De Bonobo en Jheronimus Bosch

Het heeft even geduurd maar het boek
‘De Bonobo en de 10 geboden’ heb ik nu helemaal gelezen.
Het centraal punt dat Frans de Waal wil maken in zijn boek
is dat de moraliteit, zeg maar ons idee van goed en kwaad,
niet de vrucht is van religies,
maar onderdeel is van onze natuur.
Het is dus niet, volgens De Waal,
omdat Mozes van de berg afkwam met stenen tafelen
met daarop de 10 geboden,
dat wij als mensheid morele regels hebben.
De religie bevestigt eerder gedragingen of opvattingen
die we al van nature in ons hebben.

 photo FransDeWaalDeBonoboEnDeTienGeboden.jpg

De Waal uit zijn opvatting niet vanuit het perspectief
van een rechter die oordeelt over wie er gelijk heeft,
maar vanuit een belangstelling voor de verschillende invalshoeken
en om te zien wie zoal welke element bijdraagt.

 photo DSC_2999DeMeesterVanDeHooiwagenDeHooiwagenDetailPausKeizerKoningVolgenHetHooi1515-1520MeesterwerkTillHolgertBorchert.jpg

De Meester van De Hooiwagen, De Hooiwagen, detail waarop paus, keizer en koning de hooiwagen volgen, 1515 – 1520, uit Meesterwerk van Till-lHolger Borchert.

In het boek vat De Waal dit als volgt samen.
Hoofdstuk ‘Moraal van onderop’, pagina 246 – 247:

‘De moraal ontstond eerst, en de moderne religie sprong er bovenop. De grote religies gaven ons geen morele wetten, maar werden bedacht om die wetten te ondersteunen. We weten nog maar sinds kort dat de religie dat doet door mensen te binden en goed gedrag af te dwingen. Het is allerminst mijn bedoeling die rol te bagatalliseren, die in het verleden van groot belang is geweest en dat waarschijnlijk zal blijven, maar religie de oorsprong van de moraal zit er helemaal naast.’

 photo DSC_3000DeMeesterVanDeHooiwagenDeHooiwagenDetailMensenbestormenEnGraaienNaarDeHooiwagen1515-1520MeesterwerkTillHolgertBorchert.jpg

Mensen bestormen en graaien naar De Hooiwagen.

Het is overigens niet alleen de religie die denkt het alleenrecht op moraliteit te hebben.
Ook de filosofie zit er volgens De Waal vaak naast.
Hoofdstuk ‘Het dilemma van de atheist’”

‘Volgens de meeste filosofen komen we via de rede bij de morele waarheid. Zelfs al halen ze God er niet bij, toch gaan die filosofen uit van een van bovenaf opgelegd proces: eerst formuleren we algemen principes, die we vervolgens opleggen aan menselijk gedrag.’

 photo DSC_3002DetailDeMeesterVanDeHooiwagenDinkendeFantasieWezensTrekkenDeKarNaarDeHelMeesterwerkTillHolgertBorchert.jpg

Fantasiewezens trekken de kar in de richting van de hel.

De Waal schrijft over een mogelijk zwaar en complex onderwerp
een opvallend luchtig boek.
Veel hoofdstukken hebben goed gevonden titels.
Wat te denken van:

Losing my religion’, song titel van de band REM (1991)

De parabel van de barmhartige primaat’,
variant op het Bijbelverhaal over de barmhartige Samaritaan.

Vogelpoep in een koekoeksklok’,
over het passend maken van wetenschappelijk bewijs
en de manier waarop de wetenschappelijke wereld
met het uitroeien van die praktijk worstelt.

 photo DSC_3002DetailDeMeesterVanDeHooiwagenDinkendeMonninkTerwijlZustersEenZakMetHooiVullenMeesterwerkTillHolgertBorchert.jpg

De Meester van De Hooiwagen, Drinkende monnik terwijl nonnen een (zijn?) zak met hooi vullen. Gesigneerd met JHERONIMUS BOSCH.

Sommige (historische) conflicten tussen biologen, filosofen
of journalisten, enz, worden breed uitgemeten in het boek.
Ik heb geen reden om aan te nemen dat De Waal
een correcte of incorrecte weergave geeft
van het verloop van die conflicten.
Maar soms wordt het wel erg gedetailleerd zonder dat
het de inhoud van het boek verbeterd.
Gevolg is dat het boek soms veel meer voorkennis vraagt
dan de meeste luchtige delen doen vermoeden.

