Verso – wat het beeld verzwijgt

– over twee sprekende achterkanten –

Wat de twee panelen in dit bericht onmiddellijk onderscheidt
van de meeste laatmiddeleeuwse schilderijen,
is niet wat er op de voorkant staat,
maar wat er op de achterkant te lezen is.

Je ziet er geen wijnranken, geen wapenschilden,
geen ornamenten die de drager verlevendigen, maar tekst.
In beide gevallen met een heel eigen functie.

Op het ene paneel staat een juridisch‑administratieve notitie,
een registratie die ooit deel uitmaakte van een formele handeling
en die de achterkant tot een document maakt.
Op het andere paneel staat een devotionele memorietekst,
een gebed voor een overledene dat de verso tot een plaats van herinnering maakt.

Daardoor vormen deze schilderijen samen een spaarzaam getoond duo.
Dat is jammer, want juist de verso‑kant draagt instrumentele informatie
om het werk te kunnen begrijpen.

DSC05791 01 BazelKunstmuseumBaselVersoNiederländischerMeisterPortraitOfTheAnabaptist(Wederdoper)DavidJorisUm1540-1544ÖlAufEichenholzInv561
Bazel, Kunstmuseum Basel, Verso, Niederländischer meister, Portrait of the anabaptist (wederdoper) David Joris, um 1540 – 1544, öl auf eichenholz. Inv. 561.

Nieuwe ideeën en religieuze druk in de zestiende eeuw

In het midden van de zestiende eeuw stond Europa op scherp.
De Reformatie had de vanzelfsprekende autoriteit van de gevestigde kerk doorbroken,
en overal ontstonden nieuwe vormen van geloofsbeleving.
Sommige daarvan bleven dicht bij de leer van Luther of Zwingli,
andere gingen veel verder.
Tot die laatste groep behoorden de wederdopers:
gelovigen die meenden
dat alleen een bewuste, volwassen keuze tot de doop werkelijk telde.
Zij verwierpen de kinderdoop, benadrukten innerlijke bekering
en leefden vaak in hechte, zelfstandige gemeenschappen.

Voor veel overheden en kerkelijke autoriteiten waren deze groepen
ronduit bedreigend.
Niet alleen omdat hun geloofsopvattingen afweken,
maar ook omdat zij sociale en politieke structuren onder druk zetten.
De vervolging was hevig; leiders werden gezocht,
verbannen of ter dood gebracht.
In deze gespannen wereld bewoog zich David Joris,
een van de meest besproken figuren uit de dopers beweging
— niet vanwege geweld, maar vanwege de reikwijdte van zijn netwerk
en de profetische pretenties van zijn leer.

Waarom David Joris in de Nederlanden zo omstreden was

David Joris begon als glas‑schilder en sympathisant van de Reformatie,
maar sloot zich al vroeg aan bij de wederdopers.
Binnen die beweging ontwikkelde hij een eigen, mystiek‑getinte leer
waarin hij zichzelf presenteerde als een door God geïnspireerde vernieuwer.
Zijn autoriteit berustte op visioenen, openbaringen
en een sterk persoonlijke interpretatie van het geloof.

Zijn volgelingen vormden een groeiende, moeilijk te controleren gemeenschap
die zich grotendeels buiten de officiële kerkelijke structuren bewoog.
Zijn traktaten circuleerden clandestien,
zijn netwerk strekte zich uit over verschillende steden,
en zijn leer was niet te vangen binnen de bekende reformatorische kaders.

Voor de Nederlandse overheden — zowel katholiek als vroeg‑protestants —
was dat een gevaarlijke combinatie:
een charismatische leider, een autonome beweging
en een religieuze boodschap die zich aan elke vorm van toezicht onttrok.

