaar raken.

Hier staat de ijzeren pilaar die niet roest,
de moskee die gebouwd werd uit tempels,
en de poort die de toekomst aankondigde.

Locaties:

Quwwat-ul-Islam, Iron Pillar, Qutub Minar, Alai Darwaza

Thematiek:

Tijdlagen, culturele fusie, architectonische mijlpalen

DSC01042IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkMadrasaAndTombOfAlauddinKhalji1315

India, New Delhi, Mehrauli Archaeological Park, Madrasa (school) and tomb ff Alauddin Khalji, 1315.

DSC01043IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkMadrasaAndTombOfAlauddinKhalji1315DSC01044IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkMadrasaAndTombOfAlauddinKhalji1315DSC01045IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkMadrasaAndTombOfAlauddinKhalji1315Detail

Dit symbool, deze vorm, zag ik op verschillende plaatsen en die verwonderde mij.

DSC01046IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkVanafMadrasaAndTombOfAlauddinKhaljiZichtOpQutubMinarDSC01047IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkMadrasaAndTombOfAlauddinKhalji1315DSC01048IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkMadrasaAndTombOfAlauddinKhalji1315


DSC01049IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkQuwwatUIslamCompleted1196

Quwwat-ut-Islam, completed in 1196. Bij gebouwen (of de restanten er van) is de datering geen absolute wetenschap. Deze pilaren zijn van de eerste moskee in Delhi. De moskee werd gebouwd met materiaal van eerdere (Hindoe en Jain) tempels.

DSC01050IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkQuwwatUIslamCompleted1196DSC01051IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkQuwwatUIslamCompleted1196MetLatereAanbouw

De moskee is in latere jaren herhaaldelijk aangebouwd. Deze bogen met schitterend beeldhouwwerk met florale en geometrische motieven en tekst zijn uit latere tijd. Enorm groot.

DSC01052IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkQuwwatUIslamCompleted1196MetLatereAanbouwDSC01053IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkQutubMinar

Dit is de Qutub Minar (Qutb Minar), de overwinningstoren. Het is een UNESCO Worl Heritage Site. De toren is gebouwd tussen 1199 en 1220. In de jaren erna zijn er steeds verdiepingen toegevoegd. De toren staat op de plaats van de eerste stad Delhi: Lal Kot (of Qila Rai Pithora).

De riksjachauffeur was mee naar binnen gegaan.
Hij had meer haast dan ik.
Het complex, na deel 1 van Mehrauli Archaeological Park,
was heel overweldigend.
De geschiedenis wordt gewoon bedwelmend.

Verschillende gebouwen, verschillende periodes en
verschillende godsdiensten.
Bij elkaar, door elkaar, over elkaar.

Ik besloot toen al dat ik aan het einde van mijn reis,
als ik toch weer in Delhi zou zijn,
deze plaats nog een keer te bezoeken.

DSC01056IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkIronPilar
DSC01055IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkIronPilarTxt

Iron Pilar, dit metalen voorwerp met grote historische betekenis zou in de 4e eeuw gemaakt zijn. De pilaar heeft een inscriptie die meer verteld over de geschiedenis van India en de pilaar zelf.

Een paar belangrijke regels uit de tekst neem ik hieronder over:

In the courtyard of the Quwwat-ul-Islam mosque this famous Iron Pilar is situated which bears a Sanskrit inscription in Gupta period Brahmi script, palaeographically assignable to the fourth century (…) The inscription records that the pilar was set up as a standard of god Vishnu (…) in memory of mighty king named Chandra, who is now regarded as identical with Chandragupta (375 – 413)

DSC01057IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkQuwwatUIslamCompleted1196MetLatereAanbouwDSC01058IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkTranslationInscriptieInIronPilarIronPilar

De vertaalde en geinterpreteerde inscriptie.

DSC01059IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkDetailVanInscriptieInIronPilarIronPilar

Om deze inscriptie gaat het.

DSC01060IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkQutubMinarMetIronPilarDSC01063IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkQuwwatUIslamCompleted1196DSC01064IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkQuwwatUIslamCompleted1196

De pilaren hebben mooie en heel verschillende bovenkanten, de kapitelen.

DSC01065IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkQuwwatUIslamCompleted1196DSC01066IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkQuwwatUIslamCompleted1196DSC01067IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkQuwwatUIslamCompleted1196DSC01068IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkQuwwatUIslamCompleted1196DSC01069IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkQuwwatUIslamCompleted1196DSC01070IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkQuwwatUIslamCompleted1196DSC01071IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkQuwwatUIslamCompleted1196DSC01072IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkQuwwatUIslamCompleted1196InterieurKoepel

De binnenkant van een koepel.

