Laurent Binet: HhhH

 photo DSC_0855HimmlershersendhetenHeydrich.jpg
Himmlers hersenen heten Heydrich.

Ongetwijfels een van de beste geschiedenisboeken die ik ooit gelezen heb.
Het boek hoort in het rijtje met onder andere:
Barbara Tuchman, De mars der dwaasheid
Ian Kershaw, Hitler
Sebastian Haffner, Churchill

Een groot verschil is de vorm. HhhH is een roman.
Dat staat althans om de omslag.
Naar mijn gevoel is dat meer een ‘excuus’ voor de vorm van het boek.
Het boek bestaat uit twee delen.
Deel 1 omvat 221 hoofdstukken (op 273 pagina’s).
Deel 2 omvat 36 hoofdstukken (op 70 pagina’s).
Deel twee begint met de tekst: “De bom ontploft….”.
Kortom deel een gaat over de aanloop naar de aanslag.
Deel 2 begint bij die actie van de aanslag die uiteindelijk
dodelijk zal blijken te zijn.

Het boek is geschreven door een soort alwetende verteller die
toegeeft niet alles te weten. Die aangeeft dat er rond de aanslag
veel verhalen de ronde doen die veel tijd en energie vragen
om te onderzoeken om soms tot de conclusie te moeten komen dat
het verhaal niet waar is.
Veel vaker is het onderzoek minder duidelijk, grijs.
Er zijn vaak meerdere lezingen die allemaal waar kunnen zijn.
De schrijver maakt ons deelgenoot van zijn zoektocht,
zijn persoonlijke betrokkenheid en persoonlijke mening.

Kort samengevat plegen drie personen die
door hun regering in balingschap vanuit Londen in Praag terrecht komen.
Hun doel is om een van de topnazi’s uit te schakelen:
Heydrich, tweede man van de SS, medebedenker en uitvoerder van de Holocaust.

Het boek staat vol met interessant informatie.
soms moet je natuurlijk even doorzoeken.
In het begin van het boek zijn er parallelen met het boek
van Umberto Eco De begraafplaats van Praag.
In beide boeken komt het ontstaan van de rassenleer van de nazi’s
aan de orde. Binet verwijst naar de ‘Standaard van Gobineau’.
Gobineau is de Fransman die een theorie ontwikkeld
waarin een superieur Indo-Europees ras voorkomt: de Ariers.
Hoofdtuk 37 van HhhH gaat over een vervalst document (zie ook Eco).
De namen van de mensen op die vervalste lijst zullen de
‘Nacht van de Lange Messen’ (30 juni 1934) niet overleven.
Heydrich is de opsteller van de lijst, volgens Binet.

In hoofdstuk 44 nog meer vervalsingen. De bekendste vervalsing
heeft te maken met het creeeren van een aanleiding
om Polen binnen te kunnen vallen.
Hier gaat het erom een Russisch militair in ongenade van Stalin
te laten vallen zodat hij (en andere militaire topstukken)
uitgeschakeld zullen worden:
“Daarvoor doet hij een beroep op zijn beste handlanger, Alfred Naujocks,
specialist in louche zaken.
Gedurende drie maanden zal Naujocks een reeks vervalsingen
in elkaar zetten met de bedoeling de Russische maarschalk
in opspraak te brengen.”
“Wanneer het dossier compleet is, geeft Heydrich een van zijn mannen
opdracht het te verkopen aan een agent van de NKVD.
De ontmoeting geeft aanleiding tot een schitterende spionage-
uitwisseleing, want de Rus koopt het valse dossier
van de Duitser met valse roebels.
Ze denken allebei dat ze de ander erin laten lopen,
maar ze worden zelf bedrogen.”

Doet je toch vraagtekens zetten bij lekkende documenten.
Ook die van vandaag de dag.

Hoofdstuk 50, over de reis van Kolonel Moravec,
hoofd van de Tsjecho-Slowaakse geheime dienst van Frankrijk
door Duitsland naar Praag terwijl Hitler net Oostenrijk
bij Duitsland heeft ingelijfd.
“Ik probeer me de reis voor te stellen. Hij probeert alles
natuurlijk zo onopvallend mogelijk te doen. Hij spreekt Duits, dat wel,
maar ik weet niet zeker of zijn accent boven alle twijfel is verheven.
….
Uit voorzorg kiest Moravec voor het kopen van een kaartje
waarschijnlijk toch voor de lokettist met het vriendelijkste gezicht
of met de minst snuggere uitstraling.
Ik denk dat hij, eenmaal in de trein, een lege coupe zocht en ging zitten.”