Ik werd aangenaam verrast door De Waals interesse in Jeroen Bosch.
Zo schrijft hij op pagina 232 het volgende:

‘Bosch maakte dromen werkelijkheid en schilderde de eeuwige zwaktes van de mensheid op de manier waarop zijn tijdgenoot Erasmus ze beschreef.’
‘Een goed voorbeeld is het andere drieluik van Bosch dat in zaal 56 hangt, De Hooiwagen. Het toont een kar met een enorme stapel hooi erop die tussen een mensenmenigte door rijdt. Bij nadere beschouwing zien we dat de mensen om strootjes vechten. In het Middelnederlands staat ‘hoy’ voor ijdelheid, nietigheid en leegte. Het schilderij beeldt mensen uit die elkaar slechts om wat hooi naar de keel vliegen, messen trekken en elkaar afranselen, terwijl andere onder de karrenwielen worden vermorzeld. De geestelijkheid doet net zo hard aan het gedrang mee, zoals een dikke monnik die wacht tot nonnen zijn hooizak vullen. Edelen en de paus volgen de wagen in het volle vertoon van hun waardigheid om te laten zien dat zij zich niet tussen het gepeupel hoeven te begeven om te krijgen wat ze willen. De wagen rijdt verder en lokt iedereen als een rattenvanger naar het rechterpaneel, waar de hel wacht.’

 photo DSC_3002DetailDeMeesterVanDeHooiwagenVerpletterdOnderEenWagenwielMeesterwerkTillHolgertBorchert.jpg

De Meester van De Hooiwagen, detail waarop een persoon verpletterd wordt onder een wagenwiel.

In de noten van het boek staat het spreekwoord ‘Tis al hoy en stof’ als voorbeeld.
Zie ook http://www.dbnl.org/tekst/plei001laat01_01/plei001laat01_01_0001.php

In het artikel ‘De laatmiddeleeuwse rederijkersliteratuur als vroeg-humanistische overtuigingskunst’ van Herman Pleij worden de volgende dichtregels genoemd:

Tis al hoy en stof
Sijdi van den danssers keert u daer of
Tis titeliken lof

Toeval wil dat in het onlangs verschenen boek ‘Meesterwerk’
van Till-Holger Borchert aandacht wordt besteed aan het zelfde schilderij.
Daar lees je:

‘De hooiwagen mag dan onderaan rechts gesigneerd zijn met JHERONIMUS BOSCH, recent onderzoek heeft uitgewezen dat het geen eigenhandig werk van de Brabantse meester is.
Het werd geschilderd door een bijzonder getalenteerde ‘discipulus’ of navolger die bewust van de populariteit van Bosch profiteerde en die reeds in de 16e eeuw geprezen werd om zijn perfecte nabootsing van diens schilderstijl.’

Deze navolger wordt ‘De Meester van de Hooiwagen’ genoemd.

Even verder:

‘Het hooi symboliseert hier duidelijk geld en rijkdom,
zoals in de uitdrukking ‘geld als hooi bezitten’.

Die uitdrukking kende ik niet.
Dus eens gezocht. Ik vond: http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/geld1

‘Volgens Joos zegt men in Vlaanderen geld hebben gelijk zaad, zand;
geld winnen gelijk hooi, water, slijk;
vgl. Teirl. 465: geld winne gelijk more (modder), gelijk slijk;
Schuermans, Bijv. 92: ik heb geld zoo lang als hooi in de omstr. van Gent);’

Het werk ‘De Hooiwagen’ is overigens een drieluik:

 photo DSC_3001DeMeesterVanDeHooiwagenDeHooiwagen1515-1520MeesterwerkTillHolgertBorchert.jpg

De Meester van De Hooiwagen, De Hooiwagen, 1515 – 1520, uit Meesterwerk van Till-Holger Borchert.

Links:
Het paradijs met de val van de engel Lucifer, de geboorte van Eva,
de zondeval en de verwijdering van Adam en Eva uit het paradijs.

Midden:
De allegorische voorstelling van de Hooiwagen
over het najagen van geld en rijkdom.
Vanuit de hemel kijkt Christus als Man van Smarten toe.
Christus toont zijn littekens als gevolg van de kruisiging
maar ondanks zijn offer gaat de zondigheid gewoon door,
zo wil de schilder ons zeggen.

