Deze keer loopt mijn weg naar Khotan via Rechter Tie

— over hoe drie kleine verwijzingen naar Khotan mijn lezing van Labyrinth in Lan‑Fang verdiepen —

Khotan wordt een paar keer genoemd in Labyrint in Lan-Fang.
Vermoedelijk is dat een poging om deze standplaats van Rechter Tie
geografisch te duiden.
Lan-Fang is geen historische plaatsnaam
van een Chinese grensplaats
in het westen van China rond 650 na Christus.

Er bestond wel een Republiek Lanfang
(蘭芳共和國 Lánfāng Gònghéguó) van 1777 tot 1884
in het huidige West‑Kalimantan (Indonesië).
Dat was een Chinese gemeenschap
van mijnwerkers en handelaren buiten China.
Een historisch opmerkelijke situatie.

Waarschijnlijk gebruikt Van Gulik die naam omdat
het een echte historische naam was,
bekend bij sinologen van zijn tijd.
Ook omdat die authentiek Chinees klinkt,
maar vrij inzetbaar is voor fictie.
Het gaf hem de gelegenheid vanuit een Chinees perspectief
een sfeer te creëren, typisch voor een betwiste grensstreek
zonder de historische ballast van de naam van een bestaande plaats.

IMG_9604RobertVanGulikLabyrinthInLan-FangInleidingJanwillemVanDeWeteringElsevier
Robert van Gulik, Labyrinth in Lan-Fang, met een inleiding door Janwillem van de Wetering, Elsevier.

Khotan wordt al genoemd op pagina 26

Nog tot voor enkele jaren liep de weg naar Khotan en de andere schatplichtige koninkrijken in het westen door Lan-fang en deze stad was toen een belangrijke stapelmarkt. Maar toen zijn drie oasen langs de woestijnweg opgedroogd en de handelsweg verlegde zich een honderd mijl naar het noorden.

Van Gulik verwijst hier duidelijk naar de Zijderoute.

Hoe liep de zuidelijke Zijderoute

Langs de zuidelijke rand van de Taklamakan‑woestijn
volgden karavanen die China verlieten een reeks oases
die als veilige rustpunten door de woestijn slingerden.
Vanuit het oostelijke Miran, met zijn Kushan‑invloeden
en kleurrijke muurschilderingen, trokken reizigers westwaarts
langs kleinere nederzettingen als Karadong en Endere,
plaatsen die bloeiden zolang hun rivieren water voerden
en die even snel weer verdwenen wanneer de bedding verschoof.
Verderop lag Niya, ooit een levendige gemeenschap
waarvan houten documenten en huisraad nu de stille sporen vormen
van een oase die door uitdroging werd verlaten.
Daarna bereikte men Keriya, een oase die afhankelijk was
van een grillige rivier die periodes
van voorspoed en verval afwisselde.
De route voerde vervolgens naar Yotkan,
de oude hoofdstad van het koninkrijk Khotan,
waar handelaren en ambachtslieden samenkwamen.
Uiteindelijk eindigde de zuidelijke route in het machtige Khotan zelf,
beroemd om zijn jade‑rivieren en boeddhistische kloosters,
en eeuwenlang het belangrijkste knooppunt
voor wie verder wilde reizen naar de oases en steden
voorbij de Pamirs, richting het gebied van Samarkand en Buchara.

Khotan wordt ook genoemd op pagina 82
en toont meteen dat ook Rechter Tie zo zijn blinde vlekken heeft:

Woe keek naar zijn schilderijen op de muur.
‘Vijf jaar geleden,’ antwoordde hij, ‘deed ik het eerste kandidaatsexamen.
Tot teleurstelling van mijn vader besloot ik mijn studie af te breken en mij geheel aan het schilderen te wijden. Ik werkte onder twee beroemde meesters in de hoofdstad, maar hun stijl lag mij niet.

Twee jaar geleden ontmoette ik toevallig een monnik die helemaal uit Khotan afkomstig was, het schatplichtig koninkrijk in het verre westen. Die man liet mij zijn stijl van schilderen zien, vol leven en felle kleuren. Ik besefte toen, dat onze Chinese kunstenaars die stijl moesten bestuderen om onze nationale kunst te vernieuwen. Ik dacht dat ik misschien een baanbreker kon worden en besloot zelf naar Khotan te trekken.’

‘Persoonlijk ben ik van mening,’merkte de rechter droog op, ‘dat onze nationale kunst volkomen bevredigend is en het ontgaat me wat een barbaars en vreemd volk ons nog kan leren. Maar ik wil niet beweren dat ik een kenner ben. Gaat u door!’