Dit is de roman. Binet deelt zijn gedachten in de vorm van een
spannende thriller. Tegelijk geeft hij aan op welk detailniveau
hij jaren gezocht heeft naar informatie om het verhaal
in dit boek te kunnen vertellen.
Soms is die informatie eenvoudig (nog) niet aanwezig of is die
nooit ergens vastgelegd.

Hoofdstuk 95 begin met de volgende zin:
“In Polen introduceert Heydrich zijn meest duivelse schapping:
de Einsatzgruppen”.
Binet weet de spanning er in te houden en maakt zijn punten duidelijk.
Heydrich is een belangrijke schakel in de nazi-moordmachine.
Hij vervolgd:
“Het zijn speciale ss-troepen, samengesteld uit leden van de SD
of van de Gestapo, die tot taak hebben de zones te zuiveren
die de Wehrmacht heeft bezet.
Iedere eenheid krijgt een boekje waarin op flinterdun papier
en in minuscule lettertjes alle noodzakelijke informatie staat,
te weten een lijst met alle personen die naarmate het land
verder bezet raakt, moeten worden geliqideerd. Dat wil zeggen
communisten, uiteraard, maar ook leerkrachten, schrijvers, journalisten,
proiesters, industrielen, bankiers, ambtenaren, handelaars, herenboeren,
notabelen van elke soort……”

Vrij Nederland interview: Umberto Eco, deel I

In de thrillergids van Vrij Nederland, die eind mei 2011 uitkwam,
stond een interview met Umberto Eco.
Ik probeer de informatie over De begraafplaats van Praag
een beetje bij te houden.
Op de internet site van Vrij Nederland heeft dit interview (nog) niet.
Vandaar vandaag deel I van dit interview.


Het interview is gemaakt door Lisa Kuitert en de foto’s zijn van Maarten Kools. Het interview is niet sterk. Typisch iemand die vol bewondering geen moeilijke vragen wil stellen en Eco de ruimte geeft zijn reclameverhaal af te steken. Het gevolg is dat er in deze tekst weinig nieuws staat.



 

De Begraafplaats van Praag van Umberto Eco een thriller?

Ieder jaar brengt Vrij Nederland een gids uit met de thrillers.
De boeken die de meeste waardering van de jury ontvangen worden
nog eens extra in de schijnwerper gezet.
Heel leuk en aardig maar De begraafplaats van Praag van Umberto Eco
opnemen als een thriller????
Something is rotten in the state of Denmark.



De begraafplaats van Praag van Umberto Eco met vijf sterren.


De uitdrukking “Something is rotten in the state of Denmark”
komt uit het toneelstuk Hamlet van William Shakespeare.
Als je zoekt naar de betekenis van de uitdrukking kom
je bijvoorbeeld de volgende verklaring tegen
waarin het woord corruptie voorkomt:

The American Heritage New Dictionary of Cultural Literacy

Note : “Something is rotten in the state of Denmark”x9d is used to describe corruption or a situation in which something is wrong.

 

Cantabit vacuus coram latrone viator (Umberto Eco)

Oude talen, ik heb er niet zoveel mee.
Lastig dan ook dat Umberto Eco nogal eens met Latijn wil strooien.
Ik zoek de betekenis van een citaat in De begraafplaats van Praag:
Carmina dant panem (pagina 39)
Ik heb nog steeds niets gevonden.

Maar ik kwam wel iets leuks tegen.
Cantabit vacuus coram latrone viator
Dat betekent:

Een reiziger, die niets bij zich heeft,
zal zingen in tegenwoordigheid van een rover.

Handboekje van Latijnsche spreekwoorden en citaten. 1923 (tweede druk)
Met dank aan: Stichting Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren
(dbnl), Leiden (Kamer van Koophandel Rijnland 2808 2851)

De begraafplaats van Praag: als de achterkant van een borduurwerk

Vandaag vond ik nog een artikel van Theo Hakkert
over De begraafplaats van Praag:
Achterkant van een rabiaat borduurwerk
Voor het artikel: Achterkant van een rabiaat borduurwerk.
Prachtige titel en in het artikel is onder meer
het volgende te lezen:

De begraafplaats van Praag leest als de achterkant van een borduurwerk. Je ziet draden en lijnen die dwars door elkaar lopen en waar geen patroon in te ontdekken valt, terwijl je weet dat ze allemaal hun functie hebben voor de afgeronde afbeelding aan de voorkant, die we niet te zien krijgen. We kunnen ons daar hooguit een beeld van vormen.

 


Achterkant van een rabiaat borduurwerk.


Vandaag ontrafel ik weer een paar eindjes.
Misschien is ontrafelen iets te veel gezegd.
Ik ben op een paar opmerkelijke draadjes gestuit.