DSC01073IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkQuwwatUIslamCompleted1196TxtDSC01074IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkQuwwatUIslamOpToegangspoortNaarDSC01075IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkQuwwatUIslamAndIronPilar


DSC01076IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkQutubMinar

De Qutub Minar heeft een trap. Die zit aan de binnenkant en dit is de deur die daar naar toegang toe geeft. Deze is niet voor toeristen vrij toegankelijk.

DSC01077IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkQutubMinarDetail

De decoraties van de overwinningstoren zijn schitterend.

DSC01078IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkQutubMinarDetailDSC01079IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkQutubMinarDSC01080IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkQutubMinar


Er staat nog een groot poortgebouw van de moskee.
De toegang vanuit het zuiden.

DSC01082IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkAlaiDarwaza1311Interieur

Het poortgebouw heeft meerdere toegangen. Hier kijk je door een van die toegangen.

DSC01084IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkAlaiDarwaza1311

Het linkse deel van de bebouwing is de Alai Darwaza, 1311.

DSC01085IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkAlaiDarwaza1311

Het plateau waarop de moskee gebouwd was ligt een stuk hoger dan de natuurlijke omgeving.


DSC01086IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkAlaiDarwaza1311


Silk Roads: Connecting continents

De zijderoute(s)-tentoonstelling is in kleine secties ingedeeld.
Soms gaat het over een land, zoals het begin over Japan, en soms
gaat het over een idee. Zoals in dit bericht over continenten
die met elkaar verbindingen aangaan.

We zijn in het gebied rondom de Middellandszee aangekomen.

DSC00327LondenBritishMuseumSilkRoadsConnectngContinentsTxTDSC00328LondenBritishMuseumSilkRoadsJstinansMediterraneanTxtDSC00332LondenBritishMuseumSilkRoadsGoldNecklaceAndEarringsWithSapphiresEmeraldsAndPearlsAsyutEgyptAboutAD500-600

Londen, British Museum, Silk Roads, Golden necklace and earrings with sapphires, emeralds and pearls, gevonden in Asyut, Egypt, about AD 500 – 600.

DSC00333LondenBritishMuseumSilkRoadsGoldNecklaceAndEarringsWithSapphiresEmeraldsAndPearlsAsyutEgyptAboutAD500-600DSC00331LondenBritishMuseumSilkRoadsByzantineSplendiourTxt


DSC00337LondenBritishMuseumSilkRoadsIvoryDiptychProbablyRomeOrRavenaItalyAD530

Ivory diptych *tweeluik), probably Rome or Ravenna, Italy, AD 530.

DSC00336LondenBritishMuseumSilkRoadsByantiumAndOstrogothicItalyTxt


DSC00338LondenBritishMuseumSilkRoadsMarkellCasketPanesRomeItayAboutAD420-430Ivory

Er was nog veel meer ivoor te zien, panelen van een mand. Markell casket panels, Rome, Itay, about AD 420 – 430, ivory.

DSC00341LondenBritishMuseumSilkRoadsByzantumsIconcIvoriesTxt


DSC00342LondenBritishMuseumSilkRoadsLifeOfTheBuddheTheLifeOfBarlaamAndJoasaphProbablyMadeInCyprus1050-1150(copyOfAWorkFromAbout1000-1028

Life of the Buddha in Greek (in latijn: The life of Barlaam and Joasaph), probably made in Cyprus, 1050 – 1150 (it’s a copy ofan older work from about 1000 – 1028).

DSC00343LondenBritishMuseumSilkRoadsAChristianLifeOfTheBuddhaInGreekTxt

Copilot:

Wie waren Barlaam en Joasaph?
Barlaam en Joasaph zijn legendarische christelijke heiligen, maar hun verhaal is eigenlijk een boeiende herschrijving van het leven van Boeddha, aangepast aan een christelijke context.

Het Verhaal
Joasaph was een Indiase prins, zoon van koning Abenner, die fel tegen het christendom was.
Astrologen voorspelden dat Joasaph ooit christen zou worden, dus hield zijn vader hem afgezonderd van de wereld.
Toch ontmoette Joasaph de kluizenaar Barlaam, die hem onderwees in het christelijk geloof.
Joasaph bekeerde zich, doorstond beproevingen, en bracht uiteindelijk zelfs zijn vader tot bekering.
Beide mannen trokken zich later terug in de woestijn om als monniken te leven.

