Kijken, vergelijken en opnieuw kijken

– ik zie verbaasd, doorboord, monumentaal. En jij? –

Inleiding

In het Museum of Mexican Prehispanic Art staan drie figuren
die uit één cultuur komen maar daardoor
nog niet vanzelfsprekend bij elkaar horen.
Ze zijn beschilderd, doorboord, verbaasd van blik
— en toch elk op een andere manier aanwezig.

Twee zitten, de derde is bijna een zuil.
Wat ze delen is een sculpturale logica
waarin ogen, neus, oren en mond door hun perforaties
sterker spreken dan anatomie.

Kijken naar deze beelden betekent telkens opnieuw kijken:
naar vorm, naar kleurresten,
naar wat de maker heeft benadrukt en wat hij heeft weggelaten.

DSC06057 01 MexicoOaxacaMuseumOfMexicanPrehispanicArtFiguraDeNayaritLatePreclassic1250bc-ad200
Mexico, Oaxaca, Museum of Mexican Prehispanic Art, Figura de Nayarit, late preclassic, 1250 BC – AD 200.
DSC06057 02 MexicoOaxacaMuseumOfMexicanPrehispanicArtFiguraDeNayaritLatePreclassic1250bc-ad200
DSC06057 03 MexicoOaxacaMuseumOfMexicanPrehispanicArtFiguraDeNayaritLatePreclassic1250bc-ad200
DSC06057 04 MexicoOaxacaMuseumOfMexicanPrehispanicArtFiguraDeNayaritLatePreclassic1250bc-ad200

Een zittende Nayarit‑figuur

Een zittende figuur waarvan vooral de uitbundige,
gelaagde beschildering de aandacht trekt.
De verf is niet gelijkmatig verdeeld, maar vormt een complex geheel
van patronen die per lichaamsdeel variëren en elkaar ritmisch aanvullen.
Daardoor maakt het beeld een uitzonderlijk levendige en veelstemmige indruk.

Het hoofddeksel vormt een horizontale band die het hoofd omsluit;
aanvankelijk oogt het sober, maar bij close‑up
zijn er resten van een patroon zichtbaar
— kleine cirkels en stippen, waarschijnlijk ooit een subtiele decoratie
die door slijtage grotendeels vervaagd is.

Het gezicht is het meest levendige deel:
de schildering slingert in vloeiende lijnen rond ogen en neus,
bijna als keramische ornamentiek.

De ogen zijn gelaagd opgebouwd: een donkere pupil in een lichtgele iris, omlijst door een donkere ovaal die aan de onderzijde
nog eens wordt benadrukt met een boogvormige schaduw.

Onder de mond ligt een donker aangezette zone die de expressie versterkt; midden daarin loopt een smalle, verticale, lichtgekleurde streep over de kin.
Die markering is opvallend en geeft de kin
een zware, nadrukkelijke aanwezigheid,
alsof het een rituele of symbolische aanduiding is.

Aan weerszijden van het hoofd bevinden zich kleine,
nauwelijks gemodelleerde oren, terwijl de sierraden juist groot en complex zijn:
halfronde ringen met openingen en kleidetails
die zorgvuldig zijn aangebracht.
Het hoofd fungeert zo als drager van rituele versiering,
niet als naturalistische vorm.

Op het bovenlijf zet de beschildering zich voort vanaf de hals.
Onder de kin volgt een halszone waarin lichte stippen
en enkele donkere accenten in een bewuste verdeling zijn aangebracht.
Daaronder bevindt zich een halfronde, verhoogde richel klei
die de vorm van de kin doorgeeft aan de beschilderde textielstroken
op het torso.
Deze richel is later met donkere verf afgewerkt
en fungeert als een halssieraad,
een gemodelleerde overgang tussen gezicht en bovenlijf.
De textielstroken op het torso zelf
bestaan uit banen die de vorm van jaspanden aannemen,
beschilderd met een herhalend motief van dubbele H‑vormen.
Dit patroon is vooral zichtbaar op de linker lichaamshelft;
op de rechterzijde wordt het deels overschaduwd door arm en kom.
De herhaling van het motief suggereert een ritmische weefstructuur,
alsof het om een textiel gaat dat het bovenlijf omsluit.

De armen zijn verdeeld in banden:
een okergele zone met donkere stippen,
daaronder een bruine band met regelmatige lichte stippen,
en bij de pols een donker‑rode strook
met verticale strepen die de vingers voortzetten.
De hand is gestileerd, bijna ornamentaal,
en houdt een kom met opstaande rand,
beschilderd met een diamantpatroon dat uit twee omtreklijnen
in verschillende kleuren bestaat.
In het hart van elke diamant liggen lichte stippen,
alsof het object een zelfstandige betekenis heeft binnen het geheel.

De rokzone toont een doorlopend verticaal zigzagpatroon
op vlakken met verschillende tinten.
Het motief herhaalt zich minstens een keer
en lijkt geschilderd als een ritmische randversiering.
De verf is dun en deels verweerd, maar het ritme blijft herkenbaar:
een opeenvolging van licht‑donkere segmenten
die de onderzijde visueel omzoomt.
Het patroon doet denken aan geweven randen of borduursel,
een ornament dat beweging suggereert
binnen de statische houding van de figuur.

Zo ontstaat een ritmisch geheel waarin elk deel van het beeld
een eigen visuele taal spreekt
— floraal en vloeiend boven, symbolisch in het midden,
geometrisch‑ritmisch onder.
Het resultaat is een figuur die niet alleen een persoon voorstelt,
maar een samensmelting van patronen, materialen en betekenissen is:
een miniatuur‑wereld waarin verf, vorm en ritme
samen een verhaal vertellen over identiteit en ritueel.

In deze vormentaal klinkt duidelijk de traditie van Nayarit door:
de gemodelleerde halssieraad‑richel,
het repeterende dubbele‑H‑motief dat als geweven textiel om het torso ligt,
en de fijn verdeelde verfmarkeringen op hals en gezicht
vormen samen een beeldtaal die typisch is voor West‑Mexico.

Tegelijk laat dit beeld zien hoe binnen die traditie variatie mogelijk was:
een eigen ritme, een eigen combinatie van vorm en schildering,
een eigen manier om lichaam en ornament tot één geheel te maken.
Zo staat deze figuur niet alleen in een regionale stijl,
maar ook als een individueel werk
waarin de maker een herkenbare, bijna intieme visuele logica
heeft vastgelegd.


DSC06058 01 MexicoOaxacaMuseumOfMexicanPrehispanicArtFiguraDeNayaritLatePreclassic1250bc-ad200
Figura de Nayarit, late preclassic, 1250 BC – AD 200.
DSC06058 02 MexicoOaxacaMuseumOfMexicanPrehispanicArtFiguraDeNayaritLatePreclassic1250bc-ad200
DSC06058 03 MexicoOaxacaMuseumOfMexicanPrehispanicArtFiguraDeNayaritLatePreclassic1250bc-ad200

Zittende figuur met groot hoofd

Het tweede beeld toont een zittende figuur
met een groot, bijna kubusvormig hoofd
dat qua volume gelijkstaat aan de rest van het lichaam.

Het hoofddeksel bestaat uit een smalle band
met een diagonaal gestreept patroon.

De ogen zijn wijd geopend en bol, waardoor het gezicht
een verbaasde, alerte expressie krijgt.
Rond het oog zijn nog sporen van donkere verf zichtbaar:
vooral onder het oog ligt pigment precies op de overgang
van holte naar bolling.
De schilder heeft daarmee de topografie van de oogkas benadrukt,
waardoor het oog optisch dieper lijkt te liggen
en de verbaasde expressie wordt versterkt.

De neus is een driehoekige kleivorm met diepe, uitgesneden neusgaten,
waardoor hij als echte neus wordt gelezen
in plaats van als een eenvoudige kleidriehoek.
Onder de neus ligt een smalle mond waarin kleine gaatjes
de suggestie van tanden wekken
— een detail dat het gezicht een mengeling
van menselijkheid en stilering verleent.

Aan de zijkant van het hoofd is een oor zichtbaar.
Het is schelpvormig, met een duidelijke verdieping,
wat wijst op een poging tot anatomische uitwerking.
De bovenkant van de oorschelp is niet los van het hoofd gemodelleerd:
het oor vloeit daar in de massa van het hoofd over,
waardoor het compacter en massiever oogt dan een natuurlijk oor.
Aan de onderrand van het oor zit een kleine uitstulping,
die zowel kan worden gelezen als een versterkte oorlel
als een mogelijk restant van een oorsieraad.
Door de manier waarop het oor in het hoofd is opgenomen,
krijgt het geheel een robuuste, enigszins gestileerde vorm.

Het lichaam is compact en symmetrisch.
De figuur zit met gebogen benen, de voeten als een verlengde daarvan
— bijna als hoeven,
wat het beeld een aardse ondertoon geeft.

Op de linkerschouderkap is een duidelijke zone met oker pigment zichtbaar.
De tint ligt als een dunne laag bovenop het oppervlak
en wijkt af van de natuurlijke kleikleur,
wat erop wijst dat deze kap oorspronkelijk beschilderd was.
De kap lijkt lichter en egaler dan de rest van het lichaam,
wat mogelijk op restauratie duidt,
maar de okerlaag zelf is authentiek pigment.

Onder het sleutelbeen loopt aan beide zijden een zigzagmotief,
zichtbaar als lichte, ritmische lijnen die zich onderscheiden van de klei.
Links is het motief helder zichtbaar; rechts verschijnt het
in de buurt van een scheur, maar de herhaling van de vorm suggereert
dat het deel uitmaakt van een oorspronkelijk decoratief patroon,
mogelijk een textielrand of rituele beschildering.

De rechterhand houdt een bolvormig object
— mogelijk een bal, maar ook te lezen als een vrucht,
een steen of een ritueel attribuut.
De linkerhand rust op de buik.
De vingers zijn individueel gemodelleerd,
wat binnen deze stilistische context opvallend zorgvuldig is.

De oppervlakte van het beeld toont zowel pigmentresten
als natuurlijke verkleuringen.
Over het lichaam lopen scheuren die door ouderdom
en het bakproces zijn ontstaan;
in enkele daarvan is pigment blijven zitten.
Het zigzagmotief onder het sleutelbeen is echter te regelmatig
om toevallig te zijn en wijst op een bewust aangebracht decoratief patroon.

Kleurgebruik bij Nayarit‑beelden

De kleurverdeling van dit beeld — een oker gezicht, een roder lichaam,
donkere accenten rond de ogen en lichte patronen op borst en schouders
— past binnen het bekende palet van Nayarit‑beeldjes.
Makers uit West‑Mexico combineerden de natuurlijke variatie van de klei
(van oker tot roodbruin) met pigmenten op basis van mineralen
zoals rood ijzeroxide, wit kalk, zwart mangaan en oker.
Oker en donkergeel komen regelmatig voor, vooral op gezichten,
hoofddeksels en textielranden.

Hoewel de eerste indruk van dit beeld
— zeker wanneer men het na een drukker exemplaar bekijkt —
is dat het nauwelijks beschilderd is en een vrijwel egale toon heeft,
laat nauwkeurige observatie iets anders zien.
De combinatie van klei‑kleur en subtiele pigmentresten
wijst in de richting dat dit beeld oorspronkelijk
een complex, meerkleurig schema had,
waarin vorm en beschildering elkaar versterkten.


DSC06059 01 MexicoOaxacaMuseumOfMexicanPrehispanicArtFiguraDeNayaritLatePreclassic1250bc-ad200
Figura de Nayarit, late preclassic, 1250 BC – AD 200.
DSC06059 02 MexicoOaxacaMuseumOfMexicanPrehispanicArtFiguraDeNayaritLatePreclassic1250bc-ad200

Als een monument

Figuur drie staat als een monument:
opgericht, massief, bijna architectonisch in zijn aanwezigheid.
De figuur is niet zittend of gebogen zoals bij de vorige beelden,
maar vormt een zuil waarin hoofd, romp, armen en benen
in één doorlopende massa zijn opgenomen.
De schouders zijn hoekig, met scherpe overgangen
die het beeld een blokvormige, bijna constructieve uitstraling geven.

De armen zijn opvallend iel en lang, veel dunner dan de massieve romp.
Ze hangen strak langs het lichaam en eindigen in klauwachtige handen:
de vingers zijn kort, grof en licht gebogen,
waardoor de hand geen anatomische articulatie heeft
maar eerder een gestileerde grijpvorm.
Deze disproportie tussen de slanke armen en de zware romp
versterkt het sculpturale, bijna monumentale karakter van het beeld.

Het hoofd is opvallend:
de bovenkant is ingedeukt, alsof de schedel licht is ingezakt
of bewust is afgeplat.
Rondom loopt een duidelijke haarlijn, een smalle rand die het gezicht
scherp afbakent van de bovenkant van het hoofd.
In vergelijking met de andere beelden in dit bericht
is de neus kleiner en minder dominant,
terwijl ogen, oren en mond juist groot en uitgesproken zijn.
Daardoor krijgt het gezicht een bijna maskerachtige intensiteit,
met sterke accenten op de openingen en perforaties.

De ogen zijn sculpturaal bijzonder:
in een ovale ruimte, gevormd door keramieke oogleden,
liggen kleine bolletjes klei die de pupillen voorstellen.
Deze verhoogde pupillen liggen zichtbaar op het oppervlak van het oog,
waardoor een gelaagd, plastisch effect ontstaat.
De combinatie van de ovale uitsparing, de duidelijke oogleden
en de opgelegde pupillen
geeft de ogen een sterk gestileerde, bijna emblematische vorm
— minder anatomisch, meer maskerachtig.

De oren zijn groot en hoekig, met forse openingen in de oorlel
(denk aan Boeddhabeelden),
waardoor het oor een element wordt dat duidelijk bedoeld is
om iets los doorheen te steken
— een koord met veren, een ring, een los sieraad.

Ook de neusgaten zijn duidelijk ingeboorde perforaties,
diep en rond, wat opnieuw wijst op een sculpturale logica
waarin het lichaam wordt geperforeerd, doorboord, opengewerkt.

De mond is uitzonderlijk.
De tanden zijn bijzonder scherp en regelmatig,
wat de mond een sterk gestileerde, bijna geometrische uitstraling geeft.
Alsof de maker de mond eerder als een maskeropening heeft gedacht
dan als een anatomische mond.

In beide schouders, bijna als oksels,
bevinden zich bewust aangebrachte perforaties.
De bovenkanten liggen min of meer op gelijke hoogte,
zodat ophangen, bevestigen of dragen mogelijk was
en het beeld recht en monumentaal kon worden gepresenteerd.
De plaatsing van de gaten is te doelgericht om toevallig te zijn:
ze maken deel uit van de sculpturale logica van het object.

De klei van het hele beeld is grotendeels egaal van kleur,
maar er zijn donkerblauwe pigmentresten zichtbaar
die sporadisch beginnen boven de armen
en onder de armen een meer aaneengesloten zone vormen.
Deze donkere partijen volgen de centrale verticale as van het beeld
en benadrukken de monumentale, opgerichte aanwezigheid van de figuur.

De benen zijn kort en stevig,
nauwelijks als afzonderlijke volumes gemodelleerd, maar duidelijk aanwezig.
Ze sluiten direct aan op de romp en vormen samen
een compacte, massieve basis waarop het beeld rust.
Hierdoor staat de figuur als een blok, stevig en onverzettelijk,
alsof het eerder een monoliet is dan een anatomisch lichaam.

In zijn geheel maakt het beeld de indruk van een opgericht monument:
hoekig, zwaar, doorboord, met een gezicht
dat eerder maskerachtig dan menselijk is.
De combinatie van perforaties, de gestileerde tanden, de opgelegde pupillen,
de donkerblauwe verkleuringen en de ingedeukte bovenkant
geeft het beeld een functie die verder gaat dan representatie
— het lijkt een object dat kon worden opgehangen of gedragen,
en dat in zijn presentatie een duidelijke monumentaliteit moest uitdragen.

Afronding

Samen laten de drie beelden zien hoe binnen één cultuur
vormen kunnen verschillen en toch verwant blijven.

Elk beeld heeft zijn eigen logica, zijn eigen manier van aanwezig zijn,
maar ze delen een sculpturale taal
waarin ogen, neus, oren en mond
door hun perforaties sterker spreken dan anatomie.

Beschilderd, verbaasd, doorboord, opgericht:
ze tonen hoe expressie kan verschuiven van vorm naar opening,
van lichaam naar doorboring.

Ze vormen geen novelle, roman of bijbelboek
— eerder een reeks ontmoetingen waarin kijken het verhaal maakt.
En zo laat kijken, vergelijken en opnieuw kijken telkens iets anders zien.

Gestolde Aanwezigheid

– over een vrouwelijke figuur uit Veracruz –

DSC06055 01 MexicoOaxacaMuseumOfMexicanPrehispanicArtGranFiguraFemeninaDelPreclasicoMedioDeVeracruz1250AC-200DC
Mexico, Oaxaca, Museum of Mexican Prehispanic Art, Gran figura femenina del preclasico medio de Veracruz, 1250 A.C. – 200 D.C.
DSC06055 02 MexicoOaxacaMuseumOfMexicanPrehispanicArtGranFiguraFemeninaDelPreclasicoMedioDeVeracruz1250AC-200DC
DSC06055 03 MexicoOaxacaMuseumOfMexicanPrehispanicArtGranFiguraFemeninaDelPreclasicoMedioDeVeracruz1250AC-200DC
DSC06055 04 MexicoOaxacaMuseumOfMexicanPrehispanicArtGranFiguraFemeninaDelPreclasicoMedioDeVeracruz1250AC-200DC

Grote, zittende vrouw

In het Museum of Mexican Prehispanic Art
staat deze grote vrouwelijke figuur uit het Preklassieke Veracruz
als een geconcentreerde aanwezigheid, bijna meer ritueel dan mens.

Haar houding is streng frontaal, alsof het lichaam in een vaste as is gezet.
Bovenop die stille verticaliteit ligt een bekroning van banen en noppen,
meer architectonisch dan lichamelijk —
een vorm die het begin markeert van een ritueel hoofd.

Langs haar bovenarmen liggen afgeronde rechthoekige zones,
licht verdiept in het oppervlak en gemarkeerd met een donkere kleur.
In die panelen staan — of steken door — kleine noppen, zes,
waarschijnlijk acht, elk met een inboring
alsof ze één voor één zijn aangebracht.
Het zijn geen sieraden die op de schouders rusten,
maar rituele markeringen die als symbolische velden
tegen het lichaam zijn geplaatst,
zones waar het oppervlak wordt onderbroken en geaccentueerd.

In de buik is een rond gat aangebracht, op de plaats van de navel,
vermoedelijk met rituele of technische functie.

De ledematen lijken op het eerste gezicht onaf
— stompjes met kleine gaten en ingekraste lijnen —
maar juist die reductie maakt duidelijk
dat ze niet bedoeld zijn om te handelen of te bewegen.
Ze fixeren de figuur in een toestand van rituele stilte.

Het gezicht is opgebouwd uit volumes en indrukken:
de ogen bestaan uit drie kleine gaten naast elkaar,
waarvan de randen met klei zijn opgeduwd,
zodat een bolle bovenrand, een scherp ingesneden onderrand
en een smalle, schaduwrijke spleet ontstaan.

De neus is spits en draagt een neussieraad
dat de verticale as van het gezicht benadrukt.

De mond toont een vergelijkbare techniek als de ogen:
direct achter de lip liggen kleine inkepingen,
sommige donker gepigmenteerd, andere vrijwel ongekleurd,
waardoor een ritmisch patroon van licht en schaduw ontstaat
dat de suggestie van tanden wekt.
Rond de mond zijn moderne krassen zichtbaar
die niets met de oorspronkelijke modellering te maken hebben.

Ogen, neus en mond samen vormen een ingekeerde expressie,
waar het rituele hoofd zijn volle intensiteit krijgt.
Een gezicht dat niet naar buiten spreekt maar naar binnen is gericht.

Alles aan deze figuur suggereert een gestolde staat van concentratie:
een lichaam dat niet spreekt maar bewaart.

Het museum noemt stilistische analogieën
met de latere Huasteekse traditie.
Die vergelijking zegt minder over afkomst dan over functie:
beide tradities gebruiken zittende, ingekeerde figuren
als rituele tegenwoordigheid in kleine, lokale contexten.

Ook dit beeld lijkt te hebben gefungeerd
als ingekeerde tegenwoordigheid in een lokale rituele praktijk —
mogelijk binnen beschermingsrituelen, rituelen rond vruchtbaarheid
of voorspoed, momenten van rituele stilte of meditatieachtige handelingen,
of als drager van voorouderlijke aanwezigheid.

Wanneer je van het beeld opkijkt en zoekt naar een bredere context,
blijkt dat deze figuur geworteld is in een Preklassiek beeldlandschap
dat langs de oostkust van Mexico tot ontwikkeling kwam:

Traditie

In het gebied langs de oostkust van Mexico
— vooral in de huidige staten Veracruz, Tamaulipas
en delen van San Luis Potosí —
ontstond in de Preklassieke periode een beeldtraditie
waarin zittende vrouwelijke figuren een opvallende rol spelen.

Deze regio vormt een eigen vroeg‑Meso‑Amerikaans kunstlandschap,
anders dan bijvoorbeeld Oaxaca in het zuiden
of West‑Mexico (Colima, Jalisco, Nayarit).

De zitbeelden uit de oostkust zijn geen portretten
maar gestolde rituele figuren, gemaakt om een toestand van concentratie,
bescherming of aanwezigheid te belichamen.
De zittende houding
— knieën opgetrokken, armen tegen het lichaam, romp frontaal —
verankert het lichaam en sluit elke suggestie van beweging uit.

Vrouwelijke figuren dragen in deze context vaak de last van symboliek:
zij vertegenwoordigen vruchtbaarheid, continuïteit, de aarde,
maar evenzeer de stilte van het ritueel,
het moment waarop het lichaam niet handelt maar ontvangt.

