— over drie scènes uit de miniaturencollectie van Museum Rietberg —
Het Museum Rietberg heeft een collectie miniaturen uit India.
Toen ik er was werd een deel ervan getoond in een apart vrijstaand gebouw
in het park waarin het museum gevestigd is.
Vandaag drie miniaturen uit die verzameling.
De eerste ontmoeting is tussen een treurende prinses en haar vriendin. Zürich, Museum Rietberg, Urheber unbekannt, Traurige prinzessin mit freundin und dienerin im Alkoven, beidseitig bemaltes albumblatt, India, Awadh, Lucknow, 1725 – 1750. RVI 2205a.
Prachtig geschilderde omlijsting van een tafereel in een architectonische opzet.
De tweede ontmoeting in een tuin heeft een politieke kant: Urheber unbekannt, Fürst Mahmud Khan Dawudi mit gefolge bei audienz, India, Deccan, Kurnool, um 1750. RVI 838.
Deze tweede ontmoeting lijkt een beetje op een stripverhaal:
de namen van de personen staan er in de schilderij gekaligrafeerd.
Ik vroeg Copilot de tekst te vertalen uit het Perzisch.
Ik kan niet beoordelen of de vertalingen correct zijn dus
als iemand dat wel kan dan hoor ik de reactie(s) graag.
De tekst benoemt de grootste en zittende figuur rechts als Mahmud Khan Dawudi, de Nawab van Kurnool, afgebeeld in audiëntie met zijn entourage.
De tweede man in wit met oranje tulband is de schoonzoon van Abd al‑Razzāq Khan, een verwant en hofbeambte van Mahmud Khan Dawudi.
De inscriptie identificeert de derde figuur van rechts (volledig is oranje) als Banda Khan Dawudi, een ondergeschikte of verwant van Mahmud Khan Dawudi, afgebeeld in een eerbiedige houding tijdens de audiëntie.
De tekst identificeert boven de twee kleinste, zittende mannen links — in rood en lichtpaars als Aziz Khan Abd al‑Razzāq, waarschijnlijk leden van dezelfde familie als de schoonzoon van Abd al‑Razzāq Khan, en dus verwanten binnen de entourage van Mahmud Khan Dawudi.
De staande man links is Hamid Khan, zoon van Abd al‑Razzāq, een familielid van de Dawudi‑dynastie en lid van de hofhouding van Mahmud Khan Dawudi.
De Abd‑al‑Razzāq‑familie was een lokale eliteclan in Kurnool rond 1750, nauw verbonden met Mahmud Khan Dawudi, en de miniatuur is waarschijnlijk de belangrijkste (misschien enige) bron die hun namen en onderlinge relaties documenteert.
Als je die gegevens weet dan zou de huidige titel van het werk
anders kunnen zijn. De zaaltekst natuurlijk ook.
Voorstel voor museumvriendelijke titel nu:
Mahmud Khan Dawudi in audiëntie met leden van de Abd‑al‑Razzāq‑familie, India, Deccan (Kurnool), ca. 1750
Deze titel is veilig, feitelijk, en volledig gebaseerd op de inscripties.
Musea geven daar de voorkeur aan.
Een inhoudelijk sterkere titel zou kunnen zijn:
Familie‑audiëntie van Mahmud Khan Dawudi met de Abd‑al‑Razzāq‑clan, India, Kurnool (zuidelijk India of Deccan), ca. 1750
Publiek‑vriendelijke en historisch correcte zaaltekst:
Deze miniatuur toont Mahmud Khan Dawudi, heerser van het kleine vorstendom Kurnool in het zuiden van India, ingeklemd tussen grotere regionale machten. De vorst is omringd door leden van één specifieke familie: de Abd‑al‑Razzāq‑clan. De Perzische inscripties identificeren zijn schoonzoon, de zonen van Abd al‑Razzāq Khan en andere verwanten.
De aanwezigheid van deze familieleden laat zien hoe lokale macht in Kurnool rond 1750 functioneerde: via verwantschap, loyaliteit en clanstructuren, in een politiek landschap dat werd gedomineerd door het hof van Hyderabad, de Maratha‑expansie en de opkomst van Europese invloed.
Deze miniatuur maakte waarschijnlijk deel uit van een hofalbum: een intern familie‑document waarin de heerser en zijn belangrijkste bondgenoten werden vastgelegd. Het is een kunstwerk dat je kunt bewonderen om de kleuren, de bloemen, de architectuur en de compositie, maar documenteert tegelijk de sociale en politieke verhoudingen binnen een kleine staat die haar autonomie probeerde te bewaren.
De derde ontmoeting gaat ook om politiek: Urheber unbekannt, Pritham Singh von Kulu (mit pfeife) mit Gamanchand von Kangra, India, Pahari-gebiet, um 1800. RVI 2005.119.
Wat zijn de Pahari‑staten?
De Pahari‑staten waren kleine vorstendommen in de uitlopers van de Himalaya,
in het huidige Himachal Pradesh,
grofweg ingeklemd tussen Pakistan, China en Nepal.
