Verso – wat de vleugels tonen, en wat niet

DSC05736BazelKunstmuseumBaselVersoHansFriesTheBeheadingOfStJohnTheBaptistIdem-Idem1514ÖlAufNadelholzInv224-225
Bazel, Kunstmuseum Basel, Verso. De eerste vleugel van een set van twee: Hans Fries, The beheading of St John the Baptist. 1514, öl auf nadelholz. Inv. 224, paneel 2 is inv. 225. De overige voorstellingen zijn St John the Baptist condemnation of Herod, St John the Evangelist in the cauldron, St John on Patmos.

Wat we zien

Kunstmuseum Basel toont twee zijvleugels met voorstellingen
rond Johannes de Doper en Johannes de Evangelist.
De moeite waard om naar te kijken. Typisch laatgotische kunst uit Zwitserland.
Maar ik vond dat wat we er niet konden zien wel helemaal bijhoren.

DSC05738BazelKunstmuseumBaselVersoHansFriesIdemStJohnTheBaptistCondemnationOfHerod-Idem1514ÖlAufNadelholzInv224-225
DSC05739BazelKunstmuseumBaselVersoHansFriesIdem-StJohnTheEvangelistInTheCauldronIdem1514ÖlAufNadelholzInv224-225
DSC05740BazelKunstmuseumBaselVersoHansFriesIdemStJohnOnPatmos1514ÖlAufNadelholzInv224-225

Wat we niet zien

De centrale voorstelling die bij de twee vleugels hoort is niet aanwezig
maar was ook geen eenvoudig paneel.
Op de collectiesite van Kunstmuseum Basel wordt het als volgt toegelicht:

Beide Flügel flankierten einen Mittelschrein mit Skulpturen, der Maria mit dem Kind zwischen den beiden Johannes zeigte. Darunter befand sich eine Predella mit Heiligenbüsten (u. a. Petrus und Paulus), darüber eine Noli-me-tangere-Gruppe zwischen den hll. Stephanus und Laurentius. Das Retabel wurde 1514 von dem Komtur Peter von Englisberg in Auftrag gegeben. Die Flügel sind auf der linken Innen- sowie auf der rechten Aussenseite signiert und datiert. Um 1712 wurde der spätgotische Altar auseinandergenommen und durch einen barocken ersetzt. Die Skulpturen befinden sich zum Teil noch heute vor Ort.

In het Nederlands:

Beide vleugels flankeerden een middenschrijn met sculpturen, waarop Maria met het kind tussen de twee Johannesfiguren was afgebeeld. Daaronder bevond zich een predella met heiligenbustes (onder andere Petrus en Paulus), daarboven een Noli-me-tangere-groep tussen de heiligen Stefanus en Laurentius. Het retabel werd in 1514 in opdracht gegeven door de commandeur Peter von Englisberg. De vleugels zijn gesigneerd en gedateerd op de linker binnenzijde en de rechter buitenzijde. Rond 1712 werd het laatgotische altaar uit elkaar genomen en vervangen door een barok exemplaar. Een deel van de sculpturen bevindt zich nog altijd ter plaatse.

Het woord ‘middenschrijn’ verdient extra aandacht.
In het midden, dus tussen beide vleugels, bevond zich geen centraal schilderij.
Tussen de vleugels was een diepe, kastvormige ruimte
met onder andere een beeldengroep:
Maria met kind tussen Johannes de Doper en Johannes de Evangelist.

Heel precies:
in het midden zag je, van boven naar beneden:

Boven:
Een Noli‑me‑tangere‑schilderij, met de verrezen Christus als tuinman,
geflankeerd door de heiligen Stefanus en Laurentius.
Stefanus en Laurentius staan er niet als deel van het verhaal,
maar als diaken‑martelaren die de verrijzenis van Christus
liturgisch omlijsten en het heiligenprogramma van het retabel verbreden.

Daar onder:
Maria met het kind, tussen Johannes de Doper en Johannes de Evangelist
— de beeldengroep in de middenschrijn.

Helemaal onderaan:
Een predella, een strook met kleinere schilderijen onder aan een altaar,
hier met een rij kleine heiligenvoorstellingen, waaronder Petrus en Paulus.

Een vraag over wat we niet zien

De museumtekst zegt nog iets interessants:

Die bemalten Flügel wurden beschnitten, so dass von dem links oben erscheinenden Apokalyptischen Weib im Bild des Johannes auf Patmos nur noch die untere Hälfte erhalten ist.

In het Nederlands:

De beschilderde vleugels zijn bijgesneden, waardoor van het Apocalyptische Vrouw‑beeld dat links boven in de voorstelling van Johannes op Patmos verschijnt, alleen nog de onderste helft bewaard is gebleven.

