Verso – achterkanten met een tweede leven

Aansluitend op het vorige bericht over Verso,
gaat dit bericht ook over achterkanten met wapenschilden.
In het vorige bericht ging het om een wapenschild dat de hele achterkant vulde
en om twee veel kleinere wapenschilden op de achterkant
van de mannelijke helft van een huwelijkstweeluik.
Vandaag panelen die in de geschiedenis
aanzienlijke wijzigingen en aanvullingen ondergingen.

DSC05775 01 BazelKunstmuseumBaselVersoHansPleydenwurffWerkstattManOfSorrowsUm1456MischtechnikAufLindenholzInv1651
Bazel, Kunstmuseum Basel, Verso, Hans Pleydenwurff, werkstatt, Man of sorrows, um 1456, mischtechnik auf lindenholz. Inv. 1651.
DSC05775 02 BazelKunstmuseumBaselVersoHansPleydenwurffWerkstattManOfSorrowsUm1456MischtechnikAufLindenholzInv1651
De vier hoeken van de lijst, de wapenschilden van de families van de man.
DSC05776 01 BazelKunstmuseumBaselVersoHansPleydenwurffWerkstattManOfSorrowsUm1456MischtechnikAufLindenholzInv1651VollwappenDesGeorgVonLöwensteinAufBlauemGrund
De tekst die je gespiegeld ziet kwam van een vn de tekstborden op de tentoonstelling.
DSC05776 02 BazelKunstmuseumBaselVersoHansPleydenwurffWerkstattIdemVollwappenDesGeorgVonLöwensteinAufBlauemGrund#Notalion
#notalion

Het Baselse paneel met de Schmerzensmann / Man of Sorrows
vormde ooit de linkerhelft van een tweeluik.
De rechterhelft bevindt zich in Neurenberg
en toont het portret van de Bamberger domheer Georg Graf von Löwenstein.
Zijn wapen staat op de achterzijde van het Baselse paneel,
terwijl in de vier hoeken van de lijst de wapens
van aan hem verwante families zijn aangebracht.
De verfijnde portretstijl contrasteert met de meer grafische uitvoering
van de Man of Sorrows, die vermoedelijk door een medewerker
naar Pleydenwurffs ontwerp werd geschilderd.

De tekst is spiegelschrift die over de verso-kant loopt
was het gevolg van een spiegeling in het beschermend glas.


DSC05779 01 BazelKunstmuseumBaselVersoCopyAfterHansHolbeinTheYoungerportraitDyptichMayorJacobMeyerZumHasenAndHisWifeDorotheaKannengiesser1516-1520
Copy after Hans Holbein the Younger, portrait-dyptich of Mayor Jacob Meyer zum Hasen and his wife Dorothea Kannengiesser, original: recto 1516 – verso 1520.
DSC05779 02 BazelKunstmuseumBaselVersoCopyAfterHansHolbeinTheYoungerportraitDyptichMayorJacobMeyerZumHasenAndHisWifeDorotheaKannengiesser1516-1520
DSC05779 03 BazelKunstmuseumBaselVersoCopyAfterHansHolbeinTheYoungerportraitDyptichMayorJacobMeyerZumHasenAndHisWifeDorotheaKannengiesser1516-1520
DSC05780BazelKunstmuseumBaselVersoCopyAfterHansHolbeinTheYoungerportraitDyptichMayorJacobMeyerZumHasenAndHisWifeDorotheaKannengiesser1516-1520

In deze copy after Holbein‑dyptich
vallen vooral de subtiele spanningen tussen beide portretten op.
De architectuur loopt naadloos van het ene paneel naar het andere,
alsof man en vrouw zich in dezelfde ruimte bevinden,
maar hun blikken vertellen bijna een ander verhaal:
zij kijkt aandachtig naar hem, terwijl hij net langs haar heen lijkt te kijken.
Ook hun hoofddeksels versterken dat contrast.
Jacob Meyer zum Hasen draagt een brede, rode baret
die zijn stedelijke status onderstreept,
terwijl Dorothea Kannengiesser een gestreepte muts draagt
— ingetogen, huiselijk, zorgvuldig geplooid.

De merkwaardige, verkort weergegeven hand van de burgemeester,
met ringen aan duim en vinger en een muntstuk tussen de vingers,
lijkt half naar haar te wijzen maar blijft uiteindelijk ambivalent.

Het geheel voelt daardoor als een zorgvuldig gecomponeerde dialoog
tussen nabijheid en afstand,
tussen burgerlijke representatie en innerlijke terughoudendheid.

Dit tweeluik is een kopie naar het verloren origineel van Hans Holbein de Jongere,
die beide portretten in 1516 schilderde.
De huidige versie wordt door het museum gedateerd tussen 1550 en 1770.
Op de achterzijde van het rechterpaneel bevindt zich een wapen
met het jaartal 1520 — een latere toevoeging dus.


