Deze week geprobeerd nog wat tijd te besteden aan het inbinden van ‘The Art of Bookbinding’ op een middeleeuwse manier. Er zijn nu 3 katernen genaaid. De draad waar ik mee werk is erg lang en daarom stropt de draad steeds. Binnenkort eens uitzoeken of werken met meerdere kortere draden niet effectiever is. Maar de kapitaalkernen gaan er mooi uitzien. Of het zo ook hoort weet ik niet maar dit resultaat kan ik straks met leer bekleden.
Tagarchief: boekbinden
Dubbele wikkelnaaiing, rondslag en kettingsteek
Weer even stilstaan bij het inbinden van ‘The Art of Bookbinding’.
De tweede dummy voor het inbinden van ‘Van den vos Reynaerde’.
De leren riempjes waarop het boekblok straks moet worden genaaid, zijn bevestigd aan het voorplat. Even passen of dit dadelijk allemaal goed gaat werken.
In plaats van een gaatje boren van de hoek aan de rugzijde van beide houten platten om straks het basiskapitaal aan te bevestigen, maak ik een insnijding. Dat werkt beter bij dit materiaal. Al bij beperkte druk loop ik het risico dat er stukken van de platten afbreken.
In het voorplat is ook een stuk uit het voorplat gehaald waar straks de sluitriem bevestigd zal worden.
De leren riempjes zijn ingesneden. Bij de vorige dummy had ik de tekening in het boek van Goddijn verkeerd geïnterpreteerd en het insnijden gedaan terwijl de voorplat al op het naaibankje lag. Dat is een stuk eenvoudiger als je het wat eerder doet.
Door het materiaal van de platten, dat geen massief hout is, is dit mijn beste stuk gereedschap: een guts.
De kern van het kapitaal (Goddijn noemt het ‘het basiskapitaal’) is van perkament. Hier zie je twee stroken perkament in het water liggen weken om er dadelijk strengels van te maken.
Omdat ik zo zuinig mogelijk ben met het perkament en omdat de instructies van Goddijn niet altijd heel helder zijn, zijn de stroken ongelijk van lengte. Ik weet namelijk niet precies welke lengte ik had moeten nemen. Goddijn zegt: ‘die zo lang zijn als driemaal de dikte van het boekblok’. Maar is dat exclusief of inclusief de platten? In mijn geval is het boek 2 cm dik, zijn de platten ieder 1 cm dik. Moet je dan 3 maal 2 of 3 maal 4 nemen? Volgens mij heb ik ongeveer 11 cm nodig. Dus de rekensom is volgens mij inclusief de dikte van de platten (3×4=12). Maar altijd zelf passen en meten!
De strengels zijn niet moeders mooiste maar ik denk dat het er mee door kan. Het lijkt me in ieder geval geen slecht idee om het perkament in een stukje papier te rollen.
Dan ziet dat er zo uit.
Na het perkament ingelijmd te hebben zet ik het nog even vast met een tang. Daarmee kan ik het perkament ook goed in de sleuf stoppen en wordt het heel plat.
Dit is dan het resultaat.
Hier zie je dat de voorplat gereed is om het boekblok te gaan naaien: het basiskapitaal en de leren bindingen zitten aan het voorplat vast.
‘The art of Bookbinding’ van Joseph Zaehnsdorf in een uitgave van Atelier de Ganzenweide.
Hier ligt het voorplat met het eerste katern op het naaibankje.
Dit is de tekening in het boek van Goddijn (pagina 27). In de tekst staat dan het volgende: ‘De katernen worden aan de ingesneden bindingen vastgemaakt met een dubbele wikkelnaaiing. Aan kop en staart worden ook de kapitaalkernen mee genaaid met een rondslag via het gat voor de kettingsteek’. Dat is prima maar dan moet je natuurlijk wel weten/begrijpen wat een dubbele wikkelnaaiing, een rondslag en een kettingsteek zijn. Het boek van Goddijn is vooral goed voor mensen die de kunst van het boekbinden al onder de knie hebben. Het is geen stap-voor-stap instructieboek.
Het eerste katern is genaaid en met het tweede is een begin gemaakt. Gelukkig zijn het niet zo veel katernen.
Maar die overige katernen volgen volgende keer.
Voor het eerst van mijn leven!
Voor het eerst van mijn leven heb ik een boormachine gekocht.
In huis gebruik ik nooit een boormachine.
Dat let het zo nauw dat ik het liever iemand anders laat doen.
in de meeste muren in mijn huis raak je niet met een gewone
boormachine.
Ik had op internet rondgekeken maar ik raakte al snel
verstrikt in allerlei discussies over wat het beste type
batterij was. Daar maak ik me niet zo druk over.
Ik wil een eenvoudige machine voor kleiner werk.
Misschien een schroef in of uitdraaien.
Ben nog naar een grote bouwmarkt geweest. Daar duizelde het helemaal.
Daar waren ‘aanbiedingen’ die zeer ruim boven het bedrag
lagen dat ik in mijn hoofd had.
Laat de Action een boormachine verkopen voor 29,95 euro.
Volgens mij een prima machine voor mijn toepassingen.