Rechts:
De hel.

 photo DSC_3006DeMeesterVanDeHooiwagenDeHooiwagenGeslotenLuiken1515-1520MeesterwerkTillHolgertBorchert.jpg

De Meester van De Hooiwagen, De Hooiwagen, gesloten luiken, 1515 – 1520, uit Meesterwerk van Till-Holgert Borchert.

St. Martinus Princenhage: Kerkschatten


Begeleidende tekst van de tentoonstelling.


Motief van een van de kerkelijke gewaden.


Acherzijde van een kasuifel: het Lam Gods.



Ik ken de verschillende soorten kasuifels en diakenkleding. Ik heb ze alleen nooit gefotografeerd toen ik ze regelmatig klaarlegde. Ook de kleuren spreken nog steeds aan. Deze goudkleurige zijn voor feestdagen.


Het zwart is voor uitvaarten.


Het paars is voor de vastentijd. Ik miste de groene gewaden.


Voorkant.


Achterkant met de lijdende Christus.



Op de tentoonstelling is een Antependium te zien. Dat zijn kleden die aan het altaar werden bevestigd. Hier zie je een van de meest klassieke symbolen uit de Rooms Katholieke kerk: de pelikaan pikt zich in de borst om met zijn eigen bloed zijn jongen te voeden. De pelikaan is het symbool voor Christus.


Linkerdeel van het antependium.


‘Quae sub his figures’ dat is de latijnse tekst op dit antependium. Het is een zin uit een gedicht dat wordt toegeschreven aan Thomas van Aquino. Het gedicht heet: ‘Adoro te devote’ (Ik aanbid u met eerbied). De zesde strofe van het gedicht begint met de tekst: “Pie pelicane, Jesu Domine” (Pelikaan vol goedheid, Jezus onze heer). In dit gedicht komt de volgende zin voor: “Quae sub his figures vere latilas”(die hier onder tekens….). Deze zin die ook op het antependium staat verwijst naar het belangrijkste moment in de mis: het tonen en delen van het brood en wijn, de centrale tekens in het Christelijk geloof.


Nu volgen een aantal voorwerpen die in mijn tijd al niet meer zo vaak werden gebruikt: het passiekruis. Dit kruis toont niet het lichaam van Christus maar de lijdenswerktuigen: de hamer, de nagels (spijkers), de hysopstengel met spons, de lans, de ladder, de doornenkroon, de geselroede (zweep), de lijkwade, dobbelstenen en de doek van Veronica.


In detail.


Processieparasol.


Baldakijn, hier uitgestald over een paar banken. Deze baldakijn werd gebruikt in de Sacramentsprocessie. Vier mannen droegen hem terwijl de priester met monstrans onder de baldakijn liep.


Missaal met zilverbeslag uit 1730. Op het beslag is een afbeelding te zien van Martinus die een deel van zijn kleed aan een arme geeft.


Engelen die ooit deel uitmaakte van de preekstoel.


Wierrookvaten en scheepjes (de kleine voorwerpen in het midden). De vaten aan de beide buitenkanten, bevatten een gloeiend kooltje. Door daar wierrook op te leggen vanuit de wierrookscheepjes, ontwikkelden zich rook met de typische geur van wierrook.



Doopschotel uit 1600. Het pronkstuk wat mij betreft. Afgebeeld zijn Jozua en Kaleb. Ze zijn 2 van de twaalf verspieders die Mozes het Beloofde Land in stuurt. Tien verspieders komen terug en denken dat dit land nooit hun land zal worden. Jozua en Kaleb hebben er wel vertrouwen in. De 12 nemen vruchten mee van het land. Dat is denk ik het moment dat hier op de schaal is afgebeeld. Als gevolg van het ongeloof van de tien en het feit dat het Joodse volk hun kant kiest, zal men nog 40 jaar door de woestijn zwerven (in ballingschap blijven). Alleen Kaleb zal uiteindelijk als enige van de verspieders het Beloofde Land bereiken. Door doop wordt je lid van de gemeenschap van gelovigen, sluit je je aan bij Kaleb. Een heel mooi symbool.


Reliekkastje.


Communiebank.