Boeddhistische Oorsprong
De oorsprong van dit verhaal ligt bij het leven van Siddhartha Gautama, de Boeddha.
De naam Joasaph komt van het Arabisch Yūdhasaf, dat weer afgeleid is van het Sanskriet Bodhisattva.
Via vertalingen in het Perzisch en Arabisch bereikte het verhaal het christelijke Westen, waar het als een heiligenlegende werd doorgegeven.

Invloed in de Middeleeuwen
In de middeleeuwen was het verhaal bijzonder populair in Europa.
Het werd opgenomen in de Legenda Aurea, een beroemd middeleeuws boek over heiligenlevens.
Het verhaal beïnvloedde zelfs westerse literatuur, zoals bepaalde scènes in Shakespeare’s werken.


Ik had mezelf nog nooit de vraag gesteld hoe het maken van
ivoren voorwerpen uit de slagtand van een olifant precies werkt.
Op de tentoonstelling was er een plaat over gemaakt:

DSC00344HoeBewerkJeEenSlagtand


Silk Roads

De laatste keer dat ik over deze tentoonstelling in het
British Museum in Londen schreef was op 28/04. Een tijdje geleden.
Niet dat het niet meer interessant is, integendeel.
Maar het maken van zo’n bericht kost nu eenmaal veel tijd.
Soms is die tijd er even niet. Vandaag weer wel.

De tentoonstelling begon met vondsten in Japan en werkte zich zo
door de geschiedenis en door de landschappen van Azie en Europa.
Als ik de draad weer oppak zijn we nog in Azie.

DSC00289LondenBritishMuseumSilkRoadsGeomtricDesignsSamarkand(Afrasiab)UzbekistanAD800-1000

Londen, British Museum, Silk Roads, Geomtric designs, Samarkand (Afrasiab), Uzbekistan, AD 800 – 1000. Niets ‘achterlijke’cultuur, maar een hoogstaande, monotheïstische cultuur, al op een moment in de geschiedenis dat ‘wij Nederlandsers’ nog helemaal niet bestonden.

DSC00286LondenBritishMuseumSilkRoadsDiffusionOfGeomtricDesignsTxt


DSC00291LondenBritishMuseumSilkRoadsZalMakesRustamAPaladinShirazIran1330-1340

Zal makes Rustam a paladin, Shiraz, Iran, 1330 – 1340.


DSC00293LondenBritishMuseumSilkRoadsFragmntOfTheStoryOfRustamAnTheDemonsWrittenInSogdianCave17MogaoCavesDunhuangChinaAbout800s

Een prachtig schrift. Fragmnt of the story of Rustam and the demons, written in Sogdian, Cave 17, Mogao Caves, Dunhuang, China, about 800s.

DSC00292LondenBritishMuseumSilkRoadsEmergenceOfNewPersianTxt


DSC00294LondenBritishMuseumSilkRoadsSasanianKingHuntsLionsPlatePossiblyAcquiredInIndiaOrAfghanistanAd400-700Silver

Sasanian King hunts lions, plate, possibly acquired in India or Afghanistan, AD 400 – 700, silver.

DSC00295LondenBritishMuseumSilkRoadsSasaniansOnTheSilkRoadsTxt


DSC00296LondenBritishMuseumSilkRoadsSilkTextileMadeInIranOrCentralAsiaFoundChurchOfStLeuParisAD600-900

Textile made in Iran or Central Asia, found in the Church of St Leu in Paris, AD 600 – 900. Vergelijkbaar interessante stukken textiel uit de St Servaes van Maastricht was bijvoorbeeld te zien op de tentoonstelling Het jaar 1000 (Rijksmuseum van Oudheden, 2023-2024). Probeer het dier te identificeren.

DSC00297LondenBritishMuseumSilkRoadsSasanianLegaciesInTheIslamicWorldTxtDSC00298LondenBritishMuseumSilkRoadsBrasEwerIranAD800s

Bras ewer, Iran, AD 800s. Let op! Is dat hetzelfde dier?

DSC00299LondenBritishMuseumSilkRoadsBrasEwerIranAD800s


DSC00301LondenBritishMuseumSilkRoadsMosaicFragmentFromFloorOfQusayrAmraJordanAD723-743

Mosaic fragment from the floor of the Qusayr Amra-desert castle in Jordan, AD 723 – 743.

DSC00300LondenBritishMuseumSilkRoadsByzantineConectionsInADesertPalaceTxt


DSC00302LondenBritishMuseumSilkRoadsBrassTrayJordanOrIranAD600-800

Brass tray, Jordan or Iran, AD 600 – 800.

DSC00303LondenBritishMuseumSilkRoadsBrassTrayJordanOrIranAD600-800

Centrale afbeelding van het dienblad: Dome of the Rock (?)