Hun ornamenten markeren zones van kracht;
hun ledematen worden bewust gereduceerd;
hun gezichten tonen geen expressie maar een innerlijke spanning.
In zulke beelden wordt het vrouwelijke lichaam
niet als individu weergegeven,
maar als drager van een rituele staat,
een vorm die de gemeenschap moest begeleiden, beschermen of bezweren.

DSC06055 05 MexicoOaxacaMuseumOfMexicanPrehispanicArtGranFiguraFemeninaDelPreclasicoMedioDeVeracruz1250AC-200DC
DSC06055 06 MexicoOaxacaMuseumOfMexicanPrehispanicArtGranFiguraFemeninaDelPreclasicoMedioDeVeracruz1250AC-200DC
DSC06055 07 MexicoOaxacaMuseumOfMexicanPrehispanicArtGranFiguraFemeninaDelPreclasicoMedioDeVeracruz1250AC-200DC

India 24/25: Varanasi, dag 3 – Archaeological Museum Sarnath 09

– over zandsteen waarin tijd en aandacht samen zijn achtergebleven –

In dit bericht laat ik een laatste reeks reliëfs zien
uit het Archaeological Museum Sarnath.
Het zijn fragmenten uit verschillende panelen
— sommige zacht en verzonken, andere scherp en energiek —
maar allemaal geworteld in dezelfde laat‑Gupta traditie.

Samen geven ze een indruk van de rijkdom van Sarnath:
van devotie en bescherming tot strijd, beweging en verstilling.

DSC01773IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathLifeScenesOfBuddha6thCenturyCESandstoneAccNo262
India, Varanasi, Archaeological Museum Sarnath, Life scenes of Buddha, 6th century CE, sandstone. Acc. No. 262.
DSC01775IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathLifeScenesOfBuddha6thCenturyCESandstoneAccNo262 PanelDepictingFourImportantEventsOfBuddha'sLife

Vier heilige momenten in steen

In het Sarnath‑museum staat een hooggerekt reliëf
dat de levensweg van de Boeddha samenvat
als een verticale pelgrimage.
Van onder naar boven ontvouwt zich de cyclus
van geboorte, verlichting, leer en bevrijding:
Lumbinī, Bodhgayā, Sarnath en Kuśinagara.

De stupa‑vorm waarin deze scènes zijn gevat, maakt van het beeld
een miniatuurwereld van de dharma:
de Boeddha verschijnt, ontwaakt, onderwijst en verdwijnt
— maar zijn leer blijft als een stille as door alle lagen heen.

Stijl en herkomst

Het reliëf past duidelijk binnen de laat‑Gupta traditie
die in Sarnath zo herkenbaar is:
zachte, bijna vloeibare contouren, een serene gelaatsuitdrukking
en een voorkeur voor slanke, licht geabstraheerde proporties.
Het atelier in Sarnath stond bekend om zijn verfijnde zandsteenwerk,
waarbij de beeldhouwers de scènes
niet dramatisch maar contemplatief vormgaven
— alsof elke figuur een echo is van innerlijke rust.

De verticale ordening van de vier heilige plaatsen verraadt bovendien
een didactische bedoeling:
het paneel fungeerde waarschijnlijk als devotioneel object,
bedoeld om pelgrims te herinneren
aan de geografische én spirituele route die de Boeddha heeft afgelegd.

DSC01780IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathKirtimukha5thCenturyCESandstoneAccNo664
Kirtimukha, 5th century CE, sandstone. Acc. No. 664.
DSC01781IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathKirtimukha5thCenturyCESandstoneAccNo664

Kīrtimukha met opvliegende ganzen

Deze late Gupta‑steen uit Sarnath (5e eeuw) toont het mythische gezicht
dat als beschermend motief boven tempelpoorten en nissen werd geplaatst.
De Kīrtimukha — letterlijk “gezicht van glorie” —
lijkt te ontstaan uit ranken en wolkvormen, alsof hij zelf uit de steen groeit.
Aan weerszijden stijgen twee ganzen op,
symbolen van zuiverheid en spirituele vlucht;
de linker draagt een tak, een subtiele verwijzing naar leven en wedergeboorte.
De combinatie van dier en demonisch‑plantaardig ornament
is typisch voor Sarnath:
het decor is niet dreigend maar ritmisch,
bijna muzikaal, een spel van symmetrie en adem.

De poortwachter van de leegte

De Kīrtimukha ontstond volgens de mythe uit de woede van Śiva,
maar werd door zijn berouw tot een symbool van zelfoverwinning.
In de tempelarchitectuur bewaakt hij de grens tussen het wereldse
en het sacrale: zijn open mond verslindt alles wat nadert,
zodat enkel het zuivere de heilige ruimte kan betreden.
Wat ooit een demonisch gezicht was,
werd zo een beeld van transformatie
— een herinnering dat de weg naar inzicht begint
met het loslaten van eigen begeerte.
In Sarnath krijgt dit motief een zachte, bijna vegetale vorm,
alsof de steen zelf ademt en de poort niet bedreigt maar uitnodigt.

DSC01783 01 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathAssassinationOfDemonAndhakByShiva12thCenturyCESandstoneAccNo39
Assassination of demon Andhak by Shiva, 12th century CE, sandstone. Acc. No. 39.
DSC01783 02 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathAssassinationOfDemonAndhakByShiva12thCenturyCESandstoneAccNo39 Hands
Shiva met baard en drietand valt Andhak aan.
DSC01783 03 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathAssassinationOfDemonAndhakByShiva12thCenturyCESandstoneAccNo39 Hands
Tegelijk vertrapt Shiva een demon.
DSC01783 04 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathAssassinationOfDemonAndhakByShiva12thCenturyCESandstoneAccNo39 Hands
Zo telde ik de armen/handen. Ik kom tot acht.
DSC01785IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathAssassinationOfDemonAndhakByShiva12thCenturyCESandstoneAccNo39 Txt
Deze zaaltekst heeft het over 10 armen maar ik kan die niet alle tien vinden.

Shiva in strijd met Andhaka

Het reliëf toont een baardige Shiva in een krachtige,
bijna spiraalvormige houding.
Zijn lichaam draait licht naar links, terwijl zijn blik omhoog gericht is
naar de demon Andhaka, die hij met zijn drietand doorboort.
Rond zijn torso waaieren acht armen uit, elk met een wapen of attribuut:
boog, knots, trident, schaal, en andere rituele voorwerpen.
De compositie is dicht en energiek
— de armen vormen een ritmische kring rond het gelaat,
dat ondanks de woede een zekere concentratie behoudt.
Onder Shiva’s opgeheven been kronkelt een verslagen demon,
symbool van het kwaad dat onder de voet wordt gehouden.
De beitelsporen verraden dat het werk onvoltooid bleef,
maar juist daardoor blijft de beweging voelbaar:
het is alsof de steen nog trilt van de strijd.

De symboliek van de strijd

De mythe vertelt hoe Andhaka, een demon geboren uit blind verlangen,
Shiva’s echtgenote Pārvatī begeerde
en daarmee de orde van de wereld verstoorde.
Shiva trad hem tegemoet in een kosmische strijd
waarin elke druppel bloed van Andhaka nieuwe demonen voortbracht;
daarom moest Shiva hem met de drietand doorboren
en tegelijk het bloed opvangen,
zodat het kwaad zich niet kon vermenigvuldigen.
In het reliëf zie je die spanning: de blik omhoog,
de armen die als een kring van macht om het lichaam staan,
de demon onder de voet die het overwonnen verlangen belichaamt.
Het is een beeld van innerlijke strijd evenzeer als van goddelijke kracht
— de overwinning op Andhaka is uiteindelijk de overwinning
op het eigen verblindende ego.

Vreedzaamheid en geweld: een vergeten spanning

Voor veel westerse bezoekers botst dit reliëf
met het idee dat Oosterse religies
vooral zacht, sereen en meditatief zouden zijn.
Maar in werkelijkheid lopen geweld en devotie in India vaak door elkaar:
goden strijden, demonen worden onderworpen,
kosmische orde wordt hersteld door middel van vernietiging.
Het is geen gratuit geweld, maar een symbolische taal
waarin innerlijke conflicten, begeerte en verblinding worden verbeeld.
Shiva’s strijd met Andhaka laat zien dat spirituele tradities
niet alleen rust en inzicht tonen,
maar ook de rauwe energie die nodig is om het kwaad
— zowel buiten als binnen de mens — te doorbreken.
Juist die combinatie van contemplatie en agressie
maakt dit Sarnath‑reliëf zo indringend:
het is een spirituele wereld waarin sereniteit niet bestaat zonder strijd.

DSC01786IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathRiderOnLeogryph5thCenturyCESandstoneAccNo244
Rider on leogryph, 5th century CE, sandstone. Acc. No. 244.
DSC01788IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathRiderOnLeogryph5thCenturyCESandstoneAccNo249
Rider on leogryph, 5th century CE, sandstone. Acc. No. 249.

Twee leogryph‑ruiters, twee karakters

In het Sarnath‑museum staan twee reliëfs uit de 5e eeuw
die een ruiter op een leogryph tonen
— een mythisch dier dat de kracht van de leeuw
en de snelheid van het paard verenigt.

Ondanks het gedeelde motief hebben de panelen een heel eigen uitstraling.

Acc. 244 is dof en sterk afgesleten:
de zandsteen heeft een matte huid gekregen, de contouren zijn verzacht
en het geheel lijkt door tijd en aanraking gepolijst.

Acc. 249 is minder intact maar opvallend glanzend;
de breuklijnen zijn scherper, de steen vangt het licht
en de resterende vormen hebben een bijna metalen helderheid.

In beide reliëfs is de compositie gebogen
binnen een architectonische omlijsting,
wat suggereert dat ze ooit deel uitmaakten van een tempelbasis of poort.
Zo tonen ze dezelfde iconografie,
maar belichamen ze twee verschillende manieren
waarop tijd, slijtage en fragmentatie een beeld kunnen vormen
— één verzonken en zacht, één scherp en fragmentarisch aanwezig.

Waarom Sarnath‑zandsteen zo ongelijk veroudert

De verschillen tussen de twee leogryph‑panelen zijn niet uitzonderlijk:
Sarnath‑zandsteen staat bekend om zijn ongelijke veroudering.
Het materiaal is relatief zacht en reageert sterk op variaties in
vocht, temperatuur en blootstelling.
Sommige stukken worden door eeuwenlange aanraking
en luchtcirculatie mat en zijdeachtig,
terwijl andere fragmenten juist glans krijgen doordat de steen dichter,
harder of minder poreus is in bepaalde lagen.
Breuklijnen kunnen bovendien nieuwe, heldere vlakken openen
die het licht anders vangen dan het oorspronkelijke oppervlak.
Zo ontstaat een soort geologische biografie:
elk reliëf draagt de sporen van zijn eigen geschiedenis,
van waar het lag, hoe het werd gevonden,
en welke delen van de steen de tijd beter of slechter hebben doorstaan.

Symboliek en context

De leogryph fungeert vaak als drager van goddelijke of heroïsche figuren,
een hybride wezen dat de kracht van de leeuw
en de snelheid van het paard verenigt.
In Sarnath kan hij ook verwijzen naar de bewakers van de dharma
— wezens die de heilige ruimte beschermen tegen chaos.
De ruiter zelf blijft anoniem,
maar zijn houding en greep suggereren
beheersing van de oerkracht onder hem.
Zo wordt het beeld een allegorie van spirituele controle:
de mens die de instinctieve energie van het dier temt
zonder haar te vernietigen.

IMG_3530 01 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathPreachingBuddha5thCenturyCESandstoneAccNo340
Preaching Buddha, 5th century CE, sandstone. Acc. No. 340.
IMG_3530 02 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathPreachingBuddha5thCenturyCESandstoneAccNo340
IMG_3530 03 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathPreachingBuddha5thCenturyCESandstoneAccNo340
IMG_3530 04 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathPreachingBuddha5thCenturyCESandstoneAccNo340

Preaching Buddha

De Boeddha zit in de houding van het onderwijzen,
met beide handen voor de borst in de Dharmachakra‑mudrā,
het “in beweging zetten van het wiel van de leer”.
De gelaatstrekken zijn volmaakt symmetrisch en zacht,
de ogen halfgesloten in innerlijke concentratie.
Achter hem ontvouwt zich een rijk versierde aureool met florale motieven
en twee hemelse figuren die bloemen strooien
— een visuele echo van de eerste prediking in Sarnath.

Langs de zijkanten zie je gevleugelde dieren en wolkvormen,
symbolen van spirituele verheffing.
En onderaan, in de basis, bevindt zich een kleine scène
die vaak over het hoofd wordt gezien:
figuren rond een centraal object.
Dat detail verwijst waarschijnlijk naar de eerste discipelen
die de leer ontvingen in het hertenpark van Sarnath.

Een stille kern van beweging

Wat dit beeld zo bijzonder maakt, is de spanning
tussen absolute rust en innerlijke dynamiek.
De Boeddha zit onbeweeglijk, maar alles om hem heen
— aureool, wolken, dieren, leerlingen — beweegt.
De steen lijkt zelf te ademen.
In die zin is dit reliëf het tegenbeeld van de gewelddadige Shiva‑scène
die hierboven passeerde:
hier wordt de strijd niet buiten, maar binnenin gevoerd,
en de overwinning is stilte.

De basis: de eerste prediking in het hertenpark

In de nis onderaan het reliëf bevindt zich een compacte scène
met zes, mogelijk zeven figuren rond een centraal object
dat van opzij als een Dharmachakra te herkennen is.
Door beschadiging is de precieze vorm van één figuur links
niet meer te bepalen, maar de overige personen zijn duidelijk zichtbaar.
Voor deze groep zitten twee herten, beschadigd
maar nog goed herkenbaar in contour: de gebogen rug, de fijne snuit,
de aandachtige houding.
Ze richten hun kop naar het wiel.
De nis wordt links en rechts begrensd door gemodelleerde pilaren,
waardoor deze scène als een miniatuur‑heiligdom
binnen het grotere reliëf verschijnt.

Aantallen, symmetrie en historische verwijzing

Historisch verwijst deze scène naar de eerste prediking in het hertenpark,
waar de Boeddha zijn leer deelde met vijf discipelen
— een getal dat in de canonieke overlevering vastligt.
In dit reliëf zien we echter zes of misschien zeven figuren.
Dat verschil komt vaker voor in Sarnath‑kunst:
beeldhouwers kozen geregeld voor compositorische balans
boven strikte narratieve juistheid.
Extra figuren versterken de visuele harmonie
of breiden de kring van luisterenden symbolisch uit.
Door slijtage is niet te bepalen of de beschadigde vorm links
een zevende persoon was of een decoratief element,
maar de opzet blijft duidelijk:
een centrale leer, omringd door aandachtige wezens — mens en dier —
in een ritmische, zorgvuldig geordende scène.

Het hert als symbool in de boeddhistische kunst

Het hert is een van de oudste en meest constante symbolen
in de boeddhistische beeldtraditie.
In vrijwel alle scholen verwijst het naar het Hertenpark van Sarnath,
waar Boeddha zijn eerste leerrede gaf.
Die associatie blijft door de eeuwen heen herkenbaar,
maar de manier waarop herten worden afgebeeld
verschilt per periode en regio.

In vroege Indiase kunst staan ze dicht bij het Dharmachakra
en hebben ze een rustige, luisterende houding.
In de Tibetaanse en Nepalese tradities worden herten
vaak sierlijker en expressiever, soms met langere poten
en een meer gestileerde kop.
In de Chinese kunst krijgt het hert soms een extra laag van symboliek
als teken van lang leven en voorspoed.

Ondanks die variaties blijft de kern hetzelfde:
het hert markeert het moment waarop de leer van Boeddha
de wereld binnentreedt,
en staat voor aandacht, vrede en ontvankelijkheid — een dier dat luistert.

Afronding

Samen laten deze reliëfs zien hoe veelzijdig de beeldtraditie van Sarnath is.
Strijd en rust, bescherming en devotie, ornament en symboliek:
het bestaat hier naast elkaar zonder te botsen.
De zandsteen draagt de tijd, maar ook de aandacht
waarmee deze beelden ooit zijn gemaakt.
Zo blijft Sarnath een plaats waar de dharma niet alleen wordt verteld,
maar ook zichtbaar is — in elke houding, elke lijn, elke stilte.


Mensbeelden uit Jalisco

– over massa, beweging en het denken in klei –

Het was een zonovergoten dag in Oaxaca.
Het museum is een heel mooi, eenvoudig gebouw met rond een patio
de tentoonstellingsruimtes.
Elk met een eigen kleur als een soort thema.
De werken staan of hangen in speciale vitrines in de muur.
Soms staan de werken op zich zelf, midden op de vloer of tegen de wand.
Het is er rustig als ik er ben.
Je kunt goed rondlopen, terugkeren naar een vitrine om een indruk te toetsen,
de tuin is warm, maar de ruimtes zijn heel comfortabel.

Dat de hele wereld dag in dag uit naar Mexico, de VS en Canada zal kijken
om geen minuut te missen van het voetbal,
daar merk je in het museum nog helemaal niets van.
Hoewel, ik maakte van twee beeldjes foto’s.
Een er van heeft zeker te maken met sport.
Anders dan voetbal, maar waarschijnlijk heel populair in hun tijd.

DSC06043 01 MexicoOaxacaMuseumMexicanPrehispanicArtFiguraFemeninaJaliscoPreclassicoTardio1250aC-200dC
Mexico, Oaxaca, Museum of Mexican Prehispanic Art, Figura femenina, Jalisco, preclassico tardio, 1250 a.C. – 200 d. C. Vrouwfiguur gevonden in Jalisco.
DSC06043 02 MexicoOaxacaMuseumMexicanPrehispanicArtFiguraFemeninaJaliscoPreclassicoTardio1250aC-200dC
DSC06043 03 MexicoOaxacaMuseumMexicanPrehispanicArtFiguraFemeninaJaliscoPreclassicoTardio1250aC-200dC

Een vinger is een teen is een uitsteeksel

Deze gedrongen figuur lijkt uit één compacte massa geboetseerd,
met een nadruk op volume eerder dan op anatomie.
De armen sluiten dicht aan tegen het lichaam,
de schouders zijn bezet met kleine bultjes
die als een korrelige huid of een rituele bekleding kunnen worden gelezen.
Handen en voeten zijn bijna identiek gevormd
— brede uiteinden met ingesneden lijnen
die vingers en tenen slechts suggereren.

Alles wijst op een maker die meer dacht dan keek:
de vormen volgen een innerlijke logica, niet de waarneming.
Het lichaam is niet geobserveerd maar geconstrueerd,
als een idee van menselijkheid dat in klei wordt vastgelegd.

De ruwe betonnen achtergrond van de vitrine versterkt dat effect:
beide delen dezelfde aardse stilte,
alsof het beeldje nog steeds in zijn eigen wereld van grond en ritueel staat.


DSC06044 01 MexicoOaxacaMuseumMexicanPrehispanicArtFiguraMasculinaJugadorDePelotaJaliscoPreclassicoTardio1250aC-200dC
Figura masculina, jugador de pelota, Jalisco, preclassico tardio, 1250 a.C. – 200 d.C. Mannelijke balspeler.
DSC06044 02 MexicoOaxacaMuseumMexicanPrehispanicArtFiguraMasculinaJugadorDePelotaJaliscoPreclassicoTardio1250aC-200dC
DSC06044 03 MexicoOaxacaMuseumMexicanPrehispanicArtFiguraMasculinaJugadorDePelotaJaliscoPreclassicoTardio1250aC-200dC
DSC06044 04 MexicoOaxacaMuseumMexicanPrehispanicArtFiguraMasculinaJugadorDePelotaJaliscoPreclassicoTardio1250aC-200dC
DSC06044 05 MexicoOaxacaMuseumMexicanPrehispanicArtFiguraMasculinaJugadorDePelotaJaliscoPreclassicoTardio1250aC-200dC

Pelota

De speler staat in een compacte, bijna hoekige houding,
met de bal als verlengstuk van zijn lichaam.
Zijn gezicht is een masker: streng, geometrisch, met smalle ogen
en een scherpe neus die de expressie tot een teken reduceert.
Het lichaam lijkt gehuld in een glad oppervlak
dat aan een sportshirt doet denken,
maar de handen en voeten volgen elk hun eigen logica
— platgedrukte bolletjes als vingers, tegenover voeten met volume en gewicht.

De maker heeft niet gekeken, maar gedacht:
hij boetseerde volgens een innerlijk schema
waarin de mens een symbool wordt van kracht en ritueel.
Zelfs de bal, ruw en onregelmatig, lijkt meer idee dan object
— een echo van het spel dat hier niet wordt gespeeld maar herinnerd.

Twee figuren, één vitrine — twee manieren om een mens te denken

Hoewel beide beeldjes uit Jalisco komen en naast elkaar
in dezelfde vitrine staan, lijken ze bijna uit verschillende werelden.

De vrouwelijke figuur is compact en gesloten,
een gedrongen lichaam dat als een blok aarde staat
— stil, massief, haast architectonisch.

De pelota‑speler daarentegen is beweeglijk:
zijn linkerarm buigt soepel, zijn romp lijkt licht te kantelen,
en zelfs zijn maskerachtige gezicht draagt een spanning die op actie wijst.

Het is alsof de ene maker in massa en rust dacht,
en de andere in lijn en beweging.
Twee kunstenaars, twee mentale modellen van menselijkheid:
een aanwezigheid of een gebaar.

Samen tonen ze hoe binnen één regio en één periode
de menselijke figuur niet één stijl volgde,
maar een hele waaier aan interpretaties
— van het statische tot het dynamische, van het aardse tot het rituele.

Afsluiting

Of de bal goedgekeurd zou worden door de FIFA betwijfel ik.
Maar deze beeldjes hebben geen erkenning nodig
— zeker niet van een corrupte organisatie.