Dus het werk aan de voor- en achterplat van
‘The art of bookbinding’ (Joseph Zaehnsdorf) kon beginnen.
De randen aan de buitenkant afgerond met schuurpapier en de plaatsen afgetekend waar de sleuf, de doorboring en de geul moet komen.
Op beide platten en zowel buiten- als binnenkant.
Hier zie je dat ruimte is uitgespaard waar het leren riempje in bevestigd wordt. Vervolgens loopt dit riempje door de plat naar de andere kant. Daar zou een soort tunnel in het hout moeten zitten. Voorgeboord met de boormachine. Maar het materiaal dat ik als plat gebruik is geen massief hout. De buitenkanten zijn van hout, een fineer. De kern is van verschillende materialen. Sommige heel zacht. Het boren van een tunnel leidde bijna gelijk in het beschadigen van de bovenkant. Dus straks. bij ‘Van den vos Reynaerde’, in het eikenhout zal ik het opnieuw proberen. Maar voor deze dummy volg ik de aanpak die ik in de eerste dummy ook gebruikte: een ruimte uitsparen aan het oppervlak waarin het riempje past.
De volgende keer begin ik hier de riempjes eerst verder vast te zetten. Ik zou ook voor het basiskapitaal een tunnel moeten maken. Op de hoek. Dat ga ik, om dezelfde reden, niet eens proberen. Dat wordt een sleufje. Daar zal het perkament in moeten passen. Als dat lelijk dreigt te worden onder het leer zal ik het opvullen met papier maché.
Het huidige boekbindavontuur
Terwijl ik aan een dummy aan het werken was,
lag onder bezwaar het volgende boekblok al klaar.
Het boekblok betreft ‘The Art of bookbinding’ van
Joseph William Zaehnsdorf (1853 – 1930).
Het boek is van 1880 en de versie die ik als dummy
ga inbinden is uitgegeven door Atelier de Ganzenweide.
Het is geen middeleeuws boek maar de afmetingen
komen bijna exact overeen met de beschrijving van Peter Goddijn
bij zijn beschrijving van ‘Band met houten platkernen,
gesloten scharnieren, opliggende bindingen, vaste rug,
romaanse aanrijging, chevronkapitaal, platsluiting en
titelraampje (11e eeuw)’.
De beschrijving probeer ik te volgen.
Volgens de beschrijving van Goddijn (Westerse boekbindtechnieken van de Middeleeuwen tot heden, pagina 24) hoort de kapitaalsnede 2 bij 2 mm te zijn. Dat had ik ook aangebracht. Maar na de ervaring met de eerste dummy maak ik het toch groter: 5 bij 5 mm. Je ziet op deze foto ook het perkamenten dekblad dat om het eerste katern zit.
De beschrijving van dit boek (‘The Art of bookbinding’) dat je
gewoon in de boekhandel kunt kopen is op de website van Bol als volgt:
Originally published in 1880 this early work on book binding is a comprehensive and informative look at the subject. The contents are extensively illustrated, The information on book binding makes for absorbing reading throughout. Many of the earliest books, particularly those dating back to 1900s and before, are now extremely scarce and increasingly expensive.
Met platten. Ik heb 1 voor 1 de katernen ontdaan van het hoekje. Met een mes een boekblok in een keer doorsnijden lukte me de vorige keer niet. Nu zitten er wel kleine verschillen tussen de hoekjes maar de functie is om voldoende ruimte te maken voor het kapitaalband. Dat is er nu.
Hier wordt het boekblok in de houten blokpers gezet. Ik ga voor het eerst een boek niet prikken in de rug maar ik ga op de plaatsen waar de bindingen komen (3 plaatsen) en de plaatsen waar de kettingsteek komt (2 plaatsen voor het basiskapitaal) inzagingen maken.
Vijf zaagsneden in de rug van het boekblok terwijl het in de blokpers geklemd ligt.
Het resultaat.
Compleet met houten platten en de drie leren riempjes (van een oude tas). De perkamenten kapitaalkernen moet ik nog maken.
De volgende stap is het aftekenen van de platkernen zodat daar de gaten in geboord kunnen worden. Dat is een spannend moment. Vooral de twee gaten voor de kapitaal kern. De platten zijn geen massief hout maar een soort multiplex. Toen ik bij de eerste dummy probeerde deze gaten te maken dreigde de hoek af te breken. Dat moet ik hier zien te voorkomen. Bij de dummy heb ik toen de pogingen gestaakt. Hier wil ik dat het wel lukt.
De wit/rode staart van de vos
Mijn kapitaalband maak ik met als kern een stuk touw, 3 mm dik henneptouw. Het touw wat ik onlangs kocht pluist nogal en daarom heb ik mijn vorige poging weer ongedaan gemaakt (en omdat de wikkeling te ongelijkmatig was). Ik heb het hele stuk touw ingesmeerd met een beetje lijm waardoor de pluisdraden aan de kern vast gaan zitten en niet meer uitstaan. De eerste keer had ik steeds twee omwentelingen met één kleur gedaan. Deze keer drie. Daardoor slaag ik er in meer gelijkmatige groottes te krijgen van de kleurvlakjes. Links zie je het zichtbare resultaat, rechts hetzelfde stuk kapitaalband maar dan de achterkant. Je ziet dat ik er beter in geslaagd ben om ieder gekleurd stukje op dezelfde manier te beginnen.