In deze korte dialoog tussen Woe en Rechter Tie
laat Van Gulik mooi zien hoe de Tang‑wereld
niet alleen een Chinees decor is,
maar een kruispunt van culturen.
De jonge schilder die zich laat inspireren door een Khotanese monnik
staat voor de openheid en nieuwsgierigheid
die de Zijderoute mogelijk maakte:
ideeën, kleuren en stijlen reisden net zo goed mee als zijde en jade.

Tie’s droge afwijzing — half ironisch, half oprecht —
weerspiegelt juist de zelfverzekerde blik
van een Confuciaanse magistraat
die de Chinese kunst als maat der dingen ziet.
Precies in dat spanningsveld,
tussen vernieuwing van buiten en de zekerheid van binnen,
situeert Van Gulik zijn wereld:
historisch geloofwaardig, licht gefictionaliseerd,
en altijd gevoed door de stille bewegingen
van uitwisseling langs de randen van het rijk.

Dan komt Khotan nog een derde keer in beeld, op pagina 123:

Vele jaren geleden, toen de weg naar het westen nog door deze stad leidde, hebben monniken uit Khotan die tempel gebouwd. Later hebben ze die weer verlaten. De tempel raakte in verval, bewoners uit de buurt haalden de deuren en ander houtwerk weg als brandhout. Maar de prachtige muurschilderingen, door de monniken gemaakt, zijn gebleven.

In de derde passage duikt Khotan opnieuw op,
ditmaal als de herkomst van een vervallen tempel
waarvan alleen de muurschilderingen nog getuigen
van een vroegere bloeitijd.
Van Gulik gebruikt dit soort details om de Zijderoute
een voelbare diepte te geven:
monniken die ooit tot hier reisden,
een tempel die gebouwd werd toen de handelsweg
nog door de stad liep,
en kunst die de tand des tijds beter doorstaat
dan de mensen die haar maakten.
Het is dezelfde beweging als in de eerdere scènes:
Khotan verschijnt telkens als een verre bron
van kleur, geloof en vakmanschap,
een plek die ooit invloed uitoefende op het Chinese rijk
maar nu vooral als echo aanwezig is.
Zo verweeft Van Gulik fictie met historische resonantie
en laat hij zien hoe culturele uitwisseling langs de randen van het rijk
niet alleen handel bracht, maar ook kunst die blijft hangen,
zelfs wanneer de route zelf allang is verschoven.

Het is vooral omdat ik de afgelopen tijd zelf bezig ben geweest
met Khotan (Yotkan) door het werk van Aurél Stein,
dat deze fragmenten me opvielen.
Voor een andere lezer zal Labyrinth in Lan-Fang
een spannende detective zijn.
Tao Gan en Rechter Tie bespreken alle gebeurtenissen met elkaar:

Tao Gan schudde verbijsterd het hoofd. Met een diepe zucht zei hij: ‘Edelachtbare, het komt mij voor dat wij nog nooit tevoren met zo’n groot aantal ingewikkelde problemen tegelijk te maken hebben gehad!’

‘Oppervlakkig gezien lijkt dat zo,’ antwoordde de rechter, ‘Maar feitelijk waren het de plaatselijke omstandigheden die ons zo verward maakten. Nu de verstrikte draden geleidelijk aan ontknoopt raken, komt er een duidelijk patroon tevoorschijn.
We hebben ten slotte maar drie werkelijke zaken. Ten eerste, de moord op Generaal Ting. Ten tweede, de zaak Yü contra Yü. Ten derde, de verdwijning van de dochter van Fang,
Onze maatregelen tegen Tsjièn Mo, onze ontdekking van het plan van Yü Tsjie en de verklaring van de moord op bestuurder Pan vormen tenslotte d lokale achtergrond…’

Hoe je de zaken ook indeelt, voor mij zes complexe zaken,
mooi door Van Gulik tot één verhaallijn geweven.
Aan het eind vind Rechter Tie ook nog de richting
die hij moet nemen uit zijn midlife-crises.
Een verrassende afronding
van een van de beste Rechter Tie-romans.

Nu heb ik nog vier titels te gaan in de reeks.
Dan heb ik alle Rechter Tie-romans (opnieuw) gelezen.

India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XLVII

– Over een houten Boeddha uit een site die alleen Stein nog zag –

We denken vaak dat we alles weten.
Dat we alles gezien hebben.
Dat we overal kunnen komen.
Dat de wereld klein is.
We stonden al op de maan!