DSC00304LondenBritishMuseumSilkRoadsJerusalemAndIslamTxt


De tentoonstelling was een schatkamer.
Een schatkamer vol bewijs van de interactie en integratie van
culturen in Azie en Europa. Een tijd vollop in beweging,
gedreven door nieuwsgierigheid en handelszin.
Nieiuwsgierigheid naar religie, gewoontes, kunstvormen,
producten en smaken.
Heel inspirerend in een tijd waarin we ons steeds meer
op ons zelf terugtrekken en neer kijken op anderen.

Een boekband met een spannend verhaal

Het was best spannend.
Ik heb wel eerder een boek ingebonden met de Bandzetter-techniek
maar ik heb nog nooit zoveel tijd gestoken in het bedenken
en maken van de bekleding van een bandzetter.

Als een soort ‘schetsen met textiel’ heb ik met een stuk uit
een oude theedoek en stukjes textiel, een voorplat ontworpen
waarin je schetsmatig de titel van het Boekenweekgeschenk 2025
in kunt herkennen: ‘De Krater’.

Gerwin van der Werf is de schrijver van het geschenk en de
Stichting Handboekbinden stelt aan hun leden het boekblok
in losse katernen beschikbaar.
De theedoek is een zwarte theedoek die iets te veel chloor
heeft gezien en de illustratie wordt zichtbaar met stukje
blockprint textiel gemaakt door Jilani Hand Block Print.

De bekleding heeft dus ook een emotionele waarde voor mij:
want de theedoek is al jaren in gebruik, in het huishouden
en in mijn atelier en de blockprint komt uit India.
Dus het is niet alleen technisch ingewikkeld.

Mijn schoonzus liet me de mogelijkheden van haar naaimachine
zien en hielp mij met het ontwerp in elkaar te zetten.

IMG_6899BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterBoekbandbekleding

Dan is het zover.
Het textiel moest wel op de basis voor de boekband passen en
werkt het dan? Dat was uitdagend.

De omslag maak ik altijd drie centimeter. Dat is een prima maat
Misschien voor een ander net een beetje te breed.
Maar ik heb een metalen liniaal van 3 centimeter breed. Dus kan
ik door passen net zo veel bereiken als met meten.
Zonder fouten.
Maar voor een klein boekje is misschien een omslag van
3 centimeter een beetje breed.

Maar nu komt het goed van pas.
Ik kon met mijn liniaal bepalen waar de platkern ging komen.
Om te zien of dat gaat werken heb ik eerst op strategische
plaatsen, kopspelden door de stof geprikt. Zowel aan de lange
zijdes als aan de korte.
Zo kon ik passen of de platten er in pasten. En dat deden ze.

IMG_6911BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterKopspeldenAlsPiketpaaltjesIMG_6912BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterKopspeldIMG_6913BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterKopspeldMargeStiksel

Je ziet hier dat tussen de afbeelding op het voorplat, het stiksel met rood garen, er nog 5 mm over is tot aan de rand van de boekband (de plaats waar de spelden door het stof prikken).


Een teken dat ik het passen kon herhalen en op de achterzijde
kon aftekenen waar de basis voor de boekband kon komen.
Vervolgens heb ik de basis op de stof gelegd en de stof vastgezet
met een paar klemmen. Daarbij heb ik de omslagen alvast even
omgeslagen.

IMG_6915BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterAftekenen

Aftekenen.

IMG_6916BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterVoorzijde

Even door de klemmen heenkijkend zie je het voorplat in wording.

IMG_6917BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterAchterzijde


Terwijl nog niets was vastgelijmd kon ik zo toch zien of de
afbeelding goed op het voorplat ging komen. Hoe de achterkant
er uit ging zien.

Tijd om de boekband basis nog een keer goed op het textiel
te leggen en dan te gaan lijmen. Eerst één plat en de rug.
Vervolgens de achterplat.
Eenmaal vast kon ik de hoeken wegsnijden.
Aansluitend de omslagen gelijmd, eerst de lange kanten.
Daarna de korte kanten. Met extra aandacht voor de rug en
de hoeken.

IMG_6918BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterBasisBoekbandGoedLeggenIMG_6919BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterLijmenVoorplat

Nu kan ik het voorplat gaan insmeren met lijm.

IMG_6920BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterLijmenAchterplat

Vervolgens het achterplat.

IMG_6921BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterBijsnijden

Dat lijmen doe je dan ook met de omslagen nadat de hoeken zijn afgesneden en in dit geval ook de vier zijdes nog eens bijgesneden zijn. De theedoek gaat erg snel rafelen en door het plakken van de vlieseline en het meerdere keren strijken is de vorm van de rechthoek een beetje veranderd. Met boekbindlinnen heb je dat probleem niet.