Het museum vermeldt dat de Patmos‑voorstelling aan de bovenkant is ingekort,
waardoor van de Apocalyptische Vrouw alleen het onderste deel resteert.
Op mijn foto zie je linksboven een rode gloed met daarin vormen die
plooien rond benen/voeten lijken.

Opmerkelijk is dat de keerzijde van hetzelfde paneel
— de scène met Johannes in de olieketel —
geen zichtbare inkorting vertoont en volledig intact lijkt.
Hoe deze twee constateringen zich precies tot elkaar verhouden, blijft een open vraag.

Het programma

De verschillende onderdelen, de vleugels, de Noli‑me‑tangere‑schildering,
de beeldengroep en de predella, zijn zorgvuldig tot één geheel samengesteld.

In het retabel vormt Christus de verticale as van het geheel:
bovenin verschijnt hij als de verrezen Heer in de Noli‑me‑tangere‑groep,
in het midden als kind op Maria’s arm tussen Johannes de Doper
en Johannes de Evangelist,
en onderaan wordt het geheel gedragen door de predella met apostelenbustes
zoals Petrus en Paulus.

De twee Johannes‑figuren op de vleugels omlijsten dit Christocentrische programma:
de Doper als degene die zijn komst voorbereidt (links),
de Evangelist als degene die zijn leven doorgeeft (rechts).

Hun bekende legendes
— de onthoofding van de Doper, de olie‑proef en Patmos bij de Evangelist —
kleuren hun persoonlijkheid wel, maar spelen in dit altaar slechts als achtergrond mee;
hier staan zij vooral in hun rol als voorloper en getuige rond het leven van Christus.


Wat ik bij het afronden van dit bericht me realiseerde
is dat door een tentoonstelling over ‘achterkanten’ we ook voorstellingen
te zien hebben gekregen die we normaal niet zien
en die misschien helemaal niet meer zo mooi zijn zoals
het zwaar beschadigde ‘St John the Evangelist on Patmos’
en eerder al twee panelen van de Meister von Sierentz.


De klim naar binnen: Petrarca op Mont Ventoux

– hoe een bergtocht verandert in een zoektocht tussen klassieke en christelijke teksten –

Een klassieke opleiding heb ik niet.
Dus voor mij geen Latijn of Grieks.
Maar een uitgave van Factotum Pers
vind ik steeds opnieuw de moeite waard.

Deze keer een Latijnse brief van Francesco Petrarca:
Beklimming van de Mont Ventoux.
In een Nederlandse vertaling van Vincent Hunink.

IMG_8794FrancescoPetrarcaBeklimmingVanDeMontVentouxVertalingVincentHuninkFactotumPers

Francesco Petrarca, Beklimming van de Mont Ventoux, vertaling Vincent Hunink, Uitheverij Factotum Pers.


Met veel plezier las ik dit boek dat op het eerste gezicht
toeristische informatie gaat geven
over een wandeltocht naar de top van de berg.

Maar al snel blijkt het een boek met vele lagen:
een verslag van een wandeling
met dwalende gedachten van de wandelaar;
maar ook klassieke en christelijke teksten
die dienen zodat Petrarca zich kan herbronnen.

Het exemplaar dat ik kocht is hand gebonden,
heeft mooie blauwe schutbladen die heel goed passen
bij de illustratie op de titelpagina van Mont Ventoux.

IMG_8796FrancescoPetrarcaBeklimmingVanDeMontVentouxVertalingVincentHuninkFactotumPersIMG_8797FrancescoPetrarcaBeklimmingVanDeMontVentouxVertalingVincentHuninkFactotumPers

Het zijn dit soort op het eerste gezicht kleine elementen
die het boek interessant maken.
Die elementen zie je in de fysieke uitvoering van het boek
en in de tekstbehandeling.

De tekst is opgedeeld in 8 delenen nadat ik begon te lezen
kwam ik er al snel achter dat in ieder deel allerlei interessants zat.
Een aantal van die zaken loop ik hieronder door.

De tekst verdient ook een meer poëtische inleiding
in een tweede stem:

Inleiding

Francesco Petrarca’s brief over de beklimming van de Mont Ventoux
is veel meer dan een verslag van een bergtocht.
Het is een tekst waarin persoonlijke ervaring, klassieke eruditie
en christelijke reflectie samenkomen.

De brief, gericht aan Dionigi da Borgo San Sepolcro,
is doordrenkt van citaten en verwijzingen
die Petrarca’s intellectuele identiteit onthullen:
een humanist die zoekt naar het gelukzalige leven,
balancerend tussen aardse schoonheid en innerlijke plicht.