Ze bestonden uit regio’s als Kangra, Kulu, Guler, Chamba en Basohli,
elk met een eigen hof, eigen heersers en een bloeiende schildertraditie.
Door hun ligging in de bergen bleven deze staten relatief autonoom,
maar ze stonden onder wisselende invloed van grotere machten
zoals de Mughal‑keizers en later de Sikh‑rijken.
De schilderkunst uit deze regio’s — de Pahari‑stijl — staat bekend om:
- heldere kleuren
- verfijnde lijnen
- intieme portretten
- aandacht voor kleding, sieraden en gelaatsuitdrukking
- een poëtische, vaak rustige sfeer
Hoe zie je de Pahari-stijl in dit werk?
- Heldere kleuren
De compositie gebruikt een zuivere, bijna doorschijnende pigmentatie:
het roze van de vorst, het wit van de bezoeker, het blauw van de kussens en de vloer.
Die kleuren zijn niet overladen, maar licht en ademend,
typisch voor de Pahari‑traditie waarin verfijning boven pracht gaat.
De contrasterende tinten — roze tegenover wit en blauw —
brengen rust en hiërarchie in de scène.
- Verfijnde lijnen
Kijk naar de contouren van de gezichten, handen en kledingplooien:
dun, ritmisch, bijna kalligrafisch.
De lijnvoering is niet schematisch maar levend,
met subtiele variaties in dikte die beweging suggereren.
Zelfs de inscriptie bovenaan sluit aan bij die lijngevoeligheid
— tekst en beeld ademen dezelfde precisie.
- Intieme portretten
Hoewel het een audiëntie is, voelt het persoonlijk:
de twee mannen kijken elkaar aan, de gebaren zijn klein en beheerst.
Er is geen druk hofgedruis, maar een gesprek in stilte.
Die intimiteit is kenmerkend voor Pahari‑portretten,
waarin macht wordt getoond via nabijheid, niet afstand.
- Aandacht voor kleding, sieraden en gelaatsuitdrukking
De schilder heeft elk detail van de stoffen uitgewerkt
— de turban met patroon, de sjaal met groene strepen,
de fijne borduursels op het roze gewaad.
De gezichten zijn individueel, niet gestandaardiseerd:
de vorst met een lichte glimlach, de bezoeker met een ingetogen blik.
Het is een studie van karakter, niet van type.
- Een poëtische, vaak rustige sfeer
De achtergrond is leeg, de ruimte stil.
Er is geen perspectiefdruk, geen decoratieve overdaad
— alleen licht, kleur en gebaar.
Die stilte maakt het beeld poëtisch:
het lijkt een moment dat blijft hangen, een gesprek dat niet hoeft te worden gehoord.
Wie zijn de twee belangrijke mannen?
Links zit Pritham Singh van Kulu, in wit gewaad en met een ingetogen houding.
Rechts zit Gamanchand van Kangra, op een tapijt en vergezeld door bedienden.
Hoewel geen van beiden als regerend vorst wordt aangeduid,
behoren zij duidelijk tot de hogere hofadel
die de politieke en militaire structuren van Kulu en Kangra droeg.
De miniatuur documenteert een ontmoeting binnen dit netwerk van regionale macht,
in een periode waarin Kangra onder Raja Sansar Chand II (regeert 1775–1823)
de dominante positie innam.
Wat zegt de inscriptie hier?
Bovenaan het blad staat een korte Perzische inscriptie,
deels beschadigd maar nog leesbaar als
“Rāhī ze taʿlīm‑e Sar‑Sākam”
— letterlijk: “Rāhī, leerling van Sar‑Sākam.”
De tekst fungeert als signatuur en verwijst naar de maker van de miniatuur.
In de Pahari‑traditie vermeldden schilders hun naam vaak bescheiden
in de marge of boven de voorstelling, soms met de toevoeging van hun leermeester.
De inscriptie maakt duidelijk dat het werk afkomstig is uit een lokaal atelier
waarin kennis en stijl via persoonlijke overdracht werden doorgegeven.
Daarmee vormt de tekst niet alleen een identificatie van de kunstenaar,
maar ook een getuigenis van de levendige schildergemeenschap
in de westelijke Himalaya rond 1800.
Wie of wat zijn de overige twee figuren?
Achter beide hoofdpersonen staat telkens één begeleider,
elk met een eigen functie binnen de audiëntie.
Achter Pritham Singh staat een man in wit die een staf
met een knop aan de bovenzijde vasthoudt, met beide handen.
Zo’n staf kan zowel een teken van rang als een praktisch attribuut zijn,
maar in deze context fungeert hij waarschijnlijk als hofdienaar
die de staf van zijn heer draagt tijdens het gesprek.
Achter Gamanchand staat een hofdienaar van hogere rang,
herkenbaar aan de flywhisk (waaier) in zijn rechterhand
en een gevouwen doek in zijn linkerhand, terwijl een korte dolk
aan zijn gordel zijn status binnen de hofhouding markeert.
Samen tonen deze begeleiders
dat beide mannen met hun eigen entourage verschijnen,
wat de formele en diplomatieke aard van de ontmoeting onderstreept.