Joris en Münster — een belangrijk onderscheid

Hoewel de herinnering aan het dopers bewind in Münster (1534–1535)
als een schrikbeeld door Europa ging,
stond David Joris daar volledig buiten.
Hij had geen rol in de gebeurtenissen
en verwierp het gewelddadige, apocalyptische optreden van de Münsteritische leiders.
Joris vertegenwoordigde een andere richting binnen het dopers denken:
geen revolutionaire omwenteling,
maar een innerlijke, spirituele vernieuwing.
Juist dat maakte hem voor de autoriteiten lastig te plaatsen.
Hij was geen oproerkraaier, maar wel een leider met een eigen leer,
een groeiend netwerk en profetische aanspraken
— en daarmee, in de ogen van de overheid,
alsnog een dissident die de religieuze orde ondermijnde.

David Joris in Bazel

David Joris was in 1544 als geloofsvluchteling, met een grote familie
en een omvangrijke gevolg, naar Bazel gekomen.
Hij gaf zich uit voor een Nederlandse edelman met de naam Johann von Bruck
en leidde, algemeen gerespecteerd, een comfortabel leven in welstand.
Pas twee jaar na zijn dood werd bekend
wie de vreemde jongeling werkelijk was geweest:
namelijk een in de Nederlanden al lange tijd gezochte “aarts‑ketter”.
Zijn vlucht en vestiging in Bazel waren door zijn volgelingen gefinancierd.
Ook vanuit Bazel leidde hij zijn beweging
en voorzag haar voortdurend van nieuwe traktaten over het dopersgeloof.

Het portret toont Joris als een rijke man van stand, voor een wijds landschap.
De opvallende aanwijzende handbeweging van zijn linkerhand
houdt vermoedelijk verband met de leer van de wederdopers,
evenals de kleine scènes met de barmhartige Samaritaan op de achtergrond.
Na de ontstellende postume onthullingen over het dubbelleven van de geportretteerde
werd het schilderij in 1559 door de raad van de stad Bazel in beslag genomen.

Destijds liet de regering, als hoogtepunt van een ketterproces,
zelfs het lichaam van David Joris opgraven en verbrandde het op de brandstapel,
samen met zijn boeken en een ander portret.
Over de gebeurtenissen van toen geeft een uitvoerige inscriptie in het Latijn
en het Duits op de achterkant van het paneel nadere informatie.

DSC05791 02 BazelKunstmuseumBaselVersoNiederländischerMeisterPortraitOfTheAnabaptist(Wederdoper)DavidJorisUm1540-1544ÖlAufEichenholzInv561

De lijst

De lijst rond het portret vormt een merkwaardige echo
van de status die Joris tijdens zijn leven wist te behouden.
De donkere rand met gouden sterren en ornamenten
verleent het werk een bijna verheven waardigheid,
alsof de geportretteerde deel uitmaakt van een hogere orde van kennis en inzicht.
Dat past bij de manier waarop Joris zichzelf zag:
niet als oproerkraaier,
maar als profeet en hervormer van het innerlijk geloof.

Tegelijk wringt die decoratieve pracht met zijn latere reputatie als “aartsketter”
— een man wiens lichaam na zijn dood werd opgegraven en verbrand.
De lijst lijkt zo het beeld te bewaren van de gerespecteerde heer die hij ooit was,
terwijl de geschiedenis hem tot symbool van religieuze vervolging maakte.

DSC05792BazelKunstmuseumBaselVersoNiederländischerMeisterPortraitOfTheAnabaptist(Wederdoper)DavidJorisUm1540-1544ÖlAufEichenholzInv561 Verso LatijnEnDuits

De teksten

Het Latijn:

Vera effigies Davidis Georgii, ketterleider uit Holland, uit Delft afkomstig, die in het jaar 1544 van de menswording des Heren onder het voorwendsel van het Evangelie met zijn gezin naar deze stad kwam. In het jaar 1556 stierf hij, en terwijl hij leefde liet hij dit portret van zichzelf maken. Maar in het jaar 1559 werd hier te Bazel zijn zaak door openbaar vonnis veroordeeld, en zijn lichaam, na de dood opgegraven, werd samen met zijn geschriften door vuur vernietigd.