In deze bespreking verken ik hoe Petrarca
klassieke en christelijke referenties verweeft,
van Vergilius tot Paulus, van Hannibal tot Augustinus,
en hoe hij zijn fysieke klim gebruikt als metafoor
voor een veel grotere, innerlijke stijging.

Haemus in Thessalië
Eind december was ik al in gesprek over een geografische kwestie
waarover Vincent van Hunink mij al snel de juiste gegevens kon aanleveren.
Al in de Latijnse tekst staat de ligging van de berg Haemus verkeerd.

ScreenshotBrontekst

Paulus brief aan Korinthe
In de brief beschrijft Petrarca hoe hij zijn klimgenoten koos.
Kort samengevat voldeden de meeste van zijn vrienden niet
omdat hij vermoedde dat een uitdaging als het beklimmen van een berg
een te zware wissel op hun vriendschap zou trekken.
Hij besloot zijn broer mee te vragen.

In de noten verwijst Vincent Hunink naar de eerste brief van Paulus
aan de gemeente in Korinthe.
Toen ik die opzocht bleek dat een prachtige tekst te zijn over liefde.
Ook los van Petrarca absoluut de moeite waard om eens te lezen.

Vergilius en ‘gelijke pas’
In boek 2 van Vergilius’ Aeneis
zien we Aeneas niet als een triomfator,
maar als een vluchteling.

Troje brandt, de stad is verloren,
en toch kiest Aeneas niet voor roekeloze strijd.
Hij kiest voor pietas: zorg voor zijn vader Anchises,
zijn zoon Ascanius en de huisgoden.

Dit moment, waarin zij “met gelijke pas” vertrekken, lijkt klein,
maar draagt een enorme symbolische kracht.
Het is een beeld van orde te midden van chaos,
een rituele beweging die de kiem van Rome in zich draagt.

Vergilius transformeert nederlaag tot lotsbestemming.
Het lot bepaalt dat Troje moet vallen,
maar dat Aeneas een nieuwe stad zal stichten.
Zijn vlucht is geen teken van zwakte,
maar een noodzakelijke stap in een goddelijk plan.

Door Anchises te dragen en Ascanius te leiden,
belichaamt Aeneas niet alleen Romeinse waarden,
maar ook een tijdslijn: Anchises staat voor het verleden van Troje,
Aeneas voor het heden van plicht en strijd en
Ascanius voor de toekomst van Rome.

Hun gezamenlijke beweging is een levend symbool van continuïteit:
uit de as van Troje groeit een nieuwe beschaving.

Vergilius laat zien dat grootse beschaving
niet ontstaat uit brute kracht,
maar uit samenhang en plichtsbesef.
Zelfs in ondergang is er een kern van orde
die kan uitgroeien tot een rijk.

Voor Vergilius’ Romeinse lezers was dit herkenbaar en ideologisch geladen.
In een tijd waarin Keizer Augustus vrede en stabiliteit bracht na burgeroorlogen,
bevestigde de Aeneis dat Rome’s grootheid niet toevallig was,
maar geworteld in lotsbestemming en morele waarden.
Uit de as van Troje verrijst Rome – niet door chaos, maar door eenheid.
Saamhorigheid is een sleutel tot het succes van Rome.

IMG_8795FrancescoPetrarcaBeklimmingVanDeMontVentouxVertalingVincentHuninkFactotumPers

De bergtocht en religieuze groei
De tocht staat niet alleen voor religieuze groei,
maar voor een bredere humanistische ontwikkeling.
Petrarca’s beklimming van de Mont Ventoux is
een metafoor voor het streven naar een hoger leven.
Maar dat “gelukzalige leven” (vita beata) is niet uitsluitend christelijk.

Het begrip komt uit de klassieke filosofie van Cicero en Seneca,
waar het een leven in wijsheid en deugd betekent.
Petrarca speelt bewust met die dubbele traditie:
hij citeert Augustinus en verwijst naar Paulus,
maar gebruikt tegelijk Vergiliaanse frasen en stoïcijnse ideeën.

Zijn tocht is daarom niet enkel een spirituele klim,
maar een intellectuele en morele zoektocht.
Het uitzicht op de natuur, zijn reflectie op eigen zwakheid
en de spanning tussen aardse schoonheid en innerlijke plicht
tonen een humanistische synthese:
een poging om klassieke erfenis en christelijke moraal te verenigen
in één ideaal van persoonlijke groei.