Eigenlijk had de kern voor het kapitaalband gelijk met het naaien van het boekblok meegenaaid moeten worden. Dat snap ik nu beter dan toen ik aan het boek begon bovendien is dit boek eigenlijk wat aan de kleine kant. Maar bij de volgende dummy (The Art of Bookbinding) ga ik dat wel doen. Het bevestigen van de hennepkern aan de platten die erg glad zijn valt niet mee. Ik zet de vast met lijm en het schildersplakband gebruikt om ze even op hun plaats te houden.
Linksonder ook.
Als het kapitaalband integraal meegenaaid wordt dan kan het niet zo los staan van de katernen zoals het nu is. Dat komt wel goed als er straks het de leren bekleding om komt.
Dit is het leer dat het boekblok en de platten gaat bekleden. Het moet nog wat verder bijgesneden worden. Op de rug, bij het kapitaalband, maak ik nog een extra stukje rood leer aan de band.
Dan zal het er zo gaan uitzien. Het leer zit nu nog los rond de platten. Naar het stuk op de rug is er al uitgesneden. En de flapjes die strajs als eerste op de boven- en onderkant van de flappen komen, zijn ook al losgesneden. Ik weet niet hoe groot ik die ga laten. Nu zijn ze 4 cm lang.
Zo gaat het kapitaalband dan zichtbaar worden.
Dit is dan zo’n klein stukje rood leer. Aan een kant gedund met een mes.
Het eerste plat ligt te drogen nadat het aan het leer is bevestigd. Je ziet de twee rode leren strookjes die de rug gaan afwerken. Door die kleine rode randjes die er dubbel op gelijmd zitten en doordat ze een beetje boven het leer van de rug uitsteken, wordt het een klein ‘afdakje’ boven de kapitaalband.
Hier zijn beide platten en de rug gelijmd en ligt het boek te drogen. Je ziet hier duidelijk de smalle leren stroken die vanaf de achterkant van het boek op de platten komen. Daar komt vervolgens het leer over dat van de zijkant naar binnen wordt gevouwen en gelijmd. Als laatste haan dan de voorkanten volgen. Het huidige plan is om de naden daar met de rode katoenen draad dicht te naaien. Maar dat is dan meer ter decoratie dan iets anders.
Weer gewerkt aan de dummy voor de dummy van Van den vos Reynaerde
De losse katernen van Van den vos Reynaerde, uitgebracht door
Atelier de Ganzenweide, ga ik inbinden in een middeleeuwse binding.
Naar een model beschreven door Peter Goddijn.
Maar daar komt zoveel bij kijken dat ik besloten heb eerst een dummy
te maken. Maar al lezend ontdekte ik zoveel nieuwe dingen
en had ik zoveel vragen dat ik besloot om met een Doe-het-zelf pakket
voor een boeksluiting van Atelier Libri een dummy te maken
voordat ik aan de echte dummy begin.
Het klinkt gecompliceerd maar ik leer zoveel van deze voorbereiding
dat ik blij ben met de keuze.
Hoe ver ben ik?
Ik heb een dik boekblok gemaakt, klein maar dik.
Gebonden op leren riempjes met houten platten.
Nu ben ik bezig met het boekbeslag; de sluiting.
Daarvoor had ik nog een kniptang nodig om uit een plaatje
messing een vorm te kunnen knippen.
De sluiting is nu bijna gereed.
De foto’s in deze blog gaan daar over.
Dan wil ik ook nog oefenen met handgemaakt kapitaalband.
Dat loopt nog niet zoals ik wil maar ik maak vorderingen.
Dit zijn de sluithaak (boven) en een plaatje messing met drie gaten. Uit dat plaatje knip ik dadelijk het bevestigingsplaatje dat gebruikt wordt om het leren riempje aan de sluithaak te zetten. Dat wordt dus passen en meten.
Even passen met een strookje papier (wit onderaan) hoe lang en breed het strookje leer moet worden.
Dat lijkt me een goede afmeting.
Het riempje wordt van rood leer.
Steeds passen en meten en nu het bevestigingsplaatje aftekenen om uit te knippen.
Nu passen en meten met in ieder geval 1 set gaten op zijn plaats.
Eerst het bevestigingsplaatje vastgezet met 1 messing spijker. Nu zijn de laatste twee aan de beurt. Het vinden van de gaatjes en recht houden van het leer is nog niet eenvoudig.
Een tussen resultaat.
Als de kapitaalband gereed is kan ik de boekband in elkaar zetten en
de sluiting plaatsen. Als dat af is dan kan ik aan de echte dummy beginnen.
Inderdaad. er is nog werk aan de winkel. Maar ik snap beter dan voor deze poging hoe ik het moet gaan doen. Dit kan ik eenvoudig uit elkaar halen. Dan om het pluizen van het henneptouw een beetje in te tomen een beetje insmeren met lijm. Dan kan ik dit verder weer goed gebruiken voor de tweede poging.
Boeken maken vanuit een erfenis (tweede poging)
We hebben het al een aantal keren besproken.
Al ruim voor mijn vakantie.