Het Duits:

David Joris, de sekteleider uit Delft in Holland, was hierheen gevlucht en had zich onder het schijn van het heilige Evangelie in deze stad Bazel gevestigd. In het jaar 1556 stierf hij. In het jaar 1559 werd hij hier te Bazel in een openbaar rechtsproces veroordeeld; zijn lichaam werd uit het graf gehaald en samen met zijn boeken op de gewone executieplaats verbrand.

Opmerkelijk is dat in beide teksten
het verbranden van een portret met het dode lichaam en zijn boeken,
niet vermeld wordt.

De postume veroordeling van David Joris heeft iets huiveringwekkends
dat we vandaag alleen nog kennen
uit de omgang met de lichamen van grote oorlogsmisdadigers:
het ritueel uitwissen van een persoon door zijn lichaam te vernietigen.

Ook Joris werd, jaren na zijn dood, opgegraven, veroordeeld
en op de brandstapel gelegd, samen met zijn boeken en zelfs een tweede portret.
Het is een daad die niet alleen het individu straft,
maar zijn herinnering, zijn leer en zijn aanwezigheid in de wereld.

Juist daardoor krijgt het bewaard gebleven portret een bijna spookachtige intensiteit:
het is het enige beeld dat aan de vlammen ontsnapte,
een gezicht dat had moeten verdwijnen maar toch is blijven bestaan
— een stille getuige van een poging tot totale uitwissing.

DSC05794BazelKunstmuseumBaselVersoNiederländischerMeisterPortraitOfTheAnabaptist(Wederdoper)DavidJorisUm1540-1544ÖlAufEichenholzInv561 Verso
DSC05795BazelKunstmuseumBaselVersoNiederländischerMeisterPortraitOfTheAnabaptist(Wederdoper)DavidJorisUm1540-1544ÖlAufEichenholzInv561 Verso
DSC05796BazelKunstmuseumBaselVersoNiederländischerMeisterPortraitOfTheAnabaptist(Wederdoper)DavidJorisUm1540-1544ÖlAufEichenholzInv561 Verso
DSC05797BazelKunstmuseumBaselVersoNiederländischerMeisterPortraitOfTheAnabaptist(Wederdoper)DavidJorisUm1540-1544ÖlAufEichenholzInv561 Verso
DSC05798BazelKunstmuseumBaselVersoNiederländischerMeisterPortraitOfTheAnabaptist(Wederdoper)DavidJorisUm1540-1544ÖlAufEichenholzInv561 Verso

Opmerkelijk is bovendien het spanningsveld tussen de oude toeschrijving
en de huidige presentatie:
op de etiketten wordt Jan van Scorel nog genoemd als maker,
terwijl de tentoonstelling het werk voorzichtig classificeert als Niederländischer Meister.
Dat verschil laat zien hoe onzeker de herkomst van het portret is,
en hoe terughoudend men tegenwoordig omgaat met toeschrijvingen.

Even opvallend is het idee dat een Nederlandse schilder
een vluchteling in Zwitserland zou hebben geportretteerd
— op het eerste gezicht onwaarschijnlijk, maar in het internationale,
door migratie en geloofsconflicten gevormde Bazel van de zestiende eeuw
zeker niet onmogelijk.

Juist zulke details maken duidelijk hoezeer de achterkant van het schilderij
het verhaal van de voorkant nuanceert en verdiept.


DSC05800 01 BazelKunstmuseumBaselVersoBaslerMeisterSaintBarbara16thCentMischtechnikAufHolzInv39
Basler meister, Saint Barbara, 16th century, mischtechnik auf holz. Inv. 39.
DSC05800 02 BazelKunstmuseumBaselVersoBaslerMeisterSaintBarbara16thCentMischtechnikAufHolzInv39 KelkHostieBoek

Heilige Barbara

Volgens haar middeleeuwse legende werd Barbara
door haar vader opgesloten in een toren om haar van de buitenwereld af te sluiten
en haar geloof te breken
— precies de toren die we hier achter haar zien,
met de drie vensters die zij tegen zijn wil liet aanbrengen
als teken van haar geloof in de Drie‑eenheid.