DSC05785BazelKunstmuseumBaselVersoFranzösischerMeisterTheVirginAndChristAsSalvatorMundiUm1478-1483ÖlAufLindenholzInv458
Französischer Meister, The Virgin and Christ as Salvator Mundi, um 1478 – 1483, öl auf lindenholz. Inv. 458.
DSC05786BazelKunstmuseumBaselVersoFranzösischerMeisterTheVirginAndChristAsSalvatorMundiUm1478-1483ÖlAufLindenholzInv458
DSC05789BazelKunstmuseumBaselVersoFranzösischerMeisterTheVirginAndChristAsSalvatorMundiUm1478-1483ÖlAufLindenholzInv458 Verso Links
DSC05787BazelKunstmuseumBaselVersoFranzösischerMeisterTheVirginAndChristAsSalvatorMundiUm1478-1483ÖlAufLindenholzInv458 Verso Rechts

Het paneel wordt in Bazel toegeschreven aan een Franse meester
en gedateerd rond 1478–1483.
Op de achterzijde bevindt zich een ongeverniste wapenschildering
met het jaartal 1511,
waarvan de uitvoering duidelijk afwijkt van de fijnschilderende werkwijze
van het oorspronkelijke paneel.
Deze wapenschildering is daarom als een latere toevoeging te beschouwen,
aangebracht enige tijd na de voltooiing van de voorzijde.


Ode aan Antwerpen

Vandaag weer een reeks schilderijen van de tentoonstelling
Ode aan Antwerpen – Het geheim van de Hollandse meesters.
Deze tentoonstelling waste zien in het Museum Catharijne Convent
in Utrecht.

DSC07309AtelierVanJanCorneliszVermeyenPortretVanKeizerKarelVCa1530ThePhoebusFoundation

Een reeks portretten, wereldse en religieuze: Atelier van Jan Cornelisz. Vermeyen, Portret van Keizer Karel V, circa 1530, The Phoebus Foundation.


DSC07310AtelierVanQuintenMassijsChristusAlsSalvatorMundiCa1520ThePhoebusFoundation

Atelier van Quinten Massijs, Christus als Salvator Mundi, circa 1520, The Phoebus Foundation. Geen onbekende voorstelling in de kunst met hierna twee details van het werk.

DSC07311AtelierVanQuintenMassijsChristusAlsSalvatorMundiCa1520ThePhoebusFoundationGlazenWereldbol

Een glazen wereldbol met daarin een figuur en bomen.

DSC07312AtelierVanQuintenMassijsChristusAlsSalvatorMundiCa1520ThePhoebusFoundationDetail

Details van het rijk versierde kruis op de wereldbol.


DSC07313QuintenMassijsBiddendeMariaCa1529ThePhoebusFoundation

Quinten Massijs, Biddende Maria, circa 1529, The Phoebus Foundation.


DSC07314JoosVanCleveMariaMetKindCa1525ThePhoebusFoundation

Joos van Cleve, Maria met Kind, circa 1525, The Phoebus Foundation.


DSC07315JoosVanCleveMariaMetKindCa1525BruikleenCatharijneconvent

Zelfde maker maar een heel ander schilderij met een heel andere sfeer: Joos van Cleve, Maria met Kind, circa 1525. Bruikleen Catharijneconvent.


Populaire voorstelling. Er bestaan verschillende uitvoeringen van
deze voorstelling. Op de tentoonstelling waren er twee te zien:

DSC07316JoosVanCleveJezusEnJohannesAlsKinderenOmzelzendCa1515OlieverfOpPaneelParticuliereCollectie

Joos van Cleve, Jezus en Johannes als kinderen; omzelzend, circa 1515, olieverf op paneel. Particuliere Collectie. Met twee details van het frame:

DSC07317JoosVanCleveJezusEnJohannesAlsKinderenOmzelzendCa1515OlieverfOpPaneelParticuliereCollectieDetailDSC07318JoosVanCleveJezusEnJohannesAlsKinderenOmzelzendCa1515OlieverfOpPaneelParticuliereCollectieDetail


DSC07319AtelierVanJoosVanCleveJezusEnJohannesAlsKinderenOmzelzendCa1530OlieverfOpPaneelCatharijneconvent

Deze uitvoering heeft heel andere afmetingen en is landscape van orientatie waar het vorige werk potrait was. Maar de twee figuren zijn op beide schilderijen even groot. Er wordt gedacht dat ze van dezelfde tekening gemaakt zijn. Atelier van Joos van Cleve, Jezus en Johannes als kinderen; omzelzend. Circa 1530. Olieverf op paneel. Catharijneconvent.