India 24/25: Varanasi, dag 3 – Archaeological Museum Sarnath 07

– over wat je ziet als je even niet naar het kapiteel kijkt –

De collectie van het Archaeological Museum Sarnath is veelomvattend:
Met één wereldberoemd object en heel veel andere vondsten.
In het centrum staat de pilaar van Ashoka met het leeuwenkapiteel.
Maar daaromheen, letterlijk, opent zich een hele wereld.
Dit bericht toont twee van die andere objecten.

DSC01768 01 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathInscriptionOfKumardevi12thCentCESandstoneAccNo33
India, Varanasi, Archaeological Museum Sarnath, Inscription of Kumardevi, 12th century CE, sandstone. Acc. No. 33.
DSC01770IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathInscriptionOfKumardevi12thCentCESandstoneAccNo33 Contents

CONTENTS OF KUMARDEVI’S INSCRIPTION

  1. This inscription was discovered in March 1908 in course of excavation conducted at Sarnath by Sir John Marshal and Sten Konow.
  2. Sten Konow deciphered this inscription and published it in Epigraphia Indica Vol‑IX in 1908.
  3. The inscription comprises of twenty‑six verses inscribed in Sanskrit in the character of Nagri script.
  4. The first two verses contain invocation of Goddess Vasudhara and the Moon.
  5. The eleven verses give the genealogy and dwell on the virtues of Kumaradevi, the Buddhist queen of Govindachandra (1114‑1154 A.D.) of Kanyakubja (Modern Kannauj).
  6. Verses fourteen to twenty mention the genealogy of the Gahadavala family of Govindachandra.
  7. The succeeding two verses specify that Kumaradevi built a vihara at Dharmachakra (Modern Sarnath) and that she caused a copper plate to be prepared in connection with the Teaching of the Lord of the wheel of law and then restored the image of Lord as it existed in the old days.
  8. The queen’s praise is sung in twenty‑fourth verse, while the last two verses inform that the inscription which is called Prashasti was composed by the poet Shrikunda & engraved by Vamana.
DSC01768 02 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathInscriptionOfKumardevi12thCentCESandstoneAccNo33 Detail
Detailopname van een willekeurige fragment van het nagri-schrift.

John Marshall en Sten Konow

De samenwerking tussen Sir John Marshall en Sten Konow
is een mooi voorbeeld van hoe archeologie
en filologie (de studie van taal, literatuur en cultuur,
met nadruk op historische ontwikkeling en tekstkritiek)
elkaar rond 1900 begonnen te versterken.
Marshall, de Britse directeur van de Archaeological Survey of India,
was verantwoordelijk voor het professionaliseren
van archeologisch onderzoek en voor grote opgravingen zoals die in Sarnath.
Konow daarentegen was een Noorse indoloog en epigraaf,
gespecialiseerd in oude Indiase talen en inscripties.
Dat een Noor zo’n centrale rol speelde in de studie van Indiase epigrafie
is inderdaad bijzonder:
het laat zien hoe internationaal de belangstelling
voor het subcontinent toen al was,
en hoe Europese geleerden zich toelegden
op het ontcijferen van teksten die cruciaal waren
voor het begrijpen van India’s religieuze en politieke geschiedenis.
Marshall bracht de inscripties aan het licht;
Konow gaf ze een stem door ze te lezen, te vertalen en te interpreteren
— een samenwerking die de studie van Sarnath blijvend heeft gevormd.

Epigraphia Indica: betekenis, doel en huidig bestaan

Epigraphia Indica, opgericht in 1892,
was het officiële tijdschrift van de Archaeological Survey of India
en groeide uit tot het belangrijkste platform
voor de publicatie en analyse van inscripties uit het Indiase subcontinent.
Het doel was helder: alle nieuwe epigrafische vondsten
systematisch documenteren, transcriberen, vertalen
en van context voorzien,
zodat ze toegankelijk werden voor onderzoekers wereldwijd.
Voor plaatsen als Sarnath, waar inscripties
vaak de enige directe historische stemmen zijn,
werd het tijdschrift een onmisbare bron.
Hoewel de frequentie van publicatie in de twintigste eeuw afnam,
bestaat Epigraphia Indica nog steeds als onderdeel van de ASI‑reeks
en blijft het een standaardreferentie voor epigrafen, historici en archeologen
die werken met primaire bronnen uit India’s verleden.

De inscriptie van Kumaradevi

De inscriptie van Kumaradevi, is een zeldzame bron
die ons rechtstreeks iets vertelt over Sarnath in de 12e eeuw.
Het is een tekst waarin een koningin uit een machtige Noord‑Indiase dynastie
– koningin Kumaradevi van de Gahadavala‑dynastie –
beschrijft hoe zij een nieuw klooster liet bouwen in Sarnath
en een koperen plaat liet maken ter ere van de boeddhistische leer.

Dat klinkt eenvoudig, maar het is historisch gezien bijzonder:
het laat zien dat Sarnath in deze periode
nog steeds actief werd ondersteund door koninklijke patronage,
op een moment dat veel boeddhistische centra in Noord‑India
onder druk stonden.
Dankzij deze inscriptie weten we dat Sarnath
toen nog een levendige, gerespecteerde plek was,
en dat het niet zomaar een ruïne was
die later door archeologen werd opgegraven.

Zonder deze tekst zouden we een belangrijk hoofdstuk
uit de geschiedenis van Sarnath missen.


DSC01766 01 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathRamgramStupa1stCentBCESandstoneAccNo527
Ramgram-stupa, 1st century BCE, sandstone. Acc. No. 527.
DSC01766 02 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathRamgramStupa1stCentBCESandstoneAccNo527 DetailLinks
DSC01766 03 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathRamgramStupa1stCentBCESandstoneAccNo527 DetailRechts

Een paneel met de Ramagrama‑stupa — geen stupa zelf

In het museum wordt een zandstenen fragment tentoongesteld
onder de naam “Ramgram Stupa”.
Dat is eigenlijk misleidend, want het object is niet de stupa zelf,
maar een decoratief paneel of deurpost
uit de vroege boeddhistische periode (rond de 1e eeuw v.Chr.).

Op het reliëf is een gestileerde voorstelling te zien
van de Ramagrama‑stupa in Nepal,
een van de acht oorspronkelijke stupa’s
waarin volgens de traditie de relieken van de Boeddha werden verdeeld.
Zulke voorstellingen dienden als herkenbare symbolen voor pelgrims:
een manier om een heilige plaats zichtbaar te maken,
zelfs wanneer die ver weg lag.

Hoe een stupa wordt verbeeld in vroege boeddhistische kunst

Het paneel laat prachtig zien hoe kunstenaars uit die tijd
een stupa in beeldtaal samenvatten:

De halve bol (anda)
De ronde koepel vormt het hart van de stupa: de plek waar de relieken rusten. Op het reliëf is deze halve bol duidelijk herkenbaar.

De omheining rond de bol (vedika)
Rond de koepel staat een lage balustrade. Die markeert de heilige ruimte en verwijst naar de rituele ommegang (pradakshina) van pelgrims.

De parasol bovenop de stupa (chatra)
Boven op de bol staat een parasol, het klassieke symbool van koninklijke bescherming en spirituele verheffing.

De tweede omheining rond de parasol
Ook de top van de stupa is omheind. Dat benadrukt dat de bovenste zone net zo heilig is als de basis.

Wapperende banieren (dhvaja)
Aan de parasol hangen banieren die naar buiten waaieren. Ze symboliseren devotie, rituele activiteit en de voortdurende aanwezigheid van de leer.

Samen vormen deze elementen een iconografische formule:
een herkenbare manier om een stupa af te beelden
— een visuele hommage die de heilige plek verbindt met Sarnath.

Naast de Ramagrama‑stupa zien we nog meer.

De naga‑paren op de stupa

Op de koepel zelf kronkelen drie paren naga‑achtige wezens:
telkens twee slangen met opgerichte halzen
en een fijn schubbenpatroon.
Ze zijn ritmisch over de bol verdeeld, alsof ze de stupa omringen en bewaken.
In vroege boeddhistische kunst zijn naga’s beschermers van relieken
en heilige plaatsen.
Hun aanwezigheid verwijst naar het verhaal
dat juist de Ramagrama‑stupa door naga’s werd bewaakt,
zodat haar relieken nooit werden verdeeld.
Door de naga’s in paren te tonen — een typisch Śuṅga‑motief —
benadrukt de kunstenaar de heiligheid en bescherming van de stupa:
niet één bewaker, maar een hele kring van mythische wezens
die de relieken behoeden.

Het naga-motief is uitzonderlijk specifiek
en vormt waarschijnlijk de belangrijkste reden om dit fragment
te identificeren als een voorstelling van de Ramagrama‑stupa,
de enige stupa die volgens de traditie door naga’s werd bewaakt.

De olifant en zijn berijder

Links van de stupa zie je een olifant met een figuur bovenop.
In vroege boeddhistische kunst is de olifant een beschermend
en koninklijk dier, vaak verbonden met processies, relieken en heilige reizen.
De berijder — een hemelse of menselijke begeleider —
versterkt dat beeld:
hij fungeert als bewaker van de stupa of als deel van een rituele stoet.
De combinatie van olifant en ruiter is typisch voor reliëfs uit de Śuṅga‑periode,
waarin dieren en menselijke figuren samen een sacraal landschap vormen.

De decoratieve rand

Rechts van de stupa loopt een rijk versierde verticale zone
met bloemmotieven, vlechtwerk en geometrische patronen.
Dit soort ornamenten zijn kenmerkend voor deurposten
en panelen uit dezelfde periode.
Ze markeren de overgang tussen de buitenwereld
en de heilige ruimte,
en geven het object een architectonische functie:
dit was geen los reliëf, maar onderdeel van een ingang, poort of heiligdom.

Samen met de stupa‑voorstelling maken deze elementen duidelijk
dat het fragment ooit deel uitmaakte van een rituele architectuur:
een plek waar pelgrims binnenkwamen,
waar heilige plaatsen werden verbeeld,
en waar dieren, mensen en symbolen samen
een sacraal landschap vormden.

Slotbeschouwing

Het is begrijpelijk dat het leeuwenkapiteel in Sarnath
zoveel aandacht krijgt.
Het staat centraal opgesteld, met ruimte, licht
en een duidelijke museale focus
— en terecht, want veel bezoekers komen er speciaal voor.
Maar juist die prominente plaats biedt een kans om ook andere,
minder bekende stukken zichtbaar te maken.
Objecten zoals de inscriptie van Kumaradevi
en het paneel met de Ramagrama‑stupa
vertellen samen het bredere verhaal van Sarnath:
de politieke patronage, de religieuze betekenis,
de mythische bescherming van relieken,
en de verfijnde beeldtaal van de vroege boeddhistische kunst.
Door die context te tonen,
groeit het begrip voor het belang van Sarnath als heilige plaats.
Het museum zou daarmee niet alleen het beroemde kapiteel eren,
maar ook de rijke wereld eromheen
— een wereld die in deze fragmenten nog altijd zichtbaar is.


India 24/25: Varanasi, dag 3 – Archaeological Museum Sarnath 06

– over beelden die reizen en wegen openen, terwijl wij een stukje meelopen –

De stupa op het voorhoofd

In het Archaeological Museum van Sarnath staat deze Bodhisattva Maitreya
uit de 5e eeuw, een prachtig voorbeeld van de verfijnde Gupta‑stijl.
De iconografie klopt tot in de details:
het dierenvel over de schouder,
de kalasha (flacon) in de linkerhand,
het (beschadigde) gebedssnoer in de rechterhand
en de kleine stupa op het voorhoofd
die naar zijn toekomstige Boeddhaschap verwijst.

DSC01755IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathBodhisattvaMaitreya5thCentCESandstoneAccNo6697
India, Varanasi, Archaeological Museum Sarnath, Bodhisattva Maitreya, 5th century CE, sandstone. Acc. No. 6697.
DSC01756 01 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathBodhisattvaMaitreya5thCentCESandstoneAccNo6697
DSC01756 02 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathBodhisattvaMaitreya5thCentCESandstoneAccNo6697
DSC01756 03 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathBodhisattvaMaitreya5thCentCESandstoneAccNo6697
DSC01756 04 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathBodhisattvaMaitreya5thCentCESandstoneAccNo6697

Wat hier bijzonder opvalt, is het haar
— niet de golvende lokken die we kennen uit Gandhara,
en ook niet de zware strengen van Mathura,
maar een gladde, compacte coiffure
die als een rustige massa om het hoofd ligt.
Het past perfect bij de zachte modellering
en de serene expressie die Sarnath in deze periode zo kenmerkt:
alles is gericht op verstilling, op een innerlijke helderheid
die de bodhisattva bijna lichtend maakt.


#Notalion

In dit levendige Gupta‑reliëf uit Sarnath zien we een leogryph,
een mythisch wezen dat de kracht van de leeuw
met de elegantie van een paard verenigt.
Het dier is in volle beweging weergegeven, met gestileerde manen
en een ritmische, bijna dansende contour.

DSC01758 01 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathRiderOnLeogryph5thCentCESandstoneAccNo4924
Rider on leogryph, 5th century CE, sandstone. Acc. No. 4924.
DSC01758 02 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathRiderOnLeogryph5thCentCESandstoneAccNo4924
DSC01760IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathRiderOnLeogryph5thCentCESandstoneAccNo4924

Op zijn rug zit een berijder die een zwaard of staf vasthoudt,
terwijl onder het dier een tweede figuur verschijnt,
eveneens gewapend, alsof hij het wezen ondersteunt of beteugelt.
Beide gezichten lopen licht spits naar voren,
een kenmerkende Gupta‑vorm die de figuren een alertheid en richting geeft,
alsof ze net uit de steen treden.
De scène is dynamisch maar blijft gedragen door de zachte modellering
en de serene expressie die Sarnath in de 5e eeuw zo typeert:
zelfs in actie is er een ondertoon van rust en innerlijke concentratie.

Naar de rest van Azië

In Sarnath zie je al hoe de gezichten van menselijke en mythische figuren
licht naar voren hellen, de wangen taps toelopen
en de blik een subtiele projectie krijgt.
Het is een Gupta‑motief dat niet op zichzelf staat,
maar zich langs de oude handelsroutes verder verfijnt:
via Sri Lanka en Zuidoost‑Azië naar Java,
waar in Borobudur en Prambanan de gezichten
nog slanker, spitser en eleganter worden, bijna als een gestileerde vlam.
Die lijn — van India naar Indonesië — laat precies zien
wat Dalrymple in The Golden Road beschrijft:
een wereld waarin vormen, geloof en verbeelding
niet abrupt verspringen, maar zich als een gouden stroom verplaatsen,
telkens aangepast aan de lokale hand, maar herkenbaar in hun oorsprong.


Pelgrimage in steen

In deze stele uit Sarnath is het leven van de Boeddha
samengebracht in acht compacte scènes,
van zijn geboorte in Lumbini
tot zijn mahāparinirvāṇa
— zijn serene heengaan in Kushinagar, het moment waarop hij
volledig in nirvāṇa binnengaat.
Elk paneel is een stil moment van inzicht:
de leerrede in Sarnath met het dharmawiel en de herten,
de verlichting onder de bodhiboom in Gaya,
de wonderen,
de afdaling uit de hemel,
de honingofferende aap in Vaishali.
Samen vormen ze een ritme van geboorte, openbaring en bevrijding
— een pelgrimage in steen.

DSC01761IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathLifeSceneOfBuddha5th-6thCentCeSandstoneAccNo261-Argus
Life scene of Buddha, 5th – 6th century CE, sandstone. Acc. No. 261.
DSC01763IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathLifeSceneOfBuddha5th-6thCentCeSandstoneAccNo261 DetailFirstSermonInSarnath
Detail: the first sermon in Sarnath.

Dat dit reliëf juist hier in Sarnath staat,
en dat Bodhgaya later op mijn route ligt,
verbindt de reis van de Boeddha met die van mij:
de plaatsen worden schakels in één lange stroom van herinnering
en verbeelding, zoals Dalrymple beschrijft in The Golden Road
— een weg waarop vorm, geloof en ervaring zich blijven verplaatsen,
maar herkenbaar blijven in hun oorsprong.

DSC01764IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathLifeSceneOfBuddha5th-6thCentCeSandstoneAccNo261 SceneDescriptions
DSC01765IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathLifeSceneOfBuddha5th-6thCentCeSandstoneAccNo261 SceneDescriptions

India 24/25: Varanasi, dag 3 – Archaeological Museum Sarnath 02

– over nissen, bekroningen, deurstijlen en reliëfs: Gupta‑decoratie uit het Sarnath‑complex –

Veel van de sculpturen in het museum van Sarnath behoren tot de Gupta‑stijl,
de verfijnde vormentaal die in de 4e–6e eeuw
zowel hindoeïstische, boeddhistische als jaïnistische kunst vorm gaf.
In dit bericht over het site‑museum, zie je vooral architectonische fragmenten:
deurstijlen, nissen, bekroningen en reliëfs die ooit deel uitmaakten
van grotere gebouwen.
Sommige tonen duidelijk boeddhistische iconen,
andere zijn moeilijker te plaatsen en zouden in theorie
ook uit hindoeïstische contexten kunnen komen.

Veel van de fragmenten zijn dus geen zelfstandige beelden,
In een site‑museum zie je precies dit soort stukken
— de stille restanten van gebouwen die allang verdwenen zijn,
maar waarvan de sculptuur nog getuigt van de oorspronkelijke rijkdom.
Het zijn fragmenten die je in een nationaal museum zelden aantreft,
omdat ze zo sterk verbonden zijn met hun oorspronkelijke plaats:
ze markeerden drempels, omlijstten heilige zones,
begeleidden de bezoeker van het aardse naar het sacralere domein.
Juist in Sarnath, waar de Boeddha zijn eerste onderricht gaf,
vormen deze brokstukken een bijna archeologische poëzie:
losse stenen die samen een verdwenen architectuur oproepen.

DSC01694IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathGargoyle7thCenturyCEAccNo686
India, Varanasi, Archaeological Museum Sarnath, Gargoyle, 7th century CE. Acc. No. 686.

Regenwaterafvoer

Dit fragment is een regenwaterafvoer uit de stupa‑architectuur:
een blok waarvan de voorzijde is vormgegeven als een fabeldier
dat het water van het dak liet stromen.
De kop is expressief en licht dreigend,
precies het soort beschermend wezen dat in boeddhistische bouwkunst
vaak de overgang tussen dak en muur markeert.
Het dier wordt ook wel een makara genoemd, een mythisch waterwezen
dat in deze context de stupa symbolisch beschermt.

De tweede foto toont de praktische constructie:
het kanaal bovenaan waar het water doorheen liep,
en de stempels die het museum gebruikt om het fragment te registreren.
Samen maken ze duidelijk dat dit niet alleen een decoratief element was, maar een functioneel onderdeel van een groter architectonisch geheel.

DSC01695IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathGargoyle7thCenturyCEAccNo686

DSC01697IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathFaceStone9th-10thCenturyCEAccNo683
Face stone, 9th – 10th century CE. Acc. No. 683.

Wandbekleding ?

Dit fragment toont een zorgvuldig bewerkte steen met een ritmisch patroon
van vierkanten en bloemmotieven.
De vijf uitsparingen in elk vierkant — als de vijf van een dobbelsteen —
zijn niet doorboord maar slechts uitgehold,
wat erop wijst dat het motief decoratief bedoeld was.

In Indiase kunst kan dit schema verwijzen
naar de vijf richtingen of vijf elementen,
maar het functioneert hier vooral als ornament dat orde en symmetrie uitdrukt.

Onderaan zijn drie kleine nissen zichtbaar, afwisselend gevuld en leeg.
De middelste bevat een reliëf dat nog net herkenbaar is,
mogelijk een gestileerde figuur.
Die afwisseling tussen leegte en aanwezigheid lijkt bewust gekozen
en versterkt het ritme van de compositie.

De bovenrand is ruw en onregelmatig, zonder sporen van bevestiging
of afwerking.
Dat wijst erop dat de steen geen sokkel was waarop een beeld rustte,
maar eerder een deel van een wandbekleding of architectonisch paneel
dat ooit in een groter geheel was opgenomen.

Het fragment combineert geometrie, symboliek en ambacht
— een stille echo van de verfijnde Sarnath‑stijl uit de 9e–10e eeuw.


DSC01699IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathArchitecturalFragment6thCenturyCEAccNo679
Fragment, 6th century CE. Acc. No. 679.

Gestileerde leeuwenkop

Dit architectonische fragment uit de 6e eeuw toont
een fijn bewerkte omlijsting met bloem‑ en vlechtmotieven,
waarschijnlijk afkomstig van een deur‑ of raamzone.
Tussen de geometrische patronen verschijnt een klein gezichtje
— een vroege leeuwenkop of kīrtimukha,
het beschermende wezen dat in Indiase architectuur
vaak boven openingen of op randen voorkomt.
Hier heeft het nog een zachte, bijna menselijke expressie,
passend bij de serene stijl van Sarnath.

De combinatie van ornament en figuur maakt duidelijk
dat dit geen sokkel was, maar een decoratief paneel
dat de overgang markeerde tussen binnen en buiten, materieel en spiritueel.
Zelfs in dit kleine detail leeft het idee van bescherming en glorie voort
— een glimlach in steen die de stilte van het heiligdom bewaakte.


DSC01701IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathPediment7thCenturyCEAccNo674
Pediment, 7th century CE. Acc. No. 674.

Kijk eens naar deze bloem!

Dit pedimentfragment uit de 7e eeuw toont een vrouwelijke figuur
in een rustige, symmetrische zithouding.
Haar linkerhand rust ontspannen op het been,
een gebaar dat stabiliteit en kalmte uitdrukt.
In de rechterhand houdt zij een bloem, als een presenterend gebaar
— alsof zij het attribuut toont, een stille uitnodiging om te zien wat zij draagt.