In die afzondering bleef zij standvastig,
en toen zij uiteindelijk ter dood werd veroordeeld, gebeurde het wonder
dat haar tot patrones van de goede dood maakte:
omdat er geen priester aanwezig was om haar de sacramenten toe te dienen,
ontving zij op miraculeuze wijze de heilige communie uit de hemel.
Een engel bracht haar de kelk en de hostie
— dezelfde kelk met de zwevende hostie die in dit paneel naast haar staat.
Het boek dat Barbara leest verwijst naar haar innerlijke devotie, haar geleerdheid
en haar bewuste keuze voor het christelijk geloof.

Zo worden haar geloofsdaad (de toren met drie vensters),
haar hemelse beloning (de wonderbaarlijke communie)
en haar geestelijke voeding (het lezen als metafoor voor studie en contemplatie)
in één beeld verenigd.
Het schilderij vormt zo een stille meditatie over geloof, sacrament en verlossing.

DSC05801BazelKunstmuseumBaselVersoBaslerMeisterSaintBarbara16thCentMischtechnikAufHolzInv39 Verso
Verso.
DSC05802BazelKunstmuseumBaselVersoBaslerMeisterSaintBarbara16thCentMischtechnikAufHolzInv39 Verso

Verso

Op de achterkant van het paneel staat in goudkleurige gotische letters
een eenvoudige memorietekst:

Anno 1509 uff den vier tag des Meigen do ist verschieden Barbel Jungermann, der Gott genedig und baermherzig sig.

De tekst lijkt op het eerste gezicht authentiek zestiende‑eeuws,
maar is waarschijnlijk later overgeschreven om een verloren inscriptie te bewaren.
Dat blijkt uit de manier waarop de letters zijn nageschilderd:
de basislijn loopt licht golvend, de lettervormen kantelen soms naar links of rechts,
en de gotische krullen zijn met zichtbaar moeite geïmiteerd.

Toch behoudt de inscriptie haar functie:
een naam en een gebed verbinden zich met het beeld van Barbara op de voorzijde.
Daar belichaamt de heilige de hoop op een goede dood
en op verlossing door het sacrament;
hier, op de achterkant, klinkt het persoonlijke gebed dat die hoop verwoordt.

Samen vormen beeld en tekst één devotioneel geheel
— een schilderij dat zowel de leer van het geloof
als de herinnering aan een mens bewaart.

Afsluitend

Wanneer je beide schilderijen naast elkaar bekijkt,
wordt duidelijk hoe de teksten op de achterkant het zicht op de voorkant verdiepen.

De juridische registratie achter het portret van David Joris
onthult de wereld van toezicht, vervolging
en postume rechtspraak waarin zijn leven eindigde.

De memorietekst achter Barbara bewaart het gebed voor Barbel Jungermann,
wier hoop op een goede dood aan de heilige werd toevertrouwd.

Zo spiegelen de twee panelen elkaar:

hier een man wiens herinnering door de autoriteiten werd uitgewist,
daar een vrouw wier nagedachtenis juist werd vastgelegd en bewaard.

Samen laten ze zien hoe een schilderij pas volledig spreekt
wanneer ook de achterkant wordt gelezen.


Engelbrecht II van Nassau en Cimburga van Baden

Als je in de Grote Kerk bent zie je steeds weer
nieuwe dingen.
Dan denk je dat je alles wel gezien hebt maar het licht
is iedere keer weer anders en dan vallen je andere dingen
ineens op. Zo ook gisteren.

 photo DSC_7642HetOrgel.jpg

Het grote kerkorgel.


 photo DSC_7643GrafMonumentMetEngelbrechtIIVanNassauCimburgaVanBaden.jpg

Het prachtige grafmonument voor Engelbrecht II van Nassau en Cimburga van Baden. Op de achtergrond de triptiek van Jan van Scorel.


 photo DSC_7644DeWapenuitrusting.jpg

Deze keer viel me de wapenuitrusting extra op.


 photo DSC_7645EngelbrechtIIVanNassauCimburgaVanBaden.jpg

Engelbrecht II van Nassau en Cimburga van Baden.


