Kunst, AI en de waarde van waarden

Het was mijn plan om in het kader van TURF Breda
ook te kijken naar het rapport ‘Kunstzinnig boven Kunstmatig’
van de Raad voor Cultuur.
De 80 bladzijden schrikken je misschien af.
Een rapport van 80 bladzijden nodigt misschien niet direct uit om te lezen.
Maar gelukkig beginnen de Conclusies en aanbevelingen
al op pagina 49.
Ik ben ervan uitgegaan dat de belangrijkste conclusies en aanbevelingen
ook al genoemd worden in de samenvatting.

KunstzinnigBovenKunstmatig
De omslag van het rapport van de Raad voor Cultuur: Kunstzinnig boven Kunstmatig.

Daarom heb ik niet het hele rapport gelezen,
maar ben ik begonnen bij de samenvatting.
Die beslaat slechts enkele pagina’s en zou dus
een goede ingang moeten vormen voor iedereen
die wil begrijpen wat de Raad voor Cultuur
over kunst en AI te zeggen heeft.

Tegelijkertijd is de tekst geschreven in typisch beleidsjargon.
Daarom leek het me interessant de samenvatting
eens door een AI-systeem te laten herschrijven in gewoon Nederlands.
Niet om de inhoud te veranderen,
maar om te onderzoeken of de belangrijkste boodschap
ook begrijpelijk kan worden verwoord
voor lezers die niet dagelijks beleidsrapporten lezen.

RaadVoorCultuurKunstzinnigBovenKunstmatigInhoud

Samenvatting in gewoon Nederlands

Kunstmatige intelligentie (AI) heeft steeds meer invloed
op ons dagelijks leven.
Dat geldt ook voor kunst en cultuur.
Schrijvers, muzikanten, ontwerpers, fotografen
en andere makers gebruiken AI al voor allerlei taken,
van het uitwerken van ideeën tot het maken van eindproducten.

Tegelijkertijd roept deze ontwikkeling grote vragen op.
AI-systemen leren namelijk van enorme hoeveelheden bestaand werk
dat door mensen is gemaakt.
Veel kunstenaars en makers hebben daarvoor nooit toestemming gegeven
en ontvangen er ook geen vergoeding voor.
Bovendien zijn de belangrijkste AI-systemen in handen
van een klein aantal grote technologiebedrijven.

De Raad voor Cultuur vindt dat AI op een betekenisvolle manier
kan worden ingezet bij kunst en cultuur,
zolang fundamentele waarden van de culturele praktijk
worden gewaarborgd.
Daarbij noemt de raad onder meer menselijke creativiteit, auteurschap,
artistieke vrijheid, toegankelijkheid, culturele diversiteit
en een gezonde arbeidsmarkt voor makers.

Volgens de raad moeten overheid en culturele sector daarom actief sturen
op de ontwikkeling van AI.
Niet afwachten, maar zorgen dat de technologie past bij publieke en culturele waarden.

De raad doet daarvoor drie hoofdvoorstellen:

  1. Investeer in menselijke creativiteit en alternatieven voor commerciële AI.

Geef kunstenaars ruimte om met AI te experimenteren,
ontwikkel Europese alternatieven
en zorg dat creativiteit een belangrijke rol speelt in innovatiebeleid.

  1. Maak de culturele sector weerbaar.

Zorg voor duidelijke regels, een eerlijke vergoeding
voor het gebruik van cultureel materiaal door AI-bedrijven,
betere bescherming van makers en meer kennis over AI binnen de sector.

  1. Versterk de positie van makers.

Investeer in opleiding, omscholing en talentontwikkeling,
zodat kunstenaars kunnen omgaan met veranderingen die AI veroorzaakt.

De centrale boodschap van het rapport is
dat AI niet ten koste mag gaan van kunst en cultuur.
De technologie moet juist bijdragen aan een sterke culturele sector,
waarin menselijke creativiteit, vakmanschap
en artistieke vrijheid behouden blijven.