De hoge haardracht en de sierlijke omlijsting boven haar
geven de figuur een verheven, bijna hemelse uitstraling.
Samen met de decoratieve band boven haar
— als een licht golvende bekroning —
suggereert dit dat het fragment ooit deel uitmaakte van een pilaar-
of nisbekroning waarin de figuur fungeerde
als een gracieus, beschermend aanwezigheidsmotief.

Het is een mooi voorbeeld van de Sarnath‑stijl
waarin goddelijke figuren niet nadrukkelijk autoritair worden weergegeven,
maar eerder open, mild en uitnodigend,
met een attribuut dat hun betekenis zacht maar duidelijk markeert.


DSC01703IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathArchitecturalFragmentWithSwastik7thCenturyCEAccNo673
Fragment with swastik, 7th century CE. Acc. No. 673.

Swastika of niet?

Waar de haakse lijnen elkaar kruisen,
is telkens een klein bloemmotief ingevoegd.
Dat detail verzacht niet alleen de geometrie,
maar geeft het patroon ook een subtiele draaiing:
de bloem lijkt als het ware het knooppunt te laten “ademen”,
waardoor de omliggende lijnen visueel gaan roteren.
Zo ontstaat vanzelf een swastika‑achtige dynamiek
— niet als een expliciet symbool, maar als een optisch effect
dat voortkomt uit de wisselwerking
tussen strakke geometrie en organische accenten.

Die draaiing herinnert aan een oud, cyclisch principe
dat in de Indiase beeldtaal veel voorkomt:
het idee dat energie zich niet lineair beweegt, maar in herhalende cirkels,
spiralen en terugkerende patronen.
De swastika is in dat opzicht geen teken van richting, maar van continuïteit
— een visuele metafoor voor het ritme van ontstaan, bestaan en vergaan.
In dit fragment is dat principe niet letterlijk uitgebeeld,
maar opgeroepen door de manier
waarop lijnen en bloemen elkaar in beweging zetten.


DSC01705IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathArchitecturalFragment6thCenturyCEAccNo672
Architectural fragment, 6th century CE. Acc. No. 672.

Kīrtimukha‑achtige of bhūtafiguur?

Het gezicht is krachtig en geladen met spanning:
de open mond, de opgetrokken wenkbrauwen
en de korte, gekrulde baard geven het een levendige,
bijna bezwerende expressie.
Aan weerszijden van de mond lijken kleine slagtanden te zien
— een detail dat het gelaat een afschrikwekkende,
beschermende kracht verleent.
Zulke tanden komen vaker voor bij kīrtimukha‑achtige figuren
of bhūta’s, wezens die de ingang van een heilig domein bewaken.

Samen met het kleine doodshoofd boven op het hoofd
vormt dit een beeld van transformatie en bescherming:
leven en dood, dreiging en sereniteit in één gezicht verenigd.
Het fragment belichaamt zo de Sarnath‑stijl van de 6e eeuw,
waarin zelfs ornamenten een rituele intensiteit dragen
— niet enkel decoratief, maar geladen met symbolische energie
die de ruimte moest zuiveren en beveiligen.

DSC01706IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathArchitecturalFragment6thCenturyCEAccNo672

DSC01708IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathDoorJam6thCenturyCEAccNo670 Detail
DSC01709IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathDoorJam6thCenturyCEAccNo670 Detail
DSC01710IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathDoorJam6thCenturyCEAccNo670 Detail
DSC01711IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathDoorJam6thCenturyCEAccNo670 Detail
DSC01713IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathDoorJam6thCenturyCEAccNo670
Door jam, 6th century CE. Acc. No. 670.

Kom binnen, je betreedt een heiligdom.

Deze deurstijl uit de 6e eeuw, rijk versierd met figuren en rankmotieven,
vormde ooit de ingang van een tempel.
De reliëfs tonen kleine, mollige wachters en dansende wezens
— yakṣa’s en hemelse figuren —
die de drempel bewaken en zegenen.
Hun aanwezigheid is niet louter decoratief:
zij verbeelden de levenskracht en bescherming
die de bezoeker begeleidt bij het betreden van het heiligdom.

De sierlijke krullen aan de rand symboliseren de energie van groei
en beweging, terwijl de verhalende scènes in de middenstrook
verwijzen naar rituele handelingen en menselijke gebaren van eerbied.
Zo wordt de deurstijl zelf een visuele poort
tussen wereld en sacrale ruimte,
een steen geworden overgang
waarin het aardse en het goddelijke elkaar raken.


DSC01715IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathFaceStone6thCenturyCEAccNo666 Detail
Face stone, 6th century CE. Acc. No. 666.

Verheffende zuivering

Het gelaat is compact en bijna kikkerachtig van vorm:
hoge, boogvormige wenkbrauwen drukken de ronde ogen naar beneden,
terwijl een kleine diamant tussen de ogen
de symmetrie van het voorhoofd markeert.
Onder de neus ligt een snorachtige band
die de spanning tussen neus en mond versterkt;
daaronder opent zich een brede mond met een ornament of tong
die naar buiten lijkt te komen
— een typisch kīrtimukha‑motief dat onzuivere krachten verslindt.
Rondom het hoofd waaieren golvende krullen uit als manen,
waardoor het wezen een dierlijke, bezwerende energie krijgt.

Aan de zijkant duikt een sierlijke zwaan op,
de hamsa, symbool van zuiverheid en spirituele onderscheidingskracht.
Samen vormen zij een hybride poortwachter:
het monster dat zuivert en de vogel die verheft.
Zulke motieven sierden architectonische drempels
binnen het tempelcomplex — deurstijlen, nissen en bekroningen —
en markeerden de overgang naar een heilige zone binnen het gebouw,
nog vóór men de eigenlijke cultusruimte bereikte.

DSC01716IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathFaceStone6thCenturyCEAccNo666

DSC01718IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathFaceStone6thCenturyCEAccNo657 Detail
Face stone, 6th century CE. Acc. No. 657.

Energie

De Boeddha zit in een rustige, compacte meditatiehouding:
één hand rust in de schoot, de andere ligt ontspannen op de knie.
Achter hem, binnen de ronde nis, verschijnen twee opvallende vormen
die als gestileerde vlammen of vleugelachtige contouren
kunnen worden gelezen.
Ze sluiten nauw aan tegen het lichaam
en lijken de Boeddha als het ware te omlijsten,
waardoor een subtiel energieveld ontstaat dat zijn aanwezigheid versterkt.
In de Gupta‑tijd functioneren zulke vormen vaak
als lotus‑ of aureoolmotieven,
ornamentale emanaties die de heilige status van de figuur markeren.
In deze kleine nis krijgen ze een bijna beschermende rol:
ze maken de Boeddha tot het stille centrum van de compositie
en benadrukken dat dit fragment ooit deel uitmaakte
van een architectonische drempel binnen het tempelcomplex
— een plek waar de overgang
naar een meer sacraal domein werd aangeduid.

DSC01719IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathFaceStone6thCenturyCEAccNo657

Afsluiting

Zo ontstaat uit losse stenen een contour van wat Sarnath ooit was:
een tempellandschap waarin ornamenten de drempels bewaakten
en kleine Boeddha‑nissen de muren tot leven brachten.
De reeks in dit bericht vormt de aanloop naar het monument
dat alles samenbindt
— het leeuwenkapiteel van Ashoka,
waar de geschiedenis van de plek zich in één sculptuur verdicht.


Let their form and mysteries, their rhythm, their secret sense speak to you

– over kijken zonder houvast –

Toeval wil dat ik vandaag een begin maak met mijn serie
over het Museum of Mexican Prehispanic Art Rufino Tamayo.
Rufino Tamayo was een Mexicaanse moderne kunstenaar.
Hij werkte voor een deel van zijn loopbaan vanuit New York.

In 2008 maakte ik een bericht in de serie ‘Kunstvaria’
met daarin een afbeelding van een van zijn werken.
Dat deed ik nog een keer in 2012, in 2014 en eind vorig jaar.

Dat hij een verzamelaar was van Mexicaanse kunst was mij onbekend.
Nu ik in Oaxaca was had ik de kans zijn prachtige verzameling te zien.

Maar vanochtend las ik ook een bericht over de moord
op Francisco Leyva, een journalist in datzelfde Oaxaca.
Mexico is geen stabiel land.
Net als de meeste landen in Midden-Amerika.
Een agressieve en corrupte politicus als president in een machtig buurland
helpt dan natuurlijk niet.

NuNlOpnieuwJournalistGedoodInMexico
NU.nl vandaag.

IMG_9771MexicoOaxacaMuseumMexicanPrehispanicArtCatalogus
Catalogus van Museum of Mexican Prehispanic Art Rufino Tamayo.
IMG_9772MexicoOaxacaMuseumMexicanPrehispanicArtRafaelDonizPortraitOfRufinoTamayoAndOlgaFlores
Portret gemaakt door Rafael Doniz van Rufino Tamayo en zijn vrouw Olga Flores.

In de catalogus van het museum geeft Mariana Frenk-Westheim
– een van oorsprong Duitse schrijfster en onder andere museumcurator –
ons de volgende opdracht:

…open yourselves, open yourselves widely to the beauty and magic of the objects offered here to your eyes and spirit. Let their form and mysteries, their rhythm, their secret sense speak to you.

Do not try to measure or calculate nor to compare art with nature. This art is in no way a servile copy of nature, it has nothing to do with a flat realism devoted to reproduce faithfully the exterior aspect of the object. The exterior aspect is not enough for it. This is an imaginative and visionary art. What you can find here is a second nature, created by man’s phantasy, by his religious thought and his artistic intuition; it is the image of a universe which is nearer to dreams and magic than to daily reality.

Dit is een heel uitdagende opdracht, want het museum heeft gekozen
voor een opstelling waarin de beelden radicaal centraal staan:

  • niet als archeologische vondst (door beperkte zaalteksten)
  • los van het koloniale kader (ruimte om de beelden te laten spreken)
  • in een bijna rituele ruimte (felgekleurde belichting)
  • niet als etnografisch materiaal (de anonieme kunstenaars en hun wereldbeeld staan centraal)

Misschien kun je dat zelf ervaren door een serie van vier foto’s uit de Pink room te bekijken
en de zaaltekst die daar bij hoort.

DSC06009MexicoOaxacaMuseumMexicanPrehispanicArtXochipalaFiguurOlmekStaatGuerreroMiddenPreklassiek1250VChr–200NChr
DSC06010MexicoOaxacaMuseumMexicanPrehispanicArtXochipalaFiguurOlmekStaatGuerreroMiddenPreklassiek1250VChr–200NChr
DSC06011MexicoOaxacaMuseumMexicanPrehispanicArtXochipalaFiguurOlmekStaatGuerreroMiddenPreklassiek1250VChr–200NChr
DSC06012MexicoOaxacaMuseumMexicanPrehispanicArtXochipalaFiguurOlmekStaatGuerreroMiddenPreklassiek1250VChr–200NChr
DSC06013MexicoOaxacaMuseumMexicanPrehispanicArtXochipalaFiguurZaaltekst

De Nederlandse vertaling van de zaaltekst is:

Midden‑Preklassiek, 1250 v.Chr. – 200 n.Chr. Olmecoïde figuren uit de staat Guerrero, bekend als ‘Xochipala’: in het midden twee jonge figuren; aan de zijkanten drie vrouwelijke figuren, waarvan één een kind voedt; en een kleine, zeer fijn uitgevoerde mannelijke figuur.

In de Pink Room van het Tamayo‑museum staat een vitrine
die je niet zozeer iets vertelt, maar je in een bepaalde staat van kijken brengt.
De ruimte is zacht roze uitgelicht; de figuren staan dicht bij elkaar,
zonder individuele labels, alsof ze samen een ademhaling vormen.
Je leest één korte zaaltekst
— een datering, een herkomst, een naam van een stijl —
en daarna moet je het doen met wat er voor je staat.
Kleifiguren uit Xochipala, Midden‑Preklassiek,
maar verder geen aanwijzingen.

Je merkt hoe je blik langzaam verschuift:

  • van zoeken naar informatie naar kijken naar vorm.
  • de open monden bij alle figuren op één na,
  • zijn het hoofddeksels of wordt hun haar zo weergegeven,
  • ze lijken gaatjes in hun oorlel te dragen,
  • de gebogen armen voor de borst bij de meeste figuren,
  • de meesten lijken zonder kleding te zijn weergegeven,
  • sommige lijken mannelijk en andere vrouwelijk,
  • op de foto met twee figuren heeft de linker een opvallend ronde buik,
  • de rechtse figuur lijkt borstvoeding te geven,
  • de typische manier om knie en enkels weer te geven,
    alsof de kunstenaar weet dat er een gewricht is
    maar een standaard weergave ervoor hanteert, een ribbel,
  • de oorspronkelijk gladde huidoppervlakken,
  • de slijtage die iets van tijd laat zien.

Je weet dat er meer te weten valt, maar het museum houdt die kennis achter,
alsof het wil dat je eerst door deze stilte heen gaat.
En precies in die stilte begint hopelijk iets te werken:
je kijkt langer, aandachtiger, zonder houvast,
en de figuren beginnen een eigen aanwezigheid te krijgen
— als iets dat zich pas toont wanneer je de behoefte aan uitleg loslaat.

IMG_9774MexicoOaxacaMuseumMexicanPrehispanicArtCatalogusVoorbeeld

India 24/25: Varanasi, dag 3 – Archaeological Museum Sarnath 01

– over hoe steen zich opent: drie Sarnath‑fragmenten over vorm en betekenis –

Terwijl ik de archeologische site van Sarnath bezocht
ben ik ook gaan kijken in het museum dat er vlak bij ligt.
Dat vraagt om wat achtergrondinformatie over dat museum
omdat ik wat voorwerpen daarvan wil laten zien:

Het Archaeological Museum Sarnath is vrijwel volledig gewijd
aan vondsten uit Sarnath zelf.
De instelling werd in de Britse tijd opgericht door
de Archaeological Survey of India (ASI)
om de resultaten van opgravingen op die ene site te bewaren.

De collectie omvat:

  • Sculpturen, reliëfs en fragmenten uit de Dhamekh‑stupa, Dharmarajika‑stupa, en omliggende kloostercomplexen.
  • Objecten uit latere periodes (Gupta, post‑Gupta, Pāla) die in dezelfde zone zijn gevonden.
  • Enkele stukken uit de directe omgeving van Varanasi, maar altijd binnen het bredere Sarnath‑veld.

Kort gezegd:
het is geen regionaal museum van heel Varanasi, maar een site‑museum
— alles wat er staat komt uit of rond de archeologische zone van Sarnath.
Als een object in dat museum staat zonder verdere herkomstvermelding,
mag je er met redelijke zekerheid van uitgaan dat het uit Sarnath komt.
Alleen bij uitzonderingen (bijv. vergelijkingsstukken uit andere plaatsen)
wordt dat expliciet vermeld op het label.

Dat laatste woord, label, is de aanleiding voor deze inleiding op het museum.
De labels bij de objecten zijn heel summier.
Dat laat ik bij het eerste object even zien:

  • geen vermelding van de plaats waar het object gevonden is;
  • geen aanduiding van het materiaal waaruit het gemaakt is;
  • geen beschrijving van de voorstelling;
  • en geen beschrijving van de omstandigheden waaronder het gevonden is.

Misschien is al die informatie er wel maar is die (nog) niet online beschikbaar.

DSC01687IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathFaceStone7thCentCEAccNo654
India, Varanasi, Archaeological Museum Sarnath, Face stone, 7th century CE. Acc. No. 654.
DSC01688IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathFaceStone7thCentCEAccNo654

Face stone

Wat we hier zien is een mogelijke Boeddha,
zittend op een lotus‑basis binnen een architectonische nis.
De nis is omlijst met kralenranden en florale ornamenten,
en bovenaan bevindt zich een boogvorm met een centraal kopmotief.
Dat hoofd lijkt op een gestileerde slang of een ander mythisch wezen.
Het fragment is te beperkt om het motief met zekerheid te identificeren,
maar de combinatie van kralenranden, florale details en de boogvorm
plaatst de Boeddha duidelijk binnen een architectonisch kader
dat bedoeld was om hem te omlijsten en te markeren.
De houding is overwegend rustig en symmetrisch,
in lijn met de idealen van innerlijke kalmte die zo kenmerkend zijn
voor de Sarnath‑stijl.

De steen — waarschijnlijk Chunar‑zandsteen —
toont slijtage en kleine beschadigingen,
sporen van een lange geschiedenis van blootstelling en gebruik.
Alles samen geeft het fragment de indruk ooit deel te zijn geweest
van een grotere sculpturale structuur,
mogelijk een stupa‑bekleding of een tempelwand met meerdere nissen.

Wanneer je een Boeddha ziet die rustig en symmetrisch zit,
is de eerste reflex om te denken aan de dhyāna‑mudrā,
de klassieke meditatiehouding waarin beide handen in de schoot liggen,
palmen naar boven, duimen licht tegen elkaar.
Veel Sarnath‑beelden uit de 7e eeuw tonen precies deze mudrā,
en de serene compositie van het fragment
lijkt die interpretatie te ondersteunen.
De rechterarm is afgebroken, wat de gedachte voedt dat de rechterhand
ooit boven de linkerhand lag
en dat het gebaar door de breuk verloren is gegaan.
Maar zodra je naar de linkerhand kijkt, ontstaat frictie.
Die hand ligt laag, op de enkel van de linkervoet,
en toont geen spoor van een tweede hand die er ooit bovenop lag.
Een beeldhouwer werkt in één blok: als er iets bovenop had gelegen,
zou de linkerhand zelf beschadigd zijn of een afdruk tonen.
Dat is hier niet het geval.
De dhyāna‑mudrā blijft dus mogelijk, maar niet zonder spanning
— en die spanning is precies het punt waarop een fragment ons uitnodigt
om verder te kijken dan de canon.

Wanneer je de iconografische verwachting loslaat
en puur kijkt naar de plastische logica van het fragment,
ontstaat een tweede, minstens even plausibele interpretatie.
De rechterarm stopt abrupt, maar de breuklijn
en de positie van de schouders suggereren
dat de arm niet naar de schoot liep, maar eerder diagonaal naar voren,
met de elleboog rustend op het rechterbeen.
In dat scenario zou de rechterhand licht naar voren hebben gestoken
— een uitstekende vorm die bij breuk als eerste verdwijnt.
De linkerhand, laag op de enkel, vormt dan geen deel van een mudrā
maar van een natuurlijke rusthouding.
Zulke informele, ontspannen poses komen in Sarnath‑sculptuur vaker voor,
vooral in architectonische nissen waar de doctrinaire gebaren
minder strikt worden toegepast.

Door beide lezingen als mogelijkheden open te laten,
wordt het fragment zelf een dialoog tussen iconografie en steen:
tussen de canon die een meditatiehouding suggereert
en de materiële aanwijzingen
die op een meer ontspannen, natuurlijke pose wijzen.


DSC01689 01 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathCornerStone6thCentCEAccNo694
Corner stone, 6th century CE. Acc. No. 694.
DSC01689 02 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathCornerStone6thCentCEAccNo694
DSC01691IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathCornerStone6thCentCEAccNo694Detail

Hoeksteen

Deze hoeksteen maakt deel uit van een architectonische omlijsting
waarin decoratie en diermotief naadloos in elkaar overvloeien.
Het wezen dat hier verschijnt heeft duidelijke leeuwentrekken
— de krachtige houding, de manen die in ornament overgaan,
de kop die zich naar een verticale guirlande buigt —
maar het is geen natuurgetrouwe leeuw.
Het grijpt het decoratieve element met een klauw
en lijkt het bijna te “verslinden”,
een beweging die eerder symbolisch is dan realistisch:
een manier om levenskracht, bescherming
en spanning in het steenwerk te brengen.

Dat past binnen een bredere Indiase fascinatie voor de leeuw,
toen en nu nog.
In Sarnath is de leeuw zelfs een centraal symbool,
van de Ashoka‑kapiteel tot de vele bewaker‑wezens in nissen en friezen.
Tegen die achtergrond krijgt ook deze hoeksteen betekenis:
als een gestileerd, hybride leeuwwezen
dat de architectuur bezielt en het heiligdom visueel bewaakt.


DSC01692IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathBodhisattvaInPilaster8thCentCEAccNo690
Bodhisattva in pilaster, 8th century CE. Acc. No. 690.

Drie eeuwen Sarnath in drie fragmenten

Samen tonen deze drie fragmenten – de leeuw, de Boeddha, de Bodhisattva –
hoe de beeldhouwkunst van Sarnath
zich tussen de 6e, 7e en 8e eeuw ontwikkelt.

In de 6e eeuw overheerst het architectonische reliëf:
de hoeksteen met zijn gestileerde leeuwwezen
is nog volledig onderdeel van de bouwstructuur,
een decoratief motief dat kracht en bescherming uitdrukt
maar gebonden blijft aan het vlak.

In de 7e eeuw verschijnt een ander ideaal:
de verfijnde, serene Boeddha‑stijl van Sarnath,
waarin het gezicht zacht gemodelleerd is
en de figuur zich al iets losmaakt van de achtergrond
— een overgang van ornament naar icoon.

In de 8e eeuw krijgt de sculptuur een nieuwe ruimtelijkheid:
de Bodhisattva in de pilaster heeft volume, sieraden,
een duidelijke houding en een bijna driedimensionale aanwezigheid,
een voorbode van de expressieve Pāla‑stijl.

Zo vormen deze drie stenen samen een kleine tijdlijn:
van reliëf naar beeld,
van architectonische functie naar spirituele aanwezigheid,
van decoratieve kracht naar persoonlijke expressie.


India 24/25: Varanasi, dag 3 – Sarnath

– Deer Park by the Hill of the Fallen Sages, outside of Varanasi –

De historische Boeddha leefde en onderwees in de brede Gangesvlakte,
in het gebied dat nu Bihar en Uttar Pradesh heet:
een dichtbevolkte streek van kleine republieken,
handelsroutes en spirituele scholen waar nieuwe ideeën snel konden reizen.