Detail van de communiebank: Mozes.


Geillustreerde intertextualiteit op de tentoonstelling Ongekende Schoonheid

Kort geleden was ik op de tentoonstelling “Ongekende schoonheid”.
Een beetje weggedrukt op een ongelukkige plaats was
een vitrine met terracotta voorwerpen.
Ze zijn niet zo sensationeel als de (soms heel grote) ikonen en zeker niet
zo sensationeel als bijvoorbeeld het gouden masker.
Maar ze trokken wel mijn aandacht.
Gisteren las ik in het boek bij de tentoonstelling
de beschrijving van de tegels.

De beschrijving probeert ook een verklaring te geven voor deze tegels
die in Vinica in Macedonie gevonden zijn.
En dat valt niet mee.

Tegels met Latijnse teksten, die gevonden zijn op plaatsen waar je
Byzantijnse (lees Griekse) teksten zou verwachten.
De functie is onbekend. De afbeeldingen overduidelijk vroeg-Christelijk.
De tegels zijn uniek in hun soort en tot nog toe zijn er slechts
50 complete tegels gevonden.
Vreemd is ook dat op een aantal van hen de tekst in spiegelschrift staat.
Dat kan wel verklaard worden door de manier van produceren
maar dat kan bijna niet de bedoeling geweest zijn.
Dus nog heel veel vragen rondom deze bijzondere tegels.
Op dit moment zijn ze te zien in het Museum Catharijneconvent in Utrecht.


Jozua en Kaleb, de verspieders van Kanaan. Vinica, 5e -6e eeuw, terracotta, Nationaal Museum van Macedonie, Skopje, inventarisnummer 337-VI.


Uit het boek “Ongekende Schoonheid – Ikonen uit Macedonie” door Desiree M.D. Krikhaar, Pagina 36.

Jozua en Kaleb zijn de twee soldaten met prachtig gedetailleerde harnassen, wapenrokken, helmen en lansen, die ter weerszijden van een schild zijn afgebeeld. Zelfs de plooival in hun mantels is tot in de kleinste draperieen uitgewerkt. Zij zijn de vertrouwelingen van Mozes, die als verspieders naar Kanaan zijn gestuurd om het land te verkennen.

(Stuur er een aantal mannen op uit om Kanaan, het land dat ik de Israelieten geven zal, te verkennen, Numeri 13:1).

Door God is hen toegezegd dat zij het beloofde land eens zullen bewonen. Bij de strijd van de Israelieten tegen de Amorieten bij Gibeon laat de onverschrokken Jozua met hulp van Jahwe de zon en de maan stilstaan om de vijand af te straffen.

(Zon, sta stil boven Gibeon, maan, blijf staan boven de vlakte van Ajjalon. En de zon stond stil en de maan bleef staan, tot Israel zijn vijanden had afgestraft, Jozua 10:12-13).

Jozua, die links op de tegels is afgebeeld wijst met zijn hand op de stralende zon tussen de strijders in. Naast het hoofd van Kaleb is de maan voorgesteld. Naast de speer links is een ster weergegeven om de duisternis te symboliseren. Deze episode uit het Oude Testament wordt door de kerkvaders uitgelegd als een voorafbeelding van het Laatste Oordeel, dat door Christus uitgesproken zal worden om de mensheid te redden.

De afbeelding is die van een Oud-Testamentisch verhaal.
Een verhaal uit het Nieuwe Testament verwijst naar deze oude tekst.
In het geval van de bijbel kun je niet echt spreken van een (1) boek.
De bijbel is een bibliotheek van oude boeken waar heel veel
onderlinge verwijzingen in staan.
Intertextualiteit is de term die daarbij hoort.
Het gaat hier om een verwijzing naar de inhoud.

Deze kwam ik toevallig tegen bij het lezen van het boek
over de tentoonstelling.
En toevallig waren de tegels me opgevallen bij het zien ervan in Utrecht.
Maar je weet: toeval bestaat niet!


In verband met een recente log over de Grote Kerk in Breda en de Heilige Christoffel is er nog een bijzondere tegel te zien. Deze tegel toont de Heilige Christophorus (Christoffel, links) en soldaatheilige Joris (rechts), Vinica, 5e – 6e eeuw, terracotta, Nationaal Museum van Macedonie in Skopje, inventarisnummer 353-VI.