Maar dan sta je in New Delhi voor een klein houten beeldje,
uit een plek aan de Zijderoute.
Een plaats die Stein als laatste gezien heeft.
Als laatste?
Ook in 1906/1908 waren er nog karavanen
die gebruik maakten van deze handelsroutes.
Stein maakte er nog foto’s van.

SteinAurélMTACamelCaravanXinjiang1904 01

Foto van Aurél Stein, uit het digitale MTA archief (de Hongaarse Academie van Wetenschappen) met als omschrijving: Camel caravan, Xinjiang, 1904.

SteinAurélMTACamelCaravanXinjiang1904 02 Detail

Detail van bovenstaande foto.

Maar hij is wel de laatste die de plaats documenteerde.
En dat maakt dit houten beeldje wel heel bijzonder.

DSC01392 01 IndiaNewDelhiNationalMuseumBuddhaInDhyanaMudraKichik-Hassar7th-8thCenturyCEWood27x15,5CmAccNoH-B-III-001

India, New Delhi, National Museum, Buddha in Dhyana Mudra, Kichik-Hassar, 7th – 8th century CE, wood, 27 x 15,5 cm. Acc.No. H.B. III.001.

DSC01392 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumBuddhaInDhyanaMudraKichik-Hassar7th-8thCenturyCEWood27x15,5CmAccNoH-B-III-001Txt


Om te achterhalen wat het voorwerp precies is, heb ik de online bronnen
bekeken:

AurelSteinSerindiaVol3Page1173PagePDF110Column1AurelSteinSerindiaVol3Page1173PagePDF110Column2

In het Nederlands staat er in Serindia, deel 3, pagina 1173:

H. B. iii. 001.
Houten beeldje van Boeddha, gezeten in meditatie op een drielaagse troon. Grof gesneden, waarbij alleen de voorzijde en zijkanten zijn afgewerkt; de achterkant is vlak, bedoeld om met houten pennen aan een muur of ander oppervlak te worden bevestigd, waarvan er enkele nog aanwezig zijn. Een extra, tongvormig stuk hout — vermoedelijk oorspronkelijk oprijzend uit een nu verdwenen basis — is vastgezet in een overeenkomstige uitsparing aan de onderzijde van de rug. De Boeddha heeft langgerekte, doorboorde oren en een uṣṇīṣa (schedeluitstulping). De plooien van het gewaad zijn zeer conventioneel weergegeven door een reeks halfronde groeven. Het geheel was oorspronkelijk beschilderd met een dikke witte sliblaag, met resten van rode verf in de groeven en sporen van zwarte verf op het haar. Sterk gebarsten en aan het oppervlak versleten. Afmetingen: 28 × 16,5 × 10 cm. (Pl. CXXXVIII.)

Er staat een verwijzing naar een plaat. Die vind je in deel 3 van Serindia:

AurelSteinSerindiaVol4Plate138 CXXXVIIIPagePDF292 01

Onder plaat 128 staat: Stucco relief base of image (MI.xviii.001) and reliefs in stucco and wood from MING.01 and other sites. Het Boeddha-beeldje van dit bericht valt onder ‘the other sites’. Volgens mij is het de Boeddha rechtsboven.

AurelSteinSerindiaVol4Plate138 CXXXVIIIPagePDF292 02

In Stein’s foto in Serindia is het beeld nog ongerestaureerd, met een zichtbaar gat in de troon waar misschien een houten pen of steun heeft gezeten. In de huidige museumversie is die opening gedicht, wat de overgang markeert van veldvondst naar geconserveerd tentoonstellingsobject.


Dhyāna mudrā?

Stein registreerde in het veld uitsluitend wat hij feitelijk kon waarnemen,
zonder iconografische termen.
Zijn beschrijvingen moesten later onderzoek mogelijk maken.
Het museum neemt die volgende stap door de houding
als Dhyāna mudrā te interpreteren
— een duiding die past binnen de boeddhistische beeldtraditie,
maar die Stein zelf bewust niet maakte.

Kichik‑Hassār op de foto

AurelSteinSerindiaVol3Fig270 PagePDF94

In de digitale versie van Serindia die ik ter beschikking heb (vrij online te raadplegen) staat deze foto. Ik ben toen verder gaan zoeken en vond een digitaal archief met meer dan 6000 foto’s van Stein. Deze foto zat er tussen.

SteinAurélRuinedShrinesKichik-hassarSeenFromSouth1908 01 Foto 01

Stein, Aurél, Ruined shrines I-III, Kichik-hassar, seen from south, 1908. Je ziet de foto op een vel met instructies voor de opmaak en de drukker en links in de hoek het nummer 270. Dat is het ‘Figure’-nummer in Serindia.

SteinAurélRuinedShrinesKichik-hassarSeenFromSouth1908 01 Foto 02

Dezelfde opname maar nu geconcentreerd op de foto zelf. Er staat nog iemand op de foto links en er ligt een hond rustig te slapen, links onder tegen de heuvel.

SteinAurélRuinedShrinesKichik-hassarSeenFromSouth1908 02 Instructies

Als je op de MTA-website gaat kijken dan zie je ook deze foto van een halfdoorzichting vel papier met getypte tekst met aanvullende opmaakopdrachten. Op de achtergrond zie je de foto doorschijnen.


Op de heuvel staat een figuur die duidelijk als schaalreferentie is opgenomen.
Wie het precies is, valt niet met zekerheid vast te stellen:
op Stein’s veldfoto’s verschijnen zowel hijzelf als assistenten
in vergelijkbare kleding, en bij deze opname ontbreekt
elke expliciete persoonsvermelding.

De foto maakt deel uit van het digitale archief van het
MTA Könyvtár és Információs Központ
(de Hongaarse Academie van Wetenschappen),
dat een deel van Stein’s originele glasnegatieven beheert.

Deze collectie kwam daar terecht via Stein’s Hongaarse afkomst
en de overdracht van delen van zijn persoonlijke
wetenschappelijke nalatenschap aan Hongaarse instellingen.

De bij deze opname bewaarde archiefvellen
bevatten geen identificatie van de afgebeelde persoon,
zodat alleen kan worden vastgesteld dat het om een schaalfiguur gaat,
niet om een gedocumenteerd portret van Stein zelf.

Waar ligt Kichik‑Hassār eigenlijk?

Kichik‑Hassār ligt in het huidige China,
in de Xinjiang Uyghur Autonomous Region.
Maar dat moderne kader vertelt maar een deel van het verhaal.
In de tijd waarin het houten Boeddhabeeldje werd gemaakt
— ruwweg 7e–8e eeuw — maakte dit gebied geen deel uit
van een Chinees kerngebied, maar van het boeddhistische koninkrijk Khotan,
een oasecultuur langs de zuidelijke rand van de Taklamakan-woestijn.

Het was een regio met sterke Indiase, Iraanse en Centraal‑Aziatische invloeden, waar Sanskriet, Prakrit en Khotanees werden gebruikt, en waar boeddhistische kunst zich in een eigen, herkenbare stijl ontwikkelde.

Dat betekent dat het beeldje geografisch in China is gevonden, maar cultureel en artistiek tot Khotan behoort. Die nuance is belangrijk: het bepaalt hoe we naar het object kijken, welke vergelijkingen zinvol zijn, en waarom de stijl zo anders is dan wat we uit de Chinese boeddhistische traditie kennen.

Een site die alleen dankzij Stein bestaat

Kichik‑Hassār is een van die kleine heiligdommen
die we uitsluitend kennen dankzij Stein.
Hij bezocht de plek kort tijdens zijn tweede expeditie (1906–1908),
maakte enkele foto’s, beschreef drie kleine schrijnen en een stūpa‑groep,
en nam een handvol objecten mee — waaronder het houten Boeddhabeeldje.

Daarna is niemand ooit teruggekeerd.
Geen Chinese archeologen, geen Westerse teams,
geen moderne surveys.
De exacte locatie is onzeker, de ruïnes zijn waarschijnlijk
opnieuw door het zand opgeslokt,
en de regio is tegenwoordig grotendeels ontoegankelijk
voor systematisch archeologisch onderzoek,
zowel door buitenlandse als door de meeste binnenlandse teams.
Je kunt er zelfs geen gewone vakantie boeken;
het gebied is voor bezoekers vrijwel volledig afgesloten

De zuidelijke rand van de Taklamakan

De zuidelijke rand van de Taklamakan‑woestijn vormde in de oudheid
een van de belangrijkste verkeersaders van de Zijderoute.
Het was de winterroute:
in de koude maanden trokken karavanen langs de oases van
Khotan, Keriya, Niya en Miran,
waar water, hout en beschutting te vinden waren.

In de zomer weken reizigers liever uit naar de noordelijke route,
langs Aksu, Kucha en Turfan,
omdat de zuidelijke rand dan extreem heet werd
en de afstand tussen de oases gevaarlijk groot kon zijn.

Die seizoensgebonden verschuiving is essentieel
om Kichik‑Hassār te begrijpen.
Het lag precies in die zuidelijke gordel van oases
die de winterroute mogelijk maakten.
Kleine heiligdommen zoals Kichik‑Hassār waren onderdeel van dit netwerk:
plekken waar reizigers konden bidden, waar monniken leefden,
en waar lokale gemeenschappen devotionele objecten produceerden
— zoals het eenvoudige houten Boeddhabeeldje dat Stein vond.


Silk Roads: Dunhuang II

DSC00218LondenBritishMuseumSilkRoadsConcertinaHeartOfThePerfectionSutraPrajnaparamitaHrdayaSutraSanskritChineseCave17MogaoCavesDunhuangChinaAD900s

Londen, British Museum, Silk Roads. Fotograferen op een tentoonstelling valt niet mee. Zeker niet als de belichting heel dramatisch is. Op de tentoonstelling Silk Roads was dat het geval. Dat is best begrijpelijk. De voorwerpen (de een wat meer dan de ander) zijn erg kwetsbaar. Zoals dit boek. Concertina, Heart of the Perfection sutra (Prajnaparamita hrdaya sutra), sanskrit and chinese, Cave 17, Mogao Caves, Dunhuang, China, AD 900s.

DSC00217LondenBritishMuseumSilkRoadsConcertinaHeartOfThePerfectionSutraPrajnaparamitaHrdayaSutraSanskritChineseCave17MogaoCavesDunhuangChinaAD900sTxtDSC00219LondenBritishMuseumSilkRoadsConcertinaHeartOfThePerfectionSutraPrajnaparamitaHrdayaSutraSanskritChineseCave17MogaoCavesDunhuangChinaAD900s

Deze ‘ster uit het oosten’ is misschien wel grappig om te zien maar je mist op deze manier natuurlijk een deel van het beeld.

DSC00220LondenBritishMuseumSilkRoadsConcertinaHeartOfThePerfectionSutraPrajnaparamitaHrdayaSutraSanskritChineseCave17MogaoCavesDunhuangChinaAD900s

Onder glas liggen levert soms ook verstoringen van het beeld op.


DSC00221LondenBritishMuseumSilkRoadsPothiLeavesCave17MogaoCavesDunhuangChinaAD800sDSC00223LondenBritishMuseumSilkRoadsPothiLeavesCave17MogaoCavesDunhuangChinaAD800sTxt

Pothi leaves, Cave 17, Mogao Caves, Dunhuang, China, AD 800s.

DSC00222LondenBritishMuseumSilkRoadsPothiLeavesCave17MogaoCavesDunhuangChinaAD800s


DSC00224 01 LondenBritishMuseumSilkRoadsSketchOfEnvoysLeadingTributeAnimalsCave17MogaoCavesDunhuangChinaAD966s

Sketch of two envoys leading tribute animals, Cave 17, Mogao Caves, Dunhuang, China, AD 966s.

DSC00225LondenBritishMuseumSilkRoadsSketchOfEnvoysLeadingTributeAnimalsCave17MogaoCavesDunhuangChinaAD966sTxtDSC00224 02 LondenBritishMuseumSilkRoadsSketchOfEnvoysLeadingTributeAnimalsCave17MogaoCavesDunhuangChinaAD966s


DSC00227LondenBritishMuseumSilkRoadsPaintedBannerBodhisattvaVajrapaniTheThunderboltHolderCave17MogaoCavesDunhuangChinaAD801-850Silk

Painted banner, bodhisattva Vajrapani (The Thunderbolt Holder), Cave 17, Mogao Caves, Dunhuang, China, AD 801 – 850, silk.

DSC00228LondenBritishMuseumSilkRoadsPaintedBannerBodhisattvaVajrapaniTheThunderboltHolderCave17MogaoCavesDunhuangChinaAD801-850SilkTxtDSC00229LondenBritishMuseumSilkRoadsPaintedBannerBodhisattvaVajrapaniTheThunderboltHolderCave17MogaoCavesDunhuangChinaAD801-850Silk


DSC00230LondenBritishMuseumSilkRoadsBodhisatvaWithAGlassBowlCave17MogaoCavesDunhuangChinaAD851-900

Bodhisattva with a glass bowl (slecht te zien als gevolg van de reflectie van een tekst in het glas voor de banier), Cave 17, Mogao Caves, Dunhuang, China, AD 851 – 900.

DSC00231LondenBritishMuseumSilkRoadsBodhisatvaWithAGlassBowlCave17MogaoCavesDunhuangChinaAD851-900DetailDSC00232LondenBritishMuseumSilkRoadsSasanianElementsInDunhuangTxt

DSC00233LondenBritishMuseumSilkRoadsFacet-cutGlasBowlProbablyAmlashIranAD500s-600s

Facet-cut glass bowl, probably Amlash, Iran, AD 500s – 600s. De dynastie van de Sasaniden was een dynastie in pre-Islam Iran.


A Silk Road Oasis

Vervolg van de tools voor diplomaten in het Dunhuang van vóór 1000.

DSC00443LondenBritishLibraryASilkRoadOasisAccountsOfGoodsMogaoCave17-979-982

Londen, British Library, A Silk Road Oasis, Accounts of goods, Mogao Cave 17, 979 – 982.

DSC00444LondenBritishLibraryASilkRoadOasisAccountsOfGoodsMogaoCave17-979-982BirdDSC00445LondenBritishLibraryASilkRoadOasisAccountsOfGoodsMogaoCave17-979-982Txt


DSC00446LondenBritishLibraryASilkRoadOasisChineseKhotanesePhrasebookMogaoCave17-10thCentury

Chinese – Khotanese phrasebook, Mogao Cave 17, 10th century.

DSC00447LondenBritishLibraryASilkRoadOasisChineseKhotanesePhrasebookMogaoCave17-10thCenturyTxt


DSC00448LondenBritishLibraryASilkRoadOasisOldTibetanAnnalsMogaoCave17-9th-10thCentury

Old Tibetan annals, Mogao Cave 17, 9th – 10th century. Blijkbaar slaat ‘old’ meer op de oud-Tibetaanse taal dan op de leeftijd van het document.

DSC00449LondenBritishLibraryASilkRoadOasisOldTibetanAnnalsMogaoCave17-9th-10thCenturyTxt


IMG_3201MélodieDoumyASilkRoadOasisLifeInAncientDunhuang

Mélodie Doumy, A Silk Road Oasis – Life in ancient Dunhuang.


A Silk Road Oasis

Dunhuang is een oase in een woestijn.
De laatste oase als je vanuit het China van het jaar 100 – 1000
naar het westen wilt reizen.
De zijderoute liep via deze plaats.
Daarnaast was de route via Dunhuang ook de veiligste als je
naar India wilde reizen om zaken te doen of om diepere kennis
over het Boeddhisme op te doen.
Zo’n snijpunt tussen landen vraagt om handelaren, mensen die
meerdere talen spraken en schreven en diplomaten.
Daarom gaat een deel van de tentoonstelling
‘A Silk Road Oasis – Life in ancient Dunhuang’
over diplomaten.

Hier vond ik nog een beschrijving van de tentoonstelling in het Engels.

DSC00435LondenBritishLibraryASilkRoadOasisScrollInSanskritAndKhotaneseMogaoCave17-943DSC00436LondenBritishLibraryASilkRoadOasisScrollInSanskritAndKhotaneseMogaoCave17-943

Londen, British Library, A Silk Road Oasis, Scroll in Sanskrit and Khotanese,
Mogao Cave 17, 943.

DSC00437LondenBritishLibraryASilkRoadOasisScrollInSanskritAndKhotaneseMogaoCave17-943Txt


DSC00434LondenBritishLibraryASilkRoadOasisTheDiplomatTxt


DSC00438LondenBritishLibraryASilkRoadOasisCaKima-sanaTheMultilingualEnvoyMogaoCave17-982 DetailDSC00439LondenBritishLibraryASilkRoadOasisCaKima-sanaTheMultilingualEnvoyMogaoCave17-982

Ca Kima-sana, The multilingual envoy, Mogao Cave 17, 982.

DSC00440LondenBritishLibraryASilkRoadOasisCaKima-sanaTheMultilingualEnvoyMogaoCave17-982Txt


DSC00441LondenBritishLibraryASilkRoadOasisIndianMedicaTextInKhotaneseMogaoCave17-10thCentury

Indian medica text in Khotanese, Mogao Cave17, 10th century.

DSC00442LondenBritishLibraryASilkRoadOasisIndianMedicaTextInKhotaneseMogaoCave17-10thCenturyTxt


IMG_3174LondenBritishLibraryASilkRoadOasisLifeInAncientDunhuang