In datzelfde landschap ligt Sarnath
— het Deer Park by the Hill of the Fallen Sages, just outside of Varanasi —
een plek die al in oudere tradities werd geassocieerd
met rondtrekkende asceten en wijze leraren.
De ondertitel van dit bericht is een citaat uit de Lalitavistara sutra,
een klassieke biografische tekst over het leven van de Boeddha.

Zoals in veel religies gebeurt, wordt de centrale figuur zo geplaatst
binnen een bestaande lijn van vroegere ‘wijzen’,
waardoor zijn aanwezigheid op die plek extra betekenis krijgt.
Het is daarom logisch dat juist hier een van de vroegste
en meest bepalende momenten van het boeddhisme plaatsvond.

Rond 528 v.Chr. gaf de Boeddha in Sarnath zijn Eerste Leerrede
en overtuigde hij zijn vijf vroegere asceten om zijn volgelingen te worden,
waarmee hij ‘het Dharma‑wiel in beweging zette’
— een traditionele metafoor voor het begin van zijn onderricht
en de verspreiding van de leer.

Ruim twee eeuwen later, omstreeks 250 v.Chr., liet keizer Ashoka
op dezelfde plek een monumentale zuil — de Ashoka‑pillar — oprichten
als eerste formele, keizerlijke erkenning van deze heilige plaats.

Tegenwoordig is er in Sarnath niet veel meer te zien
dan één groot stupa‑complex en lage muurresten,
maar juist die schijnbare eenvoud maakt duidelijk
waarom ik erheen ging:
het is een plek waar de spirituele oorsprong van het boeddhisme
en de politieke bevestiging ervan
— Boeddha en Ashoka —
letterlijk naast elkaar staan.

DSC01648IndiaVaranasiSarnathKloosterNr7
India, Varanasi, Sarnath, Klooster nr 7.
DSC01649IndiaVaranasiSarnathKloosterNr5
Sarnath, Klooster nr 5.
DSC01652IndiaVaranasiSarnathDharmarajikaStupa Txt
DSC01650IndiaVaranasiSarnathDharmarajikaStupa
Sarnath, Dharmarajika stupa.

Dharmarajika Stupa

Volgens de overlevering liet keizer Ashoka in de derde eeuw v.Chr.
de Dharmarajika‑stupa bouwen om relieken van de Boeddha te bewaren.
Archeologisch onderzoek bevestigt dat het inderdaad een reliekstupa was,
maar niet met zekerheid dat de relieken
van de Boeddha zelf afkomstig waren.
Veel latere stupa’s bevatten symbolische of gedeelde relieken,
en het is aannemelijk dat Ashoka met deze bouw
vooral de verspreiding van het boeddhisme wilde markeren.
Zo blijft de Dharmarajika‑stupa een plaats van herinnering
aan die vroege devotie,
meer dan een letterlijk graf.

DSC01651IndiaVaranasiSarnathGoldenFoil

Goudfolie

Het bordje verbaasde me eerst,
maar later zag ik waarom het er stond:
pelgrims brengen hier dunne goudfolie aan op de stenen
als teken van eerbied.
Dat gebaar hoort bij een levende traditie, maar in Sarnath
— waar de ruïnes archeologisch beschermd zijn —
probeert men die devotie te begrenzen om de monumenten te behouden.
Zo botsen hier geloof en behoud op een heel tastbare manier.

DSC01653IndiaVaranasiSarnathDharmarajikaStupa
Sarnath, Dharmarajika stupa.
DSC01654IndiaVaranasiSarnathDhamekhStupa
Sarnath, Dhamekh stupa.
DSC01659IndiaVaranasiSarnathDhamekhStupa Txt

Boeddha’s woorden

De Dhamekh‑stupa markeert de plek waar de Boeddha, rond 528 v.Chr.,
zijn Eerste Leerrede gaf
— het moment waarop hij ‘het Dharma‑wiel in beweging zette’.
De huidige stupa, een massieve cilindervorm van steen en baksteen,
werd in latere eeuwen vergroot en versierd.
Langs de onderste zone loopt een brede band
van fijn bewerkte reliëfs:
geometrische patronen, swastika‑motieven, bladeren en bloemen,
afgewisseld met vogels en menselijke figuren.
Deze ornamenten verbeelden de kringloop van leven en leer,
en herinneren eraan dat de Boeddha’s woorden
hier voor het eerst klonken in de wereld.

DSC01655IndiaVaranasiSarnathDhamekhStupaRelief
DSC01656IndiaVaranasiSarnathDhamekhStupaRelief
Reliëfs op de Dhamekh stupa.
DSC01657IndiaVaranasiSarnathDhamekhStupaRelief
DSC01660IndiaVaranasiSarnathDhamekhStupa
DSC01661IndiaVaranasiSarnathDhamekhStupa
DSC01662IndiaVaranasiSarnathDhamekhStupa
DSC01663IndiaVaranasiSarnathDhamekhStupa
DSC01664IndiaVaranasiSarnathDhamekhStupa
DSC01665IndiaVaranasiSarnathDhamekhStupa
DSC01666IndiaVaranasiSarnathDhamekhStupa
DSC01667IndiaVaranasiSarnathDhamekhStupa
DSC01668IndiaVaranasiSarnathDhamekhStupa
DSC01669IndiaVaranasiSarnathDhamekhStupa
DSC01670IndiaVaranasiSarnath
De plaats in Sarnath met de archeologische vondsten is uitgestrekt.
DSC01671IndiaVaranasiSarnathDhamekhStupa
Heel stil, heel meditatief.
DSC01673IndiaVaranasiSarnathPanchytanTempel
Sarnath, de overblijfselen van de Panchytan Tempel.

Panchytan tempel

De Panchayatana‑tempel in Sarnath stamt
uit de Gupta‑periode (4e–6e eeuw n.Chr.)
en vormt een stille getuige van de overgang
van vroege boeddhistische eenvoud
naar de verfijnde klassieke kunst van India.
Het tempelplan — één hoofdheiligdom omringd door vier kleinere —
is ontleend aan hindoeïstische architectuur,
maar hier toegepast in een boeddhistische context.
Dat maakt de tempel bijzonder:
hij laat zien hoe religieuze tradities in die tijd niet scherp gescheiden waren,
maar elkaar beïnvloedden en verrijkten.
De overgebleven sokkels en zuilen tonen nog fragmenten
van sierlijke reliëfs en vormen een echo van die gedeelde devotie.

Vandaag is de plek grotendeels een archeologische ruïne,
maar de verering leeft voort.
Op sommige stenen zie je dunne goudfolie
— aangebracht door pelgrims, vaak uit Japan, als teken van eerbied.
Die glanzende restjes verbinden het verleden met het heden:
oude steen en levende devotie raken elkaar,
precies zoals de tempel ooit verschillende geloofstradities samenbracht.

DSC01675IndiaVaranasiSarnathPanchytanTempelGoldFoil
Goudfolie.
DSC01677IndiaVaranasiSarnathMulagandhaKuti Txt
DSC01678IndiaVaranasiSarnathMulagandhaKuti
Sarnath, Mulagandha Kuti.

Boeddha’s Gupta aanwezigheid

Mulagandha Kuti wordt in de overlevering genoemd
als de plek waar de Boeddha in Sarnath in meditatie zat.
Van de oorspronkelijke tempel is nu vooral de structuur nog zichtbaar:
een zware, uit rots gehouwen basis,
daarboven lagen van baksteen die ooit een hoge bovenbouw droegen.
Die combinatie van massieve steen en verfijnder metselwerk
is kenmerkend voor de Gupta‑periode,
waarin boeddhistische architectuur zich ontwikkelde
van eenvoudige heiligdommen naar meer uitgewerkte tempels.
Volgens de Chinese pelgrim Hiuen‑Tsang was Mulagandha Kuti ooit
een indrukwekkend bouwwerk van grote hoogte,
maar vandaag blijft vooral de stilte van de stenen over.
Juist die soberheid maakt voelbaar hoe de plek ooit werd ervaren:
niet door monumentale vorm,
maar door de concentratie en rust
die men aan de Boeddha’s aanwezigheid verbond.

DSC01679IndiaVaranasiSarnathMulagandhaKuti
DSC01680IndiaVaranasiSarnathMulagandhaKuti
Onder, als fundament, gekapte rotsblokken. Boven gebakken steen.

Keizerlijke steun voor de Dharma

In Sarnath zijn de sporen van keizer Ashoka’s aanwezigheid nog tastbaar
— niet in paleizen of trofeeën, maar in ondersteunende stenen.
Tijdens de Maurya‑dynastie (4e–3e eeuw v.Chr.),
het eerste grote rijk van het Indiase subcontinent,
kreeg het boeddhisme voor het eerst koninklijke bescherming.
Dat zie je terug in de gladgepolijste Chunar‑zandsteen
van de Maurya‑balustrade en in de fragmenten van de Ashoka‑pilaar:
beide dragen de kenmerkende “Mauryan polish”,
een glans die zuiverheid en keizerlijke zorg voor de Dharma uitdrukte.
Ashoka liet zuilen oprichten op plaatsen waar hij
een morele of religieuze boodschap wilde verankeren
— soms langs wegen, soms bij administratieve centra,
en op enkele plekken die verbonden waren met het leven van de Boeddha.

De pilaar in Sarnath, ooit bekroond met de vier leeuwen
die nu het nationale symbool van India vormen,
stond naast de reliekstupa — geloof en macht in één gebaar van steen.

Samen tonen de zuil en de balustrade hoe het boeddhisme
in de derde eeuw v.Chr. niet alleen een spirituele leer was,
maar ook een keizerlijk project:
een boodschap van eenheid, gevat in gepolijste zandsteen.

DSC01681IndiaVaranasiSarnathAshokanPillar Txt
DSC01682IndiaVaranasiSarnathAshokanPillar
De resten van de Ashoka-pilaar. De leeuwen die de pilaar bekroonden zijn in het museum te zien van Sarnath. Maar alleen de resten van de pilaar staan al achter glas.
DSC01683IndiaVaranasiSarnath
DSC01685IndiaVaranasiSarnathMauryanMonolithicRailing Txt
Zware leuning uitgevoerd in dezelfde tijd als de Ashoka-pilaar.
DSC01684IndiaVaranasiSarnathMauryanMonolithicRailing
De grijze, stenen leuning.
DSC01686IndiaVaranasiSarnathDharmarajikaStupa
Nog een laatste blik op de Dharmarajika stupa.

Waar de penseel danst, maar het brons spreekt

IMG_7676ZürichMuseumRietbergWo die Bäume flüsteren die Fische sich küssen und der Pinzel tanzt
In de tuin Van Museum Rietberg: “Waar de bomen fluisteren, de vissen elkaar kussen en de penseel danst.

Waar buiten de bomen fluisterden en de penseel danste,
stonden binnen veel objecten die geen penseel kennen
maar wel dezelfde reis maakten.
Gevormd door hun Indiase oorsprong,
ondergingen ze later een Chinese vertaling
en ontvingen in Tibet een actieve rol in de devotie.

Vandaag laat ik de laatste foto’s uit Zürich zien die ik maakte
in september 2025.
Mijn doel was de Shiva Nataraja van het Museum Rietberg
en hun Indiase en Chinese collectie.
Ik zag er nog veel meer zoals de bronzen uit Tibet
die hier gaan passeren als de laatste beelden van deze korte vakantie.
Het eerste is een beeld van de tantrisch boeddhistische godheid Achala.

DSC05674ZürichMuseumRietberg 01 AchalaTheImmovableTibet14th-15thCenturyCEKupferlegierungVergoldetSammlungBertiAschmannBA116
Zürich, Museum Rietberg, Achala, The Immovable, Tibet, 14th – 15th century CE, kupferlegierung, vergoldet, sammlung Berti Aschmann, BA 116.

Achala (in het Tibetaans Mi g.yo ba, in het Sanskriet Acala)
is een dharmapāla — een beschermer van de leer.
Zijn naam betekent de Onbewogen
— je zou ook kunnen zeggen: de Standvastige, de Onwrikbare, de Rots.

DSC05674ZürichMuseumRietberg 02 AchalaTheImmovableTibet14th-15thCenturyCEKupferlegierungVergoldetSammlungBertiAschmannBA116 Zwaard
Zwaard.

Maar zijn houding is allesbehalve statisch:
hij belichaamt de paradox van onbeweeglijkheid in actie.

DSC05674ZürichMuseumRietberg 03 AchalaTheImmovableTibet14th-15thCenturyCEKupferlegierungVergoldetSammlungBertiAschmannBA116 LassoEnKnie
Lasso en knie.

Eén knie rust op de grond, het lichaam helt voorover,
het zwaard geheven om onwetendheid te doorboren.
In zijn linkerhand houdt hij de lasso waarmee hij de krachten van de geest temt.
Rond zijn heupen hangt een leeuwenhuid, symbool van getemde kracht.
De sierlijke lijnen van haarlokken, sierbanden en lasso vormen samen
een ritme dat door het hele beeld loopt
— alsof de energie van de strijd niet buiten hem woedt,
maar in het brons zelf pulseert.

DSC05674ZürichMuseumRietberg 04 AchalaTheImmovableTibet14th-15thCenturyCEKupferlegierungVergoldetSammlungBertiAschmannBA116 Dierenhuid
De dierenhuid om de lendenen.

Ontwikkeling

De figuur van Achala heeft een lange reis afgelegd.
Hij ontstaat in India als tantrische beschermer (Acala),
een Wijsheidskoning die illusie en onwetendheid doorboort.
In China blijft zijn functie vrijwel onveranderd:
als Budong Mingwang is hij opnieuw een Wijsheidskoning,
een woeste maar compassievolle verdediger van de dharma.

DSC05676ZürichMuseumRietbergAchalaTheImmovableTibet14th-15thCenturyCEKupferlegierungVergoldetSammlungBertiAschmannBA116

Pas in Tibet krijgt hij als Mi g.yo ba een bredere en intensere rol.
Daar wordt hij niet alleen vereerd als dharmapāla,
maar ook actief ingezet in rituelen, meditatiepraktijken, amuletten en draagbare schrijnen.
Zijn functie wordt er niet anders, maar uitgebreider en centraler:
dezelfde Onbewogen Beschermer, maar met een grotere rituele aanwezigheid.
In al deze tradities blijft hij de paradox belichamen
van onbeweeglijke kracht
die juist door haar onverzettelijkheid in beweging komt.

DSC05677ZürichMuseumRietbergTravellingShrineTibetChinaSomeSammlungBertiAschmann
Travelling shrine, Tibet/China, some from the sammlung Berti Aschmann.

Slot


De reeks kleine draagbare schrijnen laat zien hoe de verering van tantrische godheden
ook buiten de tempel zijn plaats vond.
Elk huis, elke reiziger kon zo een eigen beschermende aanwezigheid meedragen.
Op de tafel in het museum stonden er vele — ik toon er slechts een paar.
De collectie metalen beelden uit Azië was veel uitgebreider dan ik liet zien;
ik koos enkel enkele hoofdmomenten.

Maar buiten scheen de zon uitbundig voor september.
Ik ben nog even gaan wandelen;
het leek alsof het licht van de beelden zich gewoon had verplaatst naar de dag zelf.


India 24/25: Delhi, dag 7 – Siri fort en Hauz Khas

– over een ochtend tussen stilte, omwegen en lokaal toerisme –

Op deze zaterdagmorgen ging ik op zoek naar Siri,
een van de historische stadscentra van Delhi.
Ik ging met de metro naar het station Hauz Khas.
Dat ligt ongeveer halverwege tussen Siri
en de Hauz Khas-bezienswaardigheden.
Die ochtend heb ik veel gelopen,
vooral over straten die eigenlijk niet bedoeld zijn voor voetgangers.
Net als de meeste straten in New Delhi.
Maar natuurlijk kun je overal langs de weg lopen
want er zijn miljoenen mensen die gebruik moeten maken
van bussen, metro en rickshaws.
Die moeten ook een deel van hun reis te voet afleggen.

Metrostation Hauz Khas ligt midden in een parklandschap.
Het was er opvallend rustig en stil.
Geen geuren van specerijen of vis, geen marktgeluiden.
Mooie woningen, brede straten, overal een auto voor de deur
die op zaterdagmorgen door personeel worden gewassen.

IMG_3445IndiaNewDelhiSiriHauzKhas
Een rustige woonwijk tegen Siri Fort met hier wel een stoep.

Restanten van Siri Fort heb ik die ochtend niet gevonden
en daarom ben ik rond de middag naar Hauz Khas gelopen.
Later werd me duidelijk dat er van Siri eigenlijk maar weinig over is:
alleen delen van de oude stadsmuren staan nog overeind.
Die zie je nu vooral als decor in de woonwijken,
tussen parken, sportvelden en moderne bebouwing.

Hauz Khas is een soort toeristische trekpleister binnen New Delhi.
Veel restaurants, modewinkels, souvenirwinkels,
een hertenkamp en een serie restanten van een madrasa (school),
een tombe en een tuin in de buurt van een groot waterreservoir.

In de middag ging ik weer terug naar Connaught Place.
Vandaar was het nog maximaal een half uur lopen naar het hotel.
Nog genoeg tijd voor andere indrukken van Delhi.

IMG_3449IndiaNewDelhiHauzKhasKaartje
DSC01512IndiaNewDelhiHauzKhas Txt
DSC01513IndiaNewDelhiHauzKhas
De archeologische vondsten liggen heel dicht tegen de huizen.
DSC01514IndiaNewDelhiHauzKhas
De luchtvervuiling blijft alle dagen in Delhi mijn medereiziger.
DSC01515IndiaNewDelhiHauzKhasFerozShahTomb
DSC01516IndiaNewDelhiHauzKhasFerozShahTomb Txt
DSC01517IndiaNewDelhiHauzKhasFerozShahTomb
DSC01518IndiaNewDelhiHauzKhasFerozShahTomb
DSC01519IndiaNewDelhiHauzKhasFerozShahTomb
DSC01520IndiaNewDelhiHauzKhasWesternWingOfTheMadrasa
DSC01521IndiaNewDelhiHauzKhasWesternWingOfTheMadrasa
IMG_3446IndiaNewDelhiHauzKhas
Hauz Khas is een naam die waarschijnlijk afgeleid is van het Perzisch waar het Koninklijk waterreservoir betekent.
DSC01522IndiaNewDelhiHauzKhasWesternWingOfTheMadrasa
DSC01523IndiaNewDelhiHauzKhasWesternWingOfTheMadrasa
IMG_3450IndiaNewDelhiHauzKhasWesternWingOfTheMadrasa
DSC01525IndiaNewDelhiHauzKhasWesternWingOfTheMadrasa
DSC01526IndiaNewDelhiHauzKhas
DSC01528IndiaNewDelhiHauzKhas
DSC01530IndiaNewDelhiHauzKhas
IMG_3451IndiaNewDelhiLevenOnderHetViaduct
Er wonen in Delhi ook mensen onder een viaduct.
IMG_3456IndiaNewDelhiKlantenlokkers
Ook in de buurt Paharganj worden klanten met spectakel de restaurants binnengelokt.
IMG_3457IndiaNewDelhiKlantenlokkers
IMG_3458IndiaNewDelhiErStaatEenPaardInDeStraat
Bij het hotel was het rustiger al stond er wel een paard in de straat.

Van Expressie naar Verfijning

Op deze rustige zondagmorgen,
niet te warm, heerlijke koele bries.
Ik luister op internet naar
Pandit Ravi Shankar – Morning Raga.

DSC05642 01 ZürichMuseumRietbergUrheberUnbekanntMalashriRaginiRagamala-serieIndiaRajasthanSirohi1630-1650RVI1863

Zürich, Museum Rietberg, Urheber unbekannt, Malashri ragini (part of a ragamala-serie), India, Rajasthan, Sirohi, 1630 – 1650, RVI 1863.


Malashri Ragini en de vroege Sirohi‑stijl (Algemeen)

Binnen de Ragamala‑traditie verschijnt Malashri Ragini
steevast als een figuur die rust, devotie en ingetogen concentratie belichaamt.
Zij is een van de vrouwelijke personificaties van muzikale modi,
en haar aanwezigheid wordt doorgaans verbonden
met een sfeer van verstilling:
een vrouw die een lamp draagt, een offer brengt,
of in de beslotenheid van een paviljoen in gebed verzonken zit.

In de zeventiende eeuw ontwikkelden de verschillende Rajput‑hoven
elk hun eigen beeldtaal voor deze Ragini,
maar de kern bleef herkenbaar:
een nachtelijke of schemerende setting,
een vrouwelijk figuur in verfijnde kleding,
en een architectonische omlijsting die de intimiteit van het moment versterkt.
De nadruk ligt minder op narratieve actie en meer op de innerlijke toestand
van de afgebeelde vrouw
— een stemming die de muzikale kwaliteit van de raga moet oproepen.

Wanneer zo’n voorstelling in de vroege Sirohi‑stijl wordt uitgevoerd,
zoals in een werk uit circa 1630–1650,
krijgt deze iconografie een heel eigen karakter.
Sirohi is een van de minst gedocumenteerde Rajput‑scholen,
en juist daarom vallen de werken uit deze periode op door hun zeldzaamheid.
De schilders uit Sirohi stonden in die tijd nog dicht bij de Mewar‑traditie,
wat zichtbaar is in de krachtige contourlijnen,
de heldere kleurvlakken en de hoekige, bijna gebeeldhouwde gezichtsprofielen.
Architectuur wordt vaak weergegeven als een strak, geometrisch kader
dat de scène ordent, terwijl de figuren een opvallende monumentaliteit hebben
ondanks hun kleine formaat.
De kleuren zijn intens maar niet overdadig;
rood, oker en diepblauw domineren,
en worden gebruikt om de emotionele lading van de Ragini te versterken.