Jacques_de_Guise,_Chroniques_de_Hainaut,_frontispiece,_KBR_9242
Jacques de Guise schreef het origineel: Chroniques de Hainaut. Het werd vertaald door Jean Wauquelin in het Frans. De schilder Rogier van der Weyden maakte de opdrachtminiatuur waarop de schrijver zijn boek aan Filips de Goede aanbiedt.

Waardengedreven omgang

De ondertitel van het rapport spreekt over
een waardengedreven omgang met AI.
Dat blijkt geen loze formulering.
In hoofdstuk 4 probeert de Raad voor Cultuur
eerst te benoemen welke waarden volgens haar kenmerkend zijn
voor kunst en cultuur, voordat aanbevelingen worden gedaan.
De gedachte daarachter is eenvoudig:
als AI een grote invloed heeft op de culturele sector,
moet eerst duidelijk zijn wat precies beschermd of versterkt moet worden.

De Raad noemt zes waarden.
De eerste is menselijke creativiteit.
Kunst ontstaat volgens de Raad uit menselijke verbeeldingskracht,
inspiratie en de behoefte om betekenis te geven aan de wereld.
Creativiteit wordt niet alleen gezien als bron van kunstwerken,
maar ook als een fundamentele menselijke behoefte
die voor iedereen toegankelijk moet zijn.

Daarnaast benadrukt de Raad het belang van creatief auteurschap.
Makers moeten zeggenschap houden over hun werk
en eerlijk worden beloond wanneer anderen dat werk gebruiken.
Ook de kwaliteit van de creatieve arbeidsmarkt
wordt als een waarde beschouwd.
Talentvolle makers moeten onder goede omstandigheden
kunnen werken en zich kunnen aanpassen aan veranderingen
die nieuwe technologieën met zich meebrengen.

Verder pleit de Raad voor pluriformiteit:
een cultureel landschap waarin zowel gevestigde tradities
als nieuwe kunstvormen een plaats hebben.
Toegankelijkheid vormt een vijfde waarde.
Kunst en cultuur moeten bereikbaar blijven voor een breed publiek,
ongeacht achtergrond, leeftijd of woonplaats.
Tot slot noemt de Raad artistieke vrijheid als onmisbare voorwaarde
voor een vitale cultuur.
Kunstenaars moeten zonder ongewenste inmenging
kunnen creëren, experimenteren en kritiek kunnen leveren
op de samenleving.

Ook voor lezers die niet alle aanbevelingen zullen onderschrijven,
vormt dit hoofdstuk een interessant vertrekpunt.
De waarden zelf zijn namelijk relatief breed gedragen.
De discussie begint vooral bij de vraag welke maatregelen nodig zijn
om deze waarden in een tijd van AI daadwerkelijk te beschermen
en te bevorderen.

GalaconcertKoninklijkeHarmonieVanFinanciënDirigentJeanVonck
Galaconcert door de Koninklijke Harmonie van Financiën met als dirigent Jean Vonck.

Afsluiting

Na het lezen van de samenvatting
en het hoofdstuk over de culturele waarden
lijkt er voldoende stof te zijn voor een TURF-sessie.
Opvallend is dat de Raad voor Cultuur niet begint met techniek,
regelgeving of economische gevolgen,
maar met de vraag welke waarden beschermd moeten worden.
Menselijke creativiteit, auteurschap, een eerlijke arbeidsmarkt,
pluriformiteit, toegankelijkheid en artistieke vrijheid
vormen het vertrekpunt van het betoog.

Die waarden zullen voor veel lezers herkenbaar
en grotendeels vanzelfsprekend zijn.
De discussie begint pas wanneer de Raad deze waarden vertaalt
naar concrete aanbevelingen.
Volgen de voorgestelde maatregelen daadwerkelijk
uit de geformuleerde waarden,
of zijn ook andere oplossingen denkbaar?
Zo kan men zich afvragen of toegankelijkheid en pluriformiteit
noodzakelijkerwijs vragen om een publieke AI-infrastructuur.
Nederland heeft immers ook geen afzonderlijk
Nederlands internet nodig gehad
om een rijke digitale infrastructuur
rond cultuur, erfgoed, bibliotheken en archieven op te bouwen.