Op http://www.historisch-toerisme-bureau.nl/artikelen/bredakerk.htm
valt onder andere het volgende te lezen:

Het grafmonument van Engelbrecht II van Nassau

Vier geknielde, albasten figuren dragen een zwartmarmeren dekplaat op de schouders waarop de complete wapenrusting van een Vliesridder ligt uitgestald.
Onder de dekplaat zijn de gisanten van Engelbrecht II en zijn gemalin Cimburga van Baden in blank albast gebeeldhouwd.
Cimburga verkeert in haar mooi geplooide doodskleed in een ontspannen, eeuwige rust.
Haar man, die zoals na recent onderzoek bleek aan een chronische geslachtsziekte leed, toont een uitgemergeld gelaat.
Zijn lichaam ligt moegestreden op de gevlochten doodsmat,
waarvan de strootjes bijna te tellen zijn.
Het zijn geen koude beeldhouwwerken maar mensen, die herkenning en medeleven opwekken.

 photo DSC_7647DetailWapenuitrustingDeHelm.jpg

Detail van de wapenuitrusting: de helm.


 photo DSC_7650DeWapenuitrusting.jpg

De wapenuitrusting van albast.


 photo DSC_7652gerestaureerdeOndertekening.jpg

Aan de andere kant van de kerk is in een van de kapellen deze tekening te zien. Zou het een gerestaureerde ondertekening van een muurschildering zijn?


 photo DSC_7652gerestaureerdeOndertekeningDetail.jpg

Ik vermoed dat de afbeelding voorstelt dat de engel Abraham tegenhoudt als hij zijn zoon Isaak om wil brengen in opdracht van God. Dit detail toont misschien de ram die na deze gebeurtenis door Abraham werd geofferd.


Jan van Scorel terug in de Grote Kerk

 photo DSC_0502PraalgrafEnVanScorel.jpg

Praalgraf en het drieluik van Jan van Scorel.

 photo DSC_0506LinkerpaneelJanVanScorelDeVindingVanHetWareKruisZoonConstantijnVoertIn312StrijdOmPonteMilvio.jpg

Door de plaats en positie van het enorme schilderij laat het zich heel moeilijk mooi fotograferen. Het licht dat van achter door de ramen komt, maakt het heel moeilijk het schilderij goed te zien. De laatste keer dat ik het zag, op de grote tentoonstelling in Utrecht, was het veel beter te zien. Maar het werk hoort in de Grote Kerk thuis.

Het linkerpaneel van Jan van Scorel’s De vinding van het Ware Kruis toont de zoon van Keizerin-moeder Barbara (Constantijn) die een strijd levert over de Ponte Milvio. Deze slag markeerde de bekering van Constantijn naar het Christendom.

 photo DSC_0506MiddenpaneelJanVanScorelDeVindingVanHetWareKruisKeizerinMoederBarbaraVindtIn324DeDrieKruisenVanGolgotha.jpg

Het schilderij is bijna een stripverhaal. Ieder paneel, ook dit middenpaneel, vertelt een deel van het verhaal. Hier zie je dat de Keizerin-moeder Barbara in het jaar 324 de drie kruisen van Golgotha vindt.

 photo DSC_0506RechterpaneelJanVanScorelDeIdentificatieVanhetKruisVanChristusEenDodeKomtTotLeven.jpg

Het rechterpaneel toont het moment waarop het kruis van Christus wordt geidentificeerd en er tegelijkertijd iemand uit de dode opstaat.

Het schilderij dateert uit ongeveer 1540.

 photo DSC_0507DrieluikJanVanScorel.jpg

Het drieluik “De Vinding van het ware kruis”(Ca 1535) van Jan van Scorel is een altaarstuk dat gemaakt is voor het nieuwe Herenkoor van de Grote Kerk.