Kaarten uit Arnhem

Omdat ik helemaal vanuit Breda naar Arnhem was gereisd
op de vroege zaterdagochtend, kreeg ik na afloop van
de eerder beschreven rondleiding in het Erfgoedcentrum Rozet
een paar kaarten mee (denk ik).
Op de kaarten staan afbeeldingen van de prachtige pagina’s
zoals die in de collectie van Bibliotheek Arnhem voorkomen.
Die collectie heet de ‘Gelderland collectie’.

Daarmee heb ik nu de kans een paar van die kaarten te tonen.
Sommige afbeeldingen hebben we afgelopen zaterdag ook
mogen zien.

 photo DSC_7900DeTempelVanSalomoInMiddeleeuwseGothischeStijlFasciculusTemporumWereldkroniek1473WernerRolevinck.jpg

Dit is de Tempel van Salomo in Middeleeuwse gothische stijl uit het boek Fasciculus Temporum. Een wereldkroniek uit 1473, geschreven door Werner Rolevinck.


 photo DSC_7902InitiaalBeginVanDeEersteBriefVanPaulusAanDeThessalonicenzenLatijnseBijbelUit1433.jpg

Een Initiaal, de eerste letter waarmee de eerste brief van Paulus aan de Thessalonicenzen begint. Uit een Latijnse bijbel uit 1433.


 photo DSC_7904InitiaalVanBegintekstBoekDeuteronomiumBijbelMetCommentaarVanNicolaasDeLyra1498GedruktDoorJohannesFrobenBasel.jpg

Nog een initiaal. Hier het begin van het bijbelboek Deuteronomium. Dit is een bijbel met commentaar van Nicolaas de Lyra. In 1498 gedrukt door Johannes Froben in Basel. Johannes (of Johann) Froben was bevriend met Erasmus.


 photo DSC_7907ChristusSalvatorMundiFasciculusTemporum1473WernerRolevinck.jpg

Dit is nog een pagina uit Fasciculus Temporum. Hier zien we Christus als Salvator Mundi in het midden. De vier circels om hem heen bevatten de namen van de vier evangelisten. De twaalf circels daar weer omheen zijn de apostellen. Werner Rolevinck, 1473.


 photo DSC_7906BeginpaginaKleinOfficieHeiligeMaagdGetijdenboek1469 01.jpg

De beginpagina van het Klein Officie van de Heilige Maagd. Het ‘Klein Officie’ is een gebed voor dagelijks gebruik. Hier is het een deel van het getijdenboek van Margariet Block, 1469.

 photo DSC_7906BeginpaginaKleinOfficieHeiligeMaagdGetijdenboek1469 02.jpg

 photo DSC_7906BeginpaginaKleinOfficieHeiligeMaagdGetijdenboek1469 03.jpg


 photo DSC_7908PaginaKleinOfficieHeiligeMaagdGetijdenboek1469.jpg


 photo DSC_7909VersierdeInitiaalBeginGetijdenVanDeeeuwigeWijsheidGetijdenboek1469.jpg

Versierde initiaal als begin van de Getijden van de eeuwige wijsheid. 1469.


In het volgende artikel uit Trouw, geschreven door Anne Bollmann,
wordt ingegaan op het fenomeen Getijdenboek en op de
‘Getijden van de eeuwige wijsheid’ in het bijzonder.

Kloosterleven, maar dan thuis
Anne Bollmann − 28/06/2008

In en rond Deventer kwam in de veertiende eeuw rond Geert Grote een groep christenen op die in het dagelijks leven het kloosterleven nastreefde. Houvast vonden zij bij een getijdenboek dat hun dag en gebed structureerde.

In de late middeleeuwen, temidden van voortdurend dreigende oorlog, pest en hongersnood, kwam de Moderne Devotie op. Mensen wilden op een directe en individuele manier dichter bij God komen. Geert Grote (1340-1384) leidde deze religieuze hervormingsbeweging, die vanuit de IJsselstreek het religieuze leven in de Nederlanden en in de Duitstalige gebieden ingrijpend veranderde.

Met een getijdenboek in de volkstaal heeft Grote de leek die geen Latijn kende maar wel een grote behoefte aan spirituele verdieping had, een leidraad gegeven om zelf actief deel te nemen aan de eigentijdse gebedscultuur.

Als hulpmiddel om de participatie van de leken in het spirituele leven te ordenen en te kanaliseren heeft het getijdenboek van Grote een enorme verspreiding gekend. Het is het meest gelezen Middelnederlandse boek geweest. Meer dan achthonderd exemplaren zijn bewaard gebleven, waarvan ongeveer driehonderd handschriften het onderdeel ’de Getijden van de Eeuwige Wijsheid’ bevatten.