Daarmee verschuift de aandacht van de techniek zelf
naar een interessantere vraag:
welke culturele waarden willen we in een tijd van AI behouden,
beschermen en versterken?
Over die waarden lijkt relatief veel overeenstemming mogelijk.
De discussie gaat vervolgens over de vraag
welke middelen daarvoor het meest geschikt zijn.
Juist dat maakt Kunstzinnig boven Kunstmatig
een geschikt uitgangspunt voor een gesprek binnen TURF.

DigitalisationOfMaps
Het digitaliseren van landkaarten.

Gesprekspartners

Een onverwacht interessant onderdeel van het rapport
is de lijst van gesprekspartners.
Veel namen zeiden mij aanvankelijk weinig, maar samen
geven zij een beeld van een omvangrijk netwerk
van makers, erfgoedinstellingen, bibliotheken, auteursrechtenorganisaties,
onderzoekers en belangenverenigingen.
Opvallend is dat organisaties als de Koninklijke Bibliotheek,
Universiteit Leiden, Beeld en Geluid, Waag en PublicSpaces
naast individuele kunstenaars
en vertegenwoordigers van creatieve beroepsgroepen aan tafel zaten.
De samenstelling van deze groep helpt te verklaren
waarom het rapport niet begint bij technologie,
maar bij waarden als creativiteit, auteurschap,
toegankelijkheid en artistieke vrijheid.

RijksmuseumJacobVanRuisdaelSketchingAWatermill1864
Rijksmuseum, detail van: Gerard Bilders, Jacob van Ruisdael sketching a watermill, 1864.

Van Siebold tot spruitjeslucht in Den Haag

Een reflectie op hoe internationale invloeden onze ‘typisch Nederlandse’ identiteit vormden, en hoe diezelfde identiteit nu wordt opgeëist door een verwarde menigte in Den Haag.

Graag zou ik de losgeslagen horde mensen die afgelopen
weekend rellend en vernielend door Den Haag trokken.
Het kantoor van D66 was een duidelijk doelwit.
De horde werd opgehitst door ‘sprekers’ op het Malie-veld
en hen zou ik er op willen wijzen dat het
‘Nederland van vroeger’ echt complexer is
dan witte mensen die één keer per dag
in de spruitjeslucht boerenkool aten.

De boerenkool wordt overal op de wereld verbouwd
en gegeten.
De aardappel (voor de stamp) is vanuit Zuid-Amerika
geïmporteerd en de spruitjes heten in het Engels niet
voor niets Brussels sprouts.

Het is het ophitsen door de crimineel GeertW en zijn
politieke vrienden, die deze horde mensen al jaren
verwarren met onjuiste ideeën.
Ze worden gekenmerkt door gebrek aan kennis en
gevoel voor geschiedenis.

Vandaar dat het volgende citaat me extra opviel
in een boek dat ik aan het lezen ben.
Kijk eens goed in je Nederlandse tuin:

“Het is Siebolds verdienste dat hij ondanks alle obstakels (…) volhield in zijn streven de Europese tuinen met de nieuwste Japanse sier- en eetbare planten te verrijken. In Nederland zijn in ieder geval de Japanse esdoorns, lelies en coniferen niet meer weg te denken. Iedereen kent de namen (…) onze boerenhortensia, (…) blauwe regen, clematis, magnolia, hartlelie en de Japanse speelbal. Siebolds planten vormden de basis voor een ongekend aantal variëteiten en kruisingen die de huidige Nederlandse tuinen en plantsoenen hun fraaie uiterlijk geven. (…)
Het zou niet onterecht zijn Siebold voor deze verrijking van de Nederlandse/Europese horticultuur de waardering te geven die hij verdient, want die ontbreekt nu – uitgaande van het grote publiek, de gebruikers van zijn sierplanten – totaal.”

Latijnse namen en botanische details heb ik voor nu uit
bovenstaande tekst weggelaten.