Een eerste groepsfoto van de drie Boekenweekgeschenken was
mogelijk en dan snel de boekband met bekleding in de boekenpers
om goed te drogen. Daar blijft hij zitten tot morgen.

IMG_6922BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterBoekbandIMG_6923BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterVoorplatIMG_6924BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterGroepsfotoIMG_6925BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterInDeBoekenpers


Het was best een avontuur, maar ik ben heel tevreden.

Gelezen

IMG_6744HansPlompHeiligEnHels

Hans Plomp, India – heilig en hels.


Ik mocht dit boek lezen van een Indiaganger.
Hij heeft het boek gelezen ter voorbereiding van
zijn eerste reis naar India.
In dezelfd tijd ben ik ook naar India geweest,
10 weken. Voor mij was het mijn 9e bezoek.

Het boek bestaat uit 39 verhalen verdeeld
over 5 groepen.

Het leuke is dat de korte verhalen, een paar pagina’s
per verhaal, vlot geschreven zijn.
Het probleem met het boek is dat Hans Plomp India
nog sensationeler maakt dan het land al is.

Een voorbeeld, pagina 90:

Het is de hindoehuwelijksmaand. Overal trekken groteske optochten door de straten, waarbij de bruidegom verkleed als een maharadja te paard de stad wordt rondgezeuld, voorafgegaan door bizarre harmonieorkestjes. Deze spelen op glanzend opgepoetste tuba’s, hoorns en trompetten, achtergelaten door de Engelsen.

De woorden in vet zijn de pijnpunten voor mij:
grotekse
Hindoestaanse huwelijken verlopen volgens een bepaald patroon.
Een optocht met muziek (livemuziek of muziek uit grote speakers
die op een wagen staan). Voor een westerling is dat anders dan
zoals een bruiloft in het westen verloopt.
verkleed
Het woord ‘verkleed’ heeft een negatieve kleur voor een man
die zich zo netjes en mooi mogelijk aankleed. Een smoking
voor een westerse bruidegom noem je ook niet ‘verkleden’.
rondgezeuld
Ook hier uit Hans Plomp een oordeel. Natuurlijk mag dat.
Hij pretendeert niet een onafhankelijk journalist te zijn.
bizarre
Opnieuw een negatief oordeel. Natuurlijk is het lidmaatschap
van een huwelijksorkest geen vaste baan. Immers je bent
slechts een korte tijd van het jaar nodig. Maar dat maakt
het nog niet ‘bizar’.
achtergelaten
Dat de instrumenten van een huwelijksorkest door de Engelse
koloniale macht zijn achtergelaten zal in de jaren ’50
wel voorgekomen zijn maar is zeker niet de norm.
Het is een denigrerende opmerking.

Ook las ik de afgelopen weken een boekbespreking van twee
boeken over India.
De boeken zijn:
William Dalrymple, The Golden Road – How anciant India transformed the world.
Patrick Olivelle, Ashoka – Portrait of a philosopher king.
Het artikel is van de hand van Michiel Leezenberg (sic).

De boeken heb ik (nog) niet gelezen. Ik ben al wel begonnen
aan The Golden Road. Dat wil zeggen ik heb het hoofdstuk over Nalanda
gelezen omdat ik van plan was die plaats te bezoeken in november/
december vorig jaar.

IMG_6697 01 NRCMichielLeezenbergHoeIndiaDeModerneWereldHeeftGemaakt20250321IMG_6697 02 NRCMichielLeezenbergHoeIndiaDeModerneWereldHeeftGemaakt20250321IMG_6697 03 NRCMichielLeezenbergHoeIndiaDeModerneWereldHeeftGemaakt20250321

NRC, Michiel Leezenberg, Hoe India de moderne wereld heeft gemaakt, 21 maart 2025.


Ik ben een liefhebber van de boeken van William Dalrymple dus ben
ik bevooroordeeld maar ik vond de uitmijter van het artikel mooi:

Dalrymple sluit zijn boek af met de vraag of India in de eenentwintigste eeuw opnieuw een culturele hoofdrol in de wereldgeschiedenis zal kunnen gaan spelen. Dat zal menigeen verrassend in de oren klinken. Maar hij weet waar hij het over heeft, en schrijft het ook nog eens meeslepend op: ‘The Golden Road’ is het soort boek dat je zin geeft om meteen je koffers te pakken en al dat moois ter plaatse te gaan aanschouwen.

Dat heb ik afgelopen jaar dus ook gedaan.
Niet alleen zijn laatste boek was voor mij een inspiratie
maar ook zijn vorige boeken doen hard mee.