Mijn moeder heeft een deel van een erfenis van mijn tante
altijd bewaard. Mijn tante overleed in 1990.
Maar ze is zelf niet zo’n borduurster.
Ik zelf ook niet maar ik heb wel een andere toepassing.
De ‘erfenis’ zit in dit koffertje.
Dit zie je dan allemaal als je het koffertje opent. Blijkbaar kocht mijn tante materiaal bij ‘Riet Thielen Mode Stoffen’ in Breda.
Dit is duidelijk een proeflap. Je ziet dat verschillende steken worden gedemonstreerd. Je zien ook hoe je een sluiting kunt maken met een knoopje en met een haakje. Dit maakten vroeger veel vrouwen op school. Intrigerend zijn de vermoedelijke initialen ‘PK’. Die zijn in ieder geval niet van mijn tante. Of ze deze lap als voorbeeld er bij hield of wat voor ander doel het had weet ik niet.
Er zitten ook een aantal borduurwerken in die al helemaal of ver gereed zijn. Zoals dit grasveldje met allerlei bloemen.
Hier is wel een begin gemaakt maar is het werk nooit afgekomen.
De naam van de plant staat bij het borduurwerk: Malva Moschata of Muskuskaasjeskruid.
Solanum Dulcamara of Bitterzoet.
Nu ben ik niet van plan om nog te leren borduren.
Maar de borduurwerken die je hier zit kan ik wel
verwerken in boekbanden.
Mijn tante werkte in de bibliotheek.
Met enige regelmaat kreeg ik boeken die afgeschreven waren in de bib.
Ik heb ze nog: een hele reeks van de Rechter Tie-serie.
Waarschijnlijk zou ze het wel kunnen waarderen als haar werk wordt gebruikt
om boeken mee te maken.
Deze koperen pot met bloemen is eigenlijk nog niet af. Bij de pot ontbreekt nog de schenktuit. Pot is dan ook niet het beste woord. Beter is misschien ‘ketel’.
Vervolgens zitten er in het koffertje een hele reeks enveloppen. De enveloppen zijn genummerd.
Iedere envelop bevat een streng garen van een bepaalde kleur.
De nummertjes komen overeen met de kleurnamen die in drie talen op dit overzicht staan.
Soms zit het garen niet meer in de originele hulsjes maar is het op een stuk karton gedraaid.
Het garen is allemaal katoen.
Ik wil het gebruiken om zelf het kapitaalbandje te maken voor boeken.
Dat heb ik nog nooit gedaan maar ik heb op zondag een paar
video’s bekeken van de website ‘Bookbinder’s Chronicle‘.
Een prachtige site met een paar hele mooie en goede video’s.
De mevrouw die de video’s maakt begrijpt heel goed hoe je zo’n video
moet maken en hoe je schijnbaar moeilijke dingen moet uitleggen
zodat ze begrijpelijk worden.
Van de video’s werd ik enthousiast en tegelijk een beetje depri,
omdat ik me dan ook realiseer wat ik allemaal nog niet zo goed kan als zij.
Het leer heb ik uitgesneden voor mijn boek en daar zoek ik even twee kleuren bij om een kapitaalband te kunnen maken.
Met deze kleuren splijtgarens ga ik nu eerst een klein proefje maken.
Ik zie heel goed dat ik een paar fouten heb gemaakt en dat iets strakker de kleuren afwisselen het resultaat nog gaat verbeteren. Maar al bij al viel het niet tegen.
Nu is voor het boek dat ik aan het maken ben, het eigenlijk de bedoeling
om het kapitaalband integraal mee te naaien bij het naaien van het boekblok.
Maar daarvoor had ik wat dingen moeten doen die ik overgeslagen heb.
Dat kan ik nu niet meer corrigeren.
Daar moet ik een creatieve oplossing voor bedenken.
Komt goed!
Boekbeslag op een boek maken
Opnieuw een paar stappen verder.
Het boek is nu helemaal aan de leren riempjes gebonden.
Dat blijf je straks mooi zien achter het leer.
De tweede plat bevestigd.
Een uitholling gemaakt in een van de platten zodat
straks de muiter mooi over dat gat kan worden geplaatst
en de sluithaak er goed kan invallen.
De toelichting op de termen in het verhaal van vandaag
is afkomstig van een website helemaal gewijd
aan boekbeslag.
De katernen zijn aan de leren riempjes genaaid. Het boekblok is losgemaakt van het naaibankje.
Het boek valt mooi open.
kantsluiting gevormd door een sluithaak en een aan een platkant of -rand bevestigde muiter. De sluithaak kan bevestigd zijn aan een sluitlip of onderdeel zijn van een geheel metalen klamparm die de afstand tussen de platten overbrugt en met een scharnier en aanzetstuk aan het plat is bevestigd.
De riempjes moet ik hier nog op maat maken en dan bevestigen aan de plat.
Dan ziet het er zo uit. Mijn garen is wel dun als ik dat vergelijk met foto’s van bindingen bij andere boekbinders. Nog eens uitzoeken waar hem dat in zit.
