Ook in mijn tweede bericht over Verso staat een vroegmodern drieluik centraal.
De curator, Bodo Brinkmann, kiest bewust voor een ‘herhaling’.
Maar het is geen echte herhaling:
- de makers zijn andere kunstenaars dan die van het vorige drieluik
- de schilders van dit werk hebben elk aan hun eigen panelen gewerkt,
niet samen aan één paneel - het centrale paneel heeft hetzelfde thema: de aanbidding door de drie koningen
de heilige familie krijgt daarop meer nadruk, waarop het Christuskind centraal staat
Dat bereikt de schilder door de koningen naar achter te plaatsen - de zijpanelen zijn aan de binnenzijde inhoudelijk vergelijkbaar met het vorige drieluik
Door de twee drieluiken met elkaar te vergelijken ontstaat wel een patroon:
- de belangrijkste voorstelling staat centraal
- verhalen uit het leven van Christus aan de binnenzijde van de vleugels
- heiligen – beschermers en verdedigers van het christelijke geloof –
aan de buitenzijde van de vleugels.
Zo ontstaat er een herhaalbaar patroon, een ritme in de drieluiken.
Interessant om dat bij andere drieluiken te toetsen.
Ook bij dit drieluik zijn de achterkanten belangrijk.
Ze zijn niet allemaal leeg.
Ze zijn beschilderd met voorstellingen.
Voorstellingen die in de kerk vaker zichtbaar waren
dan het centrale paneel of de binnenzijden van de vleugels.
Er zat niet alleen een ritme in de opzet van het drieluik.
Ook het gebruik was deel van een ritueel ritme:
het drieluik was meestal gesloten
met de buitenzijden van de vleugels in het zicht
alleen op speciale feestdagen opende het drieluik zich.
Alleen dan waren het centrale paneel, de donoren
en de aanvullende voorstellingen te zien.
Daarna sloot het drieluik zich weer voor enige tijd.
Als je eenmaal weet dat het drieluik meestal gesloten was,
vallen de buitenzijden anders op.
Op het label van de veiling lees ik:
J.M. Heberle (H. Lempertz Söhne), Köln
Auction 11/5-03
Nr 5
Ankaufer: …….. Basel