Aansluitend op het vorige bericht over Verso,
gaat dit bericht ook over achterkanten met wapenschilden.
In het vorige bericht ging het om een wapenschild dat de hele achterkant vulde
en om twee veel kleinere wapenschilden op de achterkant
van de mannelijke helft van een huwelijkstweeluik.
Vandaag panelen die in de geschiedenis
aanzienlijke wijzigingen en aanvullingen ondergingen.
Het Baselse paneel met de Schmerzensmann / Man of Sorrows
vormde ooit de linkerhelft van een tweeluik.
De rechterhelft bevindt zich in Neurenberg
en toont het portret van de Bamberger domheer Georg Graf von Löwenstein.
Zijn wapen staat op de achterzijde van het Baselse paneel,
terwijl in de vier hoeken van de lijst de wapens
van aan hem verwante families zijn aangebracht.
De verfijnde portretstijl contrasteert met de meer grafische uitvoering
van de Man of Sorrows, die vermoedelijk door een medewerker
naar Pleydenwurffs ontwerp werd geschilderd.
De tekst is spiegelschrift die over de verso-kant loopt
was het gevolg van een spiegeling in het beschermend glas.
In deze copy after Holbein‑dyptich
vallen vooral de subtiele spanningen tussen beide portretten op.
De architectuur loopt naadloos van het ene paneel naar het andere,
alsof man en vrouw zich in dezelfde ruimte bevinden,
maar hun blikken vertellen bijna een ander verhaal:
zij kijkt aandachtig naar hem, terwijl hij net langs haar heen lijkt te kijken.
Ook hun hoofddeksels versterken dat contrast.
Jacob Meyer zum Hasen draagt een brede, rode baret
die zijn stedelijke status onderstreept,
terwijl Dorothea Kannengiesser een gestreepte muts draagt
— ingetogen, huiselijk, zorgvuldig geplooid.
De merkwaardige, verkort weergegeven hand van de burgemeester,
met ringen aan duim en vinger en een muntstuk tussen de vingers,
lijkt half naar haar te wijzen maar blijft uiteindelijk ambivalent.
Het geheel voelt daardoor als een zorgvuldig gecomponeerde dialoog
tussen nabijheid en afstand,
tussen burgerlijke representatie en innerlijke terughoudendheid.
Dit tweeluik is een kopie naar het verloren origineel van Hans Holbein de Jongere,
die beide portretten in 1516 schilderde.
De huidige versie wordt door het museum gedateerd tussen 1550 en 1770.
Op de achterzijde van het rechterpaneel bevindt zich een wapen
met het jaartal 1520 — een latere toevoeging dus.
Het paneel wordt in Bazel toegeschreven aan een Franse meester
en gedateerd rond 1478–1483.
Op de achterzijde bevindt zich een ongeverniste wapenschildering
met het jaartal 1511,
waarvan de uitvoering duidelijk afwijkt van de fijnschilderende werkwijze
van het oorspronkelijke paneel.
Deze wapenschildering is daarom als een latere toevoeging te beschouwen,
aangebracht enige tijd na de voltooiing van de voorzijde.