Muiter
metalen onderdeel van een sluiting dat aan een plat is bevestigd en waar een sluithaak of klamparm in kan grijpen. De muiter is meestal vlak aan de rand van het plat bevestigd, maar kan zich ook elders bevinden: (kant- resp.) platmuiter. Naar de vorm kan men onderscheiden: uitgesneden muiter, penmuiter, rolrandmuiter, omgezette muiter.
Ik maak een uitholling op de plaats waar de muiter komt te zitten. Dat is om er voor te zorgen dat straks de sluithaak er goed in past.
De leren bekleding komt straks nog tussen het gat en de muiter te zitten. Eens zien hoe dat gaat passen.
(Sluit)klamp / (sluit)haak
metalen onderdeel van een sluiting, aan het einde tot een klauw gebogen, dat in een muiter kan grijpen. Indien het geheel uit metaal bestaat, heet dit een klamparm. De sluithaak is meestal aan een sluitlip bevestigd, maar kan ook uitgevoerd zijn als een geheel metalen klamparm. De haak kan zich ook aan een sluitriem of overslag bevinden.
Zo moet de sluithaak dan straks (aan een riempje) in de muiter haken.
Van de vos Reynaerde (voorbereiding materiaal)
In het boek staat dat ik voor het binden materiaal moet gebruiken
van 3 mm dik. Deze leverancier heeft henneptouw.
Dus dat heb ik besteld.
Het is door de leverancier op 13 augustus verstuurd.
Op 18 september kon ik het ophalen bij een afhaalpunt van PostNL.
J. Hewit & Sons is de leverancier. Het pakket kon niet in de brievenbus en was heel goed ingepakt.
Daar is het dan: een metalen vouwbeen (in leren etui) en het henneptouw van 3 mm doorsnee. je kunt het ook in Nederland kopen maar dit bedrijf is gespecialiseerd in leer en andere materialen voor het boekbinden.
Van den vos Reynaerde (voorbereiding)
Omdat ik Van den vos Reynaerde wil gaan inbinden met een
Middeleeuwse bindwijze, en ik de technieken daarvoor voor de eerste maal
ga toepassen, hik ik een beetje tegen het volgende project.
Eerlijk is eerlijk, er zijn ook een paar praktische problemen:
– gereedschap: ik beschik niet over al het benodigde gereedschap
en dat kopen duurt even;
– materialen: ik heb niet al die materialen in voorraad. Het zoeken,
kopen en geleverd krijgen kost tijd;
– de technieken; sommige van de technieken die ik moet gaan toepassen
zijn niet eenvoudig en daarvoor wil ik me voorbereiden.
Omdat het boek dat ik wil gaan maken ook boekbeslag bevat wat je met de hand moet gaan maken, vond ik dit boekbeslag in de vorm van een klampslot uit het Doe-het-zelf pakket van Atelier Libri wel een goed idee. Ter voorbereiding.
Het boek dat ik ga maken staat beschreven in ‘Westerse boekbindtechnieken
van de Middeleeuwen tot heden’ dat geschreven is door Peter Goddijn.
Je ziet dat ik hier niet het hele boekbeslag zelf moet gaan maken. De muiter (dat deel van het slot dat vast aan de voorplat zit en waaraan het ‘dwarsbalkje’ zit waaraan straks de sluithaak houvast gaat vinden on het boek te sluiten. Op de foto het rechtse messing voorwerp onder de plastic zak met staalwol.) en de sluithaak zijn al voorgevormd. Ik moet wel zelf twee kleine borgplaatjes zelf gaan knippen.
Waar ik niet bij stilgestaan had (dom) was dat ik wel een boek nodig heb
met een bepaalde dikte.
Daarom heb ik besloten een blanco dummy te maken voor ik aan de ‘echte’ dummy
(The Art of bookbinding van Joseph Zaehnsdorf) ga beginnen en voor
dat ik aan ‘Van de vos Reynaerde’ ga beginnen.
Het boek moet eigenlijk ten minste 5 centimeter dik zijn.
Dat kost een berg papier.
Daarom ook ga ik ook bij de kleine, blanco dummy, houten platten gebruiken
van 1 centimeter dik (1 cm voor en 1 cm achter).
Het papier is nu deels op maat gesneden maar ik ben er nog niet.
Waarschijnlijk heb ik nog wel een paar katernen nodig.
Boek in blik
Deze week heb ik weer wat stappen gemaakt met mijn ‘Boek in blik’-project.
Ik wil niet te veel voortgang maken want het boek is nog bijna helemaal leeg.
Een paar pagina’s zijn gevuld maar er is nog heel war werk te doen
aan de inhoud.
Ik heb gedacht dat het boek, in het blik gebonden gaat worden.
Die binding moet wel zichtbaar blijven.
Ik ben begonnen met het boekblok te voorzien van een leren rug.
Het leer is afkomstig uit een oude tas.
Van dat leer heb ik al eens een boekband gemaakt.
Van een ander stuk van de tas, een hoek van de bodem,
sterker, met een ander oppervlak, en van een lichtere kleur, heb ik een strook
leer gemaakt die aan de buitenkant van het blik gaat komen.
De binding moet dan vast komen aan de leren rug, vervolgens vanuit de
binnenkant van het blik door de gaten in het blik, aan de leren strook aan
de buitenkant worden vastgemaakt.