In zo’n vroeg‑Sirohi‑context krijgt Malashri Ragini
een bijna sculpturale aanwezigheid.
Haar devotionele handeling
— het dragen van een lamp, het brengen van een offer, het zitten in meditatie —
wordt niet alleen een muzikale metafoor, maar ook een stilistisch statement.
De schilder benadrukt de sereniteit van het moment
door de compositie te vereenvoudigen en de figuur centraal te plaatsen,
vaak tegen een effen of ritmisch gestructureerde achtergrond.
Het resultaat is een beeld dat tegelijk ingetogen en intens is:
een Ragini die niet alleen een muzikale stemming verbeeldt,
maar ook de vroege identiteit van de Sirohi‑school zichtbaar maakt.

Tijd om eens naar het werk in Zürich van dichtbij te bekijken.

Er zitten twee vrouwen op een platform.
Ze bekijken en bespreken de lotus, die ieder één in de hand heeft.
Links van de zittende vrouwen kijkt een derde vrouw staande toe.
Wellicht is ze in beweging
en ondersteunt ze met het knippen van haar vingers het ritme.

DSC05642 02 ZürichMuseumRietbergUrheberUnbekanntMalashriRaginiRagamala-serieIndiaRajasthanSirohi1630-1650RVI1863

De meest rechtse vrouw zit op een kussen, met haar rug tegen een lage balustrade.
Alle drie dragen armbanden, kettingen en sieraden op het hoofd.
Alle drie dragen een dunne, doorzichtige sluier.
De vrouw rechts draagt een sieraad aan haar neus.

DSC05642 03 ZürichMuseumRietbergUrheberUnbekanntMalashriRaginiRagamala-serieIndiaRajasthanSirohi1630-1650RVI1863

De vrouwen zitten voor een paviljoen waarin tegen de achterwand
een bloemmotief als decoratie is aangebracht.
De lucht is donkerblauw zodat we kunnen aannemen dat het avond is.
Helemaal bovenaan verloopt de lucht naar een lichtere blauwtint,
alsof de hemel net nog een restje licht vasthoudt.
De staande vrouw staat voor een boom met een rijk bladerdak.
Tussen de boom en het paviljoen is een doek gespannen,
als een soort luifel die de scène beschut.
Of is het een symbolische afbakening van deze intieme ruimte?

DSC05642 04 ZürichMuseumRietbergUrheberUnbekanntMalashriRaginiRagamala-serieIndiaRajasthanSirohi1630-1650RVI1863DSC05643ZürichMuseumRietbergUrheberUnbekanntMalashriRaginiRagamala-serieIndiaRajasthanSirohi1630-1650RVI1863

Resoneren

De voorstelling sluit naadloos aan bij de klassieke beeldtaal van de Ragamala‑traditie.
De drie vrouwen, gehuld in verfijnde gewaden en transparante sluiers,
bewegen in een stille harmonie die de muzikale stemming van de raga oproept.
De lotusbloemen die zij vasthouden vormen het zachte middelpunt van hun aandacht,
terwijl de architectuur achter hen de scène als een intieme nis omlijst.
De diepe, avondlijke hemel en de heldere kleuren — rood, geel en blauw —
versterken de sfeer van verstilling en concentratie.
Alles in het beeld lijkt in een rustige cadans te staan:
de gebaren van de handen, de ritmische houding van de staande vrouw,
de herhaling van vormen en kleuren.
Het is een compositie die niet alleen een moment toont,
maar een stemming laat resoneren.


DSC05644 01 ZürichMuseumRietbergRuknuddinCa1650-1697SignedVishnuMitLakshmiUmgebenVonDienerinnenIndiaRajasthanBikanerDatiert1678RVI1854

Ruknuddin (active between 1650 – 1697), signed, Vishnu mit Lakshmi umgeben von dienerinnen, India, Rajasthan, Bikaner, datiert 1678, RVI 1854.


Rajput‑schilders

Rajput‑schilders waren hofkunstenaars die tussen de 16e en 19e eeuw
werkten in de Noord‑Indiase vorstendommen van de Rajput‑heersers.
Zij ontwikkelden een herkenbare schildertraditie
met heldere kleuren, ritmische composities
en een sterke aandacht voor devotie, emotie en hofleven.
Hun werk ontstond in ateliers waar kennis van vader op zoon werd doorgegeven,
vaak in nauwe wisselwerking met de Mughal‑stijl
maar met behoud van een eigen esthetiek.
De meeste Rajput‑schilders bleven anoniem,
waardoor een gesigneerde meester als Ruknuddin uitzonderlijk waardevol is
voor het begrijpen van deze traditie.

Ruknuddin

Ruknuddin is een van de zeldzame Rajput‑schilders
van wie we niet alleen de naam kennen,
maar ook een reeks gesigneerde en gedateerde werken.
Hij werkte aan het hof van Bikaner in de tweede helft van de zeventiende eeuw,
in een omgeving waar Mughal‑invloeden en lokale tradities samensmolten
tot een uitzonderlijk verfijnde schilderstijl.
Zijn hand is onmiddellijk herkenbaar aan de precieze, bijna draadfijne lijnvoering,
de subtiele modellering van gezichten en de elegante, Mughal‑achtige behandeling
van textiel en ornament.
Opvallend is dat het Rietberg‑werk uit 1678 nét buiten de periode valt
die het museum zelf als zijn actieve jaren opgeeft
— een aanwijzing dat die datering eerder voorzichtig dan definitief is,
en dat zijn carrière waarschijnlijk iets ruimer moet worden gedacht.
Juist zulke gesigneerde en gedateerde miniaturen maken Ruknuddin
tot een sleutelpersoon in de reconstructie van de Bikaner‑school:
een kunstenaar met een duidelijk handschrift, een eigen verfijning
en een zeldzame mate van historische zichtbaarheid.

Vishnu

Vishnu is herkenbaar aan zijn vier attributen,
waarvan er in deze voorstelling drie duidelijk zichtbaar zijn.

In zijn onderste rechterhand houdt hij de schelp (śaṅkha),
symbool van de oerklank waaruit de wereld ontstaat.

DSC05644 02 ZürichMuseumRietbergRuknuddinCa1650-1697SignedVishnuMitLakshmiUmgebenVonDienerinnenIndiaRajasthanBikanerDatiert1678RVI1854

Boven de hand erboven zweeft de cakra, de gouden discus die in Bikaner‑miniaturen vaak als een bijna gewichtloze ring boven de vingers wordt weergegeven.

In zijn bovenste linkerhand draagt hij de gadā, de ceremoniële knots
die kracht en bescherming verbeeldt.

DSC05644 03 ZürichMuseumRietbergRuknuddinCa1650-1697SignedVishnuMitLakshmiUmgebenVonDienerinnenIndiaRajasthanBikanerDatiert1678RVI1854

Zijn onderste linkerarm rust om Lakshmi heen, waardoor het vierde attribuut
— de lotus —
hier niet zichtbaar is, maar wel impliciet aanwezig blijft in de iconografie.

Interactie en details

Persoonlijk vind ik twee details in dit werk erg mooi:

  • de details van het paviljoen waar Vishnu en Lakshmi voorzitten
    — de ingelegde bloemen en de ondiepe nissen in het marmer die zo passen bij India —

DSC05644 04 ZürichMuseumRietbergRuknuddinCa1650-1697SignedVishnuMitLakshmiUmgebenVonDienerinnenIndiaRajasthanBikanerDatiert1678RVI1854

  • de interactie tussen de bediendes, de verschillende voorwerpen die ze aandragen
    en de verschillende designs van hun sari’s.

DSC05644 05 ZürichMuseumRietbergRuknuddinCa1650-1697SignedVishnuMitLakshmiUmgebenVonDienerinnenIndiaRajasthanBikanerDatiert1678RVI1854

Deze schilder is hard op weg een fotograaf te worden.


India 24/25: Delhi, dag 6 – Isa Khan’s tuingraf

— over een ontwikkeling die gaat tot aan de Taj Mahal —

In het National Museum maakte ik nog een paar foto’s
die hun weg naar mijn blog nog niet gevonden hebben.
Sommige van de voorwerpen op die laatste foto’s
zijn toch onderdeel van de Stein collectie.
Alleen loop ik tegen problemen aan bij het juist duiden van de objecten.
Eigenlijk is dat al begonnen met de Pelgrimsfles
en het doet zich nu opnieuw voor bij een terracottabeeldje van
een aap die een kom op zijn hoofd draagt.

DSC01404IndiaNewDelhiNationalMuseumMonkeyCarryingABowlKhotan4th-5thCenturyCETerracotta16x10x4CmAcc.No.Har.016

India, New Delhi, National Museum, Monkey carrying a bowl, Khotan, 4th – 5th century CE, terracotta, 16 x 10 x 4 cm. Acc.No. Har.016. Dit is het beeldje waar ik naar verwijs hierboven. Tot nu toe heb ik Acc.No. Har.016 niet kunnen herleiden naar een nummer zoals dat door Stein is toegewezen. Maar ik kom hier nog op terug.

DSC01405IndiaNewDelhiNationalMuseumMonkeyCarryingABowlKhotan4th-5thCenturyCETerracotta16x10x4CmAcc.No.Har.016


Toen ik op zoek ging naar informatie over het aapje in Serindia
vond ik veel aapjes (of fragmenten ervan)
tussen de Yotkan-vondsten en aankopen.
Maar dit specifieke aapje niet.
Op internet vond ik een blogbericht uit 2011 over het voorwerp
met een tekst die een andere richting in ging dan mijn onderzoek.
Ik heb contact opgenomen met de maker van de blog
die meteen bereid was mij te helpen.
Maar zijn onderzoek dateert al van 15 jaar geleden.
Hij wees me naar een andere site met veel informatie
en die moet ik nog onderzoeken:
Tot ik mijn conclusies kan trekken vervolg ik hier mijn reisverslag.

Dag 6. Nog steeds in New Delhi. Het is 22 november 2024.
De luchtvervuiling is nog steeds enorm.
Als de zon feller straalt lijkt het minder te worden.
Op deze dag bezocht ik Humayun’s tomb en Purana Qila.

Wie was Humayun?

Humayun (1508–1556) was de tweede Mogolkeizer,
zoon en opvolger van Babur, de stichter van de Mogoldynastie.
Hij regeerde twee keer:
van 1530–1540 en opnieuw van 1555–1556, nadat hij
zijn rijk tijdelijk had verloren aan Sher Shah Suri.
Zijn regering was instabiel, maar zijn terugkeer uit Perzië
bracht een beslissende culturele verschuiving:
Perzische kunst, architectuur en hofcultuur
werden vanaf zijn tijd bepalend voor het Mogolrijk.

Humayun stierf in 1556 na een val van de trap van zijn bibliotheek
in Purana Qila — ironisch genoeg een plek die ik diezelfde dag ook bezoek.

Wat is zijn betekenis?

Hoewel Humayun zelf geen groot veroveraar was,
ligt zijn historische betekenis vooral in:

  • Het veiligstellen van de dynastie:
    zijn herovering van Delhi in 1555 maakte de weg vrij
    voor zijn zoon Akbar, de grootste Mogolkeizer.
  • De Perzische invloed:
    zijn jaren in ballingschap in Iran brachten
    Perzische architecten, kunstenaars en manuscripten naar India
    — een invloed die later culmineerde in de Taj Mahal.
  • De overgangsfiguur:
    hij verbindt de ruwe beginfase van het rijk onder Babur
    met de bloeiperiode onder Akbar.

Wat is de betekenis van Humayun’s Tomb?

Humayun’s Tomb (gebouwd 1565–1572) is het eerste grote tuingraf
op het Indiase subcontinent en het eerste monumentale Mogolgraf.
Het werd gebouwd in opdracht van zijn vrouw Bega Begum
door Perzische architecten.

De betekenis van het graf:

  • Architectonische mijlpaal:
    het introduceert de charbagh‑tuin (vierdelige paradijstuin) in India
    en het grootschalige gebruik van rood zandsteen.
  • Voorloper van de Taj Mahal:
    het graf vormde het prototype voor latere Mogol‑mausolea,
    met als hoogtepunt de Taj Mahal.
    UNESCO noemt het het eerste grote dynastieke mausoleum van de Mogols.
  • Dynastieke necropool:
    meer dan 150 leden van de Mogolfamilie liggen er begraven.
  • Spirituele ligging:
    het staat vlak bij de dargah (mausoleum) van de soefi‑heilige
    Nizamuddin Auliya,
    een plek die Mogolheersers als bijzonder gunstig beschouwden.

Wie was Isa Khan Niyazi?

Isa Khan was een Pashtun‑edelman (Pashtun is een etnische groep
uit Afghanistan en het noordwesten van Pakistan)
en een van de belangrijkste hovelingen onder Sher Shah Suri,
de heerser die Humayun tijdelijk van de troon verdreef.
Isa is de naam van de persoon, Khan is zijn titel (heer) en
Niyazi is de naam van de clan waartoe hij behoorde.

Zijn graf is dus ouder dan Humayun’s Tomb (ca. 1547 vs. 1565–1572).

Het is een prachtig voorbeeld van voor‑Mogol architectuur, met een achthoekige vorm, blauwe tegels en een ommuurde tuin.

Waarom is zijn graf belangrijk?

  • Het is een van de vroegste tuingraf‑complexen in Delhi.
  • Het laat zien hoe de charbagh‑traditie
    al vóór de Mogols in ontwikkeling was.
  • Het vormt een architectonische voorloper van Humayun’s Tomb,
    maar met een heel andere stijl:
    meer Afghaans‑Lodhi dan Perzisch‑Mogol.

DSC01416IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTomb

Isa Khan Niyazi’s garden tomb in de luchtvervuiling.


DSC01417IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTombDSC01418IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTombDSC01419IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTombDSC01420IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTombDSC01421IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTombDSC01422IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTombDSC01423IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTombDSC01424IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTombDSC01425IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTombDSC01426IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTombDSC01427IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTombDSC01428IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTombDSC01429IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTombDSC01431IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTombDSC01432IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTombDSC01433IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTombDSC01435IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTomb

De moskee bij het grafmonument.


DSC01436IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTombDSC01437IndiaNewDelhiIsaKhanNiyaziGardenTomb


India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XXXIX

– over hoe het ritme van de mandorla blijft, zelfs waar de schildering zichzelf verliest –

Dan sta je plots voor een schildering die eigenlijk behoorlijk beschdigd is.
Delen zijn er niet meer.
Maar dat aureool is zo prachtig, de mandorla is dan weer heel anders
maar niet minder schitterend.

DSC01380IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnSilk112x75CmAccNoCh-xlvi-0014Detail

De aureool heeft groene en witte engelenvleugels.
Gestyleerd, maar toch.
In boeken lees je misschien over ‘flame scrolls’ of ‘cloud scrolls’.
De naam maakt mij niet zo uit.
Het is gewoon schitterend.

De mandorla, die grotere ovaal achter het lichaam van Avalokiteshvare
bestaat uit meerdere lagen, schillen bijna.
In een van die lagen zie je gekantelde vierkanten met daarin groene vormen
met in het centrum een rode punt.
Alles trilt bijna van energie.
De vierkanten worden afgewisseld door bloem- of bladvormen.
Vergelijk dat eens met de manier waarop de lokapala en kleinere bodhisattva er uit zien.
Die zijn niet lelijk maar de centrale figuur zindert.

DSC01381 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnSilk112x75CmAccNoCh-xlvi-0014Detail

DSC01381IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnSilk112x75CmAccNoCh-xlvi-0014

Dit is het hele werk: India, New Delhi, National Museum, Bodhisattva Avalokiteshvara, Dunhuang, 8th – 10th century CE, painting on silk, 112 x 75 cm. Acc.No. Ch.xlvi.0014.


Aurel Stein beschreef dit werk in 1907 toen hij het menam uit Dunhuang.
Op pagina 1048 en 1049 van Serindia kun je lezen wat hij zag:

SerindiaVol2Pag1048 01SerindiaVol2Pag1048 02SerindiaVol2Pag1048 03SerindiaVol2Pag1049 01

Serindia, Vol. 2, p. 1048

Ch. xlvi. 0014. Silk painting representing Two-armed Avalokiteshvara (Kuan-yin), seated, with attendants and donors; a simplified form of *Ch. 00102 (q.v.). Border lost and painting broken about lower end, but otherwise in fair condition. Avalokiteshvara sits with legs interlocked on variegated lotus behind large altar; right hand at breast in vitarka-mudra, a spray of willow held between finger and thumb; from left hand below hangs flask. Dhyani-buddha does not appear on his tiara. Figure, dress, ornaments, halo, vesica, and canopy are treated generally as in *Ch. 00102, but Bodhisattva’s hair is light blue, his eyes slightly oblique; he has a small rippling moustache and imperial, and his flesh is painted glowing pink outlined and shaded with light red. The attendants consist of two Lokapalas and two small Bodhisattvas seated below, facing spectator, with hands in adoration; head and shoulders only of Kings are visible. Heads are of ferocious type, and wear heavy tiaras and accoutrement as in Lokapalas of banners (see Ch. xliv. 007). Bodhisattvas treated like central figure. The only unusual feature of picture occurs in two infant boys, who stand on lotuses at either end of altar with hands in adoration. These, perhaps, represent the Good and the Evil Genius, who take the form of young men in Ch. lvii. 004. This is the more probable as infant on right has a squint and broken nose, and is evidently intended to represent wickedness in some form or other. They must also, however, have some connexion with the plump and the ugly monk in Ch. 00102. They have short black hair, are unhaloed, and wear red shoes, short red tunics leaving arms and legs bare, and narrow olive-green stoles. Colouring as a whole consists chiefly of orange-red, dark green, and some slate-blue, white, grey, and dark pink on ornamental Padmasana, halo and vesica. Workmanship coarse. Dedicatory panel is uninscribed. Donors kneeling on either side consist of two men and boy on left, two monks (?) and woman on right. Men and woman wear same style of dress generally as in *Ch. 00102; except that foremost man’s hat is in form of black dome-shaped cap with stiff upturned brim standing up close around it (see also Ch. xx. 005), and woman’s head-dress consists only of frontal ornament and pins without flowers and leaves. Boy is bare-headed, his hair done in side-knot fashion seen in Ch. 00224; his dress otherwise same as men’s. The two ‘monks’ on right may be nuns; they resemble the probable nuns of Ch. 00124 in dress and appearance, and this would account the more easily for their being placed on—

Serindia, Vol. 2, p. 1049

—same side of picture as woman donor, and in precedence of her. Complexion of all three alike painted here a uniform pinkish white, but without red on cheeks; while men’s is a darker flesh-colour. Blank cartouche for inscription placed before each figure except boy. 2′ 10″ × 1′ 9½”.

In de vertaling naar het Nederlands wordt dat dan:

Serindia, deel 2, p. 1048

Zijdeschildering die de twee-armige Avalokiteshvara (Kuan-yin) voorstelt,
gezeten, met begeleidende figuren en schenkers; een vereenvoudigde vorm van Ch. 00102.
De rand is verloren gegaan en het schilderij is aan de onderzijde beschadigd,
maar verkeert verder in redelijke staat.

Avalokiteshvara zit met gekruiste benen op een bontgekleurde lotus
achter een groot altaar;
zijn rechterhand bevindt zich bij de borst in de vitarka‑mudra,
waarbij hij een twijgje wilg tussen duim en vinger houdt;
aan de linkerhand hangt een flesje.
Een Dhyani‑Boeddha verschijnt niet op zijn tiara.

Figuur, kleding, ornamenten, nimbus, mandorla en baldakijn zijn in grote lijnen
behandeld zoals in Ch. 00102, maar het haar van de Bodhisattva is lichtblauw,
zijn ogen licht schuin geplaatst; hij heeft een kleine golvende snor
en een keizerlijk baardje, en zijn huid is geschilderd in een warme roze tint,
omlijnd en gearceerd met lichtrood.

De begeleidende figuren bestaan uit twee Lokapalas en twee kleine Bodhisattva’s
die onderaan zitten, naar de toeschouwer gericht, met de handen in aanbidding;
van de koningen zijn slechts hoofd en schouders zichtbaar.
De hoofden hebben een woest type en dragen zware tiara’s en uitrusting
zoals de Lokapalas op de banieren (zie Ch. xliv. 007).
De Bodhisattva’s zijn behandeld als de centrale figuur.

Het enige ongebruikelijke element in de voorstelling zijn twee jongetjes
die op lotussen staan aan weerszijden van het altaar, met de handen in aanbidding.
Mogelijk stellen zij het Goede en het Kwade Genie voor,
die in Ch. lvii. 004 de gedaante van jongemannen aannemen.
Dit is des te waarschijnlijker omdat het jongetje rechts een half dichtgeknepen,
sluwe blik heeft en een gebroken neus,
en kennelijk bedoeld is als verbeelding van slechtheid in een of andere vorm.
Zij moeten echter ook een verband hebben met de mollige
en de lelijke monnik in Ch. 00102.
Zij hebben kort zwart haar, geen nimbus, en dragen rode schoenen, korte rode tunieken
die armen en benen onbedekt laten, en smalle olijfgroene stola’s.

De kleuring bestaat overwegend uit oranjerood, donkergroen,
en daarnaast leiblauw, wit, grijs en donkerroze
op de versierde lotustroon, nimbus en mandorla.
Het vakmanschap is grof.

Het dedicatiepaneel is onbeschreven.
De knielende schenkers aan weerszijden bestaan uit twee mannen en een jongen links,
en twee monniken (?) en een vrouw rechts.
De mannen en de vrouw dragen in grote lijnen dezelfde kleding als in Ch. 00102;
behalve dat de hoed van de voorste man een zwarte koepelvormige kap is
met een stijve, opstaande rand die er strak omheen staat (zie ook Ch. xx. 005),
en dat het hoofdtooisel van de vrouw slechts bestaat uit een voorhoofdsornament en spelden,
zonder bloemen of bladeren.
De jongen is blootshoofds, zijn haar in een zijdelingse knot zoals te zien in Ch. 00224;
zijn kleding is verder gelijk aan die van de mannen.
De twee ‘monniken’ rechts kunnen nonnen zijn;
zij lijken in kleding en uiterlijk op de vermoedelijke nonnen van Ch. 00124,
wat hun plaatsing aan dezelfde zijde als de vrouwelijke schenker begrijpelijker maakt—

Serindia, deel 2, p. 1049

—en zelfs in rang vóór haar.
De huidskleur van alle drie is hier gelijkmatig rozeachtig wit geschilderd,
maar zonder rood op de wangen;
die van de mannen is donkerder vleeskleurig.
Voor elke figuur, behalve de jongen, is een leeg cartouche voor een inscriptie geplaatst.
Afmetingen: 2 voet 10 inch × 1 voet 9½ inch.


