Er hangt een tentoonstellingsposter in mijn kamer.
Bovenaan staat de naam van de kunstenaar.
De rest is een feest van kleur en suggestie.
Suggestie van beweging.
De tekst die erbij staat lijkt aan te geven dat het om
een tentoonstelling van Jean Tinguely gaat in .
Ergens rond november 1986 was die tentoonstelling.
Maar ik heb er nooit bewijs van kunnen vinden dat
die tentoonstelling ook daadwerkelijk heeft plaatsgevonden.
Maar dat maakt niet uit.
Ergens in het begin van de jaren tachtig zag ik zijn fonteinen
voor het eerst: The Stravinsky Fountain bij het Centre Pompidou
in Parijs en de Tinguely Fountain in Bazel.
Op de laatste dag van mijn korte vakantie in Zürich
ging ik vroeg in de ochtend met de trein naar Bazel.
Op dezelfde dag zou ik in de avond de nachttrein terug naar huis nemen.
Maar zover was het nog niet.
Er was nog veel kunst te zien, waaronder de Tinguely Fountain.
Een specifiek onderdeel van die vijver heeft me altijd aangesproken.
Een zwart apparaat dat samen met nog een aantal machines
in die vijver staat.
Het doel van het apparaat is om mijn zijn beentjes,
die aan het eind hoefvormige voetjes lijken te hebben,
het water weg te trappelen.
De motor fier in top.
Alsof het apparaat een kuil aan het graven is.
Moe wordt het apparaat niet (want het is een apparaat).
Dat is maar goed ook, want kleine hoeveelheden water wegduwen
heeft niet zo veel effect in een vijver.
Eigenlijk is dat waar voor alle machines in de vijver:
ze verplaatsen water en toch het wateroppervlak verandert er niet door.
Natuurlijk, er zijn soms druppels te zien, bellen in het water, het regent er,
het borrelt er, het schuimt, soms spat het water uiteen.
Maar je kunt zeggen dat er eigenlijk ook niets gebeurt.
Hoe dan ook, het is er een magische plaats.