De meest waarschijnlijke opdrachtgever is Rene van Nassau Chalon, de eerste Prins van Oranje, zoon van Hendrik III van Nassau. Het drieluik werd geschilderd in het atelier van Jan van Scorel in Utrecht. Het is een van de drie bewaard gebleven monumentale altaarstukken die in de jaren veertig en vijftig van de 16e eeuw in de werkplaats van Jan van Scorel werden gemaakt. Alle andere zijn waarschijnlijk verloren gegaan tijdens de Beeldenstorm (1566).

 photo DSC_0508Koorknaap.jpg

 photo DSC_0509PeeterJanssenVanDerLochtGrafsteen.jpg

Als je er dan toch bent, loop je even rond door de Grote Kerk. Je ziet er iedere keer weer nieuwe dingen. Peeter Janssen van der Locht.

 photo DSC_0512InterieurGroteKerk.jpg

 photo DSC_0514NieuwgerestaureerdeMuurschilderingInDeGroteKerkInBreda.jpg

Beeldschone boeken

Afgelopen zaterdag ben ik niet alleen naar de tentoonstelling over
Jan van Scorel geweest.
Ik ben in Utrecht ook geweest naar de tentoonstelling Beeldschone Boeken.
In Museum Catharijneconvent.
Dit voormalige kloostercomplex is de perfecte plaats om de pennevruchten
van de Middeleeuwse monniken te laten zien.


Toegangskaartje Catharijneconvent.


Utrecht was in de Middeleeuwen een tijdlang erg belangrijk.
De Utrechtse bisschop was meer een krijgsheer dan een heilige dienaar van de kerk.
Kerken en kloosters werden er gebouwd in het centrum van de stad.
Vanuit de lucht lijkt het alsof de gebouwen in een kruisvorm zijn aangelegd.
In die kloosters werkten monniken als in een industrieel proces aan boeken.
Handgeschreven en handgetekende en handgeschilderde boeken.
Het logo van deze kunstenaars/ambachtslieden was het ‘Utrechtse draakje’.


Utrechtse draakje.


Na de productie van het perkament (geit- of lammervel)
werden de lijnen getrokken die dienden als leidraad voor de schrijvers.
Die schreven in hun mooiste handschrift teksten over.
Ze lieten ruimte over voor de beginletters en alle woorden of letters
die door een andere kleur inkt accenten geven in de tekst.
De grote letters waarmee teksten beginnen dienden vervolgens versierd te worden.
De versiering liep door tot ver in de kantlijn.


Rozettenmeester, Detail.


Vervolgens worden er niet alleen versieringen maar hele schilderijen
in de letter of als illustratie in het boek opgenomen.
De schilderingen werden voorzien van goudverf en allerlei
andere dure verfsoorten.
Soms werden de boeken alleen uitgevoerd met inkt.
Dat lag een beetje aan het gebruik dat men met het boek op het oog had:
was het een gebedenboek voor een rijk man of
een psalmtekst voor de monnikken zelf.


De Rozettenmeester, de letter ‘D’.


Speciale Utrechtse hoekafwerking.


Tekstboekje.


ik weet niet of het een nieuwe rage is in museumland
maar ook in het Catharijneconvent werden tekstboekjes uitgedeeld.
Leuke handzame boekjes maar als naslagwerk niet zo bruikbaar.
Er staan namelijk geen afbeeldingen in.
Voor het hele verhaal en de afbeeldingen moet je toch
in de catalogus zijn.
En die is deze keer erg mooi.


Catalogus in zon en schaduw.


Beeldschone boeken. De Middeleeuwen in goud en inkt.


Met prachtige afbeeldingen.


Met prachtige afbeeldingen.


Toegangsprijs.


Het museum is prachtig maar eerlijk gezegd ook erg duur.
Meer dan 10 Euro entree, dat kom je niet vaak tegen.




Binnenkort volgt er nog meer.