Vastmaken kan nog niet want als ik dat doe dan kan ik geen pagina’s
meer bedrukken of moeilijker dingen in het boekblok plakken.
Hier zie je de leren rug van het boekblok terwijl het boekblok in het blik ligt.
Hier zie je de strook dubbelgevouwen leer, dat aan de buitenkant zal worden bevestigd. Nu het bindmechanisme nog uitdenken. Je ziet ook goed de gaten in het blik aan de linkerkant. De gaten rechts zie je niet, maar die zijn er wel.
Leren riempjes voor boekbinden
Strookjes leer die nog op elkaar gelijmd moeten worden. Het leer is afkomstig uit een handtas die ik een tijd geleden uit elkaar gehaald heb. Het leer zal straks niet zichtbaar zijn dus een prima plaats om die ‘afval’ in op te werken.
Voor het binden van het boek met houten platten zijn drie
leren riempjes nodig van zo’n 15 centimeter lang, 1 centimeter breed
en 2 millimeter dik.
Het leer van de tas is maar 1 mm dik maar je kunt eenvoudig
twee strookjes op elkaar plakken.
Hierboven zie je de strookjes al wel op elkaar liggen maar
ze zijn dan nog niet aan elkaar geplakt.
Hier zijn de strookjes verlijmd. Ik leg ze nog even in de boekenpers zodat je mooi vlak worden. Straks worden ze ingesneden en gaan ze de kern vormen van de binding.
Kwartiersgezaagd, dus helemaal niet saai!
Of….
hoe is het hout uit een boom gezaagd.
De blog van gisteren moet ik toch echt even corrigeren.
Ik heb hem zelf geschreven maar wat ik bedoelde was
dat de foto’s niet echt heel spannend waren.
De avonturen om aan de juiste spijkers en hout te komen
zijn dat wel.
Ik ben blij met de messing spijkers maar de grote spijkers
hebben niet de juiste maat.
Die kan ik niet vinden.
Bouwmarkten verkopen geen messing spijkers.
Alleen vermessingd.
Ik heb messing spijkers nodig omdat die zacht genoeg zijn om zelf
te bewerken en omdat op deze manier al het beslag straks
dezelfde kleur heeft op het boek.
De twee zakjes komen dan ook van twee verschillende webshops.
Het hout was een ander avontuur.
Na tips van collega boekbinders heb ik het gekocht bij Masave,
een fijnhouthandel in Zwolle.
Ik beken: ik heb helemaal geen verstand van hout.
Ik dacht: ik koop twee plankjes eikenhout.
Even de werkelijkheid (Joost de Vree):
Kwartiers gezaagd hout is hout waarbij de boomstam eerst overlangs in vieren wordt gezaagd en daarna worden uit elk “kwartier” zó planken gezaagd dat de groeiringen (jaarringen) haaks op het oppervlak van de planken staan. De groeiringen vertonen zich op deze manier als evenwijdige lijnen.
Zuiver kwartiersgezaagd is het ideale geval van loodrecht op de jaarringen, dus naar het hart van de stam. Bij een plank van zuiver kwartiersgezaagd hout zijn de jaarringen niet alleen zichtbaar als (vrijwel) evenwijdige lijnen, maar bevinden de jaarringen aan bovenzijde en onderzijde van de plank zich op vrijwel dezelfde plaats.
Zuiver kwartiersgezaagd wordt ook radiaal gezaagd of (bij grenen/dennenhout) rift gezaagd genoemd.
Bij vals kwartiersgezaagd hout zijn de jaarringen zichtbaar als (vrijwel) evenwijdige lijnen, maar de bovenzijde van zo’n plank verschilt van de onderzijde. De kans op kromtrekken van een vals kwartiersgezaagde plank is groter dan van een zuiver kwartiersgezaagde plank.
Voor toepassingen waarbij de waterdichtheid zeer belangrijk is, wordt zuiver kwartiersgezaagd hout toegepast, zoals bij scheepsvloeren en houten badkuipen. Delaminatie van het hout bij de jaarringen (verschil vroeg en laat hout, ringscheur, “raising grain”) komt bij zuiver kwartiersgezaagd hout minder vaak voor.
Kwartierse planken krimpen voornamelijk in de dikte omdat de krimp met de groeiring mee tweemaal zo groot is als de krimp in radiale richting. Daarom is kwartiers hout, na rift gezaagd, technisch het beste: het vervormt het minst (trekt niet snel krom). Toch wordt er niet veel kwartiers hout gezaagd: dosse zagen geeft een hoger rendement uit een stam (meer brede planken).
Vandaag ontdekte ik dat ik ‘kwartiersgezaagd eiken’ had moeten vragen
De vraag is dus: wat heb ik nu gekocht?
Dat weet ik niet precies.
Ik heb geen kwartiersgezaagd hout gevraagd.
Daar had ik nog nooit van gehoord.
Ik ga dus uitzoeken wat ik precies gekocht heb.
Intussen, in foto’s:
Dit zijn de verschillende manieren van zagen: dosse, vals kwartiers of zuiver kwartiers.
Dat ziet er niet ‘dosse’ uit.
Maar ‘zuiver kwartiers’? Ik zou denken eerder ‘vals kwartiers’.