 

 

 

 

 

 

 

 

“Dus dat is mijn beroep? Het is mooi werk om vanuit het niets een notariele akte op te stellen, een brief te vervalsen zodat die net echt lijkt, een compromitterende bekentenis te fabriceren, een document te maken dat iemand in het verderf zal storten. De kracht van het vakmanschap…”

Dit is een klein stukje uit het dagboek van Simone Simonini.
De hoofdpersoon in De begraafplaats van Praag, pagina 24.
Hij geeft in een paar zinnen een beschrijving van zijn beroep,
zijn moraal en zijn cynisme.

 

“Bovenstaande aantekeningen overlezen. Als het geschrevene opgeschreven is, dan is het me echt overkomen. Geloof hechten aan geschreven documenten.”

Deze regels staan even verder op, pagina 32.
Simonini probeet een paar dagen in zijn hoofd te reconstrueren en
hij gebruikt daarbij een door hem zelf geschreven briefje.
Cruffiaans zegt hij dan “Als het geschrevene opgeschreven is”
om vervolgens volledig te vertrouwen
op iets dat hij, de vervalser, geschreven heeft.

Stereotypes bij Umberto Eco

In de eerste hoofdstukken van De Begraafplaats van Praag
krijg je het er als lezer flink van langs.
Italianen zijn zus, Fransen zijn zo,
om nog maar niet te zwijgen van de Duitsers.
De ene stereotype struikelt over de volgende.
De meeste zijn niet vriendelijk.



Deze afbeeldingen gaan te ver. In ‘Kuifje in Congo’ is de witte man slim en zijn de Congolezen… Dat kan dus niet.


Dit is een beetje een uitstapje (of toch niet?).
Via het boek van Will Eisner
“The plot” the secret story of The Protocols of the elders of Zion
kwam ik een ander boek van Eisner tegen: Fagin the Jew.
In het Nederlands: ‘Fagin de Jood’.
Ik heb dit boek gekocht op Amazon.com.
Eisner begint zijn introductie van het boek
met zijn eigen succesverhalen: Spirit.
Een cartoon over een superheld waar een jonge ‘African American’
een rol in speelt.
Een karikatuur van een negroide Amerikaan.
Een geaccepteerd beeld in die tijd.



Maar stripboeken hebben nu eenmaal de neiging zaken wat eenvoudig voor te stellen: Sjors en Sjimmie als journalisten.


Bovendien was dit een mooie kans voor mij om een aantal van mijn oude stripboeken te tonen waar ik heel goede herinneringen aan heb. Sjors en Sjimmie bij de baanbrekers.


Sjors en Sjimmie en de tijger.


Sjors en Sjimmie naar de Pintoplaneet. Eat your heart out Mr. George Lucas. ‘Pintoplaneet’, kom er maar eens op.


Ook nu zie je stereotypen in amusementprogramma’s enz.
Nerds zijn relatiegestoord (The big bang theory),
zusters en dokters zijn in voor sex (Grey’s Anatomy),
Mensen met hoofddoekjes zijn verdacht (PVV), enz.
Ze zijn niet waar maar je ziet/hoort ze regelmatig.



George Cruikshank, Artful Dodger introducing Oliver to Fagin (1846).


David Lean, Still, Fagin learns Oliver Twist about picking pockets. Bijna hetzelfde beeld als de tekening hierboven. Kort na de eerste onmoeting leert Fagin Oliver Twist hoe hij zakken kan rollen.


Dezelfde scene, Will Eisner, Oliver Twist meets Fagin.


Later stelde Eisner zich zelf (geholpen door anderen)
de vraag of dat nu wel juist en nodig was.
Zo kwam hij uit bij een van de bekendste karikaturen van een jood: Fagin.
Fagin speelt een belangrijke rol in het boek Oliver Twist
van Charles Dickens en werd in de eerste uitgaven
vaak aangeduid met ‘de Jood’.
Dat dit beeld van Charles Dickens, zijn tekenaar George Cruikshank
en alle volgelingen volledig onjuist is,
toont Eisner in zijn graphic novel ‘Fagin The Jew’ aan.



Dit is Ben Kingsley in de meest recente versie van Oliver (2005).


Ik ben een liefhebber van de films van David Lean
en zijn bewerking van Oliver Twist met Alec Guinness is prachtig.



David Lean, Parish work house, Parochieel werkhuis.



George Cruikshank, Fagin in the condemned cell.



Sir Alec Guinness in Oliver Twist als Fagin.



Will Eisner, Fagin the Jew.


Gifmengsters van Umberto Eco


Umberto Eco, interview in BN/De Stem, gepubliceerd op 09-04-2011, door Theo Hakkert.