Jan van Scorel: gemiste kans

Afgelopen week was er weer een uitslag van een onderzoek
met betrekking tot het openbaar vervoer te horen:
de reizigers zijn steeds meer tevreden.
Toch gaan de mensen niet uit de auto.
Ik ben afgelopen zaterdag naar Utrecht geweest.
Niet met de auto maar met het openbaar vervoer: de bus.
Van Breda kun je naar Utrecht in ruim 1 uur.
Van station naar station met de Brabantliner.


Twee dagkaarten ?


Eerlijk is eerlijk, het is niet duur. 6 Euro.
Daar kun je niet voor parkeren met je auto in Utrecht.
Alleen dat ik twee (?) dagkaarten moet kopen
om naar Utrecht en daarna weer naar Breda te gaan,
de logica ontgaat me.


Plaats voor je benen.


Nog al zo’n bevinding van het onderzoek:
je hebt zoveel ruimte voor je benen.
Ik ben gemiddeld van lengte dus daar kan het niet aan liggen
maar veel beenruimte heb ik niet gezien.
Die onderzoeken worden waarschijnlijk gehouden onder mensen
die alleen maar met de trein of bus reizen
en die nooit, maar dan ook nooit in een auto zitten.
Begrijp me niet verkeerd, ik ben voor meer gebruik
van het openbaar vervoer.
Maar dan moet het wel beter zijn dan nu.
Interview de volgende keer eens automobilisten
die je gevraagd hebt met de trein of bus te reizen.
Kijk dan eens naar de uitslag.
Kun je misschien ook uitleggen waarom de bus 20 minuten te laat
in Utrecht aankwam. Op een zaterdag!
En ik had sterk de indruk dat het nog veel langer had geduurd als
de reizigers de chauffeur niet de weg hadden gewezen.


De Dom in Utrecht.


Gracht in Utrecht.


Admiraal Willem Joseph van Gendt.

Wikipedia:
Willem Joseph baron van Ghent tot Drakenburgh (Slot Gendt, 16 mei 1626 – Slag bij Solebay, 7 juni 1672) was een Nederlands admiraal uit de 17e eeuw. Zijn achternaam wordt ook gegeven als Gendt of Gent.

 




Kruisgang Domkerk.


Helaas is er van de tentoonstelling Scorels Roem geen catalogus.
Alleen een klein boekje met de teksten die je normaal tegen de muur
zou verwachten. Geen afbeeldingen.
Heel jammer.

Scorel’s Roem, geen catalogus.


Jan van Scorel, Portret van Agatha van Schoonhoven, 1529.

Meer plaatjes dan je op het internet al kunt vinden
kan ik dus helaas niet bieden.

Tentoonstellingsboekje bij:
Scorels Roem.
Hoe een Utrechtse schilder de Renaissance naar het Noorden bracht.

Scorel werd in 1528 benoemd tot kanunnik van het kapittel van Sint Marie. Hoewel het hem als geestelijke verboden was te trouwen, leefde hij samen met een vrouw. Zijn geliefde was Agatha van Schoonhoven. Zij woonden samen in een apart huis binnen het immuniteitsgebied van de kerk en kregen zes kinderen. Scorel portretteerde haar in 1529, toen hij zelf 34 was. Van Agatha zijn geen geboorte- en sterfdata bekend.

 


12 leden van het Jeruzalemsgenootschap, rond 1528.


Detail, zelfportret van Van Scorel.


Jan van Scorel, De doop van Christus in de Jordaan, circa 1530.


Jan van Scorel, Drieluik: Vinding van het Ware Kruis, 1542.

Dit schilderij hangt normaal gesproken in de Grote of
Onze Lieve Vrouwe Kerk in Breda. In de Prinsenkapel.


Jan van Scorel, Maria Magdalena, 1530.


Jan van Scorel, Portret van een man, 1529.

Het verhaal bij dit schildeij is dat de man erg serious naar de toeschouwer kijkt.
De ondertekening geeft aan dat hij in dat stadium nog lachtte.
Waarschijnlijk is dat ‘gecorrigeerd’ door de onbekende opdrachtgever zelf.


Toegangskaart Centraal Museum.