Hannibal, vuur en azijn
De verwijzing naar Hannibal is geen losse anekdote,
maar een retorisch middel om Petrarca’s klim
te presenteren als een heroïsche, morele onderneming.
Door Hannibal te noemen, roept Petrarca het beeld op
van een legendarische tocht vol ontberingen en doorzettingsvermogen.
Hannibal overwon fysieke obstakels om een militair doel te bereiken;
Petrarca gebruikt die vergelijking om zijn eigen inspanning
te verheffen tot een strijd tegen innerlijke zwakheid en aardse verlangens.

De anekdote dat Hannibal rotsen splijt met vuur en azijn
past prima in dit retorische middel:
het benadrukt vindingrijkheid en volharding tegenover natuurkrachten.
Zo wordt de beklimming van de Mont Ventoux niet slechts een wandeling,
maar een symbolische klim naar inzicht en deugd

IMG_8798FrancescoPetrarcaBeklimmingVanDeMontVentouxVertalingVincentHuninkFactotumPers

“Haten en anders tegen mijn zin”
Het retorische contrast in
“Ik zal haten als ik kan. Zo niet, dan liefde voelen, tegen mijn zin”
versterkt Petrarca’s innerlijke strijd.
De eerste zin is actief:
Petrarca presenteert zichzelf als handelend,
vastbesloten om zich los te maken van liefde door haar te haten.
De tweede zin keert dit om:
hij wordt passief, Petrarca als een lijdend voorwerp
dat tegen zijn wil door liefde wordt overweldigd.

Dit contrast tussen wilskracht en onmacht
creëert een dramatische spanning die de psychologische diepte van de brief vergroot.
Het laat zien hoe Petrarca niet alleen worstelt met aardse verlangens,
maar ook erkent dat menselijke wil begrensd is.

Climax
Tegen het slot van de brief bereikt Petrarca zijn morele climax
met een gedachte die wortelt in zowel Seneca als Augustinus.
De zin “terwijl er toch niets bewondering verdient behalve de ziel:
wanneer die groot is, is voor haar niets groot”
echoot Seneca’s stoïcijnse overtuiging dat uiterlijke dingen
geen werkelijke grootheid bezitten;
alleen de ziel verdient bewondering.

Tegelijk sluit dit aan bij Augustinus’ Belijdenissen (10,15),
waar hij bekritiseert dat mensen zich verliezen in uiterlijke wonderen
– bergen, zeeën, sterren –
en zich afkeren van hun eigen ziel,
terwijl juist daar de ware grootheid ligt:
“En ze gaan weg bij zichzelf.”

Petrarca verbindt deze twee tradities tot één humanistische boodschap:
de beklimming van een berg is indrukwekkend,
maar de ware hoogte ligt in de innerlijke klim van de ziel.

IMG_8799FrancescoPetrarcaBeklimmingVanDeMontVentouxVertalingVincentHuninkFactotumPers

Dionigi da Borgo San Sepolcro
Het zal iedere lezer van dit bericht wel duidelijk zijn
dat de brief van Petrarca niet een soort ansichtkaart vanaf een vakantiebestemming is.
De geadresseerde is dan ook een bijzonder persoon:

Dionigi da Borgo San Sepolcro (ca. 1300–1342)
was een Augustijner monnik en geleerde uit Toscane.
Hij studeerde theologie aan de Sorbonne in Parijs
en werd later actief in Avignon, waar hij Petrarca leerde kennen.
Dionigi fungeerde daar als Petrarca’s biechtvader en adviseur,
en bracht hem in contact met werken van Augustinus,
waaronder de Belijdenissen.
Deze ontmoeting speelde een grote rol in Petrarca’s spirituele en intellectuele ontwikkeling,
maar hij bleef ook andere invloeden volgen.

Dionigi werd in 1340 benoemd tot bisschop van Monopoli (Zuid Italië)
en overleed in 1342 in Napels.

Conclusie

De Mont Ventoux-brief laat zien dat Petrarca niet simpelweg een berg beklimt,
maar een literair en filosofisch experiment uitvoert.
Hij gebruikt klassieke stemmen zoals Vergilius, Ovidius, Hannibal en Seneca,
naast christelijke bronnen als Paulus en Augustinus,
om zijn eigen zoektocht vorm te geven.

De tekst beweegt tussen actieve wil en passieve overgave,
tussen uiterlijke hoogte en innerlijke grootheid.
Uiteindelijk klinkt in het slot de humanistische synthese door:
“En ze gaan weg bij zichzelf”
– een waarschuwing van Augustinus die Petrarca tot zijn eigen motto maakt.

De beklimming van een berg is indrukwekkend,
maar de ware hoogte ligt in de klim van de ziel.