IMG_7767ArletteKouwenhovenBrandendeIJverSieboldDeBiografie

Arlette Kouwenhoven, Brandende ijver, Siebold de biografie. Pagina 221.


Voor alle duidelijkheid, Siebold is de Duitse:

Jonkheer Philipp Franz Balthasar (Franz) von Siebold (Würzburg, 17 februari 1796 – München, 18 oktober 1866) was een van de westerlingen die in Japan lessen in westerse medicijnen gaf. Van 1823 tot 1829 was hij geneesheer op Dejima, de Nederlandse handelsnederzetting bij Nagasaki. Hij werd bekend door zijn verzamelingen op het gebied van de Japanse flora en fauna en volkenkunde. Hij voerde zijn onderzoek uit met hulp van tolken en Japanse studenten, en vanaf 1825 met zijn assistent Heinrich Bürger.
…
Zijn collectie Japanse kunstvoorwerpen, alsmede twee andere collecties met voorwerpen uit Nederlands-Indië en van eilanden in de Grote Oceaan die hij na terugkeer in Nederland had verworven, werden aangekocht door de Nederlandse staat. Die collecties vormden de basis voor het in 1837 geopende Rijks Ethnographisch Museum, een voorloper van het Museum Volkenkunde.

Het Japanmuseum Sieboldhuis (Leiden):

Japanmuseum SieboldHuis is een onafhankelijke stichting (Stichting Japanmuseum SieboldHuis), opgericht in 1999 om uiting te geven aan de bijzondere en lange relatie tussen Japan en Nederland.

In 2005 opende het museum haar deuren. Naast tijdelijke tentoonstellingen met uiteenlopende Japan-gerelateerde onderwerpen met het mooiste uit het oude en nieuwe Japan, biedt het SieboldHuis met de vaste Siebold-collectie Prenten, lakwerk, keramiek, fossielen, herbaria, geprepareerde dieren, munten, kleding, oude landkaarten en honderden andere schatten. Alles is tussen 1823 en 1829 in Japan verzameld door de arts Philipp Franz von Siebold. Deze voorwerpen komen uit de collecties van Naturalis Biodiversity Center, Wereldmuseum Leiden en de Universiteit Leiden.

Geen hogere BTW

De volgende ‘kassabon’ kreeg ik bij het Huis van het Boek
in Den Haag op Prinsjesdag.

GeenHogereBTW


Ingewikkeld

Gisteren viel me het woord ‘ingewikkeld’ ineens op.
Het woord heeft meerdere betekenissen.

Bijvoorbeeld ‘Ingewikkeld’ in de betekenis van moeilijk of complex.
Maar als we een cadeau in pakpapier rollen , noemen we
dat ook ‘Ingewikkeld’.
Maar dat is niet moeilijk. Dat is juist eenvoudig.

Ik kan geen noot lezen, ik bespeel geen instrument.
Daar snap ik helemaal niets van.
Afgelopen week beluisterde ik een aflevering van de podcast
‘Vrijdagconcert’. Leonard Evers besprak daar Beethovens zevende symfonie.
Ik vond zijn verhaal nogal opgeklopt, vergezocht en weinig
waarschijnlijk. Maar toen hij een fragment van de muziek liet
horen, was ik om. De muziek was prachtig, schijnbaar eenvoudig.
Mooi, geniaal mooi.
De ervaring was ‘Ingewikkeld’ in beide betekenissen tegelijk.

Zo is het met veel dingen in het leven:
soms zijn zaken ingewikkeld en onbegrijpbaar voor sommigen,
terwijl anderen ze juist eenvoudig en mooi vinden.
Sommige mensen vinden cultuur ingewikkeld.
Ze snappen het niet.
Ze gunnen anderen ook niet er van te genieten.
Daarom willen ze er ook geen geld aan uitgeven.