Deze tekening geeft een beeld van hoe dat zagen dan verlopen kan.
Saai? Echt niet!
Meest saaie blogbericht ooit?
Dit is misschien wel het meest saaie blogbericht ooit
dat ik op mijn blog plaats.
Maar ik probeer van mijn projecten een beetje stap voor stap
de voortgang te volgen.
Deze week ontving is eerst hele kleine messing spijkertjes,
toen wat grotere.
Vandaag kwam dan het hout dat de platkernen moeten gaan vormen
van Van den vos Reynaerde.
Spannender kan ik het niet maken. Als je dit soort materialen (en gereedschap) niet hebt en je gaat een middeleeuws boek maken zul je het ergens moeten kopen.
Dit pakket kwam vandaag van Masave (fijnhouthandel) uit Zwolle.
Wat nou, twee plankjes? Ja, twee plankjes. Ook bekend als twee eikenhouten platkernen.
Boek in blik
Het staat niet stil rond het ‘Boek in blik’-project
maar de vorderingen zijn niet spectaculair.
Hier zie je het gesneden boekblok in de boekenpers met op de rug een stukje gaas gelijmd. De katernen zitten aan één kant aan elkaar genaaid. Het gaas moet de rest doen.
Dan heb ik het blik in een bankschroef gehad en met een handboor, een oude handboor, drie gaatjes bijgemaakt. Op iedere lange kant van het blik, zitten nu twee gaatjes: één net onder de rand en één vlak bij de bodem. Het idee is om leer te bevestigen op de rug van het boekblok met aan iedere kant een gat. Dan aan de buitenkant van het blik, aan de ronde kant, ook een stuk leer te bevestigen met weer twee gaten. Een koord kan zo via de buitenkant van het blik het boekblok bevestigen. Vermoedelijk meer voor de show dan voor de stevigheid. Ik denk dat ik de achterkant van het boekblok op de bodem van het blik ga bevestigen. Maar dit zijn allemaal nog maar ideeën.
Dit is de handboor die ik gebruikt heb. In het kokertje zitten de boortjes. Het lijkt wel een echte hobby te worden.
The Art of Bookbinding (in het kader van Van den vos Reynaerde)
Gisteren natuurlijk gewerkt aan mijn nieuwste project.
Een middeleeuwse binding voor een boek in losse
katernen dat ik gekocht heb bij Atelier de Ganzenweide:
The Art of Bookbinding.
De versie van deze tekst dateert uit 1903 dus een
middeleeuwse band is dan niet helemaal op zijn plaats.
Zie het als een hommage.
Eén plat was gereed. Gisteren tijd om nummer twee uit te zagen.
Dat heb ik gedaan met een figuurzaag en ik moet zeggen:
ik slaag er steeds beter in de lijntjes te volgen bij het zagen,
de zaadbladen schieten minder vaak los en
de zaagbladen breken minder.
Dat betekent volgens mij dat ik de zaag beter zijn werk laat doen
en ik dus minder kracht zet.
Na het zagen volgde het schuren.
Met het eindresultaat ben ik nog niet ontevreden.
War nog moet gebeuren is dat de randen aan de buitenkant nog
wat afgevlakt moeten worden.
Hier zie je voor- en achterplat met ertussen de katernen van het boekblok.
Maar er was nog een klein karweitje: aan het boekblok,
aan de rugzijde moet een kapitaalsnede gemaakt worden.
Van ieder katern wordt een klein driehoekje van
2 x 2 millimeter afgesneden aan zowel de kop (bovenkant)
als de staart (onderkant).
Dat moet straks er voor gaan zorgen dat het kapitaal
(de bescherming tegen stof aan boven- en onderkant van
een boekblok en een kleine versiering aan het boek)
de juiste ruimte gaat krijgen.
Eigenlijk moet je dat voor het hele boekblok in één keer
afsnijden. Daar had ik geen goed mes voor bij me.
Dat gaat de volgende keer anders.
Nu heb ik steeds 4 of 5 katernen in een keer gedaan.
Dat levert verschillen op.
Tussen de platten ziet dat er dan zo uit.
Ik probeer zo veel mogelijk de werkzaamheden te doen
die ik kan doen totdat ik moet gaan boren.
Daar heb ik zelf geen machine voor en ook geen ervaring.
Dus dat wordt spannend.
Maar als je een papieren boekblok gebruikt voor deze binding
is het beter een perkamenten dekblad aan te brengen.
Een dekblad met een kim (een omgevouwen rand).
Het scharnier van de boekband schijnt het papier makkelijk
te beschadigen. Perkament is dan sterker. Dus je neemt een
stuk perkament ter grootte van een enkele bladzijde
met aan de rugzijde 1 centimeter extra.
Die extra centimeter past dan straks om het eerste katern.
Het perkamenten dekblad met aan de linkerkant een kim, een omgeslagen randje van 1 centimeter. Ik heb twee van deze dekbladen gemaakt, één voor elk buitenste katern. Die liggen nu in de boekenpers zodat de vouw er goed in zit.
Van den vos Reynaerde / The Art of Bookbinding
The Art of Bookbinding, het klassieke boek over boekbinden,
geschreven door Joseph Zaehnsdorf en uitgegeven voor (hobby) boekbinders
door Atelier de Ganzenweide, is mijn test boek.