Bij het vergelijken van Stein’s beschrijving met de huidige staat van de schildering
merk ik dat niet alle door hem genoemde details nog zichtbaar zijn op mijn foto’s.
Met name in de rechter donorzone zijn figuren en contouren zo zwaar beschadigd
dat voor mij, slechts één persoon nog herkenbaar is.
Het is daarom goed mogelijk dat Stein in 1907 een completer en minder beschadigd werk voor zich had,
waardoor hij elementen kon onderscheiden die inmiddels verloren zijn gegaan.
Zijn tekst blijft daarmee een waardevolle historische bron,
maar niet alles is vandaag nog visueel te verifiëren.
Dan is India ineens heel ver weg…


India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XXXII

– over Avalokiteśvara op textiel, een figuur in transparantie –

DSC01358 01 IndiaNewDelhiNationalMuseumSeatedAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnSilk92x71CmAccNoCh-00157

India, New Delhi, National Museum, Seated Avalokiteshvara, Dunhuang, 8 th – 10th century CE, painting on silk, 92 x 71 cm. Acc.No. Ch.00157.


De tijd maakte het tot een donker doek.
Vandaag, gedragen door licht dat vanachter de stof schijnt,
kijken we opnieuw naar Avalokiteśvara.

We volgen de figuur van boven naar beneden
en laten onze blik daarna nog even dwalen langs de randen.
Kijk mee — en als je iets herkent of weet
over de linkerkant, de standaard of de lotustroon,
deel het dan met mij.

Baldakijn

Boven Avalokiteśvara hangt een goed bewaard baldakijn
met een helderblauwe bovenstrook
en daaronder brede, warm-oranje plooien
die in bogen naar beneden hangen.
De contouren zijn scherp;
franjes of patronen zijn niet zichtbaar.
De kleuren zijn hier uitzonderlijk sterk bewaard.

DSC01358 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumSeatedAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnSilk92x71CmAccNoCh-00157 CanopyAureoolHaloAmitabha

Het blauwe driebladige element

Onder het baldakijn, maar boven Amitābha,
staat een helderblauw, driebladig element
met een donkerder centraal motief.
Het staat optisch boven de kroon,
maar zonder zichtbaar contactpunt.
Het is niet te bepalen of het element
op de kroon rust of er los boven hangt.

De brede mandorla van Amitābha

Amitābha wordt omgeven door een breed, lichtkleurig mandorla‑vlak
dat veel breder is dan zijn figuur.
De vorm is zacht door pigmentvervaging.
Gedeeltelijk binnen dit vlak ligt een kleine halo achter zijn hoofd,
zichtbaar als een donkere cirkel die deels overlapt met de mandorla
en deels tegen de binnenrand ervan aan ligt.

Amitābha op het hoofd van Avalokiteśvara

Amitābha zit op het hoofd van Avalokiteśvara,
op een kleine lotus die precies op de plek staat
waar ook de kroon is aangebracht.
De kroon bevindt zich dus achter en onder zijn mandorla.
Amitābha vormt het eerste, voorste bekroningselement van de kroon.

De kroon van Avalokiteśvara

De kroon bestaat uit verticale panelen
waarvan de contouren nog zichtbaar zijn,
en bevat bovendien geknoopte linten
die deel uitmaken van de kroonconstructie.
Aan de rechterkant waaiert één van deze linten duidelijk naar buiten,
in een korte, horizontale beweging.
Deze linten zijn kleiner en stijver dan de grote schouderlinten
en horen duidelijk bij de kroon zelf.
Maar van het meeste van die linten rest alleen de tekening nog.

DSC01358 04 IndiaNewDelhiNationalMuseumSeatedAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnSilk92x71CmAccNoCh-00157 SlingerendeStroken

Het bovenlichaam met sieraden en bloemmotieven

Het bovenlichaam van Avalokiteśvara is slank en rechtop,
met een smalle taille.
Ondanks pigmentverlies zijn de sieraden en patronen goed herkenbaar:

  • een borstsieraad met een centrale vorm en afhangende elementen
  • kralensnoeren die over de borst lopen
  • kleine bloemrozetten of bloemachtige patronen op de borst en mogelijk op de bovenarmen

Deze ornamentiek vormt een verfijnde decoratieve zone
die visueel aansluit bij de kralensnoeren op de tailleband.

DSC01358 05 IndiaNewDelhiNationalMuseumSeatedAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnSilk92x71CmAccNoCh-00157 Bloemmotieven

De tailleband en de bovenrand van de dhoti

Rond de taille ligt een lichte, brede rand die over de rode dhoti valt
– de traditionele Indiase wikkelrok of wikkeldoek, gedragen door mannen.
De oorspronkelijke kleur is niet meer te bepalen,
maar de structuur is duidelijk.
Op deze tailleband liggen kralensnoeren met knopvormige elementen
die eruitzien als kleine bloemen of rozetten.
De tailleband vormt een overgangszone tussen
de sieraden op het bovenlichaam
en de decoratie van de dhoti.

De rode dhoti

De dhoti bestaat uit rode stof met brede, ritmische plooien.
Op de stof zelf zijn geen decoraties aangebracht.
De val van de stof bedekt de onderbenen grotendeels.

De zithouding en de voeten

Avalokiteśvara zit in kleermakerszit,
maar de voeten zijn frontaal weergegeven, conform de iconografie.
De voetzolen zijn naar de toeschouwer gericht,
met kleine, afgeronde tenen bovenaan.
De voeten liggen tegen elkaar en vormen samen
– met de lichte rand van de stof –
een centrale rozet boven de lotus.
Deze niet‑anatomische weergave is typisch voor Dunhuang‑schilderingen.

DSC01358 06 IndiaNewDelhiNationalMuseumSeatedAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnSilk92x71CmAccNoCh-00157 ZitOpLotusVraagteken

De lotustroon

Onder de voeten ligt de bovenste krans van de lotus.
Links zijn de bladen nog duidelijk zichtbaar, met middennerf en contour;
in het midden en rechts is de lotus grotendeels verdwenen.

DSC01358 03 IndiaNewDelhiNationalMuseumSeatedAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnSilk92x71CmAccNoCh-00157 WaaierVraagteken

De standaard rechts

Rechts van Avalokiteśvara staat een rituele standaard
met een verticale staf met hangende linten en, een ovaal bovenstuk.
De contouren zijn goed zichtbaar en de ovaal
lijkt wel ingekleurd met zilver.
Maar dat is waarschijnlijk het effect van het licht.

Randmotieven langs drie zijden

Langs de linker-, rechter- en bovenrand van het fragment
zijn wolk‑ of bloemachtige vormen zichtbaar:
afgeronde, lobvormige contouren in lichte, verbleekte tinten.
Ze vormen een decoratieve randzone rond de centrale figuur.
Aan de onderrand ontbreken deze motieven,
mogelijk doordat het fragment daar niet volledig bewaard is
of omdat de lotus en voeten de volledige onderrand innemen.
Deze randmotieven komen vaker voor in Dunhuang‑schilderingen,
maar maken geen deel uit van de iconografie van Avalokiteśvara zelf.

De lichtbak als manier van tonen

De schildering wordt gepresenteerd op een lichtbak,
een methode die musea gebruiken om dunne, kwetsbare textiele fragmenten
goed zichtbaar te maken.
Door het object van achteren te verlichten blijft het fragment leesbaar,
ook wanneer de zaalverlichting laag wordt gehouden
om het materiaal te ontzien.
Verbleekte pigmenten en slijtagezones worden duidelijker zichtbaar
en contourlijnen en ondertekeningen komen helderder naar voren.

Wat de lichtbak met het beeld doet

De achterverlichting verandert de visuele werking van de schildering:
dunne pigmentlagen worden transparant

  • dikke pigmentlagen blijven helder en verzadigd
  • contourlijnen worden dominant
  • de grote linten lijken los te komen van het lichaam
  • Amitābha’s mandorla wordt zachter en lichter
  • het blauwe driebladige element blijft krachtig aanwezig
  • de geknoopte linten van de kroon worden verrassend goed leesbaar

Het resultaat is een beeld dat tegelijk materieel kwetsbaar
en grafisch helder is:
een combinatie van oorspronkelijke schildering
en de transparantie van de textiele drager.

DSC01359IndiaNewDelhiNationalMuseumSeatedAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnSilk92x71CmAccNoCh-00157 Txt

Avalokiteshvara is dressed in Indian costume and wears a tiara with Amitabha Buddha seated within. A circular aureola and halo are seen, above which hangs a decorated canopy.


DSC01360IndiaNewDelhiNationalMuseumDisplaysForBannersAndTextiles

Beeld van de zaalopstelling in het National Museum waarop goed te zien is hoe het licht van achter de objecten komt en dat het zaallicht daardoor beperkt is.


India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XXIV

– over kijken naar mededogen op golvend ramie –

DSC01340 01 IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraBannerDunhuang9th-10thCenturyCEPaintedOnRamieAccNiChlxiv-001

India, New Delhi, National Museum, Avalokiteshvara Banner, Dunhuang, 9th – 10th century CE, painted on ramie. Acc.Nr. Ch.lxiv.001.


Mijn observatie:

Soms zitten er in deze reeks over het Nationaal Museum
afbeeldingen tussen die je als ‘aandoenlijk’ kunt omschrijven.
Dat klinkt misschien wat oneerbiedig.
Maar zo is het niet bedoeld.

Kijk eens naar deze bodhisattva Avalokiteshvara-banier.
Het hoofd ziet er goed uit.
Een beetje generiek.
Maar dat is zo bij de meeste boeddhistische voorstellingen.

DSC01340 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraBannerDunhuang9th-10thCenturyCEPaintedOnRamieAccNiChlxiv-001

Het zijn vooral de houding, de stand van de handen,
de kleding, de attributen en de enscenering
die betekenis geven aan een boeddhistische voorstelling,
niet de gelaatstrekken van de figuren.

DSC01340 03 IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraBannerDunhuang9th-10thCenturyCEPaintedOnRamieAccNiChlxiv-001DSC01340 04 IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraBannerDunhuang9th-10thCenturyCEPaintedOnRamieAccNiChlxiv-001

Kijk eens hoe de vingers geschilderd zijn.
Ze lijken wel te golven.
Of de voeten.
Voor hele korte schoentjes.
Met tenen die zich niet schikken naar maat of volgorde.

DSC01340 05 IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraBannerDunhuang9th-10thCenturyCEPaintedOnRamieAccNiChlxiv-001DSC01340 06 IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraBannerDunhuang9th-10thCenturyCEPaintedOnRamieAccNiChlxiv-001

Kijk nog eens naar de Boeddha,
helemaal bovenaan de banier.
Meer een icoon dan een persoonlijkheid.
Aandoenlijk toch?


Ramie

Ramie is een van de oudste plantaardige vezels ter wereld:
een bastvezel uit de stengel van een netelachtige plant
die al duizenden jaren in China, India en Egypte wordt gebruikt.
Het is een glanzende, bijna zijdeachtige vezel, opvallend wit van nature,
en zo sterk dat het zelfs in natte toestand nog sterker wordt.
Toch is ramie nooit zo alomtegenwoordig geworden als katoen of zijde.
Niet omdat de plant zeldzaam is
— ze kan meerdere keren per jaar geoogst worden —
maar omdat de verwerking arbeidsintensief en kostbaar is.
De vezels zitten stevig vast in de bast en moesten in de tijd van Dunhuang
door langdurig weken in water worden ‘ontgomd’
voordat ze tot draad konden worden gesponnen.
Dat maakt ramie historisch gezien een luxevezel
die vooral in specifieke regio’s en toepassingen werd gebruikt,
van Chinese kleding tot Egyptische mummiewindsels.
In vergelijking met zijde of hennep heeft ramie een eigen karakter.
Ze deelt met zijde een natuurlijke glans,
maar mist de soepelheid en elasticiteit van echte zijden draden.
Met hennep heeft ze de baststructuur gemeen,
maar ramie is fijner, witter en sterker
— bijna twee keer zo sterk als vlas en veel sterker dan katoen.

Ramie werd in Dunhuang vooral gebruikt voor banners en rituele textielen,
maar minder vaak dan zijde.
Daardoor — én door de gevoeligheid van deze lichte stoffen
voor vocht en veroudering —
zijn ramie‑objecten in museale collecties
zoals die van het Nationaal Museum
relatief zeldzaam.

Driehoek

Hoewel de driehoekige top ook voorkomt
bij memorial banners en sutra wrappers,
wijst de combinatie van verticale compositie,
centrale bodhisattva en de Boeddha bovenaan in deze banner
eerder op gebruik als tempelhanger
— vandaar de suggestie in de zaaltekst.

Avalokiteśvara ?

Het is niet zo dat men Avalokiteśvara “bedenkt”
omdat bepaalde kenmerken ontbreken;
de identificatie ontstaat juist door een combinatie van wat wél aanwezig is
en wat níet past bij andere bodhisattva’s.

De lotusbasis, de kroon, de aureool en de verticale hiërarchie
met een Boeddha bovenaan
sluiten nauw aan bij de manier
waarop Avalokiteśvara in Dunhuang doorgaans wordt afgebeeld.
Tegelijkertijd ontbreken de specifieke attributen
die andere bodhisattva’s onmiddellijk herkenbaar zouden maken
— zoals het zwaard of boek van Mañjuśrī,
de stupa van Maitreya,
of de vajra van Vajrapāṇi.
Zo ontstaat een iconografisch profiel dat niet toevallig,
maar vrij consistent naar Avalokiteśvara wijst.


DSC01341IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraBannerDunhuang9th-10thCenturyCEPaintedOnRamieAccNiChlxiv-001 txt

Zaaltekst: This painting shows a Bodhisattva standing on lotus, with the right hand hanging down and left placed at chest. The presence of triangular headpiece is suggestive of the banner being used as a temple hanging.


Ook op de Rietberg kom je boomnimfen tegen

– Over yakshi, Mathura‑stijl en de kunst van het kijken –

Twee beelden van steen,
elk met een natuurgeest als enige onderwerp.
Yakshi verschijnen vaker op reliëfs
— pas nog in een blogbericht als helpers van de Boeddha,
die hem en zijn paard zachtjes van de grond tilden.
Maar hier staan ze alleen.

Het mooie van deze beelden is het materiaal
waarin ze gemaakt zijn.
Zandsteen geeft vaak een warme en zachte uitstraling.
Het Mathura‑zandsteen heeft een warme gloed
— soms roze, soms honingkleurig —
die de figuur een zachte aanwezigheid geeft.
Haast liefkozend.

Omdat beide reliëfs Yakshi als onderwerp hebben,
komen er vragen naar boven die ik anders
niet zo snel zou stellen:

De vorm van het hoofddeksel — is dat standaard?
Is er een iconografie voor Yakshi?
En die zwierige sjerp om haar middel — leeft de maker zich daar uit?”

En hoe zit het met de haardracht of het hoofddeksel van het tweede reliëf?
Zijn Yakshi altijd vrouwen?
Wat een prachtig uitbundige bundel lotusbloemen boven haar hoofd. Waarom?
Zie je die lotus in haar hand?

Het zijn deze en nog meer vragen waarop ik hieronder
ga proberen antwoord te geven.
Maar eerst de twee beelden.

DSC05425ZürichMuseumRietbergYakshiIndienUttarPradeshMathura1st2ndCCESandstein

Zürich, Museum Rietberg, Yakshi, Indien, Uttar Pradesh, Mathura, 1st – 2nd century CE, sandstein.

DSC05427ZürichMuseumRietbergYakshiIndienUttarPradeshMathura1st2ndCCESandstein


DSC05428ZürichMuseumRietbergYakshiIndienUttarPradeshMathura2ndCCESandstein2005-14

Zürich, Museum Rietberg, Yakshi, Indien, Uttar Pradesh, Mathura, 2nd century CE, sandstein, 2005.14.


De volgende tabel plaatst de yakshi‑voorstellingen
uit de boeddhistische, hindoeïstische en jaïntraditie
in hun historische context, in Zuid‑Azië en daarbuiten
Tussen de regels door zie je hoe motieven
uit oorspronkelijke lokale tradities
langzaam in de drie godsdiensten doorwerken.

Periode Religieuze ontwikkeling Kunsthistorische ontwikkeling
ca. 2000–1500 v.Chr. Pre-Vedische, lokale culten. Verering van natuurgeesten, bomen, bronnen, rotsen; vroege lagen van yaksha/yakshi. Geen schriftelijke bronnen; reconstructie via latere teksten en antropologie.
ca. 1500–500 v.Chr. Vedische periode (Veda’s). Integratie en herinterpretatie van lokale natuurculten binnen een priesterlijke rituele religie. Vroege rituele kunst en symboliek, maar nog geen uitgewerkte yaksha/yakshi-iconografie.
ca. 6e–5e eeuw v.Chr. Leven van de Boeddha (ca. 480–400 v.Chr.). Ontstaan van het boeddhisme. Parallel: jaïnisme met Mahavira (ca. 599–527 v.Chr.). Begin van boeddhistische en jaïnistische beeldtradities; lokale natuurgeesten worden beschermers van de dharma.
ca. 4e–2e eeuw v.Chr. Vormgeving van epen en teksten: Ramayana krijgt zijn vorm in mondelinge traditie; verdere ontwikkeling van het vroege hindoeïsme. Eerste monumentale architectuurprojecten die later met yaksha/yakshi geassocieerd worden.
ca. 2e–1e eeuw v.Chr. Boeddhisme, jaïnisme en vroege hindoeïstische tradities bestaan naast en door elkaar. Bharhut en Sanchi: stupa’s met yakshi als boomnimfen en yaksha als wachters.
1e–2e eeuw n.Chr. Lokale culten en grote religies blijven verweven; yaksha/yakshi functioneren als beschermgeesten. Periode van de beelden uit Museum Rietberg: vroege Mathura‑stijl; verfijnde yakshi‑iconografie en robuuste yaksha‑figuren.
1e–3e eeuw n.Chr. Verdere institutionalisering van de drie religies; lokale geesten worden vaste beschermfiguren. Mathura- en Amaravati-scholen: canonieke vormgeving van yakshi (śālabhañjikā) en yaksha-figuren.
4e–5e eeuw n.Chr. Gupta-periode: klassieke formulering van hindoeïstische, boeddhistische en jaïnistische tradities. Gupta-stijl: ideaalbeeld van het menselijk lichaam; yakshi-motieven blijven belangrijk als beeld van overvloed en vruchtbaarheid.
na 5e eeuw n.Chr. Verspreiding van hindoeïsme en boeddhisme naar Zuidoost-Azië; lokale varianten van natuurgeesten blijven bestaan. Ontwikkeling van verwante figuren (zoals apsara-achtige vormen); voortleven van yaksha/yakshi in volksreligies en lokale culten.

Korte toelichting

Pre‑Vedisch
Periode vóór de opkomst van de Vedische gezangen en rituelen,
die lange tijd uitsluitend mondeling werden doorgegeven (vóór ca. 1500 v.Chr.).
In deze tijd bestonden plaatsgebonden, oorspronkelijke lokale tradities
waarin natuurgeesten, bomen, bronnen en rotsen werden vereerd.
Yaksha (man) en yakshi (vrouw) komen uit deze vroege lagen van natuurverering.

Mathura‑traditie
Stijlcentrum in Noord‑India (1e eeuw v.Chr. – 3e eeuw n.Chr.),
bekend om beelden in roze‑rode of warmgele zandsteen.
Yaksha en yakshi worden hier als zelfstandige,
monumentale figuren uitgebeeld, met volle vormen,
frontale houding en verfijnde details.

Terug naar mijn vragen.

Die spiraalvormige massa aan één zijde van het hoofd
bij het eerste reliëf
-is zeer waarschijnlijk een zorgvuldig gestileerde haardracht,
passend binnen de Mathura‑traditie,
waar complexe en asymmetrische kapsels vaak voorkomen.

Yakshi‑figuren uit deze periode dragen geen hoofddoek,
maar tonen hun haar als sculpturaal ornament:
asymmetrisch, gedraaid, en monumentaal.
Het maakt haar geen helperfiguur,
maar geeft haar een autonome, sensuele aanwezigheid
als zelfstandige natuurgeest.

De slanke heupgordel is een Mathura‑motief;
de uitbundige zwier ervan in dit reliëf toont
hoe de maker binnen dat motief zijn eigen ritme en flair toevoegt.
De beweging van de sjerp is niet alleen decoratief,
maar laat zien hoe de beeldhouwer de statige houding van de yakshi
doorbreekt met een speels, bijna dansend element.

Iconografie van Yakshi

Algemeen
Yakshi behoren tot de oorspronkelijke lokale tradities
van natuurverering in Zuid‑Azië.
Daardoor hebben ze geen strakke, religieuze iconografie
zoals latere godinnen, maar wel een herkenbare beeldtaal
die draait om vruchtbaarheid, overvloed en vrouwelijke aanwezigheid.

Typische elementen zijn:
De vrouwelijke vorm:
volle heupen, ronde borsten, een lichte contrapost of sensuele houding.
Rijke haardracht:
hoge knopen, gedraaide lokken, asymmetrische of volumineuze kapsels.
Sieraden en gordels:
dunne heupgordels met sierlijke uiteinden die beweging suggereren.
Vegetatie:
lotusbloemen, ranken of bomen die reageren op haar aanwezigheid.
Autonomie:
yakshi verschijnen vaak als zelfstandige figuren,
niet als helpers in een verhalende scène.

Het is een flexibele beeldtaal:
herkenbaar, maar nooit volledig vastgelegd.