Dat je de waarde van cultuur (eventueel voor anderen) niet kunt
erkennen en dat je die de anderen niet wil gunnen,
dat is een voorbeeld van rancune.
De basis om alle zaken die je niet kent, niet mooi vindt, ook
anderen niet te gunnen en daarom bij voorkeur kapot maakt.
Een heilloze weg.

Eenvoudig.

Kunst en Cultuur in Breda? Vieze woorden!

IMG_8131BNDeStem20220604EdineWijnandsStJoostWegUitBreda

Het is niet vaak dat ik iets lees in BN De Stem dat de moeite van herhalen waard is maar de column van Edine Wijnands van gisteren is dat wel. In een stad zonder wethouder van Cultuur (!) en twee wethouders voor NAC is het slecht toeven. In deze stad met zogenaamd Europese ambities (?) zijn kunst en cultuur vieze woorden geworden.


Nu eerst cultuur met Helen Vergouwen

Zaterdag gingen de musea open en ik had al eerder vorige
week een kaartje gekocht voor het Stedelijk Museum Breda.
De tentoonstelling Realisten met werk uit Arnhem was
er niet meer te zien. Helaas. Maar er waren wel een paar
andere leuke tentoonstellingen te zien.

IMG_5445StedelijkMuseumBreda

Eerder in de ochtend werd een groep mensen, proostend voor dit museum op de foto gezet. De sfeer zat er dus goed in. Het museum gebouw is gevestigd in het oudste gasthuis van de stad. Voor de gelegenheid versierd met gekleurde slierten.


IMG_5446StedelijkMuseumBreda

Het gasthuis heeft een kleine binnenplaats. Daar zijn wisselende tentoonstellingen te zien van kunstenaars die werken maken die geen probleem maken van de verschillende elementen van het weer.


Dat geldt dus zeker voor het cortenstaal dat Helen Vergouwen
gebruikt voor haar beeldhouwwerken. Hier in de tentoonstelling
‘Evenwicht in cortenstaal’.

Cortenstaal, ook bekend onder de merknaam COR-TEN-staal, is een metaallegering, bestaande uit ijzer waaraan koper, fosfor, silicium, nikkel en chroom zijn toegevoegd. De sterkte is vergelijkbaar met die van andere gelegeerde staalsoorten zoals roestvast staal. Cortenstaal is een weervast staal en de bruine roestkleur is het meest typische uiterlijke kenmerk.

IMG_5448StedelijkMuseumBredaHelenVergouwenKopIMG_5448StedelijkMuseumBredaHelenVergouwenText

IMG_5449StedelijkMuseumBredaHelenVergouwen

Dit is de binnenplaats van het museum met een paar van de werken van Helen Vergouwen.


IMG_5450StedelijkMuseumBredaHelenVergouwen

Helen Vergouwen.


IMG_5451StedelijkMuseumBredaHelenVergouwen

Leuk aan de tentoonstelling is dat je ook iets kunt zien van de werkwijze bij het uitdenken, ontwerpen en uitproberen van de vormen voordat ze in staal worden uitgevoerd. Hier een klein model uitgevoerd in hout, op schaal naar ik aan neem en volledig uitgevoerd zoals het uiteindelijke beeld gemaakt zal worden.


IMG_5452StedelijkMuseumBredaHelenVergouwen

Dit is zoals het begint. Schetsen en nog eens schetsen. En stiekem toch nog een boek…..


Onder ogen / Reading in progress

 photo WP_20160827_010HenkVanOsVanKunstNaarCultuur.jpg

Edward Grasman schreef: Henk van Os: van kunst naar cultuur.


Wie kent hem niet? Henk van Os de meesterverteller, museumdirecteur,
hoogleraar, televisiestem, schrijver, tentoonstellingmaker,…..
In dit boek krijg je een soort van biografie te lezen.
Het leest heerlijk en regelmatig krijg je het beeld van Henk van Os
voor je ogen. Maar soms is het boek een stuk moeilijker om door te komen.
Er komt een scene voor in het boek die sommige van die delen van het boek
goed beschrijft:

Hij (van Os) bezocht toen, samen met Boschloo, een congres in de Bibliotheca Hertziana in Rome. Er werd daar zo langdurig geredetwist over de vraag of de vloer van de Sint-Pieter in Rome ooit tien of misschien zelfs twintig centimeter hoger lag, dat beide vrienden gekweld de zaal verlieten. Liever geen kunstgeschiedenis dan zo een.