Dat ga ik gebruiken om ervaring op te doen met de bindtechniek
zoals die beschreven is door Peter Goddijn
in zijn boek ‘Westerse boekbindtechnieken van de Middeleeuwen tot heden’.
Hier ligt het boek in mijn snijmachine. Normaal snij je een boek dat al genaaid is. Maar ten tijde van dit boekmodel sneed men het papier of perkament nadat het boekblok aan de platkernen was vastgemaakt. Dan heb je natuurlijk het meest precieze beeld van de afmetingen. Nu kan ik alleen maar hopen dat ik niet te grote fouten maak met het zagen van de platkernen.
Dit is de eerste platkern. Dit hout is afkomstig uit een meubel dat in onze badkamer stond. Het is gemaakt om tegen vocht te kunnen. Het is dan ook geen massief hout maar het is wel 9 mm dik. Dat is de maat waarmee men in de 11e eeuw boeken bond.
Hier zie je dat het geen massief hout is. Misschien is het helemaal geen hout. Maar het is een soort geperst materiaal. Of dit bruikbaar is om een tunnel in te maken en sleuven? De tijd zal het leren.
Hier ligt de eerste plat op de katernen.
Dit is zoals Peter Goddijn het boek voorstelt in zijn boek: Band met houten platkernen, gesloten scharnieren, opliggende bindingen, vaste rug, Romaanse aanrijging, chevronkapitaal, platsluiting en titelraampje (11e eeuw).
Naast het werk in de werkplaats ben ik ook nog bezig
geweest advies in te winnen over boren en een bankschroef.
Ik heb na veel zoeken messing spijkers gekocht. Twee soorten.
Bij Masave, een fijnhouthandel in Zwolle probeer ik hout voor
de platten te kopen.
Daarnaast heb ik hennepdraad/touw/garen gekocht en een stuk gereedschap
dat mijn vouwbeen kan vervangen.
Bij de meeste dingen heb ik hulp gehad van de Facebook-groep
‘Boekbinders onder elkaar’
Vandaag kwam er een hele grote doos….
Zoals je kunt zien paste dit niet in de brievenbus. Dus kon ik het gaan afhalen. Dat heb ik net even gedaan. Ik schrok van de grootte van de doos want ik weet dat het om twee plaatjes gaat. Eén van 1 millimeter dik en één van 0,3 mm.
Hier zie je de plaatjes messing liggen. Van de Vos Reynaerde, we zijn bijna helemaal gereed om er aan te beginnen. Nu alleen nog messing spijkertjes.
Van den Vos Reynaerde / The art of bookbinding
Er is weer een stap gezet.
Het project waar ik vandaag weer een stap voor gezet heb
gaat me wel een tijdje zoet houden.
Ik ga een volgend boek maken uit het boek van Peter Goddijn:
Westerse boekbindtechnieken van de Middeleeuwen tot heden.
Aanleiding is het feit dat de Stichting Handboekbinden dit
jaar heeft bestempeld als het jaar van het middeleeuwse boek.
Daarbij hebben ze in samenwerking met Rob Koch van
Atelier de Ganzenweide ‘Van de Vos Reynaerde’ uitgegeven,
in losse katernen.
Het boek dat ik ga proberen te maken is 1.2:
Band met houten platten, gesloten scharnieren, opliggende bindingen,
vaste rug, romaanse aanrijging, chevronkapitaal,
platsluiting en titelraampje [11e eeuw].
Een mond vol.
11e eeuw komt een beetje in de buurt bij het ontstaan van het boek.
Volgens Wikipedia:
Waarschijnlijk werd het geschreven tussen 1257 en 1271.
Maar omdat het de eerste keer is dat ik dergelijk complex boek ga maken
probeer ik de instructies eerst uit op ‘The art of bookbinding’
van Joseph Zaehnsdorf. Een klassieker op het gebied van boekbinden.
Veel jonger natuurlijk.
De versie die atelier de Ganzenweide vorig jaar uitbracht
is van 1903.
Volgens Goddijn moet ik een boekblok nemen van 14 x 21 centimeter.
‘The Art of bookbinding’ is 13,5 x 21 centimeter.
De dikte van het boek komt ook redelijk overeen.
Voor de houten platten ben ik al even op zoek naar hout.
Maar het is niet eenvoudig om een klein stuk MDF of eikenhout te kopen.
Dus daar worstel ik nog mee.
In de tussentijd gebruik ik voor ‘The Art of bookbinding’ de plankjes
van ons voormalige douche-meubel.
Het is geen massief hout zag ik vandaag maar het oppervlakte is mooi glad,
het is 9 mm dik (Goddijn adviseert 10 mm).
Hopelijk lukt het.
Hier liggen een paar katernen van The Art of bookbinding op het stuk plank waaruit ik de platten ben begonnen te zagen.








































































