Ik vind niet dat ik een masochist ben maar vind het wel leuk om het boek
van Umberto Eco als een soort van puzzel te beschouwen.
Deze keer geen puzzel waarbij je het woord moet raden.
Nee het eindresultaat, de tekst, die is er al.
Maar wat waren nu precies al de vragen die Eco al jaren hebben bezig gehouden.
Steeds weer stuit je op namen van mensen en plaatsen, van begrippen,
op omschrijvingen van gebeurtenissen die ik niet ken.
Dan wil ik daar meer van weten en ga op zoek.
Vaak vind je dan al snel een antwoord.
Achter sommige zaken blijkt dan een hele wereld te zitten.
Soms kom je er maar ten dele uit.
Dat is vandaag het geval.
Het gaat om het volgende zinsdeel:

“, die de twijfelachtige faam genoot in de achttiende eeuw het laboratorium te hebben geherbergd van drie bekende gifmengsters, die er op een dag door werden aangetroffen: gestikt in de dampen van de dodelijke stoffen die ze op hun fornuis destilleerden.”x9d

Dus er moet een plaats zijn, een straat, een huis,
in Parijs waar tussen 1700 en 1799
3 bekende gifmengsters, min of meer tegelijk zijn omgekomen.

De tekst staat op pagina 8 van De begraafplaats van Praag.

In een tijd dat men arsenicum op een dood lichaam
nog niet kon achterhalen en het verschil
tussen een gifmenger en apotheker nog heel klein was,
bestonden producten die bijvoorbeeld bekend stonden als “erfenispoeders”.
In Parijs werden vooral vrouwen beschuldigd van het vergiftigen
van mensen en van het aanverwante hekserij.
Mensen hielden zich bezig met x98Levenselixersx99
en zochten naar manieren om lood in goud te veranderen.
In dit verband vond ik de volgende informatie.


Marie Madeleine d’Aubray (beetje vreemd portret).


Marie Madeleine Marguerite d’Aubray,
Markiezin de Brinvilliers (22 juli 1630 – 17 juli 1676).
Deze markiezin was een Franse seriemoordenaar.
Ze spande samen met haar minnaar legerkapitein Godin de Sainte-Croix
om haar vader (Antonine Dreux d’Aubray) te vergiftigen in 1666
en twee van haar broers (Antoine d’Aubray en Francois d’Aubray) in 1670.
De reden was dat ze hun erfenis wilde.
Er gingen ook geruchten dat ze arme mensen vergiftigden
tijdens haar bezoek aan ziekenhuizen.
In 1675 vluchtte ze naar Luik in Belgie waar ze werd gearresteerd.
Ze werd gedwongen tot een bekentenis en ter door veroordeeld.
Op 17 juli 1676 werd ze met de waterproef gemarteld.
Daarbij werd ze gedwongen 16 pinten water te drinken.
Daarna werd ze onthoofd en haar lichaam werd verbrand op de brandstapel.



Markiezin de Brinvilliers ondergaat de waterproef.


Haar medestander Sainte-Croix was in 1672 een natuurlijke dood gestorven.
Het vermoeden bestaat dat ze het zogenaamde Tofana-gif gebruikte.
Het recept voor dit gif heeft ze gekregen van haar minnaar
Chevalier de Sainte Croix die het op zijn beurt geleerd had
van een Italiaanse gifmenger genaamd Exili.
De Sainte Croix en Exili hadden samen tijd doorgebracht in de Bastille.
De rechtszaak die tot haar veroordeling leidde
was het begin van een groot schandaal in Frankrijk
dat bekend staat als de Vergiftenaffairre (affaire de poissons)
waarbij vele Franse aristocraten werden beschuldigd van gifmenging en hekserij.
Dit schandaal speelde zich af tijdens de regeerperiode
van Lodewijk de veertiende en mensen in de directe kring
van de koning waren er bij betrokken.

Een van de beroemste gevallen is die van de vroedvrouw
Catherine Deshayes Monvoisin of La Voisin.
Ze werd in 1679 gearresteerd nadat ze was aangewezen
door een andere gifmengster.
La Voisin beschuldigde een aantal belangrijke mensen aan het hof,
waaronder de minnares van Lodewijk: Markiezin de Montespan.


Markiezin de Montespan oftewel Francois Athenais de Rochechouart de Mortemart.


La Voisin werd ter dood veroordeeld voor hekserij en vergiftiging.
Op 22 februari 1680 kwam ze op de brandstapel terecht.
Alles bij elkaar werden 34 mensen veroordeeld voor vergiftigingen of hekserij.

Deze informatie is interessant maar het speelt zich allemaal af
in de 17e eeuw.
Umberto Eco noemt duidelijk de 18e eeuw en het feit dat drie mensen,
min of meer tegelijk, omkomen bij de bereiding van de vergiften.
En daar kan ik niets over vinden. Wie helpt mij?


Waterproef.