Pagina 64 van het boek ‘Henk van Os: van kunst naar cultuur’.

Interessante reeks afbeeldingen in het boek. Misschien niet baanbrekend
maar niet een reeks onbetwiste, populaire toppers.
De afsluiting van het boek is mooi en staat in relatie tot het schrijven
van een biografie van iemand die nog leeft:

Onder je handen bevriest de tijd in een durend heden, staat de zon stil boven Gibeon en de maan boven het dal van Ajalon en wandelt Van Os op aarde.

Pagina 218 van het boek.

Cultuurnacht: deel 2

Een tweede logje over de Cultuurnacht in Breda, afgelopen vrijdag.
Een heel bonte avond met erwtensoep (Breda’s museum), poffertjes (Vlaszak),
znigende apparaten (Lokaal01), een middeleeuwse muur (Gebouw F),
heksen en een moeras (Muziekschool), het lezen van tarotkaarten (De Geus),
lange rijen wachtenden (Grote Kerk) en een spook (KMA).
Kortom er was voor iedereeen wat te doen.

Na het Koningin Wilhelmina Paviljoen bezoocht ik Gebouw F.
Naast het lichtkunstwerk uit mijn eerste bericht was daar nog meer te zien.

Zo is er in dit voormalige kantoor van Dagblad De Stem een muur ondekt.
Volgens de ErfgoedBrief Breda (nummer 18) is hier sprake van een muur
die dateert uit de periode 1500 – 1700.
Er was niet veel aandacht voor in de drukte maar hij staat
er al even en dat zal nog wel even zo blijven.
Gelegenheid genoeg dus om de muur nog eens te gaan zien.

In Gebouw F was een fototentoonstelling met een bijbehorende film.
Een beetje saai.
Dan een aantal kunstenaars die met taal en illustraties bezig waren.
Daarnaast kleding van onder andere Magnus Dekker.
Gemaakt van iets dat lijkt op vilt, in felle kleuren,
sterk in vorm en uitstraling.

Onderweg naar Lokaal01 kwam ik langs nog een lichtkunstwerk.
In dit geval is het voorwerp waarop/-achter wordt geprojecteerd vlak.
De ruimtelijke werking wordt door het licht bereikt.
Je ziet kubussen zich vormen, openen en sluiten enz.
Maker bij mij onbekend.

In lokaal waren ook verschillende dingen te zien (en horen).
Ook hier was net als in Gebouw F een optreden gepland
(ik heb die overigens niet gezien of gehoord).

Een aantal kunstenaars maakten een werk onder de noemer Habitat.
Eehn van de kunstenaars is Rene Verberne.
Het werk heet:
‘Gehavende schimmen van langvergeten zomers’.
Het bestaat (volgens zijn website) uit:
‘Een op de kop hangend moeras vol rottende, bruine planten,
die langzaam op de vloer druppen.’

Het werk wat de meeste indruk maakte was dat van Chris Hendriks:
‘De droom van een wrak’.
Boven een kaart van de Biesbosch staat een machine.
Je hoort het water, de golven, eb en vloed.
De machine bestuurt vele draden die elk verbonden zijn
met een deel van een wrak.
Als een groep marionetten dansen de onderdelen van het wrak,
gerangschikt naar hun originele plaats in het wrak, op de imaginaire golven.
Mooi uitgelicht.

Op zolder was onder andere een video te zien van een performance
die eind vorig jaar plaats vond in Lokaal01:
‘It’s a wash out’ van Ton Vermeulen.

Volgens de website van Lokaal01:

It’s a wash out:
Een concert voor 3 wasmachines dat live wordt opgevoerd
op 12 november om 20 uur in de Geluidpost van Lokaal 01 Breda.
In samenwerking met Luc Houtkamp (saxofoon en electronica).

De titel roept bij mij wel wat vragen op.
‘Wash out’ staat voor het al dan niet bewust verkleuren van stoffen
als het gevolg van wassen. Zeg maar ‘verbleken’.
Zonder meer heel grappig.
Ik zie zo ‘The Supremes’ voor me.

In het Breda’s museum stond ik voor het eerst,
oog-in-oog met de tegels uit het renaissance paleis van het Kasteel van Breda:
de oogtegels:

En wat te denken van het portret van de naamgever van het gebouw
waarin ik nu woon: Justinus van Nassau.

In het Breda’s museum was ook nog een zaal met moderne, Breda’s, kunst.
Hier een paar werken uit zijn serie Metamorphosis:

Tang Dynasty in Assen

Gisteren ben ik naar de tentoonstelling
“Gouden eeuw van China” geweest.
Het Drents Museum heeft een nieuwe, grote, tentoonstelligsruimte.
De ruimte is bedoeld als de plaats waar de archeologische vondsten
getoond gaan worden.
Maar voor het zo ver is staan er de voorwerpen van de Tang dynastie.
Een soort opvolgingstentoonstelling op
het terracotta leger.

Een voorbeeld van Sancai (de drie kleuren).

____________________________________________________________

 

Assen is echt een provinciaal dorp.
Het komt als heel klein over (er schijnen 65.000 mensen te wonen).
Gisteren was het weer bij vlagen somber.
Als je dan het museum binnenstapt
nadat je een kaartje hebt gekocht,
stap je van een donkere, sombere wereld,
in een witte wereld waar je ogen eerst aan moeten wennen.

De nieuwe grote ruimte is erg inefficent ingedeeld.
Daardoor staan de bezoekers steeds te dringen
terwijl minder dan een kwart
van de beschikbare ruimte wordt gebruikt.
Jammer.
De voorwerpen komen daardoor ook minder tot hun recht.
Bovendien zijn een aantal grotere voorwerpen
weer buiten de thematische ruimtes opgesteld.
Zo van, oh ja, deze hebben we ook nog.

De voorwerpen zijn er niet minder mooi en interessant om.
Je mag in het museum fotograferen zonder flits
maar er is veel aan gedaan om er voor te zorgen dat het erg moeilijk is
een goede foto te maken.

Hemelse vorst, Xi’an.

____________________________________________________________

 

Een prachtexemplaar.

____________________________________________________________

 

Boeddhistische zuil.

____________________________________________________________

 

Let op de oren van deze vaas: aan iedere kant een draak.

____________________________________________________________

 

De twaalf tekens van de Chinese dierenriem.

____________________________________________________________

 

Detail van een muurschildering.

____________________________________________________________

 

De paarden en kamelen mogen niet ontbreken op ee tentoonstelling over de Tang dynastie.

____________________________________________________________

 

Gelezen: Bezuinigingen op Kunst en Cultuur, Stephan Sanders


In de Vrij Nederland van 25 juni 2011 staat zoals zowat
iedere week een verhaal van Stephan Sanders.
Het staat nog niet op de VN website maar dat gaat vast
binnenkort gebeuren.
Hij schrijft over de manier waarop er door de Nederlandse cultuurwereld
wordt gereageerd op de bezuinigingen.
Stof tot nadenken!

 

Vrij Nederland, 25/06/2011, Stephan Sanders:Zoals een contrapunt in de muziek, zo verwacht ik dat er mensen zijn die tegen zichzelf in denken

Er gaat een merkwaardige tegenstelling schuil in de term ‘massaal protest’: de protestant is iemand die opstaat en ‘nee’ zegt, om met Remco Campert te spreken. Maar het massale protest kent door haar conformisme geen enkele protestant meer. Zelfs het ‘goede doel’ rechtvaardigt geen eensluidendheid. Een zaal die massaal opstaat en ‘hey, hey’ roept of desnoods ‘nee’, dat blijft hoe dan ook een zaal vol ja-knikkers.