Een getijdenboek is een verzameling van gebedsteksten die naar vorm en inhoud nauw aansluiten bij het officiële gebed van de kerk zoals dat met name in kloosters gebeden werd (en nog wordt). Voor de middeleeuwers gold het kloosterleven als het christelijke leven bij uitstek; leken die iets meer aan religie wilden doen, gingen dus kloostergebruiken imiteren, zonodig in een handzame vorm, zoals in dit geval.

Het getijdenboek structureert de gebedscultuur op het ritme van de dag, de week en het jaar. Leidraad is het liturgische dagschema van de acht vaste momenten die „getijden” worden genoemd. De vierentwintig uren van de dag zijn verdeeld in tijdseenheden van drie uur: de metten (middernachtelijk gebed, 24.00 uur), de lauden (morgenlofprijzing, 3.00 uur), vervolgens de vier gebedstijden die het eerste (priem), derde (terts), zesde (sext) en negende (noon) uur kenmerken en de dag van 6.00 tot 15.00 uur indelen. Om 18.00 uur volgt de avondlofprijzing (vespers) en om 21.00 uur rondt de dagsluiting (completen) de dag liturgisch af.

In werkelijkheid is deze strakke dagindeling nooit strikt gevolgd, maar telkens aangepast aan het spirituele leven van de gemeenschap in parochiekerk, lekenconvent, klooster of kapittel. Op de vaste gebedstijden werden de kerkklokken geluid. Terwijl kloosterlingen op deze tijdstippen baden in de kerk, zeiden de leken een kort gebed (een schietgebedje of onzevader). Op die manier gaven de getijden structuur aan het geloofsleven van de christenen.

De Getijden van de Eeuwige Wijsheid zijn een vertaling en bewerking van de Cursus de Aeterna Sapientia. De dominicaan Heinrich Seuse (1295-1366) had, geïnspireerd door zijn intensieve meditatie over de lijdende Christus, deze tekst geschreven om ook anderen te motiveren tot een vernieuwing van hun levensgevoel door middel van de verinnerlijking van hun spirituele beleving en ervaring. De Cursus de Aeterna Sapientia is een voortvloeisel uit de mystieke godservaring van Heinrich Seuse na zijn innerlijke ommekeer (conversio). In visioenen en dromen maakte God hem duidelijk dat de lijdende Christus – de Eeuwige Wijsheid – als de belichaming van het Goddelijke het antwoord op al zijn vragen was. De Getijden van de Eeuwige Wijsheid richten zich met name op de mystieke verinnerlijking van het woord van God, het zich openen voor de ervaring van Zijn troost, liefde (minne) en genade.

De ritmische tekst verwoordt in veel variaties het verlangen naar de liefde Gods en de emoties op het moment van het genot van die liefde. Centraal staat de vreugde van de ziel die door God wordt bemind. De Eeuwige Wijsheid onttrekt de mens aan zijn aardse bestaan en zorgt dat gevoelens van angst en onmacht naar de achtergrond verdwijnen. Maar de mystieke vereniging met God is onmogelijk zonder de kennis en het intensieve beleven van het lijden van Christus. De passiemeditatie speelt in de Getijden van de Eeuwige Wijsheid dan ook een belangrijke rol: ’Plaats mijn minne der wijsheid in uw wonden*in de tekens van uw pijnen, opdat ik verder moge vorderen in u*’

Geert Grote herkende in het bekeringsverhaal van Seuse veel van zijn eigen conversio. Zelf veranderde Grote van een welgestelde en hooggeleerde patriciërzoon in een man die in vrijwillige armoede een godgewijd leven leidde, zonder hang naar wereldse dingen. Door eenzelfde verlangen naar diepe geestelijke verinnerlijking bewogen ging Grote tijdelijk het klooster in voor intensieve meditatie.

Door de Getijden van de Eeuwige Wijsheid van Seuse op te nemen in zijn getijdenboek heeft Grote de op zich nuchtere en op ascese gerichte vroomheid in de Noordoostelijke Lage Landen een uitzonderlijk mystieke tint gegeven. In een wereld van voortdurende crises beantwoordden de Getijden van de Eeuwige Wijsheid aan het verlangen van de christenen naar zingeving en zelfvinding. In dit opzicht verschilt de middeleeuwse mens niet van de mens in het begin van de eenentwintigste eeuw.

Anders dan de meeste andere getijden zijn de Getijden van de Eeuwige Wijsheid niet gebonden aan een bepaald moment in het gebedsschema of aan een bepaalde situatie in het geloofsleven, maar zijn ze flexibel inzetbaar. Mede hierom zijn de Getijden van de Eeuwige Wijsheid bijzonder geschikt voor het gebruik in de hedendaagse, geseculariseerde cultuur. De gebedsteksten nodigen uit tot meditatief lezen om daarmee de persoonlijke geloofservaring te intensiveren.

Anne Bollmann is mediëviste aan de Rijksuniversiteit Groningen en bij het Antwerpse Ruusbroecgenootschap.