Specifiek voor reliëf 1
In het eerste reliëf is de iconografie opvallend sober,
maar juist daardoor helder.
De figuur toont de essentie van de yakshi‑beeldtaal
zonder uitgebreide attributen.

Kenmerkend zijn:
De zorgvuldig gestileerde haardracht:
een asymmetrische, spiraalvormige massa aan één zijde van het hoofd,
passend binnen de Mathura‑traditie waarin complexe kapsels vaak voorkomen.
De heupgordel:
in de basis een Mathura‑motief; de uitbundige zwier ervan
laat zien hoe de maker binnen dat motief zijn eigen ritme en flair toevoegt.
De houding:
één hand op de heup, de andere met een staf of tak
— een eenvoudige maar zelfbewuste pose die haar autonomie benadrukt.
De sierraden:
Aan haar enkels draagt ze sierlijke banden,
en rond haar hals een breed, massief ornament dat haar borstpartij omlijst.
Deze sieraden zijn geen religieuze attributen,
maar wereldse accenten die haar sensualiteit versterken.
Ze passen binnen de Mathura‑traditie,
waar sieraden het lichaam niet verhullen maar juist ritmisch begeleiden
— als glanzende markeringen van haar autonome aanwezigheid.

Het ontbreken van uitgebreide attributen:
geen lotusbloemen, geen boom, geen dieren.
Dit maakt haar geen figurant, maar een solitaire natuurgeest,
volledig aanwezig in haar eigen lichaam en houding.

Zo laat reliëf 1 zien hoe een yakshi ook zonder rijke symboliek
herkenbaar blijft:
door vorm, houding, haar en ritme — de kern van haar iconografie.

Het tweede setje vragen, nu bij reliëf 2:

En hoe zit het met de haardracht of het hoofddeksel van het tweede reliëf?
In reliëf 2 zie je een veel rijkere, meer uitgewerkte hoofdpartij dan in reliëf 1.

Wat opvalt:

De hoge haarpartij:
met duidelijke segmenten of rollen.
Het geheel lijkt bijna op een diadeemachtige structuur,
maar blijft sculpturaal haar.

Haarlokken of oorbellen:
Aan weerszijden van het gelaat hangen grote, volumineuze haarlokken
die als ornament functioneren
— geen oorhangers, maar onderdeel van de haardracht.

De vorm:
deze is symmetrischer en verticaler dan bij reliëf 1.

De bovenrand van het haar:
Het haar sluit visueel aan op de lotusbundel,
waardoor hoofd en bloemen één compositie vormen.

Dit is typisch voor Mathura‑kunst in haar meer decoratieve fase:
haar wordt geen realistisch kapsel, maar een architectonisch element
dat de figuur optilt en verbindt met de vegetatie boven haar.

Kort gezegd:
Het is geen hoofddeksel, maar een rijk gestileerde haardracht
die als sculpturaal ornament functioneert en de figuur
letterlijk laat “opbloeien” onder de lotusbundel.

Zijn yakshi altijd vrouwen?

Ja — in de kunsthistorische traditie zijn yakshi altijd vrouwelijk.
Hun mannelijke tegenhangers bestaan wel, maar heten yaksha.

Het verschil is niet alleen biologisch, maar iconografisch:

Yakshi:

  • vrouwelijk
  • sensueel, sierlijk
  • verbonden met vruchtbaarheid, groei, overvloed
  • vaak in relatie tot bomen, bloemen, water
  • lichamen met zachte rondingen en sieraden

Yaksha:

  • mannelijk
  • forser, krachtiger
  • soms bewakers of beschermers
  • minder sensueel, meer monumentaal

In de praktijk zijn yakshi veel vaker afgebeeld dan yaksha,
vooral in Mathura en Bharhut.
Hun aantrekkingskracht ligt in hun levenskracht, sensualiteit
en natuurlijke overvloed
— precies wat de kunst van die periode wilde vieren.

Wat een prachtig uitbundige bundel lotusbloemen boven haar hoofd. Waarom?
De lotusbundel is het meest expressieve element van reliëf 2
— en hij is iconografisch rijk.

1. De lotus als symbool van vruchtbaarheid en zuiverheid
De lotus groeit uit modderig water maar blijft onbesmet.
In de context van yakshi staat hij voor:

  • levenskracht
  • bloei
  • voortdurende vernieuwing
  • natuurlijke overvloed

2. De lotus reageert op haar aanwezigheid
In veel vroege Indiase kunst “bloeit” de natuur
wanneer een yakshi verschijnt.
De bloemen zijn dus geen decor,
maar een visuele echo van haar energie.

3. De lotus in haar handen
In haar linkerhand houdt ze duidelijk de stengels vast
die doorlopen naar de grote bundel boven haar hoofd.
In haar rechterhand ligt mogelijk geen knop, maar het hart van de lotus
— de ronde zaadpod, herkenbaar aan het stukje stengel
dat achter haar hand uitsteekt.

Het is een subtiel maar krachtig symbool van vruchtbaarheid
en overvloed: de bloem boven haar hoofd toont de bloei,
de pod in haar hand de volheid en het potentieel van de plant.
Zo belichaamt zij de hele cyclus van groei — van stengel, tot bloem, tot zaad.

4. De bundel als compositie‑anker
De grote, waaierende lotusbladeren:

  • creëren een visuele halo
  • verbinden haar met de bovenrand van het reliëf
  • maken haar monumentaler
  • geven een bijna kosmische uitstraling

Het is een manier om te zeggen:
Deze figuur is geen gewone vrouw, maar een natuurkracht
die de wereld om haar heen laat openbloeien.

5. Mathura‑stijl: exuberantie als expressie
In Mathura‑kunst worden bloemen vaak groter dan het leven weergegeven.
Niet realistisch, maar symbolisch en ritmisch.
De bundel boven haar hoofd is een typisch voorbeeld van die sculpturale overdaad.


Nog een allerlaatste observatie:
bij reliëf 1 zie je een decoratieve band, helemaal onderaan.
Bij een boomnimf zou ik florale motieven verwachten:
ranken, bladeren, vruchten.
Maar dat zie je niet.

Wat zien ik?
De band is breed en horizontaal, direct onder de voeten van de figuur.

Hij bestaat uit herhalende geometrische motieven
— geen bladeren, bloemen of ranken.

De vormen lijken op gestileerde rozetten, vierpassen of rasterstructuren,
afhankelijk van de interpretatie.

Het geheel is strak gecomponeerd, met een ritmische herhaling
die eerder architecturaal dan organisch aanvoelt.

In Mathura‑kunst zie je dit vaker:
de onderrand is decoratief, maar niet verhalend
— hij draagt de figuur, zonder haar wereld te illustreren.

Afsluiting:

Geen bladeren of lotussen
Een geometrische band draagt haar voeten
Een vloer?
Eerder architectonisch dan organisch
haar natuurkracht ontvouwt zich pas boven deze drempel!


De vijand die in ons spreekt

– Boeddha’s stilte, Māra’s dochters, Māra’s twijfel –

Voor sommige mensen is mijn blog misschien saai aan het worden.
Steeds die berichten over boeddhistische of hindoestaanse beelden.
Ik beloof dat dit niet voor altijd zal zijn, maar dat ik
deze kunst fascinerend vind, mag wel duidelijk zijn.

DSC05421 01 ZürichMuseumRietbergMārasTöchterVesucenDnBudhaPakistanGandhara-Gebiet2nd-4thCSchiefer

Zürich, Museum Rietberg, Māras Töchter versuchen den Budha, Pakistan, Gandhara-Gebiet, 2nd – 4th century CE, schiefer.


Titel
Māras Töchter Versuchen den Buddha

Herkomst
Pakistan, Gandhāra‑gebied

Datering
2de–4de eeuw CE

Materiaal
Schiefer (schist)

Provenance
Legat Georgette Boner, Museum Rietberg Zürich

Beschrijving
Het reliëf toont links de Boeddha in meditatie,
gezeten in een architectonische nis en met een nimbus achter het hoofd.
Zijn houding is verstild, de blik naar binnen gericht.
De nis is licht verdiept en vormt een stabiel,
bijna architectonisch ankerpunt binnen de compositie.

DSC05421 02 ZürichMuseumRietbergMārasTöchterVesucenDnBudhaPakistanGandhara-Gebiet2nd-4thCSchiefer BoeddhaOnverstoord

Rechts ontvouwt zich de scène van Māra’s verleiding.
Māra verschijnt als een jonge krijger, herkenbaar aan zijn zwaard
en zijn afwerende gebaar.
Hij ondersteunt zijn hoofd met de rechterhand
— een pose die twijfel en mislukking suggereert.

Naast hem bewegen zich vier vrouwelijke figuren, de dochters van Māra,
in variërende gradaties van sensualiteit en theatrale expressie:

een naakte vrouw op handen en knieën, een arm geheven,
het bovenlichaam ontbloot

DSC05421 03 ZürichMuseumRietbergMārasTöchterVesucenDnBudhaPakistanGandhara-Gebiet2nd-4thCSchiefer TheatraleDochter

een schaars geklede vrouw die haar achterlijf naar de kijker draait,
mogelijk een spiegel of offerend gebaar in de hand

een dansende figuur met beide armen boven het hoofd,
de kleding strak langs het lichaam vallend

DSC05424ZürichMuseumRietbergMārasTöchterVesucenDnBudhaPakistanGandhara-Gebiet2nd-4thCSchiefer VerleidingEnDans

een vierde, deels verscholen vrouw, gekleed,
haar aandacht gericht op Māra

Boven de vrouwen verschijnen vier koppen:
twee beschadigd,
één blazend op een instrument,
één met vertrokken demonisch gelaat.
Zij representeren Māra’s leger, dat lawaai en dreiging inzet
om de Boeddha te verstoren.

DSC05422ZürichMuseumRietbergMārasTöchterVesucenDnBudhaPakistanGandhara-Gebiet2nd-4thCSchiefer VierKoppen

Iconografie
De voorstelling verwijst naar de nacht van de verlichting
onder de Bodhiboom, hoewel de boom zelf ontbreekt
— een typisch Gandhāra‑procedé waarbij verhalende elementen
worden gecomprimeerd tot een iconografisch tweeluik:
de Boeddha in verstilling tegenover Māra en zijn gevolg in beweging en onrust.

Het zwaard identificeert de zittende man ondubbelzinnig als Māra;
Siddhartha of de Boeddha worden nooit met wapens afgebeeld.
De dochters van Māra belichamen begeerte, afleiding
en wereldlijke verleiding.
Hun poses — kruipend, torsie, dansend — versterken het contrast
met de onverstoorbare Boeddha.

DSC05421 04 ZürichMuseumRietbergMārasTöchterVesucenDnBudhaPakistanGandhara-Gebiet2nd-4thCSchiefer MāraAfwerendMetZwaardEnDochter

Interpretatie
Het reliëf toont de overwinning van innerlijke rust
op verleiding en agressie.
De Boeddha’s stilte is architectonisch verankerd;
Māra’s domein is dynamisch, gefragmenteerd, bijna theatraal.
De scène functioneert als morele en meditatieve instructie:
verleiding en angst verliezen hun kracht wanneer ze worden doorzien.

DSC05423ZürichMuseumRietbergMārasTöchterVesucenDnBudhaPakistanGandhara-Gebiet2nd-4thCSchiefer Txt

Context – Legat Georgette Boner

Naam
Legat Georgette Boner

Schenker
Georgette Boner (1903–1998), Zwitserse kunstenares, dramaturge en reiziger.

Biografische achtergrond
Geboren in Milaan, werkzaam in Zürich, Parijs, Wenen en Berlijn.
Ze studeerde Germaanse talen en drama, werkte in het Parijse theaterleven,
en had een langdurige samenwerking met de Russische acteur
en pedagoog Michael Chekhov.
Vanaf 1939 wijdde ze zich aan schilderkunst
en reisde ze herhaaldelijk naar India (1938–1981),
waar ze een diepe belangstelling ontwikkelde
voor Zuid‑Aziatische kunst en spiritualiteit.

Inhoud van het legat
Het legat omvat:

kunstwerken en objecten verzameld tijdens haar reizen,
waaronder Zuid‑Aziatische sculpturen

een omvangrijk theaterarchief (correspondentie, foto’s,
programma’s, Chekhov‑documentatie)

schilderijen, illustraties en tentoonstellingsmateriaal
uit haar eigen artistieke praktijk

Relevantie voor het Museum Rietberg
Boners langdurige betrokkenheid bij India en haar verzamelpraktijk
maken haar legat bijzonder passend binnen de Aziatische collecties
van het museum.
Het Gandhāra‑reliëf Māras Töchter Versuchen den Buddha
vormt een representatief onderdeel van deze schenking.


India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XIII Nandikeśvara en Shiva als Tripurāntaka

– Waar Vijayanagara grondt en Chola verfijnt: twee Śaiva‑beelden in dialoog –

Op deze vijfde dag in Delhi, in de stille zalen
van het National Museum, komen twee Śaiva‑beelden
uit verschillende werelden onverwacht dicht bij elkaar te staan.
Het ene geworteld in de aardse monumentaliteit van Vijayanagara,
het andere gevormd in de slanke, verfijnde lijn van Early Chola.
Twee stijlen die eeuwen, landschappen en ritmes
van elkaar verwijderd zijn,
maar hier — in brons — een gesprek beginnen.

Nandikeśvara, met zijn dubbele natuur van devotie en beheersing,
staat tegenover Śiva als Tripurāntaka,
die zonder boog of pijl toch richting en spanning belichaamt.
Samen tonen ze hoe Zuid‑Indiase beeldhouwkunst
niet alleen verhalen vertelt, maar vorm geeft
aan innerlijke houdingen: stilte en ritme,
gronding en verfijning, ontvangen en richten.

DSC01290IndiaNewDelhiNationalMuseumNandikeśvaraVijayanagar15thCCESouthIndiaBronze

India, New Delhi, National Museum, Nandikeśvara, Vijayanagar, 15th century CE, South India, bronze.


Titel: Nandikeśvara
Herkomst: Zuid‑India, Vijayanagara, 15e eeuw na Christus
Materiaal: Brons
Locatie: National Museum, New Delhi
Context: Śaiva‑beeld, tempelbeeld

Beschrijving
De goddelijke figuur Nandikeśvara wordt hier afgebeeld
in een vierarmige, drie‑ogige vorm,
staand op een ronde voetplaat.
Zijn voorste handen zijn samengebracht in añjali‑mudrā,
een gebaar van devotie en aandacht.
De achterste rechterhand houdt een parasu (bijl)
tussen de eerste en tweede vinger
— een attribuut van ascetische kracht en helderheid.
De achterste linkerhand ondersteunt een mṛga (antilope)
op de vingertoppen
— symbool van de getemde geest en yogische beheersing.
Het serene gezicht, met verticale tilaka (3de oog),
amandelvormige ogen en een hoog opgestapelde jāta‑mukuṭa,
wordt omlijst door grote ronde oorhangers.
De beeldtaal is verfijnd en ritmisch,
met elegante vingerhoudingen en een subtiele balans
tussen devotie en autoriteit.

Vijayanagara‑kenmerken
Dit beeld draagt de typische signatuur van de Vijayanagara‑stijl:
een krachtige, compacte lichaamsbouw,
met brede schouders en stevige armen;
een hoog opgestapelde jāta‑mukuṭa die de verticale monumentaliteit
van de periode benadrukt;
en grote ronde oorhangers en zware sieraden
die de voorkeur voor geometrische vormen tonen.
De verfijnde vingerposities
— waarbij parasu en mṛga licht op de vingertoppen rusten —
zijn kenmerkend voor de elegante handgebaren van deze school.
Het gezicht, met zijn strakke contouren,
amandelvormige ogen en duidelijke tilaka,
toont de heldere, bijna architectonische expressie
die Vijayanagara‑bronzen onderscheidt van
de slankere, vloeiendere Chola‑traditie.

De dubbele natuur van Nandikeśvara
Dit beeld kan worden gelezen als een samenvatting
van Nandikeśvara’s dubbele natuur:

  • Voorste handen: devotie, luisteren, ontvangen
  • Achterste handen: kracht, inzicht, beheersing
  • Vooraan is hij toegewijde, achteraan meester
  • Vooraan is hij menselijk, achteraan kosmisch
  • Vooraan is hij stilte, achteraan ritme

DSC01291IndiaNewDelhiNationalMuseumNandikeśvaraVijayanagar15thCCESouthIndiaBronzeDSC01292IndiaNewDelhiNationalMuseumNandikeśvaraVijayanagar15thCCESouthIndiaBronzeTxt

This four-armed and three-eyed figure of Nandikeśvara (a Shaiva image) stands on a circular pedestal. The front right en left hands are joined in anjali-mudra; the rear right hands hold the parasu (axe) between the first and second fingers; the rear left hand supports the mriga (antelope) on the tip of the first end second fingers.

Deze vierarmige en drie-ogige figuur van Nandikeśvara (een Śaiva‑beeld) staat op een ronde voetplaat.
De voorste rechter- en linkerhand zijn samengebracht in de añjali‑mudrā.
De achterste rechterhand houdt de parasu (bijl) tussen de eerste en tweede vinger.
De achterste linkerhand ondersteunt de mṛga (antilope) op de toppen van de eerste en tweede vinger.

DSC01293IndiaNewDelhiNationalMuseumNandikeśvaraVijayanagar15thCCESouthIndiaBronze anjali-mudra


DSC01294IndiaNewDelhiNationalMuseumShiva-TripurāntakaEarlyChola9thCCESouthIndiaBronze

India, New Delhi, National Museum, Shiva-Tripurāntaka, Early Chola, 9th century CE, South India, bronze.


Titel: Śiva als Tripurāntaka
Herkomst: Zuid‑India, Early Chola, 9e eeuw n.Chr.
Materiaal: Brons
Locatie: National Museum, New Delhi
Context: Śaiva‑beeld, symbolische voorstelling

Beschrijving
Dit beeld toont Śiva in zijn vorm als Tripurāntaka,
de vernietiger van de drie demonische steden (Tripura).
Hoewel de zaaltekst verwijst naar een strijdwagen en
een boog met pijl, zijn deze elementen hier niet zichtbaar
— het beeld presenteert de daad van vernietiging
in symbolische vorm.
Śiva staat slank en elegant, met een fijn gedecoreerd lendedoek,
een hoog opgebouwde haartooi, en een serene,
ovale gezichtsuitdrukking.
Zijn handen zijn leeg, wat de nadruk legt op innerlijke kracht en
ritmische beheersing in plaats van narratieve actie.

Early Chola‑kenmerken
Het beeld draagt de signatuur van de vroege Chola‑stijl:
een slanke, vloeiende lichaamsbouw,
met subtiele spierlijnen en een licht dynamische houding.
De sieraden zijn verfijnd, de haartooi compact
maar ritmisch opgebouwd,
en het gezicht zacht en ovaal
— een stijl die de nadruk legt op ideale proportie en
innerlijke sereniteit.
In tegenstelling tot latere Chola- of Vijayanagara‑beelden
is de expressie hier minder monumentaal,
maar des te helderder in symboliek.

Op het zaalbordje wordt Tripurāntaka beschreven
als een krijger op een strijdwagen, gewapend met boog en pijl.
Maar wie naar het beeld kijkt, ziet geen wagen,
geen boog, geen pijl
— alleen een slanke, geconcentreerde Śiva met lege handen.
Juist dit verschil is betekenisvol.
Het laat zien hoe de Early Chola‑traditie
de complexe mythe symbolisch reduceert tot houding,
richting en innerlijke spanning.

En precies daar begint de vraag:

Hoe herken je Tripurāntaka zonder attributen
Hoewel dit beeld geen boog, pijl of strijdwagen toont,
blijft de Tripurāntaka‑vorm herkenbaar
door een combinatie van canonieke kenmerken:
de lichte krijgershouding met subtiele torsodraaing,
de asymmetrische armstand die richting suggereert,
en de geconcentreerde, heldere gezichtsuitdrukking
die eerder focus dan devotie uitstraalt.
In de Early Chola‑traditie wordt de complexe mythe
vaak symbolisch gereduceerd tot deze houding:
geen attributen uit het verhaal,
maar een lichaam dat de spanning van de daad draagt.
Zo verschijnt Tripurāntaka hier als innerlijke schutter
— niet door wapens, maar door gerichtheid.

Poëtisch kernmotief: de pijl zonder boog
Dit beeld toont niet de daad, maar de stilte vóór de daad.
De boog is afwezig, de pijl onzichtbaar — maar de richting is voelbaar.
Śiva staat niet als krijger, maar als innerlijke schutter:
hij richt niet met wapens, maar met inzicht.

De strijdwagen is weggelaten, zodat de kosmische focus kan spreken.
De handen zijn leeg, zodat de symboliek kan resoneren.
De houding is licht,
zodat de daad niet als geweld maar als bevrijding verschijnt.

Tripurāntaka is hier geen verteller van een verhaal,
maar een formule van helderheid.

DSC01295IndiaNewDelhiNationalMuseumShiva-TripurāntakaEarlyChola9thCCESouthIndiaBronzeDSC01296IndiaNewDelhiNationalMuseumShiva-TripurāntakaEarlyChola9thCCESouthIndiaBronze

The Tripurāntaka form of Shiva is presented as a warrior riding a chariot, aiming to destroy the three impregnable cities of the demons and releasing them from ignorance to immortality. This particular image does not show the actual act of the desctruction of the cities, but rather presents it in a symbolic form. The bow and arrow held by Shiva symbolize this heroic deed.

De Tripurāntaka‑vorm van Śiva wordt voorgesteld als een krijger die op een strijdwagen rijdt, met het doel de drie onneembare steden van de demonen te vernietigen en hen te bevrijden van onwetendheid naar onsterfelijkheid. Dit specifieke beeld toont niet de daadwerkelijke vernietiging van de steden, maar presenteert deze daad in symbolische vorm. De boog en pijl die Śiva vasthoudt, symboliseren deze